
nl
2
Inhoudsopgave
1 Veiligheid......................................4
1.1 Algemene aanwijzingen .............4
1.2 Bestemming van het appa-
raat .............................................4
1.3 Inperking van de gebruikers ......4
1.4 Veilige installatie.........................5
1.5 Veiliger gebruik ..........................7
1.6 Veilige reiniging en onder-
houd ...........................................9
2 Materiële schade vermijden ......11
3 Milieubescherming en bespa-
ring..............................................12
3.1 Afvoeren van de verpakking ....12
3.2 Zuinig met energie en hulp-
bronnen ....................................12
3.3 Energiebesparingsmodus ........12
4 Opstellen en aansluiten .............13
4.1 Apparaat uitpakken ..................13
4.2 Inhoud van de verpakking........14
4.3 Vereisten ten aanzien van de
opstelplaats ..............................14
4.4 Transportbeveiligingen ver-
wijderen ....................................15
4.5 Apparaat aansluiten .................17
4.6 Stellen van het apparaat ..........18
4.7 Apparaat elektrisch aanslui-
ten.............................................18
5 Uw apparaat leren kennen.........19
5.1 Apparaat...................................19
5.2 Wasmiddellade.........................20
5.3 Bedieningselementen...............20
6 Display ........................................21
7 Toetsen .......................................23
8 Programma's ..............................24
9 Accessoires................................28
10 Voor het eerste gebruik ...........28
10.1 Wascyclus zonder was-
goed starten ...........................28
11 Wasgoed...................................29
11.1 Wasgoed voorbereiden..........29
11.2 Wasgoed sorteren ..................30
11.3 Mate van verontreiniging ........30
11.4 Verzorgingsaanwijzingen
op verzorgingslabels ..............30
12 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel..............................31
12.1 Wasmiddelaanbeveling ..........31
12.2 Wasmiddeldosering ...............32
13 De Bediening in essentie.........33
13.1 Apparaat inschakelen ............33
13.2 Programma instellen ..............33
13.3 Programma-instellingen
aanpassen..............................33
13.4 Trommel vullen met was-
goed .......................................33
13.5 Doseerhulp voor vloeibaar
wasmiddel plaatsen ...............34
13.6 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel doseren .............34
13.7 Starten van het programma ...34
13.8 Klaar-in tijd voor program-
mastart aanpassen.................35
13.9 Wasgoed inweken ..................35
13.10 Wasgoed bijvullen ................35
13.11 Progr. annuleren...................35
13.12 Programma bij spoelstop
hervatten...............................35
13.13 Wasgoed uitnemen ..............35
13.14 Apparaat uitschakelen .........36
14 Kinderslot .................................36
14.1 Kinderslot inschakelen ...........36
14.2 Kinderslot deactiveren............36

nl
3
15 Basisinstellingen .....................37
15.1 Overzicht over de basisin-
stellingen ................................37
15.2 Basisinstellingen wijzigen.......38
16 Reiniging en onderhoud ..........38
17 Storingen verhelpen ................45
18 Transporteren, opslaan en
afvoeren....................................53
18.1 Apparaat demonteren ............53
18.2 Transportbeveiligingen
plaatsen..................................53
18.3 Apparaat opnieuw in ge-
bruik nemen ...........................54
18.4 Afvoeren van uw oude ap-
paraat .....................................54
19 Servicedienst............................55
19.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) ...........55
20 Verbruikswaarden....................56
21 Technische gegevens..............57

nl Veiligheid
4
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om wasmachinebestendig textiel en wol voor de handwas vol-
gens het onderhoudsetiket te wassen.
¡ met leidingwater en gangbare, voor de wasmachine geschikte
wasmiddelen en onderhoudsmiddelen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen tot 3jaar en huisdieren niet bij het appa-
raat kunnen komen.

Veiligheid nl
5
1.4 Veilige installatie
Neem de veiligheidsvoorschriften in acht bij het installeren van het
apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
▶
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
▶
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
▶
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
De installatie moet zijn voorzien van een afdoende grote aderdi-
ameter.
▶
Bij het gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met
het teken gebruiken.
▶
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
▶
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
▶
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
▶
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warm-
tebronnen in contact brengen.
▶
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in con-
tact brengen.
▶
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
▶
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.

nl Veiligheid
6
▶
Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de service-
dienst.
▶
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
▶
Het apparaat niet alleen optillen.
Als dit apparaat op ondeskundige wijze in een was-droogzuil
wordt opgesteld, kan het opgestelde apparaat naar beneden val-
len.
▶
De droger uitsluitend met de verbindingset van de drogerfabri-
kant op een wasmachine stapelen Een andere plaatsingsmetho-
de is niet toegestaan.
▶
Het apparaat niet in een was-droogzuil opstellen als de droger-
fabrikant geen passende verbindingsset aanbiedt.
▶
Geen apparaten van verschillende fabrikanten en met verschil-
lende diepte en breedte in een was-droogzuil opstellen.
▶
Geen was-droogzuil op een platform opstellen, de apparaten
kunnen kantelen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
▶
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Het apparaat kan tijdens het bedrijf trillen of bewegen.
▶
Het apparaat op een schone, vlakke en stevige ondergrond op-
stellen.
▶
Het apparaat middels de apparaatvoeten en een waterpas hori-
zontaal stellen.
Bij ondeskundig gelegde slangen en netaansluitleidingen bestaat
er struikelgevaar.
▶
De slangen en aansluitkabels zodanig leggen dat men er niet
over kan struikelen.

Veiligheid nl
7
Wanneer het apparaat aan uitstekende onderdelen wordt ver-
plaatst, zoals bijvoorbeeld de vuldeur, dan kunnen de onderdelen
afbreken.
▶
Het apparaat niet aan uitstekende onderdelen verplaatsen.
VOORZICHTIG‒Kans op snijden!
Scherpe randen aan het apparaat kunnen bij aanrakingen tot snij-
wonden leiden.
▶
Het apparaat niet aan scherpe randen aanraken.
▶
Veiligheidshandschoenen gebruiken bij installatie en transport
van het apparaat.
1.5 Veiliger gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
▶
Nooit een beschadigde apparaat gebruiken.
▶
Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
▶
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen en de kraan sluiten.
▶
Neem contact op met de servicedienst. →Pagina55
▶
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
▶
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
▶
Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensge-
vaar geraken.
▶
Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van
de apparaatdeur blokkeert of verhindert.

nl Veiligheid
8
▶
Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot
van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaat-
deur niet langer sluit.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
▶
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
▶
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Was- en verzorgingsmiddelen kunnen bij inname tot vergiftigingen
leiden.
▶
Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
▶
Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Wanneer wasgoed met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen
werd voorbehandeld, kan dit in het apparaat tot een explosie lei-
den.
▶
Voorbehandeld wasgoed voor het wassen grondig met water
spoelen.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Bij het op het apparaat klimmen of klauteren kan de afdekplaat
breken.
▶
Niet op het apparaat klimmen of klauteren.
Bij het zitten of leunen op de geopende deur kan het apparaat
kantelen.
▶
Niet op de apparaatdeur zitten of leunen.
▶
Geen voorwerpen op de apparaatdeur plaatsen.
Grijpen in de draaiende trommel kan tot letsel aan de handen lei-
den.
▶
Wacht tot de trommel volledig stil staat voordat u met uw hand
in de trommel grijpt.

Veiligheid nl
9
VOORZICHTIG‒Kans op brandwonden!
Het glas van de apparaat deur wordt heet bij het wassen met ho-
ge temperaturen.
▶
Raak de hete apparaatdeur niet aan.
▶
Houd kinderen uit de buurt van de hete apparaatdeur.
VOORZICHTIG‒Kans op brandwonden!
Het sop wordt heet bij het wassen met hoge temperaturen.
▶
Raak het hete sop niet aan.
VOORZICHTIG‒Kans op chemische brandwonden!
Bij het openen van de wasmiddellade kunnen wasmiddel en ver-
zorgingsmiddel uit het apparaat spatten. Contact met ogen of huid
kan tot irritaties leiden.
▶
Bij contact met wasmiddelen of verzorgingsmiddelen de ogen
of de huid grondig spoelen met schoon water.
▶
Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
▶
Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
1.6 Veilige reiniging en onderhoud
Neem de veiligheidsvoorschriften in acht bij het reinigen en onder-
houden van het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
▶
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het
ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
▶
Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.

nl Veiligheid
10
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het gebruiken van niet originele reserveonderdelen en niet origi-
nele accessoires is gevaarlijk.
▶
Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen en originele ac-
cessoires van de fabrikant.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Bij het gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kun-
nen giftige dampen ontstaan.
▶
Geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.

