Bosch DRC99PS25 Serie | 8 Plafondunit 90 cm Wit

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Other Documents
  • Home Connect leaflet - (Dutch - Holland) Download
  • Installatievoorschrift - (Dutch - Holland) Download
  • Productspecificatieblad - (Dutch - Holland) Download
  • EU conformiteitsverklaring - (Dutch - Holland) Download
  • EU energielabel - (Dutch - Holland) Download
  • EU informatie - (Dutch - Holland) Download

User Manual

This is the main product document for model DRC99PS25.

The file format is pdf, 24 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Plafondventilatie
DRC99PS20 DRC99PS25
[nl] Gebruikershandleiding en installatie-instruc-
ties
background
nl Veiligheid
2
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid................................................................2
2 Materiële schade vermijden ..................................5
3 Milieubescherming en besparing..........................5
4 Functies ..................................................................5
5 Uw apparaat leren kennen.....................................7
6 Voor het eerste gebruik .........................................7
7 De Bediening in essentie.......................................8
8 Afzuigregeling van het kookveld ..........................9
9 HomeConnect .....................................................10
10 Reiniging en onderhoud ......................................12
11 Storingen verhelpen ............................................14
12 Servicedienst........................................................15
13 Accessoires..........................................................15
14 Afvoeren ...............................................................16
15 MONTAGEHANDLEIDING ....................................16
15.4 Veilige montage ..............................................
...17
1 Veiligheid
Houd de informatie omtrent veiligheid aan, zo-
dat u het apparaat veilig kunt gebruiken.
1.1 Algemene aanwijzingen
Hier vindt u algemene informatie over deze
gebruiksaanwijzing.
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door. Alleen dan kunt u het apparaat veilig
en efficiënt gebruiken.
¡ Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor
de monteur en de gebruiker van het appa-
raat.
¡ Neem de veiligheidsvoorschriften en waar-
schuwingen in acht.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Om het apparaat veilig en op de juiste manier
te gebruiken dient u de aanwijzingen over het
beoogd gebruik in acht te nemen.
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een
deskundige montage volgens de montage-
handleiding. De installateur is verantwoordelijk
voor een goede werking op de plaats van op-
stelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ conform deze gebruiksaanwijzing en mon-
tagehandleiding.
¡ om kookdamp af te zuigen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe kookwekker.
1.3 Inperking van de gebruikers
Voorkom risico's voor kinderen en kwetsbare
personen.
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
Neem bij gebruik van het apparaat de veilig-
heidsaanwijzingen in acht.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
background
Veiligheid nl
3
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de ruimtes ernaast
lucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-
voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-
sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-
doende om aan de minimale eisen te vol-
doen.
Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
Indien het apparaat alleen met recirculatie
wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik
mogelijk.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-
branden.
Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
De vetfilters regelmatig reinigen.
Nooit in de omgeving van het apparaat met
open vuur werken (bijv. flamberen).
Het apparaat alleen in de buurt van een
vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout
of kolen) installeren wanneer de vuurbron
een afgesloten, niet verwijderbare afscher-
ming heeft. Er mogen geen vonken weg-
springen.
Hete olie en vet ontvlammen erg snel.
Hete olie en vet permanent in het oog hou-
den.
Nooit brandende olie of vet met water blus-
sen. Schakel de kookzone uit. Vlammen
voorzichtig met een deksel, smoordeksel of
iets dergelijks verstikken.
Gaskookplaten waar geen pan op staat, ont-
wikkelen tijdens het gebruik grote hitte. Een
ventilatieapparaat dat daarop is aangebracht
kan beschadigd of in brand raken.
Gaskookplaten alleen met erop geplaatste
pan gebruiken.
Bij gelijktijdig gebruik van meerdere gaskook-
zones ontwikkelt zich grote hitte. Een ventila-
tieapparaat dat daarop is aangebracht kan
beschadigd of in brand raken.
Gaskookplaten alleen met erop geplaatste
pan gebruiken.
De hoogste ventilatorstand instellen.
Twee gaskookplaten nooit langer dan 15
minuten gelijktijdig op de hoogste vlam ge-
bruiken. Twee gaskookzones komen over-
een met één grote brander.
Nooit grote branders met meer dan 5kW
met grootste vlam langer dan 15 minuten
gebruiken, bijv. wok.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
background
nl Veiligheid
4
Laat het voor de reiniging afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen van het apparaat kun-
nen scherpe randen hebben.
Binnenkant van het apparaat voorzichtig
reinigen.
Voorwerpen die op het apparaat geplaatst zijn
kunnen vallen.
Plaats geen voorwerpen op het apparaat.
Wijzigingen aan de elektrische of mechani-
sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden
tot functiestoringen.
Geen wijzigingen aan de elektrische of me-
chanische opbouw aanbrengen.
De filterafdekking kan trillen.
De filterafdekking langzaam openen.
De filterafdekking na het openen vasthou-
den tot deze niet meer natrilt.
De filterafdekking langzaam sluiten.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten
van de scharnieren.
Niet in het bewegende gedeelte van de
scharnieren grijpen.
Het licht van LED-lampen is zeer fel en kan de
ogen beschadigen (risicogroep 1).
Niet langer dan 100 seconden direct in de
ingeschakelde LED-lampen kijken.
Kinderen kunnen batterijen inslikken.
Batterijen buiten het bereik van kinderen
bewaren.
Kinderen bij het vervangen van batterijen in
het oog houden.
Batterijen kunnen exploderen.
De batterijen niet opladen.
De batterijen niet kortsluiten.
De batterijen niet in het vuur gooien.
Risico van vallen tijdens het werk aan het ap-
paraat
Stabiele ladders gebruiken.
Niet over de kookplaat leunen.
Niet op de kookplaat of op het werkvlak
staan.
Wanneer het apparaat tijdens de reiniging
door een ander persoon via de HomeCon-
nect app wordt bediend, bestaat er een ver-
hoogde kans op letsel.
Het apparaat vóór het reinigen van de Ho-
meConnect app scheiden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigde apparaat gebrui-
ken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
"Neem contact op met de servicedienst."
