
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
1Veiligheid ..................................... 3
1.1 Algemene aanwijzingen ............. 3
1.2 Bestemming van het appa-
raat ................................................. 3
1.3 Inperking van de gebruikers ..... 4
1.4 Veilige installatie .......................... 4
1.5 Veiliger gebruik ........................... 6
1.6 Veilige reiniging en onderhou-
d ..................................................... 8
2Materiële schade vermijden ....... 9
3Milieubescherming en bespa-
ring .............................................. 10
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 10
3.2 Zuinig met energie en hulp-
bronnen ....................................... 10
3.3 Energiebesparingsmodus ....... 10
4Opstellen en aansluiten ............ 11
4.1 Apparaat uitpakken .................. 11
4.2 Inhoud van de verpakking ....... 11
4.3 Vereisten ten aanzien van de
opstelplaats ................................ 11
4.4 Transportbeveiligingen verwij-
deren ........................................... 12
4.5 Gereedschap voor montage ... 13
4.6 Apparaat inbouwen .................. 13
4.7 Apparaat aansluiten ................. 18
5Voor het eerste gebruik ............ 19
5.1 Wascyclus zonder wasgoed
starten ......................................... 20
6Uw apparaat leren kennen ........ 21
6.1 Apparaat ..................................... 21
6.2 Wasmiddellade .......................... 21
6.3 Bedieningspaneel ..................... 22
7Display ........................................ 22
8Toetsen ....................................... 24
9Programma's .............................. 25
10 Accessoires ............................. 29
11 Wasgoed .................................. 30
11.1 Wasgoed voorbereiden ......... 30
11.2 Verzorgingsaanwijzingen op
verzorgingslabels .................... 30
12 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel ............................. 31
13 De Bediening in essentie ....... 31
13.1 Apparaat inschakelen ............ 31
13.2 Programma instellen .............. 31
13.3 Deur openen ............................ 31
13.4 Trommel vullen met wasgoe-
d ................................................. 31
13.5 Doseerhulp plaatsen .............. 32
13.6 Doseerhulp gebruiken ........... 32
13.7 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel doseren ............. 32
13.8 Starten van het program-
ma .............................................. 33
13.9 Wasgoed inweken .................. 33
13.10 Wasgoed bijvullen ................ 33
13.11 Progr. annuleren ................... 33
13.12 Programma bij spoelstop
hervatten ................................ 33
13.13 Wasgoed uitnemen .............. 33
13.14 Apparaat uitschakelen ......... 34
14 Kinderslot ................................ 34
14.1 Kinderslot inschakelen .......... 34
14.2 Kinderslot deactiveren ........... 34
15 Basisinstellingen .................... 34
15.1 Overzicht van de basisinstel-
lingen ........................................ 34
15.2 Basisinstellingen wijzigen ...... 34
16 Reiniging en onderhoud ......... 35
16.1 Toestel onderhouden ............. 35
16.2 Trommel reinigen .................... 35
2

Veiligheid nl
16.3 Schoonmaken van de was-
middellade ............................... 36
16.4 Afvoerpomp reinigen .............. 36
16.5 Rubbermanchet reinigen ....... 39
17 Storingen verhelpen ............... 39
17.1 Noodontgrendeling ................. 44
17.2 Elektronische kaart reset-
ten .............................................. 45
18 Transporteren, opslaan en af-
voeren ....................................... 45
18.1 Apparaat demonteren ............ 45
18.2 Transportbeveiligingen plaat-
sen ............................................. 45
18.3 Apparaat opnieuw in gebruik
nemen ....................................... 45
18.4 Afvoeren van uw oude appa-
raat ............................................ 45
19 Servicedienst .......................... 46
19.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) .......... 46
19.2 AQUA-STOP-garantie ............. 46
20 Verbruikswaarden ................... 47
21 Technische gegevens ............ 48
Veiligheid 1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om wasmachinebestendig textiel en wol voor de handwas vol-
gens het onderhoudsetiket te wassen.
¡ met leidingwater en gangbare, voor de wasmachine geschikte
wasmiddelen en onderhoudsmiddelen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeniveau.
3

nl Veiligheid
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen tot 3jaar en huisdieren niet bij het appa-
raat kunnen komen.
1.4 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
De installatie moet zijn voorzien van een afdoende grote aderdi-
ameter.
Bij het gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met
het teken gebruiken.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn
ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warm-
tebronnen in contact brengen.
4

Veiligheid nl
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in con-
tact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren
gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-
schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak
om de huisinstallatie aan te passen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
Het apparaat niet alleen optillen.
Als dit apparaat op ondeskundige wijze in een was-droogzuil
wordt opgesteld, kan het opgestelde apparaat naar beneden val-
len.
De droger uitsluitend met de verbindingset van de drogerfabri-
kant op een wasmachine stapelen Een andere plaatsingsmetho-
de is niet toegestaan.
Het apparaat niet in een was-droogzuil opstellen als de droger-
fabrikant geen passende verbindingsset aanbiedt.
Geen apparaten van verschillende fabrikanten en met verschil-
lende diepte en breedte in een was-droogzuil opstellen.
Geen was-droogzuil op een platform opstellen, de apparaten
kunnen kantelen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
5

nl Veiligheid
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Het apparaat kan tijdens het bedrijf trillen of bewegen.
Het apparaat op een schone, vlakke en stevige ondergrond op-
stellen.
Het apparaat middels de apparaatvoeten en een waterpas hori-
zontaal stellen.
Bij ondeskundig gelegde slangen en netaansluitleidingen bestaat
er struikelgevaar.
De slangen en aansluitkabels zodanig leggen dat men er niet
over kan struikelen.
Wanneer het apparaat aan uitstekende onderdelen wordt ver-
plaatst, zoals bijvoorbeeld de vuldeur, dan kunnen de onderdelen
afbreken.
Het apparaat niet aan uitstekende onderdelen verplaatsen.
VOORZICHTIG‒Kans op snijden!
Scherpe randen aan het apparaat kunnen bij aanrakingen tot snij-
wonden leiden.
Het apparaat niet aan scherpe randen aanraken.
Veiligheidshandschoenen gebruiken bij installatie en transport
van het apparaat.
1.5 Veiliger gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen en de kraan sluiten.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina46
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
6

Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensge-
vaar geraken.
Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van
de apparaatdeur blokkeert of verhindert.
Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot
van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaat-
deur niet langer sluit.
Bij het centrifugeren van grotere, waterondoorlaatbare stukken
wasgoed kan er onbalans ontstaan die tot letsels kan leiden.
Geen grotere, waterondoorlaatbare stukken wasgoed zoals de-
kens of matrasbeschermers in het apparaat wassen en centrifu-
geren.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Was- en verzorgingsmiddelen kunnen bij inname tot vergiftigingen
leiden.
Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Wanneer wasgoed met oplosmiddelhoudende, ontvlambare reini-
gingsmiddelen werd voorbehandeld, kan dit in het apparaat tot
een explosie leiden.
Voorbehandeld wasgoed voor het wassen grondig met water
spoelen.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Bij het op het apparaat klimmen of klauteren kan de afdekplaat
breken.
Niet op het apparaat klimmen of klauteren.
7

nl Veiligheid
Bij het zitten of leunen op de geopende deur kan het apparaat
kantelen.
Niet op de apparaatdeur zitten of leunen.
Geen voorwerpen op de apparaatdeur plaatsen.
Grijpen in de draaiende trommel kan tot letsel aan de handen lei-
den.
Wacht tot de trommel volledig stil staat voordat u met uw hand
in de trommel grijpt.
VOORZICHTIG‒Kans op verbranding!
Het sop wordt heet bij het wassen met hoge temperaturen.
Raak het hete sop niet aan.
VOORZICHTIG‒Kans op chemische brandwonden!
Bij het openen van de wasmiddellade kunnen wasmiddel en ver-
zorgingsmiddel uit het apparaat spatten.
Contact met ogen of huid kan tot irritaties leiden.
Bij contact met wasmiddelen of verzorgingsmiddelen de ogen
of de huid grondig spoelen met schoon water.
Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
1.6 Veilige reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Het toestel of de eigenschappen van het toestel nooit technisch
veranderen.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het
ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
8

