
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................4
3 Milieubescherming en besparing.......................5
4 Uw apparaat leren kennen..................................6
5 Voor het eerste gebruik ......................................9
6 De Bediening in essentie....................................9
7 Snel voorverwarmen.........................................10
8 Tijdfuncties........................................................10
9 Kinderslot ..........................................................12
10 Reiniging en onderhoud ...................................12
11 Reinigingsondersteuning .................................14
12 Rekjes ................................................................15
13 Apparaatdeur.....................................................16
14 Storingen verhelpen .........................................18
15 Transporteren en afvoeren...............................19
16 Servicedienst.....................................................20
17 Zo lukt het..........................................................20
18 INSTALLATIEVOORSCHRIFT...........................24
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.

Veiligheid nl
3
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Open de apparaatdeur voorzichtig.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet het ter vermijding van risi-
co's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalifi-
ceerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.

nl Materiële schade vermijden
4
▶ Nooit een apparaat met gescheurd of ge-
broken oppervlak gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina20
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
▶ Glazen kapje niet aanraken.
▶ Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder stroom.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen
of de zekering in de meterkast uitschake-
len.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.

Milieubescherming en besparing nl
5
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of
laten steunen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-
cept of de instellingsadviezen dat aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt in de standby-stand:
¡ max.1W bij apparaatvarianten met tijdsweergave
op het display
¡ max.0,5W bij apparaatvarianten zonder tijdsweer-
gave op het display

nl Uw apparaat leren kennen
6
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningsvelden
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw
apparaat instellen en informatie krijgen over de ge-
bruikstoestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
2 3
1
Knoppen en display
De knoppen zijn aanrakingsgevoelige vlakken.
Om een functie te kiezen, slechts licht op het
betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve func-
ties en de tijdfuncties te zien.
→"Knoppen en display", Pagina6
2
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwar-
mingsmethoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nul-
stand naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de functie-
keuzeknop verzonken. Voor het vergrendelin-
gen of ontgrendelingen in de nulstand op de
functiekeuzeknop drukken.
→"Verwarmingsmethoden en functies",
Pagina6
3
Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsmethode in en kiest u in-
stellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nul-
stand naar rechts draaien tot aan de aanslag,
niet verder.
Afhankelijk van het apparaattype kan de tempe-
ratuurknop worden verzonken. Voor het ver-
grendelingen of ontgrendelingen in de nul-
stand op de temperatuurknop drukken.
→"Temperatuur en instelstanden", Pagina7
Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt.
Symbool Functie Gebruik
Kinderslot Kinderslot activeren of deactiveren.
Tijdfuncties Tijd , wekker , duur en einde selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op
drukken.
Min
Plus
Instelwaarden verlagen.
Instelwaarden verhogen.
Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
3Dhetelucht Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.

Uw apparaat leren kennen nl
7
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
Hetelucht zacht Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met
behulp van restwarmte.
Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Pizzastand Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.
Onderwarmte Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Grill, groot Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Circulatiegrillen Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en onder-
warmte
Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bij-
zonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Snel verwarmen De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen.
→"Snel voorverwarmen", Pagina10
Ovenlamp De binnenruimte zonder verwarming verlichten.
→"Verlichting", Pagina8
Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Opmerking:Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot
ca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuur-
verlaging daar niet plaats.
Symbool Functie Gebruik
Nulstand Het apparaat warmt niet op.
50-275 Temperatuurbereik De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3
of
I, II, III
Grillstanden De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot
vlak en de grill of voor het klein vlak instellen.
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display ver-
licht. In de verwarmingspauzes dooft het symbool.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het sym-
bool de eerste keer dooft.
Opmerking:Door thermische traagheid kan de weer-
gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer-
kelijke temperatuur in de binnenruimte.
4.2 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuif-
hoogtes worden van beneden naar boven geteld.

