
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de
QR-code op de titelpagina.
InhoudsopgaveInhoudsopgave
1 Veiligheid ..................................... 3
1.1 Algemene aanwijzingen ............. 3
1.2 Bestemming van het appa-
raat ................................................. 3
1.3 Inperking van de gebruikers ..... 3
1.4 Veilige installatie .......................... 4
1.5 Veiliger gebruik ........................... 6
1.6 Veilige reiniging en onderhou-
d ..................................................... 8
2 Materiële schade vermijden ....... 9
3 Milieubescherming en bespa-
ring .............................................. 10
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 10
3.2 Zuinig met energie en hulp-
bronnen ....................................... 10
3.3 Energiebesparingsmodus ....... 10
4 Opstellen en aansluiten ............ 10
4.1 Apparaat uitpakken .................. 10
4.2 Inhoud van de verpakking ....... 11
4.3 Vereisten ten aanzien van de
opstelplaats ................................ 11
4.4 Transportbeveiligingen verwij-
deren ........................................... 12
4.5 Apparaat aansluiten ................. 13
4.6 Stellen van het apparaat .......... 14
5 Voor het eerste gebruik ............ 15
5.1 Wascyclus zonder wasgoed
starten ......................................... 15
6 Uw apparaat leren kennen ........ 16
6.1 Apparaat ..................................... 16
6.2 Wasmiddellade .......................... 16
6.3 Bedieningspaneel ..................... 17
7 Display ........................................ 17
8 Toetsen ....................................... 19
9 Programma's .............................. 20
10 Accessoires ............................. 24
11 Wasgoed .................................. 25
11.1 Wasgoed voorbereiden ......... 25
11.2 Verzorgingsaanwijzingen op
verzorgingslabels .................... 25
12 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel ............................. 26
13 De Bediening in essentie ....... 26
13.1 Apparaat inschakelen ............ 26
13.2 Programma instellen .............. 26
13.3 Deur openen ............................ 26
13.4 Trommel vullen met wasgoe-
d ................................................. 27
13.5 Doseerhulp plaatsen .............. 27
13.6 Doseerhulp gebruiken ........... 27
13.7 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel doseren ............. 27
13.8 Starten van het program-
ma .............................................. 28
13.9 Wasgoed inweken .................. 28
13.10 Wasgoed bijvullen ................ 28
13.11 Progr. annuleren ................... 28
13.12 Programma bij spoelstop
hervatten ................................ 28
13.13 Wasgoed uitnemen .............. 29
13.14 Apparaat uitschakelen ......... 29
14 Kinderslot ................................ 29
14.1 Kinderslot inschakelen .......... 29
14.2 Kinderslot deactiveren ........... 29
15 Basisinstellingen .................... 29
15.1 Overzicht van de basisinstel-
lingen ........................................ 29
15.2 Basisinstellingen wijzigen ...... 29
16 Reiniging en onderhoud ......... 30
16.1 Toestel onderhouden ............. 30
16.2 Trommel reinigen .................... 30
16.3 Schoonmaken van de was-
middellade ............................... 31
2

Veiligheid nl
16.4 Afvoerpomp reinigen .............. 31
16.5 Rubbermanchet reinigen ....... 34
17 Storingen verhelpen ............... 35
17.1 Noodontgrendeling ................. 40
17.2 Elektronische kaart reset-
ten .............................................. 40
18 Transporteren, opslaan en af-
voeren ....................................... 40
18.1 Apparaat demonteren ............ 40
18.2 Transportbeveiligingen plaat-
sen ............................................. 41
18.3 Apparaat opnieuw in gebruik
nemen ....................................... 41
18.4 Afvoeren van uw oude appa-
raat ............................................ 41
19 Servicedienst .......................... 41
19.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) .......... 42
20 Verbruikswaarden ................... 42
21 Technische gegevens ............ 43
Veiligheid 1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om wasmachinebestendig textiel en wol voor de handwas vol-
gens het onderhoudsetiket te wassen.
¡ met leidingwater en gangbare, voor de wasmachine geschikte
wasmiddelen en onderhoudsmiddelen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
3

nl Veiligheid
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen tot 3jaar en huisdieren niet bij het appa-
raat kunnen komen.
1.4 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
De installatie moet zijn voorzien van een afdoende grote aderdi-
ameter.
Bij het gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met
het teken gebruiken.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn
ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warm-
tebronnen in contact brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in con-
tact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
4

Veiligheid nl
WAARSCHUWING‒Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren
gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-
schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak
om de huisinstallatie aan te passen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
Het apparaat niet alleen optillen.
Als dit apparaat op ondeskundige wijze in een was-droogzuil
wordt opgesteld, kan het opgestelde apparaat naar beneden val-
len.
De droger uitsluitend met de verbindingset van de drogerfabri-
kant op een wasmachine stapelen Een andere plaatsingsmetho-
de is niet toegestaan.
Het apparaat niet in een was-droogzuil opstellen als de droger-
fabrikant geen passende verbindingsset aanbiedt.
Geen apparaten van verschillende fabrikanten en met verschil-
lende diepte en breedte in een was-droogzuil opstellen.
Geen was-droogzuil op een platform opstellen, de apparaten
kunnen kantelen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Het apparaat kan tijdens het bedrijf trillen of bewegen.
Het apparaat op een schone, vlakke en stevige ondergrond op-
stellen.
Het apparaat middels de apparaatvoeten en een waterpas hori-
zontaal stellen.
5

nl Veiligheid
Bij ondeskundig gelegde slangen en netaansluitleidingen bestaat
er struikelgevaar.
De slangen en aansluitkabels zodanig leggen dat men er niet
over kan struikelen.
Wanneer het apparaat aan uitstekende onderdelen wordt ver-
plaatst, zoals bijvoorbeeld de vuldeur, dan kunnen de onderdelen
afbreken.
Het apparaat niet aan uitstekende onderdelen verplaatsen.
VOORZICHTIG‒Kans op snijden!
Scherpe randen aan het apparaat kunnen bij aanrakingen tot snij-
wonden leiden.
Het apparaat niet aan scherpe randen aanraken.
Veiligheidshandschoenen gebruiken bij installatie en transport
van het apparaat.
1.5 Veiliger gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen en de kraan sluiten.
Neem contact op met de klantenservice.
Pagina41
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensge-
vaar geraken.
Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van
de apparaatdeur blokkeert of verhindert.
6

Veiligheid nl
Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot
van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaat-
deur niet langer sluit.
Bij het centrifugeren van grotere, waterondoorlaatbare stukken
wasgoed kan er onbalans ontstaan die tot letsels kan leiden.
Geen grotere, waterondoorlaatbare stukken wasgoed zoals de-
kens of matrasbeschermers in het apparaat wassen en centrifu-
geren.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Was- en verzorgingsmiddelen kunnen bij inname tot vergiftigingen
leiden.
Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
WAARSCHUWING‒Explosiegevaar!
Wanneer wasgoed met oplosmiddelhoudende, ontvlambare reini-
gingsmiddelen werd voorbehandeld, kan dit in het apparaat tot
een explosie leiden.
Voorbehandeld wasgoed voor het wassen grondig met water
spoelen.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Bij het op het apparaat klimmen of klauteren kan de afdekplaat
breken.
Niet op het apparaat klimmen of klauteren.
Bij het zitten of leunen op de geopende deur kan het apparaat
kantelen.
Niet op de apparaatdeur zitten of leunen.
Geen voorwerpen op de apparaatdeur plaatsen.
7

nl Veiligheid
Grijpen in de draaiende trommel kan tot letsel aan de handen lei-
den.
Wacht tot de trommel volledig stil staat voordat u met uw hand
in de trommel grijpt.
VOORZICHTIG‒Kans op verbranding!
Het sop wordt heet bij het wassen met hoge temperaturen.
Raak het hete sop niet aan.
VOORZICHTIG‒Kans op chemische brandwonden!
Bij het openen van de wasmiddellade kunnen wasmiddel en ver-
zorgingsmiddel uit het apparaat spatten.
Contact met ogen of huid kan tot irritaties leiden.
Bij contact met wasmiddelen of verzorgingsmiddelen de ogen
of de huid grondig spoelen met schoon water.
Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
1.6 Veilige reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Het toestel of de eigenschappen van het toestel nooit technisch
veranderen.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het
ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
Vóór het reinigen de netstekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
8