Materiële schade vermijden nl
Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het gebruiken van niet originele reserveonderdelen en niet origi-
nele accessoires is gevaarlijk.
Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen en originele ac-
cessoires van de fabrikant.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Bij het gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kun-
nen giftige dampen ontstaan.
Geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Materiële schade vermijden2 Materiële schade ver-
mijden
LET OP
Een verkeerde dosering van wasver-
zachters, wasmiddelen, verzorgings-
middelen en reinigingsmiddelen kan
de werking van het apparaat beïn-
vloeden.
De doseeraanbevelingen van de
fabrikant aanhouden.
Het overschrijden van de maximale
beladingshoeveelheid heeft invloed
op de werking van het apparaat.
De maximale beladingshoeveel-
heid voor elk programma aanhou-
den en niet overschrijden.
"Programma's", Pagina25
Het apparaat is voor transport met
transportbeveiligingen geborgd.
Niet verwijderde transportbeveiligin-
gen kunnen leiden tot materiële scha-
de en schade aan het apparaat.
Voor inbedrijfstelling alle transport-
beveiligingen volledig verwijderen
en bewaren.
Voor elk transport alle transportbe-
veiligingen volledig inbouwen, om
transportschade te vermijden.
De ondeskundige aansluiting van de
watertoevoerslang kan tot materiële
schade leiden.
De schroefverbindingen aan de
watertoevoer handvast aantrekken.
De watertoevoerslang direct zon-
der bijkomende verbindingsele-
menten, zoals adapter, verleng-
stukken of venteielen op de water-
kraan aansluiten.
De ventielbehuizing van de water-
toevoerslang contactvrij met de
omgeving inbouwen en niet aan
externe krachtinwerking blootstel-
len.
Erop letten dat de binnendiameter
van de waterkraan minstens 17
mm bedraagt.
Erop letten dat de lengte van de
schroefdraad aan de aansluiting
naar de waterkraan minstens 10
mm bedraagt.
Een te lage of te hoge waterdruk kan
de apparaatfunctie hinderen.
Zorg ervoor dat de waterdruk op
de watertoevoerinstallatie tenmin-
ste 100kPa (1bar) en maximaal
1000kPa (10bar) is.
Wanneer de waterdruk de aange-
geven maximale waarde over-
9

nl Milieubescherming en besparing
schrijdt, dan moet een reduceer-
ventiel tussen de drinkwateraan-
sluiting en de slangenset van het
apparaat worden geïnstalleerd.
Het apparaat niet op de meng-
kraan van een drukloze geiser of
boiler aansluiten.
Gewijzigde of beschadigde water-
slangen kunnen tot materiële schade
en schade aan het apparaat leiden.
Nooit waterslangen knikken, knel-
len, wijzigen of doorsnijden.
Alleen meegeleverde waterslangen
of originele reserveslangen gebrui-
ken.
Nooit gebruikte waterslangen her-
gebruiken.
Het gebruik met vervuild of te heet
water kan materiële schade en scha-
de aan het apparaat veroorzaken.
Het apparat uitsluitend met koud
leidingwater gebruiken.
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
Het apparaat uitsluitend reinigen
met water en een zachte, vochtige
doek.
Bij contact met het apparaat direct
alle wasmiddelresten, sproeinevel-
resten of restanten verwijderen.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en
besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Zuinig met energie en hulp-
bronnen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom en
water.
Programma's met lage temperatu-
ren en langere wastijden gebruiken
en de maximale beladingscapaci-
teit gebruiken.
Pagina25
Wasmiddel overeenkomstig de
mate van verontreiniging van het
wasgoed doseren. Wasmiddeldo-
sering
Wastemperatuur bij licht en nor-
maal verontreinigd wasgoed redu-
ceren.
Stel het maximale toerental in,
wanneer het wasgoed aansluitend
in de wasdroger gedroogd moet
worden.
Wasgoed zonder voorwas wassen.
3.3 Energiebesparingsmodus
Wanneer u het toestel korte tijd niet
bedient, dan schakelt het automa-
tisch naar de energiespaarstand. Alle
aanwijzingen verdwijnen en Start/Re-
load knippert.
De energiebespaarmodus wordt af-
gesloten, wanneer u het apparaat op-
nieuw bedient.
10

Opstellen en aansluiten nl
Opstellen en aansluiten4 Opstellen en aansluiten
4.1 Apparaat uitpakken
LET OP
Voorwerpen die in de trommel ach-
terblijven, en die niet voor het gebruik
van het apparaat bedoeld zijn, kun-
nen tot materiële- en apparaatschade
leiden.
Voor gebruik alle deze voorwerpen
en de meegeleverde accessoires
uit de trommel verwijderen.
1.
Verwijder verpakkingsmateriaal en
bescherming volledig van het ap-
paraat.
"Afvoeren van de verpakking",
Pagina10
2.
Controleer het apparaat op zicht-
bare beschadigingen.
3.
De deur openen.
Pagina31
4.
Verwijder de accessoires uit de
trommel.
5.
De deur sluiten.
4.2 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
LET OP
Het gebruik met onvolledig of defect
toebehoren kan de werking van het
apparaat hinderen of materiële scha-
de en schade aan het apparaat ver-
oorzaken.
Het apparaat niet met onvolledig of
defect toebehoren gebruiken.
Het toebehoren vóór het gebruik
van het apparaat vervangen.
"Accessoires", Pagina29
Opmerking: Bij het apparaat werd af
fabriek een functietest uitgevoerd.
Hierbij kunnen watervlekken in het
apparaat ontstaan die de eerste was-
beurt verwijdert.
De levering bestaat uit:
Wasmachine
Begeleidende documenten
Transportbeveiligingen
Afdekkap
1
Onderdelen voor de inbouw
"Apparaat inbouwen",
Pagina13
4.3 Vereisten ten aanzien van
de opstelplaats
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoeren-
de delen.
Het aanraken van spanningsvoeren-
de delen is gevaarlijk.
Gebruik het apparaat niet zonder
afdekplaat.
WAARSCHUWING
Kans op letsel!
Bij gebruik op een sokkel kan het ap-
paraat kantelen.
De apparaatvoeten voor inbedrijf-
stelling op een sokkel absoluut
met de bevestigingen
Pagina30
van de fabrikant be-
vestigen.
LET OP
Bevriezend restwater in het apparaat
kan leiden tot beschadiging van het
apparaat.
Het apparaat niet op vorstgevoeli-
ge plaatsen of buiten plaatsen en
gebruiken.
Wanneer het apparaat meer dan 40°
wordt gekanteld, dan kan restwater
1
Het aantal afdekkappen varieert afhankelijk van het model.
11

nl Opstellen en aansluiten
uit het apparaat lopen en materiële
schade veroorzaken.
Kantel het apparaat voorzichtig.
Transporteer het apparaat rechtop.
Opstelplaats Vereisten
Houder Het apparaat met
borglippen
Pagina30
be-
vestigen.
Vloer met houten
balken
Plaats het appa-
raat op een water-
bestendige hou-
ten plaat (dikte
minimaal 30mm)
welke vast op de
vloer is ge-
schroefd.
Kitchenette Het apparaat al-
leen onder een
doorlopend werk-
blad plaatsen, dat
vast met de naast-
liggende kast is
verbonden. Beno-
digde nisbreedte:
60cm.
Opmerking: Het
gebruik van glij-
platen vergemak-
kelijkt het inschui-
ven in de nis. Be-
vochtig de glijpla-
ten vóór het in-
schuiven met een
mengsel van wa-
ter en afwasmid-
del. Gebruik geen
oliën of vetten.
"Accessoires",
Pagina30
Opstelplaats Vereisten
Aan een wand Geen netaansluit-
kabel en geen
slangen tussen
wand en apparaat
inklemmen.
4.4 Transportbeveiligingen
verwijderen
Het apparaat is voor transport met
transportbeveiligingen aan de achter-
zijde van het apparaat geborgd.
Opmerking: Bewaar de bouten van
de transportbeveiligingen en de hul-
zen voor een later transport.
1.
De slang en de netaansluitkabel
uit de houders verwijderen.
2.
Alle bouten van de 4 transportbe-
veiligingen met een steeksleutel
met sleutelbreedte 13 losmaken
en verwijderen .
12

Opstellen en aansluiten nl
3.
De 4 hulzen verwijderen.
4.
De afdekkap plaatsen en naar on-
deren schuiven.
Opmerkingen
Let op het aantal afdekkappen
in de leveringsomvang
Bij vier afdekkappen in de leve-
ringsomvang de afdekkappen in
de vier openingen voor de trans-
portbeveiligingen inzetten.
Bij één afdekkap in de leverings-
omvang, de afdekkap in de on-
derste linkeropening voor de
transportbeveiliging inzetten.
Opmerking: Om de transportbeveili-
gingen voor het transport in het ap-
paraat te plaatsen, maakt u deze
stappen ongedaan in de omgekeer-
de volgorde.
4.5 Gereedschap voor monta-
ge
Voor de montage hebt u volgend ge-
reedschap nodig:
Waterpas
Steeksleutel sleutelbreedte 13
Steeksleutel sleutelbreedte 17
Forstnerboor Ø 35 mm
Spiraalboor Ø 2 mm
Schroevendraaier
4.6 Apparaat inbouwen
Apparaat voorbereiden
1.
Voor het makkelijker inschuiven
van het apparaat de achterste ap-
paraatvoeten indraaien tot het ap-
paraat op de glijslede staat.
13

nl Opstellen en aansluiten
2.
De inbouwnis opmeten.
3.
De netaansluitleiding evenals de
watertoevoer- en de wateraf-
voerslang plaatsen.
4.
Het apparaat inschuiven en tegelijk
de netaansluitleiding en de water-
toevoer- en waterafvoerslang na-
trekken.
5.
De watertoevoerslang aansluiten.
Pagina18
6.
De waterafvoerslang aansluiten.
Pagina19
7.
De achterste apparaatvoeten uit-
draaien.
8.
Het apparaat met een waterpas uit-
lijnen.
9.
De contramoeren van de voorste
apparaatpoten met een steeksleu-
14

