
nl Veiligheid
2
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade vermijden ................................5
3 Milieubescherming en besparing........................6
4 Uw apparaat leren kennen...................................7
5 Accessoires........................................................10
6 Voor het eerste gebruik .....................................11
7 De Bediening in essentie...................................12
8 Stoom..................................................................12
9 Tijdfuncties.........................................................14
10 Braadthermometer .............................................16
11 Programma's ......................................................17
12 Kinderslot ...........................................................20
13 Snel voorverwarmen..........................................20
14 Sabbatinstelling .................................................21
15 Basisinstellingen ...............................................21
16 Reiniging en onderhoud ....................................23
17 Pyrolyse .............................................................25
18 Ontkalken ...........................................................26
19 Rekjes .................................................................27
20 Apparaatdeur......................................................28
21 Storingen verhelpen ..........................................31
22 Afvoeren .............................................................34
23 Servicedienst......................................................34
24 Zo lukt het...........................................................34
25 MONTAGEHANDLEIDING ..................................38
25.1 Algemene montage-instructies ......................
...39
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.

Veiligheid nl
3
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina10
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Open de apparaatdeur voorzichtig.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.

nl Veiligheid
4
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina34
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
▶ Glazen kapje niet aanraken.
▶ Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder stroom.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen
of de zekering in de meterkast uitschake-
len.
1.6 Stoom
Houd deze instructie aan wanneer een een
stoomfunctie gebruikt.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Wanneer het apparaat de volgende keer
wordt gebruikt kan het water in de tank sterk
worden verhit.
▶ Na gebruik van de stoomfunctie moet de
tank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.
▶ Tijdens het gebruik van de stoomfunctie
mag u niet met uw handen in de binnen-
ruimte komen.
Tijdens het uitnemen van de accessoires kan
hete vloeistof over de rand stromen.
▶ Hete accessoires voorzichtig verwijderen,
met de ovenwant.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte
kunnen dampen van brandbare vloeistoffen
vlam vatten (explosieve verbranding). De ap-
paraatdeur kan openspringen. Er kunnen hete
dampen en steekvlammen naar buiten treden.
▶ Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. al-
coholhoudende dranken) in de watertank.
▶ Vul de watertank uitsluitend met water of
de door ons aanbevolen ontkalkingsoplos-
sing.
1.7 Braadthermometer
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermo-
meter kan de isolatie beschadigd raken.
▶ Gebruik alleen de braadthermometer die
voor dit apparaat bestemd is.

Materiële schade vermijden nl
5
1.8 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
tijdens de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit
de binnenruimte voordat de reiniging start.
▶ Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv.
droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote
hitte in het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde af-
dichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-
gen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-
men wordt aangetast en er ontstaan giftige
gassen.
▶ Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit
platen en vormen met een antiaanbaklaag
meereinigen.
▶ Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar
voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte
tot een heel hoge temperatuur op zodat res-
ten van braden, grillen en bakken verbranden.
Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van
de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken
grondig ventileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte
verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt hou-
den.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het
reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.

nl Milieubescherming en besparing
6
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of
laten steunen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
▶ Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
2.2 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie
gebruikt.
LET OP!
Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecom-
bineerd gebruik met stoom.
▶ De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken
in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al cor-
rosie in de binnenruimte veroorzaken.
▶ Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen.
Heet water in de watertank kan het stoomsysteem be-
schadigen.
▶ Vul de watertank uitsluitend met koud water.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel
of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken
deze beschadigd.
▶ Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gerei-
nigd veroorzaakt dit schade.
▶ De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
▶ Reinig de watertank met een zachte doek en een in
de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept
of de insteladviezen dit aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in gebruik met ingeschakeld display max.1W
¡ in gebruik met uitgeschakeld display max.0,5W

Uw apparaat leren kennen nl
7
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
2 43
1
1
Toetsen en display
De toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken.
Om een functie te kiezen, slechts licht op het
betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve func-
ties en de tijdfuncties te zien.
→"Toetsen en display", Pagina7
2
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwar-
mingsmethoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand
naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de functie-
keuzeknop verzonken. Voor het vergrendelin-
gen of ontgrendelingen in de nulstand op de
functiekeuzeknop drukken.
→"Verwarmingsmethoden en functies",
Pagina8
3
Temperatuurkiezer
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsmethode in en kiest u in-
stellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nul-
standnaar rechts en links draaien, hij heeft
geen nulstand.
Afhankelijk van het apparaattype is de tempera-
tuurknop verzonken. Voor het vergrendelingen
of ontgrendelingen op de temperatuurknop
drukken.
→"Temperatuur en instelstanden", Pagina9
4
Watertank
Watertank vullen en legen.
→"Watertank vullen", Pagina13
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina14
4.2 Toetsen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. Het kloksymbool
licht alleen op als u
de tijd verandert.

nl Uw apparaat leren kennen
8
Symbool Functie Gebruik
Tijdfuncties Tijd , timer , tijdsduur en einde selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op de
toets drukken.
Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, is
te zien aan de rode balk boven of onder het desbetreffende sym-
bool.
Min
Plus
Instelwaarden verlagen.
Instelwaarden verhogen.
Ovenlamp Verlichting in de binnenruimte inschakelen en uitschakelen.
Snel voorverwarmen Binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen.
Bereiding met stoom Bereiding met stoom starten of afbreken
→"Stoom", Pagina12
Kinderslot Kinderslot activeren of deactiveren.
Watertank legen Aanwijzing watertank legen
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina14
Watertank vullen Aanwijzing watertank vullen
→"Stoom", Pagina12
Ontkalken Aanwijzing apparaat ontkalken
→"Ontkalken", Pagina26
Ontkalken Ontkalken onderbroken
→"Ontkalken onderbroken", Pagina26
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de
waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Symbool Verwarmingsmetho-
de en temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
3Dhetelucht
1
30-275°C
Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Eco hetelucht
125-275°C
Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fases bereid met
behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het garen gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Regenereren
2
80-180°C
Voor het voorzichtig opwarmen van gerechten of het opbakken van gebakken
etenswaar.
Pizzastand
30-275°C
Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.
Onderwarmte
30-250°C
Gerechten nabakken of au bain-marie koken.
De warmte komt van onderen.
Ontdooien
30-60°C
Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien.
Langzaam garen
70-120°C
Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onde-
ren.
1
Bereiden met stoom vanaf 80°C mogelijk (werking alleen met gevulde watertank)
2
Verwarmingsmethode met stoom (gebruik alleen met gevulde watertank)

