
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................7
3 Milieubescherming en besparing.......................8
4 Uw apparaat leren kennen..................................8
5 Functies .............................................................10
6 Accessoires.......................................................12
7 Voor het eerste gebruik ....................................14
8 De Bediening in essentie..................................14
9 Snel voorverwarmen.........................................16
10 Tijdfuncties........................................................16
11 Magnetron .........................................................17
12 Ventilatiefunctie Knapperig laagje...................19
13 Gerechten ..........................................................20
14 Favorieten..........................................................21
15 Kinderslot ..........................................................22
16 Basisinstellingen ..............................................22
17 HomeConnect ..................................................23
18 Reiniging en onderhoud ...................................25
19 Reinigingsfunctie Pyrolyse activeClean..........27
20 Reinigingsondersteuning .................................29
21 Drogen ...............................................................29
22 Apparaatdeur.....................................................30
23 Rekjes ................................................................31
24 Storingen verhelpen .........................................32
25 Afvoeren ............................................................34
26 Servicedienst.....................................................34
27 Informatie over vrije software en opensour-
cesoftware .........................................................35
28 Conformiteitsverklaring....................................35
29 Zo lukt het..........................................................35
30 MONTAGEHANDLEIDING .................................46
30.1 Algemene montage-instructies ......................
..46
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ In het huishouden en soortgelijke toepas-
singen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor
medewerkers in winkels, kantoren en ande-
re commerciële omgevingen, in boerderij-
en; van klanten in hotels en andere verblij-
ven, in bed and breakfasts.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011
resp. CISPR11. Het is een product van groep
2, klasse B. Groep 2 betekent dat er micro-
golven worden geproduceerd om levensmid-
delen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het
apparaat geschikt is voor huishoudelijk ge-
bruik.

Veiligheid nl
3
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina12
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
▶ Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
▶ Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.

nl Veiligheid
4
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet het ter vermijding van risi-
co's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalifi-
ceerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina34
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-
TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET
VERDERE GEBRUIK BEWAREN
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-
vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-
de pantoffels, granen- pittenkussens kunnen
bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
▶ Droog nooit gerechten of kleding met het
apparaat.
▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,
zwammen, vochtige poetslappen e.d. met
het apparaat opwarmen.
▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het
bereiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan
kunnen ontbranden.
▶ Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-
kingen die bestemd zijn om ze warm te
houden.
▶ Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-
warmen in voorwerpen van kunststof, pa-
pier of ander brandbaar materiaal.
▶ Bij de magnetron nooit een te groot vermo-
gen of te lange tijdsduur instellen. Houd u

Veiligheid nl
5
aan de opgaven in deze gebruiksaanwij-
zing.
▶ Nooit levensmiddelen drogen met de mag-
netron.
▶ Levensmiddelen die weinig water bevatten,
zoals bijv. brood, nooit met een te hoog
magnetronvermogen of gedurende een te
lange tijd ontdooien of verwarmen.
Spijsolie kan vlam vatten.
▶ Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de
magnetron.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht
afgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo-
deren.
▶ Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen
verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel
kunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-
men, exploderen.
▶ Nooit eieren in de eierschaal koken of
hardgekookte eieren in de eierschaal op-
warmen.
▶ Nooit schaal- en kreeftachtige dieren ko-
ken.
▶ Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient
u eerst de dooier door te prikken.
▶ Bij levensmiddelen met een vaste schil of
pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en
worstjes, kan de schil knappen. Prik voor
het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in
de babyvoeding.
▶ Warm nooit babyvoeding op in gesloten
verpakkingen.
▶ Verwijder altijd het deksel of de speen.
▶ Na het verwarmen goed roeren of schud-
den.
▶ Voordat de voeding aan het kind wordt ge-
geven dient de temperatuur te worden ge-
controleerd.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vor-
men kunnen heet worden.
▶ Neem vormen en accessoires altijd met be-
hulp van een pannenlap uit de binnenruim-
te.
De verpakking van luchtdicht verpakte levens-
middelen kan knappen.
▶ Houd altijd de opgaven op de verpakking
aan.
▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap
uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de
magnetronfunctie schakelt automatisch een
verwarmingselement bij en verhit de binnen-
ruimte.
▶ Raak nooit de hete oppervlakken in de bin-
nenruimte of de verwarmingselementen
aan.
▶ Houd kinderen uit de buurt.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge-
vaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantof-
fels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige
schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding
tot gevolg hebben.
▶ Droog nooit gerechten of kleding met het
apparaat.
▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,
zwammen, vochtige poetslappen e.d. met
het apparaat opwarmen.
▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het
bereiden van gerechten en dranken.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-
vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook-
temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-
kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok
van het recipiënt is voorzichtigheid geboden.
De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-
spatten.
▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen
altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt
kookvertraging voorkomen.

nl Veiligheid
6
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen
van porselein en keramiek kunnen kleine
gaatjes hebben in de handgrepen en deksels.
Achter deze gaatjes bevindt zich een holle
ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan
dit barsten veroorzaken in de vormen.
▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt is
voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen
vormen van metaal of vormen met metalen
coating leiden tot het ontstaan van vonken.
Het apparaat wordt dan beschadigd.
▶ Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik
van uitsluitend de magnetron.
▶ Alleen vormen die geschikt zijn voor de
magnetron in combinatie met een verwar-
mingsmethode gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
▶ Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van
het apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver-
korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals
bijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-
energie.
▶ Het apparaat regelmatig schoonmaken en
resten van voedingsmiddelen direct verwij-
deren.
▶ Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur
en deuraanslag altijd schoon.
→"Reiniging en onderhoud", Pagina25
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de
deur van de binnenruimte of deurdichting be-
schadigd is. Er kan energie van de microgol-
ven naar buiten komen.
▶ Het apparaat nooit gebruiken wanneer de
deur van de binnenruimte, de deurafdich-
ting of de kunststof omlijsting van de deur
beschadigd is.
▶ Alleen door de servicedienst laten repare-
ren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is af-
gedekt komt energie van microgolven vrij.
▶ De afdekking van de behuizing nooit verwij-
deren.
▶ Neem voor onderhouds- of reparatiewerk-
zaamheden contact op met de klantenservi-
ce.
1.6 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
tijdens de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit
de binnenruimte voordat de reiniging start.
▶ Accessoires nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv.
droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote
hitte in het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde af-
dichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-
gen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-
men wordt aangetast en er ontstaan giftige
gassen.
▶ Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit
platen en vormen met een antiaanbaklaag
meereinigen.
▶ Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar
voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte
tot een heel hoge temperatuur op zodat res-
ten van braden, grillen en bakken verbranden.
Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van
de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken
grondig ventileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte
verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt hou-
den.

Materiële schade vermijden nl
7
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het
reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan
de apparaatdeur openspringen en er eventueel afval-
len. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnen-
ruimte naar binnen sterk vervormen.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of over-
gieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. Open
daarvoor de apparaatdeur volledig of gebruik de
droogfunctie.
▶ Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
▶ Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
▶ Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of
laten steunen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
▶ Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
▶ Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron
gebruikt.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Accessoires die te dicht tegen elkaar worden geplaatst
veroorzaken vonken.
▶ Het rooster niet combineren met de braadslede.
▶ Accessoires alleen op de eigen hoogte inschuiven.

nl Milieubescherming en besparing
8
Wordt alleen de magnetron gebruikt, dan is de braad-
slede of de bakplaat niet geschikt. Er kunnen vonken
ontstaan waardoor de binnenruimte wordt beschadigd.
▶ Gebruik het meegeleverde rooster om er iets op te
zetten.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-
oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het ap-
paraat beschadigd.
▶ Gebruik geen vormen van aluminium in het appa-
raat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte
serviestest vormt hierop een uitzondering.
Wordt er bij het maken van popcorn in de magnetron
een te hoog vermogen gebruikt, dan kan de deurruit
barsten als gevolg van overbelasting.
▶ Nooit een te hoog magnetronvermogen instellen.
▶ Maximaal 600watt gebruiken.
▶ Het popcornzakje altijd op een glazen schaal leg-
gen.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-
cept of de instellingsadviezen dat aangeven.
→"Zo lukt het", Pagina35
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Het display in de basisinstellingen uitschakelen.
→"Basisinstellingen", Pagina22
¡
Er wordt energie bespaard wanneer het display
wordt uitgeschakeld.
Twee glazen of kopjes met vloeistof tegelijkertijd ver-
warmen.
¡
Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijker-
tijd vraagt minder energie dan het verwarmen van
meerdere gerechten na elkaar.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in netwerkgebonden stand-by max. 2 W
¡ in niet netwerkgebonden stand-by met uitgescha-
keld display max.0,5W
Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.

Uw apparaat leren kennen nl
9
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
2 2
1
Display met instelring
Via het display stelt u met behulp van de digita-
le instelring het apparaat in.
U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijk-
heden of aanwijzingsteksten.
→"Display", Pagina9
2
Knoppen
Met de knoppen stelt u de verschillende func-
ties direct in.
→"Knoppen", Pagina9
4.2 Knoppen
Met de knoppen kiest u de verschillende functies di-
rect.
Knop Functie
Apparaat in- of uitschakelen.
→"De Bediening in essentie",
Pagina14
Functie magnetron direct kiezen.
→"Magnetron", Pagina17
Functiekeuze-menu openen.
→"Functies", Pagina10
Functie favorieten direct kiezen.
→"Favorieten", Pagina21
Eén instelling terug gaan.
Werking starten of onderbreken.
→"De Bediening in essentie",
Pagina14
Timer selecteren.
→"Timer instellen", Pagina17
Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kin-
derslot activeren.
→"Kinderslot", Pagina22
4.3 Display
Het display is in verschillende gebieden onderverdeeld.
Digitale instelring
Met de digitale instelring op het display verandert u de
instelwaarden.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale
waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display
staan. Draai indien nodig de waarde met de instelring
weer terug.
Fijne instelwaarden
Om fijne instelwaarden in te stellen, bijv. op de minuut
nauwkeurige tijd, het betreffende gebied in de instelring
ca. 1 - 2 seconden ingedrukt houden. De fijnere instel-
waarden worden in punten weergegeven.
Statusindicatie
Van boven op het display wordt statusinformatie weer-
gegeven.
Symbool Betekenis
Timer is geactiveerd.
→"Timer instellen", Pagina17
Kinderslot is geactiveerd.
→"Kinderslot", Pagina22
Vanwege de reinigingsfunctie of het kin-
derslot is de apparaatdeur vergrendeld.
→"Reinigingsfunctie 'Pyrolyse activeC-
lean'", Pagina27
→"Basisinstellingen", Pagina22
WiFi-signaalsterkte voor HomeConnect.
Hoe meer lijntjes van het symbool ge-
vuld zijn, des te beter is het signaal.
Wanneer het symbool is doorgestreept
, dan is er geen WiFi-signaal.
Wanneer er een "x" bij symbool is,
dan is er geen verbinding met de Ho-
meConnect server.
→"HomeConnect ", Pagina23
Start op afstand met HomeConnect is
geactiveerd.
→"HomeConnect ", Pagina23
Diagnose op afstand met HomeCon-
nect voor onderhoud is geactiveerd.
→"HomeConnect ", Pagina23
Instelbereik
In het midden van het display is het instelbereik.
In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden
en reeds uitgevoerde instellingen.
Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-
taal aangebracht. Keuzelijsten bij functies zijn verticaal
gerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegt
u over het display. Om een functie te kiezen, op de
functie in het display drukken.
→"Functie instellen", Pagina15
Mogelijke symbolen in het instelbereik
Symbool Betekenis
Instelwaarde bevestigen.
Instelwaarde resetten.
Tijdens het gebruik instelwaarde wijzi-
gen.
Opmerking:Een blauwe markering "new" of een blau-
we stip bij een functie geeft aan dat met de HomeCon-
nect app een nieuwe functie, een nieuwe favoriet of
een update op uw apparaat werd gedownload.

