Bosch HBG734AB1-B Serie 8 Oven

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Specification
  • Product specification - (Dutch - Holland) Download
  • Data sheet - (Dutch - Holland) Download
Other Documents
  • Legal collection - (Dutch - Holland) Download
HBG734AB1-B photo

User manuals

This is the main product document for model HBG734AB1-B.

The file format is pdf, 44 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Inbouwoven
HBG734A.1
[nl] Gebruikershandleiding en installatie-instructies
background
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid⁠ ⁠ .................................................................⁠ ⁠2
2 Materiële schade vermijden⁠ ⁠ ...................................⁠ ⁠4
3 Milieubescherming en besparing⁠ ⁠ ..........................⁠ ⁠5
4 Uw apparaat leren kennen⁠ ⁠......................................⁠ ⁠6
5 Functies⁠ ⁠....................................................................⁠ ⁠7
6 Accessoires⁠ ⁠ .............................................................⁠ ⁠9
7 Voor het eerste gebruik⁠ ⁠ ........................................⁠ ⁠10
8 De Bediening in essentie⁠ ⁠......................................⁠ ⁠11
9 Snel voorverwarmen⁠ ⁠.............................................⁠ ⁠12
10 Tijdfuncties⁠ ⁠ ..........................................................⁠ ⁠12
11 Gerechten⁠ ⁠ ............................................................⁠ ⁠14
12 Favorieten⁠ ⁠ ............................................................⁠ ⁠15
13 Kinderslot⁠ ⁠ ............................................................⁠ ⁠15
14 Basisinstellingen⁠ ⁠.................................................⁠ ⁠16
15 HomeConnect ⁠ ⁠ ................................................... ⁠ ⁠17
16 Reiniging en onderhoud⁠ ⁠ .................................... ⁠ ⁠19
17 Reinigingsondersteuning⁠ ⁠ .................................. ⁠ ⁠21
18 Drogen⁠ ⁠ ................................................................. ⁠ ⁠22
19 Apparaatdeur⁠ ⁠ ...................................................... ⁠ ⁠22
20 Rekjes⁠ ⁠ .................................................................. ⁠ ⁠25
21 Storingen verhelpen⁠ ⁠........................................... ⁠ ⁠27
22 Afvoeren⁠ ⁠ .............................................................. ⁠ ⁠29
23 Servicedienst⁠ ⁠ ...................................................... ⁠ ⁠29
24 Informatie over vrije software en opensource-
software⁠ ⁠ ............................................................... ⁠ ⁠30
25 Conformiteitsverklaring⁠ ⁠ ..................................... ⁠ ⁠30
26 Zo lukt het⁠ ⁠............................................................ ⁠ ⁠30
27 MONTAGEHANDLEIDING⁠ ⁠ .................................. ⁠ ⁠36
27.1 Algemene montage-instructies⁠ ⁠...................... ⁠ ⁠36
Veiligheid  1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor vol-
gende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,
sensorische of geestelijke beperkingen of met
gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-
der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het
veilige gebruik van het apparaat en de daaruit
resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet
worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze
15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina9
2
background
Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehouden
om eventueel optredende vlammen te do-
ven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd met
behulp van een pannenlap uit de binnen-
ruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigings-
middel of scherpe metalen schraper voor
het reinigen van het glas van de ovendeur
omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
Draag indien mogelijk veiligheidshandschoe-
nen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten en kan de apparaatdeur open-
springen en er eventueel afvallen. De deurra-
men kunnen kapot gaan en versplinteren.
"Materiële schade vermijden", Pagina4
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
3
background
nl Materiële schade vermijden
Er mogen uitsluitend originele reserveonder-
delen worden gebruikt voor reparatie van het
apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaat-
aansluitkabel van dit apparaat beschadigd
raakt, moet deze worden vervangen door
een speciale netaansluitkabel of speciale ap-
paraataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de
fabrikant of de klantenservice.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-
schadigd, dan direct de stekker van het net-
snoer uit het stopcontact halen of de zeke-
ring in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina29
Na de installatie van het apparaat mogen de
openingen in de achterwand van het apparaat
niet toegankelijk zijn.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-
ren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal
spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen
houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
Glazen kapje niet aanraken.
Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten
van de lampfitting onder spanning.
Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
Tevens de stekker uit het stopcontact halen
of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Materiële schade vermijden2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de
apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De
deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door
de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar bin-
nen sterk vervormen.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgie-
ten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de
binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer
en het email wordt beschadigd.
Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort
dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
4
background
Milieubescherming en besparing nl
Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder
dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-
nenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-
ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of la-
ten steunen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires
krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur
wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente
verkleuringen ontstaan.
Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact
komen met de deurruit.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept
of de instellingsadviezen dat aangeven.
"Zo lukt het", Pagina30
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en
het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bak-
ken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat ver-
volgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te
bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruim-
te.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te wor-
den.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi-
en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voed-
sel te ontdooien.
Het display in de basisinstellingen uitschakelen.
"Basisinstellingen", Pagina16
Er wordt energie bespaard wanneer het display wordt
uitgeschakeld.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake
ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakel-
de toestand sprake van een andere toestand. Deze
wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het ap-
paraat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen
Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display)
Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog
van een "standby-stand", en daarom wordt de aandui-
ding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaar-
stand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden ge-
bruikt.
5
background
nl Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw appa-
raat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoe-
stand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
2 2
Display met instelring
Via het display stelt u met behulp van de digitale
instelring het apparaat in.
U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijkhe-
den of aanwijzingsteksten.
"Display", Pagina6
Knoppen
Met de knoppen stelt u de verschillende functies
direct in.
"Knoppen", Pagina6
4.2 Knoppen
Met de knoppen kiest u de verschillende functies direct.
Knop Functie
Apparaat in- of uitschakelen.
"De Bediening in essentie", Pagina11
Functiekeuze-menu openen.
"Functies", Pagina7
Eén instelling terug gaan.
Werking starten of onderbreken.
"De Bediening in essentie", Pagina11
Timer selecteren.
"Timer instellen", Pagina13
Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kin-
derslot activeren.
"Kinderslot", Pagina15
4.3 Display
Het display is in verschillende gebieden onderverdeeld.
Digitale instelring
Met de digitale instelring van buiten rond het display
verandert u de instelwaarden.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale
waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display
staan. Draai indien nodig de waarde met de instelring
weer terug.
Statusindicatie
Van boven op het display wordt statusinformatie weer-
gegeven.
Symbool Betekenis
Timer is geactiveerd.
"Timer instellen", Pagina13
Kinderbeveiliging is geactiveerd.
"Kinderslot", Pagina15
WiFi-signaalsterkte voor HomeConnect.
Hoe meer lijntjes van het symbool gevuld
zijn, des te beter is het signaal.
Wanneer het symbool is doorgestreept ,
dan is er geen WiFi-signaal.
Wanneer er een "x" bij symbool is, dan
is er geen verbinding met de HomeCon-
nect server.
"HomeConnect ", Pagina17
Start op afstand met HomeConnect is
geactiveerd.
"HomeConnect ", Pagina17
Diagnose op afstand met HomeConnect
voor onderhoud is geactiveerd.
"HomeConnect ", Pagina17
Instelbereik
In het midden van het display is het instelbereik.
In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden en
reeds uitgevoerde instellingen.
Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-
taal aangebracht. Keuzelijsten bij functies zijn verticaal
gerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegt
u over het display. Om een functie te kiezen, op de
functie in het display drukken.
