
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................5
3 Milieubescherming en besparing.......................6
4 Uw apparaat leren kennen..................................7
5 Accessoires.........................................................9
6 Voor het eerste gebruik ....................................10
7 De Bediening in essentie..................................11
8 Snel voorverwarmen.........................................11
9 Tijdfuncties........................................................11
10 Programma's .....................................................13
11 Kinderslot ..........................................................14
12 Basisinstellingen ..............................................15
13 Reiniging en onderhoud ...................................16
14 Pyrolyse.............................................................17
15 Reinigingsondersteuning .................................18
16 Apparaatdeur.....................................................19
17 Rekjes ................................................................22
18 Storingen verhelpen .........................................24
19 Afvoeren ............................................................26
20 Servicedienst.....................................................26
21 Zo lukt het..........................................................26
22 MONTAGEHANDLEIDING .................................31
22.1 Algemene montage-instructies ......................
..31
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina9

Veiligheid nl
3
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
▶ Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
▶ Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.

nl Veiligheid
4
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten en kan de apparaatdeur
openspringen en er eventueel afvallen. De
deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren.
→"Materiële schade vermijden", Pagina5
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina26
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
▶ Glazen kapje niet aanraken.
▶ Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder spanning.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen
of de zekering in de meterkast uitschake-
len.
1.6 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
tijdens de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit
de binnenruimte voordat de reiniging start.
▶ Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv.
droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.

Materiële schade vermijden nl
5
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote
hitte in het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde af-
dichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-
gen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-
men wordt aangetast en er ontstaan giftige
gassen.
▶ Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit
platen en vormen met een antiaanbaklaag
meereinigen.
▶ Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar
voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte
tot een heel hoge temperatuur op zodat res-
ten van braden, grillen en bakken verbranden.
Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van
de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken
grondig ventileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte
verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt hou-
den.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het
reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan
de apparaatdeur openspringen en er eventueel afval-
len. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnen-
ruimte naar binnen sterk vervormen.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of over-
gieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
▶ Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
▶ Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
▶ Klem niets tussen de apparaatdeur.

nl Milieubescherming en besparing
6
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of
laten steunen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
▶ Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
▶ Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-
cept of de instellingsadviezen dat aangeven.
→"Zo lukt het", Pagina26
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Productinformatie conform (EU) 65/2014 en (EU)
66/2014 vindt u onder het energielabel en op het inter-
net op de productpagina van uw apparaat.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in stand-by met ingeschakeld display max.1W
¡ in stand-by met uitgeschakeld display max.0,5W

Uw apparaat leren kennen nl
7
Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1
1
Knoppen en display
De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken.
Om een functie te kiezen, slechts licht op het
betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve func-
ties en de tijdfuncties te zien.
→"Knoppen en display", Pagina7
4.2 Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw
apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende
symbool op de display. Het kloksymbool licht alleen
op als u de tijd verandert.
Symbool Functie
Apparaat in- of uitschakelen.
Kort indrukken: gebruik starten of onder-
breken.
Ca. 3seconden ingedrukt houden: wer-
king afbreken.
Menu van de verwarmingsmethoden en
overige functies openen.
→"Verwarmingsmethoden en functies",
Pagina7
Temperatuur of grillstand voor het kook-
compartiment kiezen.
→"Temperatuur en instelstanden",
Pagina8
Gewicht voor programma's kiezen.
→"Programma's", Pagina13
Functie kiezen, bijv. verwarmingsmethode.
Instelwaarden verlagen of verhogen.
Tijd , timer , tijdsduur en einde
selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen,
meerdere keren op de toets drukken.
→"Tijdfuncties", Pagina11
Binnenruimte zonder accessoires snel
voorverwarmen.
→"Snel voorverwarmen", Pagina11
Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
→"Pyrolyse", Pagina17
→"Reinigingsondersteuning", Pagina18
Om het kinderslot te activeren of te deacti-
veren, ca.3seconden ingedrukt houden.
→"Kinderslot", Pagina14
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de
waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
Grill, groot oppervlak
Grillstanden:
1 = laag
2 = gemiddeld
3 = hoog
Platte producten, zoals groenten, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Circulatiegrillen
30-275°C
Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.