nl Functies
10
4.4 Binnenruimte
Verschillende functies in de binnenruimte ondersteunen
bij het gebruik uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina12
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op een
of meerdere niveaus met telescooprails uitgerust.
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
→"Rekjes", Pagina31
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-
te.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de
verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer
dan ca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weer
uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra
het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-
digd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het
apparaat oververhit.
▶ Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking automatisch voortgezet.
Wanneer u bij het gebruik van de magnetronfunctie de
apparaatdeur sluit, dient u de werking voort te zetten.
Functies
5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere
functies van uw apparaat.
Om het menu te openen op
drukken.
Functie Gebruik
Verwar-
mingsme-
thoden
Fijn afgestemde verwarmingsmethoden
voor een optimale bereiding van uw ge-
rechten kiezen.
→"Verwarmingsmethoden", Pagina10
→"De Bediening in essentie",
Pagina14
Magnetron Met magnetron sneller bereiden, verhit-
ten of ontdooien.
→"Magnetron", Pagina17
Favorieten Eigen opgeslagen instellingen gebrui-
ken.
→"Favorieten", Pagina21
Gerechten Geprogrammeerde, aanbevolen instel-
lingen voor verschillende gerechten ge-
bruiken.
→"Gerechten", Pagina20
Functie Gebruik
Reiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
→"Reinigingsfunctie 'Pyrolyse activeC-
lean'", Pagina27
→"Reinigingsondersteuning",
Pagina29
→"Drogen", Pagina29
Basisinstel-
lingen
Basisinstellingen aanpassen.
→"Basisinstellingen", Pagina22
HomeConnect
Met HomeConnect kunt u de oven met een mobiel
eindapparaat verbinden en op afstand bedienen om de
volledige functionaliteit van het apparaat te benutten.
Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Ho-
meConnect app extra of uitgebreide functies voor uw
apparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden in
de app.
→"HomeConnect ", Pagina23
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw
gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over
de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om
welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het ap-
paraat u een passende temperatuur of stand voor. U
kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weerge-
geven gebied.

Functies nl
11
Bij temperatuurinstellingen boven 275°C en grillstand
3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 mi-
nuten tot ca. 275°C resp. grillstand 1.
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
4D-hetelucht 30 - 275°C Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30 - 300°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmings-
methode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedek-
king.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Eco hetelucht 125-250°C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voor-
zichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het pro-
duct wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-
gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-
bruikt.
Air Fry 30 - 300°C Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder ge-
schikt voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
De ventilator wervelt met hoge snelheid de hitte van de grillele-
menten rond het gerecht. De afvoerlucht wordt versterkt uit de
binnenruimte getrokken.
Boven- en onder-
warmte Eco
150-250°C Gekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van
het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen 30 - 300°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech-
ten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, klein Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine
hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand 30 - 275°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen
nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Langzaam garen 70 - 120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en
langzaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven
en van onderen.
Ontdooien 30 - 60°C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien.
Onderwarmte 30 - 250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Warmhouden 50 - 100°C Gerechten die al klaar zijn warmhouden.
Servies voorverwar-
men
30 - 90°C Servies voorverwarmen.

nl Accessoires
12
5.2 Temperatuur
Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de
meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur
in de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingestelde
temperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120|210°C.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment om
de gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan-
gegeven temperatuur in de binnenruimte en de inge-
stelde temperatuur gelijk zijn.
Opmerking:Door thermische traagheid kan de weer-
gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer-
kelijke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Als het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijn
rond de bedieningsring de restwarmte in de binnen-
ruimte aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe don-
kerder de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring hele-
maal uit.
5.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
Magnetronvermogen
in watt
Maximale duur in uur Gebruik
90W 1:30 Gevoelige gerechten ontdooien.
180W 1:30 Gerechten ontdooien en verder bereiden.
360W 1:30 Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen.
600W 1:30 Gerechten verwarmen en bereiden.
800W "Boost" 0:30 Vloeistoffen verwarmen.
Opmerkingen
¡ Ter bescherming van het apparaat wordt het maxi-
male vermogen van de magnetron "Boost" geduren-
de de eerste minuten trapsgewijs tot 600W geredu-
ceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperi-
ode weer beschikbaar.
¡ De magnetronvermogens komen niet overeen met
het daadwerkelijke opgenomen vermogen van het
apparaat.
Accessoires
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.

Accessoires nl
13
Accessoires Gebruik
Bakplaat ¡ Plaatgebak
¡ Klein gebak
Air Fry & Grillplaat, geë-
mailleerd met gaatjes
¡ Gerechten knapperig bakken, die door-
gaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites.
¡ Gerechten grillen.
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies
geschikt.
Magnetrontoebehoren
Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meege-
leverde rooster geschikt.
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat,
kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.
Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht.
→"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina17
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal
zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
3.
Om de accessoires bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
De accessoire er zo opleggen, dat
het accessoire op de achterste aan-
slag van het uittreksysteem wordt in-
gelegd.
Opmerking:De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.

nl Voor het eerste gebruik
14
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
Voor het eerste gebruik
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten,
moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname
van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten
duren tot op het display de instellingen verschijnen.
1.
Schakel het apparaat in met
.
a De eerste instelling verschijnt.
2.
Druk wanneer het nodig is de instelling te verande-
ren, op een waarde in de lijst of wijzig de waarde
met de instelring.
Mogelijke instellingen:
– Taal
– HomeConnect →"HomeConnect ", Pagina23
– Tijd
→"Tijd instellen", Pagina23
3.
Op
drukken en naar de volgende instelling gaan.
4.
De instellingen doorlopen en wijzigen indien ge-
wenst.
a Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op
het display dat de eerste ingebruikname is afgeslo-
ten.
5.
Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het
eerste verwarmen controleert, de deur van het appa-
raat een keer openen en sluiten.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De productinformatie en de toebehoren uit de bin-
nenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korrel-
tjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde
van het apparaat verwijderen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen
met een zachte, vochtige doek.
3.
Schakel het apparaat in met
.
4.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode 4Dhetelucht
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 1uur
→"De Bediening in essentie", Pagina14
5.
In werking stellen.
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat verwarmt.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
6.
Schakel het apparaat uit met
.
7.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
8.
Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een
schoonmaakdoekje of een zachte borstel.
De Bediening in essentie
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
▶
Schakel het apparaat in met
.
a Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig
heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient,
gaat het automatisch uit.
▶
Schakel het apparaat uit met
.
a Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden af-
gebroken.
a Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-in-
dicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
▶
Start de werking met
.
a Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
1.
Druk op
om de werking te onderbreken.
2.
Druk opnieuw op
om de werking te hervatten.

De Bediening in essentie nl
15
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het
menu op het display.
1.
Om in de verschillende keuzemogelijkheden te bla-
deren, over het display vegen.
‒ Om in het menu en andere instelmogelijkheden
te bladeren, naar rechts of links vegen.
‒ Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of om-
hoog vegen.
2.
Om een functie te kiezen, op de functie in het dis-
play drukken.
a Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke in-
stelwaarden of andere opties waaruit kan worden
gekozen.
3.
Om indien nodig een instelling terug te gaan, op
drukken.
4.
Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelring
gebruiken:
‒ Over de instelring vegen, al naar gelang de ge-
wenste instelling rechts- of linksom.
‒ Of op een bepaalde positie aan de instelring
drukken.
5.
De instelling met bevestigen.
6.
Start de werking met .
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking:Uw instellingen kunt u als "Favorieten"
opslaan en opnieuw gebruiken.
→"Favorieten", Pagina21
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
2.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
3.
Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van de
verwarmingsmethode, op de instelstand.
4.
Stel de temperatuur in met de instelring.
5.
Druk in het display op
om de ingestelde tempera-
tuur te bevestigen.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
– →"Snel voorverwarmen", Pagina16
– →"Tijdfuncties", Pagina16
– →"Magnetron", Pagina17
– →"Ventilatiefunctie 'Knapperig laagje'",
Pagina19
6.
Start de werking met
.
a Het apparaat begint op te warmen.
a Op het display staan de instelwaarden en de tijd
hoelang het programma al loopt.
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking:De meest geschikte verwarmingsmethode
voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de
verwarmingsmethoden.
→"Verwarmingsmethoden", Pagina10
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
Op
drukken.
2.
Op drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te
allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de temperatuur drukken.
3.
De temperatuur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist
uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen ver-
schijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep
of waarschuwing.
1.
Op
"Info" drukken.
a Informatie wordt gedurende enkele seconden weer-
gegeven.
2.
Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren,
over het display vegen.
3.
Indien gewenst de aanwijzing met
verlaten.
8.8 Sabbatconform bedienen
Wanneer u uw apparaat sabbatconform wilt bedienen,
gebruik dan de tijdfuncties en wijzig de basisinstelling
voor de verlichting.
Opmerking:Wanneer u de apparaatdeur tijdens het
gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen.
Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het appa-
raat verder. Open, om uw apparaat sabbatconform te
bedienen, de apparaatdeur pas na de werking.
1.
Wijzig de basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit".
→"Basisinstellingen", Pagina22
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het
gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd
uit.
2.
Stel de gewenste functie in.
→"Functie instellen", Pagina15
→"Verwarmingsmethode en temperatuur instellen",
Pagina15
3.
Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur
in.
→"Tijdsduur instellen", Pagina16
→"Tijdfuncties", Pagina16
4.
Stel met "Eindtijd" het tijdstip in, waarop de werking
moet eindigen.
→"Einde instellen", Pagina16
→"Tijdfuncties", Pagina16
5.
Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het
apparaat begint te verwarmen.
6.
Start de werking met
.
a Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het
apparaat bevindt zich in de wachtstand.
a Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.

