
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid ................................................................. 2
2 Materiële schade vermijden ................................... 4
3 Milieubescherming en besparing .......................... 5
4 Uw apparaat leren kennen ...................................... 6
5 Functies .................................................................... 8
6 Accessoires ........................................................... 10
7 Voor het eerste gebruik ........................................ 12
8 De Bediening in essentie ...................................... 13
9 Snel voorverwarmen ............................................. 15
10 Tijdfuncties .......................................................... 15
11 Stoom ................................................................... 17
12 Gerechten ............................................................ 20
13 Favorieten ............................................................ 21
14 Kinderslot ............................................................ 22
15 Basisinstellingen ................................................. 22
16 HomeConnect ................................................... 24
17 Reiniging en onderhoud .................................... 26
18 Reinigingsondersteuning .................................. 28
19 Ontkalken ............................................................ 29
20 Drogen ................................................................. 29
21 Apparaatdeur ...................................................... 30
22 Rekjes .................................................................. 33
23 Storingen verhelpen ........................................... 34
24 Afvoeren .............................................................. 36
25 Servicedienst ...................................................... 36
26 Informatie over vrije software en opensource-
software ............................................................... 37
27 Conformiteitsverklaring ..................................... 37
28 Zo lukt het ............................................................ 38
29 MONTAGEHANDLEIDING .................................. 46
29.1 Algemene montage-instructies ...................... 46
Veiligheid 1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor vol-
gende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni-
veau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,
sensorische of geestelijke beperkingen of met
gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-
der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het
veilige gebruik van het apparaat en de daaruit
resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet
worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze
15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
2

Veiligheid nl
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina10
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehouden
om eventueel optredende vlammen te do-
ven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd met
behulp van een pannenlap uit de binnen-
ruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigings-
middel of scherpe metalen schraper voor
het reinigen van het glas van de ovendeur
omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
Draag indien mogelijk veiligheidshandschoe-
nen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten en kan de apparaatdeur open-
springen en er eventueel afvallen. De deurra-
men kunnen kapot gaan en versplinteren.
"Materiële schade vermijden", Pagina4
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
3

nl Materiële schade vermijden
Er mogen uitsluitend originele reserveonder-
delen worden gebruikt voor reparatie van het
apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaat-
aansluitkabel van dit apparaat beschadigd
raakt, moet deze worden vervangen door
een speciale netaansluitkabel of speciale ap-
paraataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de
fabrikant of de klantenservice.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-
schadigd, dan direct de stekker van het net-
snoer uit het stopcontact halen of de zeke-
ring in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina36
Na de installatie van het apparaat mogen de
openingen in de achterwand van het apparaat
niet toegankelijk zijn.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-
ren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal
spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen
houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Stoom
Houd deze instructie aan wanneer een een
stoomfunctie gebruikt.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Wanneer het apparaat de volgende keer wordt
gebruikt kan het water in de tank sterk worden
verhit.
Na gebruik van de stoomfunctie moet de
tank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.
Tijdens het gebruik van de stoomfunctie
mag u niet met uw handen in de binnenruim-
te komen.
Tijdens het uitnemen van de accessoires kan
hete vloeistof over de rand stromen.
Hete accessoires voorzichtig verwijderen,
met de ovenwant.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte
kunnen dampen van brandbare vloeistoffen
vlam vatten (explosieve verbranding). De appa-
raatdeur kan openspringen. Er kunnen hete
dampen en steekvlammen naar buiten treden.
Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. al-
coholhoudende dranken) in de watertank.
Vul de watertank uitsluitend met water of de
door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
Materiële schade vermijden2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de
apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De
deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door
de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar bin-
nen sterk vervormen.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgie-
ten van gerechten) verhitten.
4

Milieubescherming en besparing nl
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de
binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer
en het email wordt beschadigd.
Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort
dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder
dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-
nenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-
ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of la-
ten steunen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires
krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur
wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente
verkleuringen ontstaan.
Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact
komen met de deurruit.
2.2 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie
gebruikt.
LET OP
Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecombi-
neerd gebruik met stoom.
De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken
in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al corro-
sie in de binnenruimte veroorzaken.
Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen.
Door afdruipende vloeistof raakt de bodem van de bin-
nenruimte vervuild.
Plaats bij het stomen met een bak met gaatjes altijd
de bakplaat, de braadslede of de bak zonder gaatjes
eronder. Lekkende vloeistof wordt opgevangen.
Heet water in de watertank kan het stoomsysteem be-
schadigen.
Vul de watertank uitsluitend met koud water.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
Bij gebruik met de stoommethoden ontstaat veel water-
damp. Condens, dat zich in de lekgoot onder de bin-
nenruimte verzamelt, kan overstromen en aangrenzende
meubels beschadigen.
Open tijdens het gebruik de apparaatdeur niet of zo
weinig mogelijk.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel
of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken
deze beschadigd.
Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd
veroorzaakt dit schade.
De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
Reinig de watertank met een zachte doek en een in
de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
Wanneer meerdere keren stoom achter elkaar wordt ge-
bruikt, zonder steeds de binnenruimte en de condens-
bak daarna droog te maken, dan kan het verzamelde
water overlopen en meubelfronten resp. meubelbodems
beschadigen.
Veeg na elke stoomgebruik de binnenruimte en de
condensbak droog.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
5

nl Uw apparaat leren kennen
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept
of de instellingsadviezen dat aangeven. Zo lukt het
"Zo lukt het", Pagina38
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en
het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bak-
ken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat ver-
volgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te
bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruim-
te.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te wor-
den.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi-
en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voed-
sel te ontdooien.
Het display in de basisinstellingen uitschakelen.
"Basisinstellingen", Pagina22
Er wordt energie bespaard wanneer het display wordt
uitgeschakeld.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake
ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakel-
de toestand sprake van een andere toestand. Deze
wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het ap-
paraat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen
Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display)
Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog
van een "standby-stand", en daarom wordt de aandui-
ding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaar-
stand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden ge-
bruikt.
Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw appa-
raat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoe-
stand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
2 2
Display met instelring
Via het display stelt u met behulp van de digitale
instelring het apparaat in.
U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijkhe-
den of aanwijzingsteksten.
"Display", Pagina7
Knoppen
Met de knoppen stelt u de verschillende functies
direct in.
"Knoppen", Pagina6
4.2 Knoppen
Met de knoppen kiest u de verschillende functies direct.
Knop Functie
Apparaat in- of uitschakelen.
"De Bediening in essentie", Pagina13
Functiekeuze-menu openen.
"Functies", Pagina8
Functie favorieten direct kiezen.
"Favorieten", Pagina21
Eén instelling terug gaan.
Werking starten of onderbreken.
"De Bediening in essentie", Pagina13
Timer selecteren.
"Wekker instellen", Pagina16
Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kin-
derslot activeren.
"Kinderslot", Pagina22
6

Uw apparaat leren kennen nl
Knop Functie
Bedieningspaneel openen om de water-
tank te verwijderen.
"Watertank vullen", Pagina17
4.3 Display
Het display is in verschillende gebieden onderverdeeld.
Digitale instelring
Met de digitale instelring op het display verandert u de
instelwaarden.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale
waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display
staan. Draai indien nodig de waarde met de instelring
weer terug.
Fijne instelwaarden
Om fijne instelwaarden in te stellen, bijv. op de minuut
nauwkeurige tijd, het betreffende gebied in de instelring
ca. 1 - 2 seconden ingedrukt houden. De fijnere instel-
waarden worden in punten weergegeven.
Statusindicatie
Van boven op het display wordt statusinformatie weer-
gegeven.
Symbool Betekenis
Timer is geactiveerd.
"Wekker instellen", Pagina16
Kinderbeveiliging is geactiveerd.
"Kinderslot", Pagina22
WiFi-signaalsterkte voor HomeConnect.
Hoe meer lijntjes van het symbool gevuld
zijn, des te beter is het signaal.
Wanneer het symbool is doorgestreept ,
dan is er geen WiFi-signaal.
Wanneer er een "x" bij symbool is, dan
is er geen verbinding met de HomeCon-
nect server.
"HomeConnect ", Pagina24
Start op afstand met HomeConnect is
geactiveerd.
"HomeConnect ", Pagina24
Diagnose op afstand met HomeConnect
voor onderhoud is geactiveerd.
"HomeConnect ", Pagina24
Instelbereik
In het midden van het display is het instelbereik.
In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden en
reeds uitgevoerde instellingen.
Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-
taal aangebracht. Keuzelijsten bij functies zijn verticaal
gerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegt
u over het display. Om een functie te kiezen, op de
functie in het display drukken.
"Functie instellen", Pagina14
Mogelijke symbolen in het instelbereik
Symbool Betekenis
Instelwaarde bevestigen.
Instelwaarde resetten.
Symbool Betekenis
Tijdens het gebruik instelwaarde wijzigen.
Opmerking: Een blauwe markering "new" of een blauwe
stip bij een functie geeft aan dat met de HomeConnect
app een nieuwe functie, een nieuwe favoriet of een up-
date op uw apparaat werd gedownload.
4.4 Binnenruimte
Verschillende functies in de binnenruimte ondersteunen
bij het gebruik uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina10
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
"Rekjes", Pagina33
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje
poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden
of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-
bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-
ruimte dan gericht op.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte re-
genereren", Pagina28
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-
te.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de ver-
lichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan
ca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra
het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-
digd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt
via de deur.
7

nl Functies
LET OP
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het ap-
paraat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven niet af.
Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit het
kookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilator
na bedrijf nog een bepaalde tijd na.
Opmerking: U kunt de nalooptijd wijzigen in de basisin-
stellingen. Wanneer u vaak zeer vochtige gerechten be-
reidt of in het kookcompartiment warm houdt, dan stelt
u een langere nalooptijd in.
"Basisinstellingen", Pagina22
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking automatisch voortgezet.
Watertank
De watertank hebt u nodig voor de stoom-verwarmings-
methoden.
De watertank bevindt zich achter het bedieningspaneel.
"Watertank vullen", Pagina17
1 2
3
Tankdeksel
Opening voor het vullen en leegmaken
Handgreep voor het verwijderen en inschuiven
Functies5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere func-
ties van uw apparaat.
Om het menu te openen op drukken.
Functie Gebruik
Verwar-
mingsmetho-
den
Fijn afgestemde verwarmingsmethoden
voor een optimale bereiding van uw ge-
rechten kiezen.
"Verwarmingsmethoden", Pagina8
"De Bediening in essentie", Pagina13
Stoom Met stoomverwarmingsmethoden gerech-
ten behoedzaam bereiden.
"Stoom", Pagina17
Favorieten Eigen opgeslagen instellingen gebruiken.
"Favorieten", Pagina21
Gerechten Geprogrammeerde, aanbevolen instellin-
gen voor verschillende gerechten gebrui-
ken.
"Gerechten", Pagina20
Functie Gebruik
Reiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
"Reinigingsondersteuning", Pagina28
"Ontkalken", Pagina29
"Drogen", Pagina29
Basisinstel-
lingen
Basisinstellingen aanpassen.
"Basisinstellingen", Pagina22
HomeConnect
Met HomeConnect kunt u de oven met een mobiel
eindapparaat verbinden en op afstand bedienen om de
volledige functionaliteit van het apparaat te benutten.
Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Ho-
meConnect app extra of uitgebreide functies voor uw
apparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden in
de app.
"HomeConnect ", Pagina24
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de
waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Bij grillstand3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40minuten naar grillstand1.
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuur-
bereik
Gebruik en werkwijze
4D-hetelucht 30 - 250°C Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
8

