
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer
informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade vermijden ................................7
3 Milieubescherming en besparing........................8
4 Uw apparaat leren kennen...................................9
5 Functies ..............................................................11
6 Accessoires........................................................12
7 Voor het eerste gebruik .....................................14
8 De Bediening in essentie...................................14
9 Snel voorverwarmen..........................................15
10 Tijdfuncties.........................................................16
11 Magnetron ..........................................................17
12 Braadthermometer .............................................19
13 Assist..................................................................21
14 Kinderslot ...........................................................23
15 Sabbatinstelling .................................................23
16 Basisinstellingen ...............................................24
17 Reiniging en onderhoud ....................................25
18 Reinigingsfunctie Pyrolyse ...............................27
19 Reinigingsondersteuning ..................................28
20 Drogen ................................................................28
21 Rekjes .................................................................29
22 Apparaatdeur......................................................30
23 Storingen verhelpen ..........................................31
24 Afvoeren .............................................................33
25 Servicedienst......................................................33
26 Zo lukt het...........................................................34
27 MONTAGEHANDLEIDING ..................................43
27.1 Algemene montage-instructies ......................
...43
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ In het huishouden en soortgelijke toepas-
singen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor
medewerkers in winkels, kantoren en ande-
re commerciële omgevingen, in boerderij-
en; van klanten in hotels en andere verblij-
ven, in bed and breakfasts.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011
resp. CISPR11. Het is een product van groep
2, klasse B. Groep 2 betekent dat er micro-
golven worden geproduceerd om levensmid-
delen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het
apparaat geschikt is voor huishoudelijk ge-
bruik.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in

Veiligheid nl
3
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina12
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Open de apparaatdeur voorzichtig.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.

nl Veiligheid
4
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
▶ Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
▶ Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet het ter vermijding van risi-
co's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalifi-
ceerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina33
WAARSCHUWING‒Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningsele-
menten bevinden zich permanente magneten.
Deze kunnen elektronische implantaten, zoals
pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
▶ Dragers van elektronische implantaten die-
nen een afstand van minstens 10 cm tot
het bedieningspaneel aan te houden.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-
TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET
VERDERE GEBRUIK BEWAREN
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-
vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-
de pantoffels, granen- pittenkussens kunnen
bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
▶ Droog nooit gerechten of kleding met het
apparaat.
▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,
zwammen, vochtige poetslappen e.d. met
het apparaat opwarmen.
▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het
bereiden van gerechten en dranken.

Veiligheid nl
5
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan
kunnen ontbranden.
▶ Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-
kingen die bestemd zijn om ze warm te
houden.
▶ Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-
warmen in voorwerpen van kunststof, pa-
pier of ander brandbaar materiaal.
▶ Bij de magnetron nooit een te groot vermo-
gen of te lange tijdsduur instellen. Houd u
aan de opgaven in deze gebruiksaanwij-
zing.
▶ Nooit levensmiddelen drogen met de mag-
netron.
▶ Levensmiddelen die weinig water bevatten,
zoals bijv. brood, nooit met een te hoog
magnetronvermogen of gedurende een te
lange tijd ontdooien of verwarmen.
Spijsolie kan vlam vatten.
▶ Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de
magnetron.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht
afgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo-
deren.
▶ Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen
verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel
kunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-
men, exploderen.
▶ Nooit eieren in de eierschaal koken of
hardgekookte eieren in de eierschaal op-
warmen.
▶ Nooit schaal- en kreeftachtige dieren ko-
ken.
▶ Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient
u eerst de dooier door te prikken.
▶ Bij levensmiddelen met een vaste schil of
pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en
worstjes, kan de schil knappen. Prik voor
het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in
de babyvoeding.
▶ Warm nooit babyvoeding op in gesloten
verpakkingen.
▶ Verwijder altijd het deksel of de speen.
▶ Na het verwarmen goed roeren of schud-
den.
▶ Voordat de voeding aan het kind wordt ge-
geven dient de temperatuur te worden ge-
controleerd.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vor-
men kunnen heet worden.
▶ Neem vormen en accessoires altijd met be-
hulp van een pannenlap uit de binnenruim-
te.
De verpakking van luchtdicht verpakte levens-
middelen kan knappen.
▶ Houd altijd de opgaven op de verpakking
aan.
▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap
uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de
magnetronfunctie schakelt automatisch een
verwarmingselement bij en verhit de binnen-
ruimte.
▶ Raak nooit de hete oppervlakken in de bin-
nenruimte of de verwarmingselementen
aan.
▶ Houd kinderen uit de buurt.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge-
vaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantof-
fels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige
schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding
tot gevolg hebben.
▶ Droog nooit gerechten of kleding met het
apparaat.
▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,
zwammen, vochtige poetslappen e.d. met
het apparaat opwarmen.
▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor het
bereiden van gerechten en dranken.

nl Veiligheid
6
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-
vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook-
temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-
kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok
van het recipiënt is voorzichtigheid geboden.
De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-
spatten.
▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen
altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt
kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen
van porselein en keramiek kunnen kleine
gaatjes hebben in de handgrepen en deksels.
Achter deze gaatjes bevindt zich een holle
ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan
dit barsten veroorzaken in de vormen.
▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt is
voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen
vormen van metaal of vormen met metalen
coating leiden tot het ontstaan van vonken.
Het apparaat wordt dan beschadigd.
▶ Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik
van uitsluitend de magnetron.
▶ Alleen vormen die geschikt zijn voor de
magnetron in combinatie met een verwar-
mingsmethode gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
▶ Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van
het apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver-
korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals
bijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-
energie.
▶ Het apparaat regelmatig schoonmaken en
resten van voedingsmiddelen direct verwij-
deren.
▶ Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur
en deuraanslag altijd schoon.
→"Reiniging en onderhoud", Pagina25
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de
deur van de binnenruimte of deurdichting be-
schadigd is. Er kan energie van de microgol-
ven naar buiten komen.
▶ Het apparaat nooit gebruiken wanneer de
deur van de binnenruimte, de deurafdich-
ting of de kunststof omlijsting van de deur
beschadigd is.
▶ Alleen door de servicedienst laten repare-
ren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is af-
gedekt komt energie van microgolven vrij.
▶ De afdekking van de behuizing nooit verwij-
deren.
▶ Neem voor onderhouds- of reparatiewerk-
zaamheden contact op met de klantenservi-
ce.
1.6 Braadthermometer
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermo-
meter kan de isolatie beschadigd raken.
▶ Gebruik alleen de braadthermometer die
voor dit apparaat bestemd is.
1.7 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
tijdens de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit
de binnenruimte voordat de reiniging start.
▶ Accessoires nooit meereinigen.

Materiële schade vermijden nl
7
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv.
droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote
hitte in het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde af-
dichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-
gen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-
men wordt aangetast en er ontstaan giftige
gassen.
▶ Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit
platen en vormen met een antiaanbaklaag
meereinigen.
▶ Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar
voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte
tot een heel hoge temperatuur op zodat res-
ten van braden, grillen en bakken verbranden.
Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van
de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken
grondig ventileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte
verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt hou-
den.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het
reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of fo-
lie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd
raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt,
kan er schade ontstaan.
▶ Gebruik geen vormen van silicone of silicone-hou-
dende, folie, afdekkingen of accessoires.
▶ Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte
bewaren.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.

nl Milieubescherming en besparing
8
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
▶ Niets op de open deur zetten of leggen en niet er-
aan hangen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
▶ Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron
gebruikt.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Accessoires die te dicht tegen elkaar worden geplaatst
veroorzaken vonken.
▶ Het rooster niet combineren met de braadslede.
▶ Accessoires alleen op de eigen hoogte inschuiven.
Wordt alleen de magnetron gebruikt, dan is de braad-
slede of de bakplaat niet geschikt. Er kunnen vonken
ontstaan waardoor de binnenruimte wordt beschadigd.
▶ Gebruik het meegeleverde rooster om er iets op te
zetten.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-
oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het ap-
paraat beschadigd.
▶ Gebruik geen vormen van aluminium in het appa-
raat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte
serviestest vormt hierop een uitzondering.
Wordt er bij het maken van popcorn in de magnetron
een te hoog vermogen gebruikt, dan kan de deurruit
barsten als gevolg van overbelasting.
▶ Nooit een te hoog magnetronvermogen instellen.
▶ Maximaal 600watt gebruiken.
▶ Het popcornzakje altijd op een glazen schaal leg-
gen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept
of de insteladviezen dit aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in gebruik met ingeschakeld display max.1W
¡ in gebruik met uitgeschakeld display max.0,5W

Uw apparaat leren kennen nl
9
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1 12 23 34
5
1
Knoppen
De toetsen links en rechts van het bedienings-
paneel hebben een drukpunt. De toetsen die-
nen te worden ingedrukt. Bij apparaten zonder
roestvrijstalen front zijn de toetsen eveneens
touchvelden.
2
Touchvelden
Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlak-
ken. Om een functie te kiezen, slechts licht op
het betreffende veld drukken.
3
Touch-displays
Op de touchdisplays ziet u actuele keuzemoge-
lijkheden. Om een functie te kiezen, direct op
het betreffende veld drukken. Afhankelijk van
de keuze veranderen de tekstvelden.
4
Bedieningsring
U kunt de bedieningsring onbegrensd naar
links of rechts draaien. Licht op de bedienings-
ring drukken en in de gewenste richting bewe-
gen.
5
Display
Op het display ziet u actuele instelwaarden of
teksten met aanwijzingen.
4.2 Knoppen
Met de toetsen links en rechts aan het bedieningspaneel schakelt u uw apparaat of de werking in en uit.
Toets Functie Gebruik
on/off Apparaat in- of uitschakelen.
start/stop Kort indrukken: werking starten of onderbreken.
Ca. 3 seconden ingedrukt houden: werking afbreken.
4.3 Touchvelden
Met de touchvelden selecteert u verschillende functies direct.
Het touchveld van de actueel gekozen functie brandt rood.
Touchveld Functie Gebruik
Menu Functiekeuze-menu openen.
→"Functies", Pagina11
Timer Wekker selecteren.
Informatie Extra informatie bij een functie of instelling laten weergeven.
Kinderslot Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kinderslot activeren of deactiveren.
4.4 Touch-displays
De touchdisplays zijn zowel indicaties als bedienings-
elementen.
De touchdisplays zijn in meerdere tekstvelden onder-
verdeeld. De tekstvelden tonen u actuele keuzemoge-
lijkheden en reeds uitgevoerde instellingen. Om een
functie te kiezen, op het betreffende veld drukken.
De gekozen functie wordt aan de zijkant van het tekst-
veld gekenmerkt door een rode, verticale balk. De
waarde hiervoor wordt op het display →Pagina10 in
het wit geaccentueerd.
Een kleine rode pijl aan de zijkant van het tekstveld
geeft aan naar welke functie u terug kunt bladeren.

