
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
1 Veiligheid ..................................... 3
1.1 Algemene aanwijzingen ............. 3
1.2 Bestemming van het appa-
raat ................................................. 3
1.3 Inperking van de gebruikers ..... 3
1.4 Veiliger transport ......................... 4
1.5 Veilige installatie .......................... 4
1.6 Veilig gebruik ............................... 5
1.7 Beschadigd apparaat ................. 7
2 Het voorkomen van materiële
schade .......................................... 8
3 Milieubescherming en bespa-
ring ................................................ 9
3.1 Afvoeren van de verpakking ..... 9
3.2 Energie besparen ....................... 9
4 Opstellen en aansluiten .............. 9
4.1 Leveringsomvang ........................ 9
4.2 Criteria voor de opstelloca-
tie ................................................... 9
4.3 Apparaat monteren ................... 10
4.4 Het apparaat voor het eerste
gebruik voorbereiden ............... 10
4.5 Apparaat elektrisch aanslui-
ten ................................................ 10
5 Uw apparaat leren kennen ........ 11
5.1 Apparaat ..................................... 11
5.2 Bedieningspaneel ..................... 12
6 Uitrusting ................................... 13
6.1 Legplateau .................................. 13
6.2 Bewaarlade ................................ 13
6.3 Fruit- en groentelade met
vochtigheidsregelaar ................ 14
6.4 Boter- en kaasvak ..................... 14
6.5 Deurrekken ................................. 14
6.6 Accessoires ............................... 14
7 De Bediening in essentie .......... 15
7.1 Apparaat inschakelen .............. 15
7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 15
7.3 Machine uitschakelen .............. 15
7.4 Temperatuur instellen ............... 15
7.5 Toetsenblokkering .................... 16
8 Extra functies ............................ 16
8.1 Superkoelen ............................. 16
8.2 Supervriezen .............................. 16
8.3 Energiebesparingsmodus ....... 16
8.4 Rust-modus ................................ 17
9 Alarm .......................................... 17
9.1 Deuralarm ................................... 17
9.2 Temperatuuralarm .................... 17
10 HomeConnect ....................... 18
10.1 HomeConnect instellen ........ 18
10.2 Signaalsterkte controleren .... 19
10.3 Update van de Home Con-
nect software installeren ....... 19
10.4 HomeConnect instellingen
resetten ..................................... 19
10.5 Afstandsdiagnose ................... 20
10.6 Bescherming persoonsgege-
vens ........................................... 20
11 Koelvak .................................... 20
11.1 Tips voor het bewaren van le-
vensmiddelen in het koel-
vak ............................................. 20
11.2 Koudezones in het koelvak .. 21
12 Vriesvak ................................... 21
12.1 Invriescapaciteit ...................... 21
12.2 Vriesvakvolume volledig ge-
bruiken ...................................... 21
12.3 Tips voor het bewaren van le-
vensmiddelen in het vries-
vak ............................................. 21
12.4 Tips voor het bevriezen van
verse levensmiddelen ............ 21
2

Veiligheid nl
12.5 Houdbaarheid van de diep-
vrieswaren bij −18°C ............ 22
12.6 Ontdooimethodes voor diep-
vrieswaren ................................ 22
13 Ontdooien ................................ 22
13.1 Ontdooien in het koelvak. ..... 22
13.2 Ontdooien in het vriesvak ..... 22
14 Reiniging en onderhoud ......... 23
14.1 Apparaat voorbereiden voor
reiniging .................................... 23
14.2 Apparaat schoonmaken ........ 23
14.3 Onderdelen eruit halen .......... 23
14.4 Apparaatonderdelen demon-
teren .......................................... 24
15 Storingen verhelpen ............... 25
15.1 Stroomuitval ............................. 28
15.2 Apparaatzelftest uitvoeren .... 28
16 Opslaan en afvoeren .............. 29
16.1 Apparaat buiten gebruik stel-
len .............................................. 29
16.2 Afvoeren van uw oude appa-
raat ............................................ 29
17 Servicedienst .......................... 29
17.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) .......... 30
18 Technische gegevens ............ 30
18.1 Informatie over vrije software
en opensourcesoftware ......... 30
19 Conformiteitsverklaring ......... 31
Veiligheid 1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei-
ding van ijsblokjes.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
3

nl Veiligheid
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/
diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn
ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
4

Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Wanneer de ventilatieopeningen van het apparaat zijn gesloten,
dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-
mengsel ontstaan.
Ventilatieopeningen in de behuizing van het apparaat of in de in-
bouwbehuizing niet afsluiten.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren
gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-
schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak
om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net-
voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare
netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat-
sen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-
paraat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
5

nl Veiligheid
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar
koudemiddel lekken en exploderen.
Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me-
chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die
door de fabrikant zijn aanbevolen.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp
los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun-
nen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie-
ve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand
leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het
vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
Het apparaat kan kantelen.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot
brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het
vriesvak werden genomen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en
oppervlakken van het vriesvak.
6