Functies nl
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuur-
bereik
Gebruik en werkwijze
Boven- en onder-
warmte
30 - 250°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsme-
thode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Eco hetelucht 125-250 °C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voor-
zichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als
u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwar-
men zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-
gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-
bruikt.
Air Fry 30 - 250°C Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschikt
voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
De ventilator wervelt met hoge snelheid de hitte van de grillele-
menten rond het gerecht. De afvoerlucht wordt versterkt uit de bin-
nenruimte getrokken.
Boven- en onder-
warmte Eco
150-250 °C Gekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als
u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwar-
men zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van
het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen 30 - 250°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten
gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, klein Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine
hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand 30 - 250°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen no-
dig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Langzaam garen 70 - 120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en lang-
zaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven
en van onderen.
Onderwarmte 30 - 250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Warmhouden 50 - 100°C Gerechten die al klaar zijn warmhouden.
Servies voorverwar-
men
30 - 90°C Servies voorverwarmen.
Stoommethoden
De stoommethoden vindt u in het menu onder "Stoom".
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuur-
bereik
Gebruik en werkwijze
Ontdooien 30 - 60°C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien.
9

nl Accessoires
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuur-
bereik
Gebruik en werkwijze
Regenereren 80 - 180°C Schotels en bakwaren behoedzaam opnieuw opwarmen.
Door de toegevoerde stoom drogen de gerechten niet uit.
Stomen Plus 30 - 120°C Voorzichtig stomen van groente, vlees, vis en granen. Fruit uitper-
sen. Levensmiddelen blancheren.
Om de bereidingstijd te verkorten kunnen stevige levensmiddelen
bij temperaturen hoger dan 100°C worden gestoomd.
Deeg laten rijzen 30 - 50°C Gistdeeg laten rijzen.
Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur. Het op-
pervlak van het deeg droogt niet uit.
5.2 Temperatuur
Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de
meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur
in de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingestelde
temperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120|210°C.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment om
de gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan-
gegeven temperatuur in de binnenruimte en de ingestel-
de temperatuur gelijk zijn.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weerge-
geven temperatuur een beetje afwijken van de werkelij-
ke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Als het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijn
rond de bedieningsring de restwarmte in de binnenruim-
te aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe donkerder
de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring helemaal uit.
Accessoires6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op
de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster Bakvormen
Ovenschalen
Vormen
Vlees, bijv. braad- of grillstukken
Diepvriesgerechten
Braadslede Vochtig gebak
Gebak
Brood
Grote braadstukken
Diepvriesgerechten
Afdruipende vloeistof opvangen, bijv. vet bij
het grillen op het rooster of water bij het ge-
bruik met stoom.
Bakplaat Plaatgebak
Klein gebak
Stoombak zonder gaatjes,
grootte M
Bereiden van:
Rijst
Peulvruchten
Granen
Zet de stoombak niet op het rooster.
Stoombak met gaatjes,
grootte M
Groente stomen.
Kleinfruit uitpersen.
Ontdooien.
Zet de stoombak niet op het rooster.
10

Accessoires nl
Accessoires Gebruik
Stoombak met gaatjes,
grootte XL
Grote hoeveelheden stomen.
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies
geschikt.
Stoomschalen
De stoomschalen zijn voor de zuivere stoommethoden
tot 120 °C geschikt.
Voor hogere temperaturen of andere verwarmingsme-
thoden zijn de stoomschalen niet geschikt. De schalen
verkleuren en vervormen permanent.
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de
binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te
kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen
van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar de
apparaatdeur en de welving naar be-
neden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven schui-
ven.
Stoombak
met gaatjes,
grootte XL
3.
Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het roos-
ter in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze
folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klanten-
service.
11

nl Voor het eerste gebruik
Voor het eerste gebruik7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Kalibreer het
apparaat. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Bepaal vóór het eerste gebruik de waterhardheid
Informeer voordat u de eerste inbedrijfstelling uitvoert, bij uw lokale waterbedrijf naar de waterhardheid van uw lei-
dingwater. Om ervoor te zorgen dat het apparaat u er op het juiste moment aan kan herinneren om te ontkalken,
dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
LET OP
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld, dan wordt de stoomfunctie beïnvloed en kan het apparaat u niet
tijdig aan het ontkalken herinneren.
Waterhardheid correct instellen.
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
Geen gedestilleerd water of andere vloeistoffen gebruiken.
Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water. Het apparaat vraagt eventueel om
na te vullen terwijl de watertank vol is, of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op
één.
Opmerkingen
Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitslui-
tend mineraalwater zonder koolzuur.
Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uitsluitend
onthard water, stel dan het waterhardheidbereik in op "onthard".
Instelling Waterhardheid in
mmol/l
Duitse hardheid °dH Franse hardheid °fH
0 (onthard)
1
- - -
1 (zacht) tot 1,5 tot 8,4 tot 15
2 (gemiddeld) 1,5-2,5 8,4-14 15-25
3 (hard) 2,5-3,8 14-21,3 25-38
4 (zeer hard)
2
hoger dan 3,8 hoger dan 21,3 hoger dan 38
7.2 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten,
moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname
van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten
duren tot op het display de instellingen verschijnen.
1.
Schakel het apparaat in met .
De eerste instelling verschijnt.
2.
Druk wanneer het nodig is de instelling te veranderen,
op een waarde in de lijst of wijzig de waarde met de
instelring.
Mogelijke instellingen:
– Taal
– HomeConnect
"HomeConnect ", Pagina24
– Tijd
"Tijd instellen", Pagina23
– Waterhardheid
"Bepaal vóór het eerste gebruik de waterhard-
heid", Pagina12
3.
Op drukken en naar de volgende instelling gaan.
4.
De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst.
Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op
het display dat de eerste ingebruikname is afgeslo-
ten.
5.
Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het
eerste verwarmen controleert, de deur van het appa-
raat een keer openen en sluiten.
7.3 Apparaat reinigen voordat u het voor de
eerste keer gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
Verwijder de productinformatie en de accessoires uit
de binnenruimte. Verwijder verpakkingsresten, zoals
korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buiten-
zijde van het apparaat.
2.
Veeg gladde oppervlakken in de binnenruimte af met
een zachte, vochtige doek.
3.
Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een
schoonmaakdoekje of een zachte borstel.
1
Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.
2
Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.
12

De Bediening in essentie nl
7.4 Apparaat voor het eerste gebruik
kalibreren
De kooktemperatuur van het water is afhankelijk van de
luchtdruk. Bij de kalibratie stelt zich het apparaat in op
de drukomstandigheden van de locatie, op basis van de
hoogte boven het zeeniveau.
Verzoek in het display om te kalibreren
Als u het apparaat inschakelt, verschijnt een aanwijzing
op het display om het apparaat te kalibreren. U kunt de
aanwijzing sluiten en uw apparaat zoals gebruikelijk ge-
bruiken. Het verzoek verschijnt echter na elke keer in-
schakelen, totdat de kalibratie is afgerond.
Een verkeerde kalibratie heeft invloed op de stoomfunc-
tie.
Opmerking: Al naar gelang de softwareversie van uw
apparaat moet u deze functie eerst op uw apparaat
downloaden. Kijk in de HomeConnect app voor meer
informatie.
Of kalibreer uw apparaat handmatig, door het apparaat
met een leeg kookcompartiment 30 minuten te laten
stomen.
"Stoom", Pagina17
Apparaat automatisch kalibreren
De automatische kalibratie is nauwkeuriger dan de
handmatige. Het apparaat is 30 minuten lang met de
stoomfunctie in gebruik.
Opmerking: Open de apparaatdeur niet tijdens de kali-
bratie. Het kalibreren wordt afgebroken.
Vereisten
Het apparaat is gereinigd.
"Apparaat reinigen voordat u het voor de eerste
keer gebruikt", Pagina12
De binnenruimte is koud.
Accessoires zijn verwijderd.
1.
Het apparaat inschakelen.
2.
Kies in het verzoek dat op het display verschijnt de
automatische optie.
3.
Vul de watertank.
"Watertank vullen", Pagina17
4.
In werking stellen.
Het kalibreren start. Hierbij ontstaat veel stoom.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
5.
Laat het apparaat afkoelen en laat vervolgens de bo-
dem van de binnenruimte goed drogen.
6.
Het apparaat uitschakelen.
7.
Het apparaat drogen.
"Na elk gebruik met stoom", Pagina19
Apparaat handmatig kalibreren
U kunt de basisinstelling van de hoogte boven zeeni-
veau ook direct instellen.
1.
Het apparaat inschakelen.
2.
Kies in het verzoek dat op het display verschijnt de
automatische optie.
Op het display verschijnt de basisinstelling voor de
hoogte boven zeeniveau.
3.
Stel de hoogte boven zeeniveau in.
"Basisinstellingen", Pagina22
7.5 Apparaat voordat u het voor het eerst
gebruikt verwarmen
Verwarm het apparaat een keer, voordat u daarmee
voor de eerste keer gerechten bereidt.
Vereisten
Het apparaat is gereinigd.
"Apparaat reinigen voordat u het voor de eerste
keer gebruikt", Pagina12
Accessoires zijn verwijderd.
1.
Het apparaat inschakelen.
2.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode Heteluchtfunctie
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 1uur
"De Bediening in essentie", Pagina13
3.
In werking stellen.
Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.
4.
Schakel het apparaat na 1 uur uit.
5.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
De Bediening in essentie8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
Schakel het apparaat in met .
Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft.
Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat
het automatisch uit.
Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afge-
broken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indi-
catie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
13

nl De Bediening in essentie
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
Start de werking met .
Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
1.
Druk op om de werking te onderbreken.
2.
Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het
menu op het display.
1.
Om in de verschillende keuzemogelijkheden te blade-
ren, over het display vegen.
Om in het menu en andere instelmogelijkheden te
bladeren, naar rechts of links vegen.
Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of omhoog
vegen.
2.
Om een functie te kiezen, op de functie in het display
drukken.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke in-
stelwaarden of andere opties waaruit kan worden ge-
kozen.
3.
Om indien nodig een instelling terug te gaan, op
drukken.
4.
Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelring
gebruiken:
Over de instelring vegen, al naar gelang de ge-
wenste instelling rechts- of linksom.
Of op een bepaalde positie aan de instelring druk-
ken.
Of, zodra de instelring wordt bediend, op het sym-
bool drukken dat verschijnt en de waarde direct
via het numerieke veld invoeren.
5.
De instelling met bevestigen.
6.
Start de werking met .
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking: Uw instellingen kunt u als "Favorieten"
opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina21
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
2.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
3.
Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van de
verwarmingsmethode, op de instelstand.
4.
Stel de temperatuur in met de instelring.
5.
Druk in het display op om de ingestelde tempera-
tuur te bevestigen.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
–
"Snel voorverwarmen", Pagina15
–
"Tijdfuncties", Pagina15
–
"Stoom", Pagina17
6.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoe-
lang het programma al loopt.
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode
voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de ver-
warmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina8
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
Op drukken.
2.
Op drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te
allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de temperatuur drukken.
3.
De temperatuur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uit-
gevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschij-
nen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of
waarschuwing.
1.
Op "Info" drukken.
Informatie wordt gedurende enkele seconden weer-
gegeven.
2.
Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren, over
het display vegen.
3.
Indien gewenst de aanwijzing met verlaten.
8.8 Warmhouden gedurende een langere
periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhou-
den, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Ge-
bruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het ge-
bruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen.
Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat
verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het
apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur
pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
14

