Bosch DDW88MM66 Cooktop

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Other Documents
  • Installatievoorschrift - (Dutch - Holland) Download
  • Productspecificatieblad - (Dutch - Holland) Download
  • EU conformiteitsverklaring - (Dutch - Holland) Download
  • EU energielabel - (Dutch - Holland) Download
  • EU informatie - (Dutch - Holland) Download

User Manual

This is the main product document for model DDW88MM66.

The file format is pdf, 20 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Afzuigkap
DDW88MM65 DDW88MM66
[nl]
Gebruikershandleiding en installatie-instructies
background
nl Veiligheid
2
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade voorkomen ..............................4
3 Milieubescherming en besparing........................4
4 Functies ................................................................5
5 Uw apparaat leren kennen...................................6
6 Voor het eerste gebruik .......................................6
7 De Bediening in essentie.....................................6
8 Afzuigregeling van het kookveld ........................8
9 HomeConnect .....................................................8
10 Reiniging en onderhoud ....................................10
11 Storingen verhelpen ..........................................12
12 Servicedienst......................................................13
13 Accessoires........................................................13
14 Afvoeren .............................................................14
15 MONTAGEHANDLEIDING ..................................14
15.3 Veilige montage ..............................................
...14
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een
deskundige montage volgens de montage-
handleiding. De installateur is verantwoordelijk
voor een goede werking op de plaats van op-
stelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om kookdamp af te zuigen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ in combinatie met een gaskookplaat.
¡ met een externe kookwekker.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Ongeschikte apparaat-combinaties kunnen tot
schade leiden.
Gebruik het apparaat niet in combinatie
met gaskookplaten.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
background
Veiligheid nl
3
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de ruimtes ernaast
lucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-
voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-
sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-
doende om aan de minimale eisen te vol-
doen.
Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-
branden.
Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
De vetfilters regelmatig reinigen.
Nooit in de omgeving van het apparaat met
open vuur werken (bijv. flamberen).
Het apparaat alleen in de buurt van een
vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout
of kolen) installeren wanneer de vuurbron
een afgesloten, niet verwijderbare afscher-
ming heeft. Er mogen geen vonken weg-
springen.
Hete olie en vet ontvlammen erg snel.
Hete olie en vet permanent in het oog hou-
den.
Nooit brandende olie of vet met water blus-
sen. Schakel de kookzone uit. Vlammen
voorzichtig met een deksel, smoordeksel of
iets dergelijks verstikken.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen van het apparaat kun-
nen scherpe randen hebben.
Binnenkant van het apparaat voorzichtig
reinigen.
Voorwerpen die op het apparaat geplaatst zijn
kunnen vallen.
Plaats geen voorwerpen op het apparaat.
Wijzigingen aan de elektrische of mechani-
sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden
tot functiestoringen.
Geen wijzigingen aan de elektrische of me-
chanische opbouw aanbrengen.
Het licht van LED-lampen is zeer fel en kan de
ogen beschadigen (risicogroep 1).
Niet langer dan 100 seconden direct in de
ingeschakelde LED-lampen kijken.
Wanneer het apparaat tijdens de reiniging
door een ander persoon via de HomeCon-
nect app wordt bediend, bestaat er een ver-
hoogde kans op letsel.
Het apparaat vóór het reinigen van de Ho-
meConnect app scheiden.
background
nl Materiële schade voorkomen
4
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina13
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Binnendringend vocht kan een schok veroor-
zaken.
Vóór het reinigen de netstekker uit het
stopcontact halen of de zekering in de me-
terkast uitschakelen.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Binnendringend vocht kan een schok veroor-
zaken.
Wanneer een grotere hoeveelheid vloeistof
in het apparaat loopt, de stekker uit het
stopcontact halen of de zekering in de me-
terkast uitschakelen.
→"Functiestoringen", Pagina12
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-
de reinigingsmiddelen in combinatie met alu-
miniumdelen in de spoelruimte van vaatwas-
machine kunnen tot explosies leiden.
Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuur-
houdende reinigingsmiddelen gebruiken.
Vooral geen professionele of industriële rei-
nigingsmiddelen gebruiken in combinatie
met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters
van afzuigkappen.
2  Materiële schade voorkomen
LET OP!
Condenswater kan leiden tot corrosie.
Om de condensvorming te vermijden, het apparaat
bij het koken inschakelen.
Als er vocht in de bedieningselementen dringt, kan er
schade ontstaan.
Nooit bedieningselementen met een natte doek rei-
nigen.
Verkeerde reiniging beschadigt de oppervlakken.
Reinigingsinstructies in acht nemen.
Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in
de slijprichting.
Nooit bedieningselementen met reinigingsmiddelen
voor roestvrij staal reinigen.
Teruglopend condenswater kan het apparaat beschadi-
gen.
