Bosch KGN33NWDA Serie 2 Vrijstaande koel-vriescombinatie

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Specification
  • Product specification - (Dutch - Holland) Download
Installation Instruction
  • Installation instruction - (Dutch - Holland) Download
Other Documents
  • Legal collection - (Dutch - Holland) Download
KGN33NWDA photo

User manuals

This is the main product document for model KGN33NWDA.

The file format is pdf, 28 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Koelvriescombinatie
KGN..
[nl]
Gebruikershandleiding
background
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
1 Veiligheid⁠ ⁠ .....................................⁠ ⁠3
1.1 Algemene aanwijzingen⁠ ⁠............. ⁠ ⁠3
1.2 Bestemming van het appa-
raat⁠ ⁠................................................. ⁠ ⁠3
1.3 Inperking van de gebruikers⁠ ⁠..... ⁠ ⁠3
1.4 Veiliger transport⁠ ⁠......................... ⁠ ⁠4
1.5 Veilige installatie⁠ ⁠.......................... ⁠ ⁠4
1.6 Veilig gebruik⁠ ⁠............................... ⁠ ⁠5
1.7 Beschadigd apparaat⁠ ⁠................. ⁠ ⁠7
2 Het voorkomen van materiële
schade⁠ ⁠ ..........................................⁠ ⁠8
3 Milieubescherming en bespa-
ring⁠ ⁠................................................⁠ ⁠8
3.1 Afvoeren van de verpakking⁠ ⁠..... ⁠ ⁠8
3.2 Energie besparen⁠ ⁠ ....................... ⁠ ⁠9
4 Opstellen en aansluiten⁠ ⁠..............⁠ ⁠9
4.1 Leveringsomvang⁠ ⁠........................ ⁠ ⁠9
4.2 Criteria voor de opstelloca-
tie⁠ ⁠ ................................................... ⁠ ⁠9
4.3 Apparaat monteren⁠ ⁠...................⁠ ⁠10
4.4 Het apparaat voor het eerste
gebruik voorbereiden⁠ ⁠...............⁠ ⁠10
4.5 Apparaat elektrisch aanslui-
ten⁠ ⁠................................................⁠ ⁠10
5 Uw apparaat leren kennen⁠ ⁠........⁠ ⁠11
5.1 Apparaat⁠ ⁠ .....................................⁠ ⁠11
5.2 Bedieningspaneel⁠ ⁠ .....................⁠ ⁠12
6 Uitrusting⁠ ⁠ ...................................⁠ ⁠12
6.1 Legplateau⁠ ⁠..................................⁠ ⁠12
6.2 Vriestableau⁠ ⁠ ...............................⁠ ⁠13
6.3 Groente- en fruitlade⁠ ⁠.................⁠ ⁠13
6.4 Deurrekken⁠ ⁠.................................⁠ ⁠13
7 De Bediening in essentie⁠ ⁠..........⁠ ⁠13
7.1 Apparaat inschakelen⁠ ⁠ ..............⁠ ⁠13
7.2 Opmerkingen bij het gebruik⁠ ⁠..⁠ ⁠13
7.3 Machine uitschakelen⁠ ⁠ ..............⁠ ⁠14
7.4 Temperatuur instellen⁠ ⁠...............⁠ ⁠14
8 Extra functies⁠ ⁠ ............................ ⁠ ⁠14
8.1 Superkoelen ⁠ ⁠ .............................⁠ ⁠14
8.2 Supervriezen⁠ ⁠ ..............................⁠ ⁠14
9 Alarm⁠ ⁠.......................................... ⁠ ⁠15
9.1 Deuralarm⁠ ⁠...................................⁠ ⁠15
9.2 Temperatuuralarm⁠ ⁠ ....................⁠ ⁠15
10 Koelvak⁠ ⁠ .................................... ⁠ ⁠15
10.1 Tips voor het bewaren van le-
vensmiddelen in het koel-
vak⁠ ⁠.............................................⁠ ⁠15
10.2 Koudezones in het koelvak⁠ ⁠ ..⁠ ⁠16
11 Vriesvak⁠ ⁠ ................................... ⁠ ⁠16
11.1 Invriescapaciteit⁠ ⁠ ......................⁠ ⁠16
11.2 Vriesvakvolume volledig ge-
bruiken⁠ ⁠......................................⁠ ⁠16
11.3 Tips voor het bewaren van le-
vensmiddelen in het vries-
vak⁠ ⁠.............................................⁠ ⁠16
11.4 Tips voor het bevriezen van
verse levensmiddelen⁠ ⁠ ............⁠ ⁠16
11.5 Houdbaarheid van de diep-
vrieswaren bij −18°C⁠ ⁠ ............⁠ ⁠17
11.6 Ontdooimethodes voor diep-
vrieswaren⁠ ⁠................................⁠ ⁠17
12 Ontdooien⁠ ⁠ ................................ ⁠ ⁠17
12.1 Ontdooien in het koelvak.⁠ ⁠ .....⁠ ⁠17
12.2 Ontdooien in het vriesvak⁠ ⁠ .....⁠ ⁠17
13 Reiniging en onderhoud⁠ ⁠......... ⁠ ⁠18
13.1 Apparaat voorbereiden voor
reiniging⁠ ⁠....................................⁠ ⁠18
13.2 Apparaat schoonmaken⁠ ⁠........⁠ ⁠18
13.3 Onderdelen eruit halen⁠ ⁠..........⁠ ⁠18
14 Storingen verhelpen⁠ ⁠ ............... ⁠ ⁠20
14.1 Stroomuitval⁠ ⁠.............................⁠ ⁠23
15 Opslaan en afvoeren⁠ ⁠ .............. ⁠ ⁠24
