
nl
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor
meer informatie.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.....................................4
1.1 Algemene aanwijzingen ............ 4
1.2 Bestemming van het appa-
raat ............................................ 4
1.3 Inperking van de gebruikers ..... 4
1.4 Veilige installatie........................ 5
1.5 Veiliger gebruik ......................... 7
1.6 Veilige reiniging en onder-
houd ........................................ 10
2 Materiële schade vermijden .....11
3 Milieubescherming en bespa-
ring.............................................11
3.1 Afvoeren van de verpakking ... 11
3.2 Energie besparen.................... 11
3.3 Energiebesparingsmodus ....... 12
4 Opstellen en aansluiten ............12
4.1 Apparaat uitpakken ................. 12
4.2 Leveringsomvang .................... 12
4.3 Vereisten ten aanzien van de
opstelplaats ............................. 13
4.4 Waterafvoerslang..................... 14
4.5 Stellen van het apparaat ......... 16
4.6 Apparaat elektrisch aanslui-
ten............................................ 16
5 Uw apparaat leren kennen........17
5.1 Apparaat.................................. 17
5.2 Wolkorf .................................... 18
5.3 Bedieningspaneel.................... 18
6 Display .......................................19
7 Knoppen ....................................21
8 Droogdoel ..................................24
8.1 Droogdoel wijzigen.................. 24
8.2 Droogdoel aanpassen............. 24
9 Programma's .............................25
9.1 Automatische programma's .... 25
9.2 Tijdprogramma's...................... 26
10 Accessoires.............................28
11 Wasgoed..................................29
11.1 Wasgoed voorbereiden......... 29
12 De Bediening in essentie........29
12.1 Apparaat inschakelen............ 29
12.2 Programma instellen ............. 29
12.3 Trommel vullen met was-
goed ...................................... 29
12.4 Starten van het programma .. 29
12.5 Wasgoed bijvullen ................. 30
12.6 Progr. annuleren.................... 30
12.7 Wasgoed uitnemen ............... 30
12.8 Apparaat uitschakelen........... 30
12.9 Pluizenfilter ............................ 30
12.10 Condenswaterreservoir ....... 32
13 Kinderslot ................................33
13.1 Kinderslot inschakelen .......... 33
13.2 Kinderslot deactiveren........... 33
14 Wolkorf ....................................33
14.1 Wolkorf plaatsen.................... 33
14.2 Programma met wolkorf
starten.................................... 34
14.3 Gebruiksvoorbeelden wol-
korf ........................................ 34

nl
3
15 Basisinstellingen ....................36
15.1 Overzicht over de basisin-
stellingen ............................... 36
15.2 Basisinstellingen wijzigen...... 37
16 Reiniging en onderhoud .........37
16.1 Tips voor de reiniging en
het onderhoud....................... 37
16.2 Bodemeenheid ...................... 38
16.3 Vochtigheidssensor............... 40
17 Storingen verhelpen ...............41
18 Transporteren, opslaan en
afvoeren...................................45
18.1 Apparaat voor het transport
voorbereiden ......................... 45
18.2 Afvoeren van uw oude ap-
paraat .................................... 45
19 Servicedienst...........................46
19.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD) .......... 46
20 Verbruikswaarden...................47
21 Technische gegevens.............48

nl Veiligheid
4
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor la-
ter gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voor de droger geschikte en met water gewassen textiel te
drogen en op te frissen.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de hui-
selijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkin-
gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toe-
zicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het appa-
raat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd
door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen tot 3jaar en huisdieren niet bij het appa-
raat kunnen komen.

Veiligheid nl
5
1.4 Veilige installatie
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de ge-
gevens op het typeplaatje.
▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïn-
stalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wis-
selstroom aansluiten.
▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet
conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
De installatie moet zijn voorzien van een afdoende grote aderdi-
ameter.
▶ Bij het gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met
het teken gebruiken.
▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bij-
voorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
▶ Nooit het apparaat op een stroomcircuit aansluiten dat regelma-
tig door het nutsbedrijf wordt in- en uitgeschakeld.
▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de
netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang
niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie
een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer
niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warm-
tebronnen in contact brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in con-
tact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adap-
ters is gevaarlijk.
▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.

nl Veiligheid
6
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren
gebruiken.
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer be-
schikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak
om de huisinstallatie aan te passen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels ver-
oorzaken.
▶ Het apparaat niet alleen optillen.
Als dit apparaat op ondeskundige wijze in een was-droogzuil
wordt opgesteld, kan het opgestelde apparaat naar beneden val-
len.
▶ De droger uitsluitend met de verbindingset van de drogerfabri-
kant op een wasmachine stapelen
→"Accessoires", Pagina28 Een andere plaatsingsmethode is
niet toegestaan.
▶ Het apparaat niet in een was-droogzuil opstellen als de droger-
fabrikant geen passende verbindingsset aanbiedt.
▶ Geen apparaten van verschillende fabrikanten en met verschil-
lende diepte en breedte in een was-droogzuil opstellen.
▶ Geen was-droogzuil op een platform opstellen, de apparaten
kunnen kantelen.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en
hierin verstrikt raken en stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Het apparaat kan tijdens het bedrijf trillen of bewegen.
▶ Het apparaat op een schone, vlakke en stevige ondergrond op-
stellen.
▶ Het apparaat middels de apparaatvoeten en een waterpas hori-
zontaal stellen.

Veiligheid nl
7
Bij ondeskundig gelegde slangen en netaansluitleidingen bestaat
er struikelgevaar.
▶ De slangen en aansluitkabels zodanig leggen dat men er niet
over kan struikelen.
Wanneer het apparaat aan uitstekende onderdelen wordt ver-
plaatst, zoals bijvoorbeeld de vuldeur, dan kunnen de onderdelen
afbreken.
▶ Het apparaat niet aan uitstekende onderdelen verplaatsen.
VOORZICHTIG‒Kans op snijden!
Scherpe randen aan het apparaat kunnen bij aanrakingen tot snij-
wonden leiden.
▶ Het apparaat niet aan scherpe randen aanraken.
▶ Veiligheidshandschoenen gebruiken bij installatie en transport
van het apparaat.
1.5 Veiliger gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-
lijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektri-
citeitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer
trekken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct
de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina46
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
▶ Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.

nl Veiligheid
8
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensge-
vaar geraken.
▶ Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van
de apparaatdeur blokkeert of verhindert.
▶ Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot
van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaat-
deur niet langer sluit.
WAARSCHUWING‒Kans op verstikking!
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hier-
door stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Kolenstof of meel in de omgeving van het apparaat kan tot explo-
sies leiden.
▶ Tijdens het gebruik de omgeving van het apparaat schoon hou-
den.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Het condenswater van dit apparaat is geen drinkwater en kan met
pluizen zijn verontreinigd.
▶ Het condenswater van het apparaat niet drinken of verder ge-
bruiken.
Was- en verzorgingsmiddelen kunnen bij inname tot vergiftigingen
leiden.
▶ Bij per ongeluk inslikken een arts raadplegen.
▶ Was- en verzorgingsmiddelen buiten bereik van kinderen bewa-
ren.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Resten in het pluizenfilter kunnen bij het drogen ontsteken.
▶ Het pluizenfilter regelmatig reinigen.

