
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................5
3 Milieubescherming en besparing.......................6
4 Uw apparaat leren kennen..................................6
5 Functies ...............................................................8
6 Accessoires.......................................................10
7 Voor het eerste gebruik ....................................12
8 De Bediening in essentie..................................14
9 Snel voorverwarmen.........................................15
10 Tijdfuncties........................................................16
11 Stoom.................................................................17
12 Gerechten ..........................................................20
13 Favorieten..........................................................22
14 Kinderslot ..........................................................22
15 Basisinstellingen ..............................................23
16 HomeConnect ..................................................24
17 Reiniging en onderhoud ...................................26
18 Reinigingsondersteuning .................................29
19 Ontkalken ..........................................................30
20 Drogen ...............................................................30
21 Apparaatdeur.....................................................31
22 Rekjes ................................................................34
23 Storingen verhelpen .........................................36
24 Afvoeren ............................................................39
25 Servicedienst.....................................................39
26 Informatie over vrije software en opensour-
cesoftware .........................................................39
27 Conformiteitsverklaring....................................40
28 Zo lukt het..........................................................40
29 MONTAGEHANDLEIDING .................................53
29.1 Algemene montage-instructies ......................
..53
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni-
veau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.

Veiligheid nl
3
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina10
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
▶ Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
▶ Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
▶ Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
▶ Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik
van het apparaat.
▶ Laat hete telescopische rails afkoelen voor-
dat u deze aanraakt.
▶ Raak de telescopische rails uitsluitend aan
met pannenlappen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
▶ De hete onderdelen nooit aanraken.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
▶ Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
▶ Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.

nl Veiligheid
4
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
▶ Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina39
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Stoom
Houd deze instructie aan wanneer een een
stoomfunctie gebruikt.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Wanneer het apparaat de volgende keer
wordt gebruikt kan het water in de tank sterk
worden verhit.
▶ Na gebruik van de stoomfunctie moet de
tank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.
▶ Tijdens het gebruik van de stoomfunctie
mag u niet met uw handen in de binnen-
ruimte komen.
Tijdens het uitnemen van de accessoires kan
hete vloeistof over de rand stromen.
▶ Hete accessoires voorzichtig verwijderen,
met de ovenwant.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte
kunnen dampen van brandbare vloeistoffen
vlam vatten (explosieve verbranding). De ap-
paraatdeur kan openspringen. Er kunnen hete
dampen en steekvlammen naar buiten treden.
▶ Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. al-
coholhoudende dranken) in de watertank.
▶ Vul de watertank uitsluitend met water of
de door ons aanbevolen ontkalkingsoplos-
sing.

Materiële schade vermijden nl
5
Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan
de apparaatdeur openspringen en er eventueel afval-
len. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnen-
ruimte naar binnen sterk vervormen.
▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of over-
gieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
▶ Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
▶ Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. Open
daarvoor de apparaatdeur volledig of gebruik de
droogfunctie.
▶ Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
▶ Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
▶ Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
▶ De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
▶ Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of
laten steunen.
▶ Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
▶ Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
▶ Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
2.2 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie
gebruikt.
LET OP!
Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecom-
bineerd gebruik met stoom.
▶ De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken
in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al cor-
rosie in de binnenruimte veroorzaken.
▶ Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen.
Door afdruipende vloeistof raakt de bodem van de bin-
nenruimte vervuild.
▶ Plaats bij het stomen met een bak met gaatjes altijd
de bakplaat, de braadslede of de bak zonder gaat-
jes eronder. Lekkende vloeistof wordt opgevangen.
Heet water in de watertank kan het stoomsysteem be-
schadigen.
▶ Vul de watertank uitsluitend met koud water.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Bij gebruik met de stoommethoden ontstaat veel water-
damp. Condens, dat zich in de lekgoot onder de bin-
nenruimte verzamelt, kan overstromen en aangrenzen-
de meubels beschadigen.
▶ Open tijdens het gebruik de apparaatdeur niet of zo
weinig mogelijk.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel
of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken
deze beschadigd.
▶ Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gerei-
nigd veroorzaakt dit schade.
▶ De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
▶ Reinig de watertank met een zachte doek en een in
de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.

nl Milieubescherming en besparing
6
Wanneer meerdere keren stoom achter elkaar wordt
gebruikt, zonder steeds de binnenruimte en de con-
densbak daarna droog te maken, dan kan het verza-
melde water overlopen en meubelfronten resp. meubel-
bodems beschadigen.
▶ Veeg na elke stoomgebruik de binnenruimte en de
condensbak droog.
Milieubescherming en besparing
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-
cept of de instellingsadviezen dat aangeven.
→"Zo lukt het", Pagina40
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Het display in de basisinstellingen uitschakelen.
→"Basisinstellingen", Pagina23
¡
Er wordt energie bespaard wanneer het display
wordt uitgeschakeld.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in netwerkgebonden stand-by max. 2 W
¡ in niet netwerkgebonden stand-by met uitgescha-
keld display max.0,5W
Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
2 2

Uw apparaat leren kennen nl
7
1
Display met instelring
Via het display stelt u met behulp van de digita-
le instelring het apparaat in.
U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijk-
heden of aanwijzingsteksten.
→"Display", Pagina7
2
Knoppen
Met de knoppen stelt u de verschillende func-
ties direct in.
→"Knoppen", Pagina7
4.2 Knoppen
Met de knoppen kiest u de verschillende functies di-
rect.
Knop Functie
Apparaat in- of uitschakelen.
→"De Bediening in essentie",
Pagina14
Functiekeuze-menu openen.
→"Functies", Pagina8
Functie favorieten direct kiezen.
→"Favorieten", Pagina22
Eén instelling terug gaan.
Werking starten of onderbreken.
→"De Bediening in essentie",
Pagina14
Timer selecteren.
→"Timer instellen", Pagina17
Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kin-
derslot activeren.
→"Kinderslot", Pagina22
Bedieningspaneel openen om de water-
tank te verwijderen.
→"Watertank vullen", Pagina17
4.3 Display
Het display is in verschillende gebieden onderverdeeld.
Digitale instelring
Met de digitale instelring op het display verandert u de
instelwaarden.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale
waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display
staan. Draai indien nodig de waarde met de instelring
weer terug.
Fijne instelwaarden
Om fijne instelwaarden in te stellen, bijv. op de minuut
nauwkeurige tijd, het betreffende gebied in de instelring
ca. 1 - 2 seconden ingedrukt houden. De fijnere instel-
waarden worden in punten weergegeven.
Statusindicatie
Van boven op het display wordt statusinformatie weer-
gegeven.
Symbool Betekenis
Timer is geactiveerd.
→"Timer instellen", Pagina17
Symbool Betekenis
Kinderslot is geactiveerd.
→"Kinderslot", Pagina22
WiFi-signaalsterkte voor HomeConnect.
Hoe meer lijntjes van het symbool ge-
vuld zijn, des te beter is het signaal.
Wanneer het symbool is doorgestreept
, dan is er geen WiFi-signaal.
Wanneer er een "x" bij symbool is,
dan is er geen verbinding met de Ho-
meConnect server.
→"HomeConnect ", Pagina24
Start op afstand met HomeConnect is
geactiveerd.
→"HomeConnect ", Pagina24
Diagnose op afstand met HomeCon-
nect voor onderhoud is geactiveerd.
→"HomeConnect ", Pagina24
Instelbereik
In het midden van het display is het instelbereik.
In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden
en reeds uitgevoerde instellingen.
Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-
taal aangebracht. Keuzelijsten bij functies zijn verticaal
gerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegt
u over het display. Om een functie te kiezen, op de
functie in het display drukken.
→"Functie instellen", Pagina14
Mogelijke symbolen in het instelbereik
Symbool Betekenis
Instelwaarde bevestigen.
Instelwaarde resetten.
Tijdens het gebruik instelwaarde wijzi-
gen.
Opmerking:Een blauwe markering "new" of een blau-
we stip bij een functie geeft aan dat met de HomeCon-
nect app een nieuwe functie, een nieuwe favoriet of
een update op uw apparaat werd gedownload.
4.4 Binnenruimte
Verschillende functies in de binnenruimte ondersteunen
bij het gebruik uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina10
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op een
of meerdere niveaus met telescooprails uitgerust.

nl Functies
8
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
→"Rekjes", Pagina34
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laag-
je poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken vetspetters van het bakken, bra-
den of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het ge-
bruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnen-
ruimte dan gericht op.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte re-
genereren", Pagina29
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-
te.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de
verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer
dan ca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weer
uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra
het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-
digd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het
apparaat oververhit.
▶ Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking automatisch voortgezet.
Watertank
De watertank hebt u nodig voor de stoom-verwarmings-
methoden.
De watertank bevindt zich achter het bedieningspaneel.
→"Watertank vullen", Pagina17
1 2
3
1
Tankdeksel
2
Opening voor het vullen en leegmaken
3
Handgreep voor het verwijderen en inschuiven
Functies
5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere
functies van uw apparaat.
Om het menu te openen op
drukken.
Functie Gebruik
Verwar-
mingsme-
thoden
Fijn afgestemde verwarmingsmethoden
voor een optimale bereiding van uw ge-
rechten kiezen.
→"Verwarmingsmethoden", Pagina9
→"De Bediening in essentie",
Pagina14
Stoom Met stoomverwarmingsmethoden ge-
rechten behoedzaam bereiden.
→"Stoom", Pagina17
Functie Gebruik
Favorieten Eigen opgeslagen instellingen gebrui-
ken.
→"Favorieten", Pagina22
Gerechten Geprogrammeerde, aanbevolen instel-
lingen voor verschillende gerechten ge-
bruiken.
→"Gerechten", Pagina20

Functies nl
9
Functie Gebruik
Reiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
→"Reinigingsondersteuning",
Pagina29
→"Ontkalken", Pagina30
→"Drogen", Pagina30
Basisinstel-
lingen
Basisinstellingen aanpassen.
→"Basisinstellingen", Pagina23
HomeConnect
Met HomeConnect kunt u de oven met een mobiel
eindapparaat verbinden en op afstand bedienen om de
volledige functionaliteit van het apparaat te benutten.
Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Ho-
meConnect app extra of uitgebreide functies voor uw
apparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden in
de app.
→"HomeConnect ", Pagina24
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw
gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over
de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om
welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het ap-
paraat u een passende temperatuur of stand voor. U
kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weerge-
geven gebied.
Bij grillstand3 verlaagt het apparaat de temperatuur na
ca. 40minuten naar grillstand1.
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
4D-hetelucht 30 - 250°C Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30 - 250°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmings-
methode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedek-
king.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Eco hetelucht 125-250°C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voor-
zichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het pro-
duct wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-
gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-
bruikt.
Air Fry 30 - 250°C Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder ge-
schikt voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
De ventilator wervelt met hoge snelheid de hitte van de grillele-
menten rond het gerecht. De afvoerlucht wordt versterkt uit de
binnenruimte getrokken.
Boven- en onder-
warmte Eco
150-250°C Gekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van
het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen 30 - 250°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech-
ten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, klein Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine
hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand 30 - 250°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen
nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.

nl Accessoires
10
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
Langzaam garen 70 - 120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en
langzaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven
en van onderen.
Onderwarmte 30 - 250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Warmhouden 50 - 100°C Gerechten die al klaar zijn warmhouden.
Servies voorverwar-
men
30 - 90°C Servies voorverwarmen.
Stoommethoden
De stoommethoden vindt u in het menu
onder "Stoom".
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
Ontdooien 30 - 60°C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien.
Regenereren 80 - 180°C Schotels en bakwaren behoedzaam opnieuw opwarmen.
Door de toegevoerde stoom drogen de gerechten niet uit.
Stomen Plus 30 - 120°C Voorzichtig stomen van groente, vlees, vis en granen. Fruit uit-
persen. Levensmiddelen blancheren.
Om de bereidingstijd te verkorten kunnen stevige levensmidde-
len bij temperaturen hoger dan 100°C worden gestoomd.
Sous-vide 50 - 95°C Vlees, vis, groente en desserts onder vacuüm bereiden, bij lage
temperaturen en met 100 % stoom.
Deeg laten rijzen 30 - 50°C Gistdeeg laten rijzen.
Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur. Het op-
pervlak van het deeg droogt niet uit.
5.2 Temperatuur
Tijdens het opwarmen
kunt u op het display bij de
meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur
in de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingestelde
temperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120|210°C.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment om
de gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan-
gegeven temperatuur in de binnenruimte en de inge-
stelde temperatuur gelijk zijn.
Opmerking:Door thermische traagheid kan de weer-
gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer-
kelijke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Als het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijn
rond de bedieningsring de restwarmte in de binnen-
ruimte aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe don-
kerder de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring hele-
maal uit.
Accessoires
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.

