Bosch HKL090120-B Tweedekans - Serie 2 Vrijstaand elektrisch fornuis Wit

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Specification
  • Productspecificaties - (Dutch - Holland) Download
  • EU specificatieblad - (Dutch - Holland) Download
Installation Instruction
  • Installatierichtlijnen - (Dutch - Holland) Download
  • Installatierichtlijnen - (Dutch - Holland) Download
Energy Guide

User Manual

This is the main product document for model HKL090120-B.

The file format is pdf, 40 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Fornuis
HKL090120
[nl]
Gebruikershandleiding
background
nl Veiligheid
2
Inhoudsopgave
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade vermijden ................................5
3 Milieubescherming en besparing........................6
4 Plaatsen en aansluiten ........................................7
5 Uw apparaat leren kennen...................................9
6 Accessoires........................................................12
7 Voor het eerste gebruik .....................................13
8 Kookplaat bedienen ...........................................13
9 De Bediening in essentie...................................14
10 Snel voorverwarmen..........................................14
11 Reiniging en onderhoud ....................................15
12 Reinigingsondersteuning ..................................17
13 Rekjes .................................................................17
14 Apparaatdeur......................................................18
15 Storingen verhelpen ..........................................21
16 Transporteren en afvoeren................................22
17 Servicedienst......................................................22
18 Zo lukt het...........................................................23
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Beoogd gebruik
Om het apparaat veilig en op de juiste manier
te gebruiken dient u de aanwijzingen over het
beoogd gebruik in acht te nemen.
De afbeeldingen in deze handleiding dienen
ter informatie.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend als volgt:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-
cessen ononderbroken in het oog.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ op boten of in voertuigen.
¡ als kamerverwarming.
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
U kunt het apparaat niet met een timer of een
afstandsbediening gebruiken.
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
1.2 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.3 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het apparaat wordt heet.
Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-
sen bewaren in laden direct onder de kook-
plaat.
Nooit brandbare voorwerpen, bijv. spuitbus-
sen of reinigingsmiddelen onder het appa-
raat of in de onmiddellijke nabijheid op-
slaan of gebruiken.
Het kookvlak wordt erg heet.
Nooit brandbare voorwerpen op het kook-
vlak of in de directe omgeving leggen.
Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-
ren.
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet
of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-
ken.
Verlies hete oliën en vetten daarom nooit
uit het oog.
Nooit proberen om een vuur met water te
blussen, maar het apparaat uitschakelen
en dan de vlammen bijv. met een deksel of
een blusdeken afdekken.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-
gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door
background
Veiligheid nl
3
oververhitting, in brand vliegen of ontploffende
materialen.
Dek de kookplaat niet af.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
Er moet toezicht worden gehouden op het
kookproces. Een korte procedure moet
permanent worden gecontroleerd.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een
eventueel aanwezig kookplaatframe.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-
vallen leiden.
Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-
ken.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
Open de apparaatdeur voorzichtig.
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet het ter vermijding van risi-
co's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalifi-
ceerde persoon.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit een apparaat met gescheurd of ge-
broken oppervlak gebruiken.
Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina22
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-
latie van elektrische apparaten smelten.
Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-
trische apparaten nooit in contact komt met
hete onderdelen van het apparaat.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
background
nl Veiligheid
4
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Wordt er tegen de geopende apparaatdeur
gestoten, dan kan dit leiden tot lichamelijk let-
sel.
Houd de apparaatdeur tijdens gebruik en
ook daarna gesloten.
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van
de pan en de kookzone, kunnen kookpannen
plotseling omhoog springen.
Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem
van de pan altijd droog zijn.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
WAARSCHUWING‒Kantelgevaar!
Wanneer u het apparaat onbevestigd op een
sokkel plaatst, dan kan het van de sokkel glij-
den.
Bevestig het apparaat stevig aan de sok-
kel.
Waarschuwing: breng om het kantelen van
het apparaat te verhinderen een compen-
satie-inrichting aan.
Houd voor de montage de handleidingen
aan.
1.4 Schuiflade
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het oppervlak van de schuiflade kan erg heet
worden.
Bewaar uitsluitend ovenaccessoires in de
lade.
Bewaar geen ontvlambare en brandbare
voorwerpen in de lade in de plint.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
Glazen kapje niet aanraken.
Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder stroom.
Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
Tevens de stekker uit het stopcontact halen
of de zekering in de meterkast uitschake-
len.
background
Materiële schade vermijden nl
5
2  Materiële schade vermijden
2.1 Ovenruimte
Houd bij gebruik van de oven de overeenkomstige
aanwijzingen in acht.
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
Niets op de open deur zetten of leggen en niet er-
aan hangen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdek-
king draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken en
schade aan de scharnieren veroorzaken. De greep van
de afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van het
apparaat.
Draag of beweeg het apparaat niet aan de greep
van de afdekking.
Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturen
de bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitne-
men de emaillelaag beschadigen.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet boven
hoogte 3 inschuiven.
Boven hoogte 3 alleen direct op het rooster grillen.
2.2 Kookplaat
Houd bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht.
Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
Schade Oorzaak Maatregel
Vlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden.
Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegene
met hoog suikergehalte.
Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-
ramische kookplaat verwijderen.
Vlekken, defecten of
breuken in het glas
Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten
emaille of kookgerei met koperen- of alumini-
umbodem.
Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede
conditie is.
Vlekken, verkleurin-
gen
Ongeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-
schikt zijn voor glaskeramiek en reinig de
kookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breuken
in het glas
Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires
of andere harde of scherpe voorwerpen.
Bij het koken niet tegen het glas stoten of
voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
background
nl Milieubescherming en besparing
6
Schade Oorzaak Maatregel
Krassen, verkleurin-
gen
Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van
de pan op de kookplaat.
Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-
plaatsen optillen.
Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets
op te zetten of als werkvlak.
Schade aan het ap-
paraat
Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Schade aan de pan
of aan het apparaat
Koken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hete
kookzone plaatsen of verhitten.
Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone of
hete deksels van pannen op het glas.
Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen
kunststof containers of pandeksels op de
kookplaat leggen.
Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel of
op het kader.
Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-
den.
2.3 Lade
Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade
gebruikt.
LET OP!
Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De la-
de in de plint kan beschadigd raken.
Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint.
Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die
hoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan er
schade aan het apparaat ontstaan.
Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die
hoger zijn dan de hoogte van de lade.
3  Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept
of de insteladviezen dit aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in gebruik met ingeschakeld display max.1W
¡ in gebruik met uitgeschakeld display max.0,5W
Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan
past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-
eenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-
diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de
bodemdiameter.
¡
Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte
kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
¡
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat
aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
¡
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel
energie.
background
Plaatsen en aansluiten nl
7
Glazen deksel gebruiken.
¡
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-
der het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
¡
Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-
bruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-
middel.
¡
Groot kookgerei met weinig product heeft meer
energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
¡
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer
energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.
¡
Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
¡
Onbenutte restwarmte verhoogt het energiever-
bruik.
4  Plaatsen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u
hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het ap-
paraat op het elektriciteitsnet aansluit.
4.1 Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden
door een daartoe bevoegd vakman. Houd de voor-
schriften van het betreffende nutsbedrijf aan.
¡ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
¡ Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij
schade de aanspraak op de garantie.
Informatie over elektrische aansluiting door de
installateur:
¡ Wanneer een stekker na de installatie niet toeganke-
lijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar voor
alle polen worden aangebracht met een contactope-
ning van minstens 3 mm. Bij aansluiting met een
stekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekker
voor de gebruiker toegankelijk is.
¡ Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaat
van veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie
met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
¡ Gebruik een kabel van het type H05VV-F of gelijk-
waardig om het apparaat aan te sluiten.
Belangrijke informatie over de elektrische
aansluiting
Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij contact met onder spanning staande onderdelen
bestaat er elektrocutiegevaar.
De stekker alleen met droge handen vastnemen.
De stekker tijdens het gebruik nooit uit het stopcon-
tact trekken.
Het netsnoer direct aan de stekker en nooit aan de
kabel zelf uit het stopcontact trekken, omdat deze
beschadigd kan raken.
¡ Stekker en stopcontact bij elkaar passen.
¡ De stekker altijd bereikbaar is.
¡ De doorsnede van de elektrische kabel groot ge-
noeg is.
