Bosch CMG7761B1-B Serie 8 Compacte bakoven met magnetron

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Specification
  • Product specification - (Dutch - Holland) Download
Other Documents
  • Legal collection - (Dutch - Holland) Download
CMG7761B1-B photo

User manuals

This is the main product document for model CMG7761B1-B.

The file format is pdf, 52 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Inbouwoven
CMG7761.1
[nl] Gebruikershandleiding en installatie-instructies
background
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid⁠ ⁠ .................................................................⁠ ⁠2
2 Materiële schade vermijden⁠ ⁠ ...................................⁠ ⁠6
3 Milieubescherming en besparing⁠ ⁠ ..........................⁠ ⁠7
4 Uw apparaat leren kennen⁠ ⁠......................................⁠ ⁠8
5 Functies⁠ ⁠..................................................................⁠ ⁠10
6 Accessoires⁠ ⁠ ...........................................................⁠ ⁠12
7 Voor het eerste gebruik⁠ ⁠ ........................................⁠ ⁠13
8 De Bediening in essentie⁠ ⁠......................................⁠ ⁠13
9 Snel voorverwarmen⁠ ⁠.............................................⁠ ⁠15
10 Tijdfuncties⁠ ⁠ ..........................................................⁠ ⁠15
11 Magnetron⁠ ⁠............................................................⁠ ⁠16
12 Ventilatiefunctie "Knapperig laagje"⁠ ⁠.................⁠ ⁠18
13 Gerechten⁠ ⁠ ............................................................⁠ ⁠19
14 Favorieten⁠ ⁠ ............................................................⁠ ⁠20
15 Kinderslot⁠ ⁠ ............................................................⁠ ⁠21
16 Basisinstellingen⁠ ⁠.................................................⁠ ⁠21
17 HomeConnect ⁠ ⁠ ................................................... ⁠ ⁠23
18 Reiniging en onderhoud⁠ ⁠ .................................... ⁠ ⁠25
19 Reinigingsfunctie "Pyrolytische zelfreini-
ging"⁠ ⁠..................................................................... ⁠ ⁠26
20 Reinigingsondersteuning⁠ ⁠ .................................. ⁠ ⁠28
21 Drogen⁠ ⁠ ................................................................. ⁠ ⁠28
22 Apparaatdeur⁠ ⁠ ...................................................... ⁠ ⁠29
23 Rekjes⁠ ⁠ .................................................................. ⁠ ⁠30
24 Storingen verhelpen⁠ ⁠........................................... ⁠ ⁠31
25 Afvoeren⁠ ⁠ .............................................................. ⁠ ⁠33
26 Servicedienst⁠ ⁠ ...................................................... ⁠ ⁠33
27 Informatie over vrije software en opensource-
software⁠ ⁠ ............................................................... ⁠ ⁠34
28 Conformiteitsverklaring⁠ ⁠ ..................................... ⁠ ⁠34
29 Zo lukt het⁠ ⁠............................................................ ⁠ ⁠34
30 MONTAGEHANDLEIDING⁠ ⁠ .................................. ⁠ ⁠44
30.1 Algemene montage-instructies⁠ ⁠ ...................... ⁠ ⁠44
Veiligheid  1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor vol-
gende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ In het huishouden en soortgelijke toepassin-
gen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor me-
dewerkers in winkels, kantoren en andere
commerciële omgevingen, in boerderijen;
van klanten in hotels en andere verblijven, in
bed and breakfasts.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011
resp. CISPR11. Het is een product van groep
2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgol-
ven worden geproduceerd om levensmiddelen
te verwarmen. Klasse B houdt in dat het appa-
raat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,
sensorische of geestelijke beperkingen of met
gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-
der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het
2
background
Veiligheid nl
veilige gebruik van het apparaat en de daaruit
resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet
worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze
15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina12
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehouden
om eventueel optredende vlammen te do-
ven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd met
behulp van een pannenlap uit de binnen-
ruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigings-
middel of scherpe metalen schraper voor
het reinigen van het glas van de ovendeur
omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
Draag indien mogelijk veiligheidshandschoe-
nen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten en kan de apparaatdeur open-
springen en er eventueel afvallen. De deurra-
men kunnen kapot gaan en versplinteren.
"Materiële schade vermijden", Pagina6
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
3
background
nl Veiligheid
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonder-
delen worden gebruikt voor reparatie van het
apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaat-
aansluitkabel van dit apparaat beschadigd
raakt, moet deze worden vervangen door
een speciale netaansluitkabel of speciale ap-
paraataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de
fabrikant of de klantenservice.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-
schadigd, dan direct de stekker van het net-
snoer uit het stopcontact halen of de zeke-
ring in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina33
Na de installatie van het apparaat mogen de
openingen in de achterwand van het apparaat
niet toegankelijk zijn.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-
ren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal
spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen
houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDE-
RE GEBRUIK BEWAREN
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-
vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-
de pantoffels, granen- pittenkussens kunnen
bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
Droog nooit gerechten of kleding met het
apparaat.
Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,
zwammen, vochtige poetslappen e.d. met
het apparaat opwarmen.
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het be-
reiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan
kunnen ontbranden.
Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-
kingen die bestemd zijn om ze warm te hou-
den.
Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-
warmen in voorwerpen van kunststof, papier
of ander brandbaar materiaal.
Bij de magnetron nooit een te groot vermo-
gen of te lange tijdsduur instellen. Houd u
aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing.
Nooit levensmiddelen drogen met de mag-
netron.
Levensmiddelen die weinig water bevatten,
zoals bijv. brood, nooit met een te hoog
magnetronvermogen of gedurende een te
lange tijd ontdooien of verwarmen.
Spijsolie kan vlam vatten.
Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de
magnetron.
4
background
Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht
afgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo-
deren.
Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen
verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel
kunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-
men, exploderen.
Nooit eieren in de eierschaal koken of hard-
gekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient
u eerst de dooier door te prikken.
Bij levensmiddelen met een vaste schil of
pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en
worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het
opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in
de babyvoeding.
Warm nooit babyvoeding op in gesloten ver-
pakkingen.
Verwijder altijd het deksel of de speen.
Na het verwarmen goed roeren of schudden.
Voordat de voeding aan het kind wordt ge-
geven dient de temperatuur te worden ge-
controleerd.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vor-
men kunnen heet worden.
Neem vormen en accessoires altijd met be-
hulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
De verpakking van luchtdicht verpakte levens-
middelen kan knappen.
Houd altijd de opgaven op de verpakking
aan.
Neem gerechten altijd met een pannenlap uit
de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de
magnetronfunctie schakelt automatisch een
verwarmingselement bij en verhit de binnen-
ruimte.
Raak nooit de hete oppervlakken in de bin-
nenruimte of de verwarmingselementen aan.
Houd kinderen uit de buurt.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-
vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook-
temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-
kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok
van het recipiënt is voorzichtigheid geboden.
De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-
spatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen al-
tijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt
kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen
van porselein en keramiek kunnen kleine gaat-
jes hebben in de handgrepen en deksels. Ach-
ter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte.
Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit bar-
sten veroorzaken in de vormen.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor
de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen
vormen van metaal of vormen met metalen
coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het
apparaat wordt dan beschadigd.
Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik
van uitsluitend de magnetron.
Alleen vormen die geschikt zijn voor de
magnetron in combinatie met een verwar-
mingsmethode gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig tot
dodelijk letsel!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van
het apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver-
korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals
bijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-
energie.
Het apparaat regelmatig schoonmaken en
resten van voedingsmiddelen direct verwijde-
ren.
5
background
nl Materiële schade vermijden
Kookcompartiment, deurafdichting, deur en
scharnier altijd schoon houden.
"Reiniging en onderhoud", Pagina25
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur
van de binnenruimte of deurdichting bescha-
digd is. Er kan energie van de microgolven
naar buiten komen.
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de
deur van de binnenruimte, de deurafdichting
of de kunststof omlijsting van de deur be-
schadigd is.
Alleen door de servicedienst laten repareren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is af-
gedekt komt energie van microgolven vrij.
De afdekking van de behuizing nooit verwij-
deren.
Neem voor onderhouds- of reparatiewerk-
zaamheden contact op met de klantenservi-
ce.
1.6 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
tijdens de reiniging vlam vatten.
Verwijder altijd de grove verontreiniging uit
de binnenruimte voordat de reiniging start.
Accessoires nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv.
droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
Voorkant van het apparaat vrijhouden.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote
hitte in het bereik van de deur.
De dichting niet schuren en niet afnemen.
Nooit het apparaat met beschadigde afdich-
ting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig tot
dodelijk letsel!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-
gen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-
men wordt aangetast en er ontstaan giftige
gassen.
Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit pla-
ten en vormen met een antiaanbaklaag mee-
reinigen.
Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor
de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot
een heel hoge temperatuur op zodat resten
van braden, grillen en bakken verbranden.
Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van
de slijmvliezen kunnen leiden.
Tijdens de reinigingsfunctie de keuken gron-
dig ventileren.
Niet gedurende langere tijd in de ruimte ver-
blijven.
Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het
reinigen.
Nooit de apparaatdeur openen.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
Nooit de apparaatdeur aanraken.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Materiële schade vermijden2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de
apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De
deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door
de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar bin-
nen sterk vervormen.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgie-
ten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de
binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer
en het email wordt beschadigd.
Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort
dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
6
background
Milieubescherming en besparing nl
Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder
dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-
nenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-
ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of la-
ten steunen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires
krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur
wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente
verkleuringen ontstaan.
Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact
komen met de deurruit.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron ge-
bruikt.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Accessoires die te dicht tegen elkaar worden geplaatst
veroorzaken vonken.
Het rooster niet combineren met de braadslede.
Accessoires alleen op de eigen hoogte inschuiven.
Wordt alleen de magnetron gebruikt, dan is de braad-
slede of de bakplaat niet geschikt. Er kunnen vonken
ontstaan waardoor de binnenruimte wordt beschadigd.
Gebruik het meegeleverde rooster om er iets op te
zetten.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-
oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het appa-
raat beschadigd.
Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte ser-
viestest vormt hierop een uitzondering.
Wordt er bij het maken van popcorn in de magnetron
een te hoog vermogen gebruikt, dan kan de deurruit
barsten als gevolg van overbelasting.
Nooit een te hoog magnetronvermogen instellen.
Maximaal 600watt gebruiken.
Het popcornzakje altijd op een glazen schaal leggen.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept
of de instellingsadviezen dat aangeven.
"Zo lukt het", Pagina34
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
7
background
nl Uw apparaat leren kennen
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en
het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bak-
ken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat ver-
volgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te
bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruim-
te.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te wor-
den.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi-
en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voed-
sel te ontdooien.
Het display in de basisinstellingen uitschakelen.
"Basisinstellingen", Pagina21
Er wordt energie bespaard wanneer het display wordt
uitgeschakeld.
Twee glazen of kopjes met vloeistof tegelijkertijd verwar-
men.
Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijkertijd
vraagt minder energie dan het verwarmen van meer-
dere gerechten na elkaar.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake
ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakel-
de toestand sprake van een andere toestand. Deze
wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het ap-
paraat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen
Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display)
Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog
van een "standby-stand", en daarom wordt de aandui-
ding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaar-
stand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden ge-
bruikt.
Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw appa-
raat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoe-
stand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
2 2
Display met instelring
Via het display stelt u met behulp van de digitale
instelring het apparaat in.
U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijkhe-
den of aanwijzingsteksten.
"Display", Pagina8
Knoppen
Met de knoppen stelt u de verschillende functies
direct in.
"Knoppen", Pagina8
4.2 Knoppen
Met de knoppen kiest u de verschillende functies direct.
Knop Functie
Apparaat in- of uitschakelen.
"De Bediening in essentie", Pagina13
Functie magnetron direct kiezen.
"Magnetron", Pagina16
Functiekeuze-menu openen.
"Functies", Pagina10
Functie favorieten direct kiezen.
"Favorieten", Pagina20
Eén instelling terug gaan.
Werking starten of onderbreken.
"De Bediening in essentie", Pagina13
Timer selecteren.
"Wekker instellen", Pagina16
Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kin-
derslot activeren.
"Kinderslot", Pagina21
4.3 Display
Het display is in verschillende gebieden onderverdeeld.
Digitale instelring
Met de digitale instelring op het display verandert u de
instelwaarden.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale
waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display
staan. Draai indien nodig de waarde met de instelring
weer terug.
8
background
Uw apparaat leren kennen nl
Fijne instelwaarden
Om fijne instelwaarden in te stellen, bijv. op de minuut
nauwkeurige tijd, het betreffende gebied in de instelring
ca. 1 - 2 seconden ingedrukt houden. De fijnere instel-
waarden worden in punten weergegeven.
Statusindicatie
Van boven op het display wordt statusinformatie weer-
gegeven.
Symbool Betekenis
Timer is geactiveerd.
"Wekker instellen", Pagina16
Kinderbeveiliging is geactiveerd.
"Kinderslot", Pagina21
Vanwege de reinigingsfunctie of het kin-
derslot is de apparaatdeur vergrendeld.
"Reinigingsfunctie Pyrolytische zelfreini-
ging", Pagina26
"Basisinstellingen", Pagina21
WiFi-signaalsterkte voor HomeConnect.
Hoe meer lijntjes van het symbool gevuld
zijn, des te beter is het signaal.
Wanneer het symbool is doorgestreept ,
dan is er geen WiFi-signaal.
Wanneer er een "x" bij symbool is, dan
is er geen verbinding met de HomeCon-
nect server.
"HomeConnect ", Pagina23
Start op afstand met HomeConnect is
geactiveerd.
"HomeConnect ", Pagina23
Diagnose op afstand met HomeConnect
voor onderhoud is geactiveerd.
"HomeConnect ", Pagina23
Instelbereik
In het midden van het display is het instelbereik.
In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden en
reeds uitgevoerde instellingen.
Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-
taal aangebracht. Keuzelijsten bij functies zijn verticaal
gerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegt
u over het display. Om een functie te kiezen, op de
functie in het display drukken.
"Functie instellen", Pagina13
Mogelijke symbolen in het instelbereik
Symbool Betekenis
Instelwaarde bevestigen.
Instelwaarde resetten.
Tijdens het gebruik instelwaarde wijzigen.
Opmerking: Een blauwe markering "new" of een blauwe
stip bij een functie geeft aan dat met de HomeConnect
app een nieuwe functie, een nieuwe favoriet of een up-
date op uw apparaat werd gedownload.
4.4 Binnenruimte
Verschillende functies in de binnenruimte ondersteunen
bij het gebruik uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina12
Uw apparaat heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
"Rekjes", Pagina30
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-
te.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de ver-
lichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan
ca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra
het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-
digd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt
via de deur.
LET OP
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het ap-
paraat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven niet af.
Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit het
kookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilator
na bedrijf nog een bepaalde tijd na.
Opmerking: U kunt de nalooptijd wijzigen in de basisin-
stellingen. Wanneer u vaak zeer vochtige gerechten be-
reidt of in het kookcompartiment warm houdt, dan stelt
u een langere nalooptijd in.
"Basisinstellingen", Pagina21
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking automatisch voortgezet.
Wanneer u bij het gebruik van de magnetronfunctie de
apparaatdeur sluit, dient u de werking voort te zetten.
9
background
nl Functies
Functies5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere func-
ties van uw apparaat.
Om het menu te openen op drukken.
Functie Gebruik
Verwar-
mingsmetho-
den
Fijn afgestemde verwarmingsmethoden
voor een optimale bereiding van uw ge-
rechten kiezen.
"Verwarmingsmethoden", Pagina10
"De Bediening in essentie", Pagina13
Magnetron Met magnetron sneller bereiden, verhitten
of ontdooien.
"Magnetron", Pagina16
Favorieten Eigen opgeslagen instellingen gebruiken.
"Favorieten", Pagina20
Gerechten Geprogrammeerde, aanbevolen instellin-
gen voor verschillende gerechten gebrui-
ken.
"Gerechten", Pagina19
Functie Gebruik
Reiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
"Reinigingsfunctie Pyrolytische zelfreini-
ging", Pagina26
"Reinigingsondersteuning", Pagina28
"Drogen", Pagina28
Basisinstel-
lingen
Basisinstellingen aanpassen.
"Basisinstellingen", Pagina21
HomeConnect
Met HomeConnect kunt u de oven met een mobiel
eindapparaat verbinden en op afstand bedienen om de
volledige functionaliteit van het apparaat te benutten.
Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Ho-
meConnect app extra of uitgebreide functies voor uw
apparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden in
de app.
"HomeConnect ", Pagina23
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de
waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Bij temperatuurinstellingen boven 275°C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot
ca. 275°C resp. grillstand 1.
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuur-
bereik
Gebruik en werkwijze
4D-hetelucht 30 - 275°C Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30 - 300°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsme-
thode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Eco hetelucht 125-250 °C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voor-
zichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als
u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwar-
men zonder gebruik te maken van de restwarmte.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-
gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-
bruikt.
Air Fry 30 - 300°C Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschikt
voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
De ventilator wervelt met hoge snelheid de hitte van de grillele-
menten rond het gerecht. De afvoerlucht wordt versterkt uit de bin-
nenruimte getrokken.
Boven- en onder-
warmte Eco
150-250 °C Gekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als
u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwar-
men zonder gebruik te maken van de restwarmte.
10
background
Functies nl
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuur-
bereik
Gebruik en werkwijze
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van
het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen 30 - 300°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten
gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, klein Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine
hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand 30 - 275°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen no-
dig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Langzaam garen 70 - 120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en lang-
zaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven
en van onderen.
Ontdooien 30 - 60°C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien.
Onderwarmte 30 - 250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Warmhouden 50 - 100°C Gerechten die al klaar zijn warmhouden.
Servies voorverwar-
men
30 - 90°C Servies voorverwarmen.
5.2 Temperatuur
Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de
meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur
in de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingestelde
temperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120|210°C.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment om
de gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan-
gegeven temperatuur in de binnenruimte en de ingestel-
de temperatuur gelijk zijn.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weerge-
geven temperatuur een beetje afwijken van de werkelij-
ke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Als het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijn
rond de bedieningsring de restwarmte in de binnenruim-
te aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe donkerder
de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring helemaal uit.
5.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
Magnetronvermogen
in watt
Maximale duur in uur Gebruik
90W 1:30 Gevoelige gerechten ontdooien.
180W 1:30 Gerechten ontdooien en verder bereiden.
360W 1:30 Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen.
600W 1:30 Gerechten verwarmen en bereiden.
900W "Boost" 0:30 Vloeistoffen verwarmen.
Opmerkingen
Ter bescherming van het apparaat wordt het maxima-
le vermogen van de magnetron "Boost" gedurende
de eerste minuten trapsgewijs tot 600W geredu-
ceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperio-
de weer beschikbaar.
De magnetronvermogens komen niet overeen met
het daadwerkelijke opgenomen vermogen van het ap-
paraat.
11
background
nl Accessoires
Accessoires6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op
de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster Bakvormen
Ovenschalen
Vormen
Vlees, bijv. braad- of grillstukken
Diepvriesgerechten
Braadslede Vochtig gebak
Gebak
Brood
Grote braadstukken
Diepvriesgerechten
Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij
het grillen op het rooster.
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies
geschikt.
Magnetrontoebehoren
Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meegele-
verde rooster geschikt.
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat,
kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.
Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht.
"Vormen en accessoires met magnetron", Pagina16
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de
binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te
kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen
van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar de
apparaatdeur en de welving naar be-
neden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven schui-
ven.
3.
Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze
folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klanten-
service.
12
background
Voor het eerste gebruik nl
Voor het eerste gebruik7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten,
moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname
van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten
duren tot op het display de instellingen verschijnen.
1.
Schakel het apparaat in met .
De eerste instelling verschijnt.
2.
Druk wanneer het nodig is de instelling te veranderen,
op een waarde in de lijst of wijzig de waarde met de
instelring.
Mogelijke instellingen:
Taal
HomeConnect
"HomeConnect ", Pagina23
Tijd
"Tijd instellen", Pagina22
3.
Op drukken en naar de volgende instelling gaan.
4.
De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst.
Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op
het display dat de eerste ingebruikname is afgeslo-
ten.
5.
Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het
eerste verwarmen controleert, de deur van het appa-
raat een keer openen en sluiten.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De productinformatie en de toebehoren uit de binnen-
ruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes
piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van
het apparaat verwijderen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen
met een zachte, vochtige doek.
3.
Schakel het apparaat in met .
4.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode 4Dhetelucht
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 1uur
"De Bediening in essentie", Pagina13
5.
In werking stellen.
Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat verwarmt.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
6.
Schakel het apparaat uit met .
7.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
8.
Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een
schoonmaakdoekje of een zachte borstel.
De Bediening in essentie8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
Schakel het apparaat in met .
Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft.
Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat
het automatisch uit.
Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afge-
broken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indi-
catie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
Start de werking met .
Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
1.
Druk op om de werking te onderbreken.
2.
Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het
menu op het display.
1.
Om in de verschillende keuzemogelijkheden te blade-
ren, over het display vegen.
Om in het menu en andere instelmogelijkheden te
bladeren, naar rechts of links vegen.
Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of omhoog
vegen.
13
background
nl De Bediening in essentie
2.
Om een functie te kiezen, op de functie in het display
drukken.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke in-
stelwaarden of andere opties waaruit kan worden ge-
kozen.
3.
Om indien nodig een instelling terug te gaan, op
drukken.
4.
Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelring
gebruiken:
Over de instelring vegen, al naar gelang de ge-
wenste instelling rechts- of linksom.
Of op een bepaalde positie aan de instelring druk-
ken.
Of, zodra de instelring wordt bediend, op het sym-
bool drukken dat verschijnt en de waarde direct
via het numerieke veld invoeren.
5.
De instelling met bevestigen.
6.