Materiële schade vermijden nl
11
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade ver-
mijden
Materiële schade vermijden
Houd deze aanwijzing aan om materi-
ële schade en schade aan het appa-
raat te vermijden.
LET OP!
Een verkeerde dosering van wasver-
zachters, wasmiddelen, verzorgings-
middelen en reinigingsmiddelen kan
de werking van het apparaat beïn-
vloeden.
▶
De doseeraanbevelingen van de
fabrikant aanhouden.
Het overschrijden van de maximale
beladingshoeveelheid heeft invloed
op de werking van het apparaat.
▶
De maximale beladingshoeveel-
heid →Pagina24 voor elk pro-
gramma aanhouden en niet over-
schrijden.
Het apparaat is voor transport met
transportbeveiligingen geborgd. Niet
verwijderde transportbeveiligingen
kunnen leiden tot materiële schade
en schade aan het apparaat.
▶
Voor inbedrijfstelling alle transport-
beveiligingen volledig verwijderen
en bewaren.
▶
Voor elk transport alle transportbe-
veiligingen volledig inbouwen, om
transportschade te vermijden.
De ondeskundige aansluiting van de
watertoevoerslang kan tot materiële
schade leiden.
▶
De schroefverbindingen aan de
watertoevoer handvast aantrekken.
▶
De watertoevoerslang het best di-
rect zonder bijkomende verbin-
dingselementen, zoals adapter,
verlengstuk, ventiel of dergelijke
op de waterkraan aansluiten.
▶
Erop letten dat de binnendiameter
van de waterkraan minstens 17
mm bedraagt.
▶
Erop letten dat de lengte van de
schroefdraad aan de aansluiting
naar de waterkraan minstens 10
mm bedraagt.
Een te lage of te hoge waterdruk kan
de apparaatfunctie hinderen.
▶
Zorg ervoor dat de waterdruk aan
de watervoorzieningsinstallatie mi-
nimaal 100kPa (1 bar) en maxi-
maal 1000kPa (10bar) bedraagt.
▶
Wanneer de waterdruk de aange-
geven maximale waarde over-
schrijdt, dan moet een reduceer-
ventiel tussen de drinkwateraan-
sluiting en de slangenset van het
apparaat worden geïnstalleerd.
▶
Het apparaat niet op de meng-
kraan van een drukloze geiser of
boiler aansluiten.
Veranderde of beschadigde water-
slangen kunnen tot materiële schade
en schade aan het apparaat leiden.
▶
Nooit waterslangen knikken, knel-
len, veranderen of doorsnijden.
▶
Alleen meegeleverde waterslangen
of originele reserveslangen gebrui-
ken.
▶
Nooit gebruikte waterslangen her-
gebruiken.
Het gebruik van het apparaat met
vervuild of te heet water kan materië-
le schade veroorzaken.
▶
Het apparat uitsluitend met koud
leidingwater gebruiken.
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
▶
Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶
Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶
Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
▶
Het apparaat uitsluitend reinigen
met water en een zachte, vochtige
doek.

nl Milieubescherming en besparing
12
▶
Bij contact met het apparaat direct
alle wasmiddelresten, sproeinevel-
resten of restanten verwijderen.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en
besparing
Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Zuinig met energie en
hulpbronnen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom en
water.
Programma's met lage temperaturen
en langere wastijden gebruiken en
de maximale beladingscapaciteit
→Pagina24 gebruiken.
a
Het energieverbruik en het water-
verbruik zijn het efficiëntst.
Wasmiddel overeenkomstig de mate
van verontreiniging van het wasgoed
doseren →Pagina32.
a
Voor een lichte tot normale mate
van verontreiniging is een geringe
hoeveelheid wasmiddel voldoen-
de. Houd het doseeradvies van de
fabrikant van het wasmiddel aan.
Wastemperatuur bij licht en normaal
verontreinigd wasgoed reduceren.
a
Bij lage temperaturen verbruikt het
apparaat weinig energie. Voor een
lichte tot normale verontreiniging
zijn ook lagere temperaturen dan
op het verzorgingslabel vermeld
afdoende.
Maximaal toerental instellen, wan-
neer het wasgoed aansluitend in de
wasdroger gedroogd moet worden.
a
Droger wasgoed verkort de pro-
grammaduur bij het drogen en ver-
laagt het energieverbruik. Met een
hoger centrifugetoerental vermin-
dert de restvochtigheid in de was
en het volume van het centrifuge-
ren verhoogt.
Wasgoed zonder voorwas wassen.
a
Het wassen met voorwas verlengt
de programmaduur en verhoogt
het energie- en waterverbruik.
Het apparaat beschikt over een bela-
dingsautomaat.
a
De beladingsautomaat past het
waterverbruik en de programma-
duur optimaal aan de textielsoort
en de beladingscapaciteit aan.
3.3 Energiebesparingsmodus
Wanneer u het apparaat langere tijd
niet bediend, dan schakelt het appa-
raat automatisch naar de energiebe-
spaarstand. Alle aanwijzingen ver-
dwijnen en Start / Bijvullen knippert.
De energiebespaarmodus wordt af-
gesloten, wanneer u het apparaat op-
nieuw bedient, bijv. de deur opent of
sluit.

Opstellen en aansluiten nl
13
Opstellen en aansluiten
4 Opstellen en aansluiten
Opstellen en aansluiten
4.1 Apparaat uitpakken
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
LET OP!
Voorwerpen die in de trommel ach-
terblijven, en die niet voor het gebruik
van het apparaat bedoeld zijn, kun-
nen tot materiële- en apparaatschade
leiden.
▶
Voor gebruik alle deze voorwerpen
en de meegeleverde accessoires
uit de trommel verwijderen.
1. Verpakkingsmateriaal en bescher-
ming volledig van het apparaat
verwijderen.
Voor de milieuvriendelijke afvoer
van het verpakkingsmateriaal dient
u de informatie over het onderwerp
→"Afvoeren van de verpakking",
Pagina12 in acht te nemen.
2. Controleer het apparaat op zicht-
bare beschadigingen.
3. De deur openen.
→"De Bediening in essentie",
Pagina33
4. De accessoires uit de trommel ver-
wijderen.
5. De deur sluiten.

nl Opstellen en aansluiten
14
4.2 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledig-
heid van de levering.
1 2 3
4
1
Wasmachine
2
Begeleidende documenten
3
Watertoevoerslang
4
Afdekkapjes
4.3 Vereisten ten aanzien van
de opstelplaats
Het apparaat kan bij het centrifuge-
ren "wandelen". Houd de aanwijzin-
gen voor de opstellocatie aan.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.

Opstellen en aansluiten nl
15
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoeren-
de delen. Het aanraken van span-
ningsvoerende delen is gevaarlijk.
▶
Gebruik het apparaat niet zonder
afdekplaat.
WAARSCHUWING
Kans op letsel!
Bij gebruik op een sokkel kan het ap-
paraat kantelen.
▶
De apparaatvoeten voor inbedrijf-
stelling op een sokkel absoluut
met de bevestigingen
→Pagina28 van de fabrikant be-
vestigen.
LET OP!
Wanneer het apparaat in vorstgevaar-
lijke zones of buiten wordt opgesteld,
dan kan bevroren restwater het appa-
raat beschadigen en bevroren slan-
gen kunnen scheuren of barsten.
▶
Het apparaat niet op vorstgevoeli-
ge plaatsen of buiten plaatsen en
gebruiken.
Het apparaat werd voor het verlaten
van de fabriek aan een functietest on-
derworpen en kan restwater bevatten.
Dit restwater kan lekken als het ap-
paraat meer dan 40° wordt gekan-
teld.
▶
Het apparaat voorzichtig kantelen.
Opstelplaats Eisen
Op een sokkel Het apparaat met
borglippen
→Pagina28
bevestigen.
Opstelplaats Eisen
Op een vloer met
houten balken
Het apparaat op
een waterbesten-
dige houten plaat
plaatsen, welke
vast met vloer is
geschroefd. De
houten plaat
moet minimaal
30 mm dik zijn.
In een keuken ¡ Een nisbreedte
van 60cm is
noodzakelijk.
¡ Het apparaat
alleen onder
een doorlo-
pend werkblad
plaats, welke
vast met de
naastliggende
kast is verbon-
den.
Aan een wand Geen slangen
tussen wand en
apparaat inklem-
men.
4.4 Transportbeveiligingen
verwijderen
Het apparaat is voor transport met
transportbeveiligingen aan de achter-
zijde van het apparaat geborgd.
Opmerkingen
¡ Neem de informatie over het on-
derwerp veiligheid →Pagina4 en
materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw appa-
raat veilig te kunnen gebruiken.
¡ Bewaar de transportbeveiligingen,
de bouten en hulzen voor een toe-
komstig transport →Pagina53.

nl Opstellen en aansluiten
16
1. De slangen uit de houders trekken.
2. Alle bouten van de 4 transportbe-
veiligingen met een steeksleutel
SW13 losmaken en verwijderen
.
3. De netaansluitkabel uit de houder
trekken.
4. De 4 hulzen verwijderen.
5. De 4 afdekkappen plaatsen.
6. De 4 afdekkappen naar beneden
duwen.