nl Snel voorverwarmen
16
7.
Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de
werking is beëindigd. Na ca. 15tot 20minuten
schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking:Wijzig indien nodig de basisinstelling
van de verlichting weer.
Snel voorverwarmen
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen
bij
ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmings-
duur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen
mogelijk:
¡ 4Dhetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen,
plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in
de binnenruimte.
Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempe-
ratuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt
het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
a Het symbool
is rood verlicht.
3.
Start de werking met .
a Het snel voorverwarmen start.
a Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd,
klinkt er een signaal. Het symbool
wisselt weer
naar wit.
4.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
1.
Op het display op
drukken.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
a Het symbool
wisselt weer naar wit.
Tijdfuncties
10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop
de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onaf-
hankelijk van de werking worden ingesteld.
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd in-
stellen waarop de werking eindigt.
Het apparaat start automatisch zodat
de werking op het gewenste tijdstip
klaar is.
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Hij beïnvloedt het
apparaat niet.
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot
24uur.
Vereiste:Een functie en een temperatuur of stand zijn
ingesteld.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende
tijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie
"m".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met
.
4.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het
display op
drukken.
5.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
Reset de tijdsduur met .
Opmerking:Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de
vooringestelde waarde.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
10.2 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet
zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.

Magnetron nl
17
Opmerkingen
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u de tijd niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een functie en een temperatuur of stand zijn inge-
steld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Druk op
"Eindtijd".
2.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de mi-
nutenindicatie drukken.
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijd met de instelring verschuiven.
Reset indien nodig de instelwaarde met
.
4.
Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het display
op drukken.
5.
Start de werking met .
a Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het
apparaat bevindt zich in de wachtstand.
a Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u
de ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de wer-
king gestart is en de tijdsduur afloopt.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Einde annuleren
U kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met
resetten.
Opmerking:Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijds-
duur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijd-
stip.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
10.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen
signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur ein-
digt.
1.
Druk op
.
2.
Druk om de timer in te stellen, op het display op de
betreffende tijdswaarde, bijv. minutenindicatie "m" of
secondenindicatie "s".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De timer met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met
.
4.
Om de timer te starten, op het display op drukken.
a De timer loopt af.
a Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de
timer op het display zichtbaar.
a Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-
gen van de lopende werking op het display. De ti-
mer wordt in de statusindicatie weergegeven.
a Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de ti-
mer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de
timer met
selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met de instelring wijzigen.
4.
Bevestig met .
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de
timer met
selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met resetten.
4.
Bevestig met .
Magnetron
11 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten be-
reiden, verwarmen, bakken of ontdooien.
11.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap-
paraat niet te beschadigen, dient u uitsluitend geschik-
te vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw
vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en acces-
soires inschuiven op hoogte 2.
Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de
magnetron
Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal:
¡ Glas
¡ Glaskeramiek
¡ Porselein
¡ Temperatuurbestendige kunststof
¡ Volledig geglazuurd keramiek zonder barsten
¡ Serveervormen
Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebrui-
ken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in
de magnetron garandeert.

nl Magnetron
18
¡ Meegeleverd rooster
Platen, bijv. de universele braadslede of de bak-
plaat, kunnen bij puur magnetrongebruik vonken
vormen en zijn niet geschikt.
Deze materialen laten microgolven door en worden niet
beschadigd.
Vormen en accessoires die niet geschikt zijn voor de
magnetron
Opmerking:Neem de gegevens over het vermijden
van materiële schade in acht.
→"Magnetron", Pagina7
¡ Vormen en bakvormen van metaal
Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden
de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Metaal
kan bij het puur magnetrongebruik vonken vormen.
Vormen bij bijgeschakelde magnetron bij een functie
Wanneer u bij een andere functie de magnetron
bijschakelt, dan is naast servies en accessoires die
geschikt zijn voor de magnetron ook metaal mogelijk:
¡ Vormen en bakvormen van metaal
Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2
cm van de wanden van de binnenruimte en de bin-
nenkant van de deur verwijderd te zijn.
Bakvormen en vormen van metaal altijd op het mee-
geleverde rooster plaatsen.
¡ Meegeleverde accessoires:
Rooster
Braadslede
Bakplaat
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor
het gebruik in de magnetron, voert u een test van de
vormen uit.
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte
serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderde-
len heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
2.
Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op
de maximale vermogensstand.
3.
In werking stellen.
4.
De vorm meerdere keren controleren:
‒ Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is
deze geschikt voor de magnetron.
‒ Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ont-
staan, dan de serviestest afbreken. De vorm is
dan niet geschikt voor de magnetron.
11.2 Instelmogelijkheden met magnetron
De magnetron kunt u alleen of gecombineerd met een
andere functie gebruiken.
Pure magnetronfunctie
Alleen de elektromagnetische golven van de magne-
tron genereren energie, welke bijv in levensmiddelen in
warmte omgezet kunnen worden.
Om condens te vermijden, schakelt bij de magnetron-
vermogens 600watt en "Boost" het apparaat automa-
tisch een verwarmingselement in. De binnenruimte en
het toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat
wordt hierdoor niet beïnvloed.
Deze automatische droogfunctie kunt u in de basisin-
stellingen uitschakelen.
→"Basisinstellingen", Pagina22
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magne-
tronfunctie schakelt automatisch een verwarmingsele-
ment bij en verhit de binnenruimte.
▶ Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte
of de verwarmingselementen aan.
▶ Houd kinderen uit de buurt.
Bijgeschakelde magnetron
Door de bijgeschakelde magnetron bij een functie ver-
kort de bereidingsduur van gerechten.
De magnetron kunt u met volgende functies
combineren:
¡ Verwarmingsmethoden →Pagina15
– 4Dhetelucht
– Boven- en onderwarmte
– Circulatiegrillen
– Grill, groot
– Grill, klein
¡ →"Gerechten", Pagina20
¡ →"Ventilatiefunctie 'Knapperig laagje'", Pagina19
Mogelijke magnetronvermogens in combinatie met een
functie zijn:
¡ 90watt
¡ 180watt
¡ 360watt
11.3 Magnetron instellen
Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
¡ →"Veiligheid", Pagina2
¡ →"Materiële schade vermijden", Pagina7
¡ →"Magnetronvermogen", Pagina12
¡ →"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina17
1.
Druk in het menu op "Magnetron".
‒ Of direct met de toets
de magnetron selecte-
ren.
2.
Op het magnetronvermogen ("Boost") drukken.
3.
Het magnetronvermogen met de instelring instellen.
4.
Om het ingestelde magnetronvermogen te bevesti-
gen op het display op
drukken.
5.
Op "Tijdsduur" drukken.

Ventilatiefunctie "Knapperig laagje" nl
19
Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijds-
duur nodig.
6.
Om de vooringestelde tijsduur te wijzigen op de be-
treffende tijdswaarde drukken, bijv. minutenindicatie
"m" of secondenindicatie "s".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
7.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met
.
8.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen op het dis-
play op drukken.
9.
Start de werking met .
a De magnetron start en de tijdsduur loopt af. Bij het
maximale magnetronvermogen "boost" geeft het dis-
play de vermogensreductie aan.
→"Magnetronvermogen", Pagina12
a Wanneer de tijdsduur is verstreken klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
10.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
11.
Als u de droogfunctie voor de magnetron in de ba-
sisinstellingen hebt uitgeschakeld en zich in de bin-
nenruimte condens heeft gevormd, dan de binnen-
ruimte drogen.
→"Drogen", Pagina29
Opmerking:Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens
het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de ap-
paraatdeur sluit, moet u de werking voortzetten. Heeft u
de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor
dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is.
→"Basisinstellingen", Pagina22
Magnetronvermogen wijzigen
U kunt het magnetronvermogen te allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op het magnetronvermogen drukken.
3.
Het magnetronvermogen met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
11.4 Magnetron bijschakelen instellen
Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
¡ →"Veiligheid", Pagina2
¡ →"Materiële schade vermijden", Pagina7
¡ →"Magnetronvermogen", Pagina12
¡ →"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina17
Vereiste:Let op de informatie bij de betreffende func-
tie.
→"Instelmogelijkheden met magnetron", Pagina18
1.
In het menu op de gewenste functie drukken.
2.
De instellingen voor de functie invoeren, bijv. ver-
warmingsmethode en temperatuur.
3.
Op
"Bijgeschakelde magnetron" drukken.
4.
Het magnetronvermogen met de instelring instellen.
5.
Om het ingestelde magnetronvermogen te bevesti-
gen, op het display op drukken.
6.
Op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur instellen.
7.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
8.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
Bijgeschakelde magnetron wijzigen
U kunt de bijgeschakelde magnetron altijd wijzigen of
deactiveren.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op het magnetronvermogen drukken.
3.
De bijgeschakelde magnetron met de instelring wij-
zigen of deactiveren.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Ventilatiefunctie "Knapperig laagje"
12 Ventilatiefunctie "Knapperig laagje"
De ventilatiefunctie "Knapperig laagje"
onttrekt vocht
uit de binnenruimte, zodat uw gerecht knapperig wordt.
De hoeveelheid hete stoom welke kan ontspannen bij
het openen van de deur, wordt gereduceerd.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met
ventilatiefunctie
Voor de ventilatiefunctie zijn alleen bepaalde verwar-
mingsmethoden geschikt.
Bij de volgende verwarmingsmethoden kunt u de
ventilatiefunctie gebruiken:
¡ 4Dhetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
¡ Circulatiegrillen
¡ Pizzastand
12.2 Ventilatiefunctie instellen
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde bijschakelen,
ook na aanvang van de werking.
1.
Stel een geschikte verwarmingsmethode en tempe-
ratuur in.
Indien nodig kunt u meer instellingen invoeren en
met de ventilatiefunctie combineren.

