
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
1 Veiligheid ..................................... 3
1.1 Algemene aanwijzingen ............. 3
1.2 Bestemming van het appa-
raat ................................................. 3
1.3 Inperking van de gebruikers ..... 4
1.4 Veilige installatie .......................... 4
1.5 Veilig gebruik ............................... 6
1.6 Beschadigd apparaat ................. 7
1.7 Gevaren voor kinderen .............. 8
2 Materiële schade vermijden ....... 9
2.1 Veilige installatie .......................... 9
2.2 Veilig gebruik ............................. 10
3 Milieubescherming en bespa-
ring .............................................. 10
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 10
3.2 Energie sparen .......................... 10
3.3 Droging met zeoliet ............ 11
3.4 Efficient Dry ................................ 11
4 Opstellen en aansluiten ............ 11
4.1 Leveringsomvang ...................... 11
4.2 Apparaat opstellen en aanslui-
ten ................................................ 12
4.3 Afvoerwateraansluiting ............. 12
4.4 Drinkwateraansluiting ............... 12
4.5 Elektrische aansluiting ............. 12
5 Uw apparaat leren kennen ........ 13
5.1 Apparaat ..................................... 13
5.2 Bedieningselementen ............... 15
6 Programma's .............................. 16
6.1 Aanwijzingen voor testinstitu-
ten ................................................ 18
6.2 Favourite ................................ 18
7 Extra functies ............................. 18
8 Uitrusting ................................... 19
8.1 Bovenste servieskorf ................ 19
8.2 Etagère ........................................ 20
8.3 Onderste servieskorf ................ 20
8.4 Omklapbare bordensteunen ... 21
8.5 Besteklade ................................. 21
8.6 Bestekkorfhoogten ................... 21
9 Voor het eerste gebruik ............ 22
9.1 Eerste keer in gebruik ne-
men .............................................. 22
10 Onthardingssysteem .............. 22
10.1 Overzicht van de waterhard-
heidsinstellingen ..................... 22
10.2 Waterontharding instellen ..... 23
10.3 Onthardingszout ...................... 23
10.4 Waterontharding uitschake-
len .............................................. 24
10.5 Onthardingssysteem regene-
reren .......................................... 24
11 Glansspoelsysteem ................ 25
11.1 Glansspoelmiddel ................... 25
11.2 Hoeveelheid glansspoelmid-
del instellen .............................. 25
11.3 Glansspoelsysteem uitscha-
kelen .......................................... 26
12 Vaatwasmiddel ........................ 26
12.1 Geschikte vaatwasmidde-
len .............................................. 26
12.2 Ongeschikt vaatwasmiddel ... 28
12.3 Aanwijzingen over vaatwas-
middelen ................................... 28
12.4 Vaatwasmiddel vullen ............ 28
13 Serviesgoed ............................ 29
13.1 Schade aan glas en servies-
goed .......................................... 29
13.2 Serviesgoed inruimen ............ 30
13.3 Serviesgoed uitruimen ........... 31
14 De Bediening in essentie ....... 31
14.1 Apparaat inschakelen ............ 31
14.2 Programma instellen .............. 31
2

Veiligheid nl
14.3 Extra functie instellen ............. 31
14.4 Tijdinstelling maken ................ 32
14.5 Programma starten ................. 32
14.6 Programma onderbreken ...... 32
14.7 Programma afbreken ............. 32
14.8 Apparaat uitschakelen ........... 32
15 Basisinstellingen ..................... 33
15.1 Overzicht van de basisinstel-
lingen ........................................ 33
15.2 Basisinstellingen wijzigen ...... 36
16 HomeConnect ........................ 36
16.1 HomeConnect instellen ........ 37
16.2 Remote Start ....................... 37
16.3 Smart Start
1
............................. 37
16.4 Bescherming persoonsgege-
vens ........................................... 38
17 Reiniging en onderhoud ......... 38
17.1 Spoelmiddelhouder reini-
gen ............................................ 38
17.2 Reinigingsmiddel .................... 38
17.3 Tips voor apparaatonderhou-
d ................................................. 38
17.4 Machinereiniging ................ 39
17.5 Zeefsysteem ............................ 40
17.6 Sproeiarmen reinigen ............ 41
18 Storingen verhelpen ............... 42
18.1 Afvoerpomp reinigen ............. 49
19 Transporteren, opslaan en af-
voeren ...................................... 49
19.1 Apparaat demonteren ............ 49
19.2 Apparaat vorstbestendig ma-
ken ............................................. 49
19.3 Apparaat transporteren ......... 50
19.4 Afvoeren van uw oude appa-
raat ............................................ 50
20 Servicedienst .......................... 50
20.1 Productnummer (E-Nr.), pro-
ductienummer (FD) en volg-
nummer (Z-Nr.) ........................ 51
20.2 AQUA-STOP-garantie ............. 51
21 Technische gegevens ............ 51
21.1 Informatie over vrije software
en opensourcesoftware ......... 52
22 Conformiteitsverklaring ......... 52
Veiligheid 1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om vaat te wassen.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
3

nl Veiligheid
¡ in gesloten ruimten in huishoudens en soortgelijke toepassin-
gen, zoals in personeelskeukens in winkels, kantoren en andere
werkomgevingen; in landbouwbedrijven; voor klanten in hotels,
motels en andere typische woonomgevingen; in B&B's.
¡ tot een hoogte van 2500m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het ap-
paraat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige installaties kunnen letsel veroorzaken.
Bij het opstellen en aansluiten van het apparaat de instructies
van de gebruiksaanwijzing en montagehandleiding opvolgen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
Altijd het meegeleverde netsnoer van het nieuwe apparaat ge-
bruiken.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
4

Veiligheid nl
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn
ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Het doorsnijden van de toevoerslang of het onder water dompe-
len van het AquaStop-ventiel is gevaarlijk.
De kunststof behuizing nooit in water onderdompelen. In de
kunststof behuizing aan de toevoerslang bevindt zich een elek-
trisch ventiel.
De toevoerslang nooit doorsnijden. In de toevoerslang bevinden
zich elektrische aansluitleidingen.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren
gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-
schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak
om de huisinstallatie aan te passen.
Contact tussen het apparaat en installatieleidingen kan leiden tot
een defect aan de installatieleidingen, bijvoorbeeld gasleidingen
en stroomleidingen. Gas uit een gecorrodeerde gasleiding kan
ontbranden. Een beschadigde stroomleiding kan leiden tot kort-
sluiting.
Zorg ervoor dat er een afstand van minstens 5cm tussen het
apparaat en de installatieleidingen zit.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De scharnieren bewegen bij het openen en sluiten van de appa-
raatdeur en kunnen tot letsel leiden.
Als onder- of inbouwapparaten zich niet in een nis bevinden en
daardoor een zijwand toegankelijk is, moet het scharniergedeel-
te aan de zijkant worden afgedekt. De afdekkingen zijn verkrijg-
baar in de vakhandel of bij onze servicedienst.
5

nl Veiligheid
WAARSCHUWING‒Kantelgevaar!
Een ondeskundige installatie kan tot omkanteling van het appa-
raat leiden.
Onder- of inbouwapparaten alleen inbouwen onder een doorlo-
pend aanrechtblad dat stevig met de naastgelegen kasten is
verbonden.
1.5 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig tot dodelijk letsel!
Niet-inachtneming van de veiligheidsvoorschriften en gebruiksin-
structies op de verpakkingen van vaatwas- en glansspoelmidde-
len kan tot ernstige gezondheidsschade leiden.
De veiligheidsvoorschriften en gebruiksinstructies op de verpak-
kingen van vaatwas- en glansspoelmiddelen in acht nemen.
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Oplosmiddelen in de spoelruimte van het apparaat kunnen tot ex-
plosies leiden.
Nooit oplosmiddelen in de spoelruimte van het apparaat doen.
Sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reinigingsmidde-
len in combinatie met aluminium voorwerpen in de spoelruimte
van het apparaat kunnen tot explosies leiden.
Nooit sterk bijtende alkalische of sterk zuurhoudende reinigings-
middelen, in het bijzonder middelen voor professioneel of indu-
strieel gebruik, in combinatie met aluminium voorwerpen (bijv.
vetfilters van afzuigkappen of aluminium pannen) in de vaatwas-
ser gebruiken, bijv. voor machine-onderhoud.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Een geopende apparaatdeur kan tot letsel leiden.
De apparaatdeur alleen openen voor het in- en uitruimen van
vaatwerk om ongelukken zoals door struikelen te voorkomen.
Niet op de geopende apparaatdeur zitten of staan.
Messen en voorwerpen met scherpe punten kunnen verwondin-
gen veroorzaken.
Messen en voorwerpen met scherpe punten met de punten om-
laag in de bestekkorf, meshouder of besteklade plaatsen.
6

Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Als de apparaatdeur tijdens het programmaverloop wordt geo-
pend, kan er heet water uit het apparaat spatten.
De apparaatdeur tijdens het programmaverloop alleen voorzich-
tig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-
paraat te reinigen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warm-
tebronnen in contact brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in con-
tact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De uitblaasopening van het zeolietreservoir wordt heet en kan tot
brandwonden leiden.
Nooit de uitblaasopening van het zeolietreservoir aanraken.
1.6 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak ge-
bruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen en de kraan sluiten.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina50
7

nl Veiligheid
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van
dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen
door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluit-
kabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
1.7 Gevaren voor kinderen
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken.
Indien aanwezig, het kinderslot gebruiken.
Kinderen nooit met het apparaat laten spelen of het apparaat la-
ten bedienen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensge-
vaar geraken.
Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot
van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaat-
deur niet langer sluit.
WAARSCHUWING‒Kans op verpletteren!
Bij hoog ingebouwde apparaten kunnen kinderen bekneld raken
tussen de apparaatdeur en de eronder gelegen kastdeuren.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur op kinderen let-
ten.
8

Materiële schade vermijden nl
WAARSCHUWING‒Kans op chemische brandwonden!
Vaatwas- en glansspoelmiddelen kunnen tot brandwonden aan
mond, keel en ogen leiden.
Kinderen uit de buurt van vaatwas- en glansspoelmiddelen hou-
den.
Kinderen uit de buurt van het geopende apparaat houden. Het
water in de spoelruimte is geen drinkwater. Hierin kunnen nog
resten vaatwas- en glansspoelmiddel zijn achtergebleven.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Kinderen kunnen met hun kleine vingertjes klem komen te zitten
in de sleuven van het tablettenbakje en zich verwonden.
Kinderen uit de buurt van het geopende apparaat houden.
Materiële schade vermijden2 Materiële schade
vermijden
2.1 Veilige installatie
LET OP
Een ondeskundige installatie van het
apparaat kan tot schade leiden.
Als de vaatwasser onder of boven
andere huishoudapparaten wordt
ingebouwd, moet de informatie
over de inbouw in combinatie met
de vaatwasser in de montagehand-
leiding van het desbetreffende
huishoudelijke apparaat in acht
worden genomen.
Als er geen informatie beschikbaar
is of als de montagehandleiding
geen instructies over dit onder-
werp bevat, vraag dan bij de fabri-
kant van deze huishoudelijke ap-
paraten na of de vaatwasser bo-
ven of onder andere huishoudelij-
ke apparaten kan worden inge-
bouwd.
Als er geen informatie van de fabri-
kant beschikbaar is, mag de vaat-
wasser niet boven of onder deze
huishoudelijke apparaten worden
ingebouwd.
Om een veilige werking van alle
huishoudelijke apparaten te waar-
borgen moet u zich ook verder
aan de montagehandleiding van
de vaatwasser houden.
De vaatwasser niet onder een
kookplaat inbouwen.
De vaatwasser niet installeren in
de buurt van warmtebronnen, zo-
als een radiator, boiler, fornuis of
andere apparaten die warmte afge-
ven.
Contact tussen het apparaat en wa-
terleidingen kan tot corrosie van de
waterleiding leiden en de waterlei-
ding kan daardoor lek raken.
Zorg ervoor dat er een afstand van
minstens 5cm tussen het appa-
raat en de waterleiding zit. Dit
geldt niet voor de meegeleverde
leidingen voor de drinkwateraan-
sluitingen en de waterafvoeraan-
sluiting.
Gewijzigde of beschadigde water-
slangen kunnen tot materiële schade
en schade aan het apparaat leiden.
Nooit waterslangen knikken, knel-
len, wijzigen of doorsnijden.
9

