Bosch CMG9241B1 Compacte oven met magnetron

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Specification
  • Productspecificaties - (Dutch - Holland) Download
Installation Instruction
  • Installatierichtlijnen - (Dutch - Holland) Download
Other Documents
  • EU conformiteitsverklaring - (Dutch - Holland) Download
  • Informatie over gratis & open software - (Dutch - Holland) Download
  • Aanvullende documenten - (Dutch - Holland) Download
  • Aanvullende documenten - (Dutch - Holland) Download
CMG9241B1 photo

Gebruiksaanwijzing

This is the main product document for model CMG9241B1.

The file format is pdf, 44 pages, you can download this manual here .

background
Register your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Inbouwoven
CMG9241.1
[nl]
Gebruikershandleiding en installatie-instructies
background
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid.............................................................2
2 Materiële schade vermijden ...............................6
3 Milieubescherming en besparing.......................7
4 Uw apparaat leren kennen..................................8
5 Functies ...............................................................9
6 Accessoires.......................................................11
7 Voor het eerste gebruik ....................................12
8 De Bediening in essentie..................................13
9 Tijdfuncties........................................................14
10 Magnetron .........................................................15
11 Gerechten ..........................................................17
12 Favorieten..........................................................18
13 Kinderslot ..........................................................19
14 Basisinstellingen ..............................................19
15 HomeConnect ..................................................20
16 Reiniging en onderhoud ...................................23
17 Reinigingsondersteuning .................................24
18 Drogen ...............................................................25
19 Apparaatdeur.....................................................25
20 Rekjes ................................................................26
21 Storingen verhelpen .........................................27
22 Afvoeren ............................................................29
23 Servicedienst.....................................................29
24 Informatie over vrije software en opensour-
cesoftware .........................................................29
25 Conformiteitsverklaring....................................30
26 Zo lukt het..........................................................30
27 MONTAGEHANDLEIDING .................................38
27.1 Algemene montage-instructies ......................
..38
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ In het huishouden en soortgelijke toepas-
singen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor
medewerkers in winkels, kantoren en ande-
re commerciële omgevingen, in boerderij-
en; van klanten in hotels en andere verblij-
ven, in bed and breakfasts.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011
resp. CISPR11. Het is een product van groep
2, klasse B. Groep 2 betekent dat er micro-
golven worden geproduceerd om levensmid-
delen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het
apparaat geschikt is voor huishoudelijk ge-
bruik.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
background
Veiligheid nl
3
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina11
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steek-
vlammen naar buiten treden.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %
vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
opgieten of overgieten van gerechten) ver-
hitten.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
background
nl Veiligheid
4
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, moet het ter vermijding van risi-
co's worden vervangen door de fabrikant,
de servicedienst of een andere gekwalifi-
ceerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina29
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-
TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET
VERDERE GEBRUIK BEWAREN
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-
vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-
de pantoffels, granen- pittenkussens kunnen
bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
Droog nooit gerechten of kleding met het
apparaat.
Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,
zwammen, vochtige poetslappen e.d. met
het apparaat opwarmen.
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het
bereiden van gerechten en dranken.
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan
kunnen ontbranden.
Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-
kingen die bestemd zijn om ze warm te
houden.
Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-
warmen in voorwerpen van kunststof, pa-
pier of ander brandbaar materiaal.
Bij de magnetron nooit een te groot vermo-
gen of te lange tijdsduur instellen. Houd u
aan de opgaven in deze gebruiksaanwij-
zing.
Nooit levensmiddelen drogen met de mag-
netron.
Levensmiddelen die weinig water bevatten,
zoals bijv. brood, nooit met een te hoog
magnetronvermogen of gedurende een te
lange tijd ontdooien of verwarmen.
Spijsolie kan vlam vatten.
Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de
magnetron.
WAARSCHUWING‒Kans op explosie!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht
afgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo-
deren.
Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen
verhitten in dicht afgesloten vormen.
background
Veiligheid nl
5
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel
kunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-
men, exploderen.
Nooit eieren in de eierschaal koken of
hardgekookte eieren in de eierschaal op-
warmen.
Nooit schaal- en kreeftachtige dieren ko-
ken.
Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient
u eerst de dooier door te prikken.
Bij levensmiddelen met een vaste schil of
pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en
worstjes, kan de schil knappen. Prik voor
het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in
de babyvoeding.
Warm nooit babyvoeding op in gesloten
verpakkingen.
Verwijder altijd het deksel of de speen.
Na het verwarmen goed roeren of schud-
den.
Voordat de voeding aan het kind wordt ge-
geven dient de temperatuur te worden ge-
controleerd.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vor-
men kunnen heet worden.
Neem vormen en accessoires altijd met be-
hulp van een pannenlap uit de binnenruim-
te.
De verpakking van luchtdicht verpakte levens-
middelen kan knappen.
Houd altijd de opgaven op de verpakking
aan.
Neem gerechten altijd met een pannenlap
uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de
magnetronfunctie schakelt automatisch een
verwarmingselement bij en verhit de binnen-
ruimte.
Raak nooit de hete oppervlakken in de bin-
nenruimte of de verwarmingselementen
aan.
Houd kinderen uit de buurt.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge-
vaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantof-
fels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige
schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding
tot gevolg hebben.
Droog nooit gerechten of kleding met het
apparaat.
Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,
zwammen, vochtige poetslappen e.d. met
het apparaat opwarmen.
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het
bereiden van gerechten en dranken.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-
vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook-
temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-
kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok
van het recipiënt is voorzichtigheid geboden.
De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-
spatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen
altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt
kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen
van porselein en keramiek kunnen kleine
gaatjes hebben in de handgrepen en deksels.
Achter deze gaatjes bevindt zich een holle
ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan
dit barsten veroorzaken in de vormen.
Alleen servies gebruiken dat geschikt is
voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen
vormen van metaal of vormen met metalen
coating leiden tot het ontstaan van vonken.
Het apparaat wordt dan beschadigd.
Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik
van uitsluitend de magnetron.
Alleen vormen die geschikt zijn voor de
magnetron in combinatie met een verwar-
mingsmethode gebruiken.
background
nl Materiële schade vermijden
6
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig
gevaar voor de gezondheid!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van
het apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver-
korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals
bijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-
energie.
Het apparaat regelmatig schoonmaken en
resten van voedingsmiddelen direct verwij-
deren.
Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur
en deuraanslag altijd schoon.
→"Reiniging en onderhoud", Pagina23
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de
deur van de binnenruimte of deurdichting be-
schadigd is. Er kan energie van de microgol-
ven naar buiten komen.
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de
deur van de binnenruimte, de deurafdich-
ting of de kunststof omlijsting van de deur
beschadigd is.
Alleen door de servicedienst laten repare-
ren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is af-
gedekt komt energie van microgolven vrij.
De afdekking van de behuizing nooit verwij-
deren.
Neem voor onderhouds- of reparatiewerk-
zaamheden contact op met de klantenservi-
ce.
2  Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-
vlammen en tot een permanente beschadiging van het
apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan
de apparaatdeur openspringen en er eventueel afval-
len. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-
ren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnen-
ruimte naar binnen sterk vervormen.
Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in on-
verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of over-
gieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. Open
daarvoor de apparaatdeur volledig of gebruik de
droogfunctie.
Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende
langere tijd in de gesloten binnenruimte.
Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-
schadigd raken.
Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of
laten steunen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
background
Milieubescherming en besparing nl
7
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanen-
te verkleuringen ontstaan.
Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in con-
tact komen met de deurruit.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron
gebruikt.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Accessoires die te dicht tegen elkaar worden geplaatst
veroorzaken vonken.
Het rooster niet combineren met de braadslede.
Accessoires alleen op de eigen hoogte inschuiven.
Wordt alleen de magnetron gebruikt, dan is de braad-
slede of de bakplaat niet geschikt. Er kunnen vonken
ontstaan waardoor de binnenruimte wordt beschadigd.
Gebruik het meegeleverde rooster om er iets op te
zetten.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-
oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het ap-
paraat beschadigd.
Gebruik geen vormen van aluminium in het appa-
raat.
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte
serviestest vormt hierop een uitzondering.
Wordt er bij het maken van popcorn in de magnetron
een te hoog vermogen gebruikt, dan kan de deurruit
barsten als gevolg van overbelasting.
Nooit een te hoog magnetronvermogen instellen.
Maximaal 600watt gebruiken.
Het popcornzakje altijd op een glazen schaal leg-
gen.
3  Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het re-
cept of de instellingsadviezen dat aangeven.
→"Zo lukt het", Pagina30
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Het display in de basisinstellingen uitschakelen.
→"Basisinstellingen", Pagina19
¡
Er wordt energie bespaard wanneer het display
wordt uitgeschakeld.
Twee glazen of kopjes met vloeistof tegelijkertijd ver-
warmen.
¡
Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijker-
tijd vraagt minder energie dan het verwarmen van
meerdere gerechten na elkaar.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in netwerkgebonden stand-by max. 2 W
¡ in niet netwerkgebonden stand-by met uitgescha-
keld display max.0,5W
background
nl Uw apparaat leren kennen
8
4  Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de
afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
1
2 2
1
Display met instelring
Via het display stelt u met behulp van de digita-
le instelring het apparaat in.
U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijk-
heden of aanwijzingsteksten.
→"Display", Pagina8
2
Knoppen
Met de knoppen stelt u de verschillende func-
ties direct in.
→"Knoppen", Pagina8
4.2 Knoppen
Met de knoppen kiest u de verschillende functies di-
rect.