Veiligheid nl
9
Licht ontvlambare voorwerpen, zoals aanstekers, of lucifers, kun-
nen bij het drogen ontsteken.
▶ Vóór het drogen alle licht ontvlambare voorwerpen uit de zak-
ken van het wasgoed verwijderen.
Wanneer ongewassen wasgoed met oplosmiddelen, olie, was,
wasverwijderaar, verf- vet- of vlekverwijderaar in contact was, kan
deze bij het drogen ontvlammen.
▶ Geen ongewassen wasgoed in dit apparaat drogen.
▶ Het wasgoed voor het drogen grondig met heet water en was-
middel spoelen.
▶ Niet het apparaat gebruiken, wanneer het wasgoed daarvoor
met industriële chemicaliën worden gereinigd.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het wasgoed werd bij voortijdig afbreken van het drogen niet vol-
doende gekoeld en kan ontvlammen.
▶ Het droogprogramma niet voortijdig afbreken.
▶ Het wasgoed bij voortijdig afbreken van het drogen direct uitne-
men en uitspreiden.
VOORZICHTIG‒Kans op letsel!
Bij het op het apparaat klimmen of klauteren kan de afdekplaat
breken.
▶ Niet op het apparaat klimmen of klauteren.
Bij het zitten of leunen op de geopende deur kan het apparaat
kantelen.
▶ Niet op de apparaatdeur zitten of leunen.
▶ Geen voorwerpen op de apparaatdeur plaatsen.
Grijpen in de draaiende trommel kan tot letsel aan de handen lei-
den.
▶ Wacht tot de trommel volledig stil staat voordat u met uw hand
in de trommel grijpt.
VOORZICHTIG‒Kans op brandwonden!
De achterwand van het apparaat wordt heet tijdens bedrijf.
▶ Raak de hete achterwand niet aan.
▶ Kinderen uit de buurt houden van de hete achterwand.

nl Veiligheid
10
▶ Het apparaat met de achterwand dicht tegen een muur opstel-
len.
1.6 Veilige reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden ge-
bruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het
ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger, hogedrukreiniger, slangen of sproeiers ge-
bruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Het gebruiken van niet originele reserveonderdelen en niet origi-
nele accessoires is gevaarlijk.
▶ Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen en originele ac-
cessoires van de fabrikant.
WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging!
Bij het gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kun-
nen giftige dampen ontstaan.
▶ Geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.

Materiële schade vermijden nl
11
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade ver-
mijden
Materiële schade vermijden
LET OP!
Een verkeerde dosering van wasver-
zachters, wasmiddelen, verzorgings-
middelen en reinigingsmiddelen kan
de werking van het apparaat beïn-
vloeden.
▶ De doseeraanbevelingen van de
fabrikant aanhouden.
Het overschrijden van de maximale
beladingshoeveelheid heeft invloed
op de werking van het apparaat.
▶ De maximale beladingshoeveel-
heid voor elk programma aanhou-
den en niet overschrijden.
→"Programma's", Pagina25
Oververhitting van het apparaat kan
de werking van het apparaat beïn-
vloeden.
▶ Tijdens het gebruik de ventilatie-
opening aan het apparaat vrijhou-
den.
▶ Voor voldoende ventilatie in de
ruimte zorgen.
Lichte objecten, zoals haren en plui-
zen, kunnen tijdens het bedrijf van de
ventilatieopening van het apparaat
worden ingezogen en de werking van
het apparaat beïnvloeden.
▶ Houd tijdens het gebruik van het
apparaat de omgeving schoon.
▶ Lichte objecten uit de buurt van
het apparaat houden.
Schuimstof of schuimrubber kan bij
het drogen vervormen of smelten.
▶ Geen schuimstofhoudende of
schuimrubberhoudend wasgoed
drogen.
Ongeschikte reinigingsmiddelen kun-
nen de oppervlakken van het appa-
raat beschadigen.
▶ Geen scherpe of schurende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶ Geen sterk alcoholhoudende reini-
gingsmiddelen gebruiken.
▶ Geen harde schuur- of afwas-
sponsjes gebruiken.
▶ Het apparaat uitsluitend reinigen
met water en een zachte, vochtige
doek.
▶ Bij contact met het apparaat direct
alle wasmiddelresten, sproeinevel-
resten of restanten verwijderen.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en
besparing
Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpak-
king
De verpakkingsmaterialen zijn milieu-
vriendelijk en kunnen worden herge-
bruikt.
▶ De afzonderlijke componenten op
soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, ver-
bruikt uw apparaat minder stroom.
Apparaat in een goed geventileerde
ruimte gebruiken en ventilatieope-
ning van het apparaat vrijhouden.
a
Een gehinderde luchtuitwisseling
verlengt de programmaduur en
verhoogt het energieverbruik.
Vóór het drogen het wasgoed in de
wasmachine centrifugeren.
a
Vochtiger wasgoed verlengt de
programmaduur en verhoogt het
energieverbruik.

nl Opstellen en aansluiten
12
Maximale beladingshoeveelheid van
de programma's in acht nemen.
→"Programma's", Pagina25
a
Een overschrijding van de maxi-
male beladingshoeveelheid ver-
lengt de programmaduur en ver-
hoogt het energieverbruik.
Na het drogen het pluizenfilter reini-
gen →Pagina30.
a
Een verontreinigd pluizenfilter ver-
mindert de luchtstroom in het ap-
paraat, verlengt de programma-
duur en verhoogt het energiever-
bruik.
Regelmatig de bodemeenheid reini-
gen →Pagina38.
a
Een verontreinigde warmtewisse-
laar verlengt de programmaduur
en verhoogt het energieverbruik.
3.3 Energiebesparingsmodus
Wanneer u het apparaat langere tijd
niet bedient, dan schakelt het appa-
raat automatisch naar de energiebe-
spaarstand. Alle aanwijzingen ver-
dwijnen en Start/Pauze knippert.
De energiebespaarmodus wordt af-
gesloten, wanneer u het apparaat op-
nieuw bedient.
Opstellen en aansluiten
4 Opstellen en aansluiten
Opstellen en aansluiten
4.1 Apparaat uitpakken
LET OP!
Voorwerpen die in de trommel ach-
terblijven, en die niet voor het gebruik
van het apparaat bedoeld zijn, kun-
nen tot materiële- en apparaatschade
leiden.
▶ Voor gebruik alle deze voorwerpen
en de meegeleverde accessoires
uit de trommel verwijderen.
1. Verwijder verpakkingsmateriaal en
bescherming volledig van het ap-
paraat.
→"Afvoeren van de verpakking",
Pagina11
2. Controleer het apparaat op zicht-
bare beschadigingen.
3. De deur openen.
4. Verwijder de accessoires uit de
trommel.
5. De deur sluiten.
4.2 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle on-
derdelen op transportschade en de
volledigheid van de levering.
LET OP!
Het gebruik met onvolledig of defect
toebehoren kan de werking van het
apparaat hinderen of materiële scha-
de en schade aan het apparaat ver-
oorzaken.
▶ Het apparaat niet met onvolledig of
defect toebehoren gebruiken.
▶ Het toebehoren vóór het gebruik
van het apparaat vervangen.
→"Accessoires", Pagina28

Opstellen en aansluiten nl
13
Inbegrepen in de
levering
Beschrijving
Wasdroger
Begeleidende
documenten
Waterafvoerslang
met aansluita-
dapter, bevesti-
gingsmateriaal
en bochtstuk.
→"Wateraf-
voerslang",
Pagina14
Wolkorf met in-
zetstuk
→"Wolkorf",
Pagina33
4.3 Vereisten ten aanzien van
de opstelplaats
LET OP!
Wanneer het apparaat meer dan 40°
wordt gekanteld, dan kan restwater
uit het apparaat lopen en materiële
schade veroorzaken.
▶ Kantel het apparaat voorzichtig.
▶ Transporteer het apparaat rechtop.
Bevriezend restwater in het apparaat
kan leiden tot beschadiging van het
apparaat.
▶ Het apparaat niet op vorstgevoeli-
ge plaatsen of buiten plaatsen en
gebruiken.
Opstelplaats Eisen
Op de vloer Het apparaat op
een schoon, ef-
fen en vast op-
pervlak plaatsen.
Het apparaat
stellen
→Pagina16.
In een was-
droogzuil
Het apparaat al-
leen met de origi-
nele verbindings-
set van de dro-
gerfabrikant in
een was-droog-
zuil opstellen.
¡ Verbindingsset
met uittrekbaar
werkplad
→Pagina28
¡ Verbindingsset
→Pagina28
Dit apparaat al-
leen op een was-
machine van de-
zelfde fabrikant
plaatsen. De
diepte en breed-
te van dit appa-
raat moeten met
de afmetingen
van de wasma-
chine overeenko-
men.
De was-droogzuil
niet op een plat-
form plaatsen.
Aan een wand Geen slangen en
netaansluiting
tussen wand en
apparaat inklem-
men.

