
nl
2
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.....................................4
1.1 Algemene aanwijzingen ............ 4
1.2 Bestemming van het appa-
raat ............................................ 4
1.3 Inperking van de gebruikers ..... 4
1.4 Veiliger transport ....................... 4
1.5 Veilige installatie........................ 5
1.6 Veilig gebruik............................. 6
1.7 Beschadigd apparaat................ 8
2 Het voorkomen van materiële
schade .......................................10
3 Milieubescherming en bespa-
ring.............................................10
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 10
3.2 Energie besparen.................... 10
4 Opstellen en aansluiten ............11
4.1 Leveringsomvang .................... 11
4.2 Criteria voor de opstellocatie .. 11
4.3 Apparaat monteren ................. 12
4.4 Het apparaat voor het eerste
gebruik voorbereiden .............. 12
4.5 Apparaat elektrisch aanslui-
ten............................................ 12
5 Uw apparaat leren kennen........13
5.1 Apparaat.................................. 13
5.2 Bedieningspaneel.................... 14
6 Uitrusting...................................15
6.1 Legplateau............................... 15
6.2 Flessenrek ............................... 15
6.3 Groente- en fruitlade................ 15
6.4 Verskoellade............................ 15
6.5 Deurrekken.............................. 15
6.6 Accessoires............................. 15
7 De Bediening in essentie..........16
7.1 Apparaat inschakelen.............. 16
7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 16
7.3 Machine uitschakelen.............. 16
7.4 Temperatuur instellen.............. 16
8 Extra functies ............................16
8.1 Superkoelen ........................... 16
8.2 Automatisch Supervriezen....... 17
8.3 Handmatig Supervriezen ......... 17
8.4 Sabbat-modus ......................... 18
9 Alarm..........................................18
9.1 Deuralarm................................ 18
9.2 Temperatuuralarm ................... 18
10 Koelvak ....................................19
10.1 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het koel-
vak ......................................... 19
10.2 Koudezones in het koelvak ... 19
11 Verskoelruimte ........................19
11.1 Bewaartijden in de vers-
koelruimte bij 0 °C ................ 20
12 Vriesvak ...................................20
12.1 Invriescapaciteit..................... 20
12.2 Vriesvakvolume volledig
gebruiken .............................. 20
12.3 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het vries-
vak ......................................... 20
12.4 Tips voor het bevriezen van
verse levensmiddelen............ 20
12.5 Houdbaarheid van de diep-
vrieswaren bij −18°C ........... 21
12.6 Ontdooimethodes voor
diepvrieswaren ...................... 21
13 Ontdooien................................22
13.1 Ontdooien in het vriesvak ..... 22
14 Reiniging en onderhoud .........22
14.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging......................... 22
14.2 Apparaat schoonmaken ........ 22
14.3 Onderdelen eruit halen.......... 23

nl
3
15 Storingen verhelpen ...............25
15.1 Stroomuitval........................... 29
15.2 Apparaatzelftest uitvoeren..... 29
16 Opslaan en afvoeren...............29
16.1 Apparaat buiten gebruik
stellen .................................... 29
16.2 Afvoeren van uw oude ap-
paraat .................................... 30
17 Servicedienst...........................30
17.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) .......... 31
18 Technische gegevens.............31

nl
4
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei-
ding van ijsblokjes.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/
diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
▶ Het apparaat niet alleen optillen.

nl
5
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn
ingebouwd.
▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten,
dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-
mengsel ontstaan.
▶ Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de in-
bouwbehuizing niet afsluiten.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren
gebruiken.

nl
6
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-
schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak
om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net-
voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare
netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat-
sen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-
paraat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar
koudemiddel lekken en exploderen.
▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me-
chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die
door de fabrikant zijn aanbevolen.
▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp
los, bijv. met een steel van een houten lepel.

nl
7
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun-
nen exploderen, bijv. spuitbussen.
▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie-
ve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand
leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in de vers-
koelruimte bewaren.
▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het
vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen.
▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
Het apparaat kan kantelen.
▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens
het gebruik heet.
▶ Raak de hete onderdelen nooit aan.
WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot
brandwonden door koude leiden.
▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het
vriesvak werden genomen.
▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en
oppervlakken van het vriesvak.

nl
8
VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le-
vensmiddelen te voorkomen.
▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot
een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa-
raat.
▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij-
ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda-
nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid-
delen of op deze drupt.
▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap-
paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten,
om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun-
nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact
komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio-
nen overdragen naar de levensmiddelen.
▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Neem contact op met de klantenservice. →Pagina30
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.