Opstellen en aansluiten nl
17
4.5 Apparaat aansluiten
Sluit uw apparaat aan op het elektri-
citeitsnet, de watertoevoer en de wa-
terafvoer.
Watertoevoerslang aansluiten
Opmerking
¡ Neem de informatie over het on-
derwerp veiligheid →Pagina4 en
materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw appa-
raat veilig te kunnen gebruiken.
1. De watertoevoerslang op het appa-
raat aansluiten.
2
1
2. De watertoevoerslang op de kraan
(26,4 mm = 3/4") aansluiten.
¾˝
min.
min.
10 mm
17 mm
3. De kraan voorzichtig openen en
controleren of de aansluitingen
dicht zijn.
Aansluitsoorten waterafvoer
De informatie helpt u dit apparaat op
de waterafvoer aan te sluiten.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
LET OP!
Bij het afpompen staat de wateraf-
voerslang onder druk en kan van de
geïnstalleerde aansluitpositie losra-
ken.
▶
De waterafvoerslang tegen onbe-
doeld losraken borgen.
Opmerking:Neem de afpomphoog-
tes in acht.
De afpomphoogtes bedragen: mini-
maal: 60cm, maximaal: 100cm.
Afvoer in een si-
fon
De aansluitposi-
tie met een
slangklem
(24-40 mm) bor-
gen.
Afvoer in een
wastafel
De wateraf-
voerslang met
een bochtstuk
→Pagina28
bevestigen en
borgen.
Afvoer in en
kunststof stand-
pijp met rubbe-
ren mof.
De wateraf-
voerslang met
een bochtstuk
→Pagina28
bevestigen en
borgen.

nl Opstellen en aansluiten
18
4.6 Stellen van het apparaat
Om geluiden en trillingen te reduce-
ren en het wandelen van het appa-
raat te vermijden, stelt u het apparaat
horizontaal.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. De contramoeren met een steek-
sleutel SW17 losdraaien.
2. Om het apparaat te stellen, aan de
apparaatvoetjes draaien. De hori-
zontale afstelling van het apparaat
met waterpas controleren.
Alle apparaatvoeten moeten stevig
op de grond staan.
3. De contramoeren met een steek-
sleutel SW17 handvast tegen de
behuizing aantrekken.
Het apparaatvoetje daarbij vast-
houden en niet in de hoogte ver-
stellen.
4.7 Apparaat elektrisch aan-
sluiten
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat vindt u in de technische ge-
gevens →Pagina57.
2. De netstekker op vastheid contro-
leren.

Uw apparaat leren kennen nl
19
Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
1
2
4
6
3
5
7
7
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen,
bijv. de kleur en de vorm.
1
Serviceklep en pomp
→Pagina40
2
Deur
3
Wasmiddellade →Pagina20
4
Bedieningselementen
→Pagina20
5
Waterafvoerslang
→Pagina17
6
Netaansluitkabel →Pagina18
7
Transportbeveiligingen
→Pagina15

nl Uw apparaat leren kennen
20
5.2 Wasmiddellade
1 2 3
1
Wasmiddelbakje II:
¡ Wasmiddel voor de hoofd-
was,
¡ Ontharder
¡ Bleekmiddel
¡ Vlekkenzout
2
Compartiment :
¡ Wasverzachter
¡ Vloeibaar stijfsel
¡ Impregneermiddel
3
Wasmiddelbakje I:
¡ Wasmiddel voor de voor-
was
¡ Hygiënewasmiddel
5.3 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
2 3
1 1
4 4
1
Programma's →Pagina24
2
Programmakiezer
→Pagina33
3
Display →Pagina21
4
Toetsen →Pagina23

Display nl
21
Display
6 Display
Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwij-
zingsteksten.
Indicatie Benaming Beschrijving
0:40
1
Programmaduur /
resterende tijd van
het programma
Ongevere verwachte programmaduur of
resterende tijd van het programma.
10h
1
Klaar in tijd Het programma-einde werd vastgelegd en
de resterende uren worden aangegeven.
→"Toetsen", Pagina23
7 kg
1
Aanbevolen lading Maximale beladingshoeveelheid voor het
ingestelde programma in kg.
––– - 1400 Centrifugetoeren-
tal
Ingestelde centrifugetoerental in omw/min.
→"Toetsen", Pagina23
0: zonder eindcentrifugeren, alleen afpom-
pen
–––: Spoelstop, zonder afpompen
Start/Pauze Starten, annuleren of pauzeren
¡ brandt: het programma draait en kan
worden afgebroken of gepauzeerd.
¡ knippert: het programma kan worden
gestart of hervat.
Wassen Programmastatus
Spoelen Programmastatus
1
Voorbeeld

nl Display
22
Indicatie Benaming Beschrijving
Centrifugeren Programmastatus
––– Spoelstop Programmastatus
End Programma-einde Programmastatus
Kinderslot ¡ brandt: het kinderslot is geactiveerd.
¡ knippert: het kinderslot is geactiveerd
en de programmakiezer werd ver-
draaid.
→"Kinderslot deactiveren", Pagina36
speedPerfect Wassen in kortere tijd is geactiveerd.
→"Toetsen", Pagina23
Deur ¡ brandt: de deur is vergrendeld en kan
niet worden geopend.
¡ knippert: de deur is niet gesloten.
¡ uit: de deur is ontgrendeld en kan wor-
den geopend.
Kraan ¡ Geen waterdruk.
¡ De waterdruk is te laag.
E:60 / -2B
1
Fout Foutcode, foutindicatie, signaal.
1
Voorbeeld

Toetsen nl
23
Toetsen
7 Toetsen
Toetsen
De selectie van de programma-instellingen is afhankelijk van het ingestelde
programma. De selectiemogelijkheden voor elk programma ziet u in het over-
zicht voor
→"Programma's", Pagina24.
Toets Keuze Beschrijving
Start / Bijvullen ¡ starten
¡ annuleren
¡ pauzeren
Programma starten, annuleren of pau-
zeren.
Speed Perfect ¡ activeren
¡ Deactiveren
Wassen met verkorte tijdsduur active-
ren of deactiveren.
Opmerking:Het energieverbruik
wordt hoger.
Het wasresultaat wordt daardoor niet
beïnvloed.
Klaar in 1 - 24 uur Het programma-einde vastleggen.
De programmaduur is reeds in het in-
gestelde aantal uren inbegrepen.
Na de start van het programma wordt
de programmaduur weergegeven.
Centrifugeren ––– - 1400 Het centrifugetoerental aanpassen of
––– (spoelstop) activeren.
Met de selectie ––– wordt het water
aan het einde van de wascyclus niet
afgepompt en het centrifugeren gede-
activeerd. Het wasgoed blijft in het
spoelwater liggen.
3 sec. ¡ activeren
¡ deactiveren
Het kinderslot activeren of deactive-
ren.
De bedieningspanelen tegen per on-
geluk bedienen beveiligen.
Werd het kinderslot geactiveerd en
het apparaat uitgeschakeld, dan blijft
het kinderslot geactiveerd.
→"Kinderslot", Pagina36

nl Programma's
24
Programma's
8 Programma's
Programma's
Hier vindt u een overzicht van de programma's. U krijgt informatie over de belading en de instelbare program-
mamogelijkheden.
Tip:De verzorgingslabels van het wasgoed geven u extra aanwijzingen voor de programmakeuze.
→"Verzorgingsaanwijzingen op verzorgingslabels", Pagina30
Programma Beschrijving
max. belading
(kg)
Programma-instellingen
max. tempe-
ratuur (°C)
max. centri-
fugetoeren-
tal (omw/
min)
1
Speed Per-
fect
Centrifuge-
ren –––
(Spoelstop)
Katoen Stevig textiel van katoen, linnen of gemeng-
de weefsels wassen.
Ook geschikt als verkort programma voor
normaal vervuild wasgoed als u Speed Per-
fect activeert. Is Speed Perfect geactiveerd,
dan wordt de maximale beladingshoeveel-
heid gereduceerd tot 4kg.
7 90 1400
Katoen Intensief Stevig textiel van katoen, linnen of gemeng-
de weefsels wassen.
Energiebesparend programma.
Opmerking:Om energie te besparen kan
de daadwerkelijke wastemperatuur afwijken
van de ingestelde temperatuur. De wasre-
sultaat is conform de wettelijke vereisten.
7 40 1400
–
1
Programma-instellingen

