Husqvarna AUTOMOWER 410VE NERA robotmaaier

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Other Documents
  • QG. Automower 405VE/410VE/430V/450V NERA. 2026 - (English) Download

Owners Manual Automower 405VE/410VE NERA. 2026

This is the main product document for model AUTOMOWER 410VE NERA. Additionally, the document applies to other Husqvarna models: 970820030

The file format is pdf, 44 pages, you can download this manual here .

background
NL, Nederlands
Gebruiksaanwijzing
HUSQVARNA AUTOMOWER
®
405VE/410VE NERA
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en gebruik de
machine niet voordat u de instructies goed hebt begrepen.
background
Inhoud
1 Veiligheid
1.1 Veiligheidsdefinities...............................................3
1.2 Algemene veiligheidsinstructies............................ 3
1.3 Veiligheidsinstructies voor installatie.....................4
1.4 Veiligheidsinstructies voor bediening.................... 4
1.5 Veiligheidsinstructies voor onderhoud.................. 5
1.6 Veiligheid bij accu's............................................... 5
1.7 Product optillen en verplaatsen.............................5
1.8 Cyberbeveiliging....................................................5
1.9 Gegevensprivacy.................................................. 6
2 Inleiding
2.1 Ondersteuning.......................................................7
2.2 Productbeschrijving...............................................7
2.3 Productoverzicht................................................... 8
2.4 Symbolen op het product...................................... 8
2.5 Symbolen op de accu............................................9
2.6 Symbolen op het display....................................... 9
2.7 Overzicht menustructuur in Automower
®
Access.......................................................................10
2.8 Schade aan het product...................................... 11
3 Installatie met virtuele grens
3.1 Inleiding...............................................................12
3.2 Systeembeschrijving........................................... 12
3.3 Systeemoverzicht voor EPOS
®
-installatie.......... 12
3.4 De installatie plannen..........................................13
3.5 Het werkgebied voorbereiden............................. 13
3.6 Installatie van het laadstation voorbereiden........13
4 Instellingen
4.1 Schema............................................................... 17
4.2 Maaihoogte......................................................... 17
4.3 Patroon................................................................17
4.4 Werking............................................................... 18
4.5 Installeer EPOS
®
opnieuw.................................. 19
4.6 Accessoires.........................................................19
4.7 Algemeen............................................................ 19
4.8 Veiligheid.............................................................19
4.9 Automower
®
Connect ........................................ 20
4.10 Meldingen..........................................................20
4.11 Firmware draadloos downloaden FOTA
(Firmware over the air)..............................................20
4.12 Maaiprofielen.....................................................20
4.13 Het laadstation opnieuw installeren op de
kaart.......................................................................... 20
4.14 Het referentiestation opnieuw installeren
op de kaart................................................................ 21
5 Werking
5.1 Product op ON zetten..........................................22
5.2 Product starten....................................................22
5.3 appDrive..............................................................22
5.4 Het product parkeren.......................................... 22
5.5 Product stoppen.................................................. 22
5.6 Het product uitschakelen.....................................22
5.7 De accu opladen................................................. 23
6 Onderhoud
6.1 Introductie - onderhoud....................................... 24
6.2 Onderhoudsschema............................................24
6.3 Product reinigen.................................................. 25
6.4 Accu.................................................................... 27
6.5 De bladen vervangen.......................................... 27
7 Probleemoplossing
7.1 Meldingen............................................................28
7.2 Led-indicator van het laadstation........................ 34
7.3 Symptomen......................................................... 35
8 Vervoer, opslag en verwerking
8.1 Transport.............................................................36
8.2 De machine in opslag zetten...............................36
8.3 Het laadstation opbergen.................................... 36
8.4 Het laadstation na opslag installeren.................. 36
8.5 Afvoeren..............................................................37
9 Technische gegevens
9.1 Technische gegevens......................................... 38
9.2 Gratis software en opensourcesoftware..............40
2
2862 - 003 - 08.03.2026
background
1 Veiligheid
1.1 Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en
opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op
belangrijke delen van de handleiding.
WAARSCHUWING: Wordt gebruikt
om te wijzen op de kans op ernstig of
fataal letsel voor de gebruiker of omstanders
wanneer de instructies in de handleiding niet
worden gevolgd.
OPGELET: Wordt gebruikt indien er
een risico bestaat op schade aan het
product en andere eigendommen of aan
de omgeving wanneer de instructies in de
handleiding niet worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een
bepaalde situatie.
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
WAARSCHUWING: Lees de
volgende waarschuwingen voordat u het
product gaat gebruiken.
Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en
zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u
het product gaat gebruiken. Bewaren om later te
kunnen raadplegen.
Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door
kinderen of personen met fysieke, zintuiglijke of
geestelijke beperkingen (die van invloed kunnen
zijn op het veilig bedienen van het product), of
een gebrek aan kennis en ervaring, tenzij ze
begeleiding bij of aanwijzingen voor het gebruik
van het apparaat hebben ontvangen van een
persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
Volgens EU-vereisten mag het apparaat echter
worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en
ouder en andere personen die ondanks hun
fysieke, sensorische of geestelijke handicap of
gebrek aan ervaring en kennis onder toezicht of
instructie van een verantwoordelijke persoon in
staat zijn veilig gebruik te maken van het apparaat
en op de hoogte zijn van alle gevaren. Kinderen
mogen niet spelen met het apparaat. Kinderen
mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen
of onderhouden.
Het product mag uitsluitend worden gebruikt
in combinatie met apparatuur aanbevolen door
Husqvarna. Elk ander gebruik is onjuist.
Om schade aan het product en ongelukken
met voertuigen en personen te voorkomen, mag
u geen werkgebieden en transportpaden over
openbare paden installeren.
Het product is geen speelgoed. De messen van
het product kunnen letsel veroorzaken bij mensen
en dieren.
Houd kinderen jonger dan 8 jaar buiten het
werkgebied terwijl u het product gebruikt. Kinderen
en huisdieren moeten te allen tijde onder toezicht
staan.
Alle personen moeten zich op een afstand van
minimaal 3 m/10 ft van het product bevinden
wanneer het in bedrijf is. Slaap of zonnebaad
bijvoorbeeld niet in het werkgebied wanneer het
product in bedrijf is.
Er moeten waarschuwingsborden worden
geplaatst rondom het werkgebied van het product
als het in openbare gebieden wordt gebruikt.
De borden moeten de volgende tekst bevatten:
Waarschuwing! Automatische gazonmaaier! Blijf
uit de buurt van de machine! Houd toezicht op
kinderen!
Gebruik het product niet wanneer u het handmatig
bedient met appDrive. Zorg ervoor dat u te allen
tijde een veilige en stabiele positie hebt. Zorg
ervoor dat er zich geen personen in de buurt
van het product bevinden wanneer het op steile
hellingen werkt. Draag altijd stevig schoeisel en
een lange broek als u het product gebruikt met
appDrive.
Om het product uit te schakelen gaat u achter
het product staan en drukt u op de STOP-knop.
U kunt de app gebruiken om het product te
pauzeren als dit van toepassing is op uw product.
Wanneer het product is uitgeschakeld, moet u
minimaal 3seconden wachten voordat u het
product verplaatst.
Zet het product op OFF voordat u een blokkade
verhelpt, onderhoud uitvoert of het product
onderzoekt, en als het product abnormaal begint
te trillen. Controleer het product op beschadiging
voordat u het opnieuw start. Gebruik het product
niet als het beschadigd is.
Raak geen bewegende gevaarlijke onderdelen,
zoals de maaischijf, aan voordat de maaier volledig
tot stilstand is gekomen.
Als zich een letsel of ongeval voordoet, dient u
medische hulp in te schakelen.
Plaats de voedingskabel en de verlengkabel niet
in het werkgebied. Dit kan schade aan de kabels
veroorzaken.
Sluit geen beschadigde kabel of stekker aan en
raak een beschadigde kabel niet aan voordat
de kabel is losgekoppeld van het stopcontact.
2862 - 003 - 08.03.2026
Veiligheid - 3
background
Koppel de stekker los van het stopcontact
als de kabel beschadigd raakt tijdens het
gebruik. Een versleten of beschadigde kabel
verhoogt het risico op elektrische schokken. Een
beschadigde kabel moet worden vervangen door
onderhoudspersoneel.
Wanneer u de voedingskabel op het stopcontact
aansluit, moet u een aardlekschakelaar (RCD)
gebruiken met een afschakelstroom van maximaal
30 mA.
Laad het product alleen op in het meegeleverde
laadstation. Voor veilig afvoeren van de accu
raadpleegt u
Afvoeren op pagina 37
. Onjuist
gebruik kan leiden tot elektrische schokken,
oververhitting of lekkage van corroderende
vloeistof uit de accu. Spoelen met water/
neutralisatiemiddel in geval van lekkage van
elektrolyt. Roep medische hulp in als er bijtende
vloeistof in uw ogen komt.
Gebruik alleen originele accu's die worden
aanbevolen door Husqvarna. De veiligheid van
het product kan niet worden gegarandeerd met
niet-originele accu's. Gebruik geen niet-oplaadbare
accu's.
Volg de installatie-instructies, inclusief de
instructies om het werkgebied te specificeren, zie
Werkgebied op pagina 15
.
Volg de instructies voor het starten en gebruiken
van het product, zie
Werking op pagina 22
.
Als er kans op onweer is, raadt Husqvarna
aan om de voedingskabel en alle draden naar
het laadstation los te koppelen om het risico
op schade aan elektrische componenten te
verminderen. Sluit de voedingskabel en alle
draden weer aan als er geen onweer meer dreigt.
Het is belangrijk dat alle draden correct zijn
aangesloten.
Volg de onderhoudsinstructies op en gebruik
indien nodig originele reserveonderdelen van
Husqvarna, zie
Onderhoud op pagina 24
.
Voor technische gegevens zoals gewicht,
afmetingen en geluidsemissiewaarden raadpleegt
u
Technische gegevens op pagina 38
.
De gebruiker is verantwoordelijk in geval van
ongelukken of gevaren met betrekking tot andere
personen of eigendommen.
Het product mag uitsluitend worden bediend,
onderhouden en gerepareerd door personen die
volledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerken
van en veiligheidsregels voor het product.
Het is niet toegestaan om het originele ontwerp
van het product te wijzigen.
Volg de nationale voorschriften voor elektrische
veiligheid.
Husqvarna staat niet garant voor volledige
compatibiliteit tussen het product en andere typen
draadloze systemen, zoals afstandsbedieningen,
radiozenders of dergelijke.
Het ingebouwde alarm maakt een zeer hard
geluid. Let op, in het bijzonder wanneer het
product in een gesloten ruimte wordt gehanteerd.
Het bedrijfs- en opslagtemperatuurbereik is 0–
45 °C / 32–113 °F. Het temperatuurbereik voor
het opladen is 5–45 °C / 41–113 °F. Te hoge
temperaturen kunnen schade aan het product
veroorzaken.
1.3 Veiligheidsinstructies voor
installatie
WAARSCHUWING: Lees de
volgende waarschuwingen voordat u het
product gaat gebruiken.
Installeer het laadstation niet in een gebied waar er
struikelgevaar bestaat.
Installeer het laadstation, inclusief accessoires,
niet op een plek die zich onder of binnen 60
cm / 24 inch van brandbaar materiaal bevindt. In
geval van een storing kunnen het laadstation en
de voeding heet worden en kan er brandgevaar
ontstaan.
Zet de voeding niet op een hoogte waar er een
risico bestaat dat deze in het water komt te staan.
Zet de voeding niet op de grond.
Kapsel de voeding niet in. Condenswater kan de
voeding beschadigen en het risico op elektrische
schokken vergroten.
Installeer het laadstation niet op een plek waar
zich ongedierte bevindt, zoals mieren.
Van toepassing voor USA/Canada. Als de
voedingseenheid buiten is opgesteld: Risico van
elektrische schok. Alleen aansluiten op een
afgedekt GFCI-stopcontact (RCD), klasse A, dat
voorzien is van een behuizing die waterdicht is,
ongeacht of de kap van de aansluitstekker is
geplaatst.
Installeer het laadstation niet op een plek waar er
een risico bestaat op water vorming.
1.4 Veiligheidsinstructies voor
bediening
WAARSCHUWING:
Lees de
volgende waarschuwingen voordat u het
product gaat gebruiken.
Houd handen en voeten uit de buurt van roterende
messen. Plaats uw handen of voeten niet in de
buurt van of onder het product wanneer het op ON
staat.
Gebruik de functie Parkeren of zet het product
op OFF wanneer personen, vooral kinderen, of
dieren zich in het werkgebied bevinden. Zie
Het
4
- Veiligheid 2862 - 003 - 08.03.2026
background
product uitschakelen op pagina 22
. Husqvarna
raadt aan om het product in te stellen op gebruik
wanneer er in het werkgebied geen activiteit is.
Het product kan 's nachts letsel bij dieren in het
werkgebied veroorzaken, bijvoorbeeld bij egels.
