
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................5
3 Milieubescherming en besparing.......................7
4 PLAATSEN EN AANSLUITEN.............................7
5 Uw apparaat leren kennen..................................9
6 Accessoires.......................................................12
7 Voor het eerste gebruik ....................................13
8 Kookplaat bedienen ..........................................13
9 De Bediening in essentie..................................14
10 Snel voorverwarmen.........................................14
11 Reiniging en onderhoud ...................................15
12 Reinigingsondersteuning .................................17
13 Rekjes ................................................................17
14 Apparaatdeur.....................................................19
15 Storingen verhelpen .........................................21
16 Transporteren en afvoeren...............................22
17 Servicedienst.....................................................22
18 Zo lukt het..........................................................23
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Beoogd gebruik
Om het apparaat veilig en op de juiste manier
te gebruiken dient u de aanwijzingen over het
beoogd gebruik in acht te nemen.
De afbeeldingen in deze handleiding dienen
ter informatie.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend als volgt:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-
cessen ononderbroken in het oog.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ op boten of in voertuigen.
¡ als kamerverwarming.
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
U kunt het apparaat niet met een timer of een
afstandsbediening gebruiken.
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
1.2 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.3 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het apparaat wordt heet.
▶ Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-
sen bewaren in laden direct onder de kook-
plaat.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, bijv. spuitbus-
sen of reinigingsmiddelen onder het appa-
raat of in de onmiddellijke nabijheid op-
slaan of gebruiken.

Veiligheid nl
3
Het kookvlak wordt erg heet.
▶ Nooit brandbare voorwerpen op het kook-
vlak of in de directe omgeving leggen.
▶ Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-
ren.
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet
of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-
ken.
▶ Verlies hete oliën en vetten daarom nooit
uit het oog.
▶ Nooit proberen om een vuur met water te
blussen, maar het apparaat uitschakelen
en dan de vlammen bijv. met een deksel of
een blusdeken afdekken.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-
gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door
oververhitting, in brand vliegen of ontploffende
materialen.
▶ Dek de kookplaat niet af.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
▶ Er moet toezicht worden gehouden op het
kookproces. Een korte procedure moet
permanent worden gecontroleerd.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Oververhitting van het apparaat kan een
brand veroorzaken.
▶ Bouw het apparaat niet in achter een de-
cor- of meubeldeur.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een
eventueel aanwezig kookplaatframe.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-
vallen leiden.
▶ Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-
ken.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Open de apparaatdeur voorzichtig.
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.

nl Veiligheid
4
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet het ter vermijding van risi-
co's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalifi-
ceerde persoon.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit een apparaat met gescheurd of ge-
broken oppervlak gebruiken.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina22
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-
latie van elektrische apparaten smelten.
▶ Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-
trische apparaten nooit in contact komt met
hete onderdelen van het apparaat.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Wordt er tegen de geopende apparaatdeur
gestoten, dan kan dit leiden tot lichamelijk let-
sel.
▶ Houd de apparaatdeur tijdens gebruik en
ook daarna gesloten.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van
de pan en de kookzone, kunnen kookpannen
plotseling omhoog springen.
▶ Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem
van de pan altijd droog zijn.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.

Materiële schade vermijden nl
5
WAARSCHUWING‒Kantelgevaar!
Wanneer u het apparaat onbevestigd op een
sokkel plaatst, dan kan het van de sokkel glij-
den.
▶ Bevestig het apparaat stevig aan de sok-
kel.
▶ Waarschuwing: breng om het kantelen van
het apparaat te verhinderen een compen-
satie-inrichting aan.
▶ Houd voor de montage de handleidingen
aan.
1.4 Schuiflade
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het oppervlak van de schuiflade kan erg heet
worden.
▶ Bewaar uitsluitend ovenaccessoires in de
lade.
▶ Bewaar geen ontvlambare en brandbare
voorwerpen in de lade in de plint.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
▶ Glazen kapje niet aanraken.
▶ Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder spanning.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden
2.1 Ovenruimte
Houd bij gebruik van de oven de overeenkomstige
aanwijzingen in acht.
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
▶ Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.