Materiële schade vermijden nl
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het gebruiken van niet originele reserveonderdelen en niet origi-
nele accessoires is gevaarlijk.
Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen en originele ac-
cessoires van de fabrikant.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Bij het gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kun-
nen giftige dampen ontstaan.
Geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Materiële schade vermijden2 Materiële schade ver-
mijden
LET OP
Een verkeerde dosering van wasver-
zachters, wasmiddelen, verzorgings-
middelen en reinigingsmiddelen kan
de werking van het apparaat beïn-
vloeden.
De doseeraanbevelingen van de
fabrikant aanhouden.
Het overschrijden van de maximale
beladingshoeveelheid heeft invloed
op de werking van het apparaat.
De maximale beladingshoeveel-
heid voor elk programma aanhou-
den en niet overschrijden.
Pagina20
Het apparaat is voor transport met
transportbeveiligingen geborgd.
Niet verwijderde transportbeveiligin-
gen kunnen leiden tot materiële scha-
de en schade aan het apparaat.
Voor inbedrijfstelling alle transport-
beveiligingen volledig verwijderen
en bewaren.
Voor elk transport alle transportbe-
veiligingen volledig inbouwen, om
transportschade te vermijden.
De ondeskundige aansluiting van de
watertoevoerslang kan tot materiële
schade leiden.
De schroefverbindingen aan de
watertoevoer handvast aantrekken.
De watertoevoerslang direct zon-
der bijkomende verbindingsele-
menten, zoals adapter, verleng-
stukken of venteielen op de water-
kraan aansluiten.
De ventielbehuizing van de water-
toevoerslang contactvrij met de
omgeving inbouwen en niet aan
externe krachtinwerking blootstel-
len.
Erop letten dat de binnendiameter
van de waterkraan minstens 17
mm bedraagt.
Erop letten dat de lengte van de
schroefdraad aan de aansluiting
naar de waterkraan minstens 10
mm bedraagt.
Een te lage of te hoge waterdruk kan
de apparaatfunctie hinderen.
Zorg ervoor dat de waterdruk op
de watertoevoerinstallatie tenmin-
ste 100kPa (1bar) en maximaal
1000kPa (10bar) is.
Wanneer de waterdruk de aange-
geven maximale waarde over-
schrijdt, dan moet een reduceer-
ventiel tussen de wateraansluiting
9

nl Milieubescherming en besparing
en de slangenset van het apparaat
worden geïnstalleerd.
Het apparaat niet op de meng-
kraan van een drukloze geiser of
boiler aansluiten.
Gewijzigde of beschadigde water-
slangen kunnen tot materiële schade
en schade aan het apparaat leiden.
Nooit waterslangen knikken, knel-
len, wijzigen of doorsnijden.
Alleen meegeleverde waterslangen
of originele reserveslangen gebrui-
ken.
Nooit gebruikte waterslangen her-
gebruiken.
Het gebruik met vervuild of te heet
water kan materiële schade en scha-
de aan het apparaat veroorzaken.
Het apparat uitsluitend met koud
leidingwater gebruiken.
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
Het apparaat uitsluitend reinigen
met water en een zachte, vochtige
doek.
Bij contact met het apparaat direct
alle wasmiddelresten, sproeinevel-
resten of restanten verwijderen.
Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en
besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Zuinig met energie en hulp-
bronnen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom en
water.
Programma's met lage temperatu-
ren en langere wastijden gebruiken
en de maximale beladingscapaci-
teit gebruiken.
Pagina20
Wasmiddel overeenkomstig de
mate van verontreiniging van het
wasgoed doseren.
Wastemperatuur bij licht en nor-
maal verontreinigd wasgoed redu-
ceren.
Stel het maximale toerental in,
wanneer het wasgoed aansluitend
in de wasdroger gedroogd moet
worden.
Wasgoed zonder voorwas wassen.
3.3 Energiebesparingsmodus
Wanneer u het toestel korte tijd niet
bedient, dan schakelt het automa-
tisch naar de energiespaarstand. Alle
aanwijzingen verdwijnen en Start/Bij-
vullen knippert.
De energiebespaarmodus wordt af-
gesloten, wanneer u het apparaat op-
nieuw bedient.
Opstellen en aansluiten4 Opstellen en aansluiten
4.1 Apparaat uitpakken
LET OP
Voorwerpen die in de trommel ach-
terblijven, en die niet voor het gebruik
van het apparaat bedoeld zijn, kun-
10

Opstellen en aansluiten nl
nen tot materiële- en apparaatschade
leiden.
Voor gebruik alle deze voorwerpen
en de meegeleverde accessoires
uit de trommel verwijderen.
1.
Verwijder verpakkingsmateriaal en
bescherming volledig van het ap-
paraat.
"Afvoeren van de verpakking",
Pagina10
2.
Controleer het apparaat op zicht-
bare beschadigingen.
3.
De deur openen.
Pagina26
4.
Verwijder de accessoires uit de
trommel.
5.
De deur sluiten.
4.2 Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
LET OP
Het gebruik met onvolledig of defect
toebehoren kan de werking van het
apparaat hinderen of materiële scha-
de en schade aan het apparaat ver-
oorzaken.
Het apparaat niet met onvolledig of
defect toebehoren gebruiken.
Het toebehoren vóór het gebruik
van het apparaat vervangen.
"Accessoires", Pagina24
Opmerking: Bij het apparaat werd af
fabriek een functietest uitgevoerd.
Hierbij kunnen watervlekken in het
apparaat ontstaan die de eerste was-
beurt verwijdert.
De levering bestaat uit:
Wasmachine
Begeleidende documenten
Transportbeveiligingen
Pagina12
Afdekkap
1
Watertoevoerslang
Pagina13
4.3 Vereisten ten aanzien van
de opstelplaats
WAARSCHUWING‒
Kans op elektrische schok!
Het apparaat bevat spanningsvoeren-
de delen.
Het aanraken van spanningsvoeren-
de delen is gevaarlijk.
Gebruik het apparaat niet zonder
afdekplaat.
WAARSCHUWING‒
Kans op letsel!
Bij gebruik op een sokkel kan het ap-
paraat kantelen.
De apparaatvoeten voor inbedrijf-
stelling op een sokkel absoluut
met de bevestigingen
Pagina25
van de fabrikant be-
vestigen.
LET OP
Bevriezend restwater in het apparaat
kan leiden tot beschadiging van het
apparaat.
Het apparaat niet op vorstgevoeli-
ge plaatsen of buiten plaatsen en
gebruiken.
Wanneer het apparaat meer dan 40°
wordt gekanteld, dan kan restwater
uit het apparaat lopen en materiële
schade veroorzaken.
Kantel het apparaat voorzichtig.
Transporteer het apparaat rechtop.
Opstelplaats Vereisten
Houder Het apparaat met
borglippen
Pagina25
be-
vestigen.
1
Het aantal afdekkappen varieert afhankelijk van het model.
11

nl Opstellen en aansluiten
Opstelplaats Vereisten
Vloer met houten
balken
Plaats het appa-
raat op een water-
bestendige hou-
ten plaat (dikte
minimaal 30mm)
welke vast op de
vloer is ge-
schroefd.
Kitchenette Het apparaat al-
leen onder een
doorlopend werk-
blad plaatsen, dat
vast met de naast-
liggende kast is
verbonden. Beno-
digde nisbreedte:
60cm.
Aan een wand Geen netaansluit-
kabel en geen
slangen tussen
wand en apparaat
inklemmen.
4.4 Transportbeveiligingen
verwijderen
Het apparaat is voor transport met
transportbeveiligingen aan de achter-
zijde van het apparaat geborgd.
Opmerking: Bewaar de bouten van
de transportbeveiligingen en de hul-
zen voor een later transport.
1.
De slang en de netaansluitkabel
uit de houders verwijderen.
2.
Alle bouten van de 4 transportbe-
veiligingen met een steeksleutel
met sleutelbreedte 13 losmaken
en verwijderen .
3.
De 4 hulzen verwijderen.
4.
De afdekkap plaatsen en naar on-
deren schuiven.
Opmerkingen
Let op het aantal afdekkappen
in de leveringsomvang
12