nl
9
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het
ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid-
del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
▶ Ventileer de ruimte.
▶ Het apparaat uitschakelen. →Pagina16
▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Neem contact op met de service. →Pagina30

nl
10
Het voorkomen van materiële schade
2 Het voorkomen van
materiële schade
Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Het kantelen van de apparaatwieltjes
kan bij het verschuiven van het appa-
raat de vloer beschadigen.
▶ Het apparaat met een steekwagen
transporteren.
▶ Bij het verschuiven van het appa-
raat een vloerbescherming gebrui-
ken en niet zigzag bewegen.
Door het gebruik van het apparaat,
de plint, laden of deuren als zitvlak of
opstapje kan het apparaat bescha-
digd raken.
▶ Niet op het apparaat, de plint, la-
den of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet
kunnen kunststofdelen en deurafdich-
tingen poreus worden.
▶ Houd kunststofdelen en deuraf-
dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of
met een metalen uiterlijk kunnen alu-
minium bevatten. Bij contact met
zuurhoudende levensmiddelen corro-
deert en verkleurt het aluminium.
▶ Levensmiddelen uitsluitend verpakt
in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en
besparing
Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
▶ De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
¡ Stel het apparaat niet bloot aan di-
rect zonlicht.
¡ Plaats het apparaat zo ver moge-
lijk van radiatoren, fornuis en ande-
re warmtebronnen:
– Houd 30mm afstand aan tot
elektrische- of gasfornuizen.
– Houd 300mm afstand aan tot
olie- en kolenfornuizen.
¡ Houd een kleine afstand tot de zij-
wand aan.
¡ De externe ventilatieopeningen
nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking:De plaatsing van de uit-
rustingsonderdelen heeft geen in-
vloed op het energieverbruik van het
apparaat.
¡ Open het apparaat slechts kort en
sluit het zorgvuldig.
¡ De binnenste ventilatieopeningen
of de externe ventilatieopeningen
nooit afdekken of blokkeren.
¡ Transporteer gekoelde levensmid-
delen in een koeltas en leg ze snel
in het apparaat.

nl
11
¡ Warm voedsel en dranken eerst la-
ten afkoelen, daarna in het appa-
raat plaatsen.
¡ Leg om de koude van de diep-
vriesproducten te benutten, deze
ter ontdooiing in het koelvak.
¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le-
vensmiddelen en de achterwand.
Opstellen en aansluiten
4 Opstellen en aansluiten
Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of
onze servicedienst →Pagina30
contact op.
De levering bestaat uit:
¡ Vrijstaand apparaat
¡ Uitrusting en accessoires
1
¡ Montagehandleiding
¡ Gebruiksaanwijzing
¡ Klantenservice overzicht
¡ Garantiebijlage
2
¡ Energielabel
¡ Informatie over energieverbruik en
geluiden
4.2 Criteria voor de opstello-
catie
WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te klei-
ne ruimte staat, kan er bij een lek van
het koudecircuit een brandbaar gas-
luchtmengsel ontstaan.
▶ Stel het apparaat uitsluitend op in
een ruimte, welke tenminste een
volume heeft van 1m
3
per 8g
koudemiddel. De hoeveelheid van
het koudemiddel staat op het type-
plaatje. →"Apparaat", Fig. 1 /
6
,
Pagina14
Het gewicht van het apparaat kan af-
hankelijk van het model tot 120 be-
dragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg
zijn om het gewicht van het apparaat
te dragen.
De ondergrond moet vlak zijn.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik
bij omgevingstemperaturen van 10°C
tot 43°C.
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de toegestane binnentempe-
ratuur.
Wanneer u het apparaat gebruikt bij
lagere kamertemperaturen, dan kun-
nen beschadigingen aan het appa-
raat tot een kamertemperatuur van
5°C worden uitgesloten.
Over-and-Under- en Side-by-Side-
opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast
elkaar wilt opstellen, moet u tussen
de toestellen minimaal een tussenaf-
stand van 150 mm aanhouden. Voor
bepaalde toestellen is een opstelling
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2
Niet in alle landen

nl
12
zonder minimumafstand mogelijk.
Neem hiervoor contact op met uw
dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
▶ Het apparaat conform meegelever-
de montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eer-
ste gebruik voorbereiden
1. Haal het informatiemateriaal er uit.
2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips
en karton.
3. Het apparaat voor de eerste keer
reinigen. →Pagina22
4.5 Apparaat elektrisch aan-
sluiten
1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat staan op het typeplaatje.
→"Apparaat", Fig. 1 /
6
,
Pagina14
2. De netstekker op vastheid contro-
leren.
a Het apparaat is nu gereed voor ge-
bruik.