Uw apparaat leren kennen nl
9
Symbool Verwarmingsmetho-
de en temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
Grill, groot
Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Circulatiegrillen
1
30-275°C
Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en
onderwarmte
1
30-275°C
Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzon-
der geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
1
Bereiden met stoom vanaf 80°C mogelijk (werking alleen met gevulde watertank)
2
Verwarmingsmethode met stoom (gebruik alleen met gevulde watertank)
Meer functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Programma's Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken.
→"Programma's", Pagina17
Reinigingsfuncties
¡ Pyrolyse reinigt de binnenruimte vrijwel zelfstandig. →"Pyrolyse ",
Pagina25
¡ Ontkalken
zorgt ervoor dat uw apparaat goed blijft werken.
→"Ontkalken", Pagina26
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er ver-
schillende instellingen.
De instellingen verschijnen op het display.
Tot 100 °C kan de temperatuur in stappen van 1 graad
worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden.
Opmerking:Bij de instelling grillstand 3 verlaagt het
apparaat na ca. 20 minuten op grillstand 1.
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
De lijn onder in het display wordt, hoe meer de binnen-
ruimte opgewarmd raakt, van links naar rechts rood ge-
vuld.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra de lijn ge-
heel rood gevuld is.
Restwarmte-indicatie
Als u het apparaat uitschakelt, geeft de lijn op het dis-
play de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe ver-
der de temperatuur in de binnenruimte daalt, hoe min-
der de lijn gevuld is.
Opmerkingen
¡ De opwarmingsindicatie wordt alleen gevuld bij ver-
warmingsmethoden waarbij een temperatuur wordt
ingesteld. Bij grillstanden bijv. is de opwarmingsindi-
catie onmiddellijk gevuld.
¡ Wanneer bij de start van de werking de temperatuur
in de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkele
verwarmingsmethoden een
op het display. Scha-
kel het apparaat uit en laat het afkoelen. Daarna de
werking opnieuw starten.
¡ Door thermische traagheid kan de weergegeven
temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke
temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte plaatsen.
→"Accessoires", Pagina10
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires
met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De tele-
scooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden
verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw
wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.

nl Accessoires
10
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen,
verwijderen.
→"Rekjes", Pagina27
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de
verlichting aan als het programma loopt. Bij het beëin-
digen van de werking schakelt de verlichting uit.
Met de toetsOvenlamp kunt u de verlichting zonder
verwarming inschakelen.
Koelventilator
De koelventilator schakelt tijdens gebruik automatisch
in. De lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
Dek de ventilatiesleuven boven de deur van het appa-
raat niet af. Het apparaat raakt oververhit.
▶ Houd de ventilatiesleuven vrij.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking voortgezet.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
Braadthermometer Nauwkeurig braden of garen.
→"Braadthermometer", Pagina16
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal
zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
Het accessoire altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.

Voor het eerste gebruik nl
11
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
3.
Om de accessoire bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
Het accessoire zo plaatsen dat de
rand van het accessoire achter het
lipje op de telescooprail zit.
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het accessoire volledig inschuiven, zodat deze de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het
rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders
achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-
voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
De tijd met de toets
of instellen.
2.
Op de toets drukken.
a Het display toont de ingestelde tijd.
Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt
u in de basisinstellingen →Pagina21 vastleggen.
Referentie naar waterhardheid instellen
▶
De waterhardheid instellen.
→"Waterhardheid instellen", Pagina22
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-
schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
2.
Vóór het voorverwarmen de gladde oppervlakken in
de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek
afvegen.
3.
De watertank vullen.
→"Watertank vullen", Pagina13
4.
Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.

nl De Bediening in essentie
12
5.
De verwarmingsmethode met stoom en de tempera-
tuur instellen.
→"Bereiden met stoom", Pagina12
→"De Bediening in essentie", Pagina12
Verwarmings-
methode
3Dhetelucht met bereiding met
stoom
Temperatuur 200°C
Bereidingstijd 30minuten
6.
Het apparaat na de aangegeven duur uitschakelen.
7.
Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
8.
De watertank legen en de binnenruimte drogen.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina14
9.
De verwarmingsmethode zonder bereiding met
stoom en de temperatuur instellen.
Verwarmings-
methode
Boven- en onderwarmte
Temperatuur 240°C
Bereidingstijd 30minuten
10.
Het apparaat na de opgegeven duur uitschakelen.
11.
Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
12.
De gladde oppervlakken met zeepsop en een
schoonmaakdoekje reinigen.
13.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
▶
De functiekeuzeknop op een stand buiten de
nulstand
draaien.
a Het apparaat is ingeschakeld.
7.2 Machine uitschakelen
▶
De functiekeuzeknop op de nulstand
draaien.
a Het apparaat is uitgeschakeld.
7.3 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop
instellen.
2.
De temperatuur of grillstand met de temperatuur-
knop instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
a Al naar gelang het apparaattype schakelt bij enkele
verwarmingsmethoden en ingestelde temperaturen
vanaf 200°C het snel voorverwarmen
automatisch
in.
→"Snel voorverwarmen", Pagina20
3.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tips
¡ De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
→"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina8
¡ U kunt aan het apparaat de duur en het einde van
de werking instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina14
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
▶
De gewenste verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
▶
De gewenste temperatuur met de temperatuurknop
instellen.
8 Stoom
U kunt bij enkele verwarmingssoorten de stoomfunctie
er bij inschakelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom
vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet
altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
▶ Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
▶ Neem de watertank uit de tankschacht.
8.1 Bereiden met stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met
verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte.
Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en
een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht,
mals en verliest slechts weinig volume.
Bereiding met stoom starten
Tip:Gebruik de programma's of de waarden in de ta-
bellen.
1.
De watertank vullen.
→"Watertank vullen", Pagina13
2.
Een geschikte verwarmingsmethode instellen:
– 3Dhetelucht
– Boven- en onderwarmte
– Circulatiegrillen
3.
Een temperatuur instellen tussen de 80 en 240°C.

Stoom nl
13
4.
De stoomintensiteit met de knop instellen.
Intensiteit Stand
gering
sterk
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en wordt de stoom ook ingeschakeld.
Stoomfunctie annuleren
▶
De knop
net zo vaak indrukken tot de stoominten-
siteit op het display verschijnt.
a De werking wordt zonder stoomtoevoer voortgezet.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina14
Bereiding met stoom beëindigen
1.
Het apparaat uitschakelen.
2.
De watertank legen en de binnenruimte drogen.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina14
8.2 Regenereren
Met de verwarmingsmethode Regenereren
kunt u al
bereide gerechten op een gezonde manier opnieuw
opwarmen of bakkerijproducten van de vorige dag op-
bakken. Het apparaat schakelt automatisch stoom er-
bij.
Regenereren starten
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De watertank vullen.
→"Watertank vullen", Pagina13
2.
De verwarmingsmethode
instellen.
3.
De temperatuur instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en wordt de stoom ook ingeschakeld.
Regenereren beëindigen
1.
Het apparaat uitschakelen.
2.
De watertank legen en de binnenruimte drogen.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina14
8.3 Watertank vullen
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen
dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explo-
sieve verbranding). De apparaatdeur kan opensprin-
gen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar
buiten treden.
▶ Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhou-
dende dranken) in de watertank.
▶ Vul de watertank uitsluitend met water of de door
ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
▶ Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
▶ Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste:De waterhardheid is correct ingesteld.
→"Waterhardheid instellen", Pagina22
1.
Op de watertank drukken
en de watertank er uit
trekken .
2.
Op het deksel van de watertank drukken en open
draaien .
3.
Water vullen in de watertank tot aan de markering
.
4.
Op het deksel van de watertank drukken en dicht-
draaien .
5.
De watertank in de uitsparing plaatsen en aandruk-
ken, tot deze vastklikt .
Watertank bijvullen
Wanneer een signaal klinkt en watertank vullen
op
het display verschijnt, vult u de watertank bij.
Opmerking:Wanneer u de watertank niet bijvult werkt
het apparaat verder zonder stoom.
1.
De watertank verwijderen en bijvullen.
2.
De gevulde watertank plaatsen.