Zie
Bedieningsmodi - Parkeren op pagina 22
.
Controleer of er geen voorwerpen zoals stenen,
takken, gereedschappen of speelgoed op het
gazon aanwezig zijn. De messen van het product
en de voorwerpen kunnen beschadigd raken.
Til het product niet op en verplaats het niet
wanneer het op ON is gezet.
Laat het product niet in botsing komen met
personen of dieren. Als een persoon of dier in
de baan van het product komt, moet het product
onmiddellijk worden gestopt. Zie
Product stoppen
op pagina 22
.
Zet geen objecten boven op het product of het
laadstation.
Gebruik het product niet als de STOP-knop niet
werkt.
Zet het product altijd op OFF wanneer u het niet
gebruikt. Het product kan alleen worden gestart als
u de juiste pincode invoert.
Gebruik het product niet tegelijkertijd met een pop-
up-sproeier. Gebruik de functie
Schema
zodat het
product en de pop-up-sproeier niet tegelijkertijd
werken. Zie
Schema op pagina 17
.
Gebruik dit product niet als er plassen water in
het werkgebied bevinden. Bijvoorbeeld als zware
regenval waterplassen veroorzaakt.
1.5 Veiligheidsinstructies voor
onderhoud
WAARSCHUWING:
Lees de
volgende waarschuwingen voordat u
onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
Zet het product op OFF voordat u onderhoud aan
het product uitvoert.
Reinig het product niet met een hogedrukspuit.
Gebruik geen oplosmiddelen om het product te
reinigen.
Ontkoppel de stekker naar het laadstation voordat
u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden
verricht aan het laadstation.
1.6 Veiligheid bij accu's
WAARSCHUWING:
Lees de
volgende waarschuwingen voordat u het
product gaat gebruiken.
Lithium-ionaccu's kunnen ontploffen of brand
veroorzaken, indien gedemonteerd, kortgesloten,
blootgesteld aan water, brand of hoge
temperaturen. Behandel de accu voorzichtig,
demonteer de accu niet, open de accu niet en
voorkom elektrisch/mechanisch misbruik. Zet een
accu niet in direct zonlicht.
Gebruik geen beschadigde accu. Verwijder de
accu als deze beschadigd is. Zie
Afvoeren op
pagina 37
.
1.7 Product optillen en verplaatsen
WAARSCHUWING: Het product
moet uitgeschakeld zijn voordat u het optilt.
Het product is uitgeschakeld wanneer het
indicatielampje op het draaiwiel uitgaat.
OPGELET: Til het product niet op
als het in het laadstation is geparkeerd.
Hierdoor kunnen het laadstation en/of het
product worden beschadigd. Druk op de
STOP-knop en trek het product uit het
laadstation voordat u het optilt.
Voor het veilig verplaatsen van het product uit of binnen
het werkgebied:
1. Druk op de STOP-knop om het product te stoppen.
2. Zet het product op OFF.
3. Draag het product aan de hendel, met de
maaischijf van uw lichaam af.
1.8 Cyberbeveiliging
Beveiligingsaanbevelingen:
Installeer of gebruik het product niet op niet-
vertrouwde of openbare netwerken.
Controleer regelmatig of er firmware-updates
beschikbaar zijn om te installeren om het systeem
veilig te houden.
2862 - 003 - 08.03.2026
Veiligheid - 5
background
1.8.1 Bluetooth
®
-interface
De Bluetooth
®
-interface is standaard ingeschakeld voor
ondersteuning bij het instellen, verbinding maken met
mobiele apparaten, bediening van lokale apparaten
en het configureren van het product met een
mobiel apparaat. Voor de Bluetooth
®
-verbinding moet
via de app een pincode of wachtwoord worden
ingevoerd dat verschillend is voor elk product.
Alle apparaatverbindingen worden beveiligd met een
standaard BLE-codering. Gebruik een sterke, unieke
pincode voor nog sterkere beveiliging.
1.8.2 Wifi-interface
Via de wifi-interface op het product kunt u verbinding
maken met uw eigen wifi-netwerk voor bediening op
afstand via de bijbehorende app, voor firmware-updates
en locatiegebaseerde services. De wifi-verbindingen
zijn beveiligd met WPA2/WPA3-coderingsprotocollen.
Gebruik een sterk, uniek wachtwoord voor uw eigen wifi-
netwerk en zorg ervoor dat het product alleen verbinding
maakt met vertrouwde netwerken.
1.8.3 Mobiele interface
De mobiele interface biedt externe toegang via
de bijbehorende app, ondersteunt firmware-updates
en biedt locatieservices. Het product maakt gebruik
van standaardprotocollen om mobiele verbindingen te
beveiligen.
1.8.4 Locatieservice
De locatieservice maakt gebruik van GPS om de
productlocatie weer te geven. Dit is om de geofencing-
functie (diefstalbeveiliging) in te schakelen en zodat
operators de productlocatie kunnen zien via de
bijbehorende app.
1.8.5 Externe services
Deze services zijn beschikbaar via de netwerkinterfaces:
Back-endservices: Maakt veilig beheer en
configuratie van het product mogelijk via
geverifieerde toegang met de app of
webgebaseerde portal, maar ook uitwisseling van
telemetriegegevens.
Firmware-updateservice: Deze service stuurt
nieuwe firmware over-the-air (FOTA) naar
het product. Via deze updates worden de
productbeveiliging en productfuncties up-to-date
gehouden.
Locatieservice: Deze service toont de positie van
het product met behulp van GPS. U moet deze
service in de app inschakelen voordat u deze kunt
gebruiken.
1.9 Gegevensprivacy
Afbeeldingen worden verwerkt in het product en
worden niet opgeslagen of gedeeld. Gegevens die
het product verlaten, worden in Europa opgeslagen in
overeenstemming met de toepasselijke wetgeving.
6
- Veiligheid 2862 - 003 - 08.03.2026
background
2 Inleiding
Fabriekspincode: 1234
Serienummer:
Productnummer:
Het serienummer en het productnummer staan op het
productplaatje en op de productverpakking.
Registreer uw product op www.husqvarna.com.
Voer het serienummer van het product, het
productnummer en de aankoopdatum in om uw
product te registreren.
2.1 Ondersteuning
Voor ondersteuning over het product gaat u naar het
gedeelte Ondersteuning op www.husqvarna.com voor
instructies, handleidingen voor probleemoplossing of
om de Husqvarna Self-service en de Productzoeker
te gebruiken (indien beschikbaar in uw markt). Neem
contact op met uw Husqvarna-servicedealer voor
ondersteuning met betrekking tot het product.
2.2 Productbeschrijving
Let op: Husqvarna werkt het uiterlijk en de werking
van producten regelmatig bij.
Het product is een robotmaaier. Het product bevat een
accu en werkt automatisch. Wanneer de laadstatus
van de accu laag is, gaat het product terug naar het
laadstation om op te laden. Het product begint weer te
werken wanneer de accu volledig is opgeladen.
Het product is voorzien van EdgeCut, waardoor
het product de randen van uw gazon maait. Het
product heeft een geavanceerd vision technology-
systeem om objecten te vermijden. Het kan het type
object identificeren en classificeren en vervolgens
dienovereenkomstig handelen.
Deze regelmatige maaitechniek verbetert de kwaliteit
van het gras en vermindert het gebruik van meststoffen.
Het gras hoeft niet te worden verzameld.
2.2.1 Automower
®
Connect
Automower
®
Connect is een mobiele applicatie
waarmee de instellingen op afstand kunnen worden
geselecteerd. Het product kan geen verbinding maken
met de app via Bluetooth
®
, mobiele verbinding en wifi.
Wanneer u zich in de buurt van het product bevindt,
kunt u uw mobiele apparaat en het product verbinden
met Bluetooth
®
. De verbinding met Bluetooth
®
is
noodzakelijk om bepaalde instellingen te kunnen
aanbrengen. Als het product verbonden is met uw wifi-
netwerk of het mobiele netwerk kunt u het product vanaf
elke plek bedienen.
2.2.2 Automower
®
Access
Automower
®
Access is de gebruikersinterface van
het product. Dit omvat het display, het draaiwiel
en de STOP-knop. Zie
Overzicht menustructuur in
Automower
®
Access op pagina 10
.
2862 - 003 - 08.03.2026
Inleiding - 7
background
2.3 Productoverzicht
2
1
9
14
15
11
3
4
13
12
17
18
19
20
26
22
25
24
23
21
16
5
7
8
10
6
1. Kap
2. EPOS
-module
3. Behuizing van het product
4. Voorwielen
5. Vision-module
6. Display
7. Draaiwiel
8. STOP-knop
9. EdgeCut-maaischijf
10. Afscherming van maaischijf
11. Achterwielen
12. Glijplaat
13. Hoofdmaaischijf
14. Chassis met elektronica, accu en motoren
15. Handgreep
16. Referentiestation EPOS
RS1
1
17. Contactplaten
18. Led-indicator van het laadstation
19. Deksel
20. Laadstation
21. Laagspanningskabel
22. Voeding
2
23. Alarmsticker
24. Extra bladen
25. Schroeven voor bevestiging van het laadstation
26. Bedieningshandleiding en beknopte handleiding
2.4 Symbolen op het product
Deze symbolen staan op het product. Zorg ervoor dat u
deze begrijpt.
1
Afzonderlijk verkrijgbaar.
2
Het uiterlijk kan verschillen voor verschillende markten.
8 - Inleiding 2862 - 003 - 08.03.2026
background
WAARSCHUWING: Lees de
gebruikersinstructies voordat
u het product gebruikt.
WAARSCHUWING: Schakel
het product uit voordat u on-
derhoud aan het product uit-
voert of het product optilt.
WAARSCHUWING: Bewaar
een veilige afstand tot het
product als dit in gebruik is.
Houd uw handen en voeten
uit de buurt van de roterende
messen van het product.
WAARSCHUWING: Ga niet
op het product zitten. Plaats
uw handen of voeten niet in
de buurt van of onder het pro-
duct.
Gebruik een losse voeding
met de specificaties die op
het typeplaatje naast het
symbool staan vermeld.
Dit product voldoet aan de geldende EU-
richtlijnen.
Het product mag niet worden verwerkt
als huishoudelijk afval. Lever het
product in bij een goedgekeurde
verwijderingslocatie voor elektrische en
elektronische apparatuur.
Garantiezegel. De garantie is niet van
toepassing als de afdichting is gebroken.
Voer geen aanpassingen uit aan de
laagspanningskabel.
Gebruik geen heggenschaar of een
grastrimmer in de buurt van de
laagspanningskabel.
2.5 Symbolen op de accu
WAARSCHUWING: Lithium-Ion accu's
kunnen ontploffen of brand veroorzaken
indien ze zijn gedemonteerd of
kortgesloten of indien er ruw mee wordt
omgegaan. Stel ze niet bloot aan water,
vuur of hoge temperaturen.
Lees de gebruikersinstructies goed door.
Dank de accu niet af door deze in een
vuur te gooien en stel de accu niet bloot
aan een warmtebron.
Dompel de accu niet onder in water.
2.6 Symbolen op het display
Het product is in bedrijf.
Het product is geparkeerd.
Het product is gepauzeerd.
Er is een fout opgetreden.
Het product wordt op afstand bediend.
Maaihoogte van het product.
2862 - 003 - 08.03.2026 Inleiding - 9
background
Sterkte van het mobiele signaal.
Wi-Fi signaalsterkte.
Bluetooth
®
verbinding is ingeschakeld.
De accu wordt opgeladen.
Accuniveau.
2.7 Overzicht menustructuur in Automower
®
Access
2.7.1 Symbolen in het hoofdmenu voor
Automower
®
Access
Maaihoogte
In het menu
Maaihoogte
kunt u de
maaihoogte instellen.
Afstandsbediening
In het menu
Afstandsbediening
kunt u
selecteren om het product op afstand te
bedienen met de Automower
®
Connect-
app.
Parkeren
In het menu
Parkeren
kunt u het product
zo instellen dat het wordt geparkeerd tot
de volgende geplande bewerking begint of
tot nader order.
Maaien
In het menu
Maaien
kunt u instellen dat
het product maait volgens het ingestelde
schema of de modus Negeer schema
inschakelen.
Verbinden
In het menu
Verbinden
kunt u Bluetooth
®
inschakelen en een koppelingsbewerking
met uw mobiele apparaat uitvoeren.
10 - Inleiding 2862 - 003 - 08.03.2026
background
Taal
In het menu
Taal
kunt u een taal op het
display selecteren.
Uitschakelen
Uitschakelen
schakelt het product uit.
2.7.2 Symbolen in het submenu voor
Automower
®
Access
Terug
Als u
Terug
selecteert, keert u terug naar
het hoofdmenu.
Schema
In het submenu
Schema
kunt u ervoor
kiezen om te werken volgens het schema
dat is ingesteld in de Automower
®
Connect-app.
Negeer schema
In het menu
Parkeren
kunt u selecteren
om het schema te negeren en tot nader
order te parkeren.
