
nl
2
Inhoudsopgave
1 Veiligheid......................................4
1.1 Algemene aanwijzingen .............4
1.2 Bestemming van het appa-
raat .............................................4
1.3 Inperking van de gebruikers ......4
1.4 Veilige installatie.........................5
1.5 Veiliger gebruik ..........................7
1.6 Veilige reiniging en onder-
houd ...........................................9
2 Materiële schade vermijden ......11
3 Milieubescherming en bespa-
ring..............................................12
3.1 Afvoeren van de verpakking ....12
3.2 Zuinig met energie en hulp-
bronnen ....................................12
3.3 Energiebesparingsmodus ........13
4 Opstellen en aansluiten .............13
4.1 Apparaat uitpakken ..................13
4.2 Inhoud van de verpakking........14
4.3 Vereisten ten aanzien van de
opstelplaats ..............................14
4.4 Transportbeveiligingen ver-
wijderen ....................................15
4.5 Apparaat aansluiten .................16
4.6 Stellen van het apparaat ..........17
4.7 Apparaat elektrisch aanslui-
ten.............................................18
5 Uw apparaat leren kennen.........19
5.1 Apparaat...................................19
5.2 Wasmiddellade.........................20
5.3 Bedieningselementen...............20
5.4 Bedieningslogica......................20
6 Display ........................................22
7 Toetsen .......................................25
8 Programma's ..............................28
9 Accessoires................................38
10 Voor het eerste gebruik ...........38
10.1 Wascyclus zonder was-
goed starten ...........................38
11 Wasgoed...................................39
11.1 Wasgoed voorbereiden..........39
11.2 Wasgoed sorteren..................40
11.3 Mate van verontreiniging ........40
11.4 Verzorgingsaanwijzingen
op verzorgingslabels ..............41
12 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel..............................41
12.1 Wasmiddelaanbeveling ..........41
12.2 Wasmiddeldosering ...............42
13 De Bediening in essentie.........43
13.1 Apparaat inschakelen ............43
13.2 Programma instellen ..............43
13.3 Programma-instellingen
aanpassen..............................43
13.4 Programma-instellingen op-
slaan .......................................43
13.5 Trommel vullen met was-
goed .......................................44
13.6 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel doseren .............44
13.7 Starten van het programma ...44
13.8 Wasgoed bijvullen ..................45
13.9 Progr. annuleren.....................45
13.10 Wasgoed uitnemen ..............45
13.11 Apparaat uitschakelen .........45
14 Kinderslot .................................46
14.1 Kinderslot inschakelen ...........46
14.2 Kinderslot deactiveren............46
15 Intelligent doseersysteem .......46
15.1 Doseerbakje vullen.................46
15.2 Inhoud van het doseerre-
servoir.....................................47
15.3 Basisdoseerhoeveelheid ........47

nl
3
16 HomeConnect .........................47
16.1 Apparaat met WLAN-thuis-
netwerk (WiFi) met WPS-
functie verbinden....................48
16.2 Apparaat met WLAN-thuis-
netwerk (WiFi) zonder WPS-
functie verbinden....................48
16.3 Apparaat met de Home
Connect app verbinden..........49
16.4 WiFi op het apparaat acti-
veren.......................................50
16.5 WiFi op het apparaat deac-
tiveren.....................................50
16.6 Software update .....................50
16.7 Netwerkinstellingen van het
apparaat resetten ...................50
16.8 Bescherming persoonsge-
gevens ....................................51
17 Basisinstellingen .....................52
17.1 Overzicht over de basisin-
stellingen ................................52
17.2 Basisinstellingen wijzigen.......52
18 Reiniging en onderhoud ..........52
18.1 Tips voor onderhoud van
het toestel...............................52
18.2 Trommel reinigen ...................53
18.3 Schoonmaken van de was-
middellade..............................53
18.4 Ontkalken ...............................55
18.5 Afvoerpomp reinigen..............55
18.6 Waterafvoerslang op de si-
fon reinigen ............................57
18.7 Zeef in de watertoevoer rei-
nigen.......................................58
19 Storingen verhelpen ................60
20 Transporteren, opslaan en
afvoeren....................................71
20.1 Apparaat demonteren ............71
20.2 Transportbeveiligingen
plaatsen..................................71
20.3 Apparaat opnieuw in ge-
bruik nemen ...........................72
20.4 Afvoeren van uw oude ap-
paraat .....................................72
21 Servicedienst............................73
21.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) ...........73
22 Verbruikswaarden....................74
23 Technische gegevens..............75
24 Conformiteitsverklaring...........75

nl Veiligheid
4
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om wasmachinebestendig textiel en wol voor de handwas vol-
gens het onderhoudsetiket te wassen.
¡ met leidingwater en gangbare, voor de wasmachine geschikte
wasmiddelen en onderhoudsmiddelen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen tot 3jaar en huisdieren niet bij het appa-
raat kunnen komen.

Veiligheid nl
5
1.4 Veilige installatie
Neem de veiligheidsvoorschriften in acht bij het installeren van het
apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
▶
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
▶
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
▶
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
De installatie moet zijn voorzien van een afdoende grote aderdi-
ameter.
▶
Bij het gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met
het teken gebruiken.
▶
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
▶
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
▶
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
▶
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warm-
tebronnen in contact brengen.
▶
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in con-
tact brengen.
▶
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
▶
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.

nl Veiligheid
6
▶
Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de service-
dienst.
▶
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
▶
Het apparaat niet alleen optillen.
Als dit apparaat op ondeskundige wijze in een was-droogzuil
wordt opgesteld, kan het opgestelde apparaat naar beneden val-
len.
▶
De droger uitsluitend met de verbindingset van de drogerfabri-
kant op een wasmachine stapelen Een andere plaatsingsmetho-
de is niet toegestaan.
▶
Het apparaat niet in een was-droogzuil opstellen als de droger-
fabrikant geen passende verbindingsset aanbiedt.
▶
Geen apparaten van verschillende fabrikanten en met verschil-
lende diepte en breedte in een was-droogzuil opstellen.
▶
Geen was-droogzuil op een platform opstellen, de apparaten
kunnen kantelen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
▶
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Het apparaat kan tijdens het bedrijf trillen of bewegen.
▶
Het apparaat op een schone, vlakke en stevige ondergrond op-
stellen.
▶
Het apparaat middels de apparaatvoeten en een waterpas hori-
zontaal stellen.
Bij ondeskundig gelegde slangen en netaansluitleidingen bestaat
er struikelgevaar.
▶
De slangen en aansluitkabels zodanig leggen dat men er niet
over kan struikelen.

Veiligheid nl
7
Wanneer het apparaat aan uitstekende onderdelen wordt ver-
plaatst, zoals bijvoorbeeld de vuldeur, dan kunnen de onderdelen
afbreken.
▶
Het apparaat niet aan uitstekende onderdelen verplaatsen.
VOORZICHTIG‒Kans op snijden!
Scherpe randen aan het apparaat kunnen bij aanrakingen tot snij-
wonden leiden.
▶
Het apparaat niet aan scherpe randen aanraken.
▶
Veiligheidshandschoenen gebruiken bij installatie en transport
van het apparaat.
1.5 Veiliger gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
▶
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶
Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
▶
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen en de kraan sluiten.
▶
Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina73
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
▶
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
▶
Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensge-
vaar geraken.
▶
Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van
de apparaatdeur blokkeert of verhindert.

nl Veiligheid
8
▶
Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot
van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaat-
deur niet langer sluit.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
▶
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
▶
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Was- en verzorgingsmiddelen kunnen bij inname tot vergiftigingen
leiden.
▶
Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
▶
Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Wanneer wasgoed met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen
werd voorbehandeld, kan dit in het apparaat tot een explosie lei-
den.
▶
Voorbehandeld wasgoed voor het wassen grondig met water
spoelen.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Bij het op het apparaat klimmen of klauteren kan de afdekplaat
breken.
▶
Niet op het apparaat klimmen of klauteren.
Bij het zitten of leunen op de geopende deur kan het apparaat
kantelen.
▶
Niet op de apparaatdeur zitten of leunen.
▶
Geen voorwerpen op de apparaatdeur plaatsen.
Grijpen in de draaiende trommel kan tot letsel aan de handen lei-
den.
▶
Wacht tot de trommel volledig stil staat voordat u met uw hand
in de trommel grijpt.

Veiligheid nl
9
VOORZICHTIG‒Kans op brandwonden!
Het glas van de apparaat deur wordt heet bij het wassen met ho-
ge temperaturen.
▶
Raak de hete apparaatdeur niet aan.
▶
Houd kinderen uit de buurt van de hete apparaatdeur.
VOORZICHTIG‒Kans op brandwonden!
Het sop wordt heet bij het wassen met hoge temperaturen.
▶
Raak het hete sop niet aan.
VOORZICHTIG‒Kans op chemische brandwonden!
Bij het openen van de wasmiddellade kunnen wasmiddel en ver-
zorgingsmiddel uit het apparaat spatten. Contact met ogen of huid
kan tot irritaties leiden.
▶
Bij contact met wasmiddelen of verzorgingsmiddelen de ogen
of de huid grondig spoelen met schoon water.
▶
Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
▶
Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
1.6 Veilige reiniging en onderhoud
Neem de veiligheidsvoorschriften in acht bij het reinigen en onder-
houden van het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
▶
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het
ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
▶
Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.

nl Veiligheid
10
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het gebruiken van niet originele reserveonderdelen en niet origi-
nele accessoires is gevaarlijk.
▶
Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen en originele ac-
cessoires van de fabrikant.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Bij het gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kun-
nen giftige dampen ontstaan.
▶
Geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.

Materiële schade vermijden nl
11
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade ver-
mijden
Materiële schade vermijden
Houd deze aanwijzing aan om materi-
ële schade en schade aan het appa-
raat te vermijden.
LET OP!
Een verkeerde dosering van wasver-
zachters, wasmiddelen, verzorgings-
middelen en reinigingsmiddelen kan
de werking van het apparaat beïn-
vloeden.
▶
De doseeraanbevelingen van de
fabrikant aanhouden.
Het overschrijden van de maximale
beladingshoeveelheid heeft invloed
op de werking van het apparaat.
▶
De maximale beladingshoeveel-
heid voor elk programma aanhou-
den en niet overschrijden.
→"Programma's", Pagina28
Het apparaat is voor transport met
transportbeveiligingen geborgd. Niet
verwijderde transportbeveiligingen
kunnen leiden tot materiële schade
en schade aan het apparaat.
▶
Voor inbedrijfstelling alle transport-
beveiligingen volledig verwijderen
en bewaren.
▶
Voor elk transport alle transportbe-
veiligingen volledig inbouwen, om
transportschade te vermijden.
De ondeskundige aansluiting van de
watertoevoerslang kan tot materiële
schade leiden.
▶
De schroefverbindingen aan de
watertoevoer handvast aantrekken.
▶
De watertoevoerslang het best di-
rect zonder bijkomende verbin-
dingselementen, zoals adapter,
verlengstuk, ventiel of dergelijke
op de waterkraan aansluiten.
▶
Erop letten dat de binnendiameter
van de waterkraan minstens 17
mm bedraagt.
▶
Erop letten dat de lengte van de
schroefdraad aan de aansluiting
naar de waterkraan minstens 10
mm bedraagt.
Een te lage of te hoge waterdruk kan
de apparaatfunctie hinderen.
▶
Zorg ervoor dat de waterdruk op
de watertoevoerinstallatie tenmin-
ste 100kPa (1bar) en maximaal
1000kPa (10bar) is.
▶
Wanneer de waterdruk de aange-
geven maximale waarde over-
schrijdt, dan moet een reduceer-
ventiel tussen de drinkwateraan-
sluiting en de slangenset van het
apparaat worden geïnstalleerd.
▶
Het apparaat niet op de meng-
kraan van een drukloze geiser of
boiler aansluiten.
Gewijzigde of beschadigde water-
slangen kunnen tot materiële schade
en schade aan het apparaat leiden.
▶
Nooit waterslangen knikken, knel-
len, wijzigen of doorsnijden.
▶
Alleen meegeleverde waterslangen
of originele reserveslangen gebrui-
ken.
▶
Nooit gebruikte waterslangen her-
gebruiken.
Het gebruik van het apparaat met
vervuild of te heet water kan materië-
le schade veroorzaken.
▶
Het apparat uitsluitend met koud
leidingwater gebruiken.
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
▶
Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶
Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶
Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
▶
Het apparaat uitsluitend reinigen
met water en een zachte, vochtige
doek.

