
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade voorkomen .............................5
3 Milieubescherming en besparing.......................5
4 Geschikt kookgerei .............................................6
5 Uw apparaat leren kennen..................................8
6 Software-update..................................................9
7 Functies .............................................................10
8 Voor het eerste gebruik ....................................10
9 De Bediening in essentie..................................11
10 Kapregeling .......................................................12
11 Favorietenknop .................................................13
12 CombiZone ........................................................13
13 Tijdfuncties........................................................13
14 PowerBoost.......................................................14
15 PanBoost
1
..........................................................14
16 Warmhoudfunctie
1
............................................15
17 PerfectFry Sensor .............................................15
18 Kinderslot ..........................................................17
19 Pauze .................................................................17
20 Individuele veiligheidsuitschakeling ...............17
21 Basisinstellingen ..............................................18
22 Kookgerei-test...................................................19
23 HomeConnect ..................................................19
24 Reiniging en onderhoud ...................................21
25 Storingen verhelpen .........................................24
26 Afvoeren ............................................................25
27 Servicedienst.....................................................25
28 Informatie over vrije software en opensour-
cesoftware .........................................................26
29 Conformiteitsverklaring....................................26
30 Testgerechten ...................................................27
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa-
raatpas en de productinformatie voor later
gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een
deskundige montage volgens de montage-
handleiding. De installateur is verantwoordelijk
voor een goede werking op de plaats van op-
stelling.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-
cessen ononderbroken in het oog.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ op boten of in voertuigen.
¡ met een externe timer of een separate af-
standsbediening. Dit geldt niet voor het ge-
val dat de werking middels de door
EN50615 genoemde apparaten wordt uit-
geschakeld.
¡ om gevaarlijke of explosieve stoffen en
dampen af te zuigen.
¡ om kleine onderdelen of vloeistoffen af te
zuigen.
1
Beschikbaar al naar gelang de softwareversie. Meer informatie over de beschikbaarheid vindt u op de website.

Veiligheid nl
3
Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-
paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)
draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet
aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 20
juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN
45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 is
geselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-
meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-
daan en er bovendien non-ferro pannen met
non-ferro handgrepen worden gebruikt, kan
deze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-
den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juiste
wijze gebeurt.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op
vergiftiging!
Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen
leiden tot vergiftiging. Vuurbronnen die de
lucht in de ruimte verbruiken (bijv. apparaten
die op gas, olie, hout of kolen worden ge-
stookt, geisers, warmwatertoestellen) betrek-
ken de verbrandingslucht uit de opstellings-
ruimte en voeren de gassen via een afvoer
(bijv. schoorsteen) af naar buiten. In combina-
tie met een ingeschakelde afzuigkap wordt
aan de keuken en aan de naastgelegen ruim-
tes lucht onttrokken. Zonder voldoende lucht-
toevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige
gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal
worden teruggezogen in de woonruimte.
▶ Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,
wanneer het apparaat in luchtafvoermodus
werkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die
gebruik maakt van de aanwezige lucht.
▶ U kunt het apparaat alleen dan zonder risi-
co gebruiken wanneer de onderdruk in de
ruimte waarin de vuurbron zich bevindt niet
groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan
worden bereikt wanneer de voor de ver-
branding benodigde lucht door niet afsluit-
bare openingen, bijv. in deuren, ramen, in
combinatie met een ventilatiekast in de
muur of door andere technische voorzienin-
gen, kan worden toegevoerd. Een luchtaan-
voer/afvoereenheid in de muur alleen is
niet voldoende om aan de minimale eisen
te voldoen.
▶ Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in
uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging.
Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-
teem van uw huis te beoordelen en kan
een voorstel doen voor passende maatre-
gelen op het gebied van de luchttoevoer.
▶ Indien het apparaat alleen met recirculatie
wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik
mogelijk.

nl Veiligheid
4
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet
of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-
ken.
▶ Verlies hete oliën en vetten daarom nooit
uit het oog.
▶ Nooit proberen om een vuur met water te
blussen, maar het apparaat uitschakelen
en dan de vlammen bijv. met een deksel of
een blusdeken afdekken.
Het kookvlak wordt erg heet.
▶ Nooit brandbare voorwerpen op het kook-
vlak of in de directe omgeving leggen.
▶ Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-
ren.
Het apparaat wordt heet.
▶ Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-
sen bewaren in laden direct onder de kook-
plaat.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-
gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door
oververhitting, in brand vliegen of ontploffende
materialen.
▶ Dek de kookplaat niet af.
Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-
schakelaar uitschakelen.
▶ Niet wachten tot de kookplaat automatisch
uitschakelt omdat er zich geen potten en
pannen meer op bevinden.
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-
branden.
▶ Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
▶ Nooit in de omgeving van het apparaat met
open vuur werken (bijv. flamberen).
▶ Het apparaat alleen in de buurt van een
vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout
of kolen) installeren wanneer de vuurbron
een afgesloten, niet verwijderbare afscher-
ming heeft. Er mogen geen vonken weg-
springen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een
eventueel aanwezig kookplaatframe.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-
vallen leiden.
▶ Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-
ken.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel
heet op de kookplaat.
▶ Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals
messen, vorken, lepels of deksels, op de
kookplaat.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.
▶ Wanneer er hete vloeistoffen in het appa-
raat komen, het vetfilter of het overloopre-
servoir pas verwijderen nadat het apparaat
is afgekoeld.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Wanneer de netaansluitkabel of de appa-
raataansluitkabel van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet deze worden vervangen
door een speciale netaansluitkabel of spe-
ciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar
is bij de fabrikant of de klantenservice.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit een apparaat met gescheurd of ge-
broken oppervlak gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de zekering in de
meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina25
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.

Materiële schade voorkomen nl
5
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-
latie van elektrische apparaten smelten.
▶ Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-
trische apparaten nooit in contact komt met
hete onderdelen van het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van
de pan en de kookzone, kunnen kookpannen
plotseling omhoog springen.
▶ Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem
van de pan altijd droog zijn.
▶ Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de
kookplaat en kookvorm barsten door overver-
hitting.
▶ De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-
rect contact komen met de bodem van de
pan die met water is gevuld.
▶ Gebruik alleen hittebestendige vormen.
Een apparaat met een gebarsten of gebroken
oppervlak kan tot snijwonden leiden.
▶ Het apparaat niet gebruiken als het opper-
vlak ervan gebarsten of gebroken is.
Materiële schade voorkomen
2 Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
Schade Oorzaak Maatregel
Vlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden.
Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegene
met hoog suikergehalte.
Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-
ramische kookplaat verwijderen.
Vlekken, defecten of
breuken in het glas
Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten
emaille of kookgerei met koperen- of alumini-
umbodem.
Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede
conditie is.
Vlekken, verkleurin-
gen
Ongeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-
schikt zijn voor glaskeramiek en reinig de
kookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breuken
in het glas
Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires
of andere harde of scherpe voorwerpen.
Bij het koken niet tegen het glas stoten of
voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Krassen, verkleurin-
gen
Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van
de pan op de kookplaat.
Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-
plaatsen optillen.
Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets
op te zetten of als werkvlak.
Schade aan het ap-
paraat!
Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Schade aan de pan
of aan het apparaat
Koken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hete
kookzone plaatsen of verhitten.
Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone of
hete deksels van pannen op het glas.
Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen
kunststof containers of pandeksels op de
kookplaat leggen.
Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel of
op het kader.
Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-
den.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat
minder energie.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan
past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-
eenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-
diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de
bodemdiameter.
¡
Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte
kookzones verbruiken veel energie.

