
nl
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor
meer informatie.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.....................................3
1.1 Algemene aanwijzingen ............ 3
1.2 Bestemming van het appa-
raat ............................................ 3
1.3 Inperking van de gebruikers ..... 3
1.4 Veiliger transport ....................... 3
1.5 Veilige installatie........................ 4
1.6 Veilig gebruik............................. 5
1.7 Beschadigd apparaat................ 7
2 Het voorkomen van materiële
schade .........................................9
3 Milieubescherming en bespa-
ring...............................................9
3.1 Afvoeren van de verpakking ..... 9
3.2 Energie besparen...................... 9
4 Opstellen en aansluiten ..............9
4.1 Leveringsomvang ...................... 9
4.2 Criteria voor de opstellocatie .. 10
4.3 Apparaat monteren ................. 10
4.4 Het apparaat voor het eerste
gebruik voorbereiden .............. 10
4.5 Apparaat elektrisch aanslui-
ten............................................ 10
5 Uw apparaat leren kennen........11
5.1 Apparaat.................................. 11
5.2 Bedieningspaneel.................... 12
6 Uitrusting...................................12
6.1 Accessoires............................. 12
7 De Bediening in essentie..........12
7.1 Apparaat inschakelen.............. 12
7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 13
7.3 Machine uitschakelen.............. 13
7.4 Temperatuur instellen.............. 13
8 Extra functies ............................13
8.1 Supervriezen............................ 13
9 Vriesvak .....................................13
9.1 Invriescapaciteit....................... 14
9.2 Vriesvakvolume volledig ge-
bruiken..................................... 14
9.3 Tips voor het bewaren van
levensmiddelen in het vries-
vak ........................................... 14
9.4 Tips voor het bevriezen van
verse levensmiddelen.............. 14
9.5 Houdbaarheid van de diep-
vrieswaren bij −18°C ............. 15
9.6 Ontdooimethodes voor diep-
vrieswaren ............................... 15
10 Ontdooien................................15
10.1 Ontdooien in het vriesvak ..... 15
11 Reiniging en onderhoud .........16
11.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging......................... 16
11.2 Apparaat schoonmaken ........ 16
11.3 Onderdelen eruit halen.......... 17
12 Storingen verhelpen ...............18
12.1 Stroomuitval........................... 19
13 Opslaan en afvoeren...............19
13.1 Apparaat buiten gebruik
stellen .................................... 19
13.2 Afvoeren van uw oude ap-
paraat .................................... 19
14 Servicedienst...........................20
14.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) .......... 20
15 Technische gegevens.............20

Veiligheid nl
3
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om levensmiddelen te bevriezen en voor de bereiding van ijs-
blokjes.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/
diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
▶ Het apparaat niet alleen optillen.

nl Veiligheid
4
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn
ingebouwd.
▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten,
dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-lucht-
mengsel ontstaan.
▶ Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in
de inbouwbehuizing niet af.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren
gebruiken.

Veiligheid nl
5
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-
schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak
om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare net-
voedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare
netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaat-
sen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het ap-
paraat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar
koudemiddel lekken en exploderen.
▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere me-
chanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die
door de fabrikant zijn aanbevolen.
▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp
los, bijv. met een steel van een houten lepel.

nl Veiligheid
6
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kun-
nen exploderen, bijv. spuitbussen.
▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosie-
ve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand
leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING‒Gevaar: magnetisme!
De vervangbare kleurfronten zijn met magneten bevestigd. De
magneten kunnen elektronische implantaten, bijv. pacemakers,
defibrillatoren of insinulepompen beïnvloeden.
▶ Personen met elektronische implantaten dienen minimaal een
afstand van 15 cm tot het apparaat aan te houden.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het
vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen.
▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
WAARSCHUWING‒Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot
brandwonden door koude leiden.
▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het
vriesvak werden genomen.
▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en
oppervlakken van het vriesvak.