nl Opstellen en aansluiten
14
4.4 Waterafvoerslang
Tijdens het drogen ontstaat condens-
water dat uw apparaat in het con-
denswaterreservoir verzamelt. Ge-
bruik de waterafvoerslang om overtol-
lig condenswater direct in het afval-
water te leiden.
Opmerkingen
¡ Gebruik dit apparaat met de mee-
geleverde waterafvoerslang.
→"Waterafvoerslang aansluiten",
Pagina14
Als u de waterafvoerslang aansluit,
hoeft u niet regelmatig het con-
denswaterreservoir te legen.
→"Condenswaterreservoir legen",
Pagina32
¡ U kunt dit optionele
→"Accessoires", Pagina28 bij de
servicedienst bestellen.
Waterafvoerslang aansluiten
Als u het condenswaterreservoir van
het apparaat niet regelmatig wenst te
legen, sluit u de waterafvoerslang
aan.
LET OP!
Bij het gebruik van het apparaat zon-
der een vakkundig aangesloten con-
denswaterslang of waterafvoerslang
kan vloeistof uit het aansluitstuk lek-
ken.
▶ Vóór het gebruik van het apparaat
de condenswaterslang of de water-
afvloerslang op vakkundige wijze
de aansluiting aansluiten.
Vereisten
¡ Het apparaat en het toebehoren
zijn uitgepakt.
→"Apparaat uitpakken", Pagina12
¡ Het apparaat is op de opstellings-
plaats opgesteld.
→"Vereisten ten aanzien van de
opstelplaats", Pagina13
1. De condenswaterslang van de
aansluiting trekken.
De condenswaterslang is af fabriek
op de aansluiting aangesloten.
Opmerking:Bij het verwijderen
van de condenswaterslang kan
vloeistof uit de aansluiting naar
buiten komen.
2. De condenswaterslang op de hou-
der schuiven.

Opstellen en aansluiten nl
15
3. De waterafvoerslang tot aan de
aanslag op de aansluiting schui-
ven.
4. De waterafvoerslang in de slang-
geleiding plaatsen.
Zorg ervoor dat de wateraf-
voerslang niet wordt geknikt.
5. Het apparaat op de waterafvoer
aansluiten.
→"Aansluitsoorten waterafvoer",
Pagina15
Tip:Om het condenswater opnieuw
in het condenswaterreservoir te ver-
zamelen, bijv. bij een wijziging van
standplaats van het apparaat, maakt
u deze stappen ongedaan in omge-
keerde volgorde.
Aansluitsoorten waterafvoer
LET OP!
Bij een verstopte of afgesloten afvoer
kan opgehoopt afvalwater in het ap-
paraat terugstromen.
▶ Vóór het gebruik van het apparaat
ervoor zorgen dat het afvalwater
snel wegstroomt en verstoppingen
verhelpen.
Afvoer in een si-
fon.
De aansluitposi-
tie met een
slangklem
(12-22 mm) bor-
gen.
De wateraf-
voerslang met
een slanggelei-
ding op minimaal
80 cm en maxi-
maal 100 cm
hoogte bevesti-
gen.
Opmerking:Met
de Y-verdeler
→Pagina28
kunt u de water-
afvoerslang van
een extra appa-
raat zoals bijv.
een wasmachine
op dezelfde af-
voer van de sifon
aansluiten.
Afvoer in een
wastafel.
De wateraf-
voerslang com-
pleet door de
bocht
→Pagina13
schuiven en met
het bevestigings-
materiaal vastzet-
ten.
De bocht op
maximaal 100
cm hoogte be-
vestigen.

nl Opstellen en aansluiten
16
Afvoer in een
goot.
De wateraf-
voerslang com-
pleet door de
bocht
→Pagina13
schuiven en met
het bevestigings-
materiaal vastzet-
ten.
De bocht aan de
goot bevestigen.
4.5 Stellen van het apparaat
Om geluiden en trillingen te reduce-
ren, moet u het apparaat horizontaal
stellen.
▶ Om het apparaat te stellen, aan de
apparaatvoetjes draaien. De hori-
zontale afstelling van het apparaat
met waterpas controleren.
Alle apparaatvoeten moeten stevig
op de grond staan.
4.6 Apparaat elektrisch aan-
sluiten
1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een
stopcontact in de omgeving van
het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het ap-
paraat vindt u in de technische ge-
gevens →Pagina48.
2. De netstekker op vastheid contro-
leren.

Uw apparaat leren kennen nl
17
Uw apparaat leren kennen
5 Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
1
2
3
4
5
6
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen,
bijv. de kleur en de vorm.
1
Ventilatieopening
2
Serviceklep van de bode-
meenheid →Pagina38
3
Pluizenfilter →Pagina30
4
Deur
5
Condenswaterreservoir
→Pagina32
6
Bedieningspaneel
→Pagina18

nl Uw apparaat leren kennen
18
5.2 Wolkorf
1 2 3 4
1
Voet voor de bevestiging
2
Wolkorf
3
Toepassing
4
Nok voor de bevestiging in de
haak
5.3 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en infor-
matie krijgen over de gebruikstoestand.
2 3
1 1
4
4
1
Programma's →Pagina25
2
Programmakiezer
→Pagina29
3
Display →Pagina19
4
Knoppen →Pagina21

Display nl
19
Display
6 Display
Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwij-
zingsteksten.
Indicatie Beschrijving
0:40
1
Verwachte programmaduur of resterende tijd van het pro-
gramma in uren en minuten.
1:25 Tijdprogramma is ingesteld.
→"Tijdprogramma's", Pagina26
8,0
1
Aanbeveling van de maximale beladingshoeveelheid voor
het ingestelde programma in kg.
0:45
1
Programma-eindtijd
→"Knoppen", Pagina23
¡ brandt: het kinderslot is geactiveerd.
¡ knippert: het kinderslot is geactiveerd en het apparaat
werd bediend.
→"Kinderslot deactiveren", Pagina33
( Start/ Pau-
ze)
Starten, annuleren of pauzeren
¡ brandt: het programma draait en kan worden afgebro-
ken of gepauzeerd.
¡ knippert: het programma kan worden gestart of hervat.
(Strijkdroog) Het droogdoel is geactiveerd.
→"Knoppen", Pagina22
(Kastdroog) Het droogdoel is geactiveerd.
→"Knoppen", Pagina22
1
Voorbeeld

nl Display
20
Indicatie Beschrijving
(Kastdroog
Plus)
Het droogdoel is geactiveerd.
→"Knoppen", Pagina21
+1
+2
+3
Het aangepaste droogdoel is geactiveerd.
→"Droogdoel", Pagina24
(Antikreuk) De antikreukfunctie is geactiveerd.
→"Knoppen", Pagina22
(Lage tempera-
tuur)
Zacht drogen voor gevoelig textiel is geactiveerd.
→"Knoppen", Pagina23
4kg (Halve be-
lading)
De halve beladingshoeveelheid is geactiveerd.
→"Knoppen", Pagina23
(Signaal uit) Stil drogen zonder geluidssignalen is geactiveerd.
→"Knoppen", Pagina23
Het condenswaterreservoir leegmaken en erin schuiven.
→"Condenswaterreservoir legen", Pagina32
Het pluizenfilter reinigen.
→"Pluizenfilter reinigen", Pagina30
Bodemeenheid reinigen.
→"Bodemeenheid", Pagina38
Hot Het afkoelproces koelt het wasgoed enkele minuten bij
een draaiende trommel om schade aan het wasgoed te
vermijden. Het afkoelproces kan door het openen van de
deur worden afgebroken.
Opmerking:Het ingestelde programma niet wijzigen.
Drogen
Programmastatus
Droogdoel strijkdroog
Programmastatus
Droogdoel kastdroog
Programmastatus
Antikreuk
Programmastatus
( Start/Pau-
ze)
Pauze
Programmastatus
End Programma-einde
Programmastatus
1
Voorbeeld

