
nl Veiligheid
2
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade voorkomen ..............................4
3 Milieubescherming en besparing........................5
4 Functies ................................................................5
5 Uw apparaat leren kennen...................................6
6 Accessoires..........................................................6
7 De Bediening in essentie.....................................6
8 Reiniging en onderhoud ......................................7
9 Storingen verhelpen ............................................9
10 Afvoeren .............................................................10
11 Servicedienst......................................................10
12 MONTAGEHANDLEIDING ..................................10
12.4 Veilige montage ..............................................
...11
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een
deskundige montage volgens de montage-
handleiding. De installateur is verantwoordelijk
voor een goede werking op de plaats van op-
stelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om kookdamp af te zuigen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe kookwekker.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.

Veiligheid nl
3
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de ruimtes ernaast
lucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-
voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-
sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
▶ Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-
doende om aan de minimale eisen te vol-
doen.
▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
▶ Indien het apparaat alleen met recirculatie
wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik
mogelijk.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-
branden.
▶ Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
▶ Nooit in de omgeving van het apparaat met
open vuur werken (bijv. flamberen).
▶ Het apparaat alleen in de buurt van een
vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout
of kolen) installeren wanneer de vuurbron
een afgesloten, niet verwijderbare afscher-
ming heeft. Er mogen geen vonken weg-
springen.
Hete olie en vet ontvlammen erg snel.
▶ Hete olie en vet permanent in het oog hou-
den.
▶ Nooit brandende olie of vet met water blus-
sen. Schakel de kookzone uit. Vlammen
voorzichtig met een deksel, smoordeksel of
iets dergelijks verstikken.
Gaskookplaten waar geen pan op staat, ont-
wikkelen tijdens het gebruik grote hitte. Een
ventilatieapparaat dat daarop is aangebracht
kan beschadigd of in brand raken.
▶ Gaskookplaten alleen met erop geplaatste
pan gebruiken.
Bij gelijktijdig gebruik van meerdere gaskook-
zones ontwikkelt zich grote hitte. Een ventila-
tieapparaat dat daarop is aangebracht kan
beschadigd of in brand raken.
▶ Gaskookplaten alleen met erop geplaatste
pan gebruiken.
▶ De hoogste ventilatorstand instellen.
▶ Twee gaskookplaten nooit langer dan 15
minuten gelijktijdig op de hoogste vlam ge-
bruiken. Twee gaskookzones komen over-
een met één grote brander.
▶ Nooit grote branders met meer dan 5kW
met grootste vlam langer dan 15 minuten
gebruiken, bijv. wok.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.

nl Materiële schade voorkomen
4
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen van het apparaat kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Binnenkant van het apparaat voorzichtig
reinigen.
Wijzigingen aan de elektrische of mechani-
sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden
tot functiestoringen.
▶ Geen wijzigingen aan de elektrische of me-
chanische opbouw aanbrengen.
De filterafdekking kan trillen.
▶ De filterafdekking langzaam openen.
▶ De filterafdekking na het openen vasthou-
den tot deze niet meer natrilt.
▶ De filterafdekking langzaam sluiten.
Het licht van LED-lampen is zeer fel en kan de
ogen beschadigen (risicogroep 1).
▶ Niet langer dan 100 seconden direct in de
ingeschakelde LED-lampen kijken.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroor-
zaken.
▶ Vóór het reinigen de netstekker uit het
stopcontact halen of de zekering in de me-
terkast uitschakelen.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-
de reinigingsmiddelen in combinatie met alu-
miniumdelen in de spoelruimte van vaatwas-
machine kunnen tot explosies leiden.
▶ Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuur-
houdende reinigingsmiddelen gebruiken.
Vooral geen professionele of industriële rei-
nigingsmiddelen gebruiken in combinatie
met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters
van afzuigkappen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-
branden.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat de-
fect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroor-
zaken.
▶ Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
2 Materiële schade voorkomen
LET OP!
Condenswater kan leiden tot corrosie.
▶ Om de condensvorming te vermijden, het apparaat
bij het koken inschakelen.
Als er vocht in de bedieningselementen dringt, kan er
schade ontstaan.
▶ Nooit bedieningselementen met een natte doek rei-
nigen.
Verkeerde reiniging beschadigt de oppervlakken.
▶ Reinigingsinstructies in acht nemen.
▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in
de slijprichting.
▶ Nooit bedieningselementen met reinigingsmiddelen
voor roestvrij staal reinigen.
Teruglopend condenswater kan het apparaat beschadi-
gen.
▶ Het afvoerluchtknaal moet vanaf het apparaat met
minstens 1° helling zijn geïnstalleerd.
Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze
afbreken.
▶ Niet aan designelementen trekken.
▶ Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of
eraan ophangen.
Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm-
folie niet verwijderd is.
▶ De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijde-
ren van alle apparaatonderdelen.
Gelakte oppervlakken zijn gevoelig.
▶ Reinigingsinstructies in acht nemen.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina7
▶ Gelakte oppervlakken tegen krassen beschermen.