nl Tijdfuncties
14
8.4 Na elk gebruik met stoom
Na elke bereiding met stoom pompt het apparaat het
restwater terug in de watertank. Leeg en droog aanslui-
tend de watertank en de bereidingsruimte.
Watertank legen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
▶ Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
▶ Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte
leidt tot beschadiging van de watertank.
▶ De watertank niet drogen in de hete binnenruimte.
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gerei-
nigd veroorzaakt dit schade.
▶ De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
▶ Reinig de watertank met een zachte doek en een in
de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
1.
Op de watertank drukken.
2.
De watertank er uit trekken.
3.
Het deksel van de watertank opendraaien.
4.
De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen
en met schoon water grondig uitspoelen.
5.
Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
6.
De afdichting van het deksel droog wrijven.
7.
Laat de watertank drogen met geopend deksel.
8.
Het deksel op de watertank plaatsen en dichtdraai-
en.
9.
De watertank plaatsen.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De apparaatdeur openen.
2.
Opmerking:
De lekgoot
bevindt zich onder de binnenruimte.
Het water in de lekgoot met een sponsdoekje op-
zuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte drogen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
Verontreiniging in de binnenruimte verwijderen.
2.
Droog de binnenruimte met een spons.
3.
De kalkvlekken verwijderen met een in azijn ge-
drenkte doek, afnemen met schoon water en dro-
gen met een zachte doek.
4.
Laat de deur van het apparaat 1 uur geopend, zo-
dat de binnenruimte helemaal droog wordt.
9 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets
kiest u de verschillende tijdfuncties.
Tijdfunctie Gebruik
Wekker De wekker kunt u onafhankelijk van
de werking instellen. Hij beïnvloedt
het apparaat niet.
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Tijdfunctie Gebruik
Einde Voor de duur kunt u een tijd instellen
waarop de werking eindigt. Het ap-
paraat start automatisch zodat de
werking op de gewenste tijd klaar is.
Tijd U kunt de tijd instellen.
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot
23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een ei-
gen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur
eindigt.
1.
Druk net zo vaak op de knop
totdat op het dis-
play
is gemarkeerd.
2.
De timertijd met de knop of instellen.

Tijdfuncties nl
15
Toets Voorgestelde waarde
5 minuten
10 minuten
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30
seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijd-
stappen groter, naarmate de waarde hoger is.
a Na enkele seconden start de timer en loopt de ti-
mertijd af.
a Als de timer verstreken is, klinkt een signaal en op
het display staat de timertijd op nul.
3.
Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit te
schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
Vereiste:Op het display is
gemarkeerd.
▶
De wekkertijd met de toets
of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
Vereiste:Op het display is
gemarkeerd.
▶
De wekkertijd met de toets
weer op nul zetten.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen en
gaat uit.
9.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minu-
ten instellen.
Vereiste:Een verwarmingsmethode en een tempera-
tuur of stand zijn ingesteld.
1.
Druk net zo vaak op de knop
totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
De duur met de toets of instellen.
Toets Voorgestelde waarde
10 minuten
30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Als de duur verstreken is, weerklinkt een signaal en
op het display staat de duur op nul.
3.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een
willekeurige toets drukken.
‒ Om opnieuw een duur in te stellen, op de
toets drukken.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
Vereiste:Op het display is
gemarkeerd.
▶
De duur met de toets of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
Vereiste:Op het display is
gemarkeerd.
▶
De duur met de toets
weer op nul zetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en wordt zonder duur verder opgewarmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23
uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
¡ Bij verwarmingssoorten met grillfunctie kan het ein-
de niet worden ingesteld.
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een verwarmingsmethode en een temperatuur of
stand zijn ingesteld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Druk net zo vaak op de knop
totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
Druk op de knop of .
a Het display toont het berekende einde.
3.
Het einde met de knop
of verplaatsen.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de instel-
ling over en het display toont het ingestelde einde.
a Als de berekende starttijd is bereikt, begint het ap-
paraat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, weerklinkt een signaal
en op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een
willekeurige knop drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de
knop
drukken.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het in-
gestelde einde alleen wijzigen als de werking start en
de duur verstrijkt.
Vereiste:Op het display is
gemarkeerd.
▶
Het einde met de toets
of verplaatsen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste:Op het display is
gemarkeerd.
▶
Het einde met de toets
naar de actuele tijd plus
ingestelde duur terugzetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en begint het apparaat op te warmen. De
tijdsduur loopt af.

nl Braadthermometer
16
9.5 Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
De tijd met de toets
of instellen.
2.
Op de toets drukken.
a Het display toont de ingestelde tijd.
Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt
u in de basisinstellingen →Pagina21 vastleggen.
Tijd wijzigen
U kunt de tijd altijd wijzigen.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
Druk net zo vaak op de knop
totdat op het dis-
play is gemarkeerd.
2.
De tijd met de toets of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
10 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er
een braadthermometer in te steken en een kerntempe-
ratuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntempera-
tuur in het product is bereikt, houdt het apparaat auto-
matisch op te werken.
10.1 Geschikte verwarmingsmethoden met
braadthermometer
Alleen bepaalde verwarmingsmethoden zijn geschikt
voor het gebruik met de braadthermometer.
Geschikte verwarmingsmethoden zijn:
¡ 3Dhetelucht
¡ Eco hetelucht
¡ Pizzastand
¡ Circulatiegrillen
¡ Boven- en onderwarmte
Opmerking:Kiest u een ongeschikte verwarmingsme-
thode terwijl de braadthermometer ingestoken is, dan
klinkt er een signaal.
10.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel
een geschikte braadthermometer via onze service-
dienst.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan
de isolatie beschadigd raken.
▶ Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit
apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
▶ Het snoer van de braadthermometer niet inklem-
men.
▶ Om te voorkomen dat de braadthermometer be-
schadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de
afstand tussen grillelement en braadthermometer
enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens
de bereiding uitzetten.
1.
De braadthermometer in de dikste plaats schuin in
het vlees steken.
Zorg ervoor dat de punt van de braadthermometer
juist in het vlees is gepositioneerd:
– De punt moet ongeveer in het midden van het
product zijn.
– De punt mag niet in het vet steken.
– De punt mag geen vorm of been raken.
2.
Het product samen met de braadthermometer in de
binnenruimte plaatsen.
Het product, het beste in een vorm, in het midden
van het rooster plaatsen.
3.
De aansluiting van de braadthermometer in de lin-
kerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
¡ Verwijdert u de braadthermometer tijdens het ge-
bruik, dan worden alle instellingen gereset.
¡ Wilt u het product keren, verwijder de braadthermo-
meter dan niet. Controleer na het keren van het pro-
duct of de braadthermometer nog goed in het ge-
recht zit.
10.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het bin-
nenste van het product tussen 30°C en 99°C.
Vereisten
¡ Het product met de braadthermometer staat in de
binnenruimte.
¡ De braadthermometer is in de binnenruimte gesto-
ken.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
a Op het display brandt
en de kerntemperatuurindi-
catie verschijnt naast de temperatuur van de binnen-
ruimte.
2.
De kerntemperatuur met toets of instellen.
3.
De temperatuur van de binnenruimte met de tempe-
ratuurknop instellen.
De temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C
hoger instellen dan de kerntemperatuur.
De temperatuur van de binnenruimte niet hoger in-
stellen dan 250°C.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
a Links verschijnt de actuele kerntemperatuur in het
product, rechts staat de ingestelde, bijv. 15°C|
75°C. De actuele kerntemperatuur verschijnt pas
vanaf 10°C.
a Als de kerntemperatuur in het product is bereikt,
weerklinkt een signaal en op het display is de actue-
le kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde kern-
temperatuur, bijv. 75°C|75°C.

