
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid ................................................................. 2
2 Materiële schade vermijden ................................... 4
3 Milieubescherming en besparing .......................... 5
4 Uw apparaat leren kennen ...................................... 5
5 Accessoires ............................................................. 8
6 Voor het eerste gebruik .......................................... 9
7 De Bediening in essentie ...................................... 10
8 Snel voorverwarmen ............................................. 10
9 Tijdfuncties ............................................................ 10
10 Programma's ....................................................... 12
11 Kinderslot ............................................................ 13
12 Basisinstellingen ................................................ 14
13 Reiniging en onderhoud .................................... 14
14 Reinigingsondersteuning .................................. 17
15 Apparaatdeur ...................................................... 17
16 Rekjes .................................................................. 20
17 Storingen verhelpen ........................................... 22
18 Afvoeren .............................................................. 24
19 Servicedienst ...................................................... 24
20 Zo lukt het ............................................................ 24
21 MONTAGEHANDLEIDING .................................. 29
21.1 Algemene montage-instructies ...................... 29
Veiligheid 1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor vol-
gende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,
sensorische of geestelijke beperkingen of met
gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-
der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het
veilige gebruik van het apparaat en de daaruit
resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet
worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze
15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina8
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
2

Veiligheid nl
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehouden
om eventueel optredende vlammen te do-
ven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd met
behulp van een pannenlap uit de binnen-
ruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigings-
middel of scherpe metalen schraper voor
het reinigen van het glas van de ovendeur
omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
Draag indien mogelijk veiligheidshandschoe-
nen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten en kan de apparaatdeur open-
springen en er eventueel afvallen. De deurra-
men kunnen kapot gaan en versplinteren.
"Materiële schade vermijden", Pagina4
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonder-
delen worden gebruikt voor reparatie van het
apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaat-
aansluitkabel van dit apparaat beschadigd
raakt, moet deze worden vervangen door
een speciale netaansluitkabel of speciale ap-
3

nl Materiële schade vermijden
paraataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de
fabrikant of de klantenservice.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-
schadigd, dan direct de stekker van het net-
snoer uit het stopcontact halen of de zeke-
ring in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina24
Na de installatie van het apparaat mogen de
openingen in de achterwand van het apparaat
niet toegankelijk zijn.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-
ren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal
spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen
houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
Glazen kapje niet aanraken.
Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten
van de lampfitting onder spanning.
Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
Tevens de stekker uit het stopcontact halen
of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Materiële schade vermijden2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de
apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De
deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door
de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar bin-
nen sterk vervormen.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgie-
ten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de
binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer
en het email wordt beschadigd.
Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort
dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder
dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-
nenruimte.
4

Milieubescherming en besparing nl
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-
ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of la-
ten steunen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires
krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur
wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente
verkleuringen ontstaan.
Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact
komen met de deurruit.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept
of de instellingsadviezen dat aangeven.
"Zo lukt het", Pagina24
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en
het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bak-
ken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat ver-
volgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te
bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruim-
te.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te wor-
den.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi-
en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voed-
sel te ontdooien.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake
ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakel-
de toestand sprake van een andere toestand. Deze
wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het ap-
paraat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen
Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display)
Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog
van een "standby-stand", en daarom wordt de aandui-
ding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaar-
stand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden ge-
bruikt.
Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw appa-
raat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoe-
stand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de
vorm.
5

nl Uw apparaat leren kennen
1
2 3
Knoppen en display
De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om
een functie te kiezen, slechts licht op het betreffen-
de veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve functies
en de tijdfuncties te zien.
"Knoppen en display", Pagina6
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmings-
methoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand
naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeu-
zeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of
ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeu-
zeknop drukken.
"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina6
Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsmethode in en kiest u instel-
lingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand
naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder.
Afhankelijk van het apparaattype kan de tempera-
tuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelin-
gen of ontgrendelingen in de nulstand op de tem-
peratuurknop drukken.
"Temperatuur en instelstanden", Pagina7
4.2 Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw
apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende sym-
bool op de display. Het kloksymbool licht alleen op
als u de tijd verandert.
Symbool Functie
Tijd , timer , tijdsduur en einde selec-
teren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen,
meerdere keren op de toets drukken.
"Tijdfuncties", Pagina10
Instelwaarden verlagen.
Instelwaarden verhogen.
Gewicht voor programma's kiezen.
"Programma's", Pagina12
Om het kinderslot te activeren of te deactive-
ren, ca.3seconden ingedrukt houden.
"Kinderslot", Pagina13
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
3D-hetelucht Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de ach-
terkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Eco hetelucht Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de ach-
terkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van
het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als u de toesteldeur ook maar kort
opent, blijft het apparaat verwarmen zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de
circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
6