Opstellen en aansluiten nl
Bij vier afdekkappen in de leve-
ringsomvang de afdekkappen in
de vier openingen voor de trans-
portbeveiligingen inzetten.
Bij één afdekkap in de leverings-
omvang, de afdekkap in de on-
derste linkeropening voor de
transportbeveiliging inzetten.
Opmerking: Om de transportbeveili-
gingen voor het transport in het ap-
paraat te plaatsen, maakt u deze
stappen ongedaan in de omgekeer-
de volgorde.
4.5 Apparaat aansluiten
Watertoevoerslang aansluiten
LET OP
De ondeskundige aansluiting van de
watertoevoerslang kan tot materiële
schade leiden.
De schroefverbindingen aan de
watertoevoer handvast aantrekken.
1.
De watertoevoerslang op het appa-
raat aansluiten.
2.
De watertoevoerslang op de kraan
(26,4 mm = 3/4") aansluiten.
3.
De kraan voorzichtig openen en
controleren of de aansluitingen
dicht zijn.
Aansluitsoorten waterafvoer
De informatie helpt u dit apparaat op
de waterafvoer aan te sluiten.
LET OP
Bij het afpompen staat de wateraf-
voerslang onder druk en kan van de
geïnstalleerde aansluitpositie losra-
ken.
De waterafvoerslang tegen onbe-
doeld losraken borgen.
Bij een verstopte of afgesloten afvoer
kan opgehoopt afvalwater in het ap-
paraat terugstromen.
Vóór het gebruik van het apparaat
ervoor zorgen dat het afvalwater
13

nl Opstellen en aansluiten
snel wegstroomt en verstoppingen
verhelpen.
Opmerking: Neem de afpomphoog-
tes in acht.
De maximale afpomphoogte be-
draagt 100cm.
Sifon De aansluitpositie
met een slang-
klem (24-40 mm)
borgen.
Wastafel De wateraf-
voerslang met
een bochtstuk
fixeren en borgen.
"Accessoires",
Pagina25
Kunststof stand-
pijp met rubbe-
ren mof of een
afvoerputje
De wateraf-
voerslang met
een bochtstuk
fixeren en borgen.
"Accessoires",
Pagina25
Apparaat elektrisch aansluiten
Opmerking: Uw elektrische huisin-
stallatie voor dit apparaat moet aan
de lokale wettelijke bepalingen en
veiligheidsvoorschriften voldoen en
moet een aardlekschakelaar bevat-
ten.
1.
De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat vindt u in de technische ge-
gevens
Pagina43
.
2.
De netstekker op vastheid contro-
leren.
4.6 Stellen van het apparaat
Om geluiden en trillingen te reduce-
ren en het wandelen van het appa-
raat te vermijden, stelt u het apparaat
horizontaal.
1.
Draai de contramoeren rechtsom
met een steeksleutel met sleutel-
breedte 17.
2.
Om het apparaat te stellen, aan de
apparaatvoetjes draaien. De hori-
zontale afstelling van het apparaat
met waterpas controleren.
Alle apparaatvoeten moeten stevig
op de grond staan.
3.
De contramoeren met een steek-
sleutel met sleutelbreedte 17
14

Voor het eerste gebruik nl
handvast tegen de behuizing vast-
draaien.
Het apparaatvoetje daarbij vast-
houden en niet in de hoogte ver-
stellen.
Voor het eerste gebruik5 Voor het eerste gebruik
Bereid het apparaat voor voor het ge-
bruik.
5.1 Wascyclus zonder was-
goed starten
Uw apparaat werd voor het verlaten
van de fabriek grondig gecontro-
leerd. Om eventueel restwater te ver-
wijderen, wast u de eerste keer zon-
der wasgoed.
1.
De programmakiezer op Trommel
reinigen zetten.
2.
De deur sluiten.
3.
De wasmiddellade uittrekken.
4.
Ca. 1 liter leidingwater in comparti-
ment II gieten.
5.
Poederwasmiddel met zuurstof-
bleekmiddel in doseerlade II doen.
Gebruik om schuimvorming te ver-
mijden, slechts de helft van de
door de wasmiddelfabrikant aan-
bevolen hoeveelheid voor lichte
verontreiniging. Gebruik geen wol-
of fijnwasmiddel.
6.
Schuif de wasmiddellade in het
toestel.
7.
Het programma starten.
Pagina28
8.
De eerste wascyclus starten of de
programmakiezer op Uit zetten,
om het apparaat uit te schakelen.
"De Bediening in essentie",
Pagina26
15

nl Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen6 Uw apparaat leren kennen
6.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
1
2
4
6
3
5
7
7
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de
kleur en de vorm.
Serviceklep en pomp
Pagina31
Deur
Pagina26
Wasmiddellade
Pagina16
Bedieningspaneel
Pagina17
Waterafvoerslang
Pagina13
Netaansluitkabel
Pagina14
Transportbeveiligingen
Pagina12
6.2 Wasmiddellade
Opmerking: Neem de gegevens van
de fabrikanten over het gebruik en
de dosering van de wasmiddelen en
onderhoudsmiddelen en de informa-
16

Display nl
tie in de programmabeschrijvingen in
acht.
2
3
1
4
Doseerhulp voor vloeibaar was-
middel
Pagina27
Wasmiddelbakje II: wasmiddel
voor de hoofdwas
Wasmiddelbakje : wasverzach-
ter
Wasmiddelbakje I: wasmiddel
voor de voorwas
6.3 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
2 3
1 1
4
Programma's
Pagina20
Programmakiezer
Pagina26
Display
Pagina17
Knoppen
Pagina19
Display7 Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwij-
zingsteksten.
17

nl Display
Het display toont afhankelijk van de programmastatus enkele aanwijzingen in
het bereik , bijv. .
Voorbeeld display-indicatie
Indicatie Beschrijving
0:40
1
Verwachte programmaduur of resterende tijd van het pro-
gramma in uren en minuten.
10h
1
Programma-eindtijd
Pagina19
8,0
1
Aanbeveling van de maximale beladingshoeveelheid voor
het ingestelde programma in kg.
––– - 1400 Ingestelde centrifugetoerental in t/min.
Pagina20
0: zonder eindcentrifugeren, alleen afpompen
–––: Spoelstop, zonder afpompen
- 90 Ingestelde temperatuur in °C.
Pagina19
(koud)
(Start/Bijvullen
)
Starten, annuleren of pauzeren
brandt: het programma draait en kan worden afgebro-
ken of gepauzeerd.
knippert: het programma kan worden gestart of hervat.
––– Programmastatus: spoelstop
End Programmastatus: programma-einde
brandt: het kinderslot is geactiveerd.
knippert: het kinderslot is geactiveerd en het apparaat
werd bediend.
Pagina29
(Voorwas) De voorwas is geactiveerd.
Pagina20
(Extra stille
was)
Stiller wassen is geactiveerd.
Pagina20
Verkorte programmaduur is geactiveerd.
Pagina19
1
Voorbeeld
18

Toetsen nl
Indicatie Beschrijving
knippert: trommelreiniging vereist. Voer het programma
Trommel reinigen voor de reiniging en het onderhoud van
de trommel en van het loogreservoir uit.
Pagina30
brandt: het spanningscontrolesysteem heeft het program-
ma werd op basis van niet toegestane spanningsonder-
schrijdingen gepauzeerd. De spanning is weer in orde en
het programma wordt voortgezet.
Opmerking: De programmaduur wordt verlengd.
knippert: het spanningscontrolesysteem heeft het pro-
gramma werd op basis van niet toegestane spanningson-
derschrijdingen gepauzeerd.
" knippert en het programma pauzeert.", Pagina37
Opmerking: Het programma wordt voortgezet als de
spanning weer normaal is.
brandt: de deur is vergrendeld en kan niet worden geo-
pend.
knippert: de deur is niet gesloten.
uit: de deur is ontgrendeld en kan worden geopend.
Geen waterdruk.
Pagina36
De waterdruk van de waterkraan is te laag.
1
Foutcode, foutindicatie, signaal.
Pagina35
Toetsen8 Toetsen
De selectie van de programma-instellingen is afhankelijk van het ingestelde
programma.
Ttoets Beschrijving
Start/Bijvullen Programma starten, annuleren of pauzeren.
Speed Perfect Verkorte programmaduur activeren of deactiveren.
Opmerking: Het energieverbruik wordt hoger. Het wasre-
sultaat wordt daardoor niet beïnvloed.
Klaar in De programma-eindtijd vastleggen. De programmaduur is
reeds in het ingestelde aantal uren inbegrepen. Na de
start van het programma wordt de programmaduur weer-
gegeven.
Temp °C De temperatuur aanpassen.
1
Voorbeeld
19