nl Materiële schade vermijden
6
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
▶ Niets op de open deur zetten of leggen en niet er-
aan hangen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdek-
king draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken en
schade aan de scharnieren veroorzaken. De greep van
de afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van het
apparaat.
▶ Draag of beweeg het apparaat niet aan de greep
van de afdekking.
Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturen
de bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitne-
men de emaillelaag beschadigen.
▶ De bakplaat of braadslede bij het grillen niet boven
hoogte 3 inschuiven.
▶ Boven hoogte 3 alleen direct op het rooster grillen.
2.2 Kookplaat
Houd bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht.
Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
Schade Oorzaak Maatregel
Vlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden.
Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegene
met hoog suikergehalte.
Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-
ramische kookplaat verwijderen.
Vlekken, defecten of
breuken in het glas
Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten
emaille of kookgerei met koperen- of alumini-
umbodem.
Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede
conditie is.
Vlekken, verkleurin-
gen
Ongeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-
schikt zijn voor glaskeramiek en reinig de
kookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breuken
in het glas
Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires
of andere harde of scherpe voorwerpen.
Bij het koken niet tegen het glas stoten of
voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Krassen, verkleurin-
gen
Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van
de pan op de kookplaat.
Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-
plaatsen optillen.
Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets
op te zetten of als werkvlak.
Schade aan het ap-
paraat
Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Schade aan de pan
of aan het apparaat
Koken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hete
kookzone plaatsen of verhitten.
Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone of
hete deksels van pannen op het glas.
Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen
kunststof containers of pandeksels op de
kookplaat leggen.
Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel of
op het kader.
Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-
den.
2.3 Lade
Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade
gebruikt.
LET OP!
Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De la-
de in de plint kan beschadigd raken.
▶ Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint.
Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die
hoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan er
schade aan het apparaat ontstaan.
▶ Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die
hoger zijn dan de hoogte van de lade.

Milieubescherming en besparing nl
7
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-
cept of de instellingsadviezen dat aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in uitgeschakelde toestand max.0,5W
Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan
past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-
eenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-
diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de
bodemdiameter.
¡
Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte
kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
¡
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat
aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
¡
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel
energie.
Glazen deksel gebruiken.
¡
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-
der het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
¡
Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-
bruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-
middel.
¡
Groot kookgerei met weinig product heeft meer
energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
¡
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer
energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.
¡
Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
¡
Onbenutte restwarmte verhoogt het energiever-
bruik.
Plaatsen en aansluiten
4 Plaatsen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u
hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het ap-
paraat op het elektriciteitsnet aansluit.
4.1 Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden
door een daartoe bevoegd vakman. Houd de voor-
schriften van het betreffende nutsbedrijf aan.
¡ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
¡ Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij
schade de aanspraak op de garantie.
Informatie over elektrische aansluiting door de
klantenservice:
¡ Sluit het apparaat aan overeenkomstig de data op
het typeplaatje.
¡ Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektrische
aansluiting, welke voldoet aan de geldende bepalin-
gen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijn
om het apparaat indien nodig van het lichtnet te
kunnen scheiden.
¡ Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aange-
bracht zijn.
¡ Sluit om veiligheidsredenen dit apparaat alleen op
een geaarde aansluiting aan. Wanneer de randaar-
de-aansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, is
de bescherming tegen elektrische gevaren niet ge-
garandeerd.