Veiligheid nl
VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le-
vensmiddelen te voorkomen.
Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot
een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa-
raat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij-
ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in het koelapparaat
dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere le-
vensmiddelen of op deze drupt.
Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap-
paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten,
om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun-
nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact
komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio-
nen overdragen naar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina29
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
7

nl Het voorkomen van materiële schade
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van
dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen
door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluit-
kabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid-
del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
Ventileer de ruimte.
Het apparaat uitschakelen.
Pagina15
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service.
Pagina29
Het voorkomen van materiële schade2 Het voorkomen van
materiële schade
LET OP
Het hoge apparaatgewicht of het kan-
telen van de apparaatwieltjes kan bij
het verschuiven van het apparaat de
vloer beschadigen.
Het apparaat met een steekwagen
transporteren.
Bij het verschuiven van het appa-
raat een vloerbescherming gebrui-
ken en niet zigzag bewegen.
Bij het sluiten van de apparaatdeur
kan een opengeklapte deurboom het
apparaat beschadigen.
Nooit de deurboom handmatig
openklappen.
Als de deurboom opengeklapt is,
vóór het sluiten van de apparateur-
deur inklappen.
Door het gebruik van het apparaat,
de plint, laden of deuren als zitvlak of
opstapje kan het apparaat bescha-
digd raken.
Niet op het apparaat, de plint, la-
den of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet
kunnen kunststofdelen en deurafdich-
tingen poreus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf-
dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of
met een metalen uiterlijk kunnen alu-
minium bevatten. Bij contact met
zuurhoudende levensmiddelen corro-
deert en verkleurt het aluminium.
Levensmiddelen uitsluitend verpakt
in het apparaat bewaren.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
8

Milieubescherming en besparing nl
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en
besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan di-
rect zonlicht.
Plaats het apparaat zo ver moge-
lijk van radiatoren, fornuis en ande-
re warmtebronnen:
– Houd 30mm afstand aan tot
elektrische- of gasfornuizen.
– Houd 300mm afstand aan tot
olie- en kolenfornuizen.
De externe ventilatieopeningen
nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uit-
rustingsonderdelen heeft geen in-
vloed op het energieverbruik van het
apparaat.
Open het apparaat slechts kort en
sluit het zorgvuldig.
De binnenste ventilatieopeningen
of de externe ventilatieopeningen
nooit afdekken of blokkeren.
Transporteer gekoelde levensmid-
delen in een koeltas en leg ze snel
in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst la-
ten afkoelen, daarna in het appa-
raat plaatsen.
Leg om de koude van de diep-
vriesproducten te benutten, deze
ter ontdooiing in het koelvak.
Laat altijd wat ruimte tussen de le-
vensmiddelen en de achterwand.
Stoffige ventilatieroosters schoon-
zuigen.
Opstellen en aansluiten4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of
onze servicedienst
Pagina29
contact op.
De levering bestaat uit:
Vrijstaand apparaat
Uitrusting en accessoires
1
Montagemateriaal
Montagehandleiding
Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebijlage
2
Energielabel
Informatie over energieverbruik en
geluiden
Informatie over HomeConnect
4.2 Criteria voor de opstelloca-
tie
WAARSCHUWING
Explosiegevaar!
Wanneer het apparaat in een te klei-
ne ruimte staat, kan er bij een lek van
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2
Niet in alle landen
9

nl Opstellen en aansluiten
het koudecircuit een brandbaar gas-
luchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in
een ruimte, welke tenminste een
volume heeft van 1m
3
per 8g
koudemiddel. De hoeveelheid van
het koudemiddel staat op het type-
plaatje.
"Apparaat", Fig.
1
/
Pagina11
Het gewicht van het apparaat kan af-
hankelijk van het model tot 165 be-
dragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg
zijn om het gewicht van het apparaat
te dragen.
De ondergrond moet vlak zijn.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik
bij omgevingstemperaturen van 10°C
tot 43°C.
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de toegestane binnentempe-
ratuur.
Wanneer u het apparaat gebruikt bij
lagere kamertemperaturen, dan kun-
nen beschadigingen aan het appa-
raat tot een kamertemperatuur van
5°C worden uitgesloten.
Over-and-Under- en Side-by-Side-
opstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast
elkaar wilt opstellen, moet u tussen
de toestellen minimaal een tussenaf-
stand van 150 mm aanhouden. Voor
bepaalde toestellen is een opstelling
zonder minimumafstand mogelijk.
Neem hiervoor contact op met uw
dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
Het apparaat conform meegelever-
de montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eer-
ste gebruik voorbereiden
1.
Haal het informatiemateriaal er uit.
2.
Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips
en karton.
3.
Het apparaat voor de eerste keer
reinigen.
Pagina23
4.5 Apparaat elektrisch aan-
sluiten
1.
De apparaatstekker van het net-
snoer in het apparaat steken.
2.
De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat staan op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig.
1
/
Pagina11
3.
De netstekker op vastheid contro-
leren.
Het apparaat is nu gereed voor ge-
bruik.
10

Uw apparaat leren kennen nl
Uw apparaat leren kennen5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
A
B
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1
Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting
en grootte.
Koelvak
Pagina20
Vriesvak
Pagina21
Verlichting
Boter- en kaasvak
Pagina14
Bedieningspaneel
Pagina12
Typeplaatje
Pagina30
11

nl Uw apparaat leren kennen
Deurbalk met condensatiebevei-
liging
Pagina8
Deurrek voor grote flessen
Pagina14
Fruit- en groentelade met voch-
tigheidsregelaar
Pagina14
Bewaarlade
Pagina13
Diepvrieslade
Pagina24
Stelvoet
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle
functies van uw apparaat instellen en
12