In het menu
Maaien
kunt u selecteren om
door te gaan met de werkzaamheden en
het schema te negeren.
Als u slechts één werkgebied hebt, kunt u
ervoor kiezen om het schema te negeren
en door te gaan met maaien totdat u de
bedrijfsmodus wijzigt.
Als u meer dan één werkgebied
hebt, kunt u ervoor kiezen om het
schema te negeren en slechts één
van de werkgebieden te maaien. Voor
werkgebieden met onregelmatig maaien
zal het product dit gebied maaien
totdat u de bedrijfsmodus wijzigt. Voor
systematische werkgebieden zal het
product maaien totdat het gebied is
voltooid en vervolgens in het laadstation
worden geparkeerd.
Verbonden
Het product en het mobiele apparaat zijn
verbonden met Bluetooth
®
.
Niet verbonden
Het product en het mobiele apparaat zijn
niet verbonden met Bluetooth
®
.
2.8 Schade aan het product
We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons
product als:
het product niet goed is gerepareerd.
het product is gerepareerd met onderdelen die niet
van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die
niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
het product een accessoire bevat dat niet
afkomstig is van de fabrikant of niet is
goedgekeurd door de fabrikant.
het product niet is gerepareerd door een erkend
servicepunt of door een erkende autoriteit.
2862 - 003 - 08.03.2026 Inleiding - 11
background
3 Installatie met virtuele grens
3.1 Inleiding
WAARSCHUWING: Zorg dat u het
hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en
begrepen voordat u het product monteert.
3.2 Systeembeschrijving
Het product maakt gebruik van satellietsignalen en
correctiegegevens om te navigeren. Satellietsignalen
kunnen onnauwkeurig zijn vanwege atmosferische
interferentie. Correctiegegevens compenseren deze
interferentie en helpen het product om te werken
met een sterke positieregeling. Correctiegegevens zijn
beschikbaar in EPOS
®
via Husqvarna
®
Cloud m.b.v.
mobiele communicatie, wifi of een referentiestation. Als
u EPOS
®
via Husqvarna
®
Cloud gebruikt, zorg er dan
voor dat u over volledige mobiele dekking of wifi-dekking
in het werkgebied beschikt. Een referentiestation is een
optionele accessoire wanneer mobiele dekking of wifi
niet beschikbaar is.
Let op: Alle landen ondersteunen geen
referentiestations of correctiegegevens via de
Husqvarna
®
Cloud. Neem voor informatie contact op uw
lokale Husqvarna-vertegenwoordiger.
Het werkgebied is het gebied waar het product gras kan
maaien. U kunt zones instellen om te voorkomen dat het
product bepaalde gebieden binnengaat. Het koppelpunt
bevindt zich voor het laadstation. Het product gebruikt
dit punt om naar en van het laadstation te gaan.
De maaier gebruikt transportpaden om tussen de
werkgebieden te bewegen.
3.3 Systeemoverzicht voor EPOS
®
-installatie
6
43
1
2
9
9
2
5
10
7
8
11
12
12 13
1. Satellieten
2. Satellietsignalen
3. Husqvarna
®
Cloud
12 - Installatie met virtuele grens 2862 - 003 - 08.03.2026
background
4. Referentiestation
3
5. Correctiegegevens
6. Laadstation
7. Virtuele grens
8. Te vermijden zone
9. Werkgebied
10. Mobiel apparaat
11. Koppelpunt
12. Transportpad
13. Robotmaaier
3.4 De installatie plannen
Lees het hoofdstuk over installatie voordat u de
installatie start.
Maak een blauwdruk van het werkgebied. Neem
hierin alle obstakels op en markeer op de
blauwdruk waar het laadstation, de werkgebieden,
de te vermijden zones, het onderhoudspunt, de
transportpaden en het referentiestation moeten
worden geplaatst.
Het product kan werken op 30% hellingen in het
werkgebied. Bij de virtuele grenzen is de maximale
helling 20%. De hellingsgraad (%) wordt berekend
als hoogte per m. Voorbeeld: 10 cm/100 cm =
10%.
10 cm/ 4"
100 cm/ 40"
10%
3.5 Het werkgebied voorbereiden
Vul de gaten in het gazon in om het vlak te maken.
Maai het gras voordat u het product installeert.
Zorg ervoor dat het gras maximaal 6 cm / 2,5 inch
hoog is.
Zorg ervoor dat het product correctiegegevens kan
ophalen uit de Husqvarna
®
Cloud. Het product kan
correctiegegevens ophalen als mobiele dekking of
wifi beschikbaar is in het volledige werkgebied.
Als mobiele dekking of wifi niet beschikbaar is
in het volledige werkgebied, kunt u als alternatief
een lokaal referentiestation of een Automower
®
Connect-kit installeren om toch correctiegegevens
te verkrijgen.
Het vision-systeem ondersteunt EPOS
®
-navigatie
in gebieden met een lage satellietdekking, zoals
smalle doorgangen, L-vormige gebouwen en
onder grote bomen nabij de virtuele grens. Het
product blijft werken wanneer het gras vóór
het product detecteert en diens EPOS
®
-positie
zich binnen de virtuele grens bevindt. Als een
virtuele grens wordt geïnstalleerd in een gebied
met lage satellietdekking en gras direct buiten
de virtuele grens, raadt Husqvarna aan om een
beschermende afbakening te installeren. Deze
beschermende afbakening moet minimaal 15 cm /
6 inch hoog zijn.
Als de installatie zich in de buurt van water,
hellingen, afdalingen of openbare wegen bevindt,
installeer dan een beschermende afbakening.
Deze afbakening moet minimaal 15 cm / 6 inch
hoog zijn.
OPGELET: De beschermende
afbakening voorkomt dat het product in
het water valt, hellingen afrijdt of op de
openbare weg terechtkomt.
3.6 Installatie van het laadstation
voorbereiden
Voordat u het laadstation installeert, moet u ervoor
zorgen dat aan de volgende voorwaarden kan worden
voldaan in het installatiegebied:
Een doorlaat van meer dan 6 m / 20 ft. voor het
laadstation. Zorg ervoor dat er zich in het gebied
geen hoge objecten bevinden, zoals heggen of
gebouwen.
Er mogen zich geen metalen objecten in de grond
bevinden in het gebied.
Let op: Metalen objecten kunnen interferentie
veroorzaken in het signaal dat het product gebruikt
om het laadstation te vinden en te koppelen.
Een vlakke ondergrond.
max. 5 cm / 2"
max. 5 cm / 2"
Een vlak oppervlak. De bodemplaat van het
laadstation mag niet gebogen zijn.
Het laadstation kan binnen of buiten het
werkgebied worden geïnstalleerd.
Er moet toegang zijn tot een stopcontact met een
aardlekschakelaar van klasse A (GFCI) of een
aardlekschakelaar (RCD) van maximaal 30 mA.
3
Optionele accessoire dat afzonderlijk wordt aangeschaft.
2862 - 003 - 08.03.2026 Installatie met virtuele grens -
13
background
De voedingseenheid voor het laadstation moet
worden geïnstalleerd in een ruimte waar
bescherming is tegen zon en regen en met goede
luchtstroming.
Als het werkgebied hellingen heeft, raadt
Husqvarna aan om het laadstation in het laagste
gelegen deel van het gebied te plaatsen.
3.6.1 Laadstation monteren
WAARSCHUWING: Zorg ervoor
dat de pluggen van de laagspanningskabel
en de voedingseenheid schoon en droog
zijn voordat u ze aansluit.
OPGELET: Zorg ervoor dat de messen
op het product niet de laagspanningskabel
doorsnijden.
OPGELET: Plaats de
laagspanningskabel niet in een spoel of
onder de plaat van het laadstation. De
bobine veroorzaakt interferentie met het
signaal van het laadstation.
1. Plaats het laadstation in het geselecteerde gebied.
2. Open de klep aan de voorkant van het laadstation.
3. Bevestig de bovenkant van het laadstation.
4. Kantel de bovenkant van het laadstation en til hem
op.
5. Breng de doorvoertule met de kabels aan.
6. Sluit de kabel op het laadstation aan.
7. Sluit de laagspanningskabel aan op het laadstation
en op de voedingseenheid.
8. Sluit de klep aan de voorkant van het laadstation.
9. Zet de voeding op een minimale hoogte van 30
cm/12 inch.
min 30 cm / 12”
10. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van
100-240V.
11. Plaats de laagspanningskabel met staken in de
grond of graaf de kabel in.
12. Controleer of de led-indicator op het laadstation
blauw knippert.
13. Bevestig het laadstation aan de grond met behulp
van de bijgeleverde schroeven.
3.6.2 Het product opladen
1. Plaats het product in het laadstation.
Let op:
Het product begint automatisch op te
laden wanneer het product zich in het laadstation
bevindt.
3.6.3 Het referentiestation installeren
Als EPOS
®
via Husqvarna
®
Cloud niet beschikbaar
is, kan een referentiestation worden gebruikt. Installeer
het referentiestation volgens de instructies in de
gebruikershandleiding van het referentiestation.
3.6.4 Om te koppelen met de Automower
®
Connect-app
1. Download de Automower
®
Connect-app op uw
mobiele apparaat.
14
- Installatie met virtuele grens 2862 - 003 - 08.03.2026
background
2. Meld u aan voor een Husqvarna-account en volg
de instructies.
3. Voer de fabriekspincode 1234 op het product in.
4. Activeer Bluetooth
®
op uw mobiele apparaat.
5. Druk op de Bluetooth
®
-knop op het product.
6. Selecteer
Mijn maaiers
in de Automower
®
Connect-app en voeg uw product toe.
7. Volg de instructies in de Automower
®
Connect-
app.
3.6.5 Kaartobjecten installeren
De installatie van de kaartobjecten kan worden
uitgevoerd in de Automower
®
Connect-app. Selecteer
de optie
Kaart
en druk vervolgens op het plusteken om
verschillende kaartobjecten op de kaart te installeren.
3.6.5.1 appDrive
Als u objecten op de kaart wilt plaatsen, bedient u het
product met de appDrive-functie om waypoints op de
kaart toe te voegen.
3.6.5.2 Waypoints
Waypoints (A) zijn posities die de virtuele grenzen en
paden (B) vormen. U kunt de waypoints in de app
toevoegen, verwijderen en wijzigen na de installatie.
Husqvarna raadt u aan een klein aantal waypoints te
gebruiken. De lijnen tussen de waypoints dienen recht
te zijn. Als u vloeiende bochten wilt maken, stel dan
meerdere waypoints in. Husqvarna raadt u aan een
minimale afstand van 30 cm / 1 ft aan te houden tussen
waypoints.
B
A
Let op:
De positie van het waypoint wanneer u een
werkgebied of een te vermijden zone plaatst, bevindt
zich in de linker voorhoek van het product.
Let op: De positie van het waypoint bij de
installatie van een transportpad of een pad naar een
onderhoudspunt bevindt zich in het midden van het
product tussen de aandrijfwielen.
3.6.5.3 Koppelpunt
Er is een koppelpunt vóór het laadstation. Deze wordt
gebruikt om het product naar en van het laadstation
te laten navigeren. Boven een koppelpunt moet een
onbelemmerd zicht op de hemel zijn. Als het koppelpunt
zich buiten de werkgebieden bevindt, installeer dan een
transportpad van het koppelpunt naar de werkgebieden.
Zie
Transportpad op pagina 16
.
Het koppelpunt kan worden ingesteld op 70-250 cm/
28-98 inch vanaf het laadstation.
Let op:
Een korte afstand tussen het laadstation en
het koppelpunt vermindert het risico op bandensporen.
Een lange afstand kan nodig zijn voor een goede
ontvangst van satellietsignalen bij het koppelpunt.
3.6.5.4 Werkgebied
Een werkgebied is het gebied waar het product werkt en
gras maait. Wanneer u een werkgebied installeert, wordt
het product met appDrive rechtsom langs de grens
van het werkgebied gestuurd, waarbij waypoints worden
ingesteld.
2862 - 003 - 08.03.2026
Installatie met virtuele grens -
15
background
3.6.5.5 Te vermijden zone
Een te vermijden zone is een gebied waar het product
niet mag komen. Wanneer u een te vermijden zone
installeert, wordt het product met appDrive linksom
langs de grens van de vermijden zone gestuurd, waarbij
waypoints worden ingesteld.
Het wordt aanbevolen de volgende te vermijden zones
in te stellen:
Rondom alle obstakels, zoals bomen, wortels en
stenen.
Hellingen in het werkgebied die steiler zijn dan
30%.
Een te vermijden zone moet minimaal 30 × 30 cm / 1 × 1
ft groot zijn.
Let op:
Het product heeft een functie om objecten
te vermijden om tijdelijke objecten op het gazon te
vermijden, maar Husqvarna raadt aan om te vermijden
zones rond permanente objecten te gebruiken. De
te vermijden zones helpen het product efficiënter te
navigeren in het werkgebied.
