
nl Veiligheid
2
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer
informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade voorkomen ..............................4
3 Milieubescherming en besparing........................5
4 Opstellen en aansluiten.......................................5
5 Geschikt kookgerei ..............................................6
6 Uw apparaat leren kennen...................................8
7 De Bediening in essentie.....................................8
8 Tijdfuncties.........................................................10
9 PowerBoost........................................................10
10 Kinderslot ...........................................................10
11 Basisinstellingen ...............................................10
12 Kookgerei-test....................................................11
13 Reiniging en onderhoud ....................................12
14 Storingen verhelpen ..........................................12
15 Afvoeren .............................................................14
16 Servicedienst......................................................14
17 Testgerechten ....................................................14
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa-
raatpas en de productinformatie voor later
gebruik of voor volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-
cessen ononderbroken in het oog.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-
veau.
Gebruik het apparaat niet:
¡ met een externe timer of een separate af-
standsbediening. Dit geldt niet voor het ge-
val dat de werking middels de door
EN50615 genoemde apparaten wordt uit-
geschakeld.
¡ in keukenzones met personeel in bedrijven,
kantoren en andere werkomgevingen.
¡ In agrarische bedrijven.
¡ voor gebruik door klanten van hotels, mo-
tels en ander accommodaties.
¡ in accommodaties van het type "bed and
breakfast".
Als u een actief, geïmplanteerd medisch ap-
paraat (zoals een pacemaker of defibrillator)
draagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet
aan de Richtlijn 90/385/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 20
juni 1990 alsmede EN 45502-2-1 en EN
45502-2-2, en conform VDE-AR-E 2750-10 is
geselecteerd, geïmplanteerd en geprogram-
meerd. Als aan deze voorwaarden wordt vol-
daan en er bovendien non-ferro pannen met
non-ferro handgrepen worden gebruikt, kan
deze inductiekookplaat zonder bezwaar wor-
den gebruikt, mits dit natuurlijk op de juiste
wijze gebeurt.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.

Veiligheid nl
3
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
1.4 Veilig gebruik
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Zonder toezicht koken op kookplaten met vet
of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-
ken.
▶
Verlies hete oliën en vetten daarom nooit
uit het oog.
▶
Nooit proberen om een vuur met water te
blussen, maar het apparaat uitschakelen
en dan de vlammen bijv. met een deksel of
een blusdeken afdekken.
Het kookvlak wordt erg heet.
▶
Nooit brandbare voorwerpen op het kook-
vlak of in de directe omgeving leggen.
▶
Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa-
ren.
Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-
gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door
oververhitting, in brand vliegen of ontploffende
materialen.
▶
Dek de kookplaat niet af.
Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-
schakelaar uitschakelen.
▶
Niet wachten tot de kookplaat automatisch
uitschakelt omdat er zich geen potten en
pannen meer op bevinden.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een
eventueel aanwezig kookplaatframe.
▶
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
▶
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-
vallen leiden.
▶
Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui-
ken.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
▶
Het apparaat voor het schoonmaken laten
afkoelen.
▶
Het apparaat niet bewegen zolang het ap-
paraat heet is.
Voorwerpen van metaal worden zeer snel
heet op de kookplaat.
▶
Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals
messen, vorken, lepels of deksels, op de
kookplaat.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
▶
Als het netsnoer van dit apparaat bescha-
digd raakt, dient dit te worden vervangen
door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is
bij de fabrikant of de servicedienst.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
▶
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
▶
Is het oppervlak gescheurd, dan het appa-
raat uitschakelen om een mogelijke elektri-
sche schok te vermijden. Hiervoor het ap-
paraat niet aan de hoofdschakelaar, maar
via de zekering in de meterkast uitschake-
len.
▶
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
▶
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen en de
gastoevoer sluiten.
▶
Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina14
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
▶
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-
latie van elektrische apparaten smelten.
▶
Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek-
trische apparaten nooit in contact komt met
hete onderdelen van het apparaat.

nl Materiële schade voorkomen
4
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van
de pan en de kookzone, kunnen kookpannen
plotseling omhoog springen.
