Bosch KFN96VPEA Serie 4 French Door koel-vriescombinatie, 5 deuren 183 x 91 cm RVS anti-fingerprint

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Other Documents
  • Reparatie tips - (Dutch - Holland) Download
Specification
  • Productspecificaties - (Dutch - Holland) Download
  • EU specificatieblad - (Dutch - Holland) Download
Installation Instruction
  • Installatierichtlijnen - (Dutch - Holland) Download
Energy Guide

User Manual

This is the main product document for model KFN96VPEA.

The file format is pdf, 32 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Koelvriescombinatie
KFN96VPEA
[nl] Gebruikershandleiding
background
nl
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor
meer informatie.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid......................................4
1.1 Algemene aanwijzingen .............4
1.2 Bestemming van het appa-
raat .............................................4
1.3 Inperking van de gebruikers ......4
1.4 Veiliger transport ........................4
1.5 Veilige installatie.........................5
1.6 Veilig gebruik..............................6
1.7 Beschadigd apparaat.................8
2 Het voorkomen van materiële
schade ........................................10
3 Milieubescherming en bespa-
ring..............................................10
3.1 Afvoeren van de verpakking ....10
3.2 Energie besparen.....................10
4 Opstellen en aansluiten .............11
4.1 Leveringsomvang .....................11
4.2 Criteria voor de opstellocatie ...11
4.3 Apparaat monteren ..................11
4.4 Het apparaat voor het eerste
gebruik voorbereiden ...............12
4.5 Apparaat elektrisch aanslui-
ten.............................................12
5 Uw apparaat leren kennen.........13
5.1 Apparaat...................................13
5.2 Bedieningspaneel.....................14
6 Uitrusting....................................15
6.1 Legplateau................................15
6.2 Bewaarlade...............................15
6.3 Fruit- en groentelade met
vochtigheidsregelaar ................15
6.4 Boter- en kaasvak ....................16
6.5 Deurrekken...............................16
6.6 Accessoires..............................16
7 De Bediening in essentie...........17
7.1 Apparaat inschakelen ..............17
7.2 Opmerkingen bij het gebruik ...17
7.3 Machine uitschakelen...............17
7.4 Temperatuur instellen...............17
7.5 Toetsblokkering (kinderbe-
veiliging) ...................................17
8 Extra functies .............................18
8.1 Superkoelen ............................18
8.2 Supervriezen.............................18
8.3 Energiebesparingsmodus ........18
9 Alarm...........................................19
9.1 Deuralarm.................................19
9.2 Temperatuuralarm ....................19
10 Koelvak .....................................19
10.1 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het koel-
vak ..........................................20
10.2 Koudezones in het koelvak ....20
11 Vriesvak ....................................20
11.1 Invriescapaciteit......................20
11.2 Vriesvakvolume volledig
gebruiken ...............................20
11.3 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het vries-
vak ..........................................21
11.4 Tips voor het bevriezen van
verse levensmiddelen ............21
background
nl
3
11.5 Houdbaarheid van de diep-
vrieswaren bij −18°C ............21
11.6 Ontdooimethodes voor
diepvrieswaren .......................21
12 Ontdooien.................................22
12.1 Ontdooien in het koelvak. ......22
12.2 Ontdooien in het vriesvak ......22
13 Reiniging en onderhoud ..........22
13.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging..........................22
13.2 Apparaat schoonmaken .........22
13.3 Onderdelen eruit halen...........23
13.4 Apparaatonderdelen de-
monteren ................................24
14 Storingen verhelpen ................25
14.1 Stroomuitval............................27
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren......27
15 Opslaan en afvoeren................27
15.1 Apparaat buiten gebruik
stellen .....................................27
15.2 Afvoeren van uw oude ap-
paraat .....................................28
16 Servicedienst............................28
16.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) ...........29
17 Technische gegevens..............29
background
nl Veiligheid
4
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de berei-
ding van ijsblokjes.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/
diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
Het apparaat niet alleen optillen.
background
Veiligheid nl
5
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten,
dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-
mengsel ontstaan.
Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in
de inbouwbehuizing niet af.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de service-
dienst.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
background
nl Veiligheid
6
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net-
voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare
netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat-
sen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-
paraat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar
koudemiddel lekken en exploderen.
Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me-
chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die
door de fabrikant zijn aanbevolen.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp
los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun-
nen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie-
ve stoffen in het apparaat.
background
Veiligheid nl
7
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand
leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het
vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
Het apparaat kan kantelen.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot
brandwonden door koude leiden.
Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het
vriesvak werden genomen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en
oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le-
vensmiddelen te voorkomen.
Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot
een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa-
raat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij-
ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusda-
nig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmid-
delen of op deze drupt.
background
nl Veiligheid
8
Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap-
paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten,
om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kun-
nen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact
komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumio-
nen overdragen naar de levensmiddelen.
Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina28
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te
worden vervangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is
bij de fabrikant of de servicedienst.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid-
del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
background
Veiligheid nl
9
Ventileer de ruimte.
Het apparaat uitschakelen. →Pagina17
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina28
background
nl Het voorkomen van materiële schade
10
2 Het voorkomen van
materiële schade
LET OP!
Het hoge apparaatgewicht of het kan-
telen van de apparaatwieltjes kan bij
het verschuiven van het apparaat de
vloer beschadigen.
Het apparaat met een steekwagen
transporteren.
Bij het verschuiven van het appa-
raat een vloerbescherming gebrui-
ken en niet zigzag bewegen.
Bij het sluiten van de apparaatdeur
kan een opengeklapte deurboom het
apparaat beschadigen.
Nooit de deurboom handmatig
openklappen.
Als de deurboom opengeklapt is,
vóór het sluiten van de apparateur-
deur inklappen.
Door het gebruik van de plint, laden
of apparaatdeuren als zitvlak of op-
stapje kan het apparaat beschadigd
raken.
Niet op de plint, laden of deuren
staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet
kunnen kunststofdelen en deurafdich-
tingen poreus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf-
dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of
met een metalen uiterlijk kunnen alu-
minium bevatten. Aluminium reageert
bij contact met zure levensmiddelen.
Geen levensmiddelen onverpakt in
het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en
besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
¡ Stel het apparaat niet bloot aan di-
rect zonlicht.
¡ Plaats het apparaat zo ver moge-
lijk van radiatoren, fornuis en ande-
re warmtebronnen:
Houd 30mm afstand aan tot
elektrische- of gasfornuizen.
Houd 300mm afstand aan tot
olie- en kolenfornuizen.
¡ De externe ventilatieopeningen
nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking:De plaatsing van de uit-
rustingsonderdelen heeft geen in-
vloed op het energieverbruik van het
apparaat.
¡ Open het apparaat slechts kort en
sluit het zorgvuldig.
¡ De binnenste ventilatieopeningen
of de externe ventilatieopeningen
nooit afdekken of blokkeren.
¡ Transporteer gekoelde levensmid-
delen in een koeltas en leg ze snel
in het apparaat.
¡ Warm voedsel en dranken eerst la-
ten afkoelen, daarna in het appa-
raat plaatsen.
background
Opstellen en aansluiten nl
11
¡ Leg om de koude van de diep-
vriesproducten te benutten, deze
ter ontdooiing in het koelvak.
¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le-
vensmiddelen en de achterwand.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of
onze servicedienst →Pagina28
contact op.
De levering bestaat uit:
¡ Vrijstaand apparaat
¡ Uitrusting en accessoires
1
¡ Montagemateriaal
¡ Montagehandleiding
¡ Gebruiksaanwijzing
¡ Klantenservice overzicht
¡ Garantiebijlage
2
¡ Energielabel
¡ Informatie over energieverbruik en
geluiden
4.2 Criteria voor de opstello-
catie
WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te klei-
ne ruimte staat, kan er bij een lek van
het koudecircuit een brandbaar gas-
luchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in
een ruimte, welke tenminste een
volume heeft van 1m
3
per 8g
koudemiddel. De hoeveelheid van
het koudemiddel staat op het type-
plaatje. →"Apparaat", Fig. 1 /
4
,
Pagina14
Het gewicht van het apparaat kan af-
hankelijk van het model tot 165 be-
dragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg
zijn om het gewicht van het apparaat
te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is
afhankelijk van de klimaatklasse van
het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het type-
plaatje. →"Apparaat", Fig. 1 /
4
,
Pagina14
Klimaat-
klasse
Toegestane ruimte-
temperatuur
SN 10°C…32°C
N 16°C…32°C
ST 16°C…38°C
T 16°C…43°C
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de toegestane binnentempe-
ratuur.