Knop Functie
Apparaat in- of uitschakelen.
→"De Bediening in essentie",
Pagina13
Functie magnetron direct kiezen.
→"Magnetron", Pagina15
Functiekeuze-menu openen.
→"Functies", Pagina9
Eén instelling terug gaan.
Werking starten of onderbreken.
→"De Bediening in essentie",
Pagina13
Timer selecteren.
→"Timer instellen", Pagina15
Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kin-
derslot activeren.
→"Kinderslot", Pagina19
4.3 Display
Het display is in verschillende gebieden onderverdeeld.
Digitale instelring
Met de digitale instelring van buiten rond het display
verandert u de instelwaarden.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale
waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display
staan. Draai indien nodig de waarde met de instelring
weer terug.
Statusindicatie
Van boven op het display wordt statusinformatie weer-
gegeven.
Symbool Betekenis
Timer is geactiveerd.
→"Timer instellen", Pagina15
Kinderslot is geactiveerd.
→"Kinderslot", Pagina19
WiFi-signaalsterkte voor HomeConnect.
Hoe meer lijntjes van het symbool ge-
vuld zijn, des te beter is het signaal.
Wanneer het symbool is doorgestreept
, dan is er geen WiFi-signaal.
Wanneer er een "x" bij symbool is,
dan is er geen verbinding met de Ho-
meConnect server.
→"HomeConnect ", Pagina20
Start op afstand met HomeConnect is
geactiveerd.
→"HomeConnect ", Pagina20
Diagnose op afstand met HomeCon-
nect voor onderhoud is geactiveerd.
→"HomeConnect ", Pagina20
Instelbereik
In het midden van het display is het instelbereik.
In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden
en reeds uitgevoerde instellingen.
Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-
taal aangebracht. Keuzelijsten bij functies zijn verticaal
gerangschikt. Om in het instelbereik te bladeren, veegt
u over het display. Om een functie te kiezen, op de
functie in het display drukken.
→"Functie instellen", Pagina13
Mogelijke symbolen in het instelbereik
Symbool Betekenis
Instelwaarde bevestigen.
Instelwaarde resetten.
Tijdens het gebruik instelwaarde wijzi-
gen.
Opmerking:Een blauwe markering "new" of een blau-
we stip bij een functie geeft aan dat met de HomeCon-
nect app een nieuwe functie, een nieuwe favoriet of
een update op uw apparaat werd gedownload.
background
Functies nl
9
4.4 Binnenruimte
Verschillende functies in de binnenruimte ondersteunen
bij het gebruik uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina11
Uw apparaat heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-
ren.
→"Rekjes", Pagina26
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-
te.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de
verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer
dan ca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weer
uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra
het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-
digd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het
apparaat oververhit.
Dek de ventilatiesleuven niet af.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking automatisch voortgezet.
Wanneer u bij het gebruik van de magnetronfunctie de
apparaatdeur sluit, dient u de werking voort te zetten.
5  Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere
functies van uw apparaat.
Om het menu te openen op drukken.
Functie Gebruik
Verwar-
mingsme-
thoden
Fijn afgestemde verwarmingsmethoden
voor een optimale bereiding van uw ge-
rechten kiezen.
→"Verwarmingsmethoden", Pagina9
→"De Bediening in essentie",
Pagina13
Magnetron Met magnetron sneller bereiden, verhit-
ten of ontdooien.
→"Magnetron", Pagina15
Favorieten Eigen opgeslagen instellingen gebrui-
ken.
→"Favorieten", Pagina18
Gerechten Geprogrammeerde, aanbevolen instel-
lingen voor verschillende gerechten ge-
bruiken.
→"Gerechten", Pagina17
Functie Gebruik
Reiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
→"Reinigingsondersteuning",
Pagina24
→"Drogen", Pagina25
Basisinstel-
lingen
Basisinstellingen aanpassen.
→"Basisinstellingen", Pagina19
HomeConnect
Met HomeConnect kunt u de oven met een mobiel
eindapparaat verbinden en op afstand bedienen om de
volledige functionaliteit van het apparaat te benutten.
Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Ho-
meConnect app extra of uitgebreide functies voor uw
apparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden in
de app.
→"HomeConnect ", Pagina20
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw
gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over
de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om
welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het ap-
paraat u een passende temperatuur of stand voor. U
kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weerge-
geven gebied.
background
nl Functies
10
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
2D-hetelucht 30 - 230°C Op één niveau bakken of braden.
De ventilator in de achterwand verdeelt de warmte gelijkmatig in
de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30 - 230°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmings-
methode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedek-
king.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Eco hetelucht 125-230°C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voor-
zichtig garen.
De ventilator in de achterwand verdeelt de warmte gelijkmatig in
de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp
van restwarmte.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-
gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-
bruikt.
Air Fry 30 - 230°C Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder ge-
schikt voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites.
Boven- en onder-
warmte Eco
150-230°C Gekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van
het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen 30 - 230°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Vast vooringe-
stelde grillstand
Platte producten, zoals worstjes of toast grillen. Gerechten grati-
neren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, klein Vast vooringe-
stelde grillstand
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine
hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Onderwarmte 30 - 230°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Servies voorverwar-
men
30 - 90°C Servies voorverwarmen.
5.2 Temperatuur
Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de
meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur
in de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingestelde
temperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120|210°C.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment om
de gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan-
gegeven temperatuur in de binnenruimte en de inge-
stelde temperatuur gelijk zijn.
Opmerking:Door thermische traagheid kan de weer-
gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer-
kelijke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Als het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijn
rond de bedieningsring de restwarmte in de binnen-
ruimte aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe don-
kerder de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring hele-
maal uit.
5.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
De magnetronvermogens zijn standen en komen niet altijd overeen met het precieze aantal Watt dat door het appa-
raat wordt gebruikt.
Magnetronvermogen
in watt
Maximale duur in uur Gebruik
90W 1:30 Gevoelige gerechten ontdooien.
180W 1:30 Gerechten ontdooien en verder bereiden.
360W 1:30 Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen.
background
Accessoires nl
11
Magnetronvermogen
in watt
Maximale duur in uur Gebruik
600W 1:30 Gerechten verwarmen en bereiden.
900W "Boost" 0:30 Verwarmen van vloeistoffen.
Opmerking:Het maximale magnetronvermogen
"Boost" is niet bedoeld voor het verwarmen van ge-
rechten. Ter bescherming van het apparaat wordt het
maximale vermogen van de magnetron gedurende de
eerste minuten trapsgewijs tot 600W gereduceerd. Het
maximale vermogen is na een afkoelperiode weer be-
schikbaar.
6  Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet
bij het grillen op het rooster.
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies
geschikt.
Magnetrontoebehoren
Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meege-
leverde rooster geschikt.
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat,
kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.
Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht.
→"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina15
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
background
nl Voor het eerste gebruik
12
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ovendeur in de oven
schuiven.
3.
Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
7  Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-
paraat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten,
moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname
van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten
duren tot op het display de instellingen verschijnen.
1.
Schakel het apparaat in met ⁠.
a De eerste instelling verschijnt.
2.
Druk wanneer het nodig is de instelling te verande-
ren, op een waarde in de lijst of wijzig de waarde
met de instelring.
Mogelijke instellingen:
Taal
HomeConnect →"HomeConnect ", Pagina20
Tijd
→"Tijd instellen", Pagina20
3.
Op drukken en naar de volgende instelling gaan.
4.
De instellingen doorlopen en wijzigen indien ge-
wenst.
a Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op
het display dat de eerste ingebruikname is afgeslo-
ten.
5.
Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het
eerste verwarmen controleert, de deur van het appa-
raat een keer openen en sluiten.
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor
het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te
reinigen.
1.
De productinformatie en de toebehoren uit de bin-
nenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korrel-
tjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde
van het apparaat verwijderen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen
met een zachte, vochtige doek.
3.
Schakel het apparaat in met ⁠.
4.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode 2Dhetelucht
Temperatuur maximaal
Tijdsduur 1uur
→"De Bediening in essentie", Pagina13
5.
In werking stellen.
Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat verwarmt.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
6.
Schakel het apparaat uit met ⁠.
7.
Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met
zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het
apparaat is afgekoeld.
8.
Reinig de accessoires grondig met zeepsop en een
schoonmaakdoekje of een zachte borstel.
background
De Bediening in essentie nl
13
8  De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
Schakel het apparaat in met ⁠.
a Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig
heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient,
gaat het automatisch uit.
Schakel het apparaat uit met ⁠.
a Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden af-
gebroken.
a Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-in-
dicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Start de werking met ⁠.
a Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
1.
Druk op om de werking te onderbreken.
2.
Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het
menu op het display.
1.
Om in de verschillende keuzemogelijkheden te bla-
deren, over het display vegen.
Om in het menu en andere instelmogelijkheden
te bladeren, naar rechts of links vegen.
Om in keuzelijsten te bladeren, omlaag of om-
hoog vegen.
2.
Om een functie te kiezen, op de functie in het dis-
play drukken.
a Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke in-
stelwaarden of andere opties waaruit kan worden
gekozen.
3.
Om indien nodig een instelling terug te gaan, op
drukken.
4.
Om instelwaarden te wijzigen, de digitale instelring
gebruiken:
Over de instelring vegen, al naar gelang de ge-
wenste instelling rechts- of linksom.
Of op een bepaalde positie aan de instelring
drukken.
5.
De instelling met bevestigen.
6.
Start de werking met ⁠.