nl Gerechten
20
2.
Op "Knapperig laagje" drukken.
a Het symbool
is rood verlicht.
3.
Start de werking met
.
a Het apparaat begint op te warmen.
a Het display geeft de instelwaarden weer.
4.
Schakel het apparaat uit met
wanneer het gerecht
klaar is.
Opmerking:Tijdens de werking kunnen luidere ventilat-
orgeluiden hoorbaar zijn.
Ventilatiefunctie annuleren
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde uitschakelen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Druk op "Knapperig laagje".
a Het symbool wisselt weer naar wit.
a De werking wordt zonder ventilatiefunctie voortge-
zet.
Gerechten
13 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de
bereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-
matisch de optimale instellingen.
13.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit
en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-
miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de
bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
Opmerking:Bij sommige gerechten schakelt het appa-
raat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op
het display dat een voor de magnetron geschikte vorm
dient te worden gebruikt.
→"Vormen en accessoires met magnetron", Pagina17
13.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het
apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende in-
stellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaal-
de instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen
op het display.
Opmerking:Het bereidingsresultaat is afhankelijk van
de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Ge-
bruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttem-
peratuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak
gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit
gerecht relevante informatie weer, bijv.:
¡ Geschikte inschuifhoogte
¡ Geschikte accessoires of vormen
¡ Toevoegen van vloeistof
¡ Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op
"Info" om informatie op te roepen. Sommige
aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet
u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid
instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde be-
reik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale ge-
wicht van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode
vast vooringesteld.
De vooringestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u
aanpassen.
13.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u
op het apparaat wanneer u de functie oproept. De se-
lectie van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van
uw apparaat.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
Opmerking:In de basisinstellingen kunt u de weerge-
geven gerechten regionaal specialiseren.
→"Basisinstellingen", Pagina22
Categorie Gerechten
Gebak Gebak in vormen
Gebak op de bakplaat
Klein gebak
Koekjes
Brood,
broodjes
Brood
Broodjes
Pizza, hartig
gebak
Pizza
Hartig gebak, quiche
Ovenscho-
tels, souf-
flés
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde in-
grediënten
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten,
4cm hoog
Lasagne, vers
Lasagne, gekoeld
Ovenschotel, zoet, vers
Fruitcrumble
Soufflé in portievormen
Yorkshire Pudding
Gevogelte Kip
Eend, gans
Kalkoen

Favorieten nl
21
Categorie Gerechten
Vlees Varkensvlees
Rundvlees
Kalfsvlees
Lamsvlees
Wildbraad
Vleesgerechten
Vis Vis, heel
Visfilet
Diepvries-
producten
Pizza
Ovenschotels
Aardappelproducten
Vlees, gevogelte
Broodjes
Bijgerech-
ten, groente
Aardappelen
Rijst
Granen
Groente
Etenswaar
ontdooien
Gebak
Brood, broodjes
Vlees, gevogelte
Vis
13.4 Gerecht instellen
1.
Druk in het menu op "Gerechten".
2.
Druk op de gewenste categorie.
3.
Druk op het gewenste voedsel.
4.
Druk op het gewenste gerecht.
Tip:Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursberei-
dingsmethode kiezen.
→"Instelmogelijkheden van de gerechten",
Pagina20
a Op het display verschijnen de instellingen bij het ge-
recht.
5.
Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde
instellingen aanpassen.
→"Instelmogelijkheden van de gerechten",
Pagina20
6.
Druk op
"Info" voor informatie over bijvoorbeeld
accessoires en inschuifhoogte.
7.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het ap-
paraat warmt niet meer op.
8.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
13.5 Automatische uitschakelfunctie
De automatische uitschakelfunctie
bij de gerech-
ten zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en bra-
den.
Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het appa-
raat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken
uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is
beëindigd.
Favorieten
14 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en op-
nieuw gebruiken.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype/software-
versie moet u deze functie eerst op uw apparaat down-
loaden. Kijk in de HomeConnect app voor meer infor-
matie.
14.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 30 verschillende functies als uw favorieten
opslaan.
▶
Als u een functie instelt, aan het einde van de keu-
zelijst op
"Als favorieten opslaan" drukken.
Om een favoriet te hernoemen, moet u de Ho-
meConnect app gebruiken. Als uw apparaat ver-
bonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
14.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u de-
ze voor het instellen van de werking kiezen.
1.
In het menu op "Favorieten" drukken.
‒ Of direct met de toets
de favorieten selecte-
ren.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Indien gewenst kunt u de instellingen wijzigen.
4.
Start de werking met .
a Het display geeft de instelwaarden weer.
Opmerking:
Let op de informatie bij de verschillende functies:
¡ →"Magnetron", Pagina17
¡ →"Ventilatiefunctie 'Knapperig laagje'", Pagina19
14.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorte-
ren, of verwijderen.
1.
Om de favorieten te sorteren of te hernoemen, moet
u de HomeConnect app gebruiken. Als uw appa-
raat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de
app.
2.
Om de instelwaarden aan het apparaat te wijzigen,
in het menu op "Favorieten" drukken.
‒ Of direct met de toets
de favorieten selecte-
ren.
3.
Druk op de gewenste favorieten.
4.
Aan het einde van de keuzelijst op "Favoriet be-
werken" drukken.
5.
De instelwaarden wijzigen.
6.
De wijziging bevestigen.

nl Kinderslot
22
Favorieten verwijderen
1.
Om een favoriet te verwijderen, in het menu op "Fa-
vorieten" drukken.
‒ Of direct met de toets
de favorieten selecte-
ren.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Aan het einde van de keuzelijst op
"Favoriet wis-
sen" drukken.
4.
Bevestig het verwijderen.
Kinderslot
15 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
15.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in-
of uitgeschakeld is.
▶
Houd
ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kin-
derslot te activeren.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
a Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met
worden uitgeschakeld.
a Als het apparaat is ingeschakeld, brandt . Wan-
neer het apparaat uitgeschakeld is, is niet ver-
licht.
15.2 Kinderslot deactiveren
U kunt het kinderslot op elk gewenst moment deactive-
ren.
1.
Op een willekeurige plaats op het display drukken.
2.
Om het kinderslot te deactiveren:
‒ De aanwijzing in het display opvolgen, zodat de
ring zich volledig wordt gevuld.
‒ Of
ca.4seconden lang ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
Basisinstellingen
16 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens
uw wensen instellen.
16.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen
krijgt u op het display met
"Info".
Basisinstellin-
gen
Keuze
Taal Zie de keuze op het apparaat.
HomeConnect De oven met een mobiel eindappa-
raat verbinden en op afstand bestu-
ren.
→"HomeConnect ", Pagina23
Tijd Tijd in het 24h-formaat.
Display Keuze
Helderheid ¡ Standen 1, 2, 3, 4 en 5
1
Standby-indi-
catie
¡ Aan, qua tijd gelimiteerd
¡ Aan (deze instelling verhoogt het
energieverbruik)
¡ Uit
1
Tijd ¡ Digitaal
1
¡ Analoog
Afstelling ¡ Display horizontaal en verticaal
stellen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Geluid Keuze
Sensortoets-
toon
¡ Aan
1
¡ Uit
Geluidssignaal ¡ Zeer korte tijdsduur (eenmaal)
¡ Korte tijdsduur (ca.5seconden)
¡ Middellange tijdsduur
(ca.10seconden)
1
¡ Lange tijdsduur (ca. 30 secon-
den)
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Apparaatin-
stellingen
Keuze
Nalooptijd ven-
tilator
¡ Minimaal
¡ Aanbevolen
1
¡ Lang
¡ Zeer lang
Verlichting ¡ Bij het bereiden en bij het openen
van de deur
1
¡ Alleen bij het openen van de deur
¡ Altijd uit
Magnetronver-
mogen voorin-
stelling
¡ 90 W
¡ 180 W
¡ 360 W
¡ 600 W
¡ Boost
1
Magnetron
hervatten
¡ Uit
1
¡ Aan
Magnetron
drogen
¡ Aan
1
¡ Uit
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)

HomeConnect nl
23
Personalise-
ring
Keuze
Merklogo ¡ Weergeven
1
¡ Niet weergeven
Werking na in-
schakelen
¡ Hoofdmenu
1
¡ Verwarmingsmethoden
¡ Magnetron
¡ Gerechten
¡ Favorieten
Verstreken be-
reidingstijd
¡ Niet weergeven
¡ Displays
1
Magnetronbak-
blik
¡ Aan
1
¡ Uit
Regionale ge-
rechten
¡ Alle
1
¡ Europese gerechten
¡ Gerechten volgens Britse wijze
Gerechten ¡ Alle
1
¡ Geen varkensvlees
¡ Alleen koosjer
Kinderslot ¡ Deurvergrendeling + toetsblokke-
ring
¡ Alleen toets-blokkering
1
¡ Gedeactiveerd
Automatisch
snel voorver-
warmen
¡ Uit
¡ Aan
1
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Fabrieksinstel-
lingen
Keuze
Fabrieksinstel-
lingen
¡ Terugzetten
Info Indicatie
Apparaatinfor-
matie
Technische informatie over het appa-
raat weergeven.
16.2 Basisinstellingen wijzigen
1.
In het menu op "Basisinstellingen" drukken.
2.
Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
3.
Druk op de gewenste basisinstelling.
4.
Druk op de gewenste keuze voor de basisinstelling.
a De wijziging wordt bij de meeste basisinstellingen
direct overgenomen.
5.
Om nog meer basisinstellingen te wijzigen, met
teruggaan en een andere basisinstelling kiezen.
6.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
a De wijzigingen zijn opgeslagen.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
16.3 Tijd instellen
1.
Druk in het menu op "Basisinstellingen".
2.
Druk op "Tijd".
3.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de mi-
nutenindicatie drukken.
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
4.
De tijd met de instelring instellen.
‒ De minuten tellen in stappen van 5 minuten. Om
op de minuut nauwkeurig in te stellen, het betref-
fende gebied in de instelring ca. 1-2 seconden
ingedrukt houden. De minuten worden in punten
weergegeven. De minuten met de instelring in-
stellen.
5.
Schakel met
terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
a De tijd is opgeslagen.
HomeConnect
17 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.