"Functie instellen", Pagina11
Mogelijke symbolen in het instelbereik
Symbool Betekenis
Instelwaarde bevestigen.
Instelwaarde resetten.
Tijdens het gebruik instelwaarde wijzigen.
Opmerking: Een blauwe markering "new" of een blauwe
stip bij een functie geeft aan dat met de HomeConnect
app een nieuwe functie, een nieuwe favoriet of een up-
date op uw apparaat werd gedownload.
4.4 Binnenruimte
Verschillende functies in de binnenruimte ondersteunen
bij het gebruik uw apparaat.
6
background
Functies nl
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina9
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op een
of meerdere niveaus met telescooprails uitgerust.
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
"Rekjes", Pagina25
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje
poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden
of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-
bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-
ruimte dan gericht op.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte re-
genereren", Pagina21
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-
te.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de ver-
lichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan
ca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra
het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-
digd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt
via de deur.
LET OP
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het ap-
paraat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven niet af.
Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit het
kookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilator
na bedrijf nog een bepaalde tijd na.
Opmerking: U kunt de nalooptijd wijzigen in de basisin-
stellingen. Wanneer u vaak zeer vochtige gerechten be-
reidt of in het kookcompartiment warm houdt, dan stelt
u een langere nalooptijd in.
"Basisinstellingen", Pagina16
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking automatisch voortgezet.
Functies5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere func-
ties van uw apparaat.
Om het menu te openen op drukken.
Functie Gebruik
Verwar-
mingsmetho-
den
Fijn afgestemde verwarmingsmethoden
voor een optimale bereiding van uw ge-
rechten kiezen.
"Verwarmingsmethoden", Pagina7
"De Bediening in essentie", Pagina11
Favorieten Eigen opgeslagen instellingen gebruiken.
"Favorieten", Pagina15
Gerechten Geprogrammeerde, aanbevolen instellin-
gen voor verschillende gerechten gebrui-
ken.
"Gerechten", Pagina14
Functie Gebruik
Reiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
"Reinigingsondersteuning", Pagina21
"Drogen", Pagina22
Basisinstel-
lingen
Basisinstellingen aanpassen.
"Basisinstellingen", Pagina16
HomeConnect
Met HomeConnect kunt u de oven met een mobiel
eindapparaat verbinden en op afstand bedienen om de
volledige functionaliteit van het apparaat te benutten.
Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Ho-
meConnect app extra of uitgebreide functies voor uw
apparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden in
de app.
"HomeConnect ", Pagina17
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
7
background
nl Functies
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de
waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Bij temperatuurinstellingen boven 275°C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot
ca. 275°C resp. grillstand 1.
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuur-
bereik
Gebruik en werkwijze
3D-hetelucht 30 - 275°C Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30 - 300°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsme-
thode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Eco hetelucht 125-250 °C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voor-
zichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als
u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwar-
men zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-
gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-
bruikt.
Air Fry 30 - 300°C Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschikt
voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
Boven- en onder-
warmte Eco
150-250 °C Gekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als
u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwar-
men zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van
het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen 30 - 300°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten
gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, klein Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine
hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand 30 - 275°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen no-
dig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Langzaam garen 70 - 120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en lang-
zaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven
en van onderen.
Ontdooien 30 - 60°C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien.
Onderwarmte 30 - 250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Warmhouden 50 - 100°C Gerechten die al klaar zijn warmhouden.
Servies voorverwar-
men
30 - 90°C Servies voorverwarmen.
8
background
Accessoires nl
5.2 Temperatuur
Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de
meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur
in de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingestelde
temperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120|210°C.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment om
de gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan-
gegeven temperatuur in de binnenruimte en de ingestel-
de temperatuur gelijk zijn.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weerge-
geven temperatuur een beetje afwijken van de werkelij-
ke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Als het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijn
rond de bedieningsring de restwarmte in de binnenruim-
te aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe donkerder
de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring helemaal uit.
Accessoires6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op
de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster Bakvormen
Ovenschalen
Vormen
Vlees, bijv. braad- of grillstukken
Diepvriesgerechten
Braadslede Vochtig gebak
Gebak
Brood
Grote braadstukken
Diepvriesgerechten
Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij
het grillen op het rooster.
Bakplaat Plaatgebak
Klein gebak
Air Fry & Grillplaat, geëmail-
leerd met gaatjes
Gerechten knapperig bakken, die door-
gaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites.
Gerechten grillen.
6.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de
binnenruimte schuift.
6.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te
kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen
van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar de
apparaatdeur en de welving naar be-
neden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven schui-
ven.
9
background
nl Voor het eerste gebruik
Plaats het accessoire op de ingeschoven telescoop-
rail.
Rooster of
plaat
De accessoire er zo opleggen, dat het
accessoire op de achterste aanslag van
het uittreksysteem wordt ingelegd.
PUSH
Opmerking: Wanneer de telescooprails volledig zijn
ingeschoven of uitgeschoven, klikt u deze afhankelijk
van het apparaattype in. De telescooprails met een
lichte druk uit hun positie halen.
3.
Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het roos-
ter in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
6.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze
folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klanten-
service.
Voor het eerste gebruik7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten,
moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname
van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten
duren tot op het display de instellingen verschijnen.
1.
Schakel het apparaat in met .
De eerste instelling verschijnt.
2.
Druk wanneer het nodig is de instelling te veranderen,
op een waarde in de lijst of wijzig de waarde met de
instelring.
Mogelijke instellingen:
Taal
HomeConnect
"HomeConnect ", Pagina17
Tijd
"Tijd instellen", Pagina17
3.
Op drukken en naar de volgende instelling gaan.
4.
De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst.
Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op
het display dat de eerste ingebruikname is afgeslo-
ten.
5.
Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het
eerste verwarmen controleert, de deur van het appa-
raat een keer openen en sluiten.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De productinformatie en de toebehoren uit de binnen-
ruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes
piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van
het apparaat verwijderen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen
met een zachte, vochtige doek.
3.
Schakel het apparaat in met .
4.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode 3Dhetelucht
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 1uur
"De Bediening in essentie", Pagina11
5.
In werking stellen.
Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat verwarmt.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
6.
Schakel het apparaat uit met .
10
background
De Bediening in essentie nl
7.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
8.
Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een
schoonmaakdoekje of een zachte borstel.
De Bediening in essentie8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
Schakel het apparaat in met .
Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft.
Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat
het automatisch uit.
Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afge-
broken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indi-
catie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
Start de werking met .
Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
1.
Druk op om de werking te onderbreken.
2.
Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het
menu op het display.
1.
Om in de verschillende keuzemogelijkheden te blade-
ren, over het display vegen.
Om in het menu en andere instelmogelijkheden te
bladeren, naar rechts of links vegen.
Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of omhoog
vegen.
2.
Om een functie te kiezen, op de functie in het display
drukken.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke in-
stelwaarden of andere opties waaruit kan worden ge-
kozen.
3.
Om indien nodig een instelling terug te gaan, op
drukken.
4.
Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelring
gebruiken:
Over de instelring vegen, al naar gelang de ge-
wenste instelling rechts- of linksom.
Of op een bepaalde positie aan de instelring druk-
ken.
Of, zodra de instelring wordt bediend, op het sym-
bool drukken dat verschijnt en de waarde direct
via het numerieke veld invoeren.
5.
De instelling met bevestigen.
6.
Start de werking met .
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking: Uw instellingen kunt u als "Favorieten"
opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina15
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
2.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
3.
Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van de
verwarmingsmethode, op de instelstand.
4.
Stel de temperatuur in met de instelring.
5.
Druk in het display op om de ingestelde tempera-
tuur te bevestigen.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
"Snel voorverwarmen", Pagina12
"Tijdfuncties", Pagina12
6.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoe-
lang het programma al loopt.
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode
voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de ver-
warmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina7
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
Op drukken.
2.
Op drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te
allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de temperatuur drukken.
11
background
nl Snel voorverwarmen
3.
De temperatuur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uit-
gevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschij-
nen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of
waarschuwing.
1.
Op "Info" drukken.
Informatie wordt gedurende enkele seconden weer-
gegeven.
2.
Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren, over
het display vegen.
3.
Indien gewenst de aanwijzing met verlaten.
8.8 Warmhouden gedurende een langere
periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhou-
den, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Ge-
bruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het ge-
bruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen.
Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat
verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het
apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur
pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
1.
Basisinstellingen wijzigen.
"Basisinstellingen", Pagina16
De basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit" wijzi-
gen.
De basisinstelling "Tijdsweergave" in "Aan" wijzi-
gen.
De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar
"Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het
gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd
uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur
van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik
is gereduceerd.
2.
Stel de gewenste functie in.
"Functie instellen", Pagina11
"Verwarmingsmethode en temperatuur instellen",
Pagina11
3.
Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur
in.
"Tijdsduur instellen", Pagina13
"Tijdfuncties", Pagina12
4.
Stel met "Eindtijd" het tijdstip in, waarop de werking
moet eindigen.
"Einde instellen", Pagina13
"Tijdfuncties", Pagina12
5.
Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het ap-
paraat begint te verwarmen.
6.
Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het ap-
paraat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
7.
Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de wer-
king is beëindigd. Na ca. 15tot 20minuten schakelt
het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstel-
lingen weer wijzigen.
Snel voorverwarmen9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij
ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmings-
duur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen
mogelijk:
3Dhetelucht
Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen,
plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in
de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempera-
tuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt
het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
Het symbool is rood verlicht.
3.
Start de werking met .
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt
er een signaal. Het symbool wisselt weer naar wit.
4.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
1.
Op het display op drukken.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
Het symbool wisselt weer naar wit.
Tijdfuncties10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop
de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onaf-
hankelijk van de werking worden ingesteld.
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na het
verstrijken van de tijdsduur automa-
tisch op met verwarmen.
12
background
Tijdfuncties nl
Tijdfunctie Gebruik
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd instel-
len waarop de werking eindigt. Het ap-
paraat start automatisch zodat de wer-
king op het gewenste tijdstip klaar is.
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Hij beïnvloedt het ap-
paraat niet.
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24uur.
Vereiste: Een functie en een temperatuur of stand zijn
ingesteld.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende
tijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie
"m".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het dis-
play op drukken.
5.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de voor-
ingestelde waarde.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
10.2 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet
zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt
u de tijd niet meer als de werking eenmaal is gestart.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn inge-
steld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Druk op "Eindtijd".
2.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minu-
tenindicatie drukken.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijd met de instelring verschuiven.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het display
op drukken.
5.
Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het ap-
paraat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u
de ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de werking
gestart is en de tijdsduur afloopt.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
Einde annuleren
U kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met resetten.
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur
eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
10.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen
signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur ein-
digt.
1.
Druk op .
2.
Druk om de timer in te stellen, op het display op de
betreffende tijdswaarde, bijv. minutenindicatie "m" of
secondenindicatie "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
13
background
nl Gerechten
3.
De timer met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de timer te starten, op het display op drukken.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de
timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-
gen van de lopende werking op het display. De timer
wordt in de statusindicatie weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de timer
is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de ti-
mer met selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met de instelring wijzigen.
4.
Bevestig met .
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de ti-
mer met selecteren.
2.
Druk op .
3.
De timer met resetten.
Gerechten11 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de
bereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-
matisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en
de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-
miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de
bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
licht gekleurd, glanzend aluminium
niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
11.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het ap-
paraat, al naar gelang het gerecht, verschillende instel-
lingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde
instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op
het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van
de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik
verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.
Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebrui-
ken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit ge-
recht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op "Info" om informatie op te roepen. Sommige
aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u
tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid in-
stellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik
instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht
van uw gerecht in.
11.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u op
het apparaat wanneer u de functie oproept. De selectie
van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van uw
apparaat.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergege-
ven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstellingen", Pagina16
Gerechten
Pavlova
Muffins
Scones
Afbakbroodjes of baguette
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4cm hoog
Lasagne, vers
Fruit crumble
Kip, gehalveerd
Stukken kip
Eend, ongevuld
Ganzenbouten
Babykalkoen, ongevuld
Kalkoenfilet
Turkey, crown - Britse wijze
Gebraden varkenshals zonder been
Gebraden varkensvlees met korstje, bijv. schouder
Gebraden varkenshaas
Pork Loin joint - Britse wijze
Pork Roast joint - Britse wijze
Pork Belly - Britse wijze
Rosbief, kort gebakken
Rosbief, medium
Gestoofd rundvlees
Beef Slow roast joint - Britse wijze
Beef Top side, top rump - Britse wijze
Gebraden kalfsvlees, doorregen
Gebraden kalfsvlees, mager
14
background
Favorieten nl
Lamsbout met been, doorbakken
Lamsbout zonder been, medium
Lamb Shoulder, boned and rolled - Britse wijze
Gebraden gehakt van vers gehakt
Osso buco van kalfsvlees
Eenpansgerecht met vlees
Vis, heel, bakken
Pizza, diepvries met dikke bodem, 1 stuks
Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuks
Frites, diepvries
Aardappels in de oven, heel
Eenpansgerecht + groente
11.4 Gerecht instellen
1.
Druk in het menu op "Gerechten".
2.
Druk op het gewenste gerecht.
Op het display verschijnen de instellingen bij het ge-
recht.
3.
Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde
instellingen aanpassen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina14
4.
Druk op "Info" voor informatie over bijvoorbeeld ac-
cessoires en inschuifhoogte.
5.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het appa-
raat warmt niet meer op.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
11.5 Automatische uitschakelfunctie
De automatische uitschakelfunctie bij de gerechten
zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en braden.
Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het appa-
raat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken
uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is
beëindigd.
Favorieten12 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en op-
nieuw gebruiken.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype/software-
versie moet u deze functie eerst op uw apparaat down-
loaden. Kijk in de HomeConnect app voor meer infor-
matie.
12.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 10 verschillende functies als uw favorieten
opslaan.
Om een functie als favoriet op te slaan, moet u de
HomeConnect app gebruiken. Als uw apparaat ver-
bonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
12.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u de-
ze voor het instellen van de werking kiezen.
1.
In het menu op "Favorieten" drukken.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Indien gewenst kunt u de instellingen wijzigen.
4.
Start de werking met .
Het display geeft de instelwaarden weer.
Opmerking
Let op de informatie bij de verschillende functies:
12.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorte-
ren, of verwijderen.
Om de favorieten te wijzigen, moet u de HomeCon-
nect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is,
volg dan de aanwijzingen in de app.
Kinderslot13 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
13.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in- of
uitgeschakeld is.
Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kin-
derslot te activeren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met worden uitgeschakeld.
Als het apparaat is ingeschakeld, brandt . Wanneer
het apparaat uitgeschakeld is, is niet verlicht.