nl Geschikt kookgerei
6
Pannen afsluiten met een passend deksel.
¡
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat
aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
¡
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel
energie.
Glazen deksel gebruiken.
¡
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-
der het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
¡
Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-
bruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-
middel.
¡
Groot kookgerei met weinig product heeft meer
energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
¡
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer
energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. Een
passende doorkookstand gebruiken.
¡
Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-
damp aan.
¡
Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-
verbruik.
Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere
ventilatiestand.
¡
De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodig
is.
¡
Bij het koken voldoende ventileren.
¡
Het apparaat werkt efficiënter en met minder be-
drijfsgeluiden.
De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-
vangen.
¡
De effectiviteit van het filter blijft behouden.
Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op de
meegeleveerde apparaatpas en op het intern op de
productpagina van uw apparaat.
Geschikt kookgerei
4 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een
ferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-
neet worden aangetrokken, en verder moet de bodem
even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-
rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats
dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-
gende kleinere diameter.
4.1 Grootte en kenmerken van het
kookgerei
Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de
grootte en het materiaal van het kookgerei rekening
houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad
zijn.
Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei ge-
schikt is. Meer informatie vindt u onder
→"Kookgerei-test", Pagina19.
Kookgerei Materialen Eigenschappen
Aanbevolen kookge-
rei
Roestvaststalen kookgerei met sandwich-bo-
dem welke de warmte goed verdeelt.
Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,
warmt snel op en waarborgt zijn herkenning.
Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd
staal, gietijzer, of speciale pannen voor in-
ductie van edelstaal.
Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig
herkend.
Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetische
oppervlak kleiner is dan de bodem van het
kookgerei, warmt alleen het ferromagneti-
sche oppervlak op. Daardoor verdeelt de
warmte niet gelijkmatig.
Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze bodems van het kookgerei verkleinen
het ferromagnetische oppervlak, waardoor
minder vermogen aan het kookgerei wordt
afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen on-
voldoende of helemaal niet worden herkend
en daarom ook onvoldoende worden ver-
warmd.
Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-
dewerk, koper of aluminium.

Geschikt kookgerei nl
7
Opmerkingen
¡ Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe
geen adapterplaten.
¡ Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei
met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit
kunnen raken.

nl Uw apparaat leren kennen
8
Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Uw nieuwe apparaat
Informatie over uw nieuwe apparaat
2
1
3
4
5
Nr. Aanduiding
1
Vetfilter
2
Geurfilter bij circulatiefunctie of akoestische fil-
ter bij afvoerluchtfunctie
1
3
Kookplaat
4
Bedieningspaneel
5
Overloopreservoir
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering.
5.2 Speciale accessoires
Al naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijn
er verschillende accessoires verkrijgbaar, welke u in de
vakhandel, bij de klantenservice of via onze officiële
website kunt kopen.
¡ Luchtafvoerset
¡ Luchtcirculatieset
¡ Geurfilter voor circulatiefunctie
¡ Akoestisch filter voor luchtafvoer
5.3 Bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.
A
D
C
B
C
Letter Aanduiding
Hoofdschakelaar
Instelbereik
Kookzone
Ventilatiesensor
Opmerking:Zorg ervoor dat het bedieningspaneel al-
tijd schoon en droog is.
Tip:Plaats geen kookgerei in de buurt van de displays
en knoppen. De elektronica kan oververhit raken.
Touch-velden
Wanneer de kookplaat opwarmt, lichten de symbolen
van de knoppen op die op dat moment beschikbaar
zijn.
Sensor Functie
Hoofdschakelaar

Software-update nl
9
Sensor Functie
Kookzone kiezen
Instelbereik
PowerBoost
Combineren/scheiden van de kookzones
PerfectFry Sensor
Timerfuncties
Kinderslot
Pauze
Favorietenknop
Connectiviteit
Displays
Display Functie
Uitschakeltimer
PerfectFry Sensor
- Vermogensstanden
Kinderslot
Knoppen in combinatie met Home Connect
Zodra de verbinding met Home Connect is gereali-
seerd, dan zijn de volgende knoppen en displays be-
schikbaar:
Sensor Functie
Instellingen van een ander apparaat over-
nemen
Wanneer brandt, zoek dan in de HomeConnect app
naar meer informatie.
5.4 Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de ge-
normeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn be-
schreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte
of materiaal van het kookgerei variëren.
A A
AA
Gebied Hoogste stand
Ø 21 cm Vermogensstand 9
PowerBoost
2500W
3700W
21 x 38 cm Vermogensstand 9 3600W
In de vermogensstand 9 bereikt de kookplaat het in de
tabel aangegeven vermogen, om de voorverwarmings-
tijden te verkorten, en houd dit gedurende een zekere
tijd aan, zolang er geen andere kookzone aan dezelfde
kan in bedrijf is.
5.5 Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint of het for-
maat van de pan bij de kookzone past waarmee u
kookt:
Gebied Type kookzone
Kookzone met enkele kring
Combi-kookzone →Pagina13
5.6 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-
te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,
mag u de kookzone niet aanraken.
Indicatie Betekenis
De kookzone is heet.
De kookzone is warm.
5.7 Verzadigingsindicatie
De plaat is met een verzadigingsindicatie uitgerust.
Wanneer de geurfilters zijn verzadigd, dan gaat bran-
den en moet u de filters vervangen.
→"Geurfilter of akoestisch filter", Pagina23
Software-update
6 Software-update
Wanneer het apparaat met HomeConnect is verbon-
den, dan kunnen enkele functies via een software-up-
date beschikbaar zijn.
Verdere informatie over de beschikbaarheid van derge-
lijke functies vindt u op de website www.bosch-ho-
me.com

nl Functies
10
Functies
7 Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus
of in de luchtcirculatiemodus.
7.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd
en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-
voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in
een schoorsteen die wordt gebruikt
voor afvoergassen van apparaten be-
stemd voor het verbranden van gas of
andere brandstoffen (dit geldt niet voor
ventilatieapparatuur).
¡ Komt de afvoerlucht terecht in een
rook- of afvoergasschoorsteen die
niet in gebruik is, dan dient hiervoor
toestemming van een vakbekwame
schoorsteenveger te worden verkre-
gen.
¡ Wordt de afvoerlucht door de buiten-
muur geleid, dan raden wij u aan
een telescoop-muurkast te gebrui-
ken.
7.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een
geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Monteer een geurfilter om geurtjes te
voorkomen bij het gebruik van de circu-
latiefunctie. De verschillende manieren
om het apparaat met circulatielucht te
gebruiken, vindt u in onze catalogus of
kunt u navragen bij uw speciaalzaak.
Het daartoe benodigde toebehoren is
verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de
klantenservice of in de online-shop.
Opmerking:Bij intensief en langdurig koken wordt
vocht in de lucht van de ruimte afgegeven. Wanneer u
het apparaat in de circulatiefunctie gebruikt, dan raden
wij aan de keuken afdoende te ventileren, bijvoorbeeld
door het kortstondig openen van een raam, om de
overtollige vochtigheid af te voeren.
Voor het eerste gebruik
8 Voor het eerste gebruik
Houd de volgende adviezen aan.
8.1 Eerste reiniging
Verpakkingsresten van het kookplaatoppervlak verwij-
deren en het oppervlak met een vochtige doek afve-
gen. Een lijst met de aanbevolen reinigingsmiddelen
vindt u op de officiële website www.bosch-home.com.
Meer informatie over onderhoud en reiniging.
→Pagina21
8.2 Apparaat voorbereiden
Voor een correcte werking moet u de componenten in
deze volgorde plaatsen:
1.
De filters plaatsen.
2.
Het metalen vetfilter plaatsen.
Opmerking:Het apparaat nooit zonder metalen vetfilter
en overloopreservoir gebruiken.
8.3 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-
koken enkele veranderingen met zich mee en biedt het
een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-
ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-
ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere
warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-
rei wordt opgewekt.
8.4 Kookgerei
Een lijst van het aanbevolen kookgerei vindt u op de
officiële website www.bosch-home.com.
Meer informatie over het passende kookgerei.
→Pagina6
8.5 Functie instellen
Het apparaat wordt geleverd met vooringestelde circu-
latiefunctie.
Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten is
geïnstalleerd, moet u de instelling op deze modus
configureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofd-
stuk
→"Basisinstellingen", Pagina18
8.6 Home Connect instellen
Als u het apparaat voor de eerste keer inschakelt,
wordt de instelling van het thuisnetwerk opgevraagd.
Op het display licht gedurende enkele seconden op.
Tik om het verbinden met Home Connect te starten op
en houd de aanwijzingen in hoofdstuk
→"HomeConnect ", Pagina19 aan.
Om de instelling te beëindigen, de kookplaat uitscha-
kelen.
U kunt de instelling HomeConnect ook op een ander
tijdstip uitvoeren.