nl Uw apparaat leren kennen
8
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
Eco hetelucht
125 - 275°C
Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur
van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Het product wordt in fasen be-
reid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het be-
reiden gesloten. Als u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat
verwarmen zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
3D-hetelucht
30-275°C
Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30-275°C
Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzon-
der geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
Pizzastand
30-275°C
Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.
Air Fry
30-275°C
Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschikt voor normaal
in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
Overige functies
Hier vindt u een overzicht over andere functies op de functiekeuzeknop of in het menu van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Verlichting De kookcompartiment zonder verwarming verlichten.
→"Verlichting", Pagina9
Programma's Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken.
→"Programma's", Pagina13
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er ver-
schillende instellingen.
De instellingen verschijnen op het display.
Tot 100 °C kan de temperatuur in stappen van 1 graad
worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden.
Opmerking:Bij de instelling grillstand 3 verlaagt het
apparaat na ca. 20 minuten op grillstand 1.
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat opwarmt, brand op het display
het symbool .
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het sym-
bool dooft.
Opmerkingen
¡ De opwarmingsindicatie verschijnt alleen bij verwar-
mingsmethoden waarbij een temperatuur wordt in-
gesteld. Bij grillstanden bijv. verschijnt de opwar-
mingsindicatie niet.
¡ Wanneer bij de start van de werking de temperatuur
in de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkele
verwarmingsmethoden een op het display. Scha-
kel het apparaat uit en laat het afkoelen. Daarna de
werking opnieuw starten.
¡ Door thermische traagheid kan de weergegeven
temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke
temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires
met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De tele-
scooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden
verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw
wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.

Accessoires nl
9
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
→"Rekjes", Pagina22
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de
verlichting aan als het programma loopt. Bij het beëin-
digen van de werking schakelt de verlichting uit.
Met de functie ovenlamp in het menu kunt u de verlich-
ting zonder verwarming inschakelen. Na ca. 15minu-
ten gaat de verlichting automatisch weer uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt tijdens gebruik automatisch
in. De lucht ontsnapt via de deur.
Het apparaat herkend verhoogde vochtigheid in het
kookcompartiment. Om de vochtigheid te reguleren,
kan de intensiteit en het bedrijfsgeluid van de koelventi-
lator variëren.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het
apparaat oververhit.
▶ Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking voortgezet.
Accessoires
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Servies
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
Air Fry & Grillplaat, geë-
mailleerd met gaatjes
¡ Gerechten knapperig bakken, die door-
gaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites.
¡ Gerechten grillen.
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
Het accessoire altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.

nl Voor het eerste gebruik
10
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
3.
Om de accessoire bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
Het accessoire zo plaatsen dat de
rand van het accessoire achter het
lipje op de telescooprail zit.
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het accessoire volledig inschuiven, zodat deze de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het
rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
Voor het eerste gebruik
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-
voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
1.
De tijd met de toets of instellen.
2.
Op de toets drukken.
a Het display toont de ingestelde tijd.
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
Verwijder de productinformatie en de accessoires
uit de binnenruimte. Verwijder verpakkingsresten,
zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en
buitenzijde van het apparaat.
2.
Veeg gladde oppervlakken in de binnenruimte af
met een zachte, vochtige doek.
3.
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
→"De Bediening in essentie", Pagina11
Verwarmingsme-
thode
3D-hetelucht
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 1uur
4.
Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.

De Bediening in essentie nl
11
5.
Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-
len.
6.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
7.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
De Bediening in essentie
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen en uitschakelen
▶
Om het apparaat in te schakelen of uit te schakelen,
op de knop drukken.
7.2 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
▶
Start de werking met .
7.3 Werking onderbreken of afbreken
U kunt de werking kort onderbreken en weer hervatten.
Breekt u de werking volledig af, dan worden de instel-
lingen gereset.
1.
Om de werking kort te onderbreken:
‒ Kort op drukken.
‒ Om de werking te hervatten, opnieuw op druk-
ken.
2.
Om de werking volledig af te breken, ca.3se-
conden ingedrukt houden.
7.4 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
Vereiste:Het menu voor verwarmingsmethoden is
geselecteerd.
1.
De verwarmingsmethode met of instellen.
2.
Druk op .
3.
De temperatuur en grillstand met of instellen.
4.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen.
5.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tip:De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
→"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina7
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen. De wer-
king wordt onderbroken.
1.
Druk op .
2.
De verwarmingsmethode met of wijzigen.
3.
Start de werking met .
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
▶
De temperatuur of grillstand met of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Snel voorverwarmen
8 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmtijd verkorten.
8.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode instellen.
Geschikte verwarmingsmethoden zijn:
– 3D-hetelucht
– Boven- en onderwarmte
2.
Een temperatuur vanaf 100°C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt
het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
3.
Wanneer het snel voorverwarming niet automatisch
inschakelt, druk dan op de knop .
a Op het display verschijnt .
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Wanneer het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een
signaal en op het display dooft het symbool .
4.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Tijdfuncties
9 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de knop kiest u de verschillende tijdfuncties.
Tijdfunctie Gebruik
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Deze beïnvloedt
het apparaat niet.