nl Plaatsen en aansluiten
8
¡ Gebruik een kabel van het type H05VV-F of gelijk-
waardig om het apparaat aan te sluiten.
Informatie over elektrische aansluiting door de
installateur:
¡ Wanneer een stekker na de installatie niet toeganke-
lijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar voor
alle polen worden aangebracht met een contactope-
ning van minstens 3 mm. Bij aansluiting met een
stekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekker
voor de gebruiker toegankelijk is.
¡ Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaat
van veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie
met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
¡ Gebruik een kabel van het type H05VV-F of gelijk-
waardig om het apparaat aan te sluiten.
Belangrijke informatie over de elektrische
aansluiting
Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij contact met onder spanning staande onderdelen
bestaat er elektrocutiegevaar.
▶ De stekker alleen met droge handen vastnemen.
▶ De stekker tijdens het gebruik nooit uit het stopcon-
tact trekken.
▶ Het netsnoer direct aan de stekker en nooit aan de
kabel zelf uit het stopcontact trekken, omdat deze
beschadigd kan raken.
¡ Stekker en stopcontact bij elkaar passen.
¡ De stekker altijd bereikbaar is.
¡ De doorsnede van de elektrische kabel groot ge-
noeg is.
¡ Het netsnoer niet wordt geknikt, bekneld, gewijzigd
of doorgesneden.
¡ De vervanging van het netsnoer, indien nodig alleen
plaatsvindt door een vakkundig monteur. Een nieuw
netsnoer is verkrijgbaar bij de servicedienst.
¡ U geen meervoudige stekkers of contactdozen en
verlengkabels gebruikt.
¡ Het aardingssysteem volgens de voorschriften is ge-
ïnstalleerd.
¡ er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een
type met het symbool wordt gebruikt. Alleen
aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de
geldende voorschriften.
¡ De aansluitkabel niet in contact komt met warmte-
bronnen.
4.2 Toestel plaatsen
Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond.
Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur
plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.
Hoogte tot de vloer van het apparaat instellen
Stel de hoogte tot de vloer overeenkomstig de functies
van uw apparaat in.
Stel de hoogte van het apparaat in met vaste laden
Wanneer uw apparaat beschikt over vaste laden, stel
dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt
in.
Opmerking:
Het apparaat is voorzien van stelvoeten. Daardoor kunt
u uw apparaat ca. 15mm van de vloer stellen.
¡ De voeten bevinden zich aan de voor- en achterzij-
de aan de onderkant van het apparaat.
¡ Stel de voeten hoger of lager, door de voeten met
een steeksleutel te draaien, totdat het apparaat hori-
zontaal staat.
Hoogte tot de vloer van het apparaat met
uitneembare lade instellen
Wanneer uw apparaat geen stelvoeten heeft en uw la-
de uitneembaar is, stel dan de hoogte tot de vloer van
uw apparaat als volgt in.
1.
De plintlade uittrekken en er naar boven uittillen.
Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor en
achter stelvoeten.
2.
De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel om-
hoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpas
staat.
3.
De plintlade weer inschuiven.
Aangrenzende meubels
Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar mate-
riaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels
dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.
Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het
met de meegeleverde haak aan de wand te bevesti-
gen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de
wand te bevestigen.

Uw apparaat leren kennen nl
9
Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Uw apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw
apparaat.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1
2
3
4
5
Toelichting
1
Kookplaat
2
Bedieningsvelden
3
Koelventilator
1
4
Apparaatdeur
5
Ovenlade
1
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
5.2 Kookplaat
Hier vindt u een overzicht van de verschillende bijscha-
kelingen van de kookzones.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Ø 14,5
Ø 21/12
Ø 18
Ø 18
Ø = cm
Kookplaat Bijschakelen en uitschake-
len
Kookzone met
één ring
Kookzone met
twee ringen
De kookzonekeuzeschake-
laar tot naar rechts draai-
en. De kookstand instellen.
Uitschakelen: de kookzone-
keuzeschakelaar op 0 draai-
en en opnieuw instellen.
De kookzonekeuzeschake-
laar nooit verder dan op 0
draaien.
Opmerkingen
¡ Donkere gedeelten in het gloeibeeld van de kookzo-
ne hebben een technische oorzaak. Deze beïnvloe-
den de werking van de kookzone niet.
¡ De kookzone regelt de temperatuur door de
verwarming in en uit te schakelen. Ook bij het
hoogste vermogen kan de verwarming inschakelen
en uitschakelen.
– Gevoelige onderdelen worden daarmee be-
schermd tegen oververhitting.
– Het apparaat wordt beschermd tegen elektrische
overbelasting.
– U bereikt betere kookresultaten.
¡ Bij kookzones met meerdere ringen kunnen de ver-
warmingen van de binnenste ringen en de verwar-
ming van de bijgeschakelde ringen op verschillende
tijdstippen worden ingeschakeld en uitgeschakeld.
Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-
te-indicatie. Deze laat zien welke kookzones nog heet
zijn. Wanneer de kookplaat uitgeschakeld is, is de indi-
catie verlicht tot de kookzone voldoende is afgekoeld.
De kookzone niet aanraken zolang de restwarmte-indi-
catie brandt.
Tip:U kunt kleine gerechten warmhouden of couvertu-
re smelten.

