
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................5
3 Milieubescherming en besparing.......................5
4 Functies ...............................................................6
5 Uw apparaat leren kennen..................................7
6 Voor het eerste gebruik ......................................7
7 De Bediening in essentie....................................7
8 HomeConnect ....................................................9
9 Afzuigregeling van het kookveld .....................10
10 Reiniging en onderhoud ...................................11
11 Storingen verhelpen .........................................13
12 Afvoeren ............................................................14
13 Servicedienst.....................................................15
14 Accessoires.......................................................15
15 Conformiteitsverklaring....................................15
16 MONTAGEHANDLEIDING .................................16
16.4 Veilige montage ..............................................
..16
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een
deskundige montage volgens de montage-
handleiding. De installateur is verantwoordelijk
voor een goede werking op de plaats van op-
stelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om kookdamp af te zuigen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe kookwekker.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.

Veiligheid nl
3
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de naastgelegen ruim-
tes lucht onttrokken. Zonder voldoende lucht-
toevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige
gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
▶ Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoereenheid in de muur alleen is
niet voldoende om aan de minimale eisen
te voldoen.
▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
▶ Indien het apparaat alleen met recirculatie
wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik
mogelijk.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-
branden.
▶ Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
▶ Nooit in de omgeving van het apparaat met
open vuur werken (bijv. flamberen).
▶ Het apparaat alleen in de buurt van een
vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout
of kolen) installeren wanneer de vuurbron
een afgesloten, niet verwijderbare afscher-
ming heeft. Er mogen geen vonken weg-
springen.
Hete olie en vet ontvlammen erg snel.
▶ Hete olie en vet permanent in het oog hou-
den.
▶ Nooit brandende olie of vet met water blus-
sen. Schakel de kookzone uit. Vlammen
voorzichtig met een deksel, smoordeksel of
iets dergelijks verstikken.
Gaskookplaten waar geen pan op staat, ont-
wikkelen tijdens het gebruik grote hitte. Een
ventilatieapparaat dat daarop is aangebracht
kan beschadigd of in brand raken.
▶ Gaskookplaten alleen met erop geplaatste
pan gebruiken.
Bij gelijktijdig gebruik van meerdere gaskook-
zones ontwikkelt zich grote hitte. Een ventila-
tieapparaat dat daarop is aangebracht kan
beschadigd of in brand raken.
▶ Gaskookplaten alleen met erop geplaatste
pan gebruiken.
▶ De hoogste ventilatorstand instellen.
▶ Twee gaskookplaten nooit langer dan 15
minuten gelijktijdig op de hoogste vlam ge-
bruiken. Twee gaskookzones komen over-
een met één grote brander.
▶ Nooit grote branders met meer dan 5kW
met grootste vlam langer dan 15 minuten
gebruiken, bijv. wok.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.

nl Veiligheid
4
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen van het apparaat kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Binnenkant van het apparaat voorzichtig
reinigen.
Voorwerpen die op het apparaat geplaatst zijn
kunnen vallen.
▶ Plaats geen voorwerpen op het apparaat.
Wijzigingen aan de elektrische of mechani-
sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden
tot functiestoringen.
▶ Geen wijzigingen aan de elektrische of me-
chanische opbouw aanbrengen.
De filterafdekking kan trillen.
▶ De filterafdekking langzaam openen.
▶ De filterafdekking na het openen vasthou-
den tot deze niet meer natrilt.
▶ De filterafdekking langzaam sluiten.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten
van de scharnieren.
▶ Niet in het bewegende gedeelte van de
scharnieren grijpen.
Het licht van LED-lampen is zeer fel en kan de
ogen beschadigen (risicogroep 1).
▶ Niet langer dan 100 seconden direct in de
ingeschakelde LED-lampen kijken.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen batterijen inslikken.
▶ Batterijen buiten het bereik van kinderen
bewaren.
▶ Het inslikken kan leiden tot bijtend zuur,
perforatie van weke delen en dodelijk let-
sel. Ernstige verbrandingen kunnen optre-
den binnen 2 uur na het inslikken. Roep di-
rect de hulp van een arts in.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Kinderen kunnen batterijen inslikken.
▶ Batterijen buiten het bereik van kinderen
bewaren.
▶ Kinderen bij het vervangen van batterijen in
het oog houden.
Batterijen kunnen exploderen.
▶ De batterijen niet opladen.
▶ De batterijen niet kortsluiten.
▶ De batterijen niet in het vuur gooien.
Risico van vallen tijdens het werk aan het ap-
paraat
▶ Stabiele ladders gebruiken.
▶ Niet over de kookplaat leunen.
▶ Niet op de kookplaat of op het werkvlak
staan.
Wanneer het apparaat tijdens de reiniging
door een ander persoon via de HomeCon-
nect app wordt bediend, bestaat er een ver-
hoogde kans op letsel.
▶ Het apparaat vóór het reinigen van de Ho-
meConnect app scheiden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina15
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Binnendringend vocht kan een schok veroor-
zaken.
▶ Vóór het reinigen de netstekker uit het
stopcontact halen of de zekering in de me-
terkast uitschakelen.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.