nl Tijdfuncties
12
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd in-
stellen waarop de werking eindigt.
Het apparaat start automatisch zodat
de werking op het gewenste tijdstip
klaar is.
Tijd U kunt de tijd instellen.
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot
23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een ei-
gen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur
eindigt.
1.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het
display is gemarkeerd.
2.
Stel de timertijd in met de knop of .
Knop Voorgestelde waarde
5 minuten
10 minuten
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30
seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijd-
stappen groter, naarmate de waarde hoger is.
a Na enkele seconden start de timer en loopt de ti-
mertijd af.
a Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een sig-
naal en op het display staat de timertijd op nul.
3.
Druk op een willekeurige knop om de timer uit te
schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De timertijd met de knop of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de timertijd altijd afbreken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De timertijd met de knop op nul resetten.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen en gaat uit.
9.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59
minuten instellen.
Vereiste:Een verwarmingsmethode en een tempera-
tuur of stand zijn ingesteld.
1.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het
display is gemarkeerd.
2.
De tijdsduur met de knop of instellen.
Knop Voorgestelde waarde
10 minuten
30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten.
3.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de
knop drukken.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De tijdsduur met de knop of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De tijdsduur met de knop weer op nul zetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en wordt zonder tijdsduur verder ver-
warmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23
uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
¡ Bij verwarmingssoorten met grillfunctie kan het ein-
de niet worden ingesteld.
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een verwarmingsmethode en een temperatuur of
stand zijn ingesteld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Op de toets drukken tot op het display is ge-
markeerd.
2.
Op de knop of drukken.
a Het display toont het berekende einde.
3.
Het einde met de knop of verschuiven.
4.
Start de werking met .
a Het display toont de ingestelde eindtijd.
a Als de berekende starttijd is bereikt, begint het ap-
paraat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
5.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:

Programma's nl
13
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de
knop drukken.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het in-
gestelde einde alleen wijzigen totdat de werking start
en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
Het einde met de knop of verschuiven.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
Het einde met de knop naar de actuele tijd plus
ingestelde tijdsduur terugzetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en begint het apparaat op te warmen. De
tijdsduur loopt af.
9.5 Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
1.
De tijd met de toets of instellen.
2.
Op de toets drukken.
a Het display toont de ingestelde tijd.
Tijd wijzigen
U kunt de tijd altijd wijzigen.
Vereiste:Het apparaat moet uitgeschakeld zijn.
1.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het
display is gemarkeerd.
2.
De tijd met de knop of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Programma's
10 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automa-
tisch de optimale instellingen.
10.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest ge-
schikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca.
2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ Niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
10.2 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde voedingswaren toegewezen.
Nr. Voedingswaar Servies Instelgewicht Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
01 Kip, ongevuld
panklaar, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht kip nee 2 met de borst naar bo-
ven in de vorm leg-
gen
02 Kalkoenfilet
van het stuk, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht kalkoenfi-
let
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
03 Eenpansgerecht, met
groente
vegetarisch
hoge braadpan
met deksel
Totaalgewicht volgens re-
cept
2 Groente met een lan-
ge bereidingstijd
(bijv.wortelen) in klei-
nere stukken snijden
dan groente met een
korte bereidingstijd
(bijv. tomaten)

nl Kinderslot
14
Nr. Voedingswaar Servies Instelgewicht Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
04 Goulash
Rund- of varkensvlees
in blokjes, met groente
hoge braadpan
met deksel
Totaalgewicht volgens re-
cept
2 Eerst het vlees erin
doen en daarop de
groente leggen
Het vlees niet eerst
aanbraden
05 Gebraden gehakt,
vers
Gehakt van rund-, var-
kens- of lamsvlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht gehakt nee 2 -
06 Gestoofd rundvlees
bijv. klapstuk, schou-
derstuk, fricandeau of
gemarineerd vlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Vlees met
vloeistof be-
dekken
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
07 Runderrollade
gevuld met groente of
vlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van alle
gevulde rollades
Vleesrolletjes
bedekken
bijv. met
bouillon of
water
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
08 Lamsbout, doorbak-
ken
zonder been, gekruid
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
09 Gebraden kalfsvlees,
mager
bijv. lendestuk of fri-
candeau
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
10 Gebraden varkensnek
zonder been, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
10.3 Programma instellen
Opmerking:Na de programmastart kunt u het pro-
gramma en het gewicht niet meer wijzigen.
Vereiste:Het menu voor verwarmingsmethoden is
geselecteerd.
1.
Programma's met of instellen.
2.
Druk op de knop .
3.
Het gewenste programma met de toets of in-
stellen.
4.
Druk op de knop .
5.
Het gewicht van uw gerecht met de toets of in-
stellen.
Altijd op het volgende hogere gewicht instellen. Het
gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde be-
reik instellen.
Om de tijdsduur van het programma op te vragen,
op de toets drukken. De tijdsduur kan niet wor-
den gewijzigd.
6.
Start het programma met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer het programma is beëindigd, klinkt een
signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
7.
Wanneer het programma is beëindigd:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
‒ Om een duur voor het nagaren in te stellen, op
de toets drukken. Het apparaat warmt verder
op met de instellingen van het programma.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
Kinderslot
11 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen wijzigen.