Programma's nl
17
4.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer
worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en de braadthermometer
altijd met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
Als de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Het apparaat uitschakelen.
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in
de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en
uit de binnenruimte.
11 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automa-
tisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest ge-
schikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca.
2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ Niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
11.2 Stoom
Het apparaat biedt u voor de stoomfunctie-program-
ma's waarmee u de gerechten eenvoudig en professio-
neel kunt klaarmaken.
Aanwijzingen over de functies met stoomondersteuning
vindt u bij Stoom.
→"Stoom", Pagina12
11.3 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen.
Nr. Gerecht Vormen Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
01 Broodvlecht,
broodkrans
1
Bakplaat met bak-
papier
0,6 - 1,5 kg
Gewicht van het
deeg
nee 3 De binnenruimte
moet bij aanvang
koud zijn.
02 Gistdeeg laten rijzen
1
Schotel op rooster 0,5 - 1,5 kg
Gewicht van het
deeg
nee 2 De binnenruimte
moet bij aanvang
koud zijn.
03 Tarwebrood, ge-
mengd tarwebrood op
bakplaat
1
Bakplaat met bak-
papier
0,5 - 2,0 kg
Gewicht van het
deeg
nee 2 De binnenruimte
moet bij aanvang
koud zijn.
04 Tarwebrood, ge-
mengd tarwebrood
langwerpig
1
Langwerpig, inge-
vet en met bloem
bestoven
0,8 - 2,0 kg
Gewicht van het
deeg
nee 2 De binnenruimte
moet bij aanvang
koud zijn.
05 Wit brood op
bakplaat
1
Bakplaat met bak-
papier
0,5 - 2,0 kg
Gewicht van het
deeg
nee 2 Wanneer u 2 broden
tegelijkertijd bakt, dan
het gewicht van het
zwaarste brood aan-
geven.
06 Gemengd
roggebrood
1
Langwerpig, inge-
vet en met bloem
bestoven
0,8 - 2,0 kg
Gewicht van het
deeg
nee 2 De binnenruimte
moet bij aanvang
koud zijn.
07 Plat rond brood
1
Bakplaat met bak-
papier
0,4 - 1,0 kg
Gewicht van het
deeg
nee 2 De binnenruimte
moet bij aanvang
koud zijn.
1
Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)

nl Programma's
18
Nr. Gerecht Vormen Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
08 Aardappels uit de
oven, heel
Ongeschilde, kruimige
aardappels
Braadslede 0,3-1,5kg
Totaalgewicht
nee 3 -
09 Eenpansgerecht, met
groente
vegetarisch
hoge braadpan
met deksel
0,5-2,5kg
Totaalgewicht
volgens re-
cept
2 Groente met een lan-
ge bereidingstijd
(bijv.wortelen) in klei-
nere stukken snijden
dan groente met een
korte bereidingstijd
(bijv. tomaten)
10 Goulash
Rund- of varkensvlees
in blokjes, met groente
hoge braadpan
met deksel
0,5-2,5kg
Totaalgewicht
volgens re-
cept
2 Eerst het vlees erin
doen en daarop de
groente leggen
Het vlees niet eerst
aanbraden
11 Vis, heel
1
panklaar, gekruid
Braadsledes zon-
der deksel of bak-
plaat
0,8-1,5kg
Gewicht van de
vis
nee 2 In drijfstand in de
vorm doen
12 Kip, ongevuld
1
panklaar, gekruid
Braadsledes zon-
der deksel of bak-
plaat
0,9-1,5kg
Gewicht kip
nee 2 met de borst naar bo-
ven in de vorm leg-
gen
13 Stukken kip
1
panklaar, gekruid
Braadsledes zon-
der deksel of bak-
plaat
0,1-0,8kg
Gewicht van het
zwaarste deel
nee 3 -
14 Kalkoenfilet
van het stuk, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-2,5kg
Gewicht kalkoenfi-
let
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
15 Eend, ongevuld
1
panklaar, gekruid
Braadsledes zon-
der deksel of bak-
plaat
1,3-2,5kg
Gewicht eend
nee 2 met de borst naar bo-
ven in de vorm leg-
gen
16 Gans, niet gevuld
1
panklaar, gekruid
Braadsledes zon-
der deksel of bak-
plaat
2,3-4,5kg
Gewicht gans
nee 2 met de borst naar bo-
ven in de vorm leg-
gen
17 Ganzenbouten
panklaar, gekruid
Glazen ovenschotel
zonder deksel op
rooster
0,3-0,8kg
Gewicht van het
zwaarste deel
Bodem van
de braadpan
bedekken
2 -
18 Gestoofd rundvlees
bijv. klapstuk, schou-
derstuk, fricandeau of
gemarineerd vlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Vlees met
vloeistof be-
dekken
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
19 Runderfilet, medium
1
panklaar, gekruid
Braadsledes zon-
der deksel of bak-
plaat
0,8-2,0kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 Het vlees niet eerst
aanbraden
20 Rosbief, medium
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 met de vetzijde naar
boven in de vorm leg-
gen
Het vlees niet eerst
aanbraden
1
Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)

Programma's nl
19
Nr. Gerecht Vormen Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
21 Runderrollade
gevuld met groente of
vlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van alle
gevulde rollades
Vleesrolletjes
bedekken
bijv. met
bouillon of
water
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
22 Gebraden gehakt,
vers
Gehakt van rund-, var-
kens- of lamsvlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht gehakt
nee 2 Het vlees niet eerst
aanbraden
23 Lamsbout, medium
zonder been, gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
24 Lamsbout, doorbak-
ken
zonder been, gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
25 Gebraden kalfsvlees,
doorregen
bijv. rug of heup
Braadpan met dek-
sel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
26 Gebraden kalfsvlees,
mager
bijv. lendestuk of fri-
candeau
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
27 Reebout
zonder been, gezouten
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
28 Gebraden
varkenshals
1
zonder been, gekruid
Braadsledes zon-
der deksel of bak-
plaat
0,8-2,5kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 Het vlees niet eerst
aanbraden
29 Gebraden varkens-
vlees met korstje
1
bijv. schouder, gekruid
en zwoerd ingesneden
Braadsledes zon-
der deksel of bak-
plaat
1,0-2,0kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 met de kant van het
vet naar boven in de
vorm leggen, het
zwoerd goed zouten
30 Gebraden varkens-
haas
gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
1
Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)

nl Kinderslot
20
11.4 Gerecht voor programma voorbereiden
Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkast-
temperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diep-
vriesvak gebruiken.
1.
Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het pro-
gramma juist in te stellen.
2.
Het gerecht in de vorm doen.
3.
De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnen-
ruimte.
11.5 Programma instellen
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in
te stellen.
Opmerkingen
¡ Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde
bereik instellen.
¡ Na de programmastart kunt u het programma en
het gewicht niet meer veranderen.
1.
Programma's
met de functiekeuzeknop instellen.
2.
Het gewenste programma met de toets of in-
stellen.
3.
Het gewicht van uw gerecht met de temperatuur-
knop instellen. Altijd op het volgende hogere ge-
wicht instellen.
‒ Om de tijdsduur van het programma op te vra-
gen, op de toets drukken. De tijdsduur kan
niet worden gewijzigd.
‒ Bij sommige programma's kan het einde met de
toets worden verschoven.
→"Einde instellen", Pagina15
a Na enkele seconden start het programma en de
tijdsduur loopt af.
a Als het programma is beëindigd, weerklinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Als het programma is beëindigd:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een
willekeurige toets drukken.
‒ Om een duur voor het nagaren in te stellen, op
de toets
drukken. Het apparaat warmt verder
op met de instelling van het programma.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
12 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
Opmerking:Of het kinderslot kan worden ingesteld,
kunt u in de basisinstellingen →Pagina21 instellen.
12.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste:De functiekeuzeknop staat op de nulstand
.
▶
Om het kinderslot te activeren, de knop
ingedrukt
houden, tot in het display verschijnt.
‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets in-
gedrukt houden tot op het display dooft.
13 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan de snel voorverwarmen func-
tie bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwar-
mingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel
voorverwarmen gebruiken:
¡ 3Dhetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
13.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempe-
ratuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt
het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
2.
Wanneer het snel voorverwarming niet automatisch
inschakelt, druk dan op de knop
.
a Op het display verschijnt
.
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Als het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt een
signaal en op het display dooft het symbool
.
3.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
▶
Druk op knop
.
a Het symbool
op het display dooft.