Knoppen nl
21
Knoppen
7 Knoppen
Knoppen
Hier vindt u een overzicht van de buttons en hun instelmogelijkheden.
Knop Keuze Beschrijving
Start/Pauze ¡ starten
¡ annuleren
¡ pauzeren
Programma starten, an-
nuleren of pauzeren.
3 sec. ¡ activeren
¡ deactiveren
Het kinderslot activeren
of deactiveren.
De bedieningspanelen
tegen per ongeluk bedie-
nen beveiligen.
Werd het kinderslot ge-
activeerd en het appa-
raat uitgeschakeld, dan
blijft het kinderslot geac-
tiveerd.
→"Kinderslot",
Pagina33
Kastdroog Plus ¡ Kastdroog Plus
¡ +1
¡ +2
¡ +3
¡ Met de selectie Kast-
droog Plus is het
droogdoel geacti-
veerd.
Het droogdoel legt
vast hoe vochtig of
droog het wasgoed na
het programma-einde
is.
→"Droogdoel",
Pagina24
¡ Met de selectie +1 ,
+2 of +3 is het
droogdoel aangepast.
→"Droogdoel aanpas-
sen", Pagina24

nl Knoppen
22
Knop Keuze Beschrijving
Kastdroog ¡ Kastdroog
¡ +1
¡ +2
¡ +3
¡ Met de selectie Kast-
droog is het droog-
doel geactiveerd.
Het droogdoel legt
vast hoe vochtig of
droog het wasgoed na
het programma-einde
is.
→"Droogdoel",
Pagina24
¡ Met de selectie +1 ,
+2 of +3 is het
droogdoel aangepast.
→"Droogdoel aanpas-
sen", Pagina24
Strijkdroog ¡ Strijkdroog
¡ +1
¡ +2
¡ +3
¡ Met de selectie Strijk-
droog is het droog-
doel geactiveerd.
Het droogdoel legt
vast hoe vochtig of
droog het wasgoed na
het programma-einde
is.
→"Droogdoel",
Pagina24
¡ Met de selectie +1 ,
+2 of +3 is het
droogdoel aangepast.
→"Droogdoel aanpas-
sen", Pagina24
Antikreuk ¡ activeren
¡ deactiveren
Antikreukfunctie active-
ren of deactiveren.
De trommel beweegt het
wasgoed na het pro-
gramma-einde geduren-
de 120 minuten met re-
gelmatige tussenpozen
om kreuken te vermij-
den.

Knoppen nl
23
Knop Keuze Beschrijving
Lage temperatuur ¡ activeren
¡ deactiveren
Zacht drogen activeren
of deactiveren.
De temperatuur wordt
voor gevoelig textiel ver-
laagd, bijv. voor polya-
cryl of elastaan.
De programmaduur
wordt verlengd.
Klaar in ¡ Programma-eindtijd
¡ Programmaduur
¡ De programma-eind-
tijd vastleggen.
De programmaduur is
reeds in het ingestel-
de aantal uren inbe-
grepen.
Na de start van het
programma wordt de
programmaduur weer-
gegeven.
¡ De programmaduur
voor tijdprogramma's
instellen.
→"Tijdprogramma's",
Pagina26
Signaal uit ¡ activeren
¡ deactiveren
Bedieningssignalen en
aanwijssignalen active-
ren of deactiveren.
Halve belading ¡ activeren
¡ deactiveren
Afzonderlijke stukken
wasgoed of kleine hoe-
veelheden drogen.

nl Droogdoel
24
Droogdoel
8 Droogdoel
Droogdoel
Voor elk automatisch programma is een droogdoel voorgedefinieerd. Het
droogdoel ligt vast, hoe droog of vochtig uw wasgoed na het aflopen van het
programma is.
Droogdoel Wasgoed Droogresultaat
Kastdroog
Plus
Meerlaags dik wasgoed
dat moeilijk droogt.
Het wasgoed is droog.
Kastdroog Normaal eenlaags was-
goed.
Het wasgoed is droog.
Strijkdroog Normaal eenlaags was-
goed.
Het wasgoed is nog licht vochtig.
Om kreukvorming na het drogen
te vermijden, strijkt u het wasgoed
of hangt u het wasgoed op.
8.1 Droogdoel wijzigen
Voor sommige automatische pro-
gramma's kunt u het droogdoel wijzi-
gen zodat uw wasgoed nog droger of
vochtiger wordt.
1. Een automatisch programma in-
stellen.
→"Automatische programma's",
Pagina25
a Het display toont het opgegeven
droogdoel.
2. Op Kastdroog , Kastdroog
Plus of Strijkdroog drukken.
a Het display toont (Kastdroog),
(Kastdroog Plus) of (Strijk-
droog).
8.2 Droogdoel aanpassen
Als u het wasgoed na het drogen
met een bepaald droogdoel te voch-
tig vindt, kunt u het droogdoel aan-
passen.
1. Een automatisch programma in-
stellen.
→"Automatische programma's",
Pagina25
a Het display toont het opgegeven
droogdoel.
2. Op Kastdroog , Kastdroog
Plus of Strijkdroog drukken.
3. Opnieuw op het ingestelde droog-
doel drukken om het droogdoel
aan te passen.
a Het display toont "+1" , "+2" of
"+3" .

Programma's nl
25
Programma's
9 Programma's
Programma's
U kunt uw textiel ofwel met een automatisch programma of een tijdprogramma
drogen.
9.1 Automatische programma's
Automatische programma's waarin
vochtsensoren tijdens het drogen de
restvochtigheid van het wasgoed me-
ten. Het programma eindigt pas als
het ingestelde droogdoel is bereikt.
Elk automatisch programma heeft
een droogdoel →Pagina24. Het
droogdoel legt vast hoe droog of
vochtig het wasgoed na het program-
ma-einde is.
Tips
¡ Kies het droogdoel overeenkom-
stig het textiel of het gewenste
droogresultaat.
→"Droogdoel", Pagina24
¡ De verzorgingslabels van het was-
goed geven u extra aanwijzingen
voor de programmakeuze.
Programma Beschrijving Maximale
belading
(kg)
Katoen Stevig en kookbestendig textiel van ka-
toen en linnen drogen.
8,0
Katoen Eco Stevig en kookbestendig textiel van ka-
toen en linnen drogen.
Energiebesparend programma.
8,0
Kreukherstellend Textiel van synthetische of gemengde
weefsels drogen.
3,5
Mix Katoenen of synthetisch textiel drogen. 3,0
Dekens Met synthetische vezels gevuld textiel,
kussens, dekbedden of spreien drogen.
Opmerking:Droog grote stukken textiel,
dekbedden of hoofdkussens afzonderlijk.
2,5
Fijne was Gevoelig textiel van satijn, synthetische of
gemengde weefsels drogen.
2,0
Hygiene Plus Stevig en kookbestendig textiel van ka-
toen en linnen drogen.Stevig en kookbe-
stendig textiel van katoen en linnen dro-
gen.
Opmerking:Bijzonder geschikt bij hoge
hygiënische eisen.
4,0
Sport Sneldrogende sportkleding met functieve-
zels, microvezels en synthetisch drogen.
1,5

nl Programma's
26
Programma Beschrijving Maximale
belading
(kg)
SuperKort 15 min. Hemden en bloezen van katoen, linnen,
synthetisch materiaal of gemengde weef-
sels drogen.
Opmerking:Voor een optimaal droog-
resultaat droogt u maximaal 5 hemden of
5 bloezen.
Na het drogen strijkt u het wasgoed of
hangt u het op. Het restvocht verdeelt zich
dan gelijkmatig.
1,5
SuperKort 40 min. Synthetisch textiel en licht katoenen textiel
drogen.
2,0
Handdoeken Stevige en kookbestendige handdoeken
en badjassen van katoen en linnen dro-
gen.
6,0
9.2 Tijdprogramma's
Tijdprogramma's zijn programma's met een vastgelegde of instelbare program-
maduur. Het programma eindigt na het verstrijken van de tijd, ook als het was-
goed bijv. nog niet droog is. Tijdprogramma's zijn geschikt voor het drogen van
afzonderlijke stukken wasgoed of dun textiel.
Tip:De verzorgingslabels van het wasgoed geven u extra aanwijzingen voor de
programmakeuze.
Programma Beschrijving Maximale
belading
(kg)
Wol in korf Textiel van wol of deels van wol drogen.
Opmerking:Droog het textiel uitsluitend
met de wolkorf.
→"Wolkorf", Pagina33
een stuk
wasgoed
Tijdprogramma koud Alle textielsoorten behalve wol en zijde
drogen.
Ook geschikt voor het opfrissen of ventile-
ren van weinig gedragen wasgoed.
Opmerking:Dit programma is geschikt
voor het drogen met de wolkorf.
→"Wolkorf", Pagina33
3,0