Start de werking met .
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking: Uw instellingen kunt u als "Favorieten"
opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina20
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
2.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
3.
Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van de
verwarmingsmethode, op de instelstand.
4.
Stel de temperatuur in met de instelring.
5.
Druk in het display op om de ingestelde tempera-
tuur te bevestigen.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
"Snel voorverwarmen", Pagina15
"Tijdfuncties", Pagina15
"Magnetron", Pagina16
"Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina18
6.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoe-
lang het programma al loopt.
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode
voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de ver-
warmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina10
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
Op drukken.
2.
Op drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te
allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de temperatuur drukken.
3.
De temperatuur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uit-
gevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschij-
nen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of
waarschuwing.
1.
Op "Info" drukken.
Informatie wordt gedurende enkele seconden weer-
gegeven.
2.
Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren, over
het display vegen.
3.
Indien gewenst de aanwijzing met verlaten.
8.8 Warmhouden gedurende een langere
periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhou-
den, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Ge-
bruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het ge-
bruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen.
Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat
verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het
apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur
pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
1.
Basisinstellingen wijzigen.
"Basisinstellingen", Pagina21
De basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit" wijzi-
gen.
De basisinstelling "standby-indicatie" in "Aan" wijzi-
gen.
De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar
"Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het
gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd
uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur
van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik
is gereduceerd.
2.
Stel de gewenste functie in.
"Functie instellen", Pagina13
"Verwarmingsmethode en temperatuur instellen",
Pagina14
3.
Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur
in.
"Tijdsduur instellen", Pagina15
"Tijdfuncties", Pagina15
4.
Stel met "Eindtijd" het tijdstip in, waarop de werking
moet eindigen.
"Einde instellen", Pagina16
"Tijdfuncties", Pagina15
5.
Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het ap-
paraat begint te verwarmen.
14
background
Snel voorverwarmen nl
6.
Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het ap-
paraat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
7.
Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de wer-
king is beëindigd. Na ca. 15tot 20minuten schakelt
het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstel-
lingen weer wijzigen.
Snel voorverwarmen9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij
ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmings-
duur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen
mogelijk:
4Dhetelucht
Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen,
plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in
de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempera-
tuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt
het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
Het symbool is rood verlicht.
3.
Start de werking met .
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt
er een signaal. Het symbool wisselt weer naar wit.
4.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
1.
Op het display op drukken.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
Het symbool wisselt weer naar wit.
Tijdfuncties10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop
de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onaf-
hankelijk van de werking worden ingesteld.
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na het
verstrijken van de tijdsduur automa-
tisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd instel-
len waarop de werking eindigt. Het ap-
paraat start automatisch zodat de wer-
king op het gewenste tijdstip klaar is.
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Hij beïnvloedt het ap-
paraat niet.
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24uur.
Vereiste: Een functie en een temperatuur of stand zijn
ingesteld.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende
tijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie
"m".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het dis-
play op drukken.
5.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de voor-
ingestelde waarde.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
15
background
nl Magnetron
10.2 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet
zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt
u de tijd niet meer als de werking eenmaal is gestart.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn inge-
steld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Druk op "Eindtijd".
2.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minu-
tenindicatie drukken.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijd met de instelring verschuiven.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het display
op drukken.
5.
Start de werking met .
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het ap-
paraat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u
de ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de werking
gestart is en de tijdsduur afloopt.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
Einde annuleren
U kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met resetten.
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur
eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
10.3 Wekker instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen
signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur ein-
digt.
Vereiste: Druk eerst op het display als het apparaat is
uitgeschakeld. De toets is verlicht.
1.
Druk op .
2.
Druk om de timer in te stellen, op het display op de
betreffende tijdswaarde, bijv. minutendisplay "m" of
secondendisplay "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
Stel de timer in met de instelring.
Voor fijne instelwaarden, bijv. op de seconde nauw-
keurig, het betreffende gebied in de instelring
ca.1-2seconden ingedrukt houden. De fijnere in-
stelwaarden worden in punten weergegeven.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
4.
Om de timer te starten, op het display op drukken.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de
timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-
gen van de lopende werking op het display. De timer
wordt in de statusindicatie weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de timer
is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de ti-
mer met selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met de instelring wijzigen.
4.
Bevestig met .
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de ti-
mer met selecteren.
2.
Druk op .
3.
De timer met resetten.
Magnetron11 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten be-
reiden, verwarmen, bakken of ontdooien.
11.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap-
paraat niet te beschadigen, dient u uitsluitend geschikte
vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw
vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en accessoi-
res inschuiven op hoogte 1.
16
background
Magnetron nl
Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de mag-
netron
Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal:
Glas
Glaskeramiek
Porselein
Temperatuurbestendige kunststof
Volledig geglazuurd keramiek zonder barsten
Serveervormen
Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebrui-
ken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in
de magnetron garandeert.
Meegeleverd rooster
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat,
kunnen bij puur magnetrongebruik vonken vormen en
zijn niet geschikt.
Deze materialen laten microgolven door en worden niet
beschadigd.
Vormen en accessoires die niet geschikt zijn voor de
magnetron
Opmerking: Neem de gegevens over het vermijden van
materiële schade in acht.
"Magnetron", Pagina7
Vormen en bakvormen van metaal
Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de
gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Metaal kan bij
het puur magnetrongebruik vonken vormen.
Vormen bij bijgeschakelde magnetron bij een functie
Wanneer u bij een andere functie de magnetron bijscha-
kelt, dan is naast servies en accessoires die geschikt
zijn voor de magnetron ook metaal mogelijk:
Vormen en bakvormen van metaal
Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2
cm van de wanden van de binnenruimte en de bin-
nenkant van de deur verwijderd te zijn.
Bakvormen en vormen van metaal altijd op het mee-
geleverde rooster plaatsen.
Meegeleverde accessoires:
Rooster
Braadslede
Bakplaat
Vormen testen op hun
magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor
het gebruik in de magnetron, voert u een test van de
vormen uit.
LET OP
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte ser-
viestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen
heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
2.
Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de
maximale vermogensstand.
3.
In werking stellen.
4.
De vorm meerdere keren controleren:
Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is
deze geschikt voor de magnetron.
Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ont-
staan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan
niet geschikt voor de magnetron.
11.2 Instelmogelijkheden met magnetron
De magnetron kunt u alleen of gecombineerd met een
andere functie gebruiken.
Pure magnetronfunctie
Alleen de elektromagnetische golven van de magnetron
genereren energie, welke bijv in levensmiddelen in
warmte omgezet kunnen worden.
Om condens te vermijden, schakelt bij de magnetron-
vermogens 600watt en "Boost" het apparaat automa-
tisch een verwarmingselement in. De binnenruimte en
het toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat
wordt hierdoor niet beïnvloed.
Deze automatische droogfunctie kunt u in de basisin-
stellingen uitschakelen.
"Basisinstellingen", Pagina21
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magne-
tronfunctie schakelt automatisch een verwarmingsele-
ment bij en verhit de binnenruimte.
Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte
of de verwarmingselementen aan.
Houd kinderen uit de buurt.
Bijgeschakelde magnetron
Door de bijgeschakelde magnetron bij een functie ver-
kort de bereidingsduur van gerechten.
De magnetron kunt u met volgende functies combine-
ren:
Verwarmingsmethoden
Pagina14
4Dhetelucht
Boven- en onderwarmte
Circulatiegrillen
Grill, groot
Grill, klein
"Gerechten", Pagina19
"Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina18
Mogelijke magnetronvermogens in combinatie met een
functie zijn:
90watt
180watt
360watt
17
background
nl Ventilatiefunctie Knapperig laagje
11.3 Magnetron instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
"Veiligheid", Pagina2
"Materiële schade vermijden", Pagina6
"Magnetronvermogen", Pagina11
"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina16
1.
Druk in het menu op "Magnetron".
Of direct met de toets de magnetron selecteren.
2.
Op het magnetronvermogen ("Boost") drukken.
3.
Stel het magnetronvermogen in met de instelring.
4.
Om het ingestelde magnetronvermogen te bevestigen
op het display op drukken.
5.
Druk op "Tijdsduur".
Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijdsduur
nodig.
6.
Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op
de betreffende tijdswaarde, bijv. minutendisplay "m" of
secondendisplay "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
7.
Stel de tijdsduur in met de instelring.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
8.
Druk om de ingestelde tijdsduur te bevestigen op
in het display.
9.
Start de werking met .
De magnetron start en de tijdsduur loopt af. Bij het
maximale magnetronvermogen "Boost" geeft het dis-
play de vermogensreductie aan.
"Magnetronvermogen", Pagina11
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
10.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
11.
Als u de droogfunctie voor de magnetron in de basis-
instellingen hebt uitgeschakeld en zich in de binnen-
ruimte condens heeft gevormd, dan de binnenruimte
drogen.
"Drogen", Pagina28
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens
het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de appa-
raatdeur sluit, moet u de werking voortzetten. Heeft u de
basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat
de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is.
"Basisinstellingen", Pagina21
Magnetronvermogen wijzigen
U kunt het magnetronvermogen te allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op het magnetronvermogen drukken.
3.
Het magnetronvermogen met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Stop de werking met .
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
5.
Start de werking met .
11.4 Magnetron bijschakelen instellen
Opmerking
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
"Veiligheid", Pagina2
"Materiële schade vermijden", Pagina6
"Magnetronvermogen", Pagina11
"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina16
Vereiste: Let op de informatie bij de betreffende functie.
"Instelmogelijkheden met magnetron", Pagina17
1.
In het menu op de gewenste functie drukken.
2.
De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwar-
mingsmethode en temperatuur.
3.
Op "Bijgeschakelde magnetron" drukken.
4.
Het magnetronvermogen met de instelring instellen.
5.
Om het ingestelde magnetronvermogen te bevesti-
gen, op het display op drukken.
6.
Op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur instellen.
7.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing
dat de werking is beëindigd.
8.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Bijgeschakelde magnetron wijzigen
U kunt de bijgeschakelde magnetron altijd wijzigen of
deactiveren.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op het magnetronvermogen drukken.
3.
De bijgeschakelde magnetron met de instelring wijzi-
gen of deactiveren.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
De wijziging wordt overgenomen.
Ventilatiefunctie Knapperig laagje12 Ventilatiefunctie "Knapperig laagje"
De ventilatiefunctie "Knapperig laagje" onttrekt vocht
uit de binnenruimte, zodat uw gerecht knapperig wordt.
De hoeveelheid hete stoom welke kan ontspannen bij
het openen van de deur, wordt gereduceerd.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met
ventilatiefunctie
Voor de ventilatiefunctie zijn alleen bepaalde verwar-
mingsmethoden geschikt.
18
background
Gerechten nl
Bij de volgende verwarmingsmethoden kunt u de venti-
latiefunctie gebruiken:
4Dhetelucht
Boven- en onderwarmte
Circulatiegrillen
Pizzastand
12.2 Ventilatiefunctie instellen
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde bijschakelen,
ook na aanvang van de werking.
1.