nl Uw apparaat leren kennen
10
4.5 Bedieningsring
Met de bedieningsring wijzigt u de instelwaarden die
op het display worden weergegeven en bladert u in de
touchdisplays.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale
waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display
staan. Draai indien nodig de waarde met de bedie-
ningsring opnieuw terug.
4.6 Display
Het display toont u de actuele instelwaarden op ver-
schillende niveaus.
Waarde op
de voor-
grond
De waarde op de voorgrond is in het
wit geaccentueerd. U kunt de waarde
met de bedieningsring direct wijzigen.
Na het starten van een functie is de
temperatuur of de stand op de voor-
grond.
Bij de magnetron staat de tijdsduur op
de voorgrond.
Waarde op
de achter-
grond
Waarden op de achtergrond zijn in het
grijs weergegeven. Om de waarde met
de bedieningsring te wijzigen, kiest u
voordien de gewenste functie.
Vergroting Zolang u met de bedieningsring een
waarde wijzigt, wordt alleen deze waar-
de vergroot weergegeven.
Ringlijn
Aan de buitenkant van het display bevindt zich de ring-
lijn.
¡ Positieweergave
Wanneer u een waarde wijzigt, toont de ringlijn u
waar u zich in de keuzelijst bevindt. Afhankelijk van
het instelgebied en de lengte van de keuzelijst is de
ringlijn ononderbroken of verdeeld in segmenten.
¡ Voortgangsindicatie
Tijdens het gebruik toont de ringlijn de voortgang en
wordt de ringlijn per seconde rood gevuld.
Bij een aflopende tijdsduur verdwijnt er elke secon-
de een segment van de ringlijn.
Temperatuurindicatie
De opwarmingslijn en de restwarmte-indicatie tonen u
de temperatuur in de binnenruimte.
Door thermische traagheid kan de weergegeven tem-
peratuur een beetje afwijken van de werkelijke tempe-
ratuur in de binnenruimte.
¡ Opwarmingslijn
Na het starten van de functie wordt de witte lijn on-
der de temperatuur rood gevuld naarmate de bin-
nenruimte opgewarmd raakt. Wanneer u voorver-
warmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven
van de gerechten bereikt zodra de lijn geheel rood
gevuld is.
Bij instelstanden, bijv. bij grillstanden, is de opwar-
mingslijn direct rood gevuld.
Bij de magnetronfunctie verschijnt de opwarmings-
lijn niet.
¡ Restwarmte-indicatie
Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft de
ringlijn de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe
geringer de restwarmte wordt, des te donkerder
kleurt de ringlijn, en op een geven moment verdwijnt
hij helemaal.
4.7 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte plaatsen.
→"Accessoires", Pagina12
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op een
of meerdere niveaus met telescooprails uitgerust.
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen,
verwijderen.
→"Rekjes", Pagina29
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-
te.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de
verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer
dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra
het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-
digd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat
niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
▶ Ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking niet automatisch voortgezet.
Wanneer u bij het gebruik van de magnetronfunctie de
apparaatdeur sluit, dient u de werking met
voort te
zetten.

Functies nl
11
5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere
functies van uw apparaat.
Om het menu te openen op
drukken.
Functie Gebruik
Verwar-
mingsme-
thoden
Fijn afgestemde verwarmingsmethoden
voor een optimale bereiding van uw ge-
rechten kiezen.
→"Verwarmingsmethoden", Pagina11
Assist Geprogrammeerde, aanbevolen instel-
lingen voor verschillende gerechten ge-
bruiken.
→"Assist", Pagina21
Magnetron Met magnetron sneller bereiden, verhit-
ten of ontdooien.
→"Magnetron", Pagina17
Functie Gebruik
Combi-
Speed
Om de bereidingstijd te verkorten, mag-
netron op een verwarmingsmethode in-
stellen.
→"CombiSpeed", Pagina18
Reinigen Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
→"Reinigingsfunctie Pyrolyse",
Pagina27
→"Reinigingsondersteuning",
Pagina28
Basisinstel-
lingen
Basisinstellingen aanpassen.
Basisinstellingen →Pagina24
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw
gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over
de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om
welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het ap-
paraat u een passende temperatuur of stand voor. U
kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weerge-
geven gebied.
Bij temperatuurinstellingen boven 275 °C en grillstand
3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 mi-
nuten tot ca. 275 °C resp. grillstand 1.
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
Eventuele extra functies
4Dhete lucht 30-275°C Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30-300°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmings-
methode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedek-
king.
De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven.
Hetelucht Eco 30-275°C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voor-
zichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het pro-
duct wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125 -
275 °C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-
gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-
bruikt.
Boven- en onder-
warmte Eco
30-300°C Gekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 150-250
°C.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van
het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen 30-300°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech-
ten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.

nl Accessoires
12
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
Eventuele extra functies
Grill, klein Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine
hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand 30-275°C Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig
hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Langzaam garen 70-120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en
langzaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven
en van onderen.
Onderwarmte 30-250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Warm houden 60-100°C Gegaarde gerechten warmhouden.
Servies voorverwar-
men
30-70°C Servies voorverwarmen.
5.2 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
De magnetronvermogens zijn standen en komen niet altijd overeen met het precieze aantal watt dat door het appa-
raat wordt gebruikt.
Magnetronvermogen
in watt
Maximale duur in uur Gebruik
90W 1:30 Gevoelige gerechten ontdooien.
180W 1:30 Gerechten ontdooien en verder bereiden.
360W 1:30 Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen.
600W 1:30 Gerechten verwarmen en bereiden.
max 0:30 Verwarmen van vloeistoffen.
Opmerking:Het magnetronvermogen max. is niet be-
stemd voor het verwarmen van gerechten. Ter bescher-
ming van het apparaat wordt het maximale vermogen
van de magnetron gedurende de eerste minuten traps-
gewijs tot 600W gereduceerd. Nadat het apparaat eni-
ge tijd is afgekoeld is het volle vermogen weer be-
schikbaar.
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.

Accessoires nl
13
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
Bakplaat ¡ Plaatgebak
¡ Klein gebak
Braadthermometer Nauwkeurig braden of garen.
→"Braadthermometer", Pagina19
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies
geschikt.
Magnetrontoebehoren
Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meege-
leverde rooster geschikt.
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat,
kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.
Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht.
→"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina17
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal
zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Schuif het rooster met de kromming
naar onderen erin. De tekst "micro-
wave" moet vooraan bij de ovendeur
zijn.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
3.
Om de accessoires bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
De accessoires zo plaatsen dat de
rand van de accessoires achter het
lipje op de telescooprail zit.

nl Voor het eerste gebruik
14
Opmerking:De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een
langere stroomuitval dient u de instellingen voor de
eerste ingebruikname van uw apparaat uit te voeren.
Het kan enkele seconden duren tot op het display de
instellingen verschijnen.
1.
Op het tekstveld van de gewenste instelling druk-
ken.
Mogelijke instellingen:
– Taal
– Tijd
2.
De instelling indien nodig met de bedieningsring wij-
zigen.
3.
Tot slot met "Instellingen afronden" bevestigen.
a Op het display verschijnt een melding dat het eerste
gebruik is afgesloten.
a Het display toont de ingestelde tijd.
4.
Om het apparaat vóór het eerste verwarmen te con-
troleren, deur van het apparaat een keer openen en
sluiten.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De productinformatie en het toebehoren uit de bin-
nenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korrel-
tjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde
van het apparaat verwijderen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen
met een zachte, vochtige doek.
3.
Het apparaat inschakelen met
.
4.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode 4Dhetelucht
Temperatuur maximaal
Bereidingstijd 1uur
→"De Bediening in essentie", Pagina14
5.
In werking stellen met
.
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat opwarmt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
6.
Het apparaat uitschakelen met
.
7.
Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken
in de binnenruimte met zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
8.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel grondig reinigen.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
▶
Het apparaat inschakelen met
.
a Op het display verschijnt het Bosch logo. Hierna
verschijnen de verwarmingsmethoden.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig
heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient,
gaat het automatisch uit.
▶
Het apparaat uitschakelen met
.
a Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden af-
gebroken.
a Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-in-
dicatie.