Snel voorverwarmen nl
1.
Basisinstellingen wijzigen.
"Basisinstellingen", Pagina22
De basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit" wijzi-
gen.
De basisinstelling "standby-indicatie" in "Aan" wijzi-
gen.
De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar
"Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het
gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd
uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur
van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik
is gereduceerd.
2.
Stel de gewenste functie in.
"Functie instellen", Pagina14
"Verwarmingsmethode en temperatuur instellen",
Pagina14
3.
Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur
in.
"Tijdsduur instellen", Pagina15
"Tijdfuncties", Pagina15
4.
Stel met "Eindtijd" het tijdstip in, waarop de werking
moet eindigen.
"Einde instellen", Pagina16
"Tijdfuncties", Pagina15
5.
Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het ap-
paraat begint te verwarmen.
6.
Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het ap-
paraat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
7.
Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de wer-
king is beëindigd. Na ca. 15tot 20minuten schakelt
het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstel-
lingen weer wijzigen.
Snel voorverwarmen9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij
ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmings-
duur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen
mogelijk:
4Dhetelucht
Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen,
plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in
de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempera-
tuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt
het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
Het symbool is rood verlicht.
3.
Start de werking met .
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt
er een signaal. Het symbool wisselt weer naar wit.
4.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
1.
Op het display op drukken.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
Het symbool wisselt weer naar wit.
Tijdfuncties10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop
de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onaf-
hankelijk van de werking worden ingesteld.
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na het
verstrijken van de tijdsduur automa-
tisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd instel-
len waarop de werking eindigt. Het ap-
paraat start automatisch zodat de wer-
king op het gewenste tijdstip klaar is.
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Hij beïnvloedt het ap-
paraat niet.
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24uur.
Vereiste: Een functie en een temperatuur of stand zijn
ingesteld.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende
tijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie
"m".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het dis-
play op drukken.
5.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
15

nl Tijdfuncties
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de voor-
ingestelde waarde.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
10.2 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet
zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt
u de tijd niet meer als de werking eenmaal is gestart.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn inge-
steld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Druk op "Eindtijd".
2.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minu-
tenindicatie drukken.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijd met de instelring verschuiven.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het display
op drukken.
5.
Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het ap-
paraat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af. Bij enkele verwar-
mingsmethoden, bijv. stomen, start de tijdsduur pas
na een opwarmtijd. De opwarmtijd hangt af van de
hoeveelheid en temperatuur van het levensmiddel. De
eindtijd schuift op naar een later tijdstip.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u
de ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de werking
gestart is en de tijdsduur afloopt.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
Einde annuleren
U kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met resetten.
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur
eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
10.3 Wekker instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen
signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur ein-
digt.
Vereiste: Druk eerst op het display als het apparaat is
uitgeschakeld. De toets is verlicht.
1.
Druk op .
2.
Druk om de timer in te stellen, op het display op de
betreffende tijdswaarde, bijv. minutendisplay "m" of
secondendisplay "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
Stel de timer in met de instelring.
Voor fijne instelwaarden, bijv. op de seconde nauw-
keurig, het betreffende gebied in de instelring
ca.1-2seconden ingedrukt houden. De fijnere in-
stelwaarden worden in punten weergegeven.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de timer te starten, op het display op drukken.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de
timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-
gen van de lopende werking op het display. De timer
wordt in de statusindicatie weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de timer
is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de ti-
mer met selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met de instelring wijzigen.
4.
Bevestig met .
16

Stoom nl
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de ti-
mer met selecteren.
2.
Druk op .
3.
De timer met resetten.
Stoom11 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voor-
zichtige manier. U kunt de stoomverwarmingsmethoden
gebruiken of de stoomondersteuning bij enkele verwar-
mingsmethoden inschakelen.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrij-
komen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet al-
tijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Voor elk gebruik met stoom
Zorg er voor elk gebruik met stoom voor dat het appa-
raat voldoende water heeft.
Watertank vullen
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen
dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explo-
sieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen.
Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten
treden.
Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhou-
dende dranken) in de watertank.
Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons
aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld.
1.
Druk op .
Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren
geschoven.
2.
Trek het bedieningspaneel met beide handen naar
voren en schuif het vervolgens naar boven, tot het
vergrendelt .
3.
De watertank uit de tankschacht trekken .
4.
Druk het deksel op de watertank langs de afdichting
aan zodat er geen water meer uit de watertank kan
lopen.
5.
Verwijder de afdekking van de watertank.
6.
Vul het water tot aan de markering "max" in de wa-
tertank.
7.
De afdekking weer in de opening op de watertank
plaatsen.
8.
Plaats de gevulde watertank in het apparaat . Let er
daarbij op dat de watertank achter de houders
vastklikt.
9.
Schuif het bedieningspaneel langzaam naar beneden,
en druk het vervolgens naar achteren, totdat het be-
dieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Instelmogelijkheden met stoom
U kunt op verschillende manieren uw gerechten met
stoom bereiden.
Stoommethoden
U kunt verschillende stoommethoden gebruiken, waarbij
de hete stoom gerechten bijzonder voorzichtig bereidt.
LET OP
Bij gebruik met de stoommethoden ontstaat veel water-
damp. Condens, dat zich in de lekgoot onder de bin-
17

nl Stoom
nenruimte verzamelt, kan overstromen en aangrenzende
meubels beschadigen.
Open tijdens het gebruik de apparaatdeur niet of zo
weinig mogelijk.
Stomen
Tijdens de bereiding met stoom worden de gerechten
omsloten door hete waterdamp, zodat de voedingsstof-
fen in de levensmiddelen behouden blijven. De vorm, de
kleur en het typische aroma van de gerechten blijven bij
deze bereidingsmethode intact.
Bij ingestelde temperaturen tussen 105°C en 120°C
wordt de bereidingstijd gereduceerd. Zo blijven bij het
stomen nog meer voedingsstoffen en vitamines behou-
den.
Regenereren
Met regenereren warmt u gerechten die al gaar zijn
behoedzaam op of bakt u brood van de vorige dag
weer op.
Deeg laten rijzen
Met de stoommethode deeg laten rijzen rijst het deeg
duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt
niet uit.
Ontdooien
Met ontdooien ontdooit u diepvriesproducten voor-
zichtig.
Toevoer van stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met ver-
schillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Het
gerecht krijgt een knapperige korst en een glanzend op-
pervlak. Vlees wordt van binnen zacht en mals en ver-
liest slechts weinig volume.
U kunt stomen met de volgende functies combineren:
Verwarmingsmethoden
Pagina14
– 4Dhetelucht
– Boven- en onderwarmte
– Circulatiegrillen
– Warmhouden
"Gerechten", Pagina20
Stoomstoot
Met de stoomstoot kunt u af en toe gericht intensieve
stoom toevoeren. Vooral brood en broodjes rijzen mooi,
worden knapperig en krijgen een mooie kleur.
Het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in
de binnenruimte. Al naar gelang de functie kunt u de
stoomstoot meerdere malen activeren.
U kunt de stoomstoot bij de volgende functies toevoe-
gen:
Verwarmingsmethoden
Pagina14
– 4Dhetelucht
– Boven- en onderwarmte
– Circulatiegrillen
Opmerking: Gebruik de stoomstoot alleen bij binnen-
ruimtetemperaturen boven de 120°C.
11.3 Verwarmingsmethode met stoom
instellen
Opmerking
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden met
stoom in acht:
"Stoommethoden", Pagina17
Vereiste: De watertank is gevuld. Als de watertank tij-
dens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een
aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
"Watertank vullen", Pagina17
1.
Druk in het menu op "Stoom".
2.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode met
stoom.
3.
Op de temperatuur in °C drukken.
4.
Stel de temperatuur in met de instelring.
5.
Druk in het display op om de ingestelde tempera-
tuur te bevestigen.
6.
Druk op "Tijdsduur".
Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een
tijdsduur nodig.
7.
Om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen, op de be-
treffende tijdswaarde drukken, bijv. uurindicatie"h" of
minutenindicatie "m".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
8.
Stel de tijdsduur in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
9.
Druk om de ingestelde tijdsduur te bevestigen op
in het display.
10.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af. Bij enkele verwarmingsmethoden, bijv. sto-
men, start de tijdsduur pas na een opwarmtijd. De
opwarmtijd hangt af van de hoeveelheid en tempera-
tuur van het levensmiddel.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
11.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
12.
Leeg de watertank en droog de binnenruimte.
"Na elk gebruik met stoom", Pagina19
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
Op drukken.
2.
Op drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te
allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de temperatuur drukken.
3.
De temperatuur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
18

Stoom nl
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
11.4 Stoomtoevoer instellen
Vereisten
Let op de informatie bij de betreffende functie.
"Instelmogelijkheden met stoom", Pagina17
De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het
bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwij-
zing. De werking wordt zonder gebruik van stoom
voortgezet.
"Watertank vullen", Pagina17
1.
In het menu op de gewenste functie drukken.
2.
De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwar-
mingsmethode en temperatuur.
3.
Op "Toevoer van stoom" drukken.
4.
De stoomstand met de instelring instellen.
Stoomstand Toevoer van stoom
1 gering
2 gemiddeld
3 sterk
5.
Om de ingestelde stoomstand te bevestigen, op het
display op drukken.
6.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoe-
lang het programma al loopt.
7.
Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht
klaar is.
8.
Leeg de watertank en droog de binnenruimte.
"Na elk gebruik met stoom", Pagina19
Stoomtoevoer wijzigen
U kunt de stoomfunctie altijd wijzigen of deactiveren.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de stoomtoevoer drukken.
3.
De stoomtoevoer met de instelring wijzigen of deacti-
veren.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
11.5 Stoomstoot instellen
Vereisten
Let op de informatie bij de betreffende functie.
"Instelmogelijkheden met stoom", Pagina17
De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het
bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwij-
zing. De werking wordt onderbroken.
"Watertank vullen", Pagina17
1.
In het menu op de gewenste functie drukken.
2.
De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwar-
mingsmethode en temperatuur.
3.
Start de werking met .
4.
Op het gewenste tijdstip op het display op drukken.
Gebruik de stoomstoot pas wanneer het apparaat vol-
ledig is opgewarmd.
5.
Druk op "Stoomstoot".
Het symbool licht rood op en het apparaat warmt
het water op.
6.
Druk opnieuw op "Stoomstoot" wanneer het water
is opgewarmd.
Opmerking: Wanneer het snel voorverwarmen is
geactiveerd, kan de stoomstoot pas worden gegeven
wanneer het snel voorverwarmen is afgerond.
De stoomstoot begint en het apparaat geeft ca. 3 tot
5 minuten stoompulsen in de binnenruimte.
Wanneer de stoomstoot is afgerond, wordt de wer-
king voortgezet. Al naar gelang de functie kan de
stoomstoot indien gewenst opnieuw worden gestart.
7.
Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht
klaar is.
8.
Leeg de watertank en droog de binnenruimte.
"Na elk gebruik met stoom", Pagina19
Stoomstoot annuleren
U kunt de stoomstoot op elk moment annuleren.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op "Stoomstoot" drukken.
Het symbool wisselt weer naar wit.
De werking wordt zonder stoomstoot voortgezet.
11.6 Na elk gebruik met stoom
Droog het apparaat na elk gebruik met stoom.
Opmerking: Na het gebruik met stoom kunnen kalkspo-
ren in de binnenruimte achterblijven. De werking van het
apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de kalk-
sporen met warm water of een in azijn gedrenkte doek
verwijderen. Neem de informatie over de reiniging in
acht.
"Reiniging en onderhoud", Pagina26
Watertank legen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte
leidt tot beschadiging van de watertank.
De watertank niet drogen in de hete binnenruimte.
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd
veroorzaakt dit schade.
De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
Reinig de watertank met een zachte doek en een in
de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
1.
Open het bedieningspaneel met .
2.
Haal de watertank uit het apparaat.
3.
Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
4.
De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en
met schoon water grondig uitspoelen.
5.
Droog alle onderdelen met een zachte doek.
6.
Wrijf de afdichting van het deksel droog.
7.
Laat de watertank drogen met geopend deksel.
19