nl
13
Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
A
C
B
1
Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van
uitrusting en grootte.
A
Koelvak →Pagina19
B
Verskoelruimte →Pagina19

nl
14
C
Vriesvak →Pagina20
1
Bedieningspaneel
→Pagina14
2
Verlichting
3
Flessenrek →Pagina15
4
Verskoellade →Pagina15
5
Groente- en fruitlade
→Pagina15
6
Typeplaatje →Pagina31
7
Diepvrieslade →Pagina23
8
Stelvoet
9
Deurrek voor grote flessen
→Pagina15
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
1 2 3 4 5 6
2
1
alarm off schakelt het waar-
schuwingssignaal uit.
2
super freeze schakelt Super-
vriezen in of uit.
3
super cool schakelt Super-
koelen in of uit.
4
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het vriesvak in°C.
5
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het koelvak in°C.
6
3sec. schakelt het appa-
raat in of uit.

nl
15
Uitrusting
6 Uitrusting
Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is mo-
delafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te varië-
ren, kunt u het schap uitnemen en op
een andere positie weer plaatsen.
→"Plateau verwijderen", Pagina23
6.2 Flessenrek
Bewaar flessen veilig op het flessen-
rek.
Om het flessenrek naar wens te vari-
ëren, kunt u het flessenrek verwijde-
ren en op een andere plaats weer te-
rugzetten.
→"Plateau verwijderen", Pagina23
6.3 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente onver-
pakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente af-
gedekt of luchtdicht verpakt.
Afhankelijk van de soort levensmid-
delen en de hoeveelheid kan zich in
de fruit- en groentelade condenswa-
ter vormen.
Verwijder het condenswater met een
droge doek.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit
en het aroma behouden blijven, moet
u koudegevoelig fruit en groente bui-
ten het apparaat bewaren bij tempe-
raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv.
ananas, bananen, citrusvruchten, au-
gurken, courgette, paprika, tomaten
en aardappelen.
6.4 Verskoellade
Gebruik de lagere temperaturen in
de verskoellade om snel bedervende
levensmiddelen te bewaren, bijv. vis,
vlees en worst.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te vari-
ëren kunt u het deurrek er uit nemen
en op een andere positie weer plaat-
sen.
→"Deurrek verwijderen", Pagina23
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires.
Deze zijn op het apparaat afgestemd.
De accessoires van het apparaat zijn
afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierpla-
teau.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs-
blokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblok-
jes uitsluitend drinkwater.
1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor
¾ met drinkwater en plaats deze
in het diepvriesvak.
Maak vastgevroren levensmidde-
len met een stomp voorwerp los,
bijv. met een steel van een houten
lepel.
2. Om deijsblokjesschaal los tema-
ken de ijsblokjesschaal iets torde-
ren of kort onder stromend water
houden.

nl
16
De Bediening in essentie
7 De Bediening in essen-
tie
De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
1. Het apparaat elektrisch aansluiten.
→Pagina12
Opmerking:Wanneer het apparaat
eerder via het bedieningspaneel
werd uitgeschakeld, 3sec. 3se-
conden ingedrukt houden.
a Het apparaat begint te koelen.
a Er klinkt een waarschuwingssig-
naal, het temperatuurdisplay (vries-
vak) en "alarm off" knipperen om-
dat het vriesvak nog te warm is.
2. Het waarschuwingssignaal met
alarm off uitschakelen.
a "alarm off" gaat uit zodra de inge-
stelde temperatuur is bereikt.
3. De gewenste temperatuur instellen.
→Pagina16
7.2 Opmerkingen bij het ge-
bruik
¡ Wanneer u het apparaat heeft in-
geschakeld, duurt het tot enkele
uren voordat de ingestelde tempe-
ratuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het
apparaat voordat de ingestelde
temperatuur is bereikt.
¡ De kopzijden van de behuizing
worden tijdelijk licht verwarmd. Dit
voorkomt vorming van condenswa-
ter in de zone van de deurafdich-
ting.
¡ Let er bij het sluiten van de deur
op dat de deur niet door product
wordt geblokkeerd.
¡ Wanneer u de deur sluit, kan een
onderdruk ontstaan. De deur gaat
dan alleen moeilijker open. Wacht
een ogenblik tot de onderdruk
wordt gecompenseerd.
¡ De temperatuur in het apparaat va-
rieert door de volgende condities:
– Het aantal keer dat het apparaat
wordt geopend
– Beladingshoeveelheid
– Temperatuur van de vers opge-
slagen levensmiddelen
– Omgevingstemperatuur
– Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
▶ 3sec. 3Seconden ingedrukt
houden.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
▶ Op de gewenste temperatuur druk-
ken.
De aanbevolen temperatuur in het
koelvak bedraagt 4°C.
Vriesvaktemperatuur instellen
▶ Op de gewenste temperatuur druk-
ken.
De aanbevolen temperatuur in het
vriesvak bedraagt −18°C.
Extra functies
8 Extra functies
Extra functies
Kom te weten over welke instelbare
extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak
zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen in voor het be-
waren van grote hoeveelheden le-
vensmiddelen in het koelvak.
Opmerking:Als Superkoelen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.