Veiligheid nl
7
VOORZICHTIG‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van le-
vensmiddelen te voorkomen.
▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot
een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa-
raat.
▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelij-
ke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het ap-
paraat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten,
om schimmelvorming te voorkomen.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina20
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het
ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

nl Veiligheid
8
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemid-
del en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
▶ Ventileer de ruimte.
▶ Het apparaat uitschakelen. →Pagina13
▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de
zekering in de meterkast uitschakelen.
▶ Neem contact op met de service-afdeling. →Pagina20

Het voorkomen van materiële schade nl
9
2 Het voorkomen van
materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden
of apparaatdeuren als zitvlak of op-
stapje kan het apparaat beschadigd
raken.
▶ Niet op de plint, laden of deuren
staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet
kunnen kunststofdelen en deurafdich-
tingen poreus worden.
▶ Houd kunststofdelen en deuraf-
dichtingen olie- en vetvrij.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
3 Milieubescherming en
besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
▶ De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
¡ Stel het apparaat niet bloot aan di-
rect zonlicht.
¡ Plaats het apparaat zo ver moge-
lijk van radiatoren, fornuis en ande-
re warmtebronnen:
– Houd 30mm afstand aan tot
elektrische- of gasfornuizen.
– Houd 300mm afstand aan tot
olie- en kolenfornuizen.
¡ Nooit de externe ventilatie-opening
afdekken of dicht maken.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking:De plaatsing van de uit-
rustingsonderdelen heeft geen in-
vloed op het energieverbruik van het
apparaat.
¡ Open het apparaat slechts kort en
sluit het zorgvuldig.
¡ Nooit de ventilatie-openingen bin-
nenin, of de ventilatieroosters aan
de buitenzijde afdekken of dicht
maken.
¡ Transporteer gekoelde levensmid-
delen in een koeltas en leg ze snel
in het apparaat.
¡ Warm voedsel en dranken eerst la-
ten afkoelen, daarna in het appa-
raat plaatsen.
¡ Laat altijd wat ruimte tussen de le-
vensmiddelen en de achterwand.
¡ Ontdooi het vriesvak regelmatig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of
onze servicedienst →Pagina20
contact op.
De levering bestaat uit:
¡ Uitrusting en accessoires
1
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering

nl Opstellen en aansluiten
10
¡ Montagehandleiding
¡ Gebruiksaanwijzing
¡ Klantenservice overzicht
¡ Garantiebijlage
1
¡ Energielabel
¡ Informatie over energieverbruik en
geluiden
4.2 Criteria voor de opstello-
catie
WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te klei-
ne ruimte staat, kan er bij een lek van
het koudecircuit een brandbaar gas-
luchtmengsel ontstaan.
▶ Stel het apparaat uitsluitend op in
een ruimte, welke tenminste een
volume heeft van 1m
3
per 8g
koudemiddel. De hoeveelheid van
het koudemiddel staat op het type-
plaatje. →"Apparaat", Fig. 1 /
3
,
Pagina11
Het gewicht van het apparaat kan af-
hankelijk van het model tot 35 bedra-
gen.
De ondergrond moet stabiel genoeg
zijn om het gewicht van het apparaat
te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is
afhankelijk van de klimaatklasse van
het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het type-
plaatje. →"Apparaat", Fig. 1 /
3
,
Pagina11
Klimaat-
klasse
Toegestane ruimte-
temperatuur
SN 10°C…32°C
N 16°C…32°C
Klimaat-
klasse
Toegestane ruimte-
temperatuur
ST 16°C…38°C
T 16°C…43°C
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de toegestane binnentempe-
ratuur.
Wanneer u een apparaat van de kli-
maatklasse SN gebruikt bij lagere ka-
mertemperaturen, dan kunnen be-
schadigingen aan het apparaat tot
een kamertemperatuur van 5°C wor-
den uitgesloten.
4.3 Apparaat monteren
▶ Het apparaat conform meegelever-
de montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eer-
ste gebruik voorbereiden
1. Haal het informatiemateriaal er uit.
2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips
en karton.
3. Het apparaat voor de eerste keer
reinigen. →Pagina16
4.5 Apparaat elektrisch aan-
sluiten
1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat staan op het typeplaatje.
→"Apparaat", Fig. 1 /
3
,
Pagina11
2. De netstekker op vastheid contro-
leren.
a Het apparaat is nu gereed voor ge-
bruik.
1
Niet in alle landen

nl Uitrusting
12
Opmerking:Verschillen tussen uw
apparaat en de afbeeldingen zijn mo-
gelijk op basis van uitrusting en
grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
2
3
1
2
1
Toont de ingestelde tempera-
tuur van het vriesvak in°C.
2
brandt, wanneer Supervrie-
zen is ingeschakeld.
3
3sec. stelt de temperatuur
van het vriesvak in.
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is mo-
delafhankelijk.
6.1 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires.
Deze zijn op het apparaat afgestemd.
De accessoires van het apparaat zijn
afhankelijk van het model.
Koude-accu
Gebruik de koude-accu voor het tij-
delijk koel houden van levensmidde-
len, bijv. in een koeltas.
Tip:Dekoude-accu vertraagt bij
hetuitvallen van destroom of bij een
storing hetverwarmen van deopge-
slagen diepvrieswaren.
Bediening
7 De Bediening in essen-
tie
Bediening
7.1 Apparaat inschakelen
1. Het apparaat elektrisch aansluiten.
→Pagina10
a Het apparaat begint te koelen.