¡ Het netsnoer niet wordt geknikt, bekneld, gewijzigd
of doorgesneden.
¡ De vervanging van het netsnoer, indien nodig alleen
plaatsvindt door een vakkundig monteur. Een nieuw
netsnoer is verkrijgbaar bij de servicedienst.
¡ U geen meervoudige stekkers of contactdozen en
verlengkabels gebruikt.
¡ Het aardingssysteem volgens de voorschriften is ge-
ïnstalleerd.
¡ er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een
type met het symbool ⁠ wordt gebruikt. Alleen
aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de
geldende voorschriften.
¡ De aansluitkabel niet in contact komt met warmte-
bronnen.
4.2 Toestel plaatsen
Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond.
Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur
plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.
Hoogte tot de vloer van het apparaat instellen
Stel de hoogte tot de vloer overeenkomstig de functies
van uw apparaat in.
Stel de hoogte van het apparaat in met vaste laden
Wanneer uw apparaat beschikt over vaste laden, stel
dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt
in.
Opmerking:
Het apparaat is voorzien van stelvoeten. Daardoor kunt
u uw apparaat ca. 15mm van de vloer stellen.
¡ De voeten bevinden zich aan de voor- en achterzij-
de aan de onderkant van het apparaat.
¡ Stel de voeten hoger of lager, door de voeten met
een steeksleutel te draaien, totdat het apparaat hori-
zontaal staat.
Hoogte tot de vloer van het apparaat met
uitneembare lade instellen
Wanneer uw apparaat geen stelvoeten heeft en uw la-
de uitneembaar is, stel dan de hoogte tot de vloer van
uw apparaat als volgt in.
1.
De plintlade uittrekken en er naar boven uittillen.
Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor en
achter stelvoeten.
background
nl Plaatsen en aansluiten
8
2.
De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel om-
hoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpas
staat.
3.
De plintlade weer inschuiven.
Aangrenzende meubels
Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar mate-
riaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels
dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.
Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het
met de meegeleverde haak aan de wand te bevesti-
gen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de
wand te bevestigen.
background
Uw apparaat leren kennen nl
9
5  Uw apparaat leren kennen
5.1 Uw apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw
apparaat.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1
2
3
4
5
Toelichting
1
Kookplaat
2
Bedieningsvelden
3
Koelventilator
1
4
Apparaatdeur
5
Ovenlade
1
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
5.2 Kookplaat
Hier vindt u een overzicht van de verschillende bijscha-
kelingen van de kookzones.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Ø 14,5
Ø 21/12
Ø 18
Ø 18
Ø = cm
Kookplaat Bijschakelen en uitschake-
len
⁠ Kookzone met
één ring
⁠ Kookzone met
twee ringen
De kookzonekeuzeschake-
laar tot ⁠ naar rechts draai-
en. De kookstand instellen.
Uitschakelen: de kookzone-
keuzeschakelaar op 0 draai-
en en opnieuw instellen.
De kookzonekeuzeschake-
laar nooit verder dan ⁠ op 0
draaien.
Opmerkingen
¡ Donkere gedeelten in het gloeibeeld van de kookzo-
ne hebben een technische oorzaak. Deze beïnvloe-
den de werking van de kookzone niet.
¡ De kookzone regelt de temperatuur door de
verwarming in en uit te schakelen. Ook bij het
hoogste vermogen kan de verwarming inschakelen
en uitschakelen.
Gevoelige onderdelen worden daarmee be-
schermd tegen oververhitting.
Het apparaat wordt beschermd tegen elektrische
overbelasting.
U bereikt betere kookresultaten.
¡ Bij kookzones met meerdere ringen kunnen de ver-
warmingen van de binnenste ringen en de verwar-
ming van de bijgeschakelde ringen op verschillende
tijdstippen worden ingeschakeld en uitgeschakeld.
Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-
te-indicatie. Deze laat zien welke kookzones nog heet
zijn. Wanneer de kookplaat uitgeschakeld is, is de indi-
catie verlicht tot de kookzone voldoende is afgekoeld.
De kookzone niet aanraken zolang de restwarmte-indi-
catie brandt.
Tip:U kunt kleine gerechten warmhouden of couvertu-
re smelten.
background
nl Uw apparaat leren kennen
10
5.3 Bedieningsvelden
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw
apparaat instellen en informatie krijgen over de ge-
bruikstoestand.
Bedieningselement Toelichting
Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknop
stelt u de verwarmings-
methoden en meer func-
ties in.
De functiekeuzeknop kunt
u vanuit de nulstand ⁠
naar rechts en links draai-
en.
Afhankelijk van het appa-
raattype is de functiekeu-
zeknop verzonken. Voor
het vergrendelingen of
ontgrendelingen in de
nulstand ⁠ op de functie-
keuzeknop drukken.
→"Verwarmingsmethoden
en functies", Pagina10
Bedieningselement Toelichting
Temperatuurknop Met de temperatuurknop
stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsme-
thode in en kiest u instel-
lingen voor andere func-
ties.
De temperatuurknop kunt
u vanuit de nulstand ⁠
naar rechts draaien tot
aan de aanslag, niet ver-
der.
Afhankelijk van het appa-
raattype kan de tempera-
tuurknop worden verzon-
ken. Voor het vergrende-
lingen of ontgrendelingen
in de nulstand ⁠ op de
temperatuurknop druk-
ken.
→"Temperatuur en instel-
standen", Pagina11
Kookzone-knoppen Met de 4 kookzoneknop-
pen stelt u het vermogen
van de afzonderlijke kook-
zones in.
Aan het symbool boven
de betreffende knop kunt
u zien welke kookzone er-
mee kan worden inge-
steld.
→"Kookplaatkeuzescha-
kelaar", Pagina11
Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
3Dhetelucht Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Hetelucht zacht Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met
behulp van restwarmte.
Het beste zijn temperaturen tot 200 °C.
Pizzastand Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.
Onderwarmte Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Grill, groot Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
background
Uw apparaat leren kennen nl
11
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
Circulatiegrillen Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en onder-
warmte
Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bij-
zonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Snel verwarmen De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen.
→"Snel voorverwarmen", Pagina14
Ovenlamp De binnenruimte zonder verwarming verlichten.
Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Symbool Functie Gebruik
⁠ Nulstand Het apparaat warmt niet op.
50-275 Temperatuurbereik De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3
of
I, II, III
Grillstanden De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot
vlak en de grill of voor het klein vlak instellen.
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat in gebruik is, brandt het indica-
tielampje boven de temperatuurkeuzeknop. In de ver-
warmingspauzes gaat het indicatielampje uit.
Wanneer u voorverwarmt is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het indica-
tielampje voor het eerst uitgaat.
Opmerkingen
¡ Als de functie verlichting van de binnenruimte en
een temperatuur zijn ingesteld, brandt de opwar-
mingsindicatie ook. Het apparaat warmt hierbij niet
op.
¡ Als uw apparaat over verlichting van de binnenruim-
te als functie beschikt en als een temperatuurwaar-
de is ingesteld, brandt de opwarmingsindicatie ook.
Het apparaat warmt hierbij niet op.
¡ Door thermische traagheid kan de weergegeven
temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke
temperatuur in de binnenruimte.
Kookplaatkeuzeschakelaar
Met de kookplaatkeuzeschakelaar stelt u het verwar-
mingsvermogen van de kookplaten in.
Als de bijschakelingen worden geactiveerd, branden
de bijbehorende indicaties.
Stand Functie Toelichting
0 Nulstand De kookplaat is uitgeschakeld.
1-9 Kookstanden 1 = laagste stand
9 = hoogste stand
⁠ Inschakelen De grote kookzone met twee ringen inschakelen.
5.4 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte plaatsen.
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuif-
hoogtes worden van beneden naar boven geteld.
background
nl Accessoires
12
U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen.
→"Rekjes", Pagina17
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat
niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
De ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking voortgezet.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur
van het apparaat condensvorming optreden. Condens
is normaal en heeft geen invloed op de werking van
het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
6  Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:De accessoires kunnen door hitte vervor-
men. De vervorming heeft geen invloed op de werking.
De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires
zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Koekjes
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
6.1 Accessoires gebruiken
De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte
schuiven. Alleen zo kunnen de accessoires zonder kan-
telen ongeveer voor de helft worden uitgetrokken.