nl Milieubescherming en besparing
Alleen meegeleverde waterslangen
of originele reserveslangen gebrui-
ken.
Nooit gebruikte waterslangen her-
gebruiken.
Een te lage of te hoge waterdruk kan
de apparaatfunctie hinderen.
Zorg ervoor dat de waterdruk aan
de watervoorzieningsinstallatie mi-
nimaal 50kPa (0,5bar) en maxi-
maal 1000kPa (10bar) bedraagt.
Wanneer de waterdruk de aange-
geven maximale waarde over-
schrijdt, dan moet een reduceer-
ventiel tussen de drinkwateraan-
sluiting en de slangenset van het
apparaat worden geïnstalleerd.
2.2 Veilig gebruik
LET OP
Naar buiten tredende waterdamp kan
inbouwmeubels beschadigen.
Het apparaat na het einde van het
programma even laten afkoelen al-
vorens de apparaatdeur te ope-
nen.
De spoelmiddelhouder kan door ont-
hardingszout voor vaatwassers corro-
deren.
Om ervoor te zorgen dat gemorst
onthardingszout uit de spoelmid-
delhouder wordt gespoeld, moet
het onthardingszout direct voor de
start van het programma in het re-
servoir voor onthardingszout wor-
den gevuld.
Vaatwasmiddel kan de wateronthar-
ding beschadigen.
Het reservoir van de onthardings-
voorziening alleen met onthar-
dingszout voor vaatwassers vullen.
Ongeschikte vaatwasmiddelen kun-
nen het apparaat beschadigen.
Geen stoomreiniger gebruiken.
Ter voorkoming van krassen geen
sponzen met een ruw oppervlak of
schurende reinigingsmiddelen op
het oppervlak van het apparaat ge-
bruiken.
Ter voorkoming van corrosie bij
vaatwassers met een roestvrij sta-
len front geen sponsdoekjes ge-
bruiken of deze vóór het eerste ge-
bruik meerdere keren goed uit-
spoelen.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en
besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie sparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom en
water.
Het programma Eco50° gebruiken.
Het programma Eco50° is ener-
giebesparend en milieuvriendelijk.
"Programma's", Pagina16
Als u slechts weinig serviesgoed
hoeft af te wassen, kunt u de extra
functie Halve belading gebruiken.
1
Het programma wordt aan de ge-
ringere belading aangepast en de
verbruikswaarden worden ver-
laagd.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
10

Opstellen en aansluiten nl
"Extra functies", Pagina18
De droging met zeoliet draagt auto-
matisch bij aan de energiebesparing.
"Droging met zeoliet ",
Pagina11
3.3 Droging met zeoliet
Het apparaat is uitgerust met een ze-
olietreservoir. Met behulp van de dro-
ging met zeoliet kan energie worden
bespaard.
Zeoliet is een mineraal dat vocht en
warmte-energie kan opslaan en weer
afgeven.
Tijdens de afwasfase wordt warmte-
energie gebruikt om het afwaswater
te verwarmen en het mineraal te dro-
gen.
Tijdens de drogingsfase wordt vocht
uit de spoelruimte in het mineraal op-
geslagen en komt er warmte-energie
vrij. De warmte-energie wordt met
droge lucht uitgeblazen in de spoel-
ruimte. Daardoor is een snelle en ver-
beterde droging mogelijk.
De droging met zeoliet is dus erg
energiebesparend.
Opmerkingen
Voor een goede werking van de
droging met zeoliet dient u geen
serviesgoed direct voor de aan-
zuigopening en uitblaasopening
van het zeolietreservoir te plaat-
sen.
Plaats geen temperatuurgevoelig
serviesgoed direct voor de uit-
blaasopening van het zeolietreser-
voir.
"Apparaat", Pagina13
Om thermische schade aan het
apparaat te voorkomen moet u
geen vast ingebouwde onderdelen
uit de binnenruimte van het appa-
raat verwijderen.
3.4 Efficient Dry
De apparaatdeur wordt tijdens de
drogingsfase automatisch geopend.
Daardoor wordt een bijzonder econo-
mische droging bereikt.
Voor optimale drogingsresultaten is
het raadzaam het einde van het pro-
gramma af te wachten alvorens het
serviesgoed uit te ruimen. Het pro-
gramma is beëindigd wanneer
"0h:00m" op het display wordt weer-
gegeven.
Als de automatische deuropening is
gedeactiveerd, neemt het energiever-
bruik toe en wordt de drogingsfase
meestal verkort.
"Overzicht van de basisinstellin-
gen", Pagina33
Afhankelijk van de ingestelde extra
functie is de automatische deurope-
ning gedeactiveerd.
"Extra functies", Pagina18
Opstellen en aansluiten4 Opstellen en aansluiten
Sluit het apparaat voor een correct
gebruik op een deskundige manier
op stroom en water aan. Neem de
vereiste criteria en de montagehand-
leiding in acht.
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
Voor klachten kunt u terecht bij de
winkel waar u het apparaat hebt ge-
kocht of bij onze klantenservice.
Opmerking: Het apparaat is in de fa-
briek gecontroleerd op correcte wer-
king. Hierbij kunnen watervlekken op
het apparaat zijn achtergebleven. De
watervlekken verdwijnen na de eerste
afwascyclus.
11

nl Opstellen en aansluiten
De levering bestaat uit:
Vaatwasser
Gebruiksaanwijzing
Montagehandleiding
Andere documenten met informa-
tie
Montagemateriaal
Dampbescherming
Zoutvulhulp trechter
1
Aansluitsnoer
Beknopte handleiding
4.2 Apparaat opstellen en aan-
sluiten
U kunt uw onderbouw- of inbouwap-
paraat in het keukenblok inbouwen
tussen houten en kunststof wanden.
1.
De veiligheidsaanwijzingen in acht
nemen.
Pagina3
2.
De aanwijzingen voor de elektri-
sche aansluiting in acht nemen.
3.
De inhoud van de verpakking en
de toestand van het apparaat con-
troleren.
4.
De vereiste inbouwmaten vindt u in
de montagehandleiding.
5.
Het apparaat met behulp van de
verstelbare voetjes waterpas zet-
ten.
Op een stevige stand letten.
6.
De afvoerwateraansluiting installe-
ren.
Pagina12
7.
De drinkwateraansluiting installe-
ren.
Pagina12
8.
Het apparaat aansluiten op de
stroom.
4.3 Afvoerwateraansluiting
Sluit het apparaat aan op een afvoer-
wateraansluiting, zodat het vervuilde
afwaswater kan worden afgevoerd.
Afvoerwateraansluiting installeren
1.
De benodigde stappen vindt u in
de meegeleverde montagehandlei-
ding.
2.
De afvoerslang met behulp van de
meegeleverde onderdelen op de
aansluitnippel van de sifon aanslui-
ten.
3.
Erop letten dat de afvoerslang niet
geknikt, geplet of in de knoop is.
4.
Erop letten dat het wegstromen
van het water niet door een afsluit-
dop in de afvalwateraansluiting
wordt verhinderd.
4.4 Drinkwateraansluiting
Sluit het apparaat aan op een drink-
wateraansluiting.
Drinkwateraansluiting installeren
Opmerking: Als u het apparaat ver-
vangt, moet u een nieuwe watertoe-
voerslang gebruiken.
1.
De benodigde stappen vindt u in
de meegeleverde montagehandlei-
ding.
2.
Het apparaat met behulp van de
bijgevoegde onderdelen op de
drinkwateraansluiting aansluiten.
De technische gegevens in acht
nemen.
3.
Erop letten dat de drinkwateraan-
sluiting niet wordt geknikt of ge-
plet, of in de knoop raakt.
4.5 Elektrische aansluiting
Apparaat elektrisch aansluiten
Opmerkingen
Neem de veiligheidsvoorschriften
Pagina4
in acht.
Houd er rekening mee dat het wa-
terbeveiligingssysteem alleen
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
12

Uw apparaat leren kennen nl
werkt als het apparaat van stroom
wordt voorzien.
1.
De apparaatstekker van het aan-
sluitsnoer aan het apparaat aan-
sluiten.
2.
De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat staan op het typeplaatje.
3.
De netstekker op vastheid contro-
leren.
Uw apparaat leren kennen5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
13

nl Uw apparaat leren kennen
Typeplaatje
Typeplaatje met E-nummer en FD-nummer
Pagina51
.
Deze gegevens hebt u nodig voor de servi-
cedienst
Pagina50
.
Vaatwasmiddelbakje
In het vaatwasmiddelbakje doet u het vaat-
wasmiddel.
"Vaatwasmiddel", Pagina26
Onderste servieskorf Onderste servieskorf
Pagina20
Reservoir voor onthar-
dingszout
In het reservoir voor onthardingszout doet
u onthardingszout.
"Onthardingssysteem", Pagina22
Onderste sproeiarm
De onderste sproeiarm reinigt het servies-
goed in de onderste servieskorf.
Als het serviesgoed niet optimaal schoon
wordt, reinig dan de sproeiarmen.
"Sproeiarmen reinigen", Pagina41
Tablettenbakje
Tabs vallen tijdens de afwascyclus automa-
tisch van het vaatwasmiddelbakje in het ta-
blettenbakje waar de tabs optimaal kunnen
oplossen.
Bovenste servieskorf Bovenste servieskorf
Pagina19
Besteklade Besteklade
Pagina21
Etagère
1
Etagère
Pagina20
Bovenste sproeiarm
De bovenste sproeiarm reinigt het servies-
goed in de bovenste servieskorf.
Als het serviesgoed niet optimaal schoon
wordt, reinig dan de sproeiarmen.
"Sproeiarmen reinigen", Pagina41
Aanzuigopening van het
zeolietreservoir
De aanzuigopening wordt gebruikt voor de
droging met zeoliet
Pagina11
.
Uitblaasopening van het
zeolietreservoir
De uitblaasopening wordt gebruikt voor de
droging met zeoliet
Pagina11
.
Zeefsysteem Zeefsysteem
Pagina40
Reservoir voor glansspoel-
middel
In het reservoir voor glansspoelmiddel doet
u glansspoelmiddel.
"Glansspoelsysteem", Pagina25
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
14

Uw apparaat leren kennen nl
5.2 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
Met sommige toetsen kunt u verschillende functies uitvoeren.
1 2 3 4 5 6 7 8
910111213
AAN-/UIT-toets en Reset-
toets
Apparaat inschakelen
Pagina31
Apparaat uitschakelen
Pagina32
Programma afbreken
Pagina32
Programmatoetsen Programma's
Pagina16
Indicatie onthardingszout bij-
vullen
Onthardingssysteem
"Onthardingszout vullen", Pagina23
Indicatie glansspoelmiddel bij-
vullen
Glansspoelsysteem
"Vullen glansspoelmiddel",
Pagina25
WLAN-indicatie Home Connect
Pagina36
Indicatie watertoevoer Indicatie voor watertoevoer
Programmatoetsen en extra
functies
Programma's
"Programma's", Pagina16
Extra functies
"Extra functies", Pagina18
Start-toets
Programma starten
"Programma starten", Pagina32
Toets
Als u ca. 3seconden indrukt,
worden de basisinstellingen geopend.
"Basisinstellingen wijzigen",
Pagina36
15

nl Programma's
Remote Start
"Remote Start ", Pagina37
Starttijd kiezen Tijdinstelling maken
Pagina32
Deurgreep
1
Apparaatdeur openen.
Display
Op het display wordt informatie over de
resttijd of basisinstellingen weergege-
ven. Via het display en de insteltoetsen
kunt u de basisinstellingen wijzigen.
"Basisinstellingen wijzigen",
Pagina36
Symbolen op het display
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
toont het display volgende symbolen.
Vind hiervoor de uitleg.
Symbool Beschrijving
Als op het display het
symbool voor machineon-
derhoud brandt, dan
voert u het machineon-
derhoud uit.
"Machinereiniging ",
Pagina39
Als op het display de indi-
catie glansspoelmiddel
bijvullen brandt, vult u
glansspoelmiddel bij.
"Vullen glansspoelmid-
del", Pagina25
Als op het display de indi-
catie onthardingszout bij-
vullen brandt, vult u het
Symbool Beschrijving
onthardingszout in het re-
servoir voor onthardings-
zout direct voor de pro-
grammastart bij.
"Onthardingszout vul-
len", Pagina23
Als het apparaat met een
draadloos WLAN-thuisnet-
werk is verbonden, brandt
het symbool op het dis-
play.
"HomeConnect ",
Pagina36
Als een storing bij de wa-
tertoevoer of waterafvoer
optreedt, brandt of knip-
pert het symbool op het
display.
"Storingen verhelpen",
Pagina42
Programma's6 Programma's
Hier vindt u een overzicht van de instelbare programma's. Afhankelijk van de
configuratie worden op het bedieningspaneel van het apparaat verschillende
programma's geboden.
De looptijd is afhankelijk van het geselecteerde programma. Daarnaast hangt
de looptijd af van de watertemperatuur, hoeveelheid serviesgoed, mate van ver-
vuiling en geselecteerde extra functie
Pagina18
. Bij een uitgeschakeld
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
16