Wanneer u een apparaat van de kli-
maatklasse SN gebruikt bij lagere ka-
mertemperaturen, dan kunnen be-
schadigingen aan het apparaat tot
een kamertemperatuur van 5°C wor-
den uitgesloten.
4.3 Apparaat monteren
Het apparaat conform meegelever-
de montagehandleiding monteren.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2
Niet in alle landen
background
nl Opstellen en aansluiten
12
4.4 Het apparaat voor het eer-
ste gebruik voorbereiden
1. Haal het informatiemateriaal er uit.
2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips
en karton.
3. Het apparaat voor de eerste keer
reinigen. →Pagina22
4.5 Apparaat elektrisch aan-
sluiten
1. De apparaatstekker van het aan-
sluitsnoer aan het apparaat aan-
sluiten.
2. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat staan op het typeplaatje.
→"Apparaat", Fig. 1 /
4
,
Pagina14
3. De netstekker op vastheid contro-
leren.
a Het apparaat is nu gereed voor ge-
bruik.
background
Uw apparaat leren kennen nl
13
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
A
B
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1
A
Koelvak →Pagina19
B
Vriesvak →Pagina20
1
Verlichting
2
Boter- en kaasvak
→Pagina16
3
Bedieningspaneel
→Pagina14
background
nl Uw apparaat leren kennen
14
4
Typeplaatje →Pagina29
5
Deurbalk met condensatiebe-
veiliging →Pagina10
6
Deurrek voor grote flessen
→Pagina16
7
Fruit- en groentelade met
vochtigheidsregelaar
→Pagina15
8
Bewaarlade →Pagina15
9
Diepvrieslade →Pagina24
10
Stelvoet
Opmerking:Verschillen tussen uw
apparaat en de afbeeldingen zijn mo-
gelijk op basis van uitrusting en
grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle
functies van uw apparaat instellen en
informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
2
background
Uitrusting nl
15
1
schakelt het waarschu-
wingssignaal uit.
2
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het koelvak in°C.
3
stelt de temperatuur
van het koelvak in.
4
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het vriesvak in°C.
5
stelt de temperatuur
van het vriesvak in.
6
brandt, wanneer Super-
koelen is ingeschakeld.
7
brandt, wanneer Super-
vriezen is ingeschakeld.
8
brandt wanneer de ener-
giespaarmodus is ingescha-
keld.
9
dient voor de selectie
van een modus.
10
brandt wanneer de toets-
blokkering is geactiveerd.
11
schakelt de toetsblokke-
ring van het bedieningspaneel
in of uit.
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is mo-
delafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te varië-
ren, kunt u het schap uitnemen en op
een andere positie weer plaatsen.
→"Plateau verwijderen", Pagina23
6.2 Bewaarlade
In de bewaarlade heersen lagere
temperaturen dan in het koelvak.
Temperaturen onder 0°C kunnen tij-
delijk optreden.
Om temperaturen in de buurt van
0°C in de bewaarladen te bereiken,
de koelvaktemperatuur op 2°C instel-
len. →Pagina17
Gebruik de lagere temperaturen in
de lade om snel bedervende levens-
middelen te bewaren, bijv. vis, vlees
en worst.
6.3 Fruit- en groentelade met
vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onver-
pakt in de fruit- en groentelade.
Bewaar gesneden fruit en groente af-
gedekt of luchtdicht verpakt.
Met de vochtigheidsregelaar kunt u
de luchtvochtigheid in de fruit- en
groentelade aanpassen. Hierdoor
kunt u vers fruit en verse groente lan-
ger bewaren als bij een conventione-
le bewaarmethode.
background
nl Uitrusting
16
De luchtvochtigheid in de fruit- en
groentelade kunt uafhankelijk van
het soort en de hoeveelheid
bewaarde levensmiddelen door het
verschuiven van de
vochtigheidsregelaar instellen:
¡ Lage luchtvochtigheid bij
overwegend bewaren van fruit, ge-
mengde- of hoge belading.
¡ Hoge luchtvochtigheid bij
overwegend bewaren van groente
of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmid-
delen en de hoeveelheid kan zich in
de fruit- en groentelade condenswa-
ter vormen.