Basisinstellingen nl
15
11.1 Kinderslot activeren en deactiveren
1.
Houd de toets ingedrukt tot op het display ver-
schijnt.
a Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met worden uitgeschakeld.
2.
Om het kinderslot te deactiveren, de toets inge-
drukt houden tot op het display dooft.
Basisinstellingen
12 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
12.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering
van uw apparaat.
Indicatie Basisinstelling Keuze
Signaalduur na het verstrijken van een tijds-
duur of timertijd
= 10seconden
= 30 seconden
1
= 2minuten
Wachttijd totdat een instelling is overgeno-
men
= 3seconden
1
= 6seconden
= 10seconden
Geluidssignaal bij het indrukken van een
knop
= uit
= aan
1
Helderheid van de displayverlichting = donker
= gemiddeld
= helder
1
Weergave van de tijd = Tijdsweergave uit
= Tijd weergeven
1
Kinderslot instelbaar = nee
= ja
1
Verlichting van de binnenruimte bij gebruik = nee
= ja
1
Nalooptijd van de koelventilator = kort
= gemiddeld
1
= lang
= extra lang
Telescooprails achteraf aangebracht
2
= nee
1
(bij rekjes en enkelvoudig telescoopsysteem)
= ja (bij 2- en 3-voudig telescoopsysteem)
Automatisch snel voorverwarmen vanaf
200°C
= nee
= ja
1
Alle waarden naar de fabrieksinstelling terug-
zetten
= nee
1
= ja
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
12.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
De knop ca.4seconden ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt de eerste basisinstelling,
bijv. .
2.
De instelling met de knop of wijzigen.
3.
Met de toets naar de volgende basisinstelling
gaan.
4.
Om wijzigingen op te slaan, de knop ca. 4secon-
den lang ingedrukt houden.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
▶
Het apparaat met in- en uitschakelen.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.

nl Reiniging en onderhoud
16
Reiniging en onderhoud
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
13.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes ge-
bruiken.
▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
13.2 Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de
verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-onder-
houdsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat of RVS-
schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina19
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina19
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.

Pyrolyse nl
17
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
Tip:Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
→"Pyrolyse", Pagina17
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen kapje van
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina22
Uittreksysteem ¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip:Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen.
→"Rekjes", Pagina22
Toebehoren ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
13.3 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:Houd de aanwijzingen voor het gebruik van
de reinigingsmiddelen aan.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina16
1.
Het apparaat met heet zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina16
2.
Drogen met een zachte doek.
Pyrolyse
14 Pyrolyse
Met de reinigingsfunctie Pyrolyse reinigt de binnen-
ruimte zich vrijwel zelfstandig.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de
reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desge-
wenst vaker gebruiken.
De reinigingsfunctie heeft ca. 2,5-4,8 kilowattuur no-
dig.

nl Reinigingsondersteuning
18
14.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie
voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u
het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen
kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare materialen in de binnen-
ruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het ap-
paraat worden uitgeschakeld of de stekker uit het
stopcontact worden gehaald en moet de deur ge-
sloten worden gehouden om eventueel optredende
vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens
de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de bin-
nenruimte voordat de reiniging start.
▶ Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens
het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoe-
ken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in
het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
→"Rekjes", Pagina22
3.
Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
4.
De binnenkant van de apparaatdeur en de randop-
pervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en
een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet verwijderen en niet schuren.
Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit
met ovenreiniger.
5.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
14.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief
is.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de
gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een
heel hoge temperatuur op zodat resten van braden,
grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen
vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ven-
tileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij-
dens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking:De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsfunctie.
Vereiste:Het apparaat voor de reinigingsfunctie voor-
bereiden. →Pagina18
1.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het
display Pyrolyse is gemarkeerd.
2.
Stel de reinigingsfunctie in met de knop of .
Reinigings-
graad
Mate van rei-
niging
Tijdsduur in uren
1 Licht Ca. 1:15
2 Gemiddeld Ca. 1:30
3 Hoog Ca. 2:00
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere
reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Start de werking met .
a De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af.
a Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur van
de binnenruimte vanaf een bepaalde temperatuur.
Op het display verschijnt .
a Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Het apparaat uitschakelen.
Wanneer het apparaat voldoende is afgekoeld, ont-
grendelt de apparaatdeur en dooft.
5.
Het apparaat gebruiksklaar maken. →Pagina18
14.3 Apparaat na de reinigingsfunctie
gebruiksklaar maken
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Achtergebleven as in de binnenruimte en bij de ap-
paraatdeur afnemen met een vochtig doekje.
3.
Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking:Witte aanslag op de emaille vlakken
kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze
levensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag
heeft geen nadelige invloed op de werking van het
apparaat.
4.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina22
Reinigingsondersteuning
15 Reinigingsondersteuning
De Reinigingsondersteuning is een snel alternatief
voor het tussendoor reinigen van het kookcomparti-
ment. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigin-
gen door het verdampen van zeepsop in. Verontreini-
gingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden ver-
wijderd.