nl Uw apparaat leren kennen
10
5.3 Bedieningsvelden
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw
apparaat instellen en informatie krijgen over de ge-
bruikstoestand.
Bedieningselement Toelichting
Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknop
stelt u de verwarmings-
methoden en meer func-
ties in.
De functiekeuzeknop kunt
u vanuit de nulstand
naar rechts en links draai-
en.
Afhankelijk van het appa-
raattype is de functiekeu-
zeknop verzonken. Voor
het vergrendelingen of
ontgrendelingen in de nul-
stand op de functiekeu-
zeknop drukken.
→"Verwarmingsmethoden
en functies", Pagina10
Bedieningselement Toelichting
Temperatuurknop Met de temperatuurknop
stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsme-
thode in en kiest u instel-
lingen voor andere func-
ties.
De temperatuurknop kunt
u vanuit de nulstand
naar rechts draaien tot
aan de aanslag, niet ver-
der.
Afhankelijk van het appa-
raattype kan de tempera-
tuurknop worden verzon-
ken. Voor het vergrende-
lingen of ontgrendelingen
in de nulstand op de
temperatuurknop druk-
ken.
→"Temperatuur en instel-
standen", Pagina11
Kookzone-knoppen Met de 4 kookzoneknop-
pen stelt u het vermogen
van de afzonderlijke kook-
zones in.
Aan het symbool boven
de betreffende knop kunt
u zien welke kookzone er-
mee kan worden inge-
steld.
→"Kookplaatkeuzescha-
kelaar", Pagina11
Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
3Dhetelucht Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Hetelucht zacht Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met
behulp van restwarmte.
Het beste zijn temperaturen tot 200 °C.
Pizzastand Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.
Onderwarmte Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Grill, groot Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.

Uw apparaat leren kennen nl
11
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
Circulatiegrillen Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en onder-
warmte
Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bij-
zonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Snel verwarmen De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen.
→"Snel voorverwarmen", Pagina14
Ovenlamp De binnenruimte zonder verwarming verlichten.
Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Symbool Functie Gebruik
Nulstand Het apparaat warmt niet op.
50-275 Temperatuurbereik De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3
of
I, II, III
Grillstanden De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot
vlak en de grill of voor het klein vlak instellen.
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat in gebruik is, brandt het indica-
tielampje boven de temperatuurkeuzeknop. In de ver-
warmingspauzes gaat het indicatielampje uit.
Wanneer u voorverwarmt is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het indica-
tielampje voor het eerst uitgaat.
Opmerkingen
¡ Als de functie verlichting van de binnenruimte en
een temperatuur zijn ingesteld, brandt de opwar-
mingsindicatie ook. Het apparaat warmt hierbij niet
op.
¡ Als uw apparaat over verlichting van de binnenruim-
te als functie beschikt en als een temperatuurwaar-
de is ingesteld, brandt de opwarmingsindicatie ook.
Het apparaat warmt hierbij niet op.
¡ Door thermische traagheid kan de weergegeven
temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke
temperatuur in de binnenruimte.
Kookplaatkeuzeschakelaar
Met de kookplaatkeuzeschakelaar stelt u het verwar-
mingsvermogen van de kookplaten in.
Als de bijschakelingen worden geactiveerd, branden
de bijbehorende indicaties.
Stand Functie Toelichting
0 Nulstand De kookplaat is uitgeschakeld.
1-9 Kookstanden 1 = laagste stand
9 = hoogste stand
Inschakelen De grote kookzone met twee ringen inschakelen.
5.4 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte plaatsen.
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuif-
hoogtes worden van beneden naar boven geteld.

nl Accessoires
12
U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen.
→"Rekjes", Pagina17
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat
niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
▶ De ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking voortgezet.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur
van het apparaat condensvorming optreden. Condens
is normaal en heeft geen invloed op de werking van
het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
Accessoires
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:De accessoires kunnen door hitte vervor-
men. De vervorming heeft geen invloed op de werking.
De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires
zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Koekjes
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
Bakplaat ¡ Plaatgebak
¡ Cake eenvoudig
6.1 Accessoires gebruiken
De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte
schuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kan-
telen ongeveer voor de helft er uit trekken.
1.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Grillrooster Het grillrooster met de open kant
naar de apparaatdeur en de wel-
ving naar beneden in de oven
schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de apparaatbedekking in de
oven schuiven.
2.
Het accessoire volledig inschuiven, zodat het acces-
soire de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.