Het condenswater verwijderen met
een droge doek en de luchtvochtig-
heid in de groentelade aanpassen
met behulp van de vochtigheidsrege-
laar.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit
en het aroma behouden blijven, moet
u koudegevoelig fruit en groente bui-
ten het apparaat bewaren bij tempe-
raturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv.
ananas, bananen, citrusvruchten, au-
gurken, courgette, paprika, tomaten
en aardappelen.
6.4 Boter- en kaasvak
Bewaar boter en harde kaas in het
boter- en kaasvak.
6.5 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te vari-
ëren kunt u het deurrek er uit nemen
en op een andere positie weer plaat-
sen.
→"Deurrek verwijderen", Pagina23
6.6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires.
Deze zijn op het apparaat afgestemd.
De accessoires van het apparaat zijn
afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierpla-
teau.
Flessenhouder
De flessenhouder voorkomt dat fles-
sen bij het openen en sluiten van de
apparaatdeur kantelen.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijs-
blokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblok-
jes uitsluitend drinkwater.
background
Bediening nl
17
1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor
¾ met drinkwater en plaats deze
in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal al-
leen met een bot voorwerp, bijv.
steel van een lepel, losmaken.
2. Om deijsblokjesschaal los tema-
ken de ijsblokjesschaal iets torde-
ren of kort onder stromend water
houden.
Bediening
7 De Bediening in essen-
tie
Bediening
7.1 Apparaat inschakelen
1. Het apparaat elektrisch aansluiten.
→Pagina12
a Het apparaat begint te koelen.
a Er weerklinkt een waarschuwings-
signaal, de temperatuurindicatie
(vriesvak) knippert en brandt
omdat het vriesvak nog te warm is.
2. Het waarschuwingssignaal met
uitschakelen.
a gaat uit zodra de ingestelde
temperatuur is bereikt.
3. De gewenste temperatuur instellen.
→Pagina17
7.2 Opmerkingen bij het ge-
bruik
¡ Wanneer u het apparaat heeft in-
geschakeld, duurt het tot enkele
uren voordat de ingestelde tempe-
ratuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het
apparaat voordat de ingestelde
temperatuur is bereikt.
¡ De kopse kanten en zijwanden van
de behuizing worden soms licht
verwarmd. Dit voorkomt vorming
van condenswater.
¡ Wanneer u de deur sluit, kan een
onderdruk ontstaan. De deur gaat
dan alleen moeilijker open. Wacht
een ogenblik tot de onderdruk
wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van
het netsnoer uit het stopcontact
trekken of de zekering in de meter-
kast uitschakelen.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Net zo vaak op drukken tot
het temperatuurdisplay (koelvak)
de gewenste temperatuur weer-
geeft.
De aanbevolen temperatuur in het
koelvak bedraagt 4°C.
Vriesvaktemperatuur instellen
Net zo vaak op drukken tot
het temperatuurdisplay (diepvries-
vak) de gewenste temperatuur
weergeeft.
De aanbevolen temperatuur in het
vriesvak bedraagt −18°C.
7.5 Toetsblokkering (kinder-
beveiliging)
De toetsblokkering voorkomt dat het
apparaat ongewenst of ondeskundig
wordt bediend.
Toetsblokkering inschakelen
gedurende 3seconden indruk-
ken.
a is verlicht.
background
nl Extra functies
18
Toetsenblokkering uitschakelen
gedurende 3seconden indruk-
ken.
a dooft.
8 Extra functies
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak
zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen vóór het inla-
den van grote hoeveelheden levens-
middelen in.
Opmerking:Als Superkoelen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.
Superkoelen inschakelen
Druk net zo vaak op tot
brandt.
a brandt in het temperatuurdis-
play (koelvak).
Opmerking:Na ca. 6 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Superkoelen uitschakelen
Zo vaak op drukken tot
uitgaat.
a De voordien ingestelde tempera-
tuur wordt op indicatie aangege-
ven.
8.2 Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vries-
vak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 1 tot 2 uur
voor het inladen van een hoeveelheid
levensmiddelen vanaf 2 kg in het
vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten,
gebruikt u Supervriezen.
