
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................6
3 Milieubescherming en besparing.......................7
4 Geschikt kookgerei .............................................8
5 PLAATSEN EN AANSLUITEN.............................9
6 Uw apparaat leren kennen................................11
7 Accessoires.......................................................15
8 Voor het eerste gebruik ....................................16
9 Kookplaat bedienen ..........................................16
10 CombiZone ........................................................17
11 Tijdfuncties........................................................18
12 PowerBoost.......................................................18
13 Kinderslot ..........................................................18
14 Basisinstellingen voor de kookplaat ...............19
15 Kookgerei-test...................................................20
16 De Bediening in essentie..................................20
17 Snel voorverwarmen.........................................20
18 Tijdfuncties........................................................21
19 Programma's .....................................................22
20 Kinderslot ..........................................................24
21 Basisinstellingen voor de oven........................24
22 Reiniging en onderhoud ...................................25
23 Reinigingsondersteuning .................................28
24 Rekjes ................................................................28
25 Apparaatdeur.....................................................29
26 Storingen verhelpen .........................................32
27 Transporteren en afvoeren...............................34
28 Servicedienst.....................................................34
29 Zo lukt het..........................................................35
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Beoogd gebruik
Om het apparaat veilig en op de juiste manier
te gebruiken dient u de aanwijzingen over het
beoogd gebruik in acht te nemen.
De afbeeldingen in deze handleiding dienen
ter informatie.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend als volgt:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-
cessen ononderbroken in het oog.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ op boten of in voertuigen.
¡ als kamerverwarming.
¡ met een externe schakelklok of een af-
standsbediening.
U kunt het apparaat niet met een timer of een
afstandsbediening gebruiken.
Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-
paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)
draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet
aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 20
juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN
45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 is
geselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-
meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-
daan en er bovendien non-ferro pannen met
non-ferro handgrepen worden gebruikt, kan
deze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-
den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juiste
wijze gebeurt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.

Veiligheid nl
3
1.2 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.3 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het apparaat wordt heet.
▶ Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus-
sen bewaren in laden direct onder de kook-
plaat.
▶ Nooit brandbare voorwerpen, bijv. spuitbus-
sen of reinigingsmiddelen onder het appa-
raat of in de onmiddellijke nabijheid op-
slaan of gebruiken.
Het kookvlak wordt erg heet.
▶ Nooit brandbare voorwerpen op het kook-
vlak of in de directe omgeving leggen.
▶ Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-
ren.
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet
of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-
ken.
▶ Verlies hete oliën en vetten daarom nooit
uit het oog.
▶ Nooit proberen om een vuur met water te
blussen, maar het apparaat uitschakelen
en dan de vlammen bijv. met een deksel of
een blusdeken afdekken.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-
gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door
oververhitting, in brand vliegen of ontploffende
materialen.
▶ Dek de kookplaat niet af.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-
werpen kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare materialen in de
binnenruimte.
Levensmiddelen kunnen vuur vatten.
▶ Er moet toezicht worden gehouden op het
kookproces. Een korte procedure moet
permanent worden gecontroleerd.
Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-
schakelaar uitschakelen.
▶ Niet wachten tot de kookplaat automatisch
uitschakelt omdat er zich geen potten en
pannen meer op bevinden.
De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet
meer worden bediend. Hij kan later per onge-
luk worden ingeschakeld.
▶ Schakel de zekering in de meterkast uit.
▶ Neem contact op met de klantenservice.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Oververhitting van het apparaat kan een
brand veroorzaken.
▶ Bouw het apparaat niet in achter een de-
cor- of meubeldeur.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stop-
contacten gebruiken.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.

nl Veiligheid
4
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een
eventueel aanwezig kookplaatframe.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel
heet op de kookplaat.
▶ Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals
messen, vorken, lepels of deksels, op de
kookplaat.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-
vallen leiden.
▶ Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-
ken.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Open de apparaatdeur voorzichtig.
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet het ter vermijding van risi-
co's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalifi-
ceerde persoon.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit een apparaat met gescheurd of ge-
broken oppervlak gebruiken.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina34
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-
latie van elektrische apparaten smelten.
▶ Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-
trische apparaten nooit in contact komt met
hete onderdelen van het apparaat.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Wordt het apparaat van het net losgekoppeld,
kunnen de verbindingen restspanningen ver-
oorzaken.
▶ Alleen een vakman mag het apparaat aan-
sluiten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.

Veiligheid nl
5
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Wordt er tegen de geopende apparaatdeur
gestoten, dan kan dit leiden tot lichamelijk let-
sel.
▶ Houd de apparaatdeur tijdens gebruik en
ook daarna gesloten.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de
kookplaat en kookvorm barsten door overver-
hitting.
▶ De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-
rect contact komen met de bodem van de
pan die met water is gevuld.
▶ Gebruik alleen hittebestendige vormen.
Een apparaat met een gebarsten of gebroken
oppervlak kan tot snijwonden leiden.
▶ Het apparaat niet gebruiken als het opper-
vlak ervan gebarsten of gebroken is.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
▶ Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
▶ Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
WAARSCHUWING‒Kantelgevaar!
Wanneer u het apparaat onbevestigd op een
sokkel plaatst, dan kan het van de sokkel glij-
den.
▶ Bevestig het apparaat stevig aan de sok-
kel.
▶ Waarschuwing: breng om het kantelen van
het apparaat te verhinderen een compen-
satie-inrichting aan.
▶ Houd voor de montage de handleidingen
aan.
1.4 Schuiflade
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het oppervlak van de schuiflade kan erg heet
worden.
▶ Bewaar uitsluitend ovenaccessoires in de
lade.
▶ Bewaar geen ontvlambare en brandbare
voorwerpen in de lade in de plint.

nl Materiële schade vermijden
6
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel
heet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-
staat er nog een risico van verbranding.
▶ Glazen kapje niet aanraken.
▶ Tijdens het schoonmaken contact met de
huid vermijden.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contac-
ten van de lampfitting onder spanning.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp
voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om
een mogelijke elektrische schok te voorko-
men.
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden
2.1 Ovenruimte
Houd bij gebruik van de oven de overeenkomstige
aanwijzingen in acht.
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
▶ Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
▶ Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
▶ Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
▶ Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
▶ Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
▶ Niets op de open deur zetten of leggen en niet er-
aan hangen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Wanneer u het apparaat aan de greep van de afdek-
king draagt of beweegt, dan kan de greep afbreken en
schade aan de scharnieren veroorzaken. De greep van
de afdekking is niet gemaakt voor het gewicht van het
apparaat.
▶ Draag of beweeg het apparaat niet aan de greep
van de afdekking.
Bij het grillen kunnen vanwege de hoge temperaturen
de bakplaat of braadslede vervormen en bij het uitne-
men de emaillelaag beschadigen.
▶ De bakplaat of braadslede bij het grillen niet boven
hoogte 3 inschuiven.
▶ Boven hoogte 3 alleen direct op het rooster grillen.
2.2 Kookplaat
Houd bij gebruik van het apparaat de overeenkomstige aanwijzingen in acht.
Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.