Let op: Maak geen te vermijden zone door het
werkgebied om te voorkomen dat het product naar de
andere kant van de te vermijden zone gaat.
3.6.5.6 Transportpad
Als het koppelpunt zich buiten het werkgebied bevindt,
moet u een transportpad maken. Het transportpad leidt
het product van en naar het werkgebied. Het product
maait geen gras wanneer het zich over het transportpad
verplaatst. U kunt één transportpad gebruiken voor
verschillende werkgebieden. Er moet ten minste één
waypoint voor het transportpad in het werkgebied
worden geplaatst.
De doorrijbreedte van het transportpad kan worden
ingesteld tussen 1,2-5 m/4,0-16,4 ft. Laat het
transportpad niet door een te vermijden zone lopen.
3.6.5.7 Onderhoudspunt
Een onderhoudspunt is een gedefinieerd punt waar u
het product kunt parkeren. U dient een pad naar het
koppelpunt in te stellen. Stel eerst het onderhoudspunt
in en maak vervolgens het pad van het onderhoudspunt
naar het koppelpunt.
De doorrijbreedte van dit pad kan worden ingesteld
tussen 1,2-5 m/4,0-16,4 ft. Laat het pad niet door een
te vermijden zone lopen.
16
- Installatie met virtuele grens 2862 - 003 - 08.03.2026
background
4 Instellingen
Dit hoofdstuk informeert over de instellingen voor
het product die u in de Automower
®
Connect-app
kunt aanbrengen. Alle instellingen voor het product
zijn beschikbaar in Automower
®
Connect. Sommige
instellingen kunnen worden aangebracht in Automower
®
Access, zie
Automower
®
Access op pagina 7
.
4.1 Schema
In
Schema
kunt u de schema-instellingen voor het
product wijzigen.
De
Schema-tool
past het schema aan de grootte van uw
werkgebied aan. De functie
Schema
regelt wanneer het
product werkt. Als het product niet in bedrijf is, staat het
geparkeerd in het laadstation. In het schema-overzicht
in de app kunt u zien welke uren en dagen het product
werkt.
4.1.1 Het schema voor systematisch
maaien instellen
Stel het schema in om het product zo lang mogelijk
te laten werken.
Let op: Wanneer het product het werkgebied
heeft gemaaid, gaat het terug naar het laadstation.
Wanneer de volgende sessie begint, maait het
product het volledige werkgebied opnieuw.
Let op: Als het product niet het volledige
werkgebied heeft gemaaid voordat de sessie is
beëindigd, gaat het terug naar het laadstation.
Wanneer de volgende sessie begint, gaat het
product verder met maaien vanaf het punt waar het
is gestopt.
Als u een werkgebied 2 keer per dag wilt maaien,
kunt u 2 verschillende schema's instellen. Stel het
schema voor het product in zodat er voldoende tijd
is om het volledige werkgebied te maaien.
Met 2 of meer parallelle schema's begint het
product te maaien waar het product het langst niet
heeft gemaaid.
Zorg ervoor dat het product elk werkgebied
in minder dan 24 uur volledig maait. Als het
product langer dan 24 uur een werkgebied moet
maaien, verdeel het werkgebied dan in kleinere
werkgebieden.
4.1.2 Het schema voor onregelmatig
maaien instellen
Het product werkt gedurende de volledige geplande tijd
met onregelmatig maaien.
Verkort de geplande tijd om slijtage van het gras te
voorkomen.
Als het resultaat niet bevredigend is, moet u de
geplande tijd verlengen. Zie
Schema op pagina 17
.
Met 2 of meer parallelle schema's in verschillende
werkgebieden begint het product eerst 1
werkgebied te maaien. Na elke keer opladen
van het product begint het product een ander
werkgebied te maaien.
4.2 Maaihoogte
4.2.1 Maaihoogte aanpassen
De maaihoogte kan worden ingesteld van 2 cm / 0.8
inch tot 6 cm / 2.4 inch.
4.2.2 TargetHeight
Gebruik de TargetHeight-functie om de maaihoogte
automatisch gedurende 10 dagen geleidelijk te verlagen
van maximaal naar de gespecificeerde maaihoogte. Als
u de maaihoogte gedurende deze tijd handmatig wijzigt,
wordt de functie TargetHeight uitgeschakeld.
4.3 Patroon
De patrooninstellingen kunnen voor elk werkgebied
worden ingesteld met een EPOS-installatie. U kunt de
volgende instellingen aanbrengen:
Stel het patroon in voor de werking van het
product.
Voor sommige patronen kunt u de richting van het
patroon instellen.
Voor een goed maairesultaat gebruikt u
bijvoorbeeld het dambord- of driehoekpatroon.
Bij dit maaipatroon worden de randen in beide
richtingen gemaaid.
Voor hellingen stelt u het afwisselende
maaipatroon in op een hoek van 45 graden ten
opzichte van de helling.
2862 - 003 - 08.03.2026
Instellingen - 17
background
Voor sommige patronen kunt u het type
Randen
maaien
instellen. Bij
Vast randen maaien
werkt het
product altijd op dezelfde paden om een scherpe
grens rond het werkgebied te houden. Bij
Variabel
randen maaien
werkt het product op verschillende
paden om het risico op sporen langs de virtuele
grens te verlagen.
Husqvarna raadt aan een systematisch patroon te
gebruiken op grote en open werkgebieden. Als
u een systematisch patroon voor een werkgebied
met obstakels gebruikt, moet u te vermijden zones
rondom obstakels maken en moet u een patroon met
verschillende richtingen gebruiken voor het optimale
maairesultaat.
Husqvarna raadt aan om een onregelmatig patroon
te gebruiken als het werkgebied complex is en veel
obstakels bevat of steile hellingen.
4.4 Werking
Onder
Werking
kunt u de werkingsinstellingen van het
product wijzigen.
4.4.1 Spiraalvormig maaien
Spiraalvormig maaien is alleen van toepassing op
werkgebieden met een onregelmatig patroon. Als het
product in een gebied komt en detecteert dat het gras
langer dan gemiddeld is, kan hij het bewegingspatroon
wijzigen in
Spiraalvormig maaien
. Dit betekent dat het
product dan in een spiraalvormig patroon gaat maaien
om het gebied met het langere gras sneller te maaien.
Het is mogelijk om de intensiteit van
Spiraalvormig
maaien
in te stellen. Een gevoeligheid van
Zeer
laag/Laag
betekent dat
Spiraalvormig maaien
minder
vaak wordt toegepast. Een intensiteit van
Hoog/Zeer
hoog
betekent dat
Spiraalvormig maaien
vaker wordt
toegepast.
Let op:
Spiraalvormig maaien
kan niet worden gestart
niet op hellingen die steiler zijn dan 17%.
4.4.2 Objecten vermijden
Het product maakt gebruik van AI vision-technologie om
objecten op het gazon te detecteren en te vermijden.
Deze functie helpt schade aan het product en aan
objecten in het werkgebied te voorkomen. U kunt de
functie in de app uitschakelen. Zware regen kan het
zicht van de camera verminderen.
U kunt instellen hoe het product moet werken wanneer
het zicht laag is. Als u
Doorgaan met maaien
selecteert,
blijft het product maaien met beperkte objectdetectie,
maar dit kan botsingen met objecten veroorzaken. Als
u
Pauzeren
selecteert, stopt het product met werken
totdat het zicht weer goed is.
4.4.3 Weertimer
Weertimer
past automatisch de maaitijd aan de groei
van het gras aan.
Weertimer
past de maaitijd alleen
aan voor werkgebieden met een onregelmatig patroon.
Het product mag niet meer dan volgens de schema-
instellingen worden gebruikt.
Let op:
Bij gebruik van
Weertimer
is het raadzaam
om zoveel mogelijk bedrijfstijd beschikbaar te maken
voor
Weertimer
. Beperk het schema niet meer dan
nodig is.
De eerste activiteit van de dag wordt ingesteld op
basis van de schema-instellingen. Het product voltooit
1 maaicyclus per gepland werkgebied, vervolgens
selecteert
Weertimer
of het product blijft werken.
Let op:
Weertimer
wordt gereset als het product
langer dan 50 uur stilstaat of als een
Reset van
alle gebruikersinstellingen
wordt uitgevoerd.
Weertimer
wordt niet gewijzigd als een
Reset van schema-
instellingen
wordt uitgevoerd.
4.4.4 EdgeCut
Het product is voorzien van EdgeCut, waardoor het
product de randen van uw gazon maait. U kunt EdgeCut
uitschakelen in de app tijdens het seizoen waarin het
gras langzaam groeit.
18
- Instellingen 2862 - 003 - 08.03.2026
background
4.4.5 ECO-modus
ECO-modus
schakelt het signaal in het laadstation uit
wanneer het product geparkeerd is of wordt opgeladen.
De led-indicator van het laadstation knippert groen
wanneer het lussignaal uitgeschakeld is.
Let op: Gebruik de
ECO-modus
om energie te
besparen en interferentie met andere apparatuur, zoals
ringleidingen of garagedeuren, te voorkomen.
Let op: Om het product handmatig in het werkgebied
te starten moet u eerst het lussignaal inschakelen.
4.4.5.1 Het lussignaal inschakelen
1. Het product inschakelen met ON.
2. Plaats het product in het laadstation.
3. Druk op de STOP-knop.
4. Wacht 2 seconden en verwijder het product
vervolgens uit het laadstation.
5. Controleer of het led-indicatielampje van het
laadstation groen brandt.
6. Plaats het product op de plek waar het moet
beginnen met maaien.
4.5 Installeer EPOS
®
opnieuw
In dit menu kunt u EPOS
®
indien nodig opnieuw
installeren via Husqvarna Cloud.
4.6 Accessoires
Onder
Accessoires
kunt u de instellingen van de
productaccessoires wijzigen.
4.6.1 Koplampen
Koplampen is alleen beschikbaar voor .
Er zijn vier verschillende koplampinstellingen die
bepalen wanneer de koplampen zijn ingeschakeld:
Altijd aan
Alleen 's avonds (19:00-00:00)
Avond en nacht (19:00-07:00)
Altijd uit
De standaardinstelling is
Altijd aan
. De koplampen
kunnen zodanig worden ingesteld, dat ze gaan
knipperen als er een fout optreedt.
4.6.2 Botsingen met het Automower
®
-huis
vermijden
Als deze optie is ingeschakeld, treedt er minder slijtage
van het product en het Automower
®
-huis op. Rondom
het laadstation kan er dan echter sprake zijn van meer
ongemaaid gras.
4.7 Algemeen
In het menu
Algemeen
kunt u de tijd en datum instellen
of resetten naar fabrieksinstellingen.
Dit menu is alleen beschikbaar als uw mobiele apparaat
is aangesloten op het apparaat met Bluetooth
®
.
4.7.1 Tijd & datum
De tijd en datum kunnen handmatig of met behulp van
de tijd en datum van het mobiele apparaat worden
gewijzigd.
4.7.2 Reset naar Fabrieksinstellingen
De gebruikersinstellingen kunnen worden teruggezet op
de fabrieksinstellingen.
Let op:
Pincode, lussignaal, berichten
en
Datum en
tijd
worden niet gereset.
4.8 Veiligheid
Met de beveiligingsinstellingen worden de pincode,
de en andere beveiligingsfuncties beheerd. De juiste
pincode moet worden ingevoerd om toegang tot het
menu
Beveliging
te krijgen.
Dit menu is alleen beschikbaar als uw mobiele apparaat
is aangesloten op het apparaat met Bluetooth
®
.
4.8.1 Nieuw lussignaal
Het lussignaal wordt willekeurig geselecteerd om een
unieke koppeling tussen het product en het laadstation
te creëren. In zeldzame gevallen kan het nodig zijn om
een nieuw signaal te genereren, bijvoorbeeld als twee
aangrenzende installaties signalen gebruiken die erg op
elkaar lijken.
2862 - 003 - 08.03.2026
Instellingen - 19
background
4.8.2 Wijzig pincode
U kunt de pincode wijzigen. Noteer de nieuwe pincode
in Memo. Zie
Inleiding op pagina 7
.
4.8.3 Bescherming tegen diefstal
In het menu
Bescherming tegen diefstal
is het mogelijk
om de duur van het alarm in te stellen en ook bij
welke gebeurtenissen het alarm in werking treedt. De
fabrieksinstelling is dat een pincode vereist is en de
alarmduur 1 minuut is.
4.8.3.1 Pincode vereist bij STOP
Deze functie betekent dat het product niet kan worden
gebruikt of bediend nadat de STOP-knop is ingedrukt
zonder eerst de juiste pincode in te voeren. Wanneer
u vijf maal achter elkaar de verkeerde pincode
invoert, wordt het product enige tijd vergrendeld. De
vergrendeling wordt voor elke nieuwe onjuiste poging
verlengd.
4.8.3.2 Tijdsduur alarm
Er is een mogelijkheid om in te stellen hoe lang
het alarmsignaal duurt. Een instelling tussen 1 en 10
minuten is mogelijk.