Voor het eerste gebruik nl
13
6.2 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
Voor het eerste gebruik
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
7.1 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-
schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
2.
Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de
binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afve-
gen.
3.
Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
4.
De verwarmingsmethode en de temperatuur instel-
len.
→"De Bediening in essentie", Pagina14
Verwarmings-
methode
3D‑hetelucht
Temperatuur Maximum
Tijdsduur 1uur
5.
Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-
len.
6.
Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
7.
De gladde oppervlakken met zeepsop en een
schoonmaakdoekje reinigen.
8.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
Kookplaat bedienen
8 Kookplaat bedienen
Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie
beschreven.
8.1 Instellen van de kookplaten
Met de kookplaatschakelaar stelt u het verwarmings-
vermogen van de kookplaat in.
Kookstand
1 Laagste stand
9 Hoogste stand
8.2 Insteladvies voor het koken
Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten
en de bijbehorende kookstanden.
De bereidingstijd varieert afhankelijk van de soort, het
gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten. De
doorkookstand is afhankelijk van de gebruikte pan.
Aanwijzingen voor de bereiding
¡ Voor het aan de kook brengen kookstand9 gebrui-
ken.
¡ Dikvloeibaar voedsel af en toe omroeren.
¡ Levensmiddelen die snel en heet worden aangebra-
den of waarbij tijdens het aanbraden veel vloeistof
vrijkomt, in kleine porties aanbraden.
¡ Tips voor energiebesparend koken. →Pagina7
Gerecht Door-
kook-
stand
Door-
kookduur
in minu-
ten
Smelten
Boter, gelatine 1 -
Verwarmen of warmhouden
Eenpansgerecht, bijv. linzen-
schotel
1 -
Melk
1
1-2 -
Gaarstoven of zachtjes laten
koken
Knoedels, balletjes
2, 3
3-4 20-30
Vis
2, 3
3 10-15
Witte saus, bijv. bechamelsaus 1 3-6
Koken, stomen of stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid
water
3 15-30
Aardappelpunten 3-4 25-30
Gekookte aardappelen 3-4 15-20
Deegwaren, pasta
2, 3
5 6-10
Eenpansgerecht, soep 3-4 15-60
Groente, vers of diepvries 3-4 10-20
Voedsel in de snelkookpan 3-4 -
1
Bereid het gerecht zonder deksel.
2
Het water met afgesloten deksel aan de kook bren-
gen.
3
Kook het gerecht verder zonder deksel.
4
Het gerecht meerdere malen keren.

nl De Bediening in essentie
14
Gerecht Door-
kook-
stand
Door-
kookduur
in minu-
ten
Sudderen
Rollades 3-4 50-60
Stoofvlees 3-4 60-100
Goulash 3-4 50-60
Braden met weinig olie
De gerechten zonder deksel
bereiden.
Schnitzel, al dan niet gepa-
neerd
6-7 6-10
1
Bereid het gerecht zonder deksel.
2
Het water met afgesloten deksel aan de kook bren-
gen.
3
Kook het gerecht verder zonder deksel.
4
Het gerecht meerdere malen keren.
Gerecht Door-
kook-
stand
Door-
kookduur
in minu-
ten
Kotelet, on/gepaneerd
4
6-7 8-12
Steak, 3cm dik 7-8 8-12
Visfilet en visfilet, on/gepa-
neerd
4-5 8-20
Vis of visfilet, gepaneerd en
diepvries, bijv. vissticks
6-7 8-12
Pangerechten, diepvries 6-7 6-10
Pannenkoeken 5-6 -
1
Bereid het gerecht zonder deksel.
2
Het water met afgesloten deksel aan de kook bren-
gen.
3
Kook het gerecht verder zonder deksel.
4
Het gerecht meerdere malen keren.
De Bediening in essentie
9 De Bediening in essentie
9.1 Inschakelen van het apparaat
▶
De functiekeuzeknop op een stand buiten de nul-
stand draaien.
a Het apparaat is ingeschakeld.
9.2 Apparaat uitschakelen
▶
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
a Het apparaat is uitgeschakeld.
9.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
1.
Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode
instellen.
2.
Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of
grillstand instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
3.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar
is.
Tip:De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
▶
Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmings-
methode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
▶
Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste tempe-
ratuur instellen.
Snel voorverwarmen
10 Snel voorverwarmen
Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmingsduur verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde tem-
peraturen van boven de 100 °C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende
verwarmingsmethoden gebruiken:
¡ 3D‑hetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
10.1 Snelvoorverwarming instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
1.
Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop in-
stellen.
2.
De gewenste temperatuur met de temperatuurknop
instellen.
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Als het snel voorverwarmen eindigt, dooft de indica-
tie voor het voorverwarmen.
3.
Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
4.
Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.