nl HomeConnect
24
17.1 HomeConnect instellen
Vereisten
¡ Het apparaat is verbonden met het stroomnet en in-
geschakeld.
¡ U beschikt over een mobiel eindapparaat met een
actuele versie van het iOS- of Android-besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
¡ Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
De HomeConnect app downloaden.
1
1
Apple App Store en het Apple App Store logo
zijn handelsmerken van Apple Inc. Google Play
en het Google Play logo zijn handelsmerken van
Google LLC.
2.
De HomeConnect app openen en de volgende QR-
code scannen.
3.
De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
17.2 HomeConnect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of HomeConnect geconfigureerd is en of het apparaat met het
thuisnetwerk is verbonden.
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Home Connect Assis-
tent
Assistent starten
Verbinding verbreken
Via de Home Connect Assistent kunt u uw apparaat verbinden
met de Home Connect app.
Opmerking:Wanneer u de Home Connect Assistent voor de
eerste keer gebruikt, dan is alleen de instelling "Assistent star-
ten" beschikbaar.
WiFi Aan
Uit
Met WiFi kunt u de netwerkverbinding van uw apparaat uit-
schakelen. Wanneer u eenmaal succesvol bent verbonden,
dan kunt u WiFi deactiveren en verliest u niet uw gedetailleer-
de gegevens. Zodra u WiFi opnieuw activeert, dan maakt uw
apparaat automatisch verbinding.
Opmerking:Bij netwerkgebonden standby verbruikt het appa-
raat maximaal 2Watt.
Status afstandsbedie-
ning
Bewaking
Handmatige start op af-
stand
Permanente start op af-
stand
Bij bewaking kunt u alleen de bedrijfstoestand van het appa-
raat in de app weergegeven.
Bij een handmatige start op afstand moet u de start op afstand
elke keer activeren voordat u het apparaat via de app kunt
starten. U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minuten
openen, nadat u het starten op afstand heeft geactiveerd. Het
starten op afstand wordt daardoor niet gedeactiveerd. Na het
verstrijken van de 15minuten wordt met het openen van de
apparaatdeur de handmatige start op afstand gedeactiveerd.
Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op
afstand starten en bedienen. Wanneer u het apparaat vaak op
afstand bedient, dan is het zinvol om Starten op afstand op
permanent in te stellen.
17.3 Apparaat met HomeConnect app
bedienen
Met de HomeConnect app kunt u het apparaat op af-
stand instellen en starten.

Reiniging en onderhoud nl
25
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen
kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare materialen in de binnen-
ruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het ap-
paraat worden uitgeschakeld of de stekker uit het
stopcontact worden gehaald en moet de deur ge-
sloten worden gehouden om eventueel optredende
vlammen te doven.
Vereisten
¡ Het apparaat is ingeschakeld.
¡ Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Ho-
meConnect app verbonden.
¡ Om het apparaat via de app te kunnen instellen,
moet de handmatige of permanente start op afstand
in de basisinstelling Afstandsbedieningsniveau zijn
geselecteerd.
1.
Druk op
om start op afstand te activeren.
2.
Een instelling in de HomeConnect app invoeren en
naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
¡ Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat
start, wordt Starten op afstand automatisch geac-
tiveerd. U kunt de instellingen via de HomeCon-
nect app wijzigen of een nieuw programma star-
ten.
¡ U kunt de deur van het apparaat binnen 15 mi-
nuten openen, nadat u het starten op afstand
heeft geactiveerd. Het starten op afstand wordt
daardoor niet gedeactiveerd. Na het verstrijken
van de 15minuten wordt met het openen van de
apparaatdeur de handmatige start op afstand ge-
deactiveerd.
17.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhel-
pen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates als-
mede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde in-
stallatie wordt u via de HomeConnectapp geïnfor-
meerd.
Opmerkingen
¡ De software-update bestaat uit twee stappen.
– In de eerste stap van de download.
– In de tweede stap de installatie op uw apparaat.
¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kunnen software-updates ook
automatisch worden gedownload.
¡ De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de in-
stallatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
17.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website: www.home-connect.com.
17.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
Reiniging en onderhoud
18 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
18.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.

nl Reiniging en onderhoud
26
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmid-
delen.
▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Verschillende reinigingsmiddelen met elkaar gemengd
kunnen chemisch reageren.
▶ Geen reinigingsmiddelen mengen.
▶ Verwijder resten van reinigingsmiddelen volledig.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit
kan oppervlakken beschadigen.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de
verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina27
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat of RVS-
schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina30
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina30
Roestvaststalen
binnenlijst van de
deur
¡ RVS-reiniger Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen
voor roestvaststaal.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.

Reinigingsfunctie "Pyrolyse activeClean" nl
27
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
Opmerkingen
¡ Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
→"Reinigingsfunctie 'Pyrolyse activeClean'", Pagina27
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Opmerking:Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina31
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Opmerking:Voor een grondige reiniging de telescooprails verwijde-
ren.
→"Rekjes", Pagina31
Toebehoren ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
18.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina25
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina26
2.
Drogen met een zachte doek.
Reinigingsfunctie "Pyrolyse activeClean"
19 Reinigingsfunctie "Pyrolyse activeClean"
Met de reinigingsfunctie "Pyrolyse activeClean"
rei-
nigt de binnenruimte zich vrijwel zelfstandig.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de
reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desge-
wenst vaker gebruiken.
De reinigingsfunctie heeft ca. 3,9-4,8 kilowattuur no-
dig.
19.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie
voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen en scha-
de te vermijden, dient u het apparaat zorgvuldig voor te
bereiden.

nl Reinigingsfunctie "Pyrolyse activeClean"
28
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden
bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnen-
ruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het ap-
paraat worden uitgeschakeld of de stekker uit het
stopcontact worden gehaald en moet de deur ge-
sloten worden gehouden om eventueel optredende
vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens
de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de bin-
nenruimte voordat de reiniging start.
▶ Accessoires nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens
het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoe-
ken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in
het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
De rekjes met alle telescooprails kunt u mee reini-
gen.
2.
Grove verontreinigingen uit de binnenruimte en van
de rekjes verwijderen.
3.
De binnenkant van de apparaatdeur en de randop-
pervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en
een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet afnemen en niet schuren.
Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit
met ovenreiniger.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet, met uitzondering van de rekjes, leeg
zijn.
19.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief
is.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de
gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een
heel hoge temperatuur op zodat resten van braden,
grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen
vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ven-
tileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij-
dens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking:De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsfunctie.
Vereiste:→"Apparaat voor de reinigingsfunctie voor-
bereiden", Pagina27.
1.
Druk in het menu op "Reiniging".
2.
Op
"Pyrolyse activeClean" drukken.
3.
Op "Stand" drukken en de reinigingsgraad met de
instelring instellen.
Reinigings-
graad
Mate van rei-
niging
Tijdsduur in uren
1 Licht Ca. 2:15
2 Hoog Ca. 2:30
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
Het tijdstip waarop de werking moet zijn afgerond,
kunt u verschuiven.
→"Einde instellen", Pagina16
4.
Om de ingestelde reinigingsstand te bevestigen, op
het display op
drukken.
5.
Op drukken.
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het reinigen.
6.
De aanwijzing bevestigen.
a De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af.
a Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur van-
af een bepaalde temperatuur in de binnenruimte.
Op het display verschijnt
.
a Wanneer de reiniging beëindigd is, klinkt er een sig-
naal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat
de werking is beëindigd.
7.
Schakel het apparaat uit met
.
8.
→"Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar
maken", Pagina28.
Reinigingsfunctie afbreken
Na de start kunt u de reinigingsfunctie niet meer stop-
pen of wijzigen.
▶
Om de reinigingsfunctie af te breken het apparaat
met
uitschakelen.
19.3 Apparaat na de reinigingsfunctie
gebruiksklaar maken
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Achtergebleven as in de binnenruimte, aan de rek-
jes en bij de apparaatdeur afnemen met een vochtig
doekje.
3.
De telescooprails meerdere keren uittrekken en in-
schuiven.
Tijdens de reinigingsfunctie kunnen verkleuringen
aan de telescooprails ontstaan. Deze verkleuringen
hebben geen nadelige invloed op de werking van
het apparaat.
4.
Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.

Reinigingsondersteuning nl
29
Opmerking:Witte aanslag op de emailvlakken kan
door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze le-
vensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft
geen nadelige invloed op de werking van het appa-
raat.
Opmerking:Tijdens de reinigingsfunctie verkleurt de
binnenlijst van de apparaatdeur of andere delen van
RVS van de apparaatdeur. Deze verkleuringen hebben
geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
De verkleuringen kunnen met een reinigingsmiddel
voor RVS worden verwijderd.
Reinigingsondersteuning
20 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning
is een snel alternatief
voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De
reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door
het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kun-
nen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
20.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Opmerking:De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsondersteuning.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
LET OP!
Gebruik van gedestilleerd water in de binnenruimte
leidt tot corrosie.
▶ Geen gedestilleerd water gebruiken.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
3.
In het menu op "Reiniging" drukken.
4.
Op
"Reinigingsondersteuning" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
5.
Op drukken.
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
noodzakelijke voorbereidingen voor de reinigingson-
dersteuning.
6.
De aanwijzing bevestigen.
a De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigd,
klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een
aanwijzing dat de werking is beëindigd.
7.
Schakel het apparaat uit met
.
8.
→"Binnenruimte na de reinigingsondersteuning rei-
nigen", Pagina29.
20.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
3.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruim-
te met een schoonmaakdoekje of zachte borstel.
Verwijder hardnekkige resten met een schuurspons-
je van roestvrij staal.
4.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte
doek en daarna met schoon water afnemen.
5.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
6.
Om de binnenruimte volledig te laten drogen, de ap-
paraatdeur ca.1uur open laten of de droogfunctie
gebruiken.
→"Drogen instellen", Pagina29
Drogen
21 Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, droogt u
de binnenruimte na de pure magnetronfunctie na de
reinigingsondersteuning.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
21.1 Binnenruimte drogen
U kunt de binnenruimte laten drogen of de functie dro-
gen gebruiken.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
3.
Water in de binnenruimte opvegen.
4.
Droog de binnenruimte.
‒ Laat om de binnenruimte te drogen de deur van
het apparaat 1 uur open staan.
‒ Om de functie drogen te gebruiken, "Droogfunc-
tie" instellen.
→"Drogen instellen", Pagina29
Drogen instellen
Vereiste:→"Binnenruimte drogen", Pagina29
1.
In het menu op "Reiniging" drukken.
2.
Op
"Droogfunctie" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Op drukken.
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het drogen.
4.
De aanwijzing bevestigen.
a Het drogen start en de tijdsduur loopt af.

nl Apparaatdeur
30
a Als het drogen beëindigd is, klinkt er een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de wer-
king is beëindigd.
5.
Schakel het apparaat uit met
.
6.
Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van
het apparaat 1 tot 2minuten geopend laten.
Apparaatdeur
22 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
22.1 Deurafscherming afnemen
De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan
verkleuren. Neem de deurafscherming af om deze en
de roestvrijstalen inlegger schoon te maken of de deur-
ruiten te verwijderen.
1.
Open de apparaatdeur een beetje.
2.
Op de deurafscherming links en rechts drukken
.
3.
De deurafscherming afnemen en de apparaat-
deur voorzichtig sluiten.
22.2 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Vereiste:De deurafscherming is afgenomen.
→"Deurafscherming afnemen", Pagina30
1.
De schroeven links en rechts van de apparaatdeur
losdraaien
en verwijderen.
2.
Een theedoek die meerdere keren is samengevou-
wen tussen de apparaatdeur klemmen.
3.
Sluit de deur van het apparaat.
4.
De voorruit er naar boven uittrekken .
5.
De voorruit met de deurgreep naar beneden op een
vlak oppervlak leggen.
6.
De tussenruit met één hand tegen het apparaat
drukken en tegelijkertijd de linker en rechter hou-
ders naar boven drukken. De houders niet ver-
wijderen.
7.
De tussenruit uitnemen.
8.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig gevaar
voor de gezondheid!
Door het opendraaien van de schroeven is de veilig-
heid van het apparaat niet meer gewaarborgd. Er
kan energie van de magnetron naar buiten komen.
▶ De schroeven nooit opendraaien.
Nooit de 4 zwarte schroeven van de omlijsting
schroeven.