De Bediening in essentie nl
11
De Bediening in essentie
9 De Bediening in essentie
9.1 Kookplaat inschakelen
▶
Raak aan.
Er klinkt een signaal. De symbolen van de kookzo-
nes en de momenteel beschikbare functies bran-
den. In de kookzone-indicaties brandt .
a De kookplaat is gebruiksklaar.
ReStart
▶
Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na het
uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in
werking met de vorige instellingen.
9.2 De kookplaat uitschakelen
▶
aanraken tot de indicaties doven.
a Alle kookzones zijn uitgeschakeld.
Opmerking:Wanneer alle kookzones langer dan
59seconden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kook-
plaat uit.
9.3 De vermogensstand in de kookzones
instellen
De kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot
met tussenwaarden worden weergegeven. Er moet
een vermogensstand worden gekozen die het best
voor het product en het geplande bereidingsproces ge-
schikt is.
1.
Tik op het gewenste kookzonedisplay .
a en branden.
2.
Selecteer de gewenste vermogensstand in het in-
stelgebied.
a De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-
plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de
gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt
de kookzone uitgeschakeld.
QuickStart
▶
Als u vóór het inschakelen van het apparaat een of
meerdere pannen op een kookzone plaatst, herkent
de kookplaat deze en kiest de kookplaat automa-
tisch de kookzone voor één van de pannen. Vervol-
gens in de volgende 59 seconden de vermogens-
stand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen
1.
Kies de kookzone.
2.
De gewenste vermogensstand kiezen of op instel-
len.
a De vermogensstand van de kookzone wordt gewij-
zigd of de kookzone wordt uitgeschakeld.
9.4 Kooktips
¡ Wanneer u puree, romige soepen of dikvloeibare
sauzen opwarmt, deze af en toe omroeren.
¡ Om voor te verwarmen, kookstand 8-9 instellen.
¡ Wanneer u bereidt met deksel, de kookstand verla-
gen zodra er stoom vrijkomt. Het bereidingsresultaat
wordt door het vrijkomen van stoom niet beïnvloed.
¡ Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei,
totdat u het gerecht serveert.
¡ Houd voor het bereiden met de snelkookpan de
aanwijzingen van de fabrikant aan.
¡ Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het be-
houd van de voedingswaarde. Met de kookwekker
kunt u de optimale bereidingstijd instellen.
¡ Zorg ervoor dat de olie niet rookt.
¡ Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaar
en in kleine porties aanbraden.
¡ Sommige pannen kunnen bij het bereiden hoge
temperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlap-
pen.
¡ Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden on-
der
→"Energie besparen", Pagina5
Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor
welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd (
)kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de
dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen.
Smelten
Chocolade, couverture 1-1. -
Boter, honing, gelatine 1-2 -
Verwarmen en warm houden
Eenpansgerecht, bijv. linzen-
schotel
1.-2 -
Melk
1
1.-2. -
Gekookte worstjes
1
3-4 -
Ontdooien en opwarmen
Spinazie, diepvries 3-4 15-25
Goulash, diepvries 3-4 35-55
Gaarstoven, zachtjes laten ko-
ken
Aardappelballetjes
1
4.-5. 20-30
Vis
1
4-5 10-15
Witte sauzen, bijv. bechamel-
saus
1-2 3-6
Geklopte sauzen, bijv. bearnai-
sesaus, hollandaisesaus
3-4 8-12
Koken, stomen, stoven
1
Zonder deksel
2
Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5

nl Kapregeling
12
Rijst met dubbele hoeveelheid
water
2.-3. 15-30
Rijstepap
2
2-3 30-40
Aardappelen in schil 4.-5. 25-35
Gekookte aardappelen 4.-5. 15-30
Pasta
1
6-7 6-10
Eenpansgerecht 3.-4. 120-
180
Soepen 3.-4. 15-60
Groente 2.-3. 10-20
Groente, diepvries 3.-4. 7-20
Eenpansgerecht met de snel-
kookpan
4.-5. -
Sudderen
Rolgebraad 4-5 50-65
Stoofvlees 4-5 60-100
Goulash
2
3-4 50-60
Sudderen / braden met weinig
vet
1
Schnitzel, al dan niet gepa-
neerd
6-7 6-10
Schnitzel, diepvries 6-7 6-12
Koteletten, al dan niet gepa-
neerd
6-7 8-12
Steak (3 cm dik) 7-8 8-12
Filet van gevogelte, 2cm dik 5-6 10-20
Borst van gevogelte, diepvries 5-6 10-30
Gehaktballen (3 cm dik) 4.-5. 20-30
1
Zonder deksel
2
Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5
Hamburger (2 cm dik) 6-7 10-20
Vis en visfilet, ongepaneerd 5-6 8-20
Vis en visfilet, gepaneerd 6-7 8-20
Vis, gepaneerd en diepvries,
bijv. vissticks
6-7 8-15
Garnalen en krab 7-8 4-10
Sauteren van verse groente en
paddestoelen
7-8 10-20
Pangerechten, groente, vlees in
reepjes op Aziatische wijze
7-8 15-20
Diepvriesgerechten, bijv. koe-
kenpangerechten
6-7 6-10
Pannenkoeken, na elkaar bak-
ken
6.-7. -
Omelet (na elkaar bakken) 3.-4. 3-10
Spiegeleieren in olie 5-6 3-6
Frituren, 150-200g per portie
in 1-2l olie, in porties frituren
1
Diepvriesproducten, bijv. frites,
kip-nuggets
8-9 -
Kroketten, diepvries 7-8 -
Vlees, bijv. stukken kip 6-7 -
Vis, gepaneerd of in bierdeeg 6-7 -
Groente, paddestoelen, gepa-
neerd, in bierdeeg of in tempu-
ra
6-7 -
Klein gebak, bijv. beignets, Ber-
liner bollen, fruit in bierdeeg
4-5 -
1
Zonder deksel
2
Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.5
Kapregeling
10 Kapregeling
De kookzone beschikt over een in het kookvlak geïnte-
greerd luchtafvoersysteem.
De functies voor het aansturen van het luchtafvoersys-
teem worden hierna beschreven.
U kunt de fabrieksinstellingen te allen tijde wijzigen.
→"Basisinstellingen", Pagina18
Opmerking:Om de prestaties te verbeteren, laag
kookgerei gebruiken. Bij hoog kookgerei het deksel
schuin plaatsen.
10.1 Automatische start voor de ventilatie
Wanneer u de aan de eerste kookzone een vermo-
gensstand toewijst, dan begint het afvoerluchtsysteem
automatisch te werken. De ventilatiestand gaat branden
op de ventilatiesensor.
Na deze automatische start kunt u de ventilatiestand
wijzigen. Ventilatiestand wijzigen of deactiveren.
→Pagina12
10.2 Kapregeling
De printplaat beschikt over 9 ventilatiestanden.
Ventilatie inschakelen
1.
Druk op de ventilatiesensor.
a De ventilatie schakelt met de vooringestelde vermo-
gensstand in.
2.
Selecteer de gewenste vermogensstand in het in-
stelgebied.
a De vermogensstand van de ventilatie brandt.
Ventilatie wijzigen of uitschakelen
1.
Druk op de ventilatiesensor.
2.
De gewenste ventilatiestand kiezen of deze op
aanpassen.
10.3 Intensief ventilatiestanden
Er zijn twee intensieve ventilatiestanden, waarbij de
ventilatie gedurende een korte tijd met een hoger ver-
mogen draait.
Intensiefstanden inschakelen
1.
Druk op de ventilatiesensor.
2.
De gewenste intensiefstand kiezen:
‒ Intensiefstand I: indrukken. brandt.