1.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving ⁠
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven schui-
ven.
2.
De accessoires volledig inschuiven, zodat de acces-
soires de apparaatdeur niet raken.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.2 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
background
Voor het eerste gebruik nl
13
7  Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
7.1 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-
schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
2.
Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de
binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afve-
gen.
3.
Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
4.
De verwarmingsmethode en de temperatuur instel-
len.
→"De Bediening in essentie", Pagina14
Verwarmings-
methode
3D‑hetelucht ⁠
Temperatuur Maximum
Tijdsduur 1uur
5.
Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-
len.
6.
Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
7.
De gladde oppervlakken met zeepsop en een
schoonmaakdoekje reinigen.
8.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
8  Kookplaat bedienen
Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie
beschreven.
8.1 Instellen van de kookplaten
Met de kookplaatschakelaar stelt u het verwarmings-
vermogen van de kookplaat in.
Kookstand
1 Laagste stand
9 Hoogste stand
8.2 Insteladvies voor het koken
Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten
en de bijbehorende kookstanden.
De bereidingstijd varieert afhankelijk van de soort, het
gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten. De
doorkookstand is afhankelijk van de gebruikte pan.
Aanwijzingen voor de bereiding
¡ Voor het aan de kook brengen kookstand9 gebrui-
ken.
¡ Dikvloeibaar voedsel af en toe omroeren.
¡ Levensmiddelen die snel en heet worden aangebra-
den of waarbij tijdens het aanbraden veel vloeistof
vrijkomt, in kleine porties aanbraden.
¡ Tips voor energiebesparend koken. →Pagina6
Gerecht Door-
kook-
stand
Door-
kookduur
in minu-
ten
Smelten
Boter, gelatine 1 -
Verwarmen of warmhouden
1
Bereid het gerecht zonder deksel.
2
Het water met afgesloten deksel aan de kook bren-
gen.
3
Kook het gerecht verder zonder deksel.
4
Het gerecht meerdere malen keren.
Gerecht Door-
kook-
stand
Door-
kookduur
in minu-
ten
Eenpansgerecht, bijv. linzen-
schotel
1 -
Melk
1
1-2 -
Gaarstoven of zachtjes laten
koken
Knoedels, balletjes
2, 3
3-4 20-30
Vis
2, 3
3 10-15
Witte saus, bijv. bechamelsaus 1 3-6
Koken, stomen of stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid
water
3 15-30
Aardappelpunten 3-4 25-30
Gekookte aardappelen 3-4 15-20
Deegwaren, pasta
2, 3
5 6-10
Eenpansgerecht, soep 3-4 15-60
Groente, vers of diepvries 3-4 10-20
Voedsel in de snelkookpan 3-4 -
Sudderen
Rollades 3-4 50-60
Stoofvlees 3-4 60-100
Goulash 3-4 50-60
Braden met weinig olie
De gerechten zonder deksel
bereiden.
Schnitzel, al dan niet gepa-
neerd
6-7 6-10
Kotelet, on/gepaneerd
4
6-7 8-12
1
Bereid het gerecht zonder deksel.
2
Het water met afgesloten deksel aan de kook bren-
gen.
3
Kook het gerecht verder zonder deksel.
4
Het gerecht meerdere malen keren.
background
nl De Bediening in essentie
14
Gerecht Door-
kook-
stand
Door-
kookduur
in minu-
ten
Steak, 3cm dik 7-8 8-12
Visfilet en visfilet, on/gepa-
neerd
4-5 8-20
1
Bereid het gerecht zonder deksel.
2
Het water met afgesloten deksel aan de kook bren-
gen.
3
Kook het gerecht verder zonder deksel.
4
Het gerecht meerdere malen keren.
Gerecht Door-
kook-
stand
Door-
kookduur
in minu-
ten
Vis of visfilet, gepaneerd en
diepvries, bijv. vissticks
6-7 8-12
Pangerechten, diepvries 6-7 6-10
Pannenkoeken 5-6 -
1
Bereid het gerecht zonder deksel.
2
Het water met afgesloten deksel aan de kook bren-
gen.
3
Kook het gerecht verder zonder deksel.
4
Het gerecht meerdere malen keren.
9  De Bediening in essentie
9.1 Inschakelen van het apparaat
De functiekeuzeknop op een stand buiten de
nulstand ⁠ draaien.
a Het apparaat is ingeschakeld.
9.2 Apparaat uitschakelen
De functiekeuzeknop op de nulstand ⁠ draaien.
a Het apparaat is uitgeschakeld.
9.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
1.
Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode
instellen.
2.
Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of
grillstand instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
3.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar
is.
Tip:De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmings-
methode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste tempe-
ratuur instellen.
10  Snel voorverwarmen
Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmingsduur verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde tem-
peraturen van boven de 100 °C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende
verwarmingsmethoden gebruiken:
¡ 3D‑hetelucht ⁠
¡ Boven- en onderwarmte ⁠
10.1 Snelvoorverwarming instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
1.
Snel voorverwarmen ⁠ met de functiekeuzeknop in-
stellen.
2.
De gewenste temperatuur met de temperatuurknop
instellen.
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Als het snel voorverwarmen eindigt, dooft de indica-
tie voor het voorverwarmen.
3.
Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
4.
Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
background
Reiniging en onderhoud nl
15
11  Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
11.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat
de verschillende oppervlakken van het apparaat niet
beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
Gebruik geen agressieve of schurende reinigings-
middelen.
Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer
het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik voor de verschillende oppervlakken van uw
apparaat uitsluitend geschikte schoonmaakmiddelen.
Houd de handleiding aan voor het reinigen van het ap-
paraat.
→"Reiniging van het apparaat", Pagina16
Apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Email, kunststof,
gelakte of van
zeefdruk voorzie-
ne oppervlakken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Knoppen ¡ Warm zeepsop Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek na-
drogen.
Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat van
glaskeramiek
¡ Glaskeramiek-reini-
gingsmiddel
Houd de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reini-
gingsmiddel zijn vermeld.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische
kookplaat.
Ovenlade ¡ Warm zeepsop Met een schoonmaakdoekje reinigen.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina18
Deurplaat ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina18
background
nl Reiniging en onderhoud
16
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmid-
del direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Geëmailleerde op-
pervlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het ap-
paraat open laten.
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt daardoor niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet
beïnvloed. Verwijder de aanslag met citroenzuur.
Glazen kapje op
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina17
Accessoires ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
11.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorko-
men, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:Houd de aanwijzingen voor het gebruik van
de reinigingsmiddelen aan.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina15
1.
Reinig het apparaat met warm zeepsop en een
schoonmaakdoekje.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina15
2.
Drogen met een zachte doek.
11.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken lei-
den.
De bedieningsknop er niet aftrekken voor het
schoonmaken.
Gebruik geen natte vaatdoekjes.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
background
Reinigingsondersteuning nl
17
11.4 Mogelijke vlekken
Om deze vlekken te vermijden, de kookplaat met voch-
tig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek na-
drogen.
Scha-
de
Oorzaak Maatregel
Vlek-
ken
Resten van
kalk en wa-
ter
Reinig de kookplaat pas wan-
neer deze is afgekoeld.
Een geschikt reinigingsmiddel
voor kookplaten van glaskera-
miek gebruiken.
Vlek-
ken
Suiker, rijst-
zetmeel of
kunststof
Direct reinigen.
Gebruik een schraper.
11.5 Kookplaat reinigen
De kookplaat na elk gebruik reinigen zodat er geen
kookresten inbranden.
Vereiste:De kookplaat moet koud zijn.
1.
Hardnekkig vuil verwijderen met een schraper voor
vitrokeramische kookplaat.
2.
Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor
glaskeramiek.
De reinigingsinstructies op de verpakking van het
reinigingsmiddel in acht nemen.
Tip:Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt
u goede reinigingsresultaten boeken.
11.6 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand
van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking:Geen schraper gebruiken.
1.
De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en
een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwas-
sen.
2.
Droog na met een zachte doek.
12  Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op
deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker wor-
den verwijderd.
12.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte dient volledig afgekoeld te
zijn.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
Een druppel afwasmiddel met 0,4 l water mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
3.
Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsme-
thode Onderwarmte ⁠ in.
4.
Met de temperatuurknop 80 °C instellen.