Programma's nl
27
Programma Beschrijving Maximale
belading
(kg)
Tijdprogramma warm Alle textielsoorten behalve wol en zijde
drogen.
Geschikt voor voorgedroogd of licht voch-
tig wasgoed en voor het nadrogen van
meerlaags, dikker wasgoed.
Opmerking:Dit programma is geschikt
voor het drogen met de wolkorf.
→"Wolkorf", Pagina33
3,0

nl Accessoires
28
Accessoires
10 Accessoires
Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires.
Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking:Sommig toebehoren is
in andere kleuren beschikbaar. Neem
contact op met de
→"Servicedienst", Pagina46.
Gebruik Bestelnummer
Verbindingsset Apparaat plaatsbespa-
rend op een geschikte
wasmachine van dezelf-
de fabrikant en met de-
zelfde breedte en diepte
opstellen.
WTZ20410
Verbindingsset met uit-
trekbaar werkplad.
Apparaat plaatsbespa-
rend op een geschikte
wasmachine van dezelf-
de fabrikant en met de-
zelfde breedte en diepte
opstellen.
Met het uittrekbare werk-
blad kan het apparaat
gemakkelijker worden
gevuld en worden leeg-
gehaald.
WTZ11400
Y-verdeler De waterafvoerslang van
een extra apparaat aan
dezelfde afvoer van de
sifon aansluiten.
15000490
Verhoging Het apparaat hoger
plaatsen, zodat het ge-
makkelijk gevuld en
leeggehaald kan worden.
WTZPW20D

Wasgoed nl
29
Wasgoed
11 Wasgoed
Wasgoed
11.1 Wasgoed voorbereiden
LET OP!
In het wasgoed achtergebleven voor-
werpen kunnen het wasgoed en de
trommel beschadigen.
▶ Voor gebruik alle voorwerpen uit
de zakken van het wasgoed verwij-
deren.
Opmerking
Wanneer u uw wasgoed voorbereid,
beschermt u het apparaat en het
textiel.
¡ Zand en aarde uitborstelen
¡ Wasgoed op kleur en textielsoort
sorteren en daarbij de verzor-
gingslabels aanhouden
¡ Ritssluitingen, klittenbandsluitin-
gen, haken en ogen sluiten
¡ Gordijnrollen en loodranden verwij-
deren
¡ Wasgoed uit elkaar gevouwen in
de trommel doen
¡ Wasgoed voor het drogen centrifu-
geren
¡ Losse items van wol, sportschoe-
nen en pluche knuffels in de wol-
korf drogen
→"Wolkorf", Pagina33
De Bediening in essentie
12 De Bediening in es-
sentie
De Bediening in essentie
12.1 Apparaat inschakelen
Vereiste:Het apparaat is correct op-
gesteld en aangesloten.
→"Opstellen en aansluiten",
Pagina12
▶ De programmakiezer op een pro-
gramma instellen.
Opmerking:De verlichting van de
trommel dooft automatisch.
12.2 Programma instellen
1. Programmakiezer draaien en op
het gewenste programma zetten.
→"Programma's", Pagina25
2. Indien gewenst de programma-in-
stellingen aanpassen.
12.3 Trommel vullen met was-
goed
Opmerking:Om kreukvorming te ver-
mijden, dient u de maximale belading
van de programma's in acht te ne-
men.
→"Programma's", Pagina25
Vereisten
¡ Het wasgoed is voorbereid en ge-
sorteerd.
→"Wasgoed", Pagina29
¡ De trommel is leeg.
1. De deur openen.
2. Het wasgoed in de trommel leg-
gen.
3. De deur sluiten.
Zorg ervoor dat er geen kleine
stukken wasgoed tussen de deur
klem zitten.
12.4 Starten van het program-
ma
Vereiste:Een programma is inge-
steld.
→"Programma instellen", Pagina29
▶ Op Start/Pauze drukken.
a Het display toont de programma-
duur of de programma-eindtijd.
a Na het programma-einde toont het
display: "End" .

nl De Bediening in essentie
30
Opmerking:Wanneer "Hot" ver-
schijnt, dan koelt het apparaat het
wasgoed af.
Wanneer "Hot" dooft, dan is het
wasgoed afgekoeld.
12.5 Wasgoed bijvullen
Na het starten van het programma
kunt u het wasgoed altijd uitnemen of
bijvullen.
1. Op Start/Pauze drukken.
Het afkoelproces start automatisch
na ca. 30 seconden en koelt de
was bij een draaiende trommel.
Als u het afkoelproces wilt vermij-
den of afbreken, opent u de deur.
→"Display", Pagina20
2. De deur openen.
3. Het wasgoed bijvullen of uitnemen.
4. De deur sluiten.
5. Op Start/Pauze drukken.
12.6 Progr. annuleren
1. Op Start/Pauze drukken.
2. De deur openen.
3. Het wasgoed verwijderen.
→"Wasgoed uitnemen",
Pagina30
12.7 Wasgoed uitnemen
1. De deur openen.
2. Het wasgoed uit de trommel ne-
men.
12.8 Apparaat uitschakelen
▶ De programmakiezer op Uit zet-
ten.
12.9 Pluizenfilter
Tijdens het drogen worden de plui-
zen uit het wasgoed in het pluizenfil-
ter verzameld. Het pluizenfilter be-
schermt het apparaat tegen pluizen.
Pluizenfilter reinigen
Als het droogprogramma beëindigd
is of als het display tijdens het ge-
bruik een aanwijzing toont, reinig dan
het pluizenfilter.
Opmerking:Als u het apparaat niet
zoals beschreven reinigt, kan de ap-
paraatfunctie gehinderd worden.
Vereisten
¡ Het display toont na het drogen:
"End"
¡ of het display toont tijdens het ge-
bruik: .
1. De deur openen.
2. De pluizen van de deur verwijde-
ren.

De Bediening in essentie nl
31
3. Het pluizenfilter verwijderen.
4. De pluizen van de uitsparing ver-
wijderen.
Zorg ervoor dat er geen pluizen in
het luchtkanaal vallen.
5. Het pluizenfilter openen.
6. De pluizen verwijderen.
7. Het pluizenfilter grondig met stro-
mend, warm water reinigen en af-
drogen.
8. Het pluizenfilter sluiten.

nl De Bediening in essentie
32
9. Het pluizenfilter plaatsen.
10.De deur sluiten.
12.10 Condenswaterreservoir
Tijdens het drogen ontstaat condens-
water dat uw apparaat in het con-
denswaterreservoir verzamelt.
Opmerking:Gebruik dit apparaat
met de meegeleverde wateraf-
voerslang.
→"Waterafvoerslang aansluiten",
Pagina14
Als u de waterafvoerslang aansluit,
hoeft u niet regelmatig het condens-
waterreservoir te legen.
→"Condenswaterreservoir legen",
Pagina32
Condenswaterreservoir legen
Als het droogprogramma beëindigd
is of als het display tijdens het ge-
bruik een aanwijzing toont, leeg dan
het condenswaterreservoir.
Vereisten
¡ Het display toont na het drogen:
"End"
¡ of het display toont tijdens het ge-
bruik: .
1. Het condenswaterreservoir hori-
zontaal eruit trekken.
2. Het condenswaterreservoir legen.
Zorg ervoor dat het condenswater-
reservoir vóór het gebruik van het
apparaat wordt ingeschoven.
→"Condenswaterreservoir erin
schuiven", Pagina33

Kinderslot nl
33
Condenswaterreservoir erin
schuiven
▶ Het condenswaterreservoir tot aan
de aanslag erin schuiven.
Kinderslot
13 Kinderslot
Kinderslot
Beveilig uw apparaat tegen onge-
wenst bedienen via de bedieningsele-
menten.
13.1 Kinderslot inschakelen
▶ Beide toetsen 3 sec. ca. 3
seconden indrukken.
a Op het display wordt weerge-
geven.
a De bedieningselementen zijn ge-
blokkeerd.
a Het kinderslot blijft ook na het uit-
schakelen van het apparaat en bij
een stroomuitval geactiveerd.
13.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste:Om het kinderslot te deacti-
veren, moet het apparaat zijn inge-
schakeld.
▶ Druk ca. 3 seconden op beide but-
tons 3 sec. .
a In het display dooft .
Wolkorf
14 Wolkorf
Wolkorf
Gebruik de wolkorf om gevoelig tex-
tiel, knuffeldieren of sportschoenen in
een rustende positie voorzichtig te
drogen.
Opmerking:U kunt dit optionele
→"Accessoires", Pagina28 bij de
servicedienst bestellen.
14.1 Wolkorf plaatsen
1. De deur openen.
Zorg ervoor dat de trommel leeg
is.
2. De voeten van de wolkorf in de ga-
ten van de deuropening plaatsen.
3. De nok van de wolkorf frontaal in
de bovenste haak plaatsen.