nl Uw apparaat leren kennen
8
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires
met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De tele-
scooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden
verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw
wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.
U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen.
→"Rekjes", Pagina15
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn
voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en heb-
ben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in ge-
bruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vets-
petters van het bakken, braden of grillen op en breken
ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-
bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-
ruimte dan gericht op.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte
schoonmaken", Pagina14
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de
verlichting aan als het programma loopt. Als u de wer-
king met de functiekeuzeschakelaar beëindigt, schakelt
de verlichting uit.
Met de stand ovenlamp aan de functiekeuzeschakelaar
kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking voortgezet.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat
niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
▶ De ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur
van het apparaat condensvorming optreden. Condens
is normaal en heeft geen invloed op de werking van
het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
4.3 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:De accessoires kunnen door hitte vervor-
men. De vervorming heeft geen invloed op de werking.
De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires
zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Koekjes
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
Bakplaat ¡ Plaatgebak
¡ Cake eenvoudig

Voor het eerste gebruik nl
9
Accessoires gebruiken
De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte
schuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kan-
telen ongeveer voor de helft er uit trekken.
1.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Grillrooster Het grillrooster met de open kant
naar de apparaatdeur en de wel-
ving naar beneden in de oven
schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de apparaatbedekking in de
oven schuiven.
2.
Om de accessoires bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
De accessoires zo plaatsen dat de
rand van de accessoires achter het
lipje op de telescooprail zit.
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
3.
Het accessoire volledig inschuiven, zodat het acces-
soire de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
5 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
5.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikname uit-
voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
5.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-
schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
2.
Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de
binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afve-
gen.
3.
Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
4.
De verwarmingsmethode en de temperatuur instel-
len.
→"De Bediening in essentie", Pagina9
Verwarmings-
methode
3D‑hetelucht
Temperatuur Maximum
Tijdsduur 1uur
5.
Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-
len.
6.
Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
7.
De gladde oppervlakken met zeepsop en een
schoonmaakdoekje reinigen.
8.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
6 De Bediening in essentie
6.1 Inschakelen van het apparaat
▶
De functiekeuzeknop op een stand buiten de nul-
stand draaien.
a Het apparaat is ingeschakeld.
6.2 Apparaat uitschakelen
▶
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
a Het apparaat is uitgeschakeld.

nl Snel voorverwarmen
10
6.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
1.
Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode
instellen.
2.
Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of
grillstand instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
3.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar
is.
Tips
¡ De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
¡ U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het ein-
de van de werking instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina10
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
▶
Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmings-
methode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
▶
Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste tempe-
ratuur instellen.
7 Snel voorverwarmen
Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmingsduur verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde tem-
peraturen van boven de 100 °C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende
verwarmingsmethoden gebruiken:
¡ 3D‑hetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
7.1 Snelvoorverwarming instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
1.
Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop in-
stellen.
2.
De gewenste temperatuur met de temperatuurknop
instellen.
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een sig-
naal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.
3.
Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
4.
Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
8 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
8.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.
Tijdfunctie Gebruik
Timer De timer kan onafhankelijk van de
werking worden ingesteld. Hij beïn-
vloedt het apparaat niet.
Tijdsduur Wanneer voor de werking een tijds-
duur werd ingesteld, dan houdt het
apparaat na het verstrijken van de
tijdsduur automatisch op met verwar-
men.
Einde Voor de tijdsduur kan men een tijd
instellen, waarop de werking eindigt.
Het apparaat start automatisch zodat
de werking op het gewenste tijdstip
eindigt.
Tijd Tijd instellen.
8.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer
kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld
tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen
of de timer of een tijdsduur is verstreken.
Opmerking:De time en een tijdsduur kunnen niet tege-
lijk lopen. Wanneer er al een tijdsduur is ingesteld, dan
kan de timer niet worden ingesteld.
1.
zo vaak indrukken tot op het display is gemar-
keerd.
2.
Stel de timertijd in met de knop of .
Knop Aanbevolen waarde
5 minuten
10 minuten
Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in
stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijd-
stappen groter, naarmate de waarde hoger is.
a Na enkele seconden start de timer en loopt de ti-
mertijd af.
a Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een sig-
naal en op het display staat de timertijd op nul.
3.
Na het verstrijken van de timertijd:
‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit te
schakelen.