Milieubescherming en besparing nl
7
Schade Oorzaak Maatregel
Vlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden.
Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegene
met hoog suikergehalte.
Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-
ramische kookplaat verwijderen.
Vlekken, defecten of
breuken in het glas
Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten
emaille of kookgerei met koperen- of alumini-
umbodem.
Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede
conditie is.
Vlekken, verkleurin-
gen
Ongeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-
schikt zijn voor glaskeramiek en reinig de
kookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breuken
in het glas
Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires
of andere harde of scherpe voorwerpen.
Bij het koken niet tegen het glas stoten of
voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Krassen, verkleurin-
gen
Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van
de pan op de kookplaat.
Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-
plaatsen optillen.
Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets
op te zetten of als werkvlak.
Schade aan het ap-
paraat
Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Schade aan de pan
of aan het apparaat
Koken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hete
kookzone plaatsen of verhitten.
Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone of
hete deksels van pannen op het glas.
Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen
kunststof containers of pandeksels op de
kookplaat leggen.
Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel of
op het kader.
Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-
den.
2.3 Lade
Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade
gebruikt.
LET OP!
Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De la-
de in de plint kan beschadigd raken.
▶ Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint.
Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die
hoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan er
schade aan het apparaat ontstaan.
▶ Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die
hoger zijn dan de hoogte van de lade.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-
cept of de instellingsadviezen dat aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Productinformatie conform (EU) 65/2014 en (EU)
66/2014 vindt u onder het energielabel en op het inter-
net op de productpagina van uw apparaat.

nl Geschikt kookgerei
8
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in stand-by met ingeschakeld display max.1W
Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan
past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-
eenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven-
diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de
bodemdiameter.
¡
Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte
kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
¡
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat
aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
¡
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel
energie.
Glazen deksel gebruiken.
¡
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-
der het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
¡
Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever-
bruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-
middel.
¡
Groot kookgerei met weinig product heeft meer
energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
¡
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer
energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.
¡
Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
Geschikt kookgerei
4 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een
ferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-
neet worden aangetrokken, en verder moet de bodem
even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-
rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats
dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-
gende kleinere diameter.
4.1 Grootte en kenmerken van het
kookgerei
Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de
grootte en het materiaal van het kookgerei rekening
houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad
zijn.
Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei ge-
schikt is.
Kookgerei Materialen Eigenschappen
Aanbevolen kookge-
rei
Roestvaststalen kookgerei met sandwich-bo-
dem welke de warmte goed verdeelt.
Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,
warmt snel op en waarborgt zijn herkenning.
Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd
staal, gietijzer, of speciale pannen voor in-
ductie van edelstaal.
Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig
herkend.
Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetische
oppervlak kleiner is dan de bodem van het
kookgerei, warmt alleen het ferromagneti-
sche oppervlak op. Daardoor verdeelt de
warmte niet gelijkmatig.
Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze bodems van het kookgerei verkleinen
het ferromagnetische oppervlak, waardoor
minder vermogen aan het kookgerei wordt
afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen on-
voldoende of helemaal niet worden herkend
en daarom ook onvoldoende worden ver-
warmd.
Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-
dewerk, koper of aluminium.
Opmerkingen
¡ Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe
geen adapterplaten.
¡ Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei
met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit
kunnen raken.

Plaatsen en aansluiten nl
9
Plaatsen en aansluiten
5 Plaatsen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u
hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het ap-
paraat op het elektriciteitsnet aansluit.
5.1 Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden
door een daartoe bevoegd vakman. Houd de voor-
schriften van het betreffende nutsbedrijf aan.
¡ Uw apparaat dient een vaste aansluiting op het
stroomnet te hebben met de daarvoor bestemde ka-
bel. In het geval van beschadiging de kabel nooit
verwijderen van het apparaat of vervangen door een
kabel met/zonder stekker.
¡ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
¡ Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij
schade de aanspraak op de garantie.
Informatie over elektrische aansluiting door de
klantenservice:
¡ Sluit het apparaat aan overeenkomstig de data op
het typeplaatje.
¡ Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektrische
aansluiting, welke voldoet aan de geldende bepalin-
gen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijn
om het apparaat indien nodig van het lichtnet te
kunnen scheiden.
¡ Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aange-
bracht zijn.
¡ Sluit om veiligheidsredenen dit apparaat alleen op
een geaarde aansluiting aan. Wanneer de randaar-
de-aansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, is
de bescherming tegen elektrische gevaren niet ge-
garandeerd.
¡ Gebruik een kabel van het type H05VV-F of gelijk-
waardig om het apparaat aan te sluiten.
Informatie over elektrische aansluiting door de
installateur:
¡ Wanneer een stekker na de installatie niet toeganke-
lijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar voor
alle polen worden aangebracht met een contactope-
ning van minstens 3 mm. Bij aansluiting met een
stekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekker
voor de gebruiker toegankelijk is.
¡ Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaat
van veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie
met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
¡ Gebruik een kabel van het type H05VV-F of gelijk-
waardig om het apparaat aan te sluiten.
5.2 Toestel plaatsen
Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond.
Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur
plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.
Hoogte tot de vloer van het apparaat instellen
Stel de hoogte tot de vloer overeenkomstig de functies
van uw apparaat in.
Stel de hoogte van het apparaat in met vaste laden
Wanneer uw apparaat beschikt over vaste laden, stel
dan de hoogte tot de vloer van uw apparaat als volgt
in.
Opmerking:
Het apparaat is voorzien van stelvoeten. Daardoor kunt
u uw apparaat ca. 15mm van de vloer stellen.
¡ De voeten bevinden zich aan de voor- en achterzij-
de aan de onderkant van het apparaat.
¡ Stel de voeten hoger of lager, door de voeten met
een steeksleutel te draaien, totdat het apparaat hori-
zontaal staat.
Hoogte tot de vloer van het apparaat met
uitneembare lade instellen
Wanneer uw apparaat geen stelvoeten heeft en uw la-
de uitneembaar is, stel dan de hoogte tot de vloer van
uw apparaat als volgt in.
1.
De plintlade uittrekken en er naar boven uittillen.
Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor en
achter stelvoeten.
2.
De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel om-
hoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpas
staat.
3.
De plintlade weer inschuiven.
Aangrenzende meubels
Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar mate-
riaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels
dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.
Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het
met de meegeleverde haak aan de wand te bevesti-
gen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de
wand te bevestigen.

nl Plaatsen en aansluiten
10
5.3 Demontage van het apparaat
Koppel het apparaat los van de voedingsspanning.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Wordt het apparaat van het net losgekoppeld, kunnen
de verbindingen restspanningen veroorzaken.
▶ Alleen een vakman mag het apparaat aansluiten.

Uw apparaat leren kennen nl
11
Uw apparaat leren kennen
6 Uw apparaat leren kennen
6.1 Uw apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw
apparaat.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1
2
3
4
5
Toelichting
1
Kookplaat
2
Bedieningsvelden
3
Koelventilator
1
4
Apparaatdeur
5
Ovenlade
1
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
6.2 Bedieningsvelden
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw
apparaat instellen en informatie krijgen over de ge-
bruikstoestand.
Bedieningselement Toelichting
Knoppen en display De knoppen zijn aanra-
kingsgevoelige vlakken.
Om een functie te kiezen,
slechts licht op het betref-
fende veld drukken.
Op het display zijn sym-
bolen van actieve functies
en de tijdfuncties te zien.
→"Knoppen en display",
Pagina12
Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknop
stelt u de verwarmings-
methoden en meer func-
ties in.
De functiekeuzeknop kunt
u vanuit de nulstand
naar rechts en links draai-
en.
Afhankelijk van het appa-
raattype is de functiekeu-
zeknop verzonken. Voor
het vergrendelingen of
ontgrendelingen in de nul-
stand op de functiekeu-
zeknop drukken.
→"Verwarmingsmethoden
en functies", Pagina12

nl Uw apparaat leren kennen
12
Bedieningselement Toelichting
Temperatuurknop Met de temperatuurknop
stelt u de temperatuur
voor de verwarmingsme-
thode in en kiest u instel-
lingen voor andere func-
ties.
De temperatuurknop kunt
u vanuit de nulstand
naar rechts draaien tot
aan de aanslag, niet ver-
der.
Afhankelijk van het appa-
raattype kan de tempera-
tuurknop worden verzon-
ken. Voor het vergrende-
lingen of ontgrendelingen
in de nulstand op de
temperatuurknop druk-
ken.
→"Temperatuur en instel-
standen", Pagina13
Bedieningselement Toelichting
Kookzone-knoppen Met de 4 kookzoneknop-
pen stelt u het vermogen
van de afzonderlijke kook-
zones in.
Aan het symbool boven
de betreffende knop kunt
u zien welke kookzone er-
mee kan worden inge-
steld.
Knoppen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. brandt alleen wanneer u de tijd wijzigt.
Symbool Functie Gebruik
Kinderslot Kinderslot activeren of deactiveren.
Tijdfuncties Tijd , wekker , duur en einde selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op
drukken.
Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, is
te zien aan de rode balk boven of onder het desbetreffende sym-
bool.
Gewicht Gewicht voor programma's kiezen.
Min
Plus
Instelwaarden verlagen.
Instelwaarden verhogen.
Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-
schillen en toepassingen.
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
3Dhetelucht Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Hetelucht zacht Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de
achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met
behulp van restwarmte.
Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Pizzastand Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de
achterwand zijn ingeschakeld.