Het afvoerluchtknaal moet vanaf het apparaat met
minstens 1° helling zijn geïnstalleerd.
Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze
afbreken.
Niet aan designelementen trekken.
Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of
eraan ophangen.
Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm-
folie niet verwijderd is.
De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijde-
ren van alle apparaatonderdelen.
Op het apparaat geplaatste voorwerpen kunnen het ap-
paraat bij het uitschuiven beschadigen.
Plaats geen voorwerpen op het apparaat.
Zorg er met name bij de afstandsbediening via de
HomeConnect app voor, dat er zich geen voorwer-
pen op het apparaat bevinden.
3  Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
background
Functies nl
5
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Opmerking:
Voor dit apparaat werd een energieverbruikswaarde
conform EN 61591, verordening (EU) nr. 66/2014 en
gedelegeerde verordening (EU) nr. 65/2014 bepaald:
¡ De metingen vonden plaats in uitleveringstoestand.
¡ Er is geen kookplaatverlichting op het apparaat aan-
wezig.
¡ Tijdens het bepalen van de vloeibaar dynamische
efficiëntie werd de omgevingsverlichting in de kleur
rood met maximale helderheid gebruikt.
Wanneer u de functie Guided Air gebruikt, kunnen de
aangegeven energiewaarden en verbruikswaarden af-
wijken.
Bij het koken voldoende ventileren.
¡
Het apparaat werkt efficiënter en met minder be-
drijfsgeluiden.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-
damp aan.
¡
Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-
verbruik.
Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig
is.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere
ventilatiestand.
¡
De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodig
is.
¡
Het apparaat verbruikt geen energie.
Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer
nodig is.
¡
De verlichting verbruikt geen energie.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-
vangen.
¡
De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Het kookdeksel erop plaatsen.
¡
De kookdampen en de condens verminderen.
4  Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus
of in de luchtcirculatiemodus.
De verzadigingsindicatie moet passend bij de gekozen
gebruiksmodus en de gebruikte filters worden inge-
steld. →Pagina7
4.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd
en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-
voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in
een schoorsteen die wordt gebruikt
voor afvoergassen van apparaten be-
stemd voor het verbranden van gas of
andere brandstoffen (dit geldt niet voor
ventilatieapparatuur).
¡ Komt de afvoerlucht terecht in een
rook- of afvoergasschoorsteen die
niet in gebruik is, dan dient hiervoor
toestemming van een vakbekwame
schoorsteenveger te worden verkre-
gen.
¡ Wordt de afvoerlucht door de buiten-
muur geleid, dan raden wij u aan
een telescoop-muurkast te gebrui-
ken.
4.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een
geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Om geurtjes te voorkomen bij het ge-
bruik van circulatielucht, dient u een
geurfilter te monteren. De verschillende
manieren om het apparaat met circula-
tielucht te gebruiken, vindt u in onze ca-
talogus of kunt u navragen bij uw speci-
aalzaak. Het daartoe benodigde toebe-
horen is verkrijgbaar bij de speciaal-
zaak, de klantenservice of in de online-
shop.
background
nl Uw apparaat leren kennen
6
5  Uw apparaat leren kennen
5.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
5
3
4
1
2
7
6
1
Ventilatiestand 1
2
Ventilatiestand 2
3
Ventilatiestand 3
4
Intensiefstand 1
5
Intensiefstand 2
6
Verzadigingsindicatie geurfilter
1
7
Verzadigingsindicatie - vetfilter
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Apparaat in- of uitschakelen
Ventilatiestand verhogen
Ventilatiestand verlagen
Automatische modus
1
inschakelen of uitscha-
kelen
HomeConnect
Filterverzadigingsindicatie terugzetten
Vetfilter / geurfilter
1
verwijderen of plaatsen
Guided Air inschakelen of uitschakelen
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
6  Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Functie instellen
Uw apparaat is standaard op circulatiefunctie ingesteld.
Opmerking:Voor het gebruik in de circulatiefunctie
hebt u bijkomend toebehoren nodig.
Voor het gebruik in de circulatiefunctie de functie in-
stellen.
→"Verzadigingsindicatie instellen", Pagina7
7  De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
Het apparaat met inschakelen.
a Het apparaat start in ventilatorstand2.
a Het Ambient Light schakelt automatisch in.
7.2 Machine uitschakelen
indrukken.
a De naloop van de ventilator start in ventilatie-
stand1.
a Het Ambient Light blijft ca. 10 minuten ingescha-
keld.
a De ruit blijft voor de helft uitgeschoven.
a Het apparaat wordt na ca. 10 minuten automatisch
uitgeschakeld.
a De ruit beweegt naar beneden en het apparaat sluit.
7.3 Ventilatorstand instellen
of indrukken.