Stel een geschikte verwarmingsmethode en tempera-
tuur in.
Indien nodig kunt u meer instellingen invoeren en met
de ventilatiefunctie combineren.
2.
Op "Knapperig laagje" drukken.
Het symbool is rood verlicht.
3.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Het display geeft de instelwaarden weer.
4.
Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht
klaar is.
Opmerking: Tijdens de werking kunnen luidere ventilat-
orgeluiden hoorbaar zijn.
Ventilatiefunctie annuleren
U kunt de ventilatiefunctie te allen tijde uitschakelen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Druk op "Knapperig laagje".
Het symbool wisselt weer naar wit.
De werking wordt zonder ventilatiefunctie voortgezet.
Gerechten13 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de
bereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-
matisch de optimale instellingen.
13.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en
de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-
miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de
bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
licht gekleurd, glanzend aluminium
niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
Opmerking: Bij sommige gerechten schakelt het appa-
raat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op
het display dat een voor de magnetron geschikte vorm
dient te worden gebruikt.
"Vormen en accessoires met magnetron", Pagina16
13.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het ap-
paraat, al naar gelang het gerecht, verschillende instel-
lingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde
instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op
het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van
de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik
verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.
Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebrui-
ken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit ge-
recht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op "Info" om informatie op te roepen. Sommige
aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u
tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid in-
stellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik
instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht
van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode
vast vooringesteld.
De vooringestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u
aanpassen.
Gerechten met magnetron
Bij enkele gerechten kunt u een bereidingsmethode met
magnetron kiezen. De bereidingsduur wordt korter.
Neem de informatie over het gebruik met de magnetron
in acht.
"Magnetron", Pagina16
13.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u op
het apparaat wanneer u de functie oproept. De selectie
van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van uw
apparaat.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergege-
ven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstellingen", Pagina21
Categorie Gerechten
Gebak Gebak in vormen
Gebak op de bakplaat
Klein gebak
Koekjes
Brood,
broodjes
Brood
Broodjes
19
background
nl Favorieten
Categorie Gerechten
Pizza, hartig
gebak
Pizza
Hartig gebak, quiche
Ovenscho-
tels, soufflés
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingre-
diënten
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten,
4cm hoog
Lasagne, vers
Lasagne, gekoeld
Ovenschotel, zoet, vers
Fruitcrumble
Soufflé in portievormen
Yorkshire Pudding
Gevogelte Kip
Eend, gans
Kalkoen
Vlees Varkensvlees
Rundvlees
Kalfsvlees
Lamsvlees
Wildbraad
Vleesgerechten
Vis Vis, heel
Visfilet
Diepvries-
producten
Pizza
Ovenschotels
Aardappelproducten
Vlees, gevogelte
Broodjes
Bijgerech-
ten, groente
Aardappelen
Rijst
Granen
Groente
Etenswaar
ontdooien
Gebak
Brood, broodjes
Vlees, gevogelte
Vis
13.4 Gerecht instellen
1.
Druk in het menu op "Gerechten".
2.
Druk op de gewenste categorie.
3.
Druk op het gewenste voedsel.
4.
Druk op het gewenste gerecht.
Tip: Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursberei-
dingsmethode kiezen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina19
Op het display verschijnen de instellingen bij het ge-
recht.
5.
Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde
instellingen aanpassen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina19
6.
Druk op "Info" voor informatie over bijvoorbeeld ac-
cessoires en inschuifhoogte.
7.
Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het appa-
raat warmt niet meer op.
8.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
13.5 Automatische uitschakelfunctie
De automatische uitschakelfunctie bij de gerechten
zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en braden.
Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het appa-
raat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken
uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is
beëindigd.
Favorieten14 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en op-
nieuw gebruiken.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype/software-
versie moet u deze functie eerst op uw apparaat down-
loaden. Kijk in de HomeConnect app voor meer infor-
matie.
14.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 30 verschillende functies als uw favorieten
opslaan.
Als u een functie instelt, aan het einde van de keuze-
lijst op "Als favorieten opslaan" drukken.
Om een favoriet te hernoemen, moet u de HomeCon-
nect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is,
volg dan de aanwijzingen in de app.
14.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u de-
ze voor het instellen van de werking kiezen.
1.
In het menu op "Favorieten" drukken.
Of direct met de toets de favorieten selecteren.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Indien gewenst kunt u de instellingen wijzigen.
4.
Start de werking met .
Het display geeft de instelwaarden weer.
Opmerking
Let op de informatie bij de verschillende functies:
"Magnetron", Pagina16
"Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina18
14.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorte-
ren, of verwijderen.
1.
Om de favorieten te sorteren of te hernoemen, moet
u de HomeConnect app gebruiken. Als uw apparaat
verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
2.
Om de instelwaarden aan het apparaat te wijzigen, in
het menu op "Favorieten" drukken.
Of direct met de toets de favorieten selecteren.
20
background
Kinderslot nl
3.
Druk op de gewenste favorieten.
4.
Aan het einde van de keuzelijst op "Favoriet bewer-
ken" drukken.
5.
De instelwaarden wijzigen.
6.
De wijziging bevestigen.
Favorieten verwijderen
1.
Om een favoriet te verwijderen, in het menu op "Favo-
rieten" drukken.
Of direct met de toets de favorieten selecteren.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Aan het einde van de keuzelijst op "Favoriet wis-
sen" drukken.
4.
Bevestig het verwijderen.
Kinderslot15 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
15.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in- of
uitgeschakeld is.
Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kin-
derslot te activeren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met worden uitgeschakeld.
Als het apparaat is ingeschakeld, brandt . Wanneer
het apparaat uitgeschakeld is, is niet verlicht.
15.2 Kinderslot deactiveren
U kunt het kinderslot op elk gewenst moment deactive-
ren.
1.
Op een willekeurige plaats op het display drukken.
2.
Om het kinderslot te deactiveren:
De aanwijzing in het display opvolgen, zodat de
ring zich volledig wordt gevuld.
Of ca.4seconden lang ingedrukt houden.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
Basisinstellingen16 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw
wensen instellen.
16.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen
krijgt u op het display met "Info".
Basisinstellin-
gen
Keuze
Taal Zie de keuze op het apparaat.
HomeConnect De oven met een mobiel eindapparaat
verbinden en op afstand besturen.
"HomeConnect ", Pagina23
Tijd Tijd in het 24h-formaat.
Display Keuze
Helderheid Standen 1, 2, 3, 4 en 5
1
Standby-indica-
tie
Aan, qua tijd gelimiteerd
Aan (deze instelling verhoogt het
energieverbruik)
Uit
1
Tijd Digitaal
1
Analoog
Afstelling Display horizontaal en verticaal stel-
len.
Geluid Keuze
Sensortoets-
toon
Aan
1
Uit
Geluidssignaal Zeer korte tijdsduur (eenmaal)
Korte tijdsduur (ca.5seconden)
Middellange tijdsduur
(ca.10seconden)
1
Lange tijdsduur (ca. 30 seconden)
Apparaatin-
stellingen
Keuze
Nalooptijd ven-
tilator
Minimaal
Aanbevolen
1
Lang
Zeer lang
Verlichting Bij het bereiden en bij het openen
van de deur
1
Alleen bij het openen van de deur
Altijd uit
Magnetronver-
mogen voorin-
stelling
90 W
180 W
360 W
600 W
Boost
1
Magnetron her-
vatten
Uit
1
Aan
Magnetron dro-
gen
Aan
1
Uit
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
21
background
nl Basisinstellingen
Personalise-
ring
Keuze
Merklogo Displays
1
Niet weergeven
Werking na in-
schakelen
Hoofdmenu
1
Verwarmingsmethoden
Magnetron
Gerechten
Favorieten
Verstreken be-
reidingstijd
Niet weergeven
Displays
1
Magnetronbak-
blik
Aan
1
Uit
Regionale ge-
rechten
Alle
1
Europese gerechten
Gerechten volgens Britse wijze
Gerechten Alle
1
Geen varkensvlees
Alleen koosjer
Kinderslot Deurvergrendeling + toetsblokkering
Alleen toets-blokkering
1
Gedeactiveerd
Automatisch
snel voorver-
warmen
Uit
Aan
1
Fabrieksinstel-
lingen
Keuze
Fabrieksinstel-
lingen
Terugzetten
Info Indicatie
Apparaatinfor-
matie
Technische informatie over het appa-
raat weergeven.
16.2 Basisinstellingen wijzigen
1.
In het menu op "Basisinstellingen" drukken.
2.
Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
3.
Druk op de gewenste basisinstelling.
4.
Druk op de gewenste keuze voor de basisinstelling.
De wijziging wordt bij de meeste basisinstellingen di-
rect overgenomen.
5.
Om nog meer basisinstellingen te wijzigen, met te-
ruggaan en een andere basisinstelling kiezen.
6.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
De wijzigingen zijn opgeslagen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
16.3 Tijd instellen
1.
Druk in het menu op "Basisinstellingen".
2.
Druk op "Tijd".
3.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de minu-
tenindicatie drukken.
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
4.
De tijd met de instelring instellen.
De minuten tellen in stappen van 5 minuten. Om
op de minuut nauwkeurig in te stellen, het betref-
fende gebied in de instelring ca. 1-2 seconden in-
gedrukt houden. De minuten worden in punten
weergegeven. De minuten met de instelring instel-
len.
5.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
De tijd is opgeslagen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
22
background
HomeConnect nl
HomeConnect 17 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw ap-
paraat met een mobiel eindapparaat om functies te kun-
nen bedienen via de HomeConnect app, basisinstellin-
gen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te
bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land beschik-
baar. De beschikbaarheid van de functie HomeConnect
is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Ho-
meConnect diensten in uw land. Informatie hierover
vindt u op:
www.home-connect.com
.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeConnect
app om de instellingen aan te brengen.
Tip: Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiks-
aanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nage-
leefd wanneer u het apparaat via de HomeConnect
app bedient.
"Veiligheid", Pagina2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
17.1 HomeConnect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en in-
geschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een ac-
tuele versie van het iOS- of Android-besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ont-
vangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de HomeConnect app instal-
leren en uw apparaat verbinden.
2.
De aanwijzingen van de HomeConnect app opvol-
gen.
17.2 HomeConnect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of HomeConnect geconfigureerd is en of het apparaat met het
thuisnetwerk is verbonden.
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Home Connect Assis-
tent
Assistent starten
Verbinding verbreken
Via de Home Connect Assistent kunt u uw apparaat verbinden
met de Home Connect app.
Opmerking: Wanneer u de Home Connect Assistent voor de
eerste keer gebruikt, dan is alleen de instelling "Assistent star-
ten" beschikbaar.
WiFi Aan
Uit
Met WiFi kunt u de netwerkverbinding van uw apparaat uitscha-
kelen. Wanneer u eenmaal succesvol bent verbonden, dan kunt
u WiFi deactiveren en verliest u niet uw gedetailleerde gege-
vens. Zodra u WiFi opnieuw activeert, dan maakt uw apparaat
automatisch verbinding.