5.
Het apparaat 4 minuten inschakelen.
6.
Na 4 minuten het apparaat uitschakelen en ca. 20
minuten laten afkoelen.
12.2 Binnenruimte na gebruik reinigen
LET OP!
Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er
corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De deur van het apparaat openen en het restwater
met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Ver-
wijder hardnekkige resten met een schuursponsje
van roestvrij staal.
3.
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte
doek. Met schoon water afnemen en met een zach-
te doek ook onder de deurafdichting droogwrijven.
4.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
Om de binnenruimte te laten afkoelen, de deur
van het apparaat in ca. 30° grendelstand ca.1
uur openen.
Om de binnenruimte sneller te drogen, het appa-
raat met geopende deur ca. 5 minuten met 3D-
hetelucht ⁠ en 50°C opwarmen.
13  Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
kunnen deze worden verwijderd.
13.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
Laat het apparaat afkoelen.
Houd kinderen op een veilige afstand.
background
nl Apparaatdeur
18
1.
Het rekje aan de voorkant naar boven tillen en los-
maken.
2.
Daarna het hele rekje naar voren drukken en verwij-
deren.
13.2 Rekjes inhangen
1.
Het rekje eerst in de achterste bus steken, iets naar
achteren drukken
2.
en in de voorste bus steken.
De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoog-
ten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten
3, 4 en 5 boven.
14  Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de
buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de
apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is veront-
reinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en rei-
nigen.
14.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent
dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig
geopend zijn.
1.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien
van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhen-
dels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.
background
Apparaatdeur nl
19
2.
Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen
van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de schar-
nieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
14.2 Apparaatdeur verwijderen
1.
De ovendeur volledig openen.
2.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
3.
De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide han-
den links en rechts vastpakken. Nog wat verder slui-
ten en eruit trekken.
14.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de oven-
deur demonteren.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe
randen hebben.
Gebruik handschoenen.
1.
De ovendeur verwijderen.
→"Apparaatdeur verwijderen", Pagina19
2.
Met de greep naar onderen op een doek leggen.
3.
Voor het demonteren van de bovenste afdekking de
ovendeur links en rechts met de vingers het lipje in-
drukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
4.
Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
5.
De ruit optillen en er uit trekken.
background
nl Apparaatdeur
20
14.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right
above" niet ondersteboven staat.
1.
De ruit schuin naar achteren inschuiven.
2.
De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen
en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant in-
voeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan
de buitenkant bevinden.
3.
De afscherming op de bovenkant van de ovendeur
plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
4.
Ovendeur inhangen.
→"Apparaatdeur inhangen", Pagina20
Opmerking:De oven pas gebruiken als de ruiten cor-
rect zijn ingebouwd.
14.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbren-
gen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een schar-
nier kan plotseling dichtklappen.
In dit geval niet aan het scharnier vasthouden.
Neem contact op met de klantenservice.
1.
Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat bei-
de scharnieren in de openingsrichting worden inge-
voerd.
2.
De keep op het scharnier moet aan beide zijden in-
klikken.
3.
Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
4.
Apparaatdeur sluiten.
14.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de
ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn ex-
tra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te
worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt
van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale ac-
cessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet wor-
den.
Houd kinderen in het oog wanneer de oven in ge-
bruik is.
background
Storingen verhelpen nl
21
15  Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
15.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
15.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen
van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of
in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak
nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een scho-
ne, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de
lamp verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder stroom.
Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat
het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke
elektrische schok te voorkomen.
Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektri-
citeitsnet.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Het glazen kapje er naar links uitdraaien.
3.
Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.
4.
De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de
fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
background
nl Transporteren en afvoeren
22
16  Transporteren en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het appa-
raat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u
uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
16.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
16.2 Transporteren van het apparaat
Bewaar de originele verpakking van het apparaat.
Transporteer het apparaat alleen in de originele verpak-
king. Let op de transportpijlen op de verpakking.
1.
Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het
apparaat met plakband, dat zonder sporen verwij-
derd kan worden.
2.
Schuif alle toebehoren zoals de bakplaat met een
dunne strook karton aan beide zijden in de vakken
om beschadiging van het apparaat te voorkomen.
3.
Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van
de bakplaat en de achterzijde van de deur om te
voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde
van de glazen deur stoot.
4.
Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste
afdekking met plakband aan de zijden van het ap-
paraat.
Wanneer de originele verpakking niet meer
beschikbaar is
1.
Om voldoende bescherming tegen eventuele trans-
portschade te waarborgen, het apparaat in bescher-
mende verpakking verpakken.
2.
Het apparaat rechtop transporteren.
3.
Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan
aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze
dan beschadigd kunnen raken.
4.
Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
17  Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het
apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan contact op met
onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
17.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
background
Zo lukt het nl
23
18  Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
18.1 Zo gaat u te werk
Opmerking:
Houd de volgende belangrijke basisinformatie aan
wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt:
¡ →"Veiligheid", Pagina2
¡ →"Energie besparen", Pagina6
¡ →"Materiële schade vermijden", Pagina5
1.
Kies een geschikt gerecht uit het gerechtenover-
zicht.
Opmerking:Wanneer u niet precies het gerecht of
de toepassing vindt dat u wilt bereiden resp. die u
wilt uitvoeren, ga dan te werk aan de hand van een
gelijksoortig gerecht.
2.
Verwijder accessoires uit de binnenruimte.
3.
Kies geschikte vormen en accessoires.
Gebruik de vormen en accessoires welke in het in-
steladvies zijn aangegeven.
4.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het re-
cept of de insteladviezen dit aangeven.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
6.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom
vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur
niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar
is.
18.2 Condensvorming
Hier leest u hoe condens ontstaat, hoe u schade kunt
voorkomen en hoe u condensvorming kunt reduceren.
Bij de bereiding van levensmiddelen kan er veel water-
damp ontstaan in de binnenruimte. Omdat het appa-
raat zeer energie-efficiënt is, komt er tijdens het gebruik
slechts weinig warmte naar buiten. Door de hoge tem-
peratuurverschillen tussen de binnenruimte van het ap-
paraat en de buitenste apparaatonderdelen kan con-
densvorming optreden bij de apparaatdeur, het bedie-
ningspaneel of aangrenzende meubelfronten. De vor-
ming van condens is een normaal natuurkundig ver-
schijnsel.
Om schade te voorkomen het condens afvegen.
Als u het apparaat voorverwarmt, wordt er minder con-
dens gevormd.
18.3 Goed te weten
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerech-
ten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Kies eerst de lagere waarde en
kies indien nodig de volgende keer hogere waar-
den.
De bereidingstijden kunnen niet verkort worden
door hogere temperaturen in te stellen. De gerech-
ten worden van buiten gaar, maar van binnen niet
goed doorbakken.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. U
kunt tot wel 20% energie besparen.
Voorverwarmen is doorgaans niet nodig. Wanneer u
toch wilt voorverwarmen, dan worden de aangege-
ven baktijden enkele minuten korter.
Voor sommige gerechten is voorverwarmen vereist.
Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in
de binnenruimte.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en
spaart u tot wel 20% energie.
¡ Gebruik uitsluitend originele accessoires.
De originele accessoires zijn optimaal afgestemd op
de binnenruimte en de verwarmingsmethoden.
Let erop dat u de accessoires op de juiste manier
er in schuift.
bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de geko-
zen temperatuur. Knip het bakpapier altijd op maat.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een
luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmings-
elementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tij-
dens het bereiden los op het accessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met
een vorm.
18.4 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.
Bakken op één niveau Hoogte
rijzende deegwaren/gebak resp. vorm
op het rooster
2
platte deegwaren/gebak resp. in bak-
blik
2 - 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
background
nl Zo lukt het
24
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakblikken
Braadslede
Bakblikken
5
3
1
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gerechten die gelijktijdig in de oven worden
geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te
zijn.
In een dergelijk geval kunt u het product dat klaar is
uit de oven halen en het andere bakblik verder laten
bereiden. Indien nodig kunt u de positie en richting
van de bakblikken wijzigen.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte. Door de gerechten
gelijktijdig te bereiden, kunt u energie besparen.