15.1 Apparaat buiten gebruik stel-
len⁠ ⁠..............................................⁠ ⁠24
2
background
Veiligheid nl
15.2 Afvoeren van uw oude appa-
raat⁠ ⁠ ............................................⁠ ⁠24
16 Servicedienst⁠ ⁠...........................⁠ ⁠24
16.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)⁠ ⁠ ..........⁠ ⁠25
17 Technische gegevens⁠ ⁠ ............ ⁠ ⁠25
Veiligheid  1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei-
ding van ijsblokjes.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/
diepvriezer vullen en legen.
3
background
nl Veiligheid
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn
ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten,
dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-
mengsel ontstaan.
Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de in-
bouwbehuizing niet afsluiten.
4
background
Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren
gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-
schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak
om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net-
voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare
netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat-
sen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-
paraat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar
koudemiddel lekken en exploderen.
Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me-
chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die
door de fabrikant zijn aanbevolen.
5
background
nl Veiligheid
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp
los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun-
nen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie-
ve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand
leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het
vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
Het apparaat kan kantelen.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens
het gebruik heet.
Raak de hete onderdelen nooit aan.
WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot
brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het
vriesvak werden genomen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en
oppervlakken van het vriesvak.
6
background
Veiligheid nl
VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le-
vensmiddelen te voorkomen.
Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot
een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa-
raat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij-
ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda-
nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid-
delen of op deze drupt.
Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap-
paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten,
om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun-
nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact
komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio-
nen overdragen naar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina24
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
7
background
nl Het voorkomen van materiële schade
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van
dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen
door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluit-
kabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid-
del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
Ventileer de ruimte.
Het apparaat uitschakelen.
Pagina14
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service.
Pagina24
Het voorkomen van materiële schade2 Het voorkomen van
materiële schade
LET OP
Het kantelen van de apparaatwieltjes
kan bij het verschuiven van het appa-
raat de vloer beschadigen.
Het apparaat met een steekwagen
transporteren.
Bij het verschuiven van het appa-
raat een vloerbescherming gebrui-
ken en niet zigzag bewegen.
Door het gebruik van het apparaat,
de plint, laden of deuren als zitvlak of
opstapje kan het apparaat bescha-
digd raken.