Tijdfuncties nl
11
Timer wijzigen
De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De timertijd met de toets of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Timer afbreken
De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De timertijd met de toets weer op nul zetten.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen en gaat uit.
8.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur
en 59 minuten worden ingesteld.
Vereiste:Een verwarmingsmethode en een tempera-
tuur of stand zijn ingesteld.
1.
zo vaak indrukken tot op het display is gemar-
keerd.
2.
Met de toets of de tijdsduur instellen.
Extra pro-
gramma
Aanbevolen waarde
10 minuten
30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
3.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de
knop drukken.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht
klaar is.
Tijdsduur wijzigen
De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De tijdsduur met de knop of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De tijdsduur met de knop weer op nul zetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en wordt zonder tijdsduur verder opge-
warmd.
8.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur
en 59 minuten worden verschoven.
Opmerkingen
¡ Bij verwarmingsmethoden met grillfunctie kan het
einde niet worden ingesteld.
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, het
einde niet meer verschuiven als de werking een-
maal is gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een verwarmingsmethode en een temperatuur of
stand zijn ingesteld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
zo vaak indrukken tot op het display is gemar-
keerd.
2.
Druk op knop of .
a Op het display wordt het berekende einde weerge-
geven.
3.
Het einde met de knop of verschuiven.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de instel-
ling over en het display toont het ingestelde einde.
a Als de berekende starttijd is bereikt, begint het ap-
paraat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de
knop drukken.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht
klaar is.
Eindtijd veranderen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het
ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de wer-
king start en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
Het einde met de knop of verschuiven.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
Het einde met de knop naar de actuele tijd plus
ingestelde tijdsduur terugzetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en begint het apparaat op te warmen. De
tijdsduur loopt af.
8.5 Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
Stel de tijd in met of .
2.
Druk op .
a Het display toont de ingestelde tijd.

nl Kinderslot
12
9 Kinderslot
Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per
ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
Opmerking:Na een stroomonderbreking is het kinder-
slot niet meer actief.
9.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
▶
Om het kinderslot te activeren, de toets ingedrukt
houden tot op het display verschijnt.
‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets in-
gedrukt houden tot op het display dooft.
10 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
10.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat
de verschillende oppervlakken van het apparaat niet
beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Gebruik geen agressieve of schurende reinigings-
middelen.
▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
▶ Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer
het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de
verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan voor het reinigen van het ap-
paraat.
→"Reiniging van het apparaat", Pagina13
Apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Email, kunststof,
gelakte of van
zeefdruk voorzie-
ne oppervlakken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Knoppen ¡ Warm zeepsop Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek na-
drogen.
Niet afnemen en niet schuren.

Reiniging en onderhoud nl
13
Apparaatbedekking
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina16
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger:
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip:Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het
deksel.
→"Apparaatdeur", Pagina16
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmid-
del direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Geëmailleerde op-
pervlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen,
de apparaatbedekking open laten.
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt daardoor niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting
op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet
beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende op-
pervlakken
- Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken",
Pagina14
Glazen kapje op
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina15
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Reinig de telescooprails in ingeschoven toestand reinigen, om het
smeervet niet te verwijderen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip:Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen.
→"Rekjes", Pagina15
Toebehoren ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
10.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorko-
men, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.

nl Reinigingsondersteuning
14
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:Houd de aanwijzingen voor het gebruik van
de reinigingsmiddelen aan.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina12
1.
Reinig het apparaat met warm zeepsop en een
schoonmaakdoekje.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina12
2.
Drogen met een zachte doek.
10.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken lei-
den.
▶ De bedieningsknop er niet aftrekken voor het
schoonmaken.
▶ Gebruik geen natte vaatdoekjes.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
10.4 Zelfreinigende oppervlakken in de
binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laag-
je poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken vetspetters van het bakken, bra-
den of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreini-
gende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer
voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht
op.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
▶ Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
▶ Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct
afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
→"Rekjes", Pagina15
3.
Grove verontreinigingen met een heet sopje en een
zachte doek reinigen:
– van de gladde emaille oppervlakken
– van de binnenkant van de apparaatafdekking
– van de glazen afscherming van de ovenlamp
Zo voorkomt u hardnekkige vlekken.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte verwijderen. De bin-
nenruimte moet leeg zijn.
5.
3D-heteluchtfunctie met de functiekeuzeknop in-
stellen.
6.
Stel de maximale temperatuur in met de tempera-
tuurknop.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
7.
Het apparaat na 1 uur uitschakelen.
8.
Wanneer het apparaat afdoende is afgekoeld, de
binnenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking:Op de zelfreinigende oppervlakken
kunnen er roodachtige vlekken ontstaan. Dat is
geen roest, maar het zijn resten van gerechten die
zout bevatten. Voedingsbestanddelen zoals suiker
en eiwit worden door de oppervlaktecoating niet af-
gebroken en kunnen aan het oppervlak vastplakken.
Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezond-
heid en hebben geen invloed op het reinigende ver-
mogen van de zelfreinigende oppervlakken.
9.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina15
10.5 Roestvrijstalen oppervlakken reinigen
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
Met een vaatdoekje en warm zeepsop in slijprichting
reinigen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
4.
Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal heel dun
opbrengen met een zachte doek.
Tip:Het schoonmaakmiddel voor roestvrij staal is ver-
krijgbaar bij de klantenservice of in de online-shop.
11 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op
deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker wor-
den verwijderd.
11.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.

