Bosch HBG4390B3 Oven

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Specification
  • Productspecificaties - (Dutch - Holland) Download
  • EU specificatieblad - (Dutch - Holland) Download
Energy Guide
HBG4390B3 photo

Gebruiksaanwijzing

This is the main product document for model HBG4390B3.

The file format is pdf, 40 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Inbouwoven
HBG.390.3
[nl]
Gebruikershandleiding en installatie-instructies
background
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................5
3 Milieubescherming en besparing.......................5
4 Uw apparaat leren kennen..................................7
5 Accessoires.......................................................10
6 Voor het eerste gebruik ....................................11
7 De Bediening in essentie..................................12
8 Snel voorverwarmen.........................................12
9 Tijdfuncties........................................................12
10 Programma's .....................................................13
11 Kinderslot ..........................................................17
12 Sabbatinstelling ................................................17
13 Basisinstellingen ..............................................18
14 Reiniging en onderhoud ...................................18
15 Reinigingsondersteuning .................................21
16 Apparaatdeur.....................................................21
17 Rekjes ................................................................24
18 Storingen verhelpen .........................................26
19 Afvoeren ............................................................27
20 Servicedienst.....................................................28
21 Zo lukt het..........................................................28
22 MONTAGEHANDLEIDING .................................34
22.1 Algemene montage-instructies ......................
..34
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina10
background
Veiligheid nl
3
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
background
nl Veiligheid
4
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten en kan de apparaatdeur
openspringen en er eventueel afvallen. De
deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren.
→"Materiële schade vermijden", Pagina5
Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina28
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
Glazen kapje niet aanraken.
Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder spanning.
Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
Tevens de stekker uit het stopcontact halen
of de zekering in de meterkast uitschake-
len.
background
Materiële schade vermijden nl
5
Materiële schade vermijden
2  Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan
de apparaatdeur openspringen en er eventueel afval-
len. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnen-
ruimte naar binnen sterk vervormen.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of over-
gieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of
laten steunen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
Milieubescherming en besparing
3  Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-
cept of de instellingsadviezen dat aangeven.
→"Zo lukt het", Pagina28
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
background
nl Milieubescherming en besparing
6
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Productinformatie conform (EU) 65/2014 en (EU)
66/2014 vindt u onder het energielabel en op het inter-
net op de productpagina van uw apparaat.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in stand-by met ingeschakeld display max.1W
¡ in stand-by met uitgeschakeld display max.0,5W
background
Uw apparaat leren kennen nl
7
Uw apparaat leren kennen
4  Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1
2 3
1
Knoppen en display
De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken.
Om een functie te kiezen, slechts licht op het
betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve func-
ties en de tijdfuncties te zien.
→"Knoppen en display", Pagina7
2
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwar-
mingsmethoden en meer functies in.
U kunt de functiekeuzeknop naar rechts of links
draaien, deze heeft geen nulstand.
Afhankelijk van het apparaattype is de functie-
keuzeknop verzonken. Voor vergrendelingen of
ontgrendelingen op de functiekeuzeknop druk-
ken.
→"Verwarmingsmethoden en functies",
Pagina8
3
Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsmethode in en kiest u in-
stellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nul-
standnaar rechts en links draaien, hij heeft
geen nulstand.
Afhankelijk van het apparaattype kan de tempe-
ratuurknop worden verzonken. Voor het verzin-
ken of omhoog komen op de temperatuurknop
drukken.
→"Temperatuur en instelstanden", Pagina9
4.2 Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw
apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Symbool Functie
Apparaat in- of uitschakelen.
Menu van de verwarmingsmethoden en
overige functies openen.
→"Verwarmingsmethoden en functies",
Pagina8
Geprogrammeerde, aanbevolen instellin-
gen voor verschillende gerechten gebrui-
ken.
→"Programma's", Pagina13
Timer , tijdsduur en einde selecte-
ren.
→"Tijdfuncties", Pagina12
Om de basisinstellingen op te roepen, bij
uitgeschakeld apparaat ca.3seconden in-
gedrukt houden.
→"Basisinstellingen", Pagina18
Binnenruimte zonder accessoires snel
voorverwarmen.
→"Snel voorverwarmen", Pagina12
Informatie weergeven.
Om het kinderslot te activeren of te deacti-
veren, ca.3seconden ingedrukt houden.
→"Kinderslot", Pagina17
background
nl Uw apparaat leren kennen
8
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de
waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
3D-hetelucht
30-275°C
Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Eco hetelucht
125 - 275°C
Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur
van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Het product wordt in fasen be-
reid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het be-
reiden gesloten. Als u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat
verwarmen zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Pizzastand
30-275°C
Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.
Ontdooien
30 - 60°C
Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien.
Onderwarmte
30 - 250 °C
Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Warmhouden
60 - 100°C
Gerechten die al klaar zijn warmhouden.
Servies voorverwar-
men
30 - 70°C
Servies voorverwarmen.
Intensieve warmte
30-275°C
Gerechten met een knapperige bodem bereiden.
De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen.
Langzaam garen
70 - 120°C
Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onde-
ren.