nl Wolkorf
34
14.2 Programma met wolkorf
starten
LET OP!
Als stukken wasgoed in de wolkorf
de draaiende trommel of de trommel-
ribben raken, kunnen de stukken
wasgoed tot materiële schade en
schade aan het apparaat leiden.
▶ De stukken wasgoed zo in het in-
zetstuk of wolkorf leggen dat ze de
trommel en de trommelribben niet
raken.
Vereiste:De wolkorf is in het appa-
raat geplaatst.
→"Wolkorf plaatsen", Pagina33
1. De stukken wasgoed direct of met
het inzetstuk in de wolkorf leggen.
→"Gebruiksvoorbeelden wolkorf",
Pagina34
2. De deur sluiten.
3. Een programma instellen dat ge-
schikt is voor het drogen met de
wolkorf.
Neem de programmabeschrijving
in acht.
→"Tijdprogramma's", Pagina26
4. Indien nodig de programmaduur
aanpassen.
→"Knoppen", Pagina23
Neem de aanbevolen programma-
duur voor stukken wasgoed in de
wolkorf in acht:
Stuk wasgoed Programma-
duur in
uren:minuten
Dunne wollen
trui
ca. 1:20
Dikke wollen
trui
ca. 1:30 - 3:00
Rok ca. 1:00 - 1:30
Broek ca. 1:00 - 1:30
Handschoenen ca. 0:30
Sportschoenen ca. 1:30 / met
luchten max.
2:00
Tip:Verleng de programmaduur
bij dikke stukken wasgoed of stuk-
ken wasgoed uit meerdere lagen.
5. Het programma starten
→Pagina29.
6. Na het einde van het programma
de wolkorf verwijderen.
14.3 Gebruiksvoorbeelden
wolkorf
LET OP!
Als stukken wasgoed in de wolkorf
de draaiende trommel of de trommel-
ribben raken, kunnen de stukken
wasgoed tot materiële schade en
schade aan het apparaat leiden.
▶ De stukken wasgoed zo in het in-
zetstuk of wolkorf leggen dat ze de
trommel en de trommelribben niet
raken.
Voorbeeld Gebruik
Broek of rok
Pullover
De stukken was-
goed los in het
inzetstuk leggen.
Opmerking:De
stukken wasgoed
vóór het drogen
centrifugeren.

Wolkorf nl
35
Voorbeeld Gebruik
Sportschoenen De tong van de
schoenen optil-
len.
De inlegzolen of
hielkussens ver-
wijderen.
Een opgerolde
handdoek in de
wolkorf leggen
om een schuin
contactvlak te
vormen.
De schoenen
met de hak op
de handdoek
leggen.
Opmerking:Het
inzetstuk niet ge-
bruiken.
Geen leren
schoenen of
deels leren
schoenen dro-
gen.
Knuffeldieren Het knuffeldier in
de wolkorf leg-
gen.
Opmerking:Het
inzetstuk niet ge-
bruiken.
Ervoor zorgen
dat meerdere of
kleine knuffeldie-
ren niet uit de
wolkorf vallen.

nl Basisinstellingen
36
Basisinstellingen
15 Basisinstellingen
Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
15.1 Overzicht over de basisinstellingen
Basisinstel-
ling
Programma-
positie
Waarde Beschrijving
Signaal 2 0 (uit)
1 (zacht)
2 (gemid-
deld)
3 (luid)
4 (zeer
luid)
Het volume van het signaal na het
programma-einde instellen.
Toetssignaal 3 0 (uit)
1 (zacht)
2 (gemid-
deld)
3 (luid)
4 (zeer
luid)
Het volume van het signaal bij het
kiezen van de buttons instellen.
Installatiezeke-
ring
4 LO (10A)
HI (13A)
De waarde voor de minimale in-
stallatiezekering van het apparaat
instellen.
Opmerking:De waarde voor het
energielabel werden met een mini-
male installatiezekering van 13 A
bepaald. Bij verandering van de
installatiezekering naar 10 A ver-
hogen programmaduur en ener-
gieverbruik.
→"Verbruikswaarden", Pagina47
1
Voorbeeld

Reiniging en onderhoud nl
37
Basisinstel-
ling
Programma-
positie
Waarde Beschrijving
Programmatel-
ler
5 42
1
Het aantal gestarte programma's
weergeven.
1
Voorbeeld
15.2 Basisinstellingen wijzi-
gen
1. De programmakiezer op stand 1
instellen.
2. Druk op Strijkdroog en draai te-
gelijkertijd de programmakiezer op
stand 2.
a Het display geeft de actuele waar-
de aan.
3. De programmakiezer op de ge-
wenste positie instellen.
→"Overzicht over de basisinstellin-
gen", Pagina36
4. Druk op Klaar in om de waarde
te wijzigen.
5. Schakel het apparaat uit om de
wijziging op te slaan.
Reiniging en onderhoud
16 Reiniging en onder-
houd
Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
16.1 Tips voor de reiniging en
het onderhoud
De behuizing en
de bedienings-
elementen alleen
met water en een
vochtige doek af-
nemen.
Hierdoor blijven
deze onderdelen
schoon en hygië-
nisch.
Verwijder direct
alle wasmiddel-
resten, sproeine-
velresten of ach-
tergebleven res-
tanten.
Recente afzettin-
gen kunnen mak-
kelijker en zon-
der resten wor-
den verwijderd.
De deur van het
apparaat na ge-
bruik open laten.
Het restwater kan
verdampen en
geurvorming in
het apparaat
wordt vermin-
derd.

nl Reiniging en onderhoud
38
16.2 Bodemeenheid
De bodemeenheid is het onderste,
toegankelijke gedeelte van het appa-
raat waarin de warmtewisselaar zich
bevindt.
Bodemeenheid openen
Vereisten
¡ Het apparaat is 30 minuten afge-
koeld.
¡ De apparaatdeur is gesloten.
1. De serviceklep openen.
Als u een doek onder de service-
klep legt, kunt u het restwater van
de bodemeenheid opvangen.
2. De hendel van de warmtewisse-
laarafdekking openen.
3. De warmtewisselaarafdekking aan
de greep uittrekken.
Bodemeenheid reinigen
U kunt zichtbare verontreinigingen in
de bodemeenheid verwijderen.
LET OP!
Harde of scherpe voorwerpen kun-
nen de warmtewisselaar beschadi-
gen.
▶ Geen harde, scherpe of ruwe voor-
werpen gebruiken om te reinigen.
1. De bodemeenheid openen
→Pagina38.
2. De warmtewisselaarafdekking on-
der stromend water reinigen en af-
drogen.
Zorg ervoor dat alle verontreinigin-
gen van de afdichting worden ver-
wijderd.

Reiniging en onderhoud nl
39
3. De warmtewisselaar horizontaal er-
uit trekken.
4. De warmtewisselaar aan alle zijden
onder stromend water reinigen en
afdrogen.
5. De opening met een zachte, voch-
tige doek reinigen.
6. De warmtewisselaar horizontaal tot
aan de aanlag erin schuiven.
Zorg ervoor dat de warmtewisse-
laar met de greep omlaag wordt
ingeschoven.
7. De bodemeenheid sluiten
→Pagina39.
Bodemeenheid sluiten
Vereiste:De bodemeenheid is geo-
pend.
→"Bodemeenheid openen",
Pagina38
1. De warmtewisselaarafdekking aan
de greep inzetten.

nl Reiniging en onderhoud
40
2. De hendels van de warmtewisse-
laarafdekking sluiten.
3. De serviceklep sluiten.
16.3 Vochtigheidssensor
De vochtigheidssensor van dit appa-
raat bepaalt hoe vochtig uw wasgoed
tijdens het drogen is. Afhankelijk van
de restvochtigheid van het wasgoed
verandert het apparaat de tijdsduur
van het automatische programma.
Vochtigheidssensor reinigen
Op de vochtigheidssensor kunnen
zich na verloop van tijd resten van
kalk, wasmiddelen en onderhouds-
middelen afzetten. Reinig regelmatig
de vochtigheidssensor.
LET OP!
Harde of ruwe voorwerpen kunnen
de vochtigheidssensor beschadigen.
▶ Geen harde of ruwe voorwerpen,
schuurmiddelen of staalwol gebrui-
ken om te reinigen.
Opmerking:Als u het apparaat niet
zoals beschreven reinigt, kan de ap-
paraatfunctie gehinderd worden.
1. De deur openen.
2. De vochtigheidssensor met een
spons reinigen.