Milieubescherming en besparing nl
5
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-
damp aan.
¡
Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-
verbruik.
Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig
is.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere
ventilatiestand.
¡
De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer
nodig is.
¡
Als de verlichting is uitgeschakeld, verbruikt deze
geen energie.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-
vangen.
¡
De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Het kookdeksel erop plaatsen.
¡
De kookdampen en de condens verminderen.
Gebruik de extra functies alleen indien nodig.
¡
Het uitschakelen van de extra functies reduceert
het stroomverbruik.
4 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus
of in de luchtcirculatiemodus.
4.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd
en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-
voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in
een schoorsteen die wordt gebruikt
voor afvoergassen van apparaten be-
stemd voor het verbranden van gas of
andere brandstoffen (dit geldt niet voor
ventilatieapparatuur).
¡ Komt de afvoerlucht terecht in een
rook- of afvoergasschoorsteen die
niet in gebruik is, dan dient hiervoor
toestemming van een vakbekwame
schoorsteenveger te worden verkre-
gen.
¡ Wordt de afvoerlucht door de buiten-
muur geleid, dan raden wij u aan
een telescoop-muurkast te gebrui-
ken.
4.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een
geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Om geurtjes te voorkomen bij het ge-
bruik van circulatielucht, dient u een
geurfilter te monteren. De verschillende
manieren om het apparaat met circula-
tielucht te gebruiken, vindt u in onze ca-
talogus of kunt u navragen bij uw speci-
aalzaak. Het daartoe benodigde toebe-
horen is verkrijgbaar bij de speciaal-
zaak, de klantenservice of in de online-
shop.

nl Uw apparaat leren kennen
6
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw
apparaat instellen en informatie krijgen over de ge-
bruikstoestand.
Apparaat uitschakelen of
ventilatorstand 1 inscha-
kelen
Ventilatorstand2 inscha-
kelen.
Ventilatorstand3 of inten-
siefstand inschakelen.
Verlichting inschakelen of
uitschakelen.
6 Accessoires
Accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in de
vakhandel of op internet. Gebruik alleen originele ac-
cessoires, omdat deze precies op uw apparaat zijn af-
gestemd.
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
→Pagina10
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in onze catalogus, in de online-shop of kunt
u navragen bij de klantenservice.
www.bosch-home.com
Accessoires Bestelnummer
Koolfilter DHZ5316
Recirculatieset DHZ5605
Clean Air Plus circulatie-
luchtset
DWZ1IX1C6
Clean Air Plus koolfilter
(vervanging)
DWZ1IX1B6
Long Life circulatielucht-
set
DWZ1IT1D1
Regenereerbaar koolfilter
(vervanging)
DWZ0IT0P0
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
▶
indrukken.
a Het apparaat start in ventilatorstand1.
7.2 Ventilatorstand instellen
▶
, of indrukken.
Opmerking:
De ingestelde ventilatorstand wordt via de LED
gesignaleerd:
¡ Ventilatorstand 1: LED brandt groen.
¡ Ventilatorstand 2: LED brandt oranje.
¡ Ventilatorstand 3: LED brandt rood.
7.3 Machine uitschakelen
▶
indrukken.
Opmerking:Als de ventilatorstand 2 of 3 is ingescha-
keld, twee keer indrukken.
7.4 Intensiefstand inschakelen
Als zich een bijzonder sterke geur of damp ontwikkelt,
kunt u de intensiefstand gebruiken.
▶
ingedrukt houden.
a De LED knippert rood.
a Het apparaat schakelt na ca. 6 minuten automatisch
in een lagere ventilatorstand.
Opmerking:U kunt de intensiefstand direct in de uit-
stand inschakelen. Na het verstrijken van de 6minuten
schakelt het apparaat opnieuw uit.
7.5 Verlichting inschakelen
De verlichting kunt u onafhankelijk van de ventilatie in-
schakelen en uitschakelen.
▶
indrukken.
7.6 Verlichting uitschakelen
▶
indrukken.