Opstellen en aansluiten nl
tel met sleutelbreedte 17 handvast
tegen de behuizing vastdraaien.
Het apparaatvoetje daarbij vast-
houden en niet in de hoogte ver-
stellen.
Meubeldeur monteren
Opmerking: Metalen elementen kun-
nen de werking van het bedienings-
paneel hinderen.
Geen meubeldeuren met metalen
elementen in het bereik van het be-
dieningspaneel gebruiken.
1.
De meubeldeur op de gewenste
hoogte tegen het apparaat houden
en de bovenkant van het apparaat
aan de binnenkant van de meubel-
deur markeren.
Markering van de bovenkant van het
apparaat bij linksdraaiende deur
Markering van de bovenkant van het
apparaat bij rechtsdraaiende deur
2.
Gebaseerd op de markering aan
de bovenkant van het apparaat
aan de binnenkant van de deur de
boorgaten als volgt markeren.
Markering van de boorgaten bij links-
draaiende deur
15

nl Opstellen en aansluiten
Markering van de boorgaten bij rechts-
draaiende deur
3.
Aan de voordien gemarkeerde
plaatsen met een forstnerboor
Ø35mm gaten voor de scharnie-
ren boren. Aan de voordien gemar-
keerde plaatsen met een spiraal-
boor Ø2mm gaten voor de
schroeven boren.
4.
De scharnieren in de boorgaten
plaatsen en vastschroeven.
5.
De contraplaten van de magneet-
sluitingen vastschroeven.
6.
De scharnieren in het apparaat
plaatsen - .
7.
De afdekrail inschuiven en vast-
schroeven .
16

Opstellen en aansluiten nl
8.
De magneetsluiting aan het appa-
raat bevestigen.
Meubeldeur stellen
Meubeldeur verticaal stellen
Meubeldeur horizontaal stellen
Plintplaat monteren
1.
Afstandhouder van de plintplaat
plaatsen.
17

nl Opstellen en aansluiten
2.
De maat Z en de maat Y opmeten.
3.
Afstandhouder overeenkomstig de
maten vastschroeven.
4.
Opmerking: Bij het inzetten van de
plintplaat erop letten dat bij een
voorgeschoven plintplaat of bij ho-
ge inbouw met een vlak afsluitend
meubelfront de timelight niet zicht-
baar is.
De plintplaat monteren.
5.
Het apparaat op het elektriciteits-
net aansluiten .
"Apparaat elektrisch aansluiten",
Pagina19
4.7 Apparaat aansluiten
Watertoevoerslang aansluiten
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoeren-
de delen.
Het aanraken van spanningsvoeren-
de delen is gevaarlijk.
De elektrische Aquastop afsluiter
niet in water onderdompelen.
18

Voor het eerste gebruik nl
LET OP
De ondeskundige aansluiting van de
watertoevoerslang kan tot materiële
schade leiden.
De schroefverbindingen aan de
watertoevoer handvast aantrekken.
1.
De watertoevoerslang op de kraan
(26,4 mm = 3/4") aansluiten.
2.
De kraan voorzichtig openen en
controleren of de aansluitingen
dicht zijn.
Aansluitsoorten waterafvoer
De informatie helpt u dit apparaat op
de waterafvoer aan te sluiten.
LET OP
Bij het afpompen staat de wateraf-
voerslang onder druk en kan van de
geïnstalleerde aansluitpositie losra-
ken.
De waterafvoerslang tegen onbe-
doeld losraken borgen.
Bij een verstopte of afgesloten afvoer
kan opgehoopt afvalwater in het ap-
paraat terugstromen.
Vóór het gebruik van het apparaat
ervoor zorgen dat het afvalwater
snel wegstroomt en verstoppingen
verhelpen.
Opmerking: Neem de afpomphoog-
tes in acht.
De maximale afpomphoogte be-
draagt 100cm.
Sifon De aansluitpositie
met een slang-
klem (24-40 mm)
borgen.
Wastafel De wateraf-
voerslang met
een bochtstuk
fixeren en borgen.
"Accessoires",
Pagina30
Kunststof stand-
pijp met rubbe-
ren mof of een
afvoerputje
De wateraf-
voerslang met
een bochtstuk
fixeren en borgen.
"Accessoires",
Pagina30
Apparaat elektrisch aansluiten
Opmerking: Uw elektrische huisin-
stallatie voor dit apparaat moet aan
de lokale wettelijke bepalingen en
veiligheidsvoorschriften voldoen en
moet een aardlekschakelaar bevat-
ten.
1.
De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat vindt u in de technische ge-
gevens
Pagina48
.
2.
De netstekker op vastheid contro-
leren.
Voor het eerste gebruik5 Voor het eerste gebruik
Bereid het apparaat voor voor het ge-
bruik.
19

nl Voor het eerste gebruik
5.1 Wascyclus zonder was-
goed starten
Uw apparaat werd voor het verlaten
van de fabriek grondig gecontro-
leerd. Om eventueel restwater te ver-
wijderen, wast u de eerste keer zon-
der wasgoed.
1.
De programmakiezer op
DrumClean zetten.
2.
De deur sluiten.
3.
De wasmiddellade uittrekken.
4.
Ca. 1 liter leidingwater in comparti-
ment II gieten.
5.
Poederwasmiddel met zuurstof-
bleekmiddel in doseerlade II doen.
Gebruik om schuimvorming te ver-
mijden, slechts de helft van de
door de wasmiddelfabrikant aan-
bevolen hoeveelheid voor lichte
verontreiniging. Gebruik geen wol-
of fijnwasmiddel.
6.
Schuif de wasmiddellade in het
toestel.
7.
Het programma starten.
Pagina33
8.
De eerste wascyclus starten of de
programmakiezer op Off zetten,
om het apparaat uit te schakelen.
"De Bediening in essentie",
Pagina31
20

Uw apparaat leren kennen nl
Uw apparaat leren kennen6 Uw apparaat leren kennen
6.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
1
2
3
4
5
6
7
7
8
9
10
11
Al naar gelang het type apparaat kunnen details in de afbeelding afwijken, bijv. kleur en
vorm.
Serviceklep en pomp
Pagina36
Deur
Pagina31
Wasmiddellade
Pagina21
Bedieningspaneel
Pagina22
Waterafvoerslang
Pagina19
Netaansluitkabel
Pagina19
Transportbeveiligingen
Watertoevoerslang
Pagina18
Noodontgrendeling
Pagina44
Timelight
Aftapslang
Pagina37
6.2 Wasmiddellade
Opmerking: Neem de gegevens van
de fabrikanten over het gebruik en
de dosering van de wasmiddelen en
onderhoudsmiddelen en de informa-
21

nl Display
tie in de programmabeschrijvingen in
acht.
2
3
1
4
Doseerhulp voor vloeibaar was-
middel
Pagina32
Wasmiddelbakje II: wasmiddel
voor de hoofdwas
Wasmiddelbakje : wasverzach-
ter
Wasmiddelbakje I: wasmiddel
voor de voorwas
6.3 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
1
2
3
4
Programma's
Pagina25
Programmakiezer
Pagina31
Display
Pagina22
Knoppen
Pagina24
Display7 Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwij-
zingsteksten.
22