Uitrusting nl
informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
2
alarm brandt wanneer het alarm
is ingeschakeld.
brandt, wanneer de gebrui-
kersgedefinieerde instellingen
via de HomeConnectapp zijn
ingesteld. Meer informatie kunt
u vinden in de HomeCon-
nectapp.
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het koelvak in°C.
Fridge stelt de temperatuur van
het koelvak in.
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het vriesvak in°C.
Freezer stelt de temperatuur
van het vriesvak in.
super cool brandt, wanneer Su-
perkoelen is ingeschakeld.
super freeze brandt, wanneer
Supervriezen is ingeschakeld.
eco brandt wanneer de energie-
spaarmodus is ingeschakeld.
mode dient voor het kiezen van
een extra functie.
brandt wanneer de toetsblok-
kering is geactiveerd.
lock3sec. schakelt de toets-
blokkering van het bedienings-
paneel in of uit.
Uitrusting6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is mo-
delafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te varië-
ren, kunt u het schap uitnemen en op
een andere positie weer plaatsen.
"Plateau verwijderen", Pagina24
6.2 Bewaarlade
In de bewaarlade heersen lagere
temperaturen dan in het koelvak.
13

nl Uitrusting
Temperaturen onder 0°C kunnen tij-
delijk optreden.
Om temperaturen in de buurt van
0°C in de bewaarladen te bereiken,
de koelvaktemperatuur op 2°C instel-
len.
Pagina15
Gebruik de lagere temperaturen in
de lade om snel bedervende levens-
middelen te bewaren, bijv. vis, vlees
en worst.
6.3 Fruit- en groentelade met
vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onver-
pakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente af-
gedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar kunt u
de luchtvochtigheid in de fruit- en
groentelade aanpassen. Hierdoor
kunt u vers fruit en verse groente lan-
ger bewaren als bij een conventione-
le bewaarmethode.
De luchtvochtigheid in de fruit- en
groentelade kunt uafhankelijk van
het soort en de hoeveelheid bewaar-
de levensmiddelen instellen door het
verschuiven van de vochtigheidsrege-
laar:
Naar links schuiven voor lage
luchtvochtigheid bij het overwe-
gend bewaren van fruit, gemengde
belading of hogere belading.
Naar rechts schuiven voor hoge
luchtvochtigheid bij overwe-
gend bewaren van groente of ge-
ringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmid-
delen en de hoeveelheid kan zich in
de fruit- en groentelade condenswa-
ter vormen.
Het condenswater verwijderen met
een droge doek en een lage lucht-
vochtigheid via de vochtigheidsrege-
laar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit
en het aroma behouden blijven, moet
u koudegevoelig fruit en groente bui-
ten het apparaat bewaren bij tempe-
raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv.
ananas, bananen, citrusvruchten, au-
gurken, courgette, paprika, tomaten
en aardappelen.
6.4 Boter- en kaasvak
Bewaar boter en harde kaas in het
boter- en kaasvak.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te vari-
ëren kunt u het deurrek er uit nemen
en op een andere positie weer plaat-
sen.
"Deurrek verwijderen", Pagina24
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires.
Deze zijn op het apparaat afgestemd.
De accessoires van het apparaat zijn
afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierpla-
teau.
Flessenhouder
De flessenhouder voorkomt dat fles-
sen bij het openen en sluiten van de
apparaatdeur kantelen.
14

De Bediening in essentie nl
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs-
blokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblok-
jes uitsluitend drinkwater.
1.
Vul de schaal voor ijsblokjes voor
¾ met drinkwater en plaats deze
in het diepvriesvak.
Maak vastgevroren levensmidde-
len met een stomp voorwerp los,
bijv. met een steel van een houten
lepel.
2.
Om deijsblokjesschaal los tema-
ken de ijsblokjesschaal iets torde-
ren of kort onder stromend water
houden.
De Bediening in essentie7 De Bediening in essen-
tie
7.1 Apparaat inschakelen
1.
Het apparaat elektrisch aansluiten.
Pagina10
Het apparaat is nu gereed voor ge-
bruik.
Het apparaat begint te koelen.
Er weerklinkt een waarschuwings-
signaal, de temperatuurindicatie
(vriesvak) knippert en "alarm"
brandt omdat het vriesvak nog te
warm is.
2.
Het waarschuwingssignaal met
alarm uitschakelen.
"alarm" gaat uit zodra de ingestel-
de temperatuur is bereikt.
3.
De gewenste temperatuur instellen.
Pagina15
7.2 Opmerkingen bij het ge-
bruik
Wanneer u het apparaat heeft in-
geschakeld, duurt het tot enkele
uren voordat de ingestelde tempe-
ratuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het
apparaat voordat de ingestelde
temperatuur is bereikt.
De kopse kanten en zijwanden van
de behuizing worden soms licht
verwarmd. Dit voorkomt vorming
van condenswater.
Let er bij het sluiten van de deur
op dat de deur niet door product
wordt geblokkeerd.
Wanneer u de deur sluit, kan een
onderdruk ontstaan. De deur gaat
dan alleen moeilijker open. Wacht
een ogenblik tot de onderdruk
wordt gecompenseerd.
De temperatuur in het apparaat va-
rieert door de volgende condities:
– Het aantal keer dat het apparaat
wordt geopend
– Beladingshoeveelheid
– Temperatuur van de vers opge-
slagen levensmiddelen
– Omgevingstemperatuur
– Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van
het netsnoer uit het stopcontact
trekken of de zekering in de meter-
kast uitschakelen.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Druk net zo vaak op Fridge, totdat
de temperatuuraanduiding (koel-
vak) de gewenste temperatuurin-
stelling weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het
koelvak bedraagt 4°C.
Vriesvaktemperatuur instellen
Druk net zo vaak op Freezer, tot-
dat de temperatuuraanduiding
15