Uw apparaat leren kennen nl
13
Symbool Verwarmingsmetho-
de
Gebruik en werkwijze
Onderwarmte Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Grill, groot Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Circulatiegrillen Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator
wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en onder-
warmte
Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bij-
zonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-
bruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
Symbool Functie Gebruik
Snel verwarmen De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen.
→"Snel voorverwarmen", Pagina20
Programma's Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken.
→"Programma's", Pagina22
Ovenlamp De binnenruimte zonder verwarming verlichten.
→"Verlichting", Pagina15
Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Opmerking:Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot
ca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuur-
verlaging daar niet plaats.
Symbool Functie Gebruik
Nulstand Het apparaat warmt niet op.
50-275 Temperatuurbereik De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3
of
I, II, III
Grillstanden De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot
vlak en de grill of voor het klein vlak instellen.
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Programma's De programmafunctie instellen.
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
De lijn onderin het display wordt,naarmate de binnen-
ruimte opgewarmd raakt, in 3 stappen van links naar
rechts rood gevuld. Tijdens de opwarmingsfasen bij ge-
bruik wordt de lijn één stap korter.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor
het inschuiven van het gerecht bereikt zodra de 3 vel-
den van de lijn rood gevuld zijn.
Opmerking:Door thermische traagheid kan de weer-
gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer-
kelijke temperatuur in de binnenruimte.
Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-
koken enkele veranderingen met zich mee en biedt het
een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-
ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-
ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere
warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-
rei wordt opgewekt.

nl Uw apparaat leren kennen
14
Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de ge-
normeerde panne, welke in de IEC/EN 60335-2-6 zijn
beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de
grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
Kook-
zone
Grootte Maximale vermogen
Ø 18 cm
Vermogensstand 9 1800 W
PowerBoost 3100 W
18 x 18
cm
Vermogensstand 9 3600 W
Ø
14,5cm
Vermogensstand 9 1400 W
PowerBoost 2200 W
Ø 21cm Vermogensstand 9 2200 W
PowerBoost 3700 W
Bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwij-
ken van de illustratie.
Touchvelden
Sensor Functie
Hoofdschakelaar
Kookzone kiezen
CombiZone
/ Instellingen kiezen
PowerBoost
Tijdfuncties
Kinderslot
Indicaties
Indicatie Functie
Gebruikstoestand
- Kookstanden
/ Restwarmte
PowerBoost
Tijdfuncties
Touchvelden en indicaties
Bij het aanraken van een symbool wordt de betreffende
functie geactiveerd.
¡ Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vocht
heeft een nadelige invloed op de werking.
¡ Geen pannen in de buurt van de indicaties en sen-
soren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.
Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint, of het for-
maat van de pan bij de kookzone past waarmee u wilt
koken:
Gebied Type kookplaat
Kookzone van één enkele kring
Combi-kookplaat Meer informatie kunt u
vinden onder
→"CombiZone", Pagina17.
Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-
te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,
mag u de kookzone niet aanraken.
Indicatie Betekenis
De kookzone is heet.
De kookzone is warm.
6.3 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte plaatsen.
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuif-
hoogtes worden van beneden naar boven geteld.
U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen.
→"Rekjes", Pagina28

Accessoires nl
15
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn
voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en heb-
ben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in ge-
bruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vets-
petters van het bakken, braden of grillen op en breken
ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-
bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-
ruimte dan gericht op.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte
schoonmaken", Pagina27
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de
verlichting aan als het programma loopt. Als u de wer-
king met de functiekeuzeschakelaar beëindigt, schakelt
de verlichting uit.
Met de stand ovenlamp aan de functiekeuzeschakelaar
kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat
niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
▶ De ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking voortgezet.
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur
van het apparaat condensvorming optreden. Condens
is normaal en heeft geen invloed op de werking van
het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
Accessoires
7 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:De accessoires kunnen door hitte vervor-
men. De vervorming heeft geen invloed op de werking.
De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires
zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Koekjes
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
Bakplaat ¡ Plaatgebak
¡ Cake eenvoudig
7.1 Accessoires gebruiken
De accessoires op de juiste manier in de binnenruimte
schuiven. Alleen zo kunt u de accessoires zonder kan-
telen ongeveer voor de helft er uit trekken.
1.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Grillrooster Het grillrooster met de open kant
naar de apparaatdeur en de wel-
ving naar beneden in de oven
schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de apparaatbedekking in de
oven schuiven.
2.
Om de accessoires bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.

nl Voor het eerste gebruik
16
Rooster of
plaat
De accessoires zo plaatsen dat de
rand van de accessoires achter het
lipje op de telescooprail zit.
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
3.
Het accessoire volledig inschuiven, zodat het acces-
soire de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
7.2 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
Voor het eerste gebruik
8 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
8.1 Eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
Tip:In de hoofdinstellingen kunt u indien nodig de be-
grenzing van het totale vermogen van de kookplaat op
basis van de vereisten van de betreffende elektrische
installatie.
Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
Stel de tijd in met of .
2.
Druk op .
a Het display toont de ingestelde tijd.
Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt
u in de basisinstellingen vastleggen.
8.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De accessoires en de verpakkingsresten zoals piep-
schuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
2.
Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de
binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afve-
gen.
3.
Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
4.
De verwarmingsmethode en de temperatuur instel-
len.
→"De Bediening in essentie", Pagina20
Verwarmings-
methode
3D‑hetelucht
Temperatuur Maximum
Tijdsduur 1uur
5.
Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-
len.
6.
Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
7.
De gladde oppervlakken met zeepsop en een
schoonmaakdoekje reinigen.
8.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel reinigen.
Kookplaat bedienen
9 Kookplaat bedienen
Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie
beschreven.
9.1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen
▶
De kookplaat met de hoofdschakelaar inschake-
len en uitschakelen.
De kookplaat gaat automatisch uit wanneer de
kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld
zijn.
ReStart
▶
Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na het
uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in
werking met de vorige instellingen.
9.2 Instellen van de kookzones
Om de gewenste selecteerbare vermogensstand te kie-
zen, of aanraken.
Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze is
aangeduid met een punt.

CombiZone nl
17
Vermogensstand
Laagste vermogensstand
Hoogste vermogensstand
Kookzone en vermogensstand kiezen
1.
Om de kookzone te kiezen op tippen.
2.
Kies in de volgende 10seconden de vermogens-
stand:
‒ Op drukken om de vermogensstand op te
roepen.
‒ Op drukken om de vermogensstand op te
roepen.
a De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-
plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de
gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt
de kookzone uitgeschakeld.
QuickStart
▶
Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op de
kookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelen
herkend en wordt de betreffende kookzone automa-
tisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 secon-
den de vermogensstand kiezen, anders schakelt de
kookplaat zelf uit.
Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen
1.
De kookzone kiezen.
2.
Raak of aan, tot de gewenste kookstand ver-
schijnt. Om de kookzone uit te schakelen, instel-
len.
Snel uitschakelen van de kookplaat
Gedurende 3 seconden het symboolvan de kookzone
aanraken. De kookplaat schakelt uit.
9.3 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor
welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd (
)kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de
dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor
te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
Smelten
Boter, honing, gelatine 1-2 -
Verwarmen en warm houden
Gekookte worstjes
1
3-4 -
Ontdooien en opwarmen
1
Zonder deksel
2
Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
Spinazie, diepvries 3-4 15-25
Gaarstoven, zachtjes laten ko-
ken
Aardappelballetjes
1
4.-5. 20-30
Geklopte sauzen, bijv. bearnai-
sesaus, hollandaisesaus
3-4 8-12
Koken, stomen, stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid
water
2.-3. 15-30
Aardappelen in schil 4.-5. 25-35
Pasta
1
6-7 6-10
Soepen 3.-4. 15-60
Groente 2.-3. 10-20
Eenpansgerecht met de snel-
kookpan
4.-5. -
Sudderen
Stoofvlees 4-5 60-100
Goulash
2
3-4 50-60
Sudderen / braden met weinig
vet
1
Schnitzel, al dan niet gepa-
neerd
6-7 6-10
Steak (3 cm dik) 7-8 8-12
Borst van gevogelte (2cm dik) 5-6 10-20
Hamburger (2 cm dik) 6-7 10-20
Vis en visfilet, gepaneerd 6-7 8-20
Garnalen en krab 7-8 4-10
Sauteren van verse groente en
paddestoelen
7-8 10-20
Diepvriesgerechten, bijv. koe-
kenpangerechten
6-7 6-10
Omelet (na elkaar bakken) 3.-4. 3-10
Frituren, 150-200g per portie
in 1-2l olie, in porties frituren
1
Diepvriesproducten, bijv. frites,
kip-nuggets
8-9 -
Groente, paddestoelen, gepa-
neerd, in bierdeeg of in tempu-
ra
6-7 -
Klein gebak, bijv. beignets, Ber-
liner bollen, fruit in bierdeeg
4-5 -
1
Zonder deksel
2
Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
CombiZone
10 CombiZone
Deze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzo-
nes van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogens-
stand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemd
voor het koken met langwerpig kookgerei.
De functie maakt het koken mogelijk met een kookge-
rei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer com-
fort van de ene naar de andere kookzone kunt schui-
ven. In dit geval behouden de beide zones dezelfde
kookstand en dezelfde instellingen.