▶
Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem
van de pan altijd droog zijn.
▶
Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de
kookplaat en kookvorm barsten door overver-
hitting.
▶
De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-
rect contact komen met de bodem van de
pan die met water is gevuld.
▶
Gebruik alleen hittebestendige vormen.
Een apparaat met een gebarsten of gebroken
oppervlak kan tot snijwonden leiden.
▶
Het apparaat niet gebruiken als het opper-
vlak ervan gebarsten of gebroken is.
WAARSCHUWING‒Gevaar:
magnetisme!
Het apparaat kan permanente magneten be-
vatten die de correcte werking van elektroni-
sche implantaten, zoals pacemakers of insuli-
nepompen kunnen hinderen.
▶
Daarom moeten personen met elektroni-
sche implantaten tijdens de montage een
minimale afstand van 10cm tot het appa-
raat aanhouden.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
▶
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
▶
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
▶
Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
▶
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
2 Materiële schade voorkomen
Hier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen.
Schade Oorzaak Maatregel
Vlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden.
Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegene
met hoog suikergehalte.
Onmiddellijk met een schraper voor vitroke-
ramische kookplaat verwijderen.
Vlekken, defecten of
breuken in het glas
Defect kookgerei, kookgerei met gesmolten
emaille of kookgerei met koperen- of alumini-
umbodem.
Gebruik geschikt kookgerei dat in een goede
conditie is.
Vlekken, verkleurin-
gen
Ongeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-
schikt zijn voor glaskeramiek en reinig de
kookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breuken
in het glas
Stoten of vallend kookgerei, kookaccessoires
of andere harde of scherpe voorwerpen.
Bij het koken niet tegen het glas stoten of
voorwerpen op de kookplaat laten vallen.
Krassen, verkleurin-
gen
Ruwe pannenbodems of het verplaatsen van
de pan op de kookplaat.
Kookgerei controleren. Kookgerei bij het ver-
plaatsen optillen.
Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets
op te zetten of als werkvlak.
Schade aan het ap-
paraat
Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken.
Schade aan de pan
of aan het apparaat
Koken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hete
kookzone plaatsen of verhitten.

Milieubescherming en besparing nl
5
Schade Oorzaak Maatregel
Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone of
hete deksels van pannen op het glas.
Geen bakpapier of aluminiumfolie en geen
kunststof containers of pandeksels op de
kookplaat leggen.
Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel of
op het kader.
Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-
den.
LET OP!
Deze kookplaat beschikt aan de onderkant over een
ventilator.
▶
Onder de kookplaat geen kleine of scherpe voor-
werpen, geen papier en geen theedoeken bewaren.
Deze voorwerpen kunnen aangezogen worden en
de ventilator beschadigen of de koeling belemme-
ren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
▶
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat
minder energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
¡
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat
aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
¡
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel
energie.
Glazen deksel gebruiken.
¡
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-
der het deksel op te lichten.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-
middel.
¡
Groot kookgerei met weinig product heeft meer
energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
¡
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer
energie is er nodig om op te warmen.
Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.
¡
Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op de
meegeleveerde apparaatpas en op het intern op de
productpagina van uw apparaat.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Algemene aanwijzingen
LET OP!
De veiligheid tijdens het gebruik is alleen dan gewaar-
borgd, wanneer de installatie technisch correct en in
overeenstemming met deze installatiehandleiding werd
doorgevoerd. De monteur is aansprakelijk voor schade
die ontstaat als gevolg van een ondeskundig uitgevoer-
de inbouw.
Garantie
LET OP!
Elke maatregel binnenin het apparaat, ook het vervan-
gen van de voedingskabel, mag alleen door speciaal
opgeleid personeel van de servicedienst worden uitge-
voerd. Door een ondeskundige installatie, aansluiting of
montage vervalt de geldigheid van de productgarantie.
4.2 Installatie voorbereiden
Let op de volgende punten:
Installatievlak
¡ Het installatievlak moet bestand zijn tegen een tem-
peratuur van minimaal 90°C.
