Bosch CSG856NC1-B Tweedekans - Serie 8 Compacte oven met stoom 60 x 45 cm Carbon black

Product's Documents

Below are documents related to this product, you can read online or download:
User Manual Specification
  • Productspecificaties - (Dutch - Holland) Download
  • EU specificatieblad - (Dutch - Holland) Download
Energy Guide Other Documents
  • Informatie over gratis & open software - (Dutch - Holland) Download
  • Aanvullende documenten - (Dutch - Holland) Download

User Manual

This is the main product document for model CSG856NC1-B.

The file format is pdf, 52 pages, you can download this manual here .

background
Register
your
new device on
MyBosch now and
get free benefits:
bosch-home.com/
welcome
Inbouwoven
CSG856N.1
[nl]
Gebruikershandleiding en installatie-instructies
background
nl Veiligheid
2
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid..............................................................2
2 Materiële schade vermijden ................................5
3 Milieubescherming en besparing........................5
4 Uw apparaat leren kennen...................................6
5 Functies ................................................................8
6 Accessoires........................................................10
7 Voor het eerste gebruik .....................................12
8 De Bediening in essentie...................................13
9 Snel voorverwarmen..........................................14
10 Tijdfuncties.........................................................14
11 Stoom..................................................................16
12 Assist..................................................................19
13 Kinderslot ...........................................................20
14 Sabbatinstelling .................................................20
15 Basisinstellingen ...............................................21
16 Reiniging en onderhoud ....................................22
17 Reinigingsfunctie EcoClean..............................24
18 Reinigingsondersteuning ..................................25
19 Ontkalken ...........................................................25
20 Drogen ................................................................26
21 Rekjes .................................................................26
22 Apparaatdeur......................................................27
23 Storingen verhelpen ..........................................31
24 Afvoeren .............................................................33
25 Servicedienst......................................................33
26 Zo lukt het...........................................................34
27 MONTAGEHANDLEIDING ..................................44
27.1 Algemene montage-instructies ......................
...44
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in
acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
door.
¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-
ductinformatie voor later gebruik of voor
volgende eigenaren.
¡ Sluit het apparaat in geval van transport-
schade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw.
Houd het speciale installatievoorschrift aan.
Apparaten zonder stekker mogen alleen door
geschoold personeel worden aangesloten. Bij
schade door een verkeerde aansluiting kunt u
geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
¡ om voedsel en dranken te bereiden.
¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten
ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni-
veau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinde-
ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-
ke, sensorische of geestelijke beperkingen of
met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien
zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in
het veilige gebruik van het apparaat en de
daaruit resulterende gevaren hebben begre-
pen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spe-
len.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen
niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij
ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht
staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8
jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel
kunnen komen.
background
Veiligheid nl
3
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de
binnenruimte schuiven.
→"Accessoires", Pagina10
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte
worden bewaard kunnen vlam vatten.
Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de
binnenruimte.
Wanneer er rook wordt geproduceerd moet
het apparaat worden uitgeschakeld of de
stekker uit het stopcontact worden gehaald
en moet de deur gesloten worden gehou-
den om eventueel optredende vlammen te
doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen
in brand vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de
verwarmingselementen en de accessoires
vrij te maken van grove verontreiniging.
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat
er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de
verwarmingselementen raken en vlam vatten.
Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-
men en tijdens het bereiden los op het ac-
cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-
ren met een vorm.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en
haar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-
warmingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de
buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
Neem hete accessoires en vormen altijd
met behulp van een pannenlap uit de bin-
nenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-
pen vlam vatten.
Gebruik slechts geringe hoeveelheden
drank met een hoog alcoholpercentage.
Open de apparaatdeur voorzichtig.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke
onderdelen heet.
De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete
stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete
waterdamp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de appa-
raatdeur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reini-
gingsmiddel of scherpe metalen schraper
voor het reinigen van het glas van de oven-
deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-
gen.
Het apparaat en de delen ervan die aange-
raakt kunnen worden kunnen scherpe randen
hebben.
Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
Draag indien mogelijk veiligheidshand-
schoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur
bewegen de scharnieren zich en kunnen ze
klem komen te zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnie-
ren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kun-
nen scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische
schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel
mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveon-
derdelen worden gebruikt voor reparatie
van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-
schadigd, moet het door geschoold vakper-
soneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is
gevaarlijk.
Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-
onderdelen of warmtebronnen in contact
brengen.
Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten
of randen in contact brengen.
background
nl Veiligheid
4
Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of
veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische
schok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger
gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd
netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-
paraat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-
ken.
Wanneer het apparaat of het netsnoer is
beschadigd, dan direct de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-
kering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst.
→Pagina33
WAARSCHUWING‒Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningsele-
menten bevinden zich permanente magneten.
Deze kunnen elektronische implantaten, zoals
pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
Dragers van elektronische implantaten die-
nen een afstand van minstens 10 cm tot
het bedieningspaneel aan te houden.
WAARSCHUWING‒Kans op
verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over
het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en
stikken.
Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-
deren houden.
Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-
aal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen
of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-
ren houden.
Kinderen niet met kleine onderdelen laten
spelen.
1.5 Stoom
Houd deze instructie aan wanneer een een
stoomfunctie gebruikt.
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
Wanneer het apparaat de volgende keer
wordt gebruikt kan het water in de tank sterk
worden verhit.
Na gebruik van de stoomfunctie moet de
tank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.
Tijdens het gebruik van de stoomfunctie
mag u niet met uw handen in de binnen-
ruimte komen.
Tijdens het uitnemen van de accessoires kan
hete vloeistof over de rand stromen.
Hete accessoires voorzichtig verwijderen,
met de ovenwant.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte
kunnen dampen van brandbare vloeistoffen
vlam vatten (explosieve verbranding). De ap-
paraatdeur kan openspringen. Er kunnen hete
dampen en steekvlammen naar buiten treden.
Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. al-
coholhoudende dranken) in de watertank.
Vul de watertank uitsluitend met water of
de door ons aanbevolen ontkalkingsoplos-
sing.
1.6 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING‒Kans op
brandwonden!
De buitenkant van het apparaat wordt zeer
heet tijdens het reinigen.
Nooit de apparaatdeur aanraken.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de
buurt zijn.
background
Materiële schade vermijden nl
5
2  Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er
warmteophoping door voorwerpen op de bodem van
de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet
meer en het email wordt beschadigd.
Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke
soort dan ook op de bodem van de binnenruimte
leggen.
Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-
ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van min-
der dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere
tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur
open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den
duur beschadigd.
Na een bereiding met hoge temperaturen de bin-
nenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur be-
klemd raakt.
Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte
met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken
achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te
overvloedig bedekken.
Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens
het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-
fronten kunnen dan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of
zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om
iets op te zetten of te leggen kan hij beschadigd raken.
Niets op de open deur zetten of leggen en niet er-
aan hangen.
Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur
plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoi-
res krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaat-
deur wanneer deze gesloten wordt.
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte leggen.
2.2 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie
gebruikt.
LET OP!
Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecom-
bineerd gebruik met stoom.
De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.
Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken
in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al cor-
rosie in de binnenruimte veroorzaken.
Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen.
Door afdruipende vloeistof raakt de bodem van de bin-
nenruimte vervuild.
Plaats bij het stomen met een bak met gaatjes altijd
de bakplaat, de braadslede of de bak zonder gaat-
jes eronder. Lekkende vloeistof wordt opgevangen.
Heet water in de watertank kan het stoomsysteem be-
schadigen.
Vul de watertank uitsluitend met koud water.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel
of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken
deze beschadigd.
Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gerei-
nigd veroorzaakt dit schade.
De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
Reinig de watertank met een zachte doek en een in
de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
3  Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-
nen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden
afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat
minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept
of de insteladviezen dit aangeven.
¡
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-
spaart u tot 20 % energie.
background
nl Uw apparaat leren kennen
6
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-
vormen.
¡
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed
op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig
mogelijk.
¡
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant
en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel
bakken.
¡
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-
warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat
vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minuten
voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
¡
De restwarmte is voldoende om het gerecht verder
te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
¡
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te
worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ont-
dooien.
¡
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het
voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
¡ in gebruik met ingeschakeld display max.1W
¡ in gebruik met uitgeschakeld display max.0,5W
4  Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-
paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-
toestand.
Opmerking:Afhankelijk van het apparaattype kunnen
details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en
de vorm.
1 12 23 34
5
1
Knoppen
De toetsen links en rechts van het bedienings-
paneel hebben een drukpunt. De toetsen die-
nen te worden ingedrukt. Bij apparaten zonder
roestvrijstalen front zijn de toetsen eveneens
touchvelden.
2
Touchvelden
Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlak-
ken. Om een functie te kiezen, slechts licht op
het betreffende veld drukken.
3
Touch-displays
Op de touchdisplays ziet u actuele keuzemoge-
lijkheden. Om een functie te kiezen, direct op
het betreffende veld drukken. Afhankelijk van
de keuze veranderen de tekstvelden.
4
Bedieningsring
U kunt de bedieningsring onbegrensd naar
links of rechts draaien. Licht op de bedienings-
ring drukken en in de gewenste richting bewe-
gen.
5
Display
Op het display ziet u actuele instelwaarden of
teksten met aanwijzingen.
4.2 Knoppen
Met de toetsen links en rechts aan het bedieningspaneel schakelt u uw apparaat of de werking in en uit.
Toets Functie Gebruik
on/off Apparaat in- of uitschakelen.
start/stop Kort indrukken: werking starten of onderbreken.
Ca. 3 seconden ingedrukt houden: werking afbreken.
4.3 Touchvelden
Met de touchvelden selecteert u verschillende functies direct.
Het touchveld van de actueel gekozen functie brandt rood.
background
Uw apparaat leren kennen nl
7
Touchveld Functie Gebruik
Menu Functiekeuze-menu openen.
→"Functies", Pagina8
Timer Wekker selecteren.
Informatie Extra informatie bij een functie of instelling laten weergeven.
Kinderslot Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kinderslot activeren of deactiveren.
Bedieningspaneel ope-
nen
Bedieningspaneel openen om de watertank te verwijderen.
4.4 Touch-displays
De touchdisplays zijn zowel indicaties als bedienings-
elementen.
De touchdisplays zijn in meerdere tekstvelden onder-
verdeeld. De tekstvelden tonen u actuele keuzemoge-
lijkheden en reeds uitgevoerde instellingen. Om een
functie te kiezen, op het betreffende veld drukken.
De gekozen functie wordt aan de zijkant van het tekst-
veld gekenmerkt door een rode, verticale balk. De
waarde hiervoor wordt op het display →Pagina7 in
het wit geaccentueerd.
Een kleine rode pijl aan de zijkant van het tekstveld
geeft aan naar welke functie u terug kunt bladeren.
4.5 Bedieningsring
Met de bedieningsring wijzigt u de instelwaarden die
op het display worden weergegeven en bladert u in de
touchdisplays.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale
waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display
staan. Draai indien nodig de waarde met de bedie-
ningsring opnieuw terug.
4.6 Display
Het display toont u de actuele instelwaarden op ver-
schillende niveaus.
Waarde op
de voor-
grond
De waarde op de voorgrond is in het
wit geaccentueerd. U kunt de waarde
met de bedieningsring direct wijzigen.
Na het starten van een functie is de
temperatuur of de stand op de voor-
grond.
Waarde op
de achter-
grond
Waarden op de achtergrond zijn in het
grijs weergegeven. Om de waarde met
de bedieningsring te wijzigen, kiest u
voordien de gewenste functie.
Vergroting Zolang u met de bedieningsring een
waarde wijzigt, wordt alleen deze waar-
de vergroot weergegeven.
Ringlijn
Aan de buitenkant van het display bevindt zich de ring-
lijn.
¡ Positieweergave
Wanneer u een waarde wijzigt, toont de ringlijn u
waar u zich in de keuzelijst bevindt. Afhankelijk van
het instelgebied en de lengte van de keuzelijst is de
ringlijn ononderbroken of verdeeld in segmenten.
¡ Voortgangsindicatie
Tijdens het gebruik toont de ringlijn de voortgang en
wordt de ringlijn per seconde rood gevuld.
Bij een aflopende tijdsduur verdwijnt er elke secon-
de een segment van de ringlijn.
Temperatuurindicatie
De opwarmingslijn en de restwarmte-indicatie tonen u
de temperatuur in de binnenruimte.
Door thermische traagheid kan de weergegeven tem-
peratuur een beetje afwijken van de werkelijke tempe-
ratuur in de binnenruimte.
¡ Opwarmingslijn
Na het starten van de functie wordt de witte lijn on-
der de temperatuur rood gevuld naarmate de bin-
nenruimte opgewarmd raakt. Wanneer u voorver-
warmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven
van de gerechten bereikt zodra de lijn geheel rood
gevuld is.
Bij instelstanden, bijv. bij grillstanden, is de opwar-
mingslijn direct rood gevuld.
¡ Restwarmte-indicatie
Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft de
ringlijn de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe
geringer de restwarmte wordt, des te donkerder
kleurt de ringlijn, en op een geven moment verdwijnt
hij helemaal.
4.7 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het
gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-
jes in de binnenruimte plaatsen.
→"Accessoires", Pagina10
Uw apparaat heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-
tes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op een
of meerdere niveaus met telescooprails uitgerust.
background
nl Functies
8
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen,
verwijderen.
→"Rekjes", Pagina26
Zelfreinigende oppervlakken
De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn
voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en heb-
ben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in ge-
bruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vets-
petters van het bakken, braden of grillen op en breken
ze af.
De volgende oppervlakken zijn zelfreinigend:
¡ Achterwand
¡ Plafond
¡ Zijwanden
Gebruik regelmatig de reinigingsfunctie zodat het reini-
gingsvermogen van de zelfreinigende oppervlakken be-
houden blijft en er geen schade ontstaat.
→"Reinigingsfunctie EcoClean", Pagina24
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruim-
te.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de
verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer
dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit.
Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra
het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëin-
digd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de tempera-
tuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ont-
snapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat
niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
Ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het
apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik,
wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur,
dan wordt de werking niet automatisch voortgezet.