Uw apparaat leren kennen nl
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
Pizzastand Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de ach-
terwand zijn ingeschakeld.
Onderwarmte Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Grill, groot oppervlak
Grillstanden:
1 = laag
2 = gemiddeld
3 = hoog
Platte producten, zoals groenten, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Circulatiegrillen Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Air Fry Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschikt voor normaal
in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
Boven- en onder-
warmte
Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzon-
der geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt u een overzicht over andere functies op de functiekeuzeknop of in het menu van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Snel voorverwarmen Het kookcompartiment zonder accessoires snel voorverwarmen.
"Snel voorverwarmen", Pagina10
Verlichting De kookcompartiment zonder verwarming verlichten.
"Verlichting", Pagina8
Programma's Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken.
"Programma's", Pagina12
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Opmerking: Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot
ca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuur-
verlaging daar niet plaats.
Symbool Functie Gebruik
Nulstand Het apparaat warmt niet op.
50-275 Temperatuurbereik De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3
of
I, II, III
Grillstanden De grillstanden instellen Grill, groot oppervlak
1 = laag
2 = gemiddeld
3 = hoog
Programma's De programmafunctie instellen.
"Programma's", Pagina12
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
De lijn onderin het display wordt,naarmate de binnen-
ruimte opgewarmd raakt, in 3 stappen van links naar
rechts rood gevuld. Tijdens de opwarmingsfasen bij ge-
bruik wordt de lijn één stap korter.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra de 3 vel-
den van de lijn rood gevuld zijn.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weerge-
geven temperatuur een beetje afwijken van de werkelij-
ke temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het ge-
bruik van uw apparaat.
7

nl Accessoires
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires
met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De tele-
scooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden
verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw
wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
"Rekjes", Pagina20
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn
voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en heb-
ben ze een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in ge-
bruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspet-
ters van het bakken, braden of grillen op en breken ze
af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-
bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-
ruimte dan gericht op.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reini-
gen", Pagina16
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de
verlichting aan als het programma loopt. Bij het beëindi-
gen van de werking schakelt de verlichting uit.
Met de stand ovenlamp op de functiekeuzeschakelaar
kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
De koelventilator draait ook bij de stand ovenlamp .
Koelventilator
De koelventilator schakelt tijdens gebruik automatisch
in. De lucht ontsnapt via de deur.
LET OP
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het ap-
paraat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven niet af.
Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit het
kookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilator
na bedrijf nog een bepaalde tijd na.
Opmerking: U kunt de nalooptijd wijzigen in de basisin-
stellingen. Wanneer u vaak zeer vochtige gerechten be-
reidt of in het kookcompartiment warm houdt, dan stelt
u een langere nalooptijd in.
"Basisinstellingen", Pagina14
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking voortgezet.
Accessoires5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op
de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster Bakvormen
Ovenschalen
Servies
Vlees, bijv. braad- of grillstukken
Diepvriesgerechten
Braadslede Vochtig gebak
Gebak
Brood
Grote braadstukken
Diepvriesgerechten
Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij
het grillen op het rooster.
Air Fry & Grillplaat, geëmail-
leerd met gaatjes
Gerechten knapperig bakken, die door-
gaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites.
Gerechten grillen.
8

Voor het eerste gebruik nl
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de
binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te
kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen
van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar de
apparaatdeur en de welving naar be-
neden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven schui-
ven.
Plaats het accessoire op de ingeschoven telescoop-
rail.
Rooster of
plaat
De accessoires zo plaatsen dat de rand
van de accessoires achter het lipje
op de telescooprail zit.
Opmerking: Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
3.
Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het roos-
ter in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze
folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klanten-
service.
Voor het eerste gebruik6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-
voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomon-
derbreking knippert de tijd op het display. De tijd start
bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te
staan.
1.
De tijd met de toets of instellen.
2.
Op de toets drukken.
Het display toont de ingestelde tijd.
9

nl De Bediening in essentie
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
Verwijder de productinformatie en de accessoires uit
de binnenruimte. Verwijder verpakkingsresten, zoals
korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buiten-
zijde van het apparaat.
2.
Veeg gladde oppervlakken in de binnenruimte af met
een zachte, vochtige doek.
3.
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
"De Bediening in essentie", Pagina10
Verwarmingsmetho-
de
3D-hetelucht
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 1uur
4.
Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.
5.
Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-
len.
6.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
7.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
De Bediening in essentie7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen en uitschakelen
1.
Om het apparaat in te schakelen, de functiekeuze-
knop op een willekeurige stand, behalve de nul-
stand draaien.
2.
Om het apparaat uit te schakelen, de functiekeuze-
knop op de nulstand te draaien.
7.2 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop in-
stellen.
2.
De temperatuur of grillstand met de temperatuurknop
instellen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
3.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina6
Opmerking: U kunt op het apparaat de tijdsduur en het
einde voor de werking instellen.
"Tijdfuncties", Pagina10
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop
wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
De temperatuur met de temperatuurkeuzeschakelaar
wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Snel voorverwarmen8 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmtijd verkorten.
8.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnen-
ruimte plaatsen.
1.
Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop in-
stellen.
2.
Stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
Snel voorverwarmen uitsluitend gebruiken bij ingestel-
de temperaturen boven 100°C.
Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een signaal
en dooft de indicatie voor voorverwarmen.
3.
Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
De meest geschikte verwarmingsmethoden zijn:
– 3D-hetelucht
– Boven- en onderwarmte
4.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Tijdfuncties9 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de knop kiest u de verschillende tijdfuncties.
10