Snel voorverwarmen nl
15
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
▶
In werking stellen met
.
a Op het display verschijnen de instellingen, de loop-
tijd, de ringlijn en de opwarmlijn.
8.4 Werking onderbreken of afbreken
U kunt de werking kort onderbreken en weer voortzet-
ten. Breekt u de werking volledig af, dan worden de in-
stellingen gereset.
1.
Om de werking kort te onderbreken:
‒ Kort op
drukken.
‒ Om de werking voort te zetten, op drukken.
2.
Op de werking af te breken,
ca.3seconden inge-
drukt houden.
a De werking wordt afgebroken en alle instellingen
worden gereset.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, stelt het een
functie voor, bijv. verwamingsmethoden.
1.
Kiest u liever een andere dan de voorgestelde func-
tie, druk dan op
.
a De keuzelijst met de functies verschijnt.
→"Functies", Pagina11
2.
Op de gewenste functie drukken.
3.
Om andere opties in te stellen, drukt u op de betref-
fende tekstvelden.
4.
De waarde met de bedieningsring veranderen.
5.
In werking stellen met
.
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
Vereiste:De functie "Verwarmingsmethoden"is geko-
zen.
1.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touch-
displays, blader dan met de bedieningsring door de
keuzelijst.
a De temperatuur is wit gemarkeerd.
2.
De temperatuur met de bedieningsring instellen.
3.
In werking stellen met
.
a Het apparaat begint op te warmen.
a Op het display staat de tijd, hoelang het programma
al loopt en de doeltemperatuur.
4.
Als het gerecht klaar is, het apparaat met
uitscha-
kelen.
Tip:De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
Opmerking:U kunt aan het apparaat de duur en het
einde van de werking instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina16
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
De werking met
onderbreken.
2.
Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
a Op het display verschijnt de bijbehorende voorge-
stelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur
direct wijzigen.
▶
De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
a De temperatuur wordt direct overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist
uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen ver-
schijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep
of waarschuwing.
1.
Op
drukken.
a Indien aanwezig, wordt informatie gedurende enkele
seconden weergegeven.
2.
Bij langere teksten bladeren met de bedieningsring.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kunt u bij ingestelde temperaturen
vanaf 100 °C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel
voorverwarmen gebruiken:
¡ 4Dhetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempe-
ratuur vanaf 100°C instellen.
2.
Op "Snel voorverwarmen" drukken.
a In het tekstveld staat "Aan".
3.
In werking stellen met .
a Het snel voorverwarmen start.
a Als het snel voorverwarmen eindigt, weerklinkt een
signaal. In het tekstveld staat "Uit".
4.
Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
▶
Op "Snel voorverwarmen" drukken.
a In het tekstveld staat "Uit".

nl Tijdfuncties
16
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
10.1 Overzicht van de tijdfuncties
Bij de werking kunt u duur en einde instellen. De wek-
ker kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
Tijdfunctie Gebruik
Timer De wekker kunt u onafhankelijk van
de werking instellen. Hij beïnvloedt
het apparaat niet.
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde Voor de duur kunt u een tijd instellen
waarop de werking eindigt. Het ap-
paraat start automatisch zodat de
werking op het gewenste tijdstip
klaar is.
10.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot
23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een ei-
gen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur
eindigt.
1.
Op
drukken.
a Het symbool is rood verlicht.
2.
De wekkertijd instellen met de bedieningsring.
3.
De wekker met
starten.
Na enkele seconden start de wekker ook automa-
tisch.
a De wekkertijd loopt af.
a Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, blijft de
wekker op het display staan.
a Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-
gen van de lopende werking op het display. Om de
wekkertijd enkele seconden weer te geven, op
drukken.
a Als de wekkertijd is verstreken, klinkt er een signaal.
Het rode symbool verdwijnt.
4.
Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een wekkertijd in te stellen op
drukken en de wekkertijd met de bedieningsring
instellen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
1.
Op
drukken.
2.
De wekkertijd met de bedieningsring wijzigen.
3.
Met bevestigen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
1.
Op
drukken.
2.
De wekkertijd met de bedieningsring op nul terug-
zetten.
3.
Met
bevestigen.
a Het rode symbool verdwijnt.
10.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minu-
ten instellen.
Vereiste:Een werking en een temperatuur of stand zijn
ingesteld.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
Draairichting Voorgestelde waarde
Links 10 minuten
Rechts 30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten. De eindtijd wordt automatisch berekend.
3.
In werking stellen met
.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijds-
duur" drukken en de tijdsduur met de bedie-
ningsring instellen.
‒ Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten,
met
starten.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uit-
schakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
1.
Op drukken.
2.
De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
De tijdsduur met de bedieningsring op nul terugzet-
ten.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
a Het apparaat zet de functie zonder tijdsduur voort.
10.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23
uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.

Magnetron nl
17
Vereisten
¡ Een werking en een temperatuur of stand zijn inge-
steld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Op "Einde" drukken.
2.
Het einde met de bedieningsring verplaatsen.
Het einde kan na het starten niet meer worden ge-
wijzigd.
3.
In werking stellen met
.
a Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt
zich in de wachtstand.
a Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijds-
duur" drukken en de tijdsduur met de bedie-
ningsring instellen.
‒ Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten,
met
starten.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uit-
schakelen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde en de duur altijd wissen.
1.
De werking met
onderbreken.
2.
Om de werking zonder tijdsduur en einde voort te
zetten, met starten.
11 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten be-
reiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de
magnetron alleen, of in combinatie met een andere ver-
warmingsmethode gebruiken.
11.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap-
paraat niet te beschadigen, dient u alleen geschikte
vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw
vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en acces-
soires inschuiven op hoogte 2.
Geschikt voor de magnetron
Vormen en acces-
soires
Aanwijzingen
Vormen van hitte- en
magnetronbestendig
materiaal:
¡ Glas
¡ Glaskeramiek
¡ Porselein
¡ Temperatuurbe-
stendig kunststof
¡ Volledig gegla-
ceerd keramiek
zonder barsten
Deze materialen laten microgol-
ven door en worden niet be-
schadigd.
Serveervormen U hoeft uw gerechten niet om
te vullen.
Opmerking:Vormen met goud-
decor of zilverdecor alleen ge-
bruiken als de fabrikant de ge-
schiktheid voor gebruik in de
magnetron garandeert.
Meegeleverd rooster Alleen het meegeleverde roos-
ter is voor het zuivere gebruik
met magnetron geschikt.
Opmerking:Platen, bijv. de uni-
versele braadslede of de bak-
plaat, kunnen vonken vormen
en zijn niet geschikt.
Niet geschikt voor de magnetron
Opmerking:Neem de gegevens over het vermijden
van materiële schade in acht.
→"Magnetron", Pagina8
Vormen en acces-
soires
Aanwijzingen
Vormen en bakvor-
men van metaal
Metaal laat geen microgolven
door. Hierdoor worden de ge-
rechten niet of nauwelijks opge-
warmd.
Opmerking:Metaal kan bij het
zuivere magnetrongebruik von-
ken vormen.
Vormen en accessoires met CombiSpeed
Door de combinatie van magnetron en een verwar-
mingsmethode zijn voor vormen en accessoires van
metaal mogelijk.
Vormen en acces-
soires
Aanwijzingen
Vormen en bakvor-
men van metaal
Met CombiSpeed kan metaal
worden gebruikt.
Opmerking:Voorwerpen die
metaal bevatten dienen min-
stens 2 cm van de wanden van
de binnenruimte en de binnen-
kant van de deur verwijderd te
zijn.
Meegeleverde ac-
cessoires:
¡ Rooster
¡ Braadslede
¡ Bakplaat
De meegeleverde accessoires
zijn voor de CombiSpeed ge-
schikt. Er vormen zich geen
vonken.
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor
het gebruik in de magnetron, voert u een test van de
vormen uit.

nl Magnetron
18
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte
serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderde-
len heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
2.
Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op
de maximale vermogensstand.
3.
In werking stellen.
4.
De vorm meerdere keren controleren:
‒ Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is
deze geschikt voor de magnetron.
‒ Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ont-
staan, dan de serviestest afbreken. De vorm is
dan niet geschikt voor de magnetron.
11.2 Magnetron instellen
Opmerkingen
¡ Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
– →"Veiligheid", Pagina2
– →"Materiële schade vermijden", Pagina7
– →"Magnetronvermogen", Pagina12
– →"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina17
¡ Om condensaat te vermijden, schakelt bij de mag-
netronvermogens 600 watt en max. het apparaat
automatisch een verwarmingselement in. De binnen-
ruimte en het toebehoren worden heet. Het berei-
dingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.
Deze droogfunctie kunt u in de basisinstellingen uit-
schakelen.
→"Basisinstellingen", Pagina24
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magne-
tronfunctie schakelt automatisch een verwarmingsele-
ment bij en verhit de binnenruimte.
▶ Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte
of de verwarmingselementen aan.
▶ Houd kinderen uit de buurt.
1.
Op drukken.
2.
Op "Magnetron" drukken.
3.
Toets voor het gewenste magnetronvermogen in-
drukken.
4.
Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
5.
In werking stellen met .
a De magnetron start en de tijdsduur loopt af. De op-
warmlijn verschijnt niet.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
6.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
‒ Indien nodig opnieuw een magnetronvermogen
en een tijdsduur instellen.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met
uit-
schakelen.
7.
Als u de droogfunctie voor de magnetron in de ba-
sisinstellingen hebt uitgeschakeld, de binnenruimte
drogen.
→"Drogen", Pagina28
Opmerking:Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens
het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de
ovendeur sluit, moet u de werking met
voortzetten.
Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er
dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij
leeg is.
→"Basisinstellingen", Pagina24
Magnetronvermogen wijzigen
Als u het magnetronvermogen wijzigt, blijft de ingestel-
de tijdsduur behouden.
1.
De werking met
onderbreken.
2.
Toets voor het gewenste magnetronvermogen in-
drukken.
3.
De werking met voortzetten.
Tijdsduur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de
tijdsduur direct wijzigen.
▶
De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
11.3 CombiSpeed
Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u sommige
verwarmingsmethoden in combinatie met de magne-
tron gebruiken.
Mogelijke verwarmingsmethoden zijn:
¡ 4Dhete lucht
¡ Boven- en onderwarmte
¡ Circulatiegrillen
¡ Grill, groot
¡ Grill, klein
Mogelijke magnetronvermogens zijn:
¡ 90watt
¡ 180watt
¡ 360watt
CombiSpeed instellen
Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
¡ →"Veiligheid", Pagina2
¡ →"Materiële schade vermijden", Pagina7
¡ →"Magnetronvermogen", Pagina12
¡ →"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina17
1.
Op drukken.
2.
Op "CombiSpeed" drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Toets voor het gewenste magnetronvermogen in-
drukken.
5.
De temperatuur met de bedieningsring instellen.