Programma's nl
glansspoelsysteem of gebrek aan glansspoelmiddel wordt de looptijd langer en
neemt het energieverbruik toe.
De verbruikswaarden vindt u in de beknopte handleiding. De verbruikswaarden
gelden bij normale omstandigheden en een waterhardheid van 13 - 16°dH.
Verschillende factoren, zoals de watertemperatuur of leidingdruk, kunnen tot af-
wijkingen leiden.
Programma Gebruik Programmaverloop
Intensief 70°
Serviesgoed:
potten, pannen, niet-gevoelig
serviesgoed en bestek
Mate van vervuiling:
erg aangekoekte, ingebrande of
opgedroogde zetmeel- of eiwit-
houdende etensresten
Intensief:
Voorspoelen
Reinigen 70°C
Tussenspoelen
Glansspoelen 50°C
Drogen
Auto 45-65°
Serviesgoed:
gemengd serviesgoed en be-
stek
Mate van vervuiling:
licht opgedroogde, in het huis-
houden gebruikelijke etensres-
ten
Sensor-geoptimali-
seerd:
Wordt afhankelijk
van de mate van ver-
vuiling van het af-
waswater geoptimali-
seerd door het sen-
sorsysteem.
Eco 50°
Serviesgoed:
gemengd serviesgoed en be-
stek
Mate van vervuiling:
licht opgedroogde, in het huis-
houden gebruikelijke etensres-
ten
Zuinigste programma:
Voorspoelen
Reinigen 50°C
Tussenspoelen
Glansspoelen 35°C
Drogen
Stil 50
Serviesgoed:
gemengd serviesgoed en be-
stek
Mate van vervuiling:
licht opgedroogde, in het huis-
houden gebruikelijke etensres-
ten
Geluid-geoptimaliseerd:
Voorspoelen
Reinigen 50°C
Tussenspoelen
Glansspoelen 35°C
Drogen
Express 60°
Serviesgoed:
gemengd serviesgoed en be-
stek
Mate van vervuiling:
licht opgedroogde, in het huis-
houden gebruikelijke etensres-
ten
Tijd-geoptimaliseerd:
Reinigen 60°C
Tussenspoelen
Glansspoelen 50°C
Drogen
17

nl Extra functies
Programma Gebruik Programmaverloop
Machinereiniging
Alleen gebruiken bij uitgeruimd
apparaat.
Machinereiniging
70°C
Favourite
-
"Favourite ", Pagina18
-
Opmerking: De relatief langere loop-
tijd van het programma Eco50° is
het gevolg van langere inweek- en
drogingstijden. Deze maken optimale
verbruikswaarden mogelijk.
6.1 Aanwijzingen voor testin-
stituten
Testinstituten ontvangen instructies
voor vergelijkingstests, bijv. conform
EN60436.
Hierbij gaat het om de voorwaarden
voor het uitvoeren van de tests, niet
om de resultaten of de verbruiks-
waarden.
Aanvraag per e-mail aan:
Benodigd zijn het productnummer (E-
Nr.) en het productienummer (FD),
die u op het typeplaatje op de appa-
raatdeur vindt.
6.2 Favourite
Onder de toets kunt u een combi-
natie van een programma en extra
functie opslaan.
Sla het programma op via de Ho-
meConnect app of op het apparaat.
In de fabriek is het programma Voor-
spoelen onder deze toets opgesla-
gen. Voorspoelen is geschikt voor al-
le soorten serviesgoed. Het servies-
goed wordt voorgereinigd door koud
afspoelen.
Tip: Via de HomeConnect app kunt
u extra programma's downloaden en
opslaan onder de toets .
1
Favourite op het apparaat op-
slaan
1.
Apparaatdeur openen.
2.
Op drukken.
3.
Op de programmatoets drukken.
4.
Op de toets van de gewenste extra
functie drukken.
5.
3seconden op drukken.
Het geselecteerde programma en
de extra functie knipperen.
knippert.
Het programma en de extra functie
zijn opgeslagen.
Tip: Om het programma te resetten
naar het in de fabriek opgeslagen
programma Voorspoelen kunt u de
HomeConnect app
1
gebruiken of het
apparaat resetten naar de fabrieksin-
stellingen.
Extra functies7 Extra functies
Hier vindt u een overzicht van de instelbare extra functies. Afhankelijk van de
configuratie worden op het bedieningspaneel van het apparaat verschillende
extra functies geboden. Afhankelijk van het programma kunt u bepaalde extra
functies kiezen.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
18

Uitrusting nl
Symbool Extra functie Gebruik
Extra droog Voor een verbeterd drogingsresultaat wordt
de glansspoeltemperatuur verhoogd en de
drogingsfase verlengd.
Bijzonder geschikt voor het drogen van
kunststof delen.
Het energieverbruik is enigszins hoger en de
looptijd neemt toe.
Halve belading Bij weinig serviesgoed inschakelen.
Minder vaatwasmiddel in het vaatwasmiddel-
bakje doen dan voor een volledige belading
wordt aanbevolen.
De looptijd wordt verkort.
Het water- en energieverbruik worden ver-
laagd.
SpeedPerfect+ De looptijd wordt afhankelijk van het afwas-
programma met 15% tot 75%
1
verkort.
De extra functie kan vóór de programmastart
of op elk moment tijdens het programmaver-
loop worden geactiveerd.
Het waterverbruik en het energieverbruik
worden verhoogd.
Als u deze extra functie kiest, is de automati-
sche deuropening
Pagina33
gedeactiveerd.
1
Uitrusting8 Uitrusting
Hier krijgt u een overzicht van de mo-
gelijke uitrusting van uw apparaat en
de manier waarop u deze gebruikt.
De uitrusting is afhankelijk van uw
apparaatvariant.
8.1 Bovenste servieskorf
Plaats kopjes, glazen en klein ser-
viesgoed in de bovenste servieskorf.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
19

nl Uitrusting
Om plaats voor groter serviesgoed te
verkrijgen, kunt u de bovenste ser-
vieskorf in de hoogte verstellen.
Bovenste servieskorf met hendels
aan de zijkant instellen
Om grote stukken serviesgoed in de
servieskorven af te wassen, kunt u
de inschuifhoogte van de bovenste
servieskorf aanpassen.
1.
De bovenste servieskorf uittrekken.
2.
De servieskorf aan de zijkanten
aan de bovenrand vasthouden om
te voorkomen dat de servieskorf
schoksgewijs omlaag valt.
3.
De hendels links en rechts aan de
buitenkant van de servieskorf naar
binnen drukken.
4.
De servieskorf gelijkmatig tot de
gewenste stand laten zakken of
omhoog brengen.
Zorg ervoor dat de bovenste ser-
vieskorf zich aan beide zijden op
gelijke hoogte bevindt.
5.
De hendels loslaten.
De servieskorf klikt vast.
6.
De bovenste servieskorf naar bin-
nen schuiven.
8.2 Etagère
Gebruik de etagère en de ruimte
daaronder voor het inruimen van klei-
ne kopjes en glazen of voor grotere
stukken bestek zoals pollepels of
voorsnijcouvert.
Als u de etagère niet nodig hebt,
kunt u deze omhoog klappen.
8.3 Onderste servieskorf
Plaats pannen en borden in de on-
derste servieskorf.
Grote borden met een diameter tot
34cm kunt u zoals afgebeeld in de
onderste servieskorf inruimen.
20

Uitrusting nl
8.4 Omklapbare bordensteu-
nen
Gebruik de omklapbare bordensteu-
nen om serviesgoed zoals borden
veilig in te ruimen.
Om pannen, schotels en glazen beter
te kunnen inruimen, kunt u de om-
klapbare bordensteunen
omklappen.
1
Omklapbare bordensteunen
omklappen
1
Als u de omklapbare bordensteunen
niet nodig hebt, klapt u deze om.
1.
De hendel naar voor drukken en
de omklapbare bordensteunen
omklappen .
2.
Om de omklapbare bordensteunen
weer te gebruiken klapt u deze
omhoog.
De omklapbare bordensteunen
klikken hoorbaar vast.
8.5 Besteklade
Ruim het bestek in de besteklade in.
Ruim het bestek met de puntige en
scherpe zijde naar onderen in.
8.6 Bestekkorfhoogten
Stel de bestekkorven in op de gewenste hoogte.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
21

nl Voor het eerste gebruik
Apparaathoogte 86,5cm met besteklade
Stand Bovenste korf Onderste korf
1 max. ø 18 cm 33 cm/34 cm
Pagina20
2 max. ø 20,5 cm 30,5 cm
3 max. ø 23 cm 28 cm
Voor het eerste gebruik9 Voor het eerste gebruik
9.1 Eerste keer in gebruik ne-
men
Als u het apparaat de eerste keer in
gebruik neemt of op de fabrieksin-
stellingen terugzet, moet u instellin-
gen uitvoeren.
Tip: Verbind uw apparaat met een
mobiel eindapparaat. Via de Ho-
meConnect app kunt u alle instellin-
gen comfortabel aanbrengen.
"HomeConnect ", Pagina36
Vereiste: Het apparaat is opgesteld
en aangesloten.
Pagina11
1.
Met onthardingszout vullen.
Pagina23
2.
Met glansspoelmiddel vullen.
Pagina25
3.
Apparaat inschakelen.
Pagina31
4.
Waterontharding instellen.
Pagina23
5.
Hoeveelheid glansspoelmiddel in-
stellen.
Pagina25
6.
Het vaatwasmiddel vullen
Pagina26
.
7.
Het programma met de hoogste
reinigingstemperatuur zonder ser-
viesgoed starten.
Pagina32
We raden aan om vanwege moge-
lijke watervlekken en andere res-
ten het apparaat vóór het eerste
gebruik zonder serviesgoed te ge-
bruiken.
Tip: U kunt deze instellingen en an-
dere basisinstellingen
Pagina33
op elk moment weer wijzigen.
Onthardingssysteem10 Onthardingssysteem
Hard kalkhoudend water laat kalkres-
ten op het serviesgoed en de spoel-
middelhouder achter en kan onder-
delen van het apparaat verstoppen.
Voor goede afwasresultaten kunt u
water met de waterontharding en ont-
hardingszout ontharden. Om schade
aan het apparaat te voorkomen,
moet water met een hardheidsgraad
van meer dan 7°dH worden onthard.
10.1 Overzicht van de waterhardheidsinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de instelbare waterhardheidswaarden.
U kunt de waterhardheid opvragen bij uw plaatselijke waterleidingbedrijf of
vaststellen met een waterhardheidtester.
Waterhardheid
°dH
Hardheidsbereik mmol/l Instelwaarde
0 - 6 zacht 0 - 1,1 H00
7 - 8 zacht 1,2 - 1,4 H01
9 - 10 gemiddeld 1,5 - 1,8 H02
22