¡ Het vlak moet effen, horizontaal en stabiel zijn en
geschikt zijn voor gewichten van ca. 60 kg.
Afzuigkap
¡ De afstand tussen de afzuigkap en de kookplaat
moet minimaal overeenkomen met de afstand welke
is aangegeven in de montagehandleiding van de af-
zuigkap.

nl Geschikt kookgerei
6
Beluchting
¡ Om een juiste werking van het apparaat te garande-
ren moet de kookplaat naar behoren worden geven-
tileerd.
¡ De ventilatie onderin het apparaat heeft voldoende
toevoer van verse lucht nodig. Daarom indien nodig
de meubelen hiervoor aanpassen.
¡ Houd een zone van minstens 10 cm rond de kook-
plaat vrij om voor voldoende ventilatie te kunnen
zorgen.
Opslagpositie
¡ Wanneer het apparaat wordt uitgebouwd, bewaar
het dan in een horizontale positie.
4.3 Elektrische aansluiting
¡ Het apparaat dient op een vaste installatie te zijn
aangesloten en de betreffende scheidingsschake-
laars moeten conform de installatievoorschriften
worden gemonteerd.
¡ Wanneer u de handleiding voor de aardaansluiting
niet volledig begrijpt of wanneer u omtrent de cor-
recte aarding van het apparaat vragen heeft, neem
dan contact op met een elektricien.
Aansluitklasse
¡ Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I en mag
alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die
ontstaat door het ondeskundige gebruik en foute
elektrische installaties.
Voedingskabel
¡ Gebruik uitsluitend de kabel die is meegeleverd met
het apparaat of welke door de klantenservice is ge-
leverd.
¡ Het aansluitpunt, het stopcontact en de stekker
moeten altijd toegankelijk zijn.
¡ Zorg ervoor dat de voedingskabel niet beklemd
raakt en niet over scherpe randen wordt geleid.
¡ De voedingskabel zodanig geleiden dat deze niet in
aanraking komt met hete delen met een tempera-
tuur boven de 70°C.
¡ De voedingskabel niet bevestigen en niet op plaat-
sen aanbrengen die voor kinderen toegankelijk zijn.
¡ Schakel nooit het apparaat uit door de stekker uit
het stopcontact te trekken aan de voedingskabel.
4.4 Voor het eerste gebruik
1.
De beschermfolie van het kookplaatframe lostrek-
ken.
2.
Met heet water en een beetje zeep reinigen.
4.5 Afmetingen van het apparaat
5 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een
ferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-
neet worden aangetrokken, en verder moet de bodem
even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookge-
rei op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats
dan het kookgerei op een kookplaat met de eerstvol-
gende kleinere diameter.
5.1 Grootte en kenmerken van het
kookgerei
Houd om het kookgerei correct te kunnen herkennen,
rekening met de grootte en het materiaal van het kook-
gerei. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad
zijn.
Met Kookgerei-test kunt u controleren of uw kookgerei
geschikt is. Meer informatie vindt u onder
→"Kookgerei-test", Pagina11.
Kookgerei Materialen Eigenschappen
Aanbevolen kookge-
rei
Edelstalen kookgerei met sandwich-bodem
welke de warmte goed verdeelt.
Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,
warmt snel op en waarborgt zijn herkenning.
Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd
staal, gietijzer, of speciale pannen voor in-
ductie van edelstaal.
Dit kookgerei warmt snel op en waarborgt
zijn herkenning.

Geschikt kookgerei nl
7
Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetische
oppervlak kleiner is dan de bodem van het
kookgerei, warmt alleen het ferromagneti-
sche oppervlak op. Daardoor verdeelt de
warmte niet gelijkmatig.
Kookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze verkleinen het ferromagnetische opper-
vlak, waardoor er minder vermogen aan de
pan kan worden afgegeven. Het kan zijn dat
deze pannen onvoldoende of helemaal niet
worden herkend en daarom ook onvoldoen-
de worden verwarmd.
Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-
dewerk, koper of aluminium.
Opmerkingen
¡ Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe
geen adapterplaten.