Braadthermometer nl
19
6.
Op tijdsduur drukken en de tijdsduur met de bedie-
ningsring instellen.
7.
In werking stellen met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
8.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
‒ Indien nodig opnieuw een combinatie instellen.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met
uit-
schakelen.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de
temperatuur direct wijzigen.
▶
De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de
tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
Combinatie wijzigen
Als u de combinatie uit verwarmingsmethode en mag-
netronvermogen wijzigt, worden alle andere instellingen
teruggezet.
1.
De werking met
onderbreken.
2.
Verwarmingsmethode of magnetronvermogen wijzi-
gen.
‒ Om het magnetronvermogen te wijzigen, op
magnetron drukken en het magnetronvermogen
wijzigen.
‒ Om de verwarmingsmethode te wijzigen, op ver-
warmingsmethode drukken en de verwarmings-
methode wijzigen. Daarna het magnetronvermo-
gen instellen.
3.
De werking met voortzetten.
12 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er
een braadthermometer in te steken en een kerntempe-
ratuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntempera-
tuur in het product is bereikt, houdt het apparaat auto-
matisch op te werken.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met
braadthermometer
Voor het gebruik met de braadthermometer zijn alleen
bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Wanneer de braadthermometer in de binnenruimte is
geplaatst, staan de volgende verwarmingsmethoden ter
beschikking.
¡ 4Dhetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
¡ Hetelucht Eco
¡ Boven-/onderwarmte Eco
¡ Circulatiegrillen
¡ Pizzastand
12.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel
een geschikte braadthermometer via onze service-
dienst.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan
de isolatie beschadigd raken.
▶ Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit
apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
▶ Het snoer van de braadthermometer niet inklem-
men.
▶ Gebruik geen gesloten vormen.
▶ Om te voorkomen dat de braadthermometer be-
schadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de
afstand tussen grillelement en braadthermometer
enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens
de bereiding uitzetten.
Als bij het gebruik met magnetron de punt van de
braadthermometer niet volledig in het gerecht steekt,
dan ontstaan er vonken.
▶ De braadthermometer volledig in het gerecht ste-
ken.
1.
De braadthermometer in het gerecht steken.
De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg
ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het
gerecht steekt.
Dunne
vlees-
stukken
Steek de braadthermometer opzij in de
dikste plaats van het vlees.
Dikke
vlees-
stukken
Steek de thermometer van boven
schuin tot de aanslag in het vlees.

nl Braadthermometer
20
Gevogel-
te
De braadthermometer in de dikste
plaats van de gevogelteborst steken tot
de aanslag. Steek de braadthermometer
schuin of in de lengte in het gevogelte,
afhankelijk van de vorm.
Het gevogelte draaien en met de borst-
zijde naar beneden op het rooster leg-
gen.
Vis Bij hele vis de braadthermometer achter
de kop in de richting van de ruggen-
graat tot de aanslag insteken.
De vis zonder hem te keren in de zwem-
stand op het rooster plaatsen, bijv. met
een halve aardappel als steun.
2.
Het product samen met de braadthermometer in de
binnenruimte plaatsen.
3.
De aansluiting van de braadthermometer in de lin-
kerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
¡ Verwijdert u de braadthermometer tijdens het ge-
bruik, dan worden alle instellingen gereset.
¡ Wilt u het product keren, verwijder de braadthermo-
meter dan niet. Controleer na het keren van het pro-
duct of de braadthermometer nog goed in het ge-
recht zit.
12.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het bin-
nenste van het product tussen 30°C en 99°C.
Vereisten
¡ Het product met de braadthermometer staat in de
binnenruimte.
¡ De braadthermometer is in de binnenruimte gesto-
ken.
1.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
a De temperatuur van de binnenruimte
is wit gemar-
keerd.
2.
De temperatuur van de binnenruimte met de bedie-
ningsring instellen.
De temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C
hoger instellen dan de kerntemperatuur.
De temperatuur van de binnenruimte niet hoger in-
stellen dan 250°C.
3.
Op "Kerntemperatuur" drukken.
a De kerntemperatuur
is wit gemarkeerd.
4.
De kerntemperatuur met de bedieningsring instellen.
5.
In werking stellen met
.
a Het apparaat begint op te warmen.
a Op het display staat de tijd, hoelang het programma
al loopt en de kerntemperatuur.
a Links staat de actuele kerntemperatuur in het pro-
duct, rechts staat de ingestelde, bijv. 15°C|75°C.
De actuele kerntemperatuur verschijnt pas vanaf ca.
10°C. De opwarmlijn geeft ook de kerntemperatuur
aan.
a Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het
apparaat warmt niet meer op. Op het display is de
actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde
kerntemperatuur, bijv. 75°C|75°C.
6.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer
worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en de braadthermometer
altijd met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
Als de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Het apparaat uitschakelen met
.
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in
de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en
uit de binnenruimte.
Tip:U kunt de braadthermometer ook met een andere
functie gebruiken. Zodra de braadthermometer is inge-
stoken, staan alleen nog de met braadthermometer
mogelijke functies ter beschikking.
Temperatuur wijzigen
1.
Na het starten van de werking is de kerntempera-
tuur wit gemarkeerd. U kunt de kerntemperatuur di-
rect met de bedieningsring wijzigen.
2.
Om de temperatuur van de binnenruimte te veran-
deren, op "Temperatuur" drukken en de temperatuur
van de binnenruimte wijzigen met de bedienings-
ring.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
De werking met
onderbreken.
2.
Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
a Op het display verschijnt de bijbehorende voorge-
stelde temperatuur.
12.4 Kerntemperatuur van verschillende
levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van
verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort
levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
Gevogelte Kerntemperatuur
in °C
Kip 80 - 85
Kipfilet 75 - 80
Eend 80 - 85
Eendenborst, rosé 55 - 60
Kalkoen 80 - 85

Assist nl
21
Gevogelte Kerntemperatuur
in °C
Kalkoenfilet 80 - 85
Gans 80 - 90
Varkensvlees Kerntemperatuur
in °C
Varkensnek 85 - 90
Varkensfilet, rosé 62 - 70
Varkensrug, doorbakken 72 - 80
Rundvlees Kerntemperatuur
in °C
Rosbief of rundvlees, kort gebak-
ken
45 - 52
Rosbief of runderfilet, rosé 55 - 62
Runderfilet of rosbief, doorbakken 65 - 75
Kalfsvlees Kerntemperatuur
in °C
Gebraden kalfsvlees of schouder-
stuk, mager
75 - 80
Kalfsvlees Kerntemperatuur
in °C
Gebraden kalfsvlees, schouder 75 - 80
Kalfsschenkel 85 - 90
Lamsvlees Kerntemperatuur
in °C
Lamsbout, rosé 60 - 65
Lamsbout, doorbakken 70 - 80
Lamsrug, rosé 55 - 60
Vis Kerntemperatuur
in °C
Vis, heel 65 - 70
Visfilet 60 - 65
Diversen Kerntemperatuur
in °C
Gebraden gehakt, alle vleessoor-
ten
80 - 90
Gerechten opwarmen, regenere-
ren
65 - 75
13 Assist
Met de functie "Assist" helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automa-
tisch de optimale instellingen.
13.1 Vormen
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit
en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-
miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de
bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ Licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ Niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
Opmerking:Bij sommige gerechten schakelt het appa-
raat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op
het display dat een voor de magnetron geschikte vorm
dient te worden gebruikt.
→"Vormen en accessoires met magnetron", Pagina17
13.2 Instellingen van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het
apparaat verschillende instellingen.
Opmerking:Het bereidingsresultaat is afhankelijk van
de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Ge-
bruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttem-
peratuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak
gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit
gerecht relevante informatie weer, bijv.:
¡ Geschikte inschuifhoogte
¡ Geschikte accessoires of vormen
¡ Toevoegen van vloeistof
¡ Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op"Tip" of
om de informatie op te roepen. Som-
mige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken, moet
u bijkomend het gewicht instellen. Indien niet anders
aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht
in. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde
bereik instellen.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode
vast vooringesteld. Het display toont de verwarmings-
methode.
De vooringestelde temperatuur en de duur kunt u aan-
passen.
Braadthermometer
Bij sommige gerechten kunt u de braadthermometer
gebruiken.
Als de braadthermometer is ingebracht, kunt u enkel
gerechten selecteren die met de braadthermometer
mogelijk zijn. Bij elk gerecht krijgt u adviezen over de
verwarmingsmethode, de temperatuur en de kerntem-
peratuur. De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u
aanpassen.
→"Braadthermometer", Pagina19
Baksensor
Sommige gerechten bakt het apparaat automatisch
met baksensor.

nl Assist
22
Op het display verschijnt . U hoeft verder geen instel-
lingen in te voeren.
Neem de informatie over de baksensor in acht.
→"Gerechten met baksensor", Pagina22
Magnetrongerechten
Bij enkele gerechten activeert het apparaat automa-
tisch de magnetron. De bereidingstijd verkort hierdoor
aanzienlijk.
Neem de informatie over de magnetron in acht.
→"Magnetron", Pagina17
13.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u aan het
apparaat als u de functie oproept.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
Categorie Gerechten
Brood, ge-
bak
Gebak
Klein gebak
Koekjes
Brood, broodjes
Hartig gebak, pizza, quiche
Ovenscho-
tels, souf-
flés
Ovenschotel, hartig, vers, gegaarde in-
grediënten
Lasagne, vers
Gegratineerde aardappels, rauwe ingre-
diënten, vlak
Ovenschotel, zoet, vers
Soufflé in portievormen
Diepvries-
producten
Pizza
Broodje
Ovenschotels
Aardappelproducten
Vlees, gevogelte
Gevogelte Kip
Eend, gans
Kalkoen
Vlees Varkensvlees
Rundvlees
Kalfsvlees
Lamsvlees
Wildbraad
Vleesgerechten
Vis Vis
Bijgerech-
ten, groente
Groente
Aardappelen
Rijst
Granen
Gerechten
ontdooien
Brood, broodjes
Gebak
Vlees, gevogelte
Vis
13.4 Gerechten met baksensor
Als u een gerecht selecteert dat voor de baksensor ge-
schikt is, regelt het apparaat het bakproces volledig au-
tomatisch.
De baksensor bewaakt het bakproces in de binnen-
ruimte en het apparaat regelt de instellingen automa-
tisch.
Volgende gerechten bakt het apparaat automatisch
met baksensor.
Categorie Gerechten
Brood, ge-
bak
Gebak
¡ Gebak in vormen
¡ Gebak op de plaat
¡ (Vruchten)taart/taart
Klein gebak
¡ Bladerdeeggebak
¡ Muffins
¡ Gistdeeggebak
Brood, broodjes
¡ Broodje
¡ Brood
¡ Plat rond brood
Hartig gebak, pizza, quiche
¡ Hartig gebak, quiche
¡ Pizza
¡ Flammkuchen
Geschikte bakvormen
Om een optimaal bakresultaat te bereiken, gebruikt u
donkere bakvormen van metaal.
LET OP!
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of fo-
lie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd
raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt,
kan er schade ontstaan.
▶ Gebruik geen vormen van silicone of silicone-hou-
dende, folie, afdekkingen of accessoires.
▶ Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte
bewaren.
13.5 Gerecht instellen
Uw apparaat biedt u vele verschillende gerechten aan.
Met de bedieningsring kunt u in de verschillende keu-
zelijsten bladeren.
Opmerking:Na de start kunt u het gerecht en de in-
stellingen ervan niet meer veranderen of onderbreken.
Vereiste:Om de functie te starten, moet de binnen-
ruimte afgekoeld zijn.
1.
Op
drukken.
2.
Op "Assist" drukken.
3.
Op de gewenste categorie drukken.
4.
Op het gewenste eten drukken.
5.
Op het gewenste gerecht drukken.
a Op het display verschijnen de instellingen bij het ge-
recht.
a Bij gerechten met baksensorfunctie verschijnen
geen instellingen, er verschijnt een aanwijzing op de
baksensor.
6.
Indien nodig de instellingen aanpassen.
‒ Bij sommige gerechten kunt u de temperatuur en
de tijdsduur aanpassen, bij sommige in de plaats
hiervan het gewicht. Bij de baksensorfunctie re-
gelt het apparaat de instellingen automatisch.
‒ Bij sommige gerechten kunt u bijkomend het ein-
de verplaatsen.
→"Einde instellen", Pagina16
7.
Om informatie over toebehoren en inschuifhoogte te
verkrijgen, op "Tip" drukken.
8.
In werking stellen met
.