Extra functies nl
13
2. De gewenste temperatuur instellen.
→Pagina13
7.2 Opmerkingen bij het ge-
bruik
¡ Wanneer u het apparaat heeft in-
geschakeld, duurt het tot enkele
uren voordat de ingestelde tempe-
ratuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het
apparaat voordat de ingestelde
temperatuur is bereikt.
¡ Wanneer u de deur sluit, kan een
onderdruk ontstaan. De deur gaat
dan alleen moeilijker open. Wacht
een ogenblik tot de onderdruk
wordt gecompenseerd.
¡ De temperatuur in het apparaat va-
rieert door de volgende condities:
– Het aantal keer dat het apparaat
wordt geopend
– Beladingshoeveelheid
– Temperatuur van de vers opge-
slagen levensmiddelen
– Omgevingstemperatuur
– Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
▶ Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van
het netsnoer uit het stopcontact
trekken of de zekering in de meter-
kast uitschakelen.
7.4 Temperatuur instellen
Vriesvaktemperatuur instellen
▶ Zo vaak op 3sec. drukken tot de
temperatuurindicatie de gewenste
temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het
vriesvak bedraagt −18°C.
8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare
extra functies uw apparaat beschikt.
8.1 Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vries-
vak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur
voor het inladen van een hoeveelheid
levensmiddelen vanaf 2 kg in het
vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten,
gebruikt u Supervriezen.
→"Voorwaarden voor invriesvermo-
gen", Pagina14
Opmerking:Als Supervriezen is inge-
schakeld, kan er meer geluid ont-
staan.
Supervriezen inschakelen
▶ Zo vaak op 3sec. drukken tot
brandt.
Opmerking:Na ca. 52 uur schakelt
het apparaat over op de normale
werking.
Supervriezen uitschakelen
▶ Zo vaak op 3sec. drukken tot de
temperatuurindicatie de gewenste
temperatuur toont.
9 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren
bewaren, levensmiddelen bevriezen
en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16°C tot
−22°C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmidde-
len moet opeen temperatuur van –
18°C of lager gebeuren.

nl Vriesvak
14
Door het invriezen kunt u bederfelijke
levensmiddelen gedurende lange tijd
bewaren. De lage temperaturen ver-
tragen of stoppen het bederven.
9.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke
hoeveelheid levensmiddelen in hoe-
veel uur tot in de kern kan worden in-
gevroren.
Informatie over het invriesvermogen
vindt u op het typeplaatje. →"Appa-
raat", Fig. 1 /
3
, Pagina11
Voorwaarden voor
invriesvermogen
▶ De levensmiddelen eerst in de
middelste diepvrieslade leggen.
9.2 Vriesvakvolume volledig
gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale
hoeveelheid diepvriesproducten in
het vriesvak kunt doen.
1. Alle uitrustingsdelen verwijderen.
→Pagina17
2. De levensmiddelen direct op de
bodem van het vriesvak stapelen.
9.3 Tips voor het bewaren
van levensmiddelen in het
vriesvak
¡ Bewaar de levensmiddelen lucht-
dicht verpakt.
¡ Breng in te vriezen levensmiddelen
niet in aanraking met ingevroren
levensmiddelen.
¡ De levensmiddelen naast elkaar in
de diepvriesladen leggen.
¡ Voor een goede luchtcirculatie in
het apparaat de diepvrieslade tot
aan de aanslag inschuiven.
9.4 Tips voor het bevriezen
van verse levensmiddelen
¡ Alleen verse en onberispelijke le-
vensmiddelen bevriezen.
¡ Levensmiddelen per portie invrie-
zen.
¡ Bereide levensmiddelen zijn beter
geschikt dan rauw eetbare levens-
middelen.
¡ Groente vóór het invriezen wassen,
kleiner maken en blancheren.
¡ Fruit vóór het invriezen wassen,
ontpitten en eventueel schillen,
eventueel suiker of ascorbinezuur-
oplossing toevoegen.
¡ Voor het invriezen geschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. bakwaren,
vis en zeevruchten, vlees, wild en
gevogelte, eieren zonder schaal,
kaas, boter, kwark, kant-en-klaar-
gerechten en etensresten.
¡ Voor het invriezen ongeschikte le-
vensmiddelen zijn bijv. kropsla, ra-
dijsjes, eieren met schaal, druiven,
rode appels en peren, yoghurt, zu-
re room, crème fraîche en mayo-
naise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de
juiste soort verpakking behouden in
hoge mate de productkwaliteit en
vermijden vriesbrand.
1. De levensmiddelen in de verpak-
king leggen.
2. De lucht eruit drukken.
3. De verpakking luchtdicht afsluiten
om te voorkomen dat de levens-
middelen hun smaak verliezen of
uitdrogen.
4. De verpakking met de inhoud van
de invriesdatum voorzien.