→Pagina15
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Binnendringend vocht kan een schok veroor-
zaken.
Vóór het reinigen de netstekker uit het
stopcontact halen of de zekering in de me-
terkast uitschakelen.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-
de reinigingsmiddelen in combinatie met alu-
miniumdelen in de spoelruimte van vaatwas-
machine kunnen tot explosies leiden.
Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuur-
houdende reinigingsmiddelen gebruiken.
Vooral geen professionele of industriële rei-
nigingsmiddelen gebruiken in combinatie
met aluminiumdelen, zoals bijv. vetfilters
van afzuigkappen.
background
Materiële schade vermijden nl
5
2 Materiële schade vermijden
Ter voorkoming van materiële schade, aan het appa-
raat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u de
aanwijzingen in acht te nemen.
2.1 Materiële schade voorkomen
Ter voorkoming van materiële schade, aan het appa-
raat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u de
aanwijzingen in acht te nemen.
LET OP!
Condenswater kan leiden tot corrosie.
Om de condensvorming te vermijden, het apparaat
bij het koken inschakelen.
Als er vocht in de bedieningselementen dringt, kan er
schade ontstaan.
Nooit bedieningselementen met een natte doek rei-
nigen.
Verkeerde reiniging beschadigt de oppervlakken.
Reinigingsinstructies in acht nemen.
Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Roestvrijstalen oppervlakken uitsluitend reinigen in
de slijprichting.
Nooit bedieningselementen met reinigingsmiddelen
voor roestvrij staal reinigen.
Teruglopend condenswater kan het apparaat beschadi-
gen.
Het afvoerluchtknaal moet vanaf het apparaat met
minstens 1° helling zijn geïnstalleerd.
Als u designelementen verkeerd belast, kunnen deze
afbreken.
Niet aan designelementen trekken.
Geen voorwerpen op designelementen plaatsen of
eraan ophangen.
Lekkende batterijen beschadigen de afstandsbedie-
ning.
De batterijen verwijderen als u de afstandsbediening
niet gebruikt.
De lege of defecte batterijen op een milieuvriendelij-
ke manier en veilig afvoeren.
Beschadiging van het oppervlak doordat de bescherm-
folie niet verwijderd is.
De beschermfolie voor het eerste gebruik verwijde-
ren van alle apparaatonderdelen.
3 Milieubescherming en besparing
Bescherm het milieu door het apparaat op een hulp-
bronnenbesparende manier te gebruiken en herbruik-
bare materialen op de juiste manier af te voeren.
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Bij het koken voldoende ventileren.
¡
Het apparaat werkt efficiënter en met minder be-
drijfsgeluiden.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-
damp aan.
¡
Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-
verbruik.
Gebruik de intensiefstand alleen wanneer dit nodig
is.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere
ventilatiestand.
¡
De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodig
is.
¡
Het apparaat verbruikt geen energie.
Schakel de verlichting uit wanneer deze niet langer
nodig is.
¡
De verlichting verbruikt geen energie.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-
vangen.
¡
De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Het kookdeksel erop plaatsen.
¡
De kookdampen en de condens verminderen.
4 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus
of in de luchtcirculatiemodus.
"De verzadigingsindicatie moet passend bij de gekozen
gebruiksmodus en de gebruikte filters worden inge-
steld." →Pagina8
background
nl Functies
6
4.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd
en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-
voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in
een schoorsteen die wordt gebruikt
voor afvoergassen van apparaten be-
stemd voor het verbranden van gas of
andere brandstoffen (dit geldt niet voor
ventilatieapparatuur).
¡ Komt de afvoerlucht terecht in een
rook- of afvoergasschoorsteen die
niet in gebruik is, dan dient hiervoor
toestemming van een vakbekwame
schoorsteenveger te worden verkre-
gen.
¡ Wordt de afvoerlucht door de buiten-
muur geleid, dan raden wij u aan
een telescoop-muurkast te gebrui-
ken.
4.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een
geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Om geurtjes te voorkomen bij het ge-
bruik van circulatielucht, dient u een
geurfilter te monteren. De verschillende
manieren om het apparaat met circula-
tielucht te gebruiken, vindt u in onze ca-
talogus of kunt u navragen bij uw speci-
aalzaak. Het daartoe benodigde toebe-
horen is verkrijgbaar bij de speciaal-
zaak, de klantenservice of in de online-
shop.
background
Uw apparaat leren kennen nl
7
5 Uw apparaat leren kennen
Lees meer over de onderdelen van uw apparaat.
5.1 Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw
apparaat instellen en informatie krijgen over de ge-
bruikstoestand.
Tip:Richt de afstandsbediening zo precies mogelijk op
de infraroodontvanger van de LED-indicatie.
Apparaat in- of uitschakelen
Automatische modus
1
inschakelen
Ventilatorstand verhogen
Ventilatorstand verlagen
Verlichting inschakelen of uitschakelen
Helderheid verlagen
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Helderheid verhogen
Ventilatornaloop inschakelen of uitschakelen
HomeConnectinschakelen of uitschakelen
Filterverzadigingsindicatie terugzetten
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
5.2 Led-indicatie
De led-indicatie toont de ingestelde waarden en func-
ties.
81 2 3 4 5 6 7
1
Ventilatorstand 1 / verzadigingsindicatie vetfilter
2
Ventilatorstand 2 / verzadigingsindicatie geurfil-
ter
3
Ventilatiestand 3
4
Intensiefstand 1
5
Intensiefstand 2
6
Automatisch bedrijf
1
/ ventilatornaloop / inter-
valventilatie
7
HomeConnect
8
Infraroodontvanger
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
6.1 Functie instellen
Uw apparaat is standaard op circulatiefunctie ingesteld.
Voor het gebruik in de circulatiefunctie moet u de func-
tie instellen.
Opmerking:Voor het gebruik in de circulatiefunctie
hebt u bijkomend toebehoren nodig.
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca.3 seconden ingedrukt houden.
Om de circulatiefunctie (niet regenereerbare fil-
ter) in te stellen, / indrukken tot op de led-
indicatie de led 2 brandt.
Om de circulatiefunctie (regenereerbare filter) in
te stellen, / indrukken tot op de led-indicatie
de led 3 brandt.