nl
17
Superkoelen inschakelen
▶ Druk op super cool.
a "super cool" brandt.
Opmerking:Na ca. 6 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Superkoelen uitschakelen
▶ Druk op super cool.
8.2 Automatisch Supervrie-
zen
Bij het automatisch Supervriezen
koelt het vriesvak duidelijk op een la-
gere temperatuur dan bij de normale
werking. Hierdoor bevriezen de le-
vensmiddelen sneller tot in de kern.
De automatische Supervriezen scha-
kelt in als u verse levensmiddelen
van rechts beginnend in de onderste
diepvrieslade legt.
Het automatische Supervriezen is af-
fabriek geactiveerd. U kunt het auto-
matische Supervriezen deactiveren.
Als het automatische Supervriezen is
ingeschakeld, brandt "super freeze"
en er kunnen meer geluiden ont-
staan.
Het apparaat schakelt na het verstrij-
ken van het automatisch Supervrie-
zen op normale werking.
Automatisch Supervriezen
activeren
▶ super freeze 5seconden inge-
drukt houden.
a Als er 2 akoestische signalen te
horen zijn, is het automatische Su-
pervriezen geactiveerd.
Automatische Supervriezen
deactiveren
▶ super freeze 5seconden inge-
drukt houden.
a Als er 3 akoestische signalen te
horen zijn, dan is het automatische
Supervriezen gedeactiveerd.
Automatische Supervriezen
annuleren
▶ Druk op super freeze.
8.3 Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vries-
vak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur
voor het inladen van een hoeveelheid
levensmiddelen vanaf 2 kg in het
vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten,
gebruikt u Supervriezen.
→"Voorwaarden voor invriesvermo-
gen", Pagina20
Opmerking:Als Supervriezen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.
Handmatig Supervriezen
inschakelen
▶ Druk op super freeze.
a "super freeze" brandt.
Opmerking:Na ca. 54 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Handmatig Supervriezen
uitschakelen
▶ Druk op super freeze.

nl
18
8.4 Sabbat-modus
Opdat u het apparaat ook op sabbat
kunt gebruiken, schakelt de Sabbat-
modus alle niet absoluut benodigde
functies uit.
Tijdens de Sabbat-modus zijn de
volgende functies uitgeschakeld:
¡ Superkoelen
¡ Automatische Supervriezen en
handmatige Supervriezen
¡ Alarm
¡ Binnenverlichting
¡ Akoestische signalen
¡ Meldingen op het bedieningspa-
neel
Opmerking:Tijdens de Sabbat-mo-
dus schakelt de verlichting van het
bedieningspaneel uit. super freeze
brandt met gereduceerde helderheid.
Sabbat-modus inschakelen
▶ super freeze 15Seconden inge-
drukt houden, tot een akoestisch
signaal klinkt.
a "super freeze"brandt.
Opmerking:Na ca. 80 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Sabbat-modus uitschakelen
▶ super freeze 15Seconden inge-
drukt houden, tot een akoestisch
signaal klinkt.
Alarm
9 Alarm
Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere
tijd open staat wordt het deuralarm
ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal,
"alarm off" knippert en de ingestelde
temperatuur van het betroffen vak
knippert.
Deuralarm uitschakelen
▶ De apparaatdeur sluiten of op
alarm off drukken.
a Het waarschuwingssignaal is uitge-
schakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vries-
vak, wordt het temperatuuralarm ge-
activeerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal,
de ingestelde temperatuur (vries-
vak)en "alarm off" knipperen.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
▶ Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
▶ Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
▶ De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de
volgende gevallen inschakelen:
¡ Het apparaat wordt in gebruik ge-
nomen.
Levensmiddelen pas in het appa-
raat inruimen wanneer de ingestel-
de temperatuur is bereikt.