Tijdfuncties nl
Tijdfunctie Gebruik
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Deze beïnvloedt het
apparaat niet.
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na het
verstrijken van de tijdsduur automa-
tisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd instel-
len waarop de werking eindigt. Het ap-
paraat start automatisch zodat de wer-
king op het gewenste tijdstip klaar is.
Tijd U kunt de tijd instellen.
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23
uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigen
signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur ein-
digt.
1.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
Stel de timertijd in met de knop of .
Knop Voorgestelde waarde
5 minuten
10 minuten
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30 se-
conden worden ingesteld. Daarna worden de tijdstap-
pen groter, naarmate de waarde hoger is.
Na enkele seconden start de timer en loopt de timer-
tijd af.
Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal
en op het display staat de timertijd op nul.
3.
Druk op een willekeurige knop om de timer uit te
schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
De timertijd met de knop of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de timertijd altijd afbreken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
De timertijd met de knop op nul resetten.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen en gaat uit.
9.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 mi-
nuten instellen.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur
of stand zijn ingesteld.
1.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
De tijdsduur met de knop of instellen.
Knop Voorgestelde waarde
10 minuten
30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stap-
pen van een minuut, daarna in stappen van 5 minu-
ten.
Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
3.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop
drukken.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
De tijdsduur met de knop of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
De tijdsduur met de knop weer op nul zetten.
Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging
over en wordt zonder tijdsduur verder verwarmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23
uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
Bij verwarmingssoorten met grillfunctie kan het einde
niet worden ingesteld.
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt
u het einde niet meer als de werking eenmaal is ge-
start.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
Een verwarmingsmethode en een temperatuur of
stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Op de toets drukken tot op het display is gemar-
keerd.
2.
Op de knop of drukken.
Het display toont het berekende einde.
3.
Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling
over en het display toont het ingestelde einde.
Als de berekende starttijd is bereikt, begint het appa-
raat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
11

nl Programma's
Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop
drukken.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het in-
gestelde einde alleen wijzigen totdat de werking start en
de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
Het einde met de knop naar de actuele tijd plus in-
gestelde tijdsduur terugzetten.
Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging
over en begint het apparaat op te warmen. De tijds-
duur loopt af.
9.5 Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomon-
derbreking knippert de tijd op het display. De tijd start
bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te
staan.
1.
De tijd met de toets of instellen.
2.
Op de toets drukken.
Het display toont de ingestelde tijd.
Tijd wijzigen
U kunt de tijd altijd wijzigen.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te
staan.
1.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
De tijd met de knop of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Programma's10 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automatisch
de optimale instellingen.
10.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest ge-
schikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca.
2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
licht gekleurd, glanzend aluminium
Niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
10.2 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde voedingswaren toegewezen.
Nr. Voedingswaar Servies Instelgewicht Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
01 Kip, ongevuld
panklaar, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht kip nee 2 met de borst naar bo-
ven in de vorm leggen
02 Kalkoenfilet
van het stuk, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht kalkoenfi-
let
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
03 Eenpansgerecht, met
groente
vegetarisch
hoge braadpan met
deksel
Totaalgewicht volgens re-
cept
2 Groente met een lange
bereidingstijd
(bijv.wortelen) in klei-
nere stukken snijden
dan groente met een
korte bereidingstijd
(bijv. tomaten)
04 Goulash
Rund- of varkensvlees
in blokjes, met groente
hoge braadpan met
deksel
Totaalgewicht volgens re-
cept
2 Eerst het vlees erin
doen en daarop de
groente leggen
Het vlees niet eerst
aanbraden
12