7.4 Intensiefstand inschakelen
Als zich een bijzonder sterke geur of damp ontwikkelt,
kunt u de intensiefstand gebruiken.
1.
zo vaak indrukken tot in de led-indicatie de led4
voor de intensiefstand 1 brandt.
2.
zo vaak indrukken tot in de led-indicatie de led5
voor de intensiefstand 2 brandt.
a Het apparaat schakelt na ca. 6 minuten automatisch
in de ventilatorstand 3.
background
De Bediening in essentie nl
7
7.5 Intensiefstand uitschakelen
Om een willekeurige ventilatorstand in te stellen,
indrukken.
7.6 Ventilatornaloop inschakelen
In de ventilatornaloop loopt het apparaat nog een tijdje
lang verder en het schakelt dan automatisch uit.
Opmerking:Overige instellingen zijn in de HomeCon-
nectapp beschikbaar.
Vereiste:Het apparaat is ingeschakeld.
indrukken.
a De naloop van de ventilator start in ventilatie-
stand1.
a Het Ambient Light blijft ca. 10 minuten ingescha-
keld.
a De ruit blijft voor de helft uitgeschoven.
a Het apparaat wordt na ca. 10 minuten automatisch
uitgeschakeld.
a De ruit beweegt naar beneden en het apparaat sluit.
7.7 Automatische modus
1
inschakelen
De optimale ventilatorstand wordt met behulp van een
sensor automatisch ingesteld.
indrukken.
Opmerking:In de automatische modus is de functie
Guided Air altijd ingeschakeld.
7.8 Automatische modus
1
uitschakelen
indrukken.
a Het apparaat start in ventilatorstand2.
a De ventilatie wordt automatisch beëindigd als de
sensor geen verandering van de luchtkwaliteit in de
ruimte vaststelt.
a De automatische stand loopt maximaal 4 uur.
Opmerking:Overige instellingen zijn in de HomeCon-
nectapp beschikbaar.
7.9 Intervalventilatie
Bij de intervalventilatie schakelt de ventilatie in de ge-
kozen stand gedurende de gekozen tijd in en uit.
Opmerking:Deze functie is uitsluitend in de Ho-
meConnectapp beschikbaar.
Wanneer de interval-ventilatie is ingeschakeld, dan
knippert led1.
7.10 Sensorbesturing
1
In de automatische stand herkent een sensor in het ap-
paraat de intensiteit van de kook- en bakluchtjes. Af-
hankelijk van de sensorgevoeligheid wordt de optimale
ventilatorstand automatisch ingeschakeld.
Reageert de sensorbesturing te zwak of te sterk, kunt u
de instelling van de sensorgevoeligheid wijzigen.
¡ Fabrieksinstelling: ventilatorstand 3
¡ Laagste instelling: ventilatorstand 1
¡ Hoogste instelling: ventilatorstand 5
7.11 Sensorbesturing
1
instellen
Vereiste:Het apparaat is ingeschakeld.
1.
en ca. 3seconden ingedrukt houden.
2.
Om de instelling te wijzigen, of indrukken.
3.
Druk op om de instelling op te slaan.
Of ca. 5 seconden wachten tot de instelling automa-
tisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
7.12 Verzadigingsindicatie instellen
De verzadigingsindicatie moet afhankelijk van de ge-
bruikte filter worden ingesteld.
Vereiste:Het apparaat is ingeschakeld.
1.
en ca. 3seconden ingedrukt houden.
Om de circulatiefunctie (Clean Air Standard of
Clean Air Plus) in te stellen, / indrukken, tot
op het led-display led 2 brandt.
Om de circulatiefunctie (regenereerbaar filter) in
te stellen, / indrukken tot op de led-indicatie
de led 3 brandt.
Om de elektronische besturing opnieuw op be-
drijf zonder circulatiefilter om te stellen, / in-
drukken tot in de led-indicatie de led 1 brandt.
2.
Druk op om de instelling op te slaan.
Of ca. 5 seconden wachten tot de instelling automa-
tisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
7.13 Verzadigingsindicatie terugzetten
Na het reinigen van de vetfilters of na het vervangen
van de geurfilters kan de verzadigingsindicatie worden
teruggezet.
Vereisten
¡ Na het uitschakelen van het apparaat knipperen in
het linker bedieningsdeel de bovenste beide led's
voor de verzadigingsindicatie van het vetfilter en/of
de onderste beide led's voor de verzadigingsindica-
tie van het geurfilter.
¡ Er klinkt meermaals een signaal.
indrukken.
a De verzadigingsindicatie wordt teruggezet.
7.14 Ambient Light inschakelen
Opmerkingen
¡ De Ambient Light kunt u in de HomeConnect app
inschakelen en uitschakelen.
¡ Overige kleuren zijn in de HomeConnect app be-
schikbaar.