13.2 Kinderslot deactiveren
U kunt het kinderslot op elk gewenst moment deactive-
ren.
15
background
nl Basisinstellingen
1.
Op een willekeurige plaats op het display drukken.
2.
Om het kinderslot te deactiveren:
De aanwijzing in het display opvolgen, zodat de
ring zich volledig wordt gevuld.
Of ca.4seconden lang ingedrukt houden.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
Basisinstellingen14 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw
wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen
krijgt u op het display met "Info".
Basisinstellin-
gen
Keuze
Taal Zie de keuze op het apparaat.
HomeConnect De oven met een mobiel eindapparaat
verbinden en op afstand besturen.
"HomeConnect ", Pagina17
Tijd Tijd in het 24h-formaat.
Display Keuze
Helderheid Standen 1, 2, 3, 4 en 5
1
Tijdsweergave Aan, qua tijd gelimiteerd
Aan (deze instelling verhoogt het
energieverbruik)
Uit
1
Kloktype Digitaal
1
Analoog
Afstelling Display horizontaal en verticaal stel-
len.
Geluid Keuze
Sensortoets-
toon
Aan
1
Uit
Geluidssignaal Zeer korte tijdsduur (eenmaal)
Korte tijdsduur (ca.5seconden)
Middellange tijdsduur
(ca.10seconden)
1
Lange tijdsduur (ca. 30 seconden)
Apparaatin-
stellingen
Keuze
Nalooptijd ven-
tilator
Minimaal
Aanbevolen
1
Lang
Zeer lang
Telescoopsys-
teem
Niet achteraf aangebracht (bij rekjes
en 1-voudig uittreksysteem)
1
Achteraf aangebracht (bij 2‑ en
3‑voudig uittreksysteem)
Apparaatin-
stellingen
Keuze
Verlichting Bij het bereiden en bij het openen
van de deur
1
Alleen bij het openen van de deur
Altijd uit
Personalise-
ring
Keuze
Merklogo Displays
1
Niet weergeven
Werking na in-
schakelen
Hoofdmenu
1
Verwarmingsmethoden
Gerechten
Favorieten
Verstreken be-
reidingstijd
Niet weergeven
Displays
1
Regionale ge-
rechten
Alle
1
Europese gerechten
Gerechten volgens Britse wijze
Gerechten Alle
1
Geen varkensvlees
Alleen koosjer
Kinderslot Beschikbaar
1
Gedeactiveerd
Automatisch
snel voorver-
warmen
Uit
Aan
1
Fabrieksinstel-
lingen
Keuze
Fabrieksinstel-
lingen
Terugzetten
Info Indicatie
Apparaatinfor-
matie
Technische informatie over het appa-
raat weergeven.
14.2 Basisinstellingen wijzigen
1.
In het menu op "Basisinstellingen" drukken.
2.
Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
3.
Druk op de gewenste basisinstelling.
4.
Druk op de gewenste keuze voor de basisinstelling.
De wijziging wordt bij de meeste basisinstellingen di-
rect overgenomen.
5.
Om nog meer basisinstellingen te wijzigen, met te-
ruggaan en een andere basisinstelling kiezen.
6.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
De wijzigingen zijn opgeslagen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
16
background
HomeConnect nl
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
14.3 Tijd instellen
1.
Druk in het menu op "Basisinstellingen".
2.
Druk op "Tijd".
3.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minu-
tenindicatie drukken.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
4.
De tijd met de instelring instellen.
5.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
De tijd is opgeslagen.
HomeConnect 15 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw ap-
paraat met een mobiel eindapparaat om functies te kun-
nen bedienen via de HomeConnect app, basisinstellin-
gen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te
bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land beschik-
baar. De beschikbaarheid van de functie HomeConnect
is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Ho-
meConnect diensten in uw land. Informatie hierover
vindt u op:
www.home-connect.com
.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de in-
structies in de HomeConnect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiks-
aanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nage-
leefd wanneer u het apparaat via de HomeConnect
app bedient.
"Veiligheid", Pagina2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
15.1 HomeConnect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en in-
geschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een ac-
tuele versie van het iOS- of Android-besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ont-
vangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de HomeConnect app instal-
leren en uw apparaat verbinden.
2.
De aanwijzingen van de HomeConnect app opvol-
gen.
15.2 HomeConnect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of HomeConnect geconfigureerd is en of het apparaat met het
thuisnetwerk is verbonden.
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Home Connect Assis-
tent
Assistent starten
Verbinding verbreken
Via de Home Connect Assistent kunt u uw apparaat verbinden
met de Home Connect app.
Opmerking: Wanneer u de Home Connect Assistent voor de
eerste keer gebruikt, dan is alleen de instelling "Assistent star-
ten" beschikbaar.
WiFi Aan
Uit
Met WiFi kunt u de netwerkverbinding van uw apparaat uitscha-
kelen. Wanneer u eenmaal succesvol bent verbonden, dan kunt
u WiFi deactiveren en verliest u niet uw gedetailleerde gege-
vens. Zodra u WiFi opnieuw activeert, dan maakt uw apparaat
automatisch verbinding.
Opmerking: Bij netwerkgebonden standby verbruikt het appa-
raat maximaal 2Watt.
Status afstandsbedie-
ning
Bewaking
Handmatige start op af-
stand
Bij bewaking kunt u alleen de bedrijfstoestand van het apparaat
in de app weergegeven.
17
background
nl HomeConnect
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Permanente start op af-
stand
Wanneer u omschakelt van bewaking of permanente start op af-
stand naar handmatige start op afstand, dan moet u de start op
afstand elke keer activeren. U kunt de deur van het apparaat
binnen 15 minuten openen, nadat u het starten op afstand heeft
geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor niet gedeac-
tiveerd. Na het verstrijken van de 15minuten wordt met het
openen van de apparaatdeur de handmatige start op afstand
gedeactiveerd.
Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op af-
stand starten en bedienen. Wanneer u het apparaat vaak op af-
stand bedient, dan is het zinvol om Starten op afstand op per-
manent in te stellen.
15.3 Apparaat met HomeConnect app
bedienen
Met de HomeConnect app kunt u het apparaat op af-
stand instellen en starten.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen
kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruim-
te.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het appa-
raat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stop-
contact worden gehaald en moet de deur gesloten
worden gehouden om eventueel optredende vlam-
men te doven.
Vereisten
Het apparaat is uitgeschakeld.
Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Ho-
meConnect app verbonden.
Om het apparaat via de app te kunnen instellen, moet
de handmatige of permanente start op afstand in de
basisinstelling Afstandsbedieningsniveau zijn geselec-
teerd.
1.
Druk op om de handmatige start op afstand te acti-
veren.
De bevestiging op de bakoven is uitsluitend nodig,
wanneer u van bewaking of permanenten start op af-
stand overschakelt naar handmatige start op afstand.
Bij permanente start op afstand is geen bevestiging
op de bakoven noodzakelijk.
2.
Een instelling in de HomeConnect app invoeren en
naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat
start, wordt Starten op afstand automatisch geacti-
veerd. U kunt de instellingen via de HomeConnect
app wijzigen of een nieuw programma starten.
U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minu-
ten openen, nadat u het starten op afstand heeft
geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor
niet gedeactiveerd. Na het verstrijken van de 15mi-
nuten wordt met het openen van de apparaatdeur
de handmatige start op afstand gedeactiveerd.