Niet op het apparaat, de plint, la-
den of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet
kunnen kunststofdelen en deurafdich-
tingen poreus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf-
dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of
met een metalen uiterlijk kunnen alu-
minium bevatten. Bij contact met
zuurhoudende levensmiddelen corro-
deert en verkleurt het aluminium.
Levensmiddelen uitsluitend verpakt
in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en
besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
8
background
Opstellen en aansluiten nl
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan di-
rect zonlicht.
Plaats het apparaat zo ver moge-
lijk van radiatoren, fornuis en ande-
re warmtebronnen:
Houd 30mm afstand aan tot
elektrische- of gasfornuizen.
Houd 300mm afstand aan tot
olie- en kolenfornuizen.
Houd een kleine afstand tot de zij-
wand aan.
De externe ventilatieopeningen
nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uit-
rustingsonderdelen heeft geen in-
vloed op het energieverbruik van het
apparaat.
Open het apparaat slechts kort en
sluit het zorgvuldig.
De binnenste ventilatieopeningen
of de externe ventilatieopeningen
nooit afdekken of blokkeren.
Transporteer gekoelde levensmid-
delen in een koeltas en leg ze snel
in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst la-
ten afkoelen, daarna in het appa-
raat plaatsen.
Leg om de koude van de diep-
vriesproducten te benutten, deze
ter ontdooiing in het koelvak.
Laat altijd wat ruimte tussen de le-
vensmiddelen en de achterwand.
Opstellen en aansluiten4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of
onze servicedienst
Pagina24
contact op.
De levering bestaat uit:
Vrijstaand apparaat
Uitrusting en accessoires
1
Montagemateriaal
Montagehandleiding
Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebijlage
2
Energielabel
Informatie over energieverbruik en
geluiden
4.2 Criteria voor de opstelloca-
tie
WAARSCHUWING
Explosiegevaar!
Wanneer het apparaat in een te klei-
ne ruimte staat, kan er bij een lek van
het koudecircuit een brandbaar gas-
luchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in
een ruimte, welke tenminste een
volume heeft van 1m
3
per 8g
koudemiddel. De hoeveelheid van
het koudemiddel staat op het type-
plaatje.
"Apparaat", Fig.
1
/
Pagina11
Het gewicht van het apparaat kan af-
hankelijk van het model tot 70 bedra-
gen.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2
Niet in alle landen
9
background
nl Opstellen en aansluiten
De ondergrond moet stabiel genoeg
zijn om het gewicht van het apparaat
te dragen.
De ondergrond moet vlak zijn.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik
bij omgevingstemperaturen van 10°C
tot 43°C.
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de toegestane binnentempe-
ratuur.
Wanneer u het apparaat gebruikt bij
lagere kamertemperaturen, dan kun-
nen beschadigingen aan het appa-
raat tot een kamertemperatuur van
5°C worden uitgesloten.
Over-and-Under- en Side-by-Side-
opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast
elkaar wilt opstellen, moet u tussen
de toestellen minimaal een tussenaf-
stand van 150 mm aanhouden. Voor
bepaalde toestellen is een opstelling
zonder minimumafstand mogelijk.
Neem hiervoor contact op met uw
dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
Het apparaat conform meegelever-
de montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eer-
ste gebruik voorbereiden
1.
Haal het informatiemateriaal er uit.
2.
Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips
en karton.
3.
Het apparaat voor de eerste keer
reinigen.
Pagina18
4.5 Apparaat elektrisch aan-
sluiten
1.
Na het plaatsen van het apparaat
minimaal twee uur lang wachten
met de inbedrijfname.
Tijdens het transport kan het voor-
komen dat de zich in de compres-
sor bevindende olie in het koude-
systeem stroomt.
2.
De apparaatstekker van het net-
snoer in het apparaat steken.
3.
De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat staan op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig.
1
/
Pagina11
4.
De netstekker op vastheid contro-
leren.
Het apparaat is nu gereed voor
gebruik.
10
background
Uw apparaat leren kennen nl
Uw apparaat leren kennen5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
1
2
3
4
5
6
7
8
A
B
1
Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting
en grootte.