nl Milieubescherming en besparing
12
▶
Bij contact met het apparaat direct
alle wasmiddelresten, sproeinevel-
resten of restanten verwijderen.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en
besparing
Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Zuinig met energie en
hulpbronnen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom en
water.
Programma's met lage temperaturen
en langere wastijden gebruiken en
de maximale beladingscapaciteit
→Pagina28 gebruiken.
a
Het energieverbruik en het water-
verbruik zijn het efficiëntst.
Zuinige programma-instelling gebrui-
ken.
a
Wanneer u de programma-instel-
lingen voor een programma aan-
past, dan toont het display het te
verwachten verbruik.
Wasmiddel overeenkomstig de mate
van verontreiniging van het wasgoed
doseren →Pagina42.
a
Voor een lichte tot normale mate
van verontreiniging is een geringe
hoeveelheid wasmiddel voldoen-
de. Houd het doseeradvies van de
fabrikant van het wasmiddel aan.
Wastemperatuur bij licht en normaal
verontreinigd wasgoed reduceren.
a
Bij lage temperaturen verbruikt het
apparaat weinig energie. Voor een
lichte tot normale verontreiniging
zijn ook lagere temperaturen dan
op het verzorgingslabel vermeld
afdoende.
Maximaal toerental instellen, wan-
neer het wasgoed aansluitend in de
wasdroger gedroogd moet worden.
a
Droger wasgoed verkort de pro-
grammaduur bij het drogen en ver-
laagt het energieverbruik. Met een
hoger centrifugetoerental vermin-
dert de restvochtigheid in de was
en het volume van het centrifuge-
ren verhoogt.
Wasgoed zonder voorwas wassen.
a
Het wassen met voorwas verlengt
de programmaduur en verhoogt
het energie- en waterverbruik.
Het apparaat beschikt over een bela-
dingsautomaat.
a
De beladingsautomaat past het
waterverbruik en de programma-
duur optimaal aan de textielsoort
en de beladingscapaciteit aan.
Het apparaat beschikt over een
aquasensor.
a
De aquasensor controleert tijdens
het spoelen de troebelheid van het
spoelwater en past de duur en het
aantal spoelcycli overeenkomstig
aan.

Opstellen en aansluiten nl
13
3.3 Energiebesparingsmodus
Wanneer u het apparaat langere tijd
niet bediend, dan schakelt het appa-
raat automatisch naar de energiebe-
spaarstand. Alle aanwijzingen ver-
dwijnen en knippert.
De energiebespaarmodus wordt af-
gesloten, wanneer u het apparaat op-
nieuw bedient, bijv. de deur opent of
sluit.
Opstellen en aansluiten
4 Opstellen en aansluiten
Opstellen en aansluiten
4.1 Apparaat uitpakken
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
LET OP!
Voorwerpen die in de trommel ach-
terblijven, en die niet voor het gebruik
van het apparaat bedoeld zijn, kun-
nen tot materiële- en apparaatschade
leiden.
▶
Voor gebruik alle deze voorwerpen
en de meegeleverde accessoires
uit de trommel verwijderen.
1. Verpakkingsmateriaal en bescher-
ming volledig van het apparaat
verwijderen.
Voor de milieuvriendelijke afvoer
van het verpakkingsmateriaal dient
u de informatie over het onderwerp
→"Afvoeren van de verpakking",
Pagina12 in acht te nemen.
2. Controleer het apparaat op zicht-
bare beschadigingen.
3. De deur openen.
→"De Bediening in essentie",
Pagina43
4. De accessoires uit de trommel ver-
wijderen.
5. De deur sluiten.

nl Opstellen en aansluiten
14
4.2 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledig-
heid van de levering.
1 2 3
4
1
Wasmachine
2
Begeleidende documenten
3
Watertoevoerslang
4
Afdekkapjes
4.3 Vereisten ten aanzien van
de opstelplaats
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoeren-
de delen. Het aanraken van span-
ningsvoerende delen is gevaarlijk.
▶
Gebruik het apparaat niet zonder
afdekplaat.
WAARSCHUWING
Kans op letsel!
Bij gebruik op een sokkel kan het ap-
paraat kantelen.
▶
De apparaatvoeten voor inbedrijf-
stelling op een sokkel absoluut
met de bevestigingen
→Pagina38 van de fabrikant be-
vestigen.

Opstellen en aansluiten nl
15
LET OP!
Wanneer het apparaat in vorstgevaar-
lijke zones of buiten wordt opgesteld,
dan kan bevroren restwater het appa-
raat beschadigen en bevroren slan-
gen kunnen scheuren of barsten.
▶
Het apparaat niet op vorstgevoeli-
ge plaatsen of buiten plaatsen en
gebruiken.
Het apparaat werd voor het verlaten
van de fabriek aan een functietest on-
derworpen en kan restwater bevatten.
Dit restwater kan lekken als het ap-
paraat meer dan 40° wordt gekan-
teld.
▶
Het apparaat voorzichtig kantelen.
Opstelplaats Eisen
Op een sokkel Het apparaat met
borglippen
→Pagina38
bevestigen.
Op een vloer met
houten balken
Het apparaat op
een waterbesten-
dige houten plaat
plaatsen, welke
vast met vloer is
geschroefd. De
houten plaat
moet minimaal
30 mm dik zijn.
In een keuken ¡ Een nisbreedte
van 60cm is
noodzakelijk.
¡ Het apparaat
alleen onder
een doorlo-
pend werkblad
plaats, welke
vast met de
naastliggende
kast is verbon-
den.
Opstelplaats Eisen
Aan een wand Geen slangen
tussen wand en
apparaat inklem-
men.
4.4 Transportbeveiligingen
verwijderen
Het apparaat is voor transport met
transportbeveiligingen aan de achter-
zijde van het apparaat geborgd.
Opmerkingen
¡ Neem de informatie over het on-
derwerp veiligheid →Pagina4 en
materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw appa-
raat veilig te kunnen gebruiken.
¡ Bewaar de transportbeveiligingen,
de bouten en hulzen voor een toe-
komstig transport →Pagina71.
1. De slangen uit de houders trekken.

nl Opstellen en aansluiten
16
2. Alle bouten van de 4 transportbe-
veiligingen met een steeksleutel
SW13 losmaken en verwijderen
.
3. De netaansluitkabel uit de houder
trekken.
4. De 4 hulzen verwijderen.
5. De 4 afdekkappen plaatsen.
6. De 4 afdekkappen naar beneden
duwen.
4.5 Apparaat aansluiten
Watertoevoerslang aansluiten
Opmerking
¡ Neem de informatie over het on-
derwerp veiligheid →Pagina4 en
materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw appa-
raat veilig te kunnen gebruiken.

Opstellen en aansluiten nl
17
1. De watertoevoerslang op het appa-
raat aansluiten.
2
1
2. De watertoevoerslang op de kraan
(26,4 mm = 3/4") aansluiten.
¾˝
min.
min.
10 mm
17 mm
3. De kraan voorzichtig openen en
controleren of de aansluitingen
dicht zijn.
Aansluitsoorten waterafvoer
De informatie helpt u dit apparaat op
de waterafvoer aan te sluiten.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
LET OP!
Bij het afpompen staat de wateraf-
voerslang onder druk en kan van de
geïnstalleerde aansluitpositie losra-
ken.
▶
De waterafvoerslang tegen onbe-
doeld losraken borgen.
Opmerking:Neem de afpomphoog-
tes in acht.
De maximale afpomphoogte be-
draagt 100cm.
Afvoer in een si-
fon
De aansluitposi-
tie met een
slangklem
(24-40 mm) bor-
gen.
Afvoer in een
wastafel
De wateraf-
voerslang met
een bochtstuk
→Pagina38
bevestigen en
borgen.
Afvoer in en
kunststof stand-
pijp met rubbe-
ren mof of in een
afvoerputje.
De wateraf-
voerslang met
een bochtstuk
→Pagina38
bevestigen en
borgen.
4.6 Stellen van het apparaat
Om geluiden en trillingen te reduce-
ren en het wandelen van het appa-
raat te vermijden, stelt u het apparaat
horizontaal.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.

nl Opstellen en aansluiten
18
1. De contramoeren met een steek-
sleutel SW17 losdraaien.
2. Om het apparaat te stellen, aan de
apparaatvoetjes draaien. De hori-
zontale afstelling van het apparaat
met waterpas controleren.
Alle apparaatvoeten moeten stevig
op de grond staan.
3. De contramoeren met een steek-
sleutel SW17 handvast tegen de
behuizing aantrekken.
Het apparaatvoetje daarbij vast-
houden en niet in de hoogte ver-
stellen.
4.7 Apparaat elektrisch aan-
sluiten
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat vindt u in de technische ge-
gevens →Pagina75.
2. De netstekker op vastheid contro-
leren.

Uw apparaat leren kennen nl
19
Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
1
2
4
6
3
5
7
7
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen,
bijv. de kleur en de vorm.
1
Serviceklep en pomp
→Pagina55
2
Deur
3
Wasmiddellade →Pagina20
4
Bedieningselementen
→Pagina20
5
Waterafvoerslang
→Pagina17
6
Netaansluitkabel →Pagina18
7
Transportbeveiligingen
→Pagina15

nl Uw apparaat leren kennen
20
5.2 Wasmiddellade
2 31
1
Compartiment voor handmati-
ge dosering
2
/ : Doseerreservoir voor
wasverzachter of wasmiddel
3
: Doseerreservoir voor was-
middel
5.3 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
3
1 1
2
1
Programma's →Pagina28
2
Programmakiezer
→Pagina43
3
Toetsen →Pagina25 en dis-
play →Pagina22
5.4 Bedieningslogica
LET OP!
Een inwerking met geweld op het dis-
play kan schade veroorzaken.
▶
Geen sterke druk op het display
uitoefenen.
▶
Niet met puntige of scherpe voor-
werpen op het display drukken.