Reiniging en onderhoud nl
15
Reiniging en onderhoud
11 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
11.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat
de verschillende oppervlakken van het apparaat niet
beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Gebruik geen agressieve of schurende reinigings-
middelen.
▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
▶ Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer
het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de
verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan voor het reinigen van het ap-
paraat.
→"Reiniging van het apparaat", Pagina16
Apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Email, kunststof,
gelakte of van
zeefdruk voorzie-
ne oppervlakken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Knoppen ¡ Warm zeepsop Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek na-
drogen.
Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat van
glaskeramiek
¡ Glaskeramiek-reini-
gingsmiddel
Houd de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reini-
gingsmiddel zijn vermeld.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische
kookplaat.
Ovenlade ¡ Warm zeepsop Met een schoonmaakdoekje reinigen.
Apparaatbedekking
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina19

nl Reiniging en onderhoud
16
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger:
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip:Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het
deksel.
→"Apparaatdeur", Pagina19
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmid-
del direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Geëmailleerde op-
pervlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen,
de apparaatbedekking open laten.
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt daardoor niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting
op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet
beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen kapje op
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina17
Toebehoren ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
11.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorko-
men, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:Houd de aanwijzingen voor het gebruik van
de reinigingsmiddelen aan.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina15
1.
Reinig het apparaat met warm zeepsop en een
schoonmaakdoekje.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina15
2.
Drogen met een zachte doek.
11.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken lei-
den.
▶ De bedieningsknop er niet aftrekken voor het
schoonmaken.
▶ Gebruik geen natte vaatdoekjes.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.

Reinigingsondersteuning nl
17
2.
Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
11.4 Mogelijke vlekken
Om deze vlekken te vermijden, de kookplaat met voch-
tig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek na-
drogen.
Scha-
de
Oorzaak Maatregel
Vlek-
ken
Resten van
kalk en wa-
ter
Reinig de kookplaat pas wan-
neer deze is afgekoeld.
Een geschikt reinigingsmiddel
voor kookplaten van glaskera-
miek gebruiken.
Vlek-
ken
Suiker, rijst-
zetmeel of
kunststof
Direct reinigen.
Gebruik een schraper.
11.5 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten
niet inbranden.
Vereiste:De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij
suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie
de kookplaat niet afkoelen.
1.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vi-
trokeramische kookplaat.
2.
Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor
glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van
het reinigingsmiddel aan.
Tips
¡ Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt
u goede reinigingsresultaten boeken.
¡ Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon
houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat
in een goede conditie.
11.6 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand
van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking:Geen schraper gebruiken.
1.
De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en
een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwas-
sen.
2.
Droog na met een zachte doek.
Reinigingsondersteuning
12 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op
deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker wor-
den verwijderd.
12.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte dient volledig afgekoeld te
zijn.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
Een druppel afwasmiddel met 0,4 l water mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
3.
Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsme-
thode Onderwarmte in.
4.
Met de temperatuurknop 80 °C instellen.
5.
Het apparaat 4 minuten inschakelen.
6.
Na 4 minuten het apparaat uitschakelen en ca. 20
minuten laten afkoelen.
12.2 Binnenruimte na gebruik reinigen
LET OP!
Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er
corrosie.
▶ Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De deur van het apparaat openen en het restwater
met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Ver-
wijder hardnekkige resten met een schuursponsje
van roestvrij staal.
3.
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte
doek. Met schoon water afnemen en met een zach-
te doek ook onder de deurafdichting droogwrijven.
4.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
‒ Om de binnenruimte te laten afkoelen, de deur
van het apparaat in ca. 30° grendelstand ca.1
uur openen.
‒ Om de binnenruimte sneller te drogen, het appa-
raat met geopende deur ca. 5 minuten met 3D-
hetelucht en 50°C opwarmen.
Rekjes
13 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
kunnen deze worden verwijderd.