Reiniging en onderhoud nl
7
8 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
8.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij de
klantenservice of in de online-shop.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-
ken van het apparaat beschadigen.
▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
▶ Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen
voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze
in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende on-
derdeel worden aanbevolen.
▶ Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
8.2 Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo-
dat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet
door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoon-
maakmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reini-
gingsmiddelen in combinatie met aluminiumdelen in de
spoelruimte van vaatwasmachine kunnen tot explosies
leiden.
▶ Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-
de reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen pro-
fessionele of industriële reinigingsmiddelen gebrui-
ken in combinatie met aluminiumdelen, zoals bijv.
vetfilters van afzuigkappen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
▶ Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact
halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scher-
pe randen hebben.
▶ Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
Afhankelijk van het oppervlak als volgt schoonma-
ken:
‒ Roestvrijstalen oppervlakken met een vaatdoekje
en warm zeepsop in slijprichting reinigen.
‒ Gelakte oppervlakken met een vaatdoekje en
warm zeepsop reinigen.
‒ Aluminium met een zachte doek en glasreiniger
reinigen.
‒ Kunststof met een zachte doek en glasreiniger
reinigen.
‒ Glas met een zachte doek en glasreiniger reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
4.
Bij roestvrijstalen oppervlakken een schoonmaak-
middel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met
een zachte doek.
Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is ver-
krijgbaar bij de klantenservice of in de onlineshop.
8.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
▶ Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
Met een vochtig vaatdoekje en warm zeepsop reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
8.4 Vetfilter verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De filterafdekking kan trillen.
▶ De filterafdekking langzaam openen.
▶ De filterafdekking na het openen vasthouden tot de-
ze niet meer natrilt.
▶ De filterafdekking langzaam sluiten.
1.
Om de filterafdekking te openen deze naar beneden
klappen.

nl Reiniging en onderhoud
8
2.
LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende
kookplaat beschadigen.
▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen.
De vergrendelingen op de vetfilters openen.
3.
De vetfilters uit de houders nemen.
Om naar beneden druppelend vet te vermijden, de
vetfilters horizontaal houden.
8.5 Vetfilter met de hand reinigen
De vetfilters reinigen het vet uit de kookdampen. Regel-
matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-
scheidingsgraad.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
De vetfilters in een warm zeepsop weken.
Bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel gebruiken.
Vetoplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice
of in de online-shop.
3.
De vetfilters met een borstel reinigen.
4.
De vetfilters grondig uitspoelen.
5.
De vetfilters laten afdruppelen.
8.6 Vetfilters in de vaatwasmachine reinigen
De vetfilters reinigen het vet uit de kookdampen. Regel-
matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-
scheidingsgraad.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
LET OP!
De vetfilters kunnen door inklemmen worden bescha-
digd.
▶ De vetfilters niet inklemmen.
Opmerking:Bij de reiniging van de vetfilter in de vaat-
wasmachine kunnen lichte verkleuringen optreden. De
verkleuringen hebben geen invloed op de werking van
de vetfilters.
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
De vetfilters los in de vaatwasmachine plaatsen.
Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met ser-
viesgoed reinigen.
Bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel gebruiken.
Vetoplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice
of in de online-shop.
3.
De vaatwasmachine starten.
Bij de temperatuurinstelling maximaal 70 °C kiezen.
4.
De vetfilters laten afdruppelen.
8.7 Vetfilters inbouwen
LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende
kookplaat beschadigen.
▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen.
1.
De vetfilters inbrengen.
2.
De vetfilters naar boven klappen en de vergrendelin-
gen vastklikken.
3.
Zorg ervoor dat de vergrendelingen vastklikken.
4.
De filterafdekking sluiten.
8.8 Geurfilter voor circulatiefunctie
Geurfilters binden de geurstoffen in de circulatiefunctie.
Regelmatig gewisselde geurfilters zorgen voor een ho-
ge geurafscheidingsgraad.
De geurfilter moet bij normaal gebruik, ca. een uur da-
gelijks, om de 4maanden worden vervangen. De geur-
filter kan niet worden gereinigd of geregenereerd.
Geurfilters zijn verkrijgbaar bij de klantenservice of in
de online-shop. Gebruik alleen originele geurfilters.
Geurfilters demonteren
1.
De vetfilters verwijderen.
2.
Het geurfilter uit de houder nemen.
3.
Het geurfilter rond de motor leiden.