Koelvak
Pagina15
Vriesvak
Pagina16
Bedieningspaneel
Pagina12
Verlichting
Typeplaatje
Pagina25
11
background
nl Uitrusting
Groente- en fruitlade
Pagina13
Vriestableau
Pagina13
Diepvrieslade
Pagina19
Stelvoet
Deurrek voor grote flessen
Pagina13
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
1 2 3 4 5 6 7
2
alarm brandt wanneer het alarm
is ingeschakeld.
De temperatuurinstelknop (koel-
vak) stelt de temperatuur van
het koelvak in.
super(koelvak) brandt, wanneer
Superkoelen is ingeschakeld.
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het koelvak in°C.
De temperatuurinstelknop (vries-
vak) stelt de temperatuur van
het vriesvak in.
super(vriesvak) brandt, wan-
neer Supervriezen is ingescha-
keld.
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het vriesvak in°C.
Uitrusting6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is mo-
delafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te varië-
ren, kunt u het schap uitnemen en op
een andere positie weer plaatsen.
"Plateau verwijderen", Pagina19
12
background
De Bediening in essentie nl
6.2 Vriestableau
Op het vriestableau kunt u kleinere
hoeveelheden voedingsmiddelen
snel invriezen, bijv. bessen, stukken
fruit, kruiden en groenten.
Het in te vriezen product gelijkmatig
over het vriestableau verdelen en ca.
10 tot 12uur laten invriezen. Vervol-
gens in een diepvriestas of een diep-
vriesdoos doen.
6.3 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente verpakt
in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente af-
gedekt of luchtdicht verpakt.
Afhankelijk van de soort levensmid-
delen en de hoeveelheid kan zich in
de fruit- en groentelade condenswa-
ter vormen.
Verwijder het condenswater met een
droge doek.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit
en het aroma behouden blijven, moet
u koudegevoelig fruit en groente bui-
ten het apparaat bewaren bij tempe-
raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv.
ananas, bananen, citrusvruchten, au-
gurken, courgette, paprika, tomaten
en aardappelen.
6.4 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te vari-
ëren kunt u het deurrek er uit nemen
en op een andere positie weer plaat-
sen.
"Deurrek verwijderen", Pagina19
De Bediening in essentie7 De Bediening in essen-
tie
7.1 Apparaat inschakelen
1.
Het apparaat elektrisch aansluiten.
Pagina10
Het apparaat begint te koelen.
Er klinkt een waarschuwingssig-
naal en "alarm" knippert omdat het
vriesvak nog te warm is.
2.
Het akoestische waarschuwings-
signaal (vriesvak) met de tempera-
tuurinstelknop uitschakelen.
"alarm" gaat uit zodra de ingestel-
de temperatuur is bereikt.
3.
De gewenste temperatuur instellen.
Pagina14
7.2 Opmerkingen bij het ge-
bruik
Wanneer u het apparaat heeft in-
geschakeld, duurt het tot enkele
uren voordat de ingestelde tempe-
ratuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het
apparaat voordat de ingestelde
temperatuur is bereikt.
De kopzijden van de behuizing
worden tijdelijk licht verwarmd. Dit
voorkomt vorming van condenswa-
ter in de zone van de deurafdich-
ting.
Let er bij het sluiten van de deur
op dat de deur niet door product
wordt geblokkeerd.
Wanneer u de deur sluit, kan een
onderdruk ontstaan. De deur gaat
dan alleen moeilijker open. Wacht
een ogenblik tot de onderdruk
wordt gecompenseerd.
De temperatuur in het apparaat va-
rieert door de volgende condities:
Het aantal keer dat het apparaat
wordt geopend
Beladingshoeveelheid
13
background
nl Extra functies
Temperatuur van de vers opge-
slagen levensmiddelen
Omgevingstemperatuur
Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van
het netsnoer uit het stopcontact
trekken of de zekering in de meter-
kast uitschakelen.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Druk net zo vaak op de tempera-
tuurinstelknop (koelvak) tot het
temperatuurdisplay (koelvak) de
gewenste temperatuur weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het
koelvak bedraagt 4°C.