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking:Uw instellingen kunt u als "Favorieten"
opslaan en opnieuw gebruiken.
→"Favorieten", Pagina18
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
1.
Druk in het menu op "Verwarmingsmethoden".
2.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
3.
Druk op de temperatuur in °C of, afhankelijk van de
verwarmingsmethode, op de instelstand.
4.
Stel de temperatuur in met de instelring.
5.
Druk in het display op om de ingestelde tempera-
tuur te bevestigen.
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
→"Tijdfuncties", Pagina14
→"Magnetron", Pagina15
6.
Start de werking met ⁠.
a Het apparaat begint op te warmen.
a Op het display staan de instelwaarden en de tijd
hoelang het programma al loopt.
7.
Wanneer de werking is beëindigd:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Opmerking:De meest geschikte verwarmingsmethode
voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de
verwarmingsmethoden.
→"Verwarmingsmethoden", Pagina9
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
Op drukken.
2.
Op drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
4.
Stel de werking opnieuw in en start met ⁠.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te
allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de temperatuur drukken.
3.
De temperatuur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist
uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen ver-
schijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep
of waarschuwing.
1.
Op ⁠ "Info" drukken.
a Informatie wordt gedurende enkele seconden weer-
gegeven.
2.
Om bij veel inhoud in de aanwijzing te bladeren,
over het display vegen.
background
nl Tijdfuncties
14
3.
Indien gewenst de aanwijzing met verlaten.
8.8 Sabbatconform bedienen
Wanneer u uw apparaat sabbatconform wilt bedienen,
gebruik dan de tijdfuncties en wijzig de basisinstelling
voor de verlichting.
Opmerking:Wanneer u de apparaatdeur tijdens het
gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen.
Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het appa-
raat verder. Open, om uw apparaat sabbatconform te
bedienen, de apparaatdeur pas na de werking.
1.
Wijzig de basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit".
→"Basisinstellingen", Pagina19
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het
gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd
uit.
2.
Stel de gewenste functie in.
→"Functie instellen", Pagina13
→"Verwarmingsmethode en temperatuur instellen",
Pagina13
3.
Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur
in.
→"Tijdsduur instellen", Pagina14
→"Tijdfuncties", Pagina14
4.
Stel met "Eindtijd" het tijdstip in, waarop de werking
moet eindigen.
→"Einde instellen", Pagina14
→"Tijdfuncties", Pagina14
5.
Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het
apparaat begint te verwarmen.
6.
Start de werking met ⁠.
a Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het
apparaat bevindt zich in de wachtstand.
a Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
7.
Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de
werking is beëindigd. Na ca. 15tot 20minuten
schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking:Wijzig indien nodig de basisinstelling
van de verlichting weer.
9  Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop
de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onaf-
hankelijk van de werking worden ingesteld.
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde Voor de tijdsduur kunt u een tijd in-
stellen waarop de werking eindigt.
Het apparaat start automatisch zodat
de werking op het gewenste tijdstip
klaar is.
Timer De timer kunt u onafhankelijk van de
werking instellen. Hij beïnvloedt het
apparaat niet.
9.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot
24uur.
Vereiste:Een functie en een temperatuur of stand zijn
ingesteld.
1.
Op ⁠ "Tijdsduur" drukken.
2.
Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende
tijdswaarde, bijv. uurindicatie "h" of minutenindicatie
"m".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met ⁠.
4.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen, op het
display op drukken.
5.
Start de werking met ⁠.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
Reset de tijdsduur met ⁠.
Opmerking:Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de
vooringestelde waarde.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
9.2 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moet
zijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.
Opmerkingen
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u de tijd niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
background
Magnetron nl
15
Vereisten
¡ Een functie en een temperatuur of stand zijn inge-
steld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Druk op ⁠ "Eindtijd".
2.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de mi-
nutenindicatie drukken.
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De tijd met de instelring verschuiven.
Reset indien nodig de instelwaarde met ⁠.
4.
Om de ingestelde tijd te bevestigen, op het display
op drukken.
5.
Start de werking met ⁠.
a Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Het
apparaat bevindt zich in de wachtstand.
a Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u
de ingestelde eindtijd alleen wijzigen voordat de wer-
king gestart is en de tijdsduur afloopt.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Einde annuleren
U kunt de ingestelde eindtijd altijd wissen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de eindtijd drukken.
3.
De eindtijd met resetten.
Opmerking:Bij functies waarbij een tijdsduur nodig
is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijds-
duur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijd-
stip.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
9.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
wekker tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen
signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur ein-
digt.
1.
Druk op ⁠.
2.
Druk om de timer in te stellen, op het display op de
betreffende tijdswaarde, bijv. minutenindicatie "m" of
secondenindicatie "s".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
3.
De timer met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met ⁠.
4.
Om de timer te starten, op het display op drukken.
a De timer loopt af.
a Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de
timer op het display zichtbaar.
a Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-
gen van de lopende werking op het display. De ti-
mer wordt in de statusindicatie weergegeven.
a Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de ti-
mer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de
timer met selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met de instelring wijzigen.
4.
Bevestig met ⁠.
Timer annuleren
U kunt de timer altijd annuleren.
1.
Als de timer op de achtergrond loopt, voordien de
timer met selecteren.
2.
Op drukken.
3.
De timer met resetten.
4.
Bevestig met ⁠.
10  Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten be-
reiden, verwarmen, bakken of ontdooien.
10.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap-
paraat niet te beschadigen, dient u uitsluitend geschik-
te vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw
vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en acces-
soires inschuiven op hoogte 1.
Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de
magnetron
Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal:
¡ Glas
¡ Glaskeramiek
¡ Porselein
¡ Temperatuurbestendige kunststof
¡ Volledig geglazuurd keramiek zonder barsten
¡ Serveervormen
Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebrui-
ken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in
de magnetron garandeert.
background
nl Magnetron
16
¡ Meegeleverd rooster
Platen, bijv. de universele braadslede of de bak-
plaat, kunnen bij puur magnetrongebruik vonken
vormen en zijn niet geschikt.
Deze materialen laten microgolven door en worden niet
beschadigd.
Vormen en accessoires die niet geschikt zijn voor de
magnetron
Opmerking:Neem de gegevens over het vermijden
van materiële schade in acht.
→"Magnetron", Pagina7
¡ Vormen en bakvormen van metaal
Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden
de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Metaal
kan bij het puur magnetrongebruik vonken vormen.
Vormen bij bijgeschakelde magnetron bij een functie
Wanneer u bij een andere functie de magnetron
bijschakelt, dan is naast servies en accessoires die
geschikt zijn voor de magnetron ook metaal mogelijk:
¡ Vormen en bakvormen van metaal
Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2
cm van de wanden van de binnenruimte en de bin-
nenkant van de deur verwijderd te zijn.
Bakvormen en vormen van metaal altijd op het mee-
geleverde rooster plaatsen.
¡ Meegeleverde accessoires:
Rooster
Braadslede
Bakplaat
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor
het gebruik in de magnetron, voert u een test van de
vormen uit.
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de
binnenruimte leidt tot overbelasting.
Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-
waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte
serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderde-
len heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
2.
Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op
de maximale vermogensstand.
3.
In werking stellen.
4.
De vorm meerdere keren controleren:
Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is
deze geschikt voor de magnetron.
Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ont-
staan, dan de serviestest afbreken. De vorm is
dan niet geschikt voor de magnetron.
10.2 Instelmogelijkheden met magnetron
De magnetron kunt u alleen of gecombineerd met een
andere functie gebruiken.
Pure magnetronfunctie
Alleen de elektromagnetische golven van de magne-
tron genereren energie, welke bijv in levensmiddelen in
warmte omgezet kunnen worden.
Bijgeschakelde magnetron
Door de bijgeschakelde magnetron bij een functie ver-
kort de bereidingsduur van gerechten.
De magnetron kunt u met volgende functies
combineren:
¡ Verwarmingsmethoden →Pagina13
2Dhetelucht
Boven- en onderwarmte
Circulatiegrillen
Grill, groot
Grill, klein
¡ →"Gerechten", Pagina17
Mogelijke magnetronvermogens in combinatie met een
functie zijn:
¡ 90watt
¡ 180watt
¡ 360watt
10.3 Magnetron instellen
Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
¡ →"Veiligheid", Pagina2
¡ →"Materiële schade vermijden", Pagina6
¡ →"Magnetronvermogen", Pagina10
¡ →"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina15
1.
Druk in het menu op "Magnetron".
Of direct met de toets de magnetron selecte-
ren.
2.
Op het magnetronvermogen ("Boost") drukken.
3.
Het magnetronvermogen met de instelring instellen.
4.
Om het ingestelde magnetronvermogen te bevesti-
gen op het display op drukken.
5.
Op "Tijdsduur" drukken.
Voor gebruik van de magnetron is altijd een tijds-
duur nodig.
6.
Om de vooringestelde tijsduur te wijzigen op de be-
treffende tijdswaarde drukken, bijv. minutenindicatie
"m" of secondenindicatie "s".
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
7.
De tijdsduur met de instelring instellen.
Reset indien nodig de instelwaarde met ⁠.
8.
Om de ingestelde tijdsduur te bevestigen op het dis-
play op drukken.
9.
Start de werking met ⁠.
a De magnetron start en de tijdsduur loopt af. Bij het
maximale magnetronvermogen "boost" geeft het dis-
play de vermogensreductie aan.
→"Magnetronvermogen", Pagina10
background
Gerechten nl
17
a Wanneer de tijdsduur is verstreken klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
10.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
11.
