
nl Inhoudsopgave
InhoudsopgaveInhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid ................................................................. 2
2 Materiële schade vermijden ................................... 5
3 Milieubescherming en besparing .......................... 6
4 Uw apparaat leren kennen ...................................... 6
5 Voor het eerste gebruik .......................................... 8
6 De Bediening in essentie ........................................ 9
7 Memory .................................................................. 10
8 Programma's .......................................................... 10
9 Kinderslot .............................................................. 11
10 Basisinstellingen ................................................ 12
11 Reiniging en onderhoud .................................... 12
12 Storingen verhelpen ........................................... 14
13 Afvoeren .............................................................. 15
14 Servicedienst ...................................................... 15
15 Zo lukt het ............................................................ 15
16 MONTAGEHANDLEIDING .................................. 20
16.2 Veilige montage ............................................... 20
Veiligheid 1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor vol-
gende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een
deskundige montage volgens de montage-
handleiding. De installateur is verantwoordelijk
voor een goede werking op de plaats van op-
stelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-
cessen ononderbroken in het oog.
¡ In het huishouden en soortgelijke toepassin-
gen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor me-
dewerkers in winkels, kantoren en andere
commerciële omgevingen, in boerderijen;
van klanten in hotels en andere verblijven, in
bed and breakfasts.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011
resp. CISPR11. Het is een product van groep
2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgol-
ven worden geproduceerd om levensmiddelen
te verwarmen. Klasse B houdt in dat het appa-
raat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 15 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet
worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze
15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
2

Veiligheid nl
en moet de deur gesloten worden gehouden
om eventueel optredende vlammen te do-
ven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Oververhitting van het apparaat kan een brand
veroorzaken.
Bouw het apparaat niet in achter een decor-
of meubeldeur.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd met
behulp van een pannenlap uit de binnen-
ruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigings-
middel of scherpe metalen schraper voor
het reinigen van het glas van de apparaat-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Barsten, splinters of breuken in het glazen
draaiplateau zijn gevaarlijk.
Nooit met harde voorwerpen tegen het draai-
plateau stoten.
Het draaiplateau zorgvuldig behandelen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten en kan de apparaatdeur open-
springen en er eventueel afvallen. De deurra-
men kunnen kapot gaan en versplinteren.
"Materiële schade vermijden", Pagina5
Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank
met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) verhit-
ten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonder-
delen worden gebruikt voor reparatie van het
apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet het ter vermijding van risi-
co's worden vervangen door de fabrikant, de
servicedienst of een andere gekwalificeerde
persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit een apparaat met gescheurd of gebro-
ken oppervlak gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
3

nl Veiligheid
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-
schadigd, dan direct de stekker van het net-
snoer uit het stopcontact halen of de zeke-
ring in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina15
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-
ren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal
spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen
houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDE-
RE GEBRUIK BEWAREN
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-
vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-
de pantoffels, granen- pittenkussens kunnen
bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
Droog nooit gerechten of kleding met het
apparaat.
Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,
zwammen, vochtige poetslappen e.d. met
het apparaat opwarmen.
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het be-
reiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan
kunnen ontbranden.
Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-
kingen die bestemd zijn om ze warm te hou-
den.
Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-
warmen in voorwerpen van kunststof, papier
of ander brandbaar materiaal.
Bij de magnetron nooit een te groot vermo-
gen of te lange tijdsduur instellen. Houd u
aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing.
Nooit levensmiddelen drogen met de mag-
netron.
Levensmiddelen die weinig water bevatten,
zoals bijv. brood, nooit met een te hoog
magnetronvermogen of gedurende een te
lange tijd ontdooien of verwarmen.
Spijsolie kan vlam vatten.
Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de
magnetron.
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht
afgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo-
deren.
Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen
verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-
den!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel
kunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-
men, exploderen.
Nooit eieren in de eierschaal koken of hard-
gekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient
u eerst de dooier door te prikken.
Bij levensmiddelen met een vaste schil of
pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en
worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het
opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in
de babyvoeding.
Warm nooit babyvoeding op in gesloten ver-
pakkingen.
Verwijder altijd het deksel of de speen.
Na het verwarmen goed roeren of schudden.
Voordat de voeding aan het kind wordt ge-
geven dient de temperatuur te worden ge-
controleerd.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vor-
men kunnen heet worden.
Neem vormen en accessoires altijd met be-
hulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
De verpakking van luchtdicht verpakte levens-
middelen kan knappen.
Houd altijd de opgaven op de verpakking
aan.
Neem gerechten altijd met een pannenlap uit
de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt
zijn.
4