Display nl
Het display toont afhankelijk van de programmastatus enkele aanwijzingen in
het bereik , bijv. .
Voorbeeld display-indicatie
Indicatie Beschrijving
0:40
1
Verwachte programmaduur of resterende tijd van het pro-
gramma in uren en minuten.
10h
1
Programma-eindtijd
"Toetsen", Pagina24
8,0
1
Aanbeveling van de maximale beladingshoeveelheid voor
het ingestelde programma in kg.
––– - 1400 Ingestelde centrifugetoerental in t/min.
Pagina25
0: zonder eindcentrifugeren, alleen afpompen
–––: Spoelstop, zonder afpompen
–– - 70 Ingestelde temperatuur in °C.
Pagina25
–– (koud)
(Start/Reload) Starten, annuleren of pauzeren
brandt: het programma draait en kan worden afgebro-
ken of gepauzeerd.
knippert: het programma kan worden gestart of hervat.
Programmastatus: wassen
Programmastatus: spoelen
Programmastatus: centrifugeren
––– Programmastatus: spoelstop
1
Voorbeeld
23

nl Toetsen
Indicatie Beschrijving
End Programmastatus: programma-einde
brandt: het kinderslot is geactiveerd.
knippert: het kinderslot is geactiveerd en het apparaat
werd bediend.
"Kinderslot deactiveren", Pagina34
Verkorte programmaduur is geactiveerd.
"Toetsen", Pagina24
knippert: trommelreiniging vereist. Voer het programma
DrumClean voor de reiniging en het onderhoud van de
trommel en van het loogreservoir uit.
"Trommel reinigen", Pagina35
Het apparaat heeft te veel schuim geconstateerd.
" of sterke schuimvorming.", Pagina41
brandt: de deur is vergrendeld en kan niet worden geo-
pend.
knippert: de deur is niet gesloten.
uit: de deur is ontgrendeld en kan worden geopend.
Geen waterdruk.
De waterdruk van de waterkraan is te laag.
1
Foutcode, foutindicatie, signaal.
Pagina39
Toetsen8 Toetsen
De selectie van de programma-instellingen is afhankelijk van het ingestelde
programma.
Knop Keuze Meer informatie
Start/Reload
(Start/Bijvullen)
starten
annuleren
pauzeren
Programma starten, annuleren of pau-
zeren.
SpeedPerfect activeren
deactiveren
Verkorte programmaduur activeren of
deactiveren.
Opmerking: Het energieverbruik wordt
hoger. Het wasresultaat wordt daar-
door niet beïnvloed.
Finishedin
(Klaar in)
tot 24 uur De programma-eindtijd vastleggen.
De programmaduur is reeds in het in-
gestelde aantal uren inbegrepen.
1
Voorbeeld
24

Programma's nl
Knop Keuze Meer informatie
Na de start van het programma wordt
de programmaduur weergegeven.
Temp.
(Temperatuur)
–– - 70 De temperatuur aanpassen.
Ingestelde temperatuur in °C.
Spin
(Centrifugesnel-
heid)
––– - 1400 Het centrifugetoerental aanpassen of –
–– (spoelstop) activeren.
Ingestelde centrifugetoerental in t/min.
Met de selectie ––– wordt het water
aan het einde van de wascyclus niet af-
gepompt en het centrifugeren gedeacti-
veerd. Het wasgoed blijft in het spoel-
water liggen.
3sec.
(Kinderbeveiliging
3 sec.)
activeren
deactiveren
"Kinderslot", Pagina34
Start/Reload
(Start/Bijvullen)
Meervoudige se-
lectie
"Basisinstellingen", Pagina34
Prewash
(Voorwas)
activeren
deactiveren
Voorwas activeren of deactiveren, bijv.
voor het wassen van sterk verontrei-
nigd wasgoed.
Opmerking: Doe het wasmiddel voor
de voorwas in het compartiment I en
het wasmiddel voor de hoofdwas in het
compartiment II van de wasmiddellade.
"Wasmiddellade", Pagina21
Water/Rinse+
(Water & Spoelen
Plus)
activeren
deactiveren
Wassen met meer water en een extra
spoelcyclus activeren of deactiveren.
Aanbevolen bij bijzonder gevoelige
huid of in gebieden met heel zacht wa-
ter.
Programma's9 Programma's
Opmerkingen
De verzorgingslabels van het wasgoed geven u extra aanwijzingen voor de
programmakeuze.
"Verzorgingsaanwijzingen op verzorgingslabels", Pagina30
Met de temperatuurinstelling van het programma wordt gegarandeerd dat de
op het waslabel aanbevolen temperatuur niet wordt overschreden. De in het
apparaat bereikte temperatuur kan van de ingestelde temperatuur afwijken.
Hierbij wordt bij optimale energie-efficiëntie een zo goed mogelijk wasresul-
taat bereikt.
25

nl Programma's
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Cottons
(Katoen)
Stevig textiel van katoen en linnen wassen.
Ook geschikt als verkort programma voor normaal
vervuild wasgoed als u SpeedPerfect activeert.
Programma-instelling:
max. 70 °C
max. 1400 t/min
8,0
5,0
1
Eco40-60 Textiel van katoen en linnen wassen.
Opmerking: Textiel dat volgens het onderhouds-
symbool met 40 °C tot 60 °C wasbaar is,
kan samen worden gewassen.
Het wasresultaat komt overeen met de best moge-
lijke wasresultaatklasse en is conform de wettelijke
voorschriften.Het wasresultaat komt overeen met
de best mogelijke wasresultaatklasse en is conform
de wettelijke voorschriften.
Voor dit programma wordt de wastemperatuur auto-
matisch afhankelijk van de beladingscapaciteit aan-
gepast om een optimale energie-efficiëntie bij een
zo goed mogelijk wasresultaat te bereiken. De was-
temperatuur kan niet worden gewijzigd.
Het centrifugetoerental bedraagt maximaal 1400 t/
min.
8,0
EasyCare
(Kreukherstel-
lend)
Textiel van synthetisch materiaal wassen.
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 1200 t/min
4,0
QuickMix
(Snel/Mix)
Textiel van katoen, linnen en synthetisch materiaal
wassen.
Geschikt voor licht verontreinigd wasgoed.
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 1400 t/min
4,0
NightWashM
ix
(Mix stil)
Textiel van katoen, linnen en synthetisch materiaal
wassen.
Geschikt voor stil wassen 's nachts.
4,0
1
SpeedPerfect geactiveerd
26

Programma's nl
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Het eindsignaal is gedeactiveerd en een geredu-
ceerd eindcentrifugetoerental is vooringesteld.
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 1400 t/min
Delicates/Silk
(Fijne was/Zij-
de)
Gevoelig, wasbaar textiel van zijde, viscose en syn-
thetische stof wassen.
Gebruik een wasmiddel voor fijne was of zijde.
Opmerking: Was bijzonder gevoelig textiel of textiel
met haken, ogen of beugels in een wasnetje.
Tip: Door de zachte reiniging van het wasgoed ge-
ringe slijtage van textielvezels en microplasticve-
zels.
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 800 t/min
2,0
Wool
(Wol)
Met de hand of in de machine wasbaar textiel van
wol of met en groot wolaandeel wassen.
Om krimp van het wasgoed te vermijden, beweegt
de trommel met textiel bijzonder voorzichtig met
lange pauzes.
Gebruik een wasmiddel voor wol.
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 800 t/min
2,0
Rinse
(Spoelen)
Spoelen met aansluitend centrifugeren en afpom-
pen van het water.
Programma-instelling: max. 1400 t/min
–
Spin/Drain
(Centrifugeren/
Afpompen)
Centrifugeren en water afpompen.
Wanneer u alleen het water wilt afpompen, activeer
dan 0. Het wasgoed wordt niet gecentrifugeerd.
Programma-instelling: max. 1400 t/min
–
Shirts/Blou-
ses
(Overhemden)
Strijkvrije overhemden en blouses van katoen, lin-
nen en synthetische stoffen wassen.
Opmerking: Was overhemden en blouses van zijde
of gevoelige materialen met programma
Delicates/Silk.
2,0
27

nl Programma's
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 800 t/min
Sportswear
(Sport)
Sporttextiel en vrijetijdstextiel van synthetische stof-
fen wassen.
Gebruik een wasmiddel voor sporttextiel.
Gebruik geen wasverzachter.
Tip: Was sterk verontreinigd wasgoed met pro-
gramma EasyCare .
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 800 t/min
2,0
Down
(Dons)
Met dons gevulde kussens, bedovertrekken of
donskleding en vullingen met synthetische vezels
wassen.
Was grote delen afzonderlijk.
Gebruik een wasmiddel voor dons of fijne was.
Doseer spaarzaam.
Gebruik geen wasverzachter.
Opmerking: Rol om overmatige schuimvorming te
vermijden vóór het wassen het wasgoed samen en
verwijder de lucht uit het wasgoed.
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 1200 t/min
1,5
DarkWash
(Donkere was)
Donker en kleurintensief textiel van katoen en
kreukherstellend textiel, bijv. jeans wassen.
Was het wasgoed binnenstebuiten.
Gebruik een vloeibaar wasmiddel.
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 1200 t/min
4,0
DrumClean
(Trommel reini-
gen)
Reiniging en onderhoud van de trommel.
Pagina35
–
1
1
Wassen niet mogelijk
28