Rekjes nl
31
22.3 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De tussenruit draaien, totdat de pijl
rechts boven
is.
2.
De tussenruit onder in de houder inbrengen en
aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
3.
De linker en rechter houder naar beneden druk-
ken totdat de binnenruit is ingeklemd .
4.
De voorste ruit onder in de linker en rechter houder
inhangen .
5.
Druk de voorste ruit tegen het apparaat, totdat de
linker en rechter haken tegenover de opname
liggen .
6.
De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze
hoorbaar vast klikt.
7.
De apparaatdeur een beetje openen en de thee-
doek verwijderen.
8.
Draai de beide schroeven links en rechts op de ap-
paraatdeur er in.
9.
De deurafdekking aanbrengen en aandrukken , tot
deze hoorbaar inklikt.
10.
Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Rekjes
23 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden
verwijderd.
23.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant optillen
en losmaken
.
2.
Het complete rekje naar achteren schuiven en uit-
nemen .

nl Storingen verhelpen
32
23.2 Houders inbrengen
Als u de rekjes verwijdert, kunnen de houders eruit val-
len.
Opmerking:
De houders zijn aan de voor- en achterkant verschil-
lend.
1.
De voorste houders met de haak vanaf boven in het
ronde gat leiden en een beetje schuin zetten .
2.
De voorste houders aan de onderkant inbrengen en
recht zetten .
3.
De achterste houders met de haak in het bovenste
gat leiden en in het onderste gat drukken .
23.3 Rekjes inhangen
1.
Het rekje aan de achterkant boven en beneden in
de houders plaatsen
en naar voren trekken .
2.
Het rekje van voren inbrengen en naar beneden
drukken .
Storingen verhelpen
24 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina34
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
24.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.

Storingen verhelpen nl
33
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zeke-
ring uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
→"Basisinstellingen", Pagina22
Op het display ver-
schijnt "Sprache
Deutsch".
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
→"Eerste keer in gebruik nemen", Pagina14
Werking start niet of
wordt onderbroken.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen.
→"Informatie weergeven", Pagina15
Storing
▶
Neem contact op met de
→"Servicedienst", Pagina34.
Het apparaat warmt
niet op.
Demonstratiemodus is ingeschakeld.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-
nieuw in te schakelen.
2.
Schakel de demonstratiemodus binnen ca. 5minuten in de basisinstellingen uit.
→"Basisinstellingen wijzigen", Pagina23
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer.
a Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik.
Als het apparaat uit-
geschakeld is, ver-
schijnt de actuele tijd
niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
▶
Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie.
→"Basisinstellingen", Pagina22
Apparaatdeur kan
niet worden geopend.
Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur, op het display licht op.
▶
Laat het apparaat afkoelen tot op het display
uitgaat.
→"Reinigingsfunctie 'Pyrolyse activeClean'", Pagina27
Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur.
▶
Deactiveer het kinderslot met de instelring.
→"Kinderslot", Pagina22
De vergrendeling kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
→"Basisinstellingen", Pagina22
HomeConnect functi-
oneert niet correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Ga naar www.home-connect.com.
Bij het reinigen van
de magnetron wordt
de binnenruimte heet.
Droogfunctie is ingeschakeld.
Om bij de pure magnetronfunctie condens te vermijden, schakelt het apparaat bij de stan-
den 600W en 800W automatisch een verwarmingselement bij. Het bereidingsresultaat
wordt hierdoor niet beïnvloed.
▶
U kunt de basisinstelling voor de droogfunctie bij de magnetronfunctie wijzigen.
→"Basisinstellingen", Pagina22
‒ Neem de informatie over het gebruik met de magnetron in acht.
→"Magnetron", Pagina17
Verlichting van de
binnenruimte werkt
niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
▶
Wijzig de basisinstelling naar verlichting.
→"Basisinstellingen", Pagina22
LED-lampje is defect.
▶
Neem contact op met de
→"Servicedienst", Pagina34.

nl Afvoeren
34
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Maximale gebruiks-
duur bereikt.
Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren
automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. Er verschijnt een aanwij-
zing op het display.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-in-
stellingen.
1.
Om de werking voort te zeggen, schakelt u het apparaat uit met
en weer aan. De wer-
king opnieuw instellen en starten.
2.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met uit.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijdsduur instel-
len.
→"Tijdfuncties", Pagina16
Foutcode bestaande
uit letters en cijfers
verschijnt op het dis-
play, bijv. E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit en weer in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
2.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens
het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
→"Servicedienst", Pagina34
Bereidingsresultaat is
niet bevredigend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept-, hoeveelheid- en levensmiddel-
afhankelijk.
▶
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
Tip:Veel overige informatie over de bereiding en de passende instelwaarden vindt u in
de HomeConnect app of op onze homepage www.bosch-home.com.
Afvoeren
25 Afvoeren
25.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
26 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en
het volgnummer (Z-Nr.) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De
lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur
worden vervangen.
26.1 Productnummer (E-Nr.),
productienummer (FD) en volgnummer (Z-
Nr.)
Het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD)
en het volgnummer (Z-Nr.) vindt u op het typeplaatje
van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
U kunt de apparaatinformatie ook in de basisinstellin-
gen laten weergeven.
→"Basisinstellingen", Pagina22

Informatie over vrije software en opensourcesoftware nl
35
Informatie over vrije software en opensourcesoftware
27 Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de
houders van de intellectuele eigendom als vrije softwa-
re of opensourcesoftware zijn gelicentieerd.
De informatie over de betreffende licentie is in het huis-
houdapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze li-
centie-informatie via de HomeConnect app raadple-
gen: 'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-
informatie'.
1
Verder kunt u de licentie-informatie downlo-
aden via de productwebsite. (Zoek daarvoor op de pro-
ductwebsite naar uw apparaatmodel en de bijbehoren-
de documentatie.) In plaats daarvan kunt u de betref-
fende informatie ook aanvragen via ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-
Wery-Str. 34, D-81739 München.
De broncode wordt u op verzoek ter beschikking ge-
steld.
Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-
Wery-Str. 34, D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden
u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende
drie jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste ge-
durende de periode waarin wij support en reserveon-
derdelen voor het betreffende apparaat bieden.
Conformiteitsverklaring
28 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het appa-
raat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de
fundamentele vereisten en de overige toepasselijke be-
palingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de aanvullende docu-
menten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz):
max. 200mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
Zo lukt het
29 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
Tip:Veel overige informatie over de bereiding en de
passende instelwaarden vindt u in de HomeConnect
app of op onze homepage www.bosch-home.com.
29.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn instelberei-
ken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wan-
neer u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoi-
re dan pas na het voorverwarmen in de binnenruim-
te.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering

nl Zo lukt het
36
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
▶ Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
Geschikte accessoires kunt u bij de klantenservice, in
de vakhandel of op het internet kopen.
→"Meer accessoires", Pagina13
Tip
Bij enkele gerechten kunt u ook de ventilatiefunctie
"Knapperig laagje" gebruiken. De ventilatiefunctie
"Knapperig laagje" onttrekt versterkt vocht uit de bin-
nenruimte. Deze bereiding is voor producten met veel
vocht aanbevolen, bijv.
¡ bij het bereiden op verschillende niveaus
¡ bij gebak met sappig beleg
¡ bij schuimgebakjes
¡ als er meer knapperigheid is gewenst
Voor knapperige gerechten is het inschakelen in de
tweede bereidingshelft aanbevolen.
→"Ventilatiefunctie 'Knapperig laagje'", Pagina19
29.2 Aanwijzingen voor het bakken
¡ Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn don-
kere bakvormen van metaal het beste geschikt.
¡ Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde ge-
rechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge
vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en wor-
den donkerder aan de bovenkant.
¡ Bakvormen van silicone zijn niet geschikt.
¡ Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede
bereidt, schuif deze er dan op niveau 2 in.
¡ De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel
voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een
rechthoekige vorm.
¡ Het insteladvies voor het bakken in combinatie met
de magnetron gelden voor metalen vormen.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Wanneer u verwarmingsmethode 4D-hete lucht ge-
bruikt, kunt u kiezen tussen de inschuifhoogtes 1, 2, 3
en 4. Het beste resultaat verkrijgt u wanneer de u de
volgende inschuifhoogten gebruikt.
Bakken op één niveau Hoogte
Hoog gebak / vorm op het rooster 2
Plat gebak / bakplaat 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
2niveaus
¡ Braadslede
¡ Bakplaat
3
1
2niveaus
¡ 2 roosters met vormen erop 3
1
3niveaus
¡ Bakplaat
¡ Braadslede
¡ Bakplaat
5
3
1
4niveaus
¡ 4 roosters met bakpapier 5
3
2
1
Gebruik de verwarmingsmethode 4Dhete lucht.
Opmerkingen
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Bereiding in combinatie met de magnetron is
slechts op één niveau mogelijk.
29.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij
braden, stoven en grillen
¡ Het insteladvies geldt voor braadproducten op koel-
kasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar
gevogelte.
¡ Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant
van het vel naar beneden op de vorm.
¡ Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½
tot ⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder
knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meer-
dere stukken tegelijkertijd.
¡ Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dik-
te. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lek-
ker mals.
¡ Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het
rooster.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede een niveau onder het rooster in de bin-
nenruimte.
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot ½liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
¡ Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn
voor de oven.
¡ Plaats de vorm op het rooster.
¡ Vormen van glas zijn het meest geschikt.