4.8.3.3 STOP-knop ingedrukt
Indien het alarm
"STOP-knop ingedrukt"
is
ingeschakeld, gaat het alarm af als iemand de STOP-
knop indrukt en niet binnen 30 seconden de pincode
invoert.
4.8.3.4 Weggedragen
Indien het alarm
opgetild
is ingeschakeld, detecteert het
product onverwachte bewegingen en gaat het alarm af.
4.8.4 GeoFence
GeoFence is een op GPS gebaseerde
diefstalbeveiliging die een virtuele omheining voor
het product maakt. Als het product zich meer dan
een ingestelde afstand van de middenpositie bevindt,
wordt het product uitgeschakeld en wordt een alarm
geactiveerd. De middenpositie wordt ingesteld op de
huidige positie van het product wanneer GeoFence
is ingeschakeld. De pincode is nodig om het alarm
te stoppen en het product opnieuw te starten. De
GeoFence wordt alleen ingeschakeld wanneer het
product op ON wordt gezet.
4.9 Automower
®
Connect
In
Automower
®
Connect
kunt u het product verbinden
met een Wi-Fi-netwerk. U kunt ook de signaalsterkte en
verbindingsstatus zien.
Dit menu is alleen beschikbaar als uw mobiele apparaat
is aangesloten op het apparaat met Bluetooth
®
.
4.10 Meldingen
In dit menu vindt u eerdere storings- en
informatiemeldingen. Voor een aantal foutmeldingen zijn
er tips en adviezen beschikbaar waarmee u de fout kunt
verhelpen.
Als het product op enigerlei wijze wordt verstoord,
bijvoorbeeld als het vast komt te zitten of als de accu
bijna leeg is, wordt er een bericht met de storing en het
tijdstip waarop deze plaatsvond opgeslagen.
Als dezelfde foutmelding meerdere keren wordt
herhaald, kan dit betekenen dat de installatie of het
product moet worden aangepast. Zie
Installatie met
virtuele grens op pagina 12
.
4.11 Firmware draadloos downloaden
FOTA (Firmware over the air)
Het product heeft een functie waarmee automatisch
nieuwe firmware wordt gedownload. Wanneer er
nieuwe firmware beschikbaar is, wordt er een
melding weergegeven in de app waarin u kunt
selecteren de nieuwe firmware te installeren. Het
led-indicatielampje van het product pulseert als de
firmware-update wordt uitgevoerd. Als het product
geen mobiele netwerkverbinding gebruikt, wordt de
firmware gedownload als het product in het laadstation
geparkeerd is. Het product moet wifi-dekking in het
laadstation hebben om nieuwe firmware te downloaden.
4.12 Maaiprofielen
U kunt verschillende sets met instellingen in de
Maaiprofielen
opslaan. Gebruik deze functie als u een
product voor meer dan een locatie gebruikt of als
u verschillende instellingen op dezelfde locatie wilt
hebben. In
Maaiprofielen
worden de productinstellingen,
kaartobjecten en de instellingen ervan opgeslagen.
4.13 Het laadstation opnieuw
installeren op de kaart
Installeer het laadstation opnieuw op de kaart als u
het laadstation verplaatst of vervangt. U kunt deze ook
opnieuw installeren als het product niet kan koppelen of
geen verbinding kan maken met het laadstation.
1. Selecteer
Kaartobjecten > Laadstation
in de app.
2. Selecteer
Laadstation opnieuw installeren
en volg
de instructies.
Let op:
Andere apparaten waarop Bluetooth
®
is
ingeschakeld, kunnen storingen veroorzaken bij het
koppelen. Schakel Bluetooth
®
op de andere apparaten
uit als dit storingen veroorzaakt bij het koppelen.
20 - Instellingen 2862 - 003 - 08.03.2026
background
4.14 Het referentiestation opnieuw
installeren op de kaart
Installeer het referentiestation opnieuw op de kaart als u
het referentiestation verplaatst of vervangt.
1. Selecteer
Kaartobjecten > Referentiestation
in de
app.
2. Selecteer
Referentiestation opnieuw installeren
en
volg de instructies.
Let op: Als u het referentiestation verplaatst,
moet u de fabrieksinstellingen herstellen en alle
kaarten opnieuw installeren.
2862 - 003 - 08.03.2026 Instellingen - 21
background
5 Werking
5.1 Product op ON zetten
WAARSCHUWING: Zorg dat u het
hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en
begrepen voordat u het product gebruikt.
Houd het draaiwiel 3 seconden ingedrukt.
Gebruik het draaiwiel om de pincode in te voeren.
5.2 Product starten
1. Druk op de STOP-knop.
2. Gebruik het draaiwiel om de pincode in te voeren.
3. Gebruik het draaiwiel om de bedrijfsmodus te
selecteren. Zie
Bedieningsmodi - Start op pagina
22
.
4. Druk op het draaiwiel om de invoer te bevestigen.
Let op: De eerste weken na installatie kan het
waargenomen geluidsniveau bij het maaien van het
gras hoger zijn dan verwacht. Wanneer het product
het gras enige tijd heeft gemaaid, is het waargenomen
geluidsniveau veel lager.
5.2.1 Bedieningsmodi - Start
De bedrijfsmodi kunnen worden ingesteld op Automower
Access op het product, zie
Overzicht menustructuur in
Automower
®
Access op pagina 10
, en in de Automower
Connect-app die hieronder wordt beschreven.
5.2.1.1 Schema hervatten
U stelt het product in op gebruik volgens het schema.
5.2.1.2 Om een werkgebied te selecteren of een
schema op te heffen
U kunt ervoor kiezen om een bepaald werkgebied
in de app te maaien. Voor werkgebieden met
een onregelmatig patroon kunt u instellen hoe lang
het product werkt. Voor werkgebieden met een
systematisch patroon maait het product het volledige
gebied één keer. Het product parkeert vervolgens in het
laadstation.
Als het product niet vanuit het koppelpunt of via een
transportpad naar het werkgebied kan gaan, volgt u
deze stappen:
1. Gebruik appDrive of til het product op en verplaats
het handmatig naar het werkgebied.
2. Selecteer in de app
Start
>
Werkgebied selecteren
en selecteer het werkgebied waar u het product
plaatst.
5.3 appDrive
Gebruik appDrive om het product handmatig te
bedienen met de app.
5.3.1 Het product gebruiken met appDrive
Gebruik de knoppen om het product te bedienen:
1. Druk op de knop STOP.
2. Gebruik het draaiwiel om de pincode in te voeren,
indien nodig.
3. Gebruik het draaiwiel om het menu
Afstandsbediening te selecteren.
4. Druk op het draaiwiel om de invoer te bevestigen.
5. Bedien het product op afstand met de Automower
®
Connect-app.
5.4 Het product parkeren
1. Druk op de STOP-knop.
2. Gebruik het draaiwiel om de pincode in te voeren.
3. Gebruik het draaiwiel om de parkeermodus te
selecteren. Zie
Bedieningsmodi - Parkeren op
pagina 22
.
4. Druk op het draaiwiel om de invoer te bevestigen.
5.4.1 Bedieningsmodi - Parkeren
De bedrijfsmodi kunnen worden ingesteld op Automower
Access op het product, zie
Overzicht menustructuur in
Automower
®
Access op pagina 10
, en in de Automower
Connect-app die hieronder wordt beschreven.
5.4.1.1 Schema hervatten
U stelt het product in op gebruik volgens het schema.
5.4.1.2 Parkeer tot de volgende start
Stel het product in op parkeren tot de volgende start in
de app. Gebruik deze functie om het product naar het
laadstation te sturen. Het product blijft in het laadstation
tot de volgende
schema
instelling.
5.4.1.3 Parkeer tot nader order bij het onderhoudspunt
Als u een onderhoudspunt hebt ingesteld, kunt u het
product daar parkeren om onderhoud aan het product
uit te voeren. Het product wordt geparkeerd bij het
onderhoudspunt totdat u een nieuwe bedrijfsmodus
selecteert.
5.5 Product stoppen
1. Druk op de knop STOP om het product en de
maaimotor te stoppen.
5.6 Het product uitschakelen
1. Druk op de STOP-knop om het product te stoppen.
22
- Werking 2862 - 003 - 08.03.2026
background
2. Voer indien nodig de pincode in.
3. Druk 3 seconden op het draaiwiel om het product
uit te schakelen. U kunt het draaiwiel ook
gebruiken om
Uitschakelen
in het menu op het
display te selecteren.
4. Controleer of het led-indicatielampje op het
draaiwiel uit is.
5.7 De accu opladen
Wanneer het product nieuw is of na langdurige opslag
kan de accu leeg zijn. Laad de accu op voordat u het
product start.
1. Schakel het product IN.
2. Plaats het product in het laadstation zodat de
laadplaatjes de contactplaatjes raken.
3. Controleer of het product wordt geladen op het
display van het product of in de Automower
®
Connect-app.
2862 - 003 - 08.03.2026 Werking - 23
background
6 Onderhoud
6.1 Introductie - onderhoud
WAARSCHUWING: Zet het product
op OFF voordat u onderhoud aan het
product uitvoert.
WAARSCHUWING: Draag
veiligheidshandschoenen.
Voor een betere werking en langere levensduur van het
product reinigt u het product regelmatig en vervangt u
versleten onderdelen.
Wanneer het product nieuw is, controleert u de
maaischijven en messen elke week. Bij geringe slijtage
kunt u het interval voor de volgende controle van
de maaischijven en messen verlengen. Inspecteer de
maaischijven en de bladen vaker als er veel slijtage is.
Het is belangrijk dat de maaischijf soepel draait en dat
de randen van de messen niet beschadigd zijn. De
normale levensduur van de messen is 3-6weken voor
de hoofdmaaischijf en 9-12weken voor de EdgeCut-
maaischijf. De volgende omstandigheden kunnen de
levensduur van de messen verlengen of verkorten:
Bedrijfstijd en grootte van het werkgebied.
Lengte en dikte van het gras.
grond, zand en het gebruik van kunstmest.
Voorwerpen zoals kegels, gereedschappen,
stenen en wortels in het werkgebied.
Let op: Het maairesultaat kan onbevredigend zijn als
de messen bot zijn. Zie
De bladen vervangen op pagina
27
voor het vervangen van de bladen.
6.2 Onderhoudsschema
Het onderhoudsschema laat zien hoe service en
onderhoud aan het product moeten worden uitgevoerd.
Volg het onderhoudsschema voor een beter bedrijf en
een langere levensduur van het product.
X = De instructies zijn opgenomen in deze
gebruikershandleiding.
O = De instructies zijn niet opgenomen in deze
gebruikershandleiding. Neem contact op met uw
erkende servicedealer.
Ter voorbereiding Wekelijks Elk jaar Elke drie
jaar
Reinig het product. Zie
Product reinigen op pagina 25
. X
Controleer het product op beschadiging en slijtage. X
Voer een update van de firmware uit. X
Controleer de servicemeldingen op aanbevolen upgrades. O
Onderhoud
Controleer de messen en vervang de messen en messchroeven indien nodig.
Zie
De bladen vervangen op pagina 27
.
X
Controleer en polijst de contactplaatjes op het laadstation. X
Controleer en polijst de laadplaatjes op het product. X
Laad de accu volledig op voordat het product wordt opgeslagen. Zie
De accu
opladen op pagina 23
.
X
Controleer de wielen op slijtage. O
Controleer en reinig de stootbuffers. Controleer het aanhaalmoment van de
stootbuffers voor en achter.
O
Controleer of het product correct koppelt en laadt. O
24 - Onderhoud 2862 - 003 - 08.03.2026
background
Ter voorbereiding Wekelijks Elk jaar Elke drie
jaar
Controleer de kabel en connector naar de laadplaatjes op de behuizing van het
product.
O
Controleer de glijplaat en het glijplaatlager. O
Controleer de rubberen balgen in het systeem van de maaihoogte instelling. O
Controleer de rubberen balgen van de stootbuffers. O
Vervang de rubberen balgen van de stootbuffers. O
Controleer en reinig het luchtstroomfilter. O
Vervang het luchtstroomfilter. O
Controleer het aanhaalmoment van de chassisschroeven. O
Open het chassis en vervang alle afdichtstrips. O
Laatste stap
Gebruik een software-servicetool om een werkingstest van de functies van het
product uit te voeren.
O
6.3 Product reinigen
OPGELET: Reinig het product niet
met een hogedrukspuit. Gebruik geen
oplosmiddelen voor reiniging.
Het product werkt niet naar behoren op hellingen als
de wielen door gras worden geblokkeerd. Reinig het
product met een borstel of stromend water uit een
waterslang.
Husqvarna adviseert dat u een speciale set voor
reiniging en onderhoud gebruikt. Neem voor meer
informatie contact op met uw Husqvarna servicedealer.
6.3.1 De maaischijven en de beschermkap
van de maaischijf reinigen
Controleer de maaischijf en de messen en reinig de
beschermkap van de maaischijf wekelijks.
1. Til het product op z'n kant.
2. Reinig de maaischijven en de beschermkap van de
maaischijf met een borstel en stromend water.