nl
19
¡ Er worden grote hoeveelheden ver-
se levensmiddelen ingeruimd.
Voor het in het apparaat inruimen
van grote hoeveelheden levens-
middelen Supervriezen inschake-
len.
¡ De deur van het vriesvak is te lang
geopend.
Controleer of het diepvriesproduct
deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
▶ alarm off indrukken.
a Het waarschuwingssignaal is uitge-
schakeld.
Koelvak
10 Koelvak
Koelvak
In het koelvak kunt u melkproducten,
eieren, bereide gerechten, brood en
banket, geopende conservenblikken
en harde kaas bewaren.
De temperatuur is van 2°C tot 8°C
instelbaar.
Door de koelopslag kunt uook licht
bederfelijke levensmiddelen opkorte
ofmiddellange termijn bewaren. Hoe
lager de gekozen temperatuur is, des
te langer blijven de levensmiddelen
vers.
10.1 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in
het koelvak
¡ Alleen verse en onbeschadigde le-
vensmiddelen inruimen.
¡ Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt of afgedekt.
¡ Om de luchtcirculatie niet te hinde-
ren en het bevriezen van levens-
middelen te vermijden, de levens-
middelen niet direct tegen de ach-
terwand plaatsen.
¡ Laat warme etenswaren en dran-
ken eerst afkoelen.
¡ Houd de door de fabrikant vermel-
de houdbaarheidsdatum of ge-
bruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koel-
vak
Door de luchtcirculatie in et koelvak
ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich op het
plateau boven de verskoellade.
Tip:Bewaar snel bedervende levens-
middelen in de verskoelruimte, bijv.
vis, worst en vlees.
→"Verskoelruimte", Pagina19
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich hele-
maal bovenaan in de deur.
Tip:Bewaar minder gevoelige le-
vensmiddelen in de warmste zone,
bijv. harde kaas en boter. Hierdoor
komt het aroma van de kaas beter
tot ontwikkeling en blijft de boter
smeerbaar.
Verskoelruimte
11 Verskoelruimte
Verskoelruimte
In de verskoelruimte kunt u verse le-
vensmiddelen langer vers houden
dan in het koelvak.
De temperatuur in de verskoelruimte
wordt op circa 0°C gehouden.
Door het vershouden blijft de kwaliteit
van de opgeslagen levensmiddelen
beter behouden. De lage temperatuur
en de optimale luchtvochtigheid ma-
ken ideale omstandigheden mogelijk
voor het bewaren van verse levens-
middelen.

nl
20
11.1 Bewaartijden in de vers-
koelruimte bij 0 °C
De bewaartijden zijn afhankelijk van
de uitgangskwaliteit van uw levens-
middelen.
Product Bewaar-
tijd
Verse vis, zeevruchten tot 3da-
gen
Gevogelte, vlees (ge-
kookt/gebraden)
tot 5da-
gen
Rundvlees, varkens-
vlees, lamsvlees, worst-
waren (broodbeleg)
tot 7da-
gen
Gerookte vis, broccoli tot 14da-
gen
Zachte kaas, yoghurt,
kwark, karnemelk
tot 30da-
gen
Vriesvak
12 Vriesvak
Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren
bewaren, levensmiddelen bevriezen
en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16°C tot
−24°C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidde-
len moet opeen temperatuur van –
18°C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke
levensmiddelen gedurende lange tijd
bewaren. De lage temperaturen ver-
tragen of stoppen het bederven.
12.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke
hoeveelheid levensmiddelen in hoe-
veel uur tot in de kern kan worden in-
gevroren.
Informatie over het invriesvermogen
vindt u op het typeplaatje. →"Appa-
raat", Fig. 1 /
6
, Pagina14
Voorwaarden voor
invriesvermogen
1. Ca. 24 uur vóór het inladen van
verse levensmiddelen, Supervrie-
zen inschakelen.
→"Handmatig Supervriezen in-
schakelen", Pagina17
2. De levensmiddelen eerst van
rechts beginnend in de onderste
diepvrieslade leggen.
12.2 Vriesvakvolume volledig
gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale
hoeveelheid diepvriesproducten in
het vriesvak kunt doen.
1. Alle uitrustingsdelen verwijderen.
→Pagina23
2. De levensmiddelen rechtstreeks
op de plateaus en de bodem van
het vriesvak bewaren.
12.3 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in
het vriesvak
¡ Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt.
¡ Breng in te vriezen levensmiddelen
niet in aanraking met ingevroren
levensmiddelen.
¡ De levensmiddelen naast elkaar in
de diepvriesladen leggen.
¡ Voor een goede luchtcirculatie in
het apparaat de diepvrieslade tot
aan de aanslag inschuiven.
12.4 Tips voor het bevriezen
van verse levensmidde-
len
¡ Alleen verse en onberispelijke le-
vensmiddelen bevriezen.
¡ Levensmiddelen per portie invrie-
zen.