Materiële schade vermijden nl
5
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-
de reinigingsmiddelen in combinatie met alu-
miniumdelen in de spoelruimte van vaatwas-
machine kunnen tot explosies leiden.
▶ Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuur-
houdende reinigingsmiddelen gebruiken.
Vooral geen professionele of industriële rei-
nigingsmiddelen gebruiken in combinatie
met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters
van afzuigkappen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-
branden.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat de-
fect is.
→"Servicedienst", Pagina15
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroor-
zaken.
▶ Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden
2.1 Materiële schade voorkomen
LET OP!
Condenswater kan leiden tot corrosie.
▶ Om de condensvorming te vermijden, het apparaat
bij het koken inschakelen.
Als er vocht in de bedieningselementen dringt, kan er
schade ontstaan.
▶ Nooit bedieningselementen met een natte doek rei-
nigen.
Verkeerde reiniging beschadigt de oppervlakken.
▶ Reinigingsinstructies in acht nemen.
▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in
de slijprichting.
▶ Nooit bedieningselementen met reinigingsmiddelen
voor roestvrij staal reinigen.
Teruglopend condenswater kan het apparaat beschadi-
gen.
▶ Het afvoerluchtknaal moet vanaf het apparaat met
minstens 1° helling zijn geïnstalleerd.
Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze
afbreken.
▶ Niet aan designelementen trekken.
▶ Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of
eraan ophangen.
Lekkende batterijen beschadigen de afstandsbedie-
ning.
▶ De batterijen verwijderen als u de afstandsbediening
niet gebruikt.
▶ De lege of defecte batterijen op een milieuvriendelij-
ke manier en veilig afvoeren.
Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm-
folie niet verwijderd is.
▶ De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijde-
ren van alle apparaatonderdelen.
Gelakte oppervlakken zijn gevoelig.
▶ Reinigingsinstructies in acht nemen.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina11
▶ Gelakte oppervlakken tegen krassen beschermen.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-
damp aan.
¡
Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-
verbruik.
Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig
is.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere
ventilatiestand.
¡
De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer
nodig is.
¡
Als de verlichting is uitgeschakeld, verbruikt deze
geen energie.

nl Functies
6
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-
vangen.
¡
De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Het kookdeksel erop plaatsen.
¡
De kookdampen en de condens verminderen.
Gebruik de extra functies alleen indien nodig.
¡
Het uitschakelen van de extra functies reduceert
het stroomverbruik.
Functies
4 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus
of in de luchtcirculatiemodus.
De verzadigingsindicatie moet passend bij de gekozen
gebruiksmodus en de gebruikte filters worden inge-
steld.
→"Verzadigingsindicatie instellen", Pagina8
4.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd
en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-
voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in
een schoorsteen die wordt gebruikt
voor afvoergassen van apparaten be-
stemd voor het verbranden van gas of
andere brandstoffen (dit geldt niet voor
ventilatieapparatuur).
¡ Komt de afvoerlucht terecht in een
rook- of afvoergasschoorsteen die
niet in gebruik is, dan dient hiervoor
toestemming van een vakbekwame
schoorsteenveger te worden verkre-
gen.
¡ Wordt de afvoerlucht door de buiten-
muur geleid, dan raden wij u aan
een telescoop-muurkast te gebrui-
ken.
4.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een
geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Monteer een geurfilter om geurtjes te
voorkomen bij het gebruik van de circu-
latiefunctie. De verschillende manieren
om het apparaat met circulatielucht te
gebruiken, vindt u in onze catalogus of
kunt u navragen bij uw speciaalzaak.
Het daartoe benodigde toebehoren is
verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de
klantenservice of in de online-shop.
→"Accessoires", Pagina15

Uw apparaat leren kennen nl
7
Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw
apparaat instellen en informatie krijgen over de ge-
bruikstoestand.
Tip:Richt de afstandsbediening zo precies mogelijk op
de infraroodontvanger van de LED-indicatie.
Apparaat in- of uitschakelen
Automatische modus
1
inschakelen of uitscha-
kelen
Ventilatorstand verhogen
Ventilatorstand verlagen
Verlichting inschakelen of uitschakelen
Helderheid verlagen
Helderheid verhogen
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Ventilatornaloop inschakelen of uitschakelen
HomeConnect Verbinding maken
Filterverzadigingsindicatie terugzetten
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
5.2 Led-indicatie
De led-indicatie toont de ingestelde waarden en func-
ties.
81 2 3 4 5 6 7
1
Ventilatorstand 1 / verzadigingsindicatie vetfilter
2
Ventilatorstand 2 / verzadigingsindicatie geurfil-
ter
3
Ventilatiestand 3
4
Intensiefstand 1
5
Intensiefstand 2
6
Automatisch bedrijf
1
/ ventilatornaloop / inter-
valventilatie
7
HomeConnect
8
Infraroodontvanger
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Voor het eerste gebruik
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Functie instellen
Uw apparaat is standaard op afvoerluchtfunctie inge-
steld.
Opmerking:Voor het gebruik in de circulatiefunctie
hebt u bijkomend toebehoren nodig.
▶
Voor het gebruik in de circulatiefunctie de functie in-
stellen.
De Bediening in essentie
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
Vereiste:De afstandsbediening zo precies mogelijk op
de infrardoodontvanger van de led-indicatie richten.
▶
Het apparaat met inschakelen.
a Het apparaat start in ventilatorstand2.
a In de led-indicatie brandt de led van de ingestelde
ventilatorstand.
7.2 Machine uitschakelen
Als u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan uit.
▶
Het apparaat met uitschakelen.
a Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden af-
gebroken.
7.3 Ventilatorstand instellen
▶
of indrukken.
a In de led-indicatie brandt de led van de ingestelde
ventilatorstand.