Accessoires nl
11
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv. vet
bij het grillen op het rooster of water bij
het gebruik met stoom.
Bakplaat ¡ Plaatgebak
¡ Klein gebak
Air Fry & Grillplaat, geë-
mailleerd met gaatjes
¡ Gerechten knapperig bakken, die door-
gaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites.
¡ Gerechten grillen.
De geëmailleerde Air Fry & Grillplaat niet als
stoombak gebruiken.
Stoombak zonder gaatjes,
grootte M
Bereiden van:
¡ Rijst
¡ Peulvruchten
¡ Granen
Zet de stoombak niet op het rooster.
Stoombak met gaatjes,
grootte M
¡ Groente stomen.
¡ Kleinfruit uitpersen.
¡ Ontdooien.
Zet de stoombak niet op het rooster.
Stoombak met gaatjes,
grootte XL
Grote hoeveelheden stomen.
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies
geschikt.
Stoomschalen
De stoomschalen zijn voor de zuivere stoommethoden
tot 120 °C geschikt.
Voor hogere temperaturen of andere verwarmingsme-
thoden zijn de stoomschalen niet geschikt. De schalen
verkleuren en vervormen permanent.
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal
zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.

nl Voor het eerste gebruik
12
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
Stoombak
met gaat-
jes, grootte
XL
3.
Om de accessoires bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
De accessoire er zo opleggen, dat
het accessoire op de achterste aan-
slag van het uittreksysteem wordt in-
gelegd.
PUSH
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het
rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders
achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
Voor het eerste gebruik
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Kalibreer het apparaat. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Bepaal vóór het eerste gebruik de waterhardheid
Informeer voordat u de eerste inbedrijfstelling uitvoert,
bij uw lokale waterbedrijf naar de waterhardheid van
uw leidingwater. Om ervoor te zorgen dat het apparaat
u er op het juiste moment aan kan herinneren om te
ontkalken, dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
LET OP!
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld,
dan kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken
herinneren.
▶ Waterhardheid correct instellen.

Voor het eerste gebruik nl
13
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschik-
te vloeistoffen.
▶ Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chlori-
dehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloei-
stoffen.
▶ Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard
water of mineraalwater zonder koolzuur.
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of
gedemineraliseerd water. Het apparaat vraagt eventu-
eel om na te vullen terwijl de watertank vol is, of de
stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
▶ Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel
met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhou-
ding één op één.
Opmerkingen
¡ Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op
“zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik
dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.
¡ Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, advi-
seren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u
uitsluitend onthard water, stel dan het waterhard-
heidbereik in op "onthard".
Instelling Waterhardheid in mmol/
l
Duitse hardheid °dH Franse hardheid °fH
0 (onthard)
1
- - -
1 (zacht) tot 1,5 tot 8,4 tot 15
2 (gemiddeld) 1,5-2,5 8,4-14 15-25
3 (hard) 2,5-3,8 14-21,3 25-38
4 (zeer hard)
2
hoger dan 3,8 hoger dan 21,3 hoger dan 38
1
Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.
2
Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.
7.2 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten,
moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname
van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten
duren tot op het display de instellingen verschijnen.
1.
Schakel het apparaat in met
.
a De eerste instelling verschijnt.
2.
Druk wanneer het nodig is de instelling te verande-
ren, op een waarde in de lijst of wijzig de waarde
met de instelring.
Mogelijke instellingen:
– Taal
– HomeConnect →"HomeConnect ", Pagina24
– Tijd
→"Tijd instellen", Pagina24
– Waterhardheid
→"Bepaal vóór het eerste gebruik de waterhard-
heid", Pagina12
3.
Op
drukken en naar de volgende instelling gaan.
4.
De instellingen doorlopen en wijzigen indien ge-
wenst.
a Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op
het display dat de eerste ingebruikname is afgeslo-
ten.
5.
Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het
eerste verwarmen controleert, de deur van het appa-
raat een keer openen en sluiten.
7.3 Het apparaat kalibreren en reinigen voor
het eerste gebruik
Om het apparaat automatisch te laten kalibreren, laat u
het apparaat leeg in de stoomfunctie werken. Voordat
u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het appa-
raat dient u de binnenruimte en de accessoires te reini-
gen.
Opmerking:De kooktemperatuur van het water is af-
hankelijk van de luchtdruk. Bij het kalibreren stelt het
apparaat zich in op de drukomstandigheden van de
plaats van opstelling.
Open de apparaatdeur niet tijdens de kalibratie. Het ka-
libreren wordt anders afgebroken.
Vereiste:De binnenruimte is koud of op kamertempe-
ratuur.
1.
De productinformatie en de toebehoren uit de bin-
nenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korrel-
tjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde
van het apparaat verwijderen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen
met een zachte, vochtige doek.
3.
Schakel het apparaat in met
.
4.
De watertank vullen.
→"Watertank vullen", Pagina17
5.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode Stomen
Temperatuur 100°C
Tijdsduur 30 minuten
→"De Bediening in essentie", Pagina14
6.
In werking stellen.
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat verwarmt.
a Het kalibreren start. Hierbij ontstaat veel stoom.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
7.
Het apparaat laten afkoelen en vervolgens de bo-
dem van de binnenruimte goed laten drogen.

nl De Bediening in essentie
14
8.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij tempe-
raturen boven de 120°C leidt tot schade aan het
emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op
de bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de
binnenruimte opnemen.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode 4Dhetelucht
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 30 minuten
→"De Bediening in essentie", Pagina14
9.
In werking stellen.
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat verwarmt.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
10.
Schakel het apparaat uit met .
11.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
12.
Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een
schoonmaakdoekje of een zachte borstel.
13.
Het apparaat drogen.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina20
Opmerking:Na een stroomuitval blijft de kalibratie be-
houden.
Om het apparaat na een verhuizing aan de nieuwe op-
stellingslocatie aan te passen, zet u de basisinstellin-
gen naar de fabrieksinstelling terug. De kalibratie op-
nieuw uitvoeren.
De Bediening in essentie
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
▶
Schakel het apparaat in met
.
a Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig
heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient,
gaat het automatisch uit.
▶
Schakel het apparaat uit met
.
a Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden af-
gebroken.
a Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-in-
dicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
▶
Start de werking met
.
a Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
1.
Druk op
om de werking te onderbreken.
2.
Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het
menu op het display.
1.
Om in de verschillende keuzemogelijkheden te bla-
deren, over het display vegen.
‒ Om in het menu en andere instelmogelijkheden
te bladeren, naar rechts of links vegen.
‒ Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of om-
hoog vegen.
2.
Om een functie te kiezen, op de functie in het dis-
play drukken.
a Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke in-
stelwaarden of andere opties waaruit kan worden
gekozen.
3.
Om indien nodig een instelling terug te gaan, op
drukken.
4.
Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelring
gebruiken:
‒ Over de instelring vegen, al naar gelang de ge-
wenste instelling rechts- of linksom.
‒ Of op een bepaalde positie aan de instelring
drukken.
5.
De instelling met bevestigen.
6.
Start de werking met .
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking:Uw instellingen kunt u als "Favorieten"
opslaan en opnieuw gebruiken.
→"Favorieten", Pagina22
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
2.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
3.
Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van de
verwarmingsmethode, op de instelstand.
4.
Stel de temperatuur in met de instelring.
5.
Druk in het display op
om de ingestelde tempera-
tuur te bevestigen.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
– →"Snel voorverwarmen", Pagina15
– →"Tijdfuncties", Pagina16
– →"Stoom", Pagina17

Snel voorverwarmen nl
15
6.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen.
a Op het display staan de instelwaarden en de tijd
hoelang het programma al loopt.
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking:De meest geschikte verwarmingsmethode
voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de
verwarmingsmethoden.
→"Verwarmingsmethoden", Pagina9
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
Op
drukken.
2.
Op drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te
allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de temperatuur drukken.
3.
De temperatuur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist
uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen ver-
schijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep
of waarschuwing.
1.
Op
"Info" drukken.
a Informatie wordt gedurende enkele seconden weer-
gegeven.
2.
Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren,
over het display vegen.
3.
Indien gewenst de aanwijzing met
verlaten.
8.8 Sabbatconform bedienen
Wanneer u uw apparaat sabbatconform wilt bedienen,
gebruik dan de tijdfuncties en wijzig de basisinstelling
voor de verlichting.
Opmerking:Wanneer u de apparaatdeur tijdens het
gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen.
Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het appa-
raat verder. Open, om uw apparaat sabbatconform te
bedienen, de apparaatdeur pas na de werking.
1.
Wijzig de basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit".
→"Basisinstellingen", Pagina23
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het
gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd
uit.
2.
Stel de gewenste functie in.
→"Functie instellen", Pagina14
→"Verwarmingsmethode en temperatuur instellen",
Pagina14
3.
Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur
in.
→"Tijdsduur instellen", Pagina16
→"Tijdfuncties", Pagina16
4.
Stel met "Eindtijd" het tijdstip in, waarop de werking
moet eindigen.
→"Einde instellen", Pagina16
→"Tijdfuncties", Pagina16
5.
Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het
apparaat begint te verwarmen.
6.
Start de werking met
.
a Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het
apparaat bevindt zich in de wachtstand.
a Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
7.
Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de
werking is beëindigd. Na ca. 15tot 20minuten
schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking:Wijzig indien nodig de basisinstelling
van de verlichting weer.
Snel voorverwarmen
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen
bij
ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmings-
duur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen
mogelijk:
¡ 4Dhetelucht
¡ Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen,
plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in
de binnenruimte.
Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempe-
ratuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt
het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
a Het symbool
is rood verlicht.
3.
Start de werking met
.
a Het snel voorverwarmen start.
a Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd,
klinkt er een signaal. Het symbool
wisselt weer
naar wit.
4.
Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
1.
Op het display op
drukken.
2.
Druk op "Snel voorverwarmen".
a Het symbool
wisselt weer naar wit.

nl Tijdfuncties
16
Tijdfuncties
10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop
de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onaf-
hankelijk van de werking worden ingesteld.
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd in-
stellen waarop de werking eindigt.
Het apparaat start automatisch zodat
de werking op het gewenste tijdstip
klaar is.
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Hij beïnvloedt het
apparaat niet.
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot
24uur.
Vereiste:Een functie en een temperatuur of stand zijn
ingesteld.
1.
Op
"Tijdsduur" drukken.
2.
Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende
tijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie
"m".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met
.
4.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het
display op drukken.
5.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de tijdsduur
drukken.
3.
Reset de tijdsduur met .
Opmerking:Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de
vooringestelde waarde.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
10.2 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet
zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Opmerkingen
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u de tijd niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een functie en een temperatuur of stand zijn inge-
steld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Druk op
"Eindtijd".
2.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de mi-
nutenindicatie drukken.
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijd met de instelring verschuiven.
Reset indien nodig de instelwaarde met
.
4.
Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het display
op drukken.
5.
Start de werking met .
a Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het
apparaat bevindt zich in de wachtstand.
a Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u
de ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de wer-
king gestart is en de tijdsduur afloopt.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Einde annuleren
U kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de eindtijd
drukken.
3.
De eindtijd met resetten.

Stoom nl
17
Opmerking:Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijds-
duur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijd-
stip.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
10.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen
signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur ein-
digt.
1.
Druk op
.
2.
Druk om de timer in te stellen, op het display op de
betreffende tijdswaarde, bijv. minutenindicatie "m" of
secondenindicatie "s".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De timer met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met
.
4.
Om de timer te starten, op het display op drukken.
a De timer loopt af.
a Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de
timer op het display zichtbaar.
a Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-
gen van de lopende werking op het display. De ti-
mer wordt in de statusindicatie weergegeven.
a Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de ti-
mer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de
timer met
selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met de instelring wijzigen.
4.
Bevestig met .
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de
timer met
selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met resetten.
4.
Bevestig met .
Stoom
11 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voor-
zichtige manier. U kunt de stoomverwarmingsmetho-
den gebruiken of de stoomondersteuning bij enkele
verwarmingsmethoden inschakelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom
vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet
altijd zichtbaar.
▶ Apparaatdeur voorzichtig openen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Voor elk gebruik met stoom
Zorg er voor elk gebruik met stoom voor dat het appa-
raat voldoende water heeft.
Watertank vullen
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen
dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explo-
sieve verbranding). De apparaatdeur kan opensprin-
gen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar
buiten treden.
▶ Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhou-
dende dranken) in de watertank.
▶ Vul de watertank uitsluitend met water of de door
ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
▶ Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
▶ Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste:De waterhardheid is correct ingesteld.
1.
Druk op
.
a Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren
geschoven.
2.
Trek het bedieningspaneel met beide handen naar
voren en schuif het vervolgens naar boven, tot het
vergrendelt
.
3.
De watertank uit de tankschacht trekken .
4.
Druk het deksel op de watertank langs de afdichting
aan zodat er geen water meer uit de watertank kan
lopen.
5.
Verwijder de afdekking van de watertank.