Opmerking: Bij netwerkgebonden standby verbruikt het appa-
raat maximaal 2Watt.
Status afstandsbedie-
ning
Bewaking
Handmatige start op af-
stand
Permanente start op af-
stand
Bij bewaking kunt u alleen de bedrijfstoestand van het apparaat
in de app weergegeven.
Wanneer u omschakelt van bewaking of permanente start op af-
stand naar handmatige start op afstand, dan moet u de start op
afstand elke keer activeren. U kunt de deur van het apparaat
binnen 15 minuten openen, nadat u het starten op afstand heeft
geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor niet gedeac-
tiveerd. Na het verstrijken van de 15minuten wordt met het
openen van de apparaatdeur de handmatige start op afstand
gedeactiveerd.
Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op af-
stand starten en bedienen. Wanneer u het apparaat vaak op af-
stand bedient, dan is het zinvol om Starten op afstand op per-
manent in te stellen.
23
background
nl HomeConnect
17.3 Apparaat met HomeConnect app
bedienen
Met de HomeConnect app kunt u het apparaat op af-
stand instellen en starten.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen
kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruim-
te.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het appa-
raat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stop-
contact worden gehaald en moet de deur gesloten
worden gehouden om eventueel optredende vlam-
men te doven.
Vereisten
Het apparaat is uitgeschakeld.
Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Ho-
meConnect app verbonden.
Om het apparaat via de app te kunnen instellen, moet
de handmatige of permanente start op afstand in de
basisinstelling Afstandsbedieningsniveau zijn geselec-
teerd.
1.
Druk op om de handmatige start op afstand te acti-
veren.
De bevestiging op de bakoven is uitsluitend nodig,
wanneer u van bewaking of permanenten start op af-
stand overschakelt naar handmatige start op afstand.
Bij permanente start op afstand is geen bevestiging
op de bakoven noodzakelijk.
2.
Een instelling in de HomeConnect app invoeren en
naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat
start, wordt Starten op afstand automatisch geacti-
veerd. U kunt de instellingen via de HomeConnect
app wijzigen of een nieuw programma starten.
U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minu-
ten openen, nadat u het starten op afstand heeft
geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor
niet gedeactiveerd. Na het verstrijken van de 15mi-
nuten wordt met het openen van de apparaatdeur
de handmatige start op afstand gedeactiveerd.
17.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhel-
pen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates als-
mede voor extra functies en diensten. Hierdoor kunnen
weergaven alsmede de bediening in het display enigs-
zins wijzigen.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde HomeCon-
nectgebruiker bent, de app op uw mobiele eindappa-
raat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Ho-
meConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk
(WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie
wordt u via de HomeConnectapp geïnformeerd.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
In de eerste stap van de download.
In de tweede stap de installatie op uw apparaat.
Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blij-
ven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instel-
lingen in de app kunnen software-updates ook auto-
matisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de instal-
latie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
17.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website:
www.home-connect.com
.
17.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt ver-
bonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aan-
gesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën
door aan de HomeConnect server (eerste registratie):
Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande
uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de inge-
bouwde WiFicommunicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodu-
le (voor de informatietechnische beveiliging van de
verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huis-
houdapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie
dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u
voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
24
background
Reiniging en onderhoud nl
Reiniging en onderhoud18 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
18.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigings-
middelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroor-
zaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de opper-
vlakken van het apparaat.
Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmidde-
len.
Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de
warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-
ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Verschillende reinigingsmiddelen met elkaar gemengd
kunnen chemisch reageren.
Geen reinigingsmiddelen mengen.
Verwijder resten van reinigingsmiddelen volledig.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit
kan oppervlakken beschadigen.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwas-
sen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
"Apparaat schoonmaken", Pagina26
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS Warm zeepsop
Speciale RVS-onder-
houdsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of gelak-
te oppervlakken
Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwij-
deren.
Glas Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
Warm zeepsop
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
"Apparaatdeur", Pagina29
Deurafscherming Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
"Apparaatdeur", Pagina29
Roestvaststalen
binnenlijst van de
deur
RVS-reiniger Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor
roestvaststaal.
Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken.
Deurgreep Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwij-
deren.
25
background
nl Reinigingsfunctie Pyrolytische zelfreiniging
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
Warm zeepsop
Azijnwater
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
Opmerkingen
Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
"Reinigingsfunctie Pyrolytische zelfreiniging", Pagina26
Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt
niet beïnvloed.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Rekjes Warm zeepsop
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen.
"Rekjes", Pagina30
Toebehoren Warm zeepsop
Ovenreiniger
RVS-spiraalspons
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons
gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.
18.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen
het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met ge-
schikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onder-
delen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmings-
elementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken van
grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
"Reinigingsmiddelen", Pagina25
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve rei-
nigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina25
2.
Drogen met een zachte doek.
Reinigingsfunctie Pyrolytische zelfreiniging19 Reinigingsfunctie "Pyrolytische zelfreiniging"
Met de reinigingsfunctie "Pyrolytische zelfreiniging" rei-
nigt de binnenruimte zich vrijwel zelfstandig.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de
reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desge-
wenst vaker gebruiken.
De reinigingsfunctie heeft ca. 3,1-4,0 kilowattuur nodig.
19.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie
voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen en scha-
de te vermijden, dient u het apparaat zorgvuldig voor te
bereiden.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen
kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruim-
te.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het appa-
raat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stop-
contact worden gehaald en moet de deur gesloten
worden gehouden om eventueel optredende vlam-
men te doven.
26
background
Reinigingsfunctie Pyrolytische zelfreiniging nl
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de
reiniging vlam vatten.
Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnen-
ruimte voordat de reiniging start.
Accessoires nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens
het reinigen.
Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoe-
ken, aan de deurgreep hangen.
Voorkant van het apparaat vrijhouden.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in
het bereik van de deur.
De dichting niet schuren en niet afnemen.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
De rekjes kunt u mee reinigen.
Tip: Verwijder tevens de rekjes, om energie te bespa-
ren en om een beter reinigingsresultaat in het kook-
compartiment te verkrijgen.
"Rekjes", Pagina30
2.
Grove verontreinigingen uit het kookcompartiment en
van de rekjes verwijderen.
Grove verontreinigingen kunnen inbranden en daar-
door alleen nog met moeite worden verwijderd.
3.
De binnenkant van de apparaatdeur en de randop-
pervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en een
zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet verwijderen en niet schuren.
Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit
met ovenreiniger.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. Het kookcom-
partiment moet, met uitzondering van de rekjes, leeg
zijn.
19.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de ge-
zondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel
hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen
en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die
tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig venti-
leren.
Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
Nooit de apparaatdeur openen.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij-
dens het reinigen.
Nooit de apparaatdeur aanraken.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsfunctie.
Vereiste: .
"Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden",
Pagina26
1.
Druk in het menu op "Reiniging".
2.
Op "Pyrolytische zelfreiniging" drukken.
3.
Op "Stand" drukken en de reinigingsgraad met de in-
stelring instellen.
Reinigings-
graad
Mate van rei-
niging
Tijdsduur in uren
1 Licht Ca. 2:15
2 Hoog Ca. 2:30
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
Het tijdstip waarop de werking moet zijn afgerond,
kunt u verschuiven.
"Einde instellen", Pagina16
4.
Om de ingestelde reinigingsstand te bevestigen, op
het display op drukken.
5.
Op drukken.
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het reinigen.
6.
De aanwijzing bevestigen.
De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af.
Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur vanaf
een bepaalde temperatuur in de binnenruimte. Op het
display verschijnt .
Wanneer de reiniging beëindigd is, klinkt er een sig-
naal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de
werking is beëindigd.
7.
Schakel het apparaat uit met .
8.
.
"Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar
maken", Pagina27
Reinigingsfunctie afbreken
Na de start kunt u de reinigingsfunctie niet meer stop-
pen of wijzigen.
Om de reinigingsfunctie af te breken het apparaat
met uitschakelen.
19.3 Apparaat na de reinigingsfunctie
gebruiksklaar maken
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Achtergebleven as in het kookcompartiment, op de
rekjes en bij de apparaatdeur verwijderen met een
vochtig doekje.
"Reiniging en onderhoud", Pagina25
3.
Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking: Witte aanslag op de emaille vlakken kan
door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze le-
vensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft
geen nadelige invloed op de werking van het appa-
raat.
Opmerking: Tijdens de reinigingsfunctie verkleurt de
binnenlijst van de apparaatdeur of andere delen van
RVS van de apparaatdeur. Deze verkleuringen hebben
geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
De verkleuringen kunnen met een reinigingsmiddel voor
RVS worden verwijderd.
27
background
nl Reinigingsondersteuning
Reinigingsondersteuning20 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief
voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De
reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door
het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kun-
nen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
20.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp
ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsondersteuning.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
LET OP‒Gebruik van gedestilleerd water in de bin-
nenruimte leidt tot corrosie.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen en
in het midden op de bodem van de binnenruimte gie-
ten.
3.
In het menu op "Reiniging" drukken.
4.
Op "Reinigingsondersteuning" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
5.
Op drukken.
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
noodzakelijke voorbereidingen voor de reinigingson-
dersteuning.
6.
De aanwijzing bevestigen.
De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur loopt
af.
Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigd,
klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een
aanwijzing dat de werking is beëindigd.
7.
Schakel het apparaat uit met .
8.
.
"Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reini-
gen", Pagina28
20.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitve-
gen en volledig laten drogen.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
3.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwij-
der hardnekkige resten met een schuursponsje van
roestvrij staal.
4.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek
en daarna met schoon water afnemen.
5.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
6.
Om de binnenruimte volledig te laten drogen, de ap-
paraatdeur ca.1uur open laten of de droogfunctie
gebruiken.
"Drogen instellen", Pagina28
Drogen21 Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, droogt u
de binnenruimte na de pure magnetronfunctie na de rei-
nigingsondersteuning.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-
ruimte opnemen.
21.1 Binnenruimte drogen
U kunt de binnenruimte laten drogen of de functie dro-
gen gebruiken.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
3.
Water in de binnenruimte opvegen.
4.
Droog de binnenruimte.
Laat om de binnenruimte te drogen de deur van
het apparaat 1 uur open staan.
Om de functie drogen te gebruiken, "Droogfunctie"
instellen.
"Drogen instellen", Pagina28
Drogen instellen
Vereiste:
"Binnenruimte drogen", Pagina28
1.
In het menu op "Reiniging" drukken.
2.
Op "Droogfunctie" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Op drukken.
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het drogen.
4.
De aanwijzing bevestigen.
Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
Als het drogen beëindigd is, klinkt er een signaal. Op
het display verschijnt een aanwijzing dat de werking
is beëindigd.
5.
Schakel het apparaat uit met .
6.
Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van
het apparaat 1 tot 2minuten geopend laten.
28
background
Apparaatdeur nl
Apparaatdeur22 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
22.1 Deurafscherming afnemen
De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan
verkleuren. Neem de deurafscherming af om deze en
de roestvrijstalen inlegger schoon te maken of de deur-
ruiten te verwijderen.
1.