nl Programma's
Ttoets Beschrijving
Het centrifugetoerental aanpassen of ––– (spoelstop) ac-
tiveren.
Met de selectie ––– wordt het water aan het einde van
de wascyclus niet afgepompt en het centrifugeren gede-
activeerd. Het wasgoed blijft in het spoelwater liggen.
3 sec. Het kinderslot activeren of deactiveren.
Pagina29
Voorwas Voorwas activeren of deactiveren, bijv. voor het wassen
van sterk verontreinigd wasgoed.
Opmerking: Doe het wasmiddel voor de voorwas in het
compartiment I en het wasmiddel voor de hoofdwas in het
compartiment II van de wasmiddellade.
Pagina16
Extra stille was Stille werking activeren of deactiveren, bijv. voor het ge-
bruik 's nachts.
De bedieningssignalen en de aanwijssignalen worden ge-
deactiveerd of het apparaat wordt voor de stille werking
aangepast, bijv. door een gereduceerde trommelbewe-
ging.
Programma's9 Programma's
Opmerkingen
De verzorgingslabels van het wasgoed geven u extra aanwijzingen voor de
programmakeuze.
"Verzorgingsaanwijzingen op verzorgingslabels", Pagina25
Met de temperatuurinstelling van het programma wordt gegarandeerd dat de
op het waslabel aanbevolen temperatuur niet wordt overschreden. De in het
apparaat bereikte temperatuur kan van de ingestelde temperatuur afwijken.
Hierbij wordt bij optimale energie-efficiëntie een zo goed mogelijk wasresul-
taat bereikt.
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Katoen Stevig textiel van katoen en linnen wassen.
Ook geschikt als verkort programma voor normaal
vervuild wasgoed als u Speed Perfect activeert.
8,0
5,0
1
1
Speed Perfect geactiveerd
20

Programma's nl
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Programma-instelling:
max. 90 °C
max. 1400 t/min
Eco 40-60 Textiel van katoen en linnen wassen.
Opmerking: Textiel dat volgens het onderhouds-
symbool met 40 °C tot 60 °C wasbaar is,
kan samen worden gewassen.
Het wasresultaat komt overeen met de best moge-
lijke wasresultaatklasse en is conform de wettelijke
voorschriften.Het wasresultaat komt overeen met
de best mogelijke wasresultaatklasse en is conform
de wettelijke voorschriften.
Voor dit programma wordt de wastemperatuur auto-
matisch afhankelijk van de beladingscapaciteit aan-
gepast om een optimale energie-efficiëntie bij een
zo goed mogelijk wasresultaat te bereiken. De was-
temperatuur kan niet worden gewijzigd.
Het centrifugetoerental bedraagt maximaal 1400 t/
min.
8,0
Kreukherstel-
lend
Textiel van synthetisch materiaal wassen.
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 1200 t/min
4,0
Snel/Mix Textiel van katoen, linnen en synthetisch materiaal
wassen.
Geschikt voor licht verontreinigd wasgoed.
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 1400 t/min
4,0
Fijn/Zijde/Anti-
microplastics
Gevoelig, wasbaar textiel van zijde, viscose en syn-
thetische stof wassen.
Gebruik een wasmiddel voor fijne was of zijde.
Opmerking: Was bijzonder gevoelig textiel of textiel
met haken, ogen of beugels in een wasnetje.
Tip: Door de zachte reiniging van het wasgoed ge-
ringe slijtage van textielvezels en microplasticve-
zels.
2,0
21

nl Programma's
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 800 t/min
Wol Met de hand of in de machine wasbaar textiel van
wol of met en groot wolaandeel wassen.
Om krimp van het wasgoed te vermijden, beweegt
de trommel met textiel bijzonder voorzichtig met
lange pauzes.
Gebruik een wasmiddel voor wol.
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 800 t/min
2,0
Spoelen Spoelen met aansluitend centrifugeren en afpom-
pen van het water.
Programma-instelling: max. 1400 t/min
–
Centrifugeren/
Afpompen
Centrifugeren en water afpompen.
Wanneer u alleen het water wilt afpompen, activeer
dan 0. Het wasgoed wordt niet gecentrifugeerd.
Programma-instelling: max. 1400 t/min
–
Hygiene Plus Stevig textiel van katoen en linnen wassen.
Geschikt voor mensen met allergieën en bij hoge
hygiënische eisen.
Opmerking: Wanneer de ingestelde temperatuur is
bereikt, dan blijft deze tijdens het gehele waspro-
ces constant.
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 1400 t/min
6,0
Overhemden Strijkvrije overhemden en blouses van katoen, lin-
nen en synthetische stoffen wassen.
Opmerking: Was overhemden en blouses van zijde
of gevoelige materialen met programma Fijn/Zijde/
Anti-microplastics.
Programma-instelling:
max. 60 °C
max. 800 t/min
2,0
Sport Sporttextiel en vrijetijdstextiel van synthetische stof-
fen wassen.
2,0
22

Programma's nl
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Gebruik een wasmiddel voor sporttextiel.
Gebruik geen wasverzachter.
Tip: Was sterk verontreinigd wasgoed met pro-
gramma Kreukherstellend.
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 800 t/min
Iron Assist Geschikt voor overhemden, t-shirts en soortgelijk
textiel van katoen en linnen.
Programma voor het opwarmen en bevochtigen
van droog textiel met waterdamp om het textiel na
het einde van het programma op te hangen of ge-
makkelijker te kunnen strijken.
De belading van het programma is maximaal vijf
overhemden of vijf t-shirts.
Activeer Speed Perfect als u slechts een stuk was-
goed wilt dampen.
Opmerkingen
Hang het warme en bevochtigde textiel onmid-
dellijk na het einde van het programma op of
strijk het textiel.
Het textiel wordt niet gewassen of gereinigd. Ge-
bruik geen was- of verzorgingsmiddelen.
De waterdamp is heet en kan schade aan be-
paalde soorten weefsel of textiel veroorzaken.
Het programma is daarom niet geschikt voor out-
door-textiel of textiel van zijde en wol, zoals bijv.
pullovers.
–
1
Jeans/ Donke-
re was
Donker en kleurintensief textiel van katoen en
kreukherstellend textiel, bijv. jeans wassen.
Was het wasgoed binnenstebuiten.
Gebruik een vloeibaar wasmiddel.
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 1200 t/min
4,0
1
Wassen niet mogelijk
23

nl Accessoires
Programma Beschrijving Maxi-
male
bela-
ding
(kg)
Trommel reini-
gen
Reiniging en onderhoud van de trommel.
Pagina30
Gebruik het programma in de volgende gevallen:
vóór het eerste gebruik
bij frequent wassen met een wastemperatuur van
40°C en lager
na lange afwezigheid
Gebruik een poederwasmiddel met zuurstofbleek-
middel. Doe het poederwasmiddel met zuurstof-
bleekmiddel in de doseerlade II voor de hoofdwas.
Pagina16
Halveer de hoeveelheid wasmiddel om schuimvor-
ming te vermijden.
Gebruik geen wasverzachter.
Gebruik geen wol-, fijn- of vloeibaar wasmiddel.
Opmerking: Wanneer u langere tijd geen program-
ma met 60°C of hogere temperatuur heeft gebruikt,
knippert de indicatie voor de trommelreiniging ter
herinnering.
–
1
SuperKort
15/30 min.
Textiel van katoen en synthetisch materiaal wassen.
Kort programma voor licht verontreinigde kleine
stukken wasgoed.
De programmaduur bedraagt ca. 30 minuten.
Wilt u de programmaduur tot 15 minuten inkorten,
activeer dan Speed Perfect. De maximale bela-
dingscapaciteit wordt tot 2,0 kg verlaagd.
Programma-instelling:
max. 40 °C
max. 1200 t/min
4,0
2,0
2
Accessoires10 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Tip: Sommig toebehoren is in andere kleuren beschikbaar. Neem contact op
met de servicedienst.
Pagina41
1
Wassen niet mogelijk
2
Speed Perfect geactiveerd
24