Sabbatinstelling nl
21
14 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer
dan 70uur instellen. Voedingsmiddelen kunnen tussen
85°C en 140°C met Boven- en onderwarmte wor-
den warmgehouden, zonder dat u het apparaat met in-
of uitschakelen.
14.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
¡ Als u de apparaatdeur opent tijdens de werking,
dan onderbreekt het apparaat de werking niet.
¡ Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wij-
zigen of onderbreken.
¡ U kunt het einde voor de sabbatinstelling niet ver-
plaatsen.
Vereiste:De sabbatinstelling is in de basisinstellingen
geactiveerd.
→"Basisinstellingen", Pagina21
1.
De programma's
met de functiekeuzeknop instel-
len.
a Op het display verschijnt
.
2.
Stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
3.
Net zo vaak op de knop
drukken totdat op het
display is gemarkeerd.
4.
Stel de tijdsduur in met de knop of .
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
5.
Wanneer de tijdsduur verstreken is, klinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul. Het
apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer
zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
‒ Het apparaat uitschakelen.
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat au-
tomatisch uit.
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering
van uw apparaat.
Indicatie Basisinstelling Keuze
Signaalduur na het verstrijken van een tijds-
duur of wekkertijd
= 10 seconden
= 30 seconden
1
= 2 minuten
Wachttijd totdat een instelling is overgeno-
men
= 3 seconden
1
= 6 seconden
= 10 seconden
Toetssignaal bij het indrukken van een toets = uit
= aan
1
Helderheid van de displayverlichting = donker
= gemiddeld
1
= helder
Indicatie van de tijd = tijdsweergave uit
= tijd weergeven
1
Kinderslot instelbaar
→"Kinderslot", Pagina20
= nee
= ja
1
= ja, met deurvergrendeling
Verlichting van de binnenruimte bij gebruik = nee
= ja
1
Nalooptijd van de koelventilator = kort
= gemiddeld
1
= lang
= extra lang
Telescooprails achteraf aangebracht
2
= nee
1
(bij rekjes en enkelvoudig uittreksysteem)
= ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem)
Sabbatinstelling beschikbaar
→"Sabbatinstelling", Pagina21
= nee
1
= ja
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering

nl Basisinstellingen
22
Indicatie Basisinstelling Keuze
Waterhardheid
→"Waterhardheid instellen", Pagina22
= onthard
= zacht (tot 1,5mmol/l)
= gemiddeld (1,5 - 2,5 mmol/l)
= hard (2,5 - 3,8 mmol/l)
1
= zeer hard (> 3,8 mmol/l)
Automatisch snel voorverwarmen vanaf
200°C
2
= nee
= ja
1
Alle waarden naar de fabrieksinstelling terug-
zetten
= nee
1
= ja
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
15.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
De toets
ca. 4seconden lang ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt de eerste basisinstelling,
bijv.
.
2.
De instelling met de temperatuurknop wijzigen.
3.
Met de toets of naar de volgende basisinstel-
ling gaan.
4.
Om wijzigingen op te slaan, de toets ca. 4secon-
den lang ingedrukt houden.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
15.3 Het wijzigen van de basisinstellingen
afbreken
▶
De functiekeuzeknop draaien.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
15.4 Waterhardheid instellen
LET OP!
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld,
dan kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken
herinneren.
▶ Waterhardheid correct instellen.
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschik-
te vloeistoffen.
▶ Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chlori-
dehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloei-
stoffen.
▶ Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard
water of mineraalwater zonder koolzuur.
Vereisten
¡ Informeer voordat u de waterhardheid instelt bij uw
waterbedrijf wat de waterhardheid is van uw leiding-
water.
¡ Het apparaat moet uitgeschakeld zijn.
1.
De toets
ca. 4seconden lang ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt de eerste basisinstelling,
bijv.
.
2.
Met de knop of naar de basisinstelling
gaan.
3.
De waterhardheid met de temperatuurknop instellen.
Tip:Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is,
adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt
u uitsluitend onthard water, stel dan het waterhard-
heidbereik in op "onthard".
Tip:Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhard-
heid op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater,
gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder kool-
zuur.
Basisinstelling
waterhardheid
Water-
hardheid
in mmol/l
Duitse
hardheid
°dH
Franse
hardheid
°fH
= onthard
1
- - -
= zacht tot 1,5 tot 8,4 tot 15
= gemid-
deld
1,5-2,5 8,4-14 15-25
= hard 2,5-3,8 14-21,3 25-38
= zeer
hard
2
hoger
dan 3,8
hoger
dan 21,3
hoger
dan 38
1
Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard
water wordt gebruikt.
2
Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mi-
neraalwater zonder koolzuur gebruiken.
4.
Om wijzigingen op te slaan, de toets
ca. 4secon-
den lang ingedrukt houden.

Reiniging en onderhoud nl
23
16 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes ge-
bruiken.
▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor
de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina24
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina28
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina28
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.

nl Reiniging en onderhoud
24
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaillen opper-
vlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het ap-
paraat open laten.
Tip:Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
→"Pyrolyse ", Pagina25
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt
de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen kapje van
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina27
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip:Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen.
→"Rekjes", Pagina27
Accessoires ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
Watertank ¡ Warm zeepsop Om na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met
schoon water grondig naspoelen.
Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geo-
pend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Braadthermome-
ter
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Niet in de vaatwasser reinigen.
16.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina23
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina23
2.
Drogen met een zachte doek.