Kinderslot nl
23
Opmerking:Open tijdens het gebruik met baksen-
sor de apparaatdeur niet. Het bakresultaat zou niet
meer kloppen en de baksensorfunctie wordt afge-
broken.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Bij het gebruik met baksensor wordt geen tijdsduur
weergegeven. Op het display staat de tijd hoe lang
het apparaat al in werking is.
a Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het
apparaat warmt niet meer op.
9.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
‒ Bij sommige gerechten kunt u indien gewenst
nagaren.
→"Nagaren", Pagina23
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len met
.
Nagaren
Bij sommige gerechten biedt het apparaat na het ver-
strijken van de bereidingsduur de functie nagaren aan.
U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
1.
Als u niet wilt nagaren, op "Beëindigen" drukken en
het apparaat met
uitschakelen.
2.
Om het gerecht na te garen, op "Nagaren" drukken.
a Op het display verschijnt een tijdsduur.
3.
Indien nodig de duur met de bedieningsring wijzi-
gen.
4.
In werking stellen met
.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Het apparaat warmt niet meer op. De aan-
wijzing voor het nagaren verschijnt opnieuw.
5.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
‒ Als u opnieuw wilt nagaren, op "Nagaren" druk-
ken.
‒ Als het gerecht klaar is, op "Beëindigen" drukken
en het apparaat met
uitschakelen.
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren en deactiveren
U kunt het kinderslot activeren en deactiveren terwijl
het apparaat in- of uitgeschakeld is.
1.
Om het kinderslot te activeren,
ca. 4seconden in-
gedrukt houden.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
a Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met worden uitgeschakeld.
a Als het apparaat is ingeschakeld, brandt
. Als het
apparaat is uitgeschakeld, brandt niet.
2.
Om het kinderslot te deactiveren, ca. 4 seconden
ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
15 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74uur
instellen. Gerechten kunnen tussen 85 °C en 140 °C
met boven- en onderwarmte worden warmgehouden
zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
15.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
¡ Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent,
houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u
de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat ver-
der.
¡ Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wij-
zigen of onderbreken.
Vereisten
¡ De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geacti-
veerd.
→"Basisinstellingen", Pagina24
¡ De functie "Verwarmingsmethoden"
is gekozen.
1.
Druk op "Sabbatinstelling".
Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touch-
displays, blader dan met de bedieningsring door de
keuzelijst.
a De temperatuur is wit gemarkeerd.
2.
Stel de temperatuur in met de bedieningsring.
3.
Druk op "Tijdsduur".
4.
Stel de tijdsduur in met de bedieningsring.
Het einde kan niet worden verplaatst.
5.
Start de werking met
.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. De tijdsduur staat op nul. Het apparaat
houdt op met verwarmen en reageert weer zoals
buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
‒ Schakel het apparaat uit met
.
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat au-
tomatisch uit.

nl Basisinstellingen
24
16 Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
16.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Basisinstelling Keuze
Taal Zie de keuze op het appa-
raat.
Tijd Tijd in 24 uursformaat.
Fabrieksinstelling Terugzetten
Niet resetten
1
Geluidssignaal Korte duur (30 seconden)
Gemiddelde duur (1
minuut)
1
Lange duur (5 minuten)
Volume 5 standen
Toetssignaal Ingeschakeld
Uitgeschakeld (geluid bij
blijft)
1
Helderheid display 5 standen
Tijdsweergave Uit
Digitaal
1
Analoog
Verlichting In gebruik uit
In gebruik aan
1
Automatisch voortzet-
ten
(alleen voor de functie
magnetron)
Magnetron niet automatisch
voortzetten
1
Bij deur sluiten
Kinderslot Alleen toets-blokkering
1
Deurvergendeling en toets-
blokkering
Werking na inschake-
len
Hoofdmenu
Verwarmingsmethoden
1
Magnetron
CombiSpeed
Assist
Waarschuwing magne-
tron-bakblik
Indicaties
1
Niet weergeven
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Basisinstelling Keuze
Nachtverduistering Uitgeschakeld
1
Ingeschakeld
Merklogo Indicaties
1
Niet weergeven
Magnetron drogen Ingeschakeld
1
Uitgeschakeld
Nalooptijdventilator Aanbevolen
1
Minimaal
Sabbatinstelling Ingeschakeld
Uitgeschakeld
1
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
16.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste:Het apparaat is ingeschakeld.
1.
Op
drukken.
2.
Op "Basisinstellingen" drukken.
3.
Op de gewenste basisinstelling drukken en met de
bedieningsring wijzigen.
Welke basisinstelling is gekozen, geeft de rode balk
aan de zijkant van het tekstveld aan. Op het display
staat de bijbehorende waarde.
4.
De basisinstellingen met "Overige instellingen" door-
lopen en indien nodig met de bedieningsring wijzi-
gen.
5.
Om de wijzigingen op te slaan, op drukken en
met "Opslaan" bevestigen.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
▶
Op
drukken en met "Niet opslaan" bevestigen.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
16.3 Tijd instellen
Vereiste:Het apparaat is ingeschakeld.
1.
Op
drukken.
2.
Op "Basisinstellingen" drukken.
3.
Op "Tijd" drukken.
4.
De tijd wijzigen met de bedieningsring.
5.
Om de wijzigingen op te slaan, op drukken en
met "Opslaan" bevestigen.

Reiniging en onderhoud nl
25
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes ge-
bruiken.
▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor
de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina26
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper.
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina30
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper.
Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina30
Roestvrijstalen
binnenlijst van de
deur
RVS-reiniger Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen
voor roestvrij staal.
Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.

nl Reiniging en onderhoud
26
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaillen opper-
vlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het ap-
paraat open laten.
Opmerkingen
¡ Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
→"Reinigingsfunctie Pyrolyse", Pagina27
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt
de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen kapje van
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Opmerking:Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina29
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Opmerking:Voor een grondige reiniging het uittreksysteem verwij-
deren.
→"Rekjes", Pagina29
Accessoires ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
Braadthermome-
ter
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Niet in de vaatwasser reinigen.
17.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina25
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina25
2.
Drogen met een zachte doek.

Reinigingsfunctie Pyrolyse nl
27
18 Reinigingsfunctie Pyrolyse
Met de reinigingsfunctie "Pyrolyse" reinigt de binnen-
ruimte zichzelf vrijwel automatisch.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de
reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desge-
wenst vaker gebruiken. De reinigingsfunctie heeft ca.
2,5-4,7 kilowattuur nodig.
18.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie
voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen en scha-
de te vermijden, dient u het apparaat zorgvuldig voor te
bereiden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden
bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnen-
ruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het ap-
paraat worden uitgeschakeld of de stekker uit het
stopcontact worden gehaald en moet de deur ge-
sloten worden gehouden om eventueel optredende
vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens
de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de bin-
nenruimte voordat de reiniging start.
▶ Accessoires nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens
het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoe-
ken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in
het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
1.
Haal de toebehoren en vormen uit de binnenruimte.
De rekjes met alle telescooprails kunt u mee reini-
gen.
2.
Grove verontreinigingen uit de binnenruimte en van
de rekjes verwijderen.
3.
De binnenkant van de apparaatdeur en de randop-
pervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en
een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet afnemen en niet schuren.
Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit
met ovenreiniger.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet, met uitzondering van de rekjes, leeg
zijn.
18.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief
is.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de
gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een
heel hoge temperatuur op zodat resten van braden,
grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen
vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ven-
tileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij-
dens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking:De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsfunctie.
Vereiste:→"Apparaat voor de reinigingsfunctie voor-
bereiden", Pagina27.
1.
Op
drukken.
2.
Op "Reinigen" drukken.
3.
Op "Pyrolyse" drukken.
4.
De reinigingsstand met de bedieningsring instellen.
Reinigings-
stand
Mate van rei-
niging
Duur in uren
1 Licht Ca. 1:15
2 Gemiddeld Ca. 1:30
3 Hoog Ca. 2:00
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere
reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
5.
Op
drukken.
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het reinigen.
6.
In werking stellen met
.
a De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af.
De opwarmlijn verschijnt niet.
a Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur van-
af een bepaalde temperatuur in de binnenruimte.
Op het display verschijnt
.
a Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul.
7.
Het apparaat uitschakelen met .
Als het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgren-
delt de apparaatdeur en
gaat uit.
8.
→"Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar
maken", Pagina28.