Wasgoed nl
Gebruik Bestelnum-
mer
Verlenging watertoe-
voerslang
Koudwater- of Aquastop-watertoe-
voerslang verlengen (2,50 m).
WMZ2381
Verlenging wateraf-
voerslang
Waterafvoerslang verlengen (2,20m). 11057910
Bevestigingsbeugels Stevige stand van het apparaat verbete-
ren.
WMZ2200
Bochtstuk Waterafvoerslang fixeren. 00655300
Inzetunits voor vloei-
baar wasmiddel
Vloeibaar wasmiddel doseren. 00605740
Verhoging Het apparaat hoger plaatsen, zodat het
gemakkelijk gevuld en leeggehaald kan
worden.
WMZPW20W
Microplasticsfilter Externe filter voor de reductie van textiele
microplastics in het afvalwater.
WMZMPF10
Wasgoed11 Wasgoed
11.1 Wasgoed voorbereiden
LET OP
In het wasgoed achtergebleven voor-
werpen kunnen het wasgoed en de
trommel beschadigen.
Voor gebruik alle voorwerpen uit
de zakken van het wasgoed verwij-
deren.
Opmerking
Wanneer u uw wasgoed voorbereid,
beschermt u het apparaat en het tex-
tiel.
Zand en aarde uitborstelen
Wasgoed op kleur en textielsoort
sorteren en daarbij de verzor-
gingslabels aanhouden
Ritssluitingen, klittenbandsluitin-
gen, haken en ogen sluiten
Stoffenriemen, stoffen banden en
koorden samenbinden
Gordijnrollen en loodranden verwij-
deren
was kleine of gevoelige items in
een wasnet
grote en kleine stukken wasgoed
door elkaar wassen
Wasgoed met vlekken direct was-
sen
Wasgoed met gedroogde vlekken
voorbehandelen en meerdere ma-
len wassen
Wasgoed uit elkaar gevouwen in
de trommel doen
Wasgoed dat met een chloorbleek-
middel is voorbereid, meerdere
malen uitspoelen voordat het in de
trommel wordt gedaan
11.2 Verzorgingsaanwijzingen
op verzorgingslabels
Verzorgingsaanwijzingen wassen
Sym-
bool
Aanbevolen programma
Katoen (normaal)
Kreukherstellend (voor-
zichtig)
25

nl Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel
Sym-
bool
Aanbevolen programma
Fijn/zijde voor handwas
(bijzonder voorzichtig)
Wol (handwas)
(niet in de wasmachine
wasbaar)
Wasmiddel en wasverzorgingsmiddel12 Wasmiddel en was-
verzorgingsmiddel
Met de juiste selectie en het gebruik
van wasmiddelen en verzorgingsmid-
delen beschermt u uw apparaat en
uw wasgoed.
Informatie van de fabrikant over ge-
bruik en dosering vindt u op de ver-
pakking.
Opmerkingen
bij gebruik van vloeibare wasmid-
delen uitsluitend zelf stromende
vloeibare wasmiddelen gebruiken
verschillende vloeibare wasmidde-
len niet mengen
wasmiddel en wasverzachter niet
mengen
Geen te lang bewaarde en sterk in-
gedikte producten gebruiken.
gebruik geen oplosmiddelhouden-
de, bijtende of gasvormende mid-
delen
geen chloorbleek gebruiken
Kleurmiddel zelden gebruiken om-
dat het fixeerzout het roestvrij
straal kan aantasten
geen ontkleuringsmiddel in het ap-
paraat gebruiken
De Bediening in essentie13 De Bediening in es-
sentie
13.1 Apparaat inschakelen
Vereiste: Het toestel is correct opge-
steld en aangesloten.
Pagina10
De programmakiezer op een pro-
gramma instellen.
13.2 Programma instellen
1.
Programmakiezer draaien en op
het gewenste programma zetten.
Pagina20
2.
Indien gewenst de programma-in-
stellingen aanpassen.
Pagina19
De programma-instellingen worden
niet permanent voor het program-
ma opgeslagen.
13.3 Deur openen
1.
Onder de deur grijpen en aan de
deur trekken.
2.
De deur openen.
26

De Bediening in essentie nl
13.4 Trommel vullen met was-
goed
Opmerking: Om kreukvorming te ver-
mijden, dient u de maximale belading
van de programma's in acht te ne-
men.
Pagina20
Vereisten
Het wasgoed is voorbereid en ge-
sorteerd.
Pagina25
De trommel is leeg.
1.
De deur openen.
Pagina26
2.
Het wasgoed in de trommel leg-
gen.
3.
De deur sluiten.
Zorg ervoor dat er geen kleine
stukken wasgoed tussen de deur
klem zitten.
13.5 Doseerhulp plaatsen
1.
De wasmiddellade uittrekken.
2.
Het inzetstuk omlaagdrukken en
de wasmiddellade verwijderen .
3.
De doseerhulp plaatsen.
13.6 Doseerhulp gebruiken
Om vloeibaar wasmiddel eenvoudi-
ger te doseren, kunt u in de wasmid-
dellade de doseerhulp gebruiken.
Opmerking: Gebruik geen doseer-
hulp voor dikvloeibare wasmiddelen,
waspoeder, bij geactiveerde voorwas
of einde programma-eindtijd.
Vereisten
De wasmiddellade
Pagina16
is
uitgetrokken.
De doseerhulp is geplaatst.
Pagina27
1.
De doseerhulp naar voren schui-
ven.
2.
De doseerhulp naar onderen klap-
pen en vastklikken.
13.7 Wasmiddel en wasverzor-
gingsmiddel doseren
Opmerking: Houd de aanwijzingen
voor wasmiddel en wasverzorgings-
middel
Pagina26
aan.
27

nl De Bediening in essentie
1.
De wasmiddellade uittrekken.
2.
Indien gewenst de doseerhulp ge-
bruiken.
Pagina27
3.
Vullen met wasmiddel.
"Wasmiddellade", Pagina16
4.
Indien gewenst met wasmiddel vul-
len.
5.
Schuif de wasmiddellade in het ap-
paraat.
13.8 Starten van het program-
ma
Vereisten
Een programma is ingesteld.
Pagina26
De deur is gesloten.
Druk op Start/Bijvullen .
De trommel draait en er vindt een
beladingsherkenning plaats, welke
tot wel 2 minuten kan duren en
daarna stroomt het water in het
apparaat.
Het display toont de programma-
duur of de programma-eindtijd.
Na het programma-einde toont het
display: "End".
13.9 Wasgoed inweken
Opmerking: Om in te weken is geen
extra wasmiddel nodig. Het apparaat
gebruikt het ingespoelde wasmiddel
om in te weken en te wassen.
Vereisten
Het wasgoed is geplaatst.
Pagina27
Het programma is gestart.
Pagina28
1.
Ca. 10 minuten na het starten van
het programma op Start/Bijvul-
len drukken.
Het programma pauzeert en het
wasgoed kan inweken.
2.
Na de gewenste inweektijd op
Start/Bijvullen drukken.
13.10 Wasgoed bijvullen
Na het starten van het programma
kunt u het wasgoed afhankelijk van
de programmastatus verwijderen of
bijvullen.
1.
Druk op Start/Bijvullen .
Het toestel pauzeert.
Opmerking: Als u wasgoed wilt bij-
leggen, neem dan de aanwijzingen
op het display in acht.
Pagina19
2.
De deur openen.
Pagina26
3.
Het wasgoed bijvullen of uitnemen.
4.
De deur sluiten.
5.
Het programma starten.
Pagina28
13.11 Progr. annuleren
1.
Druk op Start/Bijvullen .
2.
De deur openen.
Pagina26
Bij hoge temperatuur en hoog wa-
terniveau blijft de deur van het ap-
paraat om veiligheidsredenen ver-
grendeld.
– Start bij hoge temperatuur het
programma Spoelen.
– Start bij een hoog waterniveau
het programma Centrifugeren
of kies een geschikt programma
voor het afpompen.
Pagina20
3.
Het wasgoed verwijderen.
Pagina29
13.12 Programma bij spoelstop
hervatten
Vereisten
De spoelstop is geactiveerd.
"Toetsen", Pagina20
De laatste spoelbeurt van het inge-
stelde programma is beëindigd en
het wasgoed ligt in het spoelwater.
1.
Het programma Centrifugeren of
een programma voor het afpom-
pen instellen.
Pagina20
2.
Druk op Start/Bijvullen .
28