Grill, klein
Grillstanden:
1 = laag
2 = gemiddeld
3 = hoog
Kleine hoeveelheden groente, worstjes of toast grillen. Kleine hoeveelheden gra-
tineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, groot oppervlak
Grillstanden:
1 = laag
2 = gemiddeld
3 = hoog
Platte producten, zoals groenten, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Circulatiegrillen
30-275°C
Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Air Fry
30-275°C
Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschikt voor normaal
in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
Boven- en onder-
warmte
30-275°C
Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzon-
der geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
background
Uw apparaat leren kennen nl
9
Overige functies
Hier vindt u een overzicht over andere functies op de functiekeuzeknop of in het menu van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Verlichting De kookcompartiment zonder verwarming verlichten.
→"Verlichting", Pagina9
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er ver-
schillende instellingen.
De instellingen verschijnen op het display.
Tot 100 °C kan de temperatuur in stappen van 1 graad
worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden.
Opmerking:Bij de instelling grillstand 3 verlaagt het
apparaat na ca. 20 minuten op grillstand 1.
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
De lijn onder in het display wordt, hoe meer de binnen-
ruimte opgewarmd raakt, van links naar rechts rood ge-
vuld.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra de lijn ge-
heel rood gevuld is.
Opmerkingen
¡ De opwarmingsindicatie wordt alleen gevuld bij ver-
warmingsmethoden waarbij een temperatuur wordt
ingesteld. Bij grillstanden bijv. is de opwarmingsindi-
catie onmiddellijk gevuld.
¡ Wanneer bij de start van de werking de temperatuur
in de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkele
verwarmingsmethoden een op het display. Scha-
kel het apparaat uit en laat het afkoelen. Daarna de
werking opnieuw starten.
Restwarmte-indicatie
Als u het apparaat uitschakelt, geeft de lijn op het dis-
play de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe hel-
derder de lijn, hoe hoger de restwarmte.
Opmerking:Door thermische traagheid kan de weer-
gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer-
kelijke temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires
met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De tele-
scooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden
verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw
wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
→"Rekjes", Pagina24
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn
voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en heb-
ben ze een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in
gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vets-
petters van het bakken, braden of grillen op en breken
ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-
bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-
ruimte dan gericht op.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte rei-
nigen", Pagina20
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de
verlichting aan als het programma loopt. Bij het beëin-
digen van de werking schakelt de verlichting uit.
Met de functie ovenlamp in het menu kunt u de verlich-
ting zonder verwarming inschakelen. Na ca. 15minu-
ten gaat de verlichting automatisch weer uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt tijdens gebruik automatisch
in. De lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het
apparaat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking niet automatisch voortgezet.
background
nl Accessoires
10
Accessoires
5  Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Servies
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
Bakplaat ¡ Plaatgebak
¡ Kleine bakwaren
Air Fry & Grillplaat, geë-
mailleerd met gaatjes
¡ Gerechten knapperig bakken, die door-
gaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites.
¡ Gerechten grillen.
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
Het accessoire altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
3.
Om de accessoire bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
background
Voor het eerste gebruik nl
11
Rooster of
plaat
Het accessoire zo plaatsen dat de
rand van het accessoire achter het
lipje op de telescooprail zit.
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het accessoire volledig inschuiven, zodat deze de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het
rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
Voor het eerste gebruik
6  Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-
voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Instellingen aanbrengen
Na het aansluiten op het elektriciteitsnet verschijnt op
het display het menu voor de eerste inbedrijfstelling.
1.
Om indien gewenst een instelling te wijzigen, de
waarde met de temperatuurknop wijzigen.
2.
Met de functieknop naar de volgende instelling
gaan.
Mogelijke instellingen:
Taal
Tijd
3.
Om de eerste inbedrijfstelling af te sluiten, de
toets ca.3seconden ingedrukt houden.
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
Verwijder de productinformatie en de accessoires
uit de binnenruimte. Verwijder verpakkingsresten,
zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en
buitenzijde van het apparaat.
2.
Veeg gladde oppervlakken in de binnenruimte af
met een zachte, vochtige doek.
3.
Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
→"De Bediening in essentie", Pagina12
Verwarmingsme-
thode
3D-hetelucht
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 1uur
4.
Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.
5.
Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-
len.
6.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
7.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
background
nl De Bediening in essentie
12
De Bediening in essentie
7  De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen en uitschakelen
Om het apparaat in te schakelen of uit te schakelen,
op de knop drukken.
7.2 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop
instellen.
2.
De temperatuur of grillstand met de temperatuur-
knop instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
3.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tip:De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
→"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina8
Opmerking:U kunt op het apparaat de tijdsduur en het
einde voor de werking instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina12
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop
wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
De temperatuur met de temperatuurkeuzeschake-
laar wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Snel voorverwarmen
8  Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmtijd verkorten.
8.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode instellen.
Geschikte verwarmingsmethoden zijn:
3D-hetelucht
Boven- en onderwarmte
Intensieve warmte
2.
Een temperatuur vanaf 100°C instellen.
3.
Op de toets drukken.
a Op het display verschijnt ⁠.
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Wanneer het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een
signaal en op het display dooft het symbool ⁠.
4.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Tijdfuncties
9  Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de knop kiest u de verschillende tijdfuncties.
Tijdfunctie Gebruik
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Deze beïnvloedt
het apparaat niet.
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd in-
stellen waarop de werking eindigt.
Het apparaat start automatisch zodat
de werking op het gewenste tijdstip
klaar is.