Materiële schade vermijden nl
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-
vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook-
temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-
kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok
van het recipiënt is voorzichtigheid geboden.
De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-
spatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen al-
tijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt
kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen
van porselein en keramiek kunnen kleine gaat-
jes hebben in de handgrepen en deksels. Ach-
ter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte.
Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit bar-
sten veroorzaken in de vormen.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor
de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen
vormen van metaal of vormen met metalen
coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het
apparaat wordt dan beschadigd.
Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik
van uitsluitend de magnetron.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor
de magnetron.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig tot
dodelijk letsel!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van
het apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver-
korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals
bijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-
energie.
Het apparaat regelmatig schoonmaken en
resten van voedingsmiddelen direct verwijde-
ren.
Kookcompartiment, deur en scharnier altijd
schoon houden.
"Reiniging en onderhoud", Pagina12
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur
van de binnenruimte beschadigd is. Er kan
energie van de microgolven naar buiten ko-
men.
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de
deur van de binnenruimte of de kunststof
omlijsting van de deur beschadigd is.
Alleen door de servicedienst laten repareren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is af-
gedekt komt energie van microgolven vrij.
De afdekking van de behuizing nooit verwij-
deren.
Neem voor onderhouds- of reparatiewerk-
zaamheden contact op met de klantenservi-
ce.
Materiële schade vermijden2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de
apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De
deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door
de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar bin-
nen sterk vervormen.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgie-
ten van gerechten) verhitten.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Veeg het condenswater na elk bereiding af.
Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of la-
ten steunen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron ge-
bruikt.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
5

nl Milieubescherming en besparing
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-
oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het appa-
raat beschadigd.
Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte ser-
viestest vormt hierop een uitzondering.
De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn di-
rect na elkaar met een te hoog magnetronvermogen
kan leiden tot beschadiging van de binnenruimte.
Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdere
minuten afkoelen.
Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in.
Gebruik maximaal 600Watt.
Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen.
Door het verwijderen van de afdekking wordt de magne-
tronvoeding beschadigd.
Verwijder nooit de afdekking van de magnetron in de
binnenruimte.
Het verwijderen van de transparante folie van de binnen-
kant van de deur beschadigt de apparaatdeur.
De transparante folie aan de binnenkant van de deur
nooit verwijderen.
Vloeistof die in het apparaat dringt kan de aandrijving
van het draaiplateau beschadigen.
Het bereidingsproces in de gaten houden.
Eerst een kortere duur instellen en indien nodig de
duur verlengen.
Het apparaat nooit zonder draaiplateau gebruiken.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
De klok in de spaarstand onderdrukken.
Het apparaat bespaart energie in de spaarstand.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake
ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakel-
de toestand sprake van een andere toestand. Deze
wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het ap-
paraat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen
Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display)
Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog
van een "standby-stand", en daarom wordt de aandui-
ding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaar-
stand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden ge-
bruikt.
Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw appa-
raat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoe-
stand.
6

Uw apparaat leren kennen nl
1
2
4
3
Display Tijd of tijdsduur weergeven.
Draaiknop Tijd, tijdsduur of automatische programma's instellen.
Knoppen Functies selecteren.
Deuropener Deur openen.
Deuropener
Als u de deuropening indrukt, springt de apparaatdeur
open. U kunt de apparaatdeur volledig met de hand
openen.
Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, wordt
de werking onderbroken. Sluit u de apparaatdeur, dan
wordt de werking niet automatisch voortgezet. U moet
de werking starten.
4.2 Verwarmingsmethoden
Hier vindt u een overzicht van de verwarmingsmethoden. U krijgt aanbevelingen over het gebruik van de verwar-
mingsmethoden.
Symbool Naam Gebruik
90-800 Magnetron Voor het ontdooien, bereiden en verwarmen van gerech-
ten en vloeistoffen.
Magnetronvermogens:
90W
180W
360W
600W
800W
7

nl Voor het eerste gebruik
Symbool Naam Gebruik
Programma's Voor vele gerechten zijn er voorgeprogrammeerde instel-
lingen.
4.3 Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld.
Bij het gebruik van de magnetronfunctie blijft de binnen-
ruimte koud. De koelventilator wordt echter toch inge-
schakeld.
Opmerking: De koelventilator kan doorlopen, ook wan-
neer het apparaat al uitgeschakeld is.
4.4 Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur
van het apparaat condensvorming optreden. Condens is
normaal en heeft geen invloed op de werking van het
apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
Voor het eerste gebruik5 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
5.1 Draaischijf
Gebruik uw apparaat alleen met het draaiplateau in het
apparaat. Plaats al naar gelang de apparaatvariant het
draaiplateau correct.
1.
Variant 1:
Het draaiplateau op de rolring plaatsen.
b
a
b
2.
Variant 2:
De rolring in het verlaagde deel van de binnen-
ruimte leggen.
Het draaiplateau in de aandrijving in het mid-
den van de bodem van de binnenruimte klikken.
3.
Controleren of het draaiplateau correct is vastgeklikt.
Opmerking: De draaischijf kan links- of rechtsom draai-
en.
5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
Zorg ervoor dat er zich in de binnenruimte geen ver-
pakkingsresten, toebehoren of andere voorwerpen
bevinden.
2.
De gladde oppervlakken in de binnenruimte met een
zachte, vochtige doek reinigen.
3.
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, neemt u
de lege, gesloten binnenruimte af met warm zeepsop.
"Binnenruimte reinigen", Pagina13
5.3 Tijd instellen
Na de stroomaansluiting of een stroomonderbreking
verschijnt op het display het verzoek om de tijd in te
stellen.
1.
Met de draaiknop de tijd instellen.
2.
Om de tijd te bevestigen, op drukken.
8