nl De Bediening in essentie
8
7.4 Intensiefstand inschakelen
Als zich een bijzonder sterke geur of damp ontwikkelt,
kunt u de intensiefstand gebruiken.
1.
zo vaak indrukken tot in de led-indicatie de led4
voor de intensiefstand 1 brandt.
2.
zo vaak indrukken tot in de led-indicatie de led5
voor de intensiefstand 2 brandt.
a Het apparaat schakelt na ca. 6 minuten automatisch
in de ventilatorstand 3.
7.5 Intensiefstand uitschakelen
▶
Om een willekeurige ventilatorstand in te stellen,
indrukken.
7.6 Ventilatornaloop inschakelen
▶
indrukken.
a In de led-indicatie brandt de led 1 voor de ventilator-
stand. De led 6 knippert voor de ventilatornaloop.
a Het apparaat wordt na ca. 10 minuten automatisch
uitgeschakeld.
7.7 Ventilatornaloop uitschakelen
▶
indrukken.
a De ventilatornaloop wordt beëindigd.
a Het apparaat schakelt in de eerder gekozen ventila-
torstand.
7.8 Intervalventilatie
Om uw keuken regelmatig te ventileren, kunt u de inter-
valventilatie gebruiken. Bij de intervalventilatie schakelt
de ventilatie in de gekozen stand gedurende de geko-
zen tijd in en uit.
Opmerking:Deze functie is uitsluitend in de Ho-
meConnectapp beschikbaar.
Als de intervalventilatie is ingeschakeld, knippert in de
led-indicatie de led 6 voor de intervalventilatie altijd op-
nieuw en de led van de gekozen ventilatorstand brandt.
Zodra de ventilatietijd beëindigd is, gaat de led van de
gekozen ventilatorstand uit. De led 6 blijft knipperen.
7.9 Automatische modus inschakelen
1
De optimale ventilatorstand wordt met behulp van een
sensor automatisch ingesteld.
▶
indrukken.
a In de led-indicatie brandt de led 6 voor de automati-
sche stand.
7.10 Automatische stand uitschakelen
1
▶
indrukken.
a Het apparaat schakelt terug naar de eerder ingestel-
de ventilatiestand.
a De ventilatie wordt automatisch beëindigd als de
sensor geen verandering van de luchtkwaliteit in de
ruimte vaststelt.
a De automatische stand loopt maximaal 4 uur.
7.11 Sensorgevoeligheid
1
In de automatische modus herkent een sensor in het
apparaat de intensiteit van de kook- en bakluchtjes. Af-
hankelijk van de sensorgevoeligheid wordt de optimale
ventilatorstand automatisch ingeschakeld.
Reageert de sensorbesturing te zwak of te sterk, dan
kunt u de instelling van de sensorgevoeligheid wijzigen.
¡ Fabrieksinstelling: ventilatorstand 3
¡ Laagste instelling: ventilatorstand 1
¡ Hoogste instelling: ventilatorstand 5
7.12 Sensorgevoeligheid instellen
1
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca. 3seconden ingedrukt houden.
2.
Om de instelling te wijzigen, of indrukken.
Om de instelling af te breken, indrukken.
3.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
7.13 Verzadigingsindicatie
Wanneer de vetfilters of geurfilters verzadigd zijn, knip-
peren na het uitschakelen van het apparaat de desbe-
treffende symbolen.
Opmerking:U kunt de verzadigingsindicatie al naar ge-
lang het gebruikte filter in de Home Connect app instel-
len.
Reinig de verzadigde vetfilters en houd daarbij de reini-
gingsinstructies in deze handleiding aan.
Vervang het verzadigde geurfilter en houd daarbij de
instructies in de meegeleverde handleiding aan.
Houd bij regenereerbare geurfilters de instructies in de
bijgevoegde handleiding aan.
7.14 Verzadigingsindicatie instellen
De verzadigingsindicatie moet afhankelijk van de ge-
bruikte filter worden ingesteld.
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca.3 seconden ingedrukt houden.
‒ Om de circulatiefunctie (niet regenereerbare fil-
ter) in te stellen, / indrukken tot op de led-
indicatie de led 2 brandt.
‒ Om de circulatiefunctie (regenereerbare filter) in
te stellen, / indrukken tot op de led-indicatie
de led 3 brandt.
‒ Om de elektronische besturing opnieuw op be-
drijf zonder circulatiefilter om te stellen, / in-
drukken tot in de led-indicatie de led 1 brandt.
2.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
Om de instelling af te breken, indrukken.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering

HomeConnect nl
9
7.15 Verzadigingsindicatie terugzetten
Na het reinigen van de vetfilters of na het vervangen
van de geurfilters kan de verzadigingsindicatie worden
teruggezet.
Vereisten
¡ Na het uitschakelen van het apparaat knippert in de
led-indicatie de led 1 voor de verzadigingsindicatie
van de vetfilters en/of de led 2 voor de verzadigings-
indicatie van de geurfilters.
¡ Er klinkt meermaals een signaal.
▶
indrukken.
a De verzadigingsindicatie wordt teruggezet.
7.16 Verlichting inschakelen
De verlichting kunt u onafhankelijk van de ventilatie in-
schakelen en uitschakelen.
▶
Druk op .
7.17 Helderheid instellen
▶
of ingedrukt houden.
Opmerking:Instellingen voor de kleurtemperatuur zijn
in de HomeConnect app beschikbaar, voor zover het
apparaat over deze functie beschikt.
7.18 Toetssignaal inschakelen
De toetssignalen kunnen worden ingeschakeld.
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca.3 seconden ingedrukt houden.
a In de led-indicatie brandt de led van de actueel ge-
kozen instelling.
2.
of indrukken tot in de led-indicatie de led 1
brandt.
Om de instelling af te breken, indrukken.
3.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
7.19 Toetssignaal uitschakelen
De toetssignalen kunnen worden uitgeschakeld.
Opmerking:Geluidssignalen van het apparaat worden
altijd ingeschakeld en kunnen niet worden uitgescha-
keld.
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca.3 seconden ingedrukt houden.
a In de led-indicatie brandt de led van de actueel ge-
kozen instelling.
2.
of indrukken tot in de led-indicatie de led 2
brandt.
Om de instelling af te breken, indrukken.
3.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
HomeConnect
8 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Wordt het apparaat niet verbonden met het thuisnet-
werk, dan functioneert het apparaat als een apparaat
zonder netwerkaansluiting dat nog steeds via de af-
standsbediening kan worden bediend.
Tip:Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
¡ Wanneer u om een verbinding te maken met uw
thuisnetwerk het MAC-adres van uw apparaat nodig
heeft, dan vindt u dit naast het typeplaatje.
→Pagina15
8.1 HomeConnect app instellen
1.
Installeer de HomeConnect app op het mobiele
eindapparaat.
2.
De HomeConnect app starten en de toegang voor
HomeConnect instellen.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aan-
meldingsproces.

nl Afzuigregeling van het kookveld
10
8.2 HomeConnect instellen
Vereisten
¡ Het apparaat is uitgeschakeld.
¡ U beschikt over een mobiel eindapparaat met een
actuele versie van het iOS- of Android-besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
¡ De HomeConnectapp is op het mobiele eindappa-
raat geïnstalleerd.
¡ Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ont-
vangst van het thuisnetwerk (wifi).
¡ Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
De HomeConnect app openen en de volgende QR-
code scannen.
2.
De aanwijzingen van de HomeConnect app opvol-
gen.
8.3 Verbinding terugzetten
Opgeslagen verbindingen met het thuisnetwerk en met
HomeConnect kunnen worden teruggezet.
▶
en zo lang ingedrukt houden tot in de led-indi-
catie de led 7 uitgaat.
a Er klinkt een signaal.
8.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhel-
pen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates als-
mede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde in-
stallatie wordt u via de HomeConnectapp geïnfor-
meerd.
Opmerkingen
¡ De software-update bestaat uit twee stappen.
– In de eerste stap van de download.
– In de tweede stap de installatie op uw apparaat.
¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kunnen software-updates ook
automatisch worden gedownload.
¡ De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de in-
stallatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
8.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website: www.home-connect.com.
8.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
Afzuigregeling van het kookveld
9 Afzuigregeling van het kookveld
U kunt uw apparaat met een passende kookplaat ver-
binden en zo de functies van uw apparaat via de kook-
plaat regelen.
Wanneer de kookplaat en de afzuigkap HomeConnect-
compatibel zijn, verbindt u de apparaten in de Ho-
meConnectapp. Verbind daarvoor beide apparaten
met HomeConnect en volg de aanwijzingen in de app
op.

Reiniging en onderhoud nl
11
Opmerkingen
¡ Neem de veiligheidsvoorschriften van de gebruiks-
aanwijzing van uw apparaat in acht en zorg ervoor
dat deze ook in acht worden genomen als u het ap-
paraat via de afzuigregeling van het kookveld be-
dient.
¡ De bediening van uw apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is een bediening via de afzuig-
regeling van het kookveld niet mogelijk.
¡ U kunt de verbinding met de afzuigkap alleen via de
HomeConnectapp realiseren. Andere methoden
voor het verbinden worden niet langer ondersteund.
Reiniging en onderhoud
10 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
10.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij de
klantenservice of in de online-shop.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
▶ Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact
halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-
ken van het apparaat beschadigen.
▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
▶ Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen
voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze
in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende on-
derdeel worden aanbevolen.
▶ Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
10.2 Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo-
dat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet
door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigings-
middelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reini-
gingsmiddelen in combinatie met aluminiumdelen in de
spoelruimte van vaatwasmachine kunnen tot explosies
leiden.
▶ Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-
de reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen pro-
fessionele of industriële reinigingsmiddelen gebrui-
ken in combinatie met aluminiumdelen, zoals bijv.
vetfilters van afzuigkappen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
▶ Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact
halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scher-
pe randen hebben.
▶ Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen.
Wanneer het apparaat tijdens de reiniging door een an-
der persoon via de HomeConnect app wordt bediend,
bestaat er een verhoogde kans op letsel.
▶ Het apparaat vóór het reinigen van de HomeCon-
nect app scheiden.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina11
2.
Afhankelijk van het oppervlak als volgt schoonma-
ken:
‒ Roestvrijstalen oppervlakken met een vaatdoekje
en warm zeepsop in slijprichting reinigen.
‒ Gelakte oppervlakken met een vaatdoekje en
warm zeepsop reinigen.
‒ Aluminium met een zachte doek en glasreiniger
reinigen.
‒ Kunststof met een zachte doek en glasreiniger
reinigen.
‒ Glas met een zachte doek en glasreiniger reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
4.
Bij roestvrijstalen oppervlakken een schoonmaak-
middel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met
een zachte doek.
Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is ver-
krijgbaar bij de klantenservice of in de onlineshop.
10.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
▶ Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina11
2.
Met een vochtig vaatdoekje en warm zeepsop reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.