Om de elektronische besturing opnieuw op be-
drijf zonder circulatiefilter om te stellen, / in-
drukken tot in de led-indicatie de led 1 brandt.
2.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
Om de instelling af te breken, indrukken.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
background
nl De Bediening in essentie
8
7 De Bediening in essentie
Hier wordt de bediening van het apparaat in essentie
beschreven.
7.1 Apparaat inschakelen
Vereiste:De afstandsbediening zo precies mogelijk op
de infrardoodontvanger van de led-indicatie richten.
Het apparaat met inschakelen.
a Het apparaat start in ventilatorstand2.
a In de led-indicatie brandt de led van de ingestelde
ventilatorstand.
7.2 Machine uitschakelen
Als u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan uit.
Het apparaat met uitschakelen.
a Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden af-
gebroken.
7.3 Ventilatorstand instellen
of indrukken.
a In de led-indicatie brandt de led van de ingestelde
ventilatorstand.
7.4 Intensiefstand inschakelen
Als zich een bijzonder sterke geur of damp ontwikkelt,
kunt u de intensiefstand gebruiken.
1.
zo vaak indrukken tot in de led-indicatie de led4
voor de intensiefstand 1 brandt.
2.
zo vaak indrukken tot in de led-indicatie de led5
voor de intensiefstand 2 brandt.
a Het apparaat schakelt na ca. 6 minuten automatisch
in de ventilatorstand 3.
7.5 Intensiefstand uitschakelen
Om een willekeurige ventilatorstand in te stellen,
indrukken.
7.6 Ventilatornaloop inschakelen
indrukken.
a In de led-indicatie brandt de led 1 voor de ventilator-
stand. De led 6 knippert voor de ventilatornaloop.
a Het apparaat wordt na ca. 10 minuten automatisch
uitgeschakeld.
7.7 Ventilatornaloop uitschakelen
indrukken.
a De ventilatornaloop wordt beëindigd.
a Het apparaat schakelt in de eerder gekozen ventila-
torstand.
7.8 Automatische modus
1
inschakelen
De optimale ventilatorstand wordt met behulp van een
sensor automatisch ingesteld.
indrukken.
a In de led-indicatie brandt de led 6 voor de automati-
sche stand.
7.9 Automatische stand
1
uitschakelen
indrukken.
a Het apparaat schakelt terug naar de eerder ingestel-
de ventilatiestand.
a De ventilatie wordt automatisch beëindigd als de
sensor geen verandering van de luchtkwaliteit in de
ruimte vaststelt.
a De automatische stand loopt maximaal 4 uur.
7.10 Intervalventilatie
Bij de intervalventilatie schakelt de ventilatie in de ge-
kozen stand gedurende de gekozen tijd in en uit.
Opmerking:Deze functie is alleen via een mobiel eind-
apparaat met de HomeConnect app beschikbaar.
Als de intervalventilatie is ingeschakeld, knippert in de
led-indicatie de led 6 voor de intervalventilatie altijd op-
nieuw en de led van de gekozen ventilatorstand brandt.
Zodra de ventilatietijd beëindigd is, gaat de led van de
gekozen ventilatorstand uit. De led 6 blijft knipperen.
7.11 Sensorbesturing
1
In de automatische stand herkent een sensor in het ap-
paraat de intensiteit van de kook- en bakluchtjes. Af-
hankelijk van de sensorgevoeligheid wordt de optimale
ventilatorstand automatisch ingeschakeld.
Reageert de sensorbesturing te zwak of te sterk, kunt u
de instelling van de sensorgevoeligheid wijzigen.
¡ Fabrieksinstelling: ventilatorstand 3
¡ Laagste instelling: ventilatorstand 1
¡ Hoogste instelling: ventilatorstand 5
7.12 Sensorbesturing instellen
1
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca. 3seconden ingedrukt houden.
2.
Om de instelling te wijzigen, of indrukken.
Om de instelling af te breken, indrukken.
3.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
7.13 Verzadigingsindicatie instellen
De verzadigingsindicatie moet afhankelijk van de ge-
bruikte filter worden ingesteld.
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca.3 seconden ingedrukt houden.
Om de circulatiefunctie (niet regenereerbare fil-
ter) in te stellen, / indrukken tot op de led-
indicatie de led 2 brandt.
Om de circulatiefunctie (regenereerbare filter) in
te stellen, / indrukken tot op de led-indicatie
de led 3 brandt.
Om de elektronische besturing opnieuw op be-
drijf zonder circulatiefilter om te stellen, / in-
drukken tot in de led-indicatie de led 1 brandt.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
background
Afzuigregeling van het kookveld nl
9
2.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
Om de instelling af te breken, indrukken.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
7.14 Verzadigingsindicatie terugzetten
Na het reinigen van de vetfilters of na het vervangen
van de geurfilters kan de verzadigingsindicatie worden
teruggezet.
Vereisten
¡ Na het uitschakelen van het apparaat knippert in de
led-indicatie de led 1 voor de verzadigingsindicatie
van de vetfilters en/of de led 2 voor de verzadigings-
indicatie van de geurfilters.
¡ Er weerklinkt meermaals een geluidssignaal.
indrukken.
a De verzadigingsindicatie wordt teruggezet.
7.15 Verlichting inschakelen
De ventilatie kan onafhankelijk van de ventilatie worden
in- of uitgeschakeld.
indrukken.
Opmerking:Instellingen voor de kleurtemperatuur zijn
in de HomeConnect app beschikbaar, voor zover het
apparaat over deze functie beschikt.
7.16 Helderheid instellen
of ingedrukt houden.
Opmerking:Instellingen voor de kleurtemperatuur zijn
in de HomeConnect app beschikbaar, voor zover het
apparaat over deze functie beschikt.
7.17 Toetssignaal inschakelen
De toetssignalen kunnen worden ingeschakeld.
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca.3 seconden ingedrukt houden.
a In de led-indicatie brandt de led van de actueel ge-
kozen instelling.
2.
of indrukken tot in de led-indicatie de led 1
brandt.
Om de instelling af te breken, indrukken.