De Bediening in essentie nl
De Bediening in essentie6 De Bediening in essentie
6.1 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens
en een aanbeveling voor het gebruik ervan.
Magnetronvermo-
gen in watt
Gebruik
90 Gevoelige gerechten ontdooien.
180 Gerechten ontdooien en verder
bereiden.
360 Vlees en vis bereiden of gevoeli-
ge gerechten opwarmen.
600 Gerechten verwarmen en berei-
den.
800 Vloeistoffen verwarmen.
Opmerking
U kunt het magnetronvermogen voor een bepaalde
tijdsduur instellen:
800 W gedurende 30 minuten
600 W gedurende 60 minuten
90W, 180W en 360W gedurende 99 minuten
6.2 Vormen en accessoires die geschikt zijn
voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap-
paraat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en
accessoires te gebruiken.
Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron ge-
bruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te
nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit.
Geschikt voor de magnetron
Vormen en accessoires Toelichting
Vormen van hitte- en mag-
netronbestendig materiaal:
Glas
Glaskeramiek
Porselein
Temperatuurbestendige
kunststof
Volledig geglaceerd ke-
ramiek zonder barsten
Deze materialen laten mi-
crogolven door. Microgol-
ven beschadigen hittebe-
stendige vormen niet.
Bestek van metaal
Opmerking: Om kookver-
traging te voorkomen kunt
u metalen bestek gebrui-
ken, bijv. een lepel in een
glas.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Niet geschikt voor de magnetron
Vormen en accessoires Toelichting
Vormen van metaal Metaal laat geen microgol-
ven door. De gerechten
warmen nauwelijks op.
Servies met goud- of zil-
verdecor
Microgolven kunnen goud-
decor en zilverdecor be-
schadigen.
Tip: Wanneer door de fabri-
kant wordt gegarandeerd
dat de vorm geschikt is
voor de magnetron, kunt u
de vorm gebruiken.
6.3 Vormen testen op hun
magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn
voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een
serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder
gerechten worden gebruikt.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen
heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
2.
Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maxi-
male magnetronvermogen instellen.
3.
In werking stellen.
4.
De vorm meerdere keren controleren:
– Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is de-
ze geschikt voor de magnetron.
– Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan,
dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet
geschikt voor de magnetron.
6.4 Magnetron instellen
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging
ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt be-
reikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een
kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid gebo-
den. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspat-
ten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een le-
pel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorko-
men.
9

nl Memory
LET OP
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte ser-
viestest vormt hierop een uitzondering.
Tip: Om uw apparaat optimaal te gebruiken, kunt u zich
aan de informatie in de insteladviezen oriënteren.
"Zo lukt het", Pagina15
1.
De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen.
Pagina4
2.
De aanwijzingen voor het vermijden van materiële
schade in acht nemen.
Pagina5
3.
De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormen
en accessoires in acht nemen.
Pagina9
4.
Op het gewenste magnetronvermogen drukken.
5.
Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
6.
indrukken.
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
Opmerking: Als u tijdens de werking de deur van de
binnenruimte opent, onderbreekt het apparaat de wer-
king en het ingestelde tijdsverloop. Als u de werking op-
nieuw wilt starten, sluit dan de deur van de binnenruimte
en druk op .
Tijdsduur verlengen
U kunt de ingestelde tijdsduur op elk moment verlen-
gen.
indrukken.
De tijdsduur wordt met 30 seconden verlengd.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
Werking afbreken
De apparaatdeur openen en op drukken of twee
keer op drukken.
6.5 QuickStart
U kunt het maximale magnetronvermogen met een toets
starten.
indrukken.
Het maximale magnetronvermogen wordt voor 30 se-
conden gestart.
Opnieuw drukken op verlengt de tijdsduur met tel-
kens 30 seconden.
Memory7 Memory
Met de functie Memory kunt u de instelling voor een ge-
recht opslaan en op elk moment weer opvragen.
Tip: Als u een gerecht vaak bereidt, gebruikt u de func-
tie Memory.
7.1 Memory opslaan
1.
indrukken.
2.
Op het gewenste magnetronvermogen drukken.
3.
Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
4.
Met bevestigen.
De instelling is opgeslagen.
7.2 Memory starten
Vereiste: De apparaatdeur is gesloten.
1.
indrukken.
De opgeslagen instellingen verschijnen.
2.
indrukken.
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
7.3 Werking afbreken
De apparaatdeur openen en op drukken of twee
keer op drukken.
Programma's8 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automatisch
de optimale instellingen.
8.1 Programma instellen
1.
Programma kiezen.
2.
Net zo vaak op drukken tot het display het gewens-
te programmanummer aangeeft.
3.
indrukken.
Het display toont het voorgestelde gewicht.
4.
Met de draaiknop het gewicht van het gerecht instel-
len.
Kunt u het exacte gewicht niet invoeren, rond het dan
naar boven of beneden af.
5.
Druk op om de werking te starten.
6.
Als tijdens het programma een signaal klinkt, de deur
van het apparaat openen.
Het gerecht verdelen, omroeren of keren.
Sluit de apparaatdeur.
indrukken.
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
8.2 Werking afbreken
De apparaatdeur openen en op drukken of twee
keer op drukken.
10