nl Reiniging en onderhoud
12
10.4 Vetfilter verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De filterafdekking kan trillen.
▶ De filterafdekking langzaam openen.
▶ De filterafdekking na het openen vasthouden tot de-
ze niet meer natrilt.
▶ De filterafdekking langzaam sluiten.
Risico van vallen tijdens het werk aan het apparaat
▶ Stabiele ladders gebruiken.
▶ Niet over de kookplaat leunen.
▶ Niet op de kookplaat of op het werkvlak staan.
1.
De vergrendeling van de filterafdekking openen.
Om te verhinderen dat de filterafdekking met een
ruk naar beneden klapt, de filterafdekking met twee
handen vasthouden.
2.
Om de filterafdekking te openen deze naar beneden
klappen.
3.
LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende
kookplaat beschadigen.
▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen.
Open de vergrendelingen op de vetfilters.
4.
De vetfilters uit de houders nemen.
Om naar beneden druppelend vet te vermijden, de
vetfilters horizontaal houden.
10.5 Vetfilter met de hand reinigen
De vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regel-
matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-
scheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2
maanden te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
→"Vetfilter verwijderen", Pagina12
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina11
2.
De vetfilters in een warm zeepsop weken.
Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vet-
oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of
in de webshop.
3.
De vetfilters met een borstel reinigen.
4.
De vetfilters grondig uitspoelen.
5.
De vetfilters laten afdruppelen.
10.6 Vetfilters in de vaatwasmachine
reinigen
De vetfilters filteren het vet uit de kookdampen. Regel-
matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-
scheidingsgraad. Wij adviseren de vetfilters elke 2
maanden te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
LET OP!
De vetfilters kunnen door inklemmen in de vaatwasser
worden beschadigd.
▶ De vetfilters niet inklemmen.
Opmerking:Bij de reiniging van de vetfilter in de vaat-
wasmachine kunnen lichte verkleuringen optreden. De
verkleuringen hebben geen invloed op de werking van
de vetfilters.

Storingen verhelpen nl
13
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
→"Vetfilter verwijderen", Pagina12
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina11
2.
De vetfilters los in de vaatwasmachine plaatsen.
Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met ser-
viesgoed reinigen.
Gebruik bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel. Vet-
oplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of
in de webshop.
3.
De vaatwasmachine starten.
Bij de temperatuurinstelling maximaal 70 °C kiezen.
4.
De vetfilters laten afdruppelen.
10.7 Vetfilters inbouwen
LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende
kookplaat beschadigen.
▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen.
1.
De vetfilters inbrengen.
2.
De vetfilters naar boven klappen en de vergrendelin-
gen vastklikken.
3.
Zorg ervoor dat de vergrendelingen vastklikken.
4.
De filterafdekking sluiten.
5.
Ervoor zorgen dat de vergrendelingen van de filter-
afdekking vastklikken.
10.8 Batterijen van de afstandsbediening
vervangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Kinderen kunnen batterijen inslikken.
▶ Batterijen buiten het bereik van kinderen bewaren.
▶ Kinderen bij het vervangen van batterijen in het oog
houden.
Batterijen kunnen exploderen.
▶ De batterijen niet opladen.
▶ De batterijen niet kortsluiten.
▶ De batterijen niet in het vuur gooien.
LET OP!
Ondeskundige omgang met batterijen.
▶ De aansluitklemmen niet kortsluiten.
▶ Alleen batterijen van het opgegeven type gebruiken.
▶ Geen verschillende batterijtypes samen gebruiken.
▶ Geen nieuwe en gebruikte batterijen samen gebrui-
ken.
▶ Geen oplaadbare batterijen gebruiken.
Lekkende batterijen beschadigen de afstandsbedie-
ning.
▶ De batterijen verwijderen als u de afstandsbediening
niet gebruikt.
▶ De lege of defecte batterijen op een milieuvriendelij-
ke manier en veilig afvoeren.
1.
Verwijder de afscherming.
2.
De lege batterijen verwijderen.
3.
De nieuwe batterijen plaatsen (type3VCR2032).
4.
De afdekking sluiten.
5.
De lege batterijen op een milieuvriendelijke manier
afvoeren.
Storingen verhelpen
11 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina15
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.