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
18.5 Taart en gebak
Insteladvies voor taart en gebak
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoe-
veelheid en kwaliteit van het deeg. Daarom zijn in de
tabellen bereiken aangegeven. Kies eerst een korte
tijdsduur. Stel indien nodig de volgende keer een lan-
gere tijdsduur in. Een lagere temperatuur zorgt ervoor
dat gelijkmatiger bruin worden.
Tips voor het bakken
Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u
verzameld.
Onderwerp Tip
Uw gebak moet gelijkma-
tig rijzen.
¡ Vet alleen de bodem
van de springvorm in.
¡ Maak het gebak na het
bakken voorzichtig
met een mes los uit de
bakvorm.
Klein gebak mag tijdens
de bereiding niet aan el-
kaar plakken.
Houd rondom elk stuk
een minimale afstand van
2 cm aan. Zo is er vol-
doende plaats om het ge-
bak goed te laten rijzen
en helemaal bruin te laten
worden.
Vaststellen of het gebak
afgebakken is.
Steek met een houten
prikker op het hoogste
punt plaats in het gebak.
Wanneer er geen deeg
meer aan de prikker zit, is
het gebak klaar.
U wilt bakken volgens uw
eigen recept.
Stem het bakken dan af
op soortgelijk gebak in de
baktabellen.
Gebruik bakvormen van
siliconen, glas of kera-
miek.
¡ De vorm moet tot
250°C hittebestendig
zijn.
¡ In deze vormen wordt
het gebak minder
bruin.
Insteladvies
Gebak in vormen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Cake, eenvoudig Krans- of rechthoeki-
ge vorm
2 ⁠ 160-180 50-60
Cake, eenvoudig, 2niveaus Krans- of rechthoeki-
ge vorm
3+1 ⁠ 140-160 60-80
Cake, fijn Krans- of rechthoeki-
ge vorm
2 ⁠ 150-170 60-80
Taartbodem van beslag Taartbodemvorm 3 ⁠ 160-180 30-40
Vruchten- of kwarktaart met bodem van
zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 ⁠ 160-180 70-90
Strudel Taartvorm 1 ⁠ 200-240 25-50
Pastei Springvorm Ø28cm 2 ⁠ 160-180 25-35
Cake Tulbandvorm 2 ⁠ 150-170 60-80
Biscuittaart, 3 eieren Springvorm Ø26cm 2 ⁠ 160-170 30-40
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm Ø28cm 2 ⁠ 160-170 35-45
background
Zo lukt het nl
25
Plaatgebak
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Cake met bedekking Braadslede 3 ⁠ 160-180 20-45
Cake, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 140-160 30-55
Zandtaartdeeggebak met droge bedek-
king
Braadslede 2 ⁠ 170-190 25-35
Zandtaartdeeggebak met droge bedek-
king, 2 niveaus
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 160-170 35-45
Zandtaartdeeggebak met vochtige be-
dekking
Braadslede 2 ⁠ 160-180 60-90
Gebak van gistdeeg met droge bedek-
king
Braadslede 3 ⁠ 170-180 25-35
Gistdeeggebak met droge bedekking,
2niveaus
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 150-170 20-30
Gebak van gistdeeg met vochtige be-
dekking
Braadslede 3 ⁠ 160-180 30-50
Gebak van gistdeeg met vochtige be-
dekking, 2 niveaus
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 150-170 40-65
Broodvlecht, broodkrans Braadslede 2 ⁠ 160-170 35-40
Cakerol Braadslede 2 ⁠ 170-190
1
15-20
Strudel, zoet Braadslede 2 ⁠ 190-210 55-65
Strudel, diepvries Braadslede 3 ⁠ 180-200 35-45
1
Het apparaat voorverwarmen.
Klein gebak van gistdeeg
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Muffins Muffinplaat op het
rooster
2 ⁠ 170-190 20-40
Muffins, 2 niveaus Muffinplaat op het
rooster
3+1 ⁠ 160-170 30-40
Klein gebak Braadslede 3 ⁠ 150-170 25-35
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 150-170 25-40
Bladerdeeggebak Braadslede 3 ⁠ 180-200 20-30
Bladerdeeggebak, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 180-200 25-35
Bladerdeeggebak, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 ⁠ 170-190 30-45
background
nl Zo lukt het
26
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Gebak van soezendeeg, bijvoorbeeld
profiteroles, eclairs
Braadslede 3 ⁠ 190-210 35-50
Gebak van soezendeeg, 2 niveaus,
bijv. profiteroles, eclairs
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 190-210 35-45
Koekjes
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Spritskoekjes Braadslede 3 ⁠ 140-150
1
30-40
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 140-150
1
30-45
Sprits, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 ⁠ 130-140
1
40-55
Koekjes Braadslede 3 ⁠ 140-160 20-30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 130-150 25-35
Koekjes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 ⁠ 130-150 30-40
Schuimgebak Braadslede 3 ⁠ 80-100 100-150
Schuimgebak, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 90-100 100-150
Kokosmakronen Braadslede 2 ⁠ 100-120 30-40
Kokosmakronen, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 100-120 35-45
Kokosmakronen, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 ⁠ 100-120 40-50
Spritskoekjes Braadslede 3 ⁠ 180-200 25-35
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet
om voor te verwarmen.
Tips voor de volgende keer dat er gebakken
wordt
Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u
hier tips.
Onderwerp Tip
Uw gebak zakt in. ¡ Houd de opgegeven
ingrediënten en berei-
dingsaanwijzingen in
het recept aan.
¡ Gebruik minder vloei-
stof.
Of:
¡ Verlaag de baktempe-
ratuur met 10 °C en
verleng de baktijd.
background
Zo lukt het nl
27
Onderwerp Tip
Uw gebak is te droog. Verhoog de baktempera-
tuur met 10°C en verkort
de baktijd.
Uw gebak is over het ge-
heel te licht.
¡ Controleer de inschuif-
hoogte en de acces-
soires.
¡ Verhoog de baktempe-
ratuur met 10°C.
Of:
¡ Verleng de baktijd.
Uw gebak is aan de bo-
venkant te licht, maar aan
de onderkant te donker.
Plaats het gebak één ni-
veau hoger.
Uw gebak is aan de bo-
venkant te donker, maar
aan de onderkant te licht.
¡ Plaats het gebak één
niveau lager.
¡ Verlaag de baktempe-
ratuur en verleng de
baktijd.
Uw gebak is onregelmatig
gebruind.
¡ Verlaag de baktempe-
ratuur.
¡ Knip het bakpapier in
de juiste afmetingen.
¡ Plaats de bakvorm in
het midden.
¡ Kleine stukken gebak
qua grootte en dikte
zoveel mogelijk een-
vormig maken.
Onderwerp Tip
Uw gebak is van buiten
gaar, maar van binnen
nog niet goed doorbak-
ken.
¡ Verlaag de baktempe-
ratuur en verleng de
baktijd.
¡ Minder vloeistof toe-
voegen.
Bij gebak met vochtige
bedekking:
¡ De bodem voorbak-
ken.
¡ Bestrooi de gebakken
bodem met amande-
len of paneermeel.
¡ Leg de bedekking op
de bodem.
Het gebak laat niet los
wanneer u het uit de vorm
wilt storten.
¡ Laat het gebak na het
bakken 5-10minuten
afkoelen.
¡ Maak de rand van het
gebak voorzichtig los
met een mes.
¡ Stort het gebak op-
nieuw en bedek de
vorm meerdere keren
met een natte, koude
doek.
¡ Vet de vorm de vol-
gende keer in en be-
strooi deze met pa-
neermeel.
18.6 Brood en broodjes
De waarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg
op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige
vorm.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Insteladvies
Brood en broodjes
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Brood, 750g, in rechthoekige vorm en
op de plaat
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 ⁠ 180-200 50-60
Brood, 1000g, in rechthoekige vorm
en op de plaat
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 ⁠ 200-220 35-50
1
De bereidingsprocedure moet op de bakplaat van het apparaat plaatsvinden.
2
Het apparaat voorverwarmen.
background
nl Zo lukt het
28
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Brood, 1500g, in rechthoekige vorm
en op de plaat
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 ⁠ 180-200 60-70
Plat rond brood Braadslede 3 ⁠ 240-250 25-30
Plat rond brood, diepvries
1
Braadslede 2 ⁠ 200-220
2
10-25
Broodjes, zoet, vers Braadslede 3 ⁠ 170-180
2
20-30
Broodjes, zoet, vers, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 160-180
2
15-25
Broodjes, vers Braadslede 3 ⁠ 200-220 20-30
Belegde toast, 4 stuks Rooster 3 ⁠ 200-220 15-20
Belegde toast, 12 stuks Rooster 3 ⁠ 220-240 15-25
1
De bereidingsprocedure moet op de bakplaat van het apparaat plaatsvinden.