Kinderslot nl
13.13 Wasgoed uitnemen
1.
De deur openen.
Pagina26
2.
Het wasgoed uit de trommel ne-
men.
13.14 Apparaat uitschakelen
1.
De programmakiezer op Uit zetten.
2.
De waterkraan sluiten.
3.
De rubbermanchet reinigen.
Pagina34
Opmerking: De toesteldeur en de
wasmiddellade open laten om te dro-
gen.
Kinderslot14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat tegen onge-
wenst bedienen via de bedieningsele-
menten.
14.1 Kinderslot inschakelen
Op beide toetsen gedurende 3
sec. ca. 3 seconden drukken.
Het display toont .
De bedieningselementen zijn ge-
blokkeerd.
Het kinderslot blijft ook na het uit-
schakelen van het apparaat en bij
een stroomuitval geactiveerd.
14.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste: Om het kinderslot te deacti-
veren, moet het apparaat zijn inge-
schakeld.
Op beide toetsen gedurende 3
sec. ca. 3 seconden drukken.
Om het lopende programma niet
te annuleren, moet de programma-
kiezer op het uitgangsprogramma
staan.
In het display dooft .
Basisinstellingen15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw
apparaat volgens uw wensen instel-
len.
15.1 Overzicht van de basisin-
stellingen
1
2
3
4
5
Programmakiezer met programmaposi-
ties
Geen basisinstelling.
Het volume van het signaal na
het programma-einde instellen:
0 (uit) tot 4 (heel luid)
Fabrieksinstelling: 3
Het volume van het signaal bij
het kiezen van de toetsen instel-
len:
0 (uit) tot 4 (heel luid)
Fabrieksinstelling: 3
De herinnering voor de trom-
melreiniging activeren (On) of
deactiveren (OFF).
Fabrieksinstelling: On
Het aantal beëindigde program-
ma's weergeven.
15.2 Basisinstellingen wijzigen
1.
Zet de programmakiezer op stand
1.
Pagina29
29

nl Reiniging en onderhoud
2.
Druk op Start/Bijvullen en draai
tegelijkertijd de programmakiezer
op stand 2.
Het display geeft de actuele waar-
de aan.
3.
De gewenste basisinstelling met
de programmakiezer selecteren.
Pagina29
4.
Druk op Klaar in om de waarde te
wijzigen.
5.
Schakel het apparaat uit om de
wijziging op te slaan.
Reiniging en onderhoud16 Reiniging en onder-
houd
16.1 Toestel onderhouden
Maatregel Omstandigheid/inter-
val
Trommel
reinigen
Pagina30
knippert.
U hebt 20 wasbeur-
ten met een tempera-
tuur van 40 °C of la-
ger uitgevoerd.
U hebt het toestel
langere tijd niet ge-
bruikt.
Zeef in de
watertoe-
voer
reinigen
1
Het display toont de
foutcode E:30 -10 /
.
Afvoer-
pomp reini-
gen
Pagina31
U hoort klepperende
geluiden.
Het display toont de
foutcode E:36 -25
-26.
Wasmiddel-
lade reini-
gen
Pagina31
Om de twee maan-
den.
Maatregel Omstandigheid/inter-
val
Rubber-
manchet
reinigen
Pagina34
Na elke wasbeurt.
Apparaat
ontkalken
U ziet kalkvlekken
aan de binnenkant
van de deur of op de
rubbermanchet.
16.2 Trommel reinigen
Reinig de trommel als u 20 wasbeur-
ten bij een temperatuur van 40°C of
lager hebt uitgevoerd, als knippert
of als u het toestel langere tijd niet
hebt gebruikt, minstens echter een
keer per jaar.
VOORZICHTIG‒
Kans op letsel!
Het permanent wassen op lage tem-
peraturen en een ontbrekende be-
luchting van het apparaat kunnen de
trommel beschadigen en kunnen let-
sels veroorzaken.
Regelmatig een programma voor
de reiniging van de trommel uit-
voeren of met temperaturen van
minstens 60°C wassen.
Het apparaat na elk gebruik bij
een geopende deur en wasmiddel-
lade laten drogen.
Het programma Trommel reinigen
zonder wasgoed met een poeder-
reinigingsmiddel met zuurstof-
bleekmiddel of een reinigingsmid-
del voor het onderhoud van de
binnenruimte van het apparaat uit-
voeren.
1
Meer informatie vindt u in de digitale gebruiksaanwijzing door het inscannen van de
QR-code in de inhoudsopgave of op
www.bosch-home.com
.
30

Reiniging en onderhoud nl
16.3 Schoonmaken van de
wasmiddellade
Opmerking: Scan de QR-code om
een animatie van het verloop te zien.
1.
De wasmiddellade uittrekken.
2.
Inzetstuk naar beneden drukken
en de wasmiddellade verwijderen.
3.
Het inzetstuk van onderen naar bo-
ven eruit trekken.
4.
De wasmiddellade en het inzetstuk
met water en borstel reinigen en
drogen.
5.
Het inzetstuk plaatsen en vastklik-
ken.
6.
De opening voor de wasmiddella-
de reinigen.
7.
Schuif de wasmiddellade in het
toestel.
16.4 Afvoerpomp reinigen
Reinig de afvoerpomp regelmatig,
minstens echter een keer per jaar
31

nl Reiniging en onderhoud
evenals in geval van storingen, bijv.
bij verstoppingen of geklapper.
Opmerking: Scan de QR-code om
een animatie van het verloop te zien.
Voordat u de animatie start, de vol-
gende veiligheidsvoorschriften in
acht nemen.
Afvoerpomp legen
1.
De waterkraan sluiten.
2.
Het apparaat uitschakelen.
Pagina29
3.
Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
4.
De serviceklep openen en verwij-
deren.
5.
Een passende opvangbak voor het
aflaten van het waswater onder de
opening schuiven.
6.
Neem de aftapslang uit de houder.
7.
VOORZICHTIGKans op
verbranding!
‒: : Het sop wordt heet bij het
wassen met hoge temperaturen.
Raak het hete sop niet aan.
Trek het afsluitstopje los, om het
wassop in de opvangbak te laten
stromen.
32

Reiniging en onderhoud nl
8.
Na het leegmaken het afsluitstopje
er weer opdrukken.
9.
De aftapslang in de houder klem-
men.
Afvoerpomp reinigen
Vereiste: De afvoerpomp is leeg.
Pagina32
1.
Omdat er nog restwater in de
pomp kan zitten, het deksel er
voorzichtig uit draaien.
Door grote verontreinigingen
kan het filterelement in het
pomphuis vastzitten. Verontreini-
gingen losmaken en filterele-
ment verwijderen.
Het pompdeksel bestaat uit twee
componenten die voor de reiniging
kunnen worden gedemonteerd.
2.
Binnenruimte, schroefdraad van
het pompdeksel en pomphuis rei-
nigen.
3.
Verifieer dat de rotor van de pomp
makkelijk ronddraait.
33

nl Reiniging en onderhoud
4.
Breng het pompdeksel aan.
Controleer of de componenten
van het pompdeksel correct ge-
monteerd zijn.
5.
Het pompdeksel tot aan de aan-
slag aandraaien.
De greep van het pompdeksel
moet verticaal staan.
6.
De serviceklep plaatsen en sluiten.
Vóór de volgende keer wassen
Om te voorkomen dat bij de volgen-
de wasbeurt wasmiddel ongebruikt in
de afvoer stroomt, voert u een ge-
schikt programma voor het afpom-
pen uit nadat u de pomp heeft ge-
leegd.
1.
De waterkraan openen.
2.
De stekker in het stopcontact ste-
ken.
3.
Het apparaat inschakelen.
4.
Een liter water in compartiment II
gieten.
5.
Kies een geschikt programma voor
het afpompen.
Pagina20
16.5 Rubbermanchet reinigen
Reinig de rubbermanchet regelmatig.
1.
De deur openen.
Pagina26
2.
Vreemde voorwerpen en pluizen
uit de trommel en de rubberman-
chet verwijderen.
3.
De rubbermanchet van buiten en
van binnen met een vochtige doek
reinigen en droogwrijven.
34