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot
23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een ei-
gen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur
eindigt.
1.
Druk op de knop ⁠.
a Op het display verschijnt ⁠.
2.
Stel de timertijd in met de temperatuurknop.
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30
seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijd-
stappen groter, naarmate de waarde hoger is.
3.
Met de knop bevestigen.
a Na enkele seconden start de timer en loopt de ti-
mertijd af.
a Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een sig-
naal en op het display staat de timertijd op nul.
4.
Druk op een willekeurige knop om de timer uit te
schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
background
Programma's nl
13
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
De timertijd met de temperatuurknop wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de timertijd altijd afbreken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
De timertijd met de temperatuurknop op nul terug-
zetten.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen en gaat uit.
9.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59
minuten instellen.
Vereiste:Een verwarmingsmethode en een tempera-
tuur of stand zijn ingesteld.
1.
Op de toets drukken.
2.
Met de functiekeuzeknop de tijdsduur selecteren.
3.
De tijdsduur met de temperatuurknop instellen.
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten.
4.
Met de knop bevestigen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt een sig-
naal en op het display staat 'Werking beëindigt'.
5.
Wanneer uw gerecht klaar is, het apparaat met
uitschakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
De tijdsduur met de temperatuurknop wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
De tijdsduur met de temperatuurknop op nul terug-
zetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en wordt zonder tijdsduur verder ver-
warmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23
uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een verwarmingsmethode en een temperatuur of
stand zijn ingesteld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Op de toets drukken.
2.
Kies Einde met de functiekeuzeknop.
a Het display toont het berekende einde.
3.
Het einde met de temperatuurknop verschuiven.
4.
Met de knop bevestigen.
a Het display toont de ingestelde eindtijd.
a Als de berekende starttijd is bereikt, begint het ap-
paraat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt een sig-
naal en op het display staat 'Werking beëindigt'.
5.
Wanneer uw gerecht klaar is, het apparaat met
uitschakelen.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het in-
gestelde einde alleen wijzigen totdat de werking start
en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
Het einde met de temperatuurknop verschuiven.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
Het einde met de temperatuurknop naar de actuele
tijd plus ingestelde tijdsduur terugzetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en begint het apparaat op te warmen. De
tijdsduur loopt af.
Programma's
10  Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automa-
tisch de optimale instellingen.
10.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest ge-
schikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca.
2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ Niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
background
nl Programma's
14
10.2 Programmatabel
Nr. Voedingswaar Servies Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
01 Eén diepvriespizza,
dunne bodem
voorgebakken
Braadslede met
bakpapier
0,28-0,4kg
Totaalgewicht
nee 3 voor een tweede piz-
za de aanwijzingen
opvolgen die op de
verpakking staan
02 Eén diepvriespizza,
dikke bodem
voorgebakken
Braadslede met
bakpapier
0,28-0,6kg
Totaalgewicht
nee 3 voor een tweede piz-
za de aanwijzingen
opvolgen die op de
verpakking staan
03 Diepvrieslasagne Originele verpak-
king
0,3-1,2kg
Totaalgewicht
nee 3 -
04 Diepvriesfrites Braadslede met
bakpapier
0,2-0,75kg
Totaalgewicht
nee 3 naast elkaar op de
braadslede leggen
05 Afbakbroodjes / -ba-
guette
diepvries, voorgebak-
ken
Braadslede met
bakpapier
0,1-0,8kg
Totaalgewicht
nee 3 -
06 Aardappelgratin van
rauwe aardappels
Ovenschaal zonder
deksel
0,5-3,0kg
Totaalgewicht
nee 2 -
07 Pastaschotel
met voorgegaarde
pasta
Ovenschaal zonder
deksel
0,4-3,0kg
Totaalgewicht
nee 2 -
08 Crumble
Verse of diepvries-
vruchten met kruimels
bedekt
Vorm op rooster 0,5-2,5 kg
Totaalgewicht
nee 3 Kruimels met haver-
vlokken of noten toe-
bereid worden bijzon-
der knapperig
09 Hele aardappels uit
de oven
ongeschilde, kruimige
aardappels
Braadslede 0,3-1,5kg
Totaalgewicht
nee 3 -
10 Eenpansgerecht +
groente
vegetarisch
hoge braadpan
met deksel
0,5-2,5kg
Totaalgewicht
volgens re-
cept
2 Groente met een lan-
ge bereidingstijd
(bijv.wortelen) in klei-
nere stukken snijden
dan groente met een
korte bereidingstijd
(bijv. tomaten)
11 Eenpansgerecht met
vlees
hoge braadpan
met deksel
0,5-3,0kg
Totaalgewicht
volgens re-
cept
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
12 Goulash
Rund- of varkensvlees
in blokjes, met groente
hoge braadpan
met deksel
0,5-2,5kg
Totaalgewicht
volgens re-
cept
2 Eerst het vlees erin
doen en daarop de
groente leggen
Het vlees niet eerst
aanbraden
13 Hele vis
panklaar, gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,3-1,5kg
Gewicht van de
vis
Bodem van
de braadpan
bedekken
2 -
14 Niet gevulde kip
panklaar, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,6-2,5kg
Gewicht kip
nee 2 met de borst naar bo-
ven in de vorm leg-
gen
15 Stukken kip
panklaar, gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,1-0,8kg
Gewicht van het
zwaarste deel
Bodem van
de braadpan
bedekken
2 -
16 Niet gevulde eend
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
1,0-2,7kg
Gewicht eend
nee 2 -
background
Programma's nl
15
Nr. Voedingswaar Servies Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
17 Niet gevulde gans
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