Onthardingssysteem nl
Waterhardheid
°dH
Hardheidsbereik mmol/l Instelwaarde
11 - 12 gemiddeld 1,9 - 2,1 H03
13 - 16 gemiddeld 2,2 - 2,9 H04
17 - 21 hard 3,0 - 3,7 H05
22 - 30 hard 3,8 - 5,4 H06
31 - 50 hard 5,5 - 8,9 H07
Opmerking: Stel het apparaat in op
de vastgestelde waterhardheid.
"Waterontharding instellen",
Pagina23
Bij een waterhardheid van 0 - 6°dH
hoeft u geen onthardingszout voor
vaatwassers te gebruiken en kunt u
de waterontharding uitschakelen.
"Waterontharding uitschakelen",
Pagina24
10.2 Waterontharding instellen
Stel het apparaat in op de waterhard-
heid.
1.
De waterhardheid en de gewenste
instelwaarde vaststellen.
"Overzicht van de waterhard-
heidsinstellingen", Pagina22
2.
Op drukken.
3.
Ca. 3seconden op druk-
ken om de basisinstellingen te
openen.
Het display geeft Hxx aan.
Op het display wordt weerge-
geven.
4.
Net zo vaak op drukken tot de
gewenste waterhardheid is inge-
steld.
De fabrieksinstelling is H04.
5.
Om de instellingen op te slaan, ca.
3seconden op drukken.
Het onthardingssysteem is inge-
steld.
10.3 Onthardingszout
Met onthardingszout kunt u het water
ontharden.
Onthardingszout vullen
Als de indicatie onthardingszout bij-
vullen brandt, vult u het onthardings-
zout in het reservoir voor onthar-
dingszout direct voor de program-
mastart bij. Het verbruik van onthar-
dingszout is afhankelijk van de water-
hardheidsgraad. Hoe hoger de water-
hardheidsgraad, des te hoger is het
verbruik van onthardingszout.
LET OP
Vaatwasmiddel kan de wateronthar-
ding beschadigen.
Het reservoir van de onthardings-
voorziening alleen met onthar-
dingszout voor vaatwassers vullen.
De spoelmiddelhouder kan door ont-
hardingszout voor vaatwassers corro-
deren.
Om ervoor te zorgen dat gemorst
onthardingszout uit de spoelmid-
delhouder wordt gespoeld, moet
het onthardingszout direct voor de
start van het programma in het re-
servoir voor onthardingszout wor-
den gevuld.
1.
Het deksel van het reservoir voor
onthardingszout opendraaien en
verwijderen.
2.
Bij de eerste ingebruikneming: het
reservoir volledig met water vullen.
23

nl Onthardingssysteem
3.
Opmerking: Uitsluitend onthar-
dingszout voor vaatwassers ge-
bruiken.
Geen zouttabletten gebruiken.
Geen keukenzout gebruiken.
Het onthardingszout in het reser-
voir voor onthardingszout doen.
Trechter
1
Het reservoir voor onthardingszout
volledig met onthardingszout vul-
len. Het water in het reservoir
wordt verdrongen en stroomt weg.
4.
Het deksel van het reservoir aan-
brengen en dichtdraaien.
10.4 Waterontharding uitscha-
kelen
Als de indicatie onthardingszout bij-
vullen u stoort, bijvoorbeeld als u een
gecombineerd vaatwasmiddel met
zoutcomponent gebruikt, kunt u de
indicatie onthardingszout uitschake-
len.
Opmerking
Om schade aan het apparaat te voor-
komen, schakelt u de wateronthar-
ding alleen uit in de volgende geval-
len:
De waterhardheid bedraagt maxi-
maal 21 °dH en u gebruikt een ge-
combineerd vaatwasmiddel met
zoutvervangende stoffen. Gecom-
bineerde vaatwasmiddelen met
zoutvervangende stoffen kunt u
volgens de aanwijzingen van de fa-
brikant slechts tot een hardheids-
graad van 21 °dH zonder het toe-
voegen van onthardingszout ge-
bruiken.
De waterhardheid bedraagt 0 - 6
°dH. U hoeft geen onthardingszout
te gebruiken.
1.
Op drukken.
2.
Ca. 3seconden op druk-
ken om de basisinstellingen te
openen.
Het display geeft Hxx aan.
Op het display wordt weerge-
geven.
3.
Net zo vaak op drukken tot
het display H00 aangeeft.
4.
Om de instellingen op te slaan, ca.
3seconden op drukken.
De onthardingsinstallatie is uitge-
schakeld en de indicatie onthar-
dingszout bijvullen is gedeacti-
veerd.
Opmerking: Houd er rekening mee
dat u bij overstap van gecombineer-
de vaatwasmiddelen met zoutvervan-
gende middelen op klassieke vaat-
wasmiddelen het onthardingssysteem
weer op de juiste hardheidsgraad
van het water moet instellen.
"Waterontharding instellen",
Pagina23
10.5 Onthardingssysteem re-
genereren
Om de storingvrije werking van het
onthardingssysteem te behouden,
voert het apparaat regelmatig een re-
generatie van het onthardingssys-
teem uit.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
24

Glansspoelsysteem nl
Het regenereren van het onthardings-
systeem gebeurt in alle programma's
voor het einde van de hoofdafwascy-
clus. De looptijd en de verbruikswaar-
den van bijv. water en stroom nemen
hierdoor toe.
Overzicht van de verbruikswaar-
den bij het regenereren van het
onthardingssysteem
Hier vindt u een overzicht van de
maximale extra looptijd en verbruiks-
waarden bij het regenereren van het
onthardingssysteem.
Regenereren van het ont-
hardingssysteem na x af-
wasbeurten
6
Bijkomende looptijd in mi-
nuten
7
Meerverbruik van water in li-
ter
5
Meerverbruik van stroom in
kWh
0,05
De aangegeven verbruikswaarden
zijn laboratoriummeetwaarden die
volgens de actueel geldende stan-
daard en aan de hand van het pro-
gramma Eco50° en de in de fabriek
ingestelde waarde van de waterhard-
heid 13 - 16 °dH worden vastge-
steld.
Glansspoelsysteem11 Glansspoelsysteem
11.1 Glansspoelmiddel
Voor optimale drogingsresultaten
kunt u het beste glansspoelmiddel
gebruiken.
Gebruik alleen glansspoelmiddel
voor huishoudelijke vaatwassers.
Vullen glansspoelmiddel
Als de indicatie glansspoelmiddel bij-
vullen brandt, vult u glansspoelmid-
del bij. Gebruik alleen glansspoelmid-
del voor huishoudelijke vaatwassers.
1.
De lip aan het deksel van het
glansspoelmiddelreservoir indruk-
ken en optillen .
2.
Het glansspoelmiddel tot de mar-
kering max bijvullen.
3.
Als er glansspoelmiddel is overge-
lopen, moet dit uit de spoelmiddel-
houder worden verwijderd.
Overgelopen glansspoelmiddel
kan tot overmatige schuimvorming
tijdens de afwascyclus leiden.
4.
Het deksel van het glansspoelmid-
delreservoir sluiten.
Het deksel klikt hoorbaar vast.
11.2 Hoeveelheid glansspoel-
middel instellen
Als er strepen of watervlekken op het
serviesgoed achterblijven, past u de
hoeveelheid glansspoelmiddel aan.
1.
Op drukken.
25

nl Vaatwasmiddel
2.
Ca. 3seconden op druk-
ken om de basisinstellingen te
openen.
Het display geeft Hxx aan.
Op het display wordt weerge-
geven.
3.
Net zo vaak op drukken
tot het display de af fabriek inge-
stelde waarde r05 aangeeft.
4.
Net zo vaak op drukken tot de
gewenste hoeveelheid glansspoel-
middel is ingesteld.
– Bij een lage stand wordt minder
spoelglansmiddel tijdens de af-
wascyclus toegevoegd, waar-
door de strepen op het servies-
goed worden verminderd.
– Bij een hogere stand wordt tij-
dens de afwascyclus meer
glansspoelmiddel toegevoegd,
waardoor de watervlekken wor-
den gereduceerd en de dro-
gingsresultaten worden verbe-
terd.
5.
Om de instellingen op te slaan, ca.
3seconden op drukken.
De hoeveelheid glansspoelmiddel
is ingesteld.
11.3 Glansspoelsysteem uit-
schakelen
Als de indicatie glansspoelmiddel bij-
vullen u stoort, bijv. als u een gecom-
bineerd vaatwasmiddel met glans-
spoelmiddelcomponent gebruikt, kunt
u het glansspoelsysteem uitschake-
len.
Tip: De functie van het glansspoel-
middel is in gecombineerde vaatwas-
middelen beperkt. Door het gebruik
van glansspoelmiddel behaalt u mee-
stal betere resultaten.
1.
Op drukken.
2.
Ca. 3seconden op druk-
ken om de basisinstellingen te
openen.
Het display geeft Hxx aan.
Op het display wordt weerge-
geven.
3.
Net zo vaak op drukken
tot het display de af fabriek inge-
stelde waarde r05 aangeeft.
4.
Net zo vaak op drukken tot
het display r00 aangeeft.
5.
Om de instellingen op te slaan, ca.
3seconden op drukken.
Het glansspoelsysteem is uitge-
schakeld en de indicatie glans-
spoelmiddel bijvullen is gedeacti-
veerd.
Opmerking: Houd er rekening mee
dat u bij overstap van gecombineer-
de vaatwasmiddelen met geïnte-
greerd glansspoelmiddel op klassie-
ke vaatwasmiddelen het glansspoel-
systeem weer op de juiste hoeveel-
heid glansspoelmiddel moet instellen.
"Hoeveelheid glansspoelmiddel in-
stellen", Pagina25
Vaatwasmiddel12 Vaatwasmiddel
12.1 Geschikte vaatwasmidde-
len
Gebruik uitsluitend vaatwasmiddelen
die geschikt zijn voor de vaatwasser.
Geschikt voor zowel niet-gecombi-
neerde als gecombineerde vaatwas-
middelen.
Voor optimale afwas- en drogingsre-
sultaten gebruikt u een niet-gecombi-
neerd vaatwasmiddel in combinatie
met afzonderlijk onthardingszout
Pagina23
en glansspoelmiddel
Pagina25
.
Moderne, krachtige vaatwasmiddelen
hebben meestal een laag alkalische
receptuur met enzymen. Enzymen
26