Open de apparaatdeur een beetje.
2.
Op de deurafscherming links en rechts drukken .
3.
De deurafscherming afnemen en de apparaatdeur
voorzichtig sluiten.
22.2 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of
scherpe metalen schraper voor het reinigen van het
glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan
beschadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Vereiste: De deurafscherming is afgenomen.
"Deurafscherming afnemen", Pagina29
1.
De schroeven links en rechts van de apparaatdeur
losdraaien en verwijderen.
2.
Een theedoek die meerdere keren is samengevouwen
tussen de apparaatdeur klemmen.
3.
Sluit de deur van het apparaat.
4.
De voorruit er naar boven uittrekken .
5.
De voorruit met de deurgreep naar beneden op een
vlak oppervlak leggen.
6.
De tussenruit met één hand tegen het apparaat druk-
ken en tegelijkertijd de linker en rechter houders
naar boven drukken. De houders niet verwijderen.
7.
De tussenruit uitnemen.
8.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig tot dodelijk
letsel!
Door het opendraaien van de schroeven is de veilig-
heid van het apparaat niet meer gewaarborgd. Er kan
energie van de magnetron naar buiten komen.
De schroeven nooit opendraaien.
Nooit de 4 zwarte schroeven van de omlijsting
schroeven.
22.3 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen
de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
29
background
nl Rekjes
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scher-
pe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De tussenruit draaien, totdat de pijl rechts boven is.
2.
De tussenruit onder in de houder inbrengen en
aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
3.
De linker en rechter houder naar beneden drukken
totdat de binnenruit is ingeklemd .
4.
De voorste ruit onder in de linker en rechter houder
inhangen .
5.
Druk de voorste ruit tegen het apparaat, totdat de lin-
ker en rechter haken tegenover de opname lig-
gen .
6.
De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze
hoorbaar vast klikt.
7.
De apparaatdeur een beetje openen en de theedoek
verwijderen.
8.
Draai de beide schroeven links en rechts op de appa-
raatdeur er in.
9.
De deurafdekking aanbrengen en aandrukken , tot
deze hoorbaar inklikt.
10.
Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Rekjes23 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen of
om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden ver-
wijderd.
23.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant optillen en losmaken .
2.
Het complete rekje naar buiten draaien en aan de
achterkant losmaken .
3.
Het rekje reinigen.
30
background
Storingen verhelpen nl
23.2 Houders inbrengen
Als u de rekjes verwijdert, kunnen de houders eruit val-
len.
Opmerking: De houders zijn aan de voor- en achterkant
verschillend.
1.
De voorste houders met de haak vanaf boven in het
ronde gat leiden en een beetje schuin zetten .
2.
De voorste houders aan de onderkant inbrengen en
recht zetten .
3.
De achterste houders met de haak in het bovenste
gat leiden en in het onderste gat drukken .
23.3 Rekjes inhangen
1.
Het rekje aan de boven- en onderkant schuin zetten
en in de houders plaatsen .
2.
Het rekje naar voren trekken .
3.
Het rekje van voren inbrengen en naar beneden
drukken .
Storingen verhelpen24 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser-
vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina33
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden
vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant
of de klantenservice.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
24.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
31
background
nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door
de zekering uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
"Basisinstellingen", Pagina21
Op het display verschijnt "Spra-
che Deutsch".
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
"Eerste keer in gebruik nemen", Pagina13
Werking start niet of wordt onder-
broken.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen.
"Informatie weergeven", Pagina14
Storing
Neem contact op met de .
"Servicedienst", Pagina33
Het apparaat warmt niet op. Demonstratiemodus is ingeschakeld.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast
uit en opnieuw in te schakelen.
2.
Schakel de demonstratiemodus binnen ca. 5minuten in de basisinstellingen
uit.
"Basisinstellingen wijzigen", Pagina22
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer.
Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik.
Als het apparaat uitgeschakeld is,
verschijnt de actuele tijd niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie.
"Basisinstellingen", Pagina21
Apparaatdeur kan niet worden
geopend.
Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur, op het display licht op.
Laat het apparaat afkoelen tot op het display uitgaat.
"Reinigingsfunctie Pyrolytische zelfreiniging", Pagina26
Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur.
Deactiveer het kinderslot met de instelring.
"Kinderslot", Pagina21
De vergrendeling kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
"Basisinstellingen", Pagina21
HomeConnect functioneert niet
correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Ga naar
www.home-connect.com
.
Bij het reinigen van de magnetron
wordt de binnenruimte heet.
Droogfunctie is ingeschakeld.
U kunt de basisinstelling voor de droogfunctie bij de magnetronfunctie wijzigen.
"Basisinstellingen", Pagina21
Neem de informatie over het gebruik met de magnetron in acht.
"Magnetron", Pagina16
Verlichting van de binnenruimte
werkt niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling naar verlichting.
"Basisinstellingen", Pagina21
LED-lampje is defect.
Neem contact op met de .
"Servicedienst", Pagina33
Maximale gebruiksduur bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na
meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd
zijn. Er verschijnt een aanwijzing op het display.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de
functie-instellingen.
1.
Om de werking voort te zeggen, schakelt u het apparaat uit met en weer
aan. De werking opnieuw instellen en starten.
2.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met uit.
32
background
Afvoeren nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Maximale gebruiksduur bereikt.
Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijds-
duur instellen.
"Tijdfuncties", Pagina15
Foutcode bestaande uit letters en
cijfers verschijnt op het display,
bijv. E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit en weer in.
Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
2.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice.
Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
"Servicedienst", Pagina33
Bereidingsresultaat is niet bevre-
digend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept-, hoeveelheid- en le-
vensmiddel-afhankelijk.
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
Tip: Veel overige informatie over de bereiding en de passende instelwaarden
en recepten vindt u in de HomeConnect app of op onze homepage
www.bosch-home.com
.
Resultaat van de reinigingsfunctie
is niet naar tevredenheid.
Kookcompartiment was te sterk verontreinigd.
Verwijder grove verontreinigingen vóór het uitvoeren van de reinigingsfunctie
uit het kookcompartiment.
Haal de rekjes uit het kookcompartiment om energie te besparen en om een
beter reinigingsresultaat te bereiken.
Let op de reiniging en het onderhoud van uw apparaat.
"Reiniging en onderhoud", Pagina25
Afvoeren25 Afvoeren
25.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoerme-
thoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeen-
stemming met de Europese richtlijn
2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur
(waste electrical and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de
in de EU geldige terugneming en ver-
werking van oude apparaten.
Servicedienst26 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de
garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document over de service-
contacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenser-
vice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en
het volgnummer (Z-Nr.) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via
de QR-code op het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze
website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De
lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur
worden vervangen.
De informatie conform verordening (EU) 2023/826 vindt
u online op
www.bosch-home.com
op de productpagina
en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiks-
aanwijzingen en aanvullende documenten.
33
background
nl Informatie over vrije software en opensourcesoftware
26.1 Productnummer (E-Nr.),
productienummer (FD) en volgnummer (Z-
Nr.)
Het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD)
en het volgnummer (Z-Nr.) vindt u op het typeplaatje
van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoon-
nummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gege-
vens noteren.
U kunt de apparaatinformatie ook in de basisinstellingen
laten weergeven.
"Basisinstellingen", Pagina21
Informatie over vrije software en opensourcesoftware27 Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de
houders van de intellectuele eigendom als vrije software
of opensourcesoftware zijn gelicentieerd.
De informatie over de betreffende licentie is in het huis-
houdapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze licen-
tie-informatie via de HomeConnect app raadplegen:
'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-informatie'.
1
Verder kunt u de licentie-informatie downloaden via de
productwebsite. (Zoek daarvoor op de productwebsite
naar uw apparaatmodel en de bijbehorende documenta-
tie.) In plaats daarvan kunt u de betreffende informatie
ook aanvragen via [email protected] of BSH Haus-
geräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.
De broncode wordt u op verzoek ter beschikking ge-
steld.
Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-
Str. 34, D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden
u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende drie
jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste gedu-
rende de periode waarin wij support en reserveonderde-
len voor het betreffende apparaat bieden.
Conformiteitsverklaring28 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de funda-
mentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder
www.bosch-home.com
op de productpagina
van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz): max. 200mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
Zo lukt het29 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat af-
gestemd.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
34
background
Zo lukt het nl
Tip: Veel overige informatie over de bereiding en de
passende instelwaarden en recepten vindt u in de Ho-
meConnect app of op onze homepage
www.bosch-
home.com
.
29.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoe-
veelheid en het recept. Daarom zijn instelbereiken
aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waar-
den.
De instelwaarden gelden voor producten die in de on-
verwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wanneer
u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoire dan
pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten
niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
Geschikte accessoires kunt u bij de klantenservice, in
de vakhandel of op het internet kopen.
"Meer accessoires", Pagina12
Tip: Bij enkele gerechten kunt u ook de ventilatiefunctie
"Knapperig laagje" gebruiken. De ventilatiefunctie "Knap-
perig laagje" onttrekt versterkt vocht uit de binnenruimte.
Deze bereiding is voor producten met veel vocht aanbe-
volen, bijv.
bij het bereiden op verschillende niveaus
bij gebak met sappig beleg
bij schuimgebakjes
als er meer knapperigheid is gewenst
Voor knapperige gerechten is het inschakelen in de
tweede bereidingshelft aanbevolen.
"Ventilatiefunctie Knapperig laagje", Pagina18
29.2 Aanwijzingen voor het bakken
Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn donke-
re bakvormen van metaal het beste geschikt.
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerech-
ten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm
hebben de gerechten meer tijd nodig en worden don-
kerder aan de bovenkant.
Bakvormen van silicone zijn niet geschikt.
Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede
bereidt, schuif deze er dan op niveau 1 in.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor
deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoeki-
ge vorm.
Het insteladvies voor het bakken in combinatie met
de magnetron gelden voor metalen vormen.
LET OP
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-
nenruimte.
Inschuifhoogtes
Het beste resultaat verkrijgt u wanneer de u de volgen-
de inschuifhoogten gebruikt.
Bakt u op één niveau, gebruik dan inschuifhoogte 1.
Bakken op 2niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Twee roosters met vormen erop 3
1
Gebruik de verwarmingsmethode 4Dhete lucht.
Opmerkingen
Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de
oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde mo-
ment klaar te zijn.
Bereiding in combinatie met de magnetron is slechts
op één niveau mogelijk.
29.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij
braden, stoven en grillen
Het insteladvies geldt voor braadproducten op koel-
kasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar
gevogelte.
Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant
van het vel naar beneden op de vorm.
Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½ tot
⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder
knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meer-
dere stukken tegelijkertijd.
Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dikte.
De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker
mals.
Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het
rooster.
Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede een niveau onder het rooster in de bin-
nenruimte.
Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot ½liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruim-
te schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn voor
de oven.
Plaats de vorm op het rooster.
Vormen van glas zijn het meest geschikt.
35
background
nl Zo lukt het
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braad-
vorm aan.
Braden in open vormen
Gebruik een hoge braadvorm.
Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
Bij vlees moet er tussen het te braden product en het
deksel minimaal 3cm afstand zijn. Het vlees kan tij-
dens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
Circulatiegrillen is zeer geschikt voor de bereiding van
heel gevogelte, hele vis en vlees, bijv. braadvlees met
een korstje.
Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en verge-
lijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en
blijven lekker mals.
Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede minstens één niveau onder het rooster in
de binnenruimte.
Opmerkingen
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgescha-
keld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de in-
gestelde grillstand.
Bij het grillen kan rook ontstaan.
29.4 Bereiding met magnetron
Als u gerechten met de magnetron klaar maakt, dan
kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
Algemeen
De bereidingsduur bij gebruik van de magnetron is
gebaseerd op het totaalgewicht.
Wilt u een andere dan de opgegeven hoeveelheid
klaarmaken, dan helpt de basisregel: Bij een dubbele
hoeveelheid is bijna de dubbele bereidingsduur no-
dig.
De producten geven warmte af aan het servies. Het
servies kan zeer heet worden.
In het belangrijkste deel van de gebruikershandlei-
ding vindt u informatie, hoe u de magnetron en aan-
vullende magnetronwerking instelt.
"Magnetron", Pagina16
Tip
Overige bereidingen met de magnetron vindt u hier:
"Ontdooien", Pagina41
"Opwarmen met de magnetron", Pagina42
Koken of stomen met de magnetron
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de
magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of
speciale magnetronfolie gebruiken.
Gebruik voor alle graanproducten, bijvoorbeeld voor
rijst, een hoge vorm met deksel. Graan schuimt sterk
tijdens het koken. Voeg vloeistof toe overeenkomstig
de informatie in het insteladvies.
Was de levensmiddelen en droog deze niet af. Voeg
1-3eetlepels water of citroensap toe aan de gerech-
ten.
Verdeel de gerechten vlak in de vorm. Platte voe-
dingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
Gebruik zout en specerijen met mate. Bij het bereiden
met de magnetron blijft de oorspronkelijke smaak in
grote mate behouden.
Keer of roer het voedsel tussendoor 2-3keer.
Laat het voedsel na het bereiden 2-3minuten rusten.
29.5 Aanwijzingen voor de bereiding van
kant-en-klaar gerechten
Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van
het soort levensmiddelen. Mogelijk zijn de producten
al bruin of vertonen ze ongelijkmatigheden.
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproduc-
ten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking
nemen.
Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het
kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
Verdeel stuksgerechten, zoals broodjes en aardappel-
producten, gelijkmatig en vlak over de accessoires.
Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen zit.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de verpak-
king aan.
Om optimale resultaten te behalen, adviseren wij le-
vensmiddelen of kant-en-klare gerechten bij 600watt
te verwarmen. Wanneer op de verpakking een hoger
magnetronvermogen is aangegeven, verleng dan de
tijd.
29.6 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op
categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
1 160-180 90 30-40
36
background
Zo lukt het nl
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Cake, fijn Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
1 150-170 - 60-80
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
1 160-170 - 65-85
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
1 1. 160-180
2. 100
1. 180
2. -
1. 30-40
2. 20
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
1 150-170
1
- 30-50
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
1 150-160 - 50-60
Zandtaartdeeggebak met
vochtige bedekking
Braadslede 1 160-180 - 60-80
Gebak van gistdeeg met
vochtige bedekking
Braadslede 1 180-190 - 30-45
Cakerol Bakplaat 1 180-190
1
- 10-20
Muffins Muffinplaat 1 170-190 - 15-30
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 1 160-170 - 30-40
Koekjes Bakplaat 2 140-160 - 15-30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 130-150 - 20-35
Brood, 750g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 1. 210-220
2. 180-190
1
- 1. 10-15
2. 25-35
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 1. 210-220
2. 180-190
1
- 1. 10-15
2. 40-50
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 200-210 - 35-45
Plat rond brood Braadslede 1 250-270 - 20-30
Broodjes, vers Bakplaat 1 180-190 - 25-35
Pizza, vers Bakplaat 1 200-220 - 20-30
Pizza, vers, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 180-190 - 35-45
Pizza, vers, dunne bo-
dem, in pizzavorm
Pizzaplaat 1 210-230 - 20-30
Börek Braadslede 1 180-190 - 35-45
Quiche Quiche-vorm met
donkere coating
1 190-210 - 30-45
Flammkuchen Braadslede 1 260-270
1
- 10-20
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Vuurvaste schaal 1 200-220 - 35-55
1
Het apparaat voorverwarmen.
37
background
nl Zo lukt het
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Vuurvaste schaal 1 140-160 360 20-30
Lasagne, diepvries,
350-450g, 3 cm hoog
Open vorm 1 200-210 180 20-25
Lasagne, diepvries,
600-1000g, 4-5 cm
hoog
Open vorm 1 200-210 180 35-45
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Vuurvaste schaal 1 170-180 - 50-65
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Vuurvaste schaal 1 170-190 360 20-25
Kip, 1,3 kg, ongevuld Rooster 1 200-220 - 60-70
Kip, 1,3 kg, ongevuld Gesloten vorm 1 230-250 360 25-35
Kleine kipdelen, à 250g Rooster 2 220-230 - 30-35
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 1 190-210 360 20-30
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 1 160-170 - 120-150
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 1 180-200 - 120-130
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Gesloten vorm 1 180-200 180 55-65
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 1 180-190 - 120-140
Runderfilet, medium, 1kg Open vorm 1 210-220 - 40-50
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 1 200-220 - 130-140
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 1 200-220 - 140-160
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 1 220-230 - 60-70
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 1 240-260 180 30-40
Burger, 3-4cm hoog Rooster 2 3 - 20-30
1
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 1 170-190 - 50-70
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Gesloten vorm 1 240-260 1. 360
2. 180
1. 30
2. 35-40
Gebraden gehakt, 1 kg +
50 ml water
Open vorm 1 170-190 360 30-40
Vis, gegrild, heel, 300g,
bijv. forel
Open vorm 1 170-190 - 20-30
Vis, gegrild, heel, 300g,
bijv. forel
Rooster 1 2 90 15-20
Groente, vers, 250g Gesloten vorm 1 - 600 8-12
2
Gemengde groente,
250g + 25ml water
Gesloten vorm 1 - 600 10-14
2
Gebakken aardappels,
gehalveerd, 1kg
Braadslede 2 200-220 360 15-20
Gekookte aardappels, in
vieren gedeeld, 500g
Gesloten vorm 1 - 600 12-15
2
1
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
2
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
38
background
Zo lukt het nl
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Langkorrelige rijst, 250g
+ 500ml water
Gesloten vorm 1 - 1. 600
2. 180
1. 7-9
2. 13-16
Gierst, heel,
250g+600ml water
Gesloten vorm 1 - 1. 600
2. 180
1. 8-10
2. 10-15
Polenta of maïsgries-
meel, 125g+ 500ml wa-
ter
Gesloten vorm 1 - 600 6-8
1
Dessert
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk (3,5% vet) op 90°C verwarmen op de
kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C vol-
doende.
3.
150g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk
roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of
kleine glazen.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
8.
Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12uur lang
rusten in de koelkast.
Pudding van puddingpoeder maken
1.
Gebruik een hoge vorm die geschikt is voor de mag-
netron.
2.
Roer in de vorm de puddingpoeder met de gehele
hoeveelheid melk en suiker.
3.
Plaats de vorm op het rooster in de binnenruimte.
4.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
5.
Roer de melk stevig door zodra deze opkomt.
6.
De procedure herhalen totdat de gewenste consisten-
tie is bereikt.
Popcorn bereiden met de magnetron
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen
kan knappen.
Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.
Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
1.
Gebruik een vlakke ovenschaal die geschikt is voor
de magnetron.
Gebruik geen porselein of sterk gewelfde borden.
2.
Leg de popcornzak volgens de aanwijzingen op de
verpakking op de vorm.
3.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
4.
Afhankelijk van het product en de hoeveelheid moet
de tijd mogelijk worden aangepast.
5.
Verwijder de popcornzak na 1½minuut en schud de-
ze om zodat de popcorn niet aanbrandt.
6.
Plaats de popcornzak weer terug in de oven en ver-
der laten poffen.
7.
Schakel wanneer nog slechts elke 2-3 seconden pof-
geluiden te horen zijn het apparaat uit en neem de
popcornzak uit de oven.
8.
Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Insteladvies voor desserts, compote
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Pudding van pudding-
poeder
Gesloten vorm 1 - 600 5-8
1
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
40-45 - 8-9 uur
Popcorn voor de magne-
tron, 1zak à 100g
2
Open vorm 1 - 600 4-6
29.7 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidingswij-
zen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Langzaam garen
Voor alle fijne stukken, die rosé of tot in de perfectie be-
reid moeten worden. Vlees en gevogelte blijven bij lang-
zaam garen bij lage temperaturen sappig en mals.
1
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
2
Leg de gesloten zak op de vorm.
39
background
nl Zo lukt het
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de
verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste: De binnenruimte is koud.
1.
Gebruik vers, en hygiënisch onberispelijk vlees. Het
beste kunnen stukken zonder been en zonder veel
bindweefsel worden gebruikt.
2.
De vorm op het rooster op niveau 1 in de binnenruim-
te plaatsen.
3.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voorver-
warmen.
4.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
5.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de bin-
nenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat de temperatuur in de
binnenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tijdens
het langzaam garen gesloten.
Tips voor het langzaam garen
Hier vindt u tips voor een goed resultaat bij langzaam
garen.
Vraag Tip
U wilt een eenden-
borst langzaam ga-
ren.
Leg de eendenborst koud in
een pan.
Bak eerst de huidzijde aan.
Eendenborst langzaam garen.
Na het langzaam garen de
eendenborst gedurende 3 tot
5 minuten knapperig grillen.
U wilt uw zacht ge-
gaarde vlees zo heet
mogelijk serveren.
De serveerborden voorverwar-
men.
De bijbehorende sauzen heel
heet serveren.
Insteladvies voor langzaam garen
Gerecht Accessoires /
vormen
Hoogte Aan-
braad-
duur in
min.
Verwar-
mingsme-
thode
Tempera-
tuur in °C
Magne-
tronver-
mogen in
W
Tijdsduur in
min.
Eendenborst, rosé à
300g
Open vorm 1 6-8 95
1
- 45-60
Varkenshaas, heel Open vorm 1 4-6 85
1
- 45-70
Runderfilet, 1kg Open vorm 1 4-6 85
1
- 90-120
Kalfsmedaillons, 4cm
dik
Open vorm 1 4 80
1
- 40-60
Lamsrack, zonder
been, à 200g
Open vorm 1 4 85
1
- 30-45
Air Fry
Bereid gerechten door Air Fry knapperig en met weinig
vet. Air Fry is bijzonder geschikt voor gerechten die u
normaal gezien in olie frituurt.
Aanwijzingen voor de bereiding met Air Fry
Neem deze informatie in acht als u gerechten met Air
Fry bereidt.
De bereiding met Air Fry is slechts op een niveau mo-
gelijk.