Pyrolyse nl
25
17 Pyrolyse
Met de reinigingsfunctie Pyrolyse reinigt de binnen-
ruimte zichzelf vrijwel automatisch.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de
reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desge-
wenst vaker gebruiken. De reinigingsfunctie heeft ca.
2,5-4,8 kilowattuur nodig.
17.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie
voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u
het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden
bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnen-
ruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het ap-
paraat worden uitgeschakeld of de stekker uit het
stopcontact worden gehaald en moet de deur ge-
sloten worden gehouden om eventueel optredende
vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens
de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de bin-
nenruimte voordat de reiniging start.
▶ Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens
het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoe-
ken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in
het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
1.
Haal de toebehoren en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
→"Rekjes", Pagina27
3.
Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
4.
De binnenkant van de apparaatdeur en de randop-
pervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en
een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet afnemen en niet schuren.
Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit
met ovenreiniger.
5.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
17.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie loopt.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de
gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een
heel hoge temperatuur op zodat resten van braden,
grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen
vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ven-
tileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij-
dens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking:De ovenlamp brandt tijdens de reinigings-
functie niet.
Vereiste:Het apparaat voor de reinigingsfunctie voor-
bereiden. →Pagina25
1.
De reinigingsfuncties
met de functiekeuzeknop in-
stellen.
a Op het display verschijnen het symbool
en de rei-
nigingsfuncties. De eerste reinigingsfunctie is ge-
markeerd.
2.
Net zo vaak op de knop of drukken totdat het
symbool is gemarkeerd.
3.
De reinigingsstand met de temperatuurkeuzeknop
instellen.
Reinigings-
stand
Mate van rei-
niging
Duur in uren
1 Licht Ca. 1:15
2 Gemiddeld Ca. 1:30
3 Hoog Ca. 2:00
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere
reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
a Na enkele seconden start de reinigingsfunctie en de
tijdsduur verstrijkt.
a Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur van-
af een bepaalde temperatuur in de binnenruimte.
Op het display verschijnt
.
a Als de reinigingsfunctie is beëindigd, weerklinkt een
signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Het apparaat uitschakelen.
Als het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgren-
delt de apparaatdeur en
gaat uit.
5.
Het apparaat gebruiksklaar maken. →Pagina26

nl Ontkalken
26
17.3 Apparaat na de reinigingsfunctie
gebruiksklaar maken
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Achtergebleven as in de binnenruimte en bij de ap-
paraatdeur afnemen met een vochtig doekje.
3.
Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking:Witte aanslag op de emailvlakken kan
door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze le-
vensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft
geen nadelige invloed op de werking van het appa-
raat.
4.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina27
18 Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelma-
tig te ontkalken.
Hoe vaak het apparaat moet worden ontkalkt hangt af
van de hardheid van het gebruikte water. Het symbool
herinnert u er aan het ontkalken uit te voeren.
Het ontkalken bestaat uit 4 stappen. Om hygiënische
redenen is het apparaat pas weer gebruiksklaar nadat
het ontkalken helemaal voltooid is. In totaal duurt het
ontkalken ca. 90 - 110minuten:
Indicatie Stap
1e stap: ontkalken
ca. 65min.
2e stap: spoelcyclus
ca. 9min.
3e stap: spoelcyclus
ca. 9min.
4e stap: spoelcyclus
ca. 9min.
18.1 Eerste stap (
)
LET OP!
De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afge-
stemd op het door ons aanbevolen vloeibare ontkal-
kingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen
schade aan het apparaat veroorzaken.
▶ Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons
aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel
of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken
deze beschadigd.
▶ Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
Opmerking:Vul tijdens het hele ontkalkingsproces niet
meer dan 150 ml vloeistof in de watertank.
1.
Een ontkalkingsoplossing mengen:
– 50ml vloeibaar ontkalkingsmiddel
– 100ml water
2.
Watertank vullen met de ontkalkingsoplossing en
plaatsen.
3.
De reinigingsfuncties
met de functiekeuzeknop in-
stellen.
a Op het display verschijnen het symbool
en de rei-
nigingsfuncties. De eerste reinigingsfunctie is ge-
markeerd.
4.
Net zo vaak op de knop of drukken tot het
symbool is gemarkeerd.
5.
Aan de temperatuurknop draaien.
a Op het display verschijnt
. Na enkele seconden
start het ontkalken.
a Na afloop van het ontkalken verschijnt in het display
.
6.
De watertank verwijderen en grondig met water rei-
nigen.
18.2 Tweede stap (
)
1.
De watertank met 150 ml water vullen en plaatsen.
a Na afloop van het spoelen verschijnt op het display
.
2.
De watertank verwijderen en grondig met water rei-
nigen.
18.3 Derde stap ( )
1.
De watertank met 150 ml water vullen en plaatsen.
a Na afloop van het spoelen verschijnt op het display
.
2.
De watertank verwijderen en grondig met water rei-
nigen.
18.4 Vierde stap ( )
1.
De watertank met 150 ml water vullen en plaatsen.
a Na afloop van de spoelcyclus verschijnt op het dis-
play
: .
2.
De watertank verwijderen en grondig met water rei-
nigen.
3.
De watertank drogen en weer terugplaatsen.
a Het ontkalken is afgerond en het apparaat is weer
klaar voor gebruik.
18.5 Ontkalken onderbroken
Wordt het ontkalken onderbroken, bijv. door een
stroomonderbreking of uitschakeling van het apparaat,
dan verschijnt nadat het apparaat opnieuw ingescha-
keld is het symbool op het display. U wordt ge-
vraagd drie keer te spoelen. Tot aan het einde van de
derde spoelcyclus blijft het apparaat geblokkeerd voor
ander gebruik.
Opmerking:Wanneer u een ander gebruik instelt, ver-
schijnt op het display (Cleaning). Herhaal na het
spoelen het onderbroken ontkalken.
1.
De watertank legen en grondig met water reinigen.
2.
De lege watertank plaatsen.
3.
Met de functiekeuzeknop het ontkalken instellen.
4.
Aan de temperatuurknop draaien.
a Op het display verschijnt
.
a Na enkele seconden pompt het apparaat de reste-
rende vloeistof in de watertank.
5.
De watertank legen en grondig met water reinigen.
6.
Voor het spoelen van het stoomsysteem de 3 spoel-
cycli van het ontkalken uitvoeren.
→"Tweede stap (
)", Pagina26
7.
Het ontkalken start opnieuw.

Rekjes nl
27
19 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de
rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
19.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen
en losma-
ken .
2.
Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
19.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
¡ De rekjes passen alleen links of rechts.
¡ Let er bij beide telescooprails op dat deze naar vo-
ren uitgeschoven kunnen worden.
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken .
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen .
3
4
19.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
¡ Al naar gelang het apparaattype moet u bij appara-
ten met rekjes en telescooprails de basisinstellingen
voor de telescooprails aanpassen.
→"Basisinstellingen", Pagina21
¡ Indien nodig kunt u alle niveaus met een telescoop-
rail uitrusten.
1.
Achter de rail op PUSH drukken en de rail naar ach-
teren schuiven.
2.
PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten
draaien .
3.
De rail naar voren trekken tot de houder aan de
achterkant losgekomen is.

nl Apparaatdeur
28
4.
De telescooprail verwijderen.
5.
De telescooprail reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina23
19.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking:De telescooprails passen alleen rechts of
links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren
kunnen worden uitgetrokken.
1.
De telescooprails tussen de beide stangen plaatsen.
2.
De houder achter tussen de onderste en boven-
ste stang invoeren.
3.
PUSH ingedrukt houden en de telescooprail naar
binnen zwenken, totdat de houder voor zich tus-
sen de beide stangen bevindt .
‒ PUSH loslaten.
a De houder klikt in.
4.
De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en
weer inschuiven.
20 Apparaatdeur
Om ervoor te zorgen dat uw apparaat lang mooi blijft
en goed blijft werken, kunt u de deur van het apparaat
er uit halen en reinigen.
20.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen en in de richting
van het apparaat drukken.