Vereiste:De ventilatorstand1 is ingeschakeld.
indrukken.
a De Ambient Light blijft ingeschakeld.
a De ventilatie schakelt uit.
a De ruit blijft boven.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
background
nl Afzuigregeling van het kookveld
8
7.15 Guided Air inschakelen
Met de functie Guided Air wordt de kookdamp zo ge-
leid, dat het apparaat de kookdamp optimaal opneemt
en afzuigt. Met name voor de voorste kookplaten wordt
de afzuiging van de kookdamp verbeterd.
Opmerking:Deze functie is standaard uitgeschakeld.
indrukken.
7.16 Guided Air uitschakelen
indrukken.
8  Afzuigregeling van het kookveld
U kunt uw apparaat met een passende kookplaat ver-
binden en zo de functies van uw apparaat via de kook-
plaat regelen.
Wanneer beide apparaten HomeConnect-compatibel
zijn, verbindt u de apparaten het makkelijkste in de Ho-
meConnectapp. Verbind daarvoor beide apparaten
met HomeConnect en volg de aanwijzingen in de app
op.
Alternatief heeft u de volgende mogelijkheden de
apparaten met elkaar te verbinden:
¡ Apparaten direct met elkaar verbinden.
¡ Apparaten via het WiFi-thuisnetwerk verbinden.
Opmerking:Neem de veiligheidsvoorschriften van de
gebruiksaanwijzing van uw apparaat in acht en zorg er-
voor dat deze ook in acht worden genomen als u het
apparaat via de afzuigregeling van het kookveld be-
dient.
Tip:De bediening van uw apparaat heeft altijd voor-
rang. Gedurende deze tijd is een bediening via de af-
zuigregeling van het kookveld niet mogelijk.
Opmerking:In de netwerkgebonden stand-by-stand
heeft het apparaat max.2W nodig.
8.1 Apparaten direct met elkaar verbinden
Vereisten
¡ Uw apparaat is uitgeschakeld.
¡ Alle verbindingen met het thuisnetwerk of andere ap-
paraten terugzetten. Wanneer u uw apparaat direct
met de kookplaat verbindt, is de verbinding met het
thuisnetwerk niet meer mogelijk en kunt u Home
Connect niet meer gebruiken.
1.
Opmerking:Neem het hoofdstuk "Afzuigregeling
van het kookveld" in de gebruiksaanwijzing van uw
kookplaat in acht.
De kookplaat inschakelen en de zoekmodus kiezen.
2.
Toets ingedrukt houden tot in de led-indicatie de
led voor HomeConnectknippert.
a Het apparaat is met de kookplaat verbonden als de
led voor HomeConnect niet meer knippert, maar
permanent brandt.
8.2 Apparaten verbinden via het WLAN-
thuisnetwerk (Wi-Fi)
1.
Het apparaat verbinden met het thuisnetwerk.
→Pagina9
2.
Zodra het apparaat met het thuisnetwerk is verbon-
den, de verbinding via de HomeConnectapp met
de kookplaat tot stand brengen.
3.
De aanwijzingen op het mobiele eindapparaat vol-
gen.
9  HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
¡ Wanneer u om een verbinding te maken met uw
thuisnetwerk het MAC-adres van uw apparaat nodig
heeft, dan vindt u dit naast het typeplaatje.
→Pagina13
background
HomeConnect  nl
9
9.1 HomeConnect instellen
Vereisten
¡ Het apparaat is verbonden met het stroomnet en in-
geschakeld.
¡ U beschikt over een smartphone met een actuele
versie van het iOS- of Android besturingssysteem.
¡ De smartphone en het apparaat bevinden zich bin-
nen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnet-
werk.
1.
De HomeConnect app downloaden.
2.
De HomeConnect app openen en de volgende QR-
code scannen.
3.
De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
9.2 Verbinding terugzetten
Reset de opgeslagen verbindingen met het thuisnet-
werk en HomeConnect door en ca.3secon-
den ingedrukt te houden.
9.3 Software-update
Met de functie Software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. optimalisatie, verhelpen
van fouten, veiligheidsrelevante updates.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na down-
loaden kunt u de installatie via de HomeConnectapp
starten als u in uw lokale netwerk bent. Over een suc-
cesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Ho-
meConnectapp geïnformeerd.
Opmerkingen
¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kan een software-update ook
automatisch worden gedownload.
¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
9.4 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
9.5 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart Robert Bosch Hausgeräte GmbH dat
het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet
aan de fundamentele vereisten en de overige toepas-
selijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de aanvullende docu-
menten.
2,4 GHz band: 100 mW max.
5 GHz band: 100 mW max.
BE BG CZ DK DE EE IE el
ES FR HR IT CY LV LT LU
HU MT NL AT PL PT RO SI
SK FI SE UK NO CH TR
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
background
nl Reiniging en onderhoud
10
10  Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
10.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij de
klantenservice of in de online-shop.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-
ken van het apparaat beschadigen.
Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen
voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze
in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende on-
derdeel worden aanbevolen.
Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
10.2 Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo-
dat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet
door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoon-
maakmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reini-
gingsmiddelen in combinatie met aluminiumdelen in de
spoelruimte van vaatwasmachine kunnen tot explosies
leiden.
Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-
de reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen pro-
fessionele of industriële reinigingsmiddelen gebrui-
ken in combinatie met aluminiumdelen, zoals bijv.
vetfilters van afzuigkappen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact
halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scher-
pe randen hebben.
Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
Afhankelijk van het oppervlak als volgt schoonma-
ken:
Roestvrijstalen oppervlakken met een vaatdoekje
en warm zeepsop in slijprichting reinigen.
Gelakte oppervlakken met een vaatdoekje en
warm zeepsop reinigen.
Aluminium met een zachte doek en glasreiniger
reinigen.
Kunststof met een zachte doek en glasreiniger
reinigen.
Glas met een zachte doek en glasreiniger reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
4.
Bij roestvrijstalen oppervlakken een schoonmaak-
middel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met
een zachte doek.
Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is ver-
krijgbaar bij de klantenservice of in de onlineshop.
10.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
Met een vochtig vaatdoekje en warm zeepsop reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
10.4 Ruit reinigen
1.
De ruit voorzichtig verwijderen.
2.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
3.
Met een zachte doek en glasreiniger reinigen.
4.
De ruit tot in de aanslag in de geleidingen plaatsen.
background
Reiniging en onderhoud nl
11
10.5 Opvangbakje reinigen
Bij het koken of het reinigen van het apparaat kan
vloeistof in het apparaat raken. Het opvangbakje dient
ervoor deze vloeistof op te vangen.
1.
Het opvangbakje er uit halen en legen ⁠.
2.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
3.
Het opvangbakje reinigen en weer terug plaatsen.
10.6 Vetfilter verwijderen
1.
indrukken.
a De glasplaat beweegt tot aan de helft omlaag en de
vetfiltercassettes worden naar boven getranspor-
teerd.
2.
De vetfiltercassettes verwijderen.
3.
De vetfilters verwijderen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
10.7 Vetfilter met de hand reinigen
De vetfilters reinigen het vet uit de kookdampen. Regel-
matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-
scheidingsgraad.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
→"Vetfilter verwijderen", Pagina11
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
De vetfilters in een warm zeepsop weken.
Bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel gebruiken.
Vetoplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice
of in de online-shop.
3.
De vetfilters met een borstel reinigen.
4.
De vetfilters grondig uitspoelen.
5.
De vetfilters laten afdruppelen.
10.8 Vetfilters in de vaatwasmachine
reinigen
De vetfilters reinigen het vet uit de kookdampen. Regel-
matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-
scheidingsgraad.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
LET OP!
De vetfilters kunnen door inklemmen worden bescha-
digd.
De vetfilters niet inklemmen.
Opmerking:Bij de reiniging van de vetfilter in de vaat-
wasmachine kunnen lichte verkleuringen optreden. De
verkleuringen hebben geen invloed op de werking van
de vetfilters.
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
→"Vetfilter verwijderen", Pagina11
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
De vetfilters los in de vaatwasmachine plaatsen.
Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met ser-
viesgoed reinigen.
Bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel gebruiken.
Vetoplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice
of in de online-shop.
3.
De vaatwasmachine starten.
Bij de temperatuurinstelling maximaal 70 °C kiezen.
4.
De vetfilters laten afdruppelen.
10.9 Vetfiltercassette reinigen
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
→"Vetfilter verwijderen", Pagina11
1.
De vetfiltercassette reinigen.
2.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
background
nl Storingen verhelpen
12
10.10 Vetfilters inbouwen
1.
indrukken.
a De glasplaat beweegt tot aan de helft omlaag en de
vetfiltercassettes worden naar boven getranspor-
teerd.
2.
De vetfiltercassettes verwijderen.
3.
Het vetfilter in de vetfiltercassette plaatsen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
4.
De vetfiltercassette plaatsen.
5.
indrukken.
6.
a De ruit en de filtercassettes bewegen naar beneden.
a De klep van het apparaat sluit en het apparaat
schakelt uit.
11  Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
11.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
Zekering is defect.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
De ruit is niet correct geplaatst.
Plaats de ruit er voorzichtig tot de aanslag in.
Er loopt vloeistof in het apparaat.
Trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast
uit.
Leeg de opvangbak en verwijder de vetfiltercassettes. →Pagina11
Droog alle toegankelijke plekken.
Laat de klep van het apparaat geopend en neem het apparaat pas na 48 uur
weer in gebruik.