Ontdooien nl
15
9.5 Houdbaarheid van de
diepvrieswaren bij −18°C
Product Bewaartijd
Vis, worst, klaarge-
maakte gerechten,
brood en banket
Tot 6 maan-
den
Gevogelte, vlees Tot 8 maan-
den
Groente, fruit Tot 12 maan-
den
9.6 Ontdooimethodes voor
diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën
zich vermeerderen en kunnen de
diepvrieswaren bederven.
▶ Half of geheel ontdooide diepvries-
waren niet opnieuw invriezen.
▶ Het voedsel pas na koken of bra-
den opnieuw invriezen.
▶ De maximale bewaartijd niet meer
ten volle benutten.
¡ Dierlijke levensmiddelen in het
koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees,
kaas en kwark.
¡ Brood bij kamertemperatuur ont-
dooien.
¡ Levensmiddelen voor directe con-
sumptie in de magnetron, in de
oven of op het fornuis bereiden.
10 Ontdooien
10.1 Ontdooien in het vries-
vak
Het diepvriesvak ontdooit niet auto-
matisch. Een laag rijp in het vriesvak
vermindert de afgifte van koude aan
de diepvrieswaren en verhoogt het
energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
1. Ca. 4uur voor het ontdooien Su-
pervriezen inschakelen.
→"Supervriezen inschakelen",
Pagina13
De levensmiddelen bereiken hier-
door heel lage temperaturen en u
kunt de levensmiddelen langer op
kamertemperatuur bewaren.
2. De diepvrieslade met de diepvries-
waren verwijderen en op een koele
plaats bewaren. Koude-accu's, in-
dien voorhanden, op de dievries-
waren leggen.
3. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
4.
WAARSCHUWING-Kans op
brandwonden! Heet water, spat-
water en stoom kunnen tot ver-
branding leiden.
▶ Doe uitsluitend heet en geen ko-
kend water in de pan voor het ont-
dooiproces.
Zet om het ontdooien te versnellen
een pan met heet, niet kokend wa-
ter op een panonderzetter in het
vriesvak.
5. Het dooiwater met een zachte
doek of een spons opvegen.

nl Reiniging en onderhoud
16
6. Het vriesvak met een zachte, dro-
ge doek droogwrijven.
7. Het apparaat elektrisch aansluiten.
→Pagina10
8. De diepvrieslade met de diepvries-
waren opnieuw plaatsen.
11 Reiniging en onder-
houd
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke
plaatsen moet door de servicedienst
worden uitgevoerd. Aan de reiniging
door de servicedienst kunnen kosten
verbonden zijn.
11.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging
1. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2. Alle levensmiddelen eruit halen en
op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelelementen
op de levensmiddelen leggen.
3. Als een rijplaag voorhanden is, de-
ze laten ontdooien.
4. Verwijder alle uitrustingsdelen en
accessoires uit het apparaat.
→Pagina17
11.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok
veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedruk-
reiniger gebruiken om het appa-
raat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de be-
dieningselementen kan gevaarlijk
zijn.
▶ Het afwaswater mag niet in de ver-
lichting of in de bedieningselemen-
ten terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
▶ Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
▶ Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶ Gebruik geen RVS-reiniger op de
buitenkant van het apparaat.
Scherpe of puntige voorwerpen kun-
nen de deurrek-rail beschadigen.
▶ Nooit met scherpe of puntige voor-
werpen, bijv. messen, de deurrek-
rail reinigen.
Wanneer u uitrustingsdelen en acces-
soires in de vaatwasser reinigt, kun-
nen deze vervormen of verkleuren.
▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoi-
res in de vaatwasser reinigen.
1. Apparaat voorbereiden voor reini-
ging. →Pagina16
2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,
de accessoires en de deurafdich-
tingen met een vaatdoek, lauw wa-
ter en een beetje pH-neutraal af-
wasmiddel reinigen.
3. Met een zachte, droge doek gron-
dig nadrogen.