nl Gerechten
8.
Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
9.
Zet de watertank in het apparaat en sluit het bedie-
ningspaneel.
Condensopvangbak drogen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
1.
Open de apparaatdeur.
2.
Opmerking: De condensopvangbak bevindt zich
onder de binnenruimte.
3.
Zuig het water in de condensbak op met een thee-
doek en maak de bak voorzichtig droog.
Opmerking: Om de condensopvangbak te reinigen,
kunt u de condensopvangbak uitbouwen.
"Condenswaterreservoir demonteren", Pagina30
Binnenruimte drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik met stoom.
Droog de binnenruimte handmatig of gebruik de
droogfunctie.
"Drogen", Pagina29
Gerechten12 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de
bereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-
matisch de optimale instellingen.
12.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en
de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-
miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de
bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
licht gekleurd, glanzend aluminium
niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
12.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het ap-
paraat, al naar gelang het gerecht, verschillende instel-
lingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde
instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op
het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van
de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik
verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.
Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebrui-
ken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit ge-
recht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op "Info" om informatie op te roepen. Sommige
aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u
tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid in-
stellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik
instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht
van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode
vast vooringesteld.
De vooringestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u
aanpassen.
Gerechten met stoom
Bij enkele gerechten kunt u een bereidingsmethode met
stoom kiezen. De gerechten worden voorzichtig be-
reid.
Neem de informatie over het gebruik met stoom in acht.
"Stoom", Pagina17
12.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u op
het apparaat wanneer u de functie oproept. De selectie
20

Favorieten nl
van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van uw
apparaat.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergege-
ven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstellingen", Pagina22
Categorie Gerechten
Gebak Gebak in vormen
Gebak op de bakplaat
Klein gebak
Koekjes
Brood,
broodjes
Brood
Broodjes
Pizza, hartig
gebak
Pizza
Hartig gebak, quiche
Ovenscho-
tels, soufflés
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingre-
diënten
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten,
4cm hoog
Lasagne, vers
Lasagne, gekoeld
Ovenschotel, zoet, vers
Fruitcrumble
Soufflé in portievormen
Yorkshire Pudding
Gevogelte Kip
Eend, gans
Kalkoen
Vlees Varkensvlees
Rundvlees
Kalfsvlees
Lamsvlees
Wildbraad
Vleesgerechten
Vis Vis, heel
Visfilet
Vis karbonade
Visgerechten
Zeevruchten
Diepvries-
producten
Pizza
Ovenschotels
Aardappelproducten
Groente
Vlees, gevogelte
Broodjes
Bijgerech-
ten, groente
Aardappelen
Rijst
Granen
Groente
Peulvruchten
Pasta, balletjes
Categorie Gerechten
Eieren
Desserts,
compote
Gistknoedels
Crème karamel
Rijstepap
Vruchtencompote
Yoghurt in potten
Inmaken, uit-
persen, ont-
smetten
Inmaken
Uitpersen
Flesjes ontsmetten
Regenere-
ren, opbak-
ken
Gebak
Bijgerechten
Groente
Menu
Etenswaar
ontdooien
Fruit, groente
12.4 Gerecht instellen
1.
Druk in het menu op "Gerechten".
2.
Druk op de gewenste categorie.
3.
Druk op het gewenste voedsel.
4.
Druk op het gewenste gerecht.
Tip: Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursberei-
dingsmethode kiezen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina20
Op het display verschijnen de instellingen bij het ge-
recht.
5.
Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde
instellingen aanpassen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina20
6.
Druk op "Info" voor informatie over bijvoorbeeld ac-
cessoires en inschuifhoogte.
7.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het appa-
raat warmt niet meer op.
8.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
12.5 Automatische uitschakelfunctie
De automatische uitschakelfunctie bij de gerechten
zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en braden.
Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het appa-
raat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken
uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is
beëindigd.
Favorieten13 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en op-
nieuw gebruiken.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype/software-
versie moet u deze functie eerst op uw apparaat down-
loaden. Kijk in de HomeConnect app voor meer infor-
matie.
21

nl Kinderslot
13.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 30 verschillende functies als uw favorieten
opslaan.
Als u een functie instelt, aan het einde van de keuze-
lijst op "Als favorieten opslaan" drukken.
Om een favoriet te hernoemen, moet u de HomeCon-
nect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is,
volg dan de aanwijzingen in de app.
13.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u de-
ze voor het instellen van de werking kiezen.
1.
In het menu op "Favorieten" drukken.
Of direct met de toets de favorieten selecteren.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Indien gewenst kunt u de instellingen wijzigen.
4.
Start de werking met .
Het display geeft de instelwaarden weer.
Opmerking
Let op de informatie bij de verschillende functies:
"Stoom", Pagina17
13.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorte-
ren, of verwijderen.
1.
Om de favorieten te sorteren of te hernoemen, moet
u de HomeConnect app gebruiken. Als uw apparaat
verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
2.
Om de instelwaarden aan het apparaat te wijzigen, in
het menu op "Favorieten" drukken.
Of direct met de toets de favorieten selecteren.
3.
Druk op de gewenste favorieten.
4.
Aan het einde van de keuzelijst op "Favoriet bewer-
ken" drukken.
5.
De instelwaarden wijzigen.
6.
De wijziging bevestigen.
Favorieten verwijderen
1.
Om een favoriet te verwijderen, in het menu op "Favo-
rieten" drukken.
Of direct met de toets de favorieten selecteren.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Aan het einde van de keuzelijst op "Favoriet wis-
sen" drukken.
4.
Bevestig het verwijderen.
Kinderslot14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in- of
uitgeschakeld is.
Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kin-
derslot te activeren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met worden uitgeschakeld.
Als het apparaat is ingeschakeld, brandt . Wanneer
het apparaat uitgeschakeld is, is niet verlicht.
14.2 Kinderslot deactiveren
U kunt het kinderslot op elk gewenst moment deactive-
ren.
1.
Op een willekeurige plaats op het display drukken.
2.
Om het kinderslot te deactiveren:
De aanwijzing in het display opvolgen, zodat de
ring zich volledig wordt gevuld.
Of ca.4seconden lang ingedrukt houden.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
Basisinstellingen15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw
wensen instellen.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen
krijgt u op het display met "Info".
Basisinstellin-
gen
Keuze
Taal Zie de keuze op het apparaat.
Basisinstellin-
gen
Keuze
HomeConnect De oven met een mobiel eindapparaat
verbinden en op afstand besturen.
"HomeConnect ", Pagina24
Tijd Tijd in het 24h-formaat.
Display Keuze
Helderheid Standen 1, 2, 3, 4 en 5
1
Standby-indica-
tie
Aan, qua tijd gelimiteerd
Aan (deze instelling verhoogt het
energieverbruik)
Uit
1
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
22

Basisinstellingen nl
Display Keuze
Tijd Digitaal
1
Analoog
Afstelling Display horizontaal en verticaal stel-
len.
Geluid Keuze
Sensortoets-
toon
Aan
1
Uit
Geluidssignaal Zeer korte tijdsduur (eenmaal)
Korte tijdsduur (ca.5seconden)
Middellange tijdsduur
(ca.10seconden)
1
Lange tijdsduur (ca. 30 seconden)
Apparaatin-
stellingen
Keuze
Nalooptijd ven-
tilator
Minimaal
Aanbevolen
1
Lang
Zeer lang
Telescoopsys-
teem
Niet achteraf aangebracht (bij rekjes
en 1-voudig uittreksysteem)
1
Achteraf aangebracht (bij 2‑ en
3‑voudig uittreksysteem)
Verlichting Bij het bereiden en bij het openen
van de deur
1
Alleen bij het openen van de deur
Altijd uit
Waterhardheid 4 (zeer hard)
1
3 (hard)
2 (gemiddeld)
1 (zacht)
0 (onthard)
Hoogte boven
zeeniveau
Wanneer de kalibratie automatisch
plaatsvindt, dan verdwijnt deze basisin-
stelling.
"Apparaat voor het eerste gebruik
kalibreren", Pagina13
0 m - 300 m
300 m - 600 m
600 m - 900 m
900 m - 1200 m
1200 m - 1500 m
1500 m - 1800 m
1800 m - 2100 m
Hoogte boven zeeniveau onbekend
1
(Kalibratie noodzakelijk)
Personalise-
ring
Keuze
Merklogo Displays
1
Niet weergeven
Werking na in-
schakelen
Hoofdmenu
1
Verwarmingsmethoden
Stoom
Gerechten
Favorieten
Personalise-
ring
Keuze
Verstreken be-
reidingstijd
Niet weergeven
Displays
1
Regionale ge-
rechten
Alle
1
Europese gerechten
Gerechten volgens Britse wijze
Gerechten Alle
1
Geen varkensvlees
Alleen koosjer
Kinderslot Beschikbaar
1
Gedeactiveerd
Automatisch
snel voorver-
warmen
Uit
Aan
1
Fabrieksinstel-
lingen
Keuze
Fabrieksinstel-
lingen
Terugzetten
Info Indicatie
Apparaatinfor-
matie
Technische informatie over het appa-
raat weergeven.
15.2 Basisinstellingen wijzigen
1.
In het menu op "Basisinstellingen" drukken.
2.
Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
3.
Druk op de gewenste basisinstelling.
4.
Druk op de gewenste keuze voor de basisinstelling.
De wijziging wordt bij de meeste basisinstellingen di-
rect overgenomen.
5.
Om nog meer basisinstellingen te wijzigen, met te-
ruggaan en een andere basisinstelling kiezen.
6.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
De wijzigingen zijn opgeslagen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
15.3 Tijd instellen
1.
Druk in het menu op "Basisinstellingen".
2.
Druk op "Tijd".
3.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minu-
tenindicatie drukken.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
4.
De tijd met de instelring instellen.
De minuten tellen in stappen van 5 minuten. Om
op de minuut nauwkeurig in te stellen, het betref-
fende gebied in de instelring ca. 1-2 seconden in-
gedrukt houden. De minuten worden in punten
weergegeven. De minuten met de instelring instel-
len.
5.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
De tijd is opgeslagen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
23