Rekjes nl
15
Vereiste:De binnenruimte dient volledig afgekoeld te
zijn.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
Een druppel afwasmiddel met 0,4 l water mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
3.
Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsme-
thode Onderwarmte in.
4.
Met de temperatuurknop 80 °C instellen.
5.
zo vaak indrukken tot op het display is gemar-
keerd.
6.
De duur met of op 4 minuten instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
7.
Schakel het apparaat uit en laat het ca. 20 minuten
afkoelen.
11.2 Binnenruimte na gebruik reinigen
LET OP!
Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er
corrosie.
▶ Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De deur van het apparaat openen en het restwater
met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Ver-
wijder hardnekkige resten met een schuursponsje
van roestvrij staal.
3.
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte
doek. Met schoon water afnemen en met een zach-
te doek ook onder de deurafdichting droogwrijven.
4.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
‒ Om de binnenruimte te laten afkoelen, de deur
van het apparaat in ca. 30° grendelstand ca.1
uur openen.
‒ Om de binnenruimte sneller te drogen, het appa-
raat met geopende deur ca. 5 minuten met 3D-
hetelucht en 50°C opwarmen.
12 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
kunnen deze worden verwijderd.
12.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
▶ Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
▶ Laat het apparaat afkoelen.
▶ Houd kinderen op een veilige afstand.
1.
Het rekje aan de voorkant naar boven tillen en los-
maken.
2.
Daarna het hele rekje naar voren drukken en verwij-
deren.
12.2 Rekjes inhangen
1.
Het rekje eerst in de achterste bus steken, iets naar
achteren drukken

nl Apparaatdeur
16
2.
en in de voorste bus steken.
De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoog-
ten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten
3, 4 en 5 boven. De telescooprail naar voren uittrek-
ken.
13 Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de
buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de
apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is veront-
reinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en rei-
nigen.
13.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
▶ Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent
dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig
geopend zijn.
1.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien
van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhen-
dels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.
2.
Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen
van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de schar-
nieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
13.2 Apparaatdeur verwijderen
1.
De ovendeur volledig openen.
2.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.

Apparaatdeur nl
17
3.
De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide han-
den links en rechts vastpakken. Nog wat verder slui-
ten en eruit trekken.
13.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de oven-
deur demonteren.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe
randen hebben.
▶ Gebruik handschoenen.
1.
De ovendeur verwijderen.
→"Apparaatdeur verwijderen", Pagina16
2.
Met de greep naar onderen op een doek leggen.
3.
Voor het demonteren van de bovenste afdekking de
ovendeur links en rechts met de vingers het lipje in-
drukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
4.
Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
5.
De ruit optillen en er uit trekken.
13.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right
above" niet ondersteboven staat.
1.
De ruit schuin naar achteren inschuiven.
2.
De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen
en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant in-
voeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan
de buitenkant bevinden.
3.
De afscherming op de bovenkant van de ovendeur
plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
4.
Ovendeur inhangen.
→"Apparaatdeur inhangen", Pagina17
Opmerking:De oven pas gebruiken als de ruiten cor-
rect zijn ingebouwd.
13.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbren-
gen.

nl Storingen verhelpen
18
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een schar-
nier kan plotseling dichtklappen.
▶ In dit geval niet aan het scharnier vasthouden.
Neem contact op met de klantenservice.
1.
Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat bei-
de scharnieren in de openingsrichting worden inge-
voerd.
2.
De keep op het scharnier moet aan beide zijden in-
klikken.
3.
Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
4.
Apparaatdeur sluiten.
13.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de
ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn ex-
tra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te
worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt
van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale ac-
cessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet wor-
den.
▶ Houd kinderen in het oog wanneer de oven in ge-
bruik is.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina20
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
14.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.