Vriesvaktemperatuur instellen
Druk net zo vaak op de tempera-
tuurinstelknop (diepvriesvak), tot
het temperatuurdisplay (diepvries-
vak) de gewenste temperatuurin-
stelling weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het
vriesvak bedraagt −18°C.
Extra functies8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare
extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak
zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen in voor het be-
waren van grote hoeveelheden le-
vensmiddelen in het koelvak.
Opmerking: Als Superkoelen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.
Superkoelen inschakelen
Druk net zo vaak op de tempera-
tuurinstelknop (koelvak) tot "su-
per"(koelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Superkoelen uitschakelen
Druk net zo vaak op de tempera-
tuurinstelknop (koelvak) tot het
temperatuurdisplay (koelvak) de
gewenste temperatuur weergeeft.
8.2 Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vries-
vak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur
voor het inladen van een hoeveelheid
levensmiddelen vanaf 2 kg in het
vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten,
gebruikt u Supervriezen.
"Voorwaarden voor invriesvermo-
gen", Pagina16
Opmerking: Als Supervriezen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.
Supervriezen inschakelen
Druk net zo vaak op de tempera-
tuurinstelknop (vriesvak) tot "su-
per"(vriesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Supervriezen uitschakelen
Druk net zo vaak op de tempera-
tuurinstelknop (diepvriesvak), tot
het temperatuurdisplay (diepvries-
vak) de gewenste temperatuurin-
stelling weergeeft.
14
background
Alarm nl
Alarm9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere
tijd open staat wordt het deuralarm
ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal
en "alarm" brandt.
Deuralarm uitschakelen
De apparaatdeur sluiten.
Het waarschuwingssignaal is uitge-
schakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vries-
vak, wordt het temperatuuralarm ge-
activeerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal
en "alarm" knippert.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de vol-
gende gevallen inschakelen:
Het apparaat wordt in gebruik ge-
nomen.
Levensmiddelen pas in het appa-
raat inruimen wanneer de ingestel-
de temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden ver-
se levensmiddelen ingeruimd.
Voor het in het apparaat inruimen
van grote hoeveelheden levens-
middelen Supervriezen inschake-
len.
De deur van het vriesvak is te lang
geopend.
Controleer of het diepvriesproduct
deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
Druk op de temperatuurinstelknop
(vriesvak).
Het waarschuwingssignaal is uitge-
schakeld.
Koelvak10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst,
vis, melkproducten, eieren, bereide
gerechten en brood en banket bewa-
ren.
De temperatuur is van 2°C tot 8°C
instelbaar.
Door de koelopslag kunt uook licht
bederfelijke levensmiddelen opkorte
ofmiddellange termijn bewaren. Hoe
lager de gekozen temperatuur is, des
te langer blijven de levensmiddelen
vers.
10.1 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in het
koelvak
Alleen verse en onbeschadigde le-
vensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt of afgedekt.
Om de luchtcirculatie niet te hinde-
ren en het bevriezen van levens-
middelen te vermijden, de levens-
middelen niet vóór de inwendige
ventilatieopeningen of direct tegen
de achterwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dran-
ken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermel-
de houdbaarheidsdatum of ge-
bruiksdatum in acht.
15
background
nl Vriesvak
10.2 Koudezones in het koel-
vak
Door de luchtcirculatie in et koelvak
ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich op het
bovenste plateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levens-
middelen in de koudste zone, bijv.
vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich in de
deur helemaal onderaan en in de on-
derste groentelade.
Tip: Bewaar minder gevoelige le-
vensmiddelen in de warmste zone,
bijv. harde kaas en boter. Hierdoor
komt het aroma van de kaas beter
tot ontwikkeling en blijft de boter
smeerbaar.
Vriesvak11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren
bewaren, levensmiddelen bevriezen
en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16°C tot
−24°C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidde-
len moet opeen temperatuur van –
18°C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke
levensmiddelen gedurende lange tijd
bewaren. De lage temperaturen ver-
tragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke
hoeveelheid levensmiddelen in hoe-
veel uur tot in de kern kan worden in-
gevroren.