Het knapperige resultaat bereikt u met de geëmail-
leerde Air-Fry plaat. Door het geperforeerde opper-
vlak is een bijzonder goede luchtcirculatie rondom
het product mogelijk. Wanneer de Air-Fry plaat niet
standaard bij het apparaat is meegeleverd, dan kunt
u de Air-Fry plaat als speciaal accessoire verkrijgen.
De oven niet voorverwarmen.
Geen bakpapier gebruiken. De lucht moet in de bin-
nenruimte circuleren.
Diepgevroren gerechten niet ontdooien.
De gerechten gelijkmatig verdelen op de Air-Fry-plaat
of de braadslede. Indien mogelijk slechts een laag
van de gerechten over het toebehoren verdelen.
Het toebehoren op hoogte 2 in de binnenruimte
schuiven. Als u het Air Fry plaat gebruikt, kunt u ter
bescherming tegen verontreiniging een lege universe-
le braadslede op hoogte 1 inschuiven.
Halverwege de bereidingstijd het product keren. Bij
grotere hoeveelheden het product 2 keer keren.
Tip: Het product pas na het bereiden zouten. Hierdoor
wordt het product knapperiger.
Gepaneerde groente is eveneens geschikt voor de be-
reiding met Air Fry. Om vet te sparen, de panade met
een verstuiver met olie besproeien. Zo ontstaat een
knapperige korst met weinig vet.
Insteladvies voor Air Fry
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
1 160-180 90 30-40
1
Het apparaat voorverwarmen.
40
background
Zo lukt het nl
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Langwerpige bak-
vorm
Patat Air Fry plaat
of
Braadslede
2 190-210 - 20-25
Aardappelsnack, gevuld Air Fry plaat
of
Braadslede
2 190-210 - 20-25
Aardappel-rösti, diepvries Air Fry plaat
of
Braadslede
2 190-210 - 20-25
Kipsticks, nuggets, diep-
vries
Air Fry plaat
of
Braadslede
2 190-210 - 10-15
Vissticks Air Fry plaat
of
Braadslede
2 190-210 - 15-20
Broccoli, gepaneerd Air Fry plaat
of
Braadslede
2 190-210 - 15-25
Ontdooien
Ontdooi diepvriesproducten met uw apparaat.
Aanwijzingen voor het ontdooien
Met de functie "Magnetron" kunt u diepgevroren fruit,
groente, gevogelte, vlees, vis of gebak ontdooien.
Neem het diepvriesproduct uit de verpakking om te
ontdooien.
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de
magnetron.
De insteladviezen gelden voor gerechten met diep-
vriestemperatuur (-18°C).
Ontdooien lukt beter in meerdere stappen. De stap-
pen zijn onder elkaar aangegeven in de aanbevelin-
gen voor instellingen.
Keer of roer het voedsel tussendoor 1-2keer.
Keer grote stukken meerdere malen. Deel het voed-
sel tussendoor in stukken.
Neem reeds ontdooide stukken uit de binnenruimte.
Laat de ontdooide producten nog 10tot 30minuten
in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de tem-
peratuur gelijkmatig verdeeld wordt.
Insteladvies voor het ontdooien
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Brood, 500g Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 3
2. 10-15
Broodjes Rooster 1 140-160 90 2-4
Gebak, vochtig, 500g Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 2
2. 10-15
Gebak, droog, 750g Open vorm 1 - 90 10-15
Kip, heel, 1,3kg Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 10
2. 10-20
1
Vlees, heel, bijv. braad-
vlees, rauw vlees, 1kg
Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 15
2. 20-30
1
Gehakt, gemengd, 500g Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10-15
1
Vis, heel, 300g Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 3
2. 10-15
1
Kleinfruit, 300g Open vorm 1 - 180 5-10
Boter ontdooien, 125g Open vorm 1 - 90 7-9
1
Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
41
background
nl Zo lukt het
Opwarmen met de magnetron
Met de magnetron kunt u voedingsproducten opwarmen
of in één stap ontdooien en opwarmen.
Bereidingswijze voor het opwarmen met de
magnetron
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de
magnetron.
Keer of roer het voedsel tussendoor 2-3keer.
Laat het voedsel na het bereiden 1-2minuten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. Het
servies kan zeer heet worden.
Let op de volgende punten wanneer u babyvoedsel
opwarmt:
Plaats flesjes zonder speen of deksel op het roos-
ter.
Schud of roer het babyvoedsel goed door na het
verwarmen.
Controleer absoluut de temperatuur van het baby-
voedsel.
Veeg de binnenruimte na het opwarmen droog.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging
ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt be-
reikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een
kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid gebo-
den. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspat-
ten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een le-
pel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorko-
men.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Insteladvies voor opwarmen en regenereren
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Dranken verwarmen,
200ml
Open vorm 1 - max 1-3
1
Babyvoeding verwarmen,
bijv. flesjes melk, 150ml
Open vorm 1 - 360 1-3
1
Groente, gekoeld, 250g Gesloten vorm 1 - 600 3-8
Groente, diepvries, los,
250g
Gesloten vorm 1 - 600 8-12
Schotel, gekoeld, 1portie Gesloten vorm 1 - 600 4-8
Soep, eenpansgerecht,
gekoeld, 400ml
Gesloten vorm 1 - 600 5-7
Bijgerechten, bijv. pasta,
balletjes, aardappels,
rijst, gekoeld
Gesloten vorm 1 - 600 5-10
Schotel, diepvries, 1 por-
tie
Gesloten vorm 1 - 600 11-15
Soep, eenpansgerecht,
200ml
Gesloten vorm 1 - 600 4-6
1
Bijgerechten, 500g, bijv.
pasta, balletjes, aardap-
pels, rijst, diepvries
Gesloten vorm 1 - 600 7-10
1
Ovenschotels, 400g,
bijv. lasagne, aardappel-
gratin, diepvries
Open vorm 1 180-200 180 20-25
1
Het voedsel goed omroeren.
42
background
Zo lukt het nl
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
Voorkom condensvorming wanneer u de verwar-
mingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de
binnenruimte niet af te nemen.
U kunt het voedsel afdekken om het uitdrogen te ver-
mijden.
Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het
warmhouden verder garen.
29.8 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 of
IEC 60350-1 en conform EN 60705, IEC 60705 te ver-
gemakkelijken.
Bakken
De instelwaarden gelden voor producten die in de on-
verwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in het
insteladvies in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de
oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde mo-
ment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
Biscuitgebak
Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen.
Als alternatief voor een rooster kunt u ook de door
ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Spritskoekjes Bakplaat 1 150-160
1
- 20-30
Spritskoekjes Bakplaat 1 140-150
1
- 25-35
Kleine cakes Bakplaat 1 160
1
- 25-35
Kleine cakes Bakplaat 1 150
1
- 20-30
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140
1
- 30-40
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
1 160-170
2
- 25-35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
1 160-170
2
- 30-45
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / Grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Toast bruinen Rooster 3 3
3
- 3-6
Bereiding met magnetron
Schakel voor het testen van alleen de magnetronfunc-
tie de droogfunctie in de basisinstellingen uit.
Pagina21
Insteladviezen voor het ontdooien met magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Vlees Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10-15
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
3
Het apparaat niet voorverwarmen.
43
background
nl Montagehandleiding
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Kandeel Open vorm 1 - 1. 360
2. 180
1. 20
2. 20-25
Biscuitgebak Open vorm 1 - 600 7-9
Gehaktbrood Open vorm 1 - 600 22-27
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron gecombineerd
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Aardappelgratin Open vorm 1 150-170 360 25-30
Gebak Open vorm 1 190-210 180 12-18
Kip, gehalveerd Open vorm 1 180-200 360 25-35
Montagehandleiding30 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
 30.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met
het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Tussen de wand en de bodem van de kast
of de achterwand van de kast erboven dient
een afstand van minstens 35mm te worden
aangehouden.
¡ Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen mo-
gen niet worden afgedekt.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt uit-
gevoerd, is de veiligheid bij het gebruik ge-
garandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Niet aansluiten in geval van transportschade.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen
een temperatuur tot maximaal 95°C, aan-
grenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen in-
vloed hebben op de werking van elektrische
componenten.
¡ Het apparaat op een horizontaal gesteld vlak
plaatsen.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
1
2.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare mon-
tagebeugel aan de wand worden beves-
tigd.
44
background
Montagehandleiding nl
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Na de montage van het apparaat mogen de
openingen in de achterwand van het apparaat
voor kinderen niet toegankelijk zijn, ook niet
via de daaronder liggende laden en keuken-
kastjes. Dit moet door de inbouw worden ge-
waarborgd. In geval van een kookeiland is een
gesloten achterwand noodzakelijk.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-
toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
LET OP
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
Het apparaat niet aan de deurgreep vasthou-
den of dragen.
30.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
30.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een ventila-
tie-opening.
Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de
kookplaat in acht nemen.
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
30.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen,
eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de minimale dikte van het werkblad berekend .
45
background
nl Montagehandleiding
Type kookplaat a opbouw in mm a vlak gemonteerd in mm b in mm
Inductiekookplaat 42 43 5
Zoneloze inductiekookplaat 52 53 5
Gaskookplaat 32 43 5
1
Elektrische kookplaat 32 35 2
30.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
inbouw in een hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat die-
nen de tussenschotten te beschikken over een venti-
latie-opening.
Om een voldoende ventilatie van het apparaat te
waarborgen, is een ventilatie-opening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkel-
plaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is
gewaarborgd.
Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de acces-
soires er zonder probleem uitgenomen kunnen wor-
den.
30.6 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkel-
plaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is
gewaarborgd.
Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebeho-
ren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
1
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.
46
background
Montagehandleiding nl
30.7 Hoekinbouw
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de
hoekinbouw in acht.
Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan wor-
den geopend, bij de hoekinbouw de minimum afme-
tingen aan. De maat is afhankelijk van de dikte van
het meubelfront en de greep.
30.8 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag
alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
De zekering dient in overeenstemming te zijn met de
vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale
voorschriften.
Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
De aansluitkabel moet op de achterzijde worden inge-
stoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aan-
sluitkabel is bij de klantenservice verkrijgbaar.
De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door
een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Wanneer het display van het apparaat donker blijft,
dan is het verkeerd aangesloten. Scheid het apparaat
van het net, controleer de aansluiting.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of
wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een scheidings-
inrichting volgens de installatievoorschriften zijn inge-
bouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op
garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
groen-geel = aarddraad
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
30.9 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
47
background
nl Montagehandleiding
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen iso-
latieprofielen worden aangebracht.
30.10 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng aan beide zijden een geschikt vulstuk aan om
eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige
montage te waarborgen.
2.
Het vulstuk op het meubel bevestigen.
3.
Het vulstuk en het meubel voorboren, m een schroef-
verbinding te realiseren.
4.
Het apparaat met adequate schroeven bevestigen.
30.11 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar bui-
ten.
48
background
background
background
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9001682153*
9001682153 (050409) REG25
nl

Specifications

Bosch CMG7761B1-B Questions and Answers