→"Voorwaarden voor invriesvermo-
gen", Pagina20
Opmerking:Als Supervriezen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.
Supervriezen inschakelen
Druk net zo vaak op tot
brandt.
a brandt op het temperatuurdis-
play (vriesvak).
Opmerking:Na ca. 8 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Supervriezen uitschakelen
Zo vaak op drukken tot
uitgaat.
a De voordien ingestelde tempera-
tuur wordt op indicatie aangege-
ven.
8.3 Energiebesparingsmodus
Met de energiebesparingsmodus
schakelt u het apparaat naar de ener-
giebesparende werking om.
Het apparaat stelt de temperaturen
automatisch om.
Koelvak 8°C
Vriesvak −16°C
Energiebesparingsmodus
inschakelen
Zo vaak op drukken tot
brandt.
background
Alarm nl
19
Energiebesparingsmodus
uitschakelen
Zo vaak op drukken tot
uitgaat.
a De voordien ingestelde tempera-
tuur wordt op indicatie aangege-
ven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere
tijd open staat wordt het deuralarm
ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal
en knippert.
Deuralarm uitschakelen
De apparaatdeur sluiten of op
drukken.
a Het waarschuwingssignaal is uitge-
schakeld.
a verdwijnt.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vries-
vak, wordt het temperatuuralarm ge-
activeerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal,
de ingestelde temperatuur (vries-
vak)en knipperen.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de
volgende gevallen inschakelen:
¡ Het apparaat wordt in gebruik ge-
nomen.
Levensmiddelen pas in het appa-
raat inruimen wanneer de ingestel-
de temperatuur is bereikt.
¡ Er worden grote hoeveelheden ver-
se levensmiddelen ingeruimd.
Voor het in het apparaat inruimen
van grote hoeveelheden levens-
middelen Supervriezen inschake-
len.
¡ De deur van het vriesvak is te lang
geopend.
Controleer of het diepvriesproduct
deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
indrukken.
a Het waarschuwingssignaal is uitge-
schakeld.
a De temperatuurindicatie (vriesvak)
geeft kort de warmste temperatuur
weer die in het vriesvak heeft ge-
heerst. Daarna toont de tempera-
tuurindicatie (vriesvak) opnieuw de
ingestelde temperatuur.
a Vanaf dit moment wordt dewarm-
ste temperatuur opnieuw bepaald
en inhetgeheugen opgeslagen.
a brandt als de ingestelde tem-
peratuur opnieuw is bereikt.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst,
vis, melkproducten, eieren, bereide
gerechten en brood en banket bewa-
ren.
De temperatuur is van 2°C tot 8°C
instelbaar.
Door de koelopslag kunt uook licht
bederfelijke levensmiddelen opkorte
ofmiddellange termijn bewaren. Hoe
background
nl Vriesvak
20
lager de gekozen temperatuur is, des
te langer blijven de levensmiddelen
vers.
10.1 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in
het koelvak
¡ Alleen verse en onbeschadigde le-
vensmiddelen inruimen.
¡ Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt of afgedekt.
¡ Om de luchtcirculatie niet te hinde-
ren en het bevriezen van levens-
middelen te vermijden, de levens-
middelen niet direct tegen de ach-
terwand plaatsen.
¡ Laat warme etenswaren en dran-
ken eerst afkoelen.
¡ Houd de door de fabrikant vermel-
de houdbaarheidsdatum of ge-
bruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koel-
vak
Door de luchtcirculatie in et koelvak
ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich in de
bewaarlade.
Tip:Bewaar snel bedervende levens-
middelen in de koudste zone, bijv.
vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich hele-
maal bovenaan in de deur.
Tip:Bewaar minder gevoelige le-
vensmiddelen in de warmste zone,
bijv. harde kaas en boter. Hierdoor
komt het aroma van de kaas beter
tot ontwikkeling en blijft de boter
smeerbaar.
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren
bewaren, levensmiddelen bevriezen
en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16°C tot
−24°C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidde-
len moet opeen temperatuur van –
18°C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke
levensmiddelen gedurende lange tijd
bewaren. De lage temperaturen ver-
tragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke
hoeveelheid levensmiddelen in hoe-
veel uur tot in de kern kan worden in-
gevroren.