Reiniging en onderhoud nl
17
4. De uitrustingsdelen plaatsen.
5. Het apparaat elektrisch aansluiten.
→Pagina10
6. Doe de levensmiddelen in het ap-
paraat.
11.3 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen
grondig wilt reinigen deze uit het ap-
paraat.
Diepvrieslade verwijderen
1. De diepvrieslade tot aan de aan-
slag uittrekken.
2. De diepvrieslade vooraan optillen
en eruit halen .

nl Storingen verhelpen
18
12 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding
van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-
dere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Temperatuur wijkt erg
af van deinstelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1.
Schakel het apparaat uit. →Pagina13
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in.
→Pagina12
‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de
temperatuur na een paar uur opnieuw.
‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de tem-
peratuur dan de volgende dag opnieuw.
Het apparaat borrelt,
zoemt of gorgelt of
klikt.
Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat,
ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen.
Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-
of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert
geluiden.
Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet
ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Serviesgoed raakt elkaar.
▶ Zet het serviesgoed verder uit elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.

Opslaan en afvoeren nl
19
12.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de
temperatuur in het apparaat, hierdoor
verkort de bewaartijd en de kwaliteit
van de diepvriesproducten vermin-
dert.
Op onze website van uw apparaat
vindt in de technische gegevens de
bewaartijd van de diepvriesproducten
in geval van een storing.
Opmerkingen
¡ Het apparaat tijdens een stroomuit-
val zo weinig mogelijk openen en
geen andere levensmiddelen inrui-
men.
¡ De kwaliteit van de levensmiddelen
onmiddellijk na de stroomuitval
controleren.
– Diepvriesproducten die ontdooid
en warmer dan 5°C zijn, weg-
gooien.
– Licht ontdooide diepvriesproduc-
ten koken of bakken en ofwel
verbruiken of opnieuw invriezen.
13 Opslaan en afvoeren
13.1 Apparaat buiten gebruik
stellen
1. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
2. Alle levensmiddelen verwijderen.
3. Het apparaat ontdooien.
→Pagina15
4. Het apparaat reinigen.
→Pagina16
5. Om de ventilatie van het interieur
te waarborgen het apparaat geo-
pend laten.
13.2 Afvoeren van uw oude
apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
▶ Om te voorkomen dat kinderen in
het apparaat kruipen legplateaus
en lades niet uit het apparaat ne-
men.
▶ Kinderen uit de buurt van een af-
gedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen
kunnen brandbaar koudemiddel en
schadelijke gassen ontsnappen en
ontsteken.
▶ De buizen van de koudemiddel-
kringloop en de isolatie niet be-
schadigen.
1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2. Het netsnoer doorknippen.
3. Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte
elektrische en elektroni-

nl Servicedienst
20
sche apparatuur (waste
electrical and electronic
equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de
EU geldige terugneming
en verwerking van oude
apparaten.
14 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de
servicedienst is in het kader van de
plaatselijk geldende fabrieksgarantie-
voorwaarden gratis. De minimumduur
van de garantie (fabrieksgarantie
voor particuliere gebruikers) in de Eu-
ropese Economische Ruimte be-
draagt 2 jaar in overeenstemming
met de geldende plaatselijke garan-
tievoorwaarden. De garantievoor-
waarden doen geen afbreuk aan
eventuele andere rechten of claims
die u op grond van het plaatselijke
recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieperiode en garantievoorwaar-
den in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op
onze website.
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service-
dienst vindt u in de meegeleverde
servicedienstlijst of op onze website.
14.1 Productnummer (E-nr.)
en productienummer
(FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het
productienummer (FD) vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
→"Apparaat", Fig. 1 /
3
, Pagina11
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.
15 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overi-
ge technische gegevens bevinden
zich op het typeplaatje.
→"Apparaat", Fig. 1 /
3
, Pagina11
Meer informatie over uw model vindt
u op het internet onder https://
eprel.ec.europa.eu/
1
. Dit webadres
verwijst naar de officiële EU-product-
databank EPREL. Volg dan de aan-
wijzingen bij het zoeken naar het mo-
del op. De modelidentificatie bestaat
uit het teken voor de slash van het E-
nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al-
ternatief vindt u de modelidentificatie
ook in de eerste regel van het EU-
energielabel.
1
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte




Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service direc-
tory.
*9001845886*
9001845886 (030601)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company