Watertank
De watertank hebt u nodig voor de stoommethoden.
De watertank bevindt zich achter het bedieningspaneel.
→"Watertank vullen", Pagina16
1 2
3
1
Tankdeksel
2
Opening voor het vullen en leegmaken
3
Handgreep voor het verwijderen en inschuiven
van de watertank
5  Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere
functies van uw apparaat.
Om het menu te openen op
⁠ drukken.
Functie Gebruik
Verwar-
mingsme-
thoden
Fijn afgestemde verwarmingsmethoden
voor een optimale bereiding van uw ge-
rechten kiezen.
→"Verwarmingsmethoden", Pagina9
Assist Geprogrammeerde, aanbevolen instel-
lingen voor verschillende gerechten ge-
bruiken.
→"Assist", Pagina19
Functie Gebruik
Stoom Met stoommethoden gerechten behoed-
zaam bereiden.
→" Stoom", Pagina16
Reinigen Reinigingsfunctie voor de binnenruimte
kiezen.
→"Reinigingsfunctie EcoClean",
Pagina24
→"Reinigingsondersteuning",
Pagina25
→"Ontkalken", Pagina25
Basisinstel-
lingen
Basisinstellingen aanpassen.
Basisinstellingen →Pagina21
background
Functies nl
9
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw
gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over
de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om
welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het ap-
paraat u een passende temperatuur of stand voor. U
kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weerge-
geven gebied.
Bij temperatuurinstellingen boven 275 °C en grillstand
3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 mi-
nuten tot ca. 275 °C resp. grillstand 1.
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuurbe-
reik
Gebruik en werkwijze
Eventuele extra functies
4Dhete lucht 30-250°C Op één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Boven- en onder-
warmte
30-250°C Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmings-
methode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedek-
king.
De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven.
Hetelucht Eco 30-250°C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voor-
zichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het pro-
duct wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125 -
250 °C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener-
gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge-
bruikt.
Boven- en onder-
warmte Eco
30-250°C Gekozen gerechten voorzichtig garen.
De warmte komt van boven en van onderen.
Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 150-250
°C.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van
het energieverbruik in de conventionele modus.
Circulatiegrillen 30-250°C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech-
ten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, klein Grillstanden:
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine
hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Pizzastand 30-250°C Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig
hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele-
ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Langzaam garen 70-120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en
langzaam garen.
De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven
en van onderen.
Onderwarmte 30-250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden.
De warmte komt van onderen.
Warm houden 60-100°C Gegaarde gerechten warmhouden.
Servies voorverwar-
men
30-70°C Servies voorverwarmen.
background
nl Accessoires
10
5.2 Stoommethoden
Hier vindt u een overzicht van de stoommethoden en het gebruik ervan.
Sym-
bool
Verwarmingsmetho-
de
Temperatuur Gebruik
Stomen 30-100°C Groente, vis en bijgerechten klaarmaken. Fruit uitpersen. Levens-
middelen blancheren.
Regenereren 80-180°C Bordgerechten en bakwaren behoedzaam opnieuw opwarmen.
Door de toegevoerde stoom drogen de gerechten niet uit.
Deeg-rijsstand 30-50°C Laten rijzen van deeg, rijpen van yoghurt.
Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur. Het op-
pervlak van het deeg droogt niet uit.
Ontdooien 30-60°C Groente, vlees, vis en fruit behoedzaam ontdooien.
Door de vochtigheid droogt u gerechten niet uit en vervormt u ze
niet.
Sous-vide 50-95°C Vlees, vis, groente en desserts onder vacuüm bereiden, bij lage
temperaturen en met 100 % stoom.
6  Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het
apparaat afgestemd.
Opmerking:Wanneer de accessoires heet worden,
kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in-
vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na-
dat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhan-
kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik
Rooster ¡ Bakvormen
¡ Ovenschalen
¡ Vormen
¡ Vlees, bijv. braad- of grillstukken
¡ Diepvriesgerechten
Braadslede ¡ Vochtig gebak
¡ Gebak
¡ Brood
¡ Grote braadstukken
¡ Diepvriesgerechten
¡ Afdruipende vloeistof opvangen, bijv. vet
bij het grillen op het rooster of water bij
het gebruik met stoom.
Stoombak zonder gaatjes,
grootte S
Bereiden van:
¡ Rijst
¡ Peulvruchten
¡ Granen
De stoomschaal op het rooster plaatsen.
Stoombak met gaatjes,
grootte S
¡ Groente stomen.
¡ Kleinfruit uitpersen.
¡ Ontdooien.
De stoomschaal op het rooster plaatsen.
Stoombak met gaatjes,
grootte XL
Grote hoeveelheden stomen.
background
Accessoires nl
11
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies
geschikt.
Stoomschalen
De stoomschalen zijn voor de zuivere stoommethoden
tot 120 °C geschikt.
Voor hogere temperaturen of andere verwarmingsme-
thoden zijn de stoomschalen niet geschikt. De schalen
verkleuren en vervormen permanent.
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires
kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,
tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-
leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in
de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnen-
ruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder
te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
1.
Het accessoire zo draaien, dat de pal
⁠ zich aan de
achterkant bevindt en naar beneden wijst.
2.
De accessoires altijd tussen de beide geleidestan-
gen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster Het rooster met de open kant naar
de apparaatdeur en de welving ⁠
naar beneden in de oven schuiven.
Plaat
bijv. braad-
slede of
bakplaat
De plaat met de afschuining gericht
naar de ⁠ ovendeur in de oven
schuiven.
Stoombak
met gaat-
jes, grootte
XL
3.
Om de accessoires bij inschuifhoogten met tele-
scooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken.
Rooster of
plaat
De accessoires zo plaatsen dat de
rand van de accessoires achter het
lipje ⁠ op de telescooprail zit.
Opmerking:Volledig uitgetrokken klikken de tele-
scooprails in. De telescooprails met een lichte druk
terugschuiven in de binnenruimte.
4.
Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het de
apparaatdeur niet raakt.
Opmerking:Haal de accessoires die u niet nodig hebt
bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het
rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
1.
Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide
afstandshouders
⁠ achter op de rand van de braad-
slede liggen.
2.
De braadslede tussen de beide geleidestangen van
een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij
boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op
braadslede
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in
speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in on-
ze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-
soires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de pre-
cieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,
kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klan-
tenservice.
background
nl Voor het eerste gebruik
12
7  Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Kalibreer het apparaat. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Vóór het eerste gebruik
Informeer voor de eerste ingebruikneming bij uw water-
bedrijf naar de waterhardheid van uw leidingwater. Om
ervoor te zorgen dat het apparaat u er op het juiste
moment aan kan herinneren dat u dient te ontkalken,
dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
LET OP!
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld,
dan kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken
herinneren.
Waterhardheid correct instellen.
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschik-
te vloeistoffen.
Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chlori-
dehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloei-
stoffen.
Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard
water of mineraalwater zonder koolzuur.
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of
gedemineraliseerd water. Het apparaat vraagt eventu-
eel om na te vullen terwijl de watertank vol is, of de
stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel
met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhou-
ding één op één.
Tip:Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid
op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik
dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.
Tip:Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, ad-
viseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uit-
sluitend onthard water, stel dan het waterhardheidbe-
reik in op "onthard".
Instelling Waterhardheid in mmol/
l
Duitse hardheid °dH Franse hardheid °fH
00 (onthard)
1
- - -
01 (zacht) tot 1,5 tot 8,4 tot 15
02 (gemiddeld) 1,5-2,5 8,4-14 15-25
03 (hard) 2,5-3,8 14-21,3 25-38
04 (zeer hard)
2
hoger dan 3,8 hoger dan 21,3 hoger dan 38
1
Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.
2
Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.
7.2 Eerste keer in gebruik nemen
Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een
langere stroomuitval dient u de instellingen voor de
eerste ingebruikname van uw apparaat uit te voeren.
Het kan enkele seconden duren tot op het display de
instellingen verschijnen.
1.
Op het tekstveld van de gewenste instelling druk-
ken.
Mogelijke instellingen:
Taal
Tijd
Waterhardheid
2.
De instelling indien nodig met de bedieningsring wij-
zigen.
3.
Tot slot met "Instellingen afronden" bevestigen.
a Op het display verschijnt een melding dat het eerste
gebruik is afgesloten.
a Het display toont de ingestelde tijd.
4.
Om het apparaat vóór het eerste verwarmen te con-
troleren, deur van het apparaat een keer openen en
sluiten.
7.3 Het apparaat kalibreren en reinigen voor
het eerste gebruik
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het
apparaat dient u het te kalibreren en de binnenruimte
en de accessoires te reinigen.
Opmerking:De kooktemperatuur van het water is af-
hankelijk van de luchtdruk. Bij het kalibreren stelt het
apparaat zich tijdens het eerste stomen in op de druk-
verhoudingen op de plaats van opstelling.
Tijdens het kalibreren de apparaatdeur niet openen.
Het kalibreren wordt anders afgebroken.
Vereiste:De binnenruimte is koud of op kamertempe-
ratuur.
1.
De productinformatie en het toebehoren uit de bin-
nenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korrel-
tjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde
van het apparaat verwijderen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen
met een zachte, vochtige doek.
3.
Het apparaat inschakelen met
⁠.
4.
De watertank vullen.
→"Watertank vullen", Pagina16
5.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode Stomen ⁠
background
De Bediening in essentie nl
13
Temperatuur 100°C
Bereidingstijd 30 minuten
→"De Bediening in essentie", Pagina13
6.
In werking stellen met
⁠.
Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat opwarmt.
a Het kalibreren start. Hierbij ontstaat veel stoom.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
7.
Het apparaat laten afkoelen en vervolgens de bo-
dem van de binnenruimte goed laten drogen.
8.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij tempe-
raturen boven de 120°C leidt tot schade aan het
emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op
de bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de
binnenruimte opnemen.
Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode 4Dhetelucht ⁠
Temperatuur maximaal
Bereidingstijd 30 minuten
→"De Bediening in essentie", Pagina13
9.
In werking stellen met
⁠.
Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang
het apparaat opwarmt.
a Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en
op het display staat de tijdsduur op nul.
10.
Het apparaat uitschakelen met
⁠.
11.
Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken
in de binnenruimte met zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
12.
De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-
doekje of een zachte borstel grondig reinigen.
13.
De watertank legen en de binnenruimte drogen.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina18
Opmerking:Na een stroomuitval blijft de kalibrering
behouden.
Om het apparaat na een verhuizing aan de nieuwe op-
stellingslocatie aan te passen, zet u de basisinstellin-
gen naar de fabrieksinstelling terug. De eerste inge-
bruikneming en de kalibrering opnieuw uitvoeren.
8  De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
Het apparaat inschakelen met
⁠.
a Op het display verschijnt het Bosch logo. Hierna
verschijnen de verwarmingsmethoden.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig
heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient,
gaat het automatisch uit.
Het apparaat uitschakelen met
⁠.
a Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden af-
gebroken.
a Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-in-
dicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
In werking stellen met
⁠.
a Op het display verschijnen de instellingen, de loop-
tijd, de ringlijn en de opwarmlijn.
8.4 Werking onderbreken of afbreken
U kunt de werking kort onderbreken en weer voortzet-
ten. Breekt u de werking volledig af, dan worden de in-
stellingen gereset.
1.
Om de werking kort te onderbreken:
Kort op
⁠ drukken.
Om de werking voort te zetten, op ⁠ drukken.
2.
Op de werking af te breken,
⁠ ca.3seconden inge-
drukt houden.
a De werking wordt afgebroken en alle instellingen
worden gereset.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, stelt het een
functie voor, bijv. verwamingsmethoden.
1.
Kiest u liever een andere dan de voorgestelde func-
tie, druk dan op
⁠.
a De keuzelijst met de functies verschijnt.
→"Functies", Pagina8
2.
Op de gewenste functie drukken.
3.
Om andere opties in te stellen, drukt u op de betref-
fende tekstvelden.
4.
De waarde met de bedieningsring veranderen.
5.
In werking stellen met
⁠.
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur
instellen
Vereiste:De functie "Verwarmingsmethoden"is geko-
zen.
1.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
background
nl Snel voorverwarmen
14
Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touch-
displays, blader dan met de bedieningsring door de
keuzelijst.
a De temperatuur is wit gemarkeerd.
2.
De temperatuur met de bedieningsring instellen.
3.
In werking stellen met
⁠.
a Het apparaat begint op te warmen.
a Op het display staat de tijd, hoelang het programma
al loopt en de doeltemperatuur.
4.
Als het gerecht klaar is, het apparaat met
⁠ uitscha-
kelen.
Tip:De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw
gerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-
mingsmethoden.
Opmerking:U kunt aan het apparaat de duur en het
einde van de werking instellen.
→"Tijdfuncties", Pagina14
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
De werking met
⁠ onderbreken.
2.
Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
a Op het display verschijnt de bijbehorende voorge-
stelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur
direct wijzigen.
De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
a De temperatuur wordt direct overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist
uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen ver-
schijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep
of waarschuwing.
1.
Op
⁠ drukken.
a Indien aanwezig, wordt informatie gedurende enkele
seconden weergegeven.
2.
Bij langere teksten bladeren met de bedieningsring.
9  Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kunt u bij ingestelde temperaturen
vanaf 100 °C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel
voorverwarmen gebruiken:
¡ 4Dhetelucht
⁠
¡ Boven- en onderwarmte
⁠
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de
gerechten pas na het snel voorverwarmen in de bin-
nenruimte plaatsen.
Opmerking:Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel
voorverwarmen beëindigd is.
1.
Een geschikte verwarmingsmethode en een tempe-
ratuur vanaf 100°C instellen.
2.
Op "Snel voorverwarmen" drukken.
a In het tekstveld staat "Aan".
3.
In werking stellen met ⁠.
a Het snel voorverwarmen start.
a Als het snel voorverwarmen eindigt, weerklinkt een
signaal. In het tekstveld staat "Uit".
4.
Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
Op "Snel voorverwarmen" drukken.
a In het tekstveld staat "Uit".
10  Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties
waarmee u de werking kunt sturen.