6.3.2 Het chassis en de behuizing van het
product reinigen
Om het product grondig te reinigen, kan de bovenkap
en de behuizing van het product worden verwijderd.
Als het product vuil is, gebruik indien nodig een milde
zeepoplossing. Gebruik een borstel of een waterslang
om het product te reinigen. Reinig het product niet met
een hogedrukspuit.
1. Zet het product op OFF.
2. Trek voorzichtig aan de achterkant van de
bovenkap.
2862 - 003 - 08.03.2026 Onderhoud - 25
background
3. Houd het chassis met een hand vast en verwijder
de behuizing door deze snel en kort omhoog en
naar de voorkant van het product te trekken.
WAARSCHUWING: Als uw
handen tussen de behuizing van het
product en het chassis komen, is er
risico op letsel.
4. Houd het voorwiel met één hand vast en verwijder
het voorste deel van de behuizing door het snel
met een korte beweging omhoog te trekken. Voer
dezelfde procedure uit aan de andere kant.
5. Plaats de behuizing van het product naast het
chassis van het product of kantel deze tegen een
wand.
6.3.3 Het kijkvenster reinigen
OPGELET: Gebruik geen papieren
handdoeken, schuursponzen, borstels,
staalwol, zuren, alkaliën, glasreinigers of
oplosmiddelen. Deze kunnen schade aan
het kijkvenster veroorzaken.
1. Verwijder het stof van het kijkvenster. Gebruik
water of perslucht.
2. Reinig het kijkvenster met lauw water en een
zachte doek of spons. Oefen lichte druk uit.
3. Spoel het kijkvenster met water.
4. Droog het kijkvenster met een zachte doek of
perslucht.
6.3.4 De wielen reinigen
Het product werkt niet naar behoren op hellingen als de
wielen door gras worden geblokkeerd.
Gebruik een zachte borstel om de wielen schoon
te maken.
Verwijder indien nodig de wielkap met een platte
schroevendraaier.
26
- Onderhoud 2862 - 003 - 08.03.2026
background
6.3.5 Het laadstation reinigen
WAARSCHUWING: Ontkoppel de
voeding van het stopcontact voordat
u onderhoudswerkzaamheden verricht, of
wanneer u het laadstation of de voeding
reinigt.
Verwijder gras, takjes en andere objecten van het
laadstation.
Gebruik een borstel of een waterslang om het
laadstation te reinigen.
6.4 Accu
OPGELET: Laad de accu volledig op
voordat het product wordt opgeslagen. Als
de accu niet volledig is opgeladen, kan dit
schade aan de accu veroorzaken.
Als de bedrijfstijd van het product tussen twee
laadbeurten korter dan is normaal, geeft dit aan dat de
accu het einde van de levensduur heeft bereikt. Vervang
de accu om de bedrijfstijd te verlengen.
Let op: De levensduur van de accu hangt af van
de lengte van het seizoen en het aantal uren dat het
product dagelijks actief is. Een lang seizoen of veel
bedrijfsuren per dag betekent dat de accu vaker moet
worden vervangen.
6.5 De bladen vervangen
WAARSCHUWING:
Husqvarna kan
de veiligheid alleen garanderen als u
Husqvarna originele bladen met het H-logo
met het kroontje gebruikt.
WAARSCHUWING: U moet de
schroeven vervangen wanneer u de bladen
vervangt. De gebruikte schroeven kunnen
snel slijten en ervoor zorgen dat het blad
los komt te zitten. Dit kan ernstig letsel
veroorzaken.
Vervang versleten of beschadigde bladen voor een
veilig bedrijf. Vervang de bladen regelmatig voor een
bevredigend maairesultaat en laag energiegebruik. De 3
messen en de schroeven moeten allemaal op hetzelfde
moment worden vervangen zodat het maaisysteem
uitgebalanceerd blijft.
6.5.1 Messen vervangen
WAARSCHUWING: Draag
veiligheidshandschoenen.
1. Zet het product op OFF.
2. Plaats het product met de maaischijf omhoog op
een zacht en schoon oppervlak.
3. Draai de glijplaat totdat de openingen op één lijn
liggen met de schroeven voor het mes.
4. Verwijder de 3 bladen en 3 schroeven.
5. Breng nieuwe messen en schroeven aan.
6. Zorg ervoor dat de messen vrij kunnen draaien.
2862 - 003 - 08.03.2026
Onderhoud - 27
background
7 Probleemoplossing
7.1 Meldingen
De meldingen in de onderstaande tabel worden weergegeven in Automower
®
Connect en Automower
®
Access.
Neem contact op met uw Husqvarna-vertegenwoordiger als dezelfde melding vaak wordt weergegeven.
Melding Oorzaak Actie
Wielmotor geblok-
keerd, links/rechts
Het aandrijfwiel wordt geblokkeerd door gras
of andere voorwerpen.
Controleer het aandrijfwiel en verwijder het
gras of ander materiaal.
Wielmotor overbe-
last, links/rechts
Aandrijfwielprobleem,
rechts/links
Het aandrijfwiel wordt geblokkeerd door gras
of andere voorwerpen.
Controleer het rechter aandrijfwiel en verwij-
der het gras of de andere voorwerpen. Indien
het probleem zich blijft voordoen, neem dan
contact op met uw erkend servicecentrum.
Maaisysteem geblok-
keerd
Het maaisysteem wordt geblokkeerd door
gras of andere voorwerpen.
Controleer het maaisysteem en verwijder het
gras of andere voorwerpen.
Grote onbalans maai-
systeem
Er zijn trillingen in de maaischijf. Als u het product blijft gebruiken, kan dit
schade aan het maaisysteem veroorzaken.
Controleer of de bladen en schroeven niet
beschadigd of versleten zijn. Zorg ervoor dat
alle bladen correct zijn aangebracht en dat
er slechts één blad op elke positie van de
maaischijf is bevestigd.
Reinig de bladen en de maaischijf.
Maaihoogte geblok-
keerd
Er zit gras of ander materiaal rond de
maaihoogte-instelling gewikkeld of tussen de
maaischijf en het chassis.
Controleer de maaischijf en de balgen rond
de maaihoogte-instelling en verwijder al het
gras of ander materiaal dat vast is komen te
zitten.
Onverwachte maai-
hoogte-inst.
De maaihoogte-instelling kan niet bewegen. Controleer de maaihoogte-instelling en ver-
wijder gras of ander materiaal. Indien het
probleem zich blijft voordoen, neem dan con-
tact op met uw erkende servicedealer.
Beperkt bereik maai-
hoogte
Probleem met maai-
hoogte
Onbalans maaisys-
teem
Het product heeft trillingen in de maaischijf
gedetecteerd.
Controleer of de messen en schroeven niet
beschadigd of versleten zijn. Zorg ervoor dat
alle bladen correct zijn aangebracht en dat
er slechts één blad op elke positie van de
maaischijf is bevestigd. Reinig de bladen en
de maaischijf.
Randmaaisysteem
geblokkeerd
Het randmaaisysteem wordt geblokkeerd
door gras of andere voorwerpen.
Controleer het randmaaisysteem en verwij-
der het gras of andere voorwerp.
Ongebalanceerde
randmaaisysteem
Het product heeft trillingen in de randmaai-
schijf gedetecteerd.
Controleer of de bladen en schroeven niet
beschadigd of versleten zijn. Zorg ervoor dat
alle bladen correct zijn aangebracht en dat
er slechts één blad op elke positie van de
maaischijf is bevestigd.
28 - Probleemoplossing 2862 - 003 - 08.03.2026
background
Melding Oorzaak Actie
Buiten werkgebied
Storingen door metalen voorwerpen (hek-
werk, wapeningsstaal) of ondergrondse ka-
bels in de buurt.
Wijzig de positie van het laadstation.
Het product kan moeilijk onderscheid maken
tussen het eigen signaal en het signaal van
een installatie van een ander product in de
buurt.
Plaats het product in het laadstation en ge-
nereer een nieuw lussignaal. Zie
Nieuw lus-
signaal op pagina 19
.
Ondersteboven
Het product helt te ver over of is onderstebo-
ven komen te liggen.
Draai het product in de juiste richting.
Maaier gekanteld
Het product wordt te hoog opgetild. Verplaats het product naar een vlak gebied.
Opgetild
De tilsensor is geactiveerd omdat het product
is opgetild.
Zorg ervoor dat de behuizing van het product
vrij rond het chassis kan bewegen. Verwijder
of creëer een eiland rondom voorwerpen die
er mogelijk de oorzaak van zijn dat de behui-
zing wordt opgetild. Indien het probleem zich
blijft voordoen, neem dan contact op met uw
erkend servicecentrum.
Vastgereden
Het product is in een kleine ruimte achter
een aantal obstakels blijven steken.
Controleer of er obstakels zijn die het voor
het product moeilijk maken om weg te rijden
van deze plek.
Geslipt
Het product slipt omdat er een obstakel is. Het obstakel verwijderen.
Het product slipt vanwege nat gras. Wacht tot het gazon droog is voordat u het
product opnieuw start.
Het product heeft een obstakel geraakt en is
gestopt of de wielen hebben geen grip op het
natte gras.
Maak het product los en neem de oorzaak
van het niet kunnen bewegen weg. Als nat
gras de oorzaak is, wacht dan tot het gazon
weer droog is voordat u het product opnieuw
gebruikt.
Het product slipt omdat de helling te steil is. Maak een te vermijden zone om de helling
uit te sluiten van het werkgebied.
Botsing
De behuizing van het product kan niet vrij
bewegen rond het chassis.
Zorg ervoor dat de behuizing van het product
vrij rond het chassis kan bewegen. Contro-
leer of de behuizing van het product correct
geïnstalleerd is en niet geblokkeerd wordt
door vuil. Indien het probleem zich blijft voor-
doen, neem dan contact op met uw erkend
servicecentrum.
Alarm! Maaier ge-
stopt
Het alarm is gestart omdat het product is ge-
stopt.
Voer de pincode in om het alarm uit te scha-
kelen. De instellingen voor het alarm kunnen
worden gewijzigd in het menu
Veiligheid
. Zie
Tijdsduur alarm op pagina 20
.
Het alarm is gestart omdat het product is op-
getild.
Het alarm is gestart omdat het product is ge-
kanteld.
Alarm! Maaier is ver-
plaatst
Het alarm is gestart omdat het product is ver-
plaatst.
Alarm! Buiten Geo-
Fence
Het alarm is gestart omdat het product buiten
de GeoFence was.
2862 - 003 - 08.03.2026 Probleemoplossing - 29
background
Melding Oorzaak Actie
Tijdelijk probleem
Tijdelijk probleem met de elektronica of firm-
ware van het product.
Werk de firmware bij via FOTA. Start het pro-
duct opnieuw op. Indien het probleem zich
blijft voordoen, neem dan contact op met uw
erkend servicecentrum.
Elektronisch pro-
bleem
Tijdelijk probleem met de elektronica of firm-
ware van het product.
Start het product opnieuw op.
Indien het probleem zich blijft voordoen,
neem dan contact op met uw erkende servi-
cedealer.
Probleem met lus-
sensor
Kantelsensorpro-
bleem
Onjuiste subappa-
raatcombinatie
Probleem met STOP-
knop
Connectiviteitspro-
bleem
Veiligheidsfunctie de-
fect
Ongeldige systeem-
configuratie
Tilsensorprobleem
Probleem met bots-
sensor
Tijdelijk accupro-
bleem
Probleem met GPS-
navigatie
Probleem met het
zichtsysteem
Accuprobleem
Tijdelijk probleem met de accu of firmware
van het product.
Start het product opnieuw op. Indien het pro-
bleem zich blijft voordoen, neem dan contact
op met uw erkende servicedealer.
Verkeerd type accu. Gebruik alleen originele accu's die door de
fabrikant worden aanbevolen.
Lege accu
De accu is aan het einde van de levenscy-
clus.
Neem contact op met uw erkend servicecen-
trum om de accu te vervangen.
Het product kan niet in het laadstation wor-
den geplaatst omdat de antenne in de basis-
plaat van het laadstation beschadigd is.
Als het indicatielampje op het laadstation
rood knippert, is de antenne beschadigd.
Neem contact op met een erkend service-
centrum.
Het product bevindt zich in het laadstation,
maar de accu wordt niet opgeladen.
Controleer of de laadplaatjes op het product
en de contactplaatjes op het laadstation con-
tact maken. Reinig de contactplaatjes en
laadplaatjes.
30 - Probleemoplossing 2862 - 003 - 08.03.2026
background
Melding Oorzaak Actie
Accu moet worden
vervangen
De accu is bijna leeg. Vervang de accu. Neem contact op met een
erkend servicecentrum.
Accu bijna aan het
einde van levensduur
De accu is bijna helemaal leeg. Vervang de accu. Neem contact op met een
erkend servicecentrum.
Temperatuurbeper-
king
Het product werkt niet als de temperatuur
van de accu te hoog of te laag is.