Vaatwasmiddel nl
breken zetmeel af en lossen eiwitten
op. Voor het verwijderen van gekleur-
de vlekken (bijv. thee of ketchup)
worden meestal bleekmiddelen op
zuurstofbasis gebruikt.
Opmerking: Neem bij elk vaatwas-
middel de instructies van de fabrikant
in acht.
Tip: Geschikte vaatwasmiddelen zijn
online verkrijgbaar via onze website
of servicedienst
Pagina50
.
Tabs
Tabs zijn geschikt voor alle afwasta-
ken en hoeven niet te worden gedo-
seerd.
Bij verkorte programma's lossen tabs
mogelijk niet volledig op waardoor er
resten vaatwasmiddel achterblijven.
Dit kan de reinigende werking nega-
tief beïnvloeden.
Vaatwaspoeder
Voor verkorte programma's wordt
vaatwaspoeder aanbevolen.
De dosering kan worden aangepast
aan de vervuilingsgraad.
Vloeibaar vaatwasmiddel
Vloeibare vaatwasmiddelen werken
sneller en worden bij verkorte pro-
gramma's zonder voorspoelfase aan-
bevolen.
Het kan gebeuren dat een erin ge-
daan vloeibaar vaatwasmiddel uit het
vaatwasmiddelbakje loopt ondanks
dat dit gesloten is. Dit is geen defect
en niet ernstig wanneer u het volgen-
de in acht neemt:
Kies uitsluitend een programma
zonder voorspoelfase.
Voer geen tijdinstelling voor de
programmastart in.
De dosering kan worden aangepast
aan de vervuilingsgraad.
Niet-gecombineerd vaatwasmid-
del
Niet-gecombineerde vaatwasmidde-
len zijn producten die naast het ei-
genlijke vaatwasmiddel geen verdere
componenten bevatten. Voorbeelden
hiervan zijn vaatwaspoeder of vloei-
baar vaatwasmiddel.
Bij vaatwaspoeder en vloeibaar vaat-
wasmiddel kan de dosering op de
vervuilingsgraad van het serviesgoed
worden afgestemd.
Voor betere afwas- en drogingsresul-
taten en ter voorkoming van schade
aan het apparaat is het raadzaam te-
vens onthardingszout
Pagina23
en
glansspoelmiddel
Pagina25
te ge-
bruiken.
Gecombineerd vaatwasmiddel
Naast traditionele niet-gecombineer-
de vaatwasmiddelen wordt een aan-
tal producten met extra functies aan-
geboden. Deze producten bevatten
naast reinigingsmiddel ook glans-
spoelmiddel en zoutvervangende
stoffen (3in1) en afhankelijk van de
combinatie (4in1, 5in1, ...) nog extra
componenten zoals glasbescherming
of glansmiddel voor roestvrij staal.
Gecombineerde vaatwasmiddelen
functioneren volgens de specificaties
van de fabrikant doorgaans uitslui-
tend bij waterhardheden van 21 °dH.
Bij een waterhardheid van meer dan
21 °dH moet u onthardingszout en
glansspoelmiddel toevoegen. Voor
optimale afwas- en drogingsresulta-
ten adviseren wij om vanaf een wa-
terhardheid van 14 °dH onthardings-
zout en glansspoelmiddel te gebrui-
ken. Als u gecombineerde vaatwas-
middelen gebruikt, wordt het afwas-
programma hier automatisch op af-
gestemd om optimale afwas- en dro-
gingsresultaten te verkrijgen.
27

nl Vaatwasmiddel
12.2 Ongeschikt vaatwasmid-
del
Gebruik geen vaatwasmiddelen die
het apparaat kunnen beschadigen of
de gezondheid kunnen schaden.
Handafwasmiddel
Handafwasmiddel kan tot een ver-
hoogde schuimvorming leiden en
schade aan het apparaat veroorza-
ken.
Chloorhoudend vaatwasmiddel
Chloorresten op serviesgoed kunnen
de gezondheid in gevaar brengen.
12.3 Aanwijzingen over vaat-
wasmiddelen
Houd u bij het dagelijkse gebruik aan
de aanwijzingen met betrekking tot
de vaatwasmiddelen.
Vaatwasmiddelen met de aandui-
ding "Bio" of "Eco" bevatten (om
milieuredenen) doorgaans geringe-
re hoeveelheden werkzame stoffen
of bepaalde stoffen zelfs helemaal
niet. De reinigende werking wordt
hierdoor mogelijk beperkt.
Stel het glansspoelsysteem en de
waterontharding in op het gebruik-
te niet-gecombineerde of gecombi-
neerde vaatwasmiddel.
Gecombineerde vaatwasmiddelen
met zoutvervangende stoffen kun-
nen volgens de aanwijzingen van
de fabrikant slechts tot een be-
paalde hardheidsgraad, meestal
21 °dH, zonder toevoeging van
onthardingszout worden gebruikt.
Voor optimale afwas- en drogings-
resultaten adviseren wij om vanaf
een waterhardheid van 14 °dH
onthardingszout te gebruiken.
Raak vaatwasmiddelen met een in
water oplosbare beschermende
verpakking alleen aan met droge
handen en leg deze alleen in een
droog vaatwasmiddelbakje om te
voorkomen dat de verpakking vast-
plakt.
Ook wanneer de indicatie glans-
spoelmiddel bijvullen en de indica-
tie onthardingszout bijvullen bran-
den, worden de vaatwasprogram-
ma's bij gebruik van gecombineer-
de vaatwasmiddelen probleemloos
uitgevoerd.
De functie van glansspoelmiddel is
bij gecombineerde vaatwasmidde-
len beperkt. Door het gebruik van
glansspoelmiddel behaalt u meest-
al betere resultaten.
Gebruik tabs met speciale droog-
prestaties.
12.4 Vaatwasmiddel vullen
1.
Voor het openen van het vaatwas-
middelbakje op de vergrendeling
drukken.
2.
Vaatwasmiddel in het droge vaat-
wasmiddelbakje leggen.
Als u tabs gebruikt, volstaat één
tablet. Leg tabs dwars in het bakje.
Houd u bij gebruik van vaatwas-
poeder of vloeibaar vaatwasmiddel
aan de doseringsinstructies van de
fabrikant en de doseringsindeling
van het vaatwasmiddelbakje.
Bij een normale vervuilingsgraad
volstaat 20ml–25ml vaatwas-
middel. Bij minder vervuild servies-
28

Serviesgoed nl
goed volstaat een iets geringere
hoeveelheid vaatwasmiddel dan is
aangegeven.
3.
Het deksel van het vaatwasmiddel-
bakje sluiten.
Het deksel klikt hoorbaar vast.
Het vaatwasmiddelbakje wordt af-
hankelijk van het programma auto-
matisch op het optimale tijdstip
voor het programma geopend. Het
vaatwaspoeder of vloeibare vaat-
wasmiddel wordt in de spoelmid-
delhouder verspreid en opgelost.
Tabs vallen in het tablettenbakje
en worden gedoseerd opgelost.
Leg geen voorwerpen in het tablet-
tenbakje, zodat de tab gelijkmatig
kan oplossen.
Tip: Als u vaatwaspoeder gebruikt en
een programma met voorspoelen
kiest, kunt u aanvullend wat vaatwas-
middel op de binnendeur van het ap-
paraat strooien.
Serviesgoed13 Serviesgoed
Was alleen vaatwasserbestendig ser-
viesgoed in het apparaat af.
Opmerking: Geglazuurd serviesgoed
en voorwerpen van aluminium en zil-
ver kunnen bij het afwassen verkleu-
ren of verbleken. Gevoelige glassoor-
ten kunnen na enkele afwascycli dof
worden.
13.1 Schade aan glas en serviesgoed
Was alleen glas en porselein dat door de fabrikant als vaatwasserbestendig is
aangemerkt. Voorkom schade aan glas en serviesgoed.
Oorzaak Aanbeveling
Het volgende serviesgoed is niet vaat-
wasserbestendig:
Stukken bestek en serviesgoed van
hout
Gedecoreerde glazen, kunstnijver-
heidsservies en -vazen, en antiek
servies
Niet-hittebestendige kunststofvoor-
werpen
Serviesgoed van koper en tin
Serviesgoed dat met as, was,
smeervet en verf vervuild is
Zeer kleine stukken serviesgoed
Was alleen serviesgoed dat door de fa-
brikant als vaatwasserbestendig is aan-
gemerkt.
Chemische samenstelling van het
vaatwasmiddel veroorzaakt schade.
Gebruik een vaatwasmiddel dat door
de fabrikant als serviesveilig is aange-
merkt.
29

nl Serviesgoed
Oorzaak Aanbeveling
Sterk bijtende alkalische of sterk zuur-
houdende vaatwasmiddelen, in het bij-
zonder middelen voor professioneel of
industrieel gebruik in combinatie met
aluminium voorwerpen zijn niet ge-
schikt voor gebruik in de vaatwasser.
Als u sterk bijtende alkalische of sterk
zuurhoudende vaatwasmiddelen ge-
bruikt, vooral voor professioneel of in-
dustrieel gebruik, mag u geen alumini-
um voorwerpen in de spoelruimte van
het apparaat plaatsen.
De watertemperatuur van het pro-
gramma is te hoog.
Kies een programma met lagere tem-
peraturen.
Haal glas en bestek kort na afloop van
het programma uit het apparaat.
13.2 Serviesgoed inruimen
Ruim het serviesgoed correct in om
optimale afwasresultaten te bereiken
en schade aan het serviesgoed en
apparaat te voorkomen.
Opmerking: Laad de korven zodanig
dat het serviesgoed niet buiten de
korf uitsteekt en van invloed is op het
sluiten van de deur. Uitstekend ser-
viesgoed kan ertoe leiden dat deur
van het apparaat tijdens het program-
ma wordt opengedrukt en er stoom
en water via het deurgedeelte uit het
apparaat treden. Daardoor kunnen
uw inbouwkasten beschadigd raken.
Tips
Als u het apparaat gebruikt, ver-
bruikt u minder energie en water
dan bij handmatig afwassen.
Op onze website vindt u voorbeel-
den van hoe u het apparaat effici-
ënt kunt inruimen.
Om energie en water te besparen
laadt u apparaat tot het aangege-
ven aantal standaardcouverts
(standaardbelading met servies-
goed en bestek).
"Technische gegevens",
Pagina51
Voor betere afwas- en drogingsre-
sultaten plaatst u serviesgoed met
rondingen of holten schuin, zodat
het water er vanaf kan lopen.
1.
Grove etensresten van het servies-
goed verwijderen.
Om natuurlijke hulpbronnen te be-
sparen dient u het serviesgoed
niet voor te spoelen onder stro-
mend water.
2.
Het serviesgoed inruimen en hier-
bij het volgende in acht nemen:
– Plaats sterk verontreinigd ser-
viesgoed zoals pannen in de on-
derste servieskorf. Door de ster-
30

De Bediening in essentie nl
kere sproeistraal verkrijgt u zo
een beter afwasresultaat.
– Plaats serviesgoed in een veili-
ge en stabiele stand in het ap-
paraat om schade aan het ser-
viesgoed te voorkomen.
– Ruim bestek met de puntige en
scherpe kant naar beneden in
om verwondingen te voorko-
men.
– Plaats serviesgoed met de ope-
ning naar beneden, zodat er
geen water in blijft staan.
– Zorg dat u de sproeiarmen niet
blokkeert, zodat deze kunnen
draaien.
– Leg geen kleine voorwerpen in
het tablettenbakje en versper dit
bakje niet met serviesgoed om
het deksel van het vaatwasmid-
delbakje niet te blokkeren.
13.3 Serviesgoed uitruimen
WAARSCHUWING
Kans op letsel!
Heet serviesgoed kan brandwonden
veroorzaken. Heet serviesgoed is
stootgevoelig en kan bij breuk tot let-
sel leiden.
Serviesgoed na afloop van het pro-
gramma nog even laten afkoelen
en pas daarna uitruimen.
1.
Om vallende waterdruppels op het
serviesgoed te voorkomen, het
serviesgoed van onder naar boven
uitruimen.
2.
Het spoelmiddelreservoir en de ac-
cessoires controleren op verontrei-
nigingen en zo nodig reinigen.
"Reiniging en onderhoud",
Pagina38
De Bediening in essentie14 De Bediening in es-
sentie
14.1 Apparaat inschakelen
Op drukken.
Het programma Eco50° is voorin-
gesteld.
Het programma Eco50° is een
zeer milieuvriendelijk programma
en uitermate geschikt voor nor-
maal vervuild serviesgoed. Het is
het efficiëntste programma voor
wat betreft het energie- en water-
verbruik voor dit type serviesgoed
en voldoet aan de EU-verordening
inzake ecologisch ontwerp.
Als u het apparaat 10minuten niet
bedient, wordt het apparaat auto-
matisch uitgeschakeld.
14.2 Programma instellen
U kunt het spoelen afstemmen op de
vervuilingsgraad van het serviesgoed
door een geschikt programma in te
stellen.
Op de programmatoets drukken.
Het programma is ingesteld en de
programmatoets knippert.
De resterende programmalooptijd
verschijnt op het display.
14.3 Extra functie instellen
Als aanvulling op het gekozen spoel-
programma kunt u extra functies in-
stellen.
31

