
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer
informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade vermijden ................................5
3 Milieubescherming en besparing........................6
4 Uw apparaat leren kennen...................................7
5 Accessoires..........................................................9
6 Voor het eerste gebruik .....................................11
7 De Bediening in essentie...................................12
8 Snel voorverwarmen..........................................12
9 Tijdfuncties.........................................................12
10 Braadthermometer .............................................14
11 Programma's ......................................................15
12 Kinderslot ...........................................................18
13 Sabbatinstelling .................................................19
14 Basisinstellingen ...............................................19
15 HomeConnect ...................................................20
16 Reiniging en onderhoud ....................................22
17 Pyrolyse .............................................................24
18 Reinigingsondersteuning ..................................25
19 Rekjes .................................................................25
20 Apparaatdeur......................................................27
21 Storingen verhelpen ..........................................30
22 Afvoeren .............................................................32
23 Conformiteitsverklaring.....................................32
24 Servicedienst......................................................32
25 Zo lukt het...........................................................33
26 MONTAGEHANDLEIDING ..................................37
26.1 Algemene montage-instructies ......................
...37
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.

Veiligheid nl
3
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina9
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
▶ Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
▶ Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.

nl Veiligheid
4
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten en kan de apparaatdeur
openspringen en er eventueel afvallen. De
deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren.
→"Materiële schade vermijden", Pagina5
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina32
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
▶ Glazen kapje niet aanraken.
▶ Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder stroom.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen
of de zekering in de meterkast uitschake-
len.
1.6 Braadthermometer
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermo-
meter kan de isolatie beschadigd raken.
▶ Gebruik alleen de braadthermometer die
voor dit apparaat bestemd is.

Materiële schade vermijden nl
5
1.7 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
tijdens de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit
de binnenruimte voordat de reiniging start.
▶ Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv.
droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote
hitte in het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde af-
dichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-
gen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-
men wordt aangetast en er ontstaan giftige
gassen.
▶ Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit
platen en vormen met een antiaanbaklaag
meereinigen.
▶ Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar
voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte
tot een heel hoge temperatuur op zodat res-
ten van braden, grillen en bakken verbranden.
Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van
de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken
grondig ventileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte
verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt hou-
den.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het
reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan
de apparaatdeur openspringen en er eventueel afval-
len. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnen-
ruimte naar binnen sterk vervormen.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of over-
gieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren.

nl Milieubescherming en besparing
6
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of
laten steunen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
▶ Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept
of de insteladviezen dit aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in netwerkgebonden standby max.2W
¡ in niet netwerkgebonden gebruik met ingeschakeld
display max.1W
¡ in niet netwerkgebonden gebruik met uitgeschakeld
display max.0,5W

Uw apparaat leren kennen nl
7
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1
2 3
1
Knoppen en display
De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken.
Om een functie te kiezen, slechts licht op het
betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve func-
ties en de tijdfuncties te zien.
2
Functiekeuzeschakelaar
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwar-
mingsmethoden en meer functies in.
U kunt de functiekeuzeknop vanuit de nulstand
naar rechts of links draaien, deze heeft geen
nulstand.
Afhankelijk van het apparaattype is de functie-
keuzeknop verzonken. Voor vergrendelingen of
ontgrendelingen op de functiekeuzeknop druk-
ken.
3
Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsmethode in en kiest u in-
stellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u rechts en links
draaien, deze heeft geen nulstand.
Afhankelijk van het apparaattype kan de tempe-
ratuurknop worden verzonken. Voor het verzin-
ken of omhoog komen op de temperatuurknop
drukken.
4.2 Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw
apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Op het display wordt de gekozen verwarmingsfunctie
of functie samen met de ingestelde temperatuur van de
binnenruimte of de stand weergegeven.
U kunt de instellingen voor de actieve tijdfuncties tel-
kens links en rechts naast de actuele tijd aflezen.
Symbool Functie Gebruik
aan/uit Apparaat inschakelen en uitschakelen.
Menu Menu voor verwarmingsfuncties en functies openen.
HomeConnect Dit apparaat is geschikt voor WiFi en kan via een mobiel apparaat
worden bediend.
¡ Thuisnetwerk en HomeConnect-server verbonden
Aantal lijnen toont signaalsterkte van het thuisnetwerk
¡ Thuisnetwerk niet verbonden
¡ HomeConnect-server niet verbonden
¡ Start op afstand geactiveerd
¡ Diagnose op afstand geactiveerd
Programma's Programma met afgestemde instelwaarden openen.
Tijdfuncties Timer, tijdsduur of einde instellen.
Basisinstellingen Apparaatinstellingen individueel aanpassen.
Reiniging Reinigingsfunctie pyrolyse openen.
Snel voorverwarmen Snel opwarmen voor de ovenruimte starten of afbreken.
Informatie Aanwijzingen laten weergeven.
Kinderslot Ovenfuncties op het bedieningsveld blokkeren en deblokkeren.

nl Uw apparaat leren kennen
8
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij uitleg over de verschil-
len en toepassingen.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de
waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Symbool Verwarmingsmetho-
de en temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
3Dhetelucht
30-275°C
Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30-275°C
Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzon-
der geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
Eco hetelucht
125-275°C
Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fases bereid met
behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het garen gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Intensieve hitte
30-275°C
Gerechten met een knapperige bodem bereiden.
De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen.
Circulatiegrillen
30-275°C
Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot
Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, klein
Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden
gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand
30-275°C
Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.
Langzaam garen
70-120°C
Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onde-
ren.
Onderwarmte
30-250°C
Gerechten nabakken of au bain-marie koken.
De warmte komt van onderen.
Ontdooien
30-60°C
Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien.
Warm houden
60-100°C
Gegaarde gerechten warmhouden.
Vorm voorverwarmen
30-70°C
Servies voorverwarmen.
Ovenlamp Verlichting in de binnenruimte inschakelen.
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er ver-
schillende instellingen.
De instellingen verschijnen op het display.
Opmerkingen
¡ Tot 100°C kan de temperatuur in stappen van 1
graad worden ingesteld, daarboven in stappen van
5 graden.
¡ Bij de instelling grillstand 3 verlaagt het apparaat na
ca. 20 minuten op grillstand 1.