Apparaatdeur nl
19
15.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
De accessoires uit de binnenruimte verwijderen.
2.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten. Sluit de deur van het apparaat.
Gebruik geen gedestilleerd water.
3.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het
display Reinigingsondersteuning is gemarkeerd.
a Het display toont de tijdsduur. De tijdsduur kan niet
worden gewijzigd.
4.
Start de werking met .
a De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigt,
klinkt een signaal en op het display staat de tijds-
duur op nul.
5.
Het apparaat uitschakelen en het kookcompartiment
ca. 20 minuten laten afkoelen.
15.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruim-
te met een schoonmaakdoekje of zachte borstel.
Verwijder hardnekkige resten met een schuurspons-
je van roestvrij staal.
3.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte
doek en daarna met schoon water afnemen.
4.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
5.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
‒ Om het kookcompartiment te laten drogen, de
apparaatdeur in de grendelstand (ca. 30°)
ca.1uur openen.
‒ Om het kookcompartiment snel te drogen, het
apparaat bij geopende deur ca.5minuten met
3D-hetelucht en 50°C verwarmen.
Apparaatdeur
16 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
Opmerking:
Meer informatie:
16.1 Apparaatdeur verwijderen
Opmerking:Al naar gelang het apparaattype zijn de
deurgrepen verschillend.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
▶ Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de ap-
paraatdeur helemaal opengeklapt.
1.
De apparaatdeur helemaal openen
→"Deurruiten verwijderen", Pagina20.
2.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is bevei-
ligd en kan niet dicht-
klappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is be-
veiligd en kan niet wor-
den verwijderd.
a De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.

nl Apparaatdeur
20
3.
Sluit de apparaatdeur tot de aanslag . De appa-
raatdeur met beide handen links en rechts vastpak-
ken en er naar boven uit trekken .
4.
De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke onder-
grond leggen.
16.2 Apparaatdeur inhangen
1.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur be-
wegen de scharnieren zich en kunnen ze klem ko-
men te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen
ze met grote kracht dichtklappen.
▶ Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
Opmerking:
Let erop dat u de apparaatdeur zonder weerstand
op de scharnieren schuift.
2.
Schuif de apparaatdeur met beide handen tot de
aanslag.
3.
De apparaatdeur helemaal openen.
4.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen.
a De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
5.
Sluit de deur van het apparaat.
16.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen
a De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
Sluit de apparaatdeur tot de aanslag.
4.
Druk op het linker en rechter drukvlak , totdat het
hoorbaar klikt.
5.
Schuif de twee schuifkappen in de richting van de
pijl naar boven .

Apparaatdeur nl
21
6.
De binnenruit schuin naar boven er uit trekken en
voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
7.
De linker en rechter metalen strip in de richting van
de pijl opklappen .
8.
De eerste en tweede binnenruit schuin naar boven
er uit trekken en voorzichtig op een vlakke onder-
grond leggen.
9.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaat-
deur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmid-
del of scherpe metalen schraper voor het reini-
gen van het glas van de ovendeur omdat dit het
oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
10.
De apparaatdeur reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina16
11.
Opmerking:Tijdens de reinigingsfunctie verkleurt
de binnenlijst van de apparaatdeur of andere delen
van RVS van de apparaatdeur. Deze verkleuringen
hebben geen nadelige invloed op de werking van
het apparaat. De verkleuringen kunnen met een rei-
nigingsmiddel voor RVS worden verwijderd.
Droog de deurruiten en monteer ze weer.
→"Deurruiten inbouwen", Pagina21
16.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Opmerking:
Let er bij de tussenruiten op dat de pijl zich linksboven
bevindt.
1.
Schuif de eerste tussenruit in de onderste houder
en boven aanleggen.
2.
Opmerking:De tussenruit positioneert zich automa-
tisch door de draaibeweging en afstandshouder.
De tweede tussenruit in de middelste houder schui-
ven en boven aanleggen.
3.
De metalen strip links en rechts dichtklappen .