¡ Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei
met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit
kunnen raken.

nl Uw apparaat leren kennen
8
6 Uw apparaat leren kennen
6.1 Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductie-
koken enkele veranderingen met zich mee en biedt het
een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-
ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudi-
ger onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere
warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookge-
rei wordt opgewekt.
6.2 Bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwij-
ken van de illustratie.
Touchvelden
Sensor Functie
Hoofdschakelaar
Kookzone kiezen
/ Instellingen kiezen
PowerBoost
Tijdfuncties
Kinderslot
Indicaties
Indicatie Functie
Gebruikstoestand
- Kookstanden
/ Restwarmte
PowerBoost
Tijdfuncties
Touchvelden en indicaties
Bij het aanraken van een symbool wordt de betreffende
functie geactiveerd.
¡ Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vocht
heeft een nadelige invloed op de werking.
¡ Geen pannen in de buurt van de indicaties en sen-
soren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.
6.3 Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de ge-
normeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn be-
schreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte
of materiaal van het kookgerei variëren.
A
C
B
A
Gebied Hoogste kookstand
Ø 18cm Vermogensstand 9
PowerBoost
1.800W
3.100W
Ø 14,5 cm Vermogensstand 9
PowerBoost
1.400W
2.200W
Ø 21cm Vermogensstand 9
PowerBoost
2.200W
3.700W
6.4 Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint, of het for-
maat van de pan bij de kookzone past waarmee u wilt
koken:
Gebied Type kookplaat
Kookzone van één enkele kring
6.5 Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm-
te-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt,
mag u de kookzone niet aanraken.
Indicatie Betekenis
De kookzone is heet.
De kookzone is warm.
7 De Bediening in essentie
7.1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen
▶
De kookplaat met de hoofdschakelaar inschake-
len en uitschakelen.
De kookplaat gaat automatisch uit wanneer de
kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld
zijn.

De Bediening in essentie nl
9
ReStart
▶
Wanneer u het apparaat binnen 4seconden na het
uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in
werking met de vorige instellingen.
7.2 Instellen van de kookzones
Om de gewenste selecteerbare vermogensstand te kie-
zen, of aanraken.
Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze is
aangeduid met een punt.
Vermogensstand
Laagste vermogensstand
Hoogste vermogensstand
Kookzone en vermogensstand kiezen
1.
Om de kookzone te kiezen op tippen.
2.
Kies in de volgende 10seconden de vermogens-
stand:
‒ Op drukken om de vermogensstand op te
roepen.
‒ Op drukken om de vermogensstand op te
roepen.
a De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking:Wanneer er geen kookgerei op de kook-
plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de
gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt
de kookzone uitgeschakeld.
QuickStart
▶
Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op de
kookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelen
herkend en wordt de betreffende kookzone automa-
tisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 secon-
den de vermogensstand kiezen, anders schakelt de
kookplaat zelf uit.
Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen
1.
De kookzone kiezen.
2.
Raak of aan, tot de gewenste kookstand ver-
schijnt. Om de kookzone uit te schakelen, instel-
len.
Snel uitschakelen van de kookplaat
Gedurende 3 seconden het symboolvan de kookzone
aanraken. De kookplaat schakelt uit.