Uw apparaat leren kennen nl
21
1 2

nl Display
22
Display
6 Display
Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwij-
zingsteksten.
Voorbeeld display-indicatie
Indicatie Benaming Beschrijving
0:40
1
Programmaduur /
resterende tijd van
het programma
Ongevere verwachte programmaduur of
resterende tijd van het programma.
10
1
Klaar in tijd Het programma-einde werd vastgelegd en
de resterende uren worden aangegeven.
→"Toetsen", Pagina25
10 kg
1
Aanbevolen lading Maximale beladingshoeveelheid voor het
ingestelde programma in kg.
Voorbehandeling Programmastatus
Wassen Programmastatus
Spoelen Programmastatus
Centrifugeren Programmastatus
End Programma-einde Programmastatus
+1 / +2 / +3 Extra spoelen Extra spoelcycli zijn geactiveerd.
→"Toetsen", Pagina27
1
Voorbeeld

Display nl
23
Indicatie Benaming Beschrijving
Energieverbruik Energieverbruik voor het ingestelde pro-
gramma.
¡ : lager energieverbruik
¡ : hoger energieverbruik
Waterverbruik Waterverbruik voor het ingestelde pro-
gramma.
¡ : lager waterverbruik
¡ : hoger waterverbruik
Signaal Basisinstelling
Toetssignaal Basisinstelling
Displayhelderheid Basisinstelling
Wi-Fi ¡ brandt: het apparaat is met het thuisnet-
werk verbonden.
¡ knippert: het apparaat probeert verbin-
ding te maken met het thuisnetwerk.
→"HomeConnect ", Pagina47
Doseerbakje voor
vloeibaar wasmid-
del
¡ brandt: het intelligente doseersysteem
voor vloeibaar wasmiddel is geacti-
veerd.
¡ knippert: het minimale vulpeil van het
doseerbakje is onderschreden.
→"Intelligent doseersysteem",
Pagina46
(Vloeibaar wasmiddel)
Doseerbakje voor
vloeibaar wasmid-
del of wasverzach-
ter.
¡ brandt: het intelligente doseersysteem
voor vloeibaar wasmiddel of wasver-
zachter is geactiveerd.
¡ knippert: het minimale vulpeil van het
doseerbakje is onderschreden.
→"Intelligent doseersysteem",
Pagina46
(Vloeibaar wasmiddel)
( Wasverzachter)
50 ml
1
Basisdoseerhoe-
veelheid
Basisdoseerhoeveelheid voor het wasmid-
del of de wasverzachter.
→"Basisdoseerhoeveelheid", Pagina47
1
Voorbeeld

nl Display
24
Indicatie Benaming Beschrijving
Spanningscontro-
lesysteem
Knippert: het automatische spanningscon-
trolesysteem herkent ontoelaatbare onder-
schrijden van de spanning. Het program-
ma pauzeert.
Opmerking:Het programma wordt voort-
gezet als de spanning opnieuw toege-
staan is.
Spanningscontro-
lesysteem
Knippert: het programma werd op basis
van niet toegestane spanningsonderschrij-
dingen gepauzeerd. De spanning is op-
nieuw toegestaan en het programma
wordt voortgezet.
Opmerking:De programmaduur wordt
verlengd.
Schuimdetectie Het apparaat heeft te veel schuim gecon-
stateerd.
Deur ¡ brandt: de deur is vergrendeld en kan
niet worden geopend.
¡ knippert: de deur is niet gesloten.
¡ uit: de deur is ontgrendeld en kan wor-
den geopend.
Kraan ¡ Geen waterdruk.
¡ De waterdruk is te laag.
Wasmiddellade De wasmiddellade is niet volledig inge-
schoven.
E:35 / -10
1
Fout Foutcode, foutindicatie, signaal.
1
Voorbeeld

Toetsen nl
25
Toetsen
7 Toetsen
Toetsen
De selectie van de programma-instellingen is afhankelijk van het ingestelde
programma. De selectiemogelijkheden voor elk programma ziet u in het over-
zicht voor
→"Programma's", Pagina28.
Knop Keuze Beschrijving
(Start/Pauze) ¡ starten
¡ annuleren
¡ pauzeren
Programma starten, annuleren of pau-
zeren.
Speed ¡ activeren
¡ Deactiveren
Wassen met verkorte tijdsduur active-
ren of deactiveren.
Opmerking:Het energieverbruik
wordt hoger.
Het wasresultaat wordt daardoor niet
beïnvloed.
i-DOS ¡ activeren
¡ deactiveren
¡ Basisdoseer-
hoeveelheid
Wanneer u de button kort indruk, acti-
veert of deactiveert u het intelligente
doseersysteem voor vloeibaar was-
middel .
Wanneer u de button ca. 3 s indrukt,
kunt u de basisdoseerhoeveelheid in-
stellen.
→"Intelligent doseersysteem",
Pagina46
i-DOS ¡ activeren
¡ deactiveren
¡ Inhoud van het
doseerreservoir
¡ Basisdoseer-
hoeveelheid
Wanneer u de button kort indrukt, acti-
veert of deactiveert u het intelligente
doseersysteem voor wasverzachter
of vloeibaar wasmiddel .
Wanneer u de button ca. 3 s indrukt,
kunt u de inhoud van het doseerreser-
voir vastleggen of de basisdoseerhoe-
veelheid instellen.
→"Intelligent doseersysteem",
Pagina46
/ (Klaar in) 1 - 24 uur Het programma-einde vastleggen.
De programmaduur is reeds in het in-
gestelde aantal uren inbegrepen.
Na de start van het programma wordt
de programmaduur weergegeven.
Opmerking:Gebruik de toetsen om
instelwaarden in te stellen.
- 90° (Tempe-
ratuur selectie)
- 90 °C De temperatuur in °C aanpassen.

nl Toetsen
26
Knop Keuze Beschrijving
- 1400 (Cen-
trifugeren)
- 1400 omw/
min
Het centrifugetoerental aanpassen of
het centrifugeren deactiveren.
Met de selectie wordt het water af-
gepompt en het centrifugeren aan het
einde van de wascyclus gedeacti-
veerd. Het wasgoed blijft nat in de
trommel liggen.
(netschakelaar) ¡ Inschakelen
¡ Uitschakelen
Het apparaat in- of uitschakelen.
(Bedien via
App)
¡ activeren
¡ deactiveren
¡ HomeConnect
Menu openen
Wanneer u op de button druk, wordt
het apparaat voor het starten op af-
stand via de HomeConnect app vrij-
gegeven
Wanneer u de button ca. 3s indrukt,
opent het HomeConnect menu.
Opmerking
De start op afstand kan vanwege vei-
ligheidsredenen onder de volgende
condities niet worden geactiveerd:
¡ De deur is open.
¡ De wasmiddellade is niet volledig
dichtgeschoven.
3s (Kinderbe-
veiliging 3 sec.)
¡ activeren
¡ deactiveren
Het kinderslot activeren of deactive-
ren.
De bedieningspanelen tegen per on-
geluk bedienen beveiligen.
Werd het kinderslot geactiveerd en
het apparaat uitgeschakeld, dan blijft
het kinderslot geactiveerd.
→"Kinderslot", Pagina46
(Instellingen) Basisinstellingen Basisinstellingen van het apparaat wij-
zigen.
(Voorwas) ¡ activeren
¡ deactiveren
Voorwas activeren of deactiveren, bijv.
voor het wassen van sterk verontrei-
nigd wasgoed.
Opmerking:Wanneer het intelligente
doseersysteem is geactiveerd, dan
wordt het wasmiddel automatisch voor
de voorwas en de hoofdwas gedo-
seerd.
Wanneer het intelligente doseersys-
teem is gedeactiveerd, doe dan het
wasmiddel voor de voorwas direct in
de trommel.

Toetsen nl
27
Knop Keuze Beschrijving
(Spoelen) ¡ activeren
¡ deactiveren
Tot drie extra spoelcycli activeren of
deactiveren.
Aanbevolen bij bijzonder gevoelige
huid of in gebieden met heel zacht
water.
(Spoelstop) ¡ activeren
¡ deactiveren
Centrifugeren en afpompen aan het
einde van de wascyclus activeren of
deactiveren.
Het wasgoed blijft na de laatste spoel-
cyclus in het water liggen.
(Weken) ¡ activeren
¡ deactiveren
Inweken activeren of deactiveren.
Het wasgoed blijft voor de hoofdwas-
cyclus langer in het water liggen.
Voor wasgoed met bijzonder hardnek-
kige verontreinigingen.
(Antikreuk) ¡ activeren
¡ deactiveren
Wassen met minder kreuk activeren of
deactiveren.
Om kreukvorming in het wasgoed te
reduceren, wordt het centrifugeproces
en het centrifugetoerental aangepast.
Het wasgoed is na het wassen zo
vochtig, dat deze aan de waslijn goed
uithangt.
(Favoriet) ¡ Opslaan
¡ Instellen
Als u de toets ca. 3 seconden indrukt,
slaat u uw individuele programma-in-
stellingen op.
→"Programma-instellingen opslaan",
Pagina43
Als u de toets kort indrukt, stelt u uw
programma met individuele program-
ma-instellingen in.

nl Programma's
28
Programma's
8 Programma's
Programma's
Hier vindt u een overzicht van de programma's. U krijgt informatie over de belading en de instelbare program-
mamogelijkheden.
Tip:De verzorgingslabels van het wasgoed geven u extra aanwijzingen voor de programmakeuze.
→"Verzorgingsaanwijzingen op verzorgingslabels", Pagina41
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
Katoen/Co-
ton
Stevig textiel van katoen, lin-
nen of gemengde weefsels
wassen.
Ook geschikt als verkort pro-
gramma voor normaal ver-
vuild wasgoed als u Speed
activeert. Is Speed geacti-
veerd, dan wordt de maxima-
le beladingshoeveelheid ge-
reduceerd tot 5kg.
10
90
1400
1
Programma-instellingen

Programma's nl
29
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
Eco 40-60 Textiel van katoen, linnen en
gemengde weefsels wassen.
Opmerking:Textiel dat vol-
gens het onderhoudssym-
bool met 40 °C tot 60 °C
wasbaar is, kan samen
worden gewassen.
Het wasresultaat komt over-
een met de best mogelijke
wasresultaatklasse en is con-
form de wettelijke voorschrif-
ten.
Voor dit programma wordt
de wastemperatuur automa-
tisch afhankelijk van de bela-
dingscapaciteit aangepast
om een optimale energie-effi-
ciëntie bij een zo goed mo-
10
–
1400
–
1
Programma-instellingen

nl Programma's
30
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
gelijk wasresultaat te berei-
ken. De wastemperatuur kan
niet worden gewijzigd.
Kreukherstel-
lend/Synthéti-
ques
Textiel van synthetisch en ge-
mengd weefsels wassen.
4
60
1200
Snel/Mix/Mix
rapide
Textiel van katoen, linnen,
synthetisch materiaal en ge-
mengde weefsels wassen.
Geschikt voor licht verontrei-
nigd wasgoed.
4
60
1400
Delicaat/Zijde
Délicat/Soie
Gevoelig, wasbaar textiel van
zijde, viscose en synthetische
stof wassen.
Gebruik een wasmiddel voor
fijne was of zijde.
2
40
800
–
1
Programma-instellingen

Programma's nl
31
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
Opmerking:Was bijzonder
gevoelig textiel of textiel met
haken, ogen of beugels in
een wasnetje.
Wol/Laine Met de hand of in de machi-
ne wasbaar textiel van wol of
met en groot wolaandeel
wassen.
Om krimp van het wasgoed
te vermijden, beweegt de
trommel met textiel bijzonder
voorzichtig met lange pau-
zes.
Gebruik een wasmiddel voor
wol.
2
40
800
–
–
–
–
–
–
Overige programma's instel-
len.
De overige programma's
vindt u in dit programma-
overzicht.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
1
Programma-instellingen

nl Programma's
32
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
Welke programma-instellin-
gen geselecteerd kunnen
worden is afhankelijk van het
ingestelde programma.
Spoelen/Rin-
çage
Spoelen met aansluitend
centrifugeren en afpompen
van het water.
–
–
1400
–
–
–
–
Essorage / Vi-
dange Afpom-
pen / Centrifu-
geren
Centrifugeren en water af-
pompen.
Wanneer u alleen het water
wilt afpompen, activeer dan
. Het wasgoed wordt niet
gecentrifugeerd.
–
–
1400
–
–
–
–
–
–
–
… overige / …
autres
Kies overige programma's di-
rect via de HomeConnect
app.
De beschrijving van de pro-
gramma's vindt u in de Ho-
meConnect app.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
1
Programma-instellingen

Programma's nl
33
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
Welke programma-instellin-
gen geselecteerd kunnen
worden is afhankelijk van het
ingestelde programma.
Opmerking:Uw apparaat
moet met het thuisnetwerk
zijn verbonden en in uw Ho-
meConnect app zijn geregi-
streerd.
→"HomeConnect ",
Pagina47
Auto 30°C Stevig textiel van katoen, syn-
thetische en gemengde weef-
sels wassen.
Mate van verontreiniging en
soort textiel worden automa-
tisch herkend. Het waspro-
ces wordt aangepast.
6
–
–
–
–
–
–
–
1
Programma-instellingen

nl Programma's
34
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
Gordijnen en vitrages was-
sen.
Programma voor het wassen
van zware overgordijnen tot
maximaal 4kg en lichte gor-
dijnen van 25 - 30m².
Gebruik om een sterke
schuimvorming te voorko-
men bij lichte, luchtige vitra-
ges een wasmiddel voor gor-
dijnen.
Opmerking:Verwijder de
gordijnrunners of was de gor-
dijnen in een wasnet.
Tip: is geactiveerd en kan
worden gedeactiveerd.
4
40
800
–
–
–
–
1
Programma-instellingen