nl Rekjes
22
4.
Opmerking:De tekst "Pyro" moet boven, zoals in de
afbeelding, leesbaar zijn.
De binnenste ruit onder in de houder schuiven en
boven aanleggen.
5.
De binnenste ruit boven aandrukken . Schuif twee
schuifkappen in de richting van de pijl naar bene-
den.
6.
De apparaatdeur helemaal openen.
7.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen
8.
Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Rekjes
17 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de
rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
17.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen en losma-
ken .
2.
Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
17.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
¡ De rekjes passen alleen links of rechts.
¡ Let er bij beide telescooprails op dat deze naar vo-
ren uitgeschoven kunnen worden.
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken .
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen .

Rekjes nl
23
17.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
¡ Al naar gelang het apparaattype moet u bij appara-
ten met rekjes en telescooprails de basisinstellingen
voor de telescooprails aanpassen.
→"Basisinstellingen", Pagina15
¡ Indien nodig kunt u alle niveaus met een telescoop-
rail uitrusten.
1.
Achter de rail op PUSH drukken en de rail naar ach-
teren schuiven.
2.
PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten
draaien .
3.
De rail naar voren trekken tot de houder aan de
achterkant losgekomen is.
4.
De telescooprail verwijderen.
5.
De telescooprail reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina16
17.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking:De telescooprails passen alleen rechts of
links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren
kunnen worden uitgetrokken.
1.
De telescooprails tussen de beide stangen plaatsen.
2.
De houder achter tussen de onderste en boven-
ste stang invoeren.

nl Storingen verhelpen
24
3.
PUSH ingedrukt houden en de telescooprail naar
binnen zwenken, totdat de houder voor zich tus-
sen de beide stangen bevindt .
‒ PUSH loslaten.
a De houder klikt in.
4.
De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en
weer inschuiven.
Storingen verhelpen
18 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina26
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
18.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zeke-
ring uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
→"Basisinstellingen", Pagina15
Op het display knip-
pert de tijd.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Stel de tijd opnieuw in.
→"Tijd instellen", Pagina13
Het apparaat warmt
niet op, op het dis-
play knippert de dub-
bele punt.
Demomodus is geactiveerd.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-
nieuw in te schakelen.
2.
Deactiveer de demomodus binnen 5 minuten door de basisinstelling in de waarde
te wijzigen.
→"Basisinstellingen", Pagina15
Apparaatdeur kan
niet worden geopend,
op het display brandt
.
Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur.
▶
Deactiveer het kinderslot met de toets .
→"Kinderslot", Pagina14

Storingen verhelpen nl
25
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaatdeur kan
niet worden geopend,
op het display brandt
.
Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur.
▶
Het apparaat laten afkoelen tot op het display uitgaat.
Op het display
brandt en het ap-
paraat kan niet wor-
den ingesteld.
Kinderslot is geactiveerd.
▶
Deactiveer het kinderslot met de toets .
→"Kinderslot", Pagina14
Op het display knip-
pert en het appa-
raat start niet.
Binnenruimte is te heet voor de gekozen modus.
1.
Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen.
2.
Start de werking opnieuw.
Op het display ver-
schijnt .
Maximale gebruiksduur is bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden,
stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen on-
veranderd zijn.
▶
Schakel het apparaat uit.
U kunt zo nodig opnieuw instellen.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange berei-
dingstijden, kunt u een tijdsduur instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina11
Op het display ver-
schijnt een melding
met , bijv. - .
Elektronicastoring
1.
Druk op de toets .
‒ Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2.
Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef
de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op.
→"Servicedienst", Pagina26
18.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen,
40 - 43 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in
speciaalzaken. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieu-
we halogeenlampen alleen met een schone, droge
doek vast. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp
verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder spanning.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat
het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke
elektrische schok te voorkomen.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De glazen afdekking kan door externe invloeden reeds
gebroken zijn of bij inbouw of uitbouw door te veel
druk breken.
▶ Wees voorzichtig bij het inbouwen of uitbouwen van
de glazen afdekking.
▶ Gebruik handschoenen of een theedoek.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektri-
citeitsnet.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Draai het glazen kapje er naar links uit .
3.
Trek de halogeenlamp zonder deze te draaien er uit
.
4.
Plaats de nieuwe halogeenlamp en duw deze stevig
in de fitting.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.