nl De Bediening in essentie
Opmerking: De beschikbare extra
functies zijn afhankelijk van het geko-
zen programma.
Op de knop van de gewenste ex-
tra functie drukken.
"Extra functies", Pagina18
De extra functie is ingesteld en de
toets van de extra functie knippert.
14.4 Tijdinstelling maken
U kunt de programmastart maximaal
24uur verschuiven.
1.
indrukken.
Op het display verschijnt "h:01".
2.
Met de gewenste programmas-
tart instellen.
3.
indrukken.
De tijdinstelling is geactiveerd.
Tip: De tijdinstelling deactiveert u
door net zo vaak in te drukken tot-
dat "h:00" op het display verschijnt.
14.5 Programma starten
Druk op .
Het programma is afgelopen wan-
neer het display "0h:00m" aan-
geeft.
Opmerkingen
Als u serviesgoed wilt toevoegen
terwijl het apparaat al werkt, mag u
het tablettenbakje niet als hand-
greep voor de bovenste servies-
korf gebruiken. Hierdoor kunt u
met de gedeeltelijk opgeloste tab
in aanraking komen.
U kunt het lopende programma al-
leen veranderen door het program-
ma af te breken.
"Programma afbreken",
Pagina32
Om energie te besparen wordt het
apparaat 1minuut na het program-
ma-einde automatisch uitgescha-
keld. Als u de deur direct na het
programma-einde opent, wordt het
apparaat na 4seconden uitge-
schakeld.
14.6 Programma onderbreken
Opmerking: Als u bij een opge-
warmd apparaat de apparaatdeur
opent, kunt u de apparaatdeur het
beste eerst enkele minuten op een
kier laten staan en vervolgens sluiten.
Op deze wijze voorkomt u dat er een
overdruk in het apparaat optreedt en
de apparaatdeur openspringt.
1.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
2.
indrukken.
Het programma wordt opgeslagen
en het apparaat wordt uitgescha-
keld.
3.
Op drukken om het programma
voort te zetten.
4.
Apparaatdeur sluiten.
14.7 Programma afbreken
Om een programma voortijdig te be-
ëindigen of een gestart programma
te wijzigen, moet u het actieve pro-
gramma afbreken.
1.
Apparaatdeur openen.
2.
Ca. 4seconden op
drukken.
3.
Apparaatdeur sluiten.
Het programma wordt afgebroken
en is na ca. 1minuut afgesloten.
14.8 Apparaat uitschakelen
1.
De aanwijzingen over het veilige
gebruik
Pagina10
in acht ne-
men.
2.
Op drukken.
Tip: Als u tijdens de afwascyclus op
drukt, wordt het lopende program-
ma onderbroken. Als u het apparaat
inschakelt, wordt het programma au-
tomatisch voortgezet.
32

Basisinstellingen nl
Basisinstellingen15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw
apparaat volgens uw wensen instel-
len.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat.
Basisinstelling Display-
tekst
Keuze Beschrijving
Waterhardheid H04
1
H00 - H07 Waterontharding op de water-
hardheid instellen.
"Waterontharding instellen",
Pagina23
Bij stand H00 wordt de water-
ontharding uitgeschakeld.
Glansspoelmid-
deldosering
r05
1
r00 - r06 Hoeveelheid glansspoelmid-
del instellen.
Met stand r00 het glansspoel-
systeem uitschakelen.
Intensief drogen d00
1
d00 - d01 Bij het glansspoelen wordt de
temperatuur verhoogd, waar-
door betere droogresultaten
worden bereikt. De looptijd
kan daardoor iets toenemen.
Opmerking: Niet geschikt
voor gevoelige stukken ser-
viesgoed.
Intensief drogen inschakelen
"d01" of uitschakelen "d00".
Warm water A00
1
A00 - A01 Koudwateraansluiting of
warmwateraansluiting instel-
len. Het apparaat alleen op
Warm water instellen als het
warme water energetisch
gunstig wordt bereid en er
een geschikte installatie be-
schikbaar is, bijv. een zonne-
boiler met circulatieleiding.
De watertemperatuur moet
minimaal 40°C en maximaal
60°C bedragen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
33

nl Basisinstellingen
Basisinstelling Display-
tekst
Keuze Beschrijving
Warm water inschakelen
"A01" of uitschakelen "A00".
InfoLight I01
1
I00 - I01 InfoLight in- of uitschakelen.
Tijdens het programmaver-
loop wordt een lichtpunt op
de vloer onder de deur van
het apparaat geprojecteerd.
Bij hoge inbouw in combina-
tie met een vlak afsluitend
meubelfront is het lichtpunt
niet zichtbaar. Als het licht-
punt knippert, is de apparaat-
deur niet geheel gesloten. Als
het lichtpunt op de vloer niet
meer zichtbaar is, is het pro-
gramma voltooid.
Bij stand "I00" wordt de Info-
Light uitgeschakeld.
Signaalsterkte b02
1
b00 - b03 Regelen van de signaalsterk-
te.
Bij stand "b00" wordt het ge-
luidssignaal uitgeschakeld.
Als de functie Eco droging
geactiveerd is, wordt het pro-
gramma-einde niet akoes-
tisch door middel van een ge-
luidssignaal aangegeven.
Efficient Dry o02
1
o00 - o02 Automatisch openen van de
apparaatdeur tijdens de
droogfase activeren of deacti-
veren.
Als de functie is geactiveerd,
kan de looptijd toenemen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
34

Basisinstellingen nl
Basisinstelling Display-
tekst
Keuze Beschrijving
Volgende instellingen zijn mo-
gelijk:
Bij de instelling "o00" is het
automatisch openen van
de deur in alle program-
ma's gedeactiveerd.
Bij de instelling "o01" is het
automatisch openen van
de deur in alle program-
ma's geactiveerd.
Bij de instelling "o02" is het
automatisch openen van
de deur alleen in het pro-
gramma Eco50°C geacti-
veerd.
"Efficient Dry", Pagina11
WiFi Cn0 Cn0 - Cn1 Draadloze netwerkverbinding
inschakelen of uitschakelen.
Bij stand "Cn0" wordt de
draadloze netwerkverbinding
uitgeschakeld.
Deze basisinstelling is pas
beschikbaar nadat u het ap-
paraat met de HomeConnect
app hebt verbonden.
"HomeConnect ",
Pagina36
Remote Start rc1 rc0 - rc2 activeren of deactiveren.
"Remote Start ",
Pagina37
Volgende instellingen zijn mo-
gelijk:
Bij de instelling "rc0" is de
functie permanent gedeac-
tiveerd.
Bij de instelling "rc1" kan
de functie worden gekozen
via de toets .
"Remote Start active-
ren", Pagina37
Bij de instelling "rc2" is de
functie permanent geacti-
veerd.
35

nl HomeConnect
Basisinstelling Display-
tekst
Keuze Beschrijving
Deze basisinstelling is pas
beschikbaar nadat u het ap-
paraat met de HomeConnect
app hebt verbonden.
"HomeConnect ",
Pagina36
Fabrieksinstelling rE Starten met
YES
Bevestigen
met
Gewijzigde instellingen reset-
ten naar de fabriekstoestand.
De instellingen voor de eerste
ingebruikname moeten wor-
den opgegeven.
15.2 Basisinstellingen wijzigen
Tip: Verbind uw apparaat met een
mobiel eindapparaat. Via de Ho-
meConnect app kunt u alle instellin-
gen comfortabel aanbrengen.
"HomeConnect ", Pagina36
1.
Apparaatdeur openen.
2.
Op drukken.
3.
Ca. 3seconden op druk-
ken om de basisinstellingen te
openen.
Het display geeft Hxx aan.
Op het display wordt weerge-
geven.
4.
Net zo vaak op drukken
tot het display de gewenste instel-
ling aangeeft.
5.
Net zo vaak op drukken tot
het display de gewenste waarde
aangeeft.
U kunt meerdere instellingen wijzi-
gen.
6.
Om de instellingen op te slaan, ca.
3seconden op drukken.
7.
Apparaatdeur sluiten.
HomeConnect 16 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwer-
ken. Verbind uw apparaat met een
mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeCon-
nect app te bedienen.
De HomeConnect diensten zijn niet
in elk land beschikbaar. De beschik-
baarheid van de functie HomeCon-
nect is afhankelijk van de beschik-
baarheid van de HomeConnect dien-
sten in uw land. Informatie hierover
vindt u op:
www.home-connect.com
.
Om HomeConnect te kunnen gebrui-
ken, dient u eerst de verbinding met
het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi
1
) en
met de HomeConnect app te confi-
gureren.
De HomeConnect app leidt u door
het gehele aanmeldingsproces. Volg
de aanwijzingen in de HomeConnect
app om de instellingen aan te bren-
gen.
Tip: Neem ook de aanwijzingen in
deHomeConnectapp in acht.
Opmerking: Houd u aan de veilig-
heidsinstructies in deze gebruiksaan-
1
Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance.
36

HomeConnect nl
wijzing en zorg ervoor dat deze ook
worden nageleefd wanneer u het ap-
paraat via de HomeConnect app be-
dient.
"Veiligheid", Pagina3
16.1 HomeConnect instellen
Vereiste: Het apparaat heeft op de
plaats van opstelling ontvangst van
het thuisnetwerk (wifi).
1.
Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Ho-
meConnect app installeren en uw
apparaat verbinden.
2.
De aanwijzingen van de Ho-
meConnect app opvolgen.
16.2 Remote Start
Via de HomeConnectapp kunt u het
apparaat met uw mobiele eindappa-
raat starten.
Tip: Als u in de Basisinstellingen
Pagina35
van deze functie "rc2"
instelt, is de functie permanent geac-
tiveerd en kunt u het apparaat op elk
moment met een mobiel eindappa-
raat starten.
Remote Start activeren
Als u in de basisinstellingen van deze
functie "rc1" hebt ingesteld, activeert
u de functie aan uw apparaat.
Vereisten
Het apparaat is met het WLAN-
thuisnetwerk verbonden.
Het apparaat is met de HomeCon-
nectapp verbonden.
In de Basisinstellingen
Pagina35
van deze functie is
"rc1" ingesteld.
Er is een programma gekozen.
indrukken.
Als u de apparaatdeur opent, is de
functie automatisch gedeactiveerd.
Toets is verlicht.
Tip: Om de functie te deactiveren op
drukken.
16.3 Smart Start
1
Smart Start bepaalt automatisch het
optimale tijdstip voor de program-
mastart.
Via de HomeConnect app kunt u de
functie activeren en deactiveren.
Smart Start activeren
Vereisten
Smart Start is geactiveerd via de
HomeConnect app.
Voorkeuren voor tijd en energie
zijn ingesteld in de HomeConnect
app.
1.
Druk op .
Op het display brandt "EnG".
Het display toont de optimale start-
tijd en de duur van het gekozen
programma.
2.
Druk op .
Smart Start is actief.
Het prorgramma start zodra het
optimale tijdstip is bereikt.
Tip: De functie deactiveert u eenma-
lig door op te drukken.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
37

nl Reiniging en onderhoud
16.4 Bescherming persoons-
gegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de be-
scherming van de persoonsgegevens
in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste
keer wordt verbonden met een thuis-
netwerk dat op het internet is aange-
sloten, geeft het de volgende gege-
venscategorieën door aan de Ho-
meConnect server(eerste registratie):
Eenduidige identificatie van het ap-
paraat (bestaande uit apparaat-
sleutels en het MAC-adres van de
ingebouwde
Wi-Ficommunicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi
communicatiemodule (voor de in-
formatietechnische beveiliging van
de verbinding).
De actuele software- en hardware-
versie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere
reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het ge-
bruik van de HomeConnect functio-
naliteiten voorbereid. Deze registratie
dient pas te worden uitgevoerd op
het moment dat u voor het eerst van
de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Ho-
meConnect functionaliteiten alleen
kunnen worden gebruikt in combina-
tie met de HomeConnect app. Infor-
matie over gegevensbescherming
kan worden opgeroepen in de Ho-
meConnect app.
Reiniging en onderhoud17 Reiniging en onder-
houd
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
17.1 Spoelmiddelhouder reini-
gen
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Het gebruik van chloorhoudende rei-
nigingsmiddelen kan tot gezond-
heidsschade leiden.
Nooit chloorhoudende reinigings-
middelen gebruiken.
1.
Grove verontreinigingen in de bin-
nenruimte met een vochtige doek
verwijderen.
2.
Vaatwasmiddel in het vaatwasmid-
delbakje doen.
3.
Programma met de hoogste tem-
peratuur kiezen.
4.
Het programma zonder servies-
goed starten.
Pagina32
17.2 Reinigingsmiddel
Gebruik voor de reiniging van het ap-
paraat uitsluitend geschikte reini-
gingsmiddelen.
"Veilig gebruik", Pagina10
17.3 Tips voor apparaatonder-
houd
Neem de tips voor apparaatonder-
houd in acht om de werking van het
apparaat lang in stand te houden.
Maatregel Voordeel
De deurafdichtin-
gen, het front en
het bedienings-
paneel van de
Hierdoor blijven
deze onderdelen
schoon en hygië-
nisch.
38