3.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
7.18 Toetssignaal uitschakelen
De toetssignalen kunnen worden uitgeschakeld.
Opmerking:Geluidssignalen van het apparaat worden
altijd ingeschakeld en kunnen niet worden uitgescha-
keld.
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en ca.3 seconden ingedrukt houden.
a In de led-indicatie brandt de led van de actueel ge-
kozen instelling.
2.
of indrukken tot in de led-indicatie de led 2
brandt.
Om de instelling af te breken, indrukken.
3.
Om de instelling op te slaan en ca. 3 secon-
den ingedrukt houden.
Of ca. 10 seconden wachten tot de instelling auto-
matisch wordt opgeslagen.
a Er weerklinkt een geluidssignaal zodra de gekozen
instelling opgeslagen is.
8 Afzuigregeling van het kookveld
U kunt uw apparaat met een passende kookplaat ver-
binden en zo de functies van uw apparaat via de kook-
plaat regelen.
U hebt de volgende mogelijkheden om de apparaten
met elkaar te verbinden:
¡ Apparaat via de HomeConnectapp verbinden. Als
beide apparaten HomeConnect-compatibel zijn, is
een verbinding via de HomeConnectapp mogelijk.
Volg de aanwijzingen in de app.
¡ Apparaten direct met elkaar verbinden.
¡ Apparaten via het WiFi-thuisnetwerk verbinden.
Opmerking:Neem de veiligheidsvoorschriften van de
gebruiksaanwijzing van uw apparaat in acht en zorg er-
voor dat deze ook in acht worden genomen als u het
apparaat via de afzuigregeling van het kookveld be-
dient.
Tip:De bediening van uw apparaat heeft altijd voor-
rang. Gedurende deze tijd is een bediening via de af-
zuigregeling van het kookveld niet mogelijk.
8.1 Directe verbinding
Vereisten
¡ Uw apparaat is uitgeschakeld.
¡ Alle verbindingen met het thuisnetwerk of andere ap-
paraten terugzetten. Wanneer u uw apparaat direct
met de kookplaat verbindt, is de verbinding met het
thuisnetwerk niet meer mogelijk en kunt u Home
Connect niet meer gebruiken.
1.
Opmerking:Neem het hoofdstuk "Afzuigregeling
van het kookveld" in de gebruiksaanwijzing van uw
kookplaat in acht.
De kookplaat inschakelen en de zoekmodus kiezen.
2.
Toets ingedrukt houden tot in de led-indicatie de
led voor HomeConnectknippert.
a Het apparaat is met de kookplaat verbonden als de
led voor HomeConnect niet meer knippert, maar
permanent brandt.
background
nl HomeConnect
10
8.2 Verbinding via thuisnetwerk
1.
De aanwijzingen in
→"Apparaat automatisch met WLAN-thuisnetwerk
(WiFi) verbinden", Pagina10 of
→"Apparaat handmatig met WLAN-thuisnetwerk
(WiFi) verbinden", Pagina10volgen.
2.
Zodra het apparaat met het thuisnetwerk is verbon-
den, de verbinding via de HomeConnectapp met
de kookplaat tot stand brengen.
3.
De aanwijzingen op het mobiele eindapparaat vol-
gen.
9 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
Om HomeConnect te kunnen gebruiken, dient u eerst
de verbinding met het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi
1
) en
met de HomeConnect app te configureren.
¡ "Apparaat automatisch met WLAN-thuisnetwerk (Wi-
Fi) verbinden" →Pagina10
¡ "Apparaat handmatig met WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi)
verbinden" →Pagina10
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Wordt het apparaat niet verbonden met het thuisnet-
werk, dan functioneert het apparaat als een apparaat
zonder netwerkaansluiting dat nog steeds via de af-
standsbediening kan worden bediend.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
¡ Als u voor de verbinding met het thuisnetwerk het
MAC-adres van uw toestel apparaat nodig hebt, dan
vindt u deze naast het "typeplaatje" →Pagina15 in
de binnenruimte van het apparaat. Hiervoor de "filter
demonteren" →Pagina12.
9.1 Apparaat automatisch met WLAN-
thuisnetwerk (WiFi) verbinden
Als uw router een WPS-functie heeft, kunt u het appa-
raat automatisch met uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) ver-
binden.
Opmerking:Tijdens het verbinden kan het apparaat
niet worden ingeschakeld. Om de bewerking af te bre-
ken, op drukken.
Vereisten
¡ Wifi aan de router is geactiveerd.
¡ Het apparaat heeft op de opstellocatie ontvangst van
het WLAN-thuisnetwerk (wifi).
¡ De HomeConnect app is op het mobiele eindappa-
raat geïnstalleerd.
¡ Het apparaat en het licht zijn uitgeschakeld.
1.
Toets ingedrukt houden tot in de led-indicatie de
led 7 knippert.
2.
indrukken.
a In de led-indicatie knipperen led1 en led7.
3.
Binnen 2 minuten op de WPS-knop van de router
drukken.
a Als de verbinding tot stand werd gebracht, verbindt
het apparaat zich automatisch met de HomeCon-
nect app. In de led-indicatie knipperen de led 3 en
de led7.
4.
Als er geen verbinding tot stand kan worden ge-
bracht, wisselt het apparaat automatisch naar de
handmatige verbinding aan het thuisnetwerk, in de
led-indicatie knipperen de led 2 en de led 7. Het ap-
paraat handmatig aan het thuisnetwerk aanmelden
of op drukken om de automatische aanmelding
opnieuw te starten.
5.
De aanwijzingen op het mobiele eindapparaat voor
de automatische netwerkaanmelding opvolgen.
a De aanmeldingspoging is afgesloten als in de led-
indicatie de led 7 niet meer knippert, maar perma-
nent brandt.
9.2 Apparaat handmatig met WLAN-
thuisnetwerk (WiFi) verbinden
Opmerking:Tijdens het verbinden kan het apparaat
niet worden ingeschakeld. Om de bewerking af te bre-
ken, op drukken.
Vereiste:Het apparaat en het licht zijn uitgeschakeld.
1.
Toets ingedrukt houden tot in de led-indicatie de
led 7 knippert.