Programma's nl
25
Programma Beschrijving
max. belading
(kg)
Programma-instellingen
max. tempe-
ratuur (°C)
max. centri-
fugetoeren-
tal (omw/
min)
1
Speed Per-
fect
Centrifuge-
ren –––
(Spoelstop)
Eco 40-60 Textiel van katoen, linnen en gemengde
weefsels wassen.
Opmerking:Textiel dat volgens het onder-
houdssymbool met 40 °C tot 60 °C
wasbaar is, kan samen worden gewassen.
Het wasresultaat komt overeen met de best
mogelijke wasresultaatklasse en is conform
de wettelijke voorschriften.
Voor dit programma wordt de wastempera-
tuur automatisch afhankelijk van de bela-
dingscapaciteit aangepast om een optimale
energie-efficiëntie bij een zo goed mogelijk
wasresultaat te bereiken. De wastempera-
tuur kan niet worden gewijzigd.
7 – 1400
–
Katoen Voorwas Stevig textiel van katoen, linnen of gemeng-
de weefsels wassen.
Programma met voorwas voor sterk veront-
reinigd wasgoed.
Verdeel het wasmiddel in de wasmiddella-
de over de voor- en hoofdwas.
→"Wasmiddellade", Pagina20
7 40 1400
Kreukherstellend Textiel van synthetisch en gemengd weef-
sels wassen.
4 40 1200
1
Programma-instellingen

nl Programma's
26
Programma Beschrijving
max. belading
(kg)
Programma-instellingen
max. tempe-
ratuur (°C)
max. centri-
fugetoeren-
tal (omw/
min)
1
Speed Per-
fect
Centrifuge-
ren –––
(Spoelstop)
Snel / Mix Textiel van katoen, linnen, synthetisch mate-
riaal en gemengde weefsels wassen.
Geschikt voor licht verontreinigd wasgoed.
4 40 1400
Delicaat / Zijde Gevoelig, wasbaar textiel van zijde, viscose
en synthetische stof wassen.
Gebruik een wasmiddel voor fijne was of
zijde.
Opmerking:Was bijzonder gevoelig textiel
of textiel met haken, ogen of beugels in
een wasnetje.
2 30 800
–
Wol Met de hand of in de machine wasbaar tex-
tiel van wol of met en groot wolaandeel
wassen.
Om krimp van het wasgoed te vermijden,
beweegt de trommel met textiel bijzonder
voorzichtig met lange pauzes.
Gebruik een wasmiddel voor wol.
2 30 800
–
Spoelen Spoelen met aansluitend centrifugeren en
afpompen van het water.
– – 1400
–
Centrifugeren / Af-
pompen
Centrifugeren en water afpompen.
Wanneer u alleen het water wilt afpompen,
activeer dan 0. Het wasgoed wordt niet ge-
centrifugeerd.
– – 1400
– –
1
Programma-instellingen

Programma's nl
27
Programma Beschrijving
max. belading
(kg)
Programma-instellingen
max. tempe-
ratuur (°C)
max. centri-
fugetoeren-
tal (omw/
min)
1
Speed Per-
fect
Centrifuge-
ren –––
(Spoelstop)
Donkere was Donker en kleurintensief textiel van katoen
en kreukherstellend textiel, bijv. jeans was-
sen.
Was het wasgoed binnenste buiten.
Gebruik een vloeibaar wasmiddel.
4 30 1200
1
Programma-instellingen

nl Accessoires
28
Accessoires
9 Accessoires
Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Gebruik Bestelnummer
Verlenging watertoe-
voerslang
Koudwater- of Aquastop-
watertoevoerslang ver-
lengen (2,50 m).
WMZ2381
Bevestigingsbeugels Stevige stand van het
apparaat verbeteren.
WMZ2200
Langere watertoe-
voerslang
Standaard watertoe-
voerslang dor een lange-
re slang (2,20 m) ver-
vangen.
00353925
Bochtstuk Waterafvoerslang fixeren. 00655300
Inzetunits voor vloeibaar
wasmiddel
Vloeibaar wasmiddel do-
seren.
00637516
Voor het eerste gebruik
10 Voor het eerste
gebruik
Voor het eerste gebruik
Bereid het apparaat voor voor het ge-
bruik.
10.1 Wascyclus zonder was-
goed starten
Uw apparaat werd voor het verlaten
van de fabriek grondig gecontro-
leerd. Om eventueel restwater te ver-
wijderen, wast u de eerste keer zon-
der wasgoed.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. De programmakiezer op Katoen
90° zetten.
2. De deur sluiten.

Wasgoed nl
29
3. De wasmiddellade uittrekken.
4. Het poederwasmiddel in comparti-
ment II doen.
Gebruik om schuimvorming te ver-
mijden, slechts de helft van de
door de wasmiddelfabrikant aan-
bevolen hoeveelheid voor lichte
verontreiniging. Gebruik geen wol-
of fijnwasmiddel.
5. De wasmiddellade erin schuiven.
6. Druk op Start / Bijvullen om het
programma te starten.
a Het display toont de resterende
programmaduur.
a Na het programma-einde toont het
display: "End" .
7. De eerste wascyclus starten of de
programmakiezer op Uit zetten,
om het apparaat uit te schakelen.
→"De Bediening in essentie",
Pagina33
Wasgoed
11 Wasgoed
Wasgoed
U kunt in uw apparaat alle textiel, die
door de fabrikant op het textiellabel
als geschikt voor de wasmachine
staat aangegeven en textiel van
handwasbaar wol wassen.
11.1 Wasgoed voorbereiden
LET OP!
In het wasgoed achtergebleven voor-
werpen kunnen het wasgoed en de
trommel beschadigen.
▶
Voor gebruik alle voorwerpen uit
de zakken van het wasgoed verwij-
deren.
▶
Om uw apparaat en het wasgoed
te beschermen, bereidt u het was-
goed voor.
– alle zakken legen
– Zand uit alle omslagen en zak-
ken borstelen
– Dekbedhoezen en kussenover-
trekken sluiten
– alle ritssluitingen, klittenbandslui-
tingen, haken en ogen sluiten
– Stoffen riemen of banden bij el-
kaar binden of een wasnetje ge-
bruiken.
– Gordijnrollers en loodveters ver-
wijderen of een wasnetje gebrui-
ken
– voor kleine stukken wasgoed,
bijv. kindersokken een wasnetje
gebruiken

nl Wasgoed
30
– Was uit elkaar vouwen en los
maken
– grote en kleine stukken was-
goed door elkaar wassen
– verse vlekken met zeepsop af-
deppen (niet wrijven)
– sommige hardnekkige, inge-
droogde vlekken kunnen door
meerdere malen wassen worden
verwijderd
11.2 Wasgoed sorteren
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
▶
Om het wasresultaat te verbeteren
en verkleuringen te vermijden, sor-
teert u het wasgoed voor het was-
sen overeenkomstig de volgende
criteria.
– Soort weefsel en soort vezel
– witte was
– bonte was
Was nieuwe bonte was de
eerste keer gescheiden van
ander wasgoed.
– Verontreiniging →Pagina30
– Verzorgingsaanwijzingen op ver-
zorgingslabels →Pagina30
11.3 Mate van verontreiniging
Mate van vervuiling Verontreiniging Voorbeelden
licht ¡ geen verontreinigingen
of vlekken zichtbaar
¡ Wasgoed heeft geuren
aangenomen
lichte zomerkleding of
sportkelding, die slechts
enkele uren is gedragen
normaal Verontreinigingen of lichte
vlekken zijn zichtbaar
¡ T-shirts, overhemden of
blouses zijn doorzweet,
of werden meerdere ma-
len gedragen
¡ Handdoeken of bedden-
goed, welke tot één
week is gebruikt
sterk Verontreinigingen of vlek-
ken zijn duidelijk zichtbaar
Theedoeken, babywas of
werkkleding
11.4 Verzorgingsaanwijzingen op verzorgingslabels
De symbolen verwijzen naar het aanbevolen programma en de getalen in de
symbolen naar de maximaal aanbevolen wastemperatuur.
Symbool Wasproces Aanbevolen programma
normaal Katoen
voorzichtig Kreukherst.
zeer voorzichtig Fijn/ zijde voor handwas
Handwas Wol

Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel nl
31
Symbool Wasproces Aanbevolen programma
niet in de wasmachine wasbaar –
Tip:Op www.ginetex.ch vindt u meer
informatie over verzorgingssymbolen.
Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
12 Wasmiddel en wasver-
zorgingsmiddel
Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
Met de juiste selectie en het gebruik
van wasmiddelen en verzorgingsmid-
delen beschermt u uw apparaat en
uw wasgoed. U kunt alle wasmidde-
len en verzorgingsmiddelen gebrui-
ken, die voor huishoudelijke wasma-
chines geschikt zijn.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Informatie van de fabrikant over ge-
bruik en dosering vindt u op de ver-
pakking.
Opmerkingen
¡ bij vloeibare wasmiddelen uitslui-
tend zelf stromende vloeibare was-
middelen gebruiken
¡ verschillende vloeibare wasmidde-
len niet mengen
¡ wasmiddel en wasverzachter niet
mengen
¡ geen te lang bewaarde en sterk in-
gedikte producten gebruiken
¡ geen oplosmiddelhoudende, bijten-
de of desinfecterende middelen,
bijv. bleekwater, gebruiken
¡ Verfstoffen met mate gebruiken,
zout kan RVS aantasten
¡ geen ontkleuringsmiddel in het ap-
paraat gebruiken
12.1 Wasmiddelaanbeveling
De informatie helpt u het juiste wasmiddel voor het textiel te kiezen.
Wasmiddel Textiel Program-
ma
Temperatuur
Compleet wasmiddel
met optische witma-
kers
kookbestendig wit
textiel van linnen of
katoen
Katoen van koud tot 90°C
Bontwasmiddel zon-
der bleekmiddel en
optische witmakers
Bont wasgoed van
linnen of katoen
Katoen van koud tot 60°C
Bont/fijnwasmiddel
zonder optisch wit-
middel
Bont wasgoed van
kreukherstellende ve-
zels of synthetische
vezels
Kreukher-
stellend
van koud tot 60°C
Fijnwasmiddel Gevoelig fijn textiel
van zijde of viscose
Fijne was/
zijde
van koud tot 40°C
Wolwasmiddel Wol Wol van koud tot 40°C

nl Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
32
Tip:Op www.cleanright.eu vindt u
een veelvoud aan verdere informatie
omtrent wasmiddelen, verzorgings-
middelen en reinigingsmiddelen voor
huishoudelijk gebruik.
12.2 Wasmiddeldosering
Met de juiste wasmiddeldosering rea-
liseert u een optimaal wasresultaat
en kunt u hulpbronnen sparen.
De dosering van het wasmiddel is
gebaseerd op:
¡ De hoeveelheid wasgoed
¡ Mate van vervuiling
¡ Waterhardheid
U kunt de waterhardheid opvragen
bij uw plaatselijke waterbedrijf of
vaststellen met een waterhardheid-
tester.
Waterhardheid
Hardheidbereik Totale hardheid in
mmol/l
Duitse hardheid in °dH
zacht (I) 0 - 1,5 0 - 8,4
gemiddeld (II) 1,5 - 2,5 8,4 - 14
hard (III) hoger dan 2,5 hoger dan 14
Voorbeeld van fabrikantinformatie
voor wasmiddel
Deze voorbeeldwaarden hebben be-
trekking op een standaardbelading
van 4-5 kg.
Verontreiniging licht normaal sterk
Waterhardheid: zacht/ gemid-
deld
40ml 55ml 80ml
Waterhardheid: hard/ zeer
hard
55ml 80ml 105ml
De doseerhoeveelheden vindt u op
de verpakking van de fabrikant.
¡ Pas de doseerhoeveelheden aan
de daadwerkelijk beladingshoe-
veelheid aan.

De Bediening in essentie nl
33
De Bediening in essentie
13 De Bediening in es-
sentie
De Bediening in essentie
13.1 Apparaat inschakelen
▶
De programmakiezer op een pro-
gramma instellen.
13.2 Programma instellen
1. Zet de programmakiezer op het
gewenste programma
→Pagina24.
2. Indien nodig, de programma-instel-
lingen aanpassen →Pagina33.
13.3 Programma-instellingen
aanpassen
Afhankelijk van het programma en de
programmavoortgang kunt u de be-
schikbare instellingen aanpassen of
activeren/deactiveren.
Opmerking:Overzicht van alle pro-
gramma-instellingen:
→"Toetsen", Pagina23
Vereiste:Een programma is inge-
steld.
▶
De programma-instellingen aan-
passen.
De programma-instellingen worden
niet permanent voor het program-
ma opgeslagen.
13.4 Trommel vullen met was-
goed
Opmerkingen
¡ Neem de informatie over het on-
derwerp veiligheid →Pagina4 en
materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw appa-
raat veilig te kunnen gebruiken.
¡ Houd om kreukvorming te voorko-
men de maximale belading van het
programma →Pagina24 aan.
Vereiste:Het wasgoed voorbereiden
en sorteren.
→"Wasgoed", Pagina29
1. De deur openen.

nl De Bediening in essentie
34
2. Zorg ervoor dat de trommel leeg
is.
3. Het wasgoed uit elkaar gevouwen
in de trommel doen.
4. Opmerking:Zorg ervoor dat er
geen kleine stukken wasgoed tus-
sen de deur klem zitten.
De deur sluiten.
13.5 Doseerhulp voor vloei-
baar wasmiddel plaatsen
Wanneer u de doseerhulp als acces-
soire bestelt, moet u de doseerhulp
plaatsen.
1. Inzetstuk naar beneden drukken
en de wasmiddellade er uit nemen.
1
2
2. De doseerhulp plaatsen.
3. De wasmiddellade plaatsen.
13.6 Wasmiddel en wasver-
zorgingsmiddel doseren
Opmerkingen
¡ Neem de informatie over het on-
derwerp veiligheid →Pagina4 en
materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw appa-
raat veilig te kunnen gebruiken.
¡ Gebruik de doseerhulp voor vloei-
baar wasmiddel niet bij gel-achtige
wasmiddelen, waspoeder, inge-
schakelde voorwas of klaar-in tijd.
Vereiste:Informeer uzelf over de op-
timale dosering voor wasmiddelen en
verzorgingsmiddelen. →Pagina31
1. De wasmiddellade uittrekken.
2. Vullen met wasmiddel.
→"Wasmiddellade", Pagina20
3. Indien gewenst vullen met een ver-
zorgingsmiddel.
4. De wasmiddellade erin schuiven.
13.7 Starten van het program-
ma
Opmerking:Wanneer u de tijd tot het
programma-einde wilt wijzigen, stel
dan eerst de klaar-in tijd in.
▶
Op Start / Bijvullen drukken.

De Bediening in essentie nl
35
a De trommel draait en er vindt een
beladingsherkenning plaats, welke
tot wel 2 minuten kan duren en
daarna stroomt het water in het ap-
paraat.
a In het display wordt of de program-
maduur of de klaar-in tijd weerge-
geven.
a Na het programma-einde toont het
display: "End" .
13.8 Klaar-in tijd voor pro-
grammastart aanpassen
U kunt de ingestelde klaar-in tijd voor
programmastart opnieuw aanpassen.
1. Op Start / Bijvullen drukken.
2. Op Klaar in drukken tot op het
display de gewenste klaar-in tijd
wordt weergegeven.
3. Op Start / Bijvullen drukken.
13.9 Wasgoed inweken
U kunt het wasgoed voor het wassen
in het apparaat inweken, door het
programma te pauzeren.
Opmerking:Er is geen extra wasmid-
del nodig. Het zeepsop wordt aan-
sluitend voor het wassen gebruikt.
1. Het programma starten.
2. Druk om het programma te pauze-
ren, na ca. 10 minuten op Start /
Bijvullen.
3. Druk om het programma te hervat-
ten na de gewenste inweektijd op
Start / Bijvullen.
13.10 Wasgoed bijvullen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. Druk op Start / Bijvullen.
Het apparaat pauzeert en contro-
leert of het bijvullen of verwijderen
van wasgoed mogelijk is. Let op
de programmastatus.
2. Wasgoed uitnemen of bijvullen.
3. De deur sluiten.
4. Druk op Start / Bijvullen.
13.11 Progr. annuleren
Na het starten van het programma
kunt u het programma te allen tijde
afbreken.
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. Druk op Start / Bijvullen.
2. De deur openen.
Bij hoge temperatuur en hoog wa-
terniveau blijft de deur van het ap-
paraat om veiligheidsredenen ver-
grendeld.
– Start bij hoge temperatuur het
programma Spoelen .
– Start bij een hoog waterniveau
het programma Centrifugeren
of Afpompen .
3. Het wasgoed uit het apparaat ha-
len.
13.12 Programma bij spoel-
stop hervatten
1. Stel het programma Centrifuge-
ren of Afpompen in.
2. Druk op Start / Bijvullen.
13.13 Wasgoed uitnemen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.

nl Kinderslot
36
1. De deur openen.
2. Het wasgoed uit het apparaat ha-
len.
13.14 Apparaat uitschakelen
1. De programmakiezer op Uit zet-
ten.
2. De waterkraan sluiten.
3. De rubbermanchet droog vegen
en vreemde voorwerpen verwijde-
ren.
4. De deur en wasmiddellade open
laten zodat het restwater kan op-
drogen.
Kinderslot
14 Kinderslot
Kinderslot
Beveilig uw apparaat tegen onge-
wenst bedienen via de bedieningsele-
menten.
14.1 Kinderslot inschakelen
▶
Beide toetsen 3 sec. ca. 3 se-
conden indrukken.
a Op het display wordt weerge-
geven.
a De bedieningselementen zijn ge-
blokkeerd.
a Het kinderslot blijft ook na het uit-
schakelen van het apparaat geacti-
veerd.
14.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste:Om het kinderslot te deacti-
veren, moet het apparaat zijn inge-
schakeld.
▶
Druk ca. 3 seconden op beide but-
tons 3 sec. .
Om het lopende programma niet
te annuleren, moet de programma-
kiezer op het uitgangsprogramma
staan.
a In het display dooft .