Informatie over het invriesvermogen
vindt u op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig.
1
/ Pagina11
Voorwaarden voor invriesvermo-
gen
1.
Ca. 24 uur vóór het inladen van
verse levensmiddelen, Supervrie-
zen inschakelen.
"Supervriezen inschakelen",
Pagina14
2.
De levensmiddelen eerst in de on-
derste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig
gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale
hoeveelheid diepvriesproducten in
het vriesvak kunt doen.
1.
Alle uitrustingsdelen verwijderen.
Pagina18
2.
De levensmiddelen rechtstreeks
op de plateaus en de bodem van
het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in het
vriesvak
Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt.
Breng in te vriezen levensmiddelen
niet in aanraking met ingevroren
levensmiddelen.
De levensmiddelen naast elkaar
op het vriestablet en in de diep-
vriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in
het apparaat de diepvrieslade tot
aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen
van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke le-
vensmiddelen bevriezen.
16
background
Ontdooien nl
Levensmiddelen per portie invrie-
zen.
Bereide levensmiddelen zijn beter
geschikt dan rauw eetbare levens-
middelen.
Groente vóór het invriezen wassen,
kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen,
ontpitten en eventueel schillen,
eventueel suiker of ascorbinezuur-
oplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. bakwaren,
vis en zeevruchten, vlees, wild en
gevogelte, eieren zonder schaal,
kaas, boter, kwark, kant-en-klaar-
gerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra-
dijsjes, eieren met schaal, druiven,
rode appels en peren, yoghurt, zu-
re room, crème fraîche en mayo-
naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de
juiste soort verpakking behouden in
hoge mate de productkwaliteit en
vermijden vriesbrand.
1.
De levensmiddelen in de verpak-
king leggen.
2.
De lucht eruit drukken.
3.
De verpakking luchtdicht afsluiten
om te voorkomen dat de levens-
middelen hun smaak verliezen of
uitdrogen.
4.
De verpakking met de inhoud van
de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de
diepvrieswaren bij −18°C
Product Bewaartijd
Vis, worst, klaarge-
maakte gerechten,
brood en banket
Tot 6 maan-
den
Product Bewaartijd
Gevogelte, vlees Tot 8 maan-
den
Groente, fruit Tot 12 maan-
den
De erop gedrukte vrieskalender geeft
de maximale bewaartijd in maanden
aan bij een constante temperatuur
van –18°C.
11.6 Ontdooimethodes voor
diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het
koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees,
kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ont-
dooien.
Levensmiddelen voor directe con-
sumptie in de magnetron, in de
oven of op de kookplaat bereiden.
Ontdooien12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ont-
dooit automatisch.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Door hetvolledig automatische “NoF-
rost”-systeem blijft hetvriesvak vorst-
vrij. Ontdooien isniet nodig.
17
background
nl Reiniging en onderhoud
Reiniging en onderhoud13 Reiniging en onder-
houd
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke
plaatsen moet door de servicedienst
worden uitgevoerd. Aan de reiniging
door de servicedienst kunnen kosten
verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging
1.
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2.
Alle levensmiddelen eruit halen en
op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelelementen
op de levensmiddelen leggen.
3.
Verwijder alle uitrustingsdelen en
accessoires uit het apparaat.
Pagina18
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok
veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedruk-
reiniger gebruiken om het appa-
raat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting, in de be-
dieningselementen of in de inwendi-
ge ventilatieopeningen kan gevaarlijk
zijn.
Het afwaswater mag niet in de ver-
lichting, in de bedieningselemen-
ten of in de inwendige ventilatie-
openingen terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
1.
Apparaat voorbereiden voor reini-
ging.
Pagina18
2.
Het apparaat, de uitrustingsdelen,
de accessoires en de deurafdich-
tingen met een vaatdoek, lauw wa-
ter en een beetje pH-neutraal af-
wasmiddel reinigen.
3.
Met een zachte, droge doek gron-
dig nadrogen.
4.
De uitrustingsdelen plaatsen.
5.