Favorietenknop nl
13
‒ Intensiefstand II: twee keer indrukken.
brandt.
Opmerking:Nach ca. 8minuten schakelt het apparaat
zelfstandig terug naar ventilatiestand .
Intensiefstanden wijzigen of uitschakelen
1.
Druk op de ventilatiesensor.
2.
De gewenste ventilatiestand kiezen of deze op
aanpassen.
10.4 Naventilatie voor ventilatie
De ventilatie loopt nog enkele minuten na het uitscha-
kelen van de kookzone met de hoofdschakelaar na.
Een vereiste daarvoor is dat de kookzone minimaal
één minuut is ingeschakeld en dat de ventilatie loopt.
De ventilatie schakelt zich na het verstrijken van de be-
treffende tijdsduur automatisch uit. Deze tijdsduur
hangt af van de functie, waarin het apparaat is geïnstal-
leerd.
Bij ingeschakelde ventilatie is de ventilatiestand ver-
licht. U kunt de ventilatie te allen tijde uitschakelen,
door op de ventilatiesensor te drukken.
Favorietenknop
11 Favorietenknop
Met de functie kunt u twee functies of kookinstellingen
kiezen, welke dan op snel toegankelijk zijn.
11.1 Favorietenknop functies toekennen
Vereiste:Het apparaat met Home Connect verbinden.
Meer informatie vindt u onder Home Connect
→Pagina19
1.
Om functies toe te kennen, de Home Connect
app openen en de aanwijzingen opvolgen.
2.
Zodra u de functies heeft toegekend, kunt u deze
gebruiken:
a Functie 1: kort drukken.
a Functie 2: lang drukken.
Opmerking:Wanneer u geen functie heeft toegekend,
dan schakelt zich uit na het inschakelen van de
kookplaat.
CombiZone
12 CombiZone
Deze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzo-
nes van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogens-
stand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemd
voor het koken met langwerpig kookgerei.
De functie maakt het koken mogelijk met een kookge-
rei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer com-
fort van de ene naar de andere kookzone kunt schui-
ven. In dit geval behouden de beide zones dezelfde
kookstand en dezelfde instellingen.
12.1 Plaatsen van het kookgerei
Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones.
12.2 Schakel CombiZone in
1.
Een van de twee kookzones kiezen en de vermo-
gensstand instellen.
2.
Druk op .
a De functie is geactiveerd.
12.3 Schakel CombiZone uit
▶
Raak aan.
a De functie is uitgeschakeld.
a De beide kookzones functioneren weer als twee on-
afhankelijke kookzones.
Tijdfuncties
13 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende functies voor
het instellen van de bereidingstijd:
¡ Uitschakeltimer
¡ Timer
Aan de knop is standaard de functie Uitschakeltimer
toegekend. U kunt de sensor echter ook aan één van
de hierboven genoemde functies toekennen.Deze in-
stellingen kunt u via de Home Connect app of onder
Basisinstellingen wijzigen →Pagina18.

nl PowerBoost
14
13.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidings-
tijd voor één of meerdere kookzones en hun automati-
sche uitschakeling na het verstrijken van de ingestelde
tijd.
Uitschakeltimer inschakelen
1.
Kookzone en vermogensstand kiezen.
2.
Druk op .
a en branden.
3.
Stel binnen de volgende 10 seconden in het instel-
gebied de gewenste bereidingstijd in.
‒ U kunt de tussenwaarden tussen 1 minuut en 9
minuten in stappen van 30 seconden instellen.
Kies hiervoor de tussenliggende waarden met .
‒ Om een tijd in seconden te kiezen, bijv. 1h
30min, de getallenreeks 1 - 3 - 0 in het instelge-
bied kiezen. Wanneer u een tijd van meer dan 60
minuten kiest, dan wordt de tijd automatisch in
uren weergegeven.
4.
Raak aan om te bevestigen.
a Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt de
kookzone uit en er klinkt een signaal.
Opmerkingen
¡ Wanneer in een kookzone, waarin PerfectFry Sensor
is geactiveerd, een bereidingstijd is geprogram-
meerd, begint de geprogrammeerde bereidingstijd
af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is
bereikt.
¡ Druk, om de aanwijzing tussen de functietempera-
tuur PerfectFry Sensor en de geprogrammeerde be-
reidingstijd te wisselen, op de gekozen temperatuur.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
1.
Kies de kookzone en raak vervolgens het sym-
bool aan.
2.
Wijzig om de functie uit te schakelen de bereidings-
tijd, of zet deze op .
13.2 Timer
Maakt de activering van een timer mogelijk. Deze func-
tie is onafhankelijk van de kookzones en andere instel-
lingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch
uit.
Timer inschakelen
Vereiste: de functie toewijzen.
1.
Druk op .
2.
Kies de gewenste tijd.
a De tijd begint af te lopen.
a Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en
knipperen de displays.
Timer wijzigen of uitschakelen
1.
Druk op .
2.
Wijzig om de functie uit te schakelen de bereidings-
tijd, of zet deze op .
PowerBoost
14 PowerBoost
Met de Powerboost-functie verhit u grote hoeveelheden
water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor
zover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in
gebruik is. Anders knipperen en in het display van
de gekozen kookzone. Dan wordt automatisch inge-
steld zonder de functie te activeren.
14.1 PowerBoost inschakelen
1.
Kies de kookzone.
2.
Raak aan
a De indicatie licht op.
a De functie is geactiveerd.
14.2 PowerBoost uitschakelen
1.
Kies de kookzone.
2.
Raak aan.
a De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt te-
rug naar de vermogensstand .
a De functie is uitgeschakeld.
Opmerking:Om de elektronica-elementen binnenin de
kookplaat te beschermen, schakelt deze functie onder
bepaalde omstandigheden automatisch uit.
PanBoost
15 PanBoost
1
Met deze functie verhit u pannen sneller dan met . De
PowerBoost functie niet met braadpannen gebruiken,
de coating kan daarbij beschadigd raken.
U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknop
activeren.
1
Beschikbaar al naar gelang de softwareversie. Meer informatie over de beschikbaarheid vindt u op de website.

Warmhoudfunctie nl
15
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor
zover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in
gebruik is. Anders knipperen in de indicatie van de ge-
kozen kookzone en . Vervolgens wordt automa-
tisch ingesteld.
15.1 Gebruiksadviezen
¡ Leg geen deksel op de pan.
¡ Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten.
¡ Alleen koude pannen gebruiken.
¡ Pannen met volkomen effen bodem gebruiken.
Geen pannen met dunne bodem gebruiken.
15.2 Schakel PanBoost in
Vereiste: de functie toewijzen.
→"Favorietenknop", Pagina13.
1.
Kies de kookzone.
2.
Raak aan.
a brandt.
a De functie is geactiveerd.
15.3 PanBoost uitschakelen
1.
Kies de kookzone.
2.
Vermogensstand kiezen.
a dooft
a De functie is uitgeschakeld.
Opmerking:Om hoge temperaturen te vermijden scha-
kelt deze functie na 30 seconden automatisch uit.
Warmhoudfunctie
16 Warmhoudfunctie
1
Deze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter
te smelten en gerechten warm te houden.
U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknop
activeren.
16.1 Schakel Warmhoudfunctie in
Vereiste: de functie toewijzen.
→"Favorietenknop", Pagina13.
1.
Kies de gewenste kookzone.
2.
Raak aan.
brandt.
a De functie is ingeschakeld.
16.2 Schakel Warmhoudfunctie uit
1.
Kies de kookzone.
2.
Op instellen
dooft.
a De functie is uitgeschakeld.
PerfectFry Sensor
17 PerfectFry Sensor
Met deze functie kunt u smelten, sauzen bereiden, sau-
teren, frituren of braden, waarbij de temperatuur onder
controle wordt gehouden.
In de plaats van tijdens het koken telkens weer de ver-
mogensstand aan te passen, eenmaal de gewenste
temperatuur kiezen. De sensoren onder de keramische
glasplaat meten dan de temperatuur van het kookgerei
en houden deze tijdens het volledige kookproces con-
stant.
Deze functie is beschikbaar op de kookzones die met
zijn gemarkeerd.
Functies Temperatuur
Smelten 70-80ºC
Sauzen bereiden 110 - 120ºC
Braden 140ºC
Braden 160ºC
Braden 180-200ºC
Braden 220ºC
17.1 Aanbevolen kookgerei
Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld,
dat optimale resultaten levert.
Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de ser-
vicedienst, de vakhandel of onze onlineshop
www.bosch-home.com.
Opmerking:U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Af-
hankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de be-
reikte temperatuur echter van de gekozen temperatuur-
stand afwijken.
17.2 PerfectFry Sensor inschakelen
1.
Plaats het lege kookgerei op een kookzone.
2.
Kies de kookzone.
3.
Druk op .
a , en de vooringestelde temperatuur gaan bran-
den op het display van de geselecteerde kookzone.
4.
De temperatuur kiezen, door met de vinger over het
instelbereik te vegen.
a knippert, tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
1
Beschikbaar al naar gelang de softwareversie. Meer informatie over de beschikbaarheid vindt u op de website.