15.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhel-
pen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates als-
mede voor extra functies en diensten. Hierdoor kunnen
weergaven alsmede de bediening in het display enigs-
zins wijzigen.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde HomeCon-
nectgebruiker bent, de app op uw mobiele eindappa-
raat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Ho-
meConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk
(WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie
wordt u via de HomeConnectapp geïnformeerd.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
In de eerste stap van de download.
In de tweede stap de installatie op uw apparaat.
Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blij-
ven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instel-
lingen in de app kunnen software-updates ook auto-
matisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de instal-
latie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
15.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website:
www.home-connect.com
.
15.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt ver-
bonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aan-
gesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën
door aan de HomeConnect server (eerste registratie):
Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande
uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de inge-
bouwde WiFicommunicatiemodule).
18
background
Reiniging en onderhoud nl
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodu-
le (voor de informatietechnische beveiliging van de
verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huis-
houdapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie
dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u
voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
Reiniging en onderhoud16 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigings-
middelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroor-
zaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de opper-
vlakken van het apparaat.
Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmidde-
len.
Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de
warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-
ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Verschillende reinigingsmiddelen met elkaar gemengd
kunnen chemisch reageren.
Geen reinigingsmiddelen mengen.
Verwijder resten van reinigingsmiddelen volledig.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit
kan oppervlakken beschadigen.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwas-
sen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
"Apparaat schoonmaken", Pagina20
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS Warm zeepsop
Speciale RVS-onder-
houdsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of gelak-
te oppervlakken
Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwij-
deren.
Glas Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
Warm zeepsop
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
"Apparaatdeur", Pagina22
19
background
nl Reiniging en onderhoud
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Deurafscherming Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
"Apparaatdeur", Pagina22
Roestvaststalen
binnenlijst van de
deur
RVS-reiniger Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor
roestvaststaal.
Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken.
Deurgreep Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwij-
deren.
Deurafdichting Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
Warm zeepsop
Azijnwater
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
Opmerkingen
Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt
niet beïnvloed.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende op-
pervlakken
- Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte regenereren",
Pagina21
Glazen kapje van
de ovenlamp
Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes Warm zeepsop
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen.
"Rekjes", Pagina25
Telescoopsysteem Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het bes-
te in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Opmerking: Voor een grondige reiniging de telescooprails verwijde-
ren.
"Rekjes", Pagina25
Toebehoren Warm zeepsop
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.
16.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen
het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met ge-
schikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onder-
delen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmings-
elementen te voorkomen.
20
background
Reinigingsondersteuning nl
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken van
grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
"Reinigingsmiddelen", Pagina19
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve rei-
nigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina19
2.
Drogen met een zachte doek.
Zelfreinigende oppervlakken in de
binnenruimte regenereren
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje
poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken spetters van het bakken, braden of
grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende
oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoen-
de reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct af-
deppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
"Rekjes", Pagina25
3.
Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte
doek verwijderen:
van de gladde emaille oppervlakken
van de apparaatdeur binnen
van de glazen afdekplaat van de ovenlamp
Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
5.
Verwarmingsmethode 3D-hete lucht instellen.
6.
Maximale temperatuur instellen.
7.
In werking stellen.
8.
Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
9.
Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de binnen-
ruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kun-
nen vlekken ontstaan. Resten van suikers en eiwitten
in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven
hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken
zijn resten van zouthoudende levensmiddelen, de
vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk
voor de gezondheid. De vlekken hebben geen in-
vloed op het reinigende vermogen van de zelfreini-
gende oppervlakken.
10.
De rekjes inhangen.
"Rekjes", Pagina25
Reinigingsondersteuning17 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief
voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De
reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door
het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kun-
nen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
17.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp
ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsondersteuning.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
LET OP‒Gebruik van gedestilleerd water in de bin-
nenruimte leidt tot corrosie.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen en
in het midden op de bodem van de binnenruimte gie-
ten.
3.
In het menu op "Reiniging" drukken.
4.
Op "Reinigingsondersteuning" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
5.
Op drukken.
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
noodzakelijke voorbereidingen voor de reinigingson-
dersteuning.
6.
De aanwijzing bevestigen.
De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur loopt
af.
Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigd,
klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een
aanwijzing dat de werking is beëindigd.
7.
Schakel het apparaat uit met .
8.
.
"Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reini-
gen", Pagina22
21
background
nl Drogen
17.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitve-
gen en volledig laten drogen.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
3.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwij-
der hardnekkige resten met een schuursponsje van
roestvrij staal.
4.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek
en daarna met schoon water afnemen.
5.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
6.
Om de binnenruimte volledig te laten drogen, de ap-
paraatdeur ca.1uur open laten of de droogfunctie
gebruiken.
"Drogen instellen", Pagina22
Drogen18 Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, droogt u
de binnenruimte na de reinigingsondersteuning.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
18.1 Binnenruimte drogen
U kunt de binnenruimte laten drogen of de functie dro-
gen gebruiken.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
3.
Water in de binnenruimte opvegen.
4.
Droog de binnenruimte.
Laat om de binnenruimte te drogen de deur van
het apparaat 1 uur open staan.
Om de functie drogen te gebruiken, "Droogfunctie"
instellen.
"Drogen instellen", Pagina22
Drogen instellen
Vereiste:
"Binnenruimte drogen", Pagina22
1.
In het menu op "Reiniging" drukken.
2.
Op "Droogfunctie" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Op drukken.
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het drogen.
4.
De aanwijzing bevestigen.
Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
Als het drogen beëindigd is, klinkt er een signaal. Op
het display verschijnt een aanwijzing dat de werking
is beëindigd.
5.
Schakel het apparaat uit met .
6.
Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van
het apparaat 1 tot 2minuten geopend laten.
Apparaatdeur19 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
19.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier
opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is beveiligd
en kan niet dichtklappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
22
background
Apparaatdeur nl
De apparaatdeur is bevei-
ligd en kan niet worden
verwijderd.
De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De ap-
paraatdeur met beide handen links en rechts vastpak-
ken en er naar boven uit trekken .
4.
De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke onder-
grond leggen.
19.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dicht-
geklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaat-
deur helemaal opengeklapt.
1.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven . De deur van het apparaat tot aan de aan-
slag schuiven.
2.
De apparaatdeur helemaal openen.
3.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen .
De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
4.
Sluit de apparaatdeur.
19.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De vastzethendel op het linker en rechter scharnier
opklappen .
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn
beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten .
4.
De deurafscherming links en rechts van buiten druk-
ken , tot deze losklikt.
5.
De deurafscherming verwijderen .
6.
De binnenruit er uit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
7.
De tussenruit er uit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
23
background
nl Apparaatdeur
8.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting verwij-
deren.
9.
Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen
verwijderen.
De apparaatdeur openen.
De condensstrip naar boven klappen en er uit trek-
ken.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
Reinig de condensstrip met een doek en heet zeep-
sop.
12.
De apparaatdeur reinigen.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina19
13.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
"Deurruiten inbouwen", Pagina24
19.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De condensstrip loodrecht in de houder plaatsen
en naar onderen draaien.
3.
De tussenruit in de linker en rechter houder schui-
ven.
4.
De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de linker
en rechter houder zit.
5.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting inhan-
gen.
6.
Opmerking: Let er bij het inschuiven van de ruit op
dat de glanzende zijde van de ruit buiten is gericht en
de uitsparing links en rechts boven is.
24
background
Rekjes nl
De binnenruit in de linker houder schuiven.
7.
De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de lin-
ker en rechter houder zit.
8.
De deurafscherming aanbrengen en aandrukken,
tot deze hoorbaar vastklikt.