Het apparaat elektrisch aansluiten.
Pagina10
6.
Doe de levensmiddelen in het ap-
paraat.
13.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen
grondig wilt reinigen deze uit het ap-
paraat.
18
background
Reiniging en onderhoud nl
Plateau verwijderen
Het plateau aan de voorzijde optil-
len , er uit trekken en
verwijderen .
Deurrek verwijderen
Het deurrek omhoog tillen en ver-
wijderen.
Groente- en fruitlade verwijderen
1.
De fruit- en groentelade tot de aan-
slag uittrekken.
2.
Til de fruit- en groentelade aan de
voorzijde op en verwijder deze
.
Vriestableau verwijderen
1.
Het vriestableau tot de aanslag er
uit trekken.
2.
Het vriestableau aan de voorzijde
optillen en verwijderen .
Diepvrieslade verwijderen
1.
De diepvrieslade tot aan de aan-
slag uittrekken.
2.
De diepvrieslade vooraan optillen
en eruit halen .
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit- en
groentelade verwijderen voor het ge-
makkelijker schoonmaken.
Druk de klikhaken aan de zijkant
van de lade in en verwijder het
19
background
nl Storingen verhelpen
ladefront middels een draaibewe-
ging van de lade .
Storingen verhelpen14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat
beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaan-
sluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabri-
kant of de klantenservice.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, in-
dicaties en verlichting
branden.
Het presentatielicht is ingeschakeld.
Houd de temperatuurinstelknop (koelvak) 9 tot
11seconden ingedrukt, tot een akoestisch signaal
klinkt.
LED-verlichting functi-
oneert niet.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-
gevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine scha-
kelt vaker en langer
in.
Het apparaat is te vaak geopend.
Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-
ningen.
20
background
Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
De koelmachine scha-
kelt vaker en langer
in.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker
in en hebben verschillende vermogensstanden om effi-
ciënter te koelen.
Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-
ningen.
Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand
tot verwarmingselementen, fornuis en andere warm-
tebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op
het apparaat.
Open de deur van het apparaat slechts zo kort als
mogelijk is.
Laat warme gerechten en dranken voordat deze in
het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand
van het koelvak vormt
zich een vorstlaag.
Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een
gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achter-
wand van het koelvak wordt regelmatig automatisch
ontdooid.
Open de deur van het apparaat slechts zo kort als
mogelijk is.
Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de le-
vensmiddelen af.
Laat warme gerechten en dranken voordat deze in
het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en
de binnenwanden.
Zijpanelen van het ap-
paraat zijn warm.
Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tij-
dens het koelproces warm worden. Meubels die tegen
het apparaat staan, worden niet beschadigd door de
warmte.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal en
"alarm" knippert.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Druk op de temperatuurinstelknop (vriesvak).
Schakel het alarm uit.
Deur van het apparaat is open.
Sluit de deur van het apparaat.
21
background
nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal en
"alarm" knippert.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-
ningen.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in-
geruimd.
Overschrijd het vriesvermogen niet.
"Invriescapaciteit", Pagina16
Ingestelde tempera-
tuur wordt niet bereikt.
Volautomatische ont-
dooien werkt niet
meer.
De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit
heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het
NoFrost-systeem.
Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en
worden op een koele plaats bewaard.
1.
Schakel het apparaat uit.
Pagina14
2.
Koppel het apparaat los van de voedingspanning.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3.
Breng het apparaat weg van de muur.
4.
Laat de deur van het apparaat open.
Na ca. 20minuten begint het dooiwater in de dooi-
wateropvangschaal aan de achterwand van het ap-
paraat te lopen.
5.
Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal
overloopt: het dooiwater met een spons opzuigen.
De verdamper is ontdooid als er geen dooiwater
meer in de dooiwateropvangschaal loopt.
6.
Reinig de binnenruimte van het apparaat.
Pagina18
7.
Schakel het apparaat weer in.
Pagina13
22
background
Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Temperatuur wijkt erg
af van deinstelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1.
Schakel het apparaat uit.
Pagina14
2.
Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.
Pagina13
Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de
temperatuur na een paar uur opnieuw.