nl HomeConnect
HomeConnect 16 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw ap-
paraat met een mobiel eindapparaat om functies te kun-
nen bedienen via de HomeConnect app, basisinstellin-
gen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te
bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land beschik-
baar. De beschikbaarheid van de functie HomeConnect
is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Ho-
meConnect diensten in uw land. Informatie hierover
vindt u op:
www.home-connect.com
.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeConnect
app om de instellingen aan te brengen.
Tip: Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiks-
aanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nage-
leefd wanneer u het apparaat via de HomeConnect
app bedient.
"Veiligheid", Pagina2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
16.1 HomeConnect app instellen
1.
Installeer de HomeConnect app op het mobiele eind-
apparaat.
2.
De HomeConnect app starten en de toegang voor
HomeConnect instellen.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aan-
meldingsproces.
16.2 HomeConnect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en in-
geschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een ac-
tuele versie van het iOS- of Android-besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ont-
vangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de HomeConnect app instal-
leren en uw apparaat verbinden.
2.
De aanwijzingen van de HomeConnect app opvol-
gen.
16.3 HomeConnect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of HomeConnect geconfigureerd is en of het apparaat met het
thuisnetwerk is verbonden.
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Home Connect Assis-
tent
Assistent starten
Verbinding verbreken
Via de Home Connect Assistent kunt u uw apparaat verbinden
met de Home Connect app.
Opmerking: Wanneer u de Home Connect Assistent voor de
eerste keer gebruikt, dan is alleen de instelling "Assistent star-
ten" beschikbaar.
WiFi Aan
Uit
Met WiFi kunt u de netwerkverbinding van uw apparaat uitscha-
kelen. Wanneer u eenmaal succesvol bent verbonden, dan kunt
u WiFi deactiveren en verliest u niet uw gedetailleerde gege-
vens. Zodra u WiFi opnieuw activeert, dan maakt uw apparaat
automatisch verbinding.
Opmerking: Bij netwerkgebonden standby verbruikt het appa-
raat maximaal 2Watt.
Status afstandsbedie-
ning
Bewaking
Handmatige start op af-
stand
Permanente start op af-
stand
Bij bewaking kunt u alleen de bedrijfstoestand van het apparaat
in de app weergegeven.
Wanneer u omschakelt van bewaking of permanente start op af-
stand naar handmatige start op afstand, dan moet u de start op
afstand elke keer activeren. U kunt de deur van het apparaat
binnen 15 minuten openen, nadat u het starten op afstand heeft
geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor niet gedeac-
tiveerd. Na het verstrijken van de 15minuten wordt met het
24

HomeConnect nl
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
openen van de apparaatdeur de handmatige start op afstand
gedeactiveerd.
Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op af-
stand starten en bedienen. Wanneer u het apparaat vaak op af-
stand bedient, dan is het zinvol om Starten op afstand op per-
manent in te stellen.
16.4 Apparaat met HomeConnect app
bedienen
Met de HomeConnect app kunt u het apparaat op af-
stand instellen en starten.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen
kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruim-
te.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het appa-
raat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stop-
contact worden gehaald en moet de deur gesloten
worden gehouden om eventueel optredende vlam-
men te doven.
Vereisten
Het apparaat is uitgeschakeld.
Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Ho-
meConnect app verbonden.
Om het apparaat via de app te kunnen instellen, moet
de handmatige of permanente start op afstand in de
basisinstelling Afstandsbedieningsniveau zijn geselec-
teerd.
1.
Druk op om de handmatige start op afstand te acti-
veren.
De bevestiging op de bakoven is uitsluitend nodig,
wanneer u van bewaking of permanenten start op af-
stand overschakelt naar handmatige start op afstand.
Bij permanente start op afstand is geen bevestiging
op de bakoven noodzakelijk.
2.
Een instelling in de HomeConnect app invoeren en
naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat
start, wordt Starten op afstand automatisch geacti-
veerd. U kunt de instellingen via de HomeConnect
app wijzigen of een nieuw programma starten.
U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minu-
ten openen, nadat u het starten op afstand heeft
geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor
niet gedeactiveerd. Na het verstrijken van de 15mi-
nuten wordt met het openen van de apparaatdeur
de handmatige start op afstand gedeactiveerd.
16.5 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhel-
pen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates als-
mede voor extra functies en diensten. Hierdoor kunnen
weergaven alsmede de bediening in het display enigs-
zins wijzigen.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde HomeCon-
nectgebruiker bent, de app op uw mobiele eindappa-
raat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Ho-
meConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk
(WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie
wordt u via de HomeConnectapp geïnformeerd.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
– In de eerste stap van de download.
– In de tweede stap de installatie op uw apparaat.
Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blij-
ven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instel-
lingen in de app kunnen software-updates ook auto-
matisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de instal-
latie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
16.6 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website:
www.home-connect.com
.
16.7 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt ver-
bonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aan-
gesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën
door aan de HomeConnect server (eerste registratie):
Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande
uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de inge-
bouwde WiFicommunicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodu-
le (voor de informatietechnische beveiliging van de
verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huis-
houdapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie
dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u
voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
25

nl Reiniging en onderhoud
Opmerking: Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
Reiniging en onderhoud17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigings-
middelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroor-
zaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de opper-
vlakken van het apparaat.
Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmidde-
len.
Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de
warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-
ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Verschillende reinigingsmiddelen met elkaar gemengd
kunnen chemisch reageren.
Geen reinigingsmiddelen mengen.
Verwijder resten van reinigingsmiddelen volledig.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit
kan oppervlakken beschadigen.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwas-
sen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
"Apparaat schoonmaken", Pagina27
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS Warm zeepsop
Speciale RVS-onder-
houdsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of gelak-
te oppervlakken
Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwij-
deren.
Glas Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
Warm zeepsop
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
"Apparaatdeur", Pagina30
Deurafscherming Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
"Apparaatdeur", Pagina30
26

Reiniging en onderhoud nl
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Roestvaststalen
binnenlijst van de
deur
RVS-reiniger Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor
roestvaststaal.
Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken.
Deurgreep Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwij-
deren.
Deurafdichting Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
Warm zeepsop
Azijnwater
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
Opmerkingen
Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt
niet beïnvloed.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende op-
pervlakken
- Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte regenereren",
Pagina28
Rekjes Warm zeepsop
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen.
"Rekjes", Pagina33
Toebehoren Warm zeepsop
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.
Gebruik op stoompannen van RVS geen RVS-sponsjes.
Verontreinigingen op stoompannen vormen door levensmiddelen die
zetmeel bevatten (bijv. rijst) verwijderen met azijnwater.
Watertank Warm zeepsop Om na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met
schoon water grondig naspoelen.
Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geo-
pend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
17.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen
het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met ge-
schikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onder-
delen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmings-
elementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken van
grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
"Reinigingsmiddelen", Pagina26
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve rei-
nigingsmiddelen gebruiken.
27

nl Reinigingsondersteuning
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina26
2.
Drogen met een zachte doek.
Zelfreinigende oppervlakken in de
binnenruimte regenereren
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje
poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken spetters van het bakken, braden of
grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende
oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoen-
de reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct af-
deppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
"Rekjes", Pagina33
3.
Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte
doek verwijderen:
– van de gladde emaille oppervlakken
– van de apparaatdeur binnen
– van de glazen afdekplaat van de ovenlamp
Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
5.
Verwarmingsmethode 4D-hete lucht instellen.
6.
Maximale temperatuur instellen.
7.
In werking stellen.
8.
Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
9.
Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de binnen-
ruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kun-
nen vlekken ontstaan. Resten van suikers en eiwitten
in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven
hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken
zijn resten van zouthoudende levensmiddelen, de
vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk
voor de gezondheid. De vlekken hebben geen in-
vloed op het reinigende vermogen van de zelfreini-
gende oppervlakken.
10.
De rekjes inhangen.
"Rekjes", Pagina33
Reinigingsondersteuning18 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief
voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De
reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door
het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kun-
nen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
18.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp
ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsondersteuning.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
LET OP‒Gebruik van gedestilleerd water in de bin-
nenruimte leidt tot corrosie.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen en
in het midden op de bodem van de binnenruimte gie-
ten.
3.
In het menu op "Reiniging" drukken.
4.
Op "Reinigingsondersteuning" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
5.
Op drukken.
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
noodzakelijke voorbereidingen voor de reinigingson-
dersteuning.
6.
De aanwijzing bevestigen.
De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur loopt
af.
Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigd,
klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een
aanwijzing dat de werking is beëindigd.
7.
Schakel het apparaat uit met .
8.
.
"Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reini-
gen", Pagina28
18.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitve-
gen en volledig laten drogen.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
3.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwij-
der hardnekkige resten met een schuursponsje van
roestvrij staal.
4.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek
en daarna met schoon water afnemen.
5.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
6.
Om de binnenruimte volledig te laten drogen, de ap-
paraatdeur ca.1uur open laten of de droogfunctie
gebruiken.
"Drogen instellen", Pagina29
28

Ontkalken nl
Ontkalken19 Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelma-
tig te ontkalken .
Hoe vaak het ontkalkt moet worden is afhankelijk van
de keren dat er stoom is gebruikt en van de waterhard-
heid. Zodra de stoomfunctie nog 5 of minder keer kan
worden gebruikt, wordt dit op het apparaat aangegeven.
Als u het ontkalken niet uitvoert, kunt u geen werking
met stoom meer instellen.
Het ontkalken bestaat uit meerdere stappen en duurt
ca.70-95minuten:
Ontkalken (ca.55-70minuten)
Eerste spoelcyclus (ca. 8 -12minuten)
Tweede spoelcyclus (ca. 8-12minuten)
Vanwege hygiënische redenen moet u het ontkalken vol-
ledig uitvoeren.
Als het ontkalken wordt onderbroken, kunt u geen wer-
king meer instellen. Voer 2 spoelcycli uit om ervoor te
zorgen dat het apparaat weer klaar is voor gebruik.
19.1 Ontkalken voorbereiden
LET OP
De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd
op het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmid-
del. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan
het apparaat veroorzaken.
Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons
aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel
of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken
deze beschadigd.
Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
1.
De ontkalkingsoplossing mengen:
200ml vloeibaar ontkalkingsmiddel
400ml water
2.
Open het bedieningspaneel.
3.
Verwijder de watertank en vul deze met de ontkal-
kingsoplossing.
4.
Schuif de met ontkalkingsoplossing gevulde water-
tank in het apparaat.
5.
Sluit het bedieningspaneel.
19.2 Ontkalken instellen
Vereiste:
"Ontkalken voorbereiden", Pagina29
1.
Druk in het menu op "Reiniging".
2.
Op "Ontkalken" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Druk op .
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het ontkalken.
4.
De aanwijzing bevestigen.
Het ontkalken start en de tijdsduur loopt af.
Als het eerste deel van het ontkalken is beëindigd,
weerklinkt een signaal. Het apparaat vraagt u 2 keer
te spoelen.
5.
Om het apparaat te spoelen, voor elke spoelcyclus:
Het bedieningspaneel openen en de watertank ver-
wijderen.
De watertank grondig spoelen en met water vullen.
De watertank inzetten en het bedieningspaneel slui-
ten.
Wanneer er een spoelcyclus beëindigd is, klinkt er
een signaal.
6.
Als de tweede spoelcyclus is beëindigd:
De watertank leegmaken en drogen.
"Watertank legen", Pagina19
Schakel het apparaat uit met .
Drogen20 Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, droogt u
de binnenruimte na het gebruik met stoom en na de rei-
nigingsondersteuning.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
20.1 Binnenruimte drogen
U kunt de binnenruimte laten drogen of de functie dro-
gen gebruiken.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
3.
Water in de binnenruimte opvegen.
4.
Droog de binnenruimte.
Laat om de binnenruimte te drogen de deur van
het apparaat 1 uur open staan.
Om de functie drogen te gebruiken, "Droogfunctie"
instellen.
"Drogen instellen", Pagina29
Drogen instellen
Vereiste:
"Binnenruimte drogen", Pagina29
1.
In het menu op "Reiniging" drukken.
2.
Op "Droogfunctie" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Op drukken.
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het drogen.
4.
De aanwijzing bevestigen.
Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
Als het drogen beëindigd is, klinkt er een signaal. Op
het display verschijnt een aanwijzing dat de werking
is beëindigd.
5.
Schakel het apparaat uit met .
6.
Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van
het apparaat 1 tot 2minuten geopend laten.
29