nl
21
¡ Bereide levensmiddelen zijn beter
geschikt dan rauw eetbare levens-
middelen.
¡ Groente vóór het invriezen wassen,
kleiner maken en blancheren.
¡ Fruit vóór het invriezen wassen,
ontpitten en eventueel schillen,
eventueel suiker of ascorbinezuur-
oplossing toevoegen.
¡ Voor het invriezen geschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. bakwaren,
vis en zeevruchten, vlees, wild en
gevogelte, eieren zonder schaal,
kaas, boter, kwark, kant-en-klaar-
gerechten en etensresten.
¡ Voor het invriezen ongeschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra-
dijsjes, eieren met schaal, druiven,
rode appels en peren, yoghurt, zu-
re room, crème fraîche en mayo-
naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de
juiste soort verpakking behouden in
hoge mate de productkwaliteit en
vermijden vriesbrand.
1. De levensmiddelen in de verpak-
king leggen.
2. De lucht eruit drukken.
3. De verpakking luchtdicht afsluiten
om te voorkomen dat de levens-
middelen hun smaak verliezen of
uitdrogen.
4. De verpakking met de inhoud van
de invriesdatum voorzien.
12.5 Houdbaarheid van de
diepvrieswaren bij
−18°C
Product Bewaartijd
Vis, worst, klaarge-
maakte gerechten,
brood en banket
Tot 6 maan-
den
Gevogelte, vlees Tot 8 maan-
den
Product Bewaartijd
Groente, fruit Tot 12 maan-
den
De erop gedrukte vrieskalender geeft
de maximale bewaartijd in maanden
aan bij een constante temperatuur
van –18°C.
12.6 Ontdooimethodes voor
diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
▶ Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
▶ Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
▶ De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
¡ Dierlijke levensmiddelen in het
koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees,
kaas en kwark.
¡ Brood bij kamertemperatuur ont-
dooien.
¡ Levensmiddelen voor directe con-
sumptie in de magnetron, in de
oven of op de kookplaat bereiden.

nl
22
Ontdooien
13 Ontdooien
Ontdooien
13.1 Ontdooien in het vries-
vak
Door hetvolledig automatische “NoF-
rost”-systeem blijft hetvriesvak vorst-
vrij. Ontdooien isniet nodig.
Reiniging en onderhoud
14 Reiniging en onder-
houd
Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke
plaatsen moet door de servicedienst
worden uitgevoerd. Aan de reiniging
door de servicedienst kunnen kosten
verbonden zijn.
14.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging
1. Het apparaat uitschakelen.
→Pagina16
2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
3. Alle levensmiddelen eruit halen en
op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelelementen
op de levensmiddelen leggen.
4. Verwijder alle uitrustingsdelen en
accessoires uit het apparaat.
→Pagina23
14.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok
veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedruk-
reiniger gebruiken om het appa-
raat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting, in de be-
dieningselementen of in de inwendi-
ge ventilatieopeningen kan gevaarlijk
zijn.
▶ Het afwaswater mag niet in de ver-
lichting, in de bedieningselemen-
ten of in de inwendige ventilatie-
openingen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
▶ Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
▶ Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
1. Apparaat voorbereiden voor reini-
ging. →Pagina22
2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,
de accessoires en de deurafdich-
tingen met een vaatdoek, lauw wa-
ter en een beetje pH-neutraal af-
wasmiddel reinigen.
3. Met een zachte, droge doek gron-
dig nadrogen.
4. De uitrustingsdelen plaatsen.
5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
→Pagina12
6. Doe de levensmiddelen in het ap-
paraat.

nl
23
14.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen
grondig wilt reinigen deze uit het ap-
paraat.
Plateau verwijderen
▶ Het plateau aan de voorzijde optil-
len , er uit trekken en verwijde-
ren .
Deurrek verwijderen
▶ Het deurrek omhoog tillen en ver-
wijderen.
Groente- en fruitlade verwijderen
1. De fruit- en groentelade tot de aan-
slag uittrekken.
2. Til de fruit- en groentelade aan de
voorzijde op en verwijder deze
.
Verskoellade verwijderen
1. De verskoellade er tot de aanslag
uittrekken.
2. Til de verskoellade aan de voor-
kant op en verwijder deze.
Diepvrieslade verwijderen
1. De diepvrieslade tot aan de aan-
slag uittrekken.
2. De diepvrieslade vooraan optillen
en eruit halen .
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit en
groentelade en de vriesproductenla-
de verwijderen voor het gemakkelij-
ker schoonmaken.