Accessoires nl
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Gebruik het programma in de volgende gevallen:
vóór het eerste gebruik
bij frequent wassen met een wastemperatuur van
40°C en lager
na lange afwezigheid
Gebruik een poederwasmiddel met zuurstofbleek-
middel. Doe het poederwasmiddel met zuurstof-
bleekmiddel in de doseerlade II voor de hoofdwas.
Pagina21
Halveer de hoeveelheid wasmiddel om schuimvor-
ming te vermijden.
Gebruik geen wasverzachter.
Gebruik geen wol-, fijn- of vloeibaar wasmiddel.
Opmerking: Wanneer u langere tijd geen program-
ma met 60°C of hogere temperatuur heeft gebruikt,
knippert de indicatie voor de trommelreiniging ter
herinnering.
Su-
perQuick15'/
30'
(SuperKort
15/30 min.)
Textiel van katoen en synthetisch materiaal wassen.
Kort programma voor licht verontreinigde kleine
stukken wasgoed.
De programmaduur bedraagt ca. 30 minuten.
Wilt u de programmaduur tot 15 minuten inkorten,
activeer dan SpeedPerfect. De maximale bela-
dingscapaciteit wordt tot 2,0 kg verlaagd.
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 1200 t/min
4,0
2,0
1
Accessoires10 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Gebruik Bestelnum-
mer
Verlenging watertoe-
voerslang
Koudwater- of Aquastop-watertoe-
voerslang verlengen (2,50 m).
WMZ2381
1
SpeedPerfect geactiveerd
29

nl Wasgoed
Gebruik Bestelnum-
mer
Verlenging wateraf-
voerslang
Waterafvoerslang verlengen (2,20m). 11057910
Bevestigingsbeugels Stevige stand van het apparaat verbete-
ren.
WMZ2200
Bochtstuk Waterafvoerslang fixeren. 00655300
Inzetunits voor vloei-
baar wasmiddel
Vloeibaar wasmiddel doseren. 00605740
Glijplaten Vergemakkelijkt het inschuiven van het
apparaat in de inbouwnis.
00661827
Verhogingsbouwset Verhogingsbouwset voor inbouw of onder-
bouw onder hoog werkblad.
WMZ30400
Wasgoed11 Wasgoed
11.1 Wasgoed voorbereiden
LET OP
In het wasgoed achtergebleven voor-
werpen kunnen het wasgoed en de
trommel beschadigen.
Voor gebruik alle voorwerpen uit
de zakken van het wasgoed verwij-
deren.
Opmerking
Wanneer u uw wasgoed voorbereid,
beschermt u het apparaat en het tex-
tiel.
Zand en aarde uitborstelen
Wasgoed op kleur en textielsoort
sorteren en daarbij de verzor-
gingslabels aanhouden
Ritssluitingen, klittenbandsluitin-
gen, haken en ogen sluiten
Stoffenriemen, stoffen banden en
koorden samenbinden
Gordijnrollen en loodranden verwij-
deren
was kleine of gevoelige items in
een wasnet
grote en kleine stukken wasgoed
door elkaar wassen
Wasgoed met vlekken direct was-
sen
Wasgoed met gedroogde vlekken
voorbehandelen en meerdere ma-
len wassen
Wasgoed uit elkaar gevouwen in
de trommel doen
Wasgoed dat met een chloorbleek-
middel is voorbereid, meerdere
malen uitspoelen voordat het in de
trommel wordt gedaan
11.2 Verzorgingsaanwijzingen
op verzorgingslabels
Verzorgingsaanwijzingen wassen
Sym-
bool
Aanbevolen programma
Katoen (normaal)
Kreukherstellend (voor-
zichtig)
Fijn/zijde voor handwas
(bijzonder voorzichtig)
Wol (handwas)
(niet in de wasmachine
wasbaar)
30

Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel nl
Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel12 Wasmiddel en was-
verzorgingsmiddel
Met de juiste selectie en het gebruik
van wasmiddelen en verzorgingsmid-
delen beschermt u uw apparaat en
uw wasgoed.
Informatie van de fabrikant over ge-
bruik en dosering vindt u op de ver-
pakking.
Opmerkingen
bij gebruik van vloeibare wasmid-
delen uitsluitend zelf stromende
vloeibare wasmiddelen gebruiken
verschillende vloeibare wasmidde-
len niet mengen
wasmiddel en wasverzachter niet
mengen
Geen te lang bewaarde en sterk in-
gedikte producten gebruiken.
gebruik geen oplosmiddelhouden-
de, bijtende of gasvormende mid-
delen
geen chloorbleek gebruiken
Kleurmiddel zelden gebruiken om-
dat het fixeerzout het roestvrij
straal kan aantasten
geen ontkleuringsmiddel in het ap-
paraat gebruiken
De Bediening in essentie13 De Bediening in es-
sentie
13.1 Apparaat inschakelen
Vereiste: Het toestel is correct opge-
steld en aangesloten.
Pagina11
De programmakiezer op een pro-
gramma instellen.
Opmerking: De verlichting van de
trommel dooft automatisch.
13.2 Programma instellen
1.
Programmakiezer draaien en op
het gewenste programma zetten.
"Programma's", Pagina25
2.
Indien gewenst de programma-in-
stellingen aanpassen.
"Toetsen", Pagina24
De programma-instellingen worden
niet permanent voor het program-
ma opgeslagen.
13.3 Deur openen
1.
Onder de deur grijpen en aan de
deur trekken.
2.
De deur openen.
13.4 Trommel vullen met was-
goed
Opmerking: Om kreukvorming te ver-
mijden, dient u de maximale belading
van de programma's in acht te ne-
men.
"Programma's", Pagina25
31

nl De Bediening in essentie
Vereisten
Het wasgoed is voorbereid en ge-
sorteerd.
"Wasgoed", Pagina30
De trommel is leeg.
1.
De deur openen.
Pagina31
2.
Het wasgoed in de trommel leg-
gen.
3.
De deur sluiten.
Zorg ervoor dat er geen kleine
stukken wasgoed tussen de deur
klem zitten.
13.5 Doseerhulp plaatsen
1.
De wasmiddellade uittrekken.
2.
Het inzetstuk omlaagdrukken en
de wasmiddellade verwijderen.
3.
De doseerhulp plaatsen.
13.6 Doseerhulp gebruiken
Om vloeibaar wasmiddel eenvoudi-
ger te doseren, kunt u in de wasmid-
dellade de doseerhulp gebruiken.
Opmerking: Gebruik geen doseer-
hulp voor dikvloeibare wasmiddelen,
waspoeder, bij geactiveerde voorwas
of einde programma-eindtijd.
Vereisten
De wasmiddellade
Pagina21
is
uitgetrokken.
De doseerhulp is geplaatst.
Pagina32
1.
De doseerhulp naar voren schui-
ven.
2.
De doseerhulp naar onderen klap-
pen en vastklikken.
13.7 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel doseren
Opmerking: Houd de aanwijzingen
voor wasmiddel en wasverzorgings-
middel
Pagina31
aan.
1.
De wasmiddellade uittrekken.
2.
Indien gewenst de doseerhulp ge-
bruiken.
Pagina32
3.
Vullen met wasmiddel.
"Wasmiddellade", Pagina21
4.
Indien gewenst met wasmiddel vul-
len.
32

De Bediening in essentie nl
5.
Schuif de wasmiddellade in het ap-
paraat.
13.8 Starten van het program-
ma
Vereisten
Een programma is ingesteld.
Pagina31
De deur is gesloten.
Druk op Start/Reload .
De trommel draait en er vindt een
beladingsherkenning plaats, welke
tot wel 2 minuten kan duren en
daarna stroomt het water in het
apparaat.
Het display toont de programma-
duur of de programma-eindtijd.
Na het programma-einde toont het
display: "End".
13.9 Wasgoed inweken
Opmerking: Om in te weken is geen
extra wasmiddel nodig. Het apparaat
gebruikt het ingespoelde wasmiddel
om in te weken en te wassen.
Vereisten
Het wasgoed is geplaatst.
Pagina31
Het programma is gestart.
Pagina33
1.
Ca. 10 minuten na het starten van
het programma op Start/Reload
drukken.
Het programma pauzeert en het
wasgoed kan inweken.
2.
Na de gewenste inweektijd op
Start/Reload drukken.
13.10 Wasgoed bijvullen
Na het starten van het programma
kunt u het wasgoed afhankelijk van
de programmastatus verwijderen of
bijvullen.
1.
Druk op Start/Reload .
Het toestel pauzeert.
Opmerking: Als u wasgoed wilt bij-
leggen, neem dan de aanwijzingen
op het display in acht.
"Display", Pagina24
2.
De deur openen.
Pagina31
3.
Het wasgoed bijvullen of uitnemen.
4.
De deur sluiten.
5.
Het programma starten.
Pagina33
13.11 Progr. annuleren
1.
Druk op Start/Reload .
2.
De deur openen.
Pagina31
Bij hoge temperatuur en hoog wa-
terniveau blijft de deur van het ap-
paraat om veiligheidsredenen ver-
grendeld.
– Start bij hoge temperatuur het
programma Rinse .
– Start bij een hoog waterniveau
het programma Spin of kies
een geschikt programma voor
het afpompen.
"Programma's", Pagina25
3.
Het wasgoed verwijderen.
Pagina33
13.12 Programma bij spoelstop
hervatten
Vereisten
De spoelstop is geactiveerd.
"Toetsen", Pagina25
De laatste spoelbeurt van het inge-
stelde programma is beëindigd en
het wasgoed ligt in het spoelwater.
1.
Het programma Spin of een pro-
gramma voor het afpompen instel-
len.
Pagina25
2.
Druk op Start/Reload .
13.13 Wasgoed uitnemen
1.
De deur openen.
Pagina31
2.
Het wasgoed uit de trommel ne-
men.
33