Zo lukt het nl
37
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de
braadvorm aan.
Braden in open vormen
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
¡ Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
¡ Bij vlees moet er tussen het te braden product en
het deksel minimaal 3cm afstand zijn. Het vlees
kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
Circulatiegrillen is zeer geschikt voor de bereiding van
heel gevogelte, hele vis en vlees, bijv. braadvlees met
een korstje.
¡ Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en verge-
lijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en
blijven lekker mals.
¡ Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het roos-
ter.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede minstens één niveau onder het rooster
in de binnenruimte.
Opmerkingen
¡ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgescha-
keld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de
ingestelde grillstand.
¡ Bij het grillen kan rook ontstaan.
29.4 Bereiding met magnetron
Als u gerechten met de magnetron klaar maakt, dan
kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
Algemeen
¡ De bereidingsduur bij gebruik van de magnetron is
gebaseerd op het totaalgewicht.
Wilt u een andere dan de opgegeven hoeveelheid
klaarmaken, dan helpt de basisregel: Bij een dub-
bele hoeveelheid is bijna de dubbele bereidings-
duur nodig.
¡ De producten geven warmte af aan het servies. Het
servies kan zeer heet worden.
¡ In het belangrijkste deel van de gebruikershandlei-
ding vindt u informatie, hoe u de magnetron en aan-
vullende magnetronwerking instelt.
→"Magnetron", Pagina17
Tip
Overige bereidingen met de magnetron vindt u hier:
¡ →"Ontdooien", Pagina42
¡ →"Opwarmen met de magnetron", Pagina43
Koken of stomen met de magnetron
¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de
magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord
of speciale magnetronfolie gebruiken.
¡ Gebruik voor alle graanproducten, bijvoorbeeld voor
rijst, een hoge vorm met deksel. Graan schuimt
sterk tijdens het koken. Voeg vloeistof toe overeen-
komstig de informatie in het insteladvies.
¡ Was de levensmiddelen en droog deze niet af. Voeg
1-3eetlepels water of citroensap toe aan de gerech-
ten.
¡ Verdeel de gerechten vlak in de vorm. Platte voe-
dingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
¡ Gebruik zout en specerijen met mate. Bij het berei-
den met de magnetron blijft de oorspronkelijke
smaak in grote mate behouden.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 2-3keer.
¡ Laat het voedsel na het bereiden 2-3minuten rus-
ten.
29.5 Aanwijzingen voor de bereiding van
kant-en-klaar gerechten
¡ Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van
het soort levensmiddelen. Mogelijk zijn de produc-
ten al bruin of vertonen ze ongelijkmatigheden.
¡ Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproduc-
ten. Verwijder het ijs van het gerecht.
¡ Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking
nemen.
¡ Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het
kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
¡ Verdeel stuksgerechten, zoals broodjes en aardap-
pelproducten, gelijkmatig en vlak over de accessoi-
res. Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen zit.
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de ver-
pakking aan.
¡ Om optimale resultaten te behalen, adviseren wij le-
vensmiddelen of kant-en-klare gerechten bij
600watt te verwarmen. Wanneer op de verpakking
een hoger magnetronvermogen is aangegeven, ver-
leng dan de tijd.

nl Zo lukt het
38
29.6 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 160-180 90 30-40
Cake, fijn Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-170 - 60-80
Cake, 2 niveaus Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
3+1 140-150 - 60-80
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
2 150-170 - 65-85
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
2 1. 160-180
2. 100
1. 180
2. -
1. 30-40
2. 20
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
2 150-160 - 50-60
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
2 150-170
1
- 30-50
Zandtaartdeeggebak met
vochtige bedekking
Braadslede 3 160-180 - 55-75
Gebak van gistdeeg met
vochtige bedekking
Braadslede 3 180-190 - 30-40
Cakerol Bakplaat 3 180-190
1
- 15-20
Muffins Muffinplaat 3 170-190 - 15-20
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 3 160-180 - 25-40
Koekjes Bakplaat 3 140-160 - 15-30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-160 - 15-30
Koekjes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140-160 - 15-30
Brood, 750g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
2. 180-190
1
- 1. 10-15
2. 25-35
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
2. 180-190
- 1. 10-15
2. 40-50
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
3
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.

Zo lukt het nl
39
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 200-210 - 35-45
Plat rond brood Braadslede 3 250-270 - 20-25
Broodjes, vers Bakplaat 3 180-190 - 20-30
Pizza, vers - op de bak-
plaat
Bakplaat 3 200-220 - 25-35
Pizza, vers - op de bak-
plaat, 2 niveaus
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 180-190 - 35-45
Pizza, vers, dunne bo-
dem, in pizzavorm
Pizzaplaat 2 220-230 - 20-30
Quiche Quiche-vorm met
donkere coating
3 190-210 - 30-40
Flammkuchen Braadslede 3 260-280
1
- 10-15
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 2 150-170 360 20-30
Lasagne, diepvries,
350-450g, 3 cm hoog
Open vorm 2 200-210 180 20-25
Lasagne, diepvries,
600-1000g, 4-5 cm
hoog
Open vorm 2 200-210 180 35-45
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Ovenschaal 2 160-190 - 50-70
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Ovenschaal 2 170-190 360 20-25
Kip, 1,3 kg, ongevuld Rooster 2 200-220 - 60-70
Kip, 1,3 kg, ongevuld Gesloten vorm 2 230-250 360 25-35
Kleine kipdelen, à 250g Rooster 3 220-230 - 30-35
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 2 190-210 360 20-30
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 2 160-180 - 120-150
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 2 170-190 180 80-90
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 180-190 - 110-130
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Gesloten vorm 2 220-240 360 55-65
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 190-200 - 120-140
Runderfilet, medium,
1kg
Rooster 2 210-220 - 40-50
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 2 200-220 - 130-160
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 2 200-220 - 140-160
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster 2 220-230 - 60-70
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 240-260 180 30-40
Burger, 3-4cm hoog Rooster 4 3 - 25-30
2
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
3
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.

nl Zo lukt het
40
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 2 170-190 - 50-80
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Gesloten vorm 2 240-260 1. 360
2. 180
1. 30
2. 35-40
Gebraden gehakt, 1 kg +
20 ml water
Open vorm 2 170-190 360 30-40
Vis, gegrild, heel, 300g,
bijv. forel
Rooster 2 170-180 - 20-30
Vis, gegrild, heel, 300g,
bijv. forel
Rooster 3 2 90 15-20
Groente, vers, 250g Gesloten vorm 2 - 600 6-10
3
Gemengde groente,
250g + 25ml water
Gesloten vorm 2 - 600 8-12
3
Gebakken aardappels,
gehalveerd, 1kg
Braadslede 3 200-220 360 15-20
Gekookte aardappels, in
vieren gedeeld, 500g
Gesloten vorm 2 - 600 12-15
3
Langkorrelige rijst, 250g
+ 500ml water
Gesloten vorm 2 - 1. 600
2. 180
1. 7-9
2. 13-16
Gierst, heel,
250g+600ml water
Gesloten vorm 2 - 1. 600
2. 180
1. 8-10
2. 5-10
Polenta of maïsgries-
meel, 125g+ 500ml
water
Gesloten vorm 2 - 600 6-8
3
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
3
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
Dessert
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk (3,5% vet) op 90°C verwarmen op de
kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C vol-
doende.
3.
150g yoghurt op koelkasttemperatuur door de
melk roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
8.
Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12uur
lang rusten in de koelkast.
Pudding van puddingpoeder maken
1.
Gebruik een hoge vorm die geschikt is voor de
magnetron.
2.
Roer in de vorm de puddingpoeder met de gehele
hoeveelheid melk en suiker.
3.
Plaats de vorm op het rooster in de binnenruimte.
4.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
5.
Roer de melk stevig door zodra deze opkomt.
6.
De procedure herhalen totdat de gewenste consis-
tentie is bereikt.
Popcorn bereiden met de magnetron
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen
kan knappen.
▶ Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.
▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de
binnenruimte.
1.
Gebruik een vlakke ovenschaal die geschikt is voor
de magnetron.
Gebruik geen porselein of sterk gewelfde borden.
2.
Leg de popcornzak volgens de aanwijzingen op de
verpakking op de vorm.
3.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
4.
Afhankelijk van het product en de hoeveelheid moet
de tijd mogelijk worden aangepast.
5.
Verwijder de popcornzak na 1½minuut en schud
deze om zodat de popcorn niet aanbrandt.
6.
Plaats de popcornzak weer terug in de oven en ver-
der laten poffen.
7.
Schakel wanneer nog slechts elke 2-3 seconden
pofgeluiden te horen zijn het apparaat uit en neem
de popcornzak uit de oven.
8.
Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.

Zo lukt het nl
41
Insteladvies voor desserts, compote
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina10
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Pudding van pudding-
poeder
Gesloten vorm 2 - 600 5-8
1
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
40-45 - 8-9 uur
Popcorn voor de magne-
tron, 1zak à 100g
2
Open vorm 2 - 600 4-6
1
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
2
Leg de gesloten zak op de vorm.
29.7 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidings-
wijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Langzaam garen
Bereid fijn vlees, bijv. zachte delen van rund, kalf, var-
ken, lam, of gevogelte, langzaam bij lage temperatuur.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking:Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij
de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste:De binnenruimte is koud.
1.
Gebruik vers en hygiënisch perfect vlees, zonder
bot.
2.
De vorm op het rooster op niveau 2 in de binnen-
ruimte plaatsen.
3.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voor-
verwarmen.
4.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
5.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de
binnenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat de temperatuur in de
binnenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tij-
dens het langzaam garen gesloten.
Tips voor het langzaam garen
Hier vindt u tips voor een goed resultaat bij langzaam
garen.
Vraag Tip
U wilt een eenden-
borst langzaam ga-
ren.
¡ Leg de eendenborst koud in
een pan.
¡ Bak eerst de huidzijde aan.
¡ Eendenborst langzaam ga-
ren.
¡ Na het langzaam garen de
eendenborst gedurende 3
tot 5 minuten knapperig gril-
len.
U wilt uw zacht ge-
gaarde vlees zo
heet mogelijk serve-
ren.
¡ De serveerborden voorver-
warmen.
¡ De bijbehorende sauzen
heel heet serveren.
Insteladvies voor langzaam garen
Gerecht Accessoires /
vormen
Hoogte Aan-
braad-
duur in
min.
Verwar-
mingsme-
thode
Tempera-
tuur in °C
Magne-
tronver-
mogen in
W
Tijdsduur in
min.
Eendenborst, rosé à
300g
Open vorm 2 6-8 90
1
- 45-60
Varkenshaas, heel Open vorm 2 4-6 80
1
- 45-70
Runderfilet, 1kg Open vorm 2 4-6 80
1
- 90-120
Kalfsmedaillons,
4cm dik
Open vorm 2 4 80
1
- 30-50
Lamsrack, zonder
been, à 200g
Open vorm 2 4 80
1
- 30-45
1
Het apparaat voorverwarmen.