2,5-3,5kg
Gewicht gans
nee 2 -
18 Ganzenbouten
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
0,3-0,8 kg
Gewicht kip
Bodem van
de braadpan
bedekken
2 -
19 Ongevulde, kleine kal-
koen
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
2,0-3,5 kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 -
20 Kalkoenfilet
van het stuk, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-2,5kg
Gewicht kalkoenfi-
let
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
21 Gestoofd rundvlees
bijv. klapstuk, schou-
derstuk, fricandeau of
gemarineerd vlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Vlees met
vloeistof be-
dekken
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
22 Roastbeef, Engels
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 met de vetzijde naar
boven in de vorm leg-
gen
Het vlees niet eerst
aanbraden
23 Rosbief, medium
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 met de vetzijde naar
boven in de vorm leg-
gen
Het vlees niet eerst
aanbraden
24 Runderrollade
gevuld met groente of
vlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van alle
gevulde rollades
Vleesrolletjes
bedekken
bijv. met
bouillon of
water
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
25 Gebraden gehakt van
vers gehakt
Gehakt van rund-, var-
kens- of lamsvlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht gehakt
nee 2 Het vlees niet eerst
aanbraden
26 Lamsbout zonder
been, medium
panklaar gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
27 Lamsbout zonder
been, doorbakken
panklaar gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
28 Lamsbout met been,
doorbakken
panklaar gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
background
nl Programma's
16
Nr. Voedingswaar Servies Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
29 Gebraden kalfsvlees,
doorregen
bijv. rug of heup
Braadpan met dek-
sel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
30 Gebraden kalfsvlees,
mager
bijv. lendestuk of fri-
candeau
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
31 Kalfsschenkel Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
32 Osso buco van kalfs-
vlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-3,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
33 Hertenvlees zonder
been
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
34 Reebout zonder been
gezouten
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
35 Heel konijn
panklaar, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
1,0-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
36 Wild zwijn, braadstuk
panklaar gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
37 Gebraden varkens-
hals zonder been
panklaar gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
background
Kinderslot nl
17
Nr. Voedingswaar Servies Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
38 Gebraden varkens-
vlees met korstje
bijv. schouder, gekruid
en zwoerd ingesneden
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 met de kant van het
vet naar boven in de
vorm leggen, het
zwoerd goed zouten
39 Gebraden varkens-
haas
gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
40 Varkensrollade
panklaar gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
10.3 Programma instellen
Opmerking:Na de programmastart kunt u het pro-
gramma en het gewicht niet meer wijzigen.
1.
Op de toets drukken.
2.
Het gewenste programma met de functiekeuzeknop
instellen.
3.
Stel het gewicht van uw gerecht in met de tempera-
tuurknop.
Altijd op het volgende hogere gewicht instellen. Het
gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde be-
reik instellen.
4.
Het ingestelde gewicht met de knop bevestigen.
a Op het display verschijnt een aanwijzing betreffende
het ingestelde programma.
5.
Op de toets drukken.
a Na enkele seconden start het programma en de
tijdsduur loopt af.
a Wanneer het programma is beëindigd, klinkt een
signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
6.
Wanneer het programma is beëindigd:
Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
Om een duur voor het nagaren in te stellen, op
de toets drukken. Het apparaat warmt verder
op met de instellingen van het programma.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
Kinderslot
11  Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen wijzigen.
11.1 Kinderslot activeren en deactiveren
1.
Houd de toets ingedrukt tot op het display ver-
schijnt.
a Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met worden uitgeschakeld.
2.
Om het kinderslot te deactiveren, de toets inge-
drukt houden tot op het display dooft.
Sabbatinstelling
12  Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer
dan 70uur instellen. Voedingsmiddelen kunnen tussen
85°C en 140°C met Boven- en onderwarmte worden
warm gehouden, zonder dat u het apparaat met in- of
uitschakelen.
12.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
¡ Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik
opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wan-
neer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat
verder.
¡ Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wij-
zigen of onderbreken.
background
nl Basisinstellingen
18
¡ U kunt het einde voor de sabbatinstelling niet ver-
plaatsen.
Vereiste:De sabbatinstelling is in de basisinstellingen
geactiveerd.
→"Basisinstellingen", Pagina18
1.
Op de toets drukken.
2.
De sabbatinstelling met de functiekeuzeknop in-
stellen.
3.
Stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
4.
Op de toets drukken.
5.
Met de functiekeuzeknop de tijdsduur selecteren.
6.
De tijdsduur met de temperatuurknop instellen.
7.
Met de knop bevestigen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
8.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, stopt het appa-
raat met verwarmen en reageert weer zoals buiten
de sabbatinstelling gebruikelijk is.
Het apparaat uitschakelen.
Na ca.10 tot 20minuten schakelt het apparaat au-
tomatisch uit.
Basisinstellingen
13  Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens
uw wensen instellen.