nl Extra functies
(diepvriesvak) de gewenste tempe-
ratuurinstelling weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het
vriesvak bedraagt −18°C.
7.5 Toetsenblokkering
De toetsblokkering voorkomt dat het
apparaat ongewenst of ondeskundig
wordt bediend.
Toetsblokkering inschakelen
lock3sec. gedurende 3seconden
indrukken.
is verlicht.
Toetsenblokkering uitschakelen
lock3sec. gedurende 3seconden
indrukken.
dooft.
Extra functies8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare
extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak
zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen in voor het be-
waren van grote hoeveelheden le-
vensmiddelen in het koelvak.
Opmerking: Als Superkoelen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.
Superkoelen inschakelen
Druk net zo vaak op mode tot "su-
per cool" brandt.
"SU" brandt in het temperatuurdis-
play (koelvak).
Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Superkoelen uitschakelen
Zo vaak op mode drukken tot "su-
per cool" uitgaat.
De voordien ingestelde tempera-
tuur wordt op indicatie aangege-
ven.
8.2 Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vries-
vak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 1 tot 2 uur
voor het inladen van een hoeveelheid
levensmiddelen vanaf 2 kg in het
vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten,
gebruikt u Supervriezen.
"Voorwaarden voor invriesvermo-
gen", Pagina21
Opmerking: Als Supervriezen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.
Supervriezen inschakelen
Druk net zo vaak op mode tot "su-
per freeze" brandt.
"SU" brandt op het temperatuurdis-
play (diepvriesvak).
Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Supervriezen uitschakelen
Zo vaak op mode drukken tot "su-
per freeze" uitgaat.
De voordien ingestelde tempera-
tuur wordt op indicatie aangege-
ven.
8.3 Energiebesparingsmodus
Met de energiebesparingsmodus
schakelt u het apparaat naar de ener-
giebesparende werking om.
Het apparaat stelt de temperaturen
automatisch om.
16

Alarm nl
Koelvak 8°C
Vriesvak −16°C
Energiebesparingsmodus inscha-
kelen
Zo vaak op mode drukken tot
"eco" brandt.
Energiebesparingsmodus uitscha-
kelen
Zo vaak op mode drukken tot
"eco" uitgaat.
De voordien ingestelde tempera-
tuur wordt op indicatie aangege-
ven.
8.4 Rust-modus
De rustmodus schakelt alle niet ab-
soluut noodzakelijke functies uit.
Tijdens de rust-modus zijn de volgen-
de functies uitgeschakeld:
Superkoelen
Supervriezen
Alarm
Binnenverlichting
Akoestische signalen
Meldingen op het bedieningspa-
neel
Opmerking: Tijdens de rust-modus
schakelt de verlichting van het bedie-
ningspaneel uit. "Sb" brandt.
Rust-modus inschakelen
Fridge 15Seconden ingedrukt
houden, tot een akoestisch signaal
klinkt.
"Sb"brandt.
Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Rust-modus uitschakelen
Fridge 15Seconden ingedrukt
houden, tot een akoestisch signaal
klinkt.
Alarm9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere
tijd open staat wordt het deuralarm
ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal
en "alarm" knippert.
Deuralarm uitschakelen
De apparaatdeur sluiten of een wil-
lekeurig touchveld van het bedie-
ningspaneel aanraken.
Het waarschuwingssignaal is uitge-
schakeld.
"alarm" verdwijnt.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vries-
vak, wordt het temperatuuralarm ge-
activeerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal,
de ingestelde temperatuur (vries-
vak)en "alarm" knipperen.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de vol-
gende gevallen inschakelen:
Het apparaat wordt in gebruik ge-
nomen.
Levensmiddelen pas in het appa-
raat inruimen wanneer de ingestel-
de temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden ver-
se levensmiddelen ingeruimd.
17

nl HomeConnect
Voor het in het apparaat inruimen
van grote hoeveelheden levens-
middelen Supervriezen inschake-
len.
De deur van het vriesvak is te lang
geopend.
Controleer of het diepvriesproduct
deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
Druk op een willekeurig aanraak-
veld.
Het waarschuwingssignaal is uitge-
schakeld.
De temperatuurindicatie (vriesvak)
geeft kort de warmste temperatuur
weer die in het vriesvak heeft ge-
heerst. Daarna toont de tempera-
tuurindicatie (vriesvak) opnieuw de
ingestelde temperatuur.
Vanaf dit moment wordt dewarm-
ste temperatuur opnieuw bepaald
en inhetgeheugen opgeslagen.
"alarm" brandt als de ingestelde
temperatuur opnieuw is bereikt.
HomeConnect 10 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwer-
ken. Verbind uw apparaat met een
mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeCon-
nect app te bedienen.
De HomeConnect diensten zijn niet
in elk land beschikbaar. De beschik-
baarheid van de functie HomeCon-
nect is afhankelijk van de beschik-
baarheid van de HomeConnect dien-
sten in uw land. Informatie hierover
vindt u op:
www.home-connect.com
.
Om HomeConnect te kunnen gebrui-
ken, dient u eerst de verbinding met
het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi
1
) en
met de HomeConnect app te confi-
gureren.
Na het inschakelen van het apparaat
ten minste 2 minuten wachten tot de
interne initialisatie van het apparaat is
voltooid. Configureer pas dan Ho-
meConnect.
De HomeConnect app leidt u door
het gehele aanmeldingsproces. Volg
de aanwijzingen en houd u aan de in-
structies in de HomeConnect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstruc-
ties in deze gebruiksaanwijzing en
zorg ervoor dat deze ook worden
nageleefd wanneer u het apparaat
via de HomeConnect app bedient.
"Veiligheid", Pagina3
De bediening aan het apparaat
heeft altijd voorrang. Gedurende
deze tijd is de bediening via de
HomeConnectapp niet mogelijk.
10.1 HomeConnect instellen
Vereiste: Het apparaat heeft op de
plaats van opstelling ontvangst van
het thuisnetwerk (wifi).
1.
Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Ho-
meConnect app installeren en uw
apparaat verbinden.
2.
De aanwijzingen van de Ho-
meConnect app opvolgen.
1
Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance.
18