Storingen verhelpen nl
9
4.
Het geurfilter verwijderen.
Geurfilters inbouwen
1.
Het geurfilter in de afzuigkap schuiven.
2.
Het geurfilter rond de motor leiden.
3.
Het geurfilter voorzichtig in de houder schuiven.
4.
De vetfilters monteren.
9 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
9.1 Defecte LED-lampen vervangen
▶
Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervan-
gen door de fabrikant, zijn klantenservice of een er-
kend vakman (elektromonteur).
9.2 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
Zekering is defect.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.

nl Afvoeren
10
Storing Oorzaak en probleemoplossing
De verlichting functio-
neert niet.
LED-lampje is defect.
▶
Neem contact op met de klantenservice.
▶
Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn klantenser-
vice of een erkend vakman (elektromonteur).
10 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de
juiste manier afvoert.
10.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
▶
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
11 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het
apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan contact op met
onze servicedienst.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
11.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:
¡ aan de binnenkant van het apparaat (daarvoor de
vetfilter demonteren).
¡ op de bovenkant van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
12 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
12.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op trans-
portschade en de volledigheid van de levering.
10 x
2 x

Montagehandleiding nl
11
12.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
12.3 Veiligheidsafstanden
Neem de veiligheidsafstanden van het apparaat in
acht.
12.4 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de
veiligheidsaanwijzingen in acht.
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de ruimtes ernaast
lucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-
voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-
sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
▶ Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-
doende om aan de minimale eisen te vol-
doen.
▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
▶ Indien het apparaat alleen met recirculatie
wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik
mogelijk.

nl Montagehandleiding
12
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging.
▶ Wanneer een afzuigkap wordt geïnstalleerd
met een haard die afhankelijk is van de
ruimtelucht, dan moet de stroomtoevoer
van de afzuigkap zijn voorzien van een ge-
schikte veiligheidsschakeling.
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging.
▶ De luchtafvoer niet in een rookkanaal of
rookgasafvoer leiden dat in bedrijf is.
▶ Voer de luchtafvoer niet in een schacht die
dient voor het ontluchten van opstelruimtes
voor haarden.
▶ Moet de luchtafvoer in een rook- of afvoer-
gasschoorsteen worden geleid die niet in
gebruik is, dan dient hiervoor toestemming
van een vakbekwame schoorsteenveger te
worden verkregen.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-
branden.
▶ Om warmteophoping te voorkomen dienen
de voorgeschreven veiligheidsafstanden te
worden aangehouden.
▶ Houd de informatie van uw kookapparaten
aan. Wanneer er in de installatie-instructies
van de kookapparaten een afwijkende af-
stand staat, altijd de grootste afstand in
acht nemen. Wanneer gaskooktoestellen
en elektrische kooktoestellen samen wor-
den gebruikt, dan geldt de grootste aange-
geven afstand.
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-
branden.
▶ Werk in de buurt van het apparaat nooit
met open vuur (bijv. flamberen).
▶ Installeer het apparaat alleen in de buurt
van een vuurbron voor vaste brandstoffen
(bijv. hout of kolen), wanneer een gesloten,
niet afneembare afdekking aanwezig is. Er
mogen geen vonken wegspringen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Is het toestel niet naar behoren bevestigd,
dan kan het naar beneden vallen.
▶ Alle bevestigingsschroeven moeten vast
worden gemonteerd.
Wijzigingen aan de elektrische of mechani-
sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden
tot functiestoringen.
▶ Geen wijzigingen aan de elektrische of me-
chanische opbouw aanbrengen.
De filterafdekking kan trillen.
▶ De filterafdekking langzaam openen.
▶ De filterafdekking na het openen vasthou-
den tot deze niet meer natrilt.
▶ De filterafdekking langzaam sluiten.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Scherpe componenten binnen het apparaat
kunnen de aansluitkabel beschadigen.
▶ De aansluitkabel niet knikken of inklem-
men.
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en ge-
bruiken volgens de gegevens op het type-
plaatje.
▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de
voorschriften geïnstalleerd stopcontact met
randaarde op een stroomnet met wissel-
stroom aansluiten.
▶ Het randaardesysteem van de elektrische
huisinstallatie moet conform de elektrotech-
nische voorschriften zijn geïnstalleerd.
▶ Nooit het apparaat via een externe schakel-
inrichting voeden, bijvoorbeeld een tijd-
schakelaar of besturing op afstand.
▶ Als het apparaat is ingebouwd, moet de
stekker van het netsnoer vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang niet mogelijk is,
moet in de vast geplaatste elektrische in-
stallatie een alpolige scheidingsinrichting
volgens de voorwaarden van de overspan-
ningscategorie III en volgens de installatie-
voorschriften worden ingebouwd.
▶ Bij het opstellen van het apparaat erop let-
ten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd
of beschadigd.