Kinderslot nl
Nr. Voedingswaar Servies Instelgewicht Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
05 Gebraden gehakt,
vers
Gehakt van rund-, var-
kens- of lamsvlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht gehakt nee 2 -
06 Gestoofd rundvlees
bijv. klapstuk, schou-
derstuk, fricandeau of
gemarineerd vlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Vlees met
vloeistof be-
dekken
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
07 Runderrollade
gevuld met groente of
vlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van alle
gevulde rollades
Vleesrolletjes
bedekken
bijv. met
bouillon of
water
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
08 Lamsbout, doorbak-
ken
zonder been, gekruid
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
09 Gebraden kalfsvlees,
mager
bijv. lendestuk of fri-
candeau
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
10 Gebraden varkensnek
zonder been, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
10.3 Programma instellen
Opmerking: Na de programmastart kunt u het program-
ma en het gewicht niet meer wijzigen.
1.
Programma's met de functiekeuzeknop instellen.
2.
Programma's met de temperatuurknop instellen.
3.
Het gewenste programma met de toets of instel-
len.
4.
Op de toets drukken.
5.
Het gewicht van uw gerecht met de toets of in-
stellen.
Altijd op het volgende hogere gewicht instellen. Het
gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde be-
reik instellen.
Het display toont de berekende tijdsduur. De tijds-
duur kan niet worden gewijzigd.
Na enkele seconden start het programma en de tijds-
duur loopt af.
Wanneer het programma is beëindigd, klinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul.
6.
Wanneer het programma is beëindigd:
Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
Om een duur voor het nagaren in te stellen, op de
toets drukken. Het apparaat warmt verder op
met de instellingen van het programma.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Kinderslot11 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen wijzigen.
11.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand .
13

nl Basisinstellingen
Houd de toets ingedrukt tot op het display ver-
schijnt.
Om het kinderslot te deactiveren, de toets inge-
drukt houden tot op het display dooft.
Opmerking: Na een stroomuitval is het kinderslot gede-
activeerd.
Basisinstellingen12 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw
wensen instellen.
12.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering
van uw apparaat.
Indicatie Basisinstelling Keuze
Weergave van de tijd = Tijdsweergave uit
= Tijd weergeven
1
Signaalduur na het verstrijken van een tijds-
duur of timertijd
= 10seconden
= 30 seconden
1
= 2minuten
Geluidssignaal bij het indrukken van een
knop
= uit
= aan
1
Nalooptijd van de koelventilator = kort
= gemiddeld
1
= lang
= extra lang
Wachttijd totdat een instelling is overgeno-
men
= 3seconden
1
= 6seconden
= 10seconden
Kinderslot instelbaar = nee
= ja
1
Waterhardheid
2
= onthard
= zacht (tot1,5mmol/l)
= gemiddeld (1,5-2,5 mmol/l)
= hard (2,5-3,8mmol/l)
= zeer hard (>3,8mmol/l)
1
12.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
De knop ca.4seconden ingedrukt houden.
Op het display verschijnt de eerste basisinstelling,
bijv. .
2.
De instelling met de knop of wijzigen.
3.
Met de toets naar de volgende basisinstelling gaan.
4.
Om wijzigingen op te slaan, de knop ca. 4secon-
den lang ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking worden de ba-
sisinstellingen naar de fabrieksinstelling teruggezet.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
Het apparaat met de functiekeuzeknop in- en uitscha-
kelen.
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
Reiniging en onderhoud13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
13.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigings-
middelen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2
Alleen voor apparaattypen met stoomfunctie
14

Reiniging en onderhoud nl
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroor-
zaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de opper-
vlakken van het apparaat.
Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebrui-
ken.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de
warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-
ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwas-
sen.
13.2 Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS Warm zeepsop
Speciale RVS-onder-
houdsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of gelak-
te oppervlakken
bijv. bedieningspa-
neel
Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
Warm zeepsop
RVS-spiraalspons
Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
"Apparaatdeur", Pagina17
Deurafscherming Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
"Apparaatdeur", Pagina17
Deurgreep Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
Warm zeepsop
Azijnwater
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
15

nl Reiniging en onderhoud
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Opmerkingen
Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt
niet beïnvloed.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende op-
pervlakken
- Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen",
Pagina16
Glazen kapje van
de ovenlamp
Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes Warm zeepsop
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
"Rekjes", Pagina20
Uittreksysteem Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het bes-
te in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip: Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen.
"Rekjes", Pagina20
Toebehoren Warm zeepsop
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.
13.3 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen
het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met ge-
schikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken van
grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van
de reinigingsmiddelen aan.
"Reinigingsmiddelen", Pagina14
1.
Het apparaat met heet zeepsop en een schoonmaak-
doekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve rei-
nigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina15
2.
Drogen met een zachte doek.
13.4 Zelfreinigende oppervlakken in de
binnenruimte reinigen
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje
poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken spetters van het bakken, braden of
grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende
oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoen-
de reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct af-
deppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
2.
Maak de rekjes los en verwijder ze uit de binnenruim-
te.
"Rekjes", Pagina20
3.
Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte
doek verwijderen:
– van de gladde emaille oppervlakken
– van de apparaatdeur binnen
16