Wanneer er zich in de binnenruimte condens heeft
gevormd, droog dan de binnenruimte.
→"Drogen", Pagina25
Opmerking:Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens
het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de ap-
paraatdeur sluit, moet u de werking voortzetten. Heeft u
de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor
dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is.
→"Basisinstellingen", Pagina19
Magnetronvermogen wijzigen
U kunt het magnetronvermogen te allen tijde wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op het magnetronvermogen drukken.
3.
Het magnetronvermogen met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op de tijdsduur drukken.
3.
De tijdsduur met de instelring wijzigen.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
10.4 Magnetron bijschakelen instellen
Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
¡ →"Veiligheid", Pagina2
¡ →"Materiële schade vermijden", Pagina6
¡ →"Magnetronvermogen", Pagina10
¡ →"Vormen en accessoires met magnetron",
Pagina15
Vereiste:Let op de informatie bij de betreffende func-
tie.
→"Instelmogelijkheden met magnetron", Pagina16
1.
In het menu op de gewenste functie drukken.
2.
De instellingen voor de functie invoeren, bijv. ver-
warmingsmethode en temperatuur.
3.
Op ⁠ "Bijgeschakelde magnetron" drukken.
4.
Het magnetronvermogen met de instelring instellen.
5.
Om het ingestelde magnetronvermogen te bevesti-
gen, op het display op drukken.
6.
Op ⁠ "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur instellen.
7.
Start de werking met ⁠.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-
zing dat de werking is beëindigd.
8.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
Bijgeschakelde magnetron wijzigen
U kunt de bijgeschakelde magnetron altijd wijzigen of
deactiveren.
1.
Op het display op drukken.
2.
Op het magnetronvermogen drukken.
3.
De bijgeschakelde magnetron met de instelring wij-
zigen of deactiveren.
4.
Om de wijziging te bevestigen, op het display op
drukken.
a De wijziging wordt overgenomen.
11  Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de
bereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-
matisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit
en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-
miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de
bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
Opmerking:Bij sommige gerechten schakelt het appa-
raat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op
het display dat een voor de magnetron geschikte vorm
dient te worden gebruikt.
→"Vormen en accessoires met magnetron", Pagina15
11.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het
apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende in-
stellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaal-
de instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen
op het display.
Opmerking:Het bereidingsresultaat is afhankelijk van
de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Ge-
bruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttem-
peratuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak
gebruiken.
background
nl Favorieten
18
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit
gerecht relevante informatie weer, bijv.:
¡ Geschikte inschuifhoogte
¡ Geschikte accessoires of vormen
¡ Toevoegen van vloeistof
¡ Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op ⁠ "Info" om informatie op te roepen. Sommige
aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet
u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid
instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde be-
reik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale ge-
wicht van uw gerecht in.
11.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten voor u ter beschikking staan, ziet u
op het apparaat wanneer u de functie oproept. De se-
lectie van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van
uw apparaat.
Opmerking:In de basisinstellingen kunt u de weerge-
geven gerechten regionaal specialiseren.
→"Basisinstellingen", Pagina19
Gerechten
¡ Pavlova
¡ Muffins
¡ Scones
¡ Afbakbroodjes of baguette
¡ Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten
¡ Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4cm hoog
¡ Lasagne, vers
¡ Fruit crumble
¡ Kip, ongevuld
¡ Stukken kip
¡ Eend, ongevuld
¡ Babykalkoen, ongevuld
¡ Kalkoenfilet
¡ Turkey, crown - Britse wijze
¡ Rosbief, medium
¡ Beef Slow roast joint - Britse wijze
¡ Beef Top side, top rump - Britse wijze
¡ Lamsbout met been, doorbakken
¡ Lamsbout zonder been, medium
¡ Lamb Shoulder, boned and rolled - Britse wijze
¡ Gebraden gehakt van vers gehakt
¡ Vis, heel, bakken
¡ Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuks
¡ Lasagne, diepvries
¡ Aardappels in de oven, heel
¡ Gekookte aardappelen
¡ Rijst met lange korrel
¡ Groente, vers
¡ Groente, diepvries
¡ Visfilet ontdooien
11.4 Gerecht instellen
1.
Druk in het menu op "Gerechten".
2.
Druk op het gewenste gerecht.
Tip:Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursberei-
dingsmethode kiezen.
→"Instelmogelijkheden van de gerechten",
Pagina17
a Op het display verschijnen de instellingen bij het ge-
recht.
3.
Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde
instellingen aanpassen.
→"Instelmogelijkheden van de gerechten",
Pagina17
4.
Druk op "Info" voor informatie over bijvoorbeeld
accessoires en inschuifhoogte.
5.
Start de werking met ⁠.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het ap-
paraat warmt niet meer op.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken:
Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren
en de werking opnieuw starten.
Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-
recht klaar is.
11.5 Automatische uitschakelfunctie
De automatische uitschakelfunctie bij de gerech-
ten zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en bra-
den.
Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het appa-
raat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken
uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is
beëindigd.
12  Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en op-
nieuw gebruiken.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype/software-
versie moet u deze functie eerst op uw apparaat down-
loaden. Kijk in de HomeConnect app voor meer infor-
matie.
12.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 10 verschillende functies als uw favorieten
opslaan.
Om een functie als favoriet op te slaan, moet u de
HomeConnect app gebruiken. Als uw apparaat ver-
bonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
background
Kinderslot nl
19
12.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u de-
ze voor het instellen van de werking kiezen.
1.
In het menu op "Favorieten" drukken.
2.
Druk op de gewenste favorieten.
3.
Indien gewenst kunt u de instellingen wijzigen.
4.
Start de werking met ⁠.
a Het display geeft de instelwaarden weer.
Opmerking:
Let op de informatie bij de verschillende functies:
¡ →"Magnetron", Pagina15
12.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorte-
ren, of verwijderen.
Om de favorieten te wijzigen, moet u de HomeCon-
nect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is,
volg dan de aanwijzingen in de app.
13  Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
13.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in-
of uitgeschakeld is.
Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kin-
derslot te activeren.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
a Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met worden uitgeschakeld.
a Als het apparaat is ingeschakeld, brandt . Wan-
neer het apparaat uitgeschakeld is, is niet ver-
licht.
13.2 Kinderslot deactiveren
U kunt het kinderslot op elk gewenst moment deactive-
ren.
1.
Op een willekeurige plaats op het display drukken.
2.
Om het kinderslot te deactiveren:
De aanwijzing in het display opvolgen, zodat de
ring zich volledig wordt gevuld.
Of ca.4seconden lang ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
14  Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens
uw wensen instellen.
14.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen
krijgt u op het display met ⁠ "Info".
Basisinstellin-
gen
Keuze
Taal Zie de keuze op het apparaat.
HomeConnect De oven met een mobiel eindappa-
raat verbinden en op afstand bestu-
ren.
→"HomeConnect ", Pagina20
Tijd Tijd in het 24h-formaat.
Display Keuze
Helderheid ¡ Standen 1, 2, 3, 4 en 5
1
Standby-indi-
catie
¡ Aan, qua tijd gelimiteerd
¡ Aan (deze instelling verhoogt het
energieverbruik)
¡ Uit
1
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaatty-
pe afwijken)
Display Keuze
Tijd ¡ Digitaal
1
¡ Analoog
Afstelling ¡ Display horizontaal en verticaal
stellen.
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaatty-
pe afwijken)
Geluid Keuze
Sensortoets-
toon
¡ Aan
1
¡ Uit
Geluidssignaal ¡ Zeer korte tijdsduur (eenmaal)
¡ Korte tijdsduur (ca.5seconden)
¡ Middellange tijdsduur
(ca.10seconden)
1
¡ Lange tijdsduur (ca. 30 secon-
den)
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaatty-
pe afwijken)
Apparaatin-
stellingen
Keuze
Nalooptijd ven-
tilator
¡ Minimaal
¡ Aanbevolen
1
¡ Lang
¡ Zeer lang
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaatty-
pe afwijken)
background
nl HomeConnect
20
Apparaatin-
stellingen
Keuze
Verlichting ¡ Bij het bereiden en bij het openen
van de deur
1
¡ Alleen bij het openen van de deur
¡ Altijd uit
Magnetronver-
mogen voorin-
stelling
¡ 90 W
¡ 180 W
¡ 360 W
¡ 600 W
¡ Boost
1
Magnetron
hervatten
¡ Uit
1
¡ Aan
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaatty-
pe afwijken)
Personalise-
ring
Keuze
Merklogo ¡ Weergeven
1
¡ Niet weergeven
Werking na in-
schakelen
¡ Hoofdmenu
1
¡ Verwarmingsmethoden
¡ Magnetron
¡ Gerechten
¡ Favorieten
Verstreken be-
reidingstijd
¡ Niet weergeven
¡ Displays
1
Magnetronbak-
blik
¡ Aan
1
¡ Uit
Regionale ge-
rechten
¡ Alle
1
¡ Europese gerechten
¡ Gerechten volgens Britse wijze
Gerechten ¡ Alle
1
¡ Geen varkensvlees
¡ Alleen koosjer
Kinderslot ¡ Alleen toets-blokkering
1
¡ Gedeactiveerd
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaatty-
pe afwijken)
Fabrieksinstel-
lingen
Keuze
Fabrieksinstel-
lingen
¡ Terugzetten
Info Indicatie
Apparaatinfor-
matie
Technische informatie over het appa-
raat weergeven.
14.2 Basisinstellingen wijzigen
1.