nl Zo lukt het
42
Air Fry
Bereid gerechten door Air Fry knapperig en met weinig
vet. Air Fry is bijzonder geschikt voor gerechten die u
normaal gezien in olie frituurt.
Aanwijzingen voor de bereiding met Air Fry
Neem deze informatie in acht als u gerechten met Air
Fry bereidt.
¡ De bereiding met Air Fry is slechts op een niveau
mogelijk.
¡ Met het Air Fry-toebehoren worde de gerechten
knapperiger. Als het Air-Fry toebehoren niet stan-
daard bij het apparaat wordt geleverd, kunt u het als
speciaal toebehoren verkrijgen.
¡ De oven niet voorverwarmen.
¡ Geen bakpapier gebruiken. De lucht moet in de bin-
nenruimte circuleren.
¡ Diepgevroren gerechten niet ontdooien.
¡ De gerechten gelijkmatig in het Air Fry-toebehoren
of de universele braadslede verdelen. Indien moge-
lijk slechts een laag van de gerechten over het toe-
behoren verdelen.
¡ Het toebehoren op hoogte 3 in de binnenruimte
schuiven. Als u het Air Fry-toebehoren gebruikt, kunt
u ter bescherming tegen verontreiniging een lege
universele braadslede op hoogte 1 inschuiven.
¡ Halverwege de bereidingstijd het product keren. Bij
grotere hoeveelheden het product 2 keer keren.
Tip:Het product pas na het bereiden zouten. Hierdoor
wordt het product knapperiger.
Gepaneerde groente is eveneens geschikt voor de be-
reiding met Air Fry. Om vet te sparen, de panade met
een verstuiver met olie besproeien. Zo ontstaat een
knapperige korst met weinig vet.
Insteladvies voor Air Fry
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Patat Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 15-20
Aardappelsnack, gevuld Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 15-20
Aardappel-rösti Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 15-20
Kipsticks, nuggets, diep-
vries
Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 8-12
Vissticks Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 10-20
Broccoli, gepaneerd Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 10-20
Ontdooien
Ontdooi diepvriesproducten met uw apparaat.
Aanwijzingen voor het ontdooien
¡ Met de functie "Magnetron" kunt u diepgevroren
fruit, groente, gevogelte, vlees, vis of gebak ontdooi-
en.
¡ Neem het diepvriesproduct uit de verpakking om te
ontdooien.
¡ Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor
de magnetron.
¡ De insteladviezen gelden voor gerechten met diep-
vriestemperatuur (-18°C).
¡ Ontdooien lukt beter in meerdere stappen. De stap-
pen zijn onder elkaar aangegeven in de aanbevelin-
gen voor instellingen.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 1-2keer.
Keer grote stukken meerdere malen. Deel het voed-
sel tussendoor in stukken.
Neem reeds ontdooide stukken uit de binnenruimte.
¡ Laat de ontdooide producten nog 10tot 30minuten
in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de
temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
Insteladvies voor het ontdooien
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Brood, 500g Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 3
2. 10-15
1
Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.

Zo lukt het nl
43
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Broodjes Rooster 2 140-160 90 2-4
Gebak, vochtig, 500g Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 2
2. 10-15
Gebak, droog, 750g Open vorm 2 - 90 10-15
Kip, heel, 1,3kg Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 10
2. 10-15
1
Vlees, heel, bijv. braad-
vlees, rauw vlees, 1kg
Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 15
2. 20-30
1
Gehakt, gemengd, 500g Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10-15
1
Vis, heel, 300g Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 3
2. 10-15
1
Kleinfruit, 300g Open vorm 2 - 180 5-10
Boter ontdooien, 125g Open vorm 2 - 90 7-9
1
Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
Opwarmen met de magnetron
Met de magnetron kunt u voedingsproducten opwar-
men of in één stap ontdooien en opwarmen.
Bereidingswijze voor het opwarmen met de
magnetron
¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de
magnetron.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 2-3keer.
¡ Laat het voedsel na het bereiden 1-2minuten rus-
ten.
¡ De producten geven warmte af aan het servies. Het
servies kan zeer heet worden.
¡ Let op de volgende punten wanneer u babyvoedsel
opwarmt:
– Plaats flesjes zonder speen of deksel op het
rooster.
– Schud of roer het babyvoedsel goed door na het
verwarmen.
– Controleer absoluut de temperatuur van het ba-
byvoedsel.
¡ Veeg de binnenruimte na het opwarmen droog.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging
ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt
bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij
een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid
geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en
wegspatten.
▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een
lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging
voorkomen.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Insteladvies voor opwarmen en regenereren
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Dranken verwarmen,
200ml
Open vorm 2 - max 1-3
Babyvoeding verwarmen,
bijv. flesjes melk, 150ml
Open vorm 2 - 360 1-3
Groente, gekoeld, 250g Gesloten vorm 2 - 600 3-8
1
Het voedsel goed omroeren.

nl Zo lukt het
44
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Groente, diepvries, los,
250g
Gesloten vorm 2 - 600 8-12
Schotel, gekoeld, 1por-
tie
Gesloten vorm 2 - 600 4-8
Soep, eenpansgerecht,
gekoeld, 400ml
Gesloten vorm 2 - 600 5-7
1
Bijgerechten, bijv. pasta,
balletjes, aardappels,
rijst, gekoeld
Gesloten vorm 2 - 600 5-10
Schotel, diepvries, 1 por-
tie
Gesloten vorm 2 - 600 11-15
Soep, eenpansgerecht,
200ml
Gesloten vorm 2 - 600 6-8
1
Bijgerechten, 500g, bijv.
pasta, balletjes, aardap-
pels, rijst, diepvries
Gesloten vorm 2 - 600 7-12
Ovenschotels, 400g,
bijv. lasagne, aardappel-
gratin, diepvries
Open vorm 2 180-200 180 20-25
1
Het voedsel goed omroeren.
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
¡ Voorkom condensvorming wanneer u de verwar-
mingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de
binnenruimte niet af te nemen.
¡ U kunt het voedsel afdekken om het uitdrogen te
vermijden.
¡ Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
¡ Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het
warmhouden verder garen.
29.8 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 of IEC
60350-1 en conform EN 60705, IEC 60705 te vergemakkelijken.
Bakken
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden
zonder snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
– Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
– Vormen op het rooster:
Eerste rooster: hoogte 3
Tweede rooster: hoogte1
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 3niveaus:
– Bakplaat: hoogte5
– Braadslede, hoogte3
– Bakplaat: hoogte1
¡ Biscuitgebak
– Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen.
– Als alternatief voor een rooster kunt u ook de
door ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina10
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Spritskoekjes Bakplaat 3 140-150
1
- 25-40
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.

Zo lukt het nl
45
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina10
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Spritskoekjes Bakplaat 3 140-150
1
- 25-40
Spritskoekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-150
1
- 30-40
Spritskoekjes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-140
1
- 35-55
Kleine cakes Bakplaat 3 160
1
- 20-30
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
- 25-35
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
- 25-35
Kleine cakes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140
1
- 35-45
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
2 160-170
2
- 25-35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
2 160-170
2
- 25-35
Biscuitgebak, 2 niveaus 2x
Springvorm
Ø26cm
3+1 150-170
2
- 30-50
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina10
Temperatuur in
°C / grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Toast bruinen Rooster 5 3
1
- 3-5
1
Het apparaat niet voorverwarmen.
Bereiding met magnetron
¡ Schakel voor het testen van alleen de magnetron-
functie de droogfunctie in de basisinstellingen uit.
→Pagina22
Insteladviezen voor het ontdooien met magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina10
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Vlees Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10-15

nl Montagehandleiding
46
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina10
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Kandeel Open vorm 2 - 1. 360
2. 180
1. 20
2. 20-25
Biscuitgebak Open vorm 2 - 600 7-9
Gehaktbrood Open vorm 2 - 600 22-27
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron gecombineerd
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina10
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Aardappelgratin Open vorm 2 170-190 360 25-30
Gebak Open vorm 2 180-200 180 18-23
Kip Rooster 2 200-220 360 25-35
1
1
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
Montagehandleiding
30 Montagehandleiding
30.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ De inbouwkast mag achter het apparaat
geen achterwand hebben. Tussen de wand
en de bodem van de kast of de achter-
wand van de kast erboven dient een af-
stand van minstens 35mm te worden aan-
gehouden.
¡ Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen mo-
gen niet worden afgedekt.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Gebruik de deurgreep niet voor transport of
inbouw.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak
of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel aan de wand worden be-
vestigd.

Montagehandleiding nl
47
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
▶ Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
▶ Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn
gecertificeerd, een minimale aderdiameter
van 1,5mm² hebben en die voldoen aan
de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
▶ Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.
30.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
30.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
¡ Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.

nl Montagehandleiding
48
30.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd,
dan moeten de minimale afmetingen in acht worden
genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de
minimale dikte van het werkblad berekend .
Type kookplaat a opbouw in mm a vlak gemonteerd in mm b in mm
Inductiekookplaat 37 38 5
Inductiekookplaat met
doorlopend kookoppervlak
47 48 5
Gaskookplaat 27 38 5
1
Elektrische kookplaat 27 30 2
1
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.
30.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Om een voldoende ventilatie van het apparaat te
waarborgen, is een ventilatie-opening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen. Let erop dat de luchtcirculatie volgens de teke-
ning is gewaarborgd.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.

Montagehandleiding nl
49
30.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
30.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
¡ Wanneer het display van het apparaat donker blijft,
dan is het verkeerd aangesloten. Scheid het appa-
raat van het net, controleer de aansluiting.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
▶
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn,
of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een schei-
dingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken
op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
‒ groen-geel = aarddraad
‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding
‒ bruin = fase (buitendraad)
30.8 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.

nl Montagehandleiding
50
30.9 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele scher-
pe randen af te dekken en een veilige montage te
waarborgen.
2.
Aluminiumprofielen voorboren, om een schroefver-
binding te maken.
3.
Apparaat met adequate schroeven bevestigen.
30.10 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
buiten.


Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001885683*
9001885683 (030727)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