Het product begint weer te werken wanneer
de temperatuur tussen de ingestelde limiet-
waarden ligt en de schema-instellingen het
product laten werken. Zorg er voor dat het
laadstation in een tegen zonlicht beschermde
omgeving is geplaatst.
Geen signaal laad-
station
Er is geen voeding in het laadstation. Het
led-indicatielampje op het laadstation brandt
niet.
Controleer of de voedingseenheid of de laag-
spanningskabel beschadigd is of niet correct
is geïnstalleerd op het stopcontact of het
laadstation. Controleer of er een stroomsto-
ring is of een aardlekschakelaar is ingescha-
keld.
De
ECO-modus
wordt ingeschakeld en het
lussignaal wordt uitgeschakeld wanneer het
product in het werkgebied wordt gestart.
Plaats het product in het laadstation en start
het product. Om het product handmatig in
het werkgebied te starten, drukt u op de
STOP-knop voordat u het product uit het
laadstation verwijdert.
Het product vindt het lussignaal van het laad-
station niet.
Plaats het product in het laadstation en ge-
nereer een nieuw lussignaal. Zie
Nieuw lus-
signaal op pagina 19
.
Storingen door metalen voorwerpen (hek-
werk, wapeningsstaal) of ondergrondse ka-
bels in de buurt.
Wijzig de positie van het laadstation.
Laadstroom te hoog
De accu wordt met een te hoge laadstroom
opgeladen. De voedingseenheid is onjuist of
beschadigd.
Controleer of de voedingseenheid en het
laadstation niet beschadigd zijn. Zorg ervoor
dat u de correcte voedingseenheid en laad-
station gebruikt. Start het product opnieuw
op. Indien het probleem zich blijft voordoen,
neem dan contact op met uw erkend service-
centrum.
Probleem met laad-
systeem
Er is corrosie of vuil op de laadplaten en de
contactplaten.
Start het product opnieuw op. Maak de laad-
platen op het product en de contactplaten op
het laadstation goed schoon.
Tijdelijk probleem met de elektronica of firm-
ware van het product.
Start het product opnieuw op. Indien het pro-
bleem zich blijft voordoen, neem dan contact
op met uw erkende servicedealer.
Geen voeding in
laadstation
De voedingseenheid is onjuist of beschadigd. Controleer de voedingseenheid. Vervang on-
derdelen indien nodig.
Stroomstoring. Zoek de oorzaak van de stroomstoring en
verhelp het probleem.
Het product kan niet opladen omdat er geen
contact is tussen de contactplaten en de
laadplaten.
Controleer of de laadplaten en de contactpla-
ten contact maken. Reinig de contactplaatjes
en laadplaatjes.
2862 - 003 - 08.03.2026 Probleemoplossing - 31
background
Melding Oorzaak Actie
Laadstation geblok-
keerd
Het product kan niet in het laadstation wor-
den geplaatst omdat het is geblokkeerd of de
basisplaat van het laadstation is gekanteld of
gebogen.
Onderzoek waarom het product het laadsta-
tion niet kan binnenrijden. Verwijder voorwer-
pen en zorg ervoor dat de bodemplaat van
het laadstation waterpas is.
Het product kan niet in het laadstation wor-
den geplaatst omdat het is geblokkeerd of de
basisplaat van het laadstation is gekanteld of
gebogen.
Onderzoek waarom het product het laadsta-
tion niet kan binnenrijden. Verwijder voorwer-
pen en zorg ervoor dat de bodemplaat van
het laadstation waterpas is.
Vast in laadstation
Het product kan het laadstation niet verlaten
omdat het is geblokkeerd of op de basisplaat
van het laadstation slipt.
Onderzoek waarom het product niet uit het
laadstation kan rijden. Verwijder voorwerpen
en reinig de bodemplaat van het laadstation.
Communicatiepro-
bleem laadstation
De maaier kan niet communiceren met het
laadstation.
Maak een nieuw lussignaal of installeer uw
laadstation opnieuw in de kaartweergave in
de app. Indien het probleem zich blijft voor-
doen, neem dan contact op met uw erkend
servicecentrum.
Stroomstoring Zoek de oorzaak van de stroomstoring en
verhelp het probleem.
Opladen afgebroken
Het opladen wordt afgebroken vanwege een
te hoge temperatuur en in plaats daarvan
wordt gemaaid volgens het schema.
Geen actie nodig.
Helling te steil
Het product is gestopt omdat de helling te
steil is.
Maak een te vermijden zone om de helling
uit te sluiten van het werkgebied.
Probleem met acces-
soirevoeding
Er is een voedingsprobleem met de acces-
soirepoort.
Zet het product op OFF en koppel het ac-
cessoire los van de accessoirepoort en sluit
daarna weer aan. Het product inschakelen
met ON. Indien het probleem aanhoudt,
neem dan contact op met uw servicecen-
trum.
Werkgebied ver-
knoeid
Het laadstation of het referentiestation is ver-
plaatst.
Voer een nieuwe installatie van de kaart uit.
Te veel waypoints
Er zijn te veel waypoints in het huidige werk-
gebied.
Voer een nieuwe installatie van het werkge-
bied, de te vermijden zone en de transport-
paden uit. Verdeel het huidige werkgebied in
meer werkgebieden.
Geen correctiegege-
vens beschikbaar
Technische problemen met EPOS
®
via de
Husqvarna
®
Cloud.
Start het product opnieuw op. Als het pro-
bleem zich blijft voordoen, moet bij deze
melding een erkende servicemonteur worden
geraadpleegd.
Het product heeft geen mobiele internetver-
binding of wifi-verbinding en kan geen cor-
rectiegegevens ontvangen.
Zorg dat er mobiele verbinding of wifidekking
is in alle delen van het gebied waar het pro-
duct wordt gebruikt.
32 - Probleemoplossing 2862 - 003 - 08.03.2026
background
Melding Oorzaak Actie
Zoeken naar satellie-
ten
Zwak satellietsignaal naar het referentiestati-
on.
Het satellietsignaal is tijdelijk zwak. Het pro-
duct begint te maaien wanneer de satelliet-
signalen goed zijn.
Onderzoek de installatie van het referentie-
station.
Zwak satellietsignaal naar het product. Het satellietsignaal is tijdelijk zwak. Het pro-
duct begint te maaien wanneer het satelliet-
signaal goed is.
Controleer of er een object zit tussen het pro-
duct en de lucht dat interferentie met het sa-
tellietsignaal kan veroorzaken. Verwijder het
object of voer een nieuwe installatie uit om
deze onderdelen niet op te nemen in het
werkgebied. Zie
Installatie met virtuele grens
op pagina 12
.
Communicatiepro-
bleem referentiestati-
on
Het product is niet verbonden met het refe-
rentiestation.
Koppel het product en het referentiestation.
Het referentiestation is niet correct geïnstal-
leerd.
Onderzoek de installatie van het referentie-
station.
Het product ontvangt geen radiosignaal van
het referentiestation in alle gebieden waar
het product werkt.
Test of het product radiosignaal van het refe-
rentiestation in alle delen van het werkgebied
heeft. Als dit niet het geval is, voert u de in-
stallatie van het referentiestation of de instal-
latie van de kaart opnieuw uit. Zie
Installatie
met virtuele grens op pagina 12
.
Stroomstoring. Zoek en verhelp de oorzaak van de stroom-
storing van het referentiestation.
Er is een fout opgetreden in het referentie-
station en de led-indicator knippert rood.
Koppel de voeding naar het referentiestation
los en sluit deze opnieuw aan om het refe-
rentiestation opnieuw te starten. Indien het
probleem zich blijft voordoen, neem dan con-
tact op met uw erkende servicedealer.
Er is een interferentie met een ander referen-
tiestation of andere radiosystemen in het ge-
bied.
Start het product opnieuw op. Indien het pro-
bleem zich blijft voordoen, neem dan contact
op met uw erkende servicedealer.
EPOS
®
-plug-in niet
gevonden
De EPOS
®
-plug-in is eerder geïnstalleerd,
maar kan niet worden gevonden.
Zorg ervoor dat de EPOS
®
-plug-in correct is
geïnstalleerd en dat de kabel is aangesloten.
Start het product opnieuw op. Indien het pro-
bleem zich blijft voordoen, neem dan contact
op met uw erkend servicecentrum.
Ongeldige firmware-
configuratie
De firmware in het product is niet bijgewerkt. Werk de firmware bij naar de nieuwste ver-
sie.
Kaartprobleem
Het kaartobjectbestand is onjuist. Controleer de kaart in de app. Pas de kaart
aan en sla deze op.
Verwijder de kaart en voer een nieuwe instal-
latie uit.
2862 - 003 - 08.03.2026 Probleemoplossing - 33
background
Melding Oorzaak Actie
Bestemming niet be-
reikbaar
Het product kan de bestemming niet berei-
ken omdat er een te vermijden zone is die de
weg naar het werkgebied blokkeert.
Bewerk of verwijder de te vermijden zone of
maak een nieuwe installatie in het werkge-
bied aan.
Er is geen transportpad naar het werkgebied. Bewerk of verwijder de te vermijden zone of
maak een nieuwe installatie in het werkge-
bied aan.
De weg naar het laadstation wordt geblok-
keerd door een obstakel.
Het obstakel verwijderen.
De weg naar het onderhoudspunt wordt ge-
blokkeerd door een obstakel.
Bestemming geblok-
keerd
De weg naar de bestemming wordt geblok-
keerd door een obstakel.
Verwijder het obstakel dat de weg naar de
bestemming blokkeert.
De weg naar de bestemming wordt geblok-
keerd door een te vermijden zone.
Bewerk of verwijder de te vermijden zone of
maak een nieuwe installatie in het werkge-
bied aan.
Er is geen transportpad naar het werkgebied. Maak een transportpad naar het werkgebied.
7.2 Led-indicator van het laadstation
De led-indicator van het laadstation is groen wanneer de installatie correct is. Als de led-indicator van het laadstation
niet groen is, volgt u de onderstaande tabel voor probleemoplossing.
Led-indicator
Oorzaak Actie
Constant groen De signalen van het laadstation zijn goed. Geen procedure vereist.
Knippert groen De signalen van het laadstation zijn goed en
de
ECO-modus
is ingeschakeld.
Geen procedure vereist.
Knippert blauw Het laadstation is ingeschakeld, maar de in-
stallatie in de Automower
®
Connect-app is
niet voltooid.
Raadpleeg
Om te koppelen met de Automo-
wer
®
Connect-app op pagina 14
voor het
koppelen met de Automower
®
Connect-app.
Knippert rood Interferentie in de antenne van het laadstati-
on.
Neem contact op met uw plaatselijke Husq-
varna vertegenwoordiger.
Constant rood Storing in de printplaat of onjuiste voeding in
het laadstation.
De storing moet worden verholpen door
een erkende servicemonteur. Neem contact
op met uw plaatselijke Husqvarna vertegen-
woordiger.
34 - Probleemoplossing 2862 - 003 - 08.03.2026
background
7.3 Symptomen
Als het product niet normaal werkt, raadpleegt u de onderstaande symptomentabel. Neem contact op met
klantenservice van Husqvarna als u de oorzaak van de storing niet kunt vinden.
Symptomen Oorzaak Actie
Het product trilt. Het maaisysteem is niet in balans vanwege
beschadigde messen.
Controleer de messen en schroeven en ver-
vang ze indien nodig. Zie
De bladen vervan-
gen op pagina 27
.
Het maaisysteem is niet in balans vanwege
te veel messen in dezelfde positie.
Controleer of er bij elke schroef slechts één
mes is gemonteerd.
Er zijn messen met verschillende dikte op het
product gemonteerd.
Controleer of de messen een verschillende
dikte hebben en vervang ze indien nodig.
Het product werkt,
maar de maaischijf
draait niet.
Het product zoekt naar het laadstation of rijdt
naar het beginpunt.
Normale werking van het product. De maai-
schijf draait niet als het product het laadstati-
on zoekt.
Het product werkt
minder lang dan ge-
woonlijk tussen laad-
cycli.
De maaischijf is geblokkeerd door gras of an-
der materiaal.
Verwijder en reinig de maaischijf. Zie
De
maaischijven en de beschermkap van de
maaischijf reinigen op pagina 25
.
De accu is aan het einde van de levenscy-
clus.
Vervang de accu. Zie
Accu op pagina 27
.
Botte messen. Er is meer energie nodig bij
het maaien van het gras.
Vervang de messen. Zie
De bladen vervan-
gen op pagina 27
.
De maaitijd en de
laadtijd zijn korter
dan normaal.
De accu is aan het einde van de levenscy-
clus.
Vervang de accu. Zie
Accu op pagina 27
.
Het product staat
urenlang geparkeerd
in het laadstation.
De parkeermodus is ingeschakeld. Wijzig de bedieningsmodus. Zie
Bedienings-
modi - Start op pagina 22
.
Het product werkt niet als de temperatuur
van de accu te hoog of te laag is.