10.1 Overzicht van de tijdfuncties
Bij de werking kunt u duur en einde instellen. De wek-
ker kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
Tijdfunctie Gebruik
Timer ⁠ De wekker kunt u onafhankelijk van
de werking instellen. Hij beïnvloedt
het apparaat niet.
Tijdfunctie Gebruik
Tijdsduur ⁠ Wanneer u voor de werking een tijds-
duur instelt, houdt het apparaat na
het verstrijken van de tijdsduur auto-
matisch op met verwarmen.
Einde ⁠ Voor de duur kunt u een tijd instellen
waarop de werking eindigt. Het ap-
paraat start automatisch zodat de
werking op het gewenste tijdstip
klaar is.
background
Tijdfuncties nl
15
10.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de
timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot
23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een ei-
gen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur
eindigt.
1.
Op
⁠ drukken.
a Het symbool is rood verlicht.
2.
De wekkertijd instellen met de bedieningsring.
3.
De wekker met
⁠ starten.
Na enkele seconden start de wekker ook automa-
tisch.
a De wekkertijd loopt af.
a Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, blijft de
wekker op het display staan.
a Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellin-
gen van de lopende werking op het display. Om de
wekkertijd enkele seconden weer te geven, op
⁠
drukken.
a Als de wekkertijd is verstreken, klinkt er een signaal.
Het rode symbool verdwijnt.
4.
Wanneer de timertijd is verstreken:
Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
Om opnieuw een wekkertijd in te stellen op
⁠
drukken en de wekkertijd met de bedieningsring
instellen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
1.
Op
⁠ drukken.
2.
De wekkertijd met de bedieningsring wijzigen.
3.
Met ⁠ bevestigen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
1.
Op
⁠ drukken.
2.
De wekkertijd met de bedieningsring op nul terug-
zetten.
3.
Met ⁠ bevestigen.
a Het rode symbool verdwijnt.
10.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minu-
ten instellen.
Vereiste:Een werking en een temperatuur of stand zijn
ingesteld.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
Draairichting Voorgestelde waarde
Links 10 minuten
Rechts 30 minuten
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in
stappen van een minuut, daarna in stappen van 5
minuten. De eindtijd wordt automatisch berekend.
3.
In werking stellen met
⁠.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijds-
duur" drukken en de tijdsduur met de bedie-
ningsring instellen.
Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten,
met
⁠ starten.
Als het gerecht klaar is, het apparaat met ⁠ uit-
schakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
1.
Op drukken.
2.
De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
1.
Op "Tijdsduur" drukken.
2.
De tijdsduur met de bedieningsring op nul terugzet-
ten.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
a Het apparaat zet de functie zonder tijdsduur voort.
10.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23
uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-
zigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is
gestart.
¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,
dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten
staan.
Vereisten
¡ Een werking en een temperatuur of stand zijn inge-
steld.
¡ Er is een tijdsduur ingesteld.
1.
Op "Einde" drukken.
2.
Het einde met de bedieningsring verplaatsen.
Het einde kan na het starten niet meer worden ge-
wijzigd.
3.
In werking stellen met ⁠.
a Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt
zich in de wachtstand.
a Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te
warmen en de tijdsduur loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
4.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijds-
duur" drukken en de tijdsduur met de bedie-
ningsring instellen.
Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten,
met
⁠ starten.
Als het gerecht klaar is, het apparaat met ⁠ uit-
schakelen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde en de duur altijd wissen.
1.
De werking met
⁠ onderbreken.
background
nl  Stoom
16
2.
Om de werking zonder tijdsduur en einde voort te
zetten, met ⁠ starten.
11  Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder effici-
ënte manier. U kunt de stoommethoden gebruiken of
bij enkele verwarmingsmethoden de stoomondersteu-
ning inschakelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom
vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet
altijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Watertank vullen
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen
dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explo-
sieve verbranding). De apparaatdeur kan opensprin-
gen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar
buiten treden.
Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhou-
dende dranken) in de watertank.
Vul de watertank uitsluitend met water of de door
ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste:De waterhardheid is correct ingesteld.
→"Vóór het eerste gebruik", Pagina12
1.
Druk op
⁠.
a Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren
geschoven.
2.
Het bedieningspaneel met beide handen naar voren
trekken en vervolgens naar boven schuiven tot het
vergrendelt
⁠.
3.
De watertank optillen en uit de tankschacht
nemen ⁠.
4.
Het deksel aan de watertank langs de afdichting
aandrukken zodat er geen water meer uit de water-
tank kan lopen.
5.
Het water tot aan de markering "max" ⁠ in de water-
tank vullen.
6.
De gevulde watertank plaatsen ⁠. Er hierbij op let-
ten dat de watertank aan de houders ⁠ vastklikt.
7.
Het bedieningspaneel langzaam naar onderen
schuiven, dan naar achteren drukken tot het bedie-
ningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Stoommethoden
Er staan verschillende stoommethoden ter beschikking
waarbij hete stoom gerechten op een efficiënte wijze
bereidt.
Stomen
Tijdens de bereiding met stoom worden de gerechten
omsloten door hete waterdamp, zodat de voedingsstof-
fen in de levensmiddelen behouden blijven. De vorm,
de kleur en het typische aroma van de gerechten blij-
ven bij deze bereidingsmethode intact.
Regenereren
Met regenereren warmt u al klaargemaakte gerechten
op een efficiënte manier op of bakt u gerechten van de
vorige dag op.
Deegrijsstand
Met de deegrijsstand rijst het deeg duidelijk sneller dan
bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Ontdooien
Met de ontdooistand ontdooit u diepvriesproducten.
background
Stoom nl
17
Sous-vide
Sous-vide is een variant van het bereiden van gevacu-
meerde levensmiddelen bij temperaturen tussen 50 -
95°C en met 100% stoom. Sous-vide is geschikt voor
vlees, vis, groente en dessert.
In speciale hittebestendige kookzakken zijn de gerech-
ten met een vacuümapparaat luchtdicht verpakt. Door
de beschermende kookzakken blijven voedingsstoffen
en aromastoffen behouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op de
vacumeerzak.
De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig op-
tillen, zodat het warme water in de braadslede of de
bak loopt.
De vacumeerzak voorzichtig met een pannenlap ver-
wijderen.
Opmerking:Tijdens de bereiding sous-vide ontstaat
aan de bodem van de binnenruimte meer condensaat
dan bij andere verwarmingsmethoden.
LET OP!
Risico van meubelschade Op de bodem van de bin-
nenruimte verzamelt zich teveel water. Het water kan uit
het apparaat stromen.
Geen tweede watertankvulling voor de bereiding
sous-vide gebruiken.
Verwarmingsmethode met stoom instellen
Opmerking:
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden
met stoom in acht:
¡ →"Stoommethoden", Pagina16
¡ Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een
tijdsduur nodig.
Bij de verwarmingsmethoden stomen en sous-vide
start de tijdsduur pas als de binnenruimte is opge-
warmd.
Vereiste:De watertank is gevuld.
→"Watertank vullen", Pagina16
1.
Op
⁠ drukken.
2.
Op "Stoom" drukken.
3.
Op de gewenste verwarmingsmethode stomen druk-
ken.
a De temperatuur is wit gemarkeerd.
4.
De temperatuur met de bedieningsring instellen.
5.
Op "Tijdsduur" drukken.
6.
Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
7.
In werking stellen met
⁠.
Opmerking:Als de watertank tijdens het bedrijf
leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing.
De werking wordt onderbroken.
→"Watertank vullen", Pagina16
Bij sous-vide de watertank geen tweede keer vullen.
→"Sous-vide", Pagina17
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
8.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijds-
duur" drukken en de tijdsduur met de bedie-
ningsring instellen.
Als het gerecht klaar is, het apparaat met
⁠ uit-
schakelen.
9.
De watertank legen en de binnenruimte drogen.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina18
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
De werking met
⁠ onderbreken.
2.
Op "Stoom" drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
a Op het display verschijnt de bijbehorende voorge-
stelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur
direct wijzigen.
De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
a De temperatuur wordt direct overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
1.
Op drukken.
2.
De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
11.3 Bereiding met stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met
verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte.
Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en
een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht,
mals en verliest slechts weinig volume.
Geschikte verwarmingsmethoden met
stoomtoevoer
Voor de werking met stoomondersteuning zijn slechts
bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u er stoom bij
inschakelen:
¡ 4Dhetelucht
⁠
¡ Boven- en onderwarmte
⁠
¡ Circulatiegrillen
⁠
¡ Warmhouden
⁠
Stoomtoevoer instellen
Vereiste:De watertank is gevuld.
→"Watertank vullen", Pagina16
1.
Kies de functie "Verwarmingsmethoden".
2.
Druk op een geschikte verwarmingsmethode.
a De temperatuur is wit gemarkeerd.
3.
Stel de temperatuur in met de bedieningsring.
4.
Druk op "Toevoer van stoom".
5.
Stel de stoomstand in met de bedieningsring.
Stoomstand Toevoer van stoom
0 geen
01 gering
02 gemiddeld
03 sterk
6.
Start de werking ⁠.
background
nl Stoom
18
Opmerking:Als de watertank tijdens het bedrijf
leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing.
De werking wordt zonder gebruik van stoom voort-
gezet.
→"Watertank vullen", Pagina16
a Het apparaat begint op te warmen.
a Op het display staat de tijd, hoelang het programma
al loopt en de instellingen.
7.
Schakel het apparaat uit met
⁠ wanneer het gerecht
klaar is.
8.
Leeg de watertank en droog de binnenruimte.
→"Na elk gebruik met stoom", Pagina18
Stoomstand wijzigen
U kunt de stoomstand altijd wijzigen.
1.
Op "Toevoer van stoom" drukken.
2.
De stoomstand met de bedieningsring wijzigen.
a De wijziging wordt direct overgenomen.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur
direct wijzigen.
De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
a De temperatuur wordt direct overgenomen.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook
de andere instellingen teruggezet.
1.
De werking met
⁠ onderbreken.
2.
Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
3.
Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
a Op het display verschijnt de bijbehorende voorge-
stelde temperatuur.
11.4 Na elk gebruik met stoom
Na elke bereiding met stoom pompt het apparaat het
restwater terug in de watertank. Leeg en droog aanslui-
tend de watertank en de bereidingsruimte.
Watertank legen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank
heet worden.
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot
de watertank is afgekoeld.
Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte
leidt tot beschadiging van de watertank.
De watertank niet drogen in de hete binnenruimte.
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gerei-
nigd veroorzaakt dit schade.
De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
Reinig de watertank met een zachte doek en een in
de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
1.
Het bedieningspaneel met
⁠ openen.
2.
De watertank eruit nemen.
3.
Het deksel van de watertank voorzichtig verwijderen.
4.
De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen
en met schoon water grondig uitspoelen.
5.
Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
6.
De afdichting van het deksel droog wrijven.
7.
Laat de watertank drogen met geopend deksel.
8.
Het deksel op de watertank plaatsen en aandruk-
ken.
9.
De watertank inzetten en bedieningspaneel sluiten.
Condensopvangbak drogen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
Open de apparaatdeur.
2.
Opmerking:
De condensopvangbak
⁠ bevindt zich onder de bin-
nenruimte.
Zuig het water in de condensbak ⁠ op met een
theedoek en maak de bak voorzichtig droog.
Opmerking:Om de condensopvangbak te reinigen,
kunt u de condensopvangbak uitbouwen.
→"Condenswaterreservoir demonteren", Pagina28
Binnenruimte drogen
Droog de ovenruimte na elk gebruik met stoom.
De ovenruimte met de hand drogen of de functie
"Drogen" gebruiken.
→"Drogen", Pagina26
background
Assist nl
19
12  Assist
Met de functie "Assist" helpt u uw apparaat bij de berei-
ding van verschillende gerechten en kiest u automa-
tisch de optimale instellingen.
12.1 Vormen
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit
en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor
temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskera-
miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de
bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
¡ Licht gekleurd, glanzend aluminium
¡ Niet geglazuurde klei
¡ Kunststof of kunststof grepen
12.2 Instellingen van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het
apparaat verschillende instellingen.
Opmerking:Het bereidingsresultaat is afhankelijk van
de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Ge-
bruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttem-
peratuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak
gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit
gerecht relevante informatie weer, bijv.:
¡ Geschikte inschuifhoogte
¡ Geschikte accessoires of vormen
¡ Toevoegen van vloeistof
¡ Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op"Tip" of
⁠ om de informatie op te roepen. Som-
mige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de
temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken, moet
u bijkomend het gewicht instellen. Indien niet anders
aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht
in. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde
bereik instellen.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode
vast vooringesteld. Het display toont de verwarmings-
methode.
De vooringestelde temperatuur en de duur kunt u aan-
passen.
Stoomgerechten
Bij sommige gerechten wordt automatisch de stoom-
functie geactiveerd.
Neem de informatie over de stoomfunctie in acht.
→" Stoom", Pagina16
12.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u aan het
apparaat als u de functie oproept.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
Categorie Gerechten
Gebak Gebak in vormen
Gebak op de bakplaat
Klein gebak
Koekjes
Brood,
broodjes
Brood
Broodjes
Pizza, hartig
gebak
Pizza
Hartig gebak, quiche
Ovenscho-
tels, souf-
flés
Ovenschotel, hartig, vers, gegaarde in-
grediënten
Lasagne, vers
Gegratineerde aardappels, rauwe ingre-
diënten, vlak
Ovenschotel, zoet, vers
Soufflé in portievormen
Diepvries-
producten
Pizza
Ovenschotels
Aardappelproducten
Vlees, gevogelte
Groente
Gevogelte Kip
Eend, gans
Kalkoen
Vlees Varkensvlees
Rundvlees
Kalfsvlees
Lamsvlees
Wildbraad
Vleesgerechten
Vis Vis, heel
Visfilets
Visgerechten
Zeevruchten
Bijgerech-
ten, groente
Groente
Aardappelen
Rijst
Granen
Peulvruchten
Pasta, balletjes
eieren
Desserts,
compote
Desserts, compote
Inmaken,
uitpersen,
ontsmetten
Inmaken
Uitpersen
Flesjes ontsmetten
Regenere-
ren, opbak-
ken
Groente
Menu
Gebak
Bijgerechten
Gerechten
ontdooien
Fruit, groente
background
nl Kinderslot
20
12.4 Gerecht instellen
Uw apparaat biedt u vele verschillende gerechten aan.