nl Afvoeren
26
Afvoeren
19 Afvoeren
19.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
20 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
20.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
Zo lukt het
21 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
21.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn instelberei-
ken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wan-
neer u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoi-
re dan pas na het voorverwarmen in de binnenruim-
te.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
▶ Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
Geschikte accessoires kunt u bij de klantenservice, in
de vakhandel of op het internet kopen.
→"Meer accessoires", Pagina10
21.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.
Bakken op één niveau Hoogte
hoog gebak of vorm op het rooster 2
plat gebak resp. op bakplaat 3
Bakken op twee niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1

Zo lukt het nl
27
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakplaat
Braadslede
Bakplaat
5
3
1
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden ge-
plaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte.
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
21.3 Aanwijzingen voor het braden en
grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van
de opgegeven tijd.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor
groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot 1/2liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
¡ Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen ge-
sloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
¡ Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats boven-
dien de braadslede, met de schuine kant naar de
apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eron-
der. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten
braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor
een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere
temperatuur in.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte
ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
▶ Plaats hete glazen vormen op een droge onderzet-
ter.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
21.4 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-170 50-70
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
De braadslede onder het rooster inschuiven.
3
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
4
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
5
De braadslede op inschuifhoogte2 eronder plaatsen.
6
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
7
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
8
Keer het voedsel niet.

nl Zo lukt het
28
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-160 70-90
Cake, fijn (in rechthoekige vorm) Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-170 60-80
Cake, 2niveaus Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
3+1 140-150 70-85
Vruchten- of kwarktaart met bo-
dem van zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 170-190 55-80
Gebak van gistdeeg in de spring-
vorm
Springvorm Ø28cm 2 160-170 25-35
Biscuittaart, 6eieren Springvorm Ø28cm 2 150-160
1
30-40
Cakerol Braadslede 3 180-200
1
10-15
Zandtaartdeeggebak met vochti-
ge bedekking
Braadslede 2 160-180 55-95
Gebak van gistdeeg met vochti-
ge bedekking
Braadslede 3 180-200 30-55
Muffins Muffinplaat 2 170-190 20-40
Klein gebak van gistdeeg Braadslede 3 160-180 25-35
Klein gebak van gistdeeg Braadslede 3 160-170 25-45
Koekjes Braadslede 3 140-160 15-25
Koekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-160 15-25
Koekjes, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 140-160 15-25
Schuimgebak Braadslede 3 80-90
1
120-150
Brood, 1000 g (in rechthoekige
vorm en op de plaat)
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
1
2. 180-190
1
1. 10-15
2. 40-50
Pizza, vers - op de bakplaat Braadslede 2 200-220 25-35
Pizza, vers - op de bakplaat Braadslede 3 180-200 20-30
Pizza, vers, dunne bodem, in piz-
zavorm
Pizzaplaat 2 250-270
1
15-20
Pizza, vers, dunne bodem, in piz-
zavorm
Pizzaplaat 2 250-270
1
8-13
Quiche Taartvorm
of
Zwart blik
1 210-230 30-40
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
De braadslede onder het rooster inschuiven.
3
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
4
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
5
De braadslede op inschuifhoogte2 eronder plaatsen.
6
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
7
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
8
Keer het voedsel niet.

Zo lukt het nl
29
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Quiche Taartvorm
of
Zwart blik
2 190-210 25-35
Börek Braadslede 1 180-200 40-50
Ovenschotel, hartig, gegaarde in-
grediënten
Vuurvaste schaal 2 200-220 30-60
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 1. 140
2. 160
1. 130-140
2. 50-60
Varkensrug, mager, 1kg Vlakke glazen vorm 2 180 90-120
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 2 160-170 130-150
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 2 190-200 120-150
Runderfilet, medium, 1kg
2
Rooster
+
Braadslede
3 210-220 40-50
3
Gestoofd rundvlees, 1,5kg
4
Gesloten vorm 2 200-220 130-150
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster
+
Braadslede
3 200-220 60-70
3
Burger, 3-4cm hoog
5
Rooster 4 3 25-30
6
Lamsbout zonder been, medium,
1,0kg ingebonden
7
Open vorm 2 170-190 70-80
8
Vis, gegrild, heel 300g, bijv.
forel
2
Rooster 2 160-180 20-30
Vis, gestoofd, heel 300g, bijv. fo-
rel
Gesloten vorm 2 170-190 30-40
Vis, gestoofd, heel 1,5kg, bijv.
zalm
Gesloten vorm 2 180-200 55-65
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
De braadslede onder het rooster inschuiven.
3
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
4
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
5
De braadslede op inschuifhoogte2 eronder plaatsen.
6
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
7
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
8
Keer het voedsel niet.
Yoghurt
Maak yoghurt met uw apparaat.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vor-
men gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
3.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
4.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig de instellings-
aanbevelingen.
6.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.