2
Het apparaat voorverwarmen.
18.7 Pizza, quiche en hartige taart
Hier vindt u informatie over pizza, quiche en hartige taart.
Insteladvies
Pizza, quiche en hartige taart
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Pizza, vers Braadslede 3 ⁠ 170-190 20-30
Pizza, vers, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 160-180 35-45
Pizza, vers, dunne bodem Braadslede 2 ⁠ 250-270
1
20-30
Pizza, gekoeld Braadslede 1 ⁠ 180-200
1
10-15
Pizza, diepvries, dunne bodem, 1stuks Rooster 2 ⁠ 190-210 15-20
Pizza, diepvries, dunne bodem, 2 stuks Braadslede
+
Rooster
3+1 ⁠ 190-210 20-25
Pizza, diepvries, dikke bodem, 1 stuks Rooster 3 ⁠ 180-200 20-25
Pizza, diepvries, dikke bodem, 2 stuks Braadslede
+
Rooster
3+1 ⁠ 170-190 20-30
Mini-pizza's, diepvries Braadslede 3 ⁠ 190-210 10-20
Hartige taart in de vorm Springvorm Ø28cm 2 ⁠ 170-190 40-50
Quiche, Zwitserse taart Taartvorm 2 ⁠ 190-210 35-45
Pasteigebak Ovenschaal 2 ⁠ 170-190 55-65
Empanada Braadslede 3 ⁠ 180-190 35-45
Börek Braadslede 3 ⁠ 190-210 25-35
1
Het apparaat voorverwarmen.
background
Zo lukt het nl
29
18.8 Ovenschotels en gegratineerde
gerechten
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhanke-
lijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het
gerecht.
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten
een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm heb-
ben de gerechten meer tijd nodig en worden donker-
der aan de bovenkant.
U kunt in vormen of in de braadslede bakken.
¡ Vormen op het rooster: hoogte 2
¡ Braadslede: hoogte2
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u ener-
gie besparen. Plaats de vormen naast elkaar in de bin-
nenruimte.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte
ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
Plaats hete glazen vormen op een droge onderzet-
ter.
Insteladvies
Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde in-
grediënten
Ovenschaal 2 ⁠ 200-220 30-60
Ovenschotel, zoet Ovenschaal 2 ⁠ 180-200 50-60
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten,
4cm hoog
Ovenschaal 2 ⁠ 150-170 60-80
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten,
4cm hoog, 2niveaus
Ovenschaal 3+1 ⁠ 150-160 70-80
18.9 Gevogelte, vlees en vis
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte, vlees en
vis en voorgestelde gewichten.
Wanneer u gerechten maakt die groter of zwaarder zijn
dan is aangegeven in de aanbevelingen voor de instel-
ling, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur.
Ga bij meerdere stukken uit van het gewicht van het
zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De af-
zonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor
groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot 1/2liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
¡ Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen ge-
sloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
¡ Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats boven-
dien de braadslede, met de schuine kant naar de
apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eron-
der. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Maakt u gerechten in vormen klaar, dan kunt u ze een-
voudiger uit de binnenruimte nemen en direct in de
vorm opdienen. Bij de bereiding in gesloten vormen
blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
¡ Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn
voor de oven.
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Controleer van tevoren of de vorm in de binnenruim-
te past.
¡ Vormen van glas zijn het meest geschikt.
¡ Glanzende braadpannen van roestvrij staal of alumi-
nium zijn slechts in beperkte mate geschikt. Ze re-
flecteren de warmte als een spiegel. Het product
wordt langzamer gaar en minder bruin. De tempera-
tuur in overeenstemming hiermee verhogen en de
bereidingstijd verlengen.
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de
braadvorm aan.
Open vorm
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
¡ Gebruik een passend, goed sluitend deksel.
¡ De vorm op het rooster plaatsen.
¡ Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten
braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor
een braadslede met glazen deksel. Kies een hogere
temperatuur.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte
ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
Plaats hete glazen vormen op een droge onderzet-
ter.
background
nl Zo lukt het
30
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van
de opgegeven tijd.
¡ Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de
vorm. Zorg ervoor dat de bodem van de vorm met
ca. 1-2cm vloeistof bedekt is.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
¡ Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork
in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het
droog.
¡ Zout steaks pas na het grillen. Zout onttrekt water
aan het vlees.
Tips voor gevogelte, vlees en vis
Houd de aanwijzingen aan bij de bereiding van gevo-
gelte, vlees en vis
Gevogelte
¡ Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in.
Zo kan het vet weglopen.
¡ Snijd bij eendenborst het vel in. Keer de eenden-
borst niet.
¡ Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het
tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met
boter, zout water of sinaasappelsap.
Vlees
¡ Bestrijk mager vlees naar wens met vet of verdeel
het in reepjes.
¡ Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje
vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van
de vorm ca.1/2cm hoog met vloeistof bedekt zijn.
¡ Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren
van braadstuk op dat eerst het zwoerd onder ligt.
¡ Als het braadstuk klaar is, moet het nog 10 minuten
in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven
liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen.
Wikkel het braadvlees eventueel in aluminiumfolie.
Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen
rusttijd niet inbegrepen.
¡ Het braden en stoven in een vorm is handiger. U
kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de
binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm
bereiden.
¡ De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort
vlees, het materiaal van de vormen en het gebruik
van een deksel. Wanneer u vlees in geëmailleerde
of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer
vloeistof nodig dan in glazen vormen.
¡ Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de
vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat hete vloeistof
toe.
¡ De afstand tussen het vlees en het deksel moet
minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de
bereiding uitzetten.
¡ Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst
aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of
iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm
dient ca 1-2cm bedekt te zijn.
Vis
¡ Hele vissen moet u niet keren.
¡ Plaats de hele vis in de zwemstand in de binnen-
ruimte, met de rugvin naar boven.
¡ Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste
vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
¡ De vis is gaar wanneer de rugvin gemakkelijk los-
laat.
¡ Doe bij het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof
en wat citroensap of azijn in de vorm.
Tips voor het braden en stoven
Houd deze tips aan voor goede resultaten bij braden
en stoven.
Onderwerp Tip
Mager vlees moet niet uit-
drogen.
¡ Bestrijk het vlees naar
wens met vet of leg er
reepjes spek op.
Volg onderstaande stap-
pen wanneer u een
braadstuk met zwoerd wilt
bereiden:
¡ Snij de zwoerd kruis-
lings in.
¡ Braad het braadstuk
eerst met de zwoerd
naar onder.
De binnenruimte moet zo
schoon mogelijk blijven.
¡ Bereid het product in
een gesloten braadsle-
de bij een hoge tem-
peratuur.
Of:
¡ Gebruik het grillroos-
ter. U kunt het grill-
rooster als speciaal
accessoire naderhand
kopen.
Vlees moet heet en sap-
pig blijven, bijv. rosbief.
¡ Wanneer het braad-
stuk klaar is, dit 10mi-
nuten in de gesloten
binnenruimte van de
uitgeschakelde oven
laten rusten. Zo kan
het vleessap zich beter
verdelen. Bij de opge-
geven bereidingstijd is
de aanbevolen rusttijd
niet inbegrepen.