Reiniging en onderhoud nl
Maatregel Voordeel
vaatwasser regel-
matig af met een
vochtige doek en
een beetje afwas-
middel afvegen.
Maatregel Voordeel
De apparaatdeur
op een kier staan
als de vaatwas-
ser langere tijd
niet wordt ge-
bruikt.
Hierdoor wordt de
vorming van nare
geuren voorko-
men.
17.4 Machinereiniging
Afzettingen kunnen tot storingen bij het apparaat leiden, bijv. door voedselres-
ten en kalk. Om storingen te voorkomen en de vorming van nare geuren te ver-
minderen, is het raadzaam het apparaat met regelmatige tussenpozen te reini-
gen.
Machinereinigingis in combinatie met machineonderhoudsmidddelen en ma-
chinereinigers het juiste programma voor reiniging van het apparaat.
Tip: Onze geteste en goedgekeurde machineonderhoudsmiddelen en machine-
reinigers voor vaatwassers kunt u via
https://www.bosch-home.com/store
of
onze servicedienst bestellen.
Machinereinigingis een programma dat in één spoelcyclus verschillende afzet-
tingen verwijdert. De reiniging gebeurt in twee fasen:
Fase Verwijderen van Reinigingsmiddel Plaatsing
1 Vet en kalk Vloeibaar machineon-
derhoudsmiddel of
poedervormige machi-
neontkalker.
Binnenruimte van het
apparaat, bijv. fles in
de bestekmand gehan-
gen of poeder in de
binnenruimte.
2 Voedingsresten en
afzettingen
Machinereiniger Vaatwasmiddelbakje
Voor het optimale reinigingsvermo-
gen doseert het programma de reini-
gers gescheiden van elkaar in de
desbetreffende reinigingsfase. Hier-
voor is de juiste plaatsing van de rei-
nigingsmiddelen vereist.
Als de indicatie voor Machinereini-
ging op het bedieningspaneel brandt
of het display u daartoe oproept,
voert u de Machinereiniging zonder
serviesgoed uit. Nadat u de Machine-
reiniging hebt uitgevoerd, dooft de in-
dicatie. Als het apparaat geen herin-
neringsfunctie heeft, adviseren wij u
om de machinereiniging om de
2maanden uit te voeren.
Machinereiniginguitvoeren
Opmerkingen
Voer het programma Machinereini-
ging zonder ingeruimd servies-
goed uit.
Gebruik alleen speciaal voor vaat-
wassers geschikte machineonder-
houdsmiddelen en machinereini-
gers.
Let erop dat er zich geen alumini-
um voorwerpen, zoals vetfilters van
afzuigkappen of aluminium pan-
39

nl Reiniging en onderhoud
nen, in de spoelruimte van het ap-
paraat bevinden.
Als u deMachinereiniging niet bin-
nen 3afwascycli uitvoert, dooft de
indicatie voorMachinereiniging au-
tomatisch.
Om het optimale reinigingsvermo-
gen te verkrijgen, dient u op de
correcte plaatsing van de reinigers
te letten.
Neem de veiligheidsvoorschriften
op de verpakkingen van machine-
onderhoudsmidddelen en machi-
nereinigers in acht.
1.
Grove verontreinigingen in de bin-
nenruimte met een vochtige doek
verwijderen.
2.
De zeven reinigen.
3.
Het machineonderhoudsmiddel in
de binnenruimte van het apparaat
plaatsen.
Gebruik alleen speciaal voor vaat-
wassers geschikte machineonder-
houdsmiddelen.
4.
De machinereiniger in het vaatwas-
middelbakje doen tot dit volledig
gevuld is.
Geen extra machinereiniger in de
binnenruimte van het apparaat
doen.
5.
Druk op .
6.
Druk op .
Machinereiniging wordt uitgevoerd.
Zodra het programma voltooid is,
dooft de indicatie voorMachinerei-
niging.
17.5 Zeefsysteem
Het zeefsysteem filtert grove veront-
reinigingen uit het spoelcircuit.
1
2
3
microzeef
Fijne zeef
grove zeef
Zeven reinigen
Door verontreinigingen uit het afwas-
water kunnen de zeven verstopt ra-
ken.
1.
Controleer de zeven na elke afwas-
beurt op etensresten.
2.
Draai de grove zeef tegen de klok
in en neem het zeefsysteem er-
uit .
Let erop dat er geen vreemde
voorwerpen in het pompreser-
voir vallen.
40

Reiniging en onderhoud nl
3.
Trek de microzeef er naar bene-
den af.
4.
Druk de vergrendelingsstukken sa-
men en haal de grove zeef er
naar boven uit .
5.
Reinig de zeefelementen onder
stromend water.
Reinig de vuilrand tussen de grove
en fijne zeef zorgvuldig.
6.
Zet het zeefsysteem in elkaar.
Controleer of de vergrendelings-
nokken van de grove zeef zijn vast-
geklikt.
7.
Plaats het zeefsysteem in het ap-
paraat en draai de grove zeef met
de klok mee.
Zorg ervoor dat de pijlmarkerin-
gen tegenover elkaar staan.
Tip: Verbind uw apparaat met een
mobiel eindapparaat. In de Ho-
meConnect-app wordt u geïnfor-
meerd wanneer u de zeven moet rei-
nigen.
"HomeConnect ", Pagina36
17.6 Sproeiarmen reinigen
Kalk en verontreinigingen in het af-
waswater kunnen de sproeiopenin-
gen en lagers van de sproeiarmen
blokkeren. Reinig de sproeiarmen re-
gelmatig.
1.
De bovenste sproeiarm losschroe-
ven en naar beneden lostrekken
.
41

nl Storingen verhelpen
2.
Trek de onderste sproeiarm naar
boven los.
3.
De uitstroomopeningen van de
sproeiarmen onder stromend water
op verstoppingen controleren en
eventuele vreemde voorwerpen
verwijderen.
4.
De onderste sproeiarm aanbren-
gen.
De sproeiarm klikt hoorbaar vast.
5.
De bovenste sproeiarm aanbren-
gen en vastschroeven.
Storingen verhelpen18 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Tip: Meer informatie en uitleg over het verhelpen van storingen vindt u online
door het scannen van de QR-code op de voorpagina en op onze website
www.bosch-home.com
.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat
beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaan-
sluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabri-
kant of de klantenservice.
42

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Indicatie "Watertoe-
voer controleren" knip-
pert
Er is een technische storing aanwezig.
1.
Druk op .
2.
Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact
of schakel de zekering uit.
3.
Wacht ten minste 2minuten.
4.
Plaats de stekker van het apparaat in een stopcon-
tact of schakel de zekering in.
5.
Schakel het apparaat in.
6.
Als het probleem zich opnieuw voordoet:
Druk op .
Sluit de kraan.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Neem contact op met de servicedienst
Pagina50
en vermeld de foutcode.
E:30-00 brandt afwis-
selend.
Aquastopsysteem is geactiveerd.
1.
Sluit de kraan.
2.
Neem contact op met de servicedienst
Pagina50
.
E:31-00 brandt afwis-
selend.
Aquastopsysteem is geactiveerd.
1.
Sluit de kraan.
2.
Neem contact op met de servicedienst
Pagina50
.
E:32-00 brandt afwis-
selend of indicatie
voor watertoevoer
brandt.
Watertoevoerslang is geknikt.
Verleg de watertoevoerslang zonder knikken.
Kraan is gesloten.
Draai de kraan open.
Kraan is verstopt of verkalkt.
Draai de kraan open.
De hoeveelheid binnenstromend water bij geopende
kraan minimaal 10 l/min bedragen.
43

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
E:32-00 brandt afwis-
selend of indicatie
voor watertoevoer
brandt.
De zeven in de wateraansluiting van de toevoer- of
AquaStop-slang zijn verstopt.
1.
Schakel het apparaat uit.
2.
Neem de stekker uit het stopcontact.
3.
Draai de kraan dicht.
4.
Schroef de wateraansluiting los.
5.
Neem de zeef uit de toevoerslang
6.
Reinig de zeef.
7.
Plaats de zeef in de toevoerslang.
8.
Schroef de wateraansluiting vast.
9.
Controleer de wateraansluiting op lekkage.
10.
Plaats de stekker weer in het stopcontact.
11.
Schakel het apparaat in.
E:34-00 brandt afwis-
selend.
Er stroom continu water in het apparaat.
1.
Sluit de kraan.
2.
Neem contact op met de servicedienst
Pagina50
.
E:61-02 brandt afwis-
selend.
Geen fout van het apparaat. Waterafvoerpomp is ge-
blokkeerd of de afdekking van de waterafvoerpomp zit
los.
1.
Reinig de afvoerpomp.
"Afvoerpomp reinigen", Pagina49
2.
Maak de afdekking van de afvoerpomp goed vast.
"Afvoerpomp reinigen", Pagina49
E:61-03 brandt afwis-
selend. Het water
wordt niet afgepompt.
Geen fout van het apparaat. Sifonaansluiting is nog ge-
sloten of de waterafvoerslang is geknikt of verstopt.
1.
Controleer de aansluiting op de sifon en open deze
zo nodig.
2.
Verleg de afvoerslang zonder knikken.
3.
Verwijder eventuele resten.
44

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
E:61-03 brandt afwis-
selend. Het water
wordt niet afgepompt.
Geen fout van het apparaat. Waterafvoerpomp is ge-
blokkeerd of de afdekking van de waterafvoerpomp zit
los.
1.
Reinig de afvoerpomp.
"Afvoerpomp reinigen", Pagina49
2.
Maak de afdekking van de afvoerpomp goed vast.
"Afvoerpomp reinigen", Pagina49
E:92-40 brandt afwis-
selend.
Zeven zijn vuil of verstopt.
Reinig de zeven.
"Zeven reinigen", Pagina40
Alle LED's branden of
knipperen.
Er wordt eventueel een software-update geïnstalleerd.
1.
Wacht tot de software-update is geïnstalleerd.
Dit kan ca. 30minuten duren.
2.
Als het apparaat na 30minuten niet klaar voor ge-
bruik is, voert u een reset uit.
Druk gedurende ca. 4 seconden op de hoofd-
schakelaartoets.
Uw apparaat wordt gereset.
45

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Alle LED's branden of
knipperen.
Elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Druk gedurende ca. 4 seconden op de hoofdscha-
kelaartoets.
"Bedieningselementen", Pagina15
Het apparaat wordt gereset en opnieuw gestart.
2.
Als het probleem zich opnieuw voordoet:
Schakel het apparaat uit.
Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel
de zekering in de meterkast uit.
Wacht ten minste 2minuten.
Schakel de zekering in de meterkast in of steek
de stekker in het stopcontact.
Schakel het apparaat in.
3.
Als het probleem zich opnieuw voordoet:
Neem contact op met de servicedienst.
"Servicedienst", Pagina50
Etensresten op het
serviesgoed.
Serviesgoed is te dicht op elkaar ingeruimd of servies-
korf is te vol.
1.
Ruim het serviesgoed met voldoende tussenruimte
in.
De sproeistralen moeten het oppervlak van het ser-
viesgoed kunnen bereiken.
2.
Vermijd aanraakpunten.
Sproeiarmen kunnen niet ongehinderd ronddraaien.
Ruim het serviesgoed zo in dat het serviesgoed de
draaibeweging van de sproeiarm niet hindert.
Sproeiers van sproeiarmen zijn verstopt.
Reinig de sproeiarmen.
"Sproeiarmen reinigen", Pagina41
De zeven zijn vervuild.
Reinig de zeven.
"Zeven reinigen", Pagina40
46