Kinderslot nl
8.3 Ontdooien met de automatische programma's
Met de 4 ontdooiprogramma's kunt u vlees, gevogelte en brood ontdooien.
Programma Gerecht Vormen Gewichtsbereik inkg
P01 Gehakt open 0,20-1,00
P02 Vleesstukken open 0,20-1,00
P03 Kip, stukken kip open 0,40-1,80
P04 Brood open 0,20-1,00
Gerechten met de automatische programma's
ontdooien
1.
Het product uit de verpakking nemen.
Gebruik producten die plat en per portie bij -18°C
bewaren.
2.
Het product wegen.
Het gewicht hebt u nodig om het programma in te
stellen.
3.
Leg de levensmiddelen op een platte vorm die ge-
schikt is voor de magnetron bijv. een schaal of bord
van glas of porselein.
Geen deksel erop leggen.
4.
Het programma instellen.
Pagina10
5.
Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ont-
staat vloeistof.
De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen
geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen
in aanraking laten komen.
6.
Platte stukken en gehakt vóór de rusttijd uit elkaar ha-
len.
7.
Laat het ontdooide product nog 10 tot 30 minuten
rusten voor een gelijkmatige temperatuurverdeling.
Grote stukken vlees hebben een langere rusttijd no-
dig dan kleine. Bij gevogelte na de rusttijd de inge-
wanden verwijderen.
8.
Levensmiddelen verder verwerken, ook als dikke
vleesstukken in de kern nog bevroren zijn.
8.4 Garen met de automatische programma's
Met de 3 bereidingsprogramma's kunt u rijst, aardappels of groente garen.
Programma Gerecht Vormen Gewichtsbe-
reik inkg
Aanwijzingen
P05 Rijst met deksel 0,05-0,20 Voor rijst een grote, hoge vorm gebruiken.
Geen rijst in kookzakjes gebruiken.
Per 100 g rijst de dubbele of driedubbele hoeveelheid
water toevoegen.
P06 Aardappelen met deksel 0,15-1,00 Voor gekookte aardappels de verse aardappels in klei-
ne, gelijkmatige stukken snijden.
Per 100 g aardappels een el water en wat zou toevoe-
gen.
P07 Groente met deksel 0,15-1,00 Verse, gereinigde groente wegen.
De groente in kleine, gelijkmatige stukken snijden.
Per 100 g groente een el water toevoegen.
Gerechten met de automatische programma's
bereiden
1.
Het product wegen.
Het gewicht hebt u nodig om het programma in te
stellen.
2.
De levensmiddelen op een vorm leggen die geschikt
is voor de magnetron en met een deksel afsluiten.
3.
Waterhoeveelheid volgens aanwijzingen van de fabri-
kant op de verpakking toevoegen.
4.
Het programma instellen.
Pagina10
5.
Wanneer het programma afgelopen is, de levensmid-
delen nog eens omroeren.
6.
De ontdooide levensmiddelen nog 5 tot 10 minuten
laten rusten voor een gelijkmatige temperatuurverde-
ling.
De bereidingsresultaten zijn afhankelijk van de kwali-
teit en de toestand van de levensmiddelen.
Kinderslot9 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen wijzigen.
9.1 Kinderslot activeren
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
Druk ca. 4 seconden op .
Het bedieningspaneel is geblokkeerd.
Op het display verschijnt .
11

nl Basisinstellingen
9.2 Kinderslot deactiveren
Druk ca. 4 seconden op .
Het bedieningspaneel is ontgrendeld.
Basisinstellingen10 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw
wensen instellen.
10.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering
van uw apparaat.
Indicatie Basisinstelling Keuze Beschrijving
Sensortoetstoon = uit
= aan
1
Toetssignalen in- of uitschakelen
Opmerking: Het toetssignaal voor en kunt u niet uit-
schakelen.
Demonstratiemodus = uit
1
= aan
Het apparaat is uitgeschakeld. U kunt de toetsen en het
display gebruiken. De toetsen hebben geen functie, zodat
bijvoorbeeld bij de magnetron geen vermogen ontstaat.
Dealers gebruiken overwegend de demomodus.
Terwijl de demomodus is geactiveerd, wordt op het dis-
play weergegeven.
10.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
en enkele seconden lang ingedrukt houden.
Het display geeft voor de eerste basisinstelling
weer.
2.
Om de basisinstelling te bewerken, op drukken.
Op het display licht de ingestelde selectie op.
3.
Met de draaiknop de gewenste selectie instellen.
4.
Om de basisinstelling over te nemen, op drukken.
5.
Om de basisinstelling te verlaten, op drukken.
6.
Met de draaiknop naar de basisinstelling gaan.
7.
Om de basisinstelling te bewerken, op drukken.
Op het display licht de ingestelde selectie op.
8.
Met de draaiknop de gewenste selectie instellen.
9.
Om de basisinstelling over te nemen, op drukken.
10.
Om de basisinstelling te verlaten, op drukken.
11.
Om het basisinstellingsmenu te verlaten, opnieuw op
drukken.
Tip: U kunt de instelling op elk moment weer verande-
ren.
10.3 Signaalduur veranderen
Als u uw apparaat uitschakelt, hoort u een signaal. U
kunt de tijdsduur van het signaal wijzigen.
Ca. 6seconden lang indrukken.
De signaalduur wisselt tussen kort en lang.
Het apparaat neemt de signaalduur over en toont de
tijd.
10.4 Tijd wijzigen
U kunt de tijd altijd wijzigen.
1.
indrukken.
2.
Met de draaiknop de tijd instellen.
3.
Om de tijd te bevestigen, op drukken.
10.5 Tijd in spaarstand onderdrukken
U kunt de weergave van de tijd in de spaarstand onder-
drukken.
1.
Druk op .
2.
Druk op .
Opmerking: Om de tijd opnieuw weer te geven, op
drukken.
Reiniging en onderhoud11 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
11.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
12