13.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Basisinstelling Keuze
Taal Taal kiezen
Tijd Actuele tijd instellen
Geluidssignaal Korte duur
Gemiddelde duur
1
Lange duur
Sensortoets-
toon
Uitgeschakeld
1
Ingeschakeld
Display-helder-
heid
In 5 stappen instelbaar
Verlichting bij
gebruik
Aan
1
Uit
Kinderslot Alleen toets-blokkering
1
Gedeactiveerd
Verstreken be-
reidingstijd
Niet weergeven
Vanaf start
1
Na opwarmen
Inschakelani-
matie
Displays
1
Niet weergeven
Nalooptijd ven-
tilator
Minimaal
Gemiddeld
Aanbevolen
1
Lang
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Basisinstelling Keuze
Uittreksysteem
2
Niet achteraf aangebracht (bij rekjes
en 1-voudig uittreksysteem)
1
Achteraf aangebracht (bij 2‑ en
3‑voudig uittreksysteem)
Sabbatinstel-
ling
Displays
Niet weergeven
1
Gerechten Geen varkensvlees
Alleen koosjer
Alle
1
Terugzetten
naar fabrieks-
instellingen
Nee
1
Ja
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
13.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
De knop ca.3seconden ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt de eerste basisinstelling.
2.
Indien gewenst de instelling met de temperatuur-
knop wijzigen.
3.
Met de functieknop naar de volgende of vorige in-
stelling gaan.
4.
Om wijzigingen op te slaan, de knop ca.3secon-
den lang ingedrukt houden.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
Het apparaat met in- en uitschakelen.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
Reiniging en onderhoud
14  Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
14.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
background
Reiniging en onderhoud nl
19
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes ge-
bruiken.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
14.2 Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de
verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-onder-
houdsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat of RVS-
schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina21
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina21
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
background
nl Reiniging en onderhoud
20
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende op-
pervlakken
- Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen",
Pagina20
Glazen kapje van
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina24
Uittreksysteem ¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip:Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen.
→"Rekjes", Pagina24
Toebehoren ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
14.3 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:Houd de aanwijzingen voor het gebruik van
de reinigingsmiddelen aan.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina18
1.
Het apparaat met heet zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina19
2.
Drogen met een zachte doek.
14.4 Zelfreinigende oppervlakken in de
binnenruimte reinigen
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laag-
je poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken spetters van het bakken, braden
of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigen-
de oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer vol-
doende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht
op.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct
afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
background
Reinigingsondersteuning nl
21
2.
Maak de rekjes los en verwijder ze uit de binnen-
ruimte.
→"Rekjes", Pagina24
3.
Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte
doek verwijderen:
van de gladde emaille oppervlakken
van de apparaatdeur binnen
van de glazen afscherming van de ovenlamp
Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
5.
3D‐hetelucht instellen.
6.
Maximale temperatuur instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
7.
Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
8.
Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de bin-
nenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking:Op de zelfreinigende oppervlakken
kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en ei-
witten in levensmiddelen worden niet afgebroken en
blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige
vlekken zijn resten van zouthoudende levensmidde-
len, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet
gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben
geen invloed op het reinigende vermogen van de
zelfreinigende oppervlakken.
9.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina24
Reinigingsondersteuning
15  Reinigingsondersteuning
De Reinigingsondersteuning is een snel alternatief
voor het tussendoor reinigen van het kookcomparti-
ment. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigin-
gen door het verdampen van zeepsop in. Verontreini-
gingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden ver-
wijderd.
15.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
De accessoires uit de binnenruimte verwijderen.
2.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten. Sluit de deur van het apparaat.
Gebruik geen gedestilleerd water.
3.
De verwarmingsmethode Onderwarmte met de
functiekeuzeknop instellen.
4.
80°C met de temperatuurknop instellen.
5.
Op de toets drukken.
6.
Met de functiekeuzeknop de tijdsduur selecteren.
7.
Stel de tijdsduur met de temperatuurknop in op
4minuten.
8.
Met de knop bevestigen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt een sig-
naal en op het display staat 'Werking beëindigt'.
9.
Het apparaat uitschakelen en het kookcompartiment
ca. 20 minuten laten afkoelen.
15.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruim-
te met een schoonmaakdoekje of zachte borstel.
Verwijder hardnekkige resten met een schuurspons-
je van roestvrij staal.
3.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte
doek en daarna met schoon water afnemen.
4.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
5.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
Om het kookcompartiment te laten drogen, de
apparaatdeur in de grendelstand (ca. 30°)
ca.1uur openen.
Apparaatdeur
16  Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
16.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
background
nl Apparaatdeur
22
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen
ze met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is bevei-
ligd en kan niet dicht-
klappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is be-
veiligd en kan niet wor-
den verwijderd.
a De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De
apparaatdeur met beide handen links en rechts
vastpakken en er naar boven uit trekken ⁠.
4.
De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke onder-
grond leggen.
16.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de ap-
paraatdeur helemaal opengeklapt.
1.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven . De deur van het apparaat tot aan de
aanslag schuiven.
2.
De apparaatdeur helemaal openen.
3.
De vastzethendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen ⁠.
a De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
4.
Sluit de deur van het apparaat.
16.3 Ruit van de deur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De vastzethendel op het linker en rechter scharnier
opklappen .
a De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten ⁠.
4.