9.
De apparaatdeur helemaal openen.
10.
De vastzethendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen .
De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur
is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
11.
De apparaatdeur sluiten.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Rekjes20 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen of
om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden ver-
wijderd.
20.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen en losma-
ken .
2.
Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
3.
Het rekje reinigen.
"Reinigingsmiddelen", Pagina19
20.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
De rekjes passen alleen links of rechts.
Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen
aan de voorkant zitten.
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken .
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen .
20.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
25
background
nl Rekjes
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
LET OP
De zelfreinigende vlakken in de binnenruimte kunnen
door het verwijderen en plaatsen van de telescooprails
beschadigd raken.
De rekjes eerst verwijderen, voordat u de telescoop-
rails verwijdert of plaatst.
Opmerkingen
Al naar gelang het apparaattype moet u bij apparaten
met rekjes en telescooprails de basisinstellingen voor
de telescooprails aanpassen.
"Basisinstellingen", Pagina16
Telescopische rails kunnen desgewenst op elk niveau
worden ingebouwd.
Indien nodig kunt u alle niveaus met een telescooprail
uitrusten.
1.
Aan de zijkant van de rail op PUSH drukken en de
rail naar achteren schuiven.
2.
PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten
zwenken , tot de voorste bevestiging los is.
a
3.
Trek de rail er naar voren uit.
4.
De telescooprail verwijderen.
5.
De telescooprail reinigen.
"Reinigingsmiddelen", Pagina19
Opmerking: Meer informatie:
20.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking: De telescooprails passen alleen rechts of
links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren
kunnen worden uitgetrokken.
1.
De telescopische rail met de achterste bevestiging
van onderen achter de beide geleidingsstaven van de
gewenste inschuifhoogte invoeren en horizontaal hou-
den.
2.
De rail langs de geleidingsstaven naar achteren gelei-
den en beide houders elk op de onderste staaf schui-
ven. Daarbij met de achterste bevestiging de verti-
cale staaf omvatten.
26
background
Storingen verhelpen nl
3.
PUSH ingedrukt houden en de uittrekrail naar bin-
nen zwenken , tot de bevestiging in de onderste
staaf is ingehangen.
a
4.
PUSH loslaten.
De houder klikt in.
5.
De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en
weer inschuiven.
Opmerking: Meer informatie:
Storingen verhelpen21 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser-
vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina29
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden
vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant
of de klantenservice.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
21.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door
de zekering uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
"Basisinstellingen", Pagina16
Op het display verschijnt "Spra-
che Deutsch".
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
"Eerste keer in gebruik nemen", Pagina10
27
background
nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Werking start niet of wordt onder-
broken.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen.
"Informatie weergeven", Pagina12
Storing
Neem contact op met de .
"Servicedienst", Pagina29
Het apparaat warmt niet op. Demonstratiemodus is ingeschakeld.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast
uit en opnieuw in te schakelen.
2.
Schakel de demonstratiemodus binnen ca. 5minuten in de basisinstellingen
uit.
"Basisinstellingen wijzigen", Pagina16
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer.
Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik.
Als het apparaat uitgeschakeld is,
verschijnt de actuele tijd niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie.
"Basisinstellingen", Pagina16
HomeConnect functioneert niet
correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Ga naar
www.home-connect.com
.
Verlichting van de binnenruimte
werkt niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling naar verlichting.
"Basisinstellingen", Pagina16
Halogeenlamp is defect.
Vervang de ovenlamp.
"Ovenlamp vervangen", Pagina28
Maximale gebruiksduur bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na
meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd
zijn. Er verschijnt een aanwijzing op het display.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de
functie-instellingen.
1.
Om de werking voort te zeggen, schakelt u het apparaat uit met en weer
aan. De werking opnieuw instellen en starten.
2.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met uit.
Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijds-
duur instellen.
"Tijdfuncties", Pagina12
Foutcode bestaande uit letters en
cijfers verschijnt op het display,
bijv. E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit en weer in.
Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
2.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice.
Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
"Servicedienst", Pagina29
Bereidingsresultaat is niet bevre-
digend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept-, hoeveelheid- en le-
vensmiddel-afhankelijk.
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
Tip: Veel overige informatie over de bereiding en de passende instelwaarden
en recepten vindt u in de HomeConnect app of op onze homepage
www.bosch-home.com
.
21.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40
- 43 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in spe-
ciaalzaken. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieuwe ha-
logeenlampen alleen met een schone, droge doek vast.
Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
28
background
Afvoeren nl
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onder-
delen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmings-
elementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder spanning.
Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het
apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektri-
sche schok te voorkomen.
Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De glazen afdekking kan door externe invloeden reeds
gebroken zijn of bij inbouw of uitbouw door te veel druk
breken.
Wees voorzichtig bij het inbouwen of uitbouwen van
de glazen afdekking.
Gebruik handschoenen of een theedoek.
Vereisten
Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektrici-
teitsnet.
De binnenruimte is afgekoeld.
Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Draai het glazen kapje er naar links uit .
3.
Trek de halogeenlamp zonder deze te draaien er uit
.
4.
Plaats de nieuwe halogeenlamp en duw deze stevig
in de fitting.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje
voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Afvoeren22 Afvoeren
22.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoerme-
thoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeen-
stemming met de Europese richtlijn
2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur
(waste electrical and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de
in de EU geldige terugneming en ver-
werking van oude apparaten.
Servicedienst23 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de
garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document over de service-
contacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenser-
vice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en
het volgnummer (Z-Nr.) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via
de QR-code op het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze
website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
De informatie conform verordening (EU) 65/2014, (EU)
66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op
www.bosch-home.com
op de productpagina en de serv-
icepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen
en aanvullende documenten.
23.1 Productnummer (E-Nr.),
productienummer (FD) en volgnummer (Z-
Nr.)
Het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD)
en het volgnummer (Z-Nr.) vindt u op het typeplaatje
van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
29
background
nl Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoon-
nummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gege-
vens noteren.
U kunt de apparaatinformatie ook in de basisinstellingen
laten weergeven.
"Basisinstellingen", Pagina16
Informatie over vrije software en opensourcesoftware24 Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de
houders van de intellectuele eigendom als vrije software
of opensourcesoftware zijn gelicentieerd.
De informatie over de betreffende licentie is in het huis-
houdapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze licen-
tie-informatie via de HomeConnect app raadplegen:
'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-informatie'.
1
Verder kunt u de licentie-informatie downloaden via de
productwebsite. (Zoek daarvoor op de productwebsite
naar uw apparaatmodel en de bijbehorende documenta-
tie.) In plaats daarvan kunt u de betreffende informatie
ook aanvragen via [email protected] of BSH Haus-
geräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.
De broncode wordt u op verzoek ter beschikking ge-
steld.
Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-
Str. 34, D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden
u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende drie
jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste gedu-
rende de periode waarin wij support en reserveonderde-
len voor het betreffende apparaat bieden.
Conformiteitsverklaring25 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de funda-
mentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder
www.bosch-home.com
op de productpagina
van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz): max. 150mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
Zo lukt het26 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat af-
gestemd.
Tip: Veel overige informatie over de bereiding en de
passende instelwaarden en recepten vindt u in de Ho-
meConnect app of op onze homepage
www.bosch-
home.com
.
26.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoe-
veelheid en het recept. Daarom zijn instelbereiken
aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waar-
den.