Accessoires nl
9
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
De lijn in het display wordt, hoe meer de binnenruimte
opgewarmd raakt, van links naar rechts gevuld.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra de lijn ge-
heel gevuld is.
Restwarmte-indicatie
Als u het apparaat uitschakelt, geeft de lijn op het dis-
play de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe hel-
derder de lijn, hoe hoger de restwarmte.
Opmerkingen
¡ De opwarmingsindicatie wordt alleen gevuld bij ver-
warmingsmethoden waarbij een temperatuur wordt
ingesteld. Bij grillstanden bijv. is de opwarmingsindi-
catie onmiddellijk gevuld.
¡ Door thermische traagheid kan de weergegeven
temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke
temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte plaatsen.
→"Accessoires", Pagina9
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires
met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De tele-
scooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden
verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw
wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen,
verwijderen.
→"Rekjes", Pagina25
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de
verlichting aan als het programma loopt. Bij het beëin-
digen van de werking schakelt de verlichting uit.
Met de optie ovenlamp in het menu kunt u de verlich-
ting zonder verwarming inschakelen. Na ca. 15minu-
ten gaat de verlichting automatisch weer uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat
niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
▶ Ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking niet automatisch voortgezet.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.

nl Accessoires
10
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
Bakplaat ¡ Plaatgebak
¡ Klein gebak
Braadthermometer Nauwkeurig braden of garen.
→"Braadthermometer", Pagina14
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
Het accessoire altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
3.
Om de accessoire bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
Het accessoire zo plaatsen dat de
rand van het accessoire achter het
lipje op de telescooprail zit.

Voor het eerste gebruik nl
11
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het accessoire volledig inschuiven, zodat deze de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het
rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-
voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Taal instellen
De taal “Deutsch” is standaard ingesteld.
1.
Met de temperatuurknop de gewenste taal instellen
2.
Met de functieknop naar de volgende instelling
gaan.
Home Connect instellen
Dit apparaat is voorzien van Wi-Fi en kan via een mo-
biel eindapparaat op afstand worden bediend.
1.
Om Home Connect in te stellen, "Met Assistent in-
stellen" kiezen.
2.
De aanwijzingen op het apparaat opvolgen.
Meer informatie vindt u in de paragraaf Home Con-
nect →Pagina20.
Opmerking:U kunt de instellingen voor Home Connect
ook overslaan en later deze in de basisinstellingen uit-
voeren. →Pagina19
Met de functieknop gaat u naar de volgende instelling
van de eerste inbedrijfstelling.
Tijd instellen
De tijd start bij 12:00 uur.
1.
Met de temperatuurknop de actuele tijd instellen
2.
Met de functieknop naar de volgende instelling
gaan.
Datum instellen
Om de datum in te stellen, voert u na elkaar het jaar,
de maand en de dag in.
1.
Met temperatuurknop het jaar instellen.
2.
Met de functieknop naar de instelling "Maand" gaan.
3.
Met de temperatuurknop de maand instellen.
4.
Met de functieknop naar de instelling "Dag" gaan.
5.
Met de temperatuurknop de dag instellen.
6.
Knop gedurende 3 seconden ingedrukt houden.
a De eerste inbedrijfstelling is afgesloten.
Het apparaat reinigen voordat u het voor het
eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-
schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
2.
Vóór het voorverwarmen de gladde oppervlakken in
de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek
afvegen.
3.
Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
4.
De verwarmingsmethode en de temperatuur instel-
len.
→"De Bediening in essentie", Pagina12
Verwarmings-
methode
3Dhetelucht
Temperatuur maximaal
Bereidingstijd 1uur
5.
Het apparaat na de opgegeven duur uitschakelen.
6.
Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
7.
De gladde oppervlakken met zeepsop en een
schoonmaakdoekje reinigen.
8.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.

nl De Bediening in essentie
12
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
▶
Raak knop aan.
a Het apparaat is ingeschakeld.
7.2 Apparaat uitschakelen
▶
Raak knop aan.
a Het apparaat is uitgeschakeld.
7.3 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop
instellen.
2.
De temperatuur of grillstand met de temperatuur-
knop instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
3.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Opmerking:Het apparaat start in het menu Verwar-
mingsmethoden. Wanneer u zich in een ander menu
bevindt, raak dan knop aan.
U kunt op het apparaat de tijdsduur en het einde van
de werking instellen.
Tip:De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
→"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina8
Opmerking:U kunt op het apparaat de tijdsduur en het
einde van de werking instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina12
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
▶
De gewenste verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
▶
De gewenste temperatuur met de temperatuurknop
instellen.
8 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmtijd verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde tem-
peraturen van boven de 100°C.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel
voorverwarmen gebruiken:
¡ 3Dhetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
¡ Intensieve hitte
8.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempe-
ratuur vanaf 100°C instellen.
2.
Druk op knop .
a Op het display verschijnt .
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Als het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt een
signaal en op het display dooft het symbool .
3.
Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
9 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de knop kiest u de verschillende tijdfuncties.
Tijdfunctie Gebruik
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Deze beïnvloedt
het apparaat niet.
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd in-
stellen waarop de werking eindigt.
Het apparaat start automatisch zodat
de werking op het gewenste tijdstip
klaar is.