De deurafscherming links en rechts van buiten druk-
ken , tot deze losklikt.
background
Apparaatdeur nl
23
5.
De deurafscherming verwijderen ⁠.
6.
De binnenruit eruit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
7.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting ver-
wijderen.
8.
De tussenruit er uit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
9.
Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen
verwijderen.
De apparaatdeur openen.
De condensstrip naar boven klappen en er uit
trekken.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaat-
deur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmid-
del of scherpe metalen schraper voor het reini-
gen van het glas van de ovendeur omdat dit het
oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
Reinig de condensstrip met een doek en heet zeep-
sop.
12.
De apparaatdeur reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina19
13.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
→"Deurruiten aanbrengen", Pagina23
16.4 Deurruiten aanbrengen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De condensstrip loodrecht in de houder plaatsen
en naar onderen draaien.
background
nl Rekjes
24
3.
De tussenruit in de linker en rechter houder
schuiven.
4.
De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de lin-
ker en rechter houder zit.
5.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting in-
hangen.
6.
De binnenruit in de linker houder schuiven.
7.
De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de
linker en rechter houder zit.
8.
De deurafscherming aanbrengen en aandrukken,
tot deze hoorbaar vastklikt.
9.
De apparaatdeur helemaal openen.
10.
De vastzethendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen ⁠.
a De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
11.
Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Rekjes
17  Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de
rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
17.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
background
Rekjes nl
25
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen en losma-
ken ⁠.
2.
Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
17.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
¡ De rekjes passen alleen links of rechts.
¡ Let er bij beide telescooprails op dat deze naar vo-
ren uitgeschoven kunnen worden.
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken ⁠.
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen ⁠.
17.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
LET OP!
De zelfreinigende vlakken in de binnenruimte kunnen
door het verwijderen en plaatsen van de telescooprails
beschadigd raken.
De rekjes eerst verwijderen, voordat u de telescoop-
rails verwijdert of plaatst.
Opmerkingen
¡ Al naar gelang het apparaattype moet u bij appara-
ten met rekjes en telescooprails de basisinstellingen
voor de telescooprails aanpassen.
→"Basisinstellingen", Pagina18
¡ Indien nodig kunt u alle niveaus met een telescoop-
rail uitrusten.
1.
Achter de rail op PUSH drukken en de rail naar ach-
teren schuiven.
2.
PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten
draaien ⁠.
3.
De rail naar voren trekken tot de houder aan de
achterkant losgekomen is.
4.
De telescooprail verwijderen.
5.
De telescooprail reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina18
background
nl Storingen verhelpen
26
17.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking:De telescooprails passen alleen rechts of
links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren
kunnen worden uitgetrokken.
1.
De telescooprails tussen de beide stangen plaatsen.
2.
De houder achter tussen de onderste en boven-
ste stang invoeren.
3.
PUSH ingedrukt houden en de telescooprail naar
binnen zwenken, totdat de houder voor zich tus-
sen de beide stangen bevindt ⁠.
PUSH loslaten.
a De houder klikt in.
4.
De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en
weer inschuiven.
Storingen verhelpen
18  Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina28
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
18.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zeke-
ring uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
→"Basisinstellingen", Pagina18
background
Afvoeren nl
27
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat warmt niet
op, op het display
wordt het symbool
weergegeven.
Demomodus is geactiveerd.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-
nieuw in te schakelen.
2.
Schakel de demonstratiemodus binnen ca. 5minuten in de basisinstellingen uit.
→"Basisinstellingen", Pagina18
Op het display
brandt en het ap-
paraat kan niet wor-
den ingesteld.
Kinderslot is geactiveerd.
Deactiveer het kinderslot met de toets .
→"Kinderslot", Pagina17
Op het display ver-
schijnt een melding
met "E", bijv.E0502
Elektronicastoring
1.
Druk op de toets ⁠.
Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2.
Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef
de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op.
→"Servicedienst", Pagina28
18.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen,
40 - 43 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in
speciaalzaken. Gebruik alleen deze lampen. Pak nieu-
we halogeenlampen alleen met een schone, droge
doek vast. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp
verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder spanning.
Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat
het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke
elektrische schok te voorkomen.
Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De glazen afdekking kan door externe invloeden reeds
gebroken zijn of bij inbouw of uitbouw door te veel
druk breken.
Wees voorzichtig bij het inbouwen of uitbouwen van
de glazen afdekking.
Gebruik handschoenen of een theedoek.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektri-
citeitsnet.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Draai het glazen kapje er naar links uit ⁠.
3.
Trek de halogeenlamp zonder deze te draaien er uit
⁠.
4.
Plaats de nieuwe halogeenlamp en duw deze stevig
in de fitting.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Afvoeren
19  Afvoeren
19.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
background
nl Servicedienst
28
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
20  Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
20.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
Zo lukt het
21  Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
21.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn instelberei-
ken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wan-
neer u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoi-
re dan pas na het voorverwarmen in de binnenruim-
te.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
Geschikte accessoires kunt u bij de klantenservice, in
de vakhandel of op het internet kopen.
→"Meer accessoires", Pagina11
21.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.