nl Kinderslot
13.14 Apparaat uitschakelen
1.
De programmakiezer op Off zet-
ten.
2.
De rubbermanchet reinigen.
Pagina39
Opmerking: De toesteldeur en de
wasmiddellade open laten om te dro-
gen.
Kinderslot14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat tegen onge-
wenst bedienen via de bedieningsele-
menten.
14.1 Kinderslot inschakelen
Op beide toetsen gedurende
3sec. ca. 3 seconden drukken.
Het display toont .
De bedieningselementen zijn ge-
blokkeerd.
Het kinderslot blijft ook na het uit-
schakelen van het apparaat en bij
een stroomuitval geactiveerd.
14.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste: Om het kinderslot te deacti-
veren, moet het apparaat zijn inge-
schakeld.
Op beide toetsen gedurende
3sec. ca. 3 seconden drukken.
Om het lopende programma niet
te annuleren, moet de programma-
kiezer op het uitgangsprogramma
staan.
In het display dooft .
Basisinstellingen15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw
apparaat volgens uw wensen instel-
len.
15.1 Overzicht van de basisin-
stellingen
1
2
3
4
5
6
Programmakiezer met programmaposi-
ties
Geen basisinstelling.
Het volume van het signaal na
het programma-einde instellen:
0 (uit) tot 4 (heel luid)
Fabrieksinstelling: 3
Het volume van het signaal bij
het kiezen van de toetsen instel-
len:
0 (uit) tot 4 (heel luid)
Fabrieksinstelling: 3
De herinnering voor de trom-
melreiniging activeren (On) of
deactiveren (OFF).
Fabrieksinstelling: On
De timelight (optische indicatie
voor programma-informatie op
de vloer) activeren (On) of de-
activeren (OFF).
Het aantal beëindigde program-
ma's weergeven.
15.2 Basisinstellingen wijzigen
1.
Zet de programmakiezer op stand
1.
Pagina34
34

Reiniging en onderhoud nl
2.
Druk op Start/Reload en draai
tegelijkertijd de programmakiezer
op stand 2.
Het display geeft de actuele waar-
de aan.
3.
De gewenste basisinstelling met
de programmakiezer selecteren.
Pagina34
4.
Druk op Finishedin om de
waarde te wijzigen.
5.
Schakel het apparaat uit om de
wijziging op te slaan.
Reiniging en onderhoud16 Reiniging en onder-
houd
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
16.1 Toestel onderhouden
Maatregel Omstandigheid/inter-
val
Trommel
reinigen
Pagina35
knippert.
U hebt 20 wasbeur-
ten met een tempera-
tuur van 40 °C of la-
ger uitgevoerd.
U hebt het toestel
langere tijd niet ge-
bruikt.
Zeef in de
watertoe-
voer
reinigen
1
Het display toont de
foutcode E:30 -10 /
.
Afvoer-
pomp reini-
gen
Pagina36
U hoort klepperende
geluiden.
Het display toont de
foutcode E:36 -25
-26.
Maatregel Omstandigheid/inter-
val
Wasmiddel-
lade reini-
gen
Pagina36
Om de twee maan-
den.
Rubber-
manchet
reinigen
Pagina39
Na elke wasbeurt.
Apparaat
ontkalken
U ziet kalkvlekken
aan de binnenkant
van de deur of op de
rubbermanchet.
16.2 Trommel reinigen
Reinig de trommel als u 20 wasbeur-
ten bij een temperatuur van 40°C of
lager hebt uitgevoerd, als knippert
of als u het toestel langere tijd niet
hebt gebruikt, minstens echter een
keer per jaar.
VOORZICHTIG
Kans op letsel!
Het permanent wassen op lage tem-
peraturen en een ontbrekende be-
luchting van het apparaat kunnen de
trommel beschadigen en kunnen let-
sels veroorzaken.
Regelmatig een programma voor
de reiniging van de trommel uit-
voeren of met temperaturen van
minstens 60°C wassen.
Het apparaat na elk gebruik bij
een geopende deur en wasmiddel-
lade laten drogen.
Tip: Onze geteste en goedgekeurde
machineonderhoudsmiddelen en ma-
chinereinigers kunt u op internet op
https://www.bosch-home.com/store
of via onze servicedienst bestellen.
1
Meer informatie vindt u in de digitale gebruiksaanwijzing door het inscannen van de
QR-code in de inhoudsopgave of op
www.bosch-home.com
.
35

nl Reiniging en onderhoud
Het programma DrumClean
zonder wasgoed met een poeder-
reinigingsmiddel met zuurstof-
bleekmiddel of een reinigingsmid-
del voor het onderhoud van de
binnenruimte van het apparaat uit-
voeren.
16.3 Schoonmaken van de
wasmiddellade
Opmerking: Scan de QR-code om
een animatie van het verloop te zien.
1.
De wasmiddellade uittrekken.
2.
Inzetstuk naar beneden drukken
en de wasmiddellade verwijderen.
3.
Het inzetstuk van onderen naar bo-
ven eruit trekken.
4.
De wasmiddellade en het inzetstuk
met water en borstel reinigen en
drogen.
5.
Het inzetstuk plaatsen en vastklik-
ken.
6.
De opening voor de wasmiddella-
de reinigen.
7.
Schuif de wasmiddellade in het
toestel.
16.4 Afvoerpomp reinigen
Reinig de afvoerpomp regelmatig,
minstens echter een keer per jaar
36

Reiniging en onderhoud nl
evenals in geval van storingen, bijv.
bij verstoppingen of geklapper.
Opmerking: Scan de QR-code om
een animatie van het verloop te zien.
Voordat u de animatie start, de vol-
gende veiligheidsvoorschriften in
acht nemen.
Afvoerpomp legen
1.
De waterkraan sluiten.
2.
Het apparaat uitschakelen.
3.
Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
4.
De plintplaat verwijderen.
5.
Een passende opvangbak voor het
aflaten van het waswater onder de
opening schuiven.
6.
Neem de aftapslang uit de houder.
7.
VOORZICHTIG‒Kans op ver-
branding!
Het sop wordt heet bij het wassen
met hoge temperaturen.
Raak het hete sop niet aan.
Trek het afsluitstopje los om het
waswater in de opvangbak te laten
stromen.
8.
Na het leegmaken het afsluitstopje
er weer opdrukken.
9.
De aftapslang in de houder klem-
men.
Afvoerpomp reinigen
Vereiste: De afvoerpomp is leeg.
37

nl Reiniging en onderhoud
1.
Omdat er nog restwater in de
pomp kan zitten, het deksel er
voorzichtig uit draaien.
Door grote verontreinigingen
kan het filterelement in het
pomphuis vastzitten. Verontreini-
gingen losmaken en filterele-
ment verwijderen.
2.
Binnenruimte, schroefdraad van
het pompdeksel en pomphuis rei-
nigen.
3.
Verifieer dat de rotor van de pomp
makkelijk ronddraait.
4.
Het pompdeksel plaatsen en tot
aan de aanslag aandraaien.
De greep van het pompdeksel
moet verticaal staan.
5.
Opmerking: Bij het inzetten van de
plintplaat erop letten dat bij een
voorgeschoven plintplaat of bij ho-
ge inbouw met een vlak afsluitend
meubelfront de timelight niet zicht-
baar is.
De plintplaat monteren.
Vóór de volgende keer wassen
Om te voorkomen dat bij de volgen-
de wasbeurt wasmiddel ongebruikt in
de afvoer stroomt, voert u een ge-
schikt programma voor het afpom-
pen uit nadat u de pomp heeft ge-
leegd.
1.
De waterkraan openen.
38