nl
24
▶ Druk de klikhaken aan de zijkant
van de lade in en verwijder het
ladefront middels een draaibewe-
ging van de lade .

nl
25
Storingen verhelpen
15 Storingen verhelpen
Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding
van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-
dere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, in-
dicaties en verlichting
branden.
Het presentatielicht is ingeschakeld.
1.
Schakel het apparaat uit. →Pagina16
2. Wacht 2 minuten.
3.
Schakel het apparaat weer in. →Pagina16
4. Wacht 1minuut en houd aansluitend super cool in-
gedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken.
5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.
LED-verlichting functi-
oneert niet.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-
gevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine scha-
kelt vaker en langer
in.
Het apparaat is te vaak geopend.
▶ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▶ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatie-
openingen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen va-
ker in en hebben verschillende vermogensstanden om
efficiënter te koelen.
▶ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatie-
openingen.
▶ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand
tot verwarmingselementen, fornuis en andere warm-
tebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op
het apparaat.

nl
26
Storing Oorzaak en probleemoplossing
De koelmachine scha-
kelt vaker en langer
in.
▶ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als
mogelijk is.
▶ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in
het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand
van het koelvak vormt
zich een vorstlaag.
Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor
een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De
achterwand van het koelvak wordt regelmatig automa-
tisch ontdooid.
▶ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als
mogelijk is.
▶ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de le-
vensmiddelen af.
▶ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in
het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▶ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en
de binnenwanden.
Zijpanelen van het ap-
paraat zijn warm.
Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tij-
dens het koelproces warm worden. Meubels die tegen
het apparaat staan, worden niet beschadigd door de
warmte.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Alle temperatuurindi-
caties en "alarm off"
branden.
Er is een sensor defect.
▶ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-
gevoegde overzicht van servicediensten.
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal, de
ingestelde tempera-
tuur (koelvak) en
"alarm off" knipperen.
Deur van het koelvak is open.
▶ Sluit de deur van het koelvak.
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal, de
ingestelde tempera-
tuur (vriesvak)en
"alarm off" knipperen.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶ Druk op alarm off.
a Schakel het alarm uit.
Vriesvakdeur is open.
▶ Sluit de vriesvakdeur.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▶ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatie-
openingen.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in-
geruimd.

nl
27
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal, de
ingestelde tempera-
tuur (vriesvak)en
"alarm off" knipperen.
▶ Overschrijd het vriesvermogen niet.
→"Invriescapaciteit", Pagina20
Ingestelde tempera-
tuur wordt niet bereikt.
Volautomatische ont-
dooien werkt niet
meer.
De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit
heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het
NoFrost-systeem.
Vereiste:De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en
worden op een koele plaats bewaard.
1.
Schakel het apparaat uit. →Pagina16
2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3. Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-
gevoegde overzicht van servicediensten.
Temperatuur wijkt erg
af van deinstelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1.
Schakel het apparaat uit. →Pagina16
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.
→Pagina16
‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de
temperatuur na een paar uur opnieuw.
‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem-
peratuur dan de volgende dag opnieuw.
Op het oppervlak van
het apparaat en de
plateaus in het appa-
raat vormt zich con-
denswater.
De waterdamp in warme en vochtige lucht conden-
seert op de koudere oppervlakken van het apparaat.
1. Neem het dooiwater af met een zachte, droge
doek.
2. Open het apparaat zo kort mogelijk.
3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt geslo-
ten.

nl
28
Storing Oorzaak en probleemoplossing
In de fruit- en groente-
lade verzamelt zich
vaak veel condenswa-
ter.
Afhankelijk van de bewaarhoeveelheid en het product
vormt er zich in de fruit- en groentelade condenswa-
ter.
1.
De fruit- en groentelade verwijderen. →Pagina23
2. De ontluchtingsclips verwijderen en omgedraaid
inzetten .
Het apparaat bromt,
borrelt, zoemt, gorgelt,
klikt, of maakt knakge-
luiden.
Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat,
ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.
Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-
of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in wer-
king.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert
geluiden.
Het apparaat staat niet waterpas.
▶ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een
waterpas en de stelvoeten.
Apparaat is niet vrijstaand.
▶ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan.
Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet
ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▶ Haal flessen of containers van elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.