nl Stoom
18
6.
Vul het water tot aan de markering "max" in de
watertank.
7.
De afdekking weer in de opening op de watertank
plaatsen.
8.
Plaats de gevulde watertank in het apparaat . Let
er daarbij op dat de watertank achter de houders
vastklikt.
9.
Schuif het bedieningspaneel langzaam naar bene-
den, en druk het vervolgens naar achteren, totdat
het bedieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Instelmogelijkheden met stoom
U kunt op verschillende manieren uw gerechten met
stoom bereiden.
Stoommethoden
U kunt verschillende stoommethoden gebruiken, waar-
bij de hete stoom gerechten bijzonder voorzichtig be-
reidt.
LET OP!
Bij gebruik met de stoommethoden ontstaat veel water-
damp. Condens, dat zich in de lekgoot onder de bin-
nenruimte verzamelt, kan overstromen en aangrenzen-
de meubels beschadigen.
▶ Open tijdens het gebruik de apparaatdeur niet of zo
weinig mogelijk.
Stomen
Tijdens de bereiding met stoom
worden de gerech-
ten omsloten door hete waterdamp, zodat de voedings-
stoffen in de levensmiddelen behouden blijven. De
vorm, de kleur en het typische aroma van de gerechten
blijven bij deze bereidingsmethode intact.
Bij ingestelde temperaturen tussen 105°C en 120°C
wordt de bereidingstijd gereduceerd. Zo blijven bij het
stomen nog meer voedingsstoffen en vitamines behou-
den.
Regenereren
Met regenereren
warmt u gerechten die al gaar zijn
behoedzaam op of bakt u brood van de vorige dag
weer op.
Deeg laten rijzen
Met de stoommethode deeg laten rijzen
rijst het
deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het
droogt niet uit.
Ontdooien
Met ontdooien
ontdooit u diepvriesproducten voor-
zichtig.
Sous-vide
Sous-vide
is een variant van bereiden op lage tem-
peratuur van gevacumeerde levensmiddelen bij tempe-
raturen tussen 50-95°C en met 100% stoom. Sous-vide
is geschikt voor vlees, vis, groente en dessert.
De gerechten zijn met behulp van een vacuümsealer in
speciale hittebestendige kookzakken geseald. Door de
beschermende kookzakken blijven voedingsstoffen en
aromastoffen behouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op de
vacumeerzak.
▶ De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig op-
tillen, zodat het warme water in de braadslede of de
bak loopt.
▶ De vacumeerzak voorzichtig met een pannenlap ver-
wijderen.
Opmerking:Tijdens de bereiding sous-vide ontstaat
aan de bodem van de binnenruimte meer condensaat
dan bij andere verwarmingsmethoden.
LET OP!
Risico op meubelschade Op de bodem van de binnen-
ruimte verzamelt zich teveel water. Het water kan uit
het apparaat stromen.
▶ Gebruik geen tweede watertankvulling voor de sous-
vide koken.
Toevoer van stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met
verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte.
Het gerecht krijgt een knapperige korst en een glan-
zend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht en mals
en verliest slechts weinig volume.
U kunt stomen met de volgende functies combineren:
¡ Verwarmingsmethoden →Pagina14
– 4Dhetelucht
– Boven- en onderwarmte
– Circulatiegrillen
– Warmhouden
¡ →"Gerechten", Pagina20
Stoomstoot
Met de stoomstoot kunt u af en toe gericht intensieve
stoom toevoeren. Vooral brood en broodjes rijzen
mooi, worden knapperig en krijgen een mooie kleur.
Het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in
de binnenruimte. Al naar gelang de functie kunt u de
stoomstoot meerdere malen activeren.

Stoom nl
19
U kunt de stoomstoot bij de volgende functies
toevoegen:
¡ Verwarmingsmethoden →Pagina14
– 4Dhetelucht
– Boven- en onderwarmte
– Circulatiegrillen
Opmerking:Gebruik de stoomstoot alleen bij binnen-
ruimtetemperaturen boven de 120°C.
11.3 Verwarmingsmethode met stoom
instellen
Opmerking:
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden
met stoom in acht:
¡ →"Stoommethoden", Pagina18
Vereiste:De watertank is gevuld. Als de watertank tij-
dens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een
aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
→"Watertank vullen", Pagina17
1.
In het menu op "Stoom" drukken.
2.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode stomen.
3.
Op de temperatuur in °C drukken.
4.
De temperatuur met de instelring instellen.
5.
Om de ingestelde temperatuur te bevestigen, op het
display op
drukken.
6.
Op "Tijdsduur" drukken.
Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een
tijdsduur nodig.
7.
Om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen, op de
betreffende tijdswaarde drukken, bijv. uurindicatie"h"
of minutenindicatie "m".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
8.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met
.
9.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het
display op drukken.
10.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
11.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
12.
Leeg de watertank en droog de binnenruimte.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina20
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
Op
drukken.
2.
Op drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te
allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de temperatuur drukken.
3.
De temperatuur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
11.4 Stoomtoevoer instellen
Vereisten
¡ Let op de informatie bij de betreffende functie.
→"Instelmogelijkheden met stoom", Pagina18
¡ De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het
bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aan-
wijzing. De werking wordt zonder gebruik van stoom
voortgezet.
→"Watertank vullen", Pagina17
1.
In het menu op de gewenste functie drukken.
2.
De instellingen voor de functie invoeren, bijv. ver-
warmingsmethode en temperatuur.
3.
Op
"Toevoer van stoom" drukken.
4.
De stoomstand met de instelring instellen.
Stoomstand Toevoer van stoom
1 gering
2 gemiddeld
3 sterk
5.
Om de ingestelde stoomstand te bevestigen, op het
display op drukken.
6.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen.
a Op het display staan de instelwaarden en de tijd
hoelang het programma al loopt.
7.
Schakel het apparaat uit met
wanneer het gerecht
klaar is.
8.
Leeg de watertank en droog de binnenruimte.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina20
Stoomtoevoer wijzigen
U kunt de stoomfunctie altijd wijzigen of deactiveren.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op de stoomtoevoer drukken.
3.
De stoomtoevoer met de instelring wijzigen of deac-
tiveren.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
11.5 Stoomstoot instellen
Vereisten
¡ Let op de informatie bij de betreffende functie.
→"Instelmogelijkheden met stoom", Pagina18
¡ De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het
bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aan-
wijzing. De werking wordt onderbroken.
→"Watertank vullen", Pagina17
1.
In het menu op de gewenste functie drukken.

nl Gerechten
20
2.
De instellingen voor de functie invoeren, bijv. ver-
warmingsmethode en temperatuur.
3.
Start de werking met .
4.
Op het gewenste tijdstip op het display op druk-
ken.
Gebruik de stoomstoot pas wanneer het apparaat
volledig is opgewarmd.
5.
Druk op "Stoomstoot".
a Het symbool
licht rood op en het apparaat warmt
het water op.
6.
Druk opnieuw op "Stoomstoot" wanneer het water
is opgewarmd.
Opmerking:Wanneer het snel voorverwarmen is
geactiveerd, kan de stoomstoot pas worden gege-
ven wanneer het snel voorverwarmen is afgerond.
a De stoomstoot begint en het apparaat geeft ca. 3
tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte.
a Wanneer de stoomstoot is afgerond, wordt de wer-
king voortgezet. Al naar gelang de functie kan de
stoomstoot indien gewenst opnieuw worden gestart.
7.
Schakel het apparaat uit met
wanneer het gerecht
klaar is.
8.
Leeg de watertank en droog de binnenruimte.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina20
Stoomstoot annuleren
U kunt de stoomstoot op elk moment annuleren.
1.
Op het display op
drukken.
2.
Op "Stoomstoot" drukken.
a Het symbool
wisselt weer naar wit.
a De werking wordt zonder stoomstoot voortgezet.
11.6 Na elk gebruik met stoom
Droog het apparaat na elk gebruik met stoom.
Opmerking:Na het gebruik met stoom kunnen kalk-
sporen in de binnenruimte achterblijven. De werking
van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt
de kalksporen met warm water of een in azijn gedrenk-
te doek verwijderen. Neem de informatie over de reini-
ging in acht.
→"Reiniging en onderhoud", Pagina26
Watertank legen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
▶ Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
▶ Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte
leidt tot beschadiging van de watertank.
▶ De watertank niet drogen in de hete binnenruimte.
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gerei-
nigd veroorzaakt dit schade.
▶ De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
▶ Reinig de watertank met een zachte doek en een in
de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
1.
Open het bedieningspaneel met
.
2.
Haal de watertank uit het apparaat.
3.
Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
4.
De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen
en met schoon water grondig uitspoelen.
5.
Droog alle onderdelen met een zachte doek.
6.
Wrijf de afdichting van het deksel droog.
7.
Laat de watertank drogen met geopend deksel.
8.
Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
9.
Zet de watertank in het apparaat en sluit het bedie-
ningspaneel.
Condensopvangbak drogen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
Open de apparaatdeur.
2.
Opmerking:
De condensopvangbak
bevindt zich onder de bin-
nenruimte.
Zuig het water in de condensbak op met een
theedoek en maak de bak voorzichtig droog.
Opmerking:Om de condensopvangbak te reinigen,
kunt u de condensopvangbak uitbouwen.
→"Condenswaterreservoir demonteren", Pagina31
Binnenruimte drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik met stoom.
▶
Droog de binnenruimte handmatig of gebruik de
droogfunctie.
→"Drogen", Pagina30
Gerechten
12 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de
bereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-
matisch de optimale instellingen.
12.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit
en de grootte van de vorm.

Gerechten nl
21
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-
miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de
bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
12.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het
apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende in-
stellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaal-
de instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen
op het display.
Opmerking:Het bereidingsresultaat is afhankelijk van
de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Ge-
bruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttem-
peratuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak
gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit
gerecht relevante informatie weer, bijv.:
¡ Geschikte inschuifhoogte
¡ Geschikte accessoires of vormen
¡ Toevoegen van vloeistof
¡ Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op
"Info" om informatie op te roepen. Sommige
aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet
u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid
instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde be-
reik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale ge-
wicht van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode
vast vooringesteld.
De vooringestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u
aanpassen.
12.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u
op het apparaat wanneer u de functie oproept. De se-
lectie van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van
uw apparaat.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
Opmerking:In de basisinstellingen kunt u de weerge-
geven gerechten regionaal specialiseren.
→"Basisinstellingen", Pagina23
Categorie Gerechten
Gebak Gebak in vormen
Gebak op de bakplaat
Klein gebak
Koekjes
Categorie Gerechten
Brood,
broodjes
Brood
Broodjes
Pizza, hartig
gebak
Pizza
Hartig gebak, quiche
Ovenscho-
tels, souf-
flés
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde in-
grediënten
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten,
4cm hoog
Lasagne, vers
Lasagne, gekoeld
Ovenschotel, zoet, vers
Fruitcrumble
Soufflé in portievormen
Yorkshire Pudding
Gevogelte Kip
Eend, gans
Kalkoen
Vlees Varkensvlees
Rundvlees
Kalfsvlees
Lamsvlees
Wildbraad
Vleesgerechten
Vis Vis, heel
Visfilet
Vis karbonade
Visgerechten
Zeevruchten
Diepvries-
producten
Pizza
Ovenschotels
Aardappelproducten
Groente
Vlees, gevogelte
Broodjes
Bijgerech-
ten, groente
Aardappelen
Rijst
Granen
Groente
Peulvruchten
Pasta, balletjes
Eieren
Desserts,
compote
Gistknoedels
Crème karamel
Rijstepap
Vruchtencompote
Yoghurt in potten
Sous-vide Vlees
Gevogelte
Vis
Groente
Dessert
Inmaken,
uitpersen,
ontsmetten
Inmaken
Uitpersen
Flesjes ontsmetten
Regenere-
ren, opbak-
ken
Gebak
Bijgerechten
Groente
Menu
Etenswaar
ontdooien
Fruit, groente

nl Favorieten
22
12.4 Gerecht instellen
1.
Druk in het menu op "Gerechten".
2.
Druk op de gewenste categorie.
3.
Druk op het gewenste voedsel.
4.
Druk op het gewenste gerecht.
Tip:Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursberei-
dingsmethode kiezen.
→"Instelmogelijkheden van de gerechten",
Pagina21
a Op het display verschijnen de instellingen bij het ge-
recht.
5.
Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde
instellingen aanpassen.
→"Instelmogelijkheden van de gerechten",
Pagina21
6.
Druk op
"Info" voor informatie over bijvoorbeeld
accessoires en inschuifhoogte.
7.
Start de werking met .
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het ap-
paraat warmt niet meer op.
8.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
‒ Schakel het apparaat uit met
wanneer het ge-
recht klaar is.
12.5 Automatische uitschakelfunctie
De automatische uitschakelfunctie bij de gerech-
ten zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en bra-
den.
Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het appa-
raat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken
uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is
beëindigd.
Favorieten
13 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en op-
nieuw gebruiken.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype/software-
versie moet u deze functie eerst op uw apparaat down-
loaden. Kijk in de HomeConnect app voor meer infor-
matie.
13.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 30 verschillende functies als uw favorieten
opslaan.
▶
Als u een functie instelt, aan het einde van de keu-
zelijst op
"Als favorieten opslaan" drukken.
Om een favoriet te hernoemen, moet u de Ho-
meConnect app gebruiken. Als uw apparaat ver-
bonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
13.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u de-
ze voor het instellen van de werking kiezen.
1.
In het menu op "Favorieten" drukken.
‒ Of direct met de toets
de favorieten selecte-
ren.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Indien gewenst kunt u de instellingen wijzigen.
4.
Start de werking met .
a Het display geeft de instelwaarden weer.
Opmerking:
Let op de informatie bij de verschillende functies:
¡ →"Stoom", Pagina17
13.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorte-
ren, of verwijderen.
1.
Om de favorieten te sorteren of te hernoemen, moet
u de HomeConnect app gebruiken. Als uw appa-
raat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de
app.
2.
Om de instelwaarden aan het apparaat te wijzigen,
in het menu op "Favorieten" drukken.
‒ Of direct met de toets
de favorieten selecte-
ren.
3.
Druk op de gewenste favorieten.
4.
Aan het einde van de keuzelijst op "Favoriet be-
werken" drukken.
5.
De instelwaarden wijzigen.
6.
De wijziging bevestigen.
Favorieten verwijderen
1.
Om een favoriet te verwijderen, in het menu op "Fa-
vorieten" drukken.
‒ Of direct met de toets
de favorieten selecte-
ren.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Aan het einde van de keuzelijst op "Favoriet wis-
sen" drukken.
4.
Bevestig het verwijderen.
Kinderslot
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in-
of uitgeschakeld is.
▶
Houd
ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kin-
derslot te activeren.