Reinigingsondersteuning nl
– van de glazen afscherming van de ovenlamp
Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
5.
3D‐hetelucht instellen.
6.
Maximale temperatuur instellen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
7.
Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
8.
Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de binnen-
ruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kun-
nen vlekken ontstaan. Resten van suikers en eiwitten
in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven
hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken
zijn resten van zouthoudende levensmiddelen, de
vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk
voor de gezondheid. De vlekken hebben geen in-
vloed op het reinigende vermogen van de zelfreini-
gende oppervlakken.
9.
De rekjes inhangen.
"Rekjes", Pagina20
Reinigingsondersteuning14 Reinigingsondersteuning
De Reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
het tussendoor reinigen van het kookcompartiment. De
reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door
het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kun-
nen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
14.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp
ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
De accessoires uit de binnenruimte verwijderen.
2.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen en
in het midden op de bodem van de binnenruimte gie-
ten. Sluit de deur van het apparaat.
Gebruik geen gedestilleerd water.
3.
De verwarmingsmethode Onderwarmte met de
functiekeuzeknop instellen.
4.
80°C met de temperatuurknop instellen.
5.
Net zo vaak op de knop drukken totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
6.
De tijdsduur met de knop of op 4minuten instel-
len.
Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
7.
Het apparaat uitschakelen en het kookcompartiment
ca. 20 minuten laten afkoelen.
14.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitve-
gen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
1.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwij-
der hardnekkige resten met een schuursponsje van
roestvrij staal.
3.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek
en daarna met schoon water afnemen.
4.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
5.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
Om het kookcompartiment te laten drogen, de ap-
paraatdeur in de grendelstand (ca. 30°) ca.1uur
openen.
Om het kookcompartiment snel te drogen, het ap-
paraat bij geopende deur ca.5minuten met 3D-he-
telucht en 50°C verwarmen.
Apparaatdeur15 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
15.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier
opklappen.
17

nl Apparaatdeur
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is beveiligd
en kan niet dichtklappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is bevei-
ligd en kan niet worden
verwijderd.
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn
beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De ap-
paraatdeur met beide handen links en rechts vastpak-
ken en er naar boven uit trekken .
4.
De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke onder-
grond leggen.
15.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dicht-
geklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaat-
deur helemaal opengeklapt.
1.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven . De deur van het apparaat tot aan de aan-
slag schuiven.
2.
De apparaatdeur helemaal openen.
3.
De vastzethendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen .
De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur
is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
4.
Sluit de deur van het apparaat.
15.3 Ruit van de deur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De vastzethendel op het linker en rechter scharnier
opklappen .
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn
beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten .
4.
De deurafscherming links en rechts van buiten druk-
ken , tot deze losklikt.
5.
De deurafscherming verwijderen .
18

Apparaatdeur nl
6.
De binnenruit eruit trekken en voorzichtig op een vlak-
ke ondergrond leggen.
7.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting verwij-
deren.
8.
De tussenruit er uit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
9.
Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen
verwijderen.
De apparaatdeur openen.
De condensstrip naar boven klappen en er uit trek-
ken.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
Reinig de condensstrip met een doek en heet zeep-
sop.
12.
De apparaatdeur reinigen.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina15
13.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
"Deurruiten aanbrengen", Pagina19
15.4 Deurruiten aanbrengen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De condensstrip loodrecht in de houder plaatsen
en naar onderen draaien.
3.
De tussenruit in de linker en rechter houder schui-
ven.
19

nl Rekjes
4.
De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de linker
en rechter houder zit.
5.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting inhan-
gen.
6.
De binnenruit in de linker houder schuiven.
7.
De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de lin-
ker en rechter houder zit.
8.
De deurafscherming aanbrengen en aandrukken,
tot deze hoorbaar vastklikt.
9.
De apparaatdeur helemaal openen.
10.
De vastzethendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen .
De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur
is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
11.
Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Rekjes16 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de
rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
16.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen en losma-
ken .
2.
Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
20

Rekjes nl
16.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
De rekjes passen alleen links of rechts.
Let er bij beide telescooprails op dat deze naar voren
uitgeschoven kunnen worden.
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken .
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen .
16.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
LET OP
De zelfreinigende vlakken in de binnenruimte kunnen
door het verwijderen en plaatsen van de telescooprails
beschadigd raken.
De rekjes eerst verwijderen, voordat u de telescoop-
rails verwijdert of plaatst.
Opmerkingen
Al naar gelang het apparaattype moet u bij apparaten
met rekjes en telescooprails de basisinstellingen voor
de telescooprails aanpassen.
"Basisinstellingen", Pagina14
Indien nodig kunt u alle niveaus met een telescooprail
uitrusten.
1.
Achter de rail op PUSH drukken en de rail naar ach-
teren schuiven.
2.
PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten
draaien .
3.
De rail naar voren trekken tot de houder aan de ach-
terkant losgekomen is.
4.
De telescooprail verwijderen.
5.
De telescooprail reinigen.
"Reinigingsmiddelen", Pagina14
16.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking: De telescooprails passen alleen rechts of
links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren
kunnen worden uitgetrokken.
21