Programma's nl
35
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
Trommel reini-
gen Nettoyage
tambour
Reiniging en onderhoud van
de trommel.
Gebruik het programma in
de volgende gevallen:
¡ voor het eerste gebruik
¡ bij frequent wassen met
een wastemperatuur van
40°C en lager,
¡ na lange afwezigheid
Gebruik een poederwasmid-
del of een bleekmiddelhou-
dend wasmiddel.
Halveer de hoeveelheid was-
middel om schuimvorming te
vermijden.
Gebruik geen wasverzachter.
Gebruik geen wol-, fijn- of
vloeibaar wasmiddel.
–
–
1200
–
–
–
–
–
–
–
–
1
Programma-instellingen

nl Programma's
36
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
AllergyPlus Stevig textiel van katoen, lin-
nen of gemengde weefsels
wassen.
Geschikt voor mensen met
allergieën en bij hoge hygië-
nische eisen.
Opmerking:Wanneer de in-
gestelde temperatuur is be-
reikt, dan blijft deze tijdens
het gehele wasproces con-
stant.
–
60
1400
Sport Sporttextiel en vrijetijds-textiel
van synthetisch, microvezel
en fleece wassen.
Gebruik een wasmiddel voor
sporttextiel.
Gebruik geen wasverzachter.
2
40
800
–
–
1
Programma-instellingen

Programma's nl
37
Programma Beschrijving
max. belading (kg)
Programma-instellingen
max. temperatuur (°C)
max. centrifugetoe-
rental (omw/min)
1
Speed
i-DOS
i-DOS
Tip:Was sterk verontreinigd
wasgoed met programma
Kreukherstellend/Synthéti-
ques.
Extra snel
15'/30' / Ex-
press 15'/30
Textiel van katoen, synthe-
tisch materiaal en gemengde
weefsels wassen.
Kort programma voor licht
verontreinigde kleine stukken
wasgoed.
De programmaduur bedraagt
ca. 30 minuten.
Wilt u de programmaduur tot
15 minuten inkorten, activeer
dan Speed . De maximale
beladingshoeveelheid wordt
tot 2 kg verlaagd.
4
40
1200
–
–
–
1
Programma-instellingen

nl Accessoires
38
Accessoires
9 Accessoires
Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Gebruik Bestelnummer
Verhoger met lade Het apparaat hoger
plaatsen, zodat het ge-
makkelijk gevuld en
leeggehaald kan worden.
WMZPW20W
Bevestigingsbeugels Stevige stand van het
apparaat verbeteren.
WMZ2200
Bochtstuk Waterafvoerslang fixeren. 00655300
Voor het eerste gebruik
10 Voor het eerste
gebruik
Voor het eerste gebruik
Bereid het apparaat voor voor het ge-
bruik.
10.1 Wascyclus zonder was-
goed starten
Uw apparaat werd voor het verlaten
van de fabriek grondig gecontro-
leerd. Om eventueel restwater te ver-
wijderen, wast u de eerste keer zon-
der wasgoed.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. Druk op .
Het inschakelen van het apparaat
kan enkele seconden duren.
2. Het programma Trommel reinigen
Nettoyage tambour instellen.
3. De deur sluiten.
4. De wasmiddellade uittrekken.

Wasgoed nl
39
5. Ca. 1 liter leidingwater in het com-
partiment voor de handmatige do-
sering gieten.
6. Het poederwasmiddel in het com-
partiment voor de handmatige do-
sering doen.
Gebruik om schuimvorming te ver-
mijden, slechts de helft van de
door de wasmiddelfabrikant aan-
bevolen hoeveelheid voor lichte
verontreiniging. Gebruik geen wol-
of fijnwasmiddel.
7. De wasmiddellade erin schuiven.
8. Druk op (Start/Pauze) om het
programma te starten.
a Het display toont de resterende
programmaduur.
9. De eerste wascyclus starten of op
drukken om het apparaat uit te
schakelen.
→"De Bediening in essentie",
Pagina43
Wasgoed
11 Wasgoed
Wasgoed
11.1 Wasgoed voorbereiden
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
LET OP!
In het wasgoed achtergebleven voor-
werpen kunnen het wasgoed en de
trommel beschadigen.
▶
Voor gebruik alle voorwerpen uit
de zakken van het wasgoed verwij-
deren.
▶
Om uw apparaat en het wasgoed
te beschermen, bereidt u het was-
goed voor.
– Zakken leegmaken

nl Wasgoed
40
– Zand uit alle omslagen en zak-
ken borstelen
– Dekbedhoezen en kussenover-
trekken sluiten
– Ritssluitingen, klittenbandsluitin-
gen, haken en ogen sluiten
– Stoffen riemen, schortbanden
enz. samenbinden, of een was-
zak gebruiken
– Lange trekbanden en koorden
met vaste eindstukken in capu-
chons of broeken samenbinden
– Gordijnrollers en loodveters ver-
wijderen of een wasnetje gebrui-
ken
– voor kleine stukken wasgoed,
bijv. kindersokken een wasnetje
gebruiken
– sommige hardnekkige, inge-
droogde vlekken kunnen door
meerdere malen wassen worden
verwijderd
– grote en kleine stukken was-
goed door elkaar wassen
– verse vlekken niet inwrijven,
maar met zeepsop afdeppen
– Wasgoed uit elkaar vouwen en
losmaken of de beschrijving van
de programma's in acht nemen
11.2 Wasgoed sorteren
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
▶
Om het wasresultaat te verbeteren
en verkleuringen te vermijden, sor-
teert u het wasgoed voor het was-
sen overeenkomstig de volgende
criteria.
– Soort weefsel/vezels
Wasgoed van gelijke weefsel-
en vezelsoort bijelkaar was-
sen.
– Verzorgingsaanwijzingen op de
verzorgingslabels →Pagina41
– Beschrijving van de program-
ma's →Pagina28
– witte was
– bonte was
Was nieuwe bonte was de
eerste keer gescheiden van
ander wasgoed.
11.3 Mate van verontreiniging
Mate van vervuiling Verontreiniging Voorbeelden
licht ¡ geen verontreinigingen
of vlekken zichtbaar
¡ Wasgoed heeft geuren
aangenomen
lichte zomerkleding of
sportkelding, die slechts
enkele uren is gedragen
normaal Verontreinigingen of lichte
vlekken zijn zichtbaar
¡ T-shirts, overhemden of
blouses zijn doorzweet,
of werden meerdere ma-
len gedragen
¡ Handdoeken of bedden-
goed, welke tot één
week is gebruikt
sterk Verontreinigingen of vlek-
ken zijn duidelijk zichtbaar
Theedoeken, babywas of
werkkleding

Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel nl
41
11.4 Verzorgingsaanwijzingen op verzorgingslabels
Verzorgingsaanwijzingen wassen
Symbool Wasproces Aanbevolen program-
ma
normaal Katoen
voorzichtig Kreukherst.
zeer voorzichtig Fijn/ zijde voor hand-
was
Handwas Wol
niet in de wasmachine wasbaar –
Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
12 Wasmiddel en wasver-
zorgingsmiddel
Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Informatie van de fabrikant over ge-
bruik en dosering vindt u op de ver-
pakking.
Opmerkingen
¡ bij vloeibare wasmiddelen uitslui-
tend zelf stromende vloeibare was-
middelen gebruiken
¡ verschillende vloeibare wasmidde-
len niet mengen
¡ wasmiddel en wasverzachter niet
mengen
¡ Geen te lang bewaarde en sterk in-
gedikte producten gebruiken.
¡ geen oplosmiddelhoudende, bijten-
de of desinfecterende middelen,
bijv. bleekwater, gebruiken
¡ Verfstoffen met mate gebruiken,
zout kan RVS aantasten
¡ geen ontkleuringsmiddel in het ap-
paraat gebruiken
¡ geen azijn gebruiken om te was-
sen
12.1 Wasmiddelaanbeveling
Wasmiddel Textiel Program-
ma
Temperatuur
Compleet wasmiddel
met optische witma-
kers
kookbestendig wit
textiel van linnen of
katoen
Katoen van koud tot 90°C
Bontwasmiddel zon-
der bleekmiddel en
optische witmakers
Bont wasgoed van
linnen of katoen
Katoen van koud tot 60°C

nl Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
42
Wasmiddel Textiel Program-
ma
Temperatuur
Bont/fijnwasmiddel
zonder optisch wit-
middel
Bont wasgoed van
kreukherstellende ve-
zels of synthetische
vezels
Kreukherst. van koud tot 60°C
Fijnwasmiddel Gevoelig fijn textiel
van zijde of viscose
Fijne was/
zijde
van koud tot 40°C
Wolwasmiddel Wol Wol van koud tot 40°C
12.2 Wasmiddeldosering
De dosering van het wasmiddel is
gebaseerd op:
¡ De hoeveelheid wasgoed
¡ Mate van vervuiling
¡ Waterhardheid
U kunt de waterhardheid opvragen
bij uw plaatselijke waterbedrijf of
vaststellen met een waterhardheid-
tester.
Waterhardheid
Hardheidbereik Totale hardheid in
mmol/l
Duitse hardheid in °dH
zacht (I) 0 - 1,5 0 - 8,4
gemiddeld (II) 1,5 - 2,5 8,4 - 14
hard (III) hoger dan 2,5 hoger dan 14
Voorbeeld van fabrikantinformatie
voor wasmiddel
Deze voorbeeldwaarden hebben be-
trekking op een standaardbelading
van 4-5 kg.
Verontreiniging licht normaal sterk
Waterhardheid: zacht/ gemid-
deld
40ml 55ml 80ml
Waterhardheid: hard/ zeer
hard
55ml 80ml 105ml
De doseerhoeveelheden vindt u op
de verpakking van de fabrikant.
¡ Wanneer u handmatig doseert,
past u de doseerhoeveelheid aan
de daadwerkelijke beladingshoe-
veelheid aan.
¡ Wanneer de intelligente dosering
is geactiveerd, past u de doseer-
hoeveelheid niet aan de daadwer-
kelijke beladingshoeveelheid aan.
De hoeveelheid wasmiddel en
wasverzachter wordt automatisch
via de basisdoseerhoeveelheid
→Pagina47 en de bekende hoe-

De Bediening in essentie nl
43
veelheid wasgoed berekend. De
ingestelde basisdoseerhoeveelheid
moet altijd zijn afgestemd op de
doseerhoeveelheid voor een bela-
ding van 4,5 kg.
De Bediening in essentie
13 De Bediening in es-
sentie
De Bediening in essentie
13.1 Apparaat inschakelen
▶
Druk op .
Het inschakelen van het apparaat
kan enkele seconden duren.
a Het apparaat voert een hoorbare
functietest in de wasmiddellade uit.
13.2 Programma instellen
1. De programmakiezer op het ge-
wenste programma zetten.
→"Programma's", Pagina28
2. Indien nodig, de programma-instel-
lingen aanpassen →Pagina43.
13.3 Programma-instellingen
aanpassen
Vereiste:Een programma is inge-
steld.
→"Programma instellen", Pagina43
▶
De programma-instellingen aan-
passen.
→"Programma's", Pagina28
Neem de informatie over het on-
derwerp bedieningslogica in acht.
Opmerkingen
¡ De programma-instellingen worden
niet permanent voor het program-
ma opgeslagen.
¡ Wanneer u het intelligente doseer-
systeem activeert of deactiveert,
wordt de instelling opgeslagen.
13.4 Programma-instellingen
opslaan
U kunt uw individuele programma-in-
stellingen als favoriet opslaan.
Vereisten
¡ Een programma is ingesteld.
¡ De programma-instellingen zijn
aangepast.
▶
Druk ca. 3 s op .
Druk op om het opgeslagen
programma op te roepen.
Opmerking:Om het opgeslagen
programma te overschrijven, her-
haalt u de stappen.