Tijdfuncties nl
13
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot
23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een ei-
gen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur
eindigt.
1.
Raak knop aan.
a Op het display verschijnt .
2.
Stel de timertijd in met de temperatuurknop.
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30
seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijd-
stappen groter, naarmate de waarde hoger is.
3.
Bevestig met de knop .
a Na enkele seconden start de timer en loopt de ti-
mertijd af.
a Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een sig-
naal en op het display staat de timertijd op nul.
4.
Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Druk op een willekeurige knop om de timer uit te
schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de timertijd altijd wijzigen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De timertijd met de temperatuurknop wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de timertijd altijd afbreken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De timertijd met de temperatuurknop op nul terug-
zetten.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen en gaat uit.
9.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59
minuten instellen.
Vereiste:Een verwarmingsmethode en een tempera-
tuur of stand zijn ingesteld.
1.
Raak knop aan.
2.
Met de functiekeuzeknop de tijdsduur selecteren.
3.
De tijdsduur met de temperatuurknop instellen.
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men. De tijdsduur loopt af op het display.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, dan klinkt een
signaal en warmt het apparaat niet meer op. Op het
display staat "Werking beëindigd".
4.
Als uw gerecht klaar is, het apparaat met uitscha-
kelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur te allen tijde wijzigen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De tijdsduur met de temperatuurknop wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De tijdsduur met de temperatuurknop op nul terug-
zetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en wordt zonder tijdsduur verder opge-
warmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23
uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een verwarmingsmethode en temperatuur zijn inge-
steld
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Raak knop aan.
2.
Kies Einde met de functieknop.
3.
Stel het einde in met de temperatuurknop.
a Het display toont het berekende einde.
4.
Bevestig met de knop .
5.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de instel-
ling over en het display toont het ingestelde einde.
a Als de berekende starttijd is bereikt, begint het ap-
paraat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
6.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ dan klinkt een signaal en op het display staat
"werking beëindigd".
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat met uit-
schakelen.
Einde wijzigen
U kunt de eindtijd ook tijdens de werking wijzigen. De
werking wordt dan gestopt en start overeenkomstig de
ingestelde tijdsduur en eindtijd opnieuw.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
Het einde met de temperatuurknop verschuiven.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
Het einde met de temperatuurknop naar de actuele
tijd plus ingestelde tijdsduur terugzetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en begint het apparaat op te warmen. De
tijdsduur loopt af.

nl Braadthermometer
14
10 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er
een braadthermometer in te steken en een kerntempe-
ratuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntempera-
tuur in het product is bereikt, houdt het apparaat auto-
matisch op te werken.
10.1 Geschikte verwarmingsmethoden met
braadthermometer
Alleen bepaalde verwarmingsmethoden zijn geschikt
voor het gebruik met de braadthermometer.
Geschikte verwarmingsmethoden zijn:
¡ 3Dhetelucht
¡ Eco hetelucht
¡ Pizzastand
¡ Circulatiegrillen
¡ Boven- en onderwarmte
Opmerking:Kiest u een ongeschikte verwarmingsme-
thode terwijl de braadthermometer ingestoken is, dan
klinkt er een signaal.
10.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel
een geschikte braadthermometer via onze service-
dienst.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan
de isolatie beschadigd raken.
▶ Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit
apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
▶ Het snoer van de braadthermometer niet inklem-
men.
▶ Om te voorkomen dat de braadthermometer be-
schadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de
afstand tussen grillelement en braadthermometer
enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens
de bereiding uitzetten.
1.
De braadthermometer in de dikste plaats schuin in
het vlees steken.
Zorg ervoor dat de punt van de braadthermometer
juist in het vlees is gepositioneerd:
– De punt moet ongeveer in het midden van het
product zijn.
– De punt mag niet in het vet steken.
– De punt mag geen vorm of been raken.
2.
Het product samen met de braadthermometer in de
binnenruimte plaatsen.
Het product, het beste in een vorm, in het midden
van het rooster plaatsen.
3.
De aansluiting van de braadthermometer in de lin-
kerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
¡ Verwijdert u de braadthermometer tijdens het ge-
bruik, dan worden alle instellingen gereset.
¡ Wilt u het product keren, verwijder de braadthermo-
meter dan niet. Controleer na het keren van het pro-
duct of de braadthermometer nog goed in het ge-
recht zit.
10.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het bin-
nenste van het product tussen 30 °C en 99 °C.
Vereisten
¡ Het product met de braadthermometer staat in de
binnenruimte.
¡ De braadthermometer is in de binnenruimte gesto-
ken.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
a Op het display verschijnt en de kerntemperatuur-
aanwijzing.
2.
Stel de kerntemperatuur in met de temperatuurknop.
3.
Tik op .
4.
Stel de temperatuur van de binnenruimte in met de
temperatuurknop.
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens
10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger
in dan 250°C.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
a Links verschijnt de actuele kerntemperatuur in het
product, rechts staat de ingestelde, bijv. 15°C|
75°C. De actuele kerntemperatuur verschijnt pas
vanaf 10°C.
a Wanneer de kerntemperatuur in het product bereikt
is, klinkt er een signaal en het apparaat stopt met
opwarmen.
5.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer
worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en de braadthermometer
altijd met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Schakel het apparaat uit.
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in
de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en
uit de binnenruimte.
6.
Stel de temperatuur van de binnenruimte in met de
temperatuurknop.

Programma's nl
15
11 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automa-
tisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest ge-
schikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca.
2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ Niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
11.2 Gerecht voor programma voorbereiden
Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkast-
temperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diep-
vriesvak gebruiken.
1.
Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het pro-
gramma juist in te stellen.
2.
Het gerecht in de vorm doen.
3.
De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnen-
ruimte.
11.3 Programma instellen
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in
te stellen.
Opmerkingen
¡ Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde
bereik instellen.
¡ Na de programmastart kunt u het programma en
het gewicht niet meer wijzigen.
1.
De knop aanraken.
2.
Het gewenste programma met de functiekeuzeknop
instellen.
3.
Stel het gewicht van uw gerecht in met de tempera-
tuurknop. Altijd op het volgende hogere gewicht in-
stellen.
‒ Raak knop aan.
‒ Er verschijnt een instructietekst.
4.
Raak knop aan.
Er verschijnt een instructietekst.
a Na enkele seconden start het programma en de
tijdsduur loopt af.
5.
Wanneer het programma is beëindigd:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen, de knop
aanraken.
‒ Om het nagaren in te stellen, de knop aanra-
ken.
‒ U kunt met de temperatuurkiezer de tijdsduur
voor het nagaren instellen.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len.
11.4 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen.
Nr. Gerecht Vormen Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
01 Pizza, dunne bodem
diepvries, voorgebak-
ken
Braadslede met
bakpapier
0,28-0,4kg
Totaalgewicht
nee 3 voor een tweede piz-
za de aanwijzingen
opvolgen die op de
verpakking staan
02 Pizza, dikke bodem
diepvries, voorgebak-
ken
Braadslede met
bakpapier
0,28-0,6kg
Totaalgewicht
nee 3 voor een tweede piz-
za de aanwijzingen
opvolgen die op de
verpakking staan
03 Lasagne
diepvries
Originele verpak-
king
0,3-1,2kg
Totaalgewicht
nee 3 -
04 Frites
diepvries
Braadslede met
bakpapier
0,2-0,75kg
Totaalgewicht
nee 3 naast elkaar op de
braadslede leggen
05 Afbakbroodjes
diepvries, voorgebak-
ken
Braadslede met
bakpapier
0,1-0,8kg
Totaalgewicht
nee 3 -
06 Aardappelgratin Ovenschaal zonder
deksel
0,5-3,0kg
Totaalgewicht
nee 2 -
07 Pastaschotel
met voorgegaarde
pasta
Ovenschaal zonder
deksel
0,4-3,0kg
Totaalgewicht
nee 2 -