nl
29
15.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de
temperatuur in het apparaat, hierdoor
verkort de bewaartijd en de kwaliteit
van de diepvriesproducten vermin-
dert.
Op onze website van uw apparaat
vindt in de technische gegevens de
bewaartijd van de diepvriesproducten
in geval van een storing.
Opmerkingen
¡ Het apparaat tijdens een stroomuit-
val zo weinig mogelijk openen en
geen andere levensmiddelen inrui-
men.
¡ De kwaliteit van de levensmiddelen
onmiddellijk na de stroomuitval
controleren.
– Diepvriesproducten die ontdooid
en warmer dan 5°C zijn, weg-
gooien.
– Licht ontdooide diepvriesproduc-
ten koken of bakken en ofwel
verbruiken of opnieuw invriezen.
15.2 Apparaatzelftest uitvoe-
ren
Uw apparaat beschikt over een appa-
raatzelftest, welke storingen weer-
geeft, die uw service kan verhelpen.
1. Het apparaat uitschakelen.
→Pagina16
2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
3. Het apparaat na 5minuten op-
nieuw elektrisch aansluiten.
→Pagina12
4. Het apparaat inschakelen.
→Pagina16
5. Eén minuut na het inschakelen su-
per cool gedurende 3 tot 5 secon-
den ingedrukt houden, totdat een
akoestisch signaal klinkt.
a De apparaatzelftest start wanneer
de temperatuurindicaties na elkaar
gaan branden.
a Wanneer na het einde van de ap-
paraatzelftest 2 akoestische signa-
len weerklinken en de temperatuur-
display de ingestelde temperatuur
weergeeft, dan zijn de tempera-
tuursensoren van uw apparaat in
orde. Het apparaat gaat over op
de normale werking.
a Wanneer na het einde van de zelf-
test van het apparaat 5akoesti-
sche signalen klinken en de leds
van de temperatuuraanwijzing met
verschillende helderheid branden,
neem dan contact op met de servi-
ce. De leds geven de servicedienst
aanwijzingen omtrent de actuele
storing.
6. Druk op "super cool", zodat het ap-
paraat overschakelt naar normaal
bedrijf.
a Superkoelen is ingeschakeld en
"super cool" brandt.
7. Superkoelen uitschakelen.
→Pagina17
8.
Temperatuur instellen →Pagina16
Opslaan en afvoeren
16 Opslaan en afvoeren
Opslaan en afvoeren
16.1 Apparaat buiten gebruik
stellen
1. Het apparaat uitschakelen.
→Pagina16
2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.

nl
30
3. Alle levensmiddelen verwijderen.
4. Het apparaat reinigen.
→Pagina22
5. Om de ventilatie van het interieur
te waarborgen het apparaat geo-
pend laten.
16.2 Afvoeren van uw oude
apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
▶ Om te voorkomen dat kinderen in
het apparaat kruipen legplateaus
en lades niet uit het apparaat ne-
men.
▶ Kinderen uit de buurt van een af-
gedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen
kunnen brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen ontsnappen en
ontsteken.
▶ De buizen van de koudemiddel-
kringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2. Het netsnoer doorknippen.
3. Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte
elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste
electrical and electronic
equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de
EU geldige terugneming
en verwerking van oude
apparaten.
Servicedienst
17 Servicedienst
Servicedienst
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de
servicedienst is in het kader van de
plaatselijk geldende fabrieksgarantie-
voorwaarden gratis. De minimumduur
van de garantie (fabrieksgarantie
voor particuliere gebruikers) in de Eu-
ropese Economische Ruimte be-
draagt 2 jaar in overeenstemming
met de geldende plaatselijke garan-
tievoorwaarden. De garantievoor-
waarden doen geen afbreuk aan
eventuele andere rechten of claims
die u op grond van het plaatselijke
recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieduur en de garantievoorwaar-
den in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document

nl
31
over de servicecontacten en garantie-
voorwaarden, bij onze klantenservice,
uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klanten-
service vindt u via de QR-code op
het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoor-
waarden of op onze website.
17.1 Productnummer (E-nr.)
en productienummer
(FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het
productienummer (FD) vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
→"Apparaat", Fig. 1 /
6
, Pagina14
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.
Technische gegevens
18 Technische gegevens
Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overi-
ge technische gegevens bevinden
zich op het typeplaatje.
→"Apparaat", Fig. 1 /
6
, Pagina14
Dit product bevat een lichtbron van
energieklasse F. De lichtbron is lever-
baar als reserveonderdeel en mag
uitsluitend door een hiervoor getrain-
de monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt
u op het internet onder https://
eprel.ec.europa.eu/
1
. Dit webadres
verwijst naar de officiële EU-product-
databank EPREL. Volg dan de aan-
wijzingen bij het zoeken naar het mo-
del op. De modelidentificatie bestaat
uit het teken voor de slash van het E-
nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al-
ternatief vindt u de modelidentificatie
ook in de eerste regel van het EU-
energielabel.
1
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service direc-
tory.
*9002003609*
9002003609 (050313)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