Plaats de opvangbak en de vetfiltercassettes.
De glasplaat is gedemonteerd en het apparaat werd bediend.
Plaats de glasplaat en koppel het apparaat ca. 1 min. van het stroomnet los.
background
Servicedienst nl
13
Storing Oorzaak en probleemoplossing
De klep van het apparaat sluit
niet volledig.
Er is een voorwerp klem geraakt in het apparaat.
Koppel het apparaat los van de voedingsspanning.
Open de klep voorzichtig en verwijder het klemgeraakte voorwerp.
Sluit de klep voorzichtig.
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De toetsverlichting functioneert
niet.
De regeleenheid is defect.
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina13
Verlichting functioneert niet. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina13
Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn
klantenservice of een erkend vakman (elektromonteur).
In het linker bedieningsdeel knip-
peren de bovenste beide led's 7.
De vetfilters zijn verzadigd.
→"Vetfilters in de vaatwasmachine reinigen", Pagina11
In het linker bedieningsdeel knip-
peren de onderste beide led's 6.
De geurfilters zijn verzadigd.
Het geurfilter vervangen.
Home Connect functioneert niet
correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Ga naar www.home-connect.com.
12  Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het
apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan contact op met
onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
12.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje vindt u op de ventilatorkast.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
13  Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Accessoires Bestelnummer
Clean Air Plus geurfilter
80 cm (vervanging)
DSZ1WW1B6
Clean Air Plus luchtcircu-
latieset 80 cm
DSZ1WW1I6
Long Life circulatieset 80
cm
DSZ1WW1J1
Montageset voor afneem-
bare ventilator
DSZ1WW1M1
Montageset voor naadlo-
ze inbouw 80 cm
DSZ8WW1Y2
Accessoires Bestelnummer
Vlakkanaalsectie recht
500 mm
HEZ9VDSM1
Vlakkanaalsectie recht
1000 mm
HEZ9VDSM2
90° vlakkanaalbocht hori-
zontaal
HEZ9VDSB1
90° vlakkanaalbocht verti-
caal
HEZ9VDSB2
Adapterstuk rond/vlak HEZ9VDSI0
90° adapterstuk rond/
vlak
HEZ9VDSI1
Verbindingsmanchet HEZ9VDSS1
background
nl Afvoeren
14
14  Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de
juiste manier afvoert.
14.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
15  Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
15.1 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op trans-
portschade en de volledigheid van de levering.
15.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
Houd rekening met de afmetingen van het meubel.
 15.3 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de
veiligheidsaanwijzingen in acht.
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
background
Montagehandleiding nl
15
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de ruimtes ernaast
lucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-
voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-
sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-
doende om aan de minimale eisen te vol-
doen.
Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-
branden.
Om warmteophoping te voorkomen dienen
de voorgeschreven veiligheidsafstanden te
worden aangehouden.
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-
branden.
In de buurt van het apparaat nooit werken
met een open vlam (bijv. flamberen).
Het apparaat alleen in de buurt van een
vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout
of kolen) installeren wanneer er een afge-
sloten, niet verwijderbare afscherming aan-
wezig is. Er mogen geen vonken wegsprin-
gen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Het toestel is zwaar.
Om het apparaat te bewegen, zijn 2 perso-
nen vereist.
Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
Wijzigingen aan de elektrische of mechani-
sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden
tot functiestoringen.
Geen wijzigingen aan de elektrische of me-
chanische opbouw aanbrengen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Ongeschikte apparaat-combinaties kunnen tot
schade leiden.
Gebruik het apparaat niet in combinatie
met gaskookplaten.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Scherpe componenten binnen het apparaat
kunnen de aansluitkabel beschadigen.
De aansluitkabel niet knikken of inklem-
men.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigde apparaat gebrui-
ken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
background
nl Montagehandleiding
16
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de servicedienst.
→Pagina13
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en ge-
bruiken volgens de gegevens op het type-
plaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de
voorschriften geïnstalleerd stopcontact met
randaarde op een stroomnet met wissel-
stroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische
huisinstallatie moet conform de elektrotech-
nische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakel-
inrichting voeden, bijvoorbeeld een tijd-
schakelaar of besturing op afstand.
Als het apparaat is ingebouwd, moet de
stekker van het netsnoer vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang niet mogelijk is,
moet in de vast geplaatste elektrische in-
stallatie een alpolige scheidingsinrichting
volgens de voorwaarden van de overspan-
ningscategorie III en volgens de installatie-
voorschriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop let-
ten dat het aansluitsnoer niet afgeklemd of
beschadigd wordt.
15.4 Aanwijzingen voor de elektrische
aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Het apparaat moet op elk gewenst moment van de
stroom kunnen worden afgesloten. Het mag alleen op
een geaarde contactdoos worden aangesloten die vol-
gens de voorschriften is geïnstalleerd.