nl Reinigingsondersteuning
28
18.3 Apparaat na de reinigingsfunctie
gebruiksklaar maken
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Achtergebleven as in de binnenruimten, aan de rek-
jes en bij de apparaatdeur afnemen met een vochtig
doekje.
3.
De telescooprails meerdere keren uittrekken en in-
schuiven.
Tijdens de reinigingsfunctie kunnen verkleuringen
aan de telescooprails ontstaan. Deze verkleuringen
hebben geen nadelige invloed op de werking van
het apparaat.
4.
Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking:Witte aanslag op de emailvlakken kan
door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze le-
vensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft
geen nadelige invloed op de werking van het appa-
raat.
Opmerking:Tijdens de reinigingsfunctie verkleurt de
binnenlijst van de apparaatdeur. Deze verkleuringen
hebben geen nadelige invloed op de werking van het
apparaat. De verkleuringen met een reinigingsmiddel
voor roestvrij staal verwijderen.
19 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning weekt verontreinigingen door het
verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen
vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
19.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
Gebruik geen gedestilleerd water.
3.
De functie "Verwarmingsmethoden" kiezen.
4.
De functie onderwarmte
instellen.
5.
De temperatuur met de bedieningsring op 80°C in-
stellen.
6.
Op "Tijdsduur" drukken.
7.
De tijdsduur met de bedieningsring op 4minuten in-
stellen.
8.
In werking stellen met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
9.
Het apparaat met
uitschakelen en de binnenruim-
te ca. 20 minuten laten afkoelen.
19.2 Binnenruimte nareinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De deur van het apparaat openen en het restwater
met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Ver-
wijder hardnekkige resten met een schuursponsje
van roestvrij staal.
3.
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte
doek. Vervolgens met schoon water afnemen en
droogwrijven met een zachte doek, ook onder de
deurafdichting.
4.
Om de binnenruimte te laten drogen, de deur van
het apparaat in grendelstand (ca. 30°) ca.1 uur
openen.
20 Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, na het
gebruik de ovenruimte drogen.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
20.1 Binnenruimte drogen
U kunt de ovenruimte met de hand drogen of de func-
tie "Drogen" gebruiken.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
3.
Water in de binnenruimte opvegen.
4.
Droog de binnenruimte.
‒ Laat om de binnenruimte te drogen de deur van
het apparaat 1 uur open staan.
‒ Op de functie "Drogen" te gebruiken, "Drogen"
instellen.
→"Drogen instellen", Pagina28
Drogen instellen
Vereiste:→"Binnenruimte drogen", Pagina28
1.
Op
drukken.
2.
Op "Reinigen" drukken.

Rekjes nl
29
3.
Op "Drogen" drukken.
a Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur
kan niet worden gewijzigd.
4.
In werking stellen met
.
a Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
a Wanneer het drogen is beëindigd, klinkt een signaal
en op het display staat de tijdsduur op nul.
5.
Het apparaat uitschakelen met .
6.
Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van
het apparaat 1 tot 2 minuten geopend laten.
21 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden
verwijderd.
21.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant optillen
en losmaken
.
2.
Het complete rekje naar achteren schuiven en uit-
nemen .
3.
Het rekje reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina25
21.2 Houders inbrengen
Als u de rekjes verwijdert, kunnen de houders eruit val-
len.
Opmerking:
De houders zijn aan de voor- en achterkant verschil-
lend.
1.
De voorste houders met de haak vanaf boven in het
ronde gat leiden en een beetje schuin zetten .
2.
De voorste houders aan de onderkant inbrengen en
recht zetten
.
3.
De achterste houders met de haak in het bovenste
gat leiden en in het onderste gat drukken .
21.3 Rekjes inhangen
Opmerkingen
¡ De rekjes passen alleen links of rechts.
¡ Let er bij beide telescooprails op dat deze naar vo-
ren uitgeschoven kunnen worden.
1.
Het rekje aan de achterkant boven en beneden in
de houders plaatsen
en naar voren trekken .
2.
Het rekje van voren inbrengen en naar beneden
drukken .

nl Apparaatdeur
30
22 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
22.1 Deurafscherming afnemen
De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan
verkleuren. Neem de deurafscherming af om deze en
de roestvrijstalen inlegger schoon te maken of de deur-
ruiten te verwijderen.
1.
Open de apparaatdeur een beetje.
2.
Op de deurafscherming links en rechts drukken.
3.
De deurafscherming afnemen en de apparaatdeur
voorzichtig sluiten.
22.2 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Vereiste:De deurafscherming is afgenomen.
1.
De schroeven links en rechts van de apparaatdeur
losdraaien en verwijderen.
2.
Een theedoek die meerdere keren is samengevou-
wen tussen de apparaatdeur klemmen.
3.
Sluit de apparaatdeur.
4.
De voorruit er naar boven uittrekken.
5.
De voorruit met de deurgreep naar beneden op een
vlak oppervlak leggen.
6.
De tussenruit met één hand tegen het apparaat
drukken en tegelijkertijd de linker en rechter hou-
ders
naar boven drukken. De houders niet ver-
wijderen.
7.
De tussenruit uitnemen.
8.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig gevaar
voor de gezondheid!
Door het opendraaien van de schroeven is de veilig-
heid van het apparaat niet meer gewaarborgd. Er
kan energie van de magnetron naar buiten komen.
▶ De schroeven nooit opendraaien.
Nooit de 4 zwarte schroeven van de omlijsting
schroeven.
22.3 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.

Storingen verhelpen nl
31
1.
De tussenruit draaien, totdat de pijl rechts boven
is.
2.
De tussenruit onder in de houder inbrengen en
aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
3.
De linker en rechter houder naar beneden druk-
ken totdat de binnenruit is ingeklemd .
4.
De voorste ruit onder in de linker en rechter houder
inhangen .
5.
De voorste ruit tegen het apparaat drukken, tot de
linker en rechter haken
tegenover de opname
liggen .
6.
De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze
hoorbaar vastklikt.
7.
De apparaatdeur een beetje openen en de vaatdoek
verwijderen.
8.
De beide schroeven links en rechts op de apparaat-
deur vastdraaien.
9.
De deurafdekking aanbrengen en aandrukken , tot
deze hoorbaar inklikt.
10.
Sluit de apparaatdeur.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
23 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
23.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Zekering is defect.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.

nl Storingen verhelpen
32
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat kort van het elektriciteitsnet door de zekering uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
→"Basisinstellingen", Pagina24
Op het display ver-
schijnt "Sprache
Deutsch".
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
– Taal
– Tijd
Werking start niet of
wordt onderbroken.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen.
→"Informatie weergeven", Pagina15
Storing
▶
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina33
Het apparaat warmt
niet op.
De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen, op het display verschijnt .
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-
nieuw in te schakelen.
2.
Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de
→"Basisinstellingen", Pagina24.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer.
a Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik.
Als het apparaat uit-
geschakeld is, ver-
schijnt de actuele tijd
niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
▶
Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie.
→"Basisinstellingen", Pagina24
Apparaatdeur kan
niet worden geopend.
Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur, op het display licht op.
▶
Laat het apparaat afkoelen tot op het display
uitgaat.
→"Reinigingsfunctie Pyrolyse", Pagina27
Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur.
▶
Deactiveer het kinderslot met de toets
.
→"Kinderslot", Pagina23
De vergrendeling kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
→"Basisinstellingen", Pagina24
De bedieningsring is
uit de lagering in het
bedieningspaneel ge-
vallen.
De bedieningsring werd ontgrendeld.
1.
Leg de bedieningsring in de lagering op het bedieningspaneel.
2.
Druk de bedieningsring in de lagering, zodat deze inklikt en gedraaid kan worden.
Bedieningsring kan
slechts moeilijk wor-
den gedraaid.
Er zit vuil onder de bedieningsring.
De bedieningsring is afneembaar.
Opmerking:Neem de bedieningsring niet te vaak af, zodat het lager stabiel blijft.
1.
Om de bedieningsring los te maken, drukt u op de buitenste rand ervan.
a De bedieningsring kantelt en kan gemakkelijk worden beetgepakt.
2.
Neem de bedieningsring uit de lagering.
3.
De bedieningsring en de lagering op het apparaat voorzichtig reinigen met zeepsop en
een schoonmaakdoekje. Drogen met een zachte doek.
Gebruik hiervoor geen scherpe of schurende middelen.
Laat de bedieningsring niet weken.
Reinig de bedieningsring niet in de vaatwasmachine.
Bij het reinigen van
de magnetron wordt
de binnenruimte heet.
Droogfunctie is ingeschakeld.
Wanneer er alleen van de magnetronfunctie gebruik wordt gemaakt, wordt bij de standen
600W en max automatisch de bovenwarmte ingeschakeld om condens te voorkomen. Het
bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.
▶
U kunt de basisinstelling voor de droogfunctie bij de magnetronfunctie wijzigen.
→"Basisinstellingen", Pagina24
‒ Neem de informatie over de magnetron in acht.
→"Magnetron", Pagina17

Afvoeren nl
33
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Verlichting van de
binnenruimte werkt
niet.
LED-lampje is defect.
Opmerking:Verwijder de glazen afdekplaat niet.
▶
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina33
Maximale gebruiks-
duur bereikt.
Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren
automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. Er verschijnt een aanwij-
zing op het display.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-in-
stellingen.
1.
Om de werking voort te zetten drukt u op een willekeurig touchveld of draait u aan de
bedieningsring.
2.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met
uit.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijdsduur instel-
len.
→"Tijdsduur instellen", Pagina16
Melding met "D" of
"E" verschijnt in het
display, bijv. D0111
of E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit en weer in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
2.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens
het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
→"Servicedienst", Pagina33
Bereidingsresultaat is
niet bevredigend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept, hoeveelheid en levensmiddel
afhankelijk.
▶
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
Tip:Veel informatie over de bereiding en de passende instelwaarden vindt u op onze ho-
mepage www.bosch-home.com.
24 Afvoeren
24.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
25 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De
lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur
worden vervangen.
25.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.

nl Zo lukt het
34
26 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
26.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif
de accessoire pas na het voorverwarmen in de bin-
nenruimte.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
26.2 Aanwijzingen voor het bakken
¡ Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn don-
kere bakvormen van metaal het beste geschikt.
¡ Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde ge-
rechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge
vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en wor-
den donkerder aan de bovenkant.
¡ Bakvormen van silicone zijn niet geschikt.
¡ Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede
bereidt, schuif deze er dan op niveau 2 in.
¡ De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel
voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een
rechthoekige vorm.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Wanneer u verwarmingsmethode 4D-hete lucht ge-
bruikt, kunt u kiezen tussen de inschuifhoogtes 1, 2, 3
en 4.
Bakken op één niveau Hoogte
Hoog gebak / vorm op het rooster 2
Plat gebak / bakplaat 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
2niveaus
¡ Braadslede
¡ Bakplaat
3
1
2niveaus
¡ 2 roosters met vormen erop 3
1
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
3niveaus
¡ Bakplaat
¡ Braadslede
¡ Bakplaat
5
3
1
4niveaus
¡ 4 roosters met bakpapier 5
3
2
1
Gebruik de verwarmingsmethode 4Dhete lucht.
Opmerkingen
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Bereiding in combinatie met de magnetron is
slechts op één niveau mogelijk.
26.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij
braden, stoven en grillen
¡ Het insteladvies geldt voor braadproducten op koel-
kasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar
gevogelte.
¡ Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant
van het vel naar beneden op de vorm.
¡ Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½
tot ⅔ van de aangegeven tijd.
¡ Met de braadthermometer kunt u exact bereiden.
Houd de belangrijke informatie aan voor het juiste
gebruik. →Pagina19
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder
knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meer-
dere stukken tegelijkertijd.
¡ Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dik-
te. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lek-
ker mals.
¡ Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het
rooster.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede een niveau onder het rooster in de bin-
nenruimte.
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot ½liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
¡ Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn
voor de oven.
¡ Plaats de vorm op het rooster.
¡ Vormen van glas zijn het meest geschikt.