Montagehandleiding nl
13
12.5 Algemene aanwijzingen
Neem deze algemene aanwijzingen bij de installatie in
acht.
¡ Bij de installatie moeten de actuele geldige bouw-
voorschriften en de voorschriften van de plaatselijke
stroom- en gasleverancier in acht worden genomen.
¡ Bij het afvoeren van afvoerlucht moeten de officiële
en wettelijke voorschriften, zoals bijv. de plaatselijke
bouwverordeningen, in acht worden genomen.
¡ Om het apparaat in het geval van service ongehin-
derd te bereiken, een gemakkelijk toegankelijke
montageplaats kiezen.
¡ De oppervlakken van het apparaat zijn gevoelig. Bij
de montage beschadigingen vermijden.
12.6 Aanwijzingen voor de elektrische
aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Het apparaat moet op elk gewenst moment van de
stroom kunnen worden afgesloten. Het mag alleen op
een geaarde contactdoos worden aangesloten die vol-
gens de voorschriften is geïnstalleerd.
▶ De netstekker van de netaansluitkabel moet na de
inbouw van het apparaat vrij toegankelijk zijn.
▶ Is dit niet mogelijk, dan moet in de vast geplaatste
elektrische installatie een alpolige scheidingsinrich-
ting volgens de voorwaarden van de overspannings-
categorie III en volgens de opbouwvoorschriften
worden ingebouwd.
▶ De vaste aansluiting mag alleen door een elektricien
worden aangelegd. Wij adviseren een aardlekscha-
kelaar (FI-schakelaar) in de stroomkring naar het
apparaat te installeren.
Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen de
aansluitkabel beschadigen.
▶ De aansluitkabel niet knikken of inklemmen.
¡ De aansluitgegevens zijn te vinden op het typeplaat-
je. →Pagina10
¡ De aansluitleiding is ca. 1,30 m lang.
¡ Dit apparaat voldoet aan de ontstoringsvoorschriften
van de EG.
¡ Het apparaat is conform de beschermingsklasse 1.
Daarom het apparaat alleen met een aarddraadaan-
sluiting gebruiken.
¡ Het apparaat tijdens de montage niet op de voe-
dingsspanning aansluiten.
¡ Ervoor zorgen dat de bescherming tegen aanraking
door de inbouw is gegarandeerd.
12.7 Aanwijzingen m.b.t. de inbouwsituatie
¡ Dit apparaat in een keukenkast monteren.
¡ Voor de montage van extra speciale accessoires de
daarbij meegeleverde installatiehandleiding aanhou-
den.
¡ De breedte van de afzuigkap moet minstens over-
eenkomen met de breedte van het kooktoestel.
¡ Om de kookdamp optimaal op te vangen, het appa-
raat in het midden boven de kookplaat monteren.
12.8 Aanwijzingen m.b.t. de
luchtafvoerleiding
De fabrikant van het apparaat geeft geen garantie bij
klachten die te wijten zijn aan het buizentraject.
¡ Een korte, rechte afvoerbuis met een zo groot mo-
gelijke buisdiameter gebruiken.
¡ Lange, ruwe afvoerbuizen, vele buisbochten of klei-
ne buisdiameters verminderen het afzuigvermogen
en verhogen het ventilatorgeluid.
¡ Een afvoerbuis van niet brandbaar materiaal gebrui-
ken.
¡ Om het teruglopen van condens te vermijden, de af-
voerbuis vanuit het apparaat met 1° verval monte-
ren.
Ronde buizen
Ronde buizen met een binnendiameter van 150 mm
(aanbevolen) of minstens 120mm gebruiken.
Vierkante buizen
Platte buizen waarvan de binnendoorsnede met de dia-
meter van de ronde buizen overeenkomt:
¡ diameter 150 mm komt overeen met ca.177cm².
¡ diameter 120 mm komt overeen met ca.113cm².
¡ Gebruik bij een afwijkende buisdiameter een afdicht-
strip.
¡ Geen platte buizen met scherpe bochten gebruiken.
12.9 Aanwijzing voor de luchtafvoerfunctie
Voor de luchtafvoerfunctie moet een terugslagklep wor-
den ingebouwd.
Opmerkingen
¡ Wanneer bij het apparaat geen terugslagklep is
meegeleverd, dan kan men een terugslagklep in de
vakhandel verkrijgen.
¡ Wanneer de afvoerlucht door de buitenwand wordt
geleid, dan moet een telescopische muurcassette
worden gebruikt.
12.10 Aanwijzingen bij de circulatiefunctie
Het apparaat mag alleen worden gebruikt wanneer het
goed is geïnstalleerd en de leidingen zijn aangesloten.
12.11 Installatie
Meubel controleren
1.
Controleren of het inbouwmeubel horizontaal staat
en voldoende draagvermogen heeft.
Het max. gewicht van het apparaat bedraagt 10kg.
Opmerking:De aanwijzingen van de meubelfabri-
kanten m.b.t. het draagvermogen van het inbouw-
meubel in acht nemen.
2.
Controleren of het inbouwmeubel tot 90°C hittebe-
stendig is.
3.
Controleren of het inbouwmeubel ook na de uitsnij-
werkzaamheden nog stabiel is.
Meubel voorbereiden
Vereiste:Het meubel is geschikt voor de inbouw.
→"Meubel controleren", Pagina13