nl Tijdfuncties
18
10.1 Plaatsen van het kookgerei
Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones.
10.2 CombiZone activeren
1.
Kies één van de kookzones en stel de kookstand in.
2.
Tik op .
a brandt en de kookstand wordt op de displays van
beide kookzones weergegeven.
10.3 CombiZone deactiveren
▶
Raak aan.
a De beide kookzones functioneren nu als twee onaf-
hankelijke kookzones.
Tijdfuncties
11 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen
voor de bereidingstijd:
¡ Uitschakeltimer
¡ Timer
11.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidings-
tijd voor en kookzone en de automatische uitschake-
ling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.
Bereidingstijd programmeren
1.
Tik op .
a De indicatie van de kookplaat brandt.
2.
Kies de bereidingstijd met of .
a De tijd begint af te lopen.
Opmerkingen
¡ U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde
bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u on-
der.Meer informatie vindt u onder.
¡ Wanneer u bij de gecombineerde kookzone de
functie CombiZone kiest, is de ingestelde tijd voor
beide kookzones gelijk.
Bereidingstijd wijzigen of wissen
1.
De kookplaat kiezen.
2.
Op tippen.
3.
Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen
of op instellen.
11.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot
99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzo-
nes en andere instellingen. Deze schakelt de kookzo-
nes niet automatisch uit.
Kookwekker instellen
1.
Kies de kookzone en tik tweemaal op .
a naast brandt.
2.
Kies de gewenste tijd met of .
a De tijd loopt af.
Kookwekkertijd wijzigen of wissen
1.
Raak meerdere malen aan, totdat de indicatie
naast brandt.
2.
Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen
of op instellen.
PowerBoost
12 PowerBoost
Maakt een snellere opwarming mogelijk van grotere
waterhoeveelheden dan met kookstand .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar als er
geen andere kookzone in gebruik is.
Anders knipperen er op het kookstand-display en .
Druk voor het in- of uitschakelen op .
Opmerking:Bij de combi-zone kunt u de functie alleen
activeren wanneer u de twee kookzones als twee onaf-
hankelijke kookzones gebruikt.
Kinderslot
13 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee
wordt voorkomen dat kinderen de kookplaat inschake-
len.
Schakel de kookplaat uit om de functie in te kunnen
schakelen.
Wordt door het gedurende 4 seconden aanraken van
in- of uitgeschakeld.
Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaat
wordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindt
u meer informatie onder Basisinstellingen.

Basisinstellingen voor de kookplaat nl
19
Basisinstellingen voor de kookplaat
14 Basisinstellingen voor de kookplaat
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
Indicatie Instelling Waarde
Kinderslot - Handmatig.
1
Automatisch.
– Uitgeschakeld
Akoestische signalen – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld.
– Alleen het foutsignaal is ingeschakeld.
– Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld.
– Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld
1
.
Automatisch uitschakelen van de kookzones. - uitgeschakeld.
1
- - Tijd tot het automatisch uitschakelen.
Duur van het timer-einde-geluidssignaal – 10seconden
1
– 30seconden
- 1 minuut
Vermogensbegrenzing
Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk
van het totale vermogen van de kookplaat,
indien vereist, op basis van de omstandighe-
den van uw elektrische installatie. De be-
schikbare instellingen zijn afhankelijk van het
maximale vermogen van de kookplaat. Pre-
cieze gegevens vindt u op het typeplaatje.
Wanneer de functie actief is en de kookplaat
de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan
wordt weergegeven en u kunt geen hogere
vermogensstand kiezen.
- Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat
1
.
- 1000 W. Laagste stand.
. - 1500 W.
...
- 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère.
. - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère.
- 4000 W.
. - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère.
...
- Maximaal vermogen van de kookplaat.
Keuzetijd van de kookzone - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone in-
stellen zonder deze opnieuw te selecteren.
1
- Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen
10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de
kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren.
Kookgerei-test
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het
kookgerei controleren.
- Niet geschikt.
- Niet optimaal.
- Geschikt.
Automatisch management van de vermo-
gensbegrenzing
- Gedeactiveerd: geeft de vermogensbegrenzing niet
weer behalve als is geactiveerd.
1
- Ingeschakeld: geeft van de vermogensbegrenzing al-
tijd aan.
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen - Individuele instellingen
1
.
- Fabrieksinstellingen.
1
Fabrieksinstelling
14.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
1.
Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
2.
Raak binnen de volgende 10 seconden 4 se-
conden lang aan.
Productinformatie Indicatie
Lijst van de Technische Service (TS)
Fabricagenummer
Productinformatie Indicatie
Fabricagenummer 1 .
Fabricagenummer 2 .
a De eerste vier indicaties geven productinformatie
weer. Raak of aan om de afzonderlijke indica-
ties weer te geven.
3.
Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan.
a en branden afwisselend alsmede als vooringe-
stelde waarde.
4.
Raak net zo lang aan totdat de gewenste instel-
ling verschijnt.
5.
Kies de gewenste waarde met of .

nl Kookgerei-test
20
6.
Raak gedurende 4 seconden aan.
a De instellingen zijn opgeslagen.
14.3 De basisinstellingen afsluiten
▶
Raak aan om de basisinstellingen te verlaten en
de kookplaat uit te schakelen.
Kookgerei-test
15 Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de
snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei
testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van
de pan met de diameter van de gebruikte kookzone
overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen.
15.1 Werkwijze voor de controle van de pan
1.
Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur en met
ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan
de diameter het best bij de diameter van de bodem
van de pan past.
2.
Roep de basisinstellingen op en kies .
3.
Op of tippen. Op de kookzone knippert de indi-
catie .
a De functie is geactiveerd.
a Na 20 seconden verschijnt het resultaat op het
kookzonedisplay.
15.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel kunt u het resultaat van de kwali-
teit en snelheid van het kookproces controleren:
Resultaat
De pan is voor de kookzone niet ge-
schikt en wordt daarom niet opge-
warmd.
1
De pan warmt langzamer op dan ver-
wacht en het kookproces verloopt niet
optimaal.
1
De pan wordt goed warm en het kook-
proces is in orde.
1
Wanneer een kleinere kookzone aanwezig is, het
kookgerei op deze kookzone testen.
Raak of aan om de functie te activeren.
De Bediening in essentie
16 De Bediening in essentie
16.1 Inschakelen van het apparaat
▶
De functiekeuzeknop op een stand buiten de nul-
stand draaien.
a Het apparaat is ingeschakeld.
16.2 Apparaat uitschakelen
▶
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
a Het apparaat is uitgeschakeld.
16.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
1.
Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode
instellen.
2.
Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of
grillstand instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
3.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar
is.
Tips
¡ De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
¡ U kunt op het apparaat ook de tijdsduur en het ein-
de van de werking instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina21
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
▶
Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmings-
methode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
▶
Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste tempe-
ratuur instellen.
Snel voorverwarmen
17 Snel voorverwarmen
Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorver-
warmen de opwarmingsduur verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde tem-
peraturen van boven de 100 °C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende
verwarmingsmethoden gebruiken:
¡ 3D‑hetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
17.1 Snelvoorverwarming instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
1.
Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop in-
stellen.