nl PerfectFry Sensor
16
a De gekozen temperatuur en de ontwikkeling van de
in de pannen bereikte temperatuur knipperen afwis-
selend, tot de gekozen temperatuur is bereikt.
a De op de displays weergegeven temperatuur is een
benaderingswaarde en kan afwijken van de daad-
werkelijke temperatuur in de braadpan.
a Wanneer de temperatuur is bereikt, dan klinkt een
signaal en alsmede het temperatuursymbool hou-
den op te knipperen.
5.
Het braadvet en dan het product in de braadpan
doen.
Opmerking:Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt om
te koken, dan de olie toevoegen en een paar seconden
wachten voordat u het te bereiden product toevoegt.
17.3 Schakel PerfectFry Sensor uit
▶
Kies de kookzone en tik op .
17.4 Adviezen voor het koken met
PerfectFry Sensor
De volgende tabel bevat de ideale temperatuurstand
voor een selectie van gerechten. De temperatuur
en de bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoe-
veelheid, de toestand en de kwaliteit van de levensmid-
delen.
Vlees
Schnitzel, ongepaneerd 160-180 4-10
Schnitzel, gepaneerd 180 6-10
Filet 180-200 6-10
Karbonades 160-180 10-15
Cordon bleu, Wiener
Schnitzel
180 10-15
Steak, rare, 3cm dik 220 8-10
Steak, medium, 3cm
dik
200 6-10
Steak, well done, 3cm
dik
180 6-12
T-Bone-steak, rare,
4,5cm dik
200-220 10-15
T-Bone-steak, medium,
4,5cm dik
180-200 20-30
Filet van gevogelte,
2cm dik
160 10-20
Spek 160-180 5-8
Gehakt 180-200 6-10
Hamburger, 1,5cm dik 160-200 6-15
Gehaktballetjes: 160-180 10-20
Gekookte braadworst-
jes
160-180 8-20
Chorizo, rauwe braad-
worst
160-180 10-20
Spiesjes 160-180 10-20
Gyros 180-200 6-10
Vis en zeevruchten
Visfilet, ongepaneerd 180 10-20
Visfilet, gepaneerd 180 10-20
Vis, gebakken, heel 160 10-20
Sardientjes 180 6-12
Garnalen 180 4-8
Inktvis, sepia 180-200 6-12
Gewone mosselen, ve-
nusschelpen, kokkels
110-120 4-8
Eiergerechten
Spiegeleieren in boter 140 2-6
Spiegeleieren in olie 180-220 2-6
Roerei 140 4-9
Omelet 140 3-6
Wentelteefjes 160 4-8
Crêpes, blini's, pannen-
koeken, taco's
180-200 1-3
Groente
Gebakken aardappelen
van gekookte aardap-
pelen
180-200 6-12
Patat 180-200 15-25
Aardappelkoekjes 200 2-4
Uien, knoflook, glazig
gefruit
140 4-12
Uienringen 180-200 4-12
Courgettes, aubergines,
paprika
160-180 4-12
Groene asperges, ge-
braden
160-180 10-20
Paddenstoelen 180 10-15
Groente, geglaceerd 120 10-20
Groente in tempura-
deeg
180-200 5-10
Diepvriesgerechten
Chicken nuggets 180-200 8-12
Vissticks 180 8-12
Patat 200-220 4-8
Pangerechten 160-180 6-10
Loempia's 180-200 8-15
Pastei, kroketten 200-220 6-8
Sauzen
Tomatensaus 120 20-30
Roomsaus 110-120 10-20
Bechamelsaus 110-120 10-20
Kaassaus 110-120 3-8
Zoete sauzen 110-120 10-20
Sauzen inkoken 110-120 5-10
Smelten
Couverture 70-80 5-15
Kaas 70-80 3-10
Boter 70-80 3-5
Fondue 70-80 5-15
Diversen

Kinderslot nl
17
Gebakken kaas 180-200 5-15
Croutons 160-180 6-10
Geroosterd brood 200-220 8-12
Droge kant-en-klaar-
maaltijden
110-120 5-10
Amandelen, walnoten,
pijnboompitten, geroos-
terd
180-200 3-15
Popcorn 220 10-20
Kinderslot
18 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee
voorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen.
18.1 Kinderslot inschakelen
Vereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
▶
Raak gedurende 4 seconden aan.
a brandt 10seconden lang.
a De kookplaat is geblokkeerd.
18.2 Kinderslot deactiveren
1.
Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
2.
Raak gedurende 4 seconden aan.
a De blokkering is opgeheven.
18.3 Automatisch kinderslot
U kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na het
uitschakelen van de kookplaat activeren.
Hoe u de functie activeert en deactiveert kunt u lezen
in het hoofdstuk basisinstellingen →Pagina18.
Pauze
19 Pauze
Met de functie kunt u actieve bereidingsprocessen tot
10 minuten onderbreken en hervatten zonder de geko-
zen instellingen te wijzigen.
De functie kunt u bijvoorbeeld voor het reinigen van het
bedieningspaneel inschakelen.
19.1 Pauze-functie activeren
▶
Druk op .
a In de kookzone-indicaties brandt .
a Alle actieve bereidingsprocessen worden gestopt.
De instellingen blijven bewaard.
a De functie is geactiveerd.
19.2 Pauze-functie deactiveren
▶
Raak aan.
a De functie is uitgeschakeld. De bereidingsproces-
sen worden voortgezet.
Opmerking:Na 10 minuten schakelt de kookzone au-
tomatisch uit.
Individuele veiligheidsuitschakeling
20 Individuele veiligheidsuitschakeling
Wanneer een kookzone langere tijd in gebruik is en u
geen instelling wijzigt, dan activeert u de veiligheids-
functie. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd is afhankelijk van het geselecteerde vermogens-
niveau.
Vermogensstand Tijd
1,0 - 1,5 10 uur
2,0 - 3,5 5 uur
4,0 - 5,0 4 uur
5,5 - 6,5 3 uur
7,0 - 7,5 2 uur
8,0 - 9,0 1uur
Druk op een willekeurige button.