nl Programma's
16
Nr. Gerecht Vormen Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
08 Crumble
Verse of diepvries-
vruchten met kruimels
bedekt
Vorm op rooster 0,5-2,5 kg
Totaalgewicht
nee 3 Kruimels met haver-
vlokken of noten toe-
bereid worden bijzon-
der knapperig
09 Aardappels uit de
oven, heel
ongeschilde, kruimige
aardappels
Braadslede 0,3-1,5kg
Totaalgewicht
nee 3 -
10 Eenpansgerecht, met
groente
vegetarisch
hoge braadpan
met deksel
0,5-2,5kg
Totaalgewicht
volgens re-
cept
2 Groente met een lan-
ge bereidingstijd
(bijv.wortelen) in klei-
nere stukken snijden
dan groente met een
korte bereidingstijd
(bijv. tomaten)
11 Eenpansgerecht, met
vlees
hoge braadpan
met deksel
0,5-3,0kg
Totaalgewicht
volgens re-
cept
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
12 Goulash
Rund- of varkensvlees
in blokjes, met groente
hoge braadpan
met deksel
0,5-2,5kg
Totaalgewicht
volgens re-
cept
2 Eerst het vlees erin
doen en daarop de
groente leggen
Het vlees niet eerst
aanbraden
13 Vis, heel
panklaar, gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,3-1,5kg
Gewicht van de
vis
Bodem van
de braadpan
bedekken
2 -
14 Kip, ongevuld
panklaar, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,6-2,5kg
Gewicht kip
nee 2 met de borst naar bo-
ven in de vorm leg-
gen
15 Stukken kip
panklaar, gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,1-0,8kg
Gewicht van het
zwaarste deel
Bodem van
de braadpan
bedekken
2 -
16 Eend, ongevuld
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
1,0-2,7kg
Gewicht eend
nee 2 -
17 Gans, niet gevuld
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
2,5-3,5kg
Gewicht gans
nee 2 -
18 Ganzenbouten
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
0,3-0,8 kg
Gewicht kip
Bodem van
de braadpan
bedekken
2 -
19 Ongevulde, kleine kal-
koen
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
2,0-3,5 kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 -
20 Kalkoenfilet
van het stuk, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-2,5kg
Gewicht kalkoenfi-
let
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
21 Gestoofd rundvlees
bijv. klapstuk, schou-
derstuk, fricandeau of
gemarineerd vlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Vlees met
vloeistof be-
dekken
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
22 Roastbeef, Engels
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 met de vetzijde naar
boven in de vorm leg-
gen
Het vlees niet eerst
aanbraden

Programma's nl
17
Nr. Gerecht Vormen Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
23 Rosbief, medium
panklaar, gekruid
Braadpan zonder
deksel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
nee 2 met de vetzijde naar
boven in de vorm leg-
gen
Het vlees niet eerst
aanbraden
24 Runderrollade
gevuld met groente of
vlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van alle
gevulde rollades
Vleesrolletjes
bedekken
bijv. met
bouillon of
water
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
25 Gebraden gehakt,
vers
Gehakt van rund-, var-
kens- of lamsvlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht gehakt
nee 2 Het vlees niet eerst
aanbraden
26 Lamsbout zonder
been, medium
panklaar gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
27 Lamsbout zonder
been, doorbakken
panklaar gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
28 Lamsbout met been,
doorbakken
panklaar gekruid
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
29 Gebraden kalfsvlees,
doorregen
bijv. rug of heup
Braadpan met dek-
sel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
30 Gebraden kalfsvlees,
mager
bijv. lendestuk of fri-
candeau
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
31 Kalfsschenkel Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
32 Osso buco van kalfs-
vlees
Braadpan met dek-
sel
0,5-3,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden

nl Kinderslot
18
Nr. Gerecht Vormen Gewichtsbereik
Instelgewicht
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
33 Hertenvlees zonder
been
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
34 Reebout zonder been
gezouten
Braadpan met dek-
sel
0,5-2,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
35 Konijn, heel
panklaar, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
1,0-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
36 Wild zwijn, braadstuk
panklaar gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 -
37 Gebraden varkens-
hals zonder been
panklaar gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
38 Gebraden varkens-
vlees met korstje
bijv. schouder, gekruid
en zwoerd ingesneden
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 met de kant van het
vet naar boven in de
vorm leggen, het
zwoerd goed zouten
39 Gebraden varkens-
haas
gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-2,5kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
40 Varkensrollade
panklaar gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
0,5-3,0kg
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te toevoegen
2 Het vlees niet eerst
aanbraden
12 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen wijzigen.
Opmerkingen
¡ Of het kinderslot kan worden ingesteld, kunt u in de
basisinstellingen →Pagina19 instellen.
¡ Wanneer u een kookplaat op de oven heeft aange-
sloten, is de kookplaat niet geblokkeerd.
12.1 Kinderslot activeren en deactiveren
1.
Om het kinderslot te activeren, de knop ingedrukt
houden tot op het display verschijnt.
2.
Om het kinderslot te deactiveren, de knop inge-
drukt houden tot op het display dooft.