Storingen verhelpen nl
41
Storingen verhelpen
17 Storingen verhelpen
Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u
contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat
uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor repa-
ratie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding
van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een an-
dere gekwalificeerde persoon.
Storing Oorzaak en probleemoplossing
"Hot" en trommel
draait.
Afkoelproces actief.
1. Geen storing.
2. Wijzig tijdens het afkoelproces niet het programma.
Opmerking:Het afkoelproces duurt tot wel 10 minu-
ten. U kunt het apparaat verder bedienen.
Brommend geluid. Compressor actief.
▶ Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Het display is gedoofd
en Start/Pauze
knippert.
De energiebesparingsmodus is actief.
▶ Druk op een willekeurige button.
a Het display brandt weer.
Pluizenfilter is verontreinigd.
▶
→"Pluizenfilter reinigen", Pagina30
Apparaat werkt niet. Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken.
▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getre-
den.
▶ Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of
andere apparaten functioneren.
Apparaat pauzeert,
maar de trommel
draait.
Afkoelproces actief.
▶ Geen fout - geen handeling noodzakelijk.

nl Storingen verhelpen
42
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Kreukvorming. De beladingshoeveelheid is te hoog.
▶ Let op de maximale beladingshoeveelheid van de
→"Programma's", Pagina25.
Het wasgoed ligt na het drogen te lang in de trommel.
1. Neem het wasgoed direct na het drogen uit de
trommel.
2. Spreid de items uit om ze te laten afkoelen.
Ongeschikt programma voor de textielsoort ingesteld.
▶ Stel het geschikte programma voor de textielsoort
in.
→"Programma's", Pagina25
Easy care textiel te lang gedroogd.
▶
→"Droogdoel wijzigen", Pagina24.
▶
→"Droogdoel aanpassen", Pagina24.
Antikreuk niet geactiveerd.
▶ Activeer het antikreukprogramma.
→"Knoppen", Pagina22
en programma af-
gebroken.
Condenswaterreservoir gevuld.
1.
→"Condenswaterreservoir legen", Pagina32.
2.
→"Condenswaterreservoir erin schuiven",
Pagina33.
3.
→"Starten van het programma", Pagina29.
Waterafvoerslang is geknikt of ingeklemd.
1. Zorg ervoor dat de waterafvoerslang niet geknikt of
ingeklemd is.
2. Leg de waterafvoerslang knikvrij.
Waterafvoerslang is niet correct aangesloten.
▶ Zorg ervoor dat de waterafvoerslang correct is aan-
gesloten.
→"Waterafvoerslang aansluiten", Pagina14
Waterafvoerslang is verstopt.
▶ Spoel de waterafvoerslang door met leidingwater.
Er bevindt zich een vreemd voorwerp in de bode-
meenheid
1.
→"Bodemeenheid openen", Pagina38.
2. Verwijder de aanwezige vreemde voorwerpen.
3.
→"Bodemeenheid sluiten", Pagina39.

Storingen verhelpen nl
43
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Condenswater in het
condenswaterreser-
voir, hoewel de water-
afvoerslang is aange-
sloten.
Waterafvoerslang is niet correct aangesloten.
▶ Zorg ervoor dat de waterafvoerslang correct is aan-
gesloten.
→"Waterafvoerslang aansluiten", Pagina14
Programma start niet. Kinderbeveiliging is geactiveerd.
▶
→"Kinderslot deactiveren", Pagina33
Start/Pauze werd niet ingedrukt.
▶ Druk op Start/Pauze .
Geen programma ingesteld.
1.
→"Programma instellen", Pagina29.
2.
→"Starten van het programma", Pagina29.
De programmaduur
wijzigt tijdens het dro-
gen.
Het programmaverloop wordt elektronisch geoptimali-
seerd. Dat kan leiden tot wijzigingen in de program-
maduur.
▶ Geen fout - geen handeling noodzakelijk.
Pompgeluid. Condenswaterpomp actief.
▶ Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Zoemend geluid. Compressorontluchting actief.
▶ Geen fout - normaal bedrijfsgeluid.
Droogtijd is te lang. Pluizenfilter is verontreinigd.
▶
→"Pluizenfilter reinigen", Pagina30
Omgevingstemperatuur is hoger dan 30°C.
▶ Zorg ervoor dat de omgevingstemperatuur onder
de 30°C ligt.
Omgevingstemperatuur is lager dan 15°C.
▶ Zorg ervoor dat de omgevingstemperatuur boven
de 15 °C ligt.
Onvoldoende luchtcirculatie op de opstelplaats van
het apparaat.
▶ Ventileer de opstelplaats van het apparaat.
Ventilatieopening van het apparaat is geblokkeerd.
▶ Zorg ervoor dat de ventilatieopening van het appa-
rat is vrijgehouden.
Warmtewisselaar is verontreinigd.
1. Bodemeenheid openen.
→"Bodemeenheid openen", Pagina38.
2. Warmtewisselaar reinigen.
→"Bodemeenheid reinigen", Pagina38.

nl Storingen verhelpen
44
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Droogtijd is te lang. 3. Bodemeenheid sluiten.
→"Bodemeenheid sluiten", Pagina39.
Er lekt water. Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld.
▶
→"Stellen van het apparaat", Pagina16
Waterafvoerslang is niet correct aangesloten.
▶ Zorg ervoor dat de waterafvoerslang correct is aan-
gesloten.
→"Waterafvoerslang aansluiten", Pagina14
Wasgoed is te voch-
tig.
Ongeschikt programma voor de textielsoort ingesteld.
▶ Stel voor het nadrogen een tijdprogramma in.
→"Programma's", Pagina25
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of
andere apparaten functioneren.
De beladingshoeveelheid is te hoog.
▶ Let op de maximale beladingshoeveelheid van de
→"Programma's", Pagina25.
Warm wasgoed voelt na het einde van het program-
ma vochtiger aan dan het daadwerkelijk is.
1. Neem het wasgoed direct na het drogen uit de
trommel.
2. Spreid de items uit om ze te laten afkoelen.
Ongeschikt droogdoel ingesteld.
▶
→"Droogdoel wijzigen", Pagina24.
Droogdoel niet aangepast.
▶
→"Droogdoel aanpassen", Pagina24.
Beladingshoeveelheid te weinig.
▶ Stel voor het nadrogen een tijdprogramma in.
→"Programma's", Pagina25
Vochtigheidssensor verontreinigd.
▶
→"Vochtigheidssensor reinigen", Pagina40.
Droogproces afgebroken en condenswaterreservoir
gevuld.
1.
→"Condenswaterreservoir legen", Pagina32.
2.
→"Condenswaterreservoir erin schuiven",
Pagina33.
3.
→"Starten van het programma", Pagina29.