Basisinstellingen nl
37
Basisinstellingen
15 Basisinstellingen
Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
15.1 Overzicht over de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basisinstellingen van het apparaat.
Basisinstel-
ling
Programma-
positie
Waarde Beschrijving
Signaal 2 0 (uit)
1 (zacht)
2 (gemid-
deld)
3 (luid)
4 (zeer
luid)
Het volume van het signaal na het
programma-einde instellen.
Toetssignaal 3 0 (uit)
1 (zacht)
2 (gemid-
deld)
3 (luid)
4 (zeer
luid)
Het volume van het signaal bij het
kiezen van de buttons instellen.

nl Reiniging en onderhoud
38
15.2 Basisinstellingen wijzi-
gen
1. De programmakiezer op stand 1
instellen.
2. Druk op Start / Bijvullenen draai
tegelijkertijd de programmakiezer
op stand 2.
a Het display geeft de actuele waar-
de aan.
3. De programmakiezer op de ge-
wenste positie instellen.
→"Overzicht over de basisinstellin-
gen", Pagina37
4. Druk op Klaar in om de waarde te
wijzigen.
5. Schakel het apparaat uit om de
wijziging op te slaan.
Reiniging en onderhoud
16 Reiniging en onder-
houd
Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
16.1 Tips voor onderhoud
van het toestel
Houd om de werking van uw appa-
raat langdurig te garanderen de tips
voor het onderhoud van het apparaat
aan.
De behuizing en
het bedienings-
paneel uitsluitend
met water en een
vochtige doek af-
nemen.
De apparaatde-
len blijven
schoon en hygië-
nisch.
Verwijder direct
alle wasmiddel-
resten, sproeine-
velresten of ach-
tergebleven res-
tanten.
Recente afzettin-
gen kunnen mak-
kelijker en zon-
der resten wor-
den verwijderd.
De deur van het
apparaat en de
wasmiddellade
na gebruik open
laten.
Restwater kan
dan verdampen,
hetgeen de geur-
vorming in het
apparaat vermin-
dert.

Reiniging en onderhoud nl
39
16.2 Trommel reinigen
Wanneer u vaak met een wastempe-
ratuur van 40°C en lager wast of het
apparaat langere tijd niet heeft ge-
bruikt, reinig dan de trommel.
VOORZICHTIG
Kans op letsel!
Het permanent wassen op lage tem-
peraturen en een ontbrekende be-
luchting van het apparaat kunnen de
trommel beschadigen en kunnen let-
sels veroorzaken.
▶
Regelmatig een programma voor
de reiniging van de trommel uit-
voeren of met temperaturen van
minstens 60°C wassen.
▶
Het apparaat na elk gebruik bij
een geopende deur en wasmiddel-
lade laten drogen.
▶
Draai het programma Katoen 90°
zonder wasgoed.
Gebruik een poederwasmiddel.
16.3 Schoonmaken van de
wasmiddellade
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. De wasmiddellade uittrekken.
2. Inzetstuk naar beneden drukken
en de wasmiddellade er uit nemen.
1
2
3. Inzetstuk van onderen naar boven
uitdrukken.
4. De wasmiddellade en de inzet met
water en borstel reinigen en dro-
gen.

nl Reiniging en onderhoud
40
5. Het inzetstuk plaatsen en vastklik-
ken.
6. De opening voor de wasmiddella-
de reinigen.
7. De wasmiddellade erin schuiven.
16.4 Ontkalken
Wanneer u wasmiddel correct do-
seert, hoeft u uw apparaat niet te ont-
kalken. Als u toch ontkalkingsmiddel
wilt gebruiken, neem dan de gebruik-
sinstructies van de fabrikant in acht.
LET OP!
Door het gebruik van ongeschikte
ontkalkingsmiddelen, zoals bijv. voor
koffiezetapparaten, kan het apparaat
beschadigen.
▶
Gebruik voor dit apparaat slechts
een ontkalkingsmiddel dat via de
internetsite of de klantenservice
van de fabrikant verkrijgbaar is.
16.5 Afvoerpomp reinigen
Reinig de afvoerpomp in geval van
storingen, bijv. bij verstoppingen of
geklapper.
Afvoerpomp legen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
1. De kraan sluiten.
2. Het apparaat uitschakelen.
3. Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
4. Open de serviceklep.
5. Verwijder de serviceklep.

Reiniging en onderhoud nl
41
6. Plaats een voldoende grote op-
vangbak onder de opening.
7. Neem de aftapslang uit de houder.
8.
VOORZICHTIG-Kans op
brandwonden! Het sop wordt heet
bij het wassen met hoge tempera-
turen.
▶
Raak het hete sop niet aan.
Trek het afsluitstopje los, om het
wassop in de opvangbak te laten
stromen.
9. Druk het stopje er weer op.
10.De aftapslang in de houder klem-
men.
Afvoerpomp reinigen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Vereiste:De afvoerpomp is leeg.
→Pagina40

nl Reiniging en onderhoud
42
1. Omdat er nog restwater in de
pomp kan zitten, het deksel er
voorzichtig uit draaien.
2. Binnenruimte, schroefdraad van
het pompdeksel en pomphuis rei-
nigen.
3. Verifieer dat de rotor van de pomp
makkelijk ronddraait.
4. Het pompdeksel plaatsen en tot
aan de aanslag aandraaien.
90°
De greep van het pompdeksel
moet verticaal staan.
5. De serviceklep plaatsen en vast-
klikken.
1
1
2
6. De serviceklep sluiten.
16.6 Waterafvoerslang op de
sifon reinigen
Wanneer de waterafvoerslang op de
sifon is verontreinigd of het sop niet
wordt afgepompt, dan moet u deze
reinigen.
1. Het apparaat uitschakelen.
2. Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
3. De slangklem losmaken en de wa-
terafvoerslang er voorzichtig aftrek-
ken.
Er kan resterend water uitlopen.

Reiniging en onderhoud nl
43
4. De waterafvoerslang en de sifon-
aansluiting reinigen.
5. De waterafvoerslang opsteken en
de aansluitklem met de slangklem
borgen.
16.7 Zeef in de watertoevoer
reinigen.
Reinig de zeef in de watertoevoer in
geval van verstoppingen of bij een te
lage waterdruk.
Watertoevoerslang legen
1. De waterkraan sluiten.
2. Een programma instellen, maar
niet Spoelen , Centrifugeren of
Afpompen .
3. Programma starten en ca. 40 se-
conden laten lopen.
4. Het apparaat uitschakelen.
5. Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
Zeef van de waterkraan reinigen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Vereiste:De watertoevoerslang is
leeg.
1. De watertoevoerslang van de wa-
terkraan verwijderen.
2. De zeef met een kleine borstel rei-
nigen.

nl Reiniging en onderhoud
44
3. De watertoevoerslang aansluiten
en op lekdichtheid controleren.
Zeef op het apparaat reinigen
Opmerking:Neem de informatie over
het onderwerp veiligheid →Pagina4
en materiële schade vermijden
→Pagina11 in acht om uw apparaat
veilig te kunnen gebruiken.
Vereiste:De watertoevoerslang is
leeg.
→"Watertoevoerslang legen",
Pagina43
1. De slang aan de achterzijde van
het apparaat losmaken.
1
2
2. De zeef met een tang er uit ne-
men.
3. De zeef met een kleine borstel rei-
nigen.
4. Het filter weer plaatsen.
5. De slang aansluiten en op lekdicht-
heid controleren.
2
1

Storingen verhelpen nl
45
Storingen verhelpen
17 Storingen verhelpen
Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
▶
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
▶
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding
van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-
dere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Het display is gedoofd
en Start / Bijvullen
knippert.
De energiebesparingsmodus is actief.
▶
Druk op een willekeurige button.
a Het display brandt weer.
"E:36 / -10" Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
▶
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-
klemd.
▶
Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-
voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn.
Afvoerpomp is verstopt.
▶
→"Afvoerpomp reinigen", Pagina40
Waterafvoerslang is te hoog aangesloten.
▶
Monteer de waterafvoerslang op maximaal 1 meter
hoogte.
Wasmiddeldosering is te hoog.
▶
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-
ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker
compartiment (niet bij outdoor-, sportswear- en
donstextiel).
▶
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke be-
lading de hoeveelheid wasmiddel.
Niet-toegestane verlenging aan de waterafvoerslang
gemonteerd.
▶
Verwijder niet-toegestane verlengingen aan de wa-
terafvoerslang. Apparaat aansluiten

nl Storingen verhelpen
46
Storing Oorzaak en probleemoplossing
"E:36 / -25 / -26" Afvoerpomp is verstopt.
▶
→"Afvoerpomp reinigen", Pagina40
Waterdruk is laag.
Geen oplossing mogelijk.
De zeven in de watertoevoer zijn verstopt.
▶
Reinig de zeven in de watertoevoer →Pagina43.
Waterkraan is gesloten.
▶
Open de waterkraan.
Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd.
▶
Zorg ervoor dat de watertoevoerslang niet is ge-
knikt of ingeklemd.
brandt. Temperatuur is te hoog.
▶
Wacht tot de temperatuur is gedaald.
▶
→"Progr. annuleren", Pagina35
Waterniveau is te hoog.
▶
Start het programma Afpompen .
Wasgoed is ingeklemd tussen de deur.
1. Open de deur opnieuw.
2. Verwijder ingeklemd wasgoed.
3. Sluit de deur.
4. Om het programma te starten, drukt u op Start /
Bijvullen.
knippert. Deur is niet gesloten.
1. Sluit de deur.
2. Om het programma te starten, drukt u op Start /
Bijvullen.
Alle andere foutcodes. Storing
▶
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina55
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
Zekering is defect.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of
andere apparaten functioneren.
Programma start niet. Start / Bijvullen werd niet ingedrukt.
▶
Druk op Start / Bijvullen.
Deur is niet gesloten.