Zo lukt het nl
35
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de
braadvorm aan.
Braden in open vormen
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
¡ Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
¡ Bij vlees moet er tussen het te braden product en
het deksel minimaal 3cm afstand zijn. Het vlees
kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
▶ Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
¡ Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en verge-
lijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en
blijven lekker mals.
¡ Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het roos-
ter.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede minstens één niveau onder het rooster
in de binnenruimte.
Opmerkingen
¡ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgescha-
keld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de
ingestelde grillstand.
¡ Bij het grillen kan rook ontstaan.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
26.4 Bereiding met magnetron
Als u gerechten met de magnetron klaar maakt, dan
kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
Algemeen
¡ De bereidingsduur bij gebruik van de magnetron is
gebaseerd op het totaalgewicht.
Wilt u een andere dan de opgegeven hoeveelheid
klaarmaken, dan helpt de basisregel: Bij een dub-
bele hoeveelheid is bijna de dubbele bereidings-
duur nodig.
¡ De producten geven warmte af aan het servies. Het
servies kan zeer heet worden.
¡ In het belangrijkste deel van de gebruikershandlei-
ding vindt u informatie, hoe u de magnetron en
combi-magnetron instelt.
– →"CombiSpeed", Pagina18
– →"Magnetron", Pagina17
Koken of stomen met de magnetron
¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de
magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord
of speciale magnetronfolie gebruiken.
¡ Gebruik voor alle graanproducten, bijvoorbeeld voor
rijst, een hoge vorm met deksel. Graan schuimt
sterk tijdens het koken. Voeg vloeistof toe overeen-
komstig de informatie in het insteladvies.
¡ Was de levensmiddelen en droog deze niet af. Voeg
1-3eetlepels water of citroensap toe aan de gerech-
ten.
¡ Verdeel de gerechten vlak in de vorm. Platte voe-
dingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
¡ Gebruik zout en specerijen met mate. Bij het berei-
den met de magnetron blijft de oorspronkelijke
smaak in grote mate behouden.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 2-3keer.
¡ Laat het voedsel na het bereiden 2-3minuten rus-
ten.
26.5 Bereiding van diepvriesproducten
¡ Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproduc-
ten.
¡ IJs verwijderen.
¡ Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voor-
gebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook
na het bakken bestaan.
26.6 Bereiding van kant-en-klare
voedingsproducten
¡ Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking
nemen.
¡ Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het
kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.

nl Zo lukt het
36
26.7 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 160 - 180 90 30 - 40
Cake, 2 niveaus Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
3+1 140 - 150 - 60 - 80
Cake, fijn Langwerpige bak-
vorm
2 150 - 170 - 60 - 80
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
2 150 - 170 - 65 - 85
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
2 1. 160 - 180
2. 100
1. 180
2. 0
1. 30 - 40
2. 20
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
2 150 - 170
1
- 30 - 50
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
2 150 - 160 - 50 - 60
Zandtaartdeeggebak met
vochtige bedekking
Braadslede 3 160 - 180 - 55 - 75
Gebak van gistdeeg met
vochtige bedekking
Braadslede 3 180 - 200 - 30 - 40
Cakerol Bakplaat 3 180 - 190
1
- 15 - 20
Muffins Muffinplaat 3 170 - 190 - 15 - 20
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 3 160 - 180 - 25 - 40
Koekjes Bakplaat 3 140 - 160 - 15 - 30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140 - 160 - 15 - 30
Koekjes, 3 niveaus 1x
Braadslede
+
2x
Bakplaat
5+3+1 140 - 160 - 15 - 30
Brood, op de plaat 750
g
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210 - 220
1
2. 180 - 190
- 1. 10 - 15
2. 25 - 35
Brood, op de plaat 1500
g
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210 - 220
1
2. 180 - 190
- 1. 10 - 15
2. 40 - 50
Brood, op de plaat 1500
g
Langwerpige bak-
vorm
2 200 - 210 - 35 - 45
Plat rond brood Braadslede 3 250 - 270 - 20 - 25
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.

Zo lukt het nl
37
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Broodjes, vers Bakplaat 3 180 - 200 - 20 - 30
Pizza, vers - op de bak-
plaat
Bakplaat 3 200 - 220 - 25 - 35
Pizza, vers - op de bak-
plaat, 2 niveaus
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 180 - 200 - 35 - 45
Pizza, vers, dunne bo-
dem, in pizzavorm
Pizzaplaat 2 220 - 230 - 20 - 30
Quiche Taartvorm
,
Zwart blik
3 190 - 210 - 30 - 40
Flammkuchen Braadslede 3 260 - 280
1
- 10 - 15
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 2 200 - 220 - 30 - 50
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 2 150 - 170 360 20 - 30
Lasagne, diepvries,
400g
Open vorm 2 200 - 210 180 20 - 25
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Ovenschaal 2 160 - 190 - 50 - 70
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Ovenschaal 2 170 - 190 360 20 - 25
Kip, 1 kg, ongevuld Rooster 2 200 - 220 - 60 - 70
Kip, 1 kg, ongevuld Gesloten vorm 2 230 - 250 360 25 - 35
Kleine kipdelen, à 250g Rooster 3 220 - 230 - 30 - 35
Kleine kipdelen, 4stuks
à 250g
Open vorm 2 190 - 210 360 20 - 30
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 2 160 - 180 - 120 - 150
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 2 170 - 190 180 80 - 90
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 180 - 190 - 110 - 130
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Gesloten vorm 2 220 - 240 360 55 - 65
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 190 - 200 - 120 - 140
Runderfilet, medium,
1kg
Rooster 2 210 - 220 - 40 - 50
Runderfilet, medium,
1kg
Gesloten vorm 2 240 - 260 90 30 - 40
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 2 200 - 220 - 130 - 160
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 2 200 - 220 - 140 - 160
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster 2 220 - 230 - 60 - 70
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 240 - 260 180 30 - 40
Burger, 3-4cm hoog Rooster 4 3 - 25 - 30
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 2 170 - 190 - 50 - 80
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.

nl Zo lukt het
38
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Gesloten vorm 2 240 - 260 1. 360
2. 180
1. 30
2. 35 - 40
Gebraden gehakt, 1kg,
+ 20 ml water
Open vorm 2 170 - 190 360 30 - 40
Vis, gegrild, heel 300g,
bijv. forel
Rooster 2 170 - 190 - 20 - 30
Vis, gegrild, heel 300g,
bijv. forel
Rooster 3 2 90 15 - 20
Groente, vers, 250g Gesloten vorm 2 - 600 6 - 10
2
Gebakken aardappels,
gehalveerd, 1kg
Braadslede 3 200 - 220 360 15 - 20
Gekookte aardappels, in
vieren gedeeld, 500g
Gesloten vorm 2 - 600 12 - 15
2
Rijst met lange korrel,
250g+500ml water
Gesloten vorm 2 - 1. 600
2. 180
1. 7 - 9
2. 13 - 16
Gierst, heel,
250g+600ml water
Gesloten vorm 2 - 1. 600
2. 180
1. 8 - 10
2. 5 - 10
Polenta of maïsgries-
meel, 125g+500ml
water*
Gesloten vorm 2 - 600 6 - 8
2
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
Dessert
Popcorn bereiden met de magnetron
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen
kan knappen.
▶ Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.
▶ Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de
binnenruimte.
1.
Gebruik een hittebestendige, vlakke glazen vorm,
bijv. het deksel van een ovenschaal.
Gebruik geen porseleinen of sterk gewelfde borden.
2.
Leg de popcornzak volgens de aanwijzingen op de
verpakking op de vorm.
3.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
4.
Afhankelijk van het product en de hoeveelheid moet
de tijd mogelijk worden aangepast.
5.
Verwijder de popcornzak na 1½minuut en schud
deze om zodat de popcorn niet aanbrandt.
6.
De popcornzak weer terug plaatsen in de oven en
verder laten poffen.
7.
Schakel wanneer nog slechts elke 2-3 seconden
pofgeluiden te horen zijn het apparaat uit en neem
de popcornzak uit de oven.
8.
Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk (3,5% vet) op 90°C verwarmen op de
kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C vol-
doende.
3.
150g yoghurt op koelkasttemperatuur door de
melk roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
8.
Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12uur
lang rusten in de koelkast.
Insteladvies voor desserts en compote
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Pudding van pudding-
poeder
Gesloten vorm 2 - 600 5 - 8
1
1
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
2
Leg de gesloten zak op de vorm.