Reiniging en onderhoud nl
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de opper-
vlakken van het apparaat.
Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmidde-
len.
Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de
warmtereiniging.
Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor
roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de
gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel
worden aanbevolen.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit
kan oppervlakken beschadigen.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwas-
sen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen
welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschil-
lende oppervlakken en onderdelen.
11.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat
de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door
een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmidde-
len beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken van
grove verontreiniging.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of
scherpe metalen schraper voor het reinigen van het
glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
1.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
nemen.
Pagina12
2.
De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen
en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
3.
Indien niet anders vermeld:
De verschillende onderdelen van het apparaat rei-
nigen met warm zeepsop en een schoonmaak-
doekje.
Droog na met een zachte doek.
11.3 Binnenruimte reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadi-
gen.
Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of an-
dere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
1.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
nemen.
Pagina12
2.
Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
3.
Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte
gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kop-
je water met een paar druppels citroensap gedurende
1 tot 2minuten met maximaal magnetronvermogen
verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een
lepel er in plaatsen.
4.
De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
5.
De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
11.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het appa-
raat beschadigen.
Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebrui-
ken voor het schoonmaken.
Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlek-
ken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken on-
middellijk verwijderen.
Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmidde-
len voor warme oppervlakken gebruiken.
1.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
nemen.
Pagina12
2.
De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en
een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde
van het apparaat ontstaan door gebruik van verschil-
lende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
3.
Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel
heel dun opbrengen met een zachte doek.
Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klan-
tenservice of in de vakhandel.
4.
Met een zachte doek nadrogen.
11.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel be-
schadigen.
Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
1.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
nemen.
Pagina12
2.
Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een
zachte, vochtige doek reinigen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
11.6 Ruiten van de deur schoonmaken
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de deurruiten beschadigen.
Geen schraper gebruiken.
1.
De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht
nemen.
Pagina12
2.
Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek een
glasreiniger.
Opmerking: Donkere plekken bij de ruiten van de
deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de ver-
lichting van de binnenruimte.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
13

nl Storingen verhelpen
11.7 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning weekt verontreinigingen door het
verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen
vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsondersteuning instellen
1.
Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje met
water.
2.
Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voor-
komen.
3.
Zet het kopje in het midden van de binnenruimte.
4.
Druk ca. 4 seconden op .
5.
indrukken.
Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
6.
De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
7.
De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
Storingen verhelpen12 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser-
vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina15
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door
de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
12.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functio-
neren.
Storing
1.
Schakel daarbij ook de zekering in de meterkast uit.
2.
Schakel de zekering na ca. 10seconden in.
3.
Als de functiestoring opnieuw optreedt, neem dan contact op met de klanten-
service.
Deur is niet helemaal gesloten.
Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de
deur klem zitten.
De gerechten worden langzamer
warm dan voorheen.
Magnetronvermogen is te laag ingesteld.
Stel een hoger magnetronvermogen in.
Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan.
Stel een langere tijdsduur in.
Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig.
Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk.
Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om.
Draaischijf krast of schuurt. Vuil of vreemde voorwerpen bevinden zich in het bereik van de aandrijving van
de draaischijf.
Reinig de rolring en het verlaagde deel in de binnenruimte.
14

Afvoeren nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Magnetronfunctie breekt af. Apparaat heeft een storing.
Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de
servicedienst.
Op het display staat een . Demomodus is geactiveerd.
Deactiveer de demomodus.
"Basisinstellingen", Pagina12
Afvoeren13 Afvoeren
13.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoerme-
thoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeen-
stemming met de Europese richtlijn
2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur
(waste electrical and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de
in de EU geldige terugneming en ver-
werking van oude apparaten.
Servicedienst14 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de
garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document over de service-
contacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenser-
vice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via
de QR-code op het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze
website.
De informatie conform verordening (EU) 2023/826 vindt
u online op
www.bosch-home.com
op de productpagina
en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiks-
aanwijzingen en aanvullende documenten.
14.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoon-
nummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gege-
vens noteren.
Zo lukt het15 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat af-
gestemd.
15.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Opmerking
De insteladviezen gelden altijd voor de koude en lege
binnenruimte.
De opgegeven tijden in de overzichten zijn richtwaar-
den. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard
van de levensmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tij-
dens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte
eieren in de eierschaal opwarmen.
Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst
de dooier door te prikken.
Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv.
appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de
schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de
schil of vel.
15