Tijdfuncties nl
21
2.
De gewenste temperatuur met de temperatuurknop
instellen.
a Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
a Als het snel voorverwarmen eindigt, klinkt een sig-
naal en dooft de indicatie voor voorverwarmen.
3.
Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-
keuzeknop instellen.
4.
Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Tijdfuncties
18 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
18.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets de verschillend tijdfuncties kiezen.
Tijdfunctie Gebruik
Timer De timer kan onafhankelijk van de
werking worden ingesteld. Hij beïn-
vloedt het apparaat niet.
Tijdsduur Wanneer voor de werking een tijds-
duur werd ingesteld, dan houdt het
apparaat na het verstrijken van de
tijdsduur automatisch op met verwar-
men.
Einde Voor de tijdsduur kan men een tijd
instellen, waarop de werking eindigt.
Het apparaat start automatisch zodat
de werking op het gewenste tijdstip
eindigt.
Tijd Tijd instellen.
18.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. De timer
kan bij in- of uitgeschakeld apparaat worden ingesteld
tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
De timer heeft een eigen signaal zodat men kan horen
of de timer of een tijdsduur is verstreken.
1.
zo vaak indrukken tot op het display is gemar-
keerd.
2.
Stel de timertijd in met de knop of .
Knop Aanbevolen waarde
5 minuten
10 minuten
Tot 10 minuten kan de timertijd worden ingesteld in
stappen van 30 seconden. Daarna worden de tijd-
stappen groter, naarmate de waarde hoger is.
a Na enkele seconden start de timer en loopt de ti-
mertijd af.
a Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een sig-
naal en op het display staat de timertijd op nul.
3.
Na het verstrijken van de timertijd:
‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit te
schakelen.
Timer wijzigen
De timertijd kan te allen tijde worden gewijzigd.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De timertijd met de toets of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Timer afbreken
De timertijd kan te allen tijden worden afgebroken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De timertijd met de toets weer op nul zetten.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen en gaat uit.
18.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kan tot maximaal 23 uur
en 59 minuten worden ingesteld.
Vereiste:Een verwarmingsmethode en een tempera-
tuur of stand zijn ingesteld.
1.
zo vaak indrukken tot op het display is gemar-
keerd.
2.
Met de toets of de tijdsduur instellen.
Extra pro-
gramma
Aanbevolen waarde
10 minuten
30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
3.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de
knop drukken.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht
klaar is.
Tijdsduur wijzigen
De tijdsduur kan te allen tijde worden gewijzigd.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De tijdsduur met de knop of wijzigen.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
De tijdsduur kan te allen tijde worden afgebroken.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
De tijdsduur met de knop weer op nul zetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en wordt zonder tijdsduur verder opge-
warmd.

nl Programma's
22
18.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kan tot 23 uur
en 59 minuten worden verschoven.
Opmerkingen
¡ Bij verwarmingsmethoden met grillfunctie kan het
einde niet worden ingesteld.
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, het
einde niet meer verschuiven als de werking een-
maal is gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een verwarmingsmethode en een temperatuur of
stand zijn ingesteld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
zo vaak indrukken tot op het display is gemar-
keerd.
2.
Druk op knop of .
a Op het display wordt het berekende einde weerge-
geven.
3.
Het einde met de knop of verschuiven.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de instel-
ling over en het display toont het ingestelde einde.
a Als de berekende starttijd is bereikt, begint het ap-
paraat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de
knop drukken.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht
klaar is.
Eindtijd veranderen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kan het
ingestelde einde alleen worden gewijzigd als de wer-
king start en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
Het einde met de knop of verschuiven.
a Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-
paraat overgenomen.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan te allen tijde worden gewist.
Vereiste:Op het display is gemarkeerd.
▶
Het einde met de knop naar de actuele tijd plus
ingestelde tijdsduur terugzetten.
a Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzi-
ging over en begint het apparaat op te warmen. De
tijdsduur loopt af.
18.5 Tijd instellen
Na het aansluiten van het apparaat of na een stroom-
onderbreking knippert de tijd op het display. De tijd
start bij "12:00" uur. De actuele tijd instellen.
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
1.
Stel de tijd in met of .
2.
Druk op .
a Het display toont de ingestelde tijd.
Tip:Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt
u in de basisinstellingen vastleggen.
Programma's
19 Programma's
Met de programma's ondersteunt uw apparaat u bij de
bereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-
matisch de optimale instellingen.
19.1 Geschikte vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het best ge-
schikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca.
2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ ongeglazuurd aardewerk
¡ Kunststof of kunststof rooster
19.2 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen.
U kunt het gewicht kan in een bereik tussen 0,5kg en 2,5kg instellen.
Nr. Gerecht Vormen Stel het gewicht
in
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
01 Kip, ongevuld
panklaar, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht kip nee 2 Met de borst naar bo-
ven in de vorm leg-
gen.

Programma's nl
23
Nr. Gerecht Vormen Stel het gewicht
in
Vloeistof toe-
voegen
In-
schuif-
hoog-
te
Aanwijzingen
02 Kalkoenfilet
van het stuk, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht kalkoenfi-
let
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te erbij doen.
2 Het vlees niet eerst
aanbraden.
03 Eenpansgerecht met
groente
vegetarisch
hoge braadpan
met deksel
Totaalgewicht volgens re-
cept
2 Groente met een lan-
ge bereidingstijd,
bijv.wortelen, in klei-
nere stukken snijden
dan groente met een
korte bereidingstijd,
bijv. tomaten.
04 Goulash
Rund- of varkensvlees
in blokjes, met groente
hoge braadpan
met deksel
Totaalgewicht volgens re-
cept
2 Eerst het vlees erin
doen met groente be-
dekken.
Het vlees niet eerst
aanbraden.
05 Gebraden gehakt,
vers
Gehakt van rund-, var-
kens- of lamsvlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht gehakt nee 2 -
06 Gestoofd rundvlees
bijv. klapstuk, schou-
derstuk, fricandeau of
gemarineerd vlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Vlees met
vloeistof bijna
bedekken.
2 Het vlees niet eerst
aanbraden.
07 Runderrollade
gevuld met groente of
vlees
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van alle
gevulde rollades
Rollade bijna
bedekken,
bijv. met
bouillon of
water
2 Het vlees niet eerst
aanbraden.
08 Lamsbout, doorbak-
ken
zonder been, gekruid
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te erbij doen.
2 Het vlees niet eerst
aanbraden.
09 Gebraden kalfsvlees,
mager
bijv. lendestuk of fri-
candeau
Braadpan met dek-
sel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te erbij doen.
2 Het vlees niet eerst
aanbraden.
10 Gebraden varkensnek
zonder been, gekruid
Braadpan met gla-
zen deksel
Gewicht van het
vlees
Bodem van
de braadpan
bedekken,
eventueel tot
250g groen-
te erbij doen.
2 Het vlees niet eerst
aanbraden.
19.3 Gerecht voor programma voorbereiden
Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkast-
temperatuur.
1.
Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het pro-
gramma juist in te stellen.
2.
Het gerecht in de vorm doen.
3.
De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnen-
ruimte.
19.4 Programma instellen
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in
te stellen.