Transporteren, opslaan en afvoeren nl
45
Transporteren, opslaan en afvoeren
18 Transporteren, op-
slaan en afvoeren
Transporteren, opslaan en afvoeren
18.1 Apparaat voor het trans-
port voorbereiden
Tip:Het apparaat kan restwater be-
vatten en bij het transporteren drup-
pelen. Transporteer het apparaat
rechtop.
Vereisten
¡ Het condenswaterreservoir is ge-
leegd. Condenswaterreservoir le-
gen →Pagina32
¡ Het apparaat is ingeschakeld.
→"Apparaat inschakelen",
Pagina29
1. Een willekeurig programma instel-
len →Pagina29.
2. Het programma starten
→Pagina29 en 5 minuten wach-
ten.
a Het condenswater is afgepompt.
3. Het apparaat uitschakelen.
→"Apparaat uitschakelen",
Pagina30
4. De waterafvoerslang van het aan-
sluitpunt verwijderen.
→"Aansluitsoorten waterafvoer",
Pagina15
5. De waterafvoerslang aan het appa-
raat tegen onbedoeld losraken
borgen.
Zorg ervoor dat de wateraf-
voerslang niet wordt geknikt.
6. Het condenswaterreservoir legen
→Pagina32.
7. Het condenswaterreservoir erin
schuiven →Pagina33.
8. Stekker van het apparaat van het
stroomnet scheiden.
a Het apparaat is gereed voor trans-
port.
18.2 Afvoeren van uw oude
apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen op-
nieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezond-
heid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat
opsluiten en in levensgevaar gera-
ken.
▶ Het apparaat niet opstellen achter
een deur die het openen van de
apparaatdeur blokkeert of verhin-
dert.
▶ Bij afgedankte apparaten de stek-
ker van het netsnoer uit het stop-
contact halen, daarna het netsnoer
doorknippen en het slot van de ap-
paraatdeur dusdanig beschadigen,
dat de apparaatdeur niet langer
sluit.
1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken.
2. Het netsnoer doorknippen.
3. Voer het apparaat milieuvriendelijk
af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of
deelraadskantoor kunt u informatie
verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is geken-
merkt in overeenstem-
ming met de Europese
richtlijn 2012/19/EU be-
treffende afgedankte
elektrische en elektroni-

nl Servicedienst
46
sche apparatuur (waste
electrical and electronic
equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het ka-
der aan voor de in de
EU geldige terugneming
en verwerking van oude
apparaten.
Servicedienst
19 Servicedienst
Servicedienst
Originele vervangende onderdelen
die relevant zijn voor de werking in
overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u
voor de duur van ten minste 10 jaar
vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de
Europese Economische Ruimte bij
onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de
servicedienst in het kader van de fa-
brieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de ga-
rantieperiode en garantievoorwaar-
den in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op
onze website.
Als u contact opneemt met de servi-
cedienst, hebt u het productnummer
(E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de service-
dienst vindt u in de meegeleverde
servicedienstlijst of op onze website.
19.1 Productnummer (E-nr.)
en productienummer
(FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het
productienummer (FD) vindt u op het
typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich
afhankelijk van het model:
¡ aan de binnenkant van de deur.
¡ aan de binnenkant van de onder-
houdsklep.
¡ aan de achterkant van het appa-
raat.
Om uw apparaatgegevens en de ser-
vicedienst-telefoonnummers snel te-
rug te kunnen vinden, kunt u de ge-
gevens noteren.

Verbruikswaarden nl
47
Verbruikswaarden
20 Verbruikswaarden
Verbruikswaarden
Het programma Katoen Eco
(aangeduid door "pijl") is geschikt
voor het drogen van katoenen was-
goed met normale vochtigheid en uit
het oogpunt van het gecombineerde
energieverbruik voor het drogen van
nat katoenen wasgoed het meest effi-
ciënt. De op het energielabel aange-
geven verbruikswaarden van dit pro-
gramma hebben betrekking op een
vochtigheidsgehalte van het wasgoed
van 60% en een minimale installatie-
zekering van 13A bij aflevering.
De voor andere programma's aange-
geven waarden zijn richtwaarden en
werden in overeenstemming met de
geldende norm EN61121 bepaald.
De daadwerkelijke waarden kunnen
al naar gelang het soort textiel, de
samenstelling van het te drogen was-
goed, restvochtigheid in het textiel,
ingestelde drooggraad, beladings-
hoeveelheid, omgevingscondities en
activering van extra functies afwijken
van de aangegeven waarden.
De bij de programmakeuze op het
apparaatdisplay weergegeven ver-
moedelijke programmaduur / klaar in
tijd is gebaseerd op de toestand bij
levering van het apparaat op een
centrifugetoerental in de wasmachine
van 1000t/min.
Programma Eind-
voch-
tigheid
(%)
Bela-
ding
(kg)
Centri-
fuge-
toeren-
tal (t/
min)
Uit-
gangs-
voch-
tigheid
(%)
Pro-
gram-
maduur
(h:min)
1
Ener-
giever-
bruik
(kWh/
cyclus)
1
Katoen + Kastdroog -1,5 8,0 1400 50 02:31 /
02:13
4,19 /
4,17
Katoen + Kastdroog -1,5 4,0 1400 50 01:34 /
01:19
2,41 /
2,41
Katoen + Kastdroog -1,5 8,0 1000 60 02:53 /
02:37
4,90 /
4,89
Katoen + Kastdroog -1,5 4,0 1000 60 01:46 /
01:31
2,78 /
2,78
Katoen + Kastdroog -1,5 8,0 800 70 03:15 /
03:01
5,61 /
5,61
Katoen + Kastdroog -1,5 4,0 800 70 01:58 /
01:43
3,16 /
3,15
Katoen Eco 0,0 8,0 1400 50 02:24 /
02:08
4,08 /
4,00
Katoen Eco 0,0 4,0 1400 50 01:24 /
01:12
2,25 /
2,20
1
Verbruikswaarde voor een minimale installatiezekering van 10 A / verbruiks-
waarde voor een minimale installatiezekering van 13 A

nl Technische gegevens
48
Programma Eind-
voch-
tigheid
(%)
Bela-
ding
(kg)
Centri-
fuge-
toeren-
tal (t/
min)
Uit-
gangs-
voch-
tigheid
(%)
Pro-
gram-
maduur
(h:min)
1
Ener-
giever-
bruik
(kWh/
cyclus)
1
Katoen Eco 0,0 8,0 1000 60 02:47 /
02:30
4,79 /
4,71
Katoen Eco 0,0 4,0 1000 60 01:37 /
01:23
2,63 /
2,56
Katoen Eco 0,0 8,0 800 70 03:10 /
02:52
5,49 /
5,42
Katoen Eco 0,0 4,0 800 70 01:50 /
01:34
3,01 /
2,92
Katoen + Strijkdroog 12,0 8,0 1400 50 01:48 /
01:28
3,06 /
2,97
Katoen + Strijkdroog 12,0 4,0 1400 50 01:02 /
00:48
1,64 /
1,65
Katoen + Strijkdroog 12,0 8,0 1000 60 02:10 /
01:53
3,78 /
3,69
Katoen + Strijkdroog 12,0 4,0 1000 60 01:15 /
01:01
2,02 /
2,02
Katoen + Strijkdroog 12,0 8,0 800 70 02:33 /
02:18
4,49 /
4,42
Katoen + Strijkdroog 12,0 4,0 800 70 01:27 /
01:13
2,40 /
2,39
Kreukherstellend +
Kastdroog
2,0 3,5 800 40 00:53 /
00:45
1,43 /
1,40
Kreukherstellend +
Kastdroog
2,0 3,5 600 50 01:03 /
00:54
1,73 /
1,71
1
Verbruikswaarde voor een minimale installatiezekering van 10 A / verbruiks-
waarde voor een minimale installatiezekering van 13 A
Technische gegevens
21 Technische gegevens
Technische gegevens
Apparaathoogte 84,2cm
Apparaatbreedte 59,8cm
Apparaatdiepte 61,3cm
Apparaatdiepte
met gesloten
deur
66,5cm
Apparaatdiepte
met geopende
deur
110,5cm
Gewicht 42,4kg
Maximale bela-
ding
8,0kg
Netspanning 220-240V,
50Hz

Technische gegevens nl
49
Minimale in-
stallatiezekering
13/10A
Nominaal vermo-
gen
2800/2300W
Opgenomen ver-
mogen
¡ Uit-toestand:
0,15W
¡ Niet-uitgescha-
kelde toe-
stand: 0,50W
Omgevingstem-
peratuur
¡ Minstens: 5°C
¡ Maximaal:
35°C
Lengte van de
netaansluitkabel
145cm
Dit product bevat lichtbronnen van de
energieklasse F De lichtbronnen zijn
leverbaar als reserveonderdeel en
mogen uitsluitend door een hiervoor
getrainde monteur worden vervan-
gen.
Meer informatie over uw model vindt
u op het internet onder https://
eprel.ec.europa.eu/
1
. Dit webadres
verwijst naar de officiële EU-product-
databank EPREL. Volg dan de aan-
wijzingen bij het zoeken naar het mo-
del op. De modelidentificatie bestaat
uit het teken voor de slash van het E-
nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Al-
ternatief vindt u de modelidentificatie
ook in de eerste regel van het EU-
energielabel.
1
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte



Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service direc-
tory.
*9001856283*
9001856283 (030707)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