nl Zo lukt het
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen
heet worden.
Neem vormen en accessoires altijd met behulp van
een pannenlap uit de binnenruimte.
1.
Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de bin-
nenruimte verwijderen.
2.
Kies een gewenst gerecht uit de insteladviezen.
3.
De gerechten in een geschikte vorm doen.
"Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de
magnetron", Pagina9
4.
De vorm op de draaischijf plaatsen.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
Eerst de kortste tijdsduur instellen. Indien nodig de
tijdsduur verlengen. Als in de tabellen twee magne-
tronvermogens en tijdsduren zijn aangegeven, eerst
het eerste magnetronvermogen en de eerste tijdsduur
instellen en na het signaal het het tweede magnetron-
vermogen en de tweede tijdsduur.
Als u van de tabellen afwijkende hoeveelheden wilt
bereiden, stel dan voor de dubbele hoeveelheid on-
geveer de dubbele tijdsduur in.
6.
Gebruik pannenlappen wanneer u hete vormen uit de
binnenruimte neemt.
15.2 Ontdooien
Met uw apparaat kunt u diepvriesproducten ontdooien.
Gerechten ontdooien
1.
De bevroren levensmiddelen in een open vorm op de
draaischijf plaatsen.
Gevoelige delen kunt u met kleine stukken aluminium-
folie afdekken, bijv. kippenvleugels en -poten of vette
randen van braadstukken. De folie mag de ovenwan-
den niet raken.
2.
In werking stellen.
Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie
verwijderen.
3.
Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ont-
staat vloeistof.
De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen
geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen
in aanraking laten komen.
4.
De gerechten tussendoor één tot twee keer omroeren
of keren.
Grote stukken meerdere malen keren.
5.
Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig
wordt verdeeld, de ontdooide gerechten ca. 10 tot 20
minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Bij gevogelte kunt u de ingewanden verwijderen. Het
vlees kunt u ook met een kleine bevroren kern verder
verwerken.
Ontdooien met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het ontdooien van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
Gerecht Gewicht ing Magnetronvermogen
in W
Tijdsduur in min
Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en
zonder been
800 1. 180
2. 90
1. 15
2. 10-20
Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en
zonder been
1000 1. 180
2. 90
1. 20
2. 15-25
Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en
zonder been
1500 1. 180
2. 90
1. 30
2. 20-30
Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of
varken
200 1. 180
2. 90
1. 2
1
2. 4-6
Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of
varken
500 1. 180
2. 90
1. 5
1
2. 5-10
Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of
varken
800 1. 180
2. 90
1. 8
1
2. 10-15
Gehakt, gemengd
2,3
200 90 10
4
Gehakt, gemengd
2,3
500 1. 180
2. 90
1. 5
4
2. 10-15
Gehakt, gemengd
2,3
800 1. 180
2. 90
1. 8
4
2. 10-20
Gevogelte of stukken gevogelte
5
600 1. 180
2. 90
1. 8
2. 10-20
Gevogelte of stukken gevogelte
5
1200 1. 180
2. 90
1. 15
2. 10-20
Visfilet, viskotelet of plakken vis
5
400 1. 180 1. 5
1
Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
2
Het voedsel vlak invriezen.
3
Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
4
Het voedsel herhaaldelijk keren.
5
De ontdooide delen van elkaar losmaken.
16

Zo lukt het nl
Gerecht Gewicht ing Magnetronvermogen
in W
Tijdsduur in min
2. 90 2. 10-15
Groente, bijv. erwten 300 180 10-15
Fruit, bijv. frambozen
1
300 180 7-10
2
Fruit, bijv. frambozen
1
500 1. 180
2. 90
1. 8
2
2. 5-10
Boter, ontdooien
3
125 1. 180
2. 90
1. 1
2. 2-3
Boter, ontdooien
3
250 1. 180
2. 90
1. 1
2. 3-4
Heel brood 500 1. 180
2. 90
1. 6
2. 5-10
Heel brood 1000 1. 180
2. 90
1. 12
2. 10-20
Gebak, droog, bijv. cake
4,5
500 90 10-15
Gebak, droog, bijv. cake
4,5
750 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10-15
Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart,
kwarktaart
4
500 1. 180
2. 90
1. 5
2. 15-20
Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart,
kwarktaart
4
750 1. 180
2. 90
1. 7
2. 15-20
15.3 Opwarmen
Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Gerechten opwarmen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen
heet worden.
Neem vormen en accessoires altijd met behulp van
een pannenlap uit de binnenruimte.
WAARSCHUWING‒Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging
ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt be-
reikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een
kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid gebo-
den. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspat-
ten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een le-
pel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorko-
men.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
1.
De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen
en in een vorm doen die geschikt is voor de magne-
tron.
2.
De gerechten vlak in de vorm verdelen.
3.
De gerechten met een passend deksel, een bord of
speciale folie voor de magnetron afdekken.
4.
In werking stellen.
5.
De gerechten tussendoor meerdere malen keren of
omroeren.
De snelheid waarmee de verschillende componenten
van de gerechten warm worden kan verschillen.
6.
Controleer de temperatuur.
7.
Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig
wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minu-
ten bij kamertemperatuur laten rusten.
1
De ontdooide delen van elkaar losmaken.
2
Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
3
De verpakking volledig verwijderen.
4
Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
5
De stukken gebak van elkaar scheiden.
17