nl Afvoeren
14
11.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Verlichting werkt
niet.
1
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Neem contact op met de
→"Servicedienst", Pagina15.
▶
Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn klantenser-
vice of een erkend vakman (elektromonteur).
De afstandsbediening
werkt niet.
Batterijen zijn leeg.
▶
→"Batterijen van de afstandsbediening vervangen", Pagina13
In de led-indicatie
knipperen na het uit-
schakelen van het
apparaat de leds 1
tot 5 drie keer.
Batterijen zijn bijna leeg.
▶
→"Batterijen van de afstandsbediening vervangen", Pagina13
De verlichting scha-
kelt automatisch in
zodra het apparaat
op het stroomnet
wordt aangesloten.
De demonstratiemodus is ingeschakeld.
▶
Houd en ca.3seconden ingedrukt om de demo-modus te deactiveren.
In de led-indicatie
knippert de led 1.
De vetfilters zijn verzadigd.
▶
→"Vetfilters in de vaatwasmachine reinigen", Pagina12
▶
→"Vetfilter met de hand reinigen", Pagina12
In de led-indicatie
knippert de led 2.
De geurfilters zijn verzadigd.
▶
Het geurfilter vervangen.
Afvoeren
12 Afvoeren
12.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
12.2 Accu's afvoeren
Accu's/batterijen dienen op milieuvriendelijke wijze te
worden afgevoerd. Accu's/batterijen niet meegeven
met het huisvuil.
▶
Accu's/batterijen op een milieuvriendelijke manier
afvoeren.
Conform Europese Richtlijn
2006/66/EG moeten defecte of ver-
sleten accu's/batterijen gescheiden
worden ingezameld en voor een mili-
eubewuste recycling worden afge-
voerd.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Servicedienst nl
15
Servicedienst
13 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
13.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:
¡ aan de binnenkant van het apparaat (daarvoor de
vetfilter demonteren).
¡ op de bovenkant van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
Accessoires
14 Accessoires
Accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in de
vakhandel of op internet. Gebruik alleen originele ac-
cessoires, omdat deze precies op uw apparaat zijn af-
gestemd.
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
→Pagina15
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in onze catalogus, in de online-shop of kunt
u navragen bij de klantenservice.
www.bosch-home.com
Accessoires Bestelnummer
Clean Air Plus recircula-
tieset extern edelstaal
DIZ1JC5C6
Long Life recirulatieset ex-
tern edelstaal
DIZ0JC5D0
Cleanair Plus recirculatie-
set (wit)
DIZ1JC2C6
cleanair recirc.set regene-
reer. (wit)
DIZ0JC2D0
Regenereerbaar koolfilter
(vervanging)
DZZ0XX0P0
Clean Air Plus koolfilter
(vervanging)
DZZ1XX1B6
Conformiteitsverklaring
15 Conformiteitsverklaring
Hiermee verklaart BSH Hausgeräte GmbH, dat het ap-
paraat met Home Connect functionaliteit voldoet aan
de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke
bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de aanvullende docu-
menten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz):
max. 50mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.

nl Montagehandleiding
16
Montagehandleiding
16 Montagehandleiding
16.1 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op trans-
portschade en de volledigheid van de levering.
16.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
16.3 Veiligheidsafstanden
Neem de veiligheidsafstanden van het apparaat in
acht.
16.4 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de
veiligheidsaanwijzingen in acht.

Montagehandleiding nl
17
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de naastgelegen ruim-
tes lucht onttrokken. Zonder voldoende lucht-
toevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige
gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
▶ Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoereenheid in de muur alleen is
niet voldoende om aan de minimale eisen
te voldoen.
▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
▶ Indien het apparaat alleen met recirculatie
wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik
mogelijk.
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging.
▶ Wanneer een afzuigkap wordt geïnstalleerd
met een haard die afhankelijk is van de
ruimtelucht, dan moet de stroomtoevoer
van de afzuigkap zijn voorzien van een ge-
schikte veiligheidsschakeling.
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging.
▶ De luchtafvoer niet in een rookkanaal of
rookgasafvoer leiden dat in bedrijf is.
▶ Voer de luchtafvoer niet in een schacht die
dient voor het ontluchten van opstelruimtes
voor haarden.
▶ Moet de luchtafvoer in een rook- of afvoer-
gasschoorsteen worden geleid die niet in
gebruik is, dan dient hiervoor toestemming
van een vakbekwame schoorsteenveger te
worden verkregen.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-
branden.
▶ Werk in de buurt van het apparaat nooit
met open vuur (bijv. flamberen).
▶ Installeer het apparaat alleen in de buurt
van een vuurbron voor vaste brandstoffen
(bijv. hout of kolen), wanneer een gesloten,
niet afneembare afdekking aanwezig is. Er
mogen geen vonken wegspringen.
▶ Om warmteophoping te voorkomen dienen
de voorgeschreven veiligheidsafstanden te
worden aangehouden.
▶ Houd de informatie van uw kookapparaten
aan. Wanneer er in de installatie-instructies
van de kookapparaten een afwijkende af-
stand staat, altijd de grootste afstand in
acht nemen. Wanneer gaskooktoestellen
en elektrische kooktoestellen samen wor-
den gebruikt, dan geldt de grootste aange-
geven afstand.