De instelwaarden gelden voor producten die in de on-
verwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wanneer
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
30
background
Zo lukt het nl
u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoire dan
pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten
niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
Geschikte accessoires kunt u bij de klantenservice, in
de vakhandel of op het internet kopen.
"Meer accessoires", Pagina10
26.2 Aanwijzingen voor het bakken
Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn donke-
re bakvormen van metaal het beste geschikt.
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerech-
ten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm
hebben de gerechten meer tijd nodig en worden don-
kerder aan de bovenkant.
Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede
bereidt, schuif deze er dan op niveau 2 in.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor
deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoeki-
ge vorm.
LET OP
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-
nenruimte.
Inschuifhoogtes
Bakken op één niveau Hoogte
Hoog gebak / vorm op het rooster 2
Plat gebak / bakplaat 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
2niveaus
Braadslede
Bakplaat
3
1
2niveaus
2 roosters met vormen erop
3
1
3niveaus
Bakplaat
Braadslede
Bakplaat
5
3
1
Gebruik de verwarmingsmethode hete lucht.
Opmerking: Gebak op bakplaten of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
26.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij
braden, stoven en grillen
Het insteladvies geldt voor braadproducten op koel-
kasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar
gevogelte.
Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant
van het vel naar beneden op de vorm.
Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½ tot
⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder
knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meer-
dere stukken tegelijkertijd.
Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dikte.
De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker
mals.
Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het
rooster.
Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede met opgelegd rooster een niveau onder
de aangegeven inschuifhoogte in de binnenruimte.
Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot ½liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruim-
te schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn voor
de oven.
Plaats de vorm op het rooster.
Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan.
Braden in open vormen
Gebruik een hoge braadvorm.
Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
Bij vlees moet er tussen het te braden product en het
deksel minimaal 3cm afstand zijn. Het vlees kan tij-
dens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
Circulatiegrillen is zeer geschikt voor de bereiding van
heel gevogelte, hele vis en vlees, bijv. braadvlees met
een korstje.
31
background
nl Zo lukt het
Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en verge-
lijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en
blijven lekker mals.
Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede minstens één niveau onder het rooster in
de binnenruimte.
Opmerkingen
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgescha-
keld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de in-
gestelde grillstand.
Bij het grillen kan rook ontstaan.
26.4 Aanwijzingen voor de bereiding van
kant-en-klaar gerechten
Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van
het soort levensmiddelen. Mogelijk zijn de producten
al bruin of vertonen ze ongelijkmatigheden.
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproduc-
ten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking
nemen.
Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het
kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
Verdeel stuksgerechten, zoals broodjes en aardappel-
producten, gelijkmatig en vlak over de accessoires.
Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen zit.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de verpak-
king aan.
26.5 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op
categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Cake, fijn Tulbandvorm
of
Langwerpige bakvorm
2 150-170 60-80
Cake, 2 niveaus Tulbandvorm
of
Langwerpige bakvorm
3+1 140-150 70-85
Vruchten- of kwarktaart met bo-
dem van zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 170-190 55-80
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm Ø28cm 2 150-160
1
30-40
Zandtaartdeeggebak met vochti-
ge bedekking
Braadslede 3 160-180 55-95
Gebak van gistdeeg met vochtige
bedekking
Braadslede 3 180-190 30-55
Cakerol Bakplaat 3 180-190
1
10-15
Muffins Muffinplaat 2 170-190 20-40
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 3 160-170 25-45
Koekjes Bakplaat 3 140-160 15-25
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-160 15-30
Koekjes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140-160 15-30
Brood, 750g Braadslede
of
Langwerpige bakvorm
2 1. 210-220
1
2. 180-190
1. 10-15
2. 25-35
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bakvorm
2 1. 210-220
1
2. 180-190
1. 10-15
2. 40-50
Plat rond brood Braadslede 3 240-250 20-25
Broodjes, vers Bakplaat 3 180-190 20-30
1
Het apparaat voorverwarmen.
32
background
Zo lukt het nl
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Pizza, vers - op de bakplaat Bakplaat 3 190-210 20-30
Pizza, vers - op de bakplaat, 2 ni-
veaus
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 180-190 30-40
Pizza, vers, dunne bodem, in piz-
zavorm
Pizzaplaat 2 250-270
1
8-13
Börek Braadslede 1 180-190 40-50
Quiche Quiche-vorm met don-
kere coating
2 190-210 25-35
Flammkuchen Braadslede 3 260-270
1
10-15
Ovenschotel, hartig, gegaarde in-
grediënten.
Vuurvaste schaal 2 200-220 30-60
Aardappelgratin, rauwe ingrediën-
ten, 4cm hoog
Vuurvaste schaal 2 150-170 60-80
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 1. 140
2. 160
1. 130-140
2. 50-60
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 2 190-200 120-150
Varkensrug, mager, 1kg Vlakke glazen vorm 2 180 90-120
Runderfilet, medium, 1kg Rooster
+
Braadslede
3 210-220 40-50
2
Gestoofd rundvlees, 1,5kg
3
Gesloten vorm 2 200-220 130-150
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster
+
Braadslede
3 200-220 60-70
2
Burger, 3-4cm hoog Rooster 4 3 25-30
4
Lamsbout zonder been, medium,
1,5kg
5
Open vorm 2 170-190 70-80
6
Vis, gegrild, heel, 300g, bijv. fo-
rel
7
Rooster 2 160-180 20-30
Vis, gestoofd, heel, 300g, bijv. fo-
rel
Gesloten vorm 2 170-190 30-40
Vis, gestoofd, heel, 1,5kg, bijv.
zalm
Gesloten vorm 2 180-200 55-65
Yoghurt
Maak yoghurt met uw apparaat.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk (3,5% vet) op 90°C verwarmen op de
kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C vol-
doende.
3.
150g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk
roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of
kleine glazen.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
8.
Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12uur lang
rusten in de koelkast.
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
5
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
6
Keer het voedsel niet.
7
De braadslede onder het rooster inschuiven.
33
background
nl Zo lukt het
Insteladvies voor desserts, compote
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
40-45 8-9 uur
26.6 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidingswij-
zen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Langzaam garen
Voor alle fijne stukken, die rosé of tot in de perfectie be-
reid moeten worden. Vlees en gevogelte blijven bij lang-
zaam garen bij lage temperaturen sappig en mals.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de
verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste: De binnenruimte is koud.
1.
Gebruik vers, en hygiënisch onberispelijk vlees. Het
beste kunnen stukken zonder been en zonder veel
bindweefsel worden gebruikt.
2.
De vorm op het rooster op niveau 2 in de binnenruim-
te plaatsen.
3.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voorver-
warmen.
4.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
5.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de bin-
nenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat de temperatuur in de
binnenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tijdens
het langzaam garen gesloten.
Tips voor het langzaam garen
Hier vindt u tips voor een goed resultaat bij langzaam
garen.
Vraag Tip
U wilt een eenden-
borst langzaam ga-
ren.
Leg de eendenborst koud in
een pan.
Bak eerst de huidzijde aan.
Eendenborst langzaam garen.
Na het langzaam garen de
eendenborst gedurende 3 tot
5 minuten knapperig grillen.
U wilt uw zacht ge-
gaarde vlees zo heet
mogelijk serveren.
De serveerborden voorverwar-
men.
De bijbehorende sauzen heel
heet serveren.
Insteladvies voor langzaam garen
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Aan-
braad-
duur in
min.
Verwarmings-
methode
Temperatuur
in °C
Tijdsduur
in min.