2.
Twee keer op drukken om de handmatige aan-
melding in het thuisnetwerk te starten.
a In de led-indicatie knipperen led2 en led7.
1
Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance.
background
HomeConnect  nl
11
3.
De aanwijzingen in de app opvolgen.
a Als de verbinding tot stand werd gebracht, verbindt
het apparaat zich automatisch met de HomeCon-
nect app. In de led-indicatie branden de led 3 en de
led7.
4.
De aanwijzingen op het mobiele eindapparaat voor
de handmatige netwerkaanmelding opvolgen.
a De aanmeldingspoging is afgesloten als in de led-
indicatie de led 7 niet meer knippert, maar perma-
nent brandt.
9.3 Apparaat verbinden met de Home
Connect app
Vereisten
¡ De HomeConnect app is op het mobiele eindappa-
raat geïnstalleerd.
¡ De HomeConnectapp is geopend.
1.
Toets ingedrukt houden tot in de led-indicatie de
led 3 en de led 7 knipperen.
2.
Op het mobiele eindapparaat de aanwijzingen van
de HomeConnectapp volgen.
a De aanmeldingspoging is afgesloten als in de led-
indicatie de led 7 niet meer knippert, maar perma-
nent brandt.
9.4 Software-update
Met de functie Software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. optimalisatie, verhelpen
van fouten, veiligheidsrelevante updates.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na down-
loaden kunt u de installatie via de HomeConnectapp
starten als u in uw lokale netwerk bent. Over een suc-
cesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Ho-
meConnectapp geïnformeerd.
Opmerkingen
¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kan een software-update ook
automatisch worden gedownload.
¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
9.5 Verbinding terugzetten
Opgeslagen verbindingen met het thuisnetwerk en met
HomeConnect kunnen worden teruggezet.
en zo lang ingedrukt houden tot in de led-indi-
catie de led 7 uitgaat.
a Er klinkt een signaal.
9.6 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website: www.home-connect.com
9.7 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
9.8 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart Robert Bosch Hausgeräte GmbH dat
het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet
aan de fundamentele vereisten en de overige toepas-
selijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de aanvullende docu-
menten.
2,4 GHz band: 100 mW max.
5 GHz band: 100 mW max.
BE BG CZ DK DE EE IE el
ES FR HR IT CY LV LT LU
HU MT NL AT PL PT RO SI
SK FI SE UK NO CH TR
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
background
nl Reiniging en onderhoud
12
10 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
10.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij de
klantenservice of in de online-shop.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact
halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Laat het voor de reiniging afkoelen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-
ken van het apparaat beschadigen.
Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen
voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze
in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende on-
derdeel worden aanbevolen.
Vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
10.2 Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo-
dat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet
door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoon-
maakmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reini-
gingsmiddelen in combinatie met aluminiumdelen in de
spoelruimte van vaatwasmachine kunnen tot explosies
leiden.
Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhouden-
de reinigingsmiddelen gebruiken. Vooral geen pro-
fessionele of industriële reinigingsmiddelen gebrui-
ken in combinatie met aluminiumdelen, zoals bijv.
vetfilters van afzuigkappen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact
halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Laat het voor de reiniging afkoelen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen van het apparaat kunnen scher-
pe randen hebben.
Binnenkant van het apparaat voorzichtig reinigen.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina12
2.
Afhankelijk van het oppervlak als volgt schoonma-
ken:
Roestvrijstalen oppervlakken met een vaatdoekje
en warm zeepsop in slijprichting reinigen.
Gelakte oppervlakken met een vaatdoekje en
warm zeepsop reinigen.
Aluminium met een zachte doek en glasreiniger
reinigen.
Kunststof met een zachte doek en glasreiniger
reinigen.
Glas met een zachte doek en glasreiniger reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
4.
Bij roestvrijstalen oppervlakken een schoonmaak-
middel voor roestvrij staal heel dun opbrengen met
een zachte doek.
Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is ver-
krijgbaar bij de klantenservice of in de onlineshop.
10.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Geen natte vaatdoekjes gebruiken.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina12
2.
Met een vochtig vaatdoekje en warm zeepsop reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
10.4 Vetfilter verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De filterafdekking kan trillen.
De filterafdekking langzaam openen.
De filterafdekking na het openen vasthouden tot de-
ze niet meer natrilt.
De filterafdekking langzaam sluiten.
Risico van vallen tijdens het werk aan het apparaat
Stabiele ladders gebruiken.
Niet over de kookplaat leunen.
Niet op de kookplaat of op het werkvlak staan.
background
Reiniging en onderhoud nl
13
1.
De vergrendeling van de filterafdekking openen.
Om te verhinderen dat de filterafdekking met een
ruk naar beneden klapt, de filterafdekking met twee
handen vasthouden.
2.
Om de filterafdekking te openen deze naar beneden
klappen.
3.
LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende
kookplaat beschadigen.
Met een hand onder de vetfilter grijpen.
De vergrendelingen op de vetfilters openen.
4.
De vetfilters uit de houders nemen.
Om naar beneden druppelend vet te vermijden, de
vetfilters horizontaal houden.
10.5 Vetfilters in de vaatwasmachine
reinigen
De vetfilters reinigen het vet uit de kookdampen. Regel-
matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-
scheidingsgraad.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
LET OP!
De vetfilters kunnen door inklemmen worden bescha-
digd.
De vetfilters niet inklemmen.
Opmerking:Bij de reiniging van de vetfilter in de vaat-
wasmachine kunnen lichte verkleuringen optreden. De
verkleuringen hebben geen invloed op de werking van
de vetfilters.
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
→"Vetfilter verwijderen", Pagina12
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina12
2.
De vetfilters los in de vaatwasmachine plaatsen.
Sterk verontreinigde vetfilters niet samen met ser-
viesgoed reinigen.
Bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel gebruiken.
Vetoplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice
of in de online-shop.
3.
De vaatwasmachine starten.
Bij de temperatuurinstelling maximaal 70 °C kiezen.
4.
De vetfilters laten afdruppelen.