Sabbatinstelling nl
19
13 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer
dan 70uur instellen. Voedingsmiddelen kunnen tussen
85°C en 140°C met Boven- en onderwarmte wor-
den warmgehouden, zonder dat u het apparaat met in-
of uitschakelen.
13.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
¡ Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent,
houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u
de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat ver-
der.
¡ Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wij-
zigen of onderbreken.
¡ U kunt het einde voor de sabbatinstelling niet ver-
schuiven.
¡ Wanneer u de sabbatinstelling wilt annuleren, raak
dan de knop aan.
Vereiste:De sabbatinstelling is in de basisinstellingen
geactiveerd.
→"Basisinstellingen", Pagina19
1.
Raak knop aan.
2.
De sabbatinstelling met de functiekeuzeknop se-
lecteren.
3.
Raak knop aan.
4.
Kies "Tijdsduur" met behulp van de functiekeuze-
knop.
5.
Met de temperatuurknop de gewenste tijdsduur in-
stellen.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de tijds-
duur over en de sabbatinstelling verschijnt.
6.
Stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
7.
Wanneer de tijdsduur verstreken is, klinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul. Het
apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer
zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
‒ Schakel het apparaat uit.
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat au-
tomatisch uit.
14 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens
uw wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitrusting van uw apparaat.
Basisinstellin-
gen
Keuze
Taal Taal kiezen
Home Connect Instellingen voor Home Connect uit-
voeren en apparaten verbinden.
Informatie over het apparaat
Wi-Fi Uit
Aan
Tijd Actuele tijd instellen
Geluidssignaal Korte duur
Gemiddelde duur
1
Lange duur
Toetssignaal Uitgeschakeld
1
Ingeschakeld
Displayhelder-
heid
De helderheid van het display is in 5
stappen instelbaar
Tijd Weergeven
1
niet weergeven
Verlichting bij
gebruik
Uit
Aan
1
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Basisinstellin-
gen
Keuze
Kinderslot Alleen toets-blokkering
1
Deurvergrendeling + toetsblokkering
Gedeactiveerd
Verstreken be-
reidingstijd
Niet weergeven
Vanaf start
1
Na opwarmen
Nachtverduis-
tering
Uit
1
Ingeschakeld (display verduisterd
tussen 22:00 en 5:59 uur)
Inschakel-ani-
matie
Niet weergeven
Weergeven
1
Nalooptijd ven-
tilator
Minimaal
Gemiddeld
Aanbevolen
1
Lang
Telescoopsys-
teem
Niet achteraf aangebracht (bij rekjes
en 1-voudig uittreksysteem)
1
Achteraf aangebracht (bij 2‑ en
3‑voudig uittreksysteem)
Sabbatinstel-
ling
Niet weergeven
1
Weergeven
Gerechten Alle
1
Alleen koosjer
Geen varkensvlees
Fabrieksinstel-
lingen
Ja (resetten)
Nee
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)

nl HomeConnect
20
14.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
De knop ca.3seconden ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt de eerste basisinstelling.
2.
Met de functieknop naar de volgende of vorige in-
stelling gaan.
3.
Om wijzigingen op te slaan, de knop ca. 3secon-
den lang ingedrukt houden.
14.3 Het wijzigen van de basisinstellingen
afbreken
▶
De knop aanraken.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
15 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
15.1 HomeConnect instellen
Vereisten
¡ Het apparaat is verbonden met het elektriciteitsnet
en ingeschakeld.
¡ U beschikt over een mobiel eindapparaat met een
actuele versie van het iOS- of Android besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
¡ Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
De HomeConnect app downloaden.
2.
De HomeConnect app openen en de volgende QR-
code scannen.
3.
De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
15.2 HomeConnect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of HomeConnect geïnstalleerd is en of het apparaat met het
thuisnetwerk is verbonden.
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Met assistent instel-
len
- Een assistent voert u door de configuratie en de instellingen
van HomeConnect.
Apparaatinfo - Wanneer u Apparaatinfo kiest, dan toont het display informatie
over het netwerk of het apparaat.
Wi-Fi Aan
Uit
Wanneer Wi-Fi is geactiveerd, dan kunt u gebruik maken van
HomeConnect.
Bij netwerkgebonden stand-by heeft het apparaat maximaal 2
W nodig.

HomeConnect nl
21
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Netwerkverbinding
verbreken
- Wanneer u de netwerkverbinding verbreekt, dan blijft de net-
werkinformatie bewaard.
Na het inschakelen kan het een paar seconden duren totdat
het apparaat de verbinding met het netwerk heeft gerealiseerd.
Met app verbinden
Met andere app ver-
binden
- De instelling start de verbinding tussen de HomeConnect app
en het apparaat.
Software-update - De instelling wordt alleen weergegeven wanneer er een upda-
te beschikbaar is.
15.3 Apparaat met HomeConnect app
bedienen
Wanneer het starten op afstand is geactiveerd, dan
kunt u met de HomeConnect app kunt u het apparaat
op afstand instellen en starten.
Opmerking:Sommige functies kunt u alleen op de
oven zelf starten.
Vereisten
¡ Het apparaat is ingeschakeld.
¡ Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Ho-
meConnect app verbonden.
1.
Houd ingedrukt om start op afstand te activeren.
a Wanneer starten op afstand is geactiveerd, dan ver-
schijnt op het display.
2.
Een instelling in de HomeConnect app invoeren en
naar het apparaat sturen.
In de volgende gevallen deactiveert het apparaat de
start op afstand:
– Wanneer u binnen 15minuten na het activeren
de ovendeur opent.
– Wanneer u binnen 15minuten na het einde van
de werking de ovendeur opent.
– 24 uur na het activeren van de start op afstand.
Opmerking:Wanneer u de ovenfunctie direct op het
apparaat start, wordt Starten op afstand automatisch
geactiveerd. U kunt de instellingen via de Ho-
meConnect app wijzigen of een nieuw programma
starten.
15.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. optimalisatie, verhelpen
van fouten, veiligheidsrelevante updates.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde in-
stallatie wordt u via de HomeConnectapp geïnfor-
meerd.
Opmerkingen
¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kunnen software-updates ook
automatisch worden gedownload.
¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
¡ De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de in-
stallatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
15.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website: www.home-connect.com
15.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.

nl Reiniging en onderhoud
22
16 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
▶ Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes ge-
bruiken.
▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor
de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina23
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina27
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina27
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.