¡ Wikkel het product na
de bereiding in alumi-
niumfolie.
background
Zo lukt het nl
31
Insteladvies
Gevogelte
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 ⁠ 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 ⁠ 220-230 30-35
Kipsticks, nuggets, diepvries Braadslede 3 ⁠ 190-210 20-25
Eend, ongevuld, 2kg Open vorm 2 ⁠ 190-210 100-110
Eendenborst, medium, à 300g Open vorm 3 ⁠ 240-260 30-40
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 ⁠ 170-190 120-140
Ganzenbouten, à 350g Open vorm 3 ⁠ 220-240 40-50
Kleine kalkoen, 2,5 kg Open vorm 2 ⁠ 180-200 80-100
Kalkoenfilet, zonder been, 1kg Gesloten servies 2 ⁠ 240-260 80-100
Kalkoendij, met been, 1kg Open vorm 2 ⁠ 180-200 90-100
Vlees
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 1 ⁠ 180-200 140-160
Gebraden varkensvlees met zwoerd,
bijv. schouderstuk, 2kg
Open vorm 1 ⁠ 170-190 190-200
Gebraden varkenslende, 1,5kg Gesloten servies 2 ⁠ 190-210 130-140
Varkenssteaks, 2cm dik Rooster 4 ⁠ 3 20-25
1
Runderfilet, medium, 1kg Open vorm 3 ⁠ 210-220 45-55
Gestoofd rundvlees, 1,5kg Gesloten servies 2 ⁠ 200-220 100-120
2
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 ⁠ 200-220 60-70
Hamburger, 3-4cm hoog Rooster 4 ⁠ 3
3
25-30
1
Gebraden kalfsvlees, 1,5kg Open vorm 2 ⁠ 180-200 120-140
Kalfsschenkel, 1,5kg Gesloten servies 2 ⁠ 210-230 130-150
Lamsbout zonder been, medium,
1,5kg
Open vorm 2 ⁠ 170-190 70-80
4
Lamsrack met been, medium, 1,5kg Open vorm 2 ⁠ 180-190 45-55
4
Grillworsten Rooster 3 ⁠ 3 20-25
1
Gehaktbrood, 1kg Open vorm 2 ⁠ 170-180 70-80
1
De braadslede onder het rooster inschuiven.
2
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
Vis
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Vis, gegrild, heel 300g, bijv. forel Rooster 2 ⁠ 2 20-25
1
Vis, gegrild, heel 1kg, bijv. zeebrasem Rooster 2 ⁠ 180-200 45-50
1
1
De braadslede onder het rooster inschuiven.
background
nl Zo lukt het
32
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Vis, gegrild, heel, 1,5kg, bijv. zalm Rooster 2 ⁠ 170-190 50-60
1
Visfilet / viskotelet, 2-3cm dik, gegrild Rooster 3 ⁠ 2 20-25
1
1
De braadslede onder het rooster inschuiven.
Tips voor de volgende keer braden
Wanneer er bij het braden een keer iets niet direct lukt,
dan vindt u hier tips.
Onderwerp Tip
Het vlees is te donker en
de korst is op enkele
plaatsen verbrand.
¡ Kies een lagere tem-
peratuur.
¡ Verkort de braadduur.
Uw braadstuk is te droog. ¡ Kies een lagere tem-
peratuur.
¡ Verkort de braadduur.
De korst van uw braad-
stuk is te dun.
¡ Verhoog de tempera-
tuur.
Of:
¡ Schakel na het einde
van de braadduur kort
de grill in.
Onderwerp Tip
Uw braadsaus is aange-
brand.
¡ Kies een kleinere
vorm.
¡ Voeg bij het braden
meer vloeistof toe.
Uw braadsaus is te licht
en te waterig.
¡ Kies een grotere vorm
om ervoor te zorgen
dat er meer vloeistof
verdampt.
¡ Voeg bij het braden
minder vloeistof toe.
Wanneer u vlees stooft,
brandt het vlees aan.
¡ Controleer of de
braadvorm en het dek-
sel bij elkaar passen
en goed sluiten.
¡ Verlaag de tempera-
tuur.
¡ Voeg bij het stoven
vloeistof toe.
18.10 Groente & bijgerechten
Hier vindt u informatie over de bereiding van groenteproducten, welke u als bijgerechten bij uw maaltijd kunt gebrui-
ken.
Insteladvies
Groente & bijgerechten
Houd u aan de informatie in de tabel.
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Gegrilde groente Braadslede 5 ⁠ 3 10-20
Gebakken aardappels, gehalveerd Braadslede 3 ⁠ 190-210 25-35
Aardappelproducten, diepvries, bijv. fri-
tes, kroketten, aardappelflappen, Rösti
Braadslede 3 ⁠ 200-220 25-35
Frites, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 190-210 30-40
18.11 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk met 3,5% vetgehalte op 90°C verwar-
men op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Houdbare melk slechts tot 40°C opwarmen.
3.
30g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk
roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen met deksel.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
background
Zo lukt het nl
33
8.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.
Insteladvies
Yoghurt
Gerecht Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode /
Functie
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Yoghurt Kopje / glas Bodem van de binnen-
ruimte
⁠ - 4-5 uur
18.12 Tips voor een acrylamide-arme
bereiding
Acrylamide is schadelijk voor de gezondheid en ont-
staat wanneer u graanproducten en aardappelproduc-
ten bij zeer grote hitte bereidt.
Gerecht Tip
Alge-
meen
¡ De bereidingstijden zo kort mogelijk
houden.
¡ Gerechten goudgeel, en niet te donker
laten worden.
¡ Gebruik grote, dikke producten. Deze
bevatten minder acrylamide.
Bakken ¡ Boven- en onderwarmte op max.
200°C instellen.
¡ De temperatuur bij hete lucht op max.
180°C instellen.
Koekjes ¡ Gebak en koekjes met ei of eigeel be-
strijken. Dit vermindert de vorming van
acrylamide.
Oven-fri-
tes
¡ Frites gelijkmatig en in één laag over
de plaat verdelen.
¡ Minstens 400g per plaat bakken, zo-
dat de frites niet uitdrogen.
18.13 Drogen
Met hete lucht kunt u levensmiddelen uitstekend dro-
gen. Bij deze conserveringsmethode worden aroma-
stoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort,
vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levens-
middelen. Hoe langer u de levensmiddelen laat drogen,
des te beter ze geconserveerd zijn. Hoe dunner u deze
snijdt, des te sneller het einde van de droogtijd bereikt
wordt en des te meer aroma het gedroogde product
behoudt. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Voorbereiding om te drogen
1.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder
gebreken en was deze grondig. Bedek het rooster
met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten
goed afdruipen en maak ze droog.
2.
Snij het fruit in dunne stukken of plakjes van gelijke
grootte. Leg ongeschild fruit op de schaal met de
snijvlakken naar boven.
Let erop dat zowel fruit als paddestoelen niet op el-
kaar liggen op het rooster.
3.
Rasp de groenten en blancheer ze aansluitend. Laat
de geblancheerde groenten afdruipen en verdeel ze
gelijkmatig over het rooster.
4.
Droog kruiden samen met de steel. Leg de kruiden
gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
5.
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren.
Het gedroogde gerecht direct na het drogen losma-
ken van het papier.
Insteladvies
Drogen
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Wilt u andere levensmiddelen
drogen, neem dan soortgelijke levensmiddelen in de tabel als uitgangspunt.
Opmerking:
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:
¡ 1 rooster: hoogte 3
¡ 2 roosters: hoogte 3+1
Gerecht Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode
Tempera-
tuur in°C
Tijdsduur,
minuten
Pitvruchten, bijv. appelringen,
3mm dik, per rooster 200g
Rooster 3
3+1
⁠ 80 4-8 uur
Wortelgewassen, bijv. wortels, ge-
raspt, geblancheerd
Rooster 3
3+1
⁠ 80 4-7 uur
background
nl Zo lukt het
34
Gerecht Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode
Tempera-
tuur in°C
Tijdsduur,
minuten
Paddestoelen in plakjes Rooster 3
3+1
⁠ 80 5-8 uur
Kruiden, schoongemaakt Rooster 3
3+1
⁠ 60 2-5 uur
18.14 Inmaken
Conserveer fruit en groente door ze te verwarmen en
luchtdicht af te sluiten in potten.
¡ Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en on-
beschadigde rubber afdichtringen en klemmen.
¡ Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebre-
ken.
¡ Gebruik uitsluitend glazen van dezelfde maat en met
dezelfde levensmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Door een fout bij het inmaken kunnen de weckglazen
barsten.
Houd de aangegeven instelwaarden aan.
Gebruik schone en onbeschadigde weckglazen.
Maximaal zes glazen met een ½ of 1 liter gelijktijdig
inkoken. Geen grotere glazen gebruiken.
Fruit en groenten voor het inkoken voorbereiden
1.
Fruit en groente grondig wassen.
2.
Fruit en groenten voorbereiden, bijv. schillen, ontpit-
ten en in stukjes maken.