10.6 Vetfilter met de hand reinigen
De vetfilters reinigen het vet uit de kookdampen. Regel-
matig gereinigde vetfilters zorgen voor een hoge vetaf-
scheidingsgraad.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
Vereiste:De vetfilters zijn gedemonteerd.
→"Vetfilter verwijderen", Pagina12
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina12
2.
De vetfilters in een warm zeepsop weken.
Bij hardnekkig vuil een vetoplosmiddel gebruiken.
Vetoplosmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice
of in de online-shop.
3.
De vetfilters met een borstel reinigen.
4.
De vetfilters grondig uitspoelen.
5.
De vetfilters laten afdruppelen.
10.7 Vetfilters inbouwen
LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende
kookplaat beschadigen.
Met een hand onder de vetfilter grijpen.
1.
De vetfilters inbrengen.
2.
De vetfilters naar boven klappen en de vergrendelin-
gen vastklikken.
3.
Zorg ervoor dat de vergrendelingen vastklikken.
4.
De filterafdekking sluiten.
5.
Ervoor zorgen dat de vergrendelingen van de filter-
afdekking vastklikken.
10.8 Batterijen van de afstandsbediening
vervangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Kinderen kunnen batterijen inslikken.
background
nl Storingen verhelpen
14
Batterijen buiten het bereik van kinderen bewaren.
Kinderen bij het vervangen van batterijen in het oog
houden.
Batterijen kunnen exploderen.
De batterijen niet opladen.
De batterijen niet kortsluiten.
De batterijen niet in het vuur gooien.
LET OP!
Ondeskundige omgang met batterijen.
De aansluitklemmen niet kortsluiten.
Alleen batterijen van het opgegeven type gebruiken.
Geen verschillende batterijtypes samen gebruiken.
Geen nieuwe en gebruikte batterijen samen gebrui-
ken.
Geen oplaadbare batterijen gebruiken.
Lekkende batterijen beschadigen de afstandsbedie-
ning.
De batterijen verwijderen als u de afstandsbediening
niet gebruikt.
De lege of defecte batterijen op een milieuvriendelij-
ke manier en veilig afvoeren.
1.
De afdekking eraf halen.
2.
De lege batterijen verwijderen.
3.
De nieuwe batterijen plaatsen (type3VCR2032).
4.
De afdekking sluiten.
5.
De lege batterijen op een milieuvriendelijke manier
afvoeren.
11 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
11.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak & Probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
Zekering is defect.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
Verlichting functioneert niet. Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina15
Defecte LED-lampen mogen alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn
klantenservice of een erkend vakman (elektromonteur).
background
Servicedienst nl
15
Storing Oorzaak & Probleemoplossing
De afstandsbediening werkt niet. Batterijen zijn leeg.
→"Batterijen van de afstandsbediening vervangen", Pagina13
In de led-indicatie knipperen na
het uitschakelen van het appa-
raat de leds 1 tot 5 drie keer.
Batterijen zijn bijna leeg.
→"Batterijen van de afstandsbediening vervangen", Pagina13
De verlichting schakelt automa-
tisch in zodra het apparaat op
het stroomnet wordt aangesloten.
De demonstratiemodus is ingeschakeld.
en ca.3 seconden ingedrukt houden.
In de led-indicatie knippert de led
1.
De vetfilters zijn verzadigd.
→"Vetfilters in de vaatwasmachine reinigen", Pagina13
→"Vetfilter met de hand reinigen", Pagina13
In de led-indicatie knippert de led
2.
De geurfilters zijn verzadigd.
Het geurfilter vervangen.
12 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het
apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan contact op met
onze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de informatie voor het ver-
helpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op
onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is,
neem dan contact op met onze servicedienst.
We vinden altijd een passende oplossing en proberen
onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden.
We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de
garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieks-
garantie met originele reserveonderdelen door ge-
schoolde servicetechnici wordt gerepareerd.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
12.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:
¡ aan de binnenkant van het apparaat (daarvoor de
vetfilter demonteren).
¡ op de bovenkant van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
13 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn speci-
aal op uw apparaat afgestemd. Hier krijgt u een over-
zicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en
de manier waarop ze worden gebruikt.
Accessoires Bestelnummer
CleanAir luchtcirculatie-
module met wisselfilter -
niet regenereerbaar -
roestvrij staal
DIZ1JC5C6
CleanAir luchtcirculatie-
module met wisselfilter -
regenereerbaar - roestvrij
staal
DIZ0JC5D0
Accessoires Bestelnummer
CleanAir luchtcirculatie-
module met wisselfilter -
niet regenereerbaar, wit
DIZ1JC2C6
CleanAir luchtcirculatie-
module met filter - rege-
nereerbaar, wit
DIZ0JC2D0
Wisselfilter voor circulatie-
functie - niet regenereer-
baar
DZZ1XX1B6
Filter voor luchtcirculatie-
module - regenereerbaar
DZZ0XX0P0
background
nl Afvoeren
16
14 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de
juiste manier afvoert.
14.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
14.2 Accu's afvoeren
Accu's/batterijen dienen op milieuvriendelijke wijze te
worden afgevoerd. Accu's/batterijen niet meegeven
met het huisvuil.
Accu's/batterijen op een milieuvriendelijke manier
afvoeren.
Alleen voor EU-landen:
Conform Europese Richtlijn
2006/66/EG moeten defecte of ver-
sleten accu's/batterijen gescheiden
worden ingezameld en voor een mili-
eubewuste recycling worden afge-
voerd.
15 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
15.1 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op trans-
portschade en de volledigheid van de levering.
15.2 Veiligheidsafstanden
Neem de veiligheidsafstanden van het apparaat in
acht.
≥ 305
≥ 650
≥300
≥ 1300
≥1000
background
Montagehandleiding nl
17
15.3 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
 15.4 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de
veiligheidsaanwijzingen in acht.
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de ruimtes ernaast
lucht onttrokken. Zonder voldoende luchttoe-
voer ontstaat er een onderdruk. Giftige gas-
sen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoer in de muur alleen is niet vol-
doende om aan de minimale eisen te vol-
doen.
Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
Indien het apparaat alleen met recirculatie
wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik
mogelijk.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-
branden.