7.3 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor
welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd (
)kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de
dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor
te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
Smelten
1
Zonder deksel
2
Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
Boter, honing, gelatine 1-2 -
Verwarmen en warm houden
Gekookte worstjes
1
3-4 -
Ontdooien en opwarmen
Spinazie, diepvries 3-4 15-25
Gaarstoven, zachtjes laten ko-
ken
Aardappelballetjes
1
4.-5. 20-30
Geklopte sauzen, bijv. bearnai-
sesaus, hollandaisesaus
3-4 8-12
Koken, stomen, stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid
water
2.-3. 15-30
Aardappelen in schil 4.-5. 25-35
Pasta
1
6-7 6-10
Soepen 3.-4. 15-60
Groente 2.-3. 10-20
Eenpansgerecht met de snel-
kookpan
4.-5. -
Sudderen
Stoofvlees 4-5 60-100
Goulash
2
3-4 50-60
Sudderen / braden met weinig
vet
1
Schnitzel, al dan niet gepa-
neerd
6-7 6-10
Steak (3 cm dik) 7-8 8-12
Borst van gevogelte (2cm dik) 5-6 10-20
Hamburger (2 cm dik) 6-7 10-20
Vis en visfilet, gepaneerd 6-7 8-20
Garnalen en krab 7-8 4-10
Sauteren van verse groente en
paddestoelen
7-8 10-20
Diepvriesgerechten, bijv. koe-
kenpangerechten
6-7 6-10
Omelet (na elkaar bakken) 3.-4. 3-10
Frituren, 150-200g per portie
in 1-2l olie, in porties frituren
1
Diepvriesproducten, bijv. frites,
kip-nuggets
8-9 -
Groente, paddestoelen, gepa-
neerd, in bierdeeg of in tempu-
ra
6-7 -
Klein gebak, bijv. beignets, Ber-
liner bollen, fruit in bierdeeg
4-5 -
1
Zonder deksel
2
Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.

nl Tijdfuncties
10
8 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen
voor de bereidingstijd:
¡ Uitschakeltimer
¡ Timer
8.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidings-
tijd voor en kookzone en de automatische uitschake-
ling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.
Bereidingstijd programmeren
1.
Tik op .
a De indicatie van de kookplaat brandt.
2.
Kies de bereidingstijd met of .
a De tijd begint af te lopen.
Opmerking:U kunt voor alle kookzones automatisch
dezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u
onder
→"Basisinstellingen", Pagina10.Meer informatie vindt
u onder.
8.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot
99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzo-
nes en andere instellingen. Deze schakelt de kookzo-
nes niet automatisch uit.
Kookwekker instellen
1.
Kies de kookzone en tik tweemaal op .
a naast brandt.
2.
Kies de gewenste tijd met of .
a De tijd loopt af.
Kookwekkertijd wijzigen of wissen
1.
Raak meerdere malen aan, totdat de indicatie
naast brandt.
2.
Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen
of op instellen.
9 PowerBoost
Maakt een snellere opwarming mogelijk van grotere
waterhoeveelheden dan met kookstand .
Deze functie kunt u activeren voor een kookzone, wan-
neer er geen andere kookzone in gebruik is. Anders
knipperen er op het kookstand-display en .
Druk voor het in- of uitschakelen op .
10 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee
wordt voorkomen dat kinderen de kookplaat inschake-
len.
Schakel de kookplaat uit om de functie in te kunnen
schakelen.
Wordt door het gedurende 4 seconden aanraken van
in- of uitgeschakeld.
Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaat
wordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindt
u meer informatie onder Basisinstellingen
→Pagina10.
11 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
11.1 Overzicht van de basisinstellingen
Indicatie Instelling Waarde
Kinderslot - Handmatig.
1
Automatisch.
- Functie uitgeschakeld.
Akoestische signalen – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld.
– Alleen het foutsignaal is ingeschakeld.
– Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld.
– Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld
1
.
1
Fabrieksinstelling

Kookgerei-test nl
11
Indicatie Instelling Waarde
Automatische uitschakeling van de kookzo-
nes
– Uitgeschakeld.
1
- - Tijd tot het automatisch uitschakelen.
Duur van het timer-einde-geluidssignaal – 10seconden
1
– 30seconden
- 1 minuut
Vermogensbegrenzing
Maakt de begrenzing mogelijk van het totale
vermogen van de kookplaat, overeenkomstig
de vereisten van de betreffende elektrische
installatie. Wanneer de functie actief is en de
kookplaat de ingestelde vermogensgrens be-
reikt, dan wordt weergegeven en u kunt
geen hogere kookstand kiezen. De beschik-
bare instellingen hangen af van het maximale
vermogen van de kookplaat, welke op het ty-
peplaatje is vermeld.
- Uitgeschakeld maximaal vermogen van de kookplaat
1
- 1000 W Laagste vermogen
- 1500 W
...