nl Apparaatdeur
Apparaatdeur21 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
Opmerking: De condensbak zonder druk uit te oefenen
uitvegen.
21.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier
opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is beveiligd
en kan niet dichtklappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is bevei-
ligd en kan niet worden
verwijderd.
De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De ap-
paraatdeur met beide handen links en rechts vastpak-
ken en er naar boven uit trekken .
4.
De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke onder-
grond leggen.
Condenswaterreservoir demonteren
Opmerkingen
Het condenswaterreservoir telkens na het stomen of
voor elke demontage uitvegen.
Condenswaterreservoir niet in de vaatwasmachine rei-
nigen
Vereiste: De deur van het apparaat moet gedemonteerd
zijn.
1.
Op het linker drukvlak drukken tot de haak los-
klikt.
2.
Op het rechter drukvlak drukken tot de haak los-
klikt.
3.
Het condenswaterreservoir naar voren kantelen tot de
onderste bevestigingshaken loskomen.
4.
Het condenswaterreservoir met beide handen
schuin naar boven uittrekken .
30

Apparaatdeur nl
Condenswaterreservoir inbouwen
1.
Het condenswaterreservoir met beide handen
schuin plaatsen .
2.
De haken van het condenswaterreservoir links en
rechts in de spleet vastklikken .
3.
Het condenswaterreservoir aandrukken tot de haken
rechts, links en onderaan vastklikken.
Het condenswaterreservoir is horizontaal ingebouwd.
21.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dicht-
geklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaat-
deur helemaal opengeklapt.
1.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven . De deur van het apparaat tot aan de aan-
slag schuiven.
2.
De apparaatdeur helemaal openen.
3.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen .
De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
4.
Sluit de apparaatdeur.
21.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De vastzethendel op het linker en rechter scharnier
opklappen .
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn
beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten .
4.
De deurafscherming links en rechts van buiten druk-
ken , tot deze losklikt.
5.
De deurafscherming verwijderen .
31

nl Apparaatdeur
6.
De binnenruit er uit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
7.
De tussenruit er uit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
8.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting verwij-
deren.
9.
Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen
verwijderen.
De apparaatdeur openen.
De condensstrip naar boven klappen en er uit trek-
ken.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
Reinig de condensstrip met een doek en heet zeep-
sop.
12.
De apparaatdeur reinigen.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina26
13.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
"Deurruiten inbouwen", Pagina32
21.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De condensstrip loodrecht in de houder plaatsen
en naar onderen draaien.
3.
De tussenruit in de linker en rechter houder schui-
ven.
4.
De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de linker
en rechter houder zit.
32

Rekjes nl
5.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting inhan-
gen.
6.
Opmerking: Let er bij het inschuiven van de ruit op
dat de glanzende zijde van de ruit buiten is gericht en
de uitsparing links en rechts boven is.
7.
De binnenruit in de linker houder schuiven.
8.
De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de lin-
ker en rechter houder zit.
9.
De deurafscherming aanbrengen en aandrukken,
tot deze hoorbaar vastklikt.
10.
De apparaatdeur helemaal openen.
11.
De vastzethendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen .
De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur
is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
12.
De apparaatdeur sluiten.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Rekjes22 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen of
om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden ver-
wijderd.
22.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen en losma-
ken .
2.
Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
3.
Het rekje reinigen.
"Reinigingsmiddelen", Pagina26
22.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
De rekjes passen alleen links of rechts.
33

nl Storingen verhelpen
Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen
aan de voorkant zitten.
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken .
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen .
Storingen verhelpen23 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser-
vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina36
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden
vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant
of de klantenservice.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
23.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door
de zekering uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
"Basisinstellingen", Pagina22
Op het display verschijnt "Spra-
che Deutsch".
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
"Eerste keer in gebruik nemen", Pagina12
Werking start niet of wordt onder-
broken.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen.
"Informatie weergeven", Pagina14
Storing
Neem contact op met de .
"Servicedienst", Pagina36
34

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Het apparaat warmt niet op. Demonstratiemodus is ingeschakeld.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast
uit en opnieuw in te schakelen.
2.
Schakel de demonstratiemodus binnen ca. 5minuten in de basisinstellingen
uit.
"Basisinstellingen wijzigen", Pagina23
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer.
Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik.
Als het apparaat uitgeschakeld is,
verschijnt de actuele tijd niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie.
"Basisinstellingen", Pagina22
HomeConnect functioneert niet
correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Ga naar
www.home-connect.com
.
Bedieningspaneel kan niet wor-
den geopend.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
Storing
1.
Neem contact op met de klantenservice.
"Servicedienst", Pagina36
2.
Als er water in de watertank is, leeg dan de watertank:
Apparaatdeur openen.
Rechts en links onder het afschermstuk grijpen.
Afschermstuk er langzaam uittrekken en naar boven schuiven.
Heel sterke stoomontwikkeling bij
het stomen.
Apparaat wordt automatisch gekalibreerd.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat kan bij te korte bereidingstijden niet automatisch worden gekalibreerd.
Als er meermaals heel veel damp ontstaat, kalibreer het apparaat dan opnieuw.
1.
Zet het apparaat terug naar de fabrieksinstelling.
"Basisinstellingen", Pagina22
2.
Herhaal de kalibratie.
"Voor het eerste gebruik", Pagina12
Er verschijnt een melding om te
ontkalken, zonder dat eerst de
teller wordt weergegeven.
Ingestelde waterhardheid is te laag.
1.
Ontkalk het apparaat.
"Ontkalken", Pagina29
2.
Controleer de waterhardheid en stel deze in de basisinstellingen in.
"Basisinstellingen", Pagina22
Er verschijnt een melding om te
spoelen.
Tijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitge-
schakeld.
Spoel het apparaat.
"Ontkalken", Pagina29
Op het display verschijnt "Water-
tank vullen", hoewel de watertank
gevuld is.
Watertank is niet vergrendeld.
Plaats de watertank correct, zodat hij in de houder vastklikt.
"Watertank vullen", Pagina17
Watertank is gevallen. Door schokken zijn onderdelen in de watertank losgeko-
men. De watertank wordt lek.
Bestel een nieuwe watertank.
"Servicedienst", Pagina36
Storing
Gebruik geen gedemineraliseerd of gefilterd water.
"Bepaal vóór het eerste gebruik de waterhardheid", Pagina12
Sensor is defect.
Neem contact op met de .
"Servicedienst", Pagina36
Toetsen knipperen. Er is condenswater ontstaan achter het bedieningspaneel.
Geen handeling vereist. Zodra het condenswater verdampt is, knipperen de toet-
sen niet meer.
35

nl Afvoeren
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er klinken plop-geluiden bij de
bereiding met stoom.
Koud/warm-effect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdamp.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Het apparaat bromt tijdens het
gebruik en na het uitschakelen.
Functiecontrole van de pomp veroorzaakt geluid tijdens het gebruik.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Verlichting van de binnenruimte
werkt niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling naar verlichting.
"Basisinstellingen", Pagina22
LED-lampje is defect.
Neem contact op met de .
"Servicedienst", Pagina36
Maximale gebruiksduur bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na
meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd
zijn. Er verschijnt een aanwijzing op het display.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de
functie-instellingen.
1.
Om de werking voort te zeggen, schakelt u het apparaat uit met en weer
aan. De werking opnieuw instellen en starten.
2.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met uit.
Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijds-
duur instellen.
"Tijdfuncties", Pagina15
Foutcode bestaande uit letters en
cijfers verschijnt op het display,
bijv. E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit en weer in.
Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
2.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice.
Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
"Servicedienst", Pagina36
Bereidingsresultaat is niet bevre-
digend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept-, hoeveelheid- en le-
vensmiddel-afhankelijk.
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
Tip: Veel overige informatie over de bereiding en de passende instelwaarden
en recepten vindt u in de HomeConnect app of op onze homepage
www.bosch-home.com
.
Afvoeren24 Afvoeren
24.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoerme-
thoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeen-
stemming met de Europese richtlijn
2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur
(waste electrical and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de
in de EU geldige terugneming en ver-
werking van oude apparaten.
Servicedienst25 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de
garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QR-
36

Informatie over vrije software en opensourcesoftware nl
code op het meegeleverde document over de service-
contacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenser-
vice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en
het volgnummer (Z-Nr.) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via
de QR-code op het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze
website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De
lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur
worden vervangen.
De informatie conform verordening (EU) 65/2014, (EU)
66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op
www.bosch-home.com
op de productpagina en de serv-
icepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen
en aanvullende documenten.
25.1 Productnummer (E-Nr.),
productienummer (FD) en volgnummer (Z-
Nr.)
Het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD)
en het volgnummer (Z-Nr.) vindt u op het typeplaatje
van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent. Bij enkele apparaten die werken
met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoon-
nummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gege-
vens noteren.
U kunt de apparaatinformatie ook in de basisinstellingen
laten weergeven.
"Basisinstellingen", Pagina22
Informatie over vrije software en opensourcesoftware26 Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de
houders van de intellectuele eigendom als vrije software
of opensourcesoftware zijn gelicentieerd.
De informatie over de betreffende licentie is in het huis-
houdapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze licen-
tie-informatie via de HomeConnect app raadplegen:
'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-informatie'.
1
Verder kunt u de licentie-informatie downloaden via de
productwebsite. (Zoek daarvoor op de productwebsite
naar uw apparaatmodel en de bijbehorende documenta-
tie.) In plaats daarvan kunt u de betreffende informatie
ook aanvragen via [email protected] of BSH Haus-
geräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.
De broncode wordt u op verzoek ter beschikking ge-
steld.
Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-
Str. 34, D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden
u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende drie
jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste gedu-
rende de periode waarin wij support en reserveonderde-
len voor het betreffende apparaat bieden.
Conformiteitsverklaring27 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de funda-
mentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder
www.bosch-home.com
op de productpagina
van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz): max. 200mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
37