nl De Bediening in essentie
44
13.5 Trommel vullen met was-
goed
Opmerkingen
¡ Neem de informatie over het on-
derwerp veiligheid →Pagina4 en
materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw appa-
raat veilig te kunnen gebruiken.
¡ Houd om kreukvorming te voorko-
men de maximale belading van de
→"Programma's", Pagina28 in
acht nemen.
Vereiste:Het wasgoed is voorbereid
en gesorteerd.
→"Wasgoed", Pagina39
1. De deur openen.
Zorg ervoor dat de trommel leeg
is.
2. Het wasgoed uit elkaar gevouwen
in de trommel doen.
3. De deur sluiten.
Zorg ervoor dat er geen kleine
stukken wasgoed tussen de deur
klem zitten.
13.6 Wasmiddel en wasver-
zorgingsmiddel doseren
Bij programma's waarbij de intelligen-
te dosering niet mogelijk of gewenst
is, kunt u het wasmiddel in het com-
patiment voor handmatige dosering
doen.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Tip:In aanvulling op de intelligente
dosering kunt u in het compartiment
voor handmatige dosering ook ande-
re wasverzorgingsmiddelen toevoe-
gen, zoals vlekkenzout, stijfsel of
bleek. Doe geen aanvullend wasmid-
del toevoegen in het compartiment
voor handmatige dosering om over-
dosering of schuimvorming te voor-
komen.
Vereiste:Informeer uzelf over de op-
timale dosering voor wasmiddelen en
verzorgingsmiddelen. →Pagina41
1. De wasmiddellade uittrekken.
2. Vullen met wasmiddel.
→"Wasmiddellade", Pagina20
3. Indien gewenst vullen met een ver-
zorgingsmiddel.
4. De wasmiddellade erin schuiven.
13.7 Starten van het program-
ma
Opmerking:Wanneer u de tijd tot het
programma-einde wilt wijzigen, stel
dan eerst de klaar-in tijd in.
▶
Op drukken.
a In het display wordt of de program-
maduur of de klaar-in tijd weerge-
geven.

De Bediening in essentie nl
45
13.8 Wasgoed bijvullen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. Druk op .
Het apparaat pauzeert en contro-
leert of het bijvullen of verwijderen
van wasgoed mogelijk is. Let op
de programmastatus.
2. Wasgoed uitnemen of bijvullen.
3. De deur sluiten.
4. Druk op .
13.9 Progr. annuleren
Na het starten van het programma
kunt u het programma te allen tijde
afbreken.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. Druk op .
2. De deur openen.
Bij hoge temperatuur en hoog wa-
terniveau blijft de deur van het ap-
paraat om veiligheidsredenen ver-
grendeld.
– Start bij hoge temperatuur het
programma Spoelen/Rinçage .
– Start bij een hoog waterniveau
het programma Essorage/Cen-
trifugeren of Vidange /Afpom-
pen .
3. Het wasgoed uit het apparaat ha-
len.
13.10 Wasgoed uitnemen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. De deur openen.
2. Het wasgoed uit het apparaat ha-
len.
13.11 Apparaat uitschakelen
1. Druk op .
2. De waterkraan sluiten.

nl Kinderslot
46
3. De rubbermanchet droog vegen
en vreemde voorwerpen verwijde-
ren.
4. De deur en wasmiddellade open
laten zodat het restwater kan op-
drogen.
Kinderslot
14 Kinderslot
Kinderslot
Beveilig uw apparaat tegen onge-
wenst bedienen via de bedieningsele-
menten.
14.1 Kinderslot inschakelen
▶
Ca. 3 s op 3s drukken.
a De bedieningselementen zijn ge-
blokkeerd.
a Het kinderslot blijft ook na het uit-
schakelen van het apparaat geacti-
veerd.
14.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste:Om het kinderslot te deacti-
veren, moet het apparaat zijn inge-
schakeld.
▶
Ca. 3 s op 3s drukken.
Intelligent doseersysteem
15 Intelligent doseersys-
teem
Intelligent doseersysteem
Afhankelijk van het programma en de
instellingen worden de optimale hoe-
veelheden vloeibaar wasmiddel en
wasverzachter automatisch gedo-
seerd.
15.1 Doseerbakje vullen
Opmerking
Om de intelligente dosering te
gebruiken, vult u het doseerreservoir.
¡ Vul de doseerreservoirs uitsluitend
met geschikt wasmiddel en verzor-
gingsmiddel →Pagina41.
¡ Wanneer u van vloeibare wasmid-
del of de wasverzachter wisselt,
leeg en reinig dan eerst het do-
seerreservoir.
→"Schoonmaken van de wasmid-
dellade", Pagina53
¡ Wanneer u beide doseerreservoirs
voor vloeibaar wasmiddel wilt ge-
bruiken, stel dan de Inhoud van de
doseerreservoirs →Pagina47 in.
Vereiste: / knippert.
1. De wasmiddellade uittrekken.
2. Het vuldeksel openen.

HomeConnect nl
47
3. Vloeibaar wasmiddel en wasver-
zachter in de betreffende do-
seerreservoirs doen.
→"Wasmiddellade", Pagina20
4. Het vuldeksel sluiten.
Opmerking:Laat het vuldeksel niet
langere tijd geopend om te voorko-
men dat wasmiddel opdroogt of
uitdroogt.
5. De wasmiddellade erin schuiven.
6. De basisdoseerhoeveelheid
→Pagina47 aanpassen.
15.2 Inhoud van het doseerre-
servoir
Opmerkingen
¡ Wanneer u de inhoud van het do-
seerreservoir wijzigt, dan wordt de
basisdoseerhoeveelheid voor dit
doseerreservoir gereset.
¡ Wanneer u beide doseerreservoirs
voor vloeibaar wasmiddelen ge-
bruikt, moet u een doseerreservoir
kiezen dat tijdens het wassen moet
worden gebruikt.
Inhoud van het doseerreservoir
aanpassen
1. Druk ca. 3 s op i-DOS.
2. Druk op i-DOS om in te stel-
len.
a Op het display wordt weergege-
ven.
3. Druk opnieuw op i-DOS om
in te stellen.
4. Om deinstelling tebeëindigen,
kort wachten.
15.3 Basisdoseerhoeveelheid
De basisdoseerhoeveelheid is geba-
seerd op de informatie van de fabri-
kant van het wasmiddel, de water-
hardheid en de mate van verontreini-
ging van het wasgoed.
Stel altijd een basisdoseerhoeveel-
heid in, die is afgestemd op een
standaard belading van 4,5 kg.
→"Wasmiddeldosering", Pagina42
Basisdoseerhoeveelheid
aanpassen
1. Druk ca. 3 s op i-DOS.
a Het display toont de ingestelde ba-
sisdoseerhoeveelheid voor .
2. Druk op / om de instelling
aan te passen.
3. Om deinstelling tebeëindigen,
kort wachten.
Opmerking:Om de basisdoseerhoe-
veelheid voor aan te passen, her-
haalt de stappen met i-DOS.
HomeConnect
16 HomeConnect
HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwer-
ken. Verbind uw apparaat met een
mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeCon-
nect app, basisinstellingen aan te
passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet
in elk land beschikbaar. De beschik-
baarheid van de functie HomeCon-
nect is afhankelijk van de beschik-
baarheid van de HomeConnect dien-
sten in uw land. Informatie hierover
vindt u op: www.home-connect.com.

nl HomeConnect
48
¡ →"Apparaat met WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) met WPS-functie ver-
binden", Pagina48
¡ →"Apparaat met WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) zonder WPS-functie
verbinden", Pagina48
De HomeConnect app leidt u door
het gehele aanmeldingsproces. Volg
de aanwijzingen in de HomeConnect
app om de instellingen aan te bren-
gen.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documen-
ten vanHomeConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in
deHomeConnectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstruc-
ties in deze gebruiksaanwijzing en
zorg ervoor dat deze ook worden
nageleefd wanneer u het apparaat
via de HomeConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina4
¡ De bediening aan het apparaat
heeft altijd voorrang. Gedurende
deze tijd is de bediening via de
HomeConnectapp niet mogelijk.
16.1 Apparaat met WLAN-
thuisnetwerk (WiFi) met
WPS-functie verbinden
Vereiste:Heeft uw router een WPS-
functie, dan kunt u het apparaat auto-
matisch met uw WLAN (WiFi) thuis-
netwerk verbinden.
1. Ca. 3 s op drukken.
a Op het display wordt Aut weerge-
geven.
2. Druk op .
3. Binnen 2minuten op de WPS-toets
van de router drukken.
Houd de informatie aan in de do-
cumentatie van uw router.
a Op het display knippert .
a Het apparaat probeert verbinding
te maken met het WiFi thuisnet-
werk.
a Wanneer op het display con wordt
weergegeven en permanent
brandt, dan is het apparaat met
het thuisnetwerk verbonden.
4. Wanneer op het display Home
Connect Error wordt weergegeven
dan is het apparaat niet met het
thuisnetwerk verbonden.
‒ Controleer of uw apparaat zich
binnen het bereik van het thuis-
netwerk bevindt.
‒ Het apparaat met WLAN-thuis-
netwerk (WiFi) met WPS-functie
opnieuw verbinden.
5. Het apparaat met de Home Con-
nect app verbinden. →Pagina49
16.2 Apparaat met WLAN-
thuisnetwerk (WiFi) zon-
der WPS-functie verbin-
den
Heeft uw router geen WPS-functie,
dan kunt u het apparaat handmatig
met uw WLAN (WiFi) thuisnetwerk
verbinden. Het apparaat bouwt kort-
stondig een eigen WiFi-netwerk op. U
kunt met een mobiel eindapparaat
verbinding maken met het WiFi-net-

HomeConnect nl
49
werk en de netwerkinformatie van het
WLAN-thuisnetwerk (WiFi) aan uw ap-
paraat overdragen.
Vereiste:De HomeConnect app is
geopend en u heeft zich aangemeld.
1. Tenminste 3 s op drukken.
a Op het display wordt Aut weerge-
geven.
2. Programma op stand 2 instellen.
a Op het display wordt SAP weerge-
geven.
3. Druk op .
a Op het display knippert .
a Het apparaat maakt nu een eigen
WiFinetwerk met de netwerknaam
(SSID) HomeConnect.
4. In het mobiele eindapparaat WiFi-
instellingen oproepen.
Het mobiele eindapparaat met het
WiFi-netwerk HomeConnect verbin-
den en het WiFi-wachtwoord (Key)
HomeConnect invoeren.
a Uw mobiele eindapparaat verbindt
zich met het apparaat. De verbin-
dingsprocedure kan tot wel 60 se-
conden duren.
5. De HomeConnect app op het mo-
biele eindapparaat openen en de
stappen in de app volgen.
6. In de HomeConnect app de net-
werknaam (SSID) en het wacht-
woord (Key) van uw thuisnetwerk
invoeren.
7. De stappen in de HomeConnect
app volgen, om het apparaat te
verbinden.
a Wanneer op het display con wordt
weergegeven en permanent
brandt, dan is het apparaat met
het thuisnetwerk verbonden.
8. Wanneer op het display Home
Connect Error wordt weergegeven
dan is het apparaat niet met het
thuisnetwerk verbonden.
‒ Controleer of uw apparaat zich
binnen het bereik van het thuis-
netwerk bevindt.
‒ Het apparaat met WLAN-thuis-
netwerk (WiFi) met WPS-functie
opnieuw verbinden.
9. Het apparaat met de Home Con-
nect app verbinden →Pagina49.
16.3 Apparaat met de Home
Connect app verbinden
Vereisten
¡ Het apparaat is verbonden met het
WiFi thuisnetwerk.
¡ De HomeConnect app is geopend
en u heeft zich aangemeld.