Apparaatdeur nl
29
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen
ze met grote kracht dichtklappen.
▶ Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is bevei-
ligd en kan niet dicht-
klappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is be-
veiligd en kan niet wor-
den verwijderd.
a De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten
. De
apparaatdeur met beide handen links en rechts
vastpakken en er naar boven uit trekken .
4.
De apparaatdeur voorzichtig op en vlakke onder-
grond leggen.
20.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
▶ Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de ap-
paraatdeur helemaal opengeklapt.
1.
Opmerking:Let erop dat u de apparaatdeur zonder
weerstand op de scharnieren schuift. Wanneer u
een weerstand merkt, controleer dan of u bij de juis-
te opening inschuift.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven. De deur van het apparaat tot aan de aan-
slag schuiven.
2.
Met beide handen boven links en rechts op de
deurafdekking drukken, om te controleren of de ap-
paraatdeur tot de aanslag is ingeschoven.
3.
De apparaatdeur helemaal openen.
4.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen.
a De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
5.
De apparaatdeur sluiten.
20.3 Ruit van de deur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.

nl Apparaatdeur
30
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur een beetje openen.
2.
De deurafdekking links en rechts van buiten druk-
ken
, tot deze losklikt.
3.
De deurafdekking verwijderen .
4.
De deurafdekking reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina23
5.
De linker en rechter schroef op de apparaatdeur
losdraaien
en verwijderen
6.
Een vaatdoek die meerdere keren is samengevou-
wen tussen de apparaatdeur klemmen. De voorruit
er naar boven uittrekken .
7.
De voorruit met de greep naar onderen op een vlak-
ke ondergrond leggen.
8.
De tussenruit met één hand tegen het apparaat
drukken en tegelijkertijd de linker en rechter hou-
ders naar boven drukken. De houders niet ver-
wijderen.
9.
De tussenruit uitnemen.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaat-
deur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmid-
del of scherpe metalen schraper voor het reini-
gen van het glas van de ovendeur omdat dit het
oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
De apparaatdeur reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina23
12.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
→"Deurruiten aanbrengen", Pagina30
20.4 Deurruiten aanbrengen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De tussenruit draaien, totdat de pijl
rechts boven
is.
2.
De tussenruit onder in de houder inbrengen en
aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
3.
De linker en rechter houder naar beneden druk-
ken totdat de binnenruit is ingeklemd .
4.
De voorste ruit onder in de linker en rechter houder
inhangen .

Storingen verhelpen nl
31
5.
De voorste ruit tegen het apparaat drukken, tot de
linker en rechter haken tegenover de opname
liggen .
6.
De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze
hoorbaar vastklikt.
7.
De apparaatdeur een beetje openen en de vaatdoek
verwijderen.
8.
De beide schroeven links en rechts op de apparaat-
deur vastdraaien.
9.
De deurafdekking aanbrengen en aandrukken , tot
deze hoorbaar inklikt.
10.
De apparaatdeur sluiten.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
21 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
21.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Apparaat warmt niet
op, op het display
knippert de dubbele
punt en er verschijnt
een
.
Demomodus is geactiveerd.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-
nieuw in te schakelen.
2.
Deactiveer de demomodus binnen 5 minuten door de laatste basisinstelling (afhankelijk
van het apparaattype
of ) in de waarde te wijzigen.
→"Basisinstellingen", Pagina21
Werking met stoom-
ondersteuning start
niet.
Watertank is leeg.
▶
Vul de watertank.
→"Watertank vullen", Pagina13
Ontkalken blokkeert het gebruik met stoomondersteuning.
▶
Voer het ontkalken volledig uit.
→"Ontkalken", Pagina26
Stoomsysteem is defect.
▶
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina34

nl Storingen verhelpen
32
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaatdeur kan
niet worden geopend,
op het display brandt
.
Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur.
▶
Deactiveer het kinderslot met de toets
.
→"Kinderslot", Pagina20
Apparaatdeur kan
niet worden geopend,
op het display brandt
.
Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur.
▶
Het apparaat laten afkoelen tot op het display
uitgaat.
→"Pyrolyse ", Pagina25
Op het display knip-
pert de tijd.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Stel de tijd opnieuw in.
→"Tijd instellen", Pagina16
Tijd verschijnt niet op
het display als het
apparaat is uitge-
schakeld.
Basisinstelling werd gewijzigd.
▶
Wijzig de basisinstelling voor de tijdindicatie.
→"Basisinstellingen", Pagina21
Op het display brandt
en het apparaat
kan niet worden inge-
steld.
Kinderslot is geactiveerd.
▶
Deactiveer het kinderslot met de toets
.
→"Kinderslot", Pagina20
Op het display knip-
pert en het appa-
raat start niet.
Binnenruimte is te heet voor de gekozen modus.
1.
Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen.
2.
Start de werking opnieuw.
Op het display ver-
schijnt .
Maximale gebruiksduur is bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden,
stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen on-
veranderd zijn.
▶
Schakel het apparaat uit.
U kunt zo nodig opnieuw instellen.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange berei-
dingstijden, kunt u een tijdsduur instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina14
Op het display ver-
schijnt
- .
Er zit teveel water in het stoomsysteem. Het water kan niet in de watertank worden terugge-
pompt.
1.
Leeg de watertank en plaats de lege watertank.
→"Watertank legen", Pagina14
2.
Stel de tijd opnieuw in.
→"Tijd instellen", Pagina16
3.
Schakel het apparaat uit en weer aan.
4.
Voer "Ontkalken onderbroken" volledig uit.
→"Ontkalken onderbroken", Pagina26
Op het display ver-
schijnt een melding
met
, bijv. - .
Elektronicastoring
1.
Druk op de toets
.
‒ Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2.
Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef
de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op.
→"Servicedienst", Pagina34
Op het display brandt
continu.
Watertank is leeg.
▶
Vul de watertank.
→"Watertank vullen", Pagina13
Watertank niet geheel ingeschoven.
▶
Schuif de watertank er volledig in.
Watertank is lek.
▶
U dient een nieuwe watertank te bestellen.
Sensor is defect.
▶
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina34

Storingen verhelpen nl
33
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Op het display brandt
.
Het apparaat is verkalkt.
▶
Voer het ontkalken volledig uit.
→"Ontkalken", Pagina26
Op het display ver-
schijnt
.
Tijdens het ontkalken werd de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeld.
▶
Voer het onderbroken ontkalken volledig uit.
→"Ontkalken onderbroken", Pagina26
Het apparaat bromt
tijdens het gebruik en
na het uitschakelen.
Functiecontrole van de pomp veroorzaakt geluid tijdens het gebruik.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Tijdens gebruik met
stoomondersteuning
ontsnapt stoom uit de
ventilatiesleuven.
Er ontsnapt stoom vanwege fysieke redenen.
▶
Wacht tot het bereiden met stoomondersteuning eindigt.
Na het einde van het bereiden met stoomondersteuning ontsnapt na korte tijd geen
stoom meer.
Na het gebruik van
de stoomondersteu-
ning is het berei-
dingsresultaat te
droog of te vochtig.
Stoomintensiteit verkeerd ingesteld.
▶
Stoomintensiteit hoger of lager instellen.
21.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen,
40 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in spe-
ciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak
nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een scho-
ne, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de
lamp verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder stroom.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat
het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke
elektrische schok te voorkomen.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van de voe-
dingsspanning.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Het glazen kapje er naar links uitdraaien
.
3.
Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit .
4.
De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de
fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.

nl Afvoeren
34
22 Afvoeren
22.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
23 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
23.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
24 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
24.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerech-
ten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif
de accessoire pas na het voorverwarmen in de bin-
nenruimte.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
Opmerking:Bij een toepassing met stoom is het ge-
wenst dat er veel waterdamp in de binnenruimte ont-
staat.
Maak de binnenruimte na de bereiding droog wanneer
deze is afgekoeld.
24.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.
Bakken op één niveau Hoogte
hoog gebak of vorm op het rooster 2
plat gebak resp. op bakplaat 3
Bakken op twee niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakplaat
Braadslede
Bakplaat
5
3
1
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden ge-
plaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte.