In het menu op "Basisinstellingen" drukken.
2.
Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
3.
Druk op de gewenste basisinstelling.
4.
Druk op de gewenste keuze voor de basisinstelling.
a De wijziging wordt bij de meeste basisinstellingen
direct overgenomen.
5.
Om nog meer basisinstellingen te wijzigen, met
teruggaan en een andere basisinstelling kiezen.
6.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
⁠.
a De wijzigingen zijn opgeslagen.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
14.3 Tijd instellen
1.
Druk in het menu op "Basisinstellingen".
2.
Druk op "Tijd".
3.
Om de tijd in te stellen op de uurindicatie of de mi-
nutenindicatie drukken.
a De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
4.
De tijd met de instelring instellen.
5.
Schakel met terug naar het menu om de basisin-
stellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met
⁠.
a De tijd is opgeslagen.
15  HomeConnect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw
apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te
kunnen bedienen via de HomeConnect app, basisin-
stellingen aan te passen of de actuele gebruikstoe-
stand te bewaken.
De HomeConnect diensten zijn niet in elk land be-
schikbaar. De beschikbaarheid van de functie Ho-
meConnect is afhankelijk van de beschikbaarheid van
de HomeConnect diensten in uw land. Informatie hier-
over vindt u op: www.home-connect.com.
De HomeConnect app leidt u door het gehele aanmel-
dingsproces. Volg de aanwijzingen in de HomeCon-
nect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
¡ Neem de meegeleverde documenten vanHo-
meConnect in acht.
¡ Neem ook de aanwijzingen in deHomeCon-
nectapp in acht.
Opmerkingen
¡ Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze ge-
bruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook wor-
den nageleefd wanneer u het apparaat via de Ho-
meConnect app bedient.
→"Veiligheid", Pagina2
¡ De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.
Gedurende deze tijd is de bediening via de Ho-
meConnectapp niet mogelijk.
¡ In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het ap-
paraat max.2W nodig.
background
HomeConnect nl
21
15.1 HomeConnect instellen
Vereisten
¡ Het apparaat is verbonden met het elektriciteitsnet
en ingeschakeld.
¡ U beschikt over een mobiel eindapparaat met een
actuele versie van het iOS- of Android besturingssys-
teem, bijvoorbeeld een smartphone.
¡ Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden
zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw
thuisnetwerk.
1.
De HomeConnect app downloaden.
2.
De HomeConnect app openen en de volgende QR-
code scannen.
3.
De aanwijzingen in de HomeConnect app opvol-
gen.
15.2 HomeConnect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor HomeConnect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of HomeConnect geconfigureerd is en of het apparaat met het
thuisnetwerk is verbonden.
Basisinstelling Mogelijke instellingen Toelichting
Home Connect Assis-
tent
Assistent starten
Verbinding verbreken
Via de Home Connect Assistent kunt u uw apparaat verbinden
met de Home Connect app.
Opmerking:Wanneer u de Home Connect Assistent voor de
eerste keer gebruikt, dan is alleen de instelling "Assistent star-
ten" beschikbaar.
WiFi Aan
Uit
Met WiFi kunt u de netwerkverbinding van uw apparaat uit-
schakelen. Wanneer u eenmaal succesvol bent verbonden,
dan kunt u WiFi deactiveren en verliest u niet uw gedetailleer-
de gegevens. Zodra u WiFi opnieuw activeert, dan maakt uw
apparaat automatisch verbinding.
Opmerking:Bij netwerkgebonden stand-by verbruikt het appa-
raat maximaal 2W.
Status afstandsbedie-
ning
Bewaking
Handmatige start op af-
stand
Permanente start op af-
stand
Bij bewaking kunt u alleen de bedrijfstoestand van het appa-
raat in de app weergegeven.
Bij een handmatige start op afstand moet u de start op afstand
elke keer activeren voordat u het apparaat via de app kunt
starten. Als u binnen 15 minuten na de activering van start op
afstand of het gebruikseinde de ovendeur opent, dan wordt de
start op afstand gedeactiveerd.
Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op
afstand starten en bedienen. Wanneer u het apparaat vaak op
afstand bedient, dan is het zinvol om de start op afstand op
permanent in te stellen.
background
nl HomeConnect
22
15.3 Apparaat met HomeConnect app
bedienen
Met de HomeConnect app kunt u het apparaat op af-
stand instellen en starten.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden
bewaard kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnen-
ruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het ap-
paraat worden uitgeschakeld of de stekker uit het
stopcontact worden gehaald en moet de deur ge-
sloten worden gehouden om eventueel optredende
vlammen te doven.
Vereisten
¡ Het apparaat is ingeschakeld.
¡ Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Ho-
meConnect app verbonden.
¡ Om het apparaat via de app te kunnen instellen,
moet de handmatige of permanente start op afstand
in de basisinstelling Afstandsbedieningsniveau zijn
geselecteerd.
1.
Druk op om start op afstand te activeren.
2.
Een instelling in de HomeConnect app invoeren en
naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
¡ Als u binnen 15minuten na de activering van
start op afstand of het gebruikseinde de appa-
raatdeur opent, dan wordt de handmatige start
op afstand gedeactiveerd.
¡ Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat
start, wordt Starten op afstand automatisch geac-
tiveerd. U kunt de instellingen via de HomeCon-
nect app wijzigen of een nieuw programma star-
ten.
15.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van
uw apparaat bijgewerkt, bijv. optimalisatie, verhelpen
van fouten, veiligheidsrelevante updates.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Ho-
meConnectgebruiker bent, de app op uw mobiele
eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met
de HomeConnectserver hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u
hierover via de HomeConnectapp geïnformeerd en
kunt u de software-update via de app starten. Na het
succesvol downloaden kunt u de installatie via de Ho-
meConnectapp starten als u in uw WLAN-thuisnet-
werk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde in-
stallatie wordt u via de HomeConnectapp geïnfor-
meerd.
Opmerkingen
¡ Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon
blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke in-
stellingen in de app kunnen software-updates ook
automatisch worden gedownload.
¡ In geval van een veiligheidsrelevante update is het
raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
¡ De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de in-
stallatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
15.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toe-
gang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de des-
betreffende wens tot de klantenservice richt, uw appa-
raat met de HomeConnect server verbonden is en de
diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat
gebruikt, beschikbaar is.
Tip:Meer informatie alsook aanwijzingen over de be-
schikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land
vindt u in het gedeelte service/support van de lokale
website: www.home-connect.com.
15.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de
persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt
verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is
aangesloten, geeft het de volgende
gegevenscategorieën door aan de HomeConnect
server(eerste registratie):
¡ Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaan-
de uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de in-
gebouwde Wi-Ficommunicatiemodule).
¡ Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemo-
dule (voor de informatietechnische beveiliging van
de verbinding).
¡ De actuele software- en hardwareversie van uw
huishoudapparaat.
¡ Status van een eventuele eerdere reset naar de fa-
brieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Ho-
meConnect functionaliteiten voorbereid. Deze registra-
tie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat
u voor het eerst van de HomeConnect functionaliteiten
gebruik wilt maken.
Opmerking:Let erop dat de HomeConnect functionali-
teiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met
de HomeConnect app. Informatie over gegevensbe-
scherming kan worden opgeroepen in de HomeCon-
nect app.
background
Reiniging en onderhoud nl
23
16  Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmid-
delen.
Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-
delen.
Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-
jes.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Verschillende reinigingsmiddelen met elkaar gemengd
kunnen chemisch reageren.
Geen reinigingsmiddelen mengen.
Verwijder resten van reinigingsmiddelen volledig.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit
kan oppervlakken beschadigen.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de
verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina24
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen op-
pervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kook-
plaat.
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat of RVS-
schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina25
Roestvaststalen
binnenlijst van de
deur
¡ RVS-reiniger Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen
voor roestvaststaal.
Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal.
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
background
nl Reinigingsondersteuning
24
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaille oppervlak-
ken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het
apparaat open.
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de
gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U
kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Opmerking:Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina26
Toebehoren ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraal-
spons gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
16.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina23
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina23
2.
Drogen met een zachte doek.
17  Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief
voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De
reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door
het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kun-
nen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
17.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Opmerking:De ovenlamp brandt niet tijdens de reini-
gingsondersteuning.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
LET OP!
Gebruik van gedestilleerd water in de binnenruimte
leidt tot corrosie.
Geen gedestilleerd water gebruiken.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
3.
In het menu op "Reiniging" drukken.
4.
Op ⁠ "Reinigingsondersteuning" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
5.
Op drukken.
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
noodzakelijke voorbereidingen voor de reinigingson-
dersteuning.
6.
De aanwijzing bevestigen.
background
Drogen nl
25
a De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigd,
klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een
aanwijzing dat de werking is beëindigd.
7.
Schakel het apparaat uit met ⁠.
8.
→"Binnenruimte na de reinigingsondersteuning rei-
nigen", Pagina25.
17.2 Binnenruimte na de
reinigingsondersteuning reinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Het resterende water in de binnenruimte met een
goed opnemende sponsdoek opnemen.
3.
Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruim-
te met een schoonmaakdoekje of zachte borstel.
Verwijder hardnekkige resten met een schuurspons-
je van roestvrij staal.
4.
Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte
doek en daarna met schoon water afnemen.
5.
De binnenruimte drogen met een zachte doek.
6.
Om de binnenruimte volledig te laten drogen, de ap-
paraatdeur ca.1uur open laten of de droogfunctie
gebruiken.