nl HomeConnect
50
1. Het programma op stand 3 instel-
len.
a Op het display wordt APP weerge-
geven.
2. Druk op .
a Het apparaat maakt verbinding
met de HomeConnect app.
3. Zodra het apparaat in de Ho-
meConnect app wordt weergege-
ven, de laatste stappen in de Ho-
meConnect app volgen.
a Wanneer het display con weer-
geeft, is het apparaat met de Ho-
meConnect app verbonden.
16.4 WiFi op het apparaat ac-
tiveren
Opmerking:Het energieverbruik
wordt hoger ten opzichte van de in
de verbruikswaardetabellen aangege-
ven waarden, wanneer Wi-Fi is geacti-
veerd.
1. Ca. 3 s op drukken.
2. Programma op positie 4 instellen.
a Op het display wordt Con weerge-
geven.
3. Druk op totdat het display on
weergeeft.
a WiFi is geactiveerd.
16.5 WiFi op het apparaat de-
activeren
1. Tenminste 3 seconden op druk-
ken.
2. Programma op positie 4 instellen.
a Op het display wordt Con weerge-
geven.
3. Druk op totdat het display oFF
weergeeft.
a WiFi is gedeactiveerd.
Opmerking:Wordt de WiFi gedeacti-
veerd en uw apparaat was eerder
met uw thuisnetwerk verbonden, dan
wordt de verbinding bij het opnieuw
inschakelen van de WiFi automatisch
weer hersteld.
16.6 Software update
Vereiste:Op het display wordt weer-
gegeven.
1. Ca. 3 s op drukken.
2. Programma op positie 6 instellen.
a Op het display verschijnt UPd.
3. Op drukken.
a De software-update wordt geïnstal-
leerd.
a Als het display End toont, is de
software-update geïnstalleerd.
Opmerking:De software-update kan
meerdere minuten duren. Schakel het
apparaat tijdens de software-updates
niet uit.
16.7 Netwerkinstellingen van
het apparaat resetten
1. Tenminste 3 seconden op druk-
ken.
2. Programma op positie 5 instellen.
a Op het display wordt rES weerge-
geven.
3. Op drukken.
a Op het display wordt Yes weerge-
geven.
4. Op drukken.
a De netwerkinstellingen worden te-
ruggezet.
a Als het display End toont, zijn de
netwerkinstellingen teruggezet.
Tip:Wilt u uw apparaat weer via de
HomeConnect app bedienen, dan
moet u het opnieuw met het thuisnet-
werk en de HomeConnect app ver-
binden.

HomeConnect nl
51
16.8 Bescherming persoons-
gegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de be-
scherming van de persoonsgegevens
in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste
keer wordt verbonden met een
thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de
HomeConnect server(eerste
registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het ap-
paraat (bestaande uit apparaat-
sleutels en het MAC-adres van de
ingebouwde
Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi
communicatiemodule (voor de in-
formatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardware-
versie van uw huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere
reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het ge-
bruik van de HomeConnect functio-
naliteiten voorbereid. Deze registratie
dient pas te worden uitgevoerd op
het moment dat u voor het eerst van
de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de Ho-
meConnect functionaliteiten alleen
kunnen worden gebruikt in combina-
tie met de HomeConnect app. Infor-
matie over gegevensbescherming
kan worden opgeroepen in de Ho-
meConnect app.

nl Basisinstellingen
52
Basisinstellingen
17 Basisinstellingen
Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
17.1 Overzicht over de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basisinstellingen van het apparaat.
Basisinstel-
ling
Symbool Waarde Beschrijving
Signaal 0 (uit)
1 (zacht)
2 (gemid-
deld)
3 (luid)
4 (zeer
luid)
Het volume van het signaal na het
programma-einde instellen.
Toetssignaal 0 (uit)
1 (zacht)
2 (gemid-
deld)
3 (luid)
4 (zeer
luid)
Het volume van het signaal bij het
kiezen van de buttons instellen.
Displayhelder-
heid
1 (laag)
2 (gemid-
deld)
3(hoog)
4 (zeer
hoog)
De helderheid van het display in-
stellen.
17.2 Basisinstellingen wijzi-
gen
1. Om de basisinstellingen in te stel-
len, op de toets drukken.
2. Om de gewenste basisinstelling in
te stellen, op de toets drukken.
a Het display toont de ingestelde ba-
sisinstelling en de actuele waarde.
3. Druk op / om de waarde te
wijzigen.
4. Om de basisinstellingen te verla-
ten, het toestel uitschakelen.
Reiniging en onderhoud
18 Reiniging en onder-
houd
Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
18.1 Tips voor onderhoud
van het toestel
De behuizing en
het bedienings-
paneel uitsluitend
Hierdoor blijven
deze onderdelen
schoon en hygië-
nisch.

Reiniging en onderhoud nl
53
met water en een
vochtige doek af-
nemen.
Verwijder direct
alle wasmiddel-
resten, sproeine-
velresten of ach-
tergebleven res-
tanten.
Recente afzettin-
gen kunnen mak-
kelijker en zon-
der resten wor-
den verwijderd.
De deur van het
apparaat en de
wasmiddellade
na gebruik open
laten.
Restwater kan
dan verdampen,
hetgeen de geur-
vorming in het
apparaat vermin-
dert.
18.2 Trommel reinigen
VOORZICHTIG
Kans op letsel!
Het permanent wassen op lage tem-
peraturen en een ontbrekende be-
luchting van het apparaat kunnen de
trommel beschadigen en kunnen let-
sels veroorzaken.
▶
Regelmatig een programma voor
de reiniging van de trommel uit-
voeren of met temperaturen van
minstens 60°C wassen.
▶
Het apparaat na elk gebruik bij
een geopende deur en wasmiddel-
lade laten drogen.
▶
Draai het programma Trommel
reinigen Nettoyage tambour zon-
der wasgoed.
Gebruik een poederwasmiddel.
18.3 Schoonmaken van de
wasmiddellade
Wanneer u van wasmiddel wisselt of
de wasmiddellade vuil is, reinig dan
de wasmiddellade en de pompeen-
heid van het intelligente doseersys-
teem.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. Het apparaat uitschakelen.
2. De wasmiddellade uittrekken.
3. Inzetstuk naar beneden drukken
en de wasmiddellade er uit nemen.
4. De pompunit verwijderen.

nl Reiniging en onderhoud
54
5. Het deksel van de wasmiddellade
ontgrendelen en verwijderen.
6. De wasmiddellade legen.
7. LET OP! De pompeenheid bevat
elektrische componenten.
▶
De pompunit niet in de vaatwasser
reinigen of in water dompelen.
▶
De elektrische aansluitingen aan
de achterkant tegen vocht, was-
middel- en wasverzachterresten
beschermen.
De pompunit met een vochtige
doek reinigen.
8. De wasmiddellade en het deksel
met een zachte, vochtige doek of
handdouche reinigen.
9. De wasmiddellade plaatsen, het
deksel en de pompeenheid afdro-
gen en plaatsen.

Reiniging en onderhoud nl
55
10.De behuizing van de wasmiddella-
de in het apparaat reinigen.
11.De wasmiddellade erin schuiven.
18.4 Ontkalken
LET OP!
Door het gebruik van ongeschikte
ontkalkingsmiddelen, zoals bijv. voor
koffiezetapparaten, kan het apparaat
beschadigen.
▶
Gebruik voor dit apparaat slechts
een ontkalkingsmiddel dat via de
internetsite of de klantenservice
van de fabrikant verkrijgbaar is.
18.5 Afvoerpomp reinigen
Reinig de afvoerpomp in geval van
storingen, bijv. bij verstoppingen of
geklapper.
Afvoerpomp legen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. De kraan sluiten.
2. Het apparaat uitschakelen.
3. Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
4. Open de serviceklep.

nl Reiniging en onderhoud
56
5. Verwijder de serviceklep.
6. Plaats een voldoende grote op-
vangbak onder de opening.
7. Neem de aftapslang uit de houder.
8.
VOORZICHTIG-Kans op
brandwonden! Het sop wordt heet
bij het wassen met hoge tempera-
turen.
▶
Raak het hete sop niet aan.
Trek het afsluitstopje los, om het
wassop in de opvangbak te laten
stromen.
9. Druk het stopje er weer op.
10.De aftapslang in de houder klem-
men.

Reiniging en onderhoud nl
57
Afvoerpomp reinigen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Vereiste:De afvoerpomp is leeg.
→Pagina55
1. Omdat er nog restwater in de
pomp kan zitten, het deksel er
voorzichtig uit draaien.
2. Binnenruimte, schroefdraad van
het pompdeksel en pomphuis rei-
nigen.
3. Verifieer dat de rotor van de pomp
makkelijk ronddraait.
4. De serviceklep plaatsen en vast-
klikken.
5. De serviceklep sluiten.
Vóór de volgende keer wassen
Om te voorkomen dat bij de volgen-
de wasbeurt wasmiddel ongebruikt in
de afvoer stroomt, voert u het pro-
gramma Vidange /Afpompen uit, na-
dat u de pomp heeft geleegd.
1. De kraan opendraaien.
2. Steek de stekker in het stopcon-
tact.
3. Schakel het apparaat in.
4. Doe een liter water in het comparti-
ment voor de handmatige dose-
ring.
5. Start het programma Vidange /Af-
pompen .
18.6 Waterafvoerslang op de
sifon reinigen
1. Het apparaat uitschakelen.
2. Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
3. De slangklem losmaken en de wa-
terafvoerslang er voorzichtig aftrek-
ken.
Resterend water kan lopen!

nl Reiniging en onderhoud
58
4. De waterafvoerslang en de sifon-
aansluiting reinigen.
5. De waterafvoerslang opsteken en
de aansluitklem met de slangklem
borgen.
18.7 Zeef in de watertoevoer
reinigen.
Watertoevoerslang legen
1. De waterkraan sluiten.
2. Stel het programma Katoen/Coton
in.
3. Het programma starten en ca. 70
seconden laten lopen.
4. Het apparaat uitschakelen.
5. Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
Zeef van de waterkraan reinigen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Vereiste:De watertoevoerslang is
leeg.
1. De watertoevoerslang van de wa-
terkraan verwijderen.
2. De zeef met een kleine borstel rei-
nigen.

Reiniging en onderhoud nl
59
3. De watertoevoerslang aansluiten
en op lekdichtheid controleren.
Zeef op het apparaat reinigen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Vereiste:De watertoevoerslang is
leeg.
→"Watertoevoerslang legen",
Pagina58
1. De slang aan de achterzijde van
het apparaat losmaken.
1
2
2. De zeef met een tang er uit ne-
men.
3. De zeef met een kleine borstel rei-
nigen.
4. Het filter weer plaatsen.
5. De slang aansluiten en op lekdicht-
heid controleren.
2
1

nl Storingen verhelpen
60
Storingen verhelpen
19 Storingen verhelpen
Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
▶
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
▶
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding
van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-
dere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Het display is gedoofd
en knippert.
De energiebesparingsmodus is actief.
▶
Druk op een willekeurige button.
a Het display brandt weer.
"E:36 / -10" Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
▶
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-
klemd.
▶
Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-
voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn.
Afvoerpomp is verstopt.
▶
→"Afvoerpomp reinigen", Pagina55
Waterafvoerslang is te hoog aangesloten.
▶
Monteer de waterafvoerslang op maximaal 1 meter
hoogte.
Wasmiddeldosering is te hoog.
▶
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-
ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het com-
partiment voor handmatige dosering (niet bij out-
door-, sportswear- en donstextiel).
▶
Wanneer de intelligente dosering geactiveerd is, re-
duceer dan de basisdoseerhoeveelheid
→Pagina47.
▶
Reduceer, wanneer u handmatig doseert, bij de vol-
gende wasbeurt met gelijke belading de hoeveel-
heid wasmiddel.