Storingen verhelpen nl
Storingen verhelpen17 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Het toestel of de eigenschappen van het toestel nooit technisch veranderen.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding
van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-
dere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Het display is gedoofd
en Start/Bijvullen
knippert.
De energiebesparingsmodus is actief.
Druk op Start/Bijvullen .
E:36 -10 / E:30 -80 /
E:18
Waswater wordt niet
weggepompt.
Waterafvoerslang is te hoog aangesloten, geknikt, inge-
klemd of ontoelaatbaar verlengd.
Controleer de installatie van de waterafvoerslang.
Pagina13
Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt.
Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang.
Pomp is verstopt of pompdeksel is niet correct geïn-
stalleerd.
Controleer of het pompdeksel correct is geïnstal-
leerd.
Pagina31
Reinig de afvoerpomp.
Pagina31
Wasmiddeldosering is te hoog.
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke bela-
ding de hoeveelheid wasmiddel.
––– is geactiveerd.
Het programma Centrifugeren of een geschikt pro-
gramma om af te pompen starten.
Pagina20
E:36 -25 -26 Afvoerpomp is verstopt.
Reinig de afvoerpomp.
Pagina31
E:60 -2B / E:32 /
H:32
Toestel heeft het centrifugeren wegens ongelijkmatige
verdeling van het wasgoed afgebroken.
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
35

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
E:30 -10 / Waterkraan is gesloten.
Open de waterkraan.
Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd.
Controleer de installatie van de watertoevoerslang.
Pagina13
De zeven in de watertoevoer zijn verstopt.
Reinig de zeven in de watertoevoer.
Scan de QR-code om een animatie van het verloop te
zien.
Waterdruk is laag.
Controleer of de waterkraan over voldoende water-
druk beschikt.
Waterpeilmeetsysteem is defect.
Met de foutmelding start het toestel een afpompproce-
dure.
1.
Wacht ca. 5 minuten tot de afpompprocedure is be-
ëindigd.
2.
Start het toestel opnieuw op.
Indien nodig start de afpompprocedure opnieuw.
3.
Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op
met de klantenservice.
Pagina41
E:30 -20 Kritieke functiestoring.
Sluit de kraan.
Met de foutmelding start het toestel een afpompproce-
dure.
1.
Wacht ca. 5 minuten tot de afpompprocedure is be-
ëindigd.
2.
Start het toestel opnieuw op.
Indien nodig start de afpompprocedure opnieuw.
3.
Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op
met de klantenservice.
Pagina41
Wasmiddeldosering is te hoog.
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke bela-
ding de hoeveelheid wasmiddel.
Extra water werd gevuld.
Vul tijdens het bedrijf geen extra water in het toestel.
36

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Alle andere foutcodes. Storing
1.
Start het toestel opnieuw op.
2.
Als de storing opnieuw optreedt, koppel het toestel
dan gedurende minstens 30 seconden los van het
stroomnet.
Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3.
Wanneer de storing aanhoudt, neem dan contact op
met de klantenservice.
Pagina41
Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding
door. Documenteer indien mogelijk de storing met fo-
to's en video's.
knippert en het pro-
gramma pauzeert.
Apparaat heeft schommelingen in de voedingsspan-
ning herkend.
Geen handeling nodig. Als de voedingsspanning zich
heeft gestabiliseerd, brandt en het programma loopt
normaal verder.
Sterke schuimvor-
ming.
Wasmiddeldosering is te hoog.
Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzachter
met 0,5 liter water en giet dit mengsel in het com-
partiment II (niet bij outdoor-, sportswear- en donst-
extiel).
Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke bela-
ding de hoeveelheid wasmiddel.
knippert. Deur is niet volledig gesloten.
1.
Zorg ervoor dat er geen kleine stukken wasgoed
tussen de deur klem zitten.
2.
Sluit de deur.
Trommelreiniging vereist.
Reinig de trommel.
Pagina30
Programma start niet. Kinderbeveiliging is geactiveerd.
Deactiveer het kinderslot.
Pagina29
Klaar in is geactiveerd.
Controleer of Klaar in is geactiveerd.
Pagina19
Programma is gepau-
zeerd of afgebroken,
maar deur kan niet
worden geopend.
Temperatuur is te hoog.
Start het programma Spoelen of wacht tot de tem-
peratuur is gedaald.
Waterniveau is te hoog.
Start het programma Centrifugeren of een geschikt
programma om af te pompen.
Pagina20
37

nl Storingen verhelpen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Deur kan bij een
stroomuitval niet wor-
den geopend.
Deur is vergrendeld.
Open de deur met de noodontgrendeling.
Pagina40
Trommel schokt na
programmastart.
Geen storing. Interne motortest is gestart.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Trommel draait, er
stroomt geen water in
het apparaat.
Geen storing. Beladingsherkenning is gedurende 2 mi-
nuten actief.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Het water is in de
trommel niet zicht-
baar.
Geen storing. Water is onder het zichtbare bereik.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Meermaals beginnen
met centrifugeren.
Geen storing. Toestel compenseert onbalans door
meermaals verdelen van het wasgoed.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Trillingen, bewegingen
en luide geluiden van
het toestel tijdens het
centrifugeren.
Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.
Lijn het toestel uit.
Pagina14
Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd.
Zet de apparaatvoeten vast.
Pagina14
Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd.
Verwijder de transportbeveiligingen.
Hoog centrifugetoe-
rental wordt niet be-
reikt.
Toestel compenseert onbalans door gereduceerd cen-
trifugetoerental.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
De programmaduur
wijzigt tijdens de was-
cyclus.
Geen storing. Programmaverloop wordt elektronisch
geoptimaliseerd, extra spoelbewerking wordt door ster-
ke schuimvorming ingeschakeld of onbalans wordt ge-
compenseerd.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Ruisende, sissende of
zuigende geluiden.
Geen storing. Water wordt ingespoeld of waswater
wordt afgepompt.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Geklapper, gerammel
in de pomp.
Er is een vreemd voorwerp in de pomp.
Reinig de afvoerpomp.
Pagina31
Wasmiddelresten op
het wasgoed.
Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen be-
vatten, welke zich op het wasgoed afzetten.
Start het programma Spoelen of borstel het was-
goed na het drogen uit.
38

Storingen verhelpen nl
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Op het textiel hebben
zich na het einde van
het programma Iron
Assist vochtige
vlekken gevormd.
Waterdruppels uit de trommel of van de deur hebben
het textiel vochtig gemaakt. De druppels komen ofwel
van gecondenseerde damp of van restvochtigheid van
het vorige wasprogramma.
Strijk het textiel of hang het op om te drogen.
Wasgoed is na het
centrifugeren te nat.
Laag centrifugetoerental is ingesteld.
Start het programma Centrifugeren.
Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifuge-
toerental in.
Toestel compenseert onbalans door gereduceerd cen-
trifugetoerental.
1.
Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel.
2.
Start het programma Centrifugeren.
Kreukvorming. Gekozen programma is niet geschikt voor de textiel-
soort.
Stel een geschikt programma in.
Pagina20
Hoog centrifugetoerental is ingesteld.
Stel bij de volgende wasbeurt een lager centrifuge-
toerental in.
Belading is niet geschikt.
Neem de maximale beladingshoeveelheid van de
programma's in acht.
Pagina20
Bereid het wasgoed voor.
Pagina25
Bij de watertoe-
voerslang lekt water.
De watertoevoerslang is niet aangesloten of bescha-
digd.
Controleer de installatie van de watertoevoerslang.
Pagina10
Vervang bij beschadiging de watertoevoerslang.
Er lekt water bij de
waterafvoerslang.
Waterafvoerslang is niet correct aangesloten of be-
schadigd.
Controleer de installatie van de waterafvoerslang.
Pagina10
Vervang bij beschadiging de waterafvoerslang.
Water komt onder de
deur naar buiten.
Vervuiling aan deur of manchet veroorzaakt lekkage.
Reinig de deur en de manchet.
Wasmiddel of wasver-
zachter druppelt van
de manchet en verza-
melt zich op de deur
of in de manchetplooi.
In de wasmiddellade is te veel wasmiddel of wasver-
zachter.
Let bij het doseren op de markering in de wasmid-
dellade.
Pagina27
In het compartiment
bevindt zich restwater.
Inzet in compartiment is verstopt.
Reinig de wasmiddellade.
Pagina31
39