Reiniging en onderhoud nl
23
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaillen opper-
vlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het ap-
paraat open laten.
Tip:Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
→"Pyrolyse ", Pagina24
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt
de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen kapje van
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina25
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip:Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen.
→"Rekjes", Pagina25
Accessoires ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
Braadthermome-
ter
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Niet in de vaatwasser reinigen.
16.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina22
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina22
2.
Drogen met een zachte doek.

nl Pyrolyse
24
17 Pyrolyse
Met de reinigingsfunctie Pyrolyse reinigt de binnen-
ruimte zichzelf vrijwel automatisch.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de
reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desge-
wenst vaker gebruiken. De reinigingsfunctie heeft ca.
2,5-4,8 kilowattuur nodig.
17.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie
voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u
het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden
bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnen-
ruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het ap-
paraat worden uitgeschakeld of de stekker uit het
stopcontact worden gehaald en moet de deur ge-
sloten worden gehouden om eventueel optredende
vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens
de reiniging vlam vatten.
▶ Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de bin-
nenruimte voordat de reiniging start.
▶ Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens
het reinigen.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoe-
ken, aan de deurgreep hangen.
▶ Voorkant van het apparaat vrijhouden.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in
het bereik van de deur.
▶ De dichting niet schuren en niet afnemen.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
1.
Haal de toebehoren en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
→"Rekjes", Pagina25
3.
Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
4.
De binnenkant van de apparaatdeur en de randop-
pervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en
een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet afnemen en niet schuren.
Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit
met ovenreiniger.
5.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
17.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief
is.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de
gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een
heel hoge temperatuur op zodat resten van braden,
grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen
vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
▶ Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ven-
tileren.
▶ Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
▶ Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur openen.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij-
dens het reinigen.
▶ Nooit de apparaatdeur aanraken.
▶ Het apparaat laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking:De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsfunctie.
Vereiste:Het apparaat voor de reinigingsfunctie voor-
bereiden. →Pagina24
1.
Raak knop aan.
2.
De reinigingsstand met de temperatuurkeuzeknop
instellen.
Reinigings-
stand
Mate van rei-
niging
Duur in uren
1 Licht Ca. 1:15
2 Gemiddeld Ca. 1:30
3 Hoog Ca. 2:00
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere
reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Raak knop aan.
Aanwijzingen op het display in acht nemen.
4.
Start de reinigingsfunctie met de knop .
a Na enkele seconden start de reinigingsfunctie en de
tijdsduur verstrijkt.
a Kort na de start vergrendelt de apparaatdeur voor
uw veiligheid. Op het display verschijnt .
a Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul.
5.
Het apparaat uitschakelen met .
Als het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgren-
delt de apparaatdeur en gaat uit.
17.3 Apparaat na de reinigingsfunctie
gebruiksklaar maken
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Achtergebleven as in de binnenruimte en bij de ap-
paraatdeur afnemen met een vochtig doekje.

Reinigingsondersteuning nl
25
3.
Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking:Witte aanslag op de emailvlakken kan
door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze le-
vensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft
geen nadelige invloed op de werking van het appa-
raat.
4.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina25
18 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning weekt verontreinigingen door het
verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen
vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
18.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
Gebruik geen gedestilleerd water.
3.
De verwarmingsmethode Onderwarmte met de
functiekeuzeknop instellen.
4.
80°C instellen met de temperatuurknop.
5.
De knop aanraken en met de functiekeuzeknop
tijdsduur selecteren.
6.
Stel de tijdsduur met de temperatuurkiezer op 4 mi-
nuten in.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
7.
Het apparaat uitschakelen en de binnenruimte ca.
20 minuten laten afkoelen.
18.2 Binnenruimte nareinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De deur van het apparaat openen en het restwater
met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte schoonma-
ken met een schoonmaakdoekje of zachte borstel.
Verwijder hardnekkige resten met een schuurspons-
je van roestvrij staal.
3.
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte
doek. Vervolgens met helder water afnemen en
droogwrijven met een zachte doek, ook onder de
deurdichting.
4.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
‒ Om de binnenruimte te laten drogen, de deur
van het apparaat in grendelstand (ca. 30°) ca.1
uur openen.
19 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de
rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
19.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen en losma-
ken .
2.
Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
19.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
¡ De rekjes passen alleen links of rechts.
¡ Let er bij beide telescooprails op dat deze naar vo-
ren uitgeschoven kunnen worden.

nl Rekjes
26
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken .
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen .
3
4
19.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking:Indien nodig kunt u alle niveaus met een
telescooprail uitrusten.
1.
Achter de rail op PUSH drukken en de rail naar ach-
teren schuiven.
2.
PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten
draaien .
3.
De rail naar voren trekken tot de houder aan de
achterkant losgekomen is.
4.
De telescooprail verwijderen.
5.
De telescooprail reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina22
19.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking:De telescooprails passen alleen rechts of
links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren
kunnen worden uitgetrokken.
1.
De telescooprails tussen de beide stangen plaatsen.