HomeConnect nl
10.2 Signaalsterkte controle-
ren
Als er geen verbinding kan worden
gemaakt, kunt u het beste de sig-
naalsterkte controleren.
1.
Freezer 15seconden ingedrukt
houden.
Het temperatuurdisplay (vriesvak)
geeft "Cn" weer.
2.
Druk net zo vaak op Freezer tot
op het temperatuurdisplay(vries-
vak) "SI" wordt weergegeven.
Het temperatuurdisplay (koelvak)
geeft een waarde tussen "0" (geen
ontvangst) en "3" (maximale ont-
vangst) weer.
Opmerking: De signaalsterkte moet
minimaal "2" bedragen.
Ontvangst verbeteren
Als de signaalsterkte te laag is, kan
de verbinding worden onderbroken.
Een van de oplossingsmogelijkhe-
den uitvoeren:
Router en koelapparaten dichter
bij elkaar plaatsen.
Ervoor zorgen dat de verbinding
niet door afschermende wanden
wordt verstoord.
Om het signaal te versterken, re-
peater installeren.
10.3 Update van de Home Con-
nect software installeren
Het apparaat zoekt regelmatig naar
updates voor de HomeConnect soft-
ware.
Opmerking: Als er updates beschik-
baar zijn, wordt op het temperatuur-
display (vriesvak) "UP" weergegeven.
Om de update af te breken en het
temperatuurdisplay(vriesvak) op de
ingestelde temperatuur terug te zet-
ten, op een willekeurig touchveld
drukken.
1.
Freezer 15seconden ingedrukt
houden.
Het temperatuurdisplay (vriesvak)
geeft "Cn" weer.
2.
Druk net zo vaak op Freezer tot
het temperatuurdisplay(vriesvak)
"UP" en het temperatuurdis-
play(koelvak) "OF" weergeeft.
3.
Fridge indrukken.
Op het temperatuurdisplay(koel-
vak) wordt een animatie weergege-
ven.
De update wordt geïnstalleerd.
Tijdens de installatie is het bedie-
ningspaneel geblokkeerd.
Bij een succesvolle installatie
wordt op het temperatuurdis-
play(koelvak) "On" weergegeven.
4.
Als het temperatuurdisplay(koel-
vak) "Er" weergeeft, dan kon het
apparaat de update niet installe-
ren.
De procedure op een later tijd-
stip herhalen.
5.
Neem wanneer de update na
meerdere pogingen niet kan wor-
den afgesloten, contact op met de
Servicedienst
Pagina29
.
10.4 HomeConnect instellin-
gen resetten
Als het tot verbindingsproblemen van
uw apparaat met uw thuisnetwerk
(WiFi) komt of als u uw apparaat in
een ander thuisnetwerk (WiFi) wilt
aanmelden, kunt u de HomeCon-
nectinstellingen terugzetten.
1.
Freezer 15seconden ingedrukt
houden.
Het temperatuurdisplay (vriesvak)
geeft "Cn" weer.
2.
Druk net zo vaak op Freezer tot
het temperatuurdisplay(vriesvak)
19

nl Koelvak
"rE" en het temperatuurdis-
play(koelvak) "OF" weergeeft.
3.
Fridge indrukken.
Op het temperatuurdisplay(koel-
vak) wordt gedurende ca. 15se-
conden een animatie weergege-
ven.
Op de temperatuurindicatie (koel-
vak) wordt "On" weergegeven.
De HomeConnectinstellingen zijn
gereset.
10.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagno-
se op afstand toegang verkrijgen tot
uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservi-
ce richt, uw apparaat met de Ho-
meConnect server verbonden is en
de diagnose op afstand in het land
waarin u het apparaat gebruikt, be-
schikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwij-
zingen over de beschikbaarheid van
de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/sup-
port van de lokale website:
www.home-connect.com
.
10.6 Bescherming persoons-
gegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de be-
scherming van de persoonsgegevens
in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste
keer wordt verbonden met een thuis-
netwerk dat op het internet is aange-
sloten, geeft het de volgende gege-
venscategorieën door aan de Ho-
meConnect server (eerste registra-
tie):
Eenduidige identificatie van het ap-
paraat (bestaande uit apparaat-
sleutels en het MAC-adres van de
ingebouwde
WiFicommunicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-
communicatiemodule (voor de in-
formatietechnische beveiliging van
de verbinding).
De actuele software- en hardware-
versie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere
reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het ge-
bruik van de HomeConnect functio-
naliteiten voorbereid. Deze registratie
dient pas te worden uitgevoerd op
het moment dat u voor het eerst van
de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Ho-
meConnect functionaliteiten alleen
kunnen worden gebruikt in combina-
tie met de HomeConnect app. Infor-
matie over gegevensbescherming
kan worden opgeroepen in de Ho-
meConnect app.
Koelvak11 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst,
vis, melkproducten, eieren, bereide
gerechten en brood en banket bewa-
ren.
De temperatuur is van 2°C tot 8°C
instelbaar.
Door de koelopslag kunt uook licht
bederfelijke levensmiddelen opkorte
ofmiddellange termijn bewaren. Hoe
lager de gekozen temperatuur is, des
te langer blijven de levensmiddelen
vers.
11.1 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in het
koelvak
Alleen verse en onbeschadigde le-
vensmiddelen inruimen.
20