Met de bedieningsring kunt u in de verschillende keu-
zelijsten bladeren.
Opmerking:Na de start kunt u het gerecht en de in-
stellingen ervan niet meer veranderen of onderbreken.
Vereiste:Om de functie te starten, moet de binnen-
ruimte afgekoeld zijn.
1.
Op
⁠ drukken.
2.
Op "Assist" drukken.
3.
Op de gewenste categorie drukken.
4.
Op het gewenste eten drukken.
5.
Op het gewenste gerecht drukken.
a Op het display verschijnen de instellingen bij het ge-
recht.
6.
Indien nodig de instellingen aanpassen.
Bij sommige gerechten kunt u de temperatuur en
de tijdsduur aanpassen, bij sommige in de plaats
hiervan het gewicht.
Bij sommige gerechten kunt u bijkomend het ein-
de verplaatsen.
→"Einde instellen", Pagina15
7.
Om informatie over toebehoren en inschuifhoogte te
verkrijgen, op "Tip" drukken.
8.
In werking stellen met
⁠.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het
apparaat warmt niet meer op.
9.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
Bij sommige gerechten kunt u indien gewenst
nagaren.
→"Nagaren", Pagina20
Als het gerecht klaar is, het apparaat uitschake-
len met
⁠.
Nagaren
Bij sommige gerechten biedt het apparaat na het ver-
strijken van de bereidingsduur de functie nagaren aan.
U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
1.
Als u niet wilt nagaren, op "Beëindigen" drukken en
het apparaat met
⁠ uitschakelen.
2.
Om het gerecht na te garen, op "Nagaren" drukken.
a Op het display verschijnt een tijdsduur.
3.
Indien nodig de duur met de bedieningsring wijzi-
gen.
4.
In werking stellen met
⁠.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Het apparaat warmt niet meer op. De aan-
wijzing voor het nagaren verschijnt opnieuw.
5.
Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
Om het signaal voortijdig te beëindigen op een
willekeurig touchveld drukken.
Als u opnieuw wilt nagaren, op "Nagaren" druk-
ken.
Als het gerecht klaar is, op "Beëindigen" drukken
en het apparaat met
⁠ uitschakelen.
13  Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-
luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
13.1 Kinderslot activeren en deactiveren
U kunt het kinderslot activeren en deactiveren terwijl
het apparaat in- of uitgeschakeld is.
1.
Om het kinderslot te activeren,
⁠ ca. 4seconden in-
gedrukt houden.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
a Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat
kan alleen met ⁠ worden uitgeschakeld.
a Als het apparaat is ingeschakeld, brandt
⁠. Als het
apparaat is uitgeschakeld, brandt ⁠ niet.
2.
Om het kinderslot te deactiveren, ⁠ ca. 4 seconden
ingedrukt houden.
a Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevesti-
ging.
14  Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74uur
instellen. Gerechten kunnen tussen 85 °C en 140 °C
met boven- en onderwarmte worden warmgehouden
zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
14.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
¡ Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent,
houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u
de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat ver-
der.
¡ Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wij-
zigen of onderbreken.
Vereisten
¡ De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geacti-
veerd.
→"Basisinstellingen", Pagina21
¡ De functie "Verwarmingsmethoden"
⁠ is gekozen.
1.
Druk op "Sabbatinstelling".
Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touch-
displays, blader dan met de bedieningsring door de
keuzelijst.
a De temperatuur is wit gemarkeerd.
2.
Stel de temperatuur in met de bedieningsring.
3.
Druk op "Tijdsduur".
4.
Stel de tijdsduur in met de bedieningsring.
Het einde kan niet worden verplaatst.
background
Basisinstellingen nl
21
5.
Start de werking met ⁠.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
6.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-
luidssignaal. De tijdsduur staat op nul. Het apparaat
houdt op met verwarmen en reageert weer zoals
buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
Schakel het apparaat uit met ⁠.
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat au-
tomatisch uit.
15  Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-
stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de
uitvoering van uw apparaat.
Basisinstelling Keuze
Taal Zie de keuze op het appa-
raat.
Tijd Tijd in 24 uursformaat.
Waterhardheid
→"Vóór het eerste ge-
bruik", Pagina12
00 (onthard)
01 (zacht)
02 (gemiddeld)
03 (hard)
04 (zeer hard)
1
Fabrieksinstelling Terugzetten
Niet resetten
1
Geluidssignaal Korte duur (30 seconden)
Gemiddelde duur (1
minuut)
1
Lange duur (5 minuten)
Volume 5 standen
Toetssignaal Ingeschakeld
Uitgeschakeld (geluid bij ⁠
blijft)
1
Helderheid display 5 standen
Tijdsweergave Uit
Digitaal
1
Analoog
Verlichting In gebruik uit
In gebruik aan
1
Werking na inschake-
len
Hoofdmenu
Verwarmingsmethoden
1
Stoom
Assist
Nachtverduistering Uitgeschakeld
1
Ingeschakeld
Merklogo Indicaties
1
Niet weergeven
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
Basisinstelling Keuze
Nalooptijdventilator Aanbevolen
1
Minimaal
Telescoopsysteem Niet achteraf aangebracht
(bij rekjes en 1-voudig uit-
treksysteem)
1
Achteraf aangebracht (bij 2‑
en 3‑voudig uittreksysteem)
Sabbatinstelling Ingeschakeld
Uitgeschakeld
1
1
Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-
type afwijken)
15.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste:Het apparaat is ingeschakeld.
1.
Op
⁠ drukken.
2.
Op "Basisinstellingen" drukken.
3.
Op de gewenste basisinstelling drukken en met de
bedieningsring wijzigen.
Welke basisinstelling is gekozen, geeft de rode balk
aan de zijkant van het tekstveld aan. Op het display
staat de bijbehorende waarde.
4.
De basisinstellingen met "Overige instellingen" door-
lopen en indien nodig met de bedieningsring wijzi-
gen.
5.
Om de wijzigingen op te slaan, op ⁠ drukken en
met "Opslaan" bevestigen.
Opmerking:Na een stroomonderbreking blijven de in-
gevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behou-
den.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
Op
⁠ drukken en met "Niet opslaan" bevestigen.
a Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgesla-
gen.
15.3 Tijd instellen
Vereiste:Het apparaat is ingeschakeld.
1.
Op
⁠ drukken.
2.
Op "Basisinstellingen" drukken.
3.
Op "Tijd" drukken.
4.
De tijd wijzigen met de bedieningsring.
5.
Om de wijzigingen op te slaan, op ⁠ drukken en
met "Opslaan" bevestigen.
background
nl Reiniging en onderhoud
22
16  Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er
voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het ap-
paraat niet te beschadigen geen ongeschikte reini-
gingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok ver-
oorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken
om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-
pervlakken van het apparaat.
Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen ge-
bruiken.
Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes ge-
bruiken.
Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor
de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte
leidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruim-
te.
Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de bin-
nenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijde-
ren.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-
wassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor
de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het appa-
raat.
→"Apparaat schoonmaken", Pagina23
Voorzijde van het apparaat
Oppervlak Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
RVS ¡ Warm zeepsop
¡ Speciale RVS-verzor-
gingsmiddelen voor
warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op
roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of ge-
lakte oppervlak-
ken
bijv. bedienings-
paneel
¡ Warm zeepsop Gebruik geen glasreiniger of schraper.
Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Apparaatdeur
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Ruiten van de
deur
¡ Warm zeepsop Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren.
→"Apparaatdeur", Pagina27
Deurafscherming ¡ Van roestvaststaal:
RVS-reiniger
¡ Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper.
Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.
Tip:Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen.
→"Apparaatdeur", Pagina27
Roestvrijstalen
binnenlijst van de
deur
RVS-reiniger Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen
voor roestvrij staal.
Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.
Deurgreep ¡ Warm zeepsop Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen,
het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct ver-
wijderen.
Deurafdichting ¡ Warm zeepsop Niet afnemen en niet schuren.
background
Reiniging en onderhoud nl
23
Binnenruimte
Gebied Geschikte schoonmaak-
middelen
Aanwijzingen
Emaillen opper-
vlakken
¡ Warm zeepsop
¡ Azijnwater
¡ Ovenreiniger
Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het ap-
paraat open laten.
Opmerkingen
¡ Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er
kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat
wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.
¡ De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden
geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie
blijft hierbij intact.
¡ Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op
de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor
de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïn-
vloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt
de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende op-
pervlakken
- Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden.
→"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen",
Pagina24
Glazen kapje van
de ovenlamp
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes ¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Opmerking:Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen.
→"Rekjes", Pagina26
Telescoopsys-
teem
¡ Warm zeepsop Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het
beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Opmerking:Voor een grondige reiniging het uittreksysteem verwij-
deren.
→"Rekjes", Pagina26
Accessoires ¡ Warm zeepsop
¡ Ovenreiniger
Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden ge-
daan.
Gebruik op stoompannen van RVS geen RVS-sponsjes.
Verontreinigingen op stoompannen vormen door levensmiddelen die
zetmeel bevatten (bijv. rijst) verwijderen met azijnwater.
Watertank ¡ Warm zeepsop Om na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met
schoon water grondig naspoelen.
Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geo-
pend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
16.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorko-
men het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met
geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar on-
derdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van verwar-
mingselementen te voorkomen.
Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt wor-
den gehouden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand
vliegen.
Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-
mingselementen en de accessoires vrij te maken
van grove verontreiniging.
Vereiste:De instructies voor het gebruik van de reini-
gingsmiddelen aanhouden.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina22
1.
Het apparaat met warm zeepsop en een schoon-
maakdoekje reinigen.
Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve
reinigingsmiddelen gebruiken.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina22
2.
Drogen met een zachte doek.
background
nl Reinigingsfunctie EcoClean
24
16.3 Zelfreinigende oppervlakken in de
binnenruimte reinigen
Achterwand, plafond en zijwanden van de binnenruimte
zijn zelfreinigend en hebben een ruw oppervlak.
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte met de reinigings-
functie reinigen.
Als op het display een verzoek tot reiniging ver-
schijnt, de binnenruimte met de reinigingsfunctie rei-
nigen.
Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct
afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
Gebruik de reinigingsfunctie.
→"Reinigingsfunctie EcoClean", Pagina24
17  Reinigingsfunctie EcoClean
Gebruik regelmatig de reinigingsfunctie "EcoClean" zo-
dat het reinigingsvermogen van de zelfreinigende op-
pervlakken behouden blijft en er geen schade ontstaat.
De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn
voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en heb-
ben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in ge-
bruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vets-
petters van het bakken, braden of grillen op en breken
ze af.
De volgende oppervlakken zijn zelfreinigend:
¡ Achterwand
¡ Plafond
¡ Zijwanden
LET OP!
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig wor-
den gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de opper-
vlakken.
Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlek-
ken zichtbaar zijn, de ovenruimte met de reinigings-
functie reinigen.
Als op het display een verzoek tot reiniging ver-
schijnt, de binnenruimte met de reinigingsfunctie rei-
nigen.
Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen
gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct
afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
17.1 Reinigingsadvies
Het apparaat registreert het type en de duur van de
werking van het apparaat en adviseert indien nodig om
de reinigingsfunctie te gebruiken.
Als u het apparaat inschakelt, verschijnt een aanwijzing
op het display om de reinigingsfunctie te gebruiken.
Start zo snel mogelijk de reinigingsfunctie.
U kunt uw apparaat zoals gebruikelijk gebruiken. Het
reinigingsadvies verschijnt echter zo lang op het dis-
play tot u de reinigingsfunctie volledig hebt uitgevoerd.
Opmerking:Is het apparaat voortijdig verontreinigd,
bijv. door vethoudend gevogelte of vlees, of als er don-
kere vlekken op de zelfreinigende oppervlakken ont-
staan, wacht dan niet met de reinigingsfunctie tot de
aanwijzing op het display verschijnt. Hoe vaker u de
reinigingsfunctie gebruikt, hoe langer het reinigingsver-
mogen van de zelfreinigende oppervlakken behouden
blijft.
17.2 Apparaat voor de reinigingsfunctie
voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u
het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
LET OP!
Ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken bescha-
digt de oppervlakken.
Geen ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken
gebruiken. Wanneer er toch ovenspray op deze op-
pervlakken terechtkomt, direct afnemen met water
en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende
reinigingshulp gebruiken.
1.
Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
2.
De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen.
→"Rekjes", Pagina26
3.
Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte
doek verwijderen:
van de bodem van de binnenruimte
van de apparaatdeur binnen
van de glazen afdekplaat van de ovenlamp
Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
4.
Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen-
ruimte moet leeg zijn.
17.3 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief
is.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij-
dens het reinigen.
Nooit de apparaatdeur aanraken.
Het apparaat laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Vereiste:→"Apparaat voor de reinigingsfunctie voor-
bereiden", Pagina24.
1.
Op
⁠ drukken.
2.
Op "Reinigen" drukken.
3.
Op "EcoClean" drukken.
a Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur
van 1 uur kan niet worden gewijzigd.
4.
In werking stellen met
⁠.
background
Reinigingsondersteuning nl
25
Opmerking:Open de apparaatdeur niet tijdens de
reinigingsfunctie. Het reinigingsresultaat zou niet
meer kloppen en de werking wordt afgebroken.
a De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af.
De opwarmlijn verschijnt niet.
a Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een sig-
naal en op het display staat de tijdsduur op nul.
5.
Het apparaat uitschakelen met
⁠.
6.
→"Apparaat na de reinigingsfunctie uitvegen",
Pagina25.
17.4 Apparaat na de reinigingsfunctie
uitvegen
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
De binnenruimte met een vochtige doek uitvegen.
Opmerking:Op de zelfreinigende oppervlakken
kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en ei-
witten in levensmiddelen worden niet afgebroken en
blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige
vlekken zijn resten van zouthoudende levensmidde-
len, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet
gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben
geen invloed op het reinigende vermogen van de
zelfreinigende oppervlakken.
3.
De rekjes inhangen.
→"Rekjes", Pagina26
18  Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor
de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-
gingsondersteuning weekt verontreinigingen door het
verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen
vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
18.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete water-
damp ontstaan.
Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste:De binnenruimte is volledig afgekoeld.
1.
Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
2.
0,4l water met een druppel afwasmiddel mengen
en in het midden op de bodem van de binnenruimte
gieten.
Gebruik geen gedestilleerd water.
3.
De functie "Verwarmingsmethoden" kiezen.
4.
De functie onderwarmte
⁠ instellen.
5.
De temperatuur met de bedieningsring op 80°C in-
stellen.
6.
Op "Tijdsduur" drukken.
7.
De tijdsduur met de bedieningsring op 4minuten in-
stellen.
8.
In werking stellen met ⁠.
a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur
loopt af.
a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids-
signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
9.
Het apparaat met
⁠ uitschakelen en de binnenruim-
te ca. 20 minuten laten afkoelen.
18.2 Binnenruimte nareinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-
ruimte ontstaat er corrosie.
Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uit-
vegen en volledig laten drogen.
Vereiste:De binnenruimte is afgekoeld.
1.
De deur van het apparaat openen en het restwater
met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
2.
Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen
met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Ver-
wijder hardnekkige resten met een schuursponsje
van roestvrij staal.
3.
Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte
doek. Vervolgens met schoon water afnemen en
droogwrijven met een zachte doek, ook onder de
deurafdichting.
4.
Om de binnenruimte te laten drogen, de deur van
het apparaat in grendelstand (ca. 30°) ca.1 uur
openen.
19  Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelma-
tig te ontkalken.
Hoe vaak het ontkalkt moet worden is afhankelijk van
de keren dat er stoom is gebruikt en van de waterhard-
heid. Zodra de stoomfunctie nog 5 of minder keer kan
worden gebruikt, wordt dit op het apparaat aangege-
ven. Als u het ontkalken niet uitvoert, kunt u geen wer-
king met stoom meer instellen.
Het ontkalken bestaat uit meerdere stappen en duurt
ca. 70-95 minuten:
¡ Ontkalken (ca. 55-70 minuten)
¡ Eerste spoelcyclus (ca. 9-12 minuten)
¡ Tweede spoelcyclus (ca. 9-12 minuten)
Vanwege hygiënische redenen u het ontkalken hele-
maal voltooien.
Als het ontkalken wordt onderbroken, kunt u geen wer-
king meer instellen. Om ervoor te zorgen dat het appa-
raat opnieuw klaar is voor gebruik voert u 2 spoelcycli
uit.
background
nl Drogen
26
19.1 Ontkalken voorbereiden
LET OP!
De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afge-
stemd op het door ons aanbevolen vloeibare ontkal-
kingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen
schade aan het apparaat veroorzaken.
Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons
aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel
of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken
deze beschadigd.
Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
1.
De ontkalkingsoplossing mengen:
200ml vloeibaar ontkalkingsmiddel
400ml water
2.
Het bedieningspaneel openen.
3.
De watertank verwijderen en vullen met de ontkal-
kingsoplossing.
4.
De met de ontkalkingsoplossing gevulde watertank
inschuiven.
5.
Het bedieningspaneel sluiten.
19.2 Ontkalken instellen
Vereiste:→"Ontkalken voorbereiden", Pagina26
1.
Op
⁠ drukken.
2.
Op "Reinigen" drukken.
3.
Op "Ontkalken" drukken.
a Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur
kan niet worden gewijzigd.
4.
In werking stellen met
⁠.
a Het ontkalken start en de tijdsduur loopt af.
a Als het eerste deel van het ontkalken is beëindigd,
weerklinkt een signaal. Het apparaat vraagt u 2 keer
om te spoelen.
5.
Om het apparaat te spoelen, voor elke spoelcyclus:
Het bedieningspaneel openen en de watertank
verwijderen.
De watertank grondig spoelen en met water vul-
len.
De watertank inzetten en het bedieningspaneel
sluiten.
Het spoelen met
⁠ starten.
a Wanneer er een spoelcyclus beëindigd is, klinkt er
een signaal.
6.
Als de tweede spoelcyclus is beëindigd:
De watertank leegmaken en drogen.
→"Watertank legen", Pagina18
Het apparaat uitschakelen met
⁠
a Het ontkalken is afgerond en het apparaat is klaar
voor gebruik.
20  Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, na het
gebruik de ovenruimte drogen.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-
ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op de
bodem van de binnenruimte bevindt.
Voor gebruik het water van de bodem van de bin-
nenruimte opnemen.
20.1 Binnenruimte drogen
U kunt de ovenruimte met de hand drogen of de func-
tie "Drogen" gebruiken.
1.
Laat het apparaat afkoelen.
2.
Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
3.
Water in de binnenruimte opvegen.
4.
Droog de binnenruimte.
Laat om de binnenruimte te drogen de deur van
het apparaat 1 uur open staan.
Op de functie "Drogen" te gebruiken, "Drogen"
instellen.
→"Drogen instellen", Pagina26
Drogen instellen
Vereiste:→"Binnenruimte drogen", Pagina26
1.
Op
⁠ drukken.
2.
Op "Reinigen" drukken.
3.
Op "Drogen" drukken.
a Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur
kan niet worden gewijzigd.
4.
In werking stellen met
⁠.
a Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
a Wanneer het drogen is beëindigd, klinkt een signaal
en op het display staat de tijdsduur op nul.
5.
Het apparaat uitschakelen met
⁠.
6.
Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van
het apparaat 1 tot 2 minuten geopend laten.
21  Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen
of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden
verwijderd.
21.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
Nooit de hete rekjes aanraken.
Het apparaat altijd laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
1.
Het rekje aan de voorkant licht optillen
⁠ en losma-
ken ⁠.
background
Apparaatdeur nl
27
2.
Het rekje naar voren trekken ⁠ en verwijderen.
3.
Het rekje reinigen.
→"Reinigingsmiddelen", Pagina22
21.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
¡ De rekjes passen alleen links of rechts.
¡ Let er bij beide telescooprails op dat deze naar vo-
ren uitgeschoven kunnen worden.
1.
Het rekje in het midden van de achterste bus steken
⁠, tot het rekje aansluit op de wand van de binnen-
ruimte en naar achteren drukken ⁠.
2.
Het rekje in de voorste bus steken ⁠, tot het rekje
aansluit op de wand van de binnenruimte en vervol-
gens naar beneden duwen ⁠.
3
4
22  Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de ap-
paraatdeur demonteren.
22.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen
ze met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter schar-
nier opklappen.
Blokkeerhendel opge-
klapt
Het scharnier is bevei-
ligd en kan niet dicht-
klappen.
Blokkeerhendel dichtge-
klapt
De apparaatdeur is be-
veiligd en kan niet wor-
den verwijderd.
a De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten
⁠. De
apparaatdeur met beide handen links en rechts
vastpakken en er naar boven uit trekken
⁠.
4.
De apparaatdeur voorzichtig op en vlakke onder-
grond leggen.
background
nl Apparaatdeur
28
Condenswaterreservoir demonteren
Opmerkingen
¡ Het condenswaterreservoir telkens na het stomen of
voor elke demontage uitvegen.
¡ Condenswaterreservoir niet in de vaatwasmachine
reinigen
Vereiste:De deur van het apparaat moet gedemon-
teerd zijn.
1.
Op het linker drukvlak
⁠ drukken ⁠ tot de haak los-
klikt.
2.
Op het rechter drukvlak ⁠ drukken ⁠ tot de haak
losklikt.
3.
Het condenswaterreservoir naar voren kantelen tot
de onderste bevestigingshaken loskomen.
4.
Het condenswaterreservoir ⁠ met beide handen
schuin naar boven uittrekken ⁠.
Condenswaterreservoir inbouwen
1.
Het condenswaterreservoir
⁠ met beide handen
schuin plaatsen ⁠.
2.
De haken ⁠ van het condenswaterreservoir links en
rechts in de spleet vastklikken ⁠.
3.
Het condenswaterreservoir aandrukken tot de haken
rechts, links en onderaan vastklikken.
a Het condenswaterreservoir is horizontaal inge-
bouwd.
22.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze
met grote kracht dichtklappen.
Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal
dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de ap-
paraatdeur helemaal opengeklapt.
1.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren
schuiven ⁠. De deur van het apparaat tot aan de
aanslag schuiven.
2.
De apparaatdeur helemaal openen.
3.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen ⁠.
a De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
4.
Sluit de apparaatdeur.
22.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
background
Apparaatdeur nl
29
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
2.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
opklappen
⁠.
a De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren
zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
3.
De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten ⁠.
4.
De deurafdekking links en rechts van buiten druk-
ken ⁠, tot deze losklikt.
5.
De deurafdekking verwijderen ⁠.
6.
De binnenruit er uit trekken ⁠ en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
7.
De tussenruit er uit trekken ⁠ en voorzichtig op een
vlakke ondergrond leggen.
8.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting ver-
wijderen.
9.
Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen
verwijderen.
Open de deur van het apparaat.
De condensstrip naar boven klappen en uitne-
men.
10.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaat-
deur zitten, kan dit barsten.
Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmid-
del of scherpe metalen schraper voor het reini-
gen van het glas van de ovendeur omdat dit het
oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glas-
reiniger en een zachte doek reinigen.
11.
De condensstrip met een doek en warm zeepsop
reinigen.
12.
De apparaatdeur reinigen.
→"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina22
13.
De deurruiten drogen en weer inbouwen.
22.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewe-
gen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te
zitten.
Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen
scherpe randen hebben.
Draag veiligheidshandschoenen.
1.
De apparaatdeur helemaal openen.
background
nl Apparaatdeur
30
2.
De condensstrip loodrecht in de houder ⁠ plaatsen
en naar onderen draaien.
3.
De tussenruit in de linker en rechter houder ⁠
schuiven.
4.
De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de lin-
ker en rechter houder ⁠ zit.
5.
De apparaatdeur openen en de deurafdichting in-
hangen.
6.
De binnenruit in de linker houder ⁠ schuiven.
7.
De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de
linker en rechter houder ⁠ zit.
8.
De deurafdekking aanbrengen ⁠ en aandrukken, tot
deze hoorbaar vastklikt.
9.
De apparaatdeur helemaal openen.
10.
De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier
dichtklappen ⁠.
a De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaat-
deur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
11.
Sluit de apparaatdeur.
Opmerking:De binnenruimte pas gebruiken wanneer
de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
background
Storingen verhelpen nl
31
23  Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel-
pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de
klantenservice de informatie over het verhelpen van
storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING‒Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan
het apparaat uitvoeren.
Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa-
raties aan het apparaat uitvoeren.
Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen
worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd,
moet het door geschoold vakpersoneel worden ver-
vangen.
23.1 Functiestoringen
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet. Zekering is defect.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Op het display ver-
schijnt "Sprache
Deutsch".
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
Taal
Tijd
Waterhardheid
Werking start niet of
wordt onderbroken.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen.
→"Informatie weergeven", Pagina14
Storing
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina33
Het apparaat warmt
niet op.
De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen, op het display verschijnt ⁠.
1.
Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en op-
nieuw in te schakelen.
2.
Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de
→"Basisinstellingen", Pagina21.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer.
a Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik.
Als het apparaat uit-
geschakeld is, ver-
schijnt de actuele tijd
niet.
Basisinstelling werd gewijzigd.
Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie.
→"Basisinstellingen", Pagina21
De bedieningsring is
uit de lagering in het
bedieningspaneel ge-
vallen.
De bedieningsring werd ontgrendeld.
1.
Leg de bedieningsring in de lagering op het bedieningspaneel.
2.
Druk de bedieningsring in de lagering, zodat deze inklikt en gedraaid kan worden.
Bedieningsring kan
slechts moeilijk wor-
den gedraaid.
Er zit vuil onder de bedieningsring.
De bedieningsring is afneembaar.
Opmerking:Neem de bedieningsring niet te vaak af, zodat het lager stabiel blijft.
1.
Om de bedieningsring los te maken, drukt u op de buitenste rand ervan.
a De bedieningsring kantelt en kan gemakkelijk worden beetgepakt.
2.
Neem de bedieningsring uit de lagering.
3.
De bedieningsring en de lagering op het apparaat voorzichtig reinigen met zeepsop en
een schoonmaakdoekje. Drogen met een zachte doek.
Gebruik hiervoor geen scherpe of schurende middelen.
Laat de bedieningsring niet weken.
Reinig de bedieningsring niet in de vaatwasmachine.
background
nl Storingen verhelpen
32
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Bedieningspaneel
kan niet worden geo-
pend.
Zekering is defect.
Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Storing
1.
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina33
2.
Als er water in de watertank is, leeg dan de watertank:
Apparaatdeur openen.
Rechts en links onder het afschermstuk grijpen.
Afschermstuk er langzaam uittrekken en naar boven schuiven.
Heel sterke stoomont-
wikkeling bij het sto-
men.
Apparaat wordt automatisch gekalibreerd.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat kan bij te korte bereidingstijden niet automatisch worden gekalibreerd.
Als er meermaals heel veel damp ontstaat, kalibreer het apparaat dan opnieuw.
1.
Zet het apparaat terug naar de fabrieksinstelling.
→"Basisinstellingen", Pagina21
2.
Herhaal de kalibratie.
→"Voor het eerste gebruik", Pagina12
Er verschijnt een mel-
ding om te ontkalken,
zonder dat eerst de
teller wordt weerge-
geven.
Ingestelde waterhardheid is te laag.
1.
Ontkalk het apparaat.
→"Ontkalken", Pagina25
2.
Controleer de waterhardheid en stel deze in de basisinstellingen in.
→"Basisinstellingen", Pagina21
Er verschijnt een mel-
ding om te spoelen.
Tijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeld.
Spoel het apparaat twee keer.
→"Ontkalken", Pagina25
Op het display ver-
schijnt "Watertank vul-
len", hoewel de water-
tank gevuld is.
Watertank is niet vergrendeld.
Plaats de watertank correct, zodat hij in de houder vastklikt.
→"Watertank vullen", Pagina16
Watertank is gevallen. Door schokken zijn onderdelen in de watertank losgekomen. De wa-
tertank wordt lek.
Bestel een nieuwe watertank.
Storing
Gebruik geen gedemineraliseerd of gefilterd water.
→"Vóór het eerste gebruik", Pagina12
Sensor is defect.