nl Zo lukt het
Opwarmen van diepgevroren gerechten met magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
Gerecht Gewicht ing Magnetronvermogen
in W
Tijdsduur in min
Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met
2-3 componenten
300-400 600 8-11
Soep 400 600 8-10
Eenpansgerecht 500 600 10-13
Plakken of stukken vlees in saus, bijv. gou-
lash
500 600 12-17
1
Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni 450 600 10-15
Bijgerechten, bijv. rijst, pasta
2
250 600 2-5
Bijgerechten, bijv. rijst, pasta
2
500 600 8-10
Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels
3
300 600 8-10
Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels
3
600 600 14-17
Spinazie a la crème
4
450 600 11-16
Opwarmen met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht.
Gerecht Hoeveelheid Magnetronvermogen
in W
Tijdsduur in min
Dranken
5
200ml 800 2-3
6,7
Dranken
5
500ml 800 3-4
6,7
Babyvoeding, bijv. flesjes melk
8
50ml 360 ca. 0,5
9,10
Babyvoeding, bijv. flesjes melk
8
100ml 360 ca. 1
9,10
Babyvoeding, bijv. flesjes melk
8
200ml 360 1,5
9,10
Soep 1 kop 200g 600 2-3
Soep 2 koppen 400g 600 4-5
Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met
2-3 componenten
350-500g 600 4-8
Vlees in saus
11
500g 600 8-11
Eenpansgerecht 400g 600 6-8
Eenpansgerecht 800g 600 8-11
Groente, 1 portie
2
150g 600 2-3
Groente, 2 porties
2
300g 600 3-5
15.4 Bereiden
Met uw apparaat kunt u gerechten bereiden.
Gerechten bereiden
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen
heet worden.
Neem vormen en accessoires altijd met behulp van
een pannenlap uit de binnenruimte.
1
Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken.
2
Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
3
Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
4
Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
5
Doe een lepel in het glas.
6
Alcoholische dranken niet verwarmen.
7
Het voedsel tussendoor controleren.
8
Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.
9
Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden.
10
Beslist de temperatuur controleren.
11
De lapjes vlees van elkaar scheiden.
18

Zo lukt het nl
1.
Controleer of de vorm in de binnenruimte past en of
de draaifschijf ongehinderd kan draaien.
2.
De gerechten vlak in de vorm verdelen.
3.
De gerechten met een passend deksel, een bord of
speciale folie voor de magnetron afdekken.
4.
De vorm op de draaischijf plaatsen.
5.
In werking stellen.
6.
Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig
wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minu-
ten bij kamertemperatuur laten rusten.
Bereiden met magnetron
Gerecht Hoeveel-
heid
Accessoires Magne-
tronvermo-
gen in W
Tijdsduur
in min
Aanwijzingen
Vis, bijv. filetstukken 400g Open vorm 600 10 – 15 Aan het gerecht een beetje wa-
ter, citroensap of wijn toevoe-
gen.
Groente, vers 250g Gesloten servies 600 5 – 10 De ingrediënten in even grote
stukken snijden. Per 100g 1 tot
2el water toevoegen. Roer het
gerecht tussendoor om.
Groente, vers 500g Gesloten servies 600 10 – 15 Roer het gerecht tussendoor
om.
Aardappelen 250g Gesloten servies 600 8 – 10 De ingrediënten in even grote
stukken snijden. Per 100g 1 tot
2el water toevoegen. Roer het
gerecht tussendoor om.
Aardappelen 500g Gesloten servies 600 11 – 14 De ingrediënten in even grote
stukken snijden. Per 100g 1 tot
2el water toevoegen. Roer het
gerecht tussendoor om.
Aardappelen 750g Gesloten servies 600 15 – 22 De ingrediënten in even grote
stukken snijden. Per 100g 1 tot
2el water toevoegen. Roer het
gerecht tussendoor om.
Rijst 125g Gesloten servies 1.
800
2. 180
1. 5 – 7
2. 12 – 15
De dubbele hoeveelheid vloei-
stof toevoegen.
Rijst 250g Gesloten servies 1.
800
2. 180
1. 6 – 8
2. 15 – 18
De dubbele hoeveelheid vloei-
stof toevoegen.
Fruit, compote 500g Gesloten servies 600 9 – 12 –
Zoete desserts,
bijv.pudding, instant
500ml Gesloten servies 600 5 – 8 De pudding tussendoor met de
garde 2 tot 3 keer goed omroe-
ren.
Pudding van puddingpoeder
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen
heet worden.
Neem vormen en accessoires altijd met behulp van
een pannenlap uit de binnenruimte.
1.
Een pakje puddingpoeder volgens de aanwijzingen
op de verpakking met suiker en een beetje melk in
een voor de magnetron geschikte hoge schaal door
elkaar roeren, zodat er geen klontjes aanwezig zijn.
2.
De rest van de melk toevoegen en nogmaals door-
roeren.
3.
De schaal in de binnenruimte plaatsen en de appa-
raatdeur sluiten.
4.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
5.
Na 3minuten voor de eerste keer omroeren. Dan
steeds na één minuut omroeren, tot de gewenste
consistentie is bereikt.
De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur van de
melk en de gebruikte kom.
15.5 Tips voor het de volgende keer
ontdooien, verwarmen en bereiden met de
magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ont-
dooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
19