- 3000 W Aanbevolen voor 13 ampère
- 3500 W Aanbevolen voor 16 ampère
- 4000 W
- 4500 W Aanbevolen voor 20 ampère
...
- Maximaal vermogen van de kookplaat
Keuzetijd van de kookzone - Onbegrensd: de laatst ingestelde kookzone blijft ge-
selecteerd
1
.
- Begrensd: de kookzone blijft slechts enkele seconden
lang geselecteerd.
Kookgerei-test
Resultaat van het bereidingsproces
- Niet geschikt.
- Niet optimaal.
- Geschikt.
Automatisch management van de vermo-
gensbegrenzing
- Gedeactiveerd: geeft de vermogensbegrenzing niet
weer behalve als is geactiveerd.
1
- Ingeschakeld: geeft van de vermogensbegrenzing al-
tijd aan.
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen - Individuele instellingen
1
.
- Fabrieksinstellingen.
1
Fabrieksinstelling
11.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste:De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
1.
Raak aan om de kookplaat uit te schakelen.
2.
Raak binnen de volgende 10seconden 4se-
conden lang aan.
Productinformatie Indicatie
Lijst van de Technische Servicedienst
(TS)
Fabricagenummer
Fabricagenummer 1 .
Fabricagenummer 2 .
a De eerste vier indicaties geven productinformatie
weer. Raak of aan om de afzonderlijke indica-
ties weer te geven.
3.
Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan.
a en branden afwisselend alsmede als vooringe-
stelde waarde.
4.
Raak het symbool net zo vaak aan tot de ge-
wenste functie wordt weergegeven.
5.
Kies de gewenste waarde met of .
6.
Raak gedurende 4 seconden aan.
a De instellingen zijn opgeslagen.
11.3 De basisinstellingen afsluiten
▶
Raak aan om de kookplaat uit te schakelen.
12 Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de
snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei
testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van
de pan met de grootte van de gebruikte kookzone
overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen.
→Pagina10
12.1 Kookgerei-test uitvoeren
1.
Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca.
200ml water midden op die kookzone, waarvan de
diameter het best overeenkomt met de diameter van
de bodem van het kookgerei.
2.
Roep de basisinstellingen op en kies .

nl Reiniging en onderhoud
12
3.
Op of tippen. Op de kookzone knippert de
indicatie .
a De functie is geactiveerd.
a Na 20 seconden verschijnt het resultaat op het
kookzonedisplay.
12.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voor
kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
Resultaat
Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt
en wordt daarom niet opgewarmd.
Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht
en het kookproces verloopt niet optimaal.
Het kookgerei wordt goed warm en het kookpro-
ces is in orde.
Opmerking:Plaats in gevallen met ongunstige resulta-
ten het kookgerei opnieuw op een kleinere kookzone,
indien aanwezig.
Raak of aan om de functie te activeren.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
13.1 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitroke-
ramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de service-
dienst, in de vakhandel of in de webshop www.bosch-
home.com.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak-
ken van het apparaat beschadigen.
▶
Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
▶
Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de
kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van
het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
¡ Onverdund afwasmiddel
¡ reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine
¡ Schuurmiddelen
¡ Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of
vlekverwijderaars
¡ Krassende sponzen
¡ Hogedrukreinigers of stoomapparaten
13.2 Kookplaat reinigen
Reinig de kookplaat na elk gebruik zodat er geen
kookresten inbranden.
Vereiste:De kookplaat moet koud zijn. Laat bij suiker-
vlekken, kunststof of aluminiumfolie de kookplaat niet
afkoelen.
1.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vi-
trokeramische kookplaat.
2.
Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor
glaskeramiek.
Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van
het reinigingsmiddel aan.
Tip:Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt
u goede reinigingsresultaten boeken.
13.3 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand
van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking:Geen schraper gebruiken.
1.
De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en
een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwas-
sen.
2.
Droog na met een zachte doek.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenser-
vice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
▶
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
▶
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
▶
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
▶
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt,
dient dit te worden vervangen door een speciaal
snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servi-
cedienst.