Storingen verhelpen nl
2.
De stekker in het stopcontact ste-
ken.
3.
Het apparaat inschakelen.
4.
Een liter water in compartiment II
gieten.
5.
Kies een geschikt programma voor
het afpompen.
"Programma's", Pagina25
16.5 Rubbermanchet reinigen
Reinig de rubbermanchet regelmatig.
1.
De deur openen.
Pagina31
2.
Vreemde voorwerpen en pluizen
uit de trommel en de rubberman-
chet verwijderen.
3.
De rubbermanchet van buiten en
van binnen met een vochtige doek
reinigen en droogwrijven.
Storingen verhelpen17 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Het toestel of de eigenschappen van het toestel nooit technisch veranderen.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding
van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-
dere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Het display is gedoofd
en Start/Reload
knippert.
De energiebesparingsmodus is actief.
Druk op Start/Reload .
E:36 -10 / E:30 -80 /
E:18
Waswater wordt niet
weggepompt.
Waterafvoerslang is te hoog aangesloten, geknikt, inge-
klemd of ontoelaatbaar verlengd.
Controleer de installatie van de waterafvoerslang.
Pagina18
Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
39

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
E:36 -10 / E:30 -80 /
E:18
Waswater wordt niet
weggepompt.
Pomp is verstopt of pompdeksel is niet correct geïn-
stalleerd.
Controleer of het pompdeksel correct is geïnstal-
leerd.
Pagina36
Reinig de afvoerpomp.
Pagina36
Wasmiddeldosering is te hoog.
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke bela-
ding de hoeveelheid wasmiddel.
––– is geactiveerd.
Het programma Spin of een geschikt programma
om af te pompen starten.
Pagina25
E:36 -25 -26 Afvoerpomp is verstopt.
Reinig de afvoerpomp.
Pagina36
E:60 -2B / E:32 /
H:32
Toestel heeft het centrifugeren wegens ongelijkmatige
verdeling van het wasgoed afgebroken.
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
E:30 -10 / Waterkraan is gesloten.
Open de waterkraan.
Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd.
Controleer de installatie van de watertoevoerslang.
Pagina18
Zeef in de watertoevoer is verstopt.
Reinig de zeef in de watertoevoer.
Scan de QR-code om een animatie van het verloop
te zien.
Waterdruk is laag.
Controleer of de waterkraan over voldoende water-
druk beschikt.
Waterpeilmeetsysteem is defect.
Met de foutmelding start het toestel een afpompproce-
dure.
1.
Wacht ca. 5 minuten tot de afpompprocedure is be-
ëindigd.
2.
Start het toestel opnieuw op.
Indien nodig start de afpompprocedure opnieuw.
3.
Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op
met de klantenservice.
Pagina46
40

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
E:35 -10 / E:23 Toestel lekt.
1.
Sluit de waterkraan.
2.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina46
E:30 -20 Kritieke functiestoring.
Sluit de kraan.
Met de foutmelding start het toestel een afpompproce-
dure.
1.
Wacht ca. 5 minuten tot de afpompprocedure is be-
ëindigd.
2.
Start het toestel opnieuw op.
Indien nodig start de afpompprocedure opnieuw.
3.
Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op
met de klantenservice.
Pagina46
Wasmiddeldosering is te hoog.
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke bela-
ding de hoeveelheid wasmiddel.
Extra water werd gevuld.
Vul tijdens het bedrijf geen extra water in het toestel.
Alle andere foutcodes. Storing
1.
Start het toestel opnieuw op.
2.
Als de storing opnieuw optreedt, koppel het toestel
dan gedurende minstens 30 seconden los van het
stroomnet.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact
trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3.
Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op
met de klantenservice.
Pagina46
Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmel-
ding door. Documenteer indien mogelijk de storing
met foto's en video's.
of sterke schuim-
vorming.
Wasmiddeldosering is te hoog.
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzachter
met 0,5 liter water en giet dit mengsel in het com-
partiment II (niet bij outdoor-, sportswear- en donst-
extiel).
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke bela-
ding de hoeveelheid wasmiddel.
knippert. Deur is niet volledig gesloten.
1.
Zorg ervoor dat er geen kleine stukken wasgoed
tussen de deur klem zitten.
2.
Sluit de deur.
41

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Trommelreiniging vereist.
Reinig de trommel.
Pagina35
Programma start niet. Kinderbeveiliging is geactiveerd.
Deactiveer het kinderslot.
Pagina34
Finishedin is geactiveerd.
Controleer of Finishedin is geactiveerd.
Pagina24
Timelight brandt niet. Timelight is gedeactiveerd.
Activeer het timelight.
Pagina34
De energiebesparingsmodus is actief.
Druk op Start/Reload .
Programma is gepau-
zeerd of afgebroken,
maar deur kan niet
worden geopend.
Temperatuur is te hoog.
Start het programma Rinse of wacht tot de tem-
peratuur is gedaald.
Waterniveau is te hoog.
Start het programma Spin of een geschikt pro-
gramma om af te pompen.
Pagina25
Deur kan bij een
stroomuitval niet wor-
den geopend.
Deur is vergrendeld.
Open de deur met de noodontgrendeling.
Pagina44
Trommel schokt na
programmastart.
Geen storing. Interne motortest is gestart.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Trommel draait, er
stroomt geen water in
het apparaat.
Geen storing. Beladingsherkenning is gedurende 2 mi-
nuten actief.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Het water is in de
trommel niet zicht-
baar.
Geen storing. Water is onder het zichtbare bereik.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Meermaals beginnen
met centrifugeren.
Geen storing. Toestel compenseert onbalans door
meermaals verdelen van het wasgoed.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Trillingen, bewegingen
en luide geluiden van
het toestel tijdens het
centrifugeren.
Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.
Lijn het toestel uit.
Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd.
Zet de apparaatvoeten vast.
Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd.
Verwijder de transportbeveiligingen.
Hoog centrifugetoe-
rental wordt niet be-
reikt.
Toestel compenseert onbalans door gereduceerd cen-
trifugetoerental.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
42

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
De programmaduur
wijzigt tijdens de was-
cyclus.
Geen storing. Programmaverloop wordt elektronisch
geoptimaliseerd, extra spoelbewerking wordt door ster-
ke schuimvorming ingeschakeld of onbalans wordt ge-
compenseerd.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Ruisende, sissende of
zuigende geluiden.
Geen storing. Water wordt ingespoeld of waswater
wordt afgepompt.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Geklapper, gerammel
in de pomp.
Er is een vreemd voorwerp in de pomp.
Reinig de afvoerpomp.
Pagina36
Wasmiddelresten op
het wasgoed.
Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen be-
vatten, welke zich op het wasgoed afzetten.
Start het programma Rinse of borstel het was-
goed na het drogen uit.
Wasgoed is na het
centrifugeren te nat.
Laag centrifugetoerental is ingesteld.
Start het programma Spin.
Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifuge-
toerental in.
Toestel compenseert onbalans door gereduceerd cen-
trifugetoerental.
1.
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
2.
Start het programma Spin.
Kreukvorming. Gekozen programma is niet geschikt voor de textiel-
soort.
Stel een geschikt programma in.
Pagina25
Hoog centrifugetoerental is ingesteld.
Stel bij de volgende wasbeurt een lager centrifuge-
toerental in.
Belading is niet geschikt.
Neem de maximale beladingshoeveelheid van de
programma's in acht.
Pagina25
Bereid het wasgoed voor.
Pagina30
Bij de watertoe-
voerslang lekt water.
De watertoevoerslang is niet aangesloten of bescha-
digd.
Controleer de installatie van de watertoevoerslang.
Pagina11
Neem bij beschadiging met de klantenservice con-
tact op.
Pagina46
43

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er lekt water bij de
waterafvoerslang.
Waterafvoerslang is niet correct aangesloten of be-
schadigd.
Controleer de installatie van de waterafvoerslang.
Pagina11
Vervang bij beschadiging de waterafvoerslang.
Water komt onder de
deur naar buiten.
Vervuiling aan deur of manchet veroorzaakt lekkage.
Reinig de deur en de manchet.
Wasmiddel of wasver-
zachter druppelt van
de manchet en verza-
melt zich op de deur
of in de manchetplooi.
In de wasmiddellade is te veel wasmiddel of wasver-
zachter.
Let bij het doseren op de markering in de wasmid-
dellade.
Pagina32
In het compartiment
bevindt zich restwater.
Inzet in compartiment is verstopt.
Reinig de wasmiddellade.
Pagina36
Wasverzachter blijft in
de wasmiddellade.
Gebruik met wasverzachter is voor het gekozen pro-
gramma niet mogelijk.
Controleer of wasverzachter voor het gekozen pro-
gramma mogelijk is.
Pagina25
In het apparaat is
geurvorming opgetre-
den.
Vochtigheid en wasmiddelresten kunnen de bacterie-
groei stimuleren.
Reinig de trommel.
Pagina35
Als u het apparaat niet gebruikt, laat dan de deur en
wasmiddellade open zodat het restwater kan opdro-
gen.
17.1 Noodontgrendeling
Deur ontgrendelen
Vereiste: De afvoerpomp is leeg.
1.
LET OP‒Wegstromend water kan
tot materiële schade leiden.
Open de deur niet als er water
achter het glas te zien is.
De noodontgrendeling met behulp
van gereedschap naar onderen
trekken en loslaten.
Het deurslot is ontgrendeld.
2.
De serviceklep plaatsen en vast-
klikken.
3.
De serviceklep sluiten.
44