Om warmteophoping te voorkomen dienen
de voorgeschreven veiligheidsafstanden te
worden aangehouden.
Houd de informatie van uw kookapparaten
aan. Wanneer er in de installatie-instructies
van de kookapparaten een afwijkende af-
stand staat, altijd de grootste afstand in
acht nemen. Wanneer gaskooktoestellen
en elektrische kooktoestellen samen wor-
den gebruikt, dan geldt de grootste aange-
geven afstand.
De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ont-
branden.
In de buurt van het apparaat nooit werken
met een open vlam (bijv. flamberen).
Het apparaat alleen in de buurt van een
vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout
of kolen) installeren wanneer er een afge-
sloten, niet verwijderbare afscherming aan-
wezig is. Er mogen geen vonken wegsprin-
gen.
background
nl Montagehandleiding
18
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Is het toestel niet naar behoren bevestigd,
dan kan het naar beneden vallen.
Alle bevestigingsschroeven moeten vast
worden gemonteerd.
Het toestel is zwaar.
Om het apparaat te bewegen, zijn 2 perso-
nen vereist.
Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
Het toestel is zwaar.
Het apparaat mag niet direct in gipskarton-
platen of gelijksoortig licht bouwmateriaal
worden gemonteerd.
Voor een juiste montage dient u materiaal
te gebruiken dat voldoende stabiel en aan-
gepast is aan de bouwkundige situatie en
het gewicht van het materiaal.
Wijzigingen aan de elektrische of mechani-
sche opbouw zijn gevaarlijk en kunnen leiden
tot functiestoringen.
Geen wijzigingen aan de elektrische of me-
chanische opbouw aanbrengen.
Risico van vallen tijdens het werk aan het ap-
paraat
Stabiele ladders gebruiken.
Niet over de kookplaat leunen.
Niet op de kookplaat of op het werkvlak
staan.
De filterafdekking kan trillen.
De filterafdekking langzaam openen.
De filterafdekking na het openen vasthou-
den tot deze niet meer natrilt.
De filterafdekking langzaam sluiten.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten
van de scharnieren.
Niet in het bewegende gedeelte van de
scharnieren grijpen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Scherpe componenten binnen het apparaat
kunnen de aansluitkabel beschadigen.
De aansluitkabel niet knikken of inklem-
men.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigde apparaat gebrui-
ken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
"Neem contact op met de servicedienst."
→Pagina15
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en ge-
bruiken volgens de gegevens op het type-
plaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de
voorschriften geïnstalleerd stopcontact met
randaarde op een stroomnet met wissel-
stroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische
huisinstallatie moet conform de elektrotech-
nische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakel-
inrichting voeden, bijvoorbeeld een tijd-
schakelaar of besturing op afstand.
Als het apparaat is ingebouwd, moet de
stekker van het netsnoer vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang niet mogelijk is,
moet in de vast geplaatste elektrische in-
stallatie een alpolige scheidingsinrichting
volgens de voorwaarden van de overspan-
ningscategorie III en volgens de installatie-
voorschriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop let-
ten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd
of beschadigd.
background
Montagehandleiding nl
19
15.5 Aanwijzingen m.b.t. de inbouwsituatie
¡ Dit apparaat aan het keukenplafond of een stabiel
verlaagd plafond monteren.
¡ Voor de montage van extra speciale accessoires de
daarbij meegeleverde installatiehandleiding aanhou-
den.
¡ De kookdamp wordt met toenemende afstand van
de kookplaat moeilijker afgezogen door het appa-
raat. Daarom een afstand van minstens 700 mm en
maximaal 1500 mm in acht nemen.
15.6 Aanwijzingen m.b.t. de
luchtafvoerleiding
De fabrikant van het apparaat geeft geen garantie bij
klachten die te wijten zijn aan het buizentraject.
¡ Een korte, rechte afvoerbuis met een zo groot mo-
gelijke buisdiameter gebruiken.
¡ Lange, ruwe afvoerbuizen, vele buisbochten of klei-
ne buisdiameters verminderen het afzuigvermogen
en verhogen het ventilatorgeluid.
¡ Een afvoerbuis van niet brandbaar materiaal gebrui-
ken.
¡ Om het teruglopen van condens te vermijden, de af-
voerbuis vanuit het apparaat met 1° verval monte-
ren.
Vierkante buizen
Platte buizen waarvan de binnendoorsnede met de dia-
meter van de ronde buizen overeenkomt:
¡ diameter 150 mm komt overeen met ca.177cm².
¡ diameter 120 mm komt overeen met ca.113cm².
¡ Gebruik bij een afwijkende buisdiameter een afdicht-
strip.
¡ Geen platte buizen met scherpe bochten gebruiken.
Ronde buizen
Ronde buizen met een binnendiameter van 150 mm
(aanbevolen) of minstens 120mm gebruiken.
15.7 Aanwijzingen voor de elektrische
aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Het apparaat moet op elk gewenst moment van de
stroom kunnen worden afgesloten. Het mag alleen op
een geaarde contactdoos worden aangesloten die vol-
gens de voorschriften is geïnstalleerd.
De netstekker van de netaansluitkabel moet na de
inbouw van het apparaat vrij toegankelijk zijn.
Is dit niet mogelijk, dan moet in de vast geplaatste
elektrische installatie een alpolige scheidingsinrich-
ting volgens de voorwaarden van de overspannings-
categorie III en volgens de opbouwvoorschriften
worden ingebouwd.
De vaste aansluiting mag alleen door een elektricien
worden aangelegd. Wij adviseren een aardlekscha-
kelaar (FI-schakelaar) in de stroomkring naar het
apparaat te installeren.
Scherpe componenten binnen het apparaat kunnen de
aansluitkabel beschadigen.
De aansluitkabel niet knikken of inklemmen.
¡ "De aansluitgegevens zijn te vinden op het type-
plaatje." →Pagina15
¡ De aansluitleiding is ca. 1,30 m lang.
¡ Dit apparaat voldoet aan de ontstoringsvoorschriften
van de EG.
¡ Het apparaat is conform de beschermingsklasse 1.