Storingen verhelpen nl
61
Storing Oorzaak en probleemoplossing
"E:36 / -10" Niet-toegestane verlenging aan de waterafvoerslang
gemonteerd.
▶
Verwijder niet-toegestane verlengingen aan de wa-
terafvoerslang. Apparaat aansluiten
"E:36 / -25 / -26" Afvoerpomp is verstopt.
▶
→"Afvoerpomp reinigen", Pagina55
"E:10 / -00 / -10 /
-20"
Pomp van het intelligente doseersysteem is geblok-
keerd.
1. Schakel het apparaat uit.
2. Reinig de pompeenheid.
→"Schoonmaken van de wasmiddellade",
Pagina53
3. Als de indicatie opnieuw verschijnt, schakel dan de
service in.
→"Servicedienst", Pagina73
Opmerking:U kunt het wasprogramma starten als u
het intelligente doseersysteem deactiveert en hand-
matig doseert.
→"Toetsen", Pagina25
Waterdruk is laag.
Geen oplossing mogelijk.
De zeven in de watertoevoer zijn verstopt.
▶
Reinig de zeven in de watertoevoer →Pagina58.
Waterkraan is gesloten.
▶
Open de waterkraan.
Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd.
▶
Zorg ervoor dat de watertoevoerslang niet is ge-
knikt of ingeklemd.
De wasmiddellade is niet tot aan de aanslag dichtge-
schoven.
▶
Schuif de wasmiddellade tot de aanslag in het ap-
paraat.
Pompunit is niet geplaatst.
1. Plaats de pompunit in de wasmiddellade.
→"Schoonmaken van de wasmiddellade",
Pagina53
2. Schuif de wasmiddellade tot de aanslag in het ap-
paraat.

nl Storingen verhelpen
62
Storing Oorzaak en probleemoplossing
knippert. Het Spanningscontrolesysteem herkent een ontoelaat-
bare spanningsonderschrijding.
▶
Geen oplossing mogelijk.
Opmerking:Als de voedingsspanning zich heeft ge-
stabiliseerd, loopt het programma normaal verder.
Spanningsonderschrijding kan een programmaverlen-
ging veroorzaken.
Geen oplossing mogelijk.
Wasmiddeldosering is te hoog.
▶
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-
ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het com-
partiment voor handmatige dosering (niet bij out-
door-, sportswear- en donstextiel).
▶
Wanneer de intelligente dosering geactiveerd is, re-
duceer dan de basisdoseerhoeveelheid
→Pagina47.
▶
Reduceer, wanneer u handmatig doseert, bij de vol-
gende wasbeurt met gelijke belading de hoeveel-
heid wasmiddel.
brandt. Temperatuur is te hoog.
▶
Wacht tot de temperatuur is gedaald.
▶
→"Progr. annuleren", Pagina45
Waterniveau is te hoog.
▶
Start het programma Vidange /Afpompen .
Wasgoed is ingeklemd tussen de deur.
1. Open de deur opnieuw.
2. Verwijder ingeklemd wasgoed.
3. Sluit de deur.
4. Om het programma te starten, drukt u op .
knippert. Deur is niet gesloten.
1. Sluit de deur.
2. Om het programma te starten, drukt u op .
Alle andere foutcodes. Storing
▶
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina73
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
Zekering is defect.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.

Storingen verhelpen nl
63
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of
andere apparaten functioneren.
Programma start niet. werd niet ingedrukt.
▶
Druk op .
Deur is niet gesloten.
1. Sluit de deur.
2. Om het programma te starten, drukt u op .
Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▶
→"Kinderslot deactiveren", Pagina46
/ is geactiveerd.
▶
Controleer of / is geactiveerd.
→"Toetsen", Pagina25
Wasgoed is ingeklemd tussen de deur.
1. Open de deur opnieuw.
2. Verwijder ingeklemd wasgoed.
3. Sluit de deur.
4. Om het programma te starten, drukt u op .
De wasmiddellade is niet tot aan de aanslag dichtge-
schoven.
▶
Schuif de wasmiddellade tot de aanslag in het ap-
paraat.
Pomp van het intelligente doseersysteem is geblok-
keerd.
1. Schakel het apparaat uit.
2. Reinig de pompeenheid.
→"Schoonmaken van de wasmiddellade",
Pagina53
3. Als de indicatie opnieuw verschijnt, schakel dan de
service in.
→"Servicedienst", Pagina73
Opmerking:U kunt het wasprogramma starten als u
het intelligente doseersysteem deactiveert en hand-
matig doseert.
→"Toetsen", Pagina25
Deur kan niet worden
geopend.
is geactiveerd.
▶
Hervat het programma door Essorage/Centrifuge-
ren of Vidange /Afpompen te kiezen en op te
drukken.
Temperatuur is te hoog.
▶
Wacht tot de temperatuur is gedaald.

nl Storingen verhelpen
64
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Deur kan niet worden
geopend.
▶
→"Progr. annuleren", Pagina45
Waterniveau is te hoog.
▶
Start het programma Vidange /Afpompen .
Stroomonderbreking.
▶
Open de deur met de noodontgrendeling.
→"Noodontgrendeling", Pagina71
Waswater wordt niet
weggepompt.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
▶
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-
klemd.
▶
Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-
voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn.
Afvoerpomp is verstopt.
▶
→"Afvoerpomp reinigen", Pagina55
is geactiveerd.
▶
Hervat het programma door Essorage/Centrifuge-
ren of Vidange /Afpompen te kiezen en op te
drukken.
Waterafvoerslang is te hoog aangesloten.
▶
Monteer de waterafvoerslang op maximaal 1 meter
hoogte.
Wasmiddeldosering is te hoog.
▶
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-
ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het com-
partiment voor handmatige dosering (niet bij out-
door-, sportswear- en donstextiel).
▶
Wanneer de intelligente dosering geactiveerd is, re-
duceer dan de basisdoseerhoeveelheid
→Pagina47.
▶
Reduceer, wanneer u handmatig doseert, bij de vol-
gende wasbeurt met gelijke belading de hoeveel-
heid wasmiddel.
Niet-toegestane verlenging aan de waterafvoerslang
gemonteerd.
▶
Verwijder niet-toegestane verlengingen aan de wa-
terafvoerslang. Apparaat aansluiten
Er stroom geen water
in het apparaat. Het
wasmiddel werd niet
ingespoeld.
werd niet ingedrukt.
▶
Druk op .
De zeven in de watertoevoer zijn verstopt.
▶
Reinig de zeven in de watertoevoer →Pagina58.

Storingen verhelpen nl
65
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er stroom geen water
in het apparaat. Het
wasmiddel werd niet
ingespoeld.
Waterkraan is gesloten.
▶
Open de waterkraan.
Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd.
▶
Zorg ervoor dat de watertoevoerslang niet is ge-
knikt of ingeklemd.
Meermaals beginnen
met centrifugeren.
Het onbalanscontrolesysteem heft de onbalans op
door het wasgoed meermaals te verdelen.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Opmerking:Leg bij het beladen zo mogelijk grote en
kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Was-
goed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij
het centrifugeren.
De programmaduur
wijzigt tijdens de was-
cyclus.
Het programmaverloop wordt elektronisch geoptimali-
seerd. Dat kan leiden tot wijzigingen in de program-
maduur.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Het onbalanscontrolesysteem heft de onbalans op
door het wasgoed meermaals te verdelen.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Opmerking:Leg bij het beladen zo mogelijk grote en
kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Was-
goed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij
het centrifugeren.
Schuimcontrolesysteem voert bij te hoge schuimvor-
ming een extra spoelbeurt toe.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Het water is in de
trommel niet zicht-
baar.
Het water is onder het zichtbare bereik.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
▶
Vul tijdens het bedrijf geen extra water in het appa-
raat.
Trommel schokt na
programmastart.
Oorzaak is een interne motortest.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Trillingen en beweging
van het apparaat tij-
dens het centrifuge-
ren.
Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.
▶
Stellen van het apparaat
Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd.
▶
Zet de apparaatvoeten vast. Stellen van het appa-
raat
Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd.
▶
Transportbeveiligingen verwijderen

nl Storingen verhelpen
66
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Sterke schuimvor-
ming.
Wasmiddeldosering is te hoog.
▶
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-
ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het com-
partiment voor handmatige dosering (niet bij out-
door-, sportswear- en donstextiel).
▶
Wanneer de intelligente dosering geactiveerd is, re-
duceer dan de basisdoseerhoeveelheid
→Pagina47.
▶
Reduceer, wanneer u handmatig doseert, bij de vol-
gende wasbeurt met gelijke belading de hoeveel-
heid wasmiddel.
i-DOS i-DOS
kan niet worden inge-
drukt
Intelligent doseren voor dit programma niet mogelijk.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Programmavoortgang laat intelligent doseren niet toe.
Geen oplossing mogelijk.
Hoog centrifugetoe-
rental wordt niet be-
reikt.
Laag centrifugetoerental is ingesteld.
▶
Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifuge-
toerental in.
is geactiveerd.
▶
Kies een geschikt programma voor de textielsoort.
→"Programma's", Pagina28
Onbalanscontrolesysteem compenseert onbalans
door gereduceerd centrifugetoerental.
▶
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
Opmerking:Leg zo mogelijk grote en kleine stukken
wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-
schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-
geren.
▶
Start het programma Essorage/Centrifugeren .
Programma centrifu-
geren start niet.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
▶
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-
klemd.
▶
Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-
voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn.
Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifuge-
ren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van
het wasgoed.
▶
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.

Storingen verhelpen nl
67
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Programma centrifu-
geren start niet.
Opmerking:Leg zo mogelijk grote en kleine stukken
wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-
schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-
geren.
▶
Start het programma Essorage/Centrifugeren .
Bruisend, sissend ge-
luid.
Water wordt onder druk in de wasmiddellade ge-
spoeld.
▶
Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Lang, brommend ge-
luid voor aanvang van
de was- of wasver-
zachtingscyclus.
Intelligent doseersysteem doseert wasmiddel of ver-
zorgingsmiddel.
▶
Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Kort, zoemend geluid
na het inschakelen
van het apparaat.
Intelligent doseersysteem voert een functietest uit.
▶
Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Luid geluid tijdens het
centrifugeren.
Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.
▶
Stellen van het apparaat
Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd.
▶
Zet de apparaatvoeten vast. Stellen van het appa-
raat
Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd.
▶
Transportbeveiligingen verwijderen
Geklapper, gerammel
in de pomp.
Er is een vreemd voorwerp in de pomp gekomen.
▶
→"Afvoerpomp reinigen", Pagina55
Slurpend, ritmisch
zuiggeluid.
Pomp is actief, het sop wordt afgepompt.
▶
Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Kreukvorming. Centrifugetoerental is te hoog.
▶
Stel bij de volgende wasbeurt een lager centrifuge-
toerental in.
De beladingshoeveelheid is te hoog.
▶
Reduceer bij de volgende wasbeurt de beladings-
hoeveelheid.
Voor de textielsoort is het verkeerde programma ge-
kozen.
▶
Kies een geschikt programma voor de textielsoort.
→"Programma's", Pagina28
Centrifugeresultaat is
niet naar tevreden-
heid. Het wasgoed is
te nat / te vochtig.
Laag centrifugetoerental is ingesteld.
▶
Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifuge-
toerental in.
▶
Start het programma Essorage/Centrifugeren .

nl Storingen verhelpen
68
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Centrifugeresultaat is
niet naar tevreden-
heid. Het wasgoed is
te nat / te vochtig.
is geactiveerd.
▶
Kies een geschikt programma voor de textielsoort.
→"Programma's", Pagina28
Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
▶
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-
klemd.
▶
Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-
voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn.
Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifuge-
ren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van
het wasgoed.
▶
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
Opmerking:Leg zo mogelijk grote en kleine stukken
wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-
schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-
geren.
▶
Start het programma Essorage/Centrifugeren .
Onbalanscontrolesysteem compenseert onbalans
door gereduceerd centrifugetoerental.
▶
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
Opmerking:Leg zo mogelijk grote en kleine stukken
wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-
schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-
geren.
▶
Start het programma Essorage/Centrifugeren .
Resten wasmiddel op
het vochtige wasgoed.
Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen
bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten.
▶
Start het programma Spoelen/Rinçage .
Ongeschikt wasmiddel in het doseerreservoir van het
intelligente doseersysteem gedaan.
1. Controleer of het gebruikte wasmiddel geschikt is.
→"Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel",
Pagina41
2. Leeg de doseerreservoirs.
→"Schoonmaken van de wasmiddellade",
Pagina53
3. Reinig de doseerreservoirs.
4. Vul de doseerreservoirs opnieuw.
→"Doseerbakje vullen", Pagina46
Basisdoseerhoeveelheid niet correct ingesteld.