Transporteren, opslaan en afvoeren nl
17.2 Elektronische kaart reset-
ten
1.
Start het toestel opnieuw op.
2.
Als de storing opnieuw optreedt,
koppel het toestel dan gedurende
minstens 30 seconden los van het
stroomnet.
Haal stekker van het netsnoer uit
het stopcontact trekken of schakel
de zekering in de meterkast uit.
3.
Wanneer de storing aanhoudt,
neem dan contact op met de klan-
tenservice.
Pagina46
Geef tijdens het telefoongesprek
de exacte foutmelding door. Docu-
menteer indien mogelijk de storing
met foto's en video's.
Transporteren, opslaan en afvoeren18 Transporteren, op-
slaan en afvoeren
18.1 Apparaat demonteren
1.
De waterkraan sluiten.
2.
Watertoevoerslang legen.
3.
Het apparaat uitschakelen.
Pagina34
4.
De stekker van het apparaat uit het
stopcontact halen.
5.
Het sop laten laten weglopen.
"Afvoerpomp reinigen",
Pagina36
6.
De slangen demonteren.
18.2 Transportbeveiligingen
plaatsen
Om transportschade te vermijden,
beveiligt u het apparaat vóór het
transport met transportbeveiligingen.
1.
De afdekkap
1
met een schroeven-
draaier verwijderen.
Bewaar de afdekkap.
2.
De 4 transportbeveiligingen plaat-
sen.
18.3 Apparaat opnieuw in ge-
bruik nemen
Voor meer informatie zie Opstellen
en aansluiten
Pagina11
en Lege
wascyclus starten
Pagina20
.
18.4 Afvoeren van uw oude ap-
paraat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
Het apparaat niet opstellen achter
een deur die het openen van de
apparaatdeur blokkeert of verhin-
dert.
Bij afgedankte apparaten de stek-
ker van het netsnoer uit het stop-
contact halen, daarna het netsnoer
doorknippen en het slot van de ap-
paraatdeur dusdanig beschadigen,
1
Het aantal afdekkappen varieert afhankelijk van het model.
45

nl Servicedienst
dat de apparaatdeur niet langer
sluit.
1.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte elek-
trische en elektronische
apparatuur (waste electri-
cal and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de EU
geldige terugneming en
verwerking van oude ap-
paraten.
Servicedienst19 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de
servicedienst in het kader van de fa-
brieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieduur en de garantievoorwaar-
den in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document
over de servicecontacten en garantie-
voorwaarden, bij onze klantenservice,
uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klanten-
service vindt u via de QR-code op
het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoor-
waarden of op onze website.
19.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het
productienummer (FD) vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhanke-
lijk van het model:
aan de binnenkant van de deur.
aan de binnenkant van de onder-
houdsklep.
aan de achterkant van het appa-
raat.
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.
19.2 AQUA-STOP-garantie
In aanvulling op de garantieaanspra-
ken tegen de verkoper op basis van
de koopovereenkomst en op onze fa-
brieksgarantie wordt u schadeloos
gesteld indien aan onderstaande
voorwaarden wordt voldaan.
Als door een fout in het AquaStop-
systeem waterschade wordt ver-
oorzaakt, dan vergoeden wij de
schade van particuliere gebruikers.
Om het waterbeveiligingssysteem
te garanderen moet het apparaat
op het elektriciteitsnet zijn aange-
sloten.
46

Verbruikswaarden nl
De aansprakelijkheidsgarantie
geldt voor de levensduur van het
apparaat.
Voorwaarde voor aanspraak op
garantie is dat het apparaat met
AquaStop vakkundig en overeen-
komstig ons installatievoorschrift is
opgesteld en aangesloten; hiertoe
behoort ook de vakkundig gemon-
teerde verlenging van de
AquaStop (origineel toebehoren).
Onze garantie heeft geen betrek-
king op defecte toevoerleidingen
of armaturen tot aan de AquaStop-
aansluiting op de kraan.
Tijdens het gebruik van een appa-
raat met AquaStop hoeft u er in
principe niet bij te blijven resp. na
het gebruik om veiligheidsredenen
de kraan dicht te draaien. Alleen
bij langere afwezigheid, bijvoor-
beeld als u een paar weken op va-
kantie gaat, moet de kraan worden
dichtgedraaid.
Verbruikswaarden20 Verbruikswaarden
De volgende informatie wordt conform de EU-Ecodesign-verordening gegeven.
De opgegeven waarden voor andere programma's als Eco40-60 zijn slechts
richtwaarden en werden in aansluiting op de geldende norm EN60456 be-
paald.
Programma Bela-
ding
(kg)
Pro-
gram-
maduur
(h:min)
1
Ener-
giever-
bruik
(kWh/
cyclus)
1
Water-
ver-
bruik (l/
cyclus)
1
Maxi-
male
tempe-
ratuur
(°C) 5
min
1
Centri-
fuge-
toeren-
tal (t/
min)
1
Rest-
vocht-
gehalte
(%)
1
Eco40-60
2
8,0 3:26 1,090 55,0 48 1400 50,00
Eco40-60
2
4,0 2:40 0,560 45,0 38 1390 50,00
Eco40-60
2
2,0 2:25 0,170 33 25 1400 54,00
Cottons
20°C
8,0 3:20 0,320 88,0 23 1400 52,00
Cottons
40°C
8,0 3:20 1,030 88,0 45 1400 52,00
Cottons
60°C
8,0 3:20 1,350 88,0 53 1400 52,00
1
De werkelijke waarden kunnen door de invloed van waterdruk, hardheid en inlaattem-
peratuur, omgevingstemperatuur, soort, hoeveelheid en vervuiling van het wasgoed,
gebruikt reinigingsmiddel, schommelingen van de stroomvoorziening en geselecteerde
bijkomende functies van de opgegeven waarden afwijken.
2
Testprogramma conform de EU-Ecodesignverordening en de EU-energielabelverorden-
ing met koud water (15°C).
47

nl Technische gegevens
Programma Bela-
ding
(kg)
Pro-
gram-
maduur
(h:min)
1
Ener-
giever-
bruik
(kWh/
cyclus)
1
Water-
ver-
bruik (l/
cyclus)
1
Maxi-
male
tempe-
ratuur
(°C) 5
min
1
Centri-
fuge-
toeren-
tal (t/
min)
1
Rest-
vocht-
gehalte
(%)
1
Cottons
40°C + Pre-
wash
8,0 4:00 1,200 92,0 45 1400 52,00
EasyCare
40°C
4,0 2:30 0,770 64,0 44 1200 30,00
QuickMix
40°C
4,0 1:05 0,610 45,0 41 1400 55,00
Wool
30°C
2,0 0:45 0,220 42,0 24 800 27,00
Technische gegevens21 Technische gegevens
Apparaathoogte 81,8cm
Apparaatbreedte 59,6cm
Apparaatdiepte 54,4cm
Apparaatdiepte
met gesloten
deur
57,4cm
Apparaatdiepte
met geopende
deur
95,6cm
Gewicht 76,1kg
Maximale bela-
ding
8,0kg
Netspanning 220-240V, 50Hz
Minimale in-
stallatiezekering
10A
Nominaal vermo-
gen
2300W
Opgenomen ver-
mogen
Uit-toestand:
0,12W
Niet-uitgescha-
kelde toestand:
0,50W
Waterdruk Minstens:
100kPa (1bar)
Maximaal:
1000kPa
(10bar)
Lengte van de
watertoe-
voerslang
220cm
Lengte van de
waterafvoerslang
220cm
Lengte van de
netaansluitkabel
210cm
Dit product bevat lichtbronnen van de
energieklasse F De lichtbronnen zijn
leverbaar als reserveonderdeel en
mogen uitsluitend door een hiervoor
1
De werkelijke waarden kunnen door de invloed van waterdruk, hardheid en inlaattem-
peratuur, omgevingstemperatuur, soort, hoeveelheid en vervuiling van het wasgoed,
gebruikt reinigingsmiddel, schommelingen van de stroomvoorziening en geselecteerde
bijkomende functies van de opgegeven waarden afwijken.
48



Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service
directory.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9001714563*
9001714563 (050522)
nl