De netstekker van de netaansluitkabel moet na de
inbouw van het apparaat vrij toegankelijk zijn.
Is dit niet mogelijk, dan moet in de vast geplaatste
elektrische installatie een alpolige scheidingsinrich-
ting volgens de voorwaarden van de overspannings-
categorie III en volgens de opbouwvoorschriften
worden ingebouwd.
De vaste aansluiting mag alleen door een elektricien
worden aangelegd. Wij adviseren een aardlekscha-
kelaar (FI-schakelaar) in de stroomkring naar het
apparaat te installeren.
Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen de
aansluitkabel beschadigen.
De aansluitkabel niet knikken of inklemmen.
¡ De aansluitgegevens zijn te vinden op het typeplaat-
je. →Pagina13
¡ De aansluitleiding is ca. 1,30 m lang.
¡ Dit apparaat voldoet aan de ontstoringsvoorschriften
van de EG.
¡ Het apparaat is conform de beschermingsklasse 1.
Daarom het apparaat alleen met een aarddraadaan-
sluiting gebruiken.
¡ Het apparaat tijdens de montage niet op de voe-
dingsspanning aansluiten.
¡ Ervoor zorgen dat de bescherming tegen aanraking
door de inbouw is gegarandeerd.
15.5 Aanwijzingen m.b.t. de inbouwsituatie
¡ Dit apparaat in een werkblad monteren.
¡ Het apparaat is niet geschikt voor de combinatie
met een gaskookplaat.
¡ Voor de montage van extra speciale accessoires de
daarbij meegeleverde installatiehandleiding aanhou-
den.
Om ervoor te zorgen dat er geen vermogensverlies
optreedt van het apparaat, monteert u geen bovenkast
boven het apparaat en houdt u de volgende afstanden
aan:
¡ Minstens 50cm links en rechts van het apparaat tot
een wand of tot een naastgelegen bovenkast
¡ Minstens 5cm van het frame van het apparaat tot
een wand
¡ Minstens 2cm van het aanzuigbereik Guided Air tot
een meubelwand
¡ De vlak geïntegreerde inbouw is uitsluitend mogelijk
in aanrechten van steen of graniet.
background
Montagehandleiding nl
17
15.6 Aanwijzingen m.b.t. de
luchtafvoerleiding
De fabrikant van het apparaat geeft geen garantie bij
klachten die te wijten zijn aan het buizentraject.
¡ Een korte, rechte afvoerbuis met een zo groot mo-
gelijke buisdiameter gebruiken.
¡ Lange, ruwe afvoerbuizen, vele buisbochten of klei-
ne buisdiameters verminderen het afzuigvermogen
en verhogen het ventilatorgeluid.
¡ Een afvoerbuis van niet brandbaar materiaal gebrui-
ken.
¡ Om het teruglopen van condens te vermijden, de af-
voerbuis vanuit het apparaat met 1° verval monte-
ren.
Opmerking:U kunt geschikte luchtafvoerkanalen ver-
krijgen via onze klantenservice, bij uw dealer of op on-
ze website.
Vierkante buizen
Platte buizen waarvan de binnendoorsnede met de dia-
meter van de ronde buizen overeenkomt:
¡ diameter 150 mm komt overeen met ca.177cm².
¡ diameter 120 mm komt overeen met ca.113cm².
¡ Gebruik bij een afwijkende buisdiameter een afdicht-
strip.
¡ Geen platte buizen met scherpe bochten gebruiken.
Ronde buizen
Ronde buizen met een binnendiameter van 150 mm
(aanbevolen) of minstens 120mm gebruiken.
15.7 Algemene aanwijzingen
Neem deze algemene aanwijzingen bij de installatie in
acht.
¡ Bij de installatie moeten de actuele geldige bouw-
voorschriften en de voorschriften van de plaatselijke
stroom- en gasleverancier in acht worden genomen.
¡ Bij het afvoeren van afvoerlucht moeten de officiële
en wettelijke voorschriften, zoals bijv. de plaatselijke
bouwverordeningen, in acht worden genomen.
¡ De breedte van de afzuigkap moet minstens over-
eenkomen met de breedte van het kooktoestel.
¡ Om de kookdamp optimaal op te vangen, het appa-
raat achter de kookplaat monteren.
¡ Om de ventilatorkast in het geval van service onge-
hinderd te bereiken, een gemakkelijk toegankelijke
montageplaats kiezen.
¡ De oppervlakken van het apparaat zijn gevoelig. Bij
de montage beschadigingen vermijden.
15.8 Installatie
Meubel controleren
Controleren of het inbouwmeubel horizontaal staat
en voldoende draagvermogen heeft.
Het max. gewicht van het apparaat bedraagt 40kg.