Storingen verhelpen nl
69
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Resten wasmiddel op
het vochtige wasgoed.
▶
Wanneer de intelligente dosering geactiveerd is, re-
duceer dan de basisdoseerhoeveelheid
→Pagina47.
Wasmiddelresten op
het droge wasgoed.
Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen
bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten.
▶
Borstel het wasgoed na het wassen en drogen uit.
Ongeschikt wasmiddel in het doseerreservoir van het
intelligente doseersysteem gedaan.
1. Controleer of het gebruikte wasmiddel geschikt is.
→"Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel",
Pagina41
2. Leeg de doseerreservoirs.
→"Schoonmaken van de wasmiddellade",
Pagina53
3. Reinig de doseerreservoirs.
4. Vul de doseerreservoirs opnieuw.
→"Doseerbakje vullen", Pagina46
Basisdoseerhoeveelheid niet correct ingesteld.
▶
Wanneer de intelligente dosering geactiveerd is, re-
duceer dan de basisdoseerhoeveelheid
→Pagina47.
Onvoldoende reini-
gende werking.
Basisdoseerhoeveelheid niet correct ingesteld.
▶
Als de intelligente dosering geactiveerd is, stelt u
de basisdoseerhoeveelheid →Pagina47correct in.
Wasmiddel of verzorgingsmiddel in doseerreservoirs
van het intelligente doseersysteem is ingedikt.
1. Controleer of het gebruikte wasmiddel geschikt is.
→"Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel",
Pagina41
2. Leeg de doseerreservoirs.
→"Schoonmaken van de wasmiddellade",
Pagina53
3. Reinig de doseerreservoirs.
4. Vul de doseerreservoirs opnieuw.
→"Doseerbakje vullen", Pagina46
Ongeschikt wasmiddel in het doseerreservoir van het
intelligente doseersysteem gedaan.
1. Controleer of het gebruikte wasmiddel geschikt is.
→"Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel",
Pagina41

nl Storingen verhelpen
70
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Onvoldoende reini-
gende werking.
2. Leeg de doseerreservoirs.
→"Schoonmaken van de wasmiddellade",
Pagina53
3. Reinig de doseerreservoirs.
4. Vul de doseerreservoirs opnieuw.
→"Doseerbakje vullen", Pagina46
Home Connect functi-
oneert niet correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Ga naar www.home-connect.com.
Geen verbinding met
het thuisnetwerk.
Wi-Fi is uitgeschakeld.
▶
→"WiFi op het apparaat activeren", Pagina50
Wi-Fi is geactiveerd, maar de verbinding met het thuis-
netwerk kan niet gerealiseerd worden.
1. Verifieer dat het thuisnetwerk beschikbaar is.
2. Verbindt het apparaat opnieuw met het thuisnet-
werk.
→"Apparaat met WLAN-thuisnetwerk (WiFi) met
WPS-functie verbinden", Pagina48
→"Apparaat met WLAN-thuisnetwerk (WiFi) zonder
WPS-functie verbinden", Pagina48
Bij de watertoe-
voerslang lekt water.
De watertoevoerslang is niet correct / vast aangeslo-
ten.
1. Sluit de watertoevoerslang correct aan. Watertoe-
voerslang aansluiten
2. Draai de koppeling goed aan.
Er lekt water bij de
waterafvoerslang.
Waterafvoerslang is beschadigd.
▶
Vervang de beschadigde waterafvoerslang.
Waterafvoerslang is niet correct aangesloten.
▶
Sluit de waterafvoerslang correct aan. Aansluitsoor-
ten waterafvoer
In het apparaat is
geurvorming opgetre-
den.
Vochtigheid en wasmiddelresten kunnen de bacterie-
groei stimuleren.
▶
→"Trommel reinigen", Pagina53
▶
Als u het apparaat niet gebruikt, laat dan de deur
en wasmiddellade open zodat het restwater kan op-
drogen.

Transporteren, opslaan en afvoeren nl
71
19.1 Noodontgrendeling
Deur ontgrendelen
Vereiste:De afvoerpomp is leeg.
→Pagina55
1. LET OP! Wegstromend water kan
tot materiële schade leiden.
▶
Open de deur niet als er water
achter het glas te zien is.
De noodontgrendeling met behulp
van gereedschap naar onderen
trekken en loslaten.
a Het deurslot is ontgrendeld.
2. De serviceklep plaatsen en vast-
klikken.
3. De serviceklep sluiten.
Transporteren, opslaan en afvoeren
20 Transporteren, op-
slaan en afvoeren
Transporteren, opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier
waarop u het apparaat voorbereidt
voor transport en opslag. Daarnaast
leggen we u uit hoe u oude appara-
ten dient af te voeren.
20.1 Apparaat demonteren
1. De waterkraan sluiten.
2. De
→"Watertoevoerslang legen",
Pagina58.
3. Het apparaat uitschakelen.
4. De stekker van het apparaat uit het
stopcontact halen.
5. Resterend sop laten weglopen.
→"Afvoerpomp reinigen",
Pagina55
6. De slangen demonteren.
7. De doseerreservoirs legen.
20.2 Transportbeveiligingen
plaatsen
Zeker het apparaat voor transport
met de transportbeveiligingen om
schade te vermijden.
1. Verwijder de 4 afdekkapjes.
‒ Gebruik indien nodig een
schroevendraaier voor het ver-
wijderen van de afdekkapjes.
Bewaar de afdekkapjes.
2. Plaats de 4 hulzen.

nl Transporteren, opslaan en afvoeren
72
3. Plaats alle bouten van de 4 trans-
portborgingen en draai deze iets
aan.
4. Plaats de stroomkabel in de hou-
der en draai alle 4 de bouten
van de transportborgingen met
een steeksleutel SW13 vast .
5. Plaats de slang in de houder.
20.3 Apparaat opnieuw in ge-
bruik nemen
1. De transportbeveiligingen verwijde-
ren.
2. Ca. 1 liter water in het comparti-
ment voor handmatige dosering in
de wasmiddellade doen.
3. Het programma Vidange /Afpom-
pen starten.
a Het wasmiddel stroomt dan bij de
eerstvolgende wasbeurt niet onge-
bruikt in de afvoer.
20.4 Afvoeren van uw oude
apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
▶
Het apparaat niet opstellen achter
een deur die het openen van de
apparaatdeur blokkeert of verhin-
dert.
▶
Bij afgedankte apparaten de stek-
ker van het netsnoer uit het stop-
contact halen, daarna het netsnoer
doorknippen en het slot van de ap-
paraatdeur dusdanig beschadigen,
dat de apparaatdeur niet langer
sluit.
1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2. Het netsnoer doorknippen.
3. Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.

Servicedienst nl
73
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte
elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste
electrical and electronic
equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de
EU geldige terugneming
en verwerking van oude
apparaten.
Servicedienst
21 Servicedienst
Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik,
een storing aan het apparaat niet zelf
kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan
contact op met onze servicedienst.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieperiode en garantievoorwaar-
den in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op
onze website.
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service-
dienst vindt u in de meegeleverde
servicedienstlijst of op onze website.
21.1 Productnummer (E-nr.)
en productienummer
(FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het
productienummer (FD) vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich
afhankelijk van het model:
¡ aan de binnenkant van de deur.
¡ aan de binnenkant van de onder-
houdsklep.
¡ aan de achterkant van het appa-
raat.
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.

nl Verbruikswaarden
74
Verbruikswaarden
22 Verbruikswaarden
Verbruikswaarden
De volgende informatie wordt conform deEU-Ecodesign-verordening gegeven.
De opgegeven waarden voor andere programma's als Eco 40-60 zijn slechts
richtwaarden en werden in aansluiting op de geldende norm EN60456 be-
paald. De automatische doseringsfunctie werd voor dit doeleinde gedeacti-
veerd.
Aanwijzingen m.b.t. de vergelijkende test: deactiveer de automatische doseer-
functie, tenzij deze functie het voorwerp is van de test.
Programma Bela-
ding
(kg)
Pro-
gram-
maduur
(h:min)
1
Ener-
giever-
bruik
(kWh/
cyclus)
1
Water-
ver-
bruik (l/
cyclus)
1
Maxi-
male
tempe-
ratuur
(°C) 5
min
1
Centri-
fuge-
toeren-
tal (t/
min)
1
Rest-
vocht-
gehal-
te (%)
1
Eco 40-60
2
10,0 3:50 1,250 60,0 45 1400 50,00
Eco 40-60
2
5,0 2:58 0,650 45,0 35 1400 50,00
Eco 40-60
2
2,5 2:50 0,300 40,0 26 1400 54,00
Katoen/Co-
ton20°C
10,0 3:15 0,350 88,0 21 1400 48,00
Katoen/Co-
ton40°C
10,0 3:15 1,200 88,0 43 1400 48,00
Katoen/Co-
ton60°C
10,0 3:15 1,450 88,0 55 1400 48,00
Kreukherstel-
lend/Synthéti-
ques40°C
4,0 2:29 0,770 62,0 42 1200 30,00
Snel/Mix/Mix
rapide40°C
4,0 1:00 0,620 42,0 41 1400 52,00
Wol/Lai-
ne30°C
2,0 0:40 0,250 48,0 26 800 25,00
1
De werkelijke waarden kunnen door de invloed van waterdruk, hardheid en
inlaattemperatuur, omgevingstemperatuur, soort, hoeveelheid en vervuiling
van het wasgoed, gebruikt reinigingsmiddel, schommelingen van de stroom-
voorziening en geselecteerde bijkomende functies van de opgegeven waar-
den afwijken.
2
Testprogramma conform de EU-Ecodesignverordening en de EU-energiela-
belverordening met koud water (15°C).

Technische gegevens nl
75
Technische gegevens
23 Technische gegevens
Technische gegevens
Apparaathoogte 85,0cm
Apparaatbreedte 59,8cm
Apparaatdiepte 59,0cm
Gewicht 68 - 72kg
1
Maximale bela-
ding
10,0kg
netspanning 220 - 240V,
50Hz
Minimale in-
stallatiezekering
10A
Nominaal vermo-
gen
2300W
Opgenomen ver-
mogen
¡ Uit-toestand:
0,10W
¡ Niet-uitgescha-
kelde toe-
stand: 0,50W
¡ Tijd tot de net-
werkgebonden
stand-by wordt
ingesteld (Wi-
Fi): not used
min
¡ Netwerkge-
bonden stand-
by (WiFi): not
usedW
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoe-
ring
Waterdruk ¡ Minimaal:
100kPa
(1bar)
¡ Maximaal:
1000kPa
(10bar)
Lengte van de
watertoe-
voerslang
150cm
Lengte van de
waterafvoerslang
150cm
Lengte van de
netaansluitkabel
210cm
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoe-
ring
Conformiteitsverklaring
24 Conformiteitsverkla-
ring
Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart Robert Bosch Haus-
geräte GmbH dat het apparaat met
Home Connect functionaliteit voldoet
aan de fundamentele vereisten en de
overige toepasselijke bepalingen van
de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsver-
klaring vindt u op het internet onder
www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de
aanvullende documenten.
2,4 GHz band: 100 mW max.
5 GHz band: 100 mW max.
BE BG CZ DK DE EE IE el
ES FR HR IT CY LV LT LU
HU MT NL AT PL PT RO SI
SK FI SE UK NO CH TR
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.

Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service direc-
tory.
*9001593888*
9001593888 (010401)
nl
Robert Bosch Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München
GERMANY
www.bosch-home.com