Basisinstellingen nl
23
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
a Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met
worden uitgeschakeld.
a Als het apparaat is ingeschakeld, brandt
. Wan-
neer het apparaat uitgeschakeld is, is niet ver-
licht.
14.2 Kinderslot deactiveren
U kunt het kinderslot op elk gewenst moment deactive-
ren.
1.
Op een willekeurige plaats op het display drukken.
2.
Om het kinderslot te deactiveren:
‒ De aanwijzing in het display opvolgen, zodat de
ring zich volledig wordt gevuld.
‒ Of
ca.4seconden lang ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
Basisinstellingen
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens
uw wensen instellen.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen
krijgt u op het display met
"Info".
Basisinstellin-
gen
Keuze
Taal Zie de keuze op het apparaat.
HomeConnect De oven met een mobiel eindappa-
raat verbinden en op afstand bestu-
ren.
→"HomeConnect ", Pagina24
Tijd Tijd in het 24h-formaat.
Display Keuze
Helderheid ¡ Standen 1, 2, 3, 4 en 5
1
Standby-indi-
catie
¡ Aan, qua tijd gelimiteerd
¡ Aan (deze instelling verhoogt het
energieverbruik)
¡ Uit
1
Tijd ¡ Digitaal
1
¡ Analoog
Afstelling ¡ Display horizontaal en verticaal
stellen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Geluid Keuze
Sensortoets-
toon
¡ Aan
1
¡ Uit
Geluidssignaal ¡ Zeer korte tijdsduur (eenmaal)
¡ Korte tijdsduur (ca.5seconden)
¡ Middellange tijdsduur
(ca.10seconden)
1
¡ Lange tijdsduur (ca. 30 secon-
den)
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Apparaatin-
stellingen
Keuze
Nalooptijd ven-
tilator
¡ Minimaal
¡ Aanbevolen
1
¡ Lang
¡ Zeer lang
Telescoopsys-
teem
¡ Niet achteraf aangebracht (bij rek-
jes en 1-voudig uittreksysteem)
1
¡ Achteraf aangebracht (bij 2‑ en
3‑voudig uittreksysteem)
Telescoopsys-
teem
¡ Niet achteraf aangebracht (bij rek-
jes en 1-voudig uittreksysteem)
1
¡ Achteraf aangebracht (bij 2‑ en
3‑voudig uittreksysteem)
Verlichting ¡ Bij het bereiden en bij het openen
van de deur
1
¡ Alleen bij het openen van de deur
¡ Altijd uit
Waterhardheid ¡ 4 (zeer hard)
1
¡ 3 (hard)
¡ 2 (gemiddeld)
¡ 1 (zacht)
¡ 0 (onthard)
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Personalise-
ring
Keuze
Merklogo ¡ Weergeven
1
¡ Niet weergeven
Werking na in-
schakelen
¡ Hoofdmenu
1
¡ Verwarmingsmethoden
¡ Stoom
¡ Gerechten
¡ Favorieten
Verstreken be-
reidingstijd
¡ Niet weergeven
¡ Displays
1
Regionale ge-
rechten
¡ Alle
1
¡ Europese gerechten
¡ Gerechten volgens Britse wijze
Gerechten ¡ Alle
1
¡ Geen varkensvlees
¡ Alleen koosjer
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)

nl HomeConnect
24
Personalise-
ring
Keuze
Kinderslot ¡ Alleen toets-blokkering
1
¡ Gedeactiveerd
Automatisch
snel voorver-
warmen
¡ Uit
¡ Aan
1
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Fabrieksinstel-
lingen
Keuze
Fabrieksinstel-
lingen
¡ Terugzetten
Info Indicatie
Apparaatinfor-
matie
Technische informatie over het appa-
raat weergeven.
15.2 Basisinstellingen wijzigen
1.
In het menu op "Basisinstellingen" drukken.
2.
Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
3.
Druk op de gewenste basisinstelling.
4.
Druk op de gewenste keuze voor de basisinstelling.
a De wijziging wordt bij de meeste basisinstellingen
direct overgenomen.
5.
Om nog meer basisinstellingen te wijzigen, met
teruggaan en een andere basisinstelling kiezen.
6.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
a De wijzigingen zijn opgeslagen.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
15.3 Tijd instellen
1.
Druk in het menu op "Basisinstellingen".
2.
Druk op "Tijd".
3.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de mi-
nutenindicatie drukken.
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
4.
De tijd met de instelring instellen.
‒ De minuten tellen in stappen van 5 minuten. Om
op de minuut nauwkeurig in te stellen, het betref-
fende gebied in de instelring ca. 1-2 seconden
ingedrukt houden. De minuten worden in punten
weergegeven. De minuten met de instelring in-
stellen.
5.
Schakel met
terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
.
a De tijd is opgeslagen.
HomeConnect
16 HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
16.1 HomeConnect instellen
Vereisten
¡ Het apparaat is verbonden met het stroomnet en in-
geschakeld.
¡ U beschikt over een mobiel eindapparaat met een
actuele versie van het iOS- of Android-besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
¡ Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
De HomeConnect app downloaden.
1
1
Apple App Store en het Apple App Store logo
zijn handelsmerken van Apple Inc. Google Play
en het Google Play logo zijn handelsmerken van
Google LLC.
2.
De HomeConnect app openen en de volgende QR-
code scannen.

HomeConnect nl
25
3.
De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
16.2 HomeConnect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of HomeConnect geconfigureerd is en of het apparaat met het
thuisnetwerk is verbonden.
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Home Connect Assis-
tent
Assistent starten
Verbinding verbreken
Via de Home Connect Assistent kunt u uw apparaat verbinden
met de Home Connect app.
Opmerking:Wanneer u de Home Connect Assistent voor de
eerste keer gebruikt, dan is alleen de instelling "Assistent star-
ten" beschikbaar.
WiFi Aan
Uit
Met WiFi kunt u de netwerkverbinding van uw apparaat uit-
schakelen. Wanneer u eenmaal succesvol bent verbonden,
dan kunt u WiFi deactiveren en verliest u niet uw gedetailleer-
de gegevens. Zodra u WiFi opnieuw activeert, dan maakt uw
apparaat automatisch verbinding.
Opmerking:Bij netwerkgebonden standby verbruikt het appa-
raat maximaal 2Watt.
Status afstandsbedie-
ning
Bewaking
Handmatige start op af-
stand
Permanente start op af-
stand
Bij bewaking kunt u alleen de bedrijfstoestand van het appa-
raat in de app weergegeven.
Bij een handmatige start op afstand moet u de start op afstand
elke keer activeren voordat u het apparaat via de app kunt
starten. U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minuten
openen, nadat u het starten op afstand heeft geactiveerd. Het
starten op afstand wordt daardoor niet gedeactiveerd. Na het
verstrijken van de 15minuten wordt met het openen van de
apparaatdeur de handmatige start op afstand gedeactiveerd.
Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op
afstand starten en bedienen. Wanneer u het apparaat vaak op
afstand bedient, dan is het zinvol om Starten op afstand op
permanent in te stellen.
16.3 Apparaat met HomeConnect app
bedienen
Met de HomeConnect app kunt u het apparaat op af-
stand instellen en starten.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen
kunnen vlam vatten.
▶ Bewaar nooit brandbare materialen in de binnen-
ruimte.
▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het ap-
paraat worden uitgeschakeld of de stekker uit het
stopcontact worden gehaald en moet de deur ge-
sloten worden gehouden om eventueel optredende
vlammen te doven.
Vereisten
¡ Het apparaat is ingeschakeld.
¡ Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Ho-
meConnect app verbonden.
¡ Om het apparaat via de app te kunnen instellen,
moet de handmatige of permanente start op afstand
in de basisinstelling Afstandsbedieningsniveau zijn
geselecteerd.
1.
Druk op om start op afstand te activeren.
2.
Een instelling in de HomeConnect app invoeren en
naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
¡ Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat
start, wordt Starten op afstand automatisch geac-
tiveerd. U kunt de instellingen via de HomeCon-
nect app wijzigen of een nieuw programma star-
ten.

nl Reiniging en onderhoud
26
¡ U kunt de deur van het apparaat binnen 15 mi-
nuten openen, nadat u het starten op afstand
heeft geactiveerd. Het starten op afstand wordt
daardoor niet gedeactiveerd. Na het verstrijken
van de 15minuten wordt met het openen van de
apparaatdeur de handmatige start op afstand ge-
deactiveerd.
16.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhel-
pen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates als-
mede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde in-
stallatie wordt u via de HomeConnectapp geïnfor-
meerd.
Opmerkingen
¡ De software-update bestaat uit twee stappen.
– In de eerste stap van de download.
– In de tweede stap de installatie op uw apparaat.
¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kunnen software-updates ook
automatisch worden gedownload.
¡ De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de in-
stallatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
16.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website: www.home-connect.com.
16.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
Reiniging en onderhoud
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
▶ Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmid-
delen.
▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
▶ Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
▶ Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Verschillende reinigingsmiddelen met elkaar gemengd
kunnen chemisch reageren.
▶ Geen reinigingsmiddelen mengen.
▶ Verwijder resten van reinigingsmiddelen volledig.

Reiniging en onderhoud nl
27
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit
kan oppervlakken beschadigen.
▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de
verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina28
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat of RVS-
schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina31
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina31
Roestvaststalen
binnenlijst van de
deur
¡ RVS-reiniger Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen
voor roestvaststaal.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.

nl Reiniging en onderhoud
28
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende op-
pervlakken
- Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte regenereren",
Pagina29
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Opmerking:Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina34
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Opmerking:Voor een grondige reiniging de telescooprails verwijde-
ren.
→"Rekjes", Pagina34
Toebehoren ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
Gebruik op stoompannen van RVS geen RVS-sponsjes.
Verontreinigingen op stoompannen vormen door levensmiddelen die
zetmeel bevatten (bijv. rijst) verwijderen met azijnwater.
Watertank ¡ Warm zeepsop Om na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met
schoon water grondig naspoelen.
Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geo-
pend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
17.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
▶ Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina26
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina27
2.
Drogen met een zachte doek.