nl Rekjes
18
13.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
▶ Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
▶ Laat het apparaat afkoelen.
▶ Houd kinderen op een veilige afstand.
1.
Het rekje van onderen vasthouden en iets naar vo-
ren trekken. Trek de verlengingspennen onder in de
rekjes uit de bevestigingsopeningen.
2.
Aansluitend het complete rekje eerst naar beneden
en vervolgens naar voren trekken en er uit nemen.
13.2 Rekjes inhangen
1.
De beide haken boven het rekje in de bovenste ga-
ten inbrengen.
2.
LET OP!
Verkeerde montage:
▶ Beweeg het rekje nooit voordat de twee haken
volledig in de bovenste gaten zijn geborgd. An-
ders kan de geëmailleerde laag beschadigd ra-
ken en breken.
3.
Beide haken moeten volledig in de bovenste gaten
zijn gehangen. Beweeg het rekje langzaam en voor-
zichtig naar beneden en hang het in de onderste
gaten.
4.
Beide rekjes aan de zijwanden van de oven inhan-
gen.
Wanneer de rekjes op de juiste wijze gemonteerd
zijn is de afstand tussen de twee bovenste inschuif-
hoogtes groter.

Apparaatdeur nl
19
Apparaatdeur
14 Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de
buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de
apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is veront-
reinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en rei-
nigen.
14.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
▶ Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent
dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig
geopend zijn.
1.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien
van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhen-
dels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.
2.
Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen
van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de schar-
nieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
14.2 Apparaatdeur verwijderen
1.
De ovendeur volledig openen.
2.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
3.
De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide han-
den links en rechts vastpakken. Nog wat verder slui-
ten en eruit trekken.
14.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de oven-
deur demonteren.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe
randen hebben.
▶ Gebruik handschoenen.
1.
De ovendeur verwijderen.
→"Apparaatdeur verwijderen", Pagina19
2.
Met de greep naar onderen op een doek leggen.

nl Apparaatdeur
20
3.
Voor het demonteren van de bovenste afdekking de
ovendeur links en rechts met de vingers het lipje in-
drukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
4.
Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
5.
De ruit optillen en er uit trekken.
14.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right
above" niet ondersteboven staat.
1.
De ruit schuin naar achteren inschuiven.
2.
De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen
en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant in-
voeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan
de buitenkant bevinden.
3.
De afscherming op de bovenkant van de ovendeur
plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
4.
Ovendeur inhangen.
→"Apparaatdeur inhangen", Pagina20
Opmerking:De oven pas gebruiken als de ruiten cor-
rect zijn ingebouwd.
14.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbren-
gen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een schar-
nier kan plotseling dichtklappen.
▶ In dit geval niet aan het scharnier vasthouden.
Neem contact op met de klantenservice.
1.
Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat bei-
de scharnieren in de openingsrichting worden inge-
voerd.

Storingen verhelpen nl
21
2.
De keep op het scharnier moet aan beide zijden in-
klikken.
3.
Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
4.
Apparaatdeur sluiten.
14.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de
ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn ex-
tra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te
worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt
van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale ac-
cessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet wor-
den.
▶ Houd kinderen in het oog wanneer de oven in ge-
bruik is.
Storingen verhelpen
15 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina22
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
15.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
15.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen
van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of
in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak
nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een scho-
ne, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de
lamp verlengd.

nl Transporteren en afvoeren
22
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder stroom.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat
het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke
elektrische schok te voorkomen.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektri-
citeitsnet.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Het glazen kapje er naar links uitdraaien.
3.
Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.
4.
De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de
fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Transporteren en afvoeren
16 Transporteren en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het appa-
raat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u
uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
16.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
▶
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
16.2 Transporteren van het apparaat
Bewaar de originele verpakking van het apparaat.
Transporteer het apparaat alleen in de originele verpak-
king. Let op de transportpijlen op de verpakking.
1.
Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het
apparaat met plakband, dat zonder sporen verwij-
derd kan worden.
2.
Schuif alle toebehoren zoals de bakplaat met een
dunne strook karton aan beide zijden in de vakken
om beschadiging van het apparaat te voorkomen.
3.
Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van
de bakplaat en de achterzijde van de deur om te
voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde
van de glazen deur stoot.
4.
Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste
afdekking met plakband aan de zijden van het ap-
paraat.
Wanneer de originele verpakking niet meer
beschikbaar is
1.
Om voldoende bescherming tegen eventuele trans-
portschade te waarborgen, het apparaat in bescher-
mende verpakking verpakken.
2.
Het apparaat rechtop transporteren.
3.
Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan
aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze
dan beschadigd kunnen raken.
4.
Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
Servicedienst
17 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Zo lukt het nl
23
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
17.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
Zo lukt het
18 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips
voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handlei-
ding op het internet:
www.bosch-home.com
18.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerech-
ten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Kies eerst de lagere waarde.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in
de binnenruimte.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡ Let erop dat u de accessoires op de juiste manier
er in schuift.
18.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.
Bakken op één niveau Hoogte
rijzende deegwaren/gebak resp. vorm
op het rooster
2
platte deegwaren/gebak resp. in bak-
blik
2 - 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakblikken
Braadslede
Bakblikken
5
3
1
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gerechten die gelijktijdig in de oven worden
geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te
zijn.
In een dergelijk geval kunt u het product dat klaar is
uit de oven halen en het andere bakblik verder laten
bereiden. Indien nodig kunt u de positie en richting
van de bakblikken wijzigen.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte. Door de gerechten
gelijktijdig te bereiden, kunt u energie besparen.
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
18.3 Aanwijzingen voor het braden en
grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
▶ Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van
de opgegeven tijd.
¡ Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de
vorm. Zorg ervoor dat de bodem van de vorm met
ca. 1-2cm vloeistof bedekt is.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
¡ Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork
in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het
droog.
¡ Zout steaks pas na het grillen. Zout onttrekt water
aan het vlees.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.