Apparaatdeur nl
27
2.
De houder achter tussen de onderste en boven-
ste stang invoeren.
3.
PUSH ingedrukt houden en de telescooprail naar
binnen zwenken, totdat de houder voor zich tus-
sen de beide stangen bevindt .
‒ PUSH loslaten.
a De houder klikt in.
4.
De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en
weer inschuiven.
20 Apparaatdeur
Om ervoor te zorgen dat uw apparaat lang mooi blijft
en goed blijft werken, kunt u de deur van het apparaat
er uit halen en reinigen.
20.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen en in de richting
van het apparaat drukken.

nl Apparaatdeur
28
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen
ze met grote kracht dichtklappen.
▶ Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is bevei-
ligd en kan niet dicht-
klappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is be-
veiligd en kan niet wor-
den verwijderd.
a De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De
apparaatdeur met beide handen links en rechts
vastpakken en er naar boven uit trekken .
4.
De apparaatdeur voorzichtig op en vlakke onder-
grond leggen.
20.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
▶ Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de ap-
paraatdeur helemaal opengeklapt.
1.
Opmerking:Let erop dat u de apparaatdeur zonder
weerstand op de scharnieren schuift. Wanneer u
een weerstand merkt, controleer dan of u bij de juis-
te opening inschuift.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven. De deur van het apparaat tot aan de aan-
slag schuiven.
2.
Met beide handen boven links en rechts op de
deurafdekking drukken, om te controleren of de ap-
paraatdeur tot de aanslag is ingeschoven.
3.
De apparaatdeur helemaal openen.
4.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen.
a De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
5.
De apparaatdeur sluiten.
20.3 Ruit van de deur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.

Apparaatdeur nl
29
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur een beetje openen.
2.
De deurafdekking links en rechts van buiten druk-
ken , tot deze losklikt.
3.
De deurafdekking verwijderen .
4.
De deurafdekking reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina22
5.
De linker en rechter schroef op de apparaatdeur
losdraaien en verwijderen
6.
Een vaatdoek die meerdere keren is samengevou-
wen tussen de apparaatdeur klemmen. De voorruit
er naar boven uittrekken .
7.
De voorruit met de greep naar onderen op een vlak-
ke ondergrond leggen.
8.
De tussenruit met één hand tegen het apparaat
drukken en tegelijkertijd de linker en rechter hou-
ders naar boven drukken. De houders niet ver-
wijderen.
9.
De tussenruit uitnemen.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaat-
deur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmid-
del of scherpe metalen schraper voor het reini-
gen van het glas van de ovendeur omdat dit het
oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
De apparaatdeur reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina22
12.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
→"Deurruiten aanbrengen", Pagina29
20.4 Deurruiten aanbrengen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De tussenruit draaien, totdat de pijl rechts boven
is.
2.
De tussenruit onder in de houder inbrengen en
aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
3.
De linker en rechter houder naar beneden druk-
ken totdat de binnenruit is ingeklemd .
4.
De voorste ruit onder in de linker en rechter houder
inhangen .

nl Storingen verhelpen
30
5.
De voorste ruit tegen het apparaat drukken, tot de
linker en rechter haken tegenover de opname
liggen .
6.
De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze
hoorbaar vastklikt.
7.
De apparaatdeur een beetje openen en de vaatdoek
verwijderen.
8.
De beide schroeven links en rechts op de apparaat-
deur vastdraaien.
9.
De deurafdekking aanbrengen en aandrukken , tot
deze hoorbaar inklikt.
10.
De apparaatdeur sluiten.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
21 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
21.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Zekering is defect.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat kort van het elektriciteitsnet door de zekering uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
→"Basisinstellingen", Pagina19
Het apparaat vraagt u
om opnieuw een eer-
ste ingebruikneming
uit te voeren.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Opnieuw de eerste ingebruikneming uitvoeren
Apparaat kan niet
worden ingesteld. Op
het display brandt .
Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▶
Deactiveer het kinderslot met de knop .
Apparaatdeur kan
niet worden geopend,
op het display brandt
.
Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▶
Deactiveer het kinderslot met de knop .
Apparaatdeur kan
niet worden geopend,
op het display brandt
.
Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur.
▶
Het apparaat laten afkoelen tot op het display uitgaat.
→"Pyrolyse ", Pagina24

Storingen verhelpen nl
31
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat warmt niet
op, op het display
wordt het symbool
weergegeven.
Demomodus is geactiveerd.
▶
Apparaat losmaken van het stroomnet. Deactiveer vervolgens de demonstratiemodus
binnen 5 minuten in de basisinstellingen.
Maximale gebruiks-
duur bereikt
Maximale gebruiksduur is bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden,
stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen on-
veranderd zijn.
▶
Schakel het apparaat uit.
U kunt zo nodig opnieuw instellen.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange berei-
dingstijden, kunt u een tijdsduur instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina12
Op het display ver-
schijnt een melding
met "E", bijv E0502
Elektronicastoring
1.
Druk op knop
‒ Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2.
Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef
de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op.
→"Servicedienst", Pagina32
Home Connect functi-
oneert niet correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Ga naar www.home-connect.com.
21.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen,
40 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in spe-
ciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak
nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een scho-
ne, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de
lamp verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder stroom.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat
het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke
elektrische schok te voorkomen.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van de voe-
dingsspanning.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Het glazen kapje er naar links uitdraaien .
3.
Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit .
4.
De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de
fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.

nl Afvoeren
32
22 Afvoeren
22.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
23 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH, dat het appa-
raat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de
fundamentele vereisten en de overige toepasselijke be-
palingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de aanvullende docu-
menten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz):
max. 100mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
24 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
24.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.