nl Basisinstellingen
18
Basisinstellingen
21 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
21.1 Overzicht van de basisinstellingen
Indicatie Instelling Waarde
Kinderslot
→"Kinderslot", Pagina17
- Handmatig.
1
- Automatisch.
- Functie uitgeschakeld.
Akoestische signalen - Het bevestigingssignaal, het foutsignaal en het sig-
naal voor verkeerd gebruik zijn gedeactiveerd.
- Het foutsignaal is geactiveerd.
- Het bevestigingssignaal en het signaal voor verkeerd
gebruik zijn geactiveerd.
- Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld
1
.
Geluidsvolume van de akoestische signalen - Stil.
- Gemiddeld.
1
= hoog
op het bedieningspaneel één van de tijd-
programmeerfuncties toekennen.
→"Tijdfuncties", Pagina13
- Uitschakeltimer.
1
- Timer.
Vermogensbegrenzing
Daarmee kunt u indien nodig het totale ver-
mogen van de kookplaat vanwege de specifi-
caties van uw elektrische installatie begren-
zen. Houd de bepalingen van uw lokale elek-
triciteitsbedrijf aan. De beschikbare instellin-
gen zijn afhankelijk van het maximale vermo-
gen van de kookplaat. Overige informatie
vindt u op het typeplaatje. Wanneer de func-
tie is ingeschakeld en de kookplaat de inge-
stelde vermogensgrens bereikt, dan knippert
de gewenste en toegestane vermogensstand
en kunt u geen hogere vermogensstand kie-
zen.
Het vermogen wordt met elke stap met 500 W verhoogd.
– Uitgeschakeld. Maximale vermogen van de kook-
plaat
1
.
- 1000 W. Laagste vermogen.
. - 1500 W.
...
- 3000 W.
. - 3500 W.
- 4000 W.
. - 4500 W.
...
- Maximale vermogen van de kookplaat.
Demonstratiemodus
Demo-modus van de kookplaat. Wanneer u
de kookplaat inschakelt, brandt enkele
seconden lang en verwarmen de kookzones
niet.
- Uitgeschakeld.
1
- Ingeschakeld.
Kookgerei-test
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het
kookgerei testen.
→"Kookgerei-test", Pagina19
- Ongeschikt.
- Niet optimaal.
- Geschikt.
Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen. - Luchtcirculatie configureren.
1
- Luchtafvoer configureren.
Automatisch starten van de ventilatie instel-
len.
De ventilatie start met de vooringestelde ver-
mogensstand.
- Uitgeschakeld.
- Ingeschakeld.
1
1
Fabrieksinstelling

Kookgerei-test nl
19
Indicatie Instelling Waarde
Naventilatie voor ventilatie instellen.
Wanneer uw kookplaat werkt met afvoer-
luchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedu-
rende ca. 6 minuten met de vermogensstand
in.
Wanneer uw kookplaat met de circulatie-
luchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie
gedurende ca. 30 minuten met de vermo-
gensstand in.
- Uitgeschakeld.
- Ingeschakeld.
1
:
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen - Individuele instellingen
1
.
- Fabrieksinstellingen.
1
Fabrieksinstelling
21.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
1.
Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
2.
Binnen de volgende 10 seconden gedurende 4
seconden aanraken.
Productinformatie Indicatie
Klantenserviceoverzicht
Fabricagenummer
Fabricagenummer 1
Fabricagenummer 2
a De eerste vier indicaties geven productinformatie
weer. Raak aan om de afzonderlijke indicaties
weer te geven.
3.
Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan.
a en lichten op als voorinstelling.
4.
Raak net zo lang herhaald aan totdat de gewens-
te instelling verschijnt.
5.
De gewenste instelling in het instelbereik kiezen.
6.
Raak gedurende 4 seconden aan.
a De instellingen worden opgeslagen.
21.3 Wijzigen van de basisinstellingen
annuleren
▶
Raak aan.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
Kookgerei-test
22 Kookgerei-test
De kwaliteit van het kookgerei heeft een grote invloed
op de snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei
testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van
de pan met de diameter van de gebruikte kookzone
overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen.
→Pagina18
22.1 Kookgerei-test uitvoeren
1.
Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca.
200ml water midden op die kookzone, waarvan de
diameter het best overeenkomt met de diameter van
de bodem van het kookgerei.
2.
Roep de basisinstellingen op en kies .
3.
Het instelgebied aanraken. In de kookzones knip-
pert .
a De functie is ingeschakeld.
a Na 10 seconden verschijnt het resultaat op het
kookzonedisplay.
22.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel wordt weergegeven wat het resul-
taat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces be-
tekent.
Resultaat
Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt
en wordt daarom niet opgewarmd.
Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht
en het kookproces verloopt niet optimaal.
Het kookgerei wordt goed warm en het kookpro-
ces is in orde.
Raak om de functie opnieuw te activeren het instelbe-
reik aan.
HomeConnect
23 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.

nl HomeConnect
20
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ Kookplaten zijn niet bedoeld voor gebruik zonder
toezicht. Het bereidingsproces moet in de gaten
worden gehouden.
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
23.1 HomeConnect instellen
Vereisten
¡ Het apparaat is verbonden met het stroomnet en in-
geschakeld.
¡ U beschikt over een mobiel eindapparaat met een
actuele versie van het iOS- of Android-besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
¡ Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het Wi-Fi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
De HomeConnect app downloaden.
1
1
Apple App Store en het Apple App Store logo
zijn handelsmerken van Apple Inc. Google Play
en het Google Play logo zijn handelsmerken van
Google LLC.
2.
De HomeConnect app openen en de volgende QR-
code scannen.
3.
De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
23.2 WiFi-symbool
De WiFi-indicatie op het bedieningspaneel wijzigt afhan-
kelijk van de status en de kwaliteit van de verbinding
en de beschikbaarheid van de HomeConnect server.
Status Beschrijving
Brandt statisch met halve
helderheid.
Geen netwerkverbinding
opgeslagen.
Knippert met volledige
helderheid.
Netwerkverbinding wordt
tot stand gebracht.
Brandt statisch met volle-
dige helderheid.
Netwerkverbinding opge-
slagen en WiFi actief.
Knippert. De netwerkinstellingen
worden gereset.
Uitgeschakeld. Netwerk niet actief.
23.3 Wifi-thuisnetwerk toevoegen of
verwijderen
In het volgende overzicht ziet u hoe u een wifi-thuisnet-
werk kunt toevoegen of verwijderen.
Wifi-thuisnetwerkstatus Handeling
Geen wifi-thuisnetwerk op-
geslagen.
Om het wifi-thuisnetwerk
toe te voegen, kort op
drukken.
Het wifi-thuisnetwerk is
opgeslagen.
Om een ander apparaat
te koppelen, lang op
drukken.
Het wifi-thuisnetwerk is
opgeslagen.
Om de instellingen van
het wifi-thuisnetwerk te re-
setten, lang op druk-
ken. Als knippert, dan
opnieuw lang indruk-
ken.
23.4 Instellingen via de HomeConnect app
wijzigen
Met de HomeConnect app kunt u de instellingen voor
de kookzones wijzigen en naar de kookplaat sturen.
Vereiste:De kookplaat is met het thuisnetwerk en de
HomeConnect app verbonden.
1.
De instelling in de HomeConnect app uitvoeren en
naar de kookplaat sturen.
De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
Instellingen die u vanuit de HomeConnect app naar
de kookplaat stuurt, moet u op de kookplaat beves-
tigen.
a Wanneer kookinstellingen naar een kookplaat wor-
den doorgestuurd, begint afhankelijk van de instel-
ling de betreffende kookzone-indicatie te knipperen.
2.
Om de instelling te verwerpen, op een willekeurig
ander touchveld van de kookplaat drukken.