Als de temperatuur te laag is, controleer de tem-
peratuur dan de volgende dag opnieuw.
Op het oppervlak van
het apparaat en de
plateaus in het appa-
raat vormt zich con-
denswater.
De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert
op de koudere oppervlakken van het apparaat.
1.
Neem het dooiwater af met een zachte, droge doek.
2.
Open het apparaat zo kort mogelijk.
3.
Let er op dat het apparaat altijd goed wordt geslo-
ten.
Het apparaat bromt,
borrelt, zoemt, gorgelt,
klikt, of maakt knakge-
luiden.
Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat,
ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Mo-
tor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of
uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert
geluiden.
Het apparaat staat niet waterpas.
Stel het apparaat horizontaal met behulp van een
waterpas en de stelvoeten.
Apparaat is niet vrijstaand.
Houd de minimum afstanden van het apparaat aan.
Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze
eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
Haal flessen of containers van elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de
temperatuur in het apparaat, hierdoor
verkort de bewaartijd en de kwaliteit
van de diepvriesproducten vermin-
dert.
Op onze website van uw apparaat
vindt in de technische gegevens de
bewaartijd van de diepvriesproducten
in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuit-
val zo weinig mogelijk openen en
geen andere levensmiddelen inrui-
men.
De kwaliteit van de levensmiddelen
onmiddellijk na de stroomuitval
controleren.
Diepvriesproducten die ontdooid
en warmer dan 5°C zijn, weg-
gooien.
23
background
nl Opslaan en afvoeren
Licht ontdooide diepvriesproduc-
ten koken of bakken en ofwel
verbruiken of opnieuw invriezen.
Opslaan en afvoeren15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik
stellen
1.
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2.
Alle levensmiddelen verwijderen.
3.
Het apparaat reinigen.
Pagina18
4.
Om de ventilatie van het interieur
te waarborgen het apparaat geo-
pend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude ap-
paraat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
Om te voorkomen dat kinderen in
het apparaat kruipen legplateaus
en lades niet uit het apparaat ne-
men.
Kinderen uit de buurt van een af-
gedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen
kunnen brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen ontsnappen en
ontsteken.
De buizen van de koudemiddel-
kringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
1.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte elek-
trische en elektronische
apparatuur (waste electri-
cal and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de EU
geldige terugneming en
verwerking van oude ap-
paraten.
Servicedienst16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de
servicedienst is in het kader van de
plaatselijk geldende fabrieksgarantie-
voorwaarden gratis. De minimumduur
24
background
Technische gegevens nl
van de garantie (fabrieksgarantie
voor particuliere gebruikers) in de Eu-
ropese Economische Ruimte be-
draagt 2 jaar in overeenstemming
met de geldende plaatselijke garan-
tievoorwaarden. De garantievoor-
waarden doen geen afbreuk aan
eventuele andere rechten of claims
die u op grond van het plaatselijke
recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieduur en de garantievoorwaar-
den in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document
over de servicecontacten en garantie-
voorwaarden, bij onze klantenservice,
uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klanten-
service vindt u via de QR-code op
het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoor-
waarden of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het
productienummer (FD) vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig.
1
/ Pagina11
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.
Technische gegevens17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overi-
ge technische gegevens bevinden
zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig.
1
/ Pagina11
Dit product bevat een lichtbron van
energieklasse G. De lichtbron is le-
verbaar als reserveonderdeel en mag
uitsluitend door een hiervoor getrain-
de monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt
u op het internet onder
https://
eprel.ec.europa.eu/
1
. Dit webadres
verwijst naar de officiële EU-product-
databank EPREL. Volg dan de aan-
wijzingen bij het zoeken naar het mo-
del op. De modelidentificatie bestaat
uit het teken voor de slash van het E-
nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al-
ternatief vindt u de modelidentificatie
ook in de eerste regel van het EU-
energielabel.
1
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
25
background
background
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service
directory.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9002003880*
9002003880 (050527)
nl

Specifications

Bosch KGN33NWDA Questions and Answers