→"Drogen instellen", Pagina25
18  Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, droogt u
de binnenruimte na de pure magnetronfunctie na de
reinigingsondersteuning.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
18.1 Binnenruimte drogen
U kunt de binnenruimte laten drogen of de functie dro-
gen gebruiken.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
3.
Water in de binnenruimte opvegen.
4.
Droog de binnenruimte.
Laat om de binnenruimte te drogen de deur van
het apparaat 1 uur open staan.
Om de functie drogen te gebruiken, "Droogfunc-
tie" instellen.
→"Drogen instellen", Pagina25
Drogen instellen
Vereiste:→"Binnenruimte drogen", Pagina25
1.
In het menu op "Reiniging" drukken.
2.
Op ⁠ "Droogfunctie" drukken.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
3.
Op drukken.
a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de
voorbereidingen die nodig zijn voor het drogen.
4.
De aanwijzing bevestigen.
a Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
a Als het drogen beëindigd is, klinkt er een signaal.
Op het display verschijnt een aanwijzing dat de wer-
king is beëindigd.
5.
Schakel het apparaat uit met ⁠.
6.
Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van
het apparaat 1 tot 2minuten geopend laten.
19  Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
19.1 Deur buitenruit demonteren
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur openen.
2.
Klem een theedoek die meerdere keren is gevou-
wen tussen de apparaatdeur.
3.
De schroeven links en rechts van de apparaat-
deur losdraaien en verwijderen.
4.
Sluit de deur van het apparaat.
background
nl Rekjes
26
5.
De voorruit bij de greep met beiden handen er
naar boven uittrekken ⁠.
6.
De voorruit met de greep naar onderen op een vlak-
ke ondergrond leggen.
7.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig gevaar
voor de gezondheid!
Door het opendraaien van de schroeven is de veilig-
heid van het apparaat niet meer gewaarborgd. Er
kan energie van de magnetron naar buiten komen.
De schroeven nooit opendraaien.
Nooit de schroeven van het frame losschroeven.
8.
De apparaatdeur reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina23
9.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
→"Deurbuitenruit inhangen", Pagina26
10.
WAARSCHUWING‒Kans op ernstig gevaar
voor de gezondheid!
Door het verwijderen en weer inbouwen van de tus-
senruit is de veiligheid van uw apparaat niet langer
gewaarborgd.
Buigtabs nooit open buigen.
Tussenruit nooit verwijderen.
19.2 Deurbuitenruit inhangen
1.
De voorste ruit onder in de linker en rechter houder
inhangen ⁠.
2.
De voorste ruit boven aandrukken.
3.
De voorste ruit onder aandrukken, totdat deze
hoorbaar vast klikt.
4.
Draai de beide schroeven links en rechts op de ap-
paraatdeur er in.
5.
De apparaatdeur een beetje openen en de thee-
doek verwijderen.
6.
Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
20  Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden
verwijderd.
20.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant optillen en losmaken
⁠.
background
Storingen verhelpen nl
27
2.
Het complete rekje naar buiten draaien en aan de
achterkant losmaken ⁠.
3.
Het rekje reinigen.
20.2 Houders inbrengen
Als u de rekjes verwijdert, kunnen de houders eruit val-
len.
Opmerking:
De houders zijn aan de voor- en achterkant verschil-
lend.
1.
De voorste houders met de haak vanaf boven in het
ronde gat leiden en een beetje schuin zetten ⁠.
2.
De voorste houders aan de onderkant inbrengen en
recht zetten ⁠.
3.
De achterste houders met de haak in het bovenste
gat leiden en in het onderste gat drukken ⁠.
20.3 Rekjes inhangen
1.
Het rekje aan de boven- en onderkant schuin zetten
en in de houders plaatsen ⁠.
2.
Het rekje naar voren trekken ⁠.
3.
Het rekje van voren inbrengen en naar beneden
drukken .
21  Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
→"Servicedienst", Pagina29
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
moet het ter vermijding van risico's worden vervan-
gen door de fabrikant, de servicedienst of een ande-
re gekwalificeerde persoon.
background
nl Storingen verhelpen
28
21.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Fout van het elektronische systeem
1.
Koppel het apparaat minimaal 30 seconden los van het elektriciteitsnet, door de zeke-
ring uit te schakelen.
2.
Reset de basisinstellingen naar de fabrieksinstellingen.
→"Basisinstellingen", Pagina19
Op het display ver-
schijnt "Sprache
Deutsch".
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
→"Eerste keer in gebruik nemen", Pagina12
Werking start niet of
wordt onderbroken.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen.
→"Informatie weergeven", Pagina13
Storing
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina29
Het apparaat warmt
niet op.
Demonstratiemodus is ingeschakeld.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-
nieuw in te schakelen.
2.
Schakel de demonstratiemodus binnen ca. 5minuten in de basisinstellingen uit.
→"Basisinstellingen wijzigen", Pagina20
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer.
a Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik.
Als het apparaat uit-
geschakeld is, ver-
schijnt de actuele tijd
niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie.
→"Basisinstellingen", Pagina19
HomeConnect functi-
oneert niet correct.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Ga naar www.home-connect.com.
Verlichting van de
binnenruimte werkt
niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling naar verlichting.
→"Basisinstellingen", Pagina19
LED-lampje is defect.
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina29
Maximale gebruiks-
duur bereikt.
Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren
automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. Er verschijnt een aanwij-
zing op het display.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-in-
stellingen.
1.
Om de werking voort te zeggen, schakelt u het apparaat uit met en weer aan. De wer-
king opnieuw instellen en starten.
2.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met uit.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijdsduur instel-
len.
→"Tijdfuncties", Pagina14
Foutcode bestaande
uit letters en cijfers
verschijnt op het dis-
play, bijv. E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit en weer in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
2.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens
het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
→"Servicedienst", Pagina29
background
Afvoeren nl
29
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Bereidingsresultaat is
niet bevredigend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept-, hoeveelheid- en levensmiddel-
afhankelijk.
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
Tip:Veel overige informatie over de bereiding en de passende instelwaarden vindt u in
de HomeConnect app of op onze homepage www.bosch-home.com.
22  Afvoeren
22.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
23  Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en
het volgnummer (Z-Nr.) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De
lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur
worden vervangen.
23.1 Productnummer (E-Nr.),
productienummer (FD) en volgnummer (Z-
Nr.)
Het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD)
en het volgnummer (Z-Nr.) vindt u op het typeplaatje
van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
U kunt de apparaatinformatie ook in de basisinstellin-
gen laten weergeven.
→"Basisinstellingen", Pagina19
24  Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de
houders van de intellectuele eigendom als vrije softwa-
re of opensourcesoftware zijn gelicentieerd.
De informatie over de betreffende licentie is in het huis-
houdapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze li-
centie-informatie via de HomeConnect app raadple-
gen: 'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-
informatie'.
1
Verder kunt u de licentie-informatie downlo-
aden via de productwebsite. (Zoek daarvoor op de pro-
ductwebsite naar uw apparaatmodel en de bijbehoren-
de documentatie.) In plaats daarvan kunt u de betref-
fende informatie ook aanvragen via ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-
Wery-Str. 34, D-81739 München.
De broncode wordt u op verzoek ter beschikking ge-
steld.
Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossre-
[email protected] of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-
Wery-Str. 34, D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
background
nl Conformiteitsverklaring
30
De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden
u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende
drie jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste ge-
durende de periode waarin wij support en reserveon-
derdelen voor het betreffende apparaat bieden.
25  Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het appa-
raat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de
fundamentele vereisten en de overige toepasselijke be-
palingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op
het internet onder www.bosch-home.com op de pro-
ductpagina van uw apparaat bij de aanvullende docu-
menten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5MHz): max. 100mW
BE BG CZ DK DE EE IE el ES
FR HR IT CY LI LV LT LU HU
MT NL AT PL PT RO SI SK FI
SE NO CH TR IS UK (NI)
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
AL GA MD ME MK RS UK UA
5GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.
26  Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
Tip:Veel overige informatie over de bereiding en de
passende instelwaarden vindt u in de HomeConnect
app of op onze homepage www.bosch-home.com.
26.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Wan-
neer u toch wilt voorverwarmen, schuif de accessoi-
re dan pas na het voorverwarmen in de binnenruim-
te.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
26.2 Aanwijzingen voor het bakken
¡ Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn don-
kere bakvormen van metaal het beste geschikt.
¡ Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde ge-
rechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge
vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en wor-
den donkerder aan de bovenkant.
¡ Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede
bereidt, schuif deze er dan op niveau 1 in.
¡ De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel
voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een
rechthoekige vorm.
¡ Het insteladvies voor het bakken in combinatie met
de magnetron gelden voor metalen vormen.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Bakt u op één niveau, gebruik dan inschuifhoogte 1.
26.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij
braden, stoven en grillen
¡ Het insteladvies geldt voor braadproducten op koel-
kasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar
gevogelte.
¡ Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant
van het vel naar beneden op de vorm.
background
Zo lukt het nl
31
¡ Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½
tot ⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder
knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meer-
dere stukken tegelijkertijd.
¡ Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dik-
te. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lek-
ker mals.
¡ Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het
rooster.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede een niveau onder het rooster in de bin-
nenruimte.
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot ½liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
¡ Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn
voor de oven.
¡ Plaats de vorm op het rooster.
¡ Vormen van glas zijn het meest geschikt.
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de
braadvorm aan.
Braden in open vormen
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
¡ Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
¡ Bij vlees moet er tussen het te braden product en
het deksel minimaal 3cm afstand zijn. Het vlees
kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster be-
schadigen
Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of
met zuurhoudende marinade gekruide grillproduc-
ten niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel
worden overgedragen aan levensmiddelen.