Reinigingsondersteuning nl
29
Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte
regenereren
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De
zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laag-
je poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak.
Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-
gende oppervlakken spetters van het bakken, braden
of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigen-
de oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer vol-
doende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht
op.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
▶ Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
▶ Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct
afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
→"Rekjes", Pagina34
3.
Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte
doek verwijderen:
– van de gladde emaille oppervlakken
– van de apparaatdeur binnen
– van de glazen afdekplaat van de ovenlamp
Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
5.
Verwarmingsmethode 4D-hete lucht instellen.
6.
Maximale temperatuur instellen.
7.
In werking stellen.
8.
Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
9.
Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de bin-
nenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking:Op de zelfreinigende oppervlakken
kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en ei-
witten in levensmiddelen worden niet afgebroken en
blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige
vlekken zijn resten van zouthoudende levensmidde-
len, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet
gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben
geen invloed op het reinigende vermogen van de
zelfreinigende oppervlakken.
10.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina34
Reinigingsondersteuning
18 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning
is een snel alternatief
voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De
reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door
het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kun-
nen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
18.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Opmerking:De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsondersteuning.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
LET OP!
Gebruik van gedestilleerd water in de binnenruimte
leidt tot corrosie.
▶ Geen gedestilleerd water gebruiken.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
3.
In het menu op "Reiniging" drukken.
4.
Op
"Reinigingsondersteuning" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
5.
Op drukken.
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
noodzakelijke voorbereidingen voor de reinigingson-
dersteuning.
6.
De aanwijzing bevestigen.
a De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigd,
klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een
aanwijzing dat de werking is beëindigd.
7.
Schakel het apparaat uit met
.
8.
→"Binnenruimte na de reinigingsondersteuning rei-
nigen", Pagina29.
18.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
▶ Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
3.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruim-
te met een schoonmaakdoekje of zachte borstel.
Verwijder hardnekkige resten met een schuurspons-
je van roestvrij staal.
4.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte
doek en daarna met schoon water afnemen.
5.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
6.
Om de binnenruimte volledig te laten drogen, de ap-
paraatdeur ca.1uur open laten of de droogfunctie
gebruiken.
→"Drogen instellen", Pagina30

nl Ontkalken
30
Ontkalken
19 Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelma-
tig te ontkalken
.
Hoe vaak het ontkalkt moet worden is afhankelijk van
de keren dat er stoom is gebruikt en van de waterhard-
heid. Zodra de stoomfunctie nog 5 of minder keer kan
worden gebruikt, wordt dit op het apparaat aangege-
ven. Als u het ontkalken niet uitvoert, kunt u geen wer-
king met stoom meer instellen.
Het ontkalken bestaat uit meerdere stappen en duurt
ca.70-95minuten:
¡ Ontkalken (ca.55-70minuten)
¡ Eerste spoelcyclus (ca. 8 -12minuten)
¡ Tweede spoelcyclus (ca. 8-12minuten)
Vanwege hygiënische redenen moet u het ontkalken
volledig uitvoeren.
Als het ontkalken wordt onderbroken, kunt u geen wer-
king meer instellen. Voer 2 spoelcycli uit om ervoor te
zorgen dat het apparaat weer klaar is voor gebruik.
19.1 Ontkalken voorbereiden
LET OP!
De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afge-
stemd op het door ons aanbevolen vloeibare ontkal-
kingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen
schade aan het apparaat veroorzaken.
▶ Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons
aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel
of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken
deze beschadigd.
▶ Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
1.
De ontkalkingsoplossing mengen:
‒ 200ml vloeibaar ontkalkingsmiddel
‒ 400ml water
2.
Open het bedieningspaneel.
3.
Verwijder de watertank en vul deze met de ontkal-
kingsoplossing.
4.
Schuif de met ontkalkingsoplossing gevulde water-
tank in het apparaat.
5.
Sluit het bedieningspaneel.
19.2 Ontkalken instellen
Vereiste:→"Ontkalken voorbereiden", Pagina30
1.
Druk in het menu op "Reiniging".
2.
Op
"Ontkalken" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Druk op .
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het ontkalken.
4.
De aanwijzing bevestigen.
a Het ontkalken start en de tijdsduur loopt af.
a Als het eerste deel van het ontkalken is beëindigd,
weerklinkt een signaal. Het apparaat vraagt u 2 keer
te spoelen.
5.
Om het apparaat te spoelen, voor elke spoelcyclus:
‒ Het bedieningspaneel openen en de watertank
verwijderen.
‒ De watertank grondig spoelen en met water vul-
len.
‒ De watertank inzetten en het bedieningspaneel
sluiten.
a Wanneer er een spoelcyclus beëindigd is, klinkt er
een signaal.
6.
Als de tweede spoelcyclus is beëindigd:
‒ De watertank leegmaken en drogen.
→"Watertank legen", Pagina20
‒ Schakel het apparaat uit met
.
Drogen
20 Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, droogt u
de binnenruimte na het gebruik met stoom en na de
reinigingsondersteuning.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
▶ Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
▶ Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
20.1 Binnenruimte drogen
U kunt de binnenruimte laten drogen of de functie dro-
gen gebruiken.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
3.
Water in de binnenruimte opvegen.
4.
Droog de binnenruimte.
‒ Laat om de binnenruimte te drogen de deur van
het apparaat 1 uur open staan.
‒ Om de functie drogen te gebruiken, "Droogfunc-
tie" instellen.
→"Drogen instellen", Pagina30
Drogen instellen
Vereiste:→"Binnenruimte drogen", Pagina30
1.
In het menu op "Reiniging" drukken.
2.
Op
"Droogfunctie" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Op drukken.
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het drogen.
4.
De aanwijzing bevestigen.
a Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
a Als het drogen beëindigd is, klinkt er een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de wer-
king is beëindigd.
5.
Schakel het apparaat uit met
.
6.
Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van
het apparaat 1 tot 2minuten geopend laten.

Apparaatdeur nl
31
Apparaatdeur
21 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
Opmerking:De condensbak zonder druk uit te oefe-
nen uitvegen.
21.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen
ze met grote kracht dichtklappen.
▶ Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is bevei-
ligd en kan niet dicht-
klappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is be-
veiligd en kan niet wor-
den verwijderd.
a De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten
. De
apparaatdeur met beide handen links en rechts
vastpakken en er naar boven uit trekken .
4.
De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke onder-
grond leggen.
Condenswaterreservoir demonteren
Opmerkingen
¡ Het condenswaterreservoir telkens na het stomen of
voor elke demontage uitvegen.
¡ Condenswaterreservoir niet in de vaatwasmachine
reinigen
Vereiste:De deur van het apparaat moet gedemon-
teerd zijn.
1.
Op het linker drukvlak
drukken tot de haak los-
klikt.
2.
Op het rechter drukvlak drukken tot de haak
losklikt.
3.
Het condenswaterreservoir naar voren kantelen tot
de onderste bevestigingshaken loskomen.
4.
Het condenswaterreservoir
met beide handen
schuin naar boven uittrekken .

nl Apparaatdeur
32
Condenswaterreservoir inbouwen
1.
Het condenswaterreservoir
met beide handen
schuin plaatsen .
2.
De haken van het condenswaterreservoir links en
rechts in de spleet vastklikken .
3.
Het condenswaterreservoir aandrukken tot de haken
rechts, links en onderaan vastklikken.
a Het condenswaterreservoir is horizontaal inge-
bouwd.
21.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
▶ Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de ap-
paraatdeur helemaal opengeklapt.
1.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven
. De deur van het apparaat tot aan de
aanslag schuiven.
2.
De apparaatdeur helemaal openen.
3.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen
.
a De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
4.
Sluit de apparaatdeur.
21.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De vastzethendel op het linker en rechter scharnier
opklappen
.
a De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten
.
4.
De deurafscherming links en rechts van buiten druk-
ken , tot deze losklikt.
5.
De deurafscherming verwijderen .

Apparaatdeur nl
33
6.
De binnenruit er uit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
7.
De tussenruit er uit trekken en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
8.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting ver-
wijderen.
9.
Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen
verwijderen.
‒ De apparaatdeur openen.
‒ De condensstrip naar boven klappen en er uit
trekken.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaat-
deur zitten, kan dit barsten.
▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmid-
del of scherpe metalen schraper voor het reini-
gen van het glas van de ovendeur omdat dit het
oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
Reinig de condensstrip met een doek en heet zeep-
sop.
12.
De apparaatdeur reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina27
13.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
→"Deurruiten inbouwen", Pagina33
21.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
▶ Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
▶ Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De condensstrip loodrecht in de houder
plaatsen
en naar onderen draaien.
3.
De tussenruit in de linker en rechter houder
schuiven.
4.
De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de lin-
ker en rechter houder zit.

nl Rekjes
34
5.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting in-
hangen.
6.
Opmerking:Let er bij het inschuiven van de ruit op
dat de glanzende zijde van de ruit buiten is gericht
en de uitsparing links en rechts boven is.
De binnenruit in de linker houder
schuiven.
7.
De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de
linker en rechter houder zit.
8.
De deurafscherming aanbrengen en aandrukken,
tot deze hoorbaar vastklikt.
9.
De apparaatdeur helemaal openen.
10.
De vastzethendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen .
a De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
11.
De apparaatdeur sluiten.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
Rekjes
22 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden
verwijderd.
22.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen
en losma-
ken .
2.
Het rekje naar voren trekken
en verwijderen.
3.
Het rekje reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina26
22.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
¡ De rekjes passen alleen links of rechts.
¡ Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen
aan de voorkant zitten.

Rekjes nl
35
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken .
2.
Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen .
22.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
▶ Nooit de hete rekjes aanraken.
▶ Het apparaat altijd laten afkoelen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
LET OP!
De zelfreinigende vlakken in de binnenruimte kunnen
door het verwijderen en plaatsen van de telescooprails
beschadigd raken.
▶ De rekjes eerst verwijderen, voordat u de telescoop-
rails verwijdert of plaatst.
Opmerkingen
¡ Al naar gelang het apparaattype moet u bij appara-
ten met rekjes en telescooprails de basisinstellingen
voor de telescooprails aanpassen.
→"Basisinstellingen", Pagina23
¡ Telescopische rails kunnen desgewenst op elk ni-
veau worden ingebouwd.
¡ Indien nodig kunt u alle niveaus met een telescoop-
rail uitrusten.
1.
Aan de zijkant van de rail op PUSH drukken en de
rail naar achteren schuiven.
2.
PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten
zwenken , tot de voorste bevestiging los is.
a
3.
Trek de rail er naar voren uit.
4.
De telescooprail verwijderen.
5.
De telescooprail reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina26
Opmerking:
Meer informatie:
22.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking:De telescooprails passen alleen rechts of
links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren
kunnen worden uitgetrokken.

nl Storingen verhelpen
36
1.
De telescopische rail met de achterste bevestiging
van onderen achter de beide geleidingsstaven
van de gewenste inschuifhoogte invoeren en hori-
zontaal houden.
2.
De rail langs de geleidingsstaven naar achteren ge-
leiden en beide houders elk op de onderste staaf
schuiven. Daarbij met de achterste bevestiging
de verticale staaf omvatten.
3.
PUSH ingedrukt houden en de uittrekrail naar bin-
nen zwenken , tot de bevestiging in de onderste
staaf is ingehangen.
a
4.
PUSH loslaten.
a De houder klikt in.
5.
De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en
weer inschuiven.
Opmerking:
Meer informatie:
Storingen verhelpen
23 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina39
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
23.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.

Storingen verhelpen nl
37
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zeke-
ring uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
→"Basisinstellingen", Pagina23
Op het display ver-
schijnt "Sprache
Deutsch".
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
→"Eerste keer in gebruik nemen", Pagina13
Werking start niet of
wordt onderbroken.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen.
→"Informatie weergeven", Pagina15
Storing
▶
Neem contact op met de
→"Servicedienst", Pagina39.
Het apparaat warmt
niet op.
Demonstratiemodus is ingeschakeld.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-
nieuw in te schakelen.
2.
Schakel de demonstratiemodus binnen ca. 5minuten in de basisinstellingen uit.
→"Basisinstellingen wijzigen", Pagina24
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer.
a Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik.
Als het apparaat uit-
geschakeld is, ver-
schijnt de actuele tijd
niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
▶
Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie.
→"Basisinstellingen", Pagina23
HomeConnect functi-
oneert niet correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▶
Ga naar www.home-connect.com.
Bedieningspaneel
kan niet worden geo-
pend.
De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Storing
1.
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina39
2.
Als er water in de watertank is, leeg dan de watertank:
‒ Apparaatdeur openen.
‒ Rechts en links onder het afschermstuk grijpen.
‒ Afschermstuk er langzaam uittrekken en naar boven schuiven.
Heel sterke stoomont-
wikkeling bij het sto-
men.
Apparaat wordt automatisch gekalibreerd.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat kan bij te korte bereidingstijden niet automatisch worden gekalibreerd.
Als er meermaals heel veel damp ontstaat, kalibreer het apparaat dan opnieuw.
1.
Zet het apparaat terug naar de fabrieksinstelling.
→"Basisinstellingen", Pagina23
2.
Herhaal de kalibratie.
→"Voor het eerste gebruik", Pagina12
Er verschijnt een mel-
ding om te ontkalken,
zonder dat eerst de
teller wordt weerge-
geven.
Ingestelde waterhardheid is te laag.
1.
Ontkalk het apparaat.
→"Ontkalken", Pagina30
2.
Controleer de waterhardheid en stel deze in de basisinstellingen in.
→"Basisinstellingen", Pagina23
Er verschijnt een mel-
ding om te spoelen.
Tijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeld.
▶
Spoel het apparaat.
→"Ontkalken", Pagina30

nl Storingen verhelpen
38
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Op het display ver-
schijnt "Watertank vul-
len", hoewel de water-
tank gevuld is.
Watertank is niet vergrendeld.
▶
Plaats de watertank correct, zodat hij in de houder vastklikt.
→"Watertank vullen", Pagina17
Watertank is gevallen. Door schokken zijn onderdelen in de watertank losgekomen. De wa-
tertank wordt lek.
▶
Bestel een nieuwe watertank.
→"Servicedienst", Pagina39
Storing
▶
Gebruik geen gedemineraliseerd of gefilterd water.
→"Bepaal vóór het eerste gebruik de waterhardheid", Pagina12
Sensor is defect.
▶
Neem contact op met de
→"Servicedienst", Pagina39.
Toetsen knipperen. Er is condenswater ontstaan achter het bedieningspaneel.
Geen handeling vereist. Zodra het condenswater verdampt is, knipperen de toetsen niet
meer.
Er klinken plop-gelui-
den bij de bereiding
met stoom.
Koud/warm-effect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdamp.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Het apparaat bromt
tijdens het gebruik en
na het uitschakelen.
Functiecontrole van de pomp veroorzaakt geluid tijdens het gebruik.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Verlichting van de
binnenruimte werkt
niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
▶
Wijzig de basisinstelling naar verlichting.
→"Basisinstellingen", Pagina23
LED-lampje is defect.
▶
Neem contact op met de
→"Servicedienst", Pagina39.
Maximale gebruiks-
duur bereikt.
Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren
automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. Er verschijnt een aanwij-
zing op het display.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-in-
stellingen.
1.
Om de werking voort te zeggen, schakelt u het apparaat uit met
en weer aan. De wer-
king opnieuw instellen en starten.
2.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met uit.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijdsduur instel-
len.
→"Tijdfuncties", Pagina16
Foutcode bestaande
uit letters en cijfers
verschijnt op het dis-
play, bijv. E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit en weer in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
2.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens
het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
→"Servicedienst", Pagina39
Bereidingsresultaat is
niet bevredigend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept-, hoeveelheid- en levensmiddel-
afhankelijk.
▶
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
Tip:Veel overige informatie over de bereiding en de passende instelwaarden vindt u in
de HomeConnect app of op onze homepage www.bosch-home.com.