nl Zo lukt het
24
18.4 Selectie van gerechten
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Cake, eenvoudig Krans- of rechthoeki-
ge vorm
2 160-180 50-60
Cake, eenvoudig, 2niveaus Krans- of rechthoeki-
ge vorm
3+1 140-160 60-80
Vruchten- of kwarktaart met bodem van
zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 160-180 70-90
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm Ø28cm 2 160-170 35-45
Cakerol Braadslede 2 170-190
1
15-20
Zandtaartdeeggebak met vochtige be-
dekking
Braadslede 2 160-180 60-90
Muffins Muffinplaat op het
rooster
2 170-190 20-40
Klein gebak Braadslede 3 150-170 25-35
Koekjes Braadslede 3 140-160 20-30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 130-150 25-35
Koekjes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-150 30-40
Brood, 1000g, in rechthoekige vorm
en op de plaat
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 200-220 35-50
Pizza, vers Braadslede 3 170-190 20-30
Pizza, vers, dunne bodem Braadslede 2 250-270
1
15-25
Quiche, Zwitserse taart Taartvorm 2 190-210 35-45
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde in-
grediënten
Ovenschaal 2 200-220 30-60
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 170-190 120-140
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 1 180-200 140-160
Runderfilet, medium, 1kg Open vorm 3 210-220 45-55
Gestoofd rundvlees, 1,5kg Gesloten servies 2 200-220 100-120
2
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 200-220 60-70
Hamburger, 3-4cm hoog Rooster 4 3
3
25-30
4
Lamsbout zonder been, medium,
1,5kg
Open vorm 2 170-190 70-80
5
Vis, gegrild, heel 300g, bijv. forel Rooster 2 2 20-25
4
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4
De braadslede onder het rooster inschuiven.
5
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
18.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.

Zo lukt het nl
25
2.
1liter melk met 3,5% vetgehalte op 90°C verwar-
men op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Houdbare melk slechts tot 40°C opwarmen.
3.
30g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk
roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen met deksel.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
8.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.
Yoghurt
Gerecht Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode /
Functie
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Yoghurt Kopje / glas Bodem van de binnen-
ruimte
- 4-5 uur
18.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1
te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testge-
rechten.
Algemene aanwijzingen
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau:
¡ Braadslede/bakplaat, hoogte 3
¡ Vormen op het rooster: hoogte 2
Opmerking:Gebak op bakblikken of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
¡ Braadslede: hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
¡ Vormen op het rooster:
eerste rooster: hoogte 3
tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
¡ Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan berei-
den, plaats dan de vormen naast elkaar of versprin-
gend boven elkaar in de binnenruimte.
Bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Spritskoekjes Braadslede 3 140-150 30-40
Spritskoekjes Braadslede 3 140-150 30-40
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet
om voor te verwarmen.
2
Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om
voor te verwarmen.

nl Zo lukt het
26
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-150
1
30-45
Sprits, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-140
1
40-55
Koekjes Braadslede 3 150
1
25-35
Koekjes Braadslede 3 150
1
25-35
Koekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
25-35
Koekjes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140
1
35-45
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
30-40
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 170 30-40
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3+1 150-160
2
30-45
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet
om voor te verwarmen.
2
Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om
voor te verwarmen.
Grillen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijds-
duur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3 0,2-1,5


Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001651850*
9001651850 (031205)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