Vriesvak nl
Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt of afgedekt.
Om de luchtcirculatie niet te hinde-
ren en het bevriezen van levens-
middelen te vermijden, de levens-
middelen niet direct tegen de ach-
terwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dran-
ken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermel-
de houdbaarheidsdatum of ge-
bruiksdatum in acht.
11.2 Koudezones in het koel-
vak
Het circulatiekoelsysteem laat de
lucht gelijkmatig in het koelvak circu-
leren en zorgt voor een constante
temperatuur op alle plateaus.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich in de
bewaarlade.
Tip: Bewaar snel bedervende levens-
middelen in de koudste zone, bijv.
vis, worst en vlees.
Vriesvak12 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren
bewaren, levensmiddelen bevriezen
en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16°C tot
−24°C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidde-
len moet opeen temperatuur van –
18°C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke
levensmiddelen gedurende lange tijd
bewaren. De lage temperaturen ver-
tragen of stoppen het bederven.
12.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke
hoeveelheid levensmiddelen in hoe-
veel uur tot in de kern kan worden in-
gevroren.
Informatie over het invriesvermogen
vindt u op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig.
1
/ Pagina11
Voorwaarden voor invriesvermo-
gen
1.
Ca. 24 uur vóór het inladen van
verse levensmiddelen, Supervrie-
zen inschakelen.
"Supervriezen inschakelen",
Pagina16
2.
De levensmiddelen eerst in de bo-
venste diepvrieslade bewaren.
12.2 Vriesvakvolume volledig
gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale
hoeveelheid diepvriesproducten in
het vriesvak kunt doen.
1.
Alle uitrustingsdelen verwijderen.
Pagina23
2.
De levensmiddelen direct op de
bodem van het vriesvak stapelen.
12.3 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in het
vriesvak
Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt.
Breng in te vriezen levensmiddelen
niet in aanraking met ingevroren
levensmiddelen.
De levensmiddelen naast elkaar in
de diepvriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in
het apparaat de diepvrieslade tot
aan de aanslag inschuiven.
12.4 Tips voor het bevriezen
van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke le-
vensmiddelen bevriezen.
21

nl Ontdooien
Levensmiddelen per portie invrie-
zen.
Bereide levensmiddelen zijn beter
geschikt dan rauw eetbare levens-
middelen.
Groente vóór het invriezen wassen,
kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen,
ontpitten en eventueel schillen,
eventueel suiker of ascorbinezuur-
oplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. bakwaren,
vis en zeevruchten, vlees, wild en
gevogelte, eieren zonder schaal,
kaas, boter, kwark, kant-en-klaar-
gerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra-
dijsjes, eieren met schaal, druiven,
rode appels en peren, yoghurt, zu-
re room, crème fraîche en mayo-
naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de
juiste soort verpakking behouden in
hoge mate de productkwaliteit en
vermijden vriesbrand.
1.
De levensmiddelen in de verpak-
king leggen.
2.
De lucht eruit drukken.
3.
De verpakking luchtdicht afsluiten
om te voorkomen dat de levens-
middelen hun smaak verliezen of
uitdrogen.
4.
De verpakking met de inhoud van
de invriesdatum voorzien.
12.5 Houdbaarheid van de
diepvrieswaren bij −18°C
Product Bewaartijd
Vis, worst, klaarge-
maakte gerechten,
brood en banket
Tot 6 maan-
den
Product Bewaartijd
Gevogelte, vlees Tot 8 maan-
den
Groente, fruit Tot 12 maan-
den
12.6 Ontdooimethodes voor
diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het
koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees,
kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ont-
dooien.
Levensmiddelen voor directe con-
sumptie in de magnetron, in de
oven of op de kookplaat bereiden.
Ontdooien13 Ontdooien
13.1 Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ont-
dooit automatisch.
13.2 Ontdooien in het vriesvak
Door hetvolledig automatische “NoF-
rost”-systeem blijft hetvriesvak vorst-
vrij. Ontdooien isniet nodig.
22

Reiniging en onderhoud nl
Reiniging en onderhoud14 Reiniging en onder-
houd
De reiniging van ontoegankelijke
plaatsen moet door de servicedienst
worden uitgevoerd. Aan de reiniging
door de servicedienst kunnen kosten
verbonden zijn.
14.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging
1.
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2.
Alle levensmiddelen eruit halen en
op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelelementen
op de levensmiddelen leggen.
3.
Verwijder alle uitrustingsdelen en
accessoires uit het apparaat.
Pagina23
4.
Legplateau boven de fruit- en
groentelade verwijderen.
Pagina25
5.
Het fruit- en groentelade-deksel
verwijderen.
14.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok
veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedruk-
reiniger gebruiken om het appa-
raat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de be-
dieningselementen kan gevaarlijk
zijn.
Het afwaswater mag niet in de ver-
lichting of in de bedieningselemen-
ten terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Gebruik geen RVS-reiniger op de
buitenkant van het apparaat.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
1.
Apparaat voorbereiden voor reini-
ging.
Pagina23
2.
Reinig de buitenkant van het appa-
raat, de binnenkant van het appa-
raat, de uitrustingsdelen, de acces-
soires en de deurafdichtingen met
een vaatdoek, lauw water en een
beetje pH-neutraal afwasmiddel.
3.
Met een zachte, droge doek gron-
dig nadrogen.
4.
De uitrustingsdelen plaatsen en de
uitbouwbare apparaatdelen inbou-
wen.
5.
Het apparaat elektrisch aansluiten.
Pagina10
6.
Doe de levensmiddelen in het ap-
paraat.
14.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen
grondig wilt reinigen deze uit het ap-
paraat.
23

nl Reiniging en onderhoud
Plateau verwijderen
Het plateau aan de voorzijde optil-
len , er uit trekken en
verwijderen .
Deurrek verwijderen
Het deurrek omhoog tillen en ver-
wijderen.
Bewaarlade verwijderen
1.
De lade tot de aanslag eruit trek-
ken.
2.
Til de bewaarlade aan de voorkant
op en verwijder deze .
Groente- en fruitlade verwijderen
1.
De fruit- en groentelade tot de aan-
slag uittrekken.
2.
Til de fruit- en groentelade aan de
voorzijde op en verwijder deze
.
Diepvrieslade verwijderen
1.
De diepvrieslade tot aan de aan-
slag uittrekken.
2.
De diepvrieslade vooraan optillen
en eruit halen .
14.4 Apparaatonderdelen de-
monteren
Als u uw apparaat grondig wilt reini-
gen, kunt u bepaalde onderdelen uit
uw apparaat demonteren.
24