Afvoeren nl
39
Afvoeren
24 Afvoeren
24.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
25 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en
het volgnummer (Z-Nr.) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De
lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur
worden vervangen.
25.1 Productnummer (E-Nr.),
productienummer (FD) en volgnummer (Z-
Nr.)
Het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD)
en het volgnummer (Z-Nr.) vindt u op het typeplaatje
van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent. Bij enkele apparaten die werken
met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
U kunt de apparaatinformatie ook in de basisinstellin-
gen laten weergeven.
→"Basisinstellingen", Pagina23
Informatie over vrije software en opensourcesoftware
26 Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de
houders van de intellectuele eigendom als vrije softwa-
re of opensourcesoftware zijn gelicentieerd.
De informatie over de betreffende licentie is in het huis-
houdapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze li-
centie-informatie via de HomeConnect app raadple-
gen: 'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-
informatie'.
1
Verder kunt u de licentie-informatie downlo-
aden via de productwebsite. (Zoek daarvoor op de pro-
ductwebsite naar uw apparaatmodel en de bijbehoren-
de documentatie.) In plaats daarvan kunt u de betref-
fende informatie ook aanvragen via ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-
Wery-Str. 34, D-81739 München.
De broncode wordt u op verzoek ter beschikking ge-
steld.
Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-
Wery-Str. 34, D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden
u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende
drie jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste ge-
durende de periode waarin wij support en reserveon-
derdelen voor het betreffende apparaat bieden.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering

nl Conformiteitsverklaring
40
Conformiteitsverklaring
27 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het appa-
raat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de
fundamentele vereisten en de overige toepasselijke be-
palingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de aanvullende docu-
menten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
5-GHz-band (5150–5350MHz + 5470–5725MHz):
max. 200mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
Zo lukt het
28 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
Tip:Veel overige informatie over de bereiding en de
passende instelwaarden vindt u in de HomeConnect
app of op onze homepage www.bosch-home.com.
28.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn instelberei-
ken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wan-
neer u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoi-
re dan pas na het voorverwarmen in de binnenruim-
te.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
Geschikte accessoires kunt u bij de klantenservice, in
de vakhandel of op het internet kopen.
→"Meer accessoires", Pagina12
28.2 Aanwijzingen voor het bakken
¡ Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn don-
kere bakvormen van metaal het beste geschikt.
¡ Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde ge-
rechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge
vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en wor-
den donkerder aan de bovenkant.
¡ Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede
bereidt, schuif deze er dan op niveau 2 in.
¡ De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel
voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een
rechthoekige vorm.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
▶ Giet nooit water in de hete binnenruimte.
▶ Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Wanneer u verwarmingsmethode 4D-hete lucht ge-
bruikt, kunt u kiezen tussen de inschuifhoogtes 1, 2, 3
en 4. Het beste resultaat verkrijgt u wanneer de u de
volgende inschuifhoogten gebruikt.
Bakken op één niveau Hoogte
Hoog gebak / vorm op het rooster 2
Plat gebak / bakplaat 3
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
2niveaus
¡ Braadslede
¡ Bakplaat
3
1
2niveaus
¡ 2 roosters met vormen erop 3
1

Zo lukt het nl
41
Bakken op meerdere niveaus Hoogte
3niveaus
¡ Bakplaat
¡ Braadslede
¡ Bakplaat
5
3
1
4niveaus
¡ 4 roosters met bakpapier 5
3
2
1
Gebruik de verwarmingsmethode 4Dhete lucht.
Opmerking:Gebak op bakplaten of in vormen die ge-
lijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op het-
zelfde moment klaar te zijn.
28.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij
braden, stoven en grillen
¡ Het insteladvies geldt voor braadproducten op koel-
kasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar
gevogelte.
¡ Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant
van het vel naar beneden op de vorm.
¡ Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½
tot ⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder
knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meer-
dere stukken tegelijkertijd.
¡ Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dik-
te. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lek-
ker mals.
¡ Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het
rooster.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede met opgelegd rooster een niveau onder
de aangegeven inschuifhoogte in de binnenruimte.
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot ½liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
¡ Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn
voor de oven.
¡ Plaats de vorm op het rooster.
¡ Vormen van glas zijn het meest geschikt.
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de
braadvorm aan.
Braden in open vormen
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
¡ Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
¡ Bij vlees moet er tussen het te braden product en
het deksel minimaal 3cm afstand zijn. Het vlees
kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
▶ Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
Circulatiegrillen is zeer geschikt voor de bereiding van
heel gevogelte, hele vis en vlees, bijv. braadvlees met
een korstje.
¡ Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en verge-
lijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en
blijven lekker mals.
¡ Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het roos-
ter.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede minstens één niveau onder het rooster
in de binnenruimte.
Opmerkingen
¡ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgescha-
keld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de
ingestelde grillstand.
¡ Bij het grillen kan rook ontstaan.
28.4 Aanwijzingen voor het stomen
Gerechten voorzichtig bereiden. Het product blijft bij-
zonder mals.
In tegenstelling tot de bereiding met stoomtoevoer
krijgt het vlees geen korst.
¡ Gebruik open, hitte- en stoombestendige vormen.
¡ De stoombak met gaatjes, maat XL, is het meest ge-
schikt. Om afdruipende vloeistof op te vangen,
schuift u de braadslede een niveau lager er onder in
de binnenruimte.
U kunt ook een glazen schaal gebruiken en deze op
het rooster plaatsen.
¡ Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie
worden bereid met folie af, bijv. met vershoudfolie.
¡ U hoeft het voedsel niet te keren.
¡ Als smaakvariatie kunt u vlees, gevogelte of vis vóór
het stomen aanbraden. Verkort de bereidingsduur.
¡ Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en
een langere bereidingsduur nodig.
¡ Wanneer u meerdere stukken gebruikt die even
zwaar zijn, dan verlengt het apparaat de opwarmtijd.
De bereidingsduur blijft gelijk.
¡ Open de deur tijdens het stoomproces zo weinig
mogelijk. Dep na de bereiding het condensaatreser-
voir uit. Het overlopen van het condensaatreservoir
kan leiden tot beschadiging van het meubel.
¡ In het belangrijkste deel van de gebruikershandlei-
ding vindt u informatie, hoe u de stoomfunctie in-
stelt.
→"Stoom", Pagina17

nl Zo lukt het
42
Groente op verschillende niveaus
Op 2 niveaus kunt u uitstekend meerdere gerechten of
hele menu's bereiden, bijv. broccoli en aardappelen.
→Pagina45
Rijst of graan
¡ Voeg water of vloeistof in de aangegeven verhou-
ding toe.
Zo betekent bijvoorbeeld: 1:1,5 = per 100 g rijst
150 ml vloeistof toevoegen.
28.5 Aanwijzingen voor de bereiding van
kant-en-klaar gerechten
¡ Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van
het soort levensmiddelen. Mogelijk zijn de produc-
ten al bruin of vertonen ze ongelijkmatigheden.
¡ Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproduc-
ten. Verwijder het ijs van het gerecht.
¡ Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking
nemen.
¡ Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het
kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
¡ Verdeel stuksgerechten, zoals broodjes en aardap-
pelproducten, gelijkmatig en vlak over de accessoi-
res. Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen zit.
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de ver-
pakking aan.
28.6 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Cake, fijn Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
2 150-170 - 60-80
Cake, 2 niveaus Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
3+1 140-160 - 60-80
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
2 170-190 - 55-80
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
2 150-160 - 50-60
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
2 1. 150-160
2. 150-160
1
uit
1. 10
2. 25-35
Zandtaartdeeggebak met
vochtige bedekking
Braadslede 3 160-180 - 55-75
Gebak van gistdeeg met
vochtige bedekking
Braadslede 3 180-190 - 30-40
Cakerol Bakplaat 3 180-200
1
1 10-15
Muffins Muffinplaat 3 170-190 - 15-20
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 3 160-180 2 25-35
Koekjes Bakplaat 3 140-160 - 15-30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-160 - 15-30
Koekjes, 3 niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140-160 - 15-30
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.

Zo lukt het nl
43
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Brood, 750g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
2. 180-190
3
uit
1. 10-15
2. 25-35
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 1. 210-220
2. 180-190
3
uit
1. 10-15
2. 45-55
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
2 200-210 - 35-45
Plat rond brood Braadslede 3 220-230 3 20-30
Broodjes, vers Bakplaat 3 200-220 2 20-30
Pizza, vers - op de bak-
plaat
Bakplaat 3 200-220 - 25-35
Pizza, vers - op de bak-
plaat, 2 niveaus
Braadslede
+
Bakplaat
3+1 180-190 - 35-45
Pizza, vers, dunne bo-
dem, in pizzavorm
Pizzaplaat 2 220-230 - 20-30
Quiche Quiche-vorm met
donkere coating
3 190-210 - 30-40
Flammkuchen Braadslede 3 240-250
1
- 10-18
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 2 150-170 2 40-50
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Ovenschaal 2 160-190 - 50-70
Kip, 1,3 kg, ongevuld Rooster 2 200-220 - 60-70
Kip, 1,3 kg, ongevuld Rooster 2 190-210 2 50-60
Kipfilet, stomen Stoombak met
gaatjes
3 100 - 15-25
Kleine kipdelen, à 250g Rooster 3 200-220 2 30-45
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 2 160-180 - 120-150
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 2 1.
2.
3.
1. 130-140
2. 150-160
3. 170-180
2
2
uit
1. 110-120
2. 20-30
3. 30-40
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 180-190 - 110-130
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 2 190-200 - 120-140
Gebraden varkensvlees
met zwoerd, bijv. schou-
derstuk, 2kg
Open vorm 2 1.
2.
3.
1. 100
2. 170-180
3. 200-210
uit
1
uit
1. 25-30
2. 60-80
3. 20-30
Runderfilet, medium,
1kg
Rooster 2 210-220 - 40-50
Runderfilet, medium,
1kg
Open vorm 2 190-200 1 50-60
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 2 200-220 - 130-160
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.

nl Zo lukt het
44
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C / grillstand
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 2 200-220 - 140-160
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster 2 220-230 - 60-70
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 2 190-200 1 65-80
Burger, 3-4cm hoog Rooster 4 3 - 25-30
2
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 2 170-190 - 50-80
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 2 170-180 1 80-90
Vis, gebraden, heel
300g, bijv. forel
Braadslede 2 1. 170-180
2. 160-170
1
uit
1. 15-20
2. 5-10
Vis, gestoomd, heel,
300g, bijv. forel
Stoombak met
gaatjes
3 80-90 - 15-25
Visfilet, ongepaneerd, ge-
stoomd
Stoombak met
gaatjes
3 80-100 - 10-16
Bloemkool, heel, stomen Stoombak met
gaatjes
3 120 - 20-30
Wortelen in plakjes, sto-
men
Stoombak met
gaatjes
3 120 - 5-7
Spinazie stomen Stoombak met
gaatjes
3 100 - 2-3
Aardappels in de schil,
heel
Stoombak met
gaatjes
3 120 - 30-35
Rijst met lange korrel,
1:1,5
Vlakke vorm 3 110 - 12-17
Eieren, hardgekookt Stoombak met
gaatjes
3 100 - 9-12
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
Dessert
Crème caramel of crème brûlée bereiden
1.
Maak de massa voor de crème volgens uw recept.
2.
Vul de vormpjes tot 2-3cm hoog met het mengsel.
3.
Plaats de vormpjes in de stoombak met gaatjes,
maat XL.
4.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie
worden bereid met folie af, bijv. met vershoudfolie.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
6.
Verleng de bereidingstijd bij vormpjes van zeer dik
materiaal.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk (3,5% vet) op 90°C verwarmen op de
kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C vol-
doende.
3.
150g yoghurt op koelkasttemperatuur door de
melk roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
8.
Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12uur
lang rusten in de koelkast.
Insteladvies voor desserts, compote
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Crème brûlée Portievormen 3 85 - 20-30