nl Montagehandleiding
18
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Is het toestel niet naar behoren bevestigd,
dan kan het naar beneden vallen.
▶ Alle bevestigingsschroeven moeten vast
worden gemonteerd.
Het toestel is zwaar.
▶ Om het apparaat te bewegen, zijn 2 perso-
nen vereist.
▶ Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
Het toestel is zwaar.
▶ Het apparaat mag niet direct in gipskarton-
platen of gelijksoortig licht bouwmateriaal
worden gemonteerd.
▶ Voor een juiste montage dient u materiaal
te gebruiken dat voldoende stabiel en aan-
gepast is aan de bouwkundige situatie en
het gewicht van het materiaal.
Wijzigingen aan de elektrische of mechani-
sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden
tot functiestoringen.
▶ Geen wijzigingen aan de elektrische of me-
chanische opbouw aanbrengen.
Risico van vallen tijdens het werk aan het ap-
paraat
▶ Stabiele ladders gebruiken.
▶ Niet over de kookplaat leunen.
▶ Niet op de kookplaat of op het werkvlak
staan.
De filterafdekking kan trillen.
▶ De filterafdekking langzaam openen.
▶ De filterafdekking na het openen vasthou-
den tot deze niet meer natrilt.
▶ De filterafdekking langzaam sluiten.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten
van de scharnieren.
▶ Niet in het bewegende gedeelte van de
scharnieren grijpen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Scherpe componenten binnen het apparaat
kunnen de aansluitkabel beschadigen.
▶ De aansluitkabel niet knikken of inklem-
men.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina15
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en ge-
bruiken volgens de gegevens op het type-
plaatje.
▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de
voorschriften geïnstalleerd stopcontact met
randaarde op een stroomnet met wissel-
stroom aansluiten.
▶ Het randaardesysteem van de elektrische
huisinstallatie moet conform de elektrotech-
nische voorschriften zijn geïnstalleerd.
▶ Nooit het apparaat via een externe schakel-
inrichting voeden, bijvoorbeeld een tijd-
schakelaar of besturing op afstand.
▶ Als het apparaat is ingebouwd, moet de
stekker van het netsnoer vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang niet mogelijk is,
moet in de vast geplaatste elektrische in-
stallatie een alpolige scheidingsinrichting
volgens de voorwaarden van de overspan-
ningscategorie III en volgens de installatie-
voorschriften worden ingebouwd.

Montagehandleiding nl
19
▶ Bij het opstellen van het apparaat erop let-
ten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd
of beschadigd.
16.5 Algemene aanwijzingen
Neem deze algemene aanwijzingen bij de installatie in
acht.
¡ Bij de installatie moeten de actuele geldige bouw-
voorschriften en de voorschriften van de plaatselijke
stroom- en gasleverancier in acht worden genomen.
¡ Bij het afvoeren van afvoerlucht moeten de officiële
en wettelijke voorschriften, zoals bijv. de plaatselijke
bouwverordeningen, in acht worden genomen.
¡ Om het apparaat in het geval van service ongehin-
derd te bereiken, een gemakkelijk toegankelijke
montageplaats kiezen.
¡ De oppervlakken van het apparaat zijn gevoelig. Bij
de montage beschadigingen vermijden.
16.6 Aanwijzingen voor de elektrische
aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Het apparaat moet op elk gewenst moment van de
stroom kunnen worden afgesloten. Het mag alleen op
een geaarde contactdoos worden aangesloten die vol-
gens de voorschriften is geïnstalleerd.
▶ De netstekker van de netaansluitkabel moet na de
inbouw van het apparaat vrij toegankelijk zijn.
▶ Is dit niet mogelijk, dan moet in de vast geplaatste
elektrische installatie een alpolige scheidingsinrich-
ting volgens de voorwaarden van de overspannings-
categorie III en volgens de opbouwvoorschriften
worden ingebouwd.
▶ De vaste aansluiting mag alleen door een elektricien
worden aangelegd. Wij adviseren een aardlekscha-
kelaar (FI-schakelaar) in de stroomkring naar het
apparaat te installeren.
Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen de
aansluitkabel beschadigen.
▶ De aansluitkabel niet knikken of inklemmen.
¡ De aansluitgegevens zijn te vinden op het typeplaat-
je. →Pagina15
¡ De aansluitleiding is ca. 1,30 m lang.
¡ Dit apparaat voldoet aan de ontstoringsvoorschriften
van de EG.
¡ Het apparaat is conform de beschermingsklasse 1.
Daarom het apparaat alleen met een aarddraadaan-
sluiting gebruiken.
¡ Het apparaat tijdens de montage niet op de voe-
dingsspanning aansluiten.
¡ Alleen een daartoe bevoegd vakman mag appara-
ten zonder stekker aansluiten. Voor hem gelden de
bepalingen van de regionale elektriciteitsmaatschap-
pij.
16.7 Aanwijzingen m.b.t. de inbouwsituatie
¡ Dit apparaat aan het keukenplafond of een stabiel
verlaagd plafond monteren.
¡ Voor de montage van extra speciale accessoires de
daarbij meegeleverde installatiehandleiding aanhou-
den.
¡ De kookdamp wordt met toenemende afstand van
de kookplaat moeilijker afgezogen door het appa-
raat. Voor optimale prestaties wordt een afstand van
maximaal 1500 mm aanbevolen.
¡ De breedte van de afzuigkap moet minstens over-
eenkomen met de breedte van het kooktoestel.
¡ Om de kookdamp optimaal op te vangen, het appa-
raat in het midden boven de kookplaat monteren.
16.8 Aanwijzingen m.b.t. de
luchtafvoerleiding
De fabrikant van het apparaat geeft geen garantie bij
klachten die te wijten zijn aan het buizentraject.
¡ Een korte, rechte afvoerbuis met een zo groot mo-
gelijke buisdiameter gebruiken.
¡ Lange, ruwe afvoerbuizen, vele buisbochten of klei-
ne buisdiameters verminderen het afzuigvermogen
en verhogen het ventilatorgeluid.
¡ Een afvoerbuis van niet brandbaar materiaal gebrui-
ken.
¡ Om het teruglopen van condens te vermijden, de af-
voerbuis vanuit het apparaat met 1° verval monte-
ren.
Vierkante buizen
Platte buizen waarvan de binnendoorsnede met de dia-
meter van de ronde buizen overeenkomt:
¡ diameter 150 mm komt overeen met ca.177cm².
¡ diameter 120 mm komt overeen met ca.113cm².
¡ Gebruik bij een afwijkende buisdiameter een afdicht-
strip.
¡ Geen platte buizen met scherpe bochten gebruiken.
Ronde buizen
Ronde buizen met een binnendiameter van 150 mm
(aanbevolen) of minstens 120mm gebruiken.
16.9 Installatie
Plafond voorbereiden
1.
Ervoor zorgen dat de stabiliteit van het plafond na
de uitsnijwerkzaamheden gewaarborgd is.
2.
Om schade te vermijden, de kookplaat afdekken.
3.
Een uitsparing in het plafond zagen.
4.
De spanen verwijderen.