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Etensresten op het
serviesgoed.
De zeven zijn onjuist aangebracht en/of niet vastgezet.
1.
Breng de zeven goed aan.
"Zeefsysteem", Pagina40
2.
Zet de zeven vast.
Te zwak afwasprogramma gekozen.
Kies een krachtiger spoelprogramma.
"Programma's", Pagina16
Serviesgoed is te goed voorgereinigd. Het sensorsys-
teem kiest daarom voor een zwak afwasprogramma.
Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwij-
derd.
Verwijder alleen grove etensresten en spoel het ser-
viesgoed niet voor.
Hoge, smalle stukken serviesgoed worden in de hoe-
ken onvoldoende uitgespoeld.
Ruim hoge, smalle stukken serviesgoed niet te
schuin en niet in de hoeken in.
Bovenste servieskorf is rechts en links niet op dezelfde
hoogte ingesteld.
De bovenste servieskorf links en rechts op dezelfde
hoogte instellen.
"Bovenste servieskorf", Pagina19
Er bevinden zich ver-
wijderbare vegen op
glazen, glaswerk met
een metalen uiterlijk
en bestek.
De hoeveelheid glansspoelmiddel is te hoog ingesteld.
Stel het glansspoelsysteem in op een lagere stand.
"Hoeveelheid glansspoelmiddel instellen",
Pagina25
Er is geen glansspoelmiddel toegevoegd.
Doe er glanspoelmiddel in.
"Vullen glansspoelmiddel", Pagina25
Tijdens het programmagedeelte glansspoelen zijn res-
ten vaatwasmiddel aanwezig. Deksel van het vaatwas-
47

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er bevinden zich ver-
wijderbare vegen op
glazen, glaswerk met
een metalen uiterlijk
en bestek.
middelbakje werd door serviesgoed geblokkeerd en
ging niet volledig open.
1.
Ruim het serviesgoed in de bovenste servieskorf zo
in dat het tablettenbakje niet door serviesgoed wordt
geblokkeerd.
"Serviesgoed inruimen", Pagina30
Stukken serviesgoed blokkeren het deksel van het
vaatwasmiddelbakje.
2.
Plaats geen serviesgoed en geen geurdispenser in
het tablettenbakje.
Serviesgoed is te goed voorgereinigd. Het sensorsys-
teem kiest daarom voor een zwak afwasprogramma.
Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwij-
derd.
Verwijder alleen grove etensresten en spoel het ser-
viesgoed niet voor.
Roestsporen op het
bestek.
Bestek is niet voldoende roestbestendig. Messenlem-
meten zijn hier vaak sterker door betroffen.
Gebruik roestbestendig bestek.
Bestek roest ook wanneer het samen met roestige
voorwerpen wordt afgewassen.
Was geen roestende voorwerpen af.
Zoutgehalte in het afwaswater is te hoog.
1.
Verwijder gemorst onthardingszout uit de spoelmid-
delhouder.
2.
Draai het deksel van het onthardingszoutreservoir
stevig dicht.
Er bevinden zich vaat-
wasmiddelresten in
het vaatwasmiddel-
bakje of in het tablet-
tenbakje.
De sproeiarmen werden door serviesgoed geblokkeerd
waardoor het vaatwasmiddel niet kon worden wegge-
spoeld.
Zorg dat de sproeiarmen niet zijn geblokkeerd en
vrij kunnen draaien.
Vaatwasmiddelbakje was vochtig tijdens het vullen van
het vaatwasmiddel.
Doe het vaatwasmiddel alleen in een droog vaatwas-
middelbakje.
Indicatie onthardings-
zout bijvullen brandt.
Er ontbreekt onthardingszout.
Vul onthardingszout
Pagina23
bij.
Sensor herkent onthardingszouttabletten niet.
Gebruik geen onthardingszouttabletten.
48

Transporteren, opslaan en afvoeren nl
18.1 Afvoerpomp reinigen
Grote etensresten of voorwerpen
kunnen de afvoerpomp blokkeren.
Zodra het afwaswater niet meer goed
wordt afgevoerd, moet u de afvoer-
pomp reinigen.
WAARSCHUWING
Kans op letsel!
Scherpe en puntige voorwerpen zo-
als glasscherven kunnen de afvoer-
pomp blokkeren en tot verwondingen
leiden.
Vreemde voorwerpen voorzichtig
verwijderen.
1.
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
2.
Verwijder de bovenste en onderste
servieskorf.
3.
Verwijder het zeefsysteem.
4.
Schep het aanwezige water eruit.
Gebruik hiervoor zo nodig een
spons.
5.
De pompafdekking met behulp van
een lepel opwippen en aan de
beugel vastpakken.
6.
De pompafdekking schuin naar
binnen optillen en verwijderen.
Nu kunt u de waaier met de hand
bereiken.
7.
Verwijder etensresten en vreemde
voorwerpen bij de pompwaaier.
8.
De pompafdekking aanbrengen
en omlaag drukken .
De pompafdekking klikt hoorbaar
vast.
9.
Monteer het zeefsysteem.
10.
Plaats de onderste en bovenste
servieskorf.
11.
Steek de stekker van het apparaat
in het stopcontact.
Transporteren, opslaan en afvoeren19 Transporteren, op-
slaan en afvoeren
19.1 Apparaat demonteren
1.
Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
2.
De waterkraan dichtdraaien.
3.
De afvoerwateraansluiting losma-
ken.
4.
De drinkwateraansluiting losma-
ken.
5.
Indien aanwezig, de bevestigings-
schroeven van de meubeldelen
losdraaien.
6.
Indien aanwezig, de plint demonte-
ren.
7.
Het apparaat voorzichtig naar vo-
ren trekken en hierbij de slang
meetrekken.
19.2 Apparaat vorstbestendig
maken
Als het apparaat in een ruimte met
vorstgevaar staat, bijv. in een vakan-
49

nl Servicedienst
tiehuis, haal het apparaat dan volle-
dig leeg.
Het apparaat leegmaken.
"Apparaat transporteren",
Pagina50
19.3 Apparaat transporteren
Om schade aan het apparaat te voor-
komen, maakt u het apparaat voor
het transport leeg.
Opmerking: Om te voorkomen dat
resterend water in de besturing te-
rechtkomt en het apparaat bescha-
digt, het apparaat alleen rechtop ver-
voeren.
1.
Serviesgoed uit het apparaat ver-
wijderen.
2.
Losse onderdelen vastzetten.
3.
Het apparaat inschakelen.
Pagina31
4.
Het programma met de hoogste
temperatuur kiezen.
"Programma's", Pagina16
5.
Het programma starten.
Pagina32
6.
Voor het leegmaken van het appa-
raat het programma na ca. 4minu-
ten afbreken.
"Programma afbreken",
Pagina32
7.
Het apparaat uitschakelen.
Pagina32
8.
De waterkraan sluiten.
9.
Om het resterende water uit het
apparaat te verwijderen, de toe-
voerslang losmaken en laten leeg-
lopen.
19.4 Afvoeren van uw oude ap-
paraat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
Bij afgedankte apparaten de stek-
ker van het netsnoer uit het stop-
contact halen, daarna het netsnoer
doorknippen en het slot van de ap-
paraatdeur dusdanig beschadigen,
dat de apparaatdeur niet langer
sluit.
1.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte elek-
trische en elektronische
apparatuur (waste electri-
cal and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de EU
geldige terugneming en
verwerking van oude ap-
paraten.
Servicedienst20 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
50

Technische gegevens nl
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de
servicedienst in het kader van de fa-
brieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieduur en de garantievoorwaar-
den in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document
over de servicecontacten en garantie-
voorwaarden, bij onze klantenservice,
uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.), het productienummer (FD) en
het volgnummer (Z-Nr.) van het appa-
raat nodig.
De contactgegevens van de klanten-
service vindt u via de QR-code op
het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoor-
waarden of op onze website.
20.1 Productnummer (E-Nr.),
productienummer (FD) en
volgnummer (Z-Nr.)
Het productnummer (E-Nr.), het pro-
ductienummer (FD) en het volgnum-
mer (Z-Nr.) vindt u op het typeplaatje
van het apparaat.
Het typeplaatje vindt u aan de bin-
nenkant van de deur van het appa-
raat.
"Uw apparaat leren kennen",
Pagina13
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.
20.2 AQUA-STOP-garantie
In aanvulling op de garantieaanspra-
ken tegen de verkoper op basis van
de koopovereenkomst en op onze fa-
brieksgarantie wordt u schadeloos
gesteld indien aan onderstaande
voorwaarden wordt voldaan.
Als door een fout in het AquaStop-
systeem waterschade wordt ver-
oorzaakt, dan vergoeden wij de
schade van particuliere gebruikers.
Om het waterbeveiligingssysteem
te garanderen moet het apparaat
op het elektriciteitsnet zijn aange-
sloten.
De aansprakelijkheidsgarantie
geldt voor de levensduur van het
apparaat.
Voorwaarde voor aanspraak op
garantie is dat het apparaat met
AquaStop vakkundig en overeen-
komstig ons installatievoorschrift is
opgesteld en aangesloten; hiertoe
behoort ook de vakkundig gemon-
teerde verlenging van de
AquaStop (origineel toebehoren).
Onze garantie heeft geen betrek-
king op defecte toevoerleidingen
of armaturen tot aan de AquaStop-
aansluiting op de kraan.
Tijdens het gebruik van een appa-
raat met AquaStop hoeft u er in
principe niet bij te blijven resp. na
het gebruik om veiligheidsredenen
de kraan dicht te draaien. Alleen
bij langere afwezigheid, bijvoor-
beeld als u een paar weken op va-
kantie gaat, moet de kraan worden
dichtgedraaid.
Technische gegevens21 Technische gegevens
Gewicht Max.: 60kg
51

nl Conformiteitsverklaring
Spanning 220 - 240V, 50Hz of 60Hz
Aansluitwaarde 2000 - 2400W
Zekering 10-16A
Waterdruk min. 50kPa (0,5bar)
max. 1000kPa (10bar)
Hoeveelheid binnenstro-
mend water
min. 10l/min
Watertemperatuur Koud water.
Warm water max.: 60°C
Capaciteit 14standaardcouverts
Meer informatie over uw model vindt
u op het internet onder
https://
eprel.ec.europa.eu/qr/1643832
1
. Dit
webadres verwijst naar de officiële
EU-productdatabank EPREL.
21.1 Informatie over vrije soft-
ware en opensourcesoft-
ware
Dit product bevat softwarecomponen-
ten die door de houders van de intel-
lectuele eigendom als vrije software
of opensourcesoftware zijn gelicenti-
eerd.
De informatie over de betreffende li-
centie is in het huishoudapparaat op-
geslagen. Daarnaast kunt u deze li-
centie-informatie via de HomeCon-
nect app raadplegen: 'Profiel -> Juri-
dische informatie -> Licentie-
informatie'.
2
Verder kunt u de licentie-
informatie downloaden via de pro-
ductwebsite. (Zoek daarvoor op de
productwebsite naar uw apparaatmo-
del en de bijbehorende documenta-
tie.) In plaats daarvan kunt u de be-
treffende informatie ook aanvragen
via [email protected] of BSH
Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34,
D-81739 München.
De broncode wordt u op verzoek ter
beschikking gesteld.
Zend een daartoe strekkend verzoek
naar [email protected] of BSH
Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34,
D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
De kosten voor de afhandeling van
uw verzoek worden u in rekening ge-
bracht. Dit aanbod geldt gedurende
drie jaar vanaf de datum van aan-
koop of ten minste gedurende de pe-
riode waarin wij support en reserve-
onderdelen voor het betreffende ap-
paraat bieden.
Conformiteitsverklaring22 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect
functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselij-
ke bepalingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
1
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
2
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
52

Conformiteitsverklaring nl
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder
www.bosch-home.com
op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullen-
de documenten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz): max. 180mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
53



Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service
directory.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9001894618*
9001894618 (050420) 650 V5
nl