Zo lukt het nl
45
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Crème caramel Portievormen 3 85 - 30-40
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
35-40 - 300-360
Menu bereiden met stoom
Insteladvies en nadere informatie over het bereiden van
een compleet menu.
Aanwijzingen voor de bereiding van menu's
¡ Gebruik een geschikt accessoire en schuif dit op de
juiste wijze in de oven. →Pagina10
¡ Inschuifhoogtes:
– Stoombak, maat M: hoogte 5
– Stoombak, maat XL: hoogte 3
– Braadslede, hoogte1
¡ Plaats eerst de producten met de langste berei-
dingstijd in de binnenruimte. Plaats de overige pro-
ducten op een geschikt tijdstip later in het apparaat.
Zo zijn alle gerechten gelijktijdig klaar.
¡ Houd de aanwijzingen voor de bereiding van de in-
dividuele gerechten aan.
– De opwarmtijd varieert afhankelijk van de grootte
en het gewicht van de gerechten.
– De bereidingstijd is onafhankelijk van de hoe-
veelheid.
– Gebruik stoombestendige vormen.
– Soufflé met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
– De braadslede altijd op hoogte 1 plaatsen.
¡ De totale bereidingstijd wordt bij het bereiden van
menu's met stoom wat langer, omdat bij het openen
van de deur telkens wat stoom ontsnapt en het ap-
paraat opnieuw opgewarmd moet worden.
¡ Veeg de binnenruimte en het condensaatreservoir
na het menugaren droog.
Insteladvies voor bereiden middels vooringestelde menu's
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Gekookte aardappel, in
vieren gedeeld
Diepvries zalmfilets
Broccoli
Stoombak met
gaatjes, maatM
+
Stoombak zonder
gaatjes, maatM
+
Stoombak met
gaatjes, maatXL
5+5+3 100 - 1. 30
2. 20
3. 10
28.7 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidings-
wijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Langzaam garen
Bereid fijn vlees, bijv. zachte delen van rund, kalf, var-
ken, lam, of gevogelte, langzaam bij lage temperatuur.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking:Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij
de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste:De binnenruimte is koud.
1.
Gebruik vers en hygiënisch perfect vlees, zonder
bot.
2.
De vorm op het rooster op niveau 2 in de binnen-
ruimte plaatsen.
3.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voor-
verwarmen.
4.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
5.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de
binnenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat de temperatuur in de
binnenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tij-
dens het langzaam garen gesloten.

nl Zo lukt het
46
Tips voor het langzaam garen
Hier vindt u tips voor een goed resultaat bij langzaam
garen.
Vraag Tip
U wilt een eenden-
borst langzaam ga-
ren.
¡ Leg de eendenborst koud in
een pan.
¡ Bak eerst de huidzijde aan.
¡ Eendenborst langzaam ga-
ren.
¡ Na het langzaam garen de
eendenborst gedurende 3
tot 5 minuten knapperig gril-
len.
U wilt uw zacht ge-
gaarde vlees zo
heet mogelijk serve-
ren.
¡ De serveerborden voorver-
warmen.
¡ De bijbehorende sauzen
heel heet serveren.
Insteladvies voor langzaam garen
Voedingswaar Accessoires /
vormen
Hoogte Aan-
braad-
duur in
min.
Verwar-
mingsme-
thode
Tempera-
tuur in °C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Eendenborst, rosé à
300g
Open vorm 2 6-8 90
1
- 45-60
Varkenshaas, heel Open vorm 2 4-6 80
1
- 45-70
Runderfilet, 1kg Open vorm 2 4-6 80
1
- 90-120
Kalfsmedaillons,
4cm dik
Open vorm 2 4 80
1
- 30-50
Lamsrack, zonder
been, à 200g
Open vorm 2 4 80
1
- 30-45
1
Het apparaat voorverwarmen.
Sous-vide
De bereiding sous-vide betekent het klaarmaken van
gerechten „onder vacuüm“, bij lage temperaturen tus-
sen 50 - 95°C en bij 100% stoom.
De bereiding sous-vide is een gezonde bereidingswijze
voor vlees, vis, groenten en desserts.
De gerechten worden met behulp van een vacuümap-
paraat in een speciale hittebestendige kookzak lucht-
dicht verpakt.
Door het beschermende omhulsel van de vacumeerzak
blijven voedings- en aromastoffen behouden. Door de
lage temperaturen en de directe warmteoverdracht is
het mogelijk om op een gecontroleerde manier elk wil-
lekeurig gaarpunt te bereiken. Zo is het bijna onmoge-
lijk dat de gerechten te gaar worden.
Aanwijzingen voor de sous-vide bereiden
¡ Porties
– Houd de in het insteladvies aangegeven hoeveel-
heden en grootte van de stukken aan. Pas bij
grotere hoeveelheden de stukken en de berei-
dingstijd aan.
– Het apparaat kan maximaal 2kg gerechten
sous-vide bereiden.
– Voor groente en desserts is de hoeveelheid voor
4personen weergegeven.
¡ U kunt op tot maximaal 2 inschuifhoogtes producten
bereiden. Schuif hiervoor de braadslede voor het
opvangen van afdruipend condens altijd op niveau
1 in. Het rooster wordt erboven geplaatst.
¡ De kwaliteit van het bereidingsresultaat wordt voor
100% beïnvloed door de aard van het oorspronkelij-
ke product. Gebruik uitsluitend verse levensmidde-
len van de beste kwaliteitsklasse. Alleen zo krijgt u
een goed en smakelijk bereidingsresultaat.
Levensmiddelen vacumeren
Gebruik om een gelijkmatige warmte-overdracht en een
geoptimaliseerd kookresultaat te behalen voor het va-
cumeren een vacuümsealer die tot 99% vacuüm kan
realiseren.
Tip:Vacumeer om te verhinderen dat gassen, zoals
bijv. bij groente, uit het levensmiddel ontsnappen, de
levensmiddelen maximaal een dag vóór het bereidings-
proces. De gassen verhinderen de warmteoverdracht
of zorgen ervoor dat de gerechten door de vacuüm-
druk hun structuur en hierdoor hun kookgedrag veran-
deren.
Opmerking:Maak geen gebruik van de kerntempera-
tuursensor.
1.
Kruid de gerechten met de helft van de gebruikelij-
ke hoeveelheid.
Door de bereiding onder vacuüm kunnen geen aro-
ma's ontsnappen. Gebruikelijke aromahoeveelhe-
den, zoals specerijen, kruiden en knoflook, beïnvloe-
den de smaak aanzienlijk sterker en intensiveren
deze.

Zo lukt het nl
47
Tip:U kunt al met een klein beetje boter en zout in
de vacumeerzak de natuurlijke aroma's van kwalita-
tief hoogwaardig levensmiddelen intensiveren.
Verschillende ingrediënten hebben invloed op de
bereiding van het gerecht:
– Zout en suiker verkorten de bereidingstijd.
– Zuurhoudende levensmiddelen laten gerechten
vaster worden, bijv. citroensap of azijn.
– Alcohol en knoflook geven de gerechten een on-
aangename bijsmaak.
2.
Vouw om de vacumeerzak te vullen de rand van de
zak 3-4cm om en plaats deze in een container,
bijv. in een maatbeker.
Let er bij het vullen van de vacumeerzak op dat er
bij de naad geen levensmiddelen zitten.
3.
Controleer voor het bereiden of het vacuüm in de
zak intact is.
Let daarvoor op de volgende punten:
– Zorg ervoor dat er geen lucht in de vacumeerzak
zit.
– Zorg ervoor dat de lasnaad correct is gesloten.
– Zorg ervoor dat er geen gaten in de vacumeer-
zak zitten.
– Gezamenlijk gevacumeerde stukken vlees of vis
mogen niet direct tegen elkaar zijn gedrukt.
4.
Als de vacumeerzak niet ideaal is gevuld, het pro-
duct in een nieuwe zak doen en opnieuw vacume-
ren.
Gerechten voor sous-vide koken voorbereiden
Op vrijwel alle oppervlakken van levensmiddelen bevin-
den zich bacteriën.
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de
gezondheid!
De bereiding sous-vide gebeurt bij lage temperaturen
kan bij niet-naleving van de gebruiks- en hygiënevoor-
schriften tot schade aan de gezondheid leiden.
▶ Alleen levensmiddelen gebruiken die vers en van
hoge, onberispelijke kwaliteit zijn.
▶ De handen wassen en ontsmetten.
▶ Wegwerphandschoenen, een kooktang of een grill-
tang gebruiken.
▶ Kritische levensmiddelen zoals gevogelte, eieren en
vis dienen zeer zorgvuldig te worden klaargemaakt.
▶ Groente en fruit altijd grondig wassen en schillen.
▶ Zorg ervoor dat bereidingsoppervlakken en snijplan-
ken schoon zijn.
▶ Voor verschillende soorten levensmiddelen aparte
snijplanken gebruiken.
▶ Koelketen slechts kort onderbreken voor het voor-
bereiden van de levensmiddelen.
▶ Gevacumeerde gerechten maximaal 24uur in de
koelkast bewaren voordat u met het bereidingspro-
ces begint.
▶ Na het bereidingsproces de gerechten direct consu-
meren en niet langer bewaren, ook niet in de koel-
kast. Ze kunnen niet opnieuw worden verwarmd.
▶
Houd om de bacteriën te doden de gevacumeerde
en nog niet bereide producten max. 3seconden in
kokend water.
a De ingrediënten zijn met weinig bacteriën en hygië-
nisch voor het sous-vide-koken voorbereid.
Producten sous-vide koken
Vereisten
¡ Het product is gevacumeerd. →Pagina46
¡ Het product is voorbereid. →Pagina47
1.
Het product op het rooster leggen.
Leg de gevacumeerde producten niet op elkaar of
te dicht naast elkaar op het rooster om een gelijk-
matige warmteverdeling van het gerecht te verkrij-
gen.
2.
Schuif de braadslede in op niveau1 om afdruipend
condens op te vangen.
3.
LET OP!
Risico op meubelschade
▶ Gebruik geen tweede watertankvulling voor de
sous-vide koken.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
De insteladviezen zijn gebaseerd op de reikwijdte
van een watertankvulling. In het algemeen geldt bij
een volledig gevulde watertank, afhankelijk van de
temperatuur de volgende maximale bereidingsduur:
Temperatuur in °C Maximale tijdsduur in
minuten
50 270
60 210
70 150
80 120
90 90
4.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op
de vacumeerzak.
▶ De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig
optillen, zodat het warme water in de braadslede
of de bak loopt.
▶ De vacumeerzak voorzichtig met een pannenlap
verwijderen.
Laat na bereiding de binnenruimte afkoelen en
neem aansluitend het water op met een spons.
5.
Droog de vacumeerzak van buiten af en leg deze in
een schone vorm.
6.
Open de vacumeerzak met een schaar. Doe het he-
le product en de vloeistof in de vorm.
U kunt een saus of vleessaus maken van de marina-
de.
7.
Maak het product klaar om te serveren.
Voedings-
waar
Aanwijzingen voor de bereiding
Vlees ¡ Dep het vlees alvorens het in de
hete olie te doen met een thee-
doek af ter voorkoming van vet-
spatten.
¡ Braad het vlees zeer heet gedu-
rende enkele seconden per zijde.
Hierdoor krijgt het vlees een korst
en het gebruikelijke roosteraroma,
zonder dat het te gaar wordt.

nl Zo lukt het
48
Voedings-
waar
Aanwijzingen voor de bereiding
Vis ¡ De vis kruiden en er hete boter
over gieten.
¡ Braad de vis enkele seconden per
zijde aan om een korst en roos-
teraroma te verkrijgen.
¡ Verleng de aanbraadtijd, wanneer
door het sous-vide koken de ge-
wenste gaarheid nog niet is be-
reikt.
¡ Serveer de vis op voorverwarmde
borden en met een hete saus of
boter, omdat de bereiding sous-vi-
de bij een relatief lage tempera-
tuur plaatsvindt.
Voedings-
waar
Aanwijzingen voor de bereiding
Groente ¡ Braad de groente kort aan om
een roosteraroma te krijgen.
¡ De groente op smaak brengen of
met andere ingrediënten mengen.
Insteladvies voor sous-vide koken
Voedingswaar Accessoires /
vormen
Verwar-
mingsme-
thode
Tempera-
tuur in °C
Stoomstand Tijdsduur in
min.
Aanwijzingen om-
trent sous-vide
Runderfilet, stuk,
saignant, 3-4cm dik
Rooster
+
Braadslede
58 - 90 Vacumeren met bo-
ter en rozemarijn.
Runderfilet, stuk, me-
dium, 3-4cm dik
Rooster
+
Braadslede
65 - 80 Vacumeren met bo-
ter en rozemarijn.
Eendenborst, à 300g Rooster
+
Braadslede
62 - 70 Vetlaag insnijden,
de kant van het
vlees bestrooien
met wat peper en
zout en vacumeren
met een klein stukje
sinaasappelschil.
Visfilet, 2-3 cm dik,
bijv. zalm, kabeljauw
Rooster
+
Braadslede
65 - 25 Vacumeren met bo-
ter en een beetje
zout.
Champignons, in vie-
ren gedeeld, 500g
Rooster
+
Braadslede
85 - 20-25 Vacumeren met bo-
ter, rozemarijn, een
beetje knoflook en
zout.
Wortelen, in plakjes
0,5cm, 600g
Rooster
+
Braadslede
90 - 70-80 Recepttip: vacume-
ren met sinaasap-
pelsap, kerrie en bo-
ter.
Aardappels, geschild
en in vieren gesne-
den, 800g
Rooster
+
Braadslede
95 - 35-45 Recepttip: vacume-
ren met boter en
zout. Goed voor ver-
dere verwerking,
bijv. voor salade.
Ananas, in plakken
1,5cm, 400g
Rooster
+
Braadslede
85 - 70-80 Recepttip: vacume-
ren met boter, ho-
ning en vanille.