Transporteren en afvoeren nl
19
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Het apparaat scha-
kelt na het verstrijken
van een tijdsduur niet
volledig uit.
Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en
koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de venti-
lator in de achterwand van het apparaat draaien.
▶
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
a Het apparaat is uitgeschakeld.
a Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld.
a De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld.
Op het display knip-
pert de tijd.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Tijd opnieuw instellen.
→"Tijd instellen", Pagina11
Op het display brandt
en het appa-
raat kan niet worden
ingesteld.
Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▶
Het kinderslot met deactiveren.
→"Kinderslot", Pagina12
Op het display ver-
schijnt een melding
met , bijv. - .
Storing in de elektronica
1.
indrukken.
‒ Stel eventueel de tijd opnieuw in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2.
Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. Ver-
meld de exacte foutmelding en het E-Nr. van uw apparaat volledig.
→"Servicedienst", Pagina20
Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen
van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of
in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak
nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een scho-
ne, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de
lamp verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt
worden gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder stroom.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat
het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke
elektrische schok te voorkomen.
▶ Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektri-
citeitsnet.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Het glazen kapje er naar links uitdraaien.
3.
Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.
4.
De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de
fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
15 Transporteren en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het appa-
raat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u
uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
15.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

nl Servicedienst
20
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
15.2 Transporteren van het apparaat
Bewaar de originele verpakking van het apparaat.
Transporteer het apparaat alleen in de originele verpak-
king. Let op de transportpijlen op de verpakking.
1.
Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het
apparaat met plakband, dat zonder sporen verwij-
derd kan worden.
2.
Schuif alle toebehoren zoals de bakplaat met een
dunne strook karton aan beide zijden in de vakken
om beschadiging van het apparaat te voorkomen.
3.
Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van
de bakplaat en de achterzijde van de deur om te
voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde
van de glazen deur stoot.
4.
Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste
afdekking met plakband aan de zijden van het ap-
paraat.
Wanneer de originele verpakking niet meer
beschikbaar is
1.
Om voldoende bescherming tegen eventuele trans-
portschade te waarborgen, het apparaat in bescher-
mende verpakking verpakken.
2.
Het apparaat rechtop transporteren.
3.
Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan
aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze
dan beschadigd kunnen raken.
4.
Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
16.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
17 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips
voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handlei-
ding op het internet:
www.bosch-home.com
17.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerech-
ten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Kies eerst de lagere waarde.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in
de binnenruimte.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡ Let erop dat u de accessoires op de juiste manier
er in schuift.
17.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.

Zo lukt het nl
21
Bakken op één niveau Hoogte
rijzende deegwaren/gebak resp. vorm
op het rooster
2
platte deegwaren/gebak resp. in bak-
blik
2 - 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakblikken
Braadslede
Bakblikken
5
3
1
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gerechten die gelijktijdig in de oven worden
geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te
zijn.
In een dergelijk geval kunt u het product dat klaar is
uit de oven halen en het andere bakblik verder laten
bereiden. Indien nodig kunt u de positie en richting
van de bakblikken wijzigen.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte. Door de gerechten
gelijktijdig te bereiden, kunt u energie besparen.
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
17.3 Aanwijzingen voor het braden en
grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
▶ Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van
de opgegeven tijd.
¡ Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de
vorm. Zorg ervoor dat de bodem van de vorm met
ca. 1-2cm vloeistof bedekt is.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
¡ Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork
in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het
droog.
¡ Zout steaks pas na het grillen. Zout onttrekt water
aan het vlees.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
17.4 Selectie van gerechten
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Cake, eenvoudig Krans- of rechthoeki-
ge vorm
2 160-180 50-60
Cake, eenvoudig, 2niveaus Krans- of rechthoeki-
ge vorm
3+1 140-160 60-80
Vruchten- of kwarktaart met bodem van
zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 160-180 70-90
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm Ø28cm 2 160-170 35-45
Cakerol Braadslede 2 170-190
1
15-20
Zandtaartdeeggebak met vochtige be-
dekking
Braadslede 2 160-180 60-90
Muffins Muffinplaat op het
rooster
2 170-190 20-40
Kleine bakwaren, met gist Braadslede 3 150-170 25-35
Koekjes Braadslede 3 140-160 20-30
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4
De braadslede onder het rooster inschuiven.
5
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.