Daarom het apparaat alleen met een aarddraadaan-
sluiting gebruiken.
¡ Het apparaat tijdens de montage niet op de voe-
dingsspanning aansluiten.
¡ Alleen een daartoe bevoegd vakman mag appara-
ten zonder stekker aansluiten. Voor hem gelden de
bepalingen van de regionale elektriciteitsmaatschap-
pij.
15.8 Algemene aanwijzingen
Neem deze algemene aanwijzingen bij de installatie in
acht.
¡ Bij de installatie moeten de actuele geldige bouw-
voorschriften en de voorschriften van de plaatselijke
stroom- en gasleverancier in acht worden genomen.
¡ Bij het afvoeren van afvoerlucht moeten de officiële
en wettelijke voorschriften, zoals bijv. de plaatselijke
bouwverordeningen, in acht worden genomen.
¡ De breedte van de afzuigkap moet minstens over-
eenkomen met de breedte van het kooktoestel.
¡ Om de kookdamp optimaal op te vangen, het appa-
raat in het midden boven de kookplaat monteren.
¡ Om het apparaat in het geval van service ongehin-
derd te bereiken, een gemakkelijk toegankelijke
montageplaats kiezen.
¡ De oppervlakken van het apparaat zijn gevoelig. Bij
de montage beschadigingen vermijden.
15.9 Installatie
Plafond voorbereiden
1.
Ervoor zorgen dat de stabiliteit van het plafond na
de uitsnijwerkzaamheden gewaarborgd is.
2.
Om schade te vermijden, de kookplaat afdekken.
3.
Een uitsparing in het plafond zagen.
4.
De spanen verwijderen.
Apparaat voorbereiden
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
background
nl Montagehandleiding
20
1.
De transportbeveiliging iets naar boven klappen en
voorzichtig schuin naar boven toe uittrekken.
2.
Resten van piepschuim uit de binnenruimte van het
toestel verwijderen.
3.
De vetfilters verwijderen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
Apparaat monteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Het toestel is zwaar.
Om het apparaat te bewegen, zijn 2 personen ver-
eist.
Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
1.
Het apparaat in de uitsparing aanbrengen tot de op-
hangingen hoorbaar vastklikken.
2.
De diagonaal tegenover elkaar liggende schroeven
voorzichtig inschroeven.
5
Om ervoor te zorgen dat het apparaat niet in de uit-
sparing kantelt, de schroeven een voor een aantrek-
ken.
3.
Opmerking:Om het apparaat niet te beschadigen,
de schroeven niet te hard aantrekken.
De schroeven na elkaar voorzichtig aantrekken tot
het apparaat vlak tegen het plafond aanligt.
Apparaat aansluiten
1.
De kabelgoot aan de zijkant samendrukken en afne-
men.
2.
De kabel op de daarvoor bestemde plaats losne-
men.
3.
De tegenover elkaar liggen de schroeven losdraaien
om de ventilatorkast los te maken.
T 20
background
Montagehandleiding nl
21
4.
De ventilatorkast conform de inbouwsituatie in de
juiste positie draaien.
5.
De ventilatorkast opzij schuiven en het apparaat met
het stroomnet verbinden.
6.
De ventilatorkast op de andere zijde schuiven en de
buizen tot stand brengen.
7.
De ventilatorkast in het midden positioneren en vast-
schroeven.
8.
De kabel verbinden.
9.
De kabelgoot samendrukken en plaatsen.
Filterafdekking monteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten van de
scharnieren.
Niet in het bewegende gedeelte van de scharnieren
grijpen.
1.
De scharnieren van de filterafdekking openen.
25
background
nl Montagehandleiding
22
2.
De filterafdekking aan de daarvoor bestemde
schroeven inhangen en afhankelijk van de sleutelga-
topening naar achteren/voren in de nauwe opening
schuiven.
3.
De bevestigingsschroeven van de scharnieren aan-
trekken.
4.
Controleren of het apparaatframe vlak aanligt.
5
Eventueel de schroeven aantrekken.
5.
De kabel insteken, afhankelijk van de toestelvariant
A of B.
6.
Opmerking:De plaatafdekking heeft scherpe ran-
den. Filterafdekking tegen krassen beschermen.
Apparaatvariant A:
2
2
7.
Apparaatvariant B:
8.
De vetfilters inbrengen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
9.
De filterafdekking omhoog klappen en vastklikken.
Apparaat demonteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het toestel is zwaar.
Om het apparaat te bewegen, zijn 2 personen ver-
eist.
Alleen geschikte hulpmiddelen gebruiken.
Bepaalde onderdelen in het toestel kunnen scherpe
randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Verwondingsgevaar bij het openen en sluiten van de
scharnieren.
Niet in het bewegende gedeelte van de scharnieren
grijpen.
1.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcon-
tact.
2.
De filterafdekking naar beneden klappen.
background
Montagehandleiding nl
23
De filterafdekking volledig en zonder rukken ope-
nen.
3.
De vetfilters verwijderen.
De vetfilters niet buigen, om beschadigingen te
voorkomen.
4.
De kabelgoot aan de zijkant samendrukken en afne-
men.
5.
De kabel op de daarvoor bestemde plaats losne-
men.
6.
De schroeven van de scharnieren tot ca. 7 mm
opendraaien.
5
De schroeven niet volledig losdraaien.
7.
De filterafdekking loshaken en verwijderen.
8.
De tegenover elkaar liggen de schroeven losdraaien
om de ventilatorkast los te maken.
T 20
9.
De ventilatorkast op de zijde schuiven en de buizen
tot stand brengen.
10.
De ventilatorkast op de andere zijde schuiven en de
stekker uit het stopcontact trekken.
11.
De ventilatorkast vastschroeven.
12.
De ophangingen aan het apparaat losmaken: de de-
montageschuif naar binnen schuiven.
13.
Het apparaat langzaam uit de uitsparing nemen.
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
Robert Bosch Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München
GERMANY
www.bosch-home.com
*9001487396*
9001487396(000813)
nl

Specifications

Indexed Terms: Ceiling Hood, Ducted

Bosch DRC99PS25 Questions and Answers

Questions and Answers

Related Products