Storingen verhelpen nl
Legplateau boven de fruit- en
groentelade verwijderen
Het legplateau boven de fruit- en
groentelade aan de voorzijde optil-
len en verwijderen .
Fruit- en groentelade-afdekking
verwijderen
1.
De fruit- en groentelade tot de aan-
slag uittrekken.
2.
De fruit- en groentelade-afdekking
iets optillen , naar voren er uit
trekken en verwijderen .
Storingen verhelpen15 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat
beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaan-
sluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabri-
kant of de klantenservice.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, in-
dicaties en verlichting
branden.
Het presentatielicht is ingeschakeld.
1.
Koppel het apparaat los van de voedingspanning.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken of schakel de zekering in de meterkast uit.
2.
Sluit het apparaat na 5minuten weer aan.
3.
Wacht minstens 30seconden en druk dan geduren-
de 15seconden op mode.
Op het bedieningspaneel verschijnt kort .
25

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, in-
dicaties en verlichting
branden.
4.
Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.
LED-verlichting functi-
oneert niet.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijge-
voegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine scha-
kelt vaker en langer
in.
Het apparaat is te vaak geopend.
Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-
ningen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker
in en hebben verschillende vermogensstanden om effi-
ciënter te koelen.
Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-
ningen.
Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand
tot verwarmingselementen, fornuis en andere warm-
tebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op
het apparaat.
Open de deur van het apparaat slechts zo kort als
mogelijk is.
Laat warme gerechten en dranken voordat deze in
het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand
van het koelvak vormt
zich een vorstlaag.
Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een
gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achter-
wand van het koelvak wordt regelmatig automatisch
ontdooid.
Open de deur van het apparaat slechts zo kort als
mogelijk is.
Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de le-
vensmiddelen af.
Laat warme gerechten en dranken voordat deze in
het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
26

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Op de achterwand
van het koelvak vormt
zich een vorstlaag.
Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en
de binnenwanden.
HomeConnect functi-
oneert niet correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Ga naar
www.home-connect.com
.
"E" of "d" verschijnt op
het temperatuurdis-
play.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit.
Pagina15
2.
Koppel het apparaat los van de voedingspanning.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3.
Sluit het apparaat na 5minuten weer aan.
4.
Als de melding nog altijd verschijnt, neem dan con-
tact op met de klantenservice.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijge-
voegde overzicht van servicediensten.
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal en
"alarm" knippert.
Het deuralarm is inge-
schakeld.
Deur van het apparaat is open.
Sluit de deur van het apparaat.
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal, het
temperatuurdisplay
(vriesvak) en "alarm"
knipperen.
Temperatuuralarm is
ingeschakeld.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1.
Druk op een willekeurig aanraakveld.
Schakel het alarm uit.
2.
Controleer na enkele uren of de ingestelde tempera-
tuur in het vriesvak is bereikt.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieope-
ningen.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in-
geruimd.
Schakel Supervriezen vóór het opslaan van een gro-
tere hoeveelheid levensmiddelen in.
"Supervriezen inschakelen", Pagina16
Temperatuur wijkt erg
af van deinstelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1.
Schakel het apparaat uit.
Pagina15
2.
Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.
Pagina15
Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de
temperatuur na een paar uur opnieuw.
Als de temperatuur te laag is, controleer de tempera-
tuur dan de volgende dag opnieuw.
27

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Het apparaat bromt,
borrelt, zoemt, gorgelt,
klikt, of maakt knakge-
luiden.
Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat,
ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Mo-
tor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of
uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert
geluiden.
Het apparaat staat niet waterpas.
Stel het apparaat horizontaal met behulp van een
waterpas en de stelvoeten.
Apparaat is niet vrijstaand.
Houd de minimum afstanden van het apparaat aan.
Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze
eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
Haal flessen of containers van elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
15.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de
temperatuur in het apparaat, hierdoor
verkort de bewaartijd en de kwaliteit
van de diepvriesproducten vermin-
dert.
Op onze website van uw apparaat
vindt in de technische gegevens de
bewaartijd van de diepvriesproducten
in geval van een storing.
Opmerkingen
Het apparaat tijdens een stroomuit-
val zo weinig mogelijk openen en
geen andere levensmiddelen inrui-
men.
De kwaliteit van de levensmiddelen
onmiddellijk na de stroomuitval
controleren.
– Diepvriesproducten die ontdooid
en warmer dan 5°C zijn, weg-
gooien.
– Licht ontdooide diepvriesproduc-
ten koken of bakken en ofwel
verbruiken of opnieuw invriezen.
15.2 Apparaatzelftest uitvoe-
ren
Uw apparaat beschikt over een appa-
raatzelftest, welke storingen weer-
geeft, die uw service kan verhelpen.
1.
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2.
Het apparaat na 5minuten op-
nieuw elektrisch aansluiten.
Pagina10
3.
Binnen 2minuten na het inschake-
len mode gedurende 10 seconden
ingedrukt houden tot er een akoes-
tisch signaal klinkt.
De apparaatzelftest start.
Wanneer na het einde van de ap-
paraatzelftest 2 akoestische signa-
len weerklinken en de temperatuur-
display de ingestelde temperatuur
weergeeft, dan zijn de tempera-
tuursensoren van uw apparaat in
28