nl Zo lukt het
22
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 130-150 25-35
Koekjes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-150 30-40
Brood, 1000g, in rechthoekige vorm
en op de plaat
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 200-220 35-50
Pizza, vers Braadslede 3 170-190 20-30
Pizza, vers, dunne bodem Braadslede 2 250-270
1
15-25
Quiche, Zwitserse taart Taartvorm 2 190-210 35-45
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde in-
grediënten
Ovenschaal 2 200-220 30-60
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 170-190 120-140
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 1 180-200 140-160
Runderfilet, medium, 1kg Open vorm 3 210-220 45-55
Gestoofd rundvlees, 1,5kg Gesloten servies 2 200-220 100-120
2
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 200-220 60-70
Hamburger, 3-4cm hoog Rooster 4 3
3
25-30
4
Lamsbout zonder been, medium,
1,5kg
Open vorm 2 170-190 70-80
5
Vis, gegrild, heel 300g, bijv. forel Rooster 2 2 20-25
4
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4
De braadslede onder het rooster inschuiven.
5
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
17.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk met 3,5% vetgehalte op 90°C verwar-
men op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Houdbare melk slechts tot 40°C opwarmen.
3.
30g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk
roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen met deksel.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
8.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.
Yoghurt
Gerecht Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode /
Functie
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Yoghurt Kopje / glas Bodem van de binnen-
ruimte
- 4-5 uur

Zo lukt het nl
23
17.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1
te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testge-
rechten.
Algemene aanwijzingen
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau:
¡ Braadslede/bakplaat, hoogte 3
¡ Vormen op het rooster: hoogte 2
Opmerking:Gebak op bakblikken of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
¡ Braadslede: hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
¡ Vormen op het rooster:
eerste rooster: hoogte 3
tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
¡ Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan berei-
den, plaats dan de vormen naast elkaar of versprin-
gend boven elkaar in de binnenruimte.
Bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Spritskoekjes Braadslede 3 140-150 30-40
Spritskoekjes Braadslede 3 140-150 30-40
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-150
1
30-45
Sprits, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-140
1
40-55
Koekjes Braadslede 3 150
1
25-35
Koekjes Braadslede 3 150
1
25-35
Koekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
25-35
Koekjes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140
1
35-45
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
30-40
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 170 30-40
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3+1 150-160
2
30-45
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet
om voor te verwarmen.
2
Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om
voor te verwarmen.

nl Installatievoorschrift
24
Grillen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijds-
duur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3 0,2-1,5
18 Installatievoorschrift
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
18.1 Belangrijke aanwijzingen
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op een hoog-
te van maximaal 4000meter boven zeeniveau. De
deurgreep niet gebruiken voor het transport of de in-
bouw van het apparaat. Bij alle montagewerkzaamhe-
den dient het apparaat spanningsloos te zijn.
¡ Veilig gebruik is alleen gegarandeerd bij een des-
kundige inbouw volgens deze montagehandleiding.
De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg
van een verkeerde inbouw.
¡ Het apparaat na het uitpakken controleren. Bij trans-
portschade het apparaat niet aansluiten.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich te hou-
den aan de beschrijving in de montagebladen.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en
plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de
deur.
¡ Inbouwmeubels dienen tot 90 °C en aangrenzende
meubelfronten tot 70 °C temperatuurbestendig te
zijn.
¡ Het apparaat niet achter een decordeur of meubel-
deur inbouwen. Er bestaat gevaar door oververhit-
ting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit
voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen ver-
wijderen. Deze kunnen invloed hebben op de wer-
king van elektrische componenten.
¡ Om snijwonden te vermijden veiligheidshandschoe-
nen dragen. Onderdelen die tijdens het inbouwen
toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm
18.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
¡ Het aansluitstopcontact van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak A of buiten
de inbouwruimte te bevinden.
¡ Niet bevestigde meubels met een in de handel ver-
krijgbare hoek B aan de wand bevestigen.
18.3 Apparaat onder werkblad monteren