Eendenborst, rosé à
300g
Open vorm 2 6-8 95
1
60-70
Varkenshaas, heel Open vorm 2 4-6 85
1
75-100
Runderfilet, 1kg Open vorm 2 6-8 85
1
90-150
Kalfsmedaillons, 4cm dik Open vorm 2 4 80
1
50-70
Lamsrack, zonder been,
à 200g
Open vorm 2 4 85
1
30-70
Air Fry
Bereid gerechten door Air Fry knapperig en met weinig
vet. Air Fry is bijzonder geschikt voor gerechten die u
normaal gezien in olie frituurt.
Aanwijzingen voor de bereiding met Air Fry
Neem deze informatie in acht als u gerechten met Air
Fry bereidt.
De bereiding met Air Fry is slechts op een niveau mo-
gelijk.
Het knapperige resultaat bereikt u met de geëmail-
leerde Air-Fry plaat. Door het geperforeerde opper-
vlak is een bijzonder goede luchtcirculatie rondom
het product mogelijk. Wanneer de Air-Fry plaat niet
standaard bij het apparaat is meegeleverd, dan kunt
u de Air-Fry plaat als speciaal accessoire verkrijgen.
De oven niet voorverwarmen.
Geen bakpapier gebruiken. De lucht moet in de bin-
nenruimte circuleren.
Diepgevroren gerechten niet ontdooien.
De gerechten gelijkmatig verdelen op de Air-Fry-plaat
of de braadslede. Indien mogelijk slechts een laag
van de gerechten over het toebehoren verdelen.
1
Het apparaat voorverwarmen.
34
background
Zo lukt het nl
Het toebehoren op hoogte 3 in de binnenruimte
schuiven. Als u het Air Fry plaat gebruikt, kunt u ter
bescherming tegen verontreiniging een lege universe-
le braadslede op hoogte 1 inschuiven.
Halverwege de bereidingstijd het product keren. Bij
grotere hoeveelheden het product 2 keer keren.
Tip: Het product pas na het bereiden zouten. Hierdoor
wordt het product knapperiger.
Gepaneerde groente is eveneens geschikt voor de be-
reiding met Air Fry. Om vet te sparen, de panade met
een verstuiver met olie besproeien. Zo ontstaat een
knapperige korst met weinig vet.
Insteladvies voor Air Fry
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Patat Air Fry plaat
of
Braadslede
3 180-200 15-20
Aardappelsnack, gevuld Air Fry plaat
of
Braadslede
3 180-200 15-20
Aardappel-rösti, diepvries Air Fry plaat
of
Braadslede
3 180-200 15-20
Kipsticks, nuggets, diepvries Air Fry plaat
of
Braadslede
3 180-200 8-12
Vissticks Air Fry plaat
of
Braadslede
3 180-200 10-20
Broccoli, gepaneerd Air Fry plaat
of
Braadslede
3 180-200 10-20
26.7 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te
vergemakkelijken.
Bakken
De instelwaarden gelden voor producten die in de on-
verwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in het
insteladvies in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de
oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde mo-
ment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
Vormen op het rooster:
Eerste rooster: hoogte 3
Tweede rooster: hoogte1
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3niveaus:
Bakplaat: hoogte5
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
Biscuitgebak
Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
steeds midden boven elkaar op de roosters plaat-
sen.
Als alternatief voor een rooster kunt u ook de door
ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Spritskoekjes Bakplaat 3 140-150
1
25-35
Sprits Bakplaat 3 140
1
28-38
Spritskoekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140
1
30-40
Sprits, 3niveaus 2x
Bakplaat
5+3+1 130-140
1
35-55
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
35
background
nl Montagehandleiding
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
+
Braadslede
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
25-35
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
20-30
Kleine taartjes Bakplaat 3 160
2
20-30
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140
1
25-35
Kleine cakes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140
1
25-35
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170
3
25-35
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
30-40
Biscuitgebak, 2 niveaus 2x
Springvorm Ø26cm
3+1 150-160
3
35-50
Appeltaart, 2stuks 2x
Springvorm Ø20cm
2 180-190
2
75-90
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3
2
5-6
Montagehandleiding27 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
 27.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met
het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt uit-
gevoerd, is de veiligheid bij het gebruik ge-
garandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Gebruik de deurgreep niet voor transport of
inbouw.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Niet aansluiten in geval van transportschade.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen
een temperatuur tot maximaal 95°C, aan-
grenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat niet voorverwarmen.
3
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
36
background
Montagehandleiding nl
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen in-
vloed hebben op de werking van elektrische
componenten.
¡ Het apparaat op een horizontaal gesteld vlak
plaatsen.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
1
1.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare mon-
tagebeugel aan de wand worden beves-
tigd.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Na de montage van het apparaat mogen de
openingen in de achterwand van het apparaat
voor kinderen niet toegankelijk zijn, ook niet
via de daaronder liggende laden en keuken-
kastjes. Dit moet door de inbouw worden ge-
waarborgd. In geval van een kookeiland is een
gesloten achterwand noodzakelijk.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-
toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
LET OP
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
Het apparaat niet aan de deurgreep vasthou-
den of dragen.
27.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
27.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een ventila-
tie-opening.
Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de
kookplaat in acht nemen.
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
Werkbladdiepte van min. 600 mm aanhouden.
Let er bij inbouw onder een gaskookplaat op dat het
apparaat niet met de gasaansluiting van de gaskook-
plaat in contact komt.
Schakel eventueel een bevoegde vakkracht voor gas-
installaties in.
37
background
nl Montagehandleiding
27.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen,
eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de minimale dikte van het werkblad berekend .
Type kookplaat a opbouw in mm a vlak gemonteerd in mm b in mm
Inductiekookplaat 37 38 5
Zoneloze inductiekookplaat 47 48 5
Gaskookplaat 27 38 5
1
Elektrische kookplaat 27 30 2
27.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
inbouw in een hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat die-
nen de tussenschotten te beschikken over een venti-
latie-opening.
Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de acces-
soires er zonder probleem uitgenomen kunnen wor-
den.
27.6 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkel-
plaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
1
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.
38
background
Montagehandleiding nl
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is
gewaarborgd.
Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebeho-
ren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
27.7 Hoekinbouw
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
hoekinbouw in acht.
Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan wor-
den geopend, bij de hoekinbouw de minimum afme-
tingen aan. De maat is afhankelijk van de dikte van
het meubelfront en de greep.
27.8 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag
alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
De zekering dient in overeenstemming te zijn met de
vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale
voorschriften.
Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
De aansluitkabel moet op de achterzijde worden inge-
stoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aan-
sluitkabel is bij de klantenservice verkrijgbaar.
De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door
een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Wanneer het display van het apparaat donker blijft,
dan is het verkeerd aangesloten. Scheid het apparaat
van het net, controleer de aansluiting.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of
wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een scheidings-
inrichting volgens de installatievoorschriften zijn inge-
bouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op
garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
groen-geel = aarddraad
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
39
background
nl Montagehandleiding
27.9 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen iso-
latieprofielen worden aangebracht.
27.10 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng aan beide zijden een geschikt vulstuk aan om
eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige
montage te waarborgen.
2.
Het vulstuk op het meubel bevestigen.
3.
Het vulstuk en het meubel voorboren, m een schroef-
verbinding te realiseren.
4.
Het apparaat met adequate schroeven bevestigen.
27.11 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar bui-
ten.
40
background
background
background
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9001938587*
9001938587 (050714) REG25
nl

Specifications

Bosch HBG734AB1-B Questions and Answers