nl Storingen verhelpen
1.
De telescooprails tussen de beide stangen plaatsen.
2.
De houder achter tussen de onderste en bovenste
stang invoeren.
3.
PUSH ingedrukt houden en de telescooprail naar
binnen zwenken, totdat de houder voor zich tussen
de beide stangen bevindt .
PUSH loslaten.
De houder klikt in.
4.
De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en
weer inschuiven.
Storingen verhelpen17 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser-
vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina24
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden
vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant
of de klantenservice.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
17.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
22

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Op het display knippert de tijd. Stroomvoorziening is uitgevallen.
Stel de tijd opnieuw in.
"Tijd instellen", Pagina12
Het apparaat schakelt na het ver-
strijken van een tijdsduur niet vol-
ledig uit.
Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Oven-
lamp en koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatie-
lucht blijft de ventilator in de achterwand van het apparaat draaien.
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Het apparaat is uitgeschakeld.
Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld.
De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld.
Op het display brandt en het
apparaat kan niet worden inge-
steld.
Kinderslot is geactiveerd.
Deactiveer het kinderslot met de toets .
"Kinderslot", Pagina13
Op het display verschijnt een mel-
ding met , bijv. - .
Elektronicastoring
1.
Druk op de toets .
Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in.
Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2.
Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de service-
dienst. Geef de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op.
"Servicedienst", Pagina24
Bereidingsresultaat is niet bevre-
digend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept-, hoeveelheid- en le-
vensmiddel-afhankelijk.
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
17.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40
- 43 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in spe-
ciaalzaken. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieuwe ha-
logeenlampen alleen met een schone, droge doek vast.
Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onder-
delen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmings-
elementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder spanning.
Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het
apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektri-
sche schok te voorkomen.
Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De glazen afdekking kan door externe invloeden reeds
gebroken zijn of bij inbouw of uitbouw door te veel druk
breken.
Wees voorzichtig bij het inbouwen of uitbouwen van
de glazen afdekking.
Gebruik handschoenen of een theedoek.
Vereisten
Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektrici-
teitsnet.
De binnenruimte is afgekoeld.
Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Draai het glazen kapje er naar links uit .
3.
Trek de halogeenlamp zonder deze te draaien er uit
.
4.
Plaats de nieuwe halogeenlamp en duw deze stevig
in de fitting.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje
voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
23

nl Afvoeren
Afvoeren18 Afvoeren
18.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoerme-
thoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeen-
stemming met de Europese richtlijn
2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur
(waste electrical and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de
in de EU geldige terugneming en ver-
werking van oude apparaten.
Servicedienst19 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de
garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document over de service-
contacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenser-
vice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via
de QR-code op het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze
website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
De informatie conform verordening (EU) 65/2014, (EU)
66/2014 en (EU) 2023/826 vindt u online op
www.bosch-home.com
op de productpagina en de serv-
icepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen
en aanvullende documenten.
19.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoon-
nummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gege-
vens noteren.
Zo lukt het20 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat af-
gestemd.
20.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoe-
veelheid en het recept. Daarom zijn instelbereiken
aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waar-
den.
De instelwaarden gelden voor producten die in de on-
verwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wanneer
u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoire dan
pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten
niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
Geschikte accessoires kunt u bij de klantenservice, in
de vakhandel of op het internet kopen.
"Meer accessoires", Pagina9
20.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau Hoogte
hoog gebak of vorm op het rooster 2
plat gebak resp. op bakplaat 3
Bakken op twee niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
24

Zo lukt het nl
Bakken op twee niveaus Hoogte
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakplaat
Braadslede
Bakplaat
5
3
1
Opmerkingen
Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden ge-
plaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven
elkaar in de binnenruimte.
Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan
donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
20.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur,
die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de bereidings-
tijd.
Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van
de opgegeven tijd.
Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor
groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot 1/2liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen ge-
sloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats boven-
dien de braadslede, met de schuine kant naar de ap-
paraatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder.
Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruim-
te schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
Gebruik een hoge braadvorm.
De vorm op het rooster plaatsen.
Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
De vorm op het rooster plaatsen.
Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten
braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een
braadslede met glazen deksel. Stel een hogere tem-
peratuur in.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte
ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
20.4 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op
categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bakvorm
2 150-170 50-70
Cake, fijn (in rechthoekige vorm) Tulbandvorm
of
Langwerpige bakvorm
2 150-170 60-80
Cake, 2niveaus Tulbandvorm
of
Langwerpige bakvorm
3+1 140-150 70-85
Vruchten- of kwarktaart met bo-
dem van zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 170-190 55-80
Brioche, 900g, ongevuld Springvorm Ø28cm 2 155 25-40
25