Installatievoorschrift nl
25
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ Het werkblad bevestigen op het inbouwmeubel.
¡ De montagehandleiding van de kookplaat in acht
nemen.
18.4 Inbouw in een hoge kast
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
18.5 Hoekinbouw
¡ Bij de hoekinbouw de minimumafmetingen in acht
nemen om de apparaatbedekking te kunnen ope-
nen. De afmeting hangt van de dikte van het
meubelblad en de greep af.
18.6 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt,
moet u ervoor zorgen dat uw huisstroomnet geaard
is en aan de geldende veiligheidsvereisten voldoet.
De installatie van uw apparaat moet door een ge-
kwalificeerde technicus worden uitgevoerd. Zowel
de bepalingen van de plaatselijke energiemaat-
schappij alsook de algemene wetten in acht nemen.
Het ontbreken van een geaarde leiding of een on-
juist uitgevoerde installatie kan in zeldzame gevallen
leiden tot materiële schade of ernstig letsel (overlij-
den of letsel door een elektrische schok). De produ-
cent is niet aansprakelijk voor persoonlijk letsel of
schade aan het apparaat veroorzaakt door een on-
deskundig uitgevoerde elektrische aansluiting.
¡ Bij alle montagewerkzaamheden dient het apparaat
spanningsloos te zijn.
¡ Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I en mag
uitsluitend op een geaard stopcontact worden aan-
gesloten.
¡ De netaansluitkabel H05 V V-F 3G moet minstens
1,5 mm² groot zijn. De geel-groene aardleiding dient
eerst aangesloten te worden en bij het apparaat wat
langer dan de beide andere draden te zijn.
¡ Volgens de veiligheidsvoorschriften moet er een
schakelaar met een contactopening van minstens 3
mm voorhanden zijn. Bij aansluitingen die via een
geaard en altijd makkelijk bereikbaar stopcontact
worden uitgevoerd is geen schakelaar vereist.
¡ Tijdens de montage moet voorzien zijn in een aanra-
kingsbeveiliging.
¡ Bepaal wat de fasen en de neutrale leidingen (nulle-
dingen) in het aansluitstopcontact zijn. Bij een ver-
keerde aansluiting kan het apparaat worden be-
schadigd.
¡ De oven overeenkomstig de aanwijzingen op het ty-
peplaatje aansluiten.
¡ Plaats het apparaat voor het aansluiten voor de on-
bouwkast. Het aansluitsnoer moet lang genoeg zijn.
Attentie! Let er tijdens de montage op dat het net-
snoer niet wordt ingeklemd en niet in aanraking
komt met hete apparaatonderdelen.
¡ Alle werkzaamheden aan het apparaat inclusief het
vervangen van de bekabeling mag alleen de klan-
tenservice uitvoeren.
18.7 Aansluitkabel met geaarde stekker
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschrif-
ten aangebracht, randgeaard stopcontact aansluiten.
Wanneer de stekker na de inbouw niet meer toeganke-
lijk is, moet de geïnstalleerde elektrische installatie in
de fasen volgens de instellingsvoorschriften worden
voorzien van een separator.
18.8 Aansluitkabel zonder geaarde stekker
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat
aansluiten.
De geïnstalleerde elektrische installatie dient volgens
de opbouwvoorschriften in de fasen te worden voorzien
van een separator. De fase- en neutraalleider (nullei-
der) in het stopcontact identificeren. Bij een verkeerde
aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
Alleen aansluiten volgens het aansluitschema. De infor-
matie over de spanning vindt u op het typeplaatje. De
aders van de elektrische aansluitleiding dienen over-
eenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
Kabelkleur Kabeltype
Groen-geel Aardingskabel
Blauw Nulleider (nul)
Bruin Fase (buitendraad)

nl Installatievoorschrift
26
18.9 Apparaat bevestigen
¡ Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
¡ Het apparaat vastschroeven.
De spleet tussen werkblad en apparaat niet door extra
deklatten afsluiten.
Breng geen isolatieprofielen aan de zijwanden van de
ombouwkast aan.
Voor de demontage:
¡ Maak het apparaat spanningsloos.
¡ Draai de bevestigingsschroeven los.
¡ Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
buiten.


Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001771652*
9001771652 (041224)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