Zo lukt het nl
39
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
40 - 45 - 8-9 uur
Rijstepap,
125g+500ml melk*
Gesloten vorm 2 1. 2
2. 2
1. 600
2. 180
1. 10
2. 20 - 25
1
Vruchtencompote, 500g Gesloten vorm 2 1. 1
2. 1
600 9 - 12
Popcorn voor de magne-
tron, 1zak à 100g
2
Open vorm 2 - 600 4 - 6
1
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
2
Leg de gesloten zak op de vorm.
26.8 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidings-
wijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen of
inkoken.
Langzaam garen
Bereid fijn vlees, bijv. zachte delen van rund, kalf, var-
ken, lam, of gevogelte, langzaam bij lage temperatuur.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking:Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij
de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste:De binnenruimte is koud.
1.
Gebruik vers en hygiënisch perfect vlees, zonder
bot.
2.
De vorm op het rooster op niveau 2 in de binnen-
ruimte plaatsen.
3.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voor-
verwarmen.
4.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
5.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de
binnenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat het klimaat in de bin-
nenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tijdens
het langzaam garen gesloten.
6.
Verwijder na het langzaam garen het vlees uit de
binnenruimte.
Insteladvies voor langzaam garen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Aan-
braad-
duur in
min.
Verwarmingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur
in °C
Tijdsduur
in min.
Eendenborst, rosé à
300g
Open vorm 2 6 - 8 90
1
45 - 60
Varkenshaas, heel Open vorm 2 4 - 6 80
1
45 - 70
Runderfilet, 1kg Open vorm 2 4 - 6 80
1
90 - 120
Kalfsmedaillons, 4cm
dik
Open vorm 2 4 80
1
30 - 50
Lamsrack, zonder been,
à 200g
Open vorm 2 4 80
1
30 - 45
1
Het apparaat voorverwarmen.
Ontdooien
Ontdooi diepvriesproducten met uw apparaat.
Aanwijzingen voor het ontdooien
¡ Met de functie "Magnetron" kunt u diepgevroren
fruit, groente, gevogelte, vlees, vis of gebak ontdooi-
en.
¡ Neem het diepvriesproduct uit de verpakking om te
ontdooien.
¡ Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor
de magnetron.
¡ De insteladviezen gelden voor gerechten met diep-
vriestemperatuur (-18°C).
¡ Ontdooien lukt beter in meerdere stappen. De stap-
pen zijn onder elkaar aangegeven in de aanbevelin-
gen voor instellingen.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 1-2keer.
Keer grote stukken meerdere malen. Deel het voed-
sel tussendoor in stukken.
Neem reeds ontdooide stukken uit de binnenruimte.
¡ Laat de ontdooide producten nog 10tot 30minuten
in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de
temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.

nl Zo lukt het
40
Insteladvies voor het ontdooien
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Brood, 500g Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 3
2. 10 - 15
Broodjes Rooster 2 140 - 160 90 2 - 4
Gebak, vochtig, 500g Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 2
2. 10 - 15
Gebak, droog, 750g Open vorm 2 - 90 10 - 15
Vlees, heel, bijv. braad-
vlees, rauw vlees, 1kg
Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 15
2. 20 - 30
1
Gehakt, gemengd, 500g Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10 - 15
1
Kip, heel, 1,2kg Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 10
2. 10 - 15
1
Vis, heel, 300g Open vorm 2 - 1. 180
2. 90
1. 3
2. 10 - 15
1
Kleinfruit, 300g Open vorm 2 - 180 5 - 10
Boter ontdooien, 125g Open vorm 2 - 90 7 - 9
1
Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
Opwarmen met de magnetron
Met de magnetron kunt u voedingsproducten opwar-
men of in één stap ontdooien en opwarmen.
Bereidingswijze voor het opwarmen met de
magnetron
¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de
magnetron.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 2-3keer.
¡ Laat het voedsel na het bereiden 1-2minuten rus-
ten.
¡ De producten geven warmte af aan het servies. Het
servies kan zeer heet worden.
¡ Let op de volgende punten wanneer u babyvoedsel
opwarmt:
– Plaats flesjes zonder speen of deksel op het
rooster.
– Schud of roer het babyvoedsel goed door na het
verwarmen.
– Controleer absoluut de temperatuur van het ba-
byvoedsel.
¡ Veeg de binnenruimte na het opwarmen droog.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging
ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt
bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij
een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof
dan plotseling hevig overkoken en opspatten.
▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een
lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging
voorkomen.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2 cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.

Zo lukt het nl
41
Insteladvies voor het opwarmen met de magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Dranken verwarmen,
200ml
Open vorm 2 - 900 1 - 3
1
Babyvoeding verwarmen,
bijv. flesjes melk, 150ml
Open vorm 2 - 360 1 - 3
1
Groente, gekoeld, 250g Gesloten vorm 2 - 600 3 - 8
Bijgerechten, bijv. pasta,
balletjes, aardappels, rijst
gekoeld
Gesloten vorm 2 - 600 5 - 10
Soep, eenpansgerecht,
400ml
gekoeld
Gesloten vorm 2 - 600 5 - 7
1
Schotel, 1portie
gekoeld
Gesloten vorm 2 - 600 4 - 8
Ovenschotels, 400g,
bijv. lasagne, aardappel-
gratin
Open vorm 2 180 - 200 180 20 -25
Bijgerechten, 500g, bijv.
pasta, balletjes, aardap-
pels, rijst
diepvries
Gesloten vorm 2 - 600 7 - 15
Soep, eenpansgerecht,
200ml
diepvries
Gesloten vorm 2 - 600 6 - 8
1
Schotel, 1portie
diepvries
Gesloten vorm 2 - 600 11 - 15
1
Het voedsel goed omroeren.
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
¡ Voorkom condensvorming wanneer u de verwar-
mingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de
binnenruimte niet af te nemen.
¡ U kunt het voedsel afdekken om het uitdrogen te
vermijden.
¡ Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
¡ Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het
warmhouden verder garen.
26.9 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 of
IEC 60350-1:2011 en conform EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Bakken
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden
zonder snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
– Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
– Vormen op het rooster:
Eerste rooster: hoogte 3
Tweede rooster: hoogte1
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 3niveaus:
– Bakplaat: hoogte5
– Braadslede, hoogte3
– Bakplaat: hoogte1
¡ Biscuitgebak
– Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen.

nl Zo lukt het
42
Insteladvies voor bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in °C Tijdsduur in
min.
Spritskoekjes Bakplaat 3 140 - 150
1
25 - 40
Spritskoekjes Bakplaat 3 140 - 150
1
25 - 40
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140 - 150
1
30 - 40
Sprits, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
1x
Braadslede
5+3+1 130 - 140
1
35 - 55
Kleine cakes Bakplaat 3 160
1
20 - 30
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
25 - 35
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
25 - 35
Kleine cakes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
1x
Braadslede
5+3+1 140
1
35 - 45
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160 - 170
2
25 - 35
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160 - 170
2
25 - 35
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3+1 150 - 170
2
30 - 50
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Insteladvies bij grillen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3
1
3 - 5
1
Het apparaat niet voorverwarmen.
Bereiding met magnetron
¡ Schuif wanneer u het rooster gebruikt, het rooster
met het opschrift Microwave naar de apparaatdeur
en de kromming naar beneden gericht in de binnen-
ruimte.
¡ Schakel voor het testen van alleen de magnetron-
functie de droogfunctie in de basisinstellingen uit.
→Pagina24
Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Magnetronvermo-
gen in W
Tijdsduur in
min.
Vlees Open vorm 2 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10 - 15

Montagehandleiding nl
43
Insteladvies voor het bereiden met de magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Magnetronvermo-
gen in W
Tijdsduur in
min.
Kandeel Open vorm 2 1. 360
2. 180
1. 20
2. 20 - 25
Biscuitgebak Open vorm 2 600 7 - 9
Gehaktbrood Open vorm 2 600 22 - 27
Insteladvies voor het bereiden met de magnetron gecombineerd
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina11
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Aardappelgratin Open vorm 2 170 - 190 360 25 - 30
Gebak Open vorm 2 180 - 200 180 18 - 23
Kip Rooster 2 200 - 220 360 25 - 35
1
1
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
27 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
27.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ De inbouwkast mag achter het apparaat
geen achterwand hebben. Tussen de wand
en de bodem van de kast of de achter-
wand van de kast erboven dient een af-
stand van minstens 35mm te worden aan-
gehouden.
¡ Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen mo-
gen niet worden afgedekt.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Gebruik de deurgreep niet voor transport of
inbouw.
¡ Het apparaat na het uitpakken controleren.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak
of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel aan de wand worden be-
vestigd.

nl Montagehandleiding
44
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningsele-
menten bevinden zich permanente magneten.
Deze kunnen elektronische implantaten, zoals
bijvoorbeeld pacemakers, of insulinepompen
beïnvloeden.
▶ Dragers van elektronische implantaten die-
nen een afstand van minstens 10cm tot de
bedieningselementen aan te houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
▶ Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
▶ Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn
gecertificeerd, een minimale aderdiameter
van 1,5mm² hebben en die voldoen aan
de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
▶ Neem contact op met de service wanneer
het netsnoer te kort is.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
▶ Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.
27.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
27.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.

Montagehandleiding nl
45
27.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd,
dan moeten de minimale afmetingen in acht worden
genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de
minimale dikte van het werkblad berekend .
Type kookplaat a opbouw in mm a vlak gemonteerd in mm b in mm
Inductiekookplaat 37 38 5
Inductiekookplaat met
doorlopend kookoppervlak
47 48 5
Gaskookplaat 27 38 5
Elektrische kookplaat 27 30 2
27.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Om een voldoende ventilatie van het apparaat te
waarborgen, is een ventilatie-opening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen. Let erop dat de luchtcirculatie volgens de teke-
ning is gewaarborgd.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.

nl Montagehandleiding
46
27.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
27.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
▶
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stek-
ker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet
mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische
installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens
de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Alleen een daartoe bevoegd vakman mag
het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde
aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een al-
polige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
‒ groen-geel = aarddraad
‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding
‒ bruin = fase (buitendraad)
27.8 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.

Montagehandleiding nl
47
3.
Bij greeploze keuken met verticale greeplijst:
‒ Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele
scherpe randen af te dekken en een veilige mon-
tage te waarborgen.
‒ Aluminiumprofielen voorboren, om een schroef-
verbinding te maken .
‒ Apparaat met adequate schroeven bevestigen .
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
27.9 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
De bevestigingsschroeven losdraaien.
3.
Het apparaat iets optillen en helemaal naar buiten
trekken.

Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001749791*
9001749791 (020504)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