Zo lukt het nl
33
25 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
25.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerech-
ten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif
de accessoire pas na het voorverwarmen in de bin-
nenruimte.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
25.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.
Bakken op één niveau Hoogte
hoog gebak of vorm op het rooster 2
plat gebak resp. op bakplaat 3
Bakken op twee niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakplaat
Braadslede
Bakplaat
5
3
1
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden ge-
plaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte.
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
25.3 Aanwijzingen voor het braden en
grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
▶ Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van
de opgegeven tijd.
¡ Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de
vorm. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 cm be-
dekt te zijn.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor
groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot 1/2liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
¡ Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen ge-
sloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
¡ Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats boven-
dien de braadslede, met de schuine kant naar de
apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eron-
der. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten
braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor
een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere
temperatuur in.

nl Zo lukt het
34
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte
ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
▶ Plaats hete glazen vormen op een droge onderzet-
ter.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
25.4 Selectie van gerechten
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Cake, fijn Langwerpige bakvorm 2 150-170 60-80
Cake, 2 niveaus Langwerpige bakvorm 3+1 140-150 70-85
Vruchten- of kwarktaart met bodem van
zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 160-180 70-90
Biscuittaart, 3 eieren Springvorm Ø28cm 2 150-160
1
30-40
Cakerol Bakplaat 3 180-200
1
10-15
Zandtaartdeeggebak met vochtige be-
dekking
Braadslede 3 170-180 50-60
Gebak van gistdeeg met vochtige be-
dekking
Braadslede 3 180-200 30-55
Muffins Muffinplaat op het roos-
ter
2 170-190 20-40
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 3 150-170 20-30
Koekjes Bakplaat 3 140-160 15-25
Koekjes, 2 of 3niveaus Braadslede
Bakplaat
3+1
5+3+1
140-160 15-25
Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm,
op de plaat)
Braadslede
Langwerpige bakvorm
2 200-220 35-50
Pizza, vers Bakplaat 3 190-210 20-30
Pizza, vers, dunne bodem Ronde pizzaplaat 2 250-270
1
8-13
Quiche Taartvorm 1 190-210 40-50
Ovenschotel, hartig, gegaarde ingredi-
ënten.
Ovenschaal 2 200-220 30-60
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 1. 140
2. 160
1. 130-140
2. 50-60
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 2 160-170 150-160
Runderfilet, medium, 1kg Rooster
Braadslede
3 210-220 40-50
2
Gestoofd rundvlees, 1,5kg Gesloten servies 2 200-220 130-150
3
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster
Braadslede
3 200-220 60-70
2
Burger, 3-4cm hoog Rooster 4 3 25-30
4
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
5
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
6
De braadslede onder het rooster inschuiven.

Zo lukt het nl
35
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Lamsbout zonder been, medium, 1,0
kg
Open vorm 2 170-190 70-80
5
Vis, gegrild, heel, 300g, bijv. forel Rooster 2 160-180 20-30
6
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
5
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
6
De braadslede onder het rooster inschuiven.
25.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vor-
men gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
3.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
4.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig de instellings-
aanbevelingen.
6.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.
Insteladvies voor yoghurt
Voedingswaar Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur
in min.
Yoghurt Portievormen Bodem van de binnen-
ruimte
40-45 8-9 uur
25.6 Langzaam garen
Langzaam garen betekent dat de bereiding op een
zeer lage temperatuur plaatsvindt. Het wordt ook wel
bereiden bij lage temperatuur genoemd.
Voedingswaar langzaam garen
Vereisten
¡ Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees,
zonder bot.
¡ Start de werking alleen wanneer de binnenruimte ge-
heel is afgekoeld.
1.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voor-
verwarmen.
2.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
3.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de
binnenruimte van de oven doen.
4.
Houd de deur van het apparaat gesloten om een
gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Insteladvies voor langzaam garen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Aan-
braad-
duur in
min.
Temperatuur in
°C
Tijdsduur
in min.
Eendenborst, à 300g Open vorm 2 6-8 95
1
60-70
Varkenshaas, heel Open vorm 2 4-6 85
1
75-100
Runderdij, 6-7cm dik,
1,5kg, doorbakken
Open vorm 2 6-8 100
1
160-220
Runderfilet, 4-6cm dik,
1kg
Open vorm 2 6-8 85
1
90-150
Kalfsmedaillons, 4cm dik Open vorm 2 4 80
1
50-70
Lamsrack, zonder been, à
200g
Open vorm 2 4 85
1
30-70
1
Het apparaat voorverwarmen.

nl Zo lukt het
36
25.7 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1
te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testge-
rechten.
Algemene opmerkingen
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
Opmerking:Gebak op bakplaten of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
¡ Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
¡ Vormen op het rooster
eerste rooster: hoogte 3
tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
¡ Bakplaat: hoogte 5
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven
elkaar in de binnenruimte.
Insteladvies voor bakken
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Tijdsduur in
min.
Spritsgebak Bakplaat 3 140-150
1
25-35
Spritsgebak Bakplaat 3 140-150
1
20-30
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3 + 1 140-150
1
25-35
Sprits, 3niveaus Braadslede
+
Bakplaat
5 + 3 + 1 130-140
1
35-55
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
25-35
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
20-30
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3 + 1 140
1
25-35
Small cakes, 3 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
5 + 3 + 1 140
1
25-35
Biscuit Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
25-35
Biscuit Springvorm Ø26cm 2 160-170 30-35
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3 + 1 150-160
2
35-50
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Insteladvies bij grillen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3 5-6

Montagehandleiding nl
37
26 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
26.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Het apparaat na het uitpakken controleren.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel aan de wand worden be-
vestigd.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
▶ Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
▶ Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn
gecertificeerd, een minimale aderdiameter
van 1,5mm² hebben en die voldoen aan
de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
▶ Neem contact op met de service wanneer
het netsnoer te kort is.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
▶ Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.
26.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.

nl Montagehandleiding
38
26.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet
tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten
worden afgesloten.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
¡ Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
26.4 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
26.5 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
¡ Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen.
¡ Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening
is gewaarborgd.
¡ Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebe-
horen er zonder probleem uitgenomen kan worden.
26.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.

Montagehandleiding nl
39
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
26.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
▶
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stek-
ker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet
mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische
installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens
de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Alleen een daartoe bevoegd vakman mag
het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde
aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een al-
polige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
‒ groen-geel = aarddraad
‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding
‒ bruin = fase (buitendraad)
26.8 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
3.
Bij greeploze keuken met verticale greeplijst:
‒ Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele
scherpe randen af te dekken en een veilige mon-
tage te waarborgen.
‒ Aluminiumprofielen voorboren, om een schroef-
verbinding te maken .
‒ Apparaat met adequate schroeven bevestigen .
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
26.9 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
buiten.

Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001737796*
9001737796 (020817)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