Informatie over het invriesvermogen
vindt u op het typeplaatje. →"Appa-
raat", Fig. 1 /
4
, Pagina14
Voorwaarden voor
invriesvermogen
1. Bij het inladen van verse levens-
middelen, Supervriezen inschake-
len.
→"Supervriezen inschakelen",
Pagina18
2. De levensmiddelen eerst in de bo-
venste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig
gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale
hoeveelheid diepvriesproducten in
het vriesvak kunt doen.
1. Alle uitrustingsdelen verwijderen.
→Pagina23
2. De levensmiddelen direct op de
bodem van het vriesvak stapelen.
background
Vriesvak nl
21
11.3 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in
het vriesvak
¡ Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt.
¡ Breng in te vriezen levensmiddelen
niet in aanraking met ingevroren
levensmiddelen.
¡ De levensmiddelen naast elkaar in
de diepvriesladen leggen.
¡ Om grotere hoeveelheden verse
levensmiddelen snel en voorzichtig
in te vriezen, deze in de bovenste
diepvrieslade leggen.
¡ Voor een goede luchtcirculatie in
het apparaat de diepvrieslade tot
aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen
van verse levensmidde-
len
¡ Alleen verse en onberispelijke le-
vensmiddelen bevriezen.
¡ Levensmiddelen per portie invrie-
zen.
¡ Bereide levensmiddelen zijn beter
geschikt dan rauw eetbare levens-
middelen.
¡ Groente vóór het invriezen wassen,
kleiner maken en blancheren.
¡ Fruit vóór het invriezen wassen,
ontpitten en eventueel schillen,
eventueel suiker of ascorbinezuur-
oplossing toevoegen.
¡ Voor het invriezen geschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. bakwaren,
vis en zeevruchten, vlees, wild en
gevogelte, eieren zonder schaal,
kaas, boter, kwark, kant-en-klaar-
gerechten en etensresten.
¡ Voor het invriezen ongeschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra-
dijsjes, eieren met schaal, druiven,
rode appels en peren, yoghurt, zu-
re room, crème fraîche en mayo-
naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de
juiste soort verpakking behouden in
hoge mate de productkwaliteit en
vermijden vriesbrand.
1. De levensmiddelen in de verpak-
king leggen.
2. De lucht eruit drukken.
3. De verpakking luchtdicht afsluiten
om te voorkomen dat de levens-
middelen hun smaak verliezen of
uitdrogen.
4. De verpakking met de inhoud van
de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de
diepvrieswaren bij
−18°C
Product Bewaartijd
Vis, worst, klaarge-
maakte gerechten,
brood en banket
Tot 6 maan-
den
Gevogelte, vlees Tot 8 maan-
den
Groente, fruit Tot 12 maan-
den
11.6 Ontdooimethodes voor
diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
background
nl Ontdooien
22
¡ Dierlijke levensmiddelen in het
koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees,
kaas en kwark.
¡ Brood bij kamertemperatuur ont-
dooien.
¡ Levensmiddelen voor directe con-
sumptie in de magnetron, in de
oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koel-
vak.
Het koelvak van uw apparaat ont-
dooit automatisch.
12.2 Ontdooien in het vries-
vak
Door hetvolledig automatische “NoF-
rost”-systeem blijft hetvriesvak vorst-
vrij. Ontdooien isniet nodig.
13 Reiniging en onder-
houd
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke
plaatsen moet door de servicedienst
worden uitgevoerd. Aan de reiniging
door de servicedienst kunnen kosten
verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging
1. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2. Alle levensmiddelen eruit halen en
op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelelementen
op de levensmiddelen leggen.
3. Verwijder alle uitrustingsdelen en
accessoires uit het apparaat.
→Pagina23
4. Legplateau boven de fruit- en
groentelade verwijderen.
5. Het fruit- en groentelade-deksel
verwijderen.
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok
veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedruk-
reiniger gebruiken om het appa-
raat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de be-
dieningselementen kan gevaarlijk
zijn.
Het afwaswater mag niet in de ver-
lichting of in de bedieningselemen-
ten terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Gebruik geen RVS-reiniger op de
buitenkant van het apparaat.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
1. Apparaat voorbereiden voor reini-
ging. →Pagina22
background
Reiniging en onderhoud nl
23
2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,
de accessoires en de deurafdich-
tingen met een vaatdoek, lauw wa-
ter en een beetje pH-neutraal af-
wasmiddel reinigen.