Zo lukt het nl
35
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
¡ Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
24.3 Aanwijzingen voor het braden en
grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de
opgegeven tijd keren.
¡ Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de
vorm. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 cm be-
dekt te zijn.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Braden en stoven met stoom
¡ Bij gerechten met stoomondersteuning en een lan-
ge duur kan de watertank leeg raken. Vul de water-
tank bij indien nodig.
¡ U moet het braadstuk of de vis niet omkeren.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor
groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot 1/2liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
¡ Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen ge-
sloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
¡ Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats boven-
dien de braadslede, met de schuine kant naar de
apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eron-
der. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten
braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor
een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere
temperatuur in.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte
ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
▶ Plaats hete glazen vormen op een droge onderzet-
ter.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
24.4 Selectie van gerechten
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Stoominten-
siteit
Tijdsduur
in min.
Cake, fijn Langwerpige bak-
vorm
2 150-170 - 60-80
Cake, 2 niveaus Langwerpige bak-
vorm
3+1 140-150 - 70-85
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
2 170-190 - 55-80
Biscuittaart, 3 eieren Springvorm
Ø28cm
2 150-160 40-45
Cakerol Bakplaat 3 190-200
1
10-15
Zandtaartdeeggebak met
vochtige bedekking
Braadslede 2 160-180 - 55-95
Gebak van gistdeeg met
vochtige bedekking
Braadslede 3 180-200 - 30-55
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.

nl Zo lukt het
36
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Stoominten-
siteit
Tijdsduur
in min.
Muffins Muffinplaat op het
rooster
2 170-190 - 20-40
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 3 160-170 20-30
Koekjes Bakplaat 3 140-160 - 15-25
Koekjes, 2 of 3niveaus Braadslede
Bakplaat
3+1
5+3+1
140-160 - 15-25
Brood, 1000 g (in recht-
hoekige vorm, op de
plaat)
Braadslede
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
2. 180-190
1.
2. 0
1. 10-15
2. 40-50
Pizza, vers Bakplaat 3 190-210 - 20-30
Pizza, vers, dunne bo-
dem
Ronde pizzaplaat 2 250-270
1
- 8-13
Quiche Taartvorm 2 190-210 - 25-35
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 2 150-170 40-45
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-230 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 2 220-230 35-45
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 1. 140-150
2. 140-150
1.
2. 0
1. 30-40
2. 70-80
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 160-170 130-150
Runderfilet, medium,
1kg
Rooster
Braadslede
3 210-220 - 40-50
2
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten servies 2 200-220 - 130-150
3
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 180-200 50-60
Burger, 3-4cm hoog Rooster 4 3 - 25-30
4
Lamsbout zonder been,
medium, 1,0 kg
Open vorm 2 170-180 65-75
Vis, gebraden, heel
300g, bijv. forel
Braadslede 2 170-180 20-30
Schotel, 1portie Open vorm 2 120-130 - 15-25
Pizza, gebakken Rooster 2 170-180
1
- 5-15
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
24.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vor-
men gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
3.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
4.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig de instellings-
aanbevelingen.
6.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.

Zo lukt het nl
37
Insteladvies voor yoghurt
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur
in min.
Yoghurt Portievormen Bodem van de binnen-
ruimte
40-45 8-9 uur
24.6 Langzaam garen
Langzaam garen betekent dat de bereiding op een
zeer lage temperatuur plaatsvindt. Het wordt ook wel
bereiden bij lage temperatuur genoemd.
Voedingswaar langzaam garen
Vereisten
¡ Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees,
zonder bot.
¡ Start de werking alleen wanneer de binnenruimte ge-
heel is afgekoeld.
1.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voor-
verwarmen.
2.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
3.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de
binnenruimte van de oven doen.
4.
Houd de deur van het apparaat gesloten om een
gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Insteladvies voor langzaam garen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Aan-
braad-
duur in
min.
Temperatuur in
°C
Tijdsduur
in min.
Eendenborst, à 300g Open vorm 2 6-8 95
1
60-70
Varkenshaas, heel Open vorm 2 4-6 85
1
75-100
Runderdij, 6-7cm dik,
1,5kg, doorbakken
Open vorm 2 6-8 100
1
160-220
Runderfilet, 4-6cm dik,
1kg
Open vorm 2 6-8 85
1
90-150
Kalfsmedaillons, 4cm dik Open vorm 2 4 80
1
50-70
Lamsrack, zonder been, à
200g
Open vorm 2 4 85
1
30-70
1
Het apparaat voorverwarmen.
24.7 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1
te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testge-
rechten.
Algemene opmerkingen
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
Opmerking:Gebak op bakplaten of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
¡ Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
¡ Vormen op het rooster
eerste rooster: hoogte 3
tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
¡ Bakplaat: hoogte 5
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:

nl Montagehandleiding
38
Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven
elkaar in de binnenruimte.
Insteladvies voor bakken
Gerecht Accessoires /
vormen
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Stoominten-
siteit
Tijdsduur in
min.
Spritsgebak Bakplaat 3 140-150
1
- 25-35
Spritsgebak Bakplaat 3 140-150
1
- 20-30
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3 + 1 140-150
1
- 25-35
Sprits, 3niveaus Braadslede
+
Bakplaat
5 + 3 + 1 130-140
1
- 35-55
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
- 25-35
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
- 20-30
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3 + 1 140
1
- 25-35
Small cakes, 3 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
5 + 3 + 1 140
1
- 25-35
Biscuit Springvorm
Ø26cm
2 160-170
2
- 25-35
Biscuit Springvorm
Ø26cm
2 150-160 30-35
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm
Ø26cm
3 + 1 150-160
2
- 35-50
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Insteladvies bij grillen
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijds-
duur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3 5-6
25 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.

Montagehandleiding nl
39
25.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Het apparaat na het uitpakken controleren.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak
of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel aan de wand worden be-
vestigd.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
▶ Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
▶ Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn
gecertificeerd, een minimale aderdiameter
van 1,5mm² hebben en die voldoen aan
de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
▶ Neem contact op met de service wanneer
het netsnoer te kort is.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
▶ Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.
25.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.

nl Montagehandleiding
40
25.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet
tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten
worden afgesloten.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
25.4 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
25.5 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
¡ Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen.
¡ Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening
is gewaarborgd.
¡ Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebe-
horen er zonder probleem uitgenomen kan worden.
25.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.

Montagehandleiding nl
41
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
25.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
▶
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stek-
ker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet
mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische
installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens
de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Alleen een daartoe bevoegd vakman mag
het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde
aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een al-
polige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
‒ groen-geel = aarddraad
‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding
‒ bruin = fase (buitendraad)
25.8 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
3.
Bij greeploze keuken met verticale greeplijst:
‒ Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele
scherpe randen af te dekken en een veilige mon-
tage te waarborgen.
‒ Aluminiumprofielen voorboren, om een schroef-
verbinding te maken .
‒ Apparaat met adequate schroeven bevestigen .
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
25.9 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
De bevestigingsschroeven losdraaien.
3.
Het apparaat iets optillen en helemaal naar buiten
trekken.



Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001751958*
9001751958 (020510)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