nl Transporteren, opslaan en afvoeren
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Wasverzachter blijft in
de wasmiddellade.
Gebruik met wasverzachter is voor het gekozen pro-
gramma niet mogelijk.
Controleer of wasverzachter voor het gekozen pro-
gramma mogelijk is.
Pagina20
In het apparaat is
geurvorming opgetre-
den.
Vochtigheid en wasmiddelresten kunnen de bacterie-
groei stimuleren.
Reinig de trommel.
Pagina30
Als u het apparaat niet gebruikt, laat dan de deur en
wasmiddellade open zodat het restwater kan opdro-
gen.
17.1 Noodontgrendeling
Deur ontgrendelen
Vereiste: De afvoerpomp is leeg.
Pagina32
1.
LET OP‒: : Wegstromend water
kan tot materiële schade leiden.
Open de deur niet als er water
achter het glas te zien is.
De noodontgrendeling met behulp
van gereedschap naar onderen
trekken en loslaten.
Het deurslot is ontgrendeld.
2.
De serviceklep plaatsen en vast-
klikken.
3.
De serviceklep sluiten.
17.2 Elektronische kaart reset-
ten
1.
Start het toestel opnieuw op.
2.
Als de storing opnieuw optreedt,
koppel het toestel dan gedurende
minstens 30 seconden los van het
stroomnet.
Haal stekker van het netsnoer uit
het stopcontact trekken of schakel
de zekering in de meterkast uit.
3.
Wanneer de storing aanhoudt,
neem dan contact op met de klan-
tenservice.
Pagina41
Geef tijdens het telefoongesprek
de exacte foutmelding door. Docu-
menteer indien mogelijk de storing
met foto's en video's.
Transporteren, opslaan en afvoeren18 Transporteren, op-
slaan en afvoeren
18.1 Apparaat demonteren
1.
De waterkraan sluiten.
2.
Watertoevoerslang legen.
3.
Het apparaat uitschakelen.
Pagina29
4.
De stekker van het apparaat uit het
stopcontact halen.
5.
Het sop laten laten weglopen.
"Afvoerpomp reinigen",
Pagina31
6.
De slangen demonteren.
40

Servicedienst nl
18.2 Transportbeveiligingen
plaatsen
Om transportschade te vermijden,
beveiligt u het apparaat vóór het
transport met transportbeveiligingen.
1.
De afdekkap
1
met een schroeven-
draaier verwijderen.
Bewaar de afdekkap.
2.
De 4 transportbeveiligingen plaat-
sen.
18.3 Apparaat opnieuw in ge-
bruik nemen
Voor meer informatie zie Opstellen
en aansluiten
Pagina10
en Lege
wascyclus starten
Pagina15
.
18.4 Afvoeren van uw oude ap-
paraat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING‒
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
Het apparaat niet opstellen achter
een deur die het openen van de
apparaatdeur blokkeert of verhin-
dert.
Bij afgedankte apparaten de stek-
ker van het netsnoer uit het stop-
contact halen, daarna het netsnoer
doorknippen en het slot van de ap-
paraatdeur dusdanig beschadigen,
dat de apparaatdeur niet langer
sluit.
1.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte elek-
trische en elektronische
apparatuur (waste electri-
cal and electronic equip-
ment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de EU
geldige terugneming en
verwerking van oude ap-
paraten.
Servicedienst19 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
1
Het aantal afdekkappen varieert afhankelijk van het model.
41

nl Verbruikswaarden
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de
servicedienst in het kader van de fa-
brieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieduur en de garantievoorwaar-
den in uw land ontvangt u via de QR-
code op het meegeleverde document
over de servicecontacten en garantie-
voorwaarden, bij onze klantenservice,
uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klanten-
service vindt u via de QR-code op
het meegeleverde document over de
servicecontacten en garantievoor-
waarden of op onze website.
19.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
nodig. Deze nummers vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhanke-
lijk van het model:
aan de binnenkant van de deur.
aan de binnenkant van de onder-
houdsklep.
aan de achterkant van het appa-
raat.
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.
Verbruikswaarden20 Verbruikswaarden
De volgende informatie wordt conform de EU-Ecodesign-verordening gegeven.
De opgegeven waarden voor andere programma's als Eco 40-60 zijn slechts
richtwaarden en werden in aansluiting op de geldende norm EN60456 be-
paald.
Programma Bela-
ding
(kg)
Pro-
gram-
ma-
duur
(h:min)
1
Ener-
giever-
bruik
(kWh/
cyclus)
1
Water-
ver-
bruik (l/
cyclus)
1
Maxi-
male
tempe-
ratuur
(°C) 5
min
1
Centri-
fuge-
toeren-
tal (t/
min)
1
Rest-
vocht-
gehalte
(%)
1
Eco 40-60
2
8,0 3:33 0,800 70,0 37 1400 53,00
Eco 40-60
2
4,0 2:40 0,350 36,0 27 1400 53,00
Eco 40-60
2
2,0 2:20 0,180 30 23 1400 53,00
Katoen 20°C 8,0 3:29 0,350 74,0 23 1400 56,00
Katoen 40°C 8,0 3:29 1,000 74,0 42 1400 56,00
1
De werkelijke waarden kunnen door de invloed van waterdruk, hardheid en inlaattem-
peratuur, omgevingstemperatuur, soort, hoeveelheid en vervuiling van het wasgoed,
gebruikt reinigingsmiddel, schommelingen van de stroomvoorziening en geselecteer-
de bijkomende functies van de opgegeven waarden afwijken.
2
Testprogramma conform de EU-Ecodesignverordening en de EU-energielabelverorde-
ning met koud water (15°C).
42

Technische gegevens nl
Programma Bela-
ding
(kg)
Pro-
gram-
ma-
duur
(h:min)
1
Ener-
giever-
bruik
(kWh/
cyclus)
1
Water-
ver-
bruik (l/
cyclus)
1
Maxi-
male
tempe-
ratuur
(°C) 5
min
1
Centri-
fuge-
toeren-
tal (t/
min)
1
Rest-
vocht-
gehalte
(%)
1
Katoen 60°C 8,0 3:29 1,820 74,0 62 1400 56,00
Katoen 40°C
+ Voorwas
8,0 4:10 1,250 84,0 43 1400 56,00
Kreukherstel-
lend 40°C
4,0 2:29 0,860 64,0 44 1200 35,00
Snel/Mix
40°C
4,0 1:00 0,650 46,0 41 1400 55,00
Wol 30°C 2,0 0:34 0,260 44,0 29 800 32,00
Technische gegevens21 Technische gegevens
Apparaathoogte 84,5cm
Apparaatbreedte 59,8cm
Apparaatdiepte 59,0cm
Apparaatdiepte
met gesloten
deur
63,2cm
Apparaatdiepte
met geopende
deur
104,9cm
Gewicht 70,3kg
Maximale bela-
ding
8,0kg
Netspanning 220-240V, 50Hz
Minimale in-
stallatiezekering
10A
Nominaal vermo-
gen
2300W
Opgenomen ver-
mogen
Uit-toestand:
0,15W
Niet-uitgescha-
kelde toestand:
0,50W
Waterdruk Minstens:
100kPa (1bar)
Maximaal:
1000kPa
(10bar)
Lengte van de
watertoe-
voerslang
150cm
Lengte van de
waterafvoerslang
150cm
Lengte van de
netaansluitkabel
160cm
Meer informatie over uw model vindt
u op het internet onder
https://
eprel.ec.europa.eu/qr/2247963
2
. Dit
1
De werkelijke waarden kunnen door de invloed van waterdruk, hardheid en inlaattem-
peratuur, omgevingstemperatuur, soort, hoeveelheid en vervuiling van het wasgoed,
gebruikt reinigingsmiddel, schommelingen van de stroomvoorziening en geselecteer-
de bijkomende functies van de opgegeven waarden afwijken.
2
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
43

nl Technische gegevens
webadres verwijst naar de officiële
EU-productdatabank EPREL.
44




Hartelijk dank voor uw aanschaf van
een huishoudapparaat van Bosch!
Registreer nu uw nieuwe apparaat bij MyBosch en profiteer direct van:
• Slimme aanbevelingen en tips voor uw apparaat
• Opties voor verlenging van de garantie
• Kortingen op accessoires en reserveonderdelen
• Digitale gebruikershandleiding en alle apparaatgegevens onder handbereik
• Eenvoudige toegang tot de huishoudapparatenservice van Bosch
Gratis en eenvoudige registratie – ook op mobiele apparaten:
www.bosch-home.com/welcome
Heeft u hulp nodig? Dan bent u hier aan
het juiste adres.
Voor deskundig advies over uw Bosch huishoudapparaten, hulp bij problemen of
een reparatie door Bosch-experts.
Ervaar alles over de diverse manieren waarop Bosch u ondersteuning bieden:
www.bosch-home.com/service
De contactgegevens van alle landen vindt u in het bijgevoegde service-overzicht.
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company
*9002027626*
9002027626 (050918)
nl