Zo lukt het nl
49
Voedingswaar Accessoires /
vormen
Verwar-
mingsme-
thode
Tempera-
tuur in °C
Stoomstand Tijdsduur in
min.
Aanwijzingen om-
trent sous-vide
Appels, geschild, in
partjes 0,5cm,
2-4stuks
Rooster
+
Braadslede
85 - 15-25 Recepttip: vacume-
ren met caramel-
saus. Stevige appel-
rassen zijn het
meest geschikt, bijv.
Jonagold of Bos-
koop.
Vanillesaus 0,5l Rooster
+
Braadslede
82 - 15-25 Recepttip: 0,5l
melk, 1ei, 3eier-
dooiers, 80g suiker
en het merg van
een vanillestokje
door elkaar roeren
en vacumeren.
Air Fry
Bereid gerechten door Air Fry knapperig en met weinig
vet. Air Fry is bijzonder geschikt voor gerechten die u
normaal gezien in olie frituurt.
Aanwijzingen voor de bereiding met Air Fry
Neem deze informatie in acht als u gerechten met Air
Fry bereidt.
¡ De bereiding met Air Fry is slechts op een niveau
mogelijk.
¡ Met het Air Fry-toebehoren worde de gerechten
knapperiger. Als het Air-Fry toebehoren niet stan-
daard bij het apparaat wordt geleverd, kunt u het als
speciaal toebehoren verkrijgen.
¡ De oven niet voorverwarmen.
¡ Geen bakpapier gebruiken. De lucht moet in de bin-
nenruimte circuleren.
¡ Diepgevroren gerechten niet ontdooien.
¡ De gerechten gelijkmatig in het Air Fry-toebehoren
of de universele braadslede verdelen. Indien moge-
lijk slechts een laag van de gerechten over het toe-
behoren verdelen.
¡ Het toebehoren op hoogte 3 in de binnenruimte
schuiven. Als u het Air Fry-toebehoren gebruikt, kunt
u ter bescherming tegen verontreiniging een lege
universele braadslede op hoogte 1 inschuiven.
¡ Halverwege de bereidingstijd het product keren. Bij
grotere hoeveelheden het product 2 keer keren.
Tip:Het product pas na het bereiden zouten. Hierdoor
wordt het product knapperiger.
Gepaneerde groente is eveneens geschikt voor de be-
reiding met Air Fry. Om vet te sparen, de panade met
een verstuiver met olie besproeien. Zo ontstaat een
knapperige korst met weinig vet.
Insteladvies voor Air Fry
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Patat Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 15-20
Aardappelsnack, gevuld Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 15-20
Aardappel-rösti Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 15-20
Kipsticks, nuggets, diep-
vries
Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 8-12
Vissticks Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 10-20
Broccoli, gepaneerd Air-Fry-plaat
of
Braadslede
3 180-200 - 10-20

nl Zo lukt het
50
Desinfecteren en hygiëne
Ontsmet onberispelijk, hittebestendig servies of baby-
flesjes. Deze manier komt overeen met de gebruikelijke
wijze van uitkoken.
Flesjes ontsmetten
1.
Reinig de flesjes altijd direct na het drinken met de
flessenborstel.
2.
Reinig de flesjes in de vaatwasser.
3.
Zet de flesjes zó in de stoombak, maat XL, dat ze
elkaar niet raken.
4.
Start het programma "Desinfecteren".
5.
Droog de flesjes af met een schone doek.
6.
Neem het apparaat na het desinfecteren van binnen
af.
Aanwijzingen voor het desinfecteren
Houd deze informatie aan wanneer u servies desinfec-
teert.
¡ U kunt jampotten of inmaakpotten en hun deksel
voorbereiden met behulp van uw apparaat.
¡ U kunt jam nabehandelen, om de houdbaarheid van
de marmelade te verbeteren.
¡ Desinfecteer alleen hittebestendige servies dat ge-
schikt is voor stomen.
¡ Gebruik alleen schone potten en deksels, die in een
onberispelijk staat verkeren.
¡ Het beste kunt u het servies vóór het desinfecteren
reinigen in de vaatwasser.
Insteladvies voor hygiëne
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Schone vorm kiemvrij
maken
Stoombak met
gaatjes
2 100 - 15-20
Deeg laten rijzen
In uw apparaat rijst deeg met gist sneller dan bij ka-
mertemperatuur en het droogt niet uit.
Vereiste:De binnenruimte is koud.
1.
Schuif het rooster in de binnenruimte.
2.
Plaats het deeg in een hittebestendige kom op het
rooster.
De kom niet afdekken.
3.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
De gegevens zijn richtwaarden. Temperatuur en
duur van het gisten zijn afhankelijk van de soort en
hoeveelheid van de ingrediënten.
4.
Open tijdens het rijzen de apparaatdeur niet omdat
er anders vocht ontsnapt.
5.
Veeg vóór het bakken de binnenruimte droog.
Insteladvies voor het laten rijzen van deeg
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Vetrijk deeg, bijv. Panet-
tone
Schotel op rooster 2 40-45 - 40-90
Witbrood Schotel op rooster 2 35-40 - 30-40
Regenereren
Warm gerechten voorzichtig op met stoom. De gerech-
ten smaken en zien eruit als vers klaargemaakt. U kunt
ook bakproducten van de vorige dag opbakken.
Aanwijzingen voor het regenereren
¡ Gebruik open, hitte- en stoombestendige vormen.
¡ Gebruik een platte, brede vorm. Door een koude
vorm duurt het regenereren langer.
¡ Plaats de vorm op het rooster.
¡ Leg het voedsel, dat u niet in de vorm bereidt, direct
op het rooster op niveau 2, bijv. broodjes.
¡ Dek het voedsel niet af.
¡ Open tijdens het regenereren de deur van de bin-
nenruimte niet, omdat er veel stoom ontsnapt.
¡ Veeg de binnenruimte en het condensaatreservoir
na het regenereren droog.
Insteladvies voor opwarmen en regenereren
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Schotel, gekoeld, 1por-
tie
Open vorm 2 120-130 - 15-25
1
Het apparaat voorverwarmen.

Zo lukt het nl
51
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Stoom-
stand
Tijdsduur in
min.
Pizza, gebakken, ge-
koeld
Rooster 2 170-180
1
- 5-15
Broodjes, baguette, ge-
bakken
Rooster 2 150-160
1
- 10-20
Pizza, gebakken, diep-
vries
Rooster 2 170-180
1
- 5-15
Broodjes, baguette, ge-
bakken, diepvries
Rooster 2 160-170
1
- 10-20
1
Het apparaat voorverwarmen.
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
¡ Voorkom condensvorming wanneer u de verwar-
mingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de
binnenruimte niet af te nemen.
¡ Dek het voedsel niet af.
¡ Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
¡ Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het
warmhouden verder garen.
De verschillende standen voor de stoomtoevoer zijn
geschikt voor het warmhouden van:
¡ Stand 1: braadstukken en kort gebraden producten
¡ Stand 2: ovenschotels en bijgerechten
¡ Stand 3: eenpansgerechten en soepen
28.8 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te verge-
makkelijken.
Bakken
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden
zonder snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
– Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
– Vormen op het rooster:
Eerste rooster: hoogte 3
Tweede rooster: hoogte1
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 3niveaus:
– Bakplaat: hoogte5
– Braadslede, hoogte3
– Bakplaat: hoogte1
¡ Biscuitgebak
– Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen.
– Als alternatief voor een rooster kunt u ook de
door ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Spritskoekjes Bakplaat 3 140-150
1
- 25-40
Spritskoekjes Bakplaat 3 140-150
1
- 25-40
Spritskoekjes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 140-150
1
- 30-40
Spritskoekjes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 130-140
1
- 35-55
Kleine cakes Bakplaat 3 160
1
- 20-30
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.

nl Zo lukt het
52
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Kleine cakes Bakplaat 3 150
1
- 25-35
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 150
1
- 25-35
Kleine cakes, 3niveaus 2x
Bakplaat
+
Braadslede
5+3+1 140
1
- 35-45
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
2 160-170
2
- 25-35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
2 160-170
2
- 30-40
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
2 1. 150-160
2. 150-160
1
uit
1. 10
2. 20-25
Biscuitgebak, 2 niveaus 2x
Springvorm
Ø26cm
3+1 150-170
2
- 30-50
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Stomen
Schuif de braadslede onder de bak met gaatjes maat
XL, wanneer dit in het insteladvies wordt aangegeven.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het stomen op één niveau
¡ Gebruik maximaal 2,5 kg.
¡ Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte3
Inschuifhoogtes bij stomen op twee niveaus
¡ Gebruik maximaal 1,8 kg per niveau.
¡ Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte5
¡ Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte3
Insteladviezen voor het stomen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Erwten, diepvries, twee
bakken
2x
Stoombak, maat XL
+
Braadslede
5+3+1 100 - -
1
Broccoli, vers, 300g Stoombak, maat XL 3 100
2
- 8-9
3
Broccoli, vers, een bak Stoombak, maat XL 3 100
2
- 10-11
3
1
**De controle is beëindigd wanneer op de koudste plek 85°C is bereikt (zie IEC 60350-1).
2
Het apparaat voorverwarmen.
3
Een vergelijkbare mate van gaarheid tussen referentiemonster en hoofdmonster wordt bereikt wanneer het refe-
rentiemonster 5 minuten (uitgevoerd zoals beschreven in IEC 60350-1) wordt bereid.
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Voedingswaar Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C / grillstand
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 5 3
1
- 4-6
1
Het apparaat niet voorverwarmen.

Montagehandleiding nl
53
Montagehandleiding
29 Montagehandleiding
29.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Gebruik de deurgreep niet voor transport of
inbouw.
¡ Controleer het apparaat na het uitpakken.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak
of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel aan de wand worden be-
vestigd.
¡ Let er bij apparaten met een draaibaar
schakelfront op dat dit bij het naar buiten
komen geen aangrenzende meubels raakt.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
▶ Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
▶ Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn
gecertificeerd, een minimale aderdiameter
van 1,5mm² hebben en die voldoen aan
de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen
langer netsnoer beschikbaar is, neem dan
contact op met een elektrospeciaalzaak om
de huisinstallatie aan te passen.
▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters en netsnoeren gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
▶ Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.

nl Montagehandleiding
54
29.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
29.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
¡ Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
29.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd,
dan moeten de minimale afmetingen in acht worden
genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de
minimale dikte van het werkblad berekend .
Type kookplaat a opbouw in mm a vlak gemonteerd in mm b in mm
Inductiekookplaat 37 38 5
Inductiekookplaat met
doorlopend kookoppervlak
47 48 5
Gaskookplaat 27 38 5
1
Elektrische kookplaat 27 30 2
1
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.

Montagehandleiding nl
55
29.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
29.6 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
¡ Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen.
¡ Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening
is gewaarborgd.
¡ Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebe-
horen er zonder probleem uitgenomen kan worden.
29.7 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
29.8 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.

nl Montagehandleiding
56
¡ Wanneer het display van het apparaat donker blijft,
dan is het verkeerd aangesloten. Scheid het appa-
raat van het net, controleer de aansluiting.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
▶
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn,
of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een schei-
dingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken
op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
‒ groen-geel = aarddraad
‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding
‒ bruin = fase (buitendraad)
29.9 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
29.10 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele scher-
pe randen af te dekken en een veilige montage te
waarborgen.
2.
Aluminiumprofielen voorboren, om een schroefver-
binding te maken.

Montagehandleiding nl
57
3.
Apparaat met adequate schroeven bevestigen.
29.11 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
buiten.



Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001885689*
9001885689 (030727)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