nl Montagehandleiding
Vraag Tip
Uw gerecht is te droog. Verkort de tijdsduur of
kies een lager magne-
tronvermogen.
Het gerecht afdekken en
meer vloeistof toevoe-
gen.
Uw gerecht is na het ver-
strijken van de tijd nog niet
ontdooid, opgewarmd of
gaar.
Verleng de tijdsduur. Bij
grotere hoeveelheden en
hogere gerechten is meer
tijd nodig.
Uw gerecht is na het ver-
strijken van de tijd van bin-
nen nog niet klaar, maar
van de buitenkant reeds
oververhit.
Tussentijds doorroeren.
Verlaag het magnetron-
vermogen en verleng de
tijdsduur.
Vraag Tip
Uw vlees of gevogelte is
na het ontdooien van bin-
nen nog steeds niet ont-
dooid, maar van buiten al
gegaard.
Verlaag het magnetron-
vermogen.
Grote te ontdooien pro-
ducten meerdere malen
keren.
15.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt,
om het testen van het apparaat conform EN
60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de
norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakke-
lijken.
Bereiden met magnetron
Gerecht Magnetronvermogen
in W
Tijdsduur in min Aanwijzing
Kandeel, 750g 1. 360
2. 90
1. 12-17
2. 20-25
Pyrexvorm 20 x 25 cm op de
draaischijf plaatsen.
Biscuitgebak 600 8-10 Pyrexvorm Ø 22 cm op de draai-
schijf plaatsen.
Gehaktbrood 600 23-28 Pyrexvorm op de draaischijf plaat-
sen.
Ontdooien met de magnetron
Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron.
Gerecht Magnetronvermogen
in W
Tijdsduur in min Aanwijzing
Vlees 1. 180
2. 90
1. 5-7
2. 10-15
Pyrexvorm Ø 22 cm op de draai-
schijf plaatsen.
Montagehandleiding16 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
16.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op trans-
portschade en de volledigheid van de levering.
20L
16.2 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de
veiligheidsaanwijzingen in acht.
20

Montagehandleiding nl
¡ De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een
deskundige montage volgens de montage-
handleiding. De installateur is verantwoorde-
lijk voor een goede werking op de plaats
van opstelling.
¡ Het apparaat na het uitpakken controleren.
Niet aansluiten in geval van transportschade.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ De transparante folie aan de binnenkant van
de deur nooit verwijderen.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen
een temperatuur tot maximaal 95°C, aan-
grenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen in-
vloed hebben op de werking van elektrische
componenten.
¡ Apparaten zonder stekker mogen alleen
door geschoold personeel worden aangeslo-
ten. Bij schade door een verkeerde aanslui-
ting kunt u geen aanspraak maken op ga-
rantie.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Onderdelen die tijdens de montage toeganke-
lijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels lei-
den.
Veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-
toegestane adapters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
16.3 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Alleen een elektricien mag rekening houdende met
de desbetreffende voorschriften een stopcontact
plaatsen of een aansluitkabel vervangen.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voor-
schriften aangebracht, randgeaard stopcontact aan-
sluiten.
Wanneer de stekker na het inbouwen niet meer toe-
gankelijk is, moet een schakelaar met een contactaf-
stand van minstens 3 mm worden geïnstalleerd. De
bescherming tegen aanraking dient door de inbouw
te zijn gewaarborgd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op
garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding overeen-
komstig de kleurcodering aansluiten:
groen-geel = aarddraad
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
16.4 Inbouw in bovenkast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden
in de bovenkast in acht.
Alleen apparaten met 20 l in een bovenkast inbouwen.
21

nl Montagehandleiding
16.5 Inbouw in hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden
in de hoge kast in acht.
16.6 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten die-
nen de tussenschotten te beschikken over een ventila-
tieopening.
Om voldoende ventilatie van de apparaten te waarbor-
gen, is een ventilatieopening van minimaal 200cm² in
de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden
of een ventilatierooster aanbrengen.
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is
gewaarborgd.
Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren
er zonder probleem uitgenomen kan worden.
16.7 Apparaat van 20 l voorbereiden
1.
Bij een kastnis met 380
+2
mm hoogte de pootjes aan
de bodem van de magnetron bevestigen.
De afstandshouder aan de bevestigingshoek be-
vestigen.
2.
Het aansluitsnoer achteraan langs het apparaat lei-
den zodat het snoer niet heet, geknikt of ingeklemd
wordt.
16.8 Apparaat van 25 l voorbereiden
Het aansluitsnoer achteraan langs het apparaat lei-
den zodat het snoer niet heet, geknikt of ingeklemd
wordt.
22

Montagehandleiding nl
16.9 Meubel voorbereiden
De kantelbeveiliging monteren.
16.10 Apparaat monteren
1.
Het apparaat gecentreerd uitlijnen.
2.
Het apparaat aan het meubel vastschroeven.
– Bij een kastnis met 380
+2
mm hoogte de langste
schroef gebruiken.
– Bij een kastnis met 362
+3
mm hoogte de kortste
schroef gebruiken.
23

Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9001626623*
9001626623 (050806) REG25
nl