nl Kinderslot
24
Opmerkingen
¡ Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde
bereik instellen.
¡ Na de programmastart kunt u het programma en
het gewicht niet meer wijzigen.
1.
met de functiekeuzeknop instellen.
2.
De programma's resp. de maximale temperatuur
instellen met de temperatuurknop.
3.
Stel het gewenste programma in met of .
4.
indrukken.
5.
Stel het gewicht van uw gerecht in met of . Al-
tijd op het volgende hogere gewicht instellen.
‒ Het display toont de berekende tijdsduur. U kunt
de tijdsduur niet wijzigen.
‒ Bij sommige programma's kunt u het einde met
verschuiven.
→"Einde instellen", Pagina22
‒ Druk op om het programma te wijzigen.
a Na enkele seconden start het programma en de
tijdsduur loopt af.
a Wanneer het programma is beëindigd, klinkt een
signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
6.
Wanneer het programma is beëindigd:
‒ Druk op een willekeurige knop om het signaal
voortijdig te beëindigen.
‒ Druk op om een tijdsduur voor het nagaren in
te stellen. Het apparaat warmt verder op met de
instellingen van het programma.
‒ Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht
klaar is.
Kinderslot
20 Kinderslot
Het apparaat beveiligen, zodat kinderen het niet per
ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
Opmerkingen
¡ De mogelijkheid om het kinderslot in te stellen, kan
in de Basisinstellingen worden geactiveerd.
¡ Na een stroomonderbreking is het kinderslot niet
meer actief.
20.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste:De functiekeuzeknop dient in de nulstand
te staan.
▶
Om het kinderslot te activeren, de toets ingedrukt
houden tot op het display verschijnt.
‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets in-
gedrukt houden tot op het display dooft.
Basisinstellingen voor de oven
21 Basisinstellingen voor de oven
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
21.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering
van uw apparaat.
Indicatie Basisinstelling Keuze
Signaalduur na het verstrijken van
een tijdsduur of wekkertijd
= 10 seconden
= 30 seconden
1
= 2 minuten
Geluidssignaal bij het indrukken van
een toets.
= uit
= aan
1
Nalooptijd van de koelventilator = kort
= gemiddeld
= lang
1
= extra lang
Wachttijd totdat een instelling is over-
genomen
= 3 seconden
1
= 6 seconden
= 10 seconden
Kinderslot instelbaar
→"Kinderslot", Pagina24
= nee
= ja
1
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
21.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste:Het apparaat is uitgeschakeld.
1.
Toets ca.4seconden ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt de eerste basisinstelling,
bijv. .
2.
De instelling met de toets of wijzigen.
3.
Met de toets naar de volgende basisinstelling
gaan.
4.
Om wijzigingen op te slaan, ca. 4 seconden inge-
drukt houden.

Reiniging en onderhoud nl
25
Opmerking:Na een stroomonderbreking worden de
basisinstellingen naar de fabrieksinstelling teruggezet.
21.3 Het wijzigen van de basisinstellingen
afbreken
▶
De functiekeuzeknop draaien.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
Reiniging en onderhoud
22 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
22.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat
de verschillende oppervlakken van het apparaat niet
beschadigd raken.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Gebruik geen agressieve of schurende reinigings-
middelen.
▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
▶ Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer
het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de
verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan voor het reinigen van het ap-
paraat.
→"Reiniging van het apparaat", Pagina26
Apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Email, kunststof,
gelakte of van
zeefdruk voorzie-
ne oppervlakken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Knoppen ¡ Warm zeepsop Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek na-
drogen.
Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat van
glaskeramiek
¡ Glaskeramiek-reini-
gingsmiddel
Houd de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reini-
gingsmiddel zijn vermeld.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische
kookplaat.
Ovenlade ¡ Warm zeepsop Met een schoonmaakdoekje reinigen.

nl Reiniging en onderhoud
26
Apparaatbedekking
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina29
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger:
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Tip:Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het
deksel.
→"Apparaatdeur", Pagina29
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmid-
del direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Geëmailleerde op-
pervlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Om ervoor te zorgen dat de kookplaat nat het reinigen kan drogen,
de apparaatbedekking open laten.
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt daardoor niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van voedingsmiddelen ontstaat er een witte afzetting
op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt daardoor niet
beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende op-
pervlakken
- Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken",
Pagina27
Glazen kapje op
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons.
Tip:Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina28
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Reinig de telescooprails in ingeschoven toestand reinigen, om het
smeervet niet te verwijderen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip:Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen.
→"Rekjes", Pagina28
Toebehoren ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
22.2 Reiniging van het apparaat
Reinig, om beschadiging van het apparaat te voorko-
men, het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.

Reiniging en onderhoud nl
27
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:Houd de aanwijzingen voor het gebruik van
de reinigingsmiddelen aan.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina25
1.
Reinig het apparaat met warm zeepsop en een
schoonmaakdoekje.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina25
2.
Drogen met een zachte doek.
22.3 Bedieningselementen reinigen
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan tot elektrische schokken lei-
den.
▶ De bedieningsknop er niet aftrekken voor het
schoonmaken.
▶ Gebruik geen natte vaatdoekjes.
1.
De informatie over de reinigingsmiddelen in acht ne-
men.
2.
Met een vochtig vaatdoekje en heet zeepsop reini-
gen.
3.
Met een zachte doek nadrogen.
22.4 Zelfreinigende oppervlakken in de
binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laag-
je poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken vetspetters van het bakken, bra-
den of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreini-
gende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer
voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht
op.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
▶ Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
▶ Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct
afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
→"Rekjes", Pagina28
3.
Grove verontreinigingen met een heet sopje en een
zachte doek reinigen:
– van de gladde emaille oppervlakken
– van de binnenkant van de apparaatafdekking
– van de glazen afscherming van de ovenlamp
Zo voorkomt u hardnekkige vlekken.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte verwijderen. De bin-
nenruimte moet leeg zijn.
5.
3D-heteluchtfunctie met de functiekeuzeknop in-
stellen.
6.
Stel de maximale temperatuur in met de tempera-
tuurknop.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men.
7.
Het apparaat na 1 uur uitschakelen.
8.
Wanneer het apparaat afdoende is afgekoeld, de
binnenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking:Op de zelfreinigende oppervlakken
kunnen er roodachtige vlekken ontstaan. Dat is
geen roest, maar het zijn resten van gerechten die
zout bevatten. Voedingsbestanddelen zoals suiker
en eiwit worden door de oppervlaktecoating niet af-
gebroken en kunnen aan het oppervlak vastplakken.
Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezond-
heid en hebben geen invloed op het reinigende ver-
mogen van de zelfreinigende oppervlakken.
9.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina28
22.5 Mogelijke vlekken
Om deze vlekken te vermijden, de kookplaat met voch-
tig schoonmaakdoekje reinigen en met een doek na-
drogen.
Scha-
de
Oorzaak Maatregel
Vlek-
ken
Resten van
kalk en wa-
ter
Reinig de kookplaat pas wan-
neer deze is afgekoeld.
Een geschikt reinigingsmiddel
voor kookplaten van glaskera-
miek gebruiken.
Vlek-
ken
Suiker, rijst-
zetmeel of
kunststof
Direct reinigen.
Gebruik een schraper.
22.6 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik, zodat kookresten
niet inbranden.
Vereiste:De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij
suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie
de kookplaat niet afkoelen.
1.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vi-
trokeramische kookplaat.
2.
Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor
glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van
het reinigingsmiddel aan.
Tips
¡ Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt
u goede reinigingsresultaten boeken.
¡ Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon
houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat
in een goede conditie.

nl Reinigingsondersteuning
28
22.7 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand
van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking:Geen schraper gebruiken.
1.
De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en
een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwas-
sen.
2.
Droog na met een zachte doek.
Reinigingsondersteuning
23 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning verdampt zeepsop en maakt op
deze manier het vuil los. Zo kan vuil gemakkelijker wor-
den verwijderd.
23.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte dient volledig afgekoeld te
zijn.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
Een druppel afwasmiddel met 0,4 l water mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
3.
Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsme-
thode Onderwarmte in.
4.
Met de temperatuurknop 80 °C instellen.
5.
zo vaak indrukken tot op het display is gemar-
keerd.
6.
De duur met of op 4 minuten instellen.
a Na enkele seconden begint het apparaat op te war-
men en de duur verstrijkt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
7.
Schakel het apparaat uit en laat het ca. 20 minuten
afkoelen.
23.2 Binnenruimte na gebruik reinigen
LET OP!
Als de binnenruimte te lang vochtig blijft, ontstaat er
corrosie.
▶ Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De deur van het apparaat openen en het restwater
met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Ver-
wijder hardnekkige resten met een schuursponsje
van roestvrij staal.
3.
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte
doek. Met schoon water afnemen en met een zach-
te doek ook onder de deurafdichting droogwrijven.
4.
Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
‒ Om de binnenruimte te laten afkoelen, de deur
van het apparaat in ca. 30° grendelstand ca.1
uur openen.
‒ Om de binnenruimte sneller te drogen, het appa-
raat met geopende deur ca. 5 minuten met 3D-
hetelucht en 50°C opwarmen.
Rekjes
24 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
kunnen deze worden verwijderd.
24.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes kunnen zeer heet zijn.
▶ Raak de rekjes nooit aan wanneer ze heet zijn.
▶ Laat het apparaat afkoelen.
▶ Houd kinderen op een veilige afstand.
1.
Het rekje aan de voorkant naar boven tillen en los-
maken.