Circulatiegrillen is zeer geschikt voor de bereiding van
heel gevogelte, hele vis en vlees, bijv. braadvlees met
een korstje.
¡ Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en verge-
lijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en
blijven lekker mals.
¡ Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het roos-
ter.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede minstens één niveau onder het rooster
in de binnenruimte.
Opmerkingen
¡ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgescha-
keld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de
ingestelde grillstand.
¡ Bij het grillen kan rook ontstaan.
26.4 Bereiding met magnetron
Als u gerechten met de magnetron klaar maakt, dan
kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
Algemeen
¡ De bereidingsduur bij gebruik van de magnetron is
gebaseerd op het totaalgewicht.
Wilt u een andere dan de opgegeven hoeveelheid
klaarmaken, dan helpt de basisregel: Bij een dub-
bele hoeveelheid is bijna de dubbele bereidings-
duur nodig.
¡ De producten geven warmte af aan het servies. Het
servies kan zeer heet worden.
¡ In het belangrijkste deel van de gebruikershandlei-
ding vindt u informatie, hoe u de magnetron en aan-
vullende magnetronwerking instelt.
→"Magnetron", Pagina15
Tip
Overige bereidingen met de magnetron vindt u hier:
¡ →"Ontdooien", Pagina35
¡ →"Opwarmen met de magnetron", Pagina36
Koken of stomen met de magnetron
¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de
magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord
of speciale magnetronfolie gebruiken.
¡ Gebruik voor alle graanproducten, bijvoorbeeld voor
rijst, een hoge vorm met deksel. Graan schuimt
sterk tijdens het koken. Voeg vloeistof toe overeen-
komstig de informatie in het insteladvies.
¡ Was de levensmiddelen en droog deze niet af. Voeg
1-3eetlepels water of citroensap toe aan de gerech-
ten.
¡ Verdeel de gerechten vlak in de vorm. Platte voe-
dingsproducten zijn sneller klaar dan hoge.
¡ Gebruik zout en specerijen met mate. Bij het berei-
den met de magnetron blijft de oorspronkelijke
smaak in grote mate behouden.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 2-3keer.
¡ Laat het voedsel na het bereiden 2-3minuten rus-
ten.
26.5 Aanwijzingen voor de bereiding van
kant-en-klaar gerechten
¡ Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van
het soort levensmiddelen. Mogelijk zijn de produc-
ten al bruin of vertonen ze ongelijkmatigheden.
¡ Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproduc-
ten. Verwijder het ijs van het gerecht.
background
nl Zo lukt het
32
¡ Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking
nemen.
¡ Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het
kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
¡ Verdeel stuksgerechten, zoals broodjes en aardap-
pelproducten, gelijkmatig en vlak over de accessoi-
res. Zorg ervoor dat er wat ruimte tussen zit.
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de ver-
pakking aan.
¡ Wanneer de verpakking een andere waarde aan-
geeft dan geselecteerd kan worden op het appa-
raat, gebruik dan het volgende lagere Wattage op
het apparaat. Om hetzelfde resultaat te verkrijgen,
verlengt u de tijdsduur.
26.6 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C / grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
1 170-180 - 80-90
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
1 1. 170-180
2. 100
1. 180
2. -
1. 30-40
2. 20
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
1 150-170
1
- 30-50
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
1 150-160 - 50-60
Zandtaartdeeggebak met
vochtige bedekking
Braadslede 1 160-180 - 60-80
Gebak van gistdeeg met
vochtige bedekking
Braadslede 1 180-190 - 30-45
Cakerol Bakplaat 1 180-190
1
- 10-20
Muffins Muffinplaat 1 170-190 - 15-30
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 1 160-170 - 30-40
Koekjes Bakplaat 2 140-160 - 15-30
Brood, 750g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 1. 210-220
2. 180-190
1
- 1. 10-15
2. 25-35
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 1. 210-220
2. 180-190
1
- 1. 10-15
2. 40-50
Brood, 1500g Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 200-210 - 35-45
Plat rond brood Braadslede 1 220-230 - 25-35
Broodjes, vers Bakplaat 1 180-190 - 25-35
Pizza, vers Bakplaat 1 200-220 - 25-35
Pizza, vers, dunne bo-
dem, in pizzavorm
Pizzaplaat 1 210-230 - 20-30
Quiche Quiche-vorm met
donkere coating
1 200-210 - 35-45
Flammkuchen Braadslede 1 220-230
1
- 15-25
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
background
Zo lukt het nl
33
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C / grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 1 200-220 - 35-55
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 1 140-160 360 20-30
Lasagne, diepvries,
350-450g, 3 cm hoog
Open vorm 1 200-210 180 20-25
Lasagne, diepvries,
600-1000g, 4-5 cm
hoog
Open vorm 1 200-210 180 35-45
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Ovenschaal 1 170-180 - 50-65
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Ovenschaal 1 150-170 360 25-30
Kip, 1,3 kg, ongevuld Open vorm 1 200-220 - 60-70
Kip, gehalveerd Open vorm 1 180-200 360 25-35
Kleine kipdelen, à 250g Rooster 2 220-230 - 30-35
Kleine kipdelen, à 250g Open vorm 1 190-210 360 20-30
Gans, niet gevuld, 3kg Open vorm 1 160-170 - 120-150
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 1 180-200 - 120-130
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Gesloten vorm 1 180-200 180 55-65
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 1 180-190 - 120-140
Runderfilet, medium,
1kg
Open vorm 1 210-220 - 40-50
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 1 200-220 - 130-140
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 1 200-220 - 140-160
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 1 220-230 - 60-70
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 1 170-190 - 50-70
Gebraden gehakt, 1 kg +
50 ml water
Open vorm 1 170-190 360 30-40
Vis, gegrild, heel, 300g,
bijv. forel
Open vorm 1 170-190 - 20-30
Groente, vers, 250g Gesloten vorm 1 - 600 8-12
2
Gemengde groente,
250g + 25ml water
Gesloten vorm 1 - 600 10-14
2
Gebakken aardappels,
gehalveerd, 1kg
Braadslede 2 200-220 360 15-20
Gekookte aardappels, in
vieren gedeeld, 500g
Gesloten vorm 1 - 600 12-15
2
Langkorrelige rijst, 250g
+ 500ml water
Gesloten vorm 1 - 1. 600
2. 180
1. 7-9
2. 13-16
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
background
nl Zo lukt het
34
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C / grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Gierst, heel,
250g+600ml water
Gesloten vorm 1 - 1. 600
2. 180
1. 8-10
2. 10-15
Polenta of maïsgries-
meel, 125g+ 500ml
water
Gesloten vorm 1 - 600 6-8
2
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
Dessert
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk (3,5% vet) op 90°C verwarmen op de
kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C vol-
doende.
3.
150g yoghurt op koelkasttemperatuur door de
melk roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
8.
Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12uur
lang rusten in de koelkast.
Pudding van puddingpoeder maken
1.
Gebruik een hoge vorm die geschikt is voor de
magnetron.
2.
Roer in de vorm de puddingpoeder met de gehele
hoeveelheid melk en suiker.
3.
Plaats de vorm op het rooster in de binnenruimte.
4.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
5.
Roer de melk stevig door zodra deze opkomt.
6.
De procedure herhalen totdat de gewenste consis-
tentie is bereikt.
Popcorn bereiden met de magnetron
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen
kan knappen.
Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.
Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de
binnenruimte.
1.
Gebruik een vlakke ovenschaal die geschikt is voor
de magnetron.
Gebruik geen porselein of sterk gewelfde borden.
2.
Leg de popcornzak volgens de aanwijzingen op de
verpakking op de vorm.
3.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
4.
Afhankelijk van het product en de hoeveelheid moet
de tijd mogelijk worden aangepast.
5.
Verwijder de popcornzak na 1½minuut en schud
deze om zodat de popcorn niet aanbrandt.
6.
Plaats de popcornzak weer terug in de oven en ver-
der laten poffen.
7.
Schakel wanneer nog slechts elke 2-3 seconden
pofgeluiden te horen zijn het apparaat uit en neem
de popcornzak uit de oven.
8.
Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Insteladvies voor desserts, compote
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Pudding van pudding-
poeder
Gesloten vorm 1 - 600 5-8
1
Yoghurt Portievormen Bodem
van de
binnen-
ruimte
40-45 - 8-9 uur
Popcorn voor de magne-
tron, 1zak à 100g
2
Open vorm 1 - 600 4-6
1
Het voedsel tussendoor 1 - 2 maal omroeren.
2
Leg de gesloten zak op de vorm.
background
Zo lukt het nl
35
26.7 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidings-
wijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen.
Air Fry
Bereid gerechten door Air Fry knapperig en met weinig
vet. Air Fry is bijzonder geschikt voor gerechten die u
normaal gezien in olie frituurt.
Aanwijzingen voor de bereiding met Air Fry
Neem deze informatie in acht als u gerechten met Air
Fry bereidt.
¡ De bereiding met Air Fry is slechts op een niveau
mogelijk.
¡ Met het Air Fry-toebehoren worden de gerechten
knapperiger. Als het Air Fry-toebehoren niet stan-
daard bij het apparaat is inbegrepen, ontvangt u het
Air Fry-toebehoren als speciaal toebehoren.
¡ De oven niet voorverwarmen.
¡ Geen bakpapier gebruiken. De lucht moet in de bin-
nenruimte circuleren.
¡ Diepgevroren gerechten niet ontdooien.