nl Montagehandleiding
20
Apparaat voorbereiden
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De transportbeveiliging iets naar boven klappen en
voorzichtig schuin naar boven toe uittrekken.
2.
Resten van piepschuim uit de binnenruimte van het
toestel verwijderen.
3.
De vetfilters verwijderen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
Apparaat monteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Het toestel is zwaar.
▶ Om het apparaat te bewegen, zijn 2 personen ver-
eist.
▶ Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
1.
Het apparaat in de uitsparing aanbrengen tot de op-
hangingen hoorbaar vastklikken.
2.
De diagonaal tegenover elkaar liggende schroeven
voorzichtig inschroeven.
5
Om ervoor te zorgen dat het apparaat niet in de uit-
sparing kantelt, de schroeven een voor een aantrek-
ken.
3.
Opmerking:Om het apparaat niet te beschadigen,
de schroeven niet te hard aantrekken.
De schroeven na elkaar voorzichtig aantrekken tot
het apparaat vlak tegen het plafond aanligt.
Apparaat aansluiten
1.
De kabelgoot aan de zijkant samendrukken en afne-
men.
2.
De kabel op de daarvoor bestemde plaats losne-
men.

Montagehandleiding nl
21
3.
De tegenover elkaar liggen de schroeven losdraaien
om de ventilatorkast los te maken.
T 20
4.
De ventilatorkast conform de inbouwsituatie in de
juiste positie draaien.
5.
De ventilatorkast opzij schuiven en het apparaat met
het stroomnet verbinden.
6.
De ventilatorkast op de andere zijde schuiven en de
buizen tot stand brengen.
7.
De ventilatorkast in het midden positioneren en vast-
schroeven.
8.
De kabel verbinden.
9.
De kabelgoot samendrukken en plaatsen.
Filterafdekking monteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten van de
scharnieren.
▶ Niet in het bewegende gedeelte van de scharnieren
grijpen.
1.
De scharnieren van de filterafdekking openen.
25

nl Montagehandleiding
22
2.
De filterafdekking aan de daarvoor bestemde
schroeven inhangen en afhankelijk van de sleutelga-
topening naar achteren/voren in de nauwe opening
schuiven.
3.
De bevestigingsschroeven van de scharnieren aan-
trekken.
4.
Controleren of het apparaatframe vlak aanligt.
5
Eventueel de schroeven aantrekken.
5.
De vetfilters inbrengen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
6.
De filterafdekking omhoog klappen en vastklikken.
Apparaat demonteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het toestel is zwaar.
▶ Om het apparaat te bewegen, zijn 2 personen ver-
eist.
▶ Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten van de
scharnieren.
▶ Niet in het bewegende gedeelte van de scharnieren
grijpen.
1.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcon-
tact.
2.
De filterafdekking naar beneden klappen.
De filterafdekking volledig en zonder rukken ope-
nen.
3.
De vetfilters verwijderen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
4.
De kabelgoot aan de zijkant samendrukken en afne-
men.
5.
De kabel op de daarvoor bestemde plaats losne-
men.
6.
De schroeven van de scharnieren tot ca. 7 mm
opendraaien.
5
De schroeven niet volledig losdraaien.
7.
De filterafdekking loshaken en verwijderen.
8.
De tegenover elkaar liggen de schroeven losdraaien
om de ventilatorkast los te maken.
T 20
9.
De ventilatorkast op de zijde schuiven en de buizen
tot stand brengen.
10.
De ventilatorkast op de andere zijde schuiven en de
stekker uit het stopcontact trekken.
11.
De ventilatorkast vastschroeven.

Montagehandleiding nl
23
12.
De ophangingen aan het apparaat losmaken: de de-
montageschuif naar binnen schuiven.
13.
Het apparaat langzaam uit de uitsparing nemen.

Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001487365*
9001487365 (040418)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