Reiniging en onderhoud nl
21
23.5 Automatische
aanwezigheidsherkenning activeren
1
Door de automatische aanwezigheidsherkenning hoeft
u kookinstellingen van uw mobiele eindapparaat niet
meer op de kookplaat te bevestigen, zolang u zich in
de buurt van de kookplaat bevindt. Wanneer u instellin-
gen naar een kookzone stuurt, kunt u deze direct vanaf
uw mobiele eindapparaat bevestigen.
Vereisten
¡ De kookplaat is met het thuisnetwerk en de Ho-
meConnect app verbonden.
¡ Bluetooth is met het mobiele apparaat verbonden.
¡ De gebruiker bevindt zich in de buurt van de kook-
plaat.
1.
Open de HomeConnect app.
2.
Volg om de automatische aanwezigheidsherkenning
in te stellen de aanwijzingen in de HomeConnect
app.
23.6 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhel-
pen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates als-
mede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde in-
stallatie wordt u via de HomeConnectapp geïnfor-
meerd.
Opmerkingen
¡ De software-update bestaat uit twee stappen.
– In de eerste stap van de download.
– In de tweede stap de installatie op uw apparaat.
¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kunnen software-updates ook
automatisch worden gedownload.
¡ De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de in-
stallatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
23.7 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website: www.home-connect.com.
23.8 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
Reiniging en onderhoud
24 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
24.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitroke-
ramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de service-
dienst, in de vakhandel of in de webshop www.bosch-
home.com.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-
ken van het apparaat beschadigen.
▶ Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
▶ Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de
kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van
het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
¡ Onverdund afwasmiddel
¡ reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine
¡ Schuurmiddelen
1
Beschikbaar al naar gelang de softwareversie. Meer informatie over de beschikbaarheid vindt u op de website.

nl Reiniging en onderhoud
22
¡ Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of
vlekverwijderaars
¡ Krassende sponzen
¡ Hogedrukreinigers of stoomapparaten
24.2 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten
niet inbranden.
Vereiste:De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij
suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie
de kookplaat niet afkoelen.
1.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vi-
trokeramische kookplaat.
2.
Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor
glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van
het reinigingsmiddel aan.
Tips
¡ Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt
u goede reinigingsresultaten boeken.
¡ Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon
houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat
in een goede conditie.
24.3 Profielen reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de profie-
len bevinden, reinig deze dan.
Opmerking:Geen schraper gebruiken.
1.
Reinigen met zeepsop en drogen met een zachte
doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwas-
sen.
2.
Drogen met een zachte doek.
Opmerking:Wanneer uitneembare zijprofielen aanwe-
zig zijn, gebruik dan veiligheidshandschoenen bij het
verwijderen.
24.4 Vetfilter
Het vetfilter filtert het vet uit de kookdamp. Het filter be-
staat uit een houder en twee uitneembare vetfilters. Rei-
nig het vetfilter regelmatig om een optimale werking te
garanderen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
▶ Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
▶ De vetfilters regelmatig reinigen.
▶ Nooit in de omgeving van het apparaat met open
vuur werken (bijv. flamberen).
LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende
kookplaat beschadigen.
▶ Met een hand onder de vetfilter grijpen.
1.
Verwijder het vetfilter.
‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir ver-
zamelen. Het vetfilter niet kantelen, om lekkend
vet te vermijden
2.
De onderdelen van het vetfilter demonteren.
3.
Het vetfilter in de vaatwasser of handmatig reinigen.
→"Reinig het vetfilter met de hand", Pagina22
→"Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen",
Pagina23
4.
Indien nodig de geurfilters of de akoestische filters
verwijderen en het apparaat van binnen reinigen.
5.
Mochten er voorwerpen in het apparaat zijn beland,
dan deze verwijderen en ervoor zorgen dat de toe-
voer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
6.
Maak het inwendige van het apparaat met zeepsop
en een vaatdoek schoon.
7.
Plaats na het reinigen het gedroogde vetfilter.
Reinig het vetfilter met de hand
1.
De onderdelen van het vetfilter demonteren.
2.
Het vetfilter in een warm zeepsop weken.
‒ Het vetfilter met een borstel reinigen. Gebruik
geen agressieve, zuur- of looghoudende reini-
gingsmiddelen.

Reiniging en onderhoud nl
23
‒ Bij hardnekkig vuil een speciaal vetoplosmiddel
gebruiken. U kunt de vetoplosser via de klanten-
service, in de webshop of in een speciaalzaak
kopen.
3.
Het vetfilter goed uitspoelen.
4.
Laat het vetfilter afdruppelen.
5.
De onderdelen van het vetfilter inbouwen.
6.
Na het drogen het vetfilter in het apparaat plaatsen.
Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen
1.
Verwijder het vetfilter.
2.
De onderdelen van het vetfilter demonteren.
3.
De onderdelen van het vetfilter losjes in de vaatwas-
ser plaatsen en niet vastklemmen.
‒ Reinig sterk verontreinigde vetfilters niet samen
met serviesgoed. Gebruik geen agressieve, zuur-
of looghoudende reinigingsmiddelen.
4.
De vaatwasmachine starten. Kies bij de tempera-
tuurinstelling maximaal 70°C.
5.
Laat het vetfilter afdruppelen.
6.
Na het drogen het vetfilter in het apparaat plaatsen.
24.5 Geurfilter of akoestisch filter
De geurfilters of akoestische filters zijn verkrijgbaar in
de speciaalzaak, bij de klantenservice of in de web-
shop.
Opmerkingen
¡ Geurfilters vervangen, wanneer de waarschuwing op
het apparaat wordt weergegeven.
→"Verzadigingsindicatie resetten", Pagina23
¡ Vervang de akoestische filters als ze verontreinigd
zijn.
Vereiste:Gebruik uitsluitend originele filters om een
optimale werking te garanderen.
1.
Verwijder het vetfilter.
2.
De 4 geurfilters of het akoestische filter eruit halen
en correct afvoeren.
3.
De twee nieuwe geurfilters of akoestische filters
links en rechts in het apparaat plaatsen en naar vo-
ren schuiven.
4.
De andere geurfilters of akoestische filters links en
rechts in het apparaat plaatsen.
5.
Het vetfilter in het apparaat plaatsen.
Verzadigingsindicatie resetten
Na het uitschakelen van het apparaat brandt .
1.
Geurfilter vervangen.
→"Geurfilter of akoestisch filter", Pagina23
2.
Ventilatiesensor ingedrukt houden, tot een geluids-
signaal klinkt.
a brandt niet langer. De indicatie van het geurfilter is
gereset.
24.6 Overloopreservoir schoonmaken
Het overloopreservoir verzamelt vloeistoffen of voorwer-
pen die van boven in het apparaat terechtkomen.
Vereiste:Het apparaat is afgekoeld en de restwarmte-
aanduiding is verdwenen.
1.
Het overloopreservoir met een hand vasthouden en
met de andere hand eraf schroeven.
‒ Het overloopreservoir niet schuin houden om te
voorkomen dat er vocht uitloopt.

nl Storingen verhelpen
24
2.
Het overloopreservoir leegmaken en uitspoelen.
3.
Indien nodig de schroef afschroeven en het over-
loopreservoir zonder schroef in de vaatwasmachine
reinigen.
4.
Het overloopreservoir na het schoonmaken weer
vastschroeven.
5.
Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreser-
voir niet geblokkeerd is.
Voorwerpen die in het apparaat terechtkomen na
het afkoelen van het apparaat verwijderen. Hiervoor
het vetfilter verwijderen.
Storingen verhelpen
25 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina25
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataan-
sluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet
deze worden vervangen door een speciale netaan-
sluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die ver-
krijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
25.1 Waarschuwing
Opmerkingen
¡ Wanneer op de displays of verschijnt, de sensor
van de betreffende kookzone ingedrukt houden en
de storingscode aflezen.
¡ Wanneer de storingscode niet in de tabel staat, de
kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30
seconden wachten en de kookplaat verbinden. Ver-
schijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op
met de servicedienst en geef de exacte storingsco-
de op.
¡ Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet
meer over naar de standby-modus.
¡ Om de elektrische onderdelen van het apparaat te
beschermen tegen oververhitting of stroomstoten,
kan het vermogensniveau van de kookplaat voor
korte tijd worden teruggebracht.
25.2 Aanwijzingen op het display
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enke-
le indicatie.
De stroomtoevoer is onderbroken.
▶
Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroom-
storing.
Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
▶
Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.
Storing in de elektronica
▶
Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in.
Ventilatie werkt niet Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
▶
Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.
De indicaties knippe-
ren.
Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp.
▶
Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp.
Het geurfilter is verzadigd of de verzadigingsindicatie brandt, hoewel u het filter heeft ver-
vangen.
▶
Vervang het filter en reset de filterverzadigingsindicatie. Meer informatie kunt u vinden in
hoofdstuk
→"Reiniging en onderhoud", Pagina21.
, , ,
,
De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
▶
Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van
het bedieningspaneel aanraken.
+ vermogensstand
en geluidssignaal
Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica
oververhit raken.
▶
Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voort-
zetten.