Bakken op één niveau Hoogte
hoog gebak of vorm op het rooster 2
plat gebak resp. op bakplaat 3
Bakken op twee niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakplaat
Braadslede
Bakplaat
5
3
1
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden ge-
plaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte.
background
Zo lukt het nl
29
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
21.3 Aanwijzingen voor het braden en
grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van
de opgegeven tijd.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor
groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot 1/2liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
¡ Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen ge-
sloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
¡ Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats boven-
dien de braadslede, met de schuine kant naar de
apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eron-
der. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten
braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor
een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere
temperatuur in.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte
ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
Plaats hete glazen vormen op een droge onderzet-
ter.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
21.4 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-170 50-70
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-160 70-90
Cake, fijn (in rechthoekige vorm) Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-170 60-80
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
De braadslede onder het rooster inschuiven.
3
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
4
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
5
De braadslede op inschuifhoogte2 eronder plaatsen.
6
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
7
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
8
Keer het voedsel niet.
background
nl Zo lukt het
30
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Cake, 2niveaus Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
3+1 140-150 70-85
Vruchten- of kwarktaart met bo-
dem van zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 170-190 55-80
Vruchten- of kwarktaart met bo-
dem van zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 160-180 70-90
Gebak van gistdeeg in de spring-
vorm
Springvorm Ø28cm 2 160-170 25-35
Biscuittaart, 6eieren Springvorm Ø28cm 2 150-160
1
30-40
Cakerol Braadslede 3 180-200
1
10-15
Zandtaartdeeggebak met vochti-
ge bedekking
Braadslede 2 160-180 55-95
Zandtaartdeeggebak met vochti-
ge bedekking
Braadslede 3 170-180 50-60
Gebak van gistdeeg met vochti-
ge bedekking
Braadslede 3 180-200 30-55
Muffins Muffinplaat 2 170-190 20-40
Klein gebak van gistdeeg Braadslede 3 160-180 25-35
Klein gebak van gistdeeg Braadslede 3 160-170 25-45
Koekjes Braadslede 3 140-160 15-25
Koekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-160 15-25
Koekjes, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 140-160 15-25
Schuimgebak Braadslede 3 80-90
1
120-150
Brood, 1000 g (in rechthoekige
vorm en op de plaat)
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
1
2. 180-190
1
1. 10-15
2. 40-50
Pizza, vers - op de bakplaat Braadslede 2 200-220 25-35
Pizza, vers - op de bakplaat Braadslede 3 180-200 20-30
Pizza, vers, dunne bodem, in piz-
zavorm
Pizzaplaat 2 250-270
1
15-20
Pizza, vers, dunne bodem, in piz-
zavorm
Pizzaplaat 2 250-270
1
8-13
Quiche Taartvorm
of
Zwart blik
1 210-230 30-40
Quiche Taartvorm
of
Zwart blik
1 190-210 40-50
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
De braadslede onder het rooster inschuiven.
3
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
4
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
5
De braadslede op inschuifhoogte2 eronder plaatsen.
6
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
7
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
8
Keer het voedsel niet.
background
Zo lukt het nl
31
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Quiche Taartvorm
of
Zwart blik
2 190-210 25-35
Börek Braadslede 1 180-200 40-50
Börek Braadslede 3 200-210 30-40
Ovenschotel, hartig, gegaarde in-
grediënten
Vuurvaste schaal 2 200-220 30-60
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 1. 140
2. 160
1. 130-140
2. 50-60
Varkensrug, mager, 1kg Vlakke glazen vorm 2 180 90-120
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 2 160-170 130-150
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 2 190-200 120-150
Runderfilet, medium, 1kg
2
Rooster
+
Braadslede
3 210-220 40-50
3
Gestoofd rundvlees, 1,5kg
4
Gesloten vorm 2 200-220 130-150
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster
+
Braadslede
3 200-220 60-70
3
Burger, 3-4cm hoog
5
Rooster 4 3 25-30
6
Lamsbout zonder been, medium,
1,0kg ingebonden
7
Open vorm 2 170-190 70-80
8
Vis, gegrild, heel 300g, bijv.
forel
2
Rooster 2 160-180 20-30
Vis, gestoofd, heel 300g, bijv. fo-
rel
Gesloten vorm 2 170-190 30-40
Vis, gestoofd, heel 1,5kg, bijv.
zalm
Gesloten vorm 2 180-200 55-65
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
De braadslede onder het rooster inschuiven.
3
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
4
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
5
De braadslede op inschuifhoogte2 eronder plaatsen.
6
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
7
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
8
Keer het voedsel niet.
Yoghurt
Maak yoghurt met uw apparaat.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vor-
men gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
3.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
4.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig de instellings-
aanbevelingen.
6.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.
background
nl Zo lukt het
32
Insteladviezen voor desserts
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
40-45 8-9 uur
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
40-45 8-9uur
21.5 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidings-
wijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Langzaam garen
Voor alle fijne stukken, die rosé of tot in de perfectie
bereid moeten worden. Vlees en gevogelte blijven bij
langzaam garen bij lage temperaturen sappig en mals.
Voedingswaar langzaam garen
Vereisten
¡ De binnenruimte is koud.
¡ Gebruik vers, en hygiënisch onberispelijk vlees. Het
beste kunnen stukken zonder been en zonder veel
bindweefsel worden gebruikt.
1.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voor-
verwarmen.
2.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
3.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de
binnenruimte van de oven doen.
4.