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina33
Toetsen knipperen. Er is condenswater ontstaan achter het bedieningspaneel.
Geen handeling vereist. Zodra het condenswater verdampt is, knipperen de toetsen niet
meer.
Er klinken plop-gelui-
den bij de bereiding
met stoom.
Koud/warm-effect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdamp.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Het apparaat bromt
tijdens het gebruik en
na het uitschakelen.
Functiecontrole van de pomp veroorzaakt geluid tijdens het gebruik.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat bromt of
klikt bij het openen
van het bedienings-
paneel.
Het uitschuiven van het bedieningspaneel veroorzaakt geluid tijdens het gebruik.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Verlichting van de
binnenruimte werkt
niet.
LED-lampje is defect.
Opmerking:Verwijder de glazen afdekplaat niet.
Neem contact op met de klantenservice.
→"Servicedienst", Pagina33
background
Afvoeren nl
33
Storing Oorzaak en probleemoplossing
Maximale gebruiks-
duur bereikt.
Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren
automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. Er verschijnt een aanwij-
zing op het display.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-in-
stellingen.
1.
Om de werking voort te zetten drukt u op een willekeurig touchveld of draait u aan de
bedieningsring.
2.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met
⁠ uit.
Tip:Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijdsduur instel-
len.
→"Tijdsduur instellen", Pagina15
Melding met "D" of
"E" verschijnt in het
display, bijv. D0111
of E0111.
De elektronica heeft een fout geconstateerd.
1.
Schakel het apparaat uit en weer in.
a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.
2.
Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens
het telefoongesprek de exacte foutmelding door.
→"Servicedienst", Pagina33
Bereidingsresultaat is
niet bevredigend.
Instellingen waren niet geschikt.
Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept, hoeveelheid en levensmiddel
afhankelijk.
Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in.
Tip:Veel informatie over de bereiding en de passende instelwaarden vindt u op onze ho-
mepage www.bosch-home.com.
24  Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de
juiste manier afvoert.
24.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle
grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
1.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trek-
ken.
2.
Het netsnoer doorknippen.
3.
Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor
kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer-
methoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in over-
eenstemming met de Europese richt-
lijn 2012/19/EU betreffende afge-
dankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and elec-
tronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor
de in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
25  Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het
apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat
moet worden gerepareerd, neem dan contact op met
onze servicedienst.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en
garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij
onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het
productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD)
van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de
meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De
lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur
worden vervangen.
25.1 Productnummer (E-nr.) en
productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer
(FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de
apparaatdeur opent. Bij enkele apparaten die werken
met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele-
foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de
gegevens noteren.
background
nl Zo lukt het
34
26  Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassen-
de instellingen alsmede de beste accessoires en vor-
men. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat
afgestemd.
26.1 Algemene aanwijzingen voor de
bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle ge-
rechten.
¡ Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de
hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbe-
reiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere
waarden.
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif
de accessoire pas na het voorverwarmen in de bin-
nenruimte.
¡ Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen-
ruimte.
26.2 Aanwijzingen voor het bakken
¡ Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn don-
kere bakvormen van metaal het beste geschikt.
¡ Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde ge-
rechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge
vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en wor-
den donkerder aan de bovenkant.
¡ Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede
bereidt, schuif deze er dan op niveau 1 in.
¡ De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel
voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een
rechthoekige vorm.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er
waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er
schade optreden.
Giet nooit water in de hete binnenruimte.
Zet nooit servies met water op de bodem van de
binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Bakt u op één niveau, gebruik dan inschuifhoogte 1.
Bakken op 2niveaus Hoogte
Braadslede
Bakplaat
3
1
Twee roosters met vormen erop 3
1
Gebruik de verwarmingsmethode 4Dhete lucht.
Opmerkingen
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Bereiden met stoom is slechts op één niveau moge-
lijk.
26.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij
braden, stoven en grillen
¡ Het insteladvies geldt voor braadproducten op koel-
kasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar
gevogelte.
¡ Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant
van het vel naar beneden op de vorm.
¡ Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½
tot ⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder
knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meer-
dere stukken tegelijkertijd.
¡ Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dik-
te. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lek-
ker mals.
¡ Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het
rooster.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede met opgelegd rooster een niveau onder
de aangegeven inschuifhoogte in de binnenruimte.
¡ Giet afhankelijk van de grootte en het soort product
tot ½liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus be-
reiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de bin-
nenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnen-
ruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
¡ Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn
voor de oven.
¡ Plaats de vorm op het rooster.
¡ Vormen van glas zijn het meest geschikt.
¡ Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de
braadvorm aan.
Braden in open vormen
¡ Gebruik een hoge braadvorm.
¡ Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de
braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
¡ Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
¡ Bij vlees moet er tussen het te braden product en
het deksel minimaal 3cm afstand zijn. Het vlees
kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer
hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de
temperatuur niet altijd zichtbaar.
Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van
het lichaam kan ontsnappen.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill gerechten die knapperig moeten worden.
background
Zo lukt het nl
35
¡ Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en verge-
lijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en
blijven lekker mals.
¡ Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het roos-
ter.
¡ Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de
braadslede minstens één niveau onder het rooster
in de binnenruimte.
Opmerkingen
¡ Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgescha-
keld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de
ingestelde grillstand.
¡ Bij het grillen kan rook ontstaan.
26.4 Stomen
Gerechten voorzichtig bereiden. Het product blijft bij-
zonder mals.
In tegenstelling tot bereiding met stoom, krijgt het vlees
geen korst.
¡ Gebruik open, hitte- en stoombestendige vormen.
¡ De stoombak met gaatjes, maat XL, is het meest ge-
schikt. Om afdruipende vloeistof op te vangen,
schuift u de braadslede een niveau lager er onder in
de binnenruimte.
U kunt ook een glazen schaal gebruiken en deze op
het rooster plaatsen.
¡ Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie
worden bereid met folie af, bijv. met vershoudfolie.
¡ U hoeft het voedsel niet te keren.
¡ Als smaakvariatie kunt u vlees, gevogelte of vis vóór
het stomen aanbraden. Verkort de bereidingsduur.
¡ Voor grotere stukken is een langere opwarmtijd en
een langere bereidingsduur nodig.
¡ Wanneer u meerdere stukken gebruikt die even
zwaar zijn, dan verlengt het apparaat de opwarmtijd.
De bereidingsduur blijft gelijk.
¡ In het belangrijkste deel van de gebruikershandlei-
ding vindt u informatie, hoe u de stoomfunctie in-
stelt.
→" Stoom", Pagina16
Groente op verschillende niveaus
Op 2 niveaus kunt u uitstekend meerdere gerechten of
hele menu's bereiden, bijv. broccoli en aardappelen.
Rijst of graan
¡ Voeg water of vloeistof in de aangegeven verhou-
ding toe.
Zo betekent bijvoorbeeld: 1:1,5 = per 100 g rijst
150 ml vloeistof toevoegen.
26.5 Bereiding van diepvriesproducten
¡ Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproduc-
ten.
¡ IJs verwijderen.
¡ Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voor-
gebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook
na het bakken bestaan.
26.6 Bereiding van kant-en-klare
voedingsproducten
¡ Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking
nemen.
¡ Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het
kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
26.7 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Cake, fijn Langwerpige bak-
vorm
1 ⁠ 150 - 170 - 60 - 80
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
1 ⁠ 170 - 180 - 60 - 80
Vruchten- of kwarktaart
met bodem van zand-
taartdeeg
Springvorm
Ø26cm
1 ⁠ 170 - 180 - 60 - 80
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
1 ⁠ 150 - 170
1
- 30 - 50
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
1 ⁠ 1. 150-160
2. 150-160
01
0
1. 10
2. 25 - 35
Biscuittaart, 6 eieren Springvorm
Ø28cm
1 ⁠ 150 - 160 - 50 - 60
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Giet aan het begin ca. 100 ml vloeistof in de vorm. De watertank moet tijdens het gebruik worden nagevuld.
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
background
nl Zo lukt het
36
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Zandtaartdeeggebak met
vochtige bedekking
Braadslede 1 ⁠ 160 - 180 - 60 - 80
Gebak van gistdeeg met
vochtige bedekking
Braadslede 1 ⁠ 180 - 200 - 30 - 45
Muffins Muffinplaat 1 ⁠ 170 - 190 - 15 - 30
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 1 ⁠ 160 - 170 - 30 - 40
Klein gebak van gistdeeg Bakplaat 1 ⁠ 160 - 180 02 25 - 35
Koekjes Bakplaat 2 ⁠ 140 - 160 - 15 - 30
Koekjes, 2 niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 130 - 150 - 20 - 35
Brood, op de plaat 750
g
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 ⁠ 1. 210 - 220
1
2. 180 - 190
- 1. 10 - 15
2. 25 - 35
Brood, op de plaat 750
g
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 ⁠ 1. 210 - 220
2. 180 - 190
03
0
1. 10-15
2. 25-35
Brood, op de plaat 1500
g
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 ⁠ 1. 210 - 220
1
2. 180 - 190
- 1. 10 - 15
2. 40 - 50
Brood, op de plaat 1500
g
Braadslede
of
Langwerpige bak-
vorm
1 ⁠ 1. 210 - 220
2. 180 - 190
03
0
1. 10-15
2. 45-55
Brood, op de plaat 1500
g
Langwerpige bak-
vorm
1 ⁠ 200 - 210 - 35 - 45
Plat rond brood Braadslede 2 ⁠ 220 - 230 03 20-30
Broodjes, vers Bakplaat 1 ⁠ 180 - 200 - 25 - 35
Broodjes, vers Bakplaat 1 ⁠ 200 - 220 02 20 - 30
Pizza, vers Bakplaat 1 ⁠ 200 - 220 - 20 - 30
Pizza, vers, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 180 - 200 - 35 - 45
Pizza, vers, dunne bo-
dem, in pizzavorm
Pizzaplaat 1 ⁠ 210 - 230 - 20 - 30
Quiche Taartvorm
,
Zwart blik
1 ⁠ 190 - 210 - 30 - 45
Flammkuchen Braadslede 1 ⁠ 260 - 280
1
- 10 - 20
Flammkuchen Braadslede 1 ⁠ 280 - 300
1
- 8 - 18
Flammkuchen Braadslede 1 ⁠ 200 - 220
1
02 15 - 25
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 1 ⁠ 200 - 220 - 35 - 55
Ovenschotel, hartig, ge-
gaarde ingrediënten.
Ovenschaal 1 ⁠ 160 - 170 02 40 - 50
Aardappelgratin, rauwe
ingrediënten, 4cm hoog
Ovenschaal 1 ⁠ 170 - 180 - 50 - 65
Kip, 1 kg, ongevuld Rooster 1 ⁠ 200 - 220 - 60 - 70
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Giet aan het begin ca. 100 ml vloeistof in de vorm. De watertank moet tijdens het gebruik worden nagevuld.
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
background
Zo lukt het nl
37
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Kip, 1 kg, ongevuld Rooster 1 ⁠ 200-220 02 50 - 60
Kipfilet, stomen Stoombak 2+1 ⁠ 100 - 15 - 25
Kleine kipdelen, à 250g Rooster 2 ⁠ 220 - 230 - 30 - 35
Kleine kipdelen, à 250g Rooster 2 ⁠ 200 - 220 02 30 - 45
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 1 ⁠ 160 - 180 - 120 - 150
Gans, niet gevuld, 3kg Rooster 1 1. ⁠
2. ⁠
3. ⁠
1. 130-140
2. 150-160
3. 170-180
02
02
0
1. 110 - 120
2. 20 - 30
3. 30 - 40
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Rooster 1 ⁠ 180 - 200 - 120 - 130
Gebraden varkensvlees
zonder zwoerd, bijv. hals-
stuk, 1,5kg
Open vorm 1 ⁠ 180 - 190 01 110 - 130
Gebraden varkensvlees
met zwoerd, bijv. schou-
derstuk, 2kg
Open vorm 1 1. ⁠
2. ⁠
3. ⁠
1. 100
2. 170-180
3. 200-210
01
0
1. 25 - 30
2. 60-80
3. 25-30
Runderfilet, medium,
1kg
Rooster 1 ⁠ 210 - 220 - 40 - 50
Runderfilet, medium,
1kg
Open vorm 1 ⁠ 190 - 200 01 50 - 60
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 1 ⁠ 200 - 220 - 130 - 140
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
2
Open vorm 1 ⁠ 1. 150
2. 130
03
02
1. 30
2. 120 - 150
Gestoofd rundvlees,
1,5kg
Gesloten vorm 1 ⁠ 200 - 220 - 140 - 160
Rosbief, medium, 1,5kg Rooster 1 ⁠ 220 - 230 - 60 - 70
Rosbief, medium, 1,5kg Open vorm 1 ⁠ 190 - 200 01 65 - 80
Burger, 3-4cm hoog Rooster 2 ⁠ 3 - 25 - 35
3
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Rooster 1 ⁠ 170 - 190 - 50 - 70
Lamsbout zonder been,
medium, 1,5kg
Open vorm 1 ⁠ 170 - 180 01 80 - 90
Vis, gegrild, heel 300g,
bijv. forel
Rooster 1 ⁠ 170 - 190 - 20 - 30
Vis, gebraden, heel
300g, bijv. forel
Braadslede 1 ⁠ 1. 170-180
2. 160-170
02
0
1. 15 - 20
2. 5 - 10
Vis, gestoomd, heel
300g, bijv. forel
Stoombak 2 ⁠ 80 - 90 - 15 - 25
Visfilet, ongepaneerd, ge-
stoomd
Stoombak 2 ⁠ 80-100 - 10 - 16
Bloemkool, heel, stomen Stoombak 2 ⁠ 100 - 25-35
Wortelen in plakjes sto-
men
Stoombak 2 ⁠ 100 - 10 - 20
Spinazie stomen Stoombak 2 ⁠ 100 - 2 - 3
Aardappels in de schil,
heel
Stoombak 2 ⁠ 100 - 35 - 45
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Giet aan het begin ca. 100 ml vloeistof in de vorm. De watertank moet tijdens het gebruik worden nagevuld.
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
background
nl Zo lukt het
38
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C
Stoomin-
tensiteit
Tijdsduur in
min.