Zorg er voor dat het laadstation in een tegen
zonlicht beschermde omgeving is geplaatst.
Ongelijkmatige maai-
resultaten.
Het product werkt gedurende een gering
aantal uren per dag.
Verleng de maaitijd. Zie
Schema op pagina
17
.
Het werkgebied is te groot. Verklein de grootte van het werkgebied of
breid het schema uit. Zie
Schema op pagina
17
.
Botte messen. Vervang alle messen. Zie
De bladen vervan-
gen op pagina 27
.
Lang gras ten opzichte van de ingestelde
maaihoogte.
Verhoog de maaihoogte en verlaag deze ver-
volgens wanneer het gras korter is.
Grasophoping bij de maaischijf of rond de
motoras.
Verwijder het opgehoopte gras en maak het
product schoon. Zie
Product reinigen op pa-
gina 25
.
De accu is leeg
en u plaatst het pro-
duct in het laadstati-
on, maar deze wordt
niet opgeladen en
kan niet worden inge-
schakeld.
Als de accu volledig ontladen is, duurt het
lang om de accu op te laden en voordat het
product kan worden ingeschakeld.
Laat het product 24 uur in het laadstation
staan en test of het product kan worden inge-
schakeld. Indien het probleem zich blijft voor-
doen, neem dan contact op met uw erkende
servicemonteur.
2862 - 003 - 08.03.2026 Probleemoplossing - 35
background
8 Vervoer, opslag en verwerking
8.1 Transport
De meegeleverde Li-ion-accu's voldoen aan de
wettelijke vereisten voor gevaarlijke goederen.
Neem alle van toepassing zijnde nationale
voorschriften in acht.
Neem de bijzondere voorschriften op de
verpakking en labels voor commercieel transport
in acht. Dit geldt ook voor derden en expediteurs.
Voor het verwijderen van de accu, raadpleegt
u de volledige bedieningshandleiding op
www.husqvarna.com.
8.2 De machine in opslag zetten
OPGELET: Laad de accu volledig op
voordat het product wordt opgeslagen. Als
de accu niet volledig is opgeladen, kan dit
schade aan de accu veroorzaken.
Laad het product volledig op. Zie
De accu opladen
op pagina 23
.
Zet het product op OFF. Zie
Het product
uitschakelen op pagina 22
.
Reinig het product. Zie
Product reinigen op pagina
25
.
Zet het product in een droge en vorstvrije ruimte.
Wij raden u aan het product in de verpakking
van het product te plaatsen of het product met
alle wielen op een vlakke ondergrond te plaatsen.
U kunt het product ook aan een wandsteun
van Husqvarna ophangen. Neem contact op
met uw Husqvarna vertegenwoordiger voor meer
informatie over beschikbare wandsteunen.
8.3 Het laadstation opbergen
U kunt de bovenkant van het laadstation verwijderen en
opbergen. Het is niet nodig om de bodemplaat van het
laadstation op te bergen.
1. Kantel de bovenkant van het laadstation, til hem
op en open de klep.
2. Ontkoppel de voedingseenheid van het laadstation
en van het stopcontact.
3. Koppel de kabel los.
4. Verwijder de doorvoertule met de kabels.
5. Trek de bovenkant van het laadstation omhoog en
verwijder deze.
6. Sluit het afsluitdeksel.
7. Sluit de klep.
8. Plaats de voedingseenheid en de bovenkant van
het laadstation in een droge, vorstvrije ruimte.
8.4 Het laadstation na opslag
installeren
1. Open de klep.
2. Druk het afsluitdeksel in.
3. Bevestig de bovenkant van het laadstation.
36
- Vervoer, opslag en verwerking 2862 - 003 - 08.03.2026
background
4. Kantel de bovenkant van het laadstation en til hem
op.
5. Breng de doorvoertule met de kabels aan.
6. Sluit de kabel op het laadstation aan.
7. Sluit de voedingseenheid aan op het stopcontact
en op het laadstation.
8. Sluit de klep.
8.5 Afvoeren
Het symbool betekent dat het product geen
huishoudelijk afval is. Lever het in bij uw lokale
inzamelsysteem voor elektrische en elektronische
apparatuur. Dit draagt bij aan een goed afvalbeheer
aan het einde van de levensduur. Neem contact op met
de plaatselijke autoriteiten, de afvalverwerkingsdienst,
uw dealer of verkoper voor meer informatie. Onjuiste
afvoer kan een potentieel negatief effect hebben op het
milieu en de volksgezondheid vanwege de mogelijke
aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.
Let op:
Het symbool staat op het product of op de
verpakking van het product.
2862 - 003 - 08.03.2026 Vervoer, opslag en verwerking
- 37
background
9 Technische gegevens
9.1 Technische gegevens
Afmetingen Automower
®
405VE NE-
RA
Automower
®
410VE NE-
RA
Lengte, cm/inch 68/26,8 68/26,8
Breedte, cm/inch 44/17,2 44/17,2
Hoogte, cm/inch 28/11,0 28/11,0
Gewicht, kg/lb 12,8/28 12,8/28
Elektrisch systeem Automower
®
405VE NE-
RA
Automower
®
410VE NE-
RA
Accu, lithium-ion 18,0 V/5,0 Ah art.nr. 536 81 24-01, 536 81
24-02, 536 81 24-03, 536
81 24-04
536 81 24-01, 536 81
24-02, 536 81 24-03, 536
81 24-04
Voeding (28 V DC), V AC 100-240 100-240
Lengte laagspanningskabel, m/ft 10/32,8 10/32,8
Gemiddeld energieverbruik bij maximaal gebruik 11 kWh/maand 13 kWh/maand
Laadstroom, A DC 2,2 2,2
Type voedingseenheid
4
ADP-60PR XX ADP-60PR XX
Gemiddelde maaitijd, min 110 110
Gemiddelde laadtijd, min 110 110
Antenne laadstation Automower
®
405VE NE-
RA
Automower
®
410VE NE-
RA
Bedrijfsfrequentieband, Hz 100-80.000 100-80.000
Maximaal magnetisch veld
5
, dBuA/m 82 82
Max. radiofrequentievermogen
6
, mWop 60 m <25 <25
4
XX, YY kunnen willekeurige alfanumerieke tekens zijn of leeg zijn voor marketingdoeleinden, geen technische
verschillen. De 'XX' geeft de landversie aan, zoals JP, en de 'Y' geeft de productrevisie aan, zoals V.
5
Gemeten conform EN 303 447.
6
Maximaal actief uitgangsvermogen naar antennes in de frequentieband waarop de radioapparatuur is inge-
steld.
38 - Technische gegevens 2862 - 003 - 08.03.2026
background
Geluidsgegevens
7
Automower
®
405VE NERA Automower
®
410VE NERA
Geluidsniveau (waargenomen), dB (A) 60 60
Gemeten geluidsvermogensniveau, dB (A) 60 60
Onzekerheidsmarge geluidsemissies KWA dB (A) 1 1
Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker
8
, dB (A) 52 52
Maaien Automower
®
405VE NE-
RA
Automower
®
410VE NE-
RA
Energieverbruik tijdens maaien, W+/- 20% 25 25
Smalst mogelijke doorgang, cm/inch 120/48 120/48
Maximale helling voor werkgebied
9
, % 30 30
Maximale hellingsgraad voor virtuele grens, % 20 20
Maximale bedrijfstijd, maaien en opladen, uur/dag 15 24
Oppervlaktecapaciteit - onregelmatig, m
2
/acre, +/- 20% 600/0,15 1000/0,25
Oppervlaktecapaciteit - systematisch, m
2
/acre, +/- 20% 900/0,23 1500/0,37
Hoofdmaaischijf Automower
®
405VE NE-
RA
Automower
®
410VE NE-
RA
Maaisysteem 3 scharnierende messen 3 scharnierende messen
Toerental maaimotor, tpm 2300 2300
Maaihoogte, cm/inch 2-5,5/0,8-2,2 2-5,5/0,8-2,2
Maaibreedte, cm/inch 22/8,7 22/8,7
EdgeCut-maaischijf Automower
®
405VE NE-
RA
Automower
®
410VE NE-
RA
Maaisysteem 3 scharnierende messen 3 scharnierende messen
Toerental maaimotor, tpm 2670 2670
Maaihoogte, cm/inch 4,5/1,8 4,5/1,8
Maaibreedte, cm/inch 14/5,5 14/5,5
IP-code Automower
®
405VE NE-
RA
Automower
®
410VE NE-
RA
Robotmaaier IPX5 IPX5
Laadstation IPX5 IPX5
Voeding IP44 IP44
7
Bepaald overeenkomstig richtlijn 2006/42/EG en norm EN 50636-2-107. Behalve Geluidsniveau (waargeno-
men), dit wordt gemeten volgens ISO 11094:1991.
8
Onzekerheidsmarge geluidsdrukniveau K
pA
, 2-4dB (A)
9
Terreinwielen zijn verkrijgbaar als accessoire om de prestaties op hellingen te verbeteren.
2862 - 003 - 08.03.2026 Technische gegevens - 39
background
Ondersteuning frequentiebanden
Bluetooth
®
2402-2480 MHz
SRD868 863-870 MHz
Automower
®
Connect 2G GSM 850 MHz, E-GSM 900 MHz, DCS 1800 MHz, PCS 1900 MHz
Automower
®
Connect 4G Band 1 (2100 MHz), Band 2 (1900 MHz), Band 3 (1800 MHz),
Band 4 (1700 MHz), Band 5 (850 MHz), Band 8 (900 MHz), Band
12 (700 MHz), Band 13 (700 MHz), Band 18 (850 MHz), Band 19
(850 MHz), Band 20 (800 MHz), Band 25 (1900 MHz), Band 26
(850 MHz), Band 27 (850MHz), Band 28 (700 MHz), Band 66 (1700
MHz), Band 71 (600 mHz), Band 85 (700 MHz)
Vermogensklasse
Bluetooth
®
-uitgangsvermogen 9 dBm
SRD868 13 dBm
Automower
®
Connect 2G Vermogensklasse 4 (GSM/E-GSM) 33 dBm
Vermogensklasse 1 (DCS/PCS) 30 dBm
Vermogensklasse E2 (GSM/E-GSM) 27 dBm
Vermogensklasse E2 (DCS/PCS) 27 dBm
Automower
®
Connect 4G Vermogensklasse E2 (DCS/PCS) 23 dBm
Wifi
Ondersteuning frequentiebanden
10
Kanaal 1-11 (2412-2462 MHz)
Kanaal 12-13 (2467-2484 MHz)
Kanaal 14
Bedrijfsfrequentieband, MHz 2402-2480
Maximaal uitgezonden vermogen, dBm 20
Husqvarna AB staat niet garant voor volledige compatibiliteit tussen het product en andere typen draadloze systemen,
zoals afstandsbedieningen, radiozenders, ringleidingen, ondergrondse elektrische afrasteringen of dergelijke.
9.1.1 Geregistreerde handelsmerken
Het
Bluetooth
®
-woordmerk en de logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van
Bluetooth SIG, inc.
en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.
Het Wi-Fi CERTIFIED
-logo is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance
®
. Dit product is Wi-Fi Alliance
®
gecertificeerd.
9.2 Gratis software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de
houders van het auteursrecht zijn gelicentieerd als
gratis software of open source software onder de
GNU General Public License versie 2, en/of GNU
10
Kanaal 12-14 wordt alleen gebruikt in landen waar het beschikbaar is.
40 - Technische gegevens 2862 - 003 - 08.03.2026
background
Lesser General Public License versie 2.1, en/of
Mozilla Public License versie 2.0. Iedereen kan de
broncode voor deze softwarecomponenten bij ons
verkrijgen op een gegevensdrager (cd-rom, dvd of USB-
geheugenstick). Deze aanbieding is geldig binnen drie
jaar na de meest recente overdracht van de objectcode
door ons, en geldig zolang wij reserveonderdelen
of klantenondersteuning voor het betreffende product
aanbieden.
Stuur uw aanvraagnaar onze
website voor klantenondersteuning ophttps://
www.husqvarna.com/uk/support/contact-us/.
Geef het adres op waarnaar u de broncode wilt
laten verzenden. Aanvullende productinformatie (bijv.
expliciete productnaam, serienummer, enz.) helpt ons
om de bijbehorende broncode voor u te identificeren. De
broncode wordt naar het opgegeven adres verzonden
na vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte kosten
voor het verstrekken van de gegevensdrager en de
verzending.
2862 - 003 - 08.03.2026 Technische gegevens - 41
background
42 - Technische gegevens 2862 - 003 - 08.03.2026
background
2862 - 003 - 08.03.2026 Technische gegevens - 43
background
www.husqvarna.com
AUTOMOWER
®
is een handelsmerk van Husqvarna AB.
Copyright
©
2026 HUSQVARNA. All rights reserved.
Originele instructies
1147028-36
2026-03-08

Specifications

Indexed Terms: Robot Mower

Husqvarna AUTOMOWER 410VE NERA Questions and Answers

Questions and Answers

Related Products