Storingen verhelpen nl
13
14.1 Waarschuwing
Opmerkingen
¡ Wanneer op het display verschijnt, de sensor van
de betreffende kookzone ingedrukt houden en de
storingscode aflezen.
¡ Wanneer de storingscode niet in de tabel staat, de
kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30
seconden wachten en de kookplaat verbinden. Ver-
schijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op
met de technische servicedienst en geef de exacte
storingscode op.
¡ Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet
meer over naar de standby-modus.
¡ Om de elektrische onderdelen van het apparaat te
beschermen tegen oververhitting of stroomstoten,
kan het vermogensniveau van de kookplaat voor
korte tijd worden teruggebracht.
14.2 Aanwijzingen op het display
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enke-
le indicatie.
De stroomtoevoer is onderbroken.
▶
Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroom-
storing.
Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
▶
Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.
Storing in de elektronica
▶
Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in.
De indicaties knippe-
ren.
Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp.
▶
Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp.
De indicatie - knip-
pert in de kookzone-
indicaties.
Er is een storing opgetreden in de elektronica.
▶
Dek om de storing te bevestigen het bedieningsveld kort met de hand af.
, De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
▶
Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van
het bedieningspaneel aanraken.
+ vermogensstand
en geluidssignaal
Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica
oververhit raken.
▶
Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voort-
zetten.
en geluidssignaal Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de
elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld.
▶
Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak
aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken.
/ De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgescha-
keld.
▶
Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone
opnieuw in.
De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik.
▶
Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Om de kookzone te kunnen instellen
een willekeurige toets aanraken om de indicatie uit te schakelen.
/ De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied.
▶
Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf.
De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten.
▶
Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het
schakelschema.
De demo-modus is geactiveerd.
▶
Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. 30 seconden wachten en de kook-
plaat aansluiten. Raak binnen de volgende 3 minuten een willekeurige sensor aan. De
demomodus is gedeactiveerd.

nl Afvoeren
14
14.3 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen
veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilat-
orgeluiden of ritmische geluiden.
15 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de
juiste manier afvoert.
15.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het
apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan contact op met
onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn
voor de werking in overeenstemming met de desbetref-
fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van
ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel
brengen van het apparaat binnen de Europese Econo-
mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in
het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
17 Testgerechten
Deze instellingsaanbevelingen zijn bedoeld voor testin-
stituten om het testen van onze apparaten te verge-
makkelijken. De testen worden met onze kooksets voor
inductiekookplaten uitgevoerd. Indien nodig kunt u de-
ze accessoiresets op een later tijdstip aanschaffen bij
de vakhandel, via onze technische klantenservice of in
onze webshop.
17.1 De couverture smelten.
Ingrediënten: 150 g pure chocolade (55% cacao).
¡ Pot Ø 16 cm zonder deksel
– Koken: Vermogensstand 1.
17.2 Linzenschotel opwarmen en
warmhouden
Recept volgens DIN 44550
Begintemperatuur 20°C
Opwarmen zonder omroeren
¡ Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 450 g
– Verwarmen: tijdsduur 1 min. 30 s., vermogens-
stand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 1.
¡ Pot Ø 22 cm met deksel Hoeveelheid: 800 g
– Verwarmen: tijdsduur 2 min. 30 s., vermogens-
stand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 1.

Testgerechten nl
15
17.3 Linzenschotel opwarmen en
warmhouden
Bijv.: linzendiameter 5-7 mm. Starttemperatuur 20°C
Na 1 min. opwarmen omroeren
¡ Pan Ø 16 cm met deksel Hoeveelheid: 500 g
– Opwarmen: tijdsduur ca. 1 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 1.
¡ Pan Ø 22 cm met deksel Hoeveelheid: 1 kg
– Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 1.
17.4 Bechamelsaus
Melktemperatuur: 7ºC
¡ Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 40 g bo-
ter, 40 g meel, 0,5 l melk met 3,5% vetgehalte en
een snufje zout
Bechamelsaus maken
1.
Boter smelten, bloem en zout erdoor roeren en het
geheel verwarmen.