Apparaatdeur nl
29
2.
Daarna het hele rekje naar voren drukken en verwij-
deren.
24.2 Rekjes inhangen
1.
Het rekje eerst in de achterste bus steken, iets naar
achteren drukken
2.
en in de voorste bus steken.
De rekjes passen links en rechts. De inschuifhoog-
ten 1 en 2 bevinden zich onder, de inschuifhoogten
3, 4 en 5 boven. De telescooprail naar voren uittrek-
ken.
Apparaatdeur
25 Apparaatdeur
Normaal gesproken is het voldoende wanneer u de
buitenkant van de apparaatdeur reinigt. Wanneer de
apparaatdeur van buiten en van binnen sterk is veront-
reinigd, dan kun u de apparaatdeur verwijderen en rei-
nigen.
25.1 Deurscharnieren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet geborgd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
▶ Zorg ervoor dat wanneer u de apparaatdeur opent
dat de blokkeerhendels volledig gesloten of volledig
geopend zijn.
1.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien
van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhen-
dels zijn dichtgeklapt dan is de ovendeur beveiligd.
Deze kan dan niet worden verwijderd.

nl Apparaatdeur
30
2.
Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen
van de ovendeur opengeklapt zijn dan zijn de schar-
nieren beveiligd.
De scharnieren kunnen niet dichtklappen.
25.2 Apparaatdeur verwijderen
1.
De ovendeur volledig openen.
2.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
3.
De ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide han-
den links en rechts vastpakken. Nog wat verder slui-
ten en eruit trekken.
25.3 Deurruiten verwijderen
Voor een betere reiniging kunt u de ruiten van de oven-
deur demonteren.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur
zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel
of scherpe metalen schraper voor het reinigen van
het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak
kan beschadigen.
De componenten in de apparaatdeur kunnen scherpe
randen hebben.
▶ Gebruik handschoenen.
1.
De ovendeur verwijderen.
→"Apparaatdeur verwijderen", Pagina30
2.
Met de greep naar onderen op een doek leggen.
3.
Voor het demonteren van de bovenste afdekking de
ovendeur links en rechts met de vingers het lipje in-
drukken. De afdekking er uit trekken en verwijderen.
4.
Bovenste ruit optillen en er uit trekken.
5.
De ruit optillen en er uit trekken.
25.4 Deurruiten inbouwen
Let er bij het inbouwen op dat linksonder de tekst "right
above" niet ondersteboven staat.

Apparaatdeur nl
31
1.
De ruit schuin naar achteren inschuiven.
2.
De bovenste ruit vasthouden aan de beide grepen
en schuin naar achteren inschuiven.
De ruit in de beide openingen aan de onderkant in-
voeren. Het gladde vlak van de ruit moet zich aan
de buitenkant bevinden.
3.
De afscherming op de bovenkant van de ovendeur
plaatsen en aandrukken.
De lipjes moeten aan beide kanten goed vastzitten.
4.
Ovendeur inhangen.
→"Apparaatdeur inhangen", Pagina31
Opmerking:De oven pas gebruiken als de ruiten cor-
rect zijn ingebouwd.
25.5 Apparaatdeur inhangen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbren-
gen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
De ovendeur kan er onbedoeld uitvallen of een schar-
nier kan plotseling dichtklappen.
▶ In dit geval niet aan het scharnier vasthouden.
Neem contact op met de klantenservice.
1.
Let er bij het inhangen van de ovendeur op dat bei-
de scharnieren in de openingsrichting worden inge-
voerd.
2.
De keep op het scharnier moet aan beide zijden in-
klikken.
3.
Beide blokkeerhendels weer dichtklappen.
4.
Apparaatdeur sluiten.
25.6 Extra veiligheidsmaatregelen voor de
ovendeur
Om contact met de ovendeuren te voorkomen zijn ex-
tra veiligheidsinrichtingen beschikbaar. Deze dienen te
worden aangebracht wanneer er kinderen in de buurt
van de oven kunnen komen. U kunt deze speciale ac-
cessoires 11023590 via de servicedienst verkrijgen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij langere baktijden kan de ovendeur erg heet wor-
den.
▶ Houd kinderen in het oog wanneer de oven in ge-
bruik is.

nl Storingen verhelpen
32
Storingen verhelpen
26 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina34
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer wor-
den bediend. Hij kan later per ongeluk worden inge-
schakeld.
▶ Schakel de zekering in de meterkast uit.
▶ Neem contact op met de klantenservice.
26.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶
Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zeke-
ring uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
Het apparaat scha-
kelt na het verstrijken
van een tijdsduur niet
volledig uit.
Na het verstrijken van een tijdsduur houdt het apparaat op met verwarmen. Ovenlamp en
koelventilator schakelen niet uit. Bij verwarmingsmethoden met circulatielucht blijft de venti-
lator in de achterwand van het apparaat draaien.
▶
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
a Het apparaat is uitgeschakeld.
a Ovenlamp en ventilator in de achterwand zijn uitgeschakeld.
a De koelventilator schakelt automatisch uit, zodra het apparaat is afgekoeld.
Op het display knip-
pert de tijd.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Tijd opnieuw instellen.
→"Tijd instellen", Pagina22
Tijd verschijnt niet op
het display als het
apparaat is uitge-
schakeld.
Basisinstelling werd gewijzigd.
▶
Wijzig de basisinstelling voor de tijdindicatie.
Op het display brandt
en het apparaat
kan niet worden inge-
steld.
Kinderslot is geactiveerd.
▶
Het kinderslot met deactiveren.
→"Kinderslot", Pagina24
Op het display ver-
schijnt een melding
met , bijv. - .
Storing in de elektronica
1.
indrukken.
‒ Stel eventueel de tijd opnieuw in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding.
2.
Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. Ver-
meld de exacte foutmelding en het E-Nr. van uw apparaat volledig.
→"Servicedienst", Pagina34

Storingen verhelpen nl
33
26.2 Aanwijzingen op het display
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enke-
le indicatie.
De stroomtoevoer is onderbroken.
▶
Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroom-
storing.
Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
▶
Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.
Storing in de elektronica
▶
Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in.
De indicaties knippe-
ren.
Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp.
▶
Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp.
De indicatie - knip-
pert in de kookzone-
indicaties.
Er is een storing opgetreden in de elektronica.
▶
Dek om de storing te bevestigen het bedieningsveld kort met de hand af.
,
De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
▶
Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van
het bedieningspaneel aanraken.
+ vermogensstand
en geluidssignaal
Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica
oververhit raken.
▶
Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voort-
zetten.
en geluidssignaal Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de
elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld.
▶
Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak
aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken.
/ De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgescha-
keld.
▶
Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone
opnieuw in.
De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik.
▶
De automatische veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. Raak een willekeurig sym-
bool aan, om de aanwijzing uit te schakelen, zodat u de kookzone weer kunt instellen.
/ De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied.
▶
Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf.
26.3 Waarschuwing
Opmerkingen
¡ Wanneer op het display verschijnt, de sensor van
de betreffende kookzone ingedrukt houden en de
storingscode aflezen.
¡ Wanneer de storingscode niet in de tabel staat, de
kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30
seconden wachten en de kookplaat verbinden. Ver-
schijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op
met de technische servicedienst en geef de exacte
storingscode op.
¡ Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet
meer over naar de standby-modus.
¡ Om de elektrische onderdelen van het apparaat te
beschermen tegen oververhitting of stroomstoten,
kan het vermogensniveau van de kookplaat voor
korte tijd worden teruggebracht.
26.4 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen
veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilat-
orgeluiden of ritmische geluiden.
26.5 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, ver-
vang dan de ovenlamp.
Opmerking:Hittebestendige 230V-halogeenlampen
van 25 watt, kunt u verkrijgen bij de klantenservice of
in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend deze lampen. Pak
nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een scho-
ne, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de
lamp verlengd.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.