Meubel voorbereiden
Opmerking:Om de kookplaat en het apparaat naad-
loos in te bouwen, heeft u de speciale accessoires no-
dig, welke niet zijn inbegrepen in de levering. Houd de
bijgevoegde installatiehandleiding aan voor speciale
accessoires.
Vereiste:Het meubel is geschikt voor de inbouw.
1.
Maak in het werkblad een uitsparing al naar gelang
de inbouwsituatie.
De hoek van het snijvlak tot het werkblad moet 90°
bedragen.
2.
Waarborg de draagkracht en de stabiliteit van het
werkblad.
Gebruik voor een steunconstructie hittebestendig en
vochtbestendig versterkingsmateriaal.
3.
Controleren of het inbouwmeubel ook na de uitsnij-
werkzaamheden nog stabiel is.
4.
De spanen verwijderen.
5.
Al naar gelang de inbouwsituatie de achterwand van
het inbouwmeubel verwijderen.
Apparaat voorbereiden
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het toestel is zwaar.
Om het apparaat te bewegen, zijn 2 personen ver-
eist.
Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
1.
Het apparaat op een zachte ondergrond plaatsen
en de transportbeveiliging verwijderen.
background
nl Montagehandleiding
18
2.
De afdichting in de daarvoor bedoelde groef plak-
ken en afsnijden ⁠.
3.
De afdekplaat al naar gelang de inbouwsituatie vast-
schroeven.
Apparaat monteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Het toestel is zwaar.
Om het apparaat te bewegen, zijn 2 personen ver-
eist.
Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
Opmerking:De transportbeveiliging ter bescherming
van de kabel nog niet verwijderen.
1.
Het apparaat aan de korte zijde optillen en met de
voorzijde met de kookplaat uitlijnen.
2.
De kabelaansluiting in de trekontlasting trekken
en de transportbeveiliging verwijderen ⁠.
3.
Opmerking:Om het apparaat nog niet volledig in
de uitsparing te plaatsen, steeds aan de korten zijde
van het apparaat er een strip onder leggen.
Het apparaat van boven af in de uitsparing van het
werkblad plaatsen.
Het apparaat gelijkmatig plaatsen, zodat het niet
kantelt.
4.
De uitsparing voor het leidingwerk markeren:
Bevestig aansluitslang van de ventilatorkast op
de aansluiting.
De ventilatorkast in de geleiding schuiven en met
een schroef vastschroeven.
De positie voor de leidingen op de bodem van
de kast markeren.
De schroef losdraaien en de ventilatorkast weer
verwijderen.
5.
De uitsparing voor het leidingwerk uitzagen.
6.
De ventilatorkast in de geleiding schuiven, de leidin-
gen aansluiten en de ventilatorkast vastschroeven.
7.
Steun het apparaat aan de voorzijde en verwijder de
strip.
8.
Plaats het apparaat in de uitsparing.
background
Montagehandleiding nl
19
9.
De rails naar de bodem uitlijnen en aan de zijkant
bevestigen .
10.
De rails op de bodem van de kast vastschroeven.
11.
Opmerking:Wordt een apparaat met de afmeting
90 cm in een 90 cm brede kast gemonteerd, dan
de beide volgende montagestappen overslaan en
de aanwijzingen in de meegeleverde handleiding in
acht nemen.
De bout er van onder indraaien en de moer vast-
schroeven.
12.
Het apparaat op de kookplaat uitlijnen en tegen
het werkblad opspannen ⁠ ⁠.
13.
De opvangbak plaatsen en inklikken.
14.
De kabel op de ventilatiekast insteken.
15.
De ruit tot in de aanslag in de geleidingen plaatsen.
16.
De stroom aansluiten.
a De ruit beweegt naar beneden en het apparaat sluit.
17.
Het vetfilter plaatsen.
→"Vetfilters inbouwen", Pagina12
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001560434*
9001560434(010121)
nl
Robert Bosch Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München
GERMANY
www.bosch-home.com

Specifications

Indexed Terms: Induction

Bosch DDW88MM66 Questions and Answers

Questions and Answers

Related Products

Product Bosch PKE611BA2A image
Bosch PKE611BA2A Cooktop
2022-06-12 2 docs
Product Bosch PUE611BB5E image
Bosch PUE611BB5E Cooktop
2022-05-12 5 docs
Product Bosch NITP660SUC image
Bosch NITP660SUC Cooktop
2022-04-26 10 docs
Product Bosch NITP660UC image
Bosch NITP660UC Cooktop
2022-04-26 10 docs
Product Bosch NIT8660UC image
Bosch NIT8660UC Cooktop
2022-04-25 9 docs
Product Bosch PPI82560MS image
Bosch PPI82560MS Cooktop
2021-07-07 2 docs