Rijst met lange korrel,
1:1,5
Vlakke vorm 1 ⁠ 100 - 20 - 30
Eieren, hardgekookt Stoombak 2 ⁠ 100 - 9 - 11
1
Het apparaat voorverwarmen.
2
Giet aan het begin ca. 100 ml vloeistof in de vorm. De watertank moet tijdens het gebruik worden nagevuld.
3
Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
Dessert
Crème caramel of Crème brûlée maken
1.
Maak de massa voor de crème volgens uw recept.
2.
Vul de vormpjes tot 2-3cm hoog met het mengsel.
3.
Plaats de vormpjes in de stoombak met gaatjes,
maat XL.
4.
Dek levensmiddelen die gewoonlijk au-bain-marie
worden bereid met folie af, bijv. met vershoudfolie.
5.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
6.
Verleng de bereidingstijd bij vormpjes van zeer dik
materiaal.
Yoghurt maken
1.
De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte ne-
men.
2.
1liter melk (3,5% vet) op 90°C verwarmen op de
kookplaat en tot 40°C laten afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C vol-
doende.
3.
150g yoghurt op koelkasttemperatuur door de
melk roeren.
4.
De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes
of kleine glazen.
5.
De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfo-
lie.
6.
Plaats de vormen op de bodem van de binnenruim-
te.
7.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
8.
Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12uur
lang rusten in de koelkast.
Insteladvies voor desserts en compote
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C / bereidings-
stand
Tijdsduur in
min.
Crème brûlée Portievormen 1 ⁠ 85 20 - 30
Crème caramel Portievormen 1 ⁠ 85 25 - 35
Gestoomde pasta Braadslede 1 ⁠ 100 25-30
Yoghurt Portievormen Bodem van
de binnen-
ruimte
⁠ 35 - 40 300 - 360
Rijstepap, 1:2,5 Braadslede 1 ⁠ 100 35-45
Vruchtencompote Braadslede 1 ⁠ 100 10 - 20
26.8 Bijzondere bereidingswijzen en andere
toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidings-
wijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen of
inkoken.
Langzaam garen
Bereid fijn vlees, bijv. zachte delen van rund, kalf, var-
ken, lam, of gevogelte, langzaam bij lage temperatuur.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking:Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij
de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste:De binnenruimte is koud.
1.
Gebruik vers en hygiënisch perfect vlees, zonder
bot.
2.
De vorm op het rooster op niveau 1 in de binnen-
ruimte plaatsen.
3.
De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voor-
verwarmen.
4.
Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet
aanbraden.
5.
Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de
binnenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat het klimaat in de bin-
nenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tijdens
het langzaam garen gesloten.
6.
Verwijder na het langzaam garen het vlees uit de
binnenruimte.
background
Zo lukt het nl
39
Insteladvies voor langzaam garen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Aan-
braad-
duur in
min.
Verwarmingsme-
thode →Pagina8
Temperatuur
in °C
Tijdsduur
in min.
Eendenborst, rosé à
300g
Open vorm 1 6 - 8 ⁠ 95
1
45 - 60
Varkenshaas, heel Open vorm 1 4 - 6 ⁠ 85
1
45 - 70
Runderfilet, 1kg Open vorm 1 4 - 6 ⁠ 85
1
90 - 120
Kalfsmedaillons, 4cm
dik
Open vorm 1 4 ⁠ 80
1
40 - 60
Lamsrack, zonder been,
à 200g
Open vorm 1 4 ⁠ 85
1
30 - 45
1
Het apparaat voorverwarmen.
Sous-vide
De bereiding sous-vide betekent het klaarmaken van
gerechten „onder vacuüm“, bij lage temperaturen tus-
sen 50 - 95°C en bij 100% stoom.
De bereiding sous-vide is een gezonde bereidingswijze
voor vlees, vis, groenten en desserts.
De gerechten worden met behulp van een vacuümap-
paraat in een speciale hittebestendige kookzak lucht-
dicht verpakt.
Door het beschermende omhulsel van de vacumeerzak
blijven voedings- en aromastoffen behouden. Door de
lage temperaturen en de directe warmteoverdracht is
het mogelijk om op een gecontroleerde manier elk wil-
lekeurig gaarpunt te bereiken. Zo is het bijna onmoge-
lijk dat de gerechten te gaar worden.
Aanwijzingen voor de sous-vide bereiden
¡ Porties
Houd de in het insteladvies aangegeven hoeveel-
heden en grootte van de stukken aan. Pas bij
grotere hoeveelheden de stukken en de berei-
dingstijd aan.
Het apparaat kan maximaal 2kg gerechten
sous-vide bereiden.
De aangegeven hoeveelheden voor vis, vlees en
gevogelte komen overeen met 1 tot 2porties.
Voor groente en desserts is de hoeveelheid voor
4personen weergegeven.
¡ U kunt op tot maximaal 2 inschuifhoogtes producten
bereiden. Schuif hiervoor de braadslede voor het
opvangen van afdruipend condens altijd op niveau
1 in. Het rooster wordt erboven geplaatst.
¡ De kwaliteit van het bereidingsresultaat wordt voor
100% beïnvloed door de aard van het oorspronkelij-
ke product. Gebruik uitsluitend verse levensmidde-
len van de beste kwaliteitsklasse. Alleen zo krijgt u
een goed en smakelijk bereidingsresultaat.
Levensmiddelen vacumeren
Gebruik om een gelijkmatige warmte-overdracht en een
geoptimaliseerd kookresultaat te behalen voor het va-
cumeren een vacuümsealer die tot 99% vacuüm kan
realiseren.
Tip:Vacumeer om te verhinderen dat gassen, zoals
bijv. bij groente, uit het levensmiddel ontsnappen, de
levensmiddelen maximaal een dag vóór het bereidings-
proces. De gassen verhinderen de warmteoverdracht
of zorgen ervoor dat de gerechten door de vacuüm-
druk hun structuur en hierdoor hun kookgedrag veran-
deren.
Opmerking:Maak geen gebruik van de kerntempera-
tuursensor.
1.
Kruid de gerechten met de helft van de gebruikelij-
ke hoeveelheid.
Door de bereiding onder vacuüm kunnen geen aro-
ma's ontsnappen. Gebruikelijke aromahoeveelhe-
den, zoals specerijen, kruiden en knoflook, beïnvloe-
den de smaak aanzienlijk sterker en intensiveren
deze.
Tip:U kunt al met een klein beetje boter en zout in
de vacumeerzak de natuurlijke aroma's van kwalita-
tief hoogwaardig levensmiddelen intensiveren.
Verschillende ingrediënten hebben invloed op de
bereiding van het gerecht:
Zout en suiker verkorten de bereidingstijd.
Zuurhoudende levensmiddelen laten gerechten
vaster worden, bijv. citroensap of azijn.
Alcohol en knoflook geven de gerechten een on-
aangename bijsmaak.
2.
Vouw om de vacumeerzak te vullen de rand van de
zak 3-4cm om en plaats deze in een container,
bijv. in een maatbeker.
Let er bij het vullen van de vacumeerzak op dat er
bij de naad geen levensmiddelen zitten.
3.
Controleer voor het bereiden of het vacuüm in de
zak intact is.
Let daarvoor op de volgende punten:
Zorg ervoor dat er geen lucht in de vacumeerzak
zit.
Zorg ervoor dat de lasnaad correct is gesloten.
Zorg ervoor dat er geen gaten in de vacumeer-
zak zitten.
Gezamenlijk gevacumeerde stukken vlees of vis
mogen niet direct tegen elkaar zijn gedrukt.
4.
Als de vacumeerzak niet ideaal is gevuld, het pro-
duct in een nieuwe zak doen en opnieuw vacume-
ren.
Gerechten voor sous-vide koken voorbereiden
Op vrijwel alle oppervlakken van levensmiddelen bevin-
den zich bacteriën.
background
nl Zo lukt het
40
WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voor de
gezondheid!
De bereiding sous-vide gebeurt bij lage temperaturen
kan bij niet-naleving van de gebruiks- en hygiënevoor-
schriften tot schade aan de gezondheid leiden.
Alleen levensmiddelen gebruiken die vers en van
hoge, onberispelijke kwaliteit zijn.
De handen wassen en ontsmetten.
Wegwerphandschoenen, een kooktang of een grill-
tang gebruiken.
Kritische levensmiddelen zoals gevogelte, eieren en
vis dienen zeer zorgvuldig te worden klaargemaakt.
Groente en fruit altijd grondig wassen en schillen.
Zorg ervoor dat bereidingsoppervlakken en snijplan-
ken schoon zijn.
Voor verschillende soorten levensmiddelen aparte
snijplanken gebruiken.
Koelketen slechts kort onderbreken voor het voor-
bereiden van de levensmiddelen.
Gevacumeerde gerechten in de koelkast bewaren
voordat u met het bereidingsproces begint.
Na het bereidingsproces de gerechten direct consu-
meren en niet langer bewaren, ook niet in de koel-
kast. Ze kunnen niet opnieuw worden verwarmd.
Houd om de bacteriën te doden de gevacumeerde
en nog niet bereide producten max. 3seconden in
kokend water.
a De ingrediënten zijn met weinig bacteriën en hygië-
nisch voor het sous-vide-koken voorbereid.
Producten sous-vide koken
Vereisten
¡ Het product is gevacumeerd. →Pagina39
¡ Het product is voorbereid. →Pagina39
1.
Het product op het rooster leggen.
Leg de gevacumeerde producten niet op elkaar of
te dicht naast elkaar op het rooster om een gelijk-
matige warmteverdeling van het gerecht te verkrij-
gen.
2.
Schuif de braadslede in op niveau1 om afdruipend
condens op te vangen.
3.
LET OP!
Risico van meubelschade
Geen tweede watertankvulling voor de bereiding
sous-vide gebruiken.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
De insteladviezen zijn gebaseerd op de reikwijdte
van een watertankvulling. In het algemeen geldt bij
een volledig gevulde watertank, afhankelijk van de
temperatuur de volgende maximale bereidingsduur:
Temperatuur in °C Maximale tijdsduur in
minuten
50 270
60 210
70 150
80 120
90 90
4.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op
de vacumeerzak.
De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig
optillen, zodat het warme water in de braadslede
of de bak loopt.
De vacumeerzak voorzichtig met een pannenlap
verwijderen.
Laat na bereiding de binnenruimte afkoelen en
neem aansluitend het water op met een spons.
5.
Droog de vacumeerzak van buiten af en leg deze in
een schone vorm.
6.
Open de vacumeerzak met een schaar. Doe het he-
le product en de vloeistof in de vorm.
U kunt een saus of vleessaus maken van de marina-
de.
7.
Maak het product klaar om te serveren.
Voedings-
waar
Aanwijzingen voor de bereiding
Vlees ¡ Dep het vlees alvorens het in de
hete olie te doen met een thee-
doek af ter voorkoming van vet-
spatten.
¡ Braad het vlees zeer heet gedu-
rende enkele seconden per zijde.
Hierdoor krijgt het vlees een korst
en het gebruikelijke roosteraroma,
zonder dat het te gaar wordt.
Vis ¡ De vis kruiden en er hete boter
over gieten.
¡ Braad de vis enkele seconden per
zijde aan om een korst en roos-
teraroma te verkrijgen.
¡ Verleng de aanbraadtijd, wanneer
door het sous-vide koken de ge-
wenste gaarheid nog niet is be-
reikt.
¡ Serveer de vis op voorverwarmde
borden en met een hete saus of
boter, omdat de bereiding sous-vi-
de bij een relatief lage tempera-
tuur plaatsvindt.
Groente ¡ Braad de groente kort aan om
een roosteraroma te krijgen.
¡ De groente op smaak brengen of
met andere ingrediënten mengen.
background
Zo lukt het nl
41
Insteladvies voor sous-vide koken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Tempera-
tuur in °C
Tijdsduur
in min.
Aanwijzingen omtrent
sous-vide
Runderfilet, stuk, saignant,
3-4cm dik
Rooster
+
Braadslede
⁠ 58 100 Vacumeren met boter en
rozemarijn
Runderfilet, stuk, medium,
3-4cm dik
Rooster
+
Braadslede
⁠ 62 90 Vacumeren met boter en
rozemarijn
Eendenborst, à 350g Rooster
+
Braadslede
⁠ 62 70 Vetlaag insnijden, de kant
van het vlees bestrooien
met wat peper en zout en
vacumeren met een klein
stukje sinaasappelschil
Kabeljauw à 140g Rooster
+
Braadslede
⁠ 58 25 Vacumeren met boter en
weinig zout
Champignons, in vieren ge-
deeld, 500 g
Rooster
+
Braadslede
⁠ 85 20-25 Vacumeren met boter, roze-
marijn, een beetje knoflook
en zout
Wortelen, in plakjes
0,5cm, 600g
Rooster
+
Braadslede
⁠ 90 70-80 Recepttip: vacumeren met
sinaasappelsap, kerrie en
boter.
Aardappels, geschild en in
vieren gesneden, 800g
Rooster
+
Braadslede
⁠ 95 35-45 Recepttip: vacumeren met
boter en zout. Goed voor
verdere verwerking, bijv.
voor salade.
Ananas, in plakken 1,5cm,
400g
Rooster
+
Braadslede
⁠ 85 70-80 Recepttip: vacumeren met
boter, honing en vanille.
Appels, geschild, in partjes
0,5cm, 2-4stuks
Rooster
+
Braadslede
⁠ 85 15-25 Recepttip: vacumeren met
caramelsaus. Bereidingstijd
kan variëren afhankelijk van
de appelsoort.
Desinfecteren en hygiëne
Ontsmet onberispelijk, hittebestendig servies of baby-
flesjes. Deze manier komt overeen met de gebruikelijke
wijze van uitkoken.
Flesjes ontsmetten
1.
Reinig de flesjes altijd direct na het drinken met de
flessenborstel.
2.
Reinig de flesjes in de vaatwasser.
3.
Zet de flesjes zó in de stoombak, maat XL, dat ze
elkaar niet raken.
4.
Start het programma "Desinfecteren".
5.
Neem het apparaat na het desinfecteren van binnen
af.
6.
Droog de flesjes af met een schone doek.
Insteladvies voor hygiëne
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C
Stoominten-
siteit
Tijdsduur
in min.