Opslaan en afvoeren nl
orde. Het apparaat gaat over op
de normale werking.
Als na het einde van de apparaat-
zelftest 5 akoestische signalen
klinken, neem dan contact op met
de service.
Opslaan en afvoeren16 Opslaan en afvoeren
16.1 Apparaat buiten gebruik
stellen
1.
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2.
Alle levensmiddelen verwijderen.
3.
Het apparaat reinigen.
Pagina23
4.
LET OP‒Tussen de deur en de
behuizing geklemde voorwerpen
kunnen het deurscharnier bescha-
digen.
De deur openen, totdat deze
zelfstandig open blijft.
Geen voorwerpen tussen de
deur en de behuizing klemmen.
Om de ventilatie van het interieur
te waarborgen het apparaat geo-
pend laten.
16.2 Afvoeren van uw oude ap-
paraat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
Om te voorkomen dat kinderen in
het apparaat kruipen legplateaus
en lades niet uit het apparaat ne-
men.
Kinderen uit de buurt van een af-
gedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen
kunnen brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen ontsnappen en
ontsteken.
De buizen van de koudemiddel-
kringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
1.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte elek-
trische en elektronische
apparatuur (waste electri-
cal and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de EU
geldige terugneming en
verwerking van oude ap-
paraten.
Servicedienst17 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
29

nl Technische gegevens
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de
servicedienst is in het kader van de
plaatselijk geldende fabrieksgarantie-
voorwaarden gratis. De minimumduur
van de garantie (fabrieksgarantie
voor particuliere gebruikers) in de Eu-
ropese Economische Ruimte be-
draagt 2 jaar in overeenstemming
met de geldende plaatselijke garan-
tievoorwaarden. De garantievoor-
waarden doen geen afbreuk aan
eventuele andere rechten of claims
die u op grond van het plaatselijke
recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieduur en de garantievoorwaar-
den in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document
over de servicecontacten en garantie-
voorwaarden, bij onze klantenservice,
uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klanten-
service vindt u via de QR-code op
het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoor-
waarden of op onze website.
17.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
nodig. Deze nummers vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig.
1
/ Pagina11
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.
Technische gegevens18 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overi-
ge technische gegevens bevinden
zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig.
1
/ Pagina11
Dit product bevat een lichtbron van
energieklasse E. De lichtbron is lever-
baar als reserveonderdeel en mag
uitsluitend door een hiervoor getrain-
de monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt
u op het internet onder
https://
eprel.ec.europa.eu/
1
. Dit webadres
verwijst naar de officiële EU-product-
databank EPREL. Volg dan de aan-
wijzingen bij het zoeken naar het mo-
del op. De modelidentificatie bestaat
uit het teken voor de slash van het E-
nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al-
ternatief vindt u de modelidentificatie
ook in de eerste regel van het EU-
energielabel.
18.1 Informatie over vrije soft-
ware en opensourcesoft-
ware
Dit product bevat softwarecomponen-
ten die door de houders van de intel-
lectuele eigendom als vrije software
of opensource-software zijn gelicenti-
eerd.
De informatie over de betreffende li-
centie is in het huishoudapparaat op-
geslagen. Daarnaast kunt u deze li-
centie-informatie via de HomeCon-
nect app raadplegen: 'Profiel -> Juri-
dische informatie -> Licentie-
informatie'.
2
U kunt de licentie-infor-
1
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
30

Conformiteitsverklaring nl
matie ook downloaden via de merk-
productwebsite. (Zoek daarvoor op
de productwebsite naar uw apparaat-
model en de bijbehorende documen-
tatie.) In plaats daarvan kunt u de be-
treffende informatie ook aanvragen
via [email protected] of BSH
Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34,
D-81739 München.
De betreffende broncode wordt u op
verzoek ter beschikking gesteld.
Zend een daartoe strekkend verzoek
naar [email protected] of BSH
Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34,
D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
De kosten voor de afhandeling van
uw verzoek worden u in rekening ge-
bracht. Dit aanbod geldt gedurende
drie jaar vanaf de datum van aan-
koop of ten minste gedurende de pe-
riode waarin wij support en reserve-
onderdelen voor het betreffende ap-
paraat bieden.
Conformiteitsverklaring19 Conformiteitsverklaring
Hiermee verklaart BSH Hausgeräte GmbH, dat het apparaat met Home Con-
nect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toe-
passelijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder
www.bosch-home.com
op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullen-
de documenten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz): max. 50mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
31

Hartelijk dank voor uw aanschaf van
een huishoudapparaat van Bosch!
Registreer nu uw nieuwe apparaat bij MyBosch en profiteer direct van:
• Slimme aanbevelingen en tips voor uw apparaat
• Opties voor verlenging van de garantie
• Kortingen op accessoires en reserveonderdelen
• Digitale gebruikershandleiding en alle apparaatgegevens onder handbereik
• Eenvoudige toegang tot de huishoudapparatenservice van Bosch
Gratis en eenvoudige registratie – ook op mobiele apparaten:
www.bosch-home.com/welcome
Heeft u hulp nodig? Dan bent u hier aan
het juiste adres.
Voor deskundig advies over uw Bosch huishoudapparaten, hulp bij
problemen of een reparatie door Bosch-experts.
Ervaar alles over de diverse manieren waarop Bosch u ondersteuning
bieden:
www.bosch-home.com/service
De contactgegevens van alle landen vindt u in het bijgevoegde service-
overzicht.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9001690155*
9001690155 (051020)
nl