Afvoeren nl
25
Storing Oorzaak en probleemoplossing
en geluidssignaal Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de
elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld.
▶
Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak
aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken.
/ De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgescha-
keld.
▶
Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone
opnieuw in.
De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik.
▶
Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone
een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen.
/ De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied.
▶
Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf.
/ De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten.
▶
Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het
schakelschema.
De demo-modus is geactiveerd.
▶
Schakel de demomodus uit in de basisinstellingen.
HomeConnect functi-
oneert niet correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Ga naar www.home-connect.com.
Animatie op de dis-
plays
Onder bepaalde omstandigheden kan de kookplaat onderhoudstaken uitvoeren, zoals bij-
voorbeeld een firmware-update, een optimalisering of storingzoeken.
▶
Wacht tot het proces is afgerond en schakel pas dan de kookplaat in.
25.3 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen
veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilat-
orgeluiden of ritmische geluiden.
Afvoeren
26 Afvoeren
26.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
27 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en
het volgnummer (Z-Nr.) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.

nl Informatie over vrije software en opensourcesoftware
26
27.1 Productnummer (E-Nr.),
productienummer (FD) en volgnummer (Z-
Nr.)
Het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD)
en het volgnummer (Z-Nr.) vindt u op het typeplaatje
van het apparaat.
Het typeplaatje vindt u:
¡ op de apparaatpas.
¡ voor aan de onderkant van de kookplaat.
Het productnummer (E-nr.) vindt u ook op de glaskera-
miek. De servicedienstindex (KI) en het fabricagenum-
mer (FD) kunt u bovendien in de basisinstellingen
→Pagina18 laten weergeven.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
Informatie over vrije software en opensourcesoftware
28 Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de
houders van de intellectuele eigendom als vrije softwa-
re of opensourcesoftware zijn gelicentieerd.
De informatie over de betreffende licentie is in het huis-
houdapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze li-
centie-informatie via de HomeConnect app raadple-
gen: 'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-
informatie'.
1
Verder kunt u de licentie-informatie downlo-
aden via de productwebsite. (Zoek daarvoor op de pro-
ductwebsite naar uw apparaatmodel en de bijbehoren-
de documentatie.) In plaats daarvan kunt u de betref-
fende informatie ook aanvragen via ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-
Wery-Str. 34, D-81739 München.
De broncode wordt u op verzoek ter beschikking ge-
steld.
Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-
Wery-Str. 34, D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden
u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende
drie jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste ge-
durende de periode waarin wij support en reserveon-
derdelen voor het betreffende apparaat bieden.
Conformiteitsverklaring
29 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het appa-
raat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de
fundamentele vereisten en de overige toepasselijke be-
palingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de aanvullende docu-
menten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz):
max. 130mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Testgerechten nl
27
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
Testgerechten
30 Testgerechten
Deze instellingsaanbevelingen zijn bedoeld voor testin-
stituten om het testen van onze apparaten te verge-
makkelijken. De testen worden met onze kooksets voor
inductiekookplaten uitgevoerd. Indien nodig kunt u de-
ze accessoiresets op een later tijdstip aanschaffen bij
de vakhandel, via onze technische klantenservice of in
onze webshop.
30.1 De couverture smelten.
Ingrediënten: 150 g pure chocolade (55% cacao).
¡ Pot Ø 16 cm zonder deksel
– Koken: Vermogensstand 1.
30.2 Linzenschotel opwarmen en
warmhouden
Recept volgens DIN 44550
Begintemperatuur 20°C
Opwarmen zonder omroeren
¡ Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 450 g
– Verwarmen: tijdsduur 1 min. 30 s., vermogens-
stand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 1.
¡ Pot Ø 20 cm met deksel Hoeveelheid: 800 g
– Verwarmen: tijdsduur 2 min. 30 s., vermogens-
stand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 1.
30.3 Linzenschotel opwarmen en
warmhouden
Bijv.: linzendiameter 5-7 mm. Starttemperatuur 20°C
Na 1 min. opwarmen omroeren
¡ Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 500 g
– Opwarmen: tijdsduur ca. 1 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 1.
¡ Pan Ø 20 cm met deksel Hoeveelheid: 1 kg
– Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 1.
30.4 Bechamelsaus
Melktemperatuur: 7ºC
¡ Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 40 g bo-
ter, 40 g meel, 0,5 l melk met 3,5% vetgehalte en
een snufje zout
Bechamelsaus maken
1.
Boter smelten, bloem en zout erdoor roeren en het
geheel verwarmen.
‒ Verwarm het: duur 6 min., vermogensfase 2
2.
De melk bij de roux van bloem voegen en deze on-
der voortdurend roeren aan de kook brengen.
‒ Verwarm het: duur 6 min. 30 sec., vermogensfa-
se 7
3.
Als de bechamelsaus aan de kook komt, laat deze
dan nog 2 minuten op de kookzone staan, onder
voortdurend roeren.
‒ Kookpunt: Vermogensstand 2
30.5 Kook rijstpudding met deksel
Melktemperatuur: 7ºC
1. De melk verwarmen tot hij begint op te komen.
Verwarmen zonder deksel. Na 10 min. opwarmen
omroeren.
2. Stel het aanbevolen vermogen in en voeg rijst, suiker
en zout toe aan de melk.
Bereidingstijd inclusief opwarmen, ca. 45min.
¡ Pan Ø 16 cm Ingrediënten: 190g rijst met ronde
korrel, 90g suiker, 750ml melk met 3,5% vetge-
halte en 1g zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.
– Kookpunt: Vermogensstand 3
¡ Pan Ø 20 cm Ingrediënten: 250g rijst met ronde
korrel, 120g suiker, 1l melk met 3,5% vetgehalte
en 1,5g zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.
– Doorkoken: vermogensstand 3, na 10 min. om-
roeren
30.6 Kook rijstpudding zonder deksel
Melktemperatuur: 7ºC
1. Ingrediënten aan de melk toevoegen en onder
voortdurend roeren opwarmen.
2. Wanneer de melk ca. 90 ºC heeft bereikt, kiest u het
aanbevolen prestatieniveau en laat u de melk ca. 50
minuten sudderen op een lage stand.
¡ Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 190g
rijst met ronde korrel, 90g suiker, 750ml melk met
3,5% vetgehalte en 1g zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.
– Kookpunt: Vermogensstand 3
¡ Pot Ø 20 cm zonder deksel Ingrediënten: 250g rijst
met ronde korrel, 120g suiker, 1l melk met 3,5%
vetgehalte en 1,5g zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.
– Kookpunt: Vermogensstand 2.
30.7 Rijst koken
Recept volgens DIN 44550
Watertemperatuur: 20°C
¡ Pan Ø 16 cm met deksel Ingrediënten: 125g rijst
met lange korrel, 300g water en een snufje zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 2

nl Testgerechten
28
¡ Pan Ø 20 cm met deksel Ingrediënten: 250 g rijst
met lange korrel, 600g water en een snufje zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 2.
30.8 Varkenslende braden
Begintemperatuur van de lende: 7°C
¡ Koekenpan Ø 24 cm zonder deksel Ingrediënten: 3
varkenslendenen, totaalgewicht ca. 300g, 1cm dik,
en 15ml zonnebloemolie
– Opwarmen: tijdsduur ca. 1 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 7
30.9 Crêpes bereiden
Recept volgens DIN EN 60350-2
¡ Koekenpan Ø 24 cm zonder deksel Ingrediënten:
55 ml deeg per crêpe
– Verwarmen: tijdsduur 1 min. 30 s., vermogens-
stand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 7
30.10 Diepvriesfrites frituren
¡ Pan Ø 20 cm zonder deksel Ingrediënten: 2 l zonne-
bloemolie. Voor elke bakcyclus: 200 g bevroren frie-
ten, 1 cm dik.
– Opwarmen: vermogensstand 9, tot de olie een
temperatuur van 180°C bereikt.
– Kookpunt: Vermogensstand 9




Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001868516*
9001868516 (030728)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