3. Met een zachte, droge doek gron-
dig nadrogen.
4. De uitrustingsdelen plaatsen en de
apparaatdelen inbouwen.
5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
6. Doe de levensmiddelen in het ap-
paraat.
13.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen
grondig wilt reinigen deze uit het ap-
paraat.
Plateau verwijderen
Het plateau aan de voorzijde optil-
len , er uit trekken en
verwijderen ⁠.
Deurrek verwijderen
Het deurrek omhoog tillen en ver-
wijderen.
Bewaarlade verwijderen
1. De lade tot de aanslag eruit trek-
ken.
2. Til de bewaarlade aan de voorkant
op en verwijder deze ⁠.
Groente- en fruitlade verwijderen
1. De fruit- en groentelade tot de aan-
slag uittrekken.
background
nl Reiniging en onderhoud
24
2. Til de fruit- en groentelade aan de
voorzijde op en verwijder deze
⁠.
Diepvrieslade verwijderen
1. De diepvrieslade tot aan de aan-
slag uittrekken.
2. De diepvrieslade vooraan optillen
en eruit halen ⁠.
13.4 Apparaatonderdelen de-
monteren
Als u uw apparaat grondig wilt reini-
gen, kunt u bepaalde onderdelen uit
uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en
groentelade verwijderen
Het legplateau boven de fruit- en
groentelade aan de voorzijde optil-
len en verwijderen ⁠.
Fruit- en groentelade-afdekking
verwijderen
1. De fruit- en groentelade tot de aan-
slag uittrekken.
2. De fruit- en groentelade-afdekking
iets optillen , naar voren er uit
trekken en verwijderen ⁠.
background
Storingen verhelpen nl
25
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden ver-
vangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de ser-
vicedienst.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, in-
dicaties en verlichting
branden.
Het presentatielicht is ingeschakeld.
Voer de apparaatzelftest uit.
a Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het
apparaat weer over op normale werking.
LED-verlichting functi-
oneert niet.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-
gevoegde overzicht van servicediensten.
of verschijnt op het
temperatuurdisplay.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit. →Pagina17
2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3. Sluit het apparaat na 5minuten weer aan.
4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan con-
tact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-
gevoegde overzicht van servicediensten.
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal, het
temperatuurdisplay
(vriesvak) en
knipperen.
Temperatuuralarm is
ingeschakeld.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Druk op .
a Schakel het alarm uit.
2. Controleer na enkele uren of de ingestelde tempe-
ratuur in het vriesvak is bereikt.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
background
nl Storingen verhelpen
26
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal, het
temperatuurdisplay
(vriesvak) en
knipperen.
Temperatuuralarm is
ingeschakeld.
Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatie-
openingen.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen in-
geruimd.
Schakel Supervriezen vóór het opslaan van een
grotere hoeveelheid levensmiddelen in.
→"Supervriezen inschakelen", Pagina18
Er klinkt een waar-
schuwingssignaal en
knippert.
Het deuralarm is inge-
schakeld.
Deur van het apparaat is open.
Sluit de deur van het apparaat.
Temperatuur wijkt erg
af van deinstelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1.
Schakel het apparaat uit. →Pagina17
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.
→Pagina17
Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de
temperatuur na een paar uur opnieuw.
Als de temperatuur te laag is, controleer de tem-
peratuur dan de volgende dag opnieuw.
Het apparaat bromt,
borrelt, zoemt, gorgelt,
klikt, of maakt knakge-
luiden.
Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat,
ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.
Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-
of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in wer-
king.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert
geluiden.
Het apparaat staat niet waterpas.
Stel het apparaat horizontaal met behulp van een
waterpas en de stelvoeten.
Apparaat is niet vrijstaand.
Houd de minimum afstanden van het apparaat aan.
Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet
ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
Haal flessen of containers van elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
background
Opslaan en afvoeren nl
27
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de
temperatuur in het apparaat, hierdoor
verkort de bewaartijd en de kwaliteit
van de diepvriesproducten vermin-
dert.
Op onze website van uw apparaat
vindt in de technische gegevens de
bewaartijd van de diepvriesproducten
in geval van een storing.