nl Transporteren en afvoeren
34
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de
lampfitting onder spanning.
▶ Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat
het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke
elektrische schok te voorkomen.
Vereisten
¡ Het apparaat moet zijn losgekoppeld van het elektri-
citeitsnet.
¡ De binnenruimte is afgekoeld.
¡ Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschik-
baar.
1.
Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadi-
ging te voorkomen.
2.
Het glazen kapje er naar links uitdraaien.
3.
Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit.
4.
De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de
fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeen-
lamp.
5.
Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kap-
je voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaat-
sen.
6.
Het glazen kapje erin schroeven.
7.
Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
8.
Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Transporteren en afvoeren
27 Transporteren en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het appa-
raat voorbereidt voor transport. Daarnaast leggen we u
uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
27.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
▶
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
27.2 Transporteren van het apparaat
Bewaar de originele verpakking van het apparaat.
Transporteer het apparaat alleen in de originele verpak-
king. Let op de transportpijlen op de verpakking.
1.
Bevestig alle beweegbare onderdelen in en op het
apparaat met plakband, dat zonder sporen verwij-
derd kan worden.
2.
Schuif alle toebehoren zoals de bakplaat met een
dunne strook karton aan beide zijden in de vakken
om beschadiging van het apparaat te voorkomen.
3.
Leg karton of iets dergelijks tussen de voorzijde van
de bakplaat en de achterzijde van de deur om te
voorkomen dat de bakplaat tegen de binnenzijde
van de glazen deur stoot.
4.
Bevestig de deur en, indien aanwezig, de bovenste
afdekking met plakband aan de zijden van het ap-
paraat.
Wanneer de originele verpakking niet meer
beschikbaar is
1.
Om voldoende bescherming tegen eventuele trans-
portschade te waarborgen, het apparaat in bescher-
mende verpakking verpakken.
2.
Het apparaat rechtop transporteren.
3.
Houd het apparaat niet aan de deurgreep of aan
aansluitingen op de achterzijde vast, omdat deze
dan beschadigd kunnen raken.
4.
Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.
Servicedienst
28 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.

Zo lukt het nl
35
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
28.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
Zo lukt het
29 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
Gedetailleerde baktabellen voor uw apparaat en tips
voor het bakken met uw apparaat vindt u in de handlei-
ding op het internet:
www.bosch-home.com
29.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerech-
ten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Kies eerst de lagere waarde.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in
de binnenruimte.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡ Let erop dat u de accessoires op de juiste manier
er in schuift.
29.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoog-
tes.
Bakken op één niveau Hoogte
rijzende deegwaren/gebak resp. vorm
op het rooster
2
platte deegwaren/gebak resp. in bak-
blik
2 - 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Vormen op het rooster:
eerste rooster
tweede rooster
Hoogte
3
1
Bakken op drie niveaus Hoogte
Bakblikken
Braadslede
Bakblikken
5
3
1
Opmerkingen
¡ Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete
lucht. Gerechten die gelijktijdig in de oven worden
geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te
zijn.
In een dergelijk geval kunt u het product dat klaar is
uit de oven halen en het andere bakblik verder laten
bereiden. Indien nodig kunt u de positie en richting
van de bakblikken wijzigen.
¡ Plaats de vormen naast elkaar of verspringend bo-
ven elkaar in de binnenruimte. Door de gerechten
gelijktijdig te bereiden, kunt u energie besparen.
¡ Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u
aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
29.3 Aanwijzingen voor het braden en
grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braad-
klaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttempera-
tuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden ge-
plaatst.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
▶ Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
¡ Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te
lager de temperatuur en des te langer de berei-
dingstijd.
¡ Keer gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van
de opgegeven tijd.
¡ Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de
vorm. Zorg ervoor dat de bodem van de vorm met
ca. 1-2cm vloeistof bedekt is.
¡ Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de
borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
¡ Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork
in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het
droog.
¡ Zout steaks pas na het grillen. Zout onttrekt water
aan het vlees.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.

nl Zo lukt het
36
29.4 Selectie van gerechten
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in °C / grill-
stand
Tijdsduur in
min.
Cake, eenvoudig Krans- of rechthoeki-
ge vorm
2 160-180 50-60
Cake, eenvoudig, 2niveaus Krans- of rechthoeki-
ge vorm
3+1 140-160 60-80
Vruchten- of kwarktaart met bodem van
zandtaartdeeg
Springvorm Ø26cm 2 160-180 70-90
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm Ø28cm 2 160-170 35-45
Cakerol Braadslede 2 170-190
1
15-20
Zandtaartdeeggebak met vochtige be-
dekking
Braadslede 2 160-180 60-90
Muffins Muffinplaat op het
rooster
2 170-190 20-40
Kleine bakwaren, met gist Braadslede 3 150-170 25-35
Koekjes Braadslede 3 140-160 20-30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 130-150 25-35
Koekjes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-150 30-40
Brood, 1000g, in rechthoekige vorm
en op de plaat
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 200-220 35-50
Pizza, vers Braadslede 3 170-190 20-30
Pizza, vers, dunne bodem Braadslede 2 250-270
1
15-25
Quiche, Zwitserse taart Taartvorm 2 190-210 35-45
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde in-
grediënten
Ovenschaal 2 200-220 30-60
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 2 200-220 60-70
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 3 220-230 30-35
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 2 170-190 120-140
Gebraden varkensvlees zonder
zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5kg
Open vorm 1 180-200 140-160
Runderfilet, medium, 1kg Open vorm 3 210-220 45-55
Gestoofd rundvlees, 1,5kg Gesloten servies 2 200-220 100-120
2
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 200-220 60-70
Hamburger, 3-4cm hoog Rooster 4 3
3
25-30
4
Lamsbout zonder been, medium,
1,5kg
Open vorm 2 170-190 70-80
5
Vis, gegrild, heel 300g, bijv. forel Rooster 2 2 20-25
4
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
4
De braadslede onder het rooster inschuiven.
5
Keer het voedsel niet. Bedek de bodem met water.
29.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.

Zo lukt het nl
37
2.
1liter melk met 3,5% vetgehalte op 90°C verwar-
men op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Houdbare melk slechts tot 40°C opwarmen.
3.
30g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk
roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen met deksel.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
8.
De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten af-
koelen.
Yoghurt
Gerecht Accessoires / vormen Inschuifhoogte Verwar-
mingsme-
thode /
Functie
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Yoghurt Kopje / glas Bodem van de binnen-
ruimte
- 4-5 uur
29.6 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt,
om het testen van het apparaat conform EN 60350-1
te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testge-
rechten.
Algemene aanwijzingen
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder
snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op één niveau:
¡ Braadslede/bakplaat, hoogte 3
¡ Vormen op het rooster: hoogte 2
Opmerking:Gebak op bakblikken of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus:
¡ Braadslede: hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
¡ Vormen op het rooster:
eerste rooster: hoogte 3
tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
¡ Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Wanneer uw apparaat op meerdere niveaus kan berei-
den, plaats dan de vormen naast elkaar of versprin-
gend boven elkaar in de binnenruimte.
Bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Spritskoekjes Braadslede 3 140-150 30-40
Spritskoekjes Braadslede 3 140-150 30-40
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet
om voor te verwarmen.
2
Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om
voor te verwarmen.

nl Zo lukt het
38
Gerecht Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mings-
metho-
de
Temperatuur
in°C
Tijdsduur,
minuten
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-150
1
30-45
Sprits, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-140
1
40-55
Koekjes Braadslede 3 150
1
25-35
Koekjes Braadslede 3 150
1
25-35
Koekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
25-35
Koekjes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140
1
35-45
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 160-170
2
30-40
Biscuitgebak Springvorm Ø26cm 2 170 30-40
Biscuitgebak, 2 niveaus Springvorm Ø26cm 3+1 150-160
2
30-45
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet
om voor te verwarmen.
2
Het apparaat voorverwarmen. Gebruik bij apparaten met de functie 'snel voorverwarmen' deze functie niet om
voor te verwarmen.
Grillen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Inschuif-
hoogte
Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijds-
duur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3 0,2-1,5


Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001666788*
9001666788 (041024)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