‒ Verwarm het: duur 6 min., vermogensfase 2
2.
De melk bij de roux van bloem voegen en deze on-
der voortdurend roeren aan de kook brengen.
‒ Verwarm het: duur 6 min. 30 sec., vermogensfa-
se 7
3.
Als de bechamelsaus aan de kook komt, laat deze
dan nog 2 minuten op de kookzone staan, onder
voortdurend roeren.
‒ Kookpunt: Vermogensstand 2
17.5 Kook rijstpudding met deksel
Melktemperatuur: 7ºC
1. Verwarm de melk zonder deksel totdat deze begint
te rijzen. Na 10 min. opwarmen omroeren.
2. Stel het aanbevolen vermogen in en voeg rijst, suiker
en zout toe aan de melk.
Bereidingstijd inclusief opwarmen, ca. 45min.
¡ Pan Ø 16 cm Ingrediënten: 190g rijst met ronde
korrel, 90g suiker, 750ml melk met 3,5% vetge-
halte en 1g zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.
– Kookpunt: Vermogensstand 3
¡ Pan Ø 22 cm Ingrediënten: 250g rijst met ronde
korrel, 120g suiker, 1l melk met 3,5% vetgehalte
en 1,5g zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.
– Doorkoken: vermogensstand 3, na 10 min. om-
roeren
17.6 Kook rijstpudding zonder deksel
Melktemperatuur: 7ºC
1. Ingrediënten aan de melk toevoegen en onder
voortdurend roeren opwarmen.
2. Wanneer de melk ca. 90 ºC heeft bereikt, kiest u het
aanbevolen prestatieniveau en laat u de melk ca. 50
minuten sudderen op een lage stand.
¡ Pan Ø 16 cm zonder deksel Ingrediënten: 190g
rijst met ronde korrel, 90g suiker, 750ml melk met
3,5% vetgehalte en 1g zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.
– Kookpunt: Vermogensstand 3
¡ Pot Ø 22 cm zonder deksel Ingrediënten: 250g rijst
met ronde korrel, 120g suiker, 1l melk met 3,5%
vetgehalte en 1,5g zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 5 min. 30 s., vermo-
gensstand 8.
– Kookpunt: Vermogensstand 2.
17.7 Rijst koken
Recept volgens DIN 44550
Watertemperatuur: 20°C
¡ Pan Ø 16 cm met deksel Ingrediënten: 125g rijst
met lange korrel, 300g water en een snufje zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 2
¡ Pan Ø 22 cm met deksel Ingrediënten: 250 g rijst
met lange korrel, 600g water en een snufje zout
– Opwarmen: tijdsduur ca. 2 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 2.
17.8 Varkenslende braden
Begintemperatuur van de lende: 7°C
¡ Koekenpan Ø 24 cm zonder deksel Ingrediënten: 3
varkenslendenen, totaalgewicht ca. 300g, 1cm dik,
en 15ml zonnebloemolie
– Opwarmen: tijdsduur ca. 1 min. 30 s., vermo-
gensstand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 7
17.9 Crêpes bereiden
Recept volgens DIN EN 60350-2
¡ Koekenpan Ø 24 cm zonder deksel Ingrediënten:
55 ml deeg per crêpe
– Verwarmen: tijdsduur 1 min. 30 s., vermogens-
stand 9
– Kookpunt: Vermogensstand 7
17.10 Diepvriesfrites frituren
¡ Pan Ø 22 cm zonder deksel Ingrediënten: 2 l zonne-
bloemolie. Voor elke bakcyclus: 200 g bevroren frie-
ten, 1 cm dik.
– Opwarmen: vermogensstand 9, tot de olie een
temperatuur van 180°C bereikt.
– Kookpunt: Vermogensstand 9

Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
• Expert tips & tricks for your appliance
• Warranty extension options
• Discounts for accessories & spare-parts
• Digital manual and all appliance data at hand
• Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration – also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001614408*
9001614408 (011109)
nl
Robert Bosch Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München
GERMANY
www.bosch-home.com