Jam- of inmaakglazen
voorbereiden
Stoombak, maat XL 1 ⁠ 100 - 10-15
Jampotten nabehandelen Stoombak, maat XL 1 ⁠ 100 - 15-20
Schone vorm kiemvrij
maken
Stoombak, maat XL 1 ⁠ 100 - 15-20
background
nl Zo lukt het
42
Deeg laten rijzen
Laat deeg altijd in 2 stappen rijzen: eenmaal als het he-
le deegvolume (1.-al het deeg) en een tweede maal in
porties (2.-individueel rijzen).
Vereiste:De binnenruimte is koud.
1.
Deeg laten rijzen:
Schuif het rooster in de binnenruimte.
Plaats het deeg in een hittebestendige kom op
het rooster.
Stel het apparaat in overeenkomstig het instelad-
vies.
Open tijdens het rijzen de apparaatdeur niet om-
dat er anders vocht ontsnapt.
2.
Individueel rijzen:
Het deeg verder verwerken en in de uiteindelijk
bakvorm doen.
Schuif het deeg op de aangegeven inschuifhoog-
te in de oven.
3.
Veeg vóór het bakken de binnenruimte droog.
Insteladvies voor het laten rijzen van deeg
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in °C Tijdsduur in
min.
vetrijk deeg, bijv. Panettone Schotel op rooster
Vorm op rooster
1. 1
2. 1
1. ⁠
2. ⁠
1. 40-45
2. 40-45
1. 40-90
2. 30-60
Witbrood Schotel op rooster
Braadslede
1. 1
2. 1
1. ⁠
2. ⁠
1. 35 - 40
2. 35 - 40
1. 30 - 40
2. 15 - 25
Ontdooien
Ontdooi diepvriesproducten met uw apparaat.
Aanwijzingen voor het ontdooien
¡ De stoomfunctie is geschikt voor het ontdooien van
diepvries fruit en groente.
¡ Gebruik voor het ontdooien van gebak verwarmings-
methode 4D‑hetelucht.
¡ Gevogelte, vlees en vis kunt u beter in de koelkast
ontdooien.
¡ Neem het diepvriesproduct uit de verpakking om te
ontdooien.
¡ Accessoires / vormen:
Doe diepvriesfruit en -groente in de stoombak
maat XL. Plaats om afdruipende vloeistof op te
vangen, de braadslede een niveau daaronder.
Doe diepvriesproducten, waarbij de vloeistof in
het product moet blijven, in de braadslede of in
een vorm op het rooster, bijv. diepvriesspinazie.
Plaats het gebak op het rooster.
¡ De insteladviezen gelden voor gerechten met diep-
vriestemperatuur (-18°C).
Regenereren
Warm gerechten behoedzaam op met gebruik van
stoom. De gerechten smaken en zien eruit als vers
klaargemaakt. U kunt ook bakproducten van de vorige
dag opbakken.
Aanwijzingen voor het regenereren
¡ Gebruik open, hitte- en stoombestendige vormen.
¡ Gebruik een platte, brede vorm. Door een koude
vorm duurt het regenereren langer.
¡ Plaats de vorm op het rooster.
¡ Leg het voedsel, dat u niet in de vorm bereidt, direct
op het rooster op niveau 1, bijv. broodjes.
¡ Dek het voedsel niet af.
¡ Open tijdens het regenereren de deur van de bin-
nenruimte niet, omdat er veel stoom ontsnapt.
¡ Veeg de binnenruimte na het regenereren droog.
Insteladvies voor het regenereren
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C
Stoominten-
siteit
Tijdsduur
in min.
Pizza, gebakken Rooster 1 ⁠ 170 - 180
1
- 5 - 15
Broodjes, baguette, ge-
bakken
Rooster 1 ⁠ 160 - 170
1
- 10 - 20
1
Het apparaat voorverwarmen.
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
¡ Voorkom condensvorming wanneer u de verwar-
mingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de
binnenruimte niet af te nemen.
¡ Dek het voedsel niet af.
¡ Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
¡ Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het
warmhouden verder garen.
De verschillende standen voor de stoomtoevoer zijn
geschikt voor het warmhouden van:
¡ Stand 1: braadstukken en kort gebraden producten
¡ Stand 2: ovenschotels en bijgerechten
¡ Stand 3: eenpansgerechten en soepen
background
Zo lukt het nl
43
26.9 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te verge-
makkelijken.
Bakken
¡ De instelwaarden gelden voor producten die in de
onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
¡ Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in
het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden
zonder snel voorverwarmen.
¡ Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven
temperatuur.
¡ Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in
de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde
moment klaar te zijn.
¡ Inschuifhoogtes bij het bakken op 2niveaus:
Braadslede, hoogte3
Bakplaat: hoogte1
¡ Biscuitgebak
Wanneer u op 2niveaus bakt, de springvormen
diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen.
Insteladvies voor bakken
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C
Stoominten-
siteit
Tijdsduur
in min.
Spritskoekjes Bakplaat 1 ⁠ 150 - 160
1
- 25 - 40
Spritskoekjes Bakplaat 1 ⁠ 140 - 150
1
- 25 - 40
Sprits, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 140 - 150
1
- 30 - 40
Kleine cakes Bakplaat 1 ⁠ 160
1
- 25 - 35
Kleine cakes Bakplaat 1 ⁠ 150
1
- 25 - 35
Kleine cakes, 2niveaus Braadslede
+
Bakplaat
3+1 ⁠ 150
1
- 25 - 35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
1 ⁠ 160 - 170
2
- 25 - 35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
1 ⁠ 160 - 170
2
- 25 - 35
Biscuitgebak Springvorm
Ø26cm
1 ⁠ 1. 150-160
2. 150-160
01
0
1. 10
2. 20 - 30
1
Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2
Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Stomen
Schuif de braadslede één niveau onder de bak met
gaatjes maat XL, wanneer dit in het insteladvies wordt
aangegeven.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het stomen op één niveau
¡ Gebruik maximaal 2,5 kg.
¡ Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte2
Inschuifhoogtes bij stomen op twee niveaus
¡ Gebruik maximaal 1,8 kg per niveau.
¡ Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte3
¡ Stoombak met gaatjes, maat XL: hoogte2
background
nl Montagehandleiding
44
Insteladvies voor stomen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in °C Tijdsduur in
min.
Erwten, diepvries, twee bak-
ken
2x
Stoombak, maat XL
+
Braadslede
3+2+1 ⁠ 100 -
1, 2
Broccoli, vers, 300g Stoombak, maat XL 2 ⁠ 100
3
6 - 7
4
Broccoli, vers, een bak Stoombak, maat XL 2 ⁠ 100
3
6 - 7
4
1
**De controle is beëindigd wanneer op de koudste plek 85°C is bereikt (zie IEC 60350-1).
2
De test is beëindigd wanneer op de koudste plek 85°C is bereikt (zie IEC 60350-1).
3
Het apparaat voorverwarmen.
4
Een vergelijkbare mate van gaarheid tussen referentiemonster en hoofdmonster wordt bereikt wanneer het refe-
rentiemonster 5 minuten (uitgevoerd zoals beschreven in IEC 60350-1) wordt bereid.
Insteladvies bij grillen
Gerecht Accessoires / vor-
men
Hoogte Verwar-
mingsme-
thode
→Pagina8
Temperatuur in
°C / grillstand
Tijdsduur in
min.
Toast bruinen Rooster 3 ⁠ 3 3 - 6
27  Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van
het apparaat.
 27.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u
met het inbouwen van het apparaat begint.
¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze
en conform dit installatievoorschrift wordt
uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik
gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk
voor schade als gevolg van een verkeerde
inbouw.
¡ Het apparaat na het uitpakken controleren.
Niet aansluiten in geval van transportscha-
de.
¡ Voor het eerste gebruik verpakkingsmateri-
aal en plakfolie verwijderen uit de binnen-
ruimte en van de deur.
¡ Bij de inbouw van accessoires dient u zich
te houden aan de beschrijving in de monta-
gebladen.
¡ Inbouwmeubels dienen bestand te zijn te-
gen een temperatuur tot maximaal 95°C,
aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
¡ Het apparaat niet inbouwen achter een de-
cor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van
oververhitting.
¡ Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het
meubel uit voordat het apparaat wordt ge-
plaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen
invloed hebben op de werking van elektri-
sche componenten.
¡ De contactdoos van het apparaat dient zich
in het gebied van het gearceerde vlak
⁠ of
buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een
gebruikelijke, in de handel verkrijgbare
montagebeugel ⁠ aan de wand worden be-
vestigd.
background
Montagehandleiding nl
45
¡ Let er bij apparaten met een draaibaar
schakelfront op dat dit bij het naar buiten
komen geen aangrenzende meubels raakt.
¡ Draag werkhandschoenen ter voorkoming
van snijwonden. Onderdelen die tijdens het
inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe
randen hebben.
¡ Maataanduidingen van de afbeeldingen in
mm.
WAARSCHUWING‒Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningsele-
menten bevinden zich permanente magneten.
Deze kunnen elektronische implantaten, zoals
bijvoorbeeld pacemakers, of insulinepompen
beïnvloeden.
Dragers van elektronische implantaten die-
nen een afstand van minstens 10cm tot de
bedieningselementen aan te houden.
WAARSCHUWING‒Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en
niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn
gecertificeerd, een minimale aderdiameter
van 1,5mm² hebben en die voldoen aan
de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
Neem contact op met de service wanneer
het netsnoer te kort is.
Alleen door de fabrikant goedgekeurde
adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dra-
gen kan deze afbreken. De deurgreep houdt
het gewicht van het apparaat niet.
Het apparaat niet aan de deurgreep vast-
houden of dragen.
27.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
27.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw onder een werkblad in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dient het tussenschot te beschikken over een venti-
latie-opening.
¡ Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden
bevestigd.
¡ Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van
de kookplaat in acht nemen.
background
nl Montagehandleiding
46
27.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd,
dan moeten de minimale afmetingen in acht worden
genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand ⁠ wordt de
minimale dikte van het werkblad berekend ⁠.
Type kookplaat a opbouw in mm a vlak in mm b in mm
Inductiekookplaat 42 43 5
Inductiekookplaat met
doorlopend kookoppervlak
52 53 5
Gaskookplaat 32 43 5
Elektrische kookplaat 32 35 2
27.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij
de inbouw in een hoge kast in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatie-opening.
¡ Wanneer de bovenkast naast de element-achterwan-
den nog een achterwand heeft, dient deze verwij-
derd te worden.
¡ Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toe-
behoren er zonder probleem uitgenomen kunnen
worden.
27.6 Inbouw van twee apparaten boven
elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander appa-
raat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de
inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
¡ Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten
dienen de tussenschotten te beschikken over een
ventilatieopening.
¡ Om een voldoende ventilatie van de apparaten te
waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal
200cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sok-
kelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbren-
gen.
background
Montagehandleiding nl
47
¡ Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening
is gewaarborgd.
¡ Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebe-
horen er zonder probleem uitgenomen kan worden.
27.7 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij
hoekinbouw aan.
¡ Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat
kan worden geopend, dient u zich bij de hoekin-
bouw te houden aan de minimale afmetingen. De
maat ⁠is afhankelijk van de dikte van het meubel-
front en de greep.
27.8 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten,
dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
¡ Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en
mag alleen met een geaarde aansluiting worden ge-
bruikt.
¡ De zekering dient in overeenstemming te zijn met
de vermogensopgave op het typeplaatje en de loka-
le voorschriften.
¡ Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden
spanningsloos zijn.
¡ Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aan-
sluitkabel worden aangesloten.
¡ De aansluitkabel moet op de achterzijde worden in-
gestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange
aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
¡ De aansluitkabel mag alleen worden vervangen
door een originele kabel. Die is bij de service ver-
krijgbaar.
¡ De bescherming tegen aanraking dient door de in-
bouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Het apparaat mag alleen op een geaarde
contactdoos worden aangesloten die volgens de voor-
schriften is geïnstalleerd.
Steek de stekker in het stopcontact met randaarde.
Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stek-
ker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk
zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet
mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische
installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens
de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch
aansluiten
Opmerking:Alleen een daartoe bevoegd vakman mag
het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde
aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een al-
polige scheidingsinrichting volgens de installatievoor-
schriften worden ingebouwd.
1.
Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact
identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat wor-
den beschadigd.
2.
Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
3.
De aders van de elektrische aansluitleiding dienen
overeenkomstig de kleurcodering te worden aange-
sloten:
groen-geel = aarddraad ⁠
blauw = neutraal- ("nul-") leiding
bruin = fase (buitendraad)
27.9 Apparaat inbouwen
1.
Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlij-
nen.
2.
Het apparaat vastschroeven.
background
nl Montagehandleiding
48
3.
Bij greeploze keuken met verticale greeplijst:
Breng een geschikt vulstuk aan ⁠ om eventuele
scherpe randen af te dekken en een veilige mon-
tage te waarborgen.
Aluminiumprofielen voorboren, om een schroef-
verbinding te maken ⁠.
Apparaat met adequate schroeven bevestigen ⁠.
Opmerking:De spleet tussen werkblad en apparaat
mag niet door extra lijsten worden afgesloten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen
isolatieprofielen worden aangebracht.
27.10 Apparaat demonteren
1.
Maak het apparaat spanningsloos.
2.
De bevestigingsschroeven losdraaien.
3.
Het apparaat iets optillen en helemaal naar buiten
trekken.
background
background
background
background
Thank you for buying a
Bosch Home Appliance!
Register your new device on MyBosch now and profit directly from:
Expert tips & tricks for your appliance
Warranty extension options
Discounts for accessories & spare-parts
Digital manual and all appliance data at hand
Easy access to Bosch Home Appliances Service
Free and easy registration also on mobile phones:
www.bosch-home.com/welcome
Looking for help?
You'll find it here.
Expert advice for your Bosch home appliances, help with problems
or a repair from Bosch experts.
Find out everything about the many ways Bosch can support you:
www.bosch-home.com/service
Contact data of all countries are listed in the attached service directory.
*9001659066*
9001659066(020202)
nl
BSH Hausgeräte GmbH
Carl-Wery-Straße 34
81739 München, GERMANY
www.bosch-home.com
A Bosch Company

Specifications

Bosch CSG856NC1-B Questions and Answers