nl Zo lukt het
Zo lukt het28 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat af-
gestemd.
Tip: Veel overige informatie over de bereiding en de
passende instelwaarden en recepten vindt u in de Ho-
meConnect app of op onze homepage
www.bosch-
home.com
.
28.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoe-
veelheid en het recept. Daarom zijn instelbereiken
aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waar-
den.
De instelwaarden gelden voor producten die in de on-
verwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wanneer
u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoire dan
pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
Geschikte accessoires kunt u bij de klantenservice, in
de vakhandel of op het internet kopen.
"Meer accessoires", Pagina11
28.2 Aanwijzingen voor het bakken
Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn donke-
re bakvormen van metaal het beste geschikt.
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerech-
ten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm
hebben de gerechten meer tijd nodig en worden don-
kerder aan de bovenkant.
Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede
bereidt, schuif deze er dan op niveau 2 in.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor
deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoeki-
ge vorm.
LET OP
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-
nenruimte.
Inschuifhoogtes
Wanneer u verwarmingsmethode 4D-hete lucht gebruikt,
kunt u kiezen tussen de inschuifhoogtes 1, 2, 3 en 4.
Het beste resultaat verkrijgt u wanneer de u de volgen-
de inschuifhoogten gebruikt.
Bakken op één niveau Hoogte
Hoog gebak / vorm op het rooster 2
Plat gebak / bakplaat 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
2niveaus
Braadslede
Bakplaat
3
1
2niveaus
2 roosters met vormen erop 3
1
3niveaus
Bakplaat
Braadslede
Bakplaat
5
3
1
4niveaus
4 roosters met bakpapier 5
3
2
1
Gebruik de verwarmingsmethode 4Dhete lucht.
Opmerking: Gebak op bakplaten of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
28.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij
braden, stoven en grillen
Het insteladvies geldt voor braadproducten op koel-
kasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar
gevogelte.
Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant
van het vel naar beneden op de vorm.
Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½ tot
⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder
knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meer-
dere stukken tegelijkertijd.
Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dikte.
De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker
mals.
Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het
rooster.
Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede met opgelegd rooster een niveau onder
de aangegeven inschuifhoogte in de binnenruimte.
Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot ½liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruim-
te schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn voor
de oven.
Plaats de vorm op het rooster.
38

Zo lukt het nl
Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan.
Braden in open vormen
Gebruik een hoge braadvorm.
Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
Bij vlees moet er tussen het te braden product en het
deksel minimaal 3cm afstand zijn. Het vlees kan tij-
dens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
Circulatiegrillen is zeer geschikt voor de bereiding van
heel gevogelte, hele vis en vlees, bijv. braadvlees met
een korstje.
Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en verge-
lijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en
blijven lekker mals.
Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede minstens één niveau onder het rooster in
de binnenruimte.
Opmerkingen
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgescha-
keld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de in-
gestelde grillstand.
Bij het grillen kan rook ontstaan.
28.4 Aanwijzingen voor het stomen
Gerechten voorzichtig bereiden. Het product blijft bijzon-
der mals.
In tegenstelling tot de bereiding met stoomtoevoer krijgt
het vlees geen korst.
Gebruik open, hitte- en stoombestendige vormen.
De stoombak met gaatjes, maat XL, is het meest ge-
schikt. Om afdruipende vloeistof op te vangen, schuift
u de braadslede een niveau lager er onder in de bin-
nenruimte.
U kunt ook een glazen schaal gebruiken en deze op
het rooster plaatsen.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie
worden bereid met folie af, bijv. met vershoudfolie.
U hoeft het voedsel niet te keren.
Als smaakvariatie kunt u vlees, gevogelte of vis vóór
het stomen aanbraden. Verkort de bereidingsduur.
Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en
een langere bereidingsduur nodig.
Wanneer u meerdere stukken gebruikt die even
zwaar zijn, dan verlengt het apparaat de opwarmtijd.
De bereidingsduur blijft gelijk.
Open de deur tijdens het stoomproces zo weinig mo-
gelijk. Dep na de bereiding het condensaatreservoir
uit. Het overlopen van het condensaatreservoir kan
leiden tot beschadiging van het meubel.
In het belangrijkste deel van de gebruikershandlei-
ding vindt u informatie, hoe u de stoomfunctie instelt.
"Stoom", Pagina17
Groente op verschillende niveaus
Op 2 niveaus kunt u uitstekend meerdere gerechten of
hele menu's bereiden, bijv. broccoli en aardappelen.
Pagina42
Rijst of graan
Voeg water of vloeistof in de aangegeven verhouding
toe.
Zo betekent bijvoorbeeld: 1:1,5 = per 100 g rijst 150
ml vloeistof toevoegen.
28.5 Aanwijzingen voor de bereiding van
kant-en-klaar gerechten
Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van
het soort levensmiddelen. Mogelijk zijn de producten
al bruin of vertonen ze ongelijkmatigheden.
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproduc-
ten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking
nemen.
Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het
kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
Verdeel stuksgerechten, zoals broodjes en aardappel-
producten, gelijkmatig en vlak over de accessoires.
Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen zit.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de verpak-
king aan.
28.6 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op
categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Cake, fijn Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-170 - 60-80
Cake, 2 niveaus Tulbandvorm
of
3+1 140-160 - 60-80
39

nl Zo lukt het
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Langwerpige bak-
vorm
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
2 170-190 - 55-80
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
2 150-160 - 50-60
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
2 1. 150-160
2. 150-160
1
uit
1. 10
2. 25-35
Zandtaartdeeggebak met
vochtige bedekking
Braadslede 3 160-180 - 55-75
Gebak van gistdeeg met
vochtige bedekking
Braadslede 3 180-190 - 30-40
Cakerol Bakplaat 3 180-200
1
1 10-15
Muffins Muffinplaat 3 170-190 - 15-20
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 3 160-180 2 25-35
Koekjes Bakplaat 3 140-160 - 15-30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-160 - 15-30
Koekjes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140-160 - 15-30
Brood, 750g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
2. 180-190
3
uit
1. 10-15
2. 25-35
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
2. 180-190
3
uit
1. 10-15
2. 45-55
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 200-210 - 35-45
Plat rond brood Braadslede 3 220-230 3 20-30
Broodjes, vers Bakplaat 3 200-220 2 20-30
Pizza, vers - op de bak-
plaat
Bakplaat 3 180-200 - 20-30
Pizza, vers - op de bak-
plaat, 2 niveaus
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 180-190 - 35-45
Pizza, vers, dunne bo-
dem, in pizzavorm
Pizzaplaat 2 220-230 - 20-30
Börek Braadslede 1 200-220
1
- 20-30
Quiche Quiche-vorm met
donkere coating
3 180-200 - 25-40
Flammkuchen Braadslede 3 240-250
1
- 10-18
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Vuurvaste schaal 2 150-170 2 40-50
1
Het apparaat voorverwarmen.
40

Zo lukt het nl
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Vuurvaste schaal 2 160-190 - 50-70
Kip, 1,3 kg, ongevuld Rooster 2 200-220 - 60-70
Kip, 1,3 kg, ongevuld Rooster 2 190-210 2 50-60
Kipfilet, stomen Stoombak met
gaatjes
3 100 - 15-25
Kleine kipdelen, à 250g Rooster 3 200-220 2 30-45
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 2 160-180 - 120-150
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 2 1.
2.
3.
1. 130-140
2. 150-160
3. 170-180
2
2
uit
1. 110-120
2. 20-30
3. 30-40
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 180-190 - 110-130
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 190-200 - 120-140
Gebraden varkensvlees
met zwoerd, bijv. schou-
derstuk, 2kg
Open vorm 2 1.
2.
3.
1. 100
2. 170-180
3. 200-210
uit
1
uit
1. 25-30
2. 60-80
3. 20-30
Runderfilet, medium, 1kg Rooster 2 210-220 - 40-50
Runderfilet, medium, 1kg Open vorm 2 190-200 1 50-60
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 2 200-220 - 130-160
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 2 200-220 - 140-160
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster 2 220-230 - 60-70
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 190-200 1 65-80
Burger, 3-4cm hoog Rooster 4 3 - 25-30
1
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 2 170-190 - 50-80
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 2 170-180 1 80-90
Vis, gebraden, heel
300g, bijv. forel
Braadslede 2 1. 170-180
2. 160-170
1
uit
1. 15-20
2. 5-10
Vis, gestoomd, heel,
300g, bijv. forel
Stoombak met
gaatjes
3 80-90 - 15-25
Visfilet, ongepaneerd, ge-
stoomd
Stoombak met
gaatjes
3 80-100 - 10-16
Bloemkool, heel, stomen Stoombak met
gaatjes
3 120 - 20-30
Wortelen in plakjes, sto-
men
Stoombak met
gaatjes
3 120 - 5-7
Spinazie stomen Stoombak met
gaatjes
3 100 - 2-3
Aardappels in de schil,
heel
Stoombak met
gaatjes
3 120 - 30-35
Rijst met lange korrel,
1:1,5
Vlakke vorm 3 110 - 12-17
Eieren, hardgekookt Stoombak met
gaatjes
3 100 - 9-12
1
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
41

nl Zo lukt het
Dessert
Crème caramel of crème brûlée bereiden
1.
Maak de massa voor de crème volgens uw recept.
2.
Vul de vormpjes tot 2-3cm hoog met het mengsel.
3.
Plaats de vormpjes in de stoombak met gaatjes, maat
XL.
4.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie
worden bereid met folie af, bijv. met vershoudfolie.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
6.
Verleng de bereidingstijd bij vormpjes van zeer dik
materiaal.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk (3,5% vet) op 90°C verwarmen op de
kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C vol-
doende.
3.
150g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk
roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of
kleine glazen.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
8.
Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12uur lang
rusten in de koelkast.
Insteladvies voor desserts, compote
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Crème brûlée Portievormen 3 85 - 20-30
Crème caramel Portievormen 3 85 - 30-40
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
35-40 - 300-360
Menu bereiden met stoom
Insteladvies en nadere informatie over het bereiden van
een compleet menu.
Aanwijzingen voor de bereiding van menu's
Gebruik een geschikt accessoire en schuif dit op de
juiste wijze in de oven.
Pagina10
Inschuifhoogtes:
– Stoombak, maat M: hoogte 5
– Stoombak, maat XL: hoogte 3
– Braadslede, hoogte1
Plaats eerst de producten met de langste bereidings-
tijd in de binnenruimte. Plaats de overige producten
op een geschikt tijdstip later in het apparaat. Zo zijn
alle gerechten gelijktijdig klaar.
Houd de aanwijzingen voor de bereiding van de indi-
viduele gerechten aan.
– De opwarmtijd varieert afhankelijk van de grootte
en het gewicht van de gerechten.
– De bereidingstijd is onafhankelijk van de hoeveel-
heid.
– Gebruik stoombestendige vormen.
– Soufflé met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie.
– De braadslede altijd op hoogte 1 plaatsen.
De totale bereidingstijd wordt bij het bereiden van
menu's met stoom wat langer, omdat bij het openen
van de deur telkens wat stoom ontsnapt en het appa-
raat opnieuw opgewarmd moet worden.
Veeg de binnenruimte en het condensaatreservoir na
het menugaren droog.
Insteladvies voor bereiden middels vooringestelde menu's
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Gekookte aardappel, in
vieren gedeeld
Diepvries zalmfilets
Broccoli
Stoombak met
gaatjes, maatM
+
Stoombak zonder
gaatjes, maatM
+
Stoombak met
gaatjes, maatXL
5+5+3 100 - 1. 30
2. 20
3. 10
42