Storingen verhelpen nl
47
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Programma start niet. 1. Sluit de deur.
2. Om het programma te starten, drukt u op Start /
Bijvullen.
Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▶
→"Kinderslot deactiveren", Pagina36
Klaar in is geactiveerd.
▶
Controleer of Klaar in is geactiveerd.
→"Toetsen", Pagina23
Wasgoed is ingeklemd tussen de deur.
1. Open de deur opnieuw.
2. Verwijder ingeklemd wasgoed.
3. Sluit de deur.
4. Om het programma te starten, drukt u op Start /
Bijvullen.
Deur kan niet worden
geopend.
––– is geactiveerd.
▶
Hervat het programma door Centrifugeren of Af-
pompen te kiezen en op Start / Bijvullen te druk-
ken.
→"Programma bij spoelstop hervatten", Pagina35
Temperatuur is te hoog.
▶
Wacht tot de temperatuur is gedaald.
▶
→"Progr. annuleren", Pagina35
Waterniveau is te hoog.
▶
Start het programma Afpompen .
Stroomonderbreking.
▶
Open de deur met de noodontgrendeling.
→"Noodontgrendeling", Pagina53
Waswater wordt niet
weggepompt.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
▶
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-
klemd.
▶
Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-
voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn.
Afvoerpomp is verstopt.
▶
→"Afvoerpomp reinigen", Pagina40
––– is geactiveerd.
▶
Hervat het programma door Centrifugeren of Af-
pompen te kiezen en op Start / Bijvullen te druk-
ken.
→"Programma bij spoelstop hervatten", Pagina35

nl Storingen verhelpen
48
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Waswater wordt niet
weggepompt.
Waterafvoerslang is te hoog aangesloten.
▶
Monteer de waterafvoerslang op maximaal 1 meter
hoogte.
Wasmiddeldosering is te hoog.
▶
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-
ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker
compartiment (niet bij outdoor-, sportswear- en
donstextiel).
▶
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke be-
lading de hoeveelheid wasmiddel.
Niet-toegestane verlenging aan de waterafvoerslang
gemonteerd.
▶
Verwijder niet-toegestane verlengingen aan de wa-
terafvoerslang. Apparaat aansluiten
Er stroom geen water
in het apparaat. Het
wasmiddel werd niet
ingespoeld.
Start / Bijvullen werd niet ingedrukt.
▶
Druk op Start / Bijvullen.
De zeven in de watertoevoer zijn verstopt.
▶
Reinig de zeven in de watertoevoer →Pagina43.
Waterkraan is gesloten.
▶
Open de waterkraan.
Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd.
▶
Zorg ervoor dat de watertoevoerslang niet is ge-
knikt of ingeklemd.
Meermaals beginnen
met centrifugeren.
Het onbalanscontrolesysteem heft de onbalans op
door het wasgoed meermaals te verdelen.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Opmerking:Leg bij het beladen zo mogelijk grote en
kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Was-
goed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij
het centrifugeren.
De programmaduur
wijzigt tijdens de was-
cyclus.
Het programmaverloop wordt elektronisch geoptimali-
seerd. Dat kan leiden tot wijzigingen in de program-
maduur.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Het onbalanscontrolesysteem heft de onbalans op
door het wasgoed meermaals te verdelen.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Opmerking:Leg bij het beladen zo mogelijk grote en
kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Was-
goed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij
het centrifugeren.

Storingen verhelpen nl
49
Storing Oorzaak en probleemoplossing
De programmaduur
wijzigt tijdens de was-
cyclus.
Schuimcontrolesysteem voert bij te hoge schuimvor-
ming een extra spoelbeurt toe.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Het water is in de
trommel niet zicht-
baar.
Het water is onder het zichtbare bereik.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
▶
Vul tijdens het bedrijf geen extra water in het appa-
raat.
Trommel schokt na
programmastart.
Oorzaak is een interne motortest.
▶
Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
In het compartiment
bevindt zich restwater.
Inzet in compartiment is verstopt.
▶
→"Schoonmaken van de wasmiddellade",
Pagina39
Trillingen en beweging
van het apparaat tij-
dens het centrifuge-
ren.
Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.
▶
Stellen van het apparaat
Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd.
▶
Zet de apparaatvoeten vast. Stellen van het appa-
raat
Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd.
▶
Transportbeveiligingen verwijderen
Trommel draait, er
stroomt geen water in
het apparaat.
Beladingsherkenning is actief.
▶
Geen fout, geen handeling noodzakelijk.
Opmerking:De beladingsherkenning kan tot wel 2 mi-
nuten duren.
Sterke schuimvor-
ming.
Wasmiddeldosering is te hoog.
▶
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzach-
ter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker
compartiment (niet bij outdoor-, sportswear- en
donstextiel).
▶
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke be-
lading de hoeveelheid wasmiddel.
Hoog centrifugetoe-
rental wordt niet be-
reikt.
Laag centrifugetoerental is ingesteld.
▶
Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifuge-
toerental in.
Onbalanscontrolesysteem compenseert onbalans
door gereduceerd centrifugetoerental.
▶
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
Opmerking:Leg zo mogelijk grote en kleine stukken
wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-
schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-
geren.

nl Storingen verhelpen
50
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Hoog centrifugetoe-
rental wordt niet be-
reikt.
▶
Start het programma Centrifugeren .
Programma centrifu-
geren start niet.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
▶
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-
klemd.
▶
Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-
voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn.
Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifuge-
ren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van
het wasgoed.
▶
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
Opmerking:Leg zo mogelijk grote en kleine stukken
wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-
schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-
geren.
▶
Start het programma Centrifugeren .
Bruisend, sissend ge-
luid.
Water wordt onder druk in de wasmiddellade ge-
spoeld.
▶
Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Luid geluid tijdens het
centrifugeren.
Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.
▶
Stellen van het apparaat
Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd.
▶
Zet de apparaatvoeten vast. Stellen van het appa-
raat
Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd.
▶
Transportbeveiligingen verwijderen
Geklapper, gerammel
in de pomp.
Er is een vreemd voorwerp in de pomp gekomen.
▶
→"Afvoerpomp reinigen", Pagina40
Slurpend, ritmisch
zuiggeluid.
Pomp is actief, het sop wordt afgepompt.
▶
Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Kreukvorming. Centrifugetoerental is te hoog.
▶
Stel bij de volgende wasbeurt een lager centrifuge-
toerental in.
De beladingshoeveelheid is te hoog.
▶
Reduceer bij de volgende wasbeurt de beladings-
hoeveelheid.
Voor de textielsoort is het verkeerde programma ge-
kozen.