¡ De gerechten gelijkmatig in het Air Fry-toebehoren
of de universele braadslede verdelen. Indien moge-
lijk slechts een laag van de gerechten over het toe-
behoren verdelen.
¡ Het toebehoren op hoogte 2 in de binnenruimte
schuiven. Als u het Air Fry-toebehoren gebruikt, kunt
u ter bescherming tegen verontreiniging een lege
universele braadslede op hoogte 1 inschuiven.
¡ Halverwege de bereidingstijd het product keren. Bij
grotere hoeveelheden het product 2 keer keren.
Tip:Het product pas na het bereiden zouten. Hierdoor
wordt het product knapperiger.
Gepaneerde groente is eveneens geschikt voor de be-
reiding met Air Fry. Om vet te sparen, de panade met
een verstuiver met olie besproeien. Zo ontstaat een
knapperige korst met weinig vet.
Insteladvies voor Air Fry
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Cake, eenvoudig Tulbandvorm
of
Langwerpige bak-
vorm
1 160-180 90 30-40
Frites Braadslede 2 190-210 - 20-25
Kartoffeltaschen, gevuld Braadslede 2 190-210 - 20-25
Aardappel-rösti Braadslede 2 190-210 - 20-25
Kipsticks, nuggets, diep-
vries
Braadslede 2 190-210 - 10-15
Vissticks Braadslede 2 190-210 - 15-20
Broccoli, gepaneerd Braadslede 2 190-210 - 15-25
Ontdooien
Ontdooi diepvriesproducten met uw apparaat.
Aanwijzingen voor het ontdooien
¡ Met de functie "Magnetron" kunt u diepgevroren
fruit, groente, gevogelte, vlees, vis of gebak ontdooi-
en.
¡ Neem het diepvriesproduct uit de verpakking om te
ontdooien.
¡ Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor
de magnetron.
¡ De insteladviezen gelden voor gerechten met diep-
vriestemperatuur (-18°C).
¡ Ontdooien lukt beter in meerdere stappen. De stap-
pen zijn onder elkaar aangegeven in de aanbevelin-
gen voor instellingen.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 1-2keer.
Keer grote stukken meerdere malen. Deel het voed-
sel tussendoor in stukken.
Neem reeds ontdooide stukken uit de binnenruimte.
¡ Laat de ontdooide producten nog 10tot 30minuten
in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de
temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
Insteladvies voor het ontdooien
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Brood, 500g Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 3
2. 10-15
Broodjes Rooster 1 140-160 90 2-4
Gebak, vochtig, 500g Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 2
2. 10-15
1
Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
background
nl Zo lukt het
36
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Gebak, droog, 750g Open vorm 1 - 90 10-15
Kip, heel, 1,3kg Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 10
2. 10-20
1
Vlees, heel, bijv. braad-
vlees, rauw vlees, 1kg
Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 15
2. 20-30
1
Gehakt, gemengd, 500g Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10-15
1
Vis, heel, 300g Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 3
2. 10-15
1
Kleinfruit, 300g Open vorm 1 - 180 5-10
Boter ontdooien, 125g Open vorm 1 - 90 7-9
1
Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
Opwarmen met de magnetron
Met de magnetron kunt u voedingsproducten opwar-
men of in één stap ontdooien en opwarmen.
Bereidingswijze voor het opwarmen met de
magnetron
¡ Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de
magnetron.
¡ Keer of roer het voedsel tussendoor 2-3keer.
¡ Laat het voedsel na het bereiden 1-2minuten rus-
ten.
¡ De producten geven warmte af aan het servies. Het
servies kan zeer heet worden.
¡ Let op de volgende punten wanneer u babyvoedsel
opwarmt:
Plaats flesjes zonder speen of deksel op het
rooster.
Schud of roer het babyvoedsel goed door na het
verwarmen.
Controleer absoluut de temperatuur van het ba-
byvoedsel.
¡ Veeg de binnenruimte na het opwarmen droog.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging
ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt
bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij
een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid
geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en
wegspatten.
Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een
lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging
voorkomen.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan
komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-
schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant
kan worden aangetast.
Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,
moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-
nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd
zijn.
Insteladvies voor opwarmen en regenereren
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Dranken verwarmen,
200ml
Open vorm 1 - max 1-3
1
Babyvoeding verwarmen,
bijv. flesjes melk, 150ml
Open vorm 1 - 360 1-3
1
Groente, gekoeld, 250g Gesloten vorm 1 - 600 3-8
Groente, diepvries, los,
250g
Gesloten vorm 1 - 600 8-12
Schotel, gekoeld, 1por-
tie
Gesloten vorm 1 - 600 4-8
1
Het voedsel goed omroeren.
background
Zo lukt het nl
37
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Soep, eenpansgerecht,
gekoeld, 400ml
Gesloten vorm 1 - 600 5-7
Bijgerechten, bijv. pasta,
balletjes, aardappels,
rijst, gekoeld
Gesloten vorm 1 - 600 5-10
Schotel, diepvries, 1 por-
tie
Gesloten vorm 1 - 600 11-15
Soep, eenpansgerecht,
200ml
Gesloten vorm 1 - 600 4-6
1
Bijgerechten, 500g, bijv.
pasta, balletjes, aardap-
pels, rijst, diepvries
Gesloten vorm 1 - 600 7-10
1
Ovenschotels, 400g,
bijv. lasagne, aardappel-
gratin, diepvries
Open vorm 1 180-200 180 20-25
1
Het voedsel goed omroeren.
26.8 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 of IEC
60350-1 en conform EN 60705, IEC 60705 te vergemakkelijken.
Bakken
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden
zonder snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuuur.
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Biscuitgebak
Als alternatief voor een rooster kunt u ook de
door ons aangeboden Air Fry plaat gebruiken.
Insteladviezen voor het bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Spritskoekjes Bakplaat 1 150-160
1
- 20-30
Spritskoekjes Bakplaat 1 140-150
1
- 25-35
Kleine cakes Bakplaat 1 160
1
- 25-35
Kleine cakes Bakplaat 1 150
1
- 25-35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
1 160-170
2
- 25-35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
1 160-170
2
- 25-35
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
background
nl Montagehandleiding
38
Grillen
Insteladviezen bij het grillen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C / grillstand
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Toast bruinen Rooster 3 max
1
- 3-5
1
Het apparaat niet voorverwarmen.
Bereiding met magnetron
Insteladviezen voor het ontdooien met magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Vlees Open vorm 1 - 1. 180
2. 90
1. 5
2. 10-15
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Kandeel Open vorm 1 - 1. 360
2. 180
1. 20
2. 20-25
Biscuitgebak Open vorm 1 - 600 7-9
Gehaktbrood Open vorm 1 - 600 22-27
Insteladviezen voor het bereiden met magnetron gecombineerd
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina9
Temperatuur in
°C
Magnetron-
vermogen in
W
Tijdsduur
in min.
Aardappelgratin Open vorm 1 150-170 360 25-30
Gebak Open vorm 1 190-210 180 12-18
Kip, gehalveerd Open vorm 1 180-200 360 25-35
27  Montagehandleiding
 27.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ De inbouwkast mag achter het apparaat
geen achterwand hebben. Tussen de wand
en de bodem van de kast of de achter-
wand van de kast erboven dient een af-
stand van minstens 35mm te worden aan-
gehouden.
¡ Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen mo-
gen niet worden afgedekt.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
background
Montagehandleiding nl
39
¡ Het apparaat na het uitpakken controleren.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel aan de wand worden be-
vestigd.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn
gecertificeerd, een minimale aderdiameter
van 1,5mm² hebben en die voldoen aan
de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
Neem contact op met de service wanneer
het netsnoer te kort is.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.
27.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
27.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
¡ Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de
kookplaat in acht nemen.
background
nl Montagehandleiding
40
27.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd,
dan moeten de minimale afmetingen in acht worden
genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de
minimale dikte van het werkblad berekend ⁠.
Type kookplaat a opbouw in mm a vlak gemonteerd in mm b in mm
Inductiekookplaat 42 43 5
Inductiekookplaat met
doorlopend kookoppervlak
52 53 5
Gaskookplaat 32 43 5
1
Elektrische kookplaat 32 35 2
1
Afwijkende nationale inbouwvoorschriften van de kookplaat in acht nemen.
27.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Om een voldoende ventilatie van het apparaat te
waarborgen, is een ventilatie-opening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen. Let erop dat de luchtcirculatie volgens de teke-
ning is gewaarborgd.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
background
Montagehandleiding nl
41
27.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
27.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
¡ Wanneer het display van het apparaat donker blijft,
dan is het verkeerd aangesloten. Scheid het appa-
raat van het net, controleer de aansluiting.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de nets-
tekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn,
of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de
vast geplaatste elektrische installatie een schei-
dingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen door geschoold
personeel worden aangesloten. Bij schade door een
verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken
op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een
scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften
zijn ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
groen-geel = aarddraad
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
27.8 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
background
nl Montagehandleiding
42
27.9 Bij greeploze keuken met verticale
greeplijst:
1.
Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele scher-
pe randen af te dekken en een veilige montage te
waarborgen.
2.
Aluminiumprofielen voorboren, om een schroefver-
binding te maken.
3.
Apparaat met adequate schroeven bevestigen.
27.10 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
Draai de bevestigingsschroeven los.
3.
Til het apparaat iets op en trek het helemaal naar
buiten.
background
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001681956*
9001681956(030329)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

Specifications

Bosch CMG9241B1 Questions and Answers