nl Zo lukt het
30
Insteladviezen voor desserts
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
40-45 8-9 uur
21.5 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidings-
wijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Air Fry
Bereid gerechten door Air Fry knapperig en met weinig
vet. Air Fry is bijzonder geschikt voor gerechten die u
normaal gezien in olie frituurt.
Aanwijzingen voor de bereiding met Air Fry
Neem deze informatie in acht als u gerechten met Air
Fry bereidt.
¡ De bereiding met Air Fry is slechts op een niveau
mogelijk.
¡ Het knapperige resultaat bereikt u met de geëmail-
leerde Air-Fry plaat. Door het geperforeerde opper-
vlak is een bijzonder goede luchtcirculatie rondom
het product mogelijk. Wanneer de Air-Fry plaat niet
standaard bij het apparaat is meegeleverd, dan kunt
u de Air-Fry plaat als speciaal accessoire verkrijgen.
¡ De oven niet voorverwarmen.
¡ Geen bakpapier gebruiken. De lucht moet in de bin-
nenruimte circuleren.
¡ Diepgevroren gerechten niet ontdooien.
¡ De gerechten gelijkmatig in het Air Fry-toebehoren
of de universele braadslede verdelen. Indien moge-
lijk slechts een laag van de gerechten over het toe-
behoren verdelen.
¡ Het toebehoren op hoogte 3 in de binnenruimte
schuiven. Als u het Air Fry-toebehoren gebruikt, kunt
u ter bescherming tegen verontreiniging een lege
universele braadslede op hoogte 1 inschuiven.
¡ Halverwege de bereidingstijd het product keren. Bij
grotere hoeveelheden het product 2 keer keren.
Tip:Het product pas na het bereiden zouten. Hierdoor
wordt het product knapperiger.
Gepaneerde groente is eveneens geschikt voor de be-
reiding met Air Fry. Om vet te sparen, de panade met
een verstuiver met olie besproeien. Zo ontstaat een
knapperige korst met weinig vet.
Insteladvies voor Air Fry
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Frites, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 20-25
Gevulde aardappelsnack, diep-
vries
Air Fry plaat 3 170-190 20-25
Aardappel-rösti, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 20-25
Kipsticks, nuggets, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 10-15
Vissticks, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 15-20
Broccoli, gepaneerd Air Fry plaat 3 170-190 15-25
21.6 Testgerechten
Bakken
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden
zonder snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
– Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
– Vormen op het rooster:
Eerste rooster: hoogte 3
Tweede rooster: hoogte1
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 3niveaus:
– Bakplaat: hoogte5
– Braadslede, hoogte3
– Bakplaat: hoogte1

Montagehandleiding nl
31
¡ Biscuitgebak
– Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
steeds midden boven elkaar op de roosters
plaatsen.
– Als alternatief voor een rooster kunt u ook de
door ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Sprits Braadslede 3 140-150
1
25-35
Sprits Braadslede 3 140
1
28-38
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140
1
30-40
Sprits, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 130-140
1
35-55
Small Cakes Braadslede 3 150
1
25-35
Small Cakes Braadslede 3 150
1
20-30
Small Cakes Braadslede 3 170 20-30
Small Cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
25-35
Small Cakes, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 140
1
30-40
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
25-35
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170 30-40
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3+1 150-160
2
35-50
Apple Pie, 2stuks 2x
Springvorm Ø20cm
2 180-190 75-90
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3
1
5-6
1
Het apparaat niet voorverwarmen.
Montagehandleiding
22 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
22.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik

nl Montagehandleiding
32
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ Het apparaat op een horizontaal gesteld
vlak plaatsen.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel aan de wand worden be-
vestigd.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
▶ Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.
22.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
22.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet
tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten
worden afgesloten.

Montagehandleiding nl
33
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
¡ Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
22.4 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
22.5 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
¡ Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen.
¡ Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening
is gewaarborgd.
¡ Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebe-
horen er zonder probleem uitgenomen kan worden.
22.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
22.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.

nl Montagehandleiding
34
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de klantenservice verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
▶
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn,
of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een schei-
dingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken
op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
‒ groen-geel = aarddraad
‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding
‒ bruin = fase (buitendraad)
22.8 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
22.9 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng aan beide zijden een geschikt vulstuk aan
om eventuele scherpe randen af te dekken en een
veilige montage te waarborgen.
2.
Het vulstuk op het meubel bevestigen.

Montagehandleiding nl
35
3.
Het vulstuk en het meubel voorboren, m een
schroefverbinding te realiseren.
4.
Het apparaat met adequate schroeven bevestigen.
22.10 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
buiten.

Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001932634*
9001932634 (040719)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