Storingen verhelpen nl
51
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Kreukvorming.
▶
Kies een geschikt programma voor de textielsoort.
→"Programma's", Pagina24
Wasmiddel of wasver-
zachter druppelt van
de manchet en verza-
melt zich op de deur
of in de manchetplooi.
Teveel wasmiddel/wasverzachter in de wasmiddella-
de.
▶
Let bij het doseren van het vloeibare wasmiddel en
wasverzachter op de markering in de wasmiddella-
de en doseer niet daarboven.
Centrifugeresultaat is
niet naar tevreden-
heid. Het wasgoed is
te nat / te vochtig.
Laag centrifugetoerental is ingesteld.
▶
Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifuge-
toerental in.
▶
Start het programma Centrifugeren .
Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
▶
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of inge-
klemd.
▶
Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de wateraf-
voerslang niet geknikt of ingeklemd zijn.
Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifuge-
ren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van
het wasgoed.
▶
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
Opmerking:Leg zo mogelijk grote en kleine stukken
wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-
schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-
geren.
▶
Start het programma Centrifugeren .
Onbalanscontrolesysteem compenseert onbalans
door gereduceerd centrifugetoerental.
▶
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
Opmerking:Leg zo mogelijk grote en kleine stukken
wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met ver-
schillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifu-
geren.
▶
Start het programma Centrifugeren .
Resten wasmiddel op
het vochtige wasgoed.
Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen
bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten.
▶
Start het programma Spoelen .
Wasmiddelresten op
het droge wasgoed.
Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen
bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten.
▶
Borstel het wasgoed na het wassen en drogen uit.

nl Storingen verhelpen
52
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Bij de watertoe-
voerslang lekt water.
De watertoevoerslang is niet correct / vast aangeslo-
ten.
1. Sluit de watertoevoerslang correct aan. Watertoe-
voerslang aansluiten
2. Draai de koppeling goed aan.
Er lekt water bij de
waterafvoerslang.
Waterafvoerslang is beschadigd.
▶
Vervang de beschadigde waterafvoerslang.
Waterafvoerslang is niet correct aangesloten.
▶
Sluit de waterafvoerslang correct aan. Aansluitsoor-
ten waterafvoer
In het apparaat is
geurvorming opgetre-
den.
Vochtigheid en wasmiddelresten kunnen de bacterie-
groei stimuleren.
▶
→"Trommel reinigen", Pagina39
▶
Als u het apparaat niet gebruikt, laat dan de deur
en wasmiddellade open zodat het restwater kan op-
drogen.

Transporteren, opslaan en afvoeren nl
53
17.1 Noodontgrendeling
Om het wasgoed bijv. bij een stroom-
storing uit het apparaat te halen, kunt
u de deur handmatig ontgrendelen.
Deur ontgrendelen
Vereiste:De afvoerpomp is leeg.
→Pagina40
1. LET OP! Wegstromend water kan
tot materiële schade leiden.
▶
Open de deur niet als er water
achter het glas te zien is.
De noodontgrendeling met behulp
van gereedschap naar onderen
trekken en loslaten.
a Het deurslot is ontgrendeld.
2. De serviceklep plaatsen en vast-
klikken.
3. De serviceklep sluiten.
Transporteren, opslaan en afvoeren
18 Transporteren, op-
slaan en afvoeren
Transporteren, opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier
waarop u het apparaat voorbereidt
voor transport en opslag. Daarnaast
leggen we u uit hoe u oude appara-
ten dient af te voeren.
18.1 Apparaat demonteren
1. De waterkraan sluiten.
2. De
→"Watertoevoerslang legen",
Pagina43.
3. Het apparaat uitschakelen.
4. De stekker van het apparaat uit het
stopcontact halen.
5. Resterend sop laten weglopen.
→"Afvoerpomp reinigen",
Pagina40
6. De slangen demonteren.
18.2 Transportbeveiligingen
plaatsen
Zeker het apparaat voor transport
met de transportbeveiligingen om
schade te vermijden.
1. Verwijder de 4 afdekkapjes.
‒ Gebruik indien nodig een
schroevendraaier voor het ver-
wijderen van de afdekkapjes.
Bewaar de afdekkapjes.
2. Plaats de 4 hulzen.

nl Transporteren, opslaan en afvoeren
54
3. Plaats alle bouten van de 4 trans-
portborgingen en draai deze iets
aan.
4. Plaats de stroomkabel in de hou-
der en draai alle 4 de bouten
van de transportborgingen met
een steeksleutel SW13 vast .
5. Plaats de slang in de houder.
18.3 Apparaat opnieuw in ge-
bruik nemen
▶
De transportbeveiligingen verwijde-
ren.
18.4 Afvoeren van uw oude
apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
▶
Het apparaat niet opstellen achter
een deur die het openen van de
apparaatdeur blokkeert of verhin-
dert.
▶
Bij afgedankte apparaten de stek-
ker van het netsnoer uit het stop-
contact halen, daarna het netsnoer
doorknippen en het slot van de ap-
paraatdeur dusdanig beschadigen,
dat de apparaatdeur niet langer
sluit.
1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2. Het netsnoer doorknippen.
3. Het apparaat milieuvriendelijk af-
voeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte
elektrische en elektroni-

Servicedienst nl
55
sche apparatuur (waste
electrical and electronic
equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de
EU geldige terugneming
en verwerking van oude
apparaten.
Servicedienst
19 Servicedienst
Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik,
een storing aan het apparaat niet zelf
kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan
contact op met onze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de infor-
matie voor het verhelpen van storin-
gen in deze gebruiksaanwijzing of op
onze website zelf verhelpen. Als dit
niet het geval is, neem dan contact
op met onze servicedienst.
We zorgen ervoor dat het apparaat
zowel binnen de garantieperiode als
na het verstrijken van de fabrieksga-
rantie met originele reserveonderde-
len door geschoolde servicetechnici
wordt gerepareerd.
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de
servicedienst in het kader van de fa-
brieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieperiode en garantievoorwaar-
den in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op
onze website.
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service-
dienst vindt u in de meegeleverde
servicedienstlijst of op onze website.
19.1 Productnummer (E-nr.)
en productienummer
(FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het
productienummer (FD) vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich
afhankelijk van het model:
¡ aan de binnenkant van de deur.
¡ aan de binnenkant van de onder-
houdsklep.
¡ aan de achterkant van het appa-
raat.
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.

nl Verbruikswaarden
56
Verbruikswaarden
20 Verbruikswaarden
Verbruikswaarden
De volgende informatie wordt conform deEU-Ecodesign-verordening gegeven.
De opgegeven waarden voor andere programma's als Eco 40-60 zijn slechts
richtwaarden en werden in aansluiting op de geldende norm EN60456 be-
paald.
Programma Bela-
ding
(kg)
Pro-
gram-
maduur
(h:min)
1
Ener-
giever-
bruik
(kWh/
cyclus)
1
Water-
ver-
bruik (l/
cyclus)
1
Maxi-
male
tempe-
ratuur
(°C) 5
min
1
Centri-
fuge-
toeren-
tal (t/
min)
1
Rest-
vocht-
gehal-
te (%)
1
Eco 40-60
2
7,0 3:20 1,048 58,0 45 1400 51
Eco 40-60
2
3,5 2:38 0,584 43,0 38 1400 53
Eco 40-60
2
2,0 2:33 0,292 30,0 24 1400 57
Katoen
20°C
7,0 2:59 0,290 80,0 23 1400 53
Katoen
40°C
7,0 2:59 1,050 80,0 44 1400 53
Katoen
60°C
7,0 2:59 1,300 80,0 56 1400 53
Katoen Voor-
was 40°C
7,0 3:29 1,070 80,0 44 1400 53
Kreukherstel-
lend 40°C
4,0 2:29 0,770 63,0 43 1200 30
Snel / Mix
40°C
4,0 1:00 0,620 44,0 41 1400 55
Wol 30°C 2,0 0:41 0,220 40,0 22 800 25
1
De werkelijke waarden kunnen door de invloed van waterdruk, hardheid en
inlaattemperatuur, omgevingstemperatuur, soort, hoeveelheid en vervuiling
van het wasgoed, gebruikt reinigingsmiddel, schommelingen van de stroom-
voorziening en geselecteerde bijkomende functies van de opgegeven waar-
den afwijken.
2
Testprogramma conform de EU-Ecodesignverordening en de EU-energiela-
belverordening met koud water (15°C).

Technische gegevens nl
57
Technische gegevens
21 Technische gegevens
Technische gegevens
Cijfers en feiten over het apparaat
vindt u hier.
Apparaathoogte 85,0cm
Apparaatbreedte 60,0cm
Apparaatdiepte 55,0cm
Gewicht 65 - 70kg
1
Maximale bela-
ding
7kg
netspanning 220 - 240V,
50Hz
Minimale in-
stallatiezekering
10A
Nominaal vermo-
gen
2300W
Opgenomen ver-
mogen
¡ Uit-toestand:
0,12W
¡ Niet-uitgescha-
kelde toe-
stand: 0,50W
Waterdruk ¡ Minimaal:
100kPa
(1bar)
¡ Maximaal:
1000kPa
(10bar)
Lengte van de
watertoe-
voerslang
150cm
Lengte van de
waterafvoerslang
150cm
Lengte van de
netaansluitkabel
160cm
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoe-
ring
Overige informatie over uw model
vindt u op het internet onder https://
energylabel.bsh-group.com
1
. Dit we-
badres bevat een link naar de officië-
le EU-productdatabase EPREL, waar-
van de URL ten tijde van het drukken
nog niet was gepubliceerd. Volg dan
de aanwijzingen bij het zoeken naar
het model op. De modelidentificatie
bestaat uit het teken voor de slash
van het E-nummer (E-Nr.) op het ty-
peplaatje. Alternatief vindt u de mo-
delidentificatie ook in de eerste regel
van het EU-energielabel.
1
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte



Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service direc-
tory.
*9001550267*
9001550267 (001106)
nl
Robert Bosch Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München
GERMANY
www.bosch-home.com