Opmerkingen
¡ Het apparaat tijdens een stroomuit-
val zo weinig mogelijk openen en
geen andere levensmiddelen inrui-
men.
¡ De kwaliteit van de levensmiddelen
onmiddellijk na de stroomuitval
controleren.
Diepvriesproducten die ontdooid
en warmer dan 5°C zijn, weg-
gooien.
Licht ontdooide diepvriesproduc-
ten koken of bakken en ofwel
verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoe-
ren
1. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2. Het apparaat na 5minuten op-
nieuw elektrisch aansluiten.
3. Binnen 10 seconden na het in-
schakelen gedurende 3 tot 5
seconden ingedrukt houden tot er
een akoestisch signaal weerklinkt.
a De apparaatzelftest start.
a Tijdens de apparaatzelftest weer-
klinkt tussendoor een lang akoes-
tisch signaal.
a Als na het einde van de apparaat-
zelftest de temperatuurindicatie de
ingestelde temperatuur toont, is uw
apparaat in orde. Het apparaat
gaat over op de normale werking.
a Als na het einde van de apparaat-
zelftest 5 akoestische signalen
weerklinken, contact opnemen met
de service.
15 Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier
waarop u het apparaat voorbereidt
voor de opslag. Daarnaast leggen we
u uit hoe u oude apparaten dient af
te voeren.
15.1 Apparaat buiten gebruik
stellen
1. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2. Alle levensmiddelen verwijderen.
3. Het apparaat reinigen.
→Pagina22
4. LET OP! Tussen de deur en de be-
huizing geklemde voorwerpen kun-
nen het deurscharnier beschadi-
gen.
De deur openen, totdat deze zelf-
standig open blijft.
Geen voorwerpen tussen de deur
en de behuizing klemmen.
Om de ventilatie van het interieur
te waarborgen het apparaat geo-
pend laten.
background
nl Servicedienst
28
15.2 Afvoeren van uw oude
apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
Om te voorkomen dat kinderen in
het apparaat kruipen legplateaus
en lades niet uit het apparaat ne-
men.
Kinderen uit de buurt van een af-
gedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen
kunnen brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen ontsnappen en
ontsteken.
De buizen van de koudemiddel-
kringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2. Het netsnoer doorknippen.
3. Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte
elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste
electrical and electronic
equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de
EU geldige terugneming
en verwerking van oude
apparaten.
16 Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan
het apparaat niet zelf kunt verhelpen
of als het apparaat moet worden ge-
repareerd, neem dan contact op met
onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de
servicedienst is in het kader van de
plaatselijk geldende fabrieksgarantie-
voorwaarden gratis. De minimumduur
van de garantie (fabrieksgarantie
voor particuliere gebruikers) in de Eu-
ropese Economische Ruimte be-
draagt 2 jaar in overeenstemming
met de geldende plaatselijke garan-
tievoorwaarden. De garantievoor-
waarden doen geen afbreuk aan
eventuele andere rechten of claims
die u op grond van het plaatselijke
recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieperiode en garantievoorwaar-
den in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op
onze website.
background
Technische gegevens nl
29
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service-
dienst vindt u in de meegeleverde
servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.)
en productienummer
(FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het
productienummer (FD) vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
→"Apparaat", Fig. 1 /
4
, Pagina14
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overi-
ge technische gegevens bevinden
zich op het typeplaatje.
→"Apparaat", Fig. 1 /
4
, Pagina14
Dit product bevat een lichtbron van
energieklasse D. De lichtbron is le-
verbaar als reserveonderdeel en mag
uitsluitend door een hiervoor getrain-
de monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt
u op het internet onder
https://eprel.ec.europa.eu/
1
. Dit we-
badres verwijst naar de officiële EU-
productdatabank EPREL. Volg dan
de aanwijzingen bij het zoeken naar
het model op. De modelidentificatie
bestaat uit het teken voor de slash
van het E-nummer (E-Nr.) op het ty-
peplaatje. Alternatief vindt u de mo-
delidentificatie ook in de eerste regel
van het EU-energielabel.
1
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
background
background
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service direc-
tory.
*9001690152*
9001690152 (011012)
nl
Robert Bosch Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München
GERMANY
www.bosch-home.com

Specifications

Indexed Terms: Fingerprint Resistant

Bosch KFN96VPEA Questions and Answers