nl Zo lukt het
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Biscuittaart, 6eieren Springvorm Ø28cm 2 150-160
1
30-40
Cakerol Braadslede 3 180-200
1
10-15
Gemarmerde cake, 2kg Braadslede 3 170 30-50
Duitse notenkoekjes, 1,6kg Braadslede 3 165 25-45
Zandtaartdeeggebak met vochti-
ge bedekking
Braadslede 2 160-180 55-95
Boterkoek, 900g Braadslede 3 150 20-35
Gebak van gistdeeg met vochtige
bedekking
Braadslede 3 180-200 30-55
Muffins Muffinplaat 2 170-190 20-40
Klein gebak van gistdeeg Braadslede 3 160-180 25-35
Koekjes Braadslede 3 140-160 15-25
Koekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-160 15-25
Koekjes, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 140-160 15-25
Schuimgebak Braadslede 3 80-90
1
120-150
Brood, 1000 g (in rechthoekige
vorm en op de plaat)
Braadslede
of
Langwerpige bakvorm
2 1. 210-220
1
2. 180-190
1
1. 10-15
2. 40-50
Pizza, vers - op de bakplaat Braadslede 2 200-220 25-35
Pizza, vers - op de bakplaat Braadslede 3 180-200 20-30
Pizza, vers, dunne bodem, in piz-
zavorm
Pizzaplaat 2 250-270
1
15-20
Pizza, vers, dunne bodem, in piz-
zavorm
Pizzaplaat 2 250-270
1
8-13
Quiche Taartvorm
of
Zwart blik
1 210-230 30-40
Quiche Taartvorm
of
Zwart blik
2 190-210 25-35
Börek Braadslede 1 180-200 40-50
Ovenschotel, hartig, gegaarde in-
grediënten
Vuurvaste schaal 2 200-220 30-60
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 1. 140
2. 160
1. 130-140
2. 50-60
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 2 160-170 130-150
Runderfilet, medium, 1kg
2
Rooster
+
Braadslede
3 210-220 40-50
3
Gestoofd rundvlees, 1,5kg
4
Gesloten vorm 2 200-220 130-150
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
De braadslede onder het rooster inschuiven.
3
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
4
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
26

Zo lukt het nl
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster
+
Braadslede
3 200-220 60-70
1
Burger, 3-4cm hoog
2
Rooster 4 3 25-30
3
Lamsbout zonder been, medium,
1,0kg ingebonden
4
Open vorm 2 170-190 70-80
5
Vis, gegrild, heel 300g, bijv.
forel
6
Rooster 2 160-180 20-30
Yoghurt
Maak yoghurt met uw apparaat.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vor-
men gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
3.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
4.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig de instellings-
aanbevelingen.
6.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.
Insteladviezen voor desserts
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
1.
2.
1.100
2.-
1.-
7
2.8-9 uur
20.5 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidingswij-
zen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Air Fry
Bereid gerechten door Air Fry knapperig en met weinig
vet. Air Fry is bijzonder geschikt voor gerechten die u
normaal gezien in olie frituurt.
Aanwijzingen voor de bereiding met Air Fry
Neem deze informatie in acht als u gerechten met Air
Fry bereidt.
De bereiding met Air Fry is slechts op een niveau mo-
gelijk.
Het knapperige resultaat bereikt u met de geëmail-
leerde Air-Fry plaat. Door het geperforeerde opper-
vlak is een bijzonder goede luchtcirculatie rondom
het product mogelijk. Wanneer de Air-Fry plaat niet
standaard bij het apparaat is meegeleverd, dan kunt
u de Air-Fry plaat als speciaal accessoire verkrijgen.
De oven niet voorverwarmen.
Geen bakpapier gebruiken. De lucht moet in de bin-
nenruimte circuleren.
Diepgevroren gerechten niet ontdooien.
De gerechten gelijkmatig in het Air Fry plaat of de uni-
versele braadslede verdelen. Indien mogelijk slechts
een laag van de gerechten over het toebehoren ver-
delen.
Het toebehoren op hoogte 3 in de binnenruimte
schuiven. Als u het Air Fry plaat gebruikt, kunt u ter
bescherming tegen verontreiniging een lege universe-
le braadslede op hoogte 1 inschuiven.
Halverwege de bereidingstijd het product keren. Bij
grotere hoeveelheden het product 2 keer keren.
Tip: Het product pas na het bereiden zouten. Hierdoor
wordt het product knapperiger.
Gepaneerde groente is eveneens geschikt voor de be-
reiding met Air Fry. Om vet te sparen, de panade met
een verstuiver met olie besproeien. Zo ontstaat een
knapperige korst met weinig vet.
1
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
2
De braadslede op inschuifhoogte2 eronder plaatsen.
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
5
Keer het voedsel niet.
6
De braadslede onder het rooster inschuiven.
7
Warm het apparaat 15 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
27