3.
Glas tot ca. 2cm onder de rand vullen.
4.
Vul de glazen verder met hete vloeistof.
Voor 1-liter glazen is ca. 400ml vloeistof nodig.
Bij fruit: afgeschuimde suikeroplossing
ca. 250g suiker bij zoet fruit
Ca. 500g suiker bij zuur fruit
Bij groente:
gekookt water
5.
De randen van het glas afnemen. Deze moeten
schoon zijn.
6.
Leg op elk glas een natte rubberen ring en een dek-
sel.
7.
Sluit de potten af met klemmen.
Fruit of groente inkoken
1.
De braadslede op hoogte 2 inschuiven.
2.
Plaats de voorbereide glazen zo in de braadslede
dat ze elkaar niet raken.
3.
500ml heet water van ca. 80°C in de braadslede
doen.
4.
Stel het apparaat in overeenkomstig de aanbevolen
instelwaarden.
a Na ca. 40 tot 50 minuten stijgen er met korte tus-
senpozen belletjes op. De inhoud van het glas "bor-
relt".
5.
Fruit
Wanneer alle glazen "borrelen", het apparaat uit-
schakelen.
De glazen na de aangegeven nawarmtijd uit de
binnenruimte halen.
6.
Groente
Wanneer alle glazen "borrelen", de temperatuur
tot 120°C reduceren.
Het apparaat na de aangegeven nawarmtijd uit-
schakelen en de glazen uit de binnenruimte ne-
men.
7.
LET OP!
Bij grote temperatuurverschillen kunnen de glazen
barsten
Glazen niet op een koude of natte ondergrond
plaatsen.
Bescherm de glazen tegen tocht.
De glazen op een schone doek plaatsen en afdek-
ken.
8.
Wanneer de glazen zijn afgekoeld de klemmen ver-
wijderen.
Insteladvies
Inmaken
De aangegeven tijden in de tabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente. Deze kunnen worden beïn-
vloed door de omgevingstemperatuur, het aantal glazen en de hoeveelheid, temperatuur en kwaliteit van de inhoud.
De informatie heeft betrekking op ronde glazen van 1 liter.
Gerecht Accessoires /
vormen
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur
in°C
Tijdsduur, minuten
Groente, rode bieten: 1 liter inmaak-
glazen
2 ⁠ 1. 170-180
2. 120-140
3. -
1. tot aan het borrelen
2. wanneer het borrelen be-
gint: 35
3. Restwarmte: 30
Groenten, bijv. komkom-
mer
1 liter inmaak-
glazen
2 ⁠ 1. 170-180
2. -
1. tot aan het borrelen
2. Restwarmte: 35
background
Zo lukt het nl
35
Gerecht Accessoires /
vormen
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur
in°C
Tijdsduur, minuten
Groente, bijv. spruitjes 1 liter inmaak-
glazen
2 ⁠ 1. 170-180
2. 120-140
3. -
1. tot aan het borrelen
2. wanneer het borrelen be-
gint: 45
3. Restwarmte: 30
Groente, bijv. bonen, kool-
rabi, rodekool
1 liter inmaak-
glazen
2 ⁠ 1. 170-180
2. 120-140
3. -
1. tot aan het borrelen
2. wanneer het borrelen be-
gint: 60
3. Restwarmte: 30
Groente, bijv. erwten 1 liter inmaak-
glazen
2 ⁠ 1. 170-180
2. 120-140
3. -
1. tot aan het borrelen
2. wanneer het borrelen be-
gint: 70
3. Restwarmte: 30
Steenvruchten, bijv. ker-
sen, abrikozen, perzik,
druiven, kruisbessen, prui-
men
1 liter inmaak-
glazen
2 ⁠ 1. 170-180
2. -
1. tot aan het borrelen
2. Restwarmte: 30
Pitvruchten, bijv. appel,
aardbeien, zwarte bessen
1 liter inmaak-
glazen
2 ⁠ 1. 170-180
2. -
1. tot aan het borrelen:
30-40
2. Restwarmte: 25
Gepureerd fruit, bijv. ap-
pel, peren en pruimen
1 liter inmaak-
glazen
2 ⁠ 1. 170-180
2. -
1. tot aan het borrelen:
30-40
2. Restwarmte: 35
18.15 Deeg laten rijzen
Laat gistdeeg in uw apparaat sneller laten rijzen dan bij
kamertemperatuur.
Deeg laten rijzen
Laat gistdeeg altijd in 2 stappen rijzen: eenmaal als los
deeg en de tweede maal in de bakvorm.
1.
Doe het deeg in een hittebestendige schaal.
2.
Plaats de schaal op een rooster.
3.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
Start de werking alleen wanneer de binnenruimte
geheel is afgekoeld.
4.
Open tijdens het rijzen de apparaatdeur niet omdat
er anders vocht ontsnapt.
5.
Het deeg verder verwerken en in de uiteindelijk bak-
vorm doen.
6.
Schuif het deeg op de aangegeven inschuifhoogte
in de oven.
Tip:Wanneer u wilt voorverwarmen, het rijzen in de
bakvorm niet in de oven uitvoeren.
Insteladvies
Deeg laten rijzen
Temperatuur en duur van het rijzen zijn afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de ingrediënten. Daarom zijn de
waarden in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur
in°C
Tijdsduur, mi-
nuten
Gistdeeg, licht 1. Schaal
2. Braadslede
1. 2
2. 2
1. ⁠
2. ⁠
1. 50
1
2.50
1
1. 25-30
2.10-20
Gistdeeg, zwaar en vetrijk 1. Schaal
2. Braadslede
1. 2
2. 2
1. ⁠
2. ⁠
1. 50
1
2.50
1
1.60-75
2.45-60
1
Warm het apparaat 5 minuten voor.
18.16 Ontdooien
Geschikt voor het ontdooien van diepvries fruit, groente
en gebak. Gevogelte, vlees en vis kunt u het beste in
de koelkast ontdooien. Niet geschikt voor room- of
slagroomtaarten.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het ontdooi-
en:
¡ 1 rooster: hoogte 2
¡ 2 roosters: hoogte 3+1
Opmerking:Vlak of in porties ingevroren producten
ontdooien sneller dan wanneer ze als blok zijn bevro-
ren.
¡ Levensmiddelen uit de verpakking halen en in een
geschikte vorm op het rooster plaatsen.
background
nl Zo lukt het
36
¡ De gerechten tussendoor één tot twee keer omroe-
ren of keren. Grote stukken meerdere malen keren.
De voedingsproducten zo nodig tussendoor uit el-
kaar halen of al ontdooide stukken uit het apparaat
nemen.
¡ Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot
30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten,
zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
Insteladvies
Ontdooien
Gerecht Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Gebak, taart en brood,
fruit, groente, vleespro-
ducten
Rooster 2
3+1
⁠ - -
18.17 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1
te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testge-
rechten.
Algemene aanwijzingen
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau:
¡ Braadslede/bakplaat, hoogte 3
¡ Vormen op het rooster: hoogte 2
Opmerking:Gebak op bakblikken of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
¡ Braadslede: hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
¡ Vormen op het rooster:
eerste rooster: hoogte 3
tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
¡ Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan berei-
den, plaats dan de vormen naast elkaar of versprin-
gend boven elkaar in de binnenruimte.
Insteladvies
Bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Spritskoekjes Braadslede 3 ⁠ 140-150 30-40
Spritskoekjes Braadslede 3 ⁠ 140-150 30-40
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 140-150
1
30-45
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet
om voor te verwarmen.
2
Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om
voor te verwarmen.
background
Zo lukt het nl
37
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Sprits, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 ⁠ 130-140
1
40-55
Koekjes Braadslede 3 ⁠ 150
1
25-35
Koekjes Braadslede 3 ⁠ 150
1
25-35
Koekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 150
1
25-35
Koekjes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 ⁠ 140
1
35-45
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 ⁠ 160-170
2
30-40
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 ⁠ 170 30-40
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3+1 ⁠ 150-160
2
30-45
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet
om voor te verwarmen.
2
Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om
voor te verwarmen.
Grillen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijds-
duur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 ⁠ 3 0,2-1,5
background
background
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001651745*
9001651745(020207)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

Specifications

Bosch HKL090120-B Questions and Answers

Questions and Answers

Related Products