nl Montagehandleiding
14
1.
De uitsparing voor het apparaat maken.
2.
De uitsparing voor de luchtafvoerbuis ofwel boven
het inbouwmeubel of achter het inbouwmeubel ma-
ken.
Apparaat voorbereiden
1.
Monteer de terugslagklep op de luchtuitlaat en vast-
klikken.
2.
De filterafdekking openen.
‒ De filterafdekking aan de voorste hoeken vast-
pakken en met een ruk omlaag trekken.
3.
De scharnierbeveiliging losmaken en de filterafdek-
king verwijderen.
4.
De vetfilters verwijderen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
5.
De bekabeling van het bedieningsveld en de licht-
bekabeling losmaken.
6.
De frameschroefverbinding losmaken en het fra-
me verwijderen .

Montagehandleiding nl
15
Circulatiefunctie voorbereiden
1.
De filterhouders correct op de motor positioneren
en naar voren draaien tot ze vastklikken .
2.
De geurfilters in de filterhouders schuiven.
Apparaat monteren
1.
Het apparaat in de meubelopening plaatsen en
aan het inbouwmeubel vastschroeven .
2.
De bevestigingsschroeven vastdraaien.
3.
Het frame aanbrengen en van onderaf vastschroe-
ven aan het apparaat.
4.
Het frame en het apparaat met schroeven borgen.
Als de schroeven van buitenaf niet toegankelijk zijn,
kunnen deze ook van binnenaf gemonteerd worden.
5.
De bekabeling van het bedieningsveld en de licht-
bekabeling opnieuw aanbrengen.
De stekker kan slechts in één positie wordt aange-
sloten.
6.
Ervoor zorgen dat de stekkerverbinding correct is
vastgeklikt.
7.
De vetfilters inbrengen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
8.
De filterafdekking aanbrengen en sluiten.

nl Montagehandleiding
16
Afvoerluchtverbinding maken
1.
De luchtafvoerbuis op het afvoeraansluitstuk beves-
tigen.
2.
De verbinding met de afvoerluchtopening maken.
3.
De verbindingspunten afdichten.
Circulatieverbinding maken
1.
De luchtafvoerbuis op het afvoeraansluitstuk beves-
tigen.
2.
De verbinding met de opening aan het inbouwmeu-
bel maken.
3.
Het luchtgeleidingsrooster vastschroeven aan het in-
bouwmeubel.
4.
De verbindingspunten afdichten.
Stroom aansluiten
1.
Steek de stekker in het stopcontact.
2.
Als een vaste aansluiting noodzakelijk is, de aanwij-
zingen in het hoofdstuk
→"Aanwijzingen voor de elektrische aansluiting",
Pagina13 opvolgen.
Apparaat demonteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcon-
tact.
2.
Maak de afvoerbuis los.
3.
Indien nodig de filterafdekking openen.
4.
De vetfilters verwijderen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
5.
Het frame verwijderen.
6.
De bekabeling van het bedieningsveld en de licht-
bekabeling losmaken.
7.
De schroefbevestiging met het inbouwmeubel los
maken.
8.
Het apparaat langzaam naar onderen toe verwijde-
ren.




Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001603939*
9001603939 (020316)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