nl Zo lukt het
Insteladvies voor Air Fry
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Frites, diepvries Air Fry plaat 3 180-200 15-25
Gevulde aardappelsnack, diep-
vries
Air Fry plaat 3 180-200 15-25
Aardappel-rösti, diepvries Air Fry plaat 3 180-200 15-25
Kipsticks, nuggets, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 15-25
Vissticks, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 15-25
Broccoli, gepaneerd Air Fry plaat 3 170-190 15-25
20.6 Testgerechten
Bakken
De instelwaarden gelden voor producten die in de on-
verwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in het
insteladvies in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de
oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde mo-
ment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
– Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
– Vormen op het rooster:
Eerste rooster: hoogte 3
Tweede rooster: hoogte1
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3niveaus:
– Bakplaat: hoogte5
– Braadslede, hoogte3
– Bakplaat: hoogte1
Biscuitgebak
– Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
steeds midden boven elkaar op de roosters plaat-
sen.
– Als alternatief voor een rooster kunt u ook de door
ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Sprits Braadslede 3 140-150
1
25-35
Sprits Braadslede 3 140-150
1
20-30
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-150
1
25-35
Sprits, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 130-140
1
35-55
Small Cakes Braadslede 3 150-160
1
25-35
Small Cakes Braadslede 3 150
1
20-30
Small Cakes Braadslede 3 155 25-40
Small Cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
25-35
Small Cakes, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 140
1
30-40
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
25-35
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160 25-45
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3+1 150-160
2
35-50
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
28

Montagehandleiding nl
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3
1
0,5-1,5
Montagehandleiding21 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
21.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met
het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt uit-
gevoerd, is de veiligheid bij het gebruik ge-
garandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Niet aansluiten in geval van transportschade.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen
een temperatuur tot maximaal 95°C, aan-
grenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen in-
vloed hebben op de werking van elektrische
componenten.
¡ Het apparaat op een horizontaal gesteld vlak
plaatsen.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
1
0.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare mon-
tagebeugel aan de wand worden beves-
tigd.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Na de montage van het apparaat mogen de
openingen in de achterwand van het apparaat
voor kinderen niet toegankelijk zijn, ook niet
via de daaronder liggende laden en keuken-
kastjes. Dit moet door de inbouw worden ge-
waarborgd. In geval van een kookeiland is een
gesloten achterwand noodzakelijk.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-
toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
29

nl Montagehandleiding
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
LET OP
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
Het apparaat niet aan de deurgreep vasthou-
den of dragen.
21.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
21.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een ventila-
tie-opening.
In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet
tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten
worden afgesloten.
Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de
kookplaat in acht nemen.
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
Werkbladdiepte van min. 600 mm aanhouden.
Let er bij inbouw onder een gaskookplaat op dat het
apparaat niet met de gasaansluiting van de gaskook-
plaat in contact komt.
Schakel eventueel een bevoegde vakkracht voor gas-
installaties in.
21.4 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
inbouw in een hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat die-
nen de tussenschotten te beschikken over een venti-
latie-opening.
Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de acces-
soires er zonder probleem uitgenomen kunnen wor-
den.
21.5 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkel-
plaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
30

Montagehandleiding nl
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is
gewaarborgd.
Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebeho-
ren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
21.6 Hoekinbouw
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
hoekinbouw in acht.
Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan wor-
den geopend, bij de hoekinbouw de minimum afme-
tingen aan. De maat is afhankelijk van de dikte van
het meubelfront en de greep.
21.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag
alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
De zekering dient in overeenstemming te zijn met de
vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale
voorschriften.
Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
De aansluitkabel moet op de achterzijde worden inge-
stoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aan-
sluitkabel is bij de klantenservice verkrijgbaar.
De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door
een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of
wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een scheidings-
inrichting volgens de installatievoorschriften zijn inge-
bouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op
garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
groen-geel = aarddraad
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
31

nl Montagehandleiding
21.8 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen iso-
latieprofielen worden aangebracht.
21.9 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng aan beide zijden een geschikt vulstuk aan om
eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige
montage te waarborgen.
2.
Het vulstuk op het meubel bevestigen.
3.
Het vulstuk en het meubel voorboren, m een schroef-
verbinding te realiseren.
4.
Het apparaat met adequate schroeven bevestigen.
21.10 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar bui-
ten.
32




Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9002002991*
9002002991 (050507) REG25
nl