Zo lukt het nl
28.7 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidingswij-
zen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Langzaam garen
Voor alle fijne stukken, die rosé of tot in de perfectie be-
reid moeten worden. Vlees en gevogelte blijven bij lang-
zaam garen bij lage temperaturen sappig en mals.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de
verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste: De binnenruimte is koud.
1.
Gebruik vers, en hygiënisch onberispelijk vlees. Het
beste kunnen stukken zonder been en zonder veel
bindweefsel worden gebruikt.
2.
De vorm op het rooster op niveau 2 in de binnenruim-
te plaatsen.
3.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voorver-
warmen.
4.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
5.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de bin-
nenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat de temperatuur in de
binnenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tijdens
het langzaam garen gesloten.
Tips voor het langzaam garen
Hier vindt u tips voor een goed resultaat bij langzaam
garen.
Vraag Tip
U wilt een eenden-
borst langzaam ga-
ren.
Leg de eendenborst koud in
een pan.
Bak eerst de huidzijde aan.
Eendenborst langzaam garen.
Na het langzaam garen de
eendenborst gedurende 3 tot
5 minuten knapperig grillen.
U wilt uw zacht ge-
gaarde vlees zo heet
mogelijk serveren.
De serveerborden voorverwar-
men.
De bijbehorende sauzen heel
heet serveren.
Insteladvies voor langzaam garen
Voedingswaar Accessoires /
vormen
Hoogte Aan-
braad-
duur in
min.
Verwar-
mingsme-
thode
Tempera-
tuur in °C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Eendenborst, rosé à
300g
Open vorm 2 6-8 90
1
- 45-60
Varkenshaas, heel Open vorm 2 4-6 80
1
- 45-70
Runderfilet, 1kg Open vorm 2 4-6 80
1
- 90-120
Kalfsmedaillons, 4cm
dik
Open vorm 2 4 80
1
- 30-50
Lamsrack, zonder
been, à 200g
Open vorm 2 4 80
1
- 30-45
Desinfecteren en hygiëne
Ontsmet onberispelijk, hittebestendig servies of baby-
flesjes. Deze manier komt overeen met de gebruikelijke
wijze van uitkoken.
Flesjes ontsmetten
1.
Reinig de flesjes altijd direct na het drinken met de
flessenborstel.
2.
Reinig de flesjes in de vaatwasser.
3.
Zet de flesjes zó in de stoombak, maat XL, dat ze el-
kaar niet raken.
4.
Start het programma "Desinfecteren".
5.
Droog de flesjes af met een schone doek.
6.
Neem het apparaat na het desinfecteren van binnen
af.
Aanwijzingen voor het desinfecteren
Houd deze informatie aan wanneer u servies desinfec-
teert.
U kunt jampotten of inmaakpotten en hun deksel
voorbereiden met behulp van uw apparaat.
U kunt jam nabehandelen, om de houdbaarheid van
de marmelade te verbeteren.
Desinfecteer alleen hittebestendige servies dat ge-
schikt is voor stomen.
Gebruik alleen schone potten en deksels, die in een
onberispelijk staat verkeren.
Het beste kunt u het servies vóór het desinfecteren
reinigen in de vaatwasser.
1
Het apparaat voorverwarmen.
43

nl Zo lukt het
Insteladvies voor hygiëne
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Schone vorm kiemvrij
maken
Stoombak met
gaatjes
2 100 - 15-20
Deeg laten rijzen
In uw apparaat rijst deeg met gist sneller dan bij kamer-
temperatuur en het droogt niet uit.
Vereiste: De binnenruimte is koud.
1.
Schuif het rooster in de binnenruimte.
2.
Plaats het deeg in een hittebestendige kom op het
rooster.
De kom niet afdekken.
3.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
De gegevens zijn richtwaarden. Temperatuur en duur
van het gisten zijn afhankelijk van de soort en hoe-
veelheid van de ingrediënten.
4.
Open tijdens het rijzen de apparaatdeur niet omdat er
anders vocht ontsnapt.
5.
Veeg vóór het bakken de binnenruimte droog.
Insteladvies voor het laten rijzen van deeg
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Vetrijk deeg, bijv. Panet-
tone
Schotel op rooster 2 40-45 - 40-90
Witbrood Schotel op rooster 2 35-40 - 30-40
Regenereren
Warm gerechten voorzichtig op met stoom. De gerech-
ten smaken en zien eruit als vers klaargemaakt. U kunt
ook bakproducten van de vorige dag opbakken.
Aanwijzingen voor het regenereren
Gebruik open, hitte- en stoombestendige vormen.
Gebruik een platte, brede vorm. Door een koude
vorm duurt het regenereren langer.
Plaats de vorm op het rooster.
Leg het voedsel, dat u niet in de vorm bereidt, direct
op het rooster op niveau 2, bijv. broodjes.
Dek het voedsel niet af.
Open tijdens het regenereren de deur van de binnen-
ruimte niet, omdat er veel stoom ontsnapt.
Veeg de binnenruimte en het condensaatreservoir na
het regenereren droog.
Insteladvies voor opwarmen en regenereren
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Schotel, gekoeld, 1portie Open vorm 2 120-130 - 15-25
Pizza, gebakken, gekoeld Rooster 2 170-180
1
- 5-15
Broodjes, baguette, ge-
bakken
Rooster 2 150-160
1
- 10-20
Pizza, gebakken, diep-
vries
Rooster 2 170-180
1
- 5-15
Broodjes, baguette, ge-
bakken, diepvries
Rooster 2 160-170
1
- 10-20
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
Voorkom condensvorming wanneer u de verwar-
mingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de
binnenruimte niet af te nemen.
Dek het voedsel niet af.
Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het
warmhouden verder garen.
De verschillende standen voor de stoomtoevoer zijn ge-
schikt voor het warmhouden van:
Stand 1: braadstukken en kort gebraden producten
Stand 2: ovenschotels en bijgerechten
Stand 3: eenpansgerechten en soepen
1
Het apparaat voorverwarmen.
44

Zo lukt het nl
28.8 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te
vergemakkelijken.
Bakken
De instelwaarden gelden voor producten die in de on-
verwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in het
insteladvies in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de
oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde mo-
ment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
– Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
– Vormen op het rooster:
Eerste rooster: hoogte 3
Tweede rooster: hoogte1
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3niveaus:
– Bakplaat: hoogte5
– Braadslede, hoogte3
– Bakplaat: hoogte1
Biscuitgebak
– Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen.
– Als alternatief voor een rooster kunt u ook de door
ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Spritskoekjes Bakplaat 3 140-150
1
- 25-40
Spritskoekjes Bakplaat 3 140-150
1
- 25-40
Spritskoekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-150
1
- 25-40
Spritskoekjes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-140
1
- 35-55
Kleine cakes Bakplaat 3 160
1
- 20-30
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
- 25-35
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
- 25-35
Kleine cakes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140
1
- 35-45
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
2 160-170
2
- 25-35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
2 160-170
2
- 30-40
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
2 1. 150-160
2. 150-160
1
uit
1. 10
2. 20-25
Biscuitgebak, 2 niveaus 2x
Springvorm
Ø26cm
3+1 150-170
2
- 30-50
Stomen
Schuif de braadslede onder de bak met gaatjes maat
XL, wanneer dit in het insteladvies wordt aangegeven.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het stomen op één niveau
Gebruik maximaal 2,5 kg.
Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte3
Inschuifhoogtes bij stomen op twee niveaus
Gebruik maximaal 1,8 kg per niveau.
Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte5
Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte3
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
45

nl Montagehandleiding
Insteladviezen voor het stomen
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Erwten, diepvries, twee
bakken
2x
Stoombak, maat XL
+
Braadslede
5+3+1 100 - -
1
Broccoli, vers, 300g Stoombak, maat XL 3 100
2
- 8-9
3
Broccoli, vers, een bak Stoombak, maat XL 3 100
2
- 10-11
3
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3
4
- 4-6
Montagehandleiding29 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
29.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met
het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt uit-
gevoerd, is de veiligheid bij het gebruik ge-
garandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Gebruik de deurgreep niet voor transport of
inbouw.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Niet aansluiten in geval van transportschade.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen
een temperatuur tot maximaal 95°C, aan-
grenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen in-
vloed hebben op de werking van elektrische
componenten.
¡ Het apparaat op een horizontaal gesteld vlak
plaatsen.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
1
1.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare mon-
1
**De controle is beëindigd wanneer op de koudste plek 85°C is bereikt (zie IEC 60350-1).
2
Het apparaat voorverwarmen.
3
Een vergelijkbare mate van gaarheid tussen referentiemonster en hoofdmonster wordt bereikt wanneer het referentiemonster 5
minuten (uitgevoerd zoals beschreven in IEC 60350-1) wordt bereid.
4
Het apparaat niet voorverwarmen.
46

Montagehandleiding nl
tagebeugel aan de wand worden beves-
tigd.
¡ Let er bij apparaten met een draaibaar scha-
kelfront op dat dit bij het naar buiten komen
geen aangrenzende meubels raakt.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Na de montage van het apparaat mogen de
openingen in de achterwand van het apparaat
voor kinderen niet toegankelijk zijn, ook niet
via de daaronder liggende laden en keuken-
kastjes. Dit moet door de inbouw worden ge-
waarborgd. In geval van een kookeiland is een
gesloten achterwand noodzakelijk.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-
toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
LET OP
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
Het apparaat niet aan de deurgreep vasthou-
den of dragen.
29.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
29.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een ventila-
tie-opening.
Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de
kookplaat in acht nemen.
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
47

nl Montagehandleiding
29.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen,
eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de minimale dikte van het werkblad berekend .
Type kookplaat a opbouw in mm a vlak gemonteerd in mm b in mm
Inductiekookplaat 37 38 5
Zoneloze inductiekookplaat 47 48 5
Gaskookplaat 27 38 5
1
Elektrische kookplaat 27 30 2
29.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
inbouw in een hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat die-
nen de tussenschotten te beschikken over een venti-
latie-opening.
Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de acces-
soires er zonder probleem uitgenomen kunnen wor-
den.
29.6 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkel-
plaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
1
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.
48

Montagehandleiding nl
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is
gewaarborgd.
Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebeho-
ren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
29.7 Hoekinbouw
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
hoekinbouw in acht.
Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan wor-
den geopend, bij de hoekinbouw de minimum afme-
tingen aan. De maat is afhankelijk van de dikte van
het meubelfront en de greep.
29.8 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag
alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
De zekering dient in overeenstemming te zijn met de
vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale
voorschriften.
Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
De aansluitkabel moet op de achterzijde worden inge-
stoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aan-
sluitkabel is bij de klantenservice verkrijgbaar.
De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door
een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Wanneer het display van het apparaat donker blijft,
dan is het verkeerd aangesloten. Scheid het apparaat
van het net, controleer de aansluiting.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of
wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een scheidings-
inrichting volgens de installatievoorschriften zijn inge-
bouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op
garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
groen-geel = aarddraad
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
49

nl Montagehandleiding
29.9 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen iso-
latieprofielen worden aangebracht.
29.10 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng aan beide zijden een geschikt vulstuk aan om
eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige
montage te waarborgen.
2.
Het vulstuk op het meubel bevestigen.
3.
Het vulstuk en het meubel voorboren, m een schroef-
verbinding te realiseren.
4.
Het apparaat met adequate schroeven bevestigen.
29.11 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar bui-
ten.
50


Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9001682167*
9001682167 (050312) REG25
nl