Houd de deur van het apparaat gesloten om een
gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Insteladvies voor langzaam garen
Voedingswaar Toebehoren / vor-
men
Hoogte Aanbraad-
duur in min.
Verwar-
mingsmetho-
de
Temperatuur
in °C
Tijdsduur
in min.
Eendenborst, à 300g Open vorm 2 6-8 95
1
60-70
Varkenshaas, heel Open vorm 2 4-6 85
1
75-100
Runderfilet, 4-6cm dik,
1kg
Open vorm 2 6-8 85
1
90-150
Kalfsmedaillons, 4cm
dik
Open vorm 2 4 80
1
50-70
Lamsrack, zonder been,
à 200g
Open vorm 2 4 85
1
30-70
1
Het apparaat voorverwarmen.
Air Fry
Bereid gerechten door Air Fry knapperig en met weinig
vet. Air Fry is bijzonder geschikt voor gerechten die u
normaal gezien in olie frituurt.
Aanwijzingen voor de bereiding met Air Fry
Neem deze informatie in acht als u gerechten met Air
Fry bereidt.
¡ De bereiding met Air Fry is slechts op een niveau
mogelijk.
¡ Het knapperige resultaat bereikt u met de geëmail-
leerde Air-Fry plaat. Door het geperforeerde opper-
vlak is een bijzonder goede luchtcirculatie rondom
het product mogelijk. Wanneer de Air-Fry plaat niet
standaard bij het apparaat is meegeleverd, dan kunt
u de Air-Fry plaat als speciaal accessoire verkrijgen.
¡ De oven niet voorverwarmen.
¡ Geen bakpapier gebruiken. De lucht moet in de bin-
nenruimte circuleren.
¡ Diepgevroren gerechten niet ontdooien.
¡ De gerechten gelijkmatig in het Air Fry-toebehoren
of de universele braadslede verdelen. Indien moge-
lijk slechts een laag van de gerechten over het toe-
behoren verdelen.
¡ Het toebehoren op hoogte 3 in de binnenruimte
schuiven. Als u het Air Fry-toebehoren gebruikt, kunt
u ter bescherming tegen verontreiniging een lege
universele braadslede op hoogte 1 inschuiven.
¡ Halverwege de bereidingstijd het product keren. Bij
grotere hoeveelheden het product 2 keer keren.
Tip:Het product pas na het bereiden zouten. Hierdoor
wordt het product knapperiger.
Gepaneerde groente is eveneens geschikt voor de be-
reiding met Air Fry. Om vet te sparen, de panade met
een verstuiver met olie besproeien. Zo ontstaat een
knapperige korst met weinig vet.
background
Zo lukt het nl
33
Insteladvies voor Air Fry
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Frites, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 20-25
Gevulde aardappelsnack, diep-
vries
Air Fry plaat 3 170-190 20-25
Aardappel-rösti, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 20-25
Kipsticks, nuggets, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 10-15
Vissticks, diepvries Air Fry plaat 3 170-190 15-20
Broccoli, gepaneerd Air Fry plaat 3 170-190 15-25
21.6 Testgerechten
Bakken
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden
zonder snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
Vormen op het rooster:
Eerste rooster: hoogte 3
Tweede rooster: hoogte1
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 3niveaus:
Bakplaat: hoogte5
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
¡ Biscuitgebak
Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
steeds midden boven elkaar op de roosters
plaatsen.
Als alternatief voor een rooster kunt u ook de
door ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Sprits Braadslede 3 140-150
1
25-35
Sprits Braadslede 3 140
1
28-38
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140
1
30-40
Sprits, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 130-140
1
35-55
Small Cakes Braadslede 3 150
1
25-35
Small Cakes Braadslede 3 150
1
20-30
Small Cakes Braadslede 3 170 20-30
Small Cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
25-35
Small Cakes, 3niveaus Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 140
1
30-40
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
25-35
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
background
nl Montagehandleiding
34
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170 30-40
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3+1 150-160
2
35-50
Apple Pie, 2stuks 2x
Springvorm Ø20cm
2 180-190 75-90
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Voedingswaar Toebehoren / vormen Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3
1
5-6
1
Het apparaat niet voorverwarmen.
Montagehandleiding
22  Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
 22.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ Het apparaat op een horizontaal gesteld
vlak plaatsen.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel aan de wand worden be-
vestigd.
background
Montagehandleiding nl
35
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.
22.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
22.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet
tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten
worden afgesloten.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
¡ Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
22.4 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
background
nl Montagehandleiding
36
22.5 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
¡ Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen.
¡ Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening
is gewaarborgd.
¡ Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebe-
horen er zonder probleem uitgenomen kan worden.
22.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
22.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de klantenservice verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn,
of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een schei-
dingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken
op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
background
Montagehandleiding nl
37
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
groen-geel = aarddraad
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
22.8 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
22.9 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng aan beide zijden een geschikt vulstuk aan
om eventuele scherpe randen af te dekken en een
veilige montage te waarborgen.
2.
Het vulstuk op het meubel bevestigen.
3.
Het vulstuk en het meubel voorboren, m een
schroefverbinding te realiseren.
4.
Het apparaat met adequate schroeven bevestigen.
22.10 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
buiten.
background
background
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001932633*
9001932633(040718)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

Specifications

Bosch HBG4390